Bij het naderen van de Tweede Wereldoorlog, na de nederlaag van de revolutionaire golf van de jaren 1920, waarbij de Russische revolutie afstierf aan haar isolement en vervolgens vermoord werd door de wereldbourgeoisie en het stalinisme, triomfeerden de contrarevolutie en de verplettering van het wereldproletariaat. In die context zal het anarchisme een fatale stap zetten in zijn evolutie.
Door de blinde wetten van het kapitalisme onherroepelijk voortgestuwd op de weg van het militarisme, bereidt de bourgeoisie in alle landen oorlog voor, of het nu gaat om fascistische of democratische staten, of evengoed in de stalinistische USSR. De impasse die gevormd wordt door de economische crisis laat haar geen ander alternatief dan deze vlucht vooruit in een tweede wereldwijde holocaust. Deze geforceerde mars naar de oorlog, de ware levenswijze van het kapitalisme in verval, brengt het fascisme voort. Dat kon ingesteld worden in landen waar de arbeidersklasse een zware nederlaag geleden had, waar het niet langer nodig was de democratische instellingen in stand te houden die juist als functie hebben het proletariaat te misleiden teneinde het te onderwerpen en te verslaan. Het fascisme bleek de meest aangepaste vorm voor het kapitalisme om de voorbereidingen te treffen die vereist werden door een versnelde gang naar oorlog.
Het ideologisch in de pas brengen voor de imperialistische oorlog achter de vlaggen van fascisme of nazisme, of achter de mythe van het 'socialistisch vaderland' voor het stalinisme, werd bewerkstelligd dankzij de meest afschrikwekkende terreur. Maar in de 'democratisch' gebleven landen moest de bourgeoisie om de arbeiders die de verplettering van revolutionaire bewegingen niet ondervonden hadden een bijzondere misleiding gebruiken : het antifascisme. Door de arbeiders zogenaamd een terrein te bieden waarop ze zich konden mobiliseren om zich te beschermen tegen de verschrikkingen van het fascisme, werd het middel gevonden om hen als kanonnenvlees te mobiliseren in de oorlog, in dienst van één imperialistisch kamp tegen het andere om de democratische staat te verdedigen. Om dat doel te bereiken bediende de bourgeoisie zich, met name in Frankrijk en Spanje, van de volksfronten en de intrede van de linkse partijen in de regering.
In tegenstelling tot het proletarisch internationalisme dat een oproep van de arbeidersklasse was om door de proletarische revolutie een einde te maken aan de eerste wereldslachting, vormde het antifascisme geenszins een middel voor het proletariaat om zijn klassebelangen te verdedigen, maar wel een middel om het aan handen en voeten gebonden over te leveren aan de democratische bourgeoisie.
De toestand van contrarevolutie, die voorkwam uit de nederlaag van het proletariaat, die elke kans op een revolutionaire opstand onmogelijk maakte, moest echter absoluut niet leiden tot een in vraag stellen van de fundamentele principes van het proletarisch internationalisme tegenover de Tweede Wereldoorlog. Er viel geen kamp te kiezen. Het ging er om de bourgeoisie te bevechten, zowel die van het fascistische kamp als die van het democratische.
Gevangen in zijn obsessie 'de vrijheid' te verdedigen tegen het 'autoritarisme', capituleert het anarchisme compleet voor het antifascisme. Voor de oorlog behoren de verschillende stromingen van het anarchisme bij de voornaamste pleitbezorgers van het antifascisme. Dat zal de grote meerderheid van de anarchisten ertoe brengen resoluut partij te kiezen voor de Geallieerden in W.O.II. Ontdaan van elk klassecriterium gebaseerd op de reële sociale verhoudingen die de kapitalistische maatschappij beheersen, wordt het anarchisme ertoe gebracht zich volledig te onderwerpen aan de verdediging van de democratie, die bijzonder doortrapte vorm van de dictatuur van het kapitaal. Bepaalde internationalisten in 1914, zoals Rudolf Rocker, verdedigen de deelname aan de imperialistische oorlog in 1940, argumenterend dat er in 1940, anders dan in 1914, twee radicaal verschillende systemen bestaan en dat de strijd tegen het fascisme de steun rechtvaardigt aan de democratische staten. Deze benadering brengt het grootste aantal anarchisten ertoe fysiek deel te nemen aan de oorlog, in eerste plaats in de imperialistische legers zonder uniform, het maquis van het verzet (1).
In Frankrijk “stelt van bij het begin van de oorlog [de groep CNT-netwerk Vidal in de Pyreneeën] zich ten dienste van het Verzet en werkt hij actief mee met Intelligence Service en het Bureau Central de Renseignement et d'Action (BCRA) van de Gaulle, maar ook met het netwerk Sabot en de groep Combat. (…) Bij gebrek aan een nationale verzetsorganisatie komen de anarchisten weinig in beeld, hoewel ze sterk aanwezig zijn. Vermelden we toch het maquis van de Barrage de l'Aigle (…) een voorname plaats van de opbouw van de CNT in ballingschap en één van de meest actieve verzetsgroepen. Dit maquis is praktisch 100% confederaal, net als het maquis van Bort-les-Orgues. In het algemeen zijn de maquis van het Centraal Massief voor een groot deel samengesteld uit Spaanse anarchisten (...)” (2) “Aanwezig in de maquis in het Zuiden van Frankrijk, in de groepen FFI, FTP, MUR of in autonome groepen (bataillon Libertad in de Cantal, maquis Bidon 5 in de Ariège, in Languedoc-Roussillon) (…) bij honderden zetten [de anarchisten] op Franse bodem de strijd voort die ze tegen het Spaanse fascisme gevoerd hadden” (3). Het bataillon Libertad “bevrijdt de Lot en Cahors. (…) In Foix zijn het de maquisards anarcho-syndikalisten CNT-FAI die op 19 augustus de stad bevrijden” (4).
Zelfde beeld in Italië. Wanneer ze zich op 8 september 1943 aan de Geallieerden overgeven, blijven de regio's centrum en noord in handen van de Duitsers en van de fascistische republiek van Salo. “De anarchisten gooien zich onmiddellijk in de gewapende strijd, vormen wanneer ze er de mogelijkheid toe hebben (Carrare, Genua, Milaan) autonome formaties, of, zoals in de meeste gevallen, sluiten zich aan bij andere formaties zoals de socialistische brigades 'Matteotti', de kommunistische brigades 'Garibaldi' of de eenheden 'Giustizia e Libertà' van de Aktiepartij” (5). Op talrijke plaatsen treden de libertairen toe tot het Comité van nationale bevrijding dat een breed spectrum antifascistische partijen samenbrengt, of organiseren ze Groepen voor patriottische actie (sic!). De anarchisten zijn talrijk in de 28e Brigade Garibaldi die Ravenna bevrijdt. “In Genua opereren de anarchistische strijdgroepen onder de naam Brigade Pisacane, de formatie 'Malatesta', de SAP-FCL Sestri Ponente en de Escadrons van anarchistische actie van Arenzano. (…) Deze activiteiten worden bevorderd door de de Libertair Kommunistische Federatie (FCL) en door de anarcho-syndicalistische vakbond USI die pas weer de kop heeft opgestoken in de fabrieken. (…) De anarchisten richten de brigades 'Malatesta' en 'Bruzzi' op waarbij tot 1300 partisanen aangesloten zijn : deze opereren onder leiding van de formatie 'Matteotti' en spelen een rol van het eerste plan in de bevrijding van Milaan” (6).
De voorbeelden van Bulgarije, waar na de invasie van de USSR in 1941 de Bulgaarse KP maquis organiseert “waaraan talrijke anarchisten deelnemen” (7), of nog de anarchistische anti-Japanse guerrilla in Korea in de jaren 1920-30, wijzen op het algemene karakter van de deelname van de anarchisten aan de imperialistische oorlog.
En velen worden zelfs niet afgeschrikt door het uniform van de democratische imperialistische legers : “De Spaanse Libertairen (…) namen met duizenden deel aan de weerstand tegen het nazisme en honderden onder hen voerden de strijd met de bataljons van France Libre tot in Duitsland” (8). “Kameraden sloten zich aan bij de marcherende regimenten van het Vreemdelingenlegioen en bevonden zich in de voorste linies bij alle gevechten” (9). “Ze werden naar Noord-Afrika gestuurd, of naar Zwart Afrika (Tsjaad, Kameroen). De Tweeden sloten zich vanaf 1940 aan bij de vrije Franse strijdkrachten. Ze sloten zich aan bij de colonnes van generaal Leclerc.” De 2e D.B., voor meer dan 60% Spaans, telde een groot aantal anarcho-syndicalisten en één van haar compagnies “bestond uitsluitend uit Spaanse anarchisten. Aan boord van de tanks 'Ascaso', 'Durruti', 'Casas Viejas' waren zij de eersten die de hoofdstad binnentrokken op 24 augustus 1944” bij de bevrijding van Parijs (10) en het driekleurig vod op het stadhuis hesen !
De houding van de anarchisten tijdens de Tweede Wereldoorlog vloeit direct voort uit degene die ze aannamen tijdens de 'algemene repetitie' van de oorlog in Spanje. Dat stelt in een schel daglicht welke de ware rol was die gespeeld werd door het anarchisme in wat noch een 'klassenoorlog', noch een 'revolutie' was, maar wel een oorlog tussen twee fracties van de Spaanse bourgeoisie die uitmondde in een imperialistisch wereldconflict.
In juli 1936 biedt de CNT omwille van het antifascistisch pact dat zij gesloten had met de partijen van het Volksfront haar steun aan de republikeinse regering om de reactie van het Spaanse proletariaat tegen de staatsgreep van Franco af te leiden naar het antifascisme (11). De CNT verplaatst de strijd van een sociaal, economisch en politiek gevecht van het proletariaat tegen het geheel van de krachten van de bourgeoisie naar een militaire confrontatie die enkel gericht is tegen France, door de arbeiders uit te sturen in de antifascistische milities om zich te laten afslachten op de militaire fronten voor belangen die de hunne niet zijn.
De deelname van de libertairen aan de burgerlijke republikeinse regering van Catalonië en in Madrid toont de evolutie van het anarchisme naar de steun aan de burgerlijke staat. “Na de eerste overwinning op de oproerige generaals, toen we een langdurige en enorm belangrijke oorlog zagen opdoemen, begrepen we dat het uur niet gekomen was om de functie van de regering, van het regeringsapparaat, als beëindigd te beschouwen. Zoals de oorlog een gepast apparaat nodig heeft om tot een goed einde gevoerd te worden – het leger – zo is er ook een orgaan nodig van coördinatie, van centralisatie van alle hulpbronnen en energieën van het land, dat wil zeggen het mechanisme van een staat. (…) Zolang de oorlog duurt moeten wij handelen in de bloedige strijd en moeten wij tussenkomen in de regering. Dit moet inderdaad een oorlogsregering zijn, om oorlog te voeren en te winnen. (…) Wij denken dat de oorlog de eerste zaak is, dat de oorlog moet gewonnen worden als voorafgaandelijke voorwaarde voor om het even welke nieuwe voorwaarde...” (12). Wanneer de arbeiders van Barcelona in mei 1937 in opstand komen, gedragen de anarchisten zich als medeplichtigen van de repressie door het Volksfront en de Catalaanse regering (waar zij in zetelen), terwijl de Franquisten de vijandelijkheden tijdelijk staken om de linkse partijen de kans te geven de opstand te verpletteren.
Door haar steun aan de totale oorlog, door de militarisering van het proletariaat met behulp van de anarchistische collectiviteiten en de antifascistische milities, door het afkondigen van de heilige eenheid met de republikeinse bourgeoisie en het verbod op stakingen, door dat alles neemt de CNT deel aan het mobiliseren van het proletariaat in een oorlog die duidelijk imperialistisch wordt met het engagement van de democratieën en van de USSR aan republikeinse kant, en van Duitsland en Italië aan Franquistische kant. “Vandaag voeren wij geen burgeroorlog, maar een oorlog tegen de bezetters: Moren, Duitsers, Italianen. Het is niet een partij, een organisatie of een theorie die in gevaar is, maar het bestaan van Spanje zelf, van een land dat meester wil blijven over zijn eigen lot, en dat het gevaar loopt re verdwijnen” (13). Het nationalisme van de CNT brengt er haar toe expliciet op te roepen tot de wereldoorlog om de 'Spaanse natie' te redden: “Het vrije Spanje zal zijn plicht doen. Wat zullen de democratieën doen tegenover deze heldhaftige houding ? We mogen hopen dat het onvermijdelijke niet te lang op zich zal laten wachten. De uitdagende en grove houding van Duitsland wordt al onverdraaglijk. (…) De enen en de anderen weten dat de democratieën tenslotte zullen moeten tussenkomen met hun eskaders en hun troepen om de weg te versperren aan die horden redelozen...” (14)
Het verlaten van de belangen van het proletariaat en de houding van de CNT tegenover de imperialistische oorlog wekken heftig verzet op in het anarchistisch kamp (Berneri, Durruti). Maar het onvermogen van deze laatsten om te breken met de positie die stelt dat het tegelijk om een oorlog en om revolutie ging, heeft hen slachtoffer gemaakt van de politiek van nederlaag en oorlogsmobilisatie van het proletariaat. Degenen die waarachtig wilden vechten tegen de oorlog en voor de revolutie slaagden er zo niet in het vertrekpunt te vinden voor een echte revolutionaire strijd : de oproep aan arbeiders en boeren (aan beide zijden, het republikeinse en het Franquistische, gemobiliseerd in de oorlog) om te deserteren, om hun wapens tegen hun officieren te keren, om zich van het front terug te trekken en te strijden in stakingen, betogingen, op een klasseterrein tegen het kapitalisme in zijn geheel.
Nochtans zijn er, bij het uitbreken van de oorlog, tegen de oorlogszuchtige antifascistische golf in, enkele stemmen die zich vanuit het anarchisme verheffen om het terrein van het antifascisme af te wijzen en te bevestigen dat de enige echt revolutionaire opstelling die van het internationalisme is. Zo verklaart de Glasgow Anarchist-Communist Federation in Groot-Brittannië in 1939 : “de huidige strijd stelt rivaliserende imperialismen tegenover elkaar voor de verdediging van hun laagbij-de-grondse belangen. De arbeiders van alle landen behoren tot de onderdrukte klasse en hebben niets gemeen met deze belangen en politieke aspiraties van de heersende klasse. Hun frontlijn is niet de Maginotlijn waar ze ontmoedigd en gedood zullen worden, terwijl hun meesters frauduleuze winsten opstrijken” (15). In het zuiden van Frankrijk ontwikkelt het kleine groepje rond Volin (16) een tussenkomst tegen de oorlog op een duidelijk internationalistische basis : “Het huidig conflict is het werk van de geldmachten van elke natie, machten die uitsluitend en internationaal leven van de uitbuiting van de mens door de mens. (…) Staatshoofden, militaire chefs van alle kleuren en nuances, lopen over van het ene kamp naar het andere, verscheuren verdragen, tekenen er andere, dienen nu eens de Republiek, dan weer de Dictatuur, collaboreren met degenen waar ze gisteren oorlog tegen voerden, en vice-versa en opnieuw vice-versa. (…) het volk betaalt de gebroken potten : het wordt gemobiliseerd voor de democratieën, tegen de democratieën, voor de fascisten, tegen de fascisten. Maar of het nu in Afrika is, in Azië of in Europa, het is steeds het goede volk dat opdraait voor de kosten van die 'tegenstrijdige ervaringen' en dat op zijn bek krijgt. (…) Het gaat er niet om enkel tegen het fascisme van Hitler te vechten, maar tegen alle fascismen, tegen alle tirannieën, of ze nu rechts zijn, van het centrum, of links, of ze nu koninklijk, democratisch of sociaal zijn, want geen enkele tirannie zal de arbeid emanciperen, zal de wereld bevrijden, zal de mensheid organiseren op echt nieuwe grondslagen” (17). Deze stellingname maakt van deze anarchisten duidelijk een uitdrukking van de arbeidersklasse. Hier opnieuw blijkt dat wanneer zij tot dergelijke helderheid komen, dat gebeurt door zich de klassestandpunten van het proletariaat eigen te maken.
Maar de harde ervaring van het isolement ten opzichte van andere, internationalistisch gebleven groepen, en ten opzichte van de klasse in de omstandigheden van zege van de contrarevolutie over de massa's, evenals de enorme druk van het antifascisme (“wij botsten bijna dagelijks met andere antifascisten. Moesten we ons verenigen met hen of moesten we tegen de stroom blijven ingaan ? Die vraag was op het terrein vaak beangstigend” (18)) doofden weldra deze vonk. De dood van Volin (september 1945) en het onvermogen van de anarchisten lessen te trekken uit hun ervaringen, leidden de elementen van zijn groep tot terugkeer naar de stal van de CNT, tot tijdelijke toetreding tot haar antifascistische comités, en tenslotte tot deelname aan de heropbouw van de FA op een compleet burgerlijke basis.
Het onderzoek van de geschiedenis van het anarchisme tegenover beide wereldoorlogen leidt ons tot een dubbele reeks conclusies :
• Het anarchisme heeft niet alleen zijn onvermogen bewezen het proletariaat een leefbaar alternatief en een revolutionair perspectief te bieden, maar het vormde een direct middel om de arbeidersklasse te mobiliseren voor de imperialistische oorlog. In 1936-37 was de capitulatie van het anarchisme voor de antifascistische misleiding en voor de burgerlijke democratie, die als 'minder kwaad' aanzien werd vergelijken bij het fascisme, een middel voor het kapitalisme om het front te verbreden van de politieke krachten die ijveren voor de oorlog door er het anarchisme in op te nemen. De oorlog in Spanje vormt, na de Eerste Wereldoorlog, de tweede en beslissende acte voor het anarchisme dat zijn evolutie bezegelt naar steun aan de kapitalistische staat. Die onderwerping aan de burgerlijke democratie vertaalt zich in de integratie van de officiële stromingen van het anarchisme binnen de politieke krachten van de kapitalistische staat. Zo is het anarchisme in een beweging met twee tijden, van 1914 tot aan de oorlog in Spanje in 1936-37, een ideologie geworden die de kapitalistische orde en staat verdedigt.
• In de tweede plaats is het van belang vast te stellen dat de anarchistische beweging zich niet beperkt tot die officiële stromingen en dat ze een zeer heterogeen milieu blijft. In alle periodes streeft een deel van dit milieu overtuigd naar revolutie en socialisme, drukt het de echte wil uit een einde te maken aan het kapitalisme en zet het zich in voor de afschaffing van de uitbuiting. Die militanten plaatsen zich inderdaad op het terrein van de arbeidersklasse wanneer ze zich internationalist noemen en aansluiting zoeken bij de revolutionaire strijd. Maar hun toekomst zal fundamenteel bepaald worden door een proces van afscheiding, waarvan de zin en omvang bepaald worden door de krachtsverhouding tussen beide fundamentele klassen, bourgeoisie en proletariaat.
Dit afromingsproces zal eerder gericht zijn op het niets of zelfs op de bourgeoisie zoals dat het geval was in de zwarte jaren van de contrarevolutie in de jaren 1940. Inderdaad, zonder het kompas van de klassestrijd van het proletariaat en de zuurstof van de discussie en het debat met de revolutionaire minderheden die daaruit voortkomt, worden ze in de valstrik gelokt van de ingebakken tegenstrijdigheden van het anarchisme dat hen ontwapent en opsluit op het terrein van de burgerlijke orde.
Ze zullen zich eerder oriënteren op de arbeidersklasse wanneer deze haar revolutionaire kracht toont. Zo is het de revolutionaire beweging van de arbeidersklasse zelf, de opkomst van de wereldrevolutie en de proletarische opstand in Rusland (met de vernietiging van het staatsapparaat van de bourgeoisie door de Sovjets en het eenzijdige stopzetten van de deelname aan de imperialistische oorlog van het Russisch proletariaat en de bolsjewieken) die in 1914-18 de kans geven aan de internationalistisch gebleven anarchisten een consequent internationalistische houding aan te nemen. Ze sluiten zich dan aan bij de historische beweging van de arbeidersklasse door toenadering te zoeken tot de kommunistische beweging die voorkwam uit de linkerzijde van de sociaal-democratie en die tegen de oorlog gekant was : de bolsjewieken en spartakisten, de enigen die in staat waren het enige leefbare en realistische alternatief naar voor te schuiven : de omvorming van de imperialistische oorlog in een burgeroorlog en de proletarische wereldrevolutie.
Scott
Voetnoten
(1) De trouw van het anarchisme kan zich opsplitsen volgens de verschillende fracties van de heersende klasse : sommige militanten, verleid door het Charte du Travail, pacifisten die verzoend werden door de wapenstilstand, gingen meewerken aan het programma van Nationale Revolutie van Pétain en de regering van Vichy, zoals Louis Loréal, of sloten zich aan bij de officiële instanties van de Franse staat, zoals P. Besnard.
(2) “Les Anarchistes espagnols et la Résistance”, in l'Affranchi nr. 14, lente-zomer 1997, op CNT-AIT.info.
(3) E. Sarboni, 1944 : “Les Dossiers noirs d'une certaine Résistance”, Perpignan, Ed. du CES, 1984.
(4) “Les Anarchistes espagnols...”
(5) “1943-1945 : Anarchist partisans in the Italian Rsistance”, op libcom.com.
(6) Ibidem.
(7) Nawoord bij Max Nettlau, “Histoire de l'Anarchie”, p. 281.
(8) E. Sarboni, geciteerd werk.
(9) Pépito Rossell, “Dans la résistance, l'apport du mouvement libertaire”.
(10) Le Monde diplomatique, augustus 2004.
(11) Lees over het traject van de CNT onze reeks in Revue Internationale, met name de artikels : “L'échec de l'anarchisme pour empêcher l'intégration de la CNT dans l'Etat bourgeois (1931-34)”; “L'antifascisme, la voie de la trahison de la CNT (1934-36)”.
(12) D.A. De Santillan, in Solidaridad obrera, 16 april 1937
(13) D.A. De Santillan, in Solidaridad obrera, 21 april 1937
(14) Solidaridad obrera, 6 januari 1937, geciteerd door la Révolution prolétarienne nr. 238, januari 1937
(15) Geciteerd door P. Hempel, “A bas la guerre”, p. 210.
(16) Vsevolod Mikhaïlovitch Eichenbaum, alias Volin (1882-1945), tijdens de Revolutie van 1905 lid van de Socialistisch-Revolutionaire Partij, nam deel aan de oprichting van de sovjet van Sint-Petersburg. Hij werd gevangen gezet, ontsnapte uit de gevangenis en kwam in 1907 in Frankrijk aan, waar hij anarchist werd. Wanneer de Franse regering hem in 1915 dreigt op te sluiten wegens zijn verzet tegen de oorlog, vlucht hij naar de Verenigde Staten. In 1917 keert hij naar Rusland terug waar hij bij de anarcho-syndikalisten militeert. Daarna komt hij in contact met de beweging van Makhno en wordt hij hoofd van de afdeling cultuur en educatie van het opstandelijk leger, en dan voorzitter van de militaire Raad van de opstand in 1919. Hij wordt verschillende keren aangehouden en verlaat Rusland na 1920 naar Duitsland. Terug in Frankrijk aangekomen leidt hij op aanvraag van de Spaanse CNT haar blad in de Franse taal. Hij klaagt de politiek van klassencollaboratie van de CNT-FAI in Spanje aan. In 1940 is hij in Marseille waar hij de laatste hand legt aan “la Révolution inconnue”. De ontberingen en de verschrikkelijke materiële omstandigheden van de clandestiniteit breken zijn gezondheid. Hij sterft in Parijs in 1945 aan tuberculose.
(17) Uittreksel uit het pamflet “A tous les travailleurs de la pensée et des bras”, 1943.
(18) “Les Anarchistes et la résistance”, CIRA.
Sinds de ineenstorting van de stalinistische regimes en van het Oostblok gaan de organisaties van het officiële anarchisme er prat op schone handen te hebben in de botsing tussen het Oostblok en het Westblok en zij onderhouden de legende van een onverzettelijke oppositie tegenover de militaire blokken: “De anarchisten waren verdeeld over het probleem van de blokken. De meerderheid besloot zich te verzetten zowel tegen Oost als tegen West…”(1).
Het anarchisme tegenover de imperialistische blokken
Na 1945, tijdens de Koude Oorlog, namen een deel van de officiële anarchistische organisaties in werkelijkheid een standpunt in ten gunste van de verdediging van de ‘vrije wereld’, zoals de SAC (Sveriges Arbetares Centralorganisation) in Zweden. Tijdens de directe confrontaties tussen de strijdkrachten van het Oostblok en de Amerikaanse strijdkrachten en de UNO in Korea in 1950-53, namen sommigen, in navolging van leden van ‘Révolution Prolétarienne’, in naam van de logica van de keuze voor ‘het minste kwaad’ en ten dienste van de verdediging van de democratie, openlijk een pro-Amerikaanse stelling in. Dat was het geval voor A. Prudhommeaux, N. Lazarevitch, G. Leval, maar ook van Spaanse en Bulgaarse militanten: “Er zijn twee imperialismes, maar ik ken er één dat bijzonder gevaarlijk en totalitair is, met slavernij in het vooruitzicht. Het andere draagt minder gevaar in zich… Ik ben niet voor de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Korea… In Korea zie ik slechts één oorlogsmisdadiger en dat is Stalin. Hij is direct verantwoordelijk voor de strategische bombardementen die een slachting aanrichten onder de Koreaanse bevolking…” (2). Daartegenover waren er anderen die het Amerikaanse imperialisme als de belangrijkste oorlogsstoker bestempelden.
Diegenen onder de anarchisten die zoals de FA [Fédération Anarchiste] zegden steun te weigeren aan om 't even welk kamp met de opstelling “tegen Stalin zonder voor Truman te zijn, tegen Truman zonder voor Stalin te zijn”, handelden daarom echter nog niet als internationalisten en ontsnapten niet aan de logica om voor het ene imperialistische kamp te kiezen tegen het andere. Toen de USSR zich in de bewapeningswedloop stortte om te rivaliseren met de Verenigde Staten, was het ‘de strijd voor het derde front’, die “de FA er toe leidde om de Duitse herbewapening aan te klagen door haar steun te betuigen aan de pacifisten van dat land en door haar deelname aan de campagne ‘Ridgway (3) go home?'"(4), die geleid werd door de PCF. Door de kritische steun die de FA verleende aan deze campagne geraakte ze compleet in het vaarwater van de PCF : zij vervulde de rol van ronselaar van arbeiders voor de PCF en?voor diens onvoorwaardelijke steun aan het Russische imperialistische blok!
Anderzijds spelen de contestataire en provocerende acties dezelfde rol van ronselaar voor de burgerlijke staatsinstellingen : de ‘werkelijke anti-imperialistische’ strijd van het ‘derde revolutionaire front’ van de FA wordt geconcretiseerd in de verkiezingscampagne voor de wetgevende verkiezingen van 1951 “ten gunste van bulletins die als volgt waren opgesteld: 'Noch Oosterse dictatuur, noch westerse dictatuur, ik wil vrede'” (5) of door het voeren van spectaculaire acties zoals in februari 1952 "in de grote zaal van het paleis Chaillot waar een algemene vergadering plaatsvond van de UNO, waar een pak pamfletten getiteld: 'Het Derde Front: Weg met de oorlog!' in de zaal werd geslingerd en de Amerikaanse en sovjetafgevaardigde bekogeld werden met ongevaarlijke projectielen." (6).
Verre van een middel te betekenen voor het versterken van het politieke inzicht van de arbeidersklasse, onderhield dit soort acties op het terrein van de instellingen van de burgerlijke staat, behalve dat ze ongevaarlijk waren, bij de uitgebuite klasse de illusie in stand dat ze van enig belang zouden zijn voor de goede uitkomst van haar revolutionaire strijd. Ze kunnen integendeel slechts de onderwerping versterken van de arbeidersklasse aan de democratische misleiding en de organen van de kapitalistische heerschappij, door te versluieren dat het nodig is deze op te ruimen. De FCL (Fédération communiste-libertaire) zou zelfs opkomen met kandidaten bij de wetgevende verkiezingen van 1956 ! Op het moment van de ontbinding van de Franse IVe Republiek en het aan de macht brengen van generaal De Gaulle in 1958 om het koloniale probleem op te lossen, “bundelden zich in de hele libertaire pers oproepen om de bedreigde Republiek te redden. (…) De anarchisten kozen in grote meerderheid voor de Republiek en voor de politiek van het minste kwaad…” (7). Tegenover de putsch van de generaals in Algiers, in april 1961, die weigerden de onafhankelijkheid van Algerije te erkennen, "nam de FA deel aan de verschillende comité's die meerdere linkse organisaties groepeerden (...) de anarchisten waren bij de eersten om de democratische vrijheden te verdedigen, en dat ondanks hun latere ontkenningen daarvan." (8).
Vooral hun constante steun aan de zogenaamde bevrijdingsbewegingen zal duidelijk maken hoe ze voor het éné imperialistische kamp kiezen tegen het andere. Door, zoals de FA deed als beginsel voorop te stellen dat “De anarchisten voor de bevolking overzee het recht opeisen op vrijheid, op werk in onafhankelijkheid, het recht te beschikken over hun eigen lot boven alle clanrivaliteiten heen die de wereld vandaag uiteenscheuren. Ze verzekeren hen van hun solidariteit in de strijd die ze moeten voeren tegen de onderdrukking door alle imperialismes...” (9). De anarchistische stromingen nemen zo hun plaats in tussen de beste dienaars van de misleiding van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. Ze spreken op dezelfde toonaard als de offici?e ideologie van elk van beide blokken (zowel de doctrine van Jdanov van het Oostblok die zich voorstelt als "de ware verdediger van de vrijheid en onafhankelijkheid van alle naties, een tegenstander van de nationale onderdrukking en de koloniale uitbuiting onder al hun vormen" (10) als de Amerikaanse doctrine die stelt dat "in de sleutelzones moet alles gedaan worden om de democratische vormen en hun toegang tot onafhankelijkheid aan te moedigen". Elke episode van de imperialistische oorlog waartoe het westerse en het Sovjetblok overgaan, via ondergeschikte naties vindt haar rechtvaardiging in deze 'theorie', elk geserveerd met een verschillende saus, maar telkens met hetzelfde rampzalige resultaat voor het proletariaat.
De Franse anarchisten verkleedden de Indochinese oorlog tot 'een revolutionaire episode' (FA in 1952) of zagen er een 'klassenoorlog' in (FCL in 1954) en riepen de legitimiteit uit van 'de strijd van het Indochinese proletariaat' en de noodzaak van de 'arbeiderssolidariteit met de Viêt-minh'.
Die politieke steun aan de nationale bevrijdingsstrijd zal zelfs zover gaan als de fysieke inzet. Tijdens de Algerijnse oorlog sluiten talloze anarchisten aan bij de 'valiezendragers', de steunnetwerken van het FLN (Algerijns Bevrijdingsfront) (11). "Het standpunt van kritische steun ten gunste van een socialistisch en zelfbeheerd Algerije" van de FCL in naam van de solidariteit ?et de onderworpen volkeren, tegen de imperialismes?neemt de vorm aan van een actieve materiële steun aan de Algerijnse nationalistische partijen MNA en daarna FLN (wanneer deze laatste na 1956 als enige, alleenheersend, overblijft). "De verzetsstrijders van het ALN (Nationaal bevrijdingsleger) behoren deels tot de ene, deels tot de andere organisatie. Dat weten we met des te meer zekerheid daar we onder ons, in de FCL, Algerijnse kameraden van de FLN-tendens hebben terwijl we zelf diensten geleverd hebben aan de MNA-verzet door als tussenpersoon te fungeren voor het bekomen van 'materiaal' (lees : wapens) voor hun strijders." (12).
Deze stellingnamen –zelfs kritisch– van bepaalde anarchisten ten voordele van de nationale bevrijdingsstrijd hebben rechtstreeks bijgedragen tot de onderwerping van de massa's aan het imperialisme. Die anarchistische stromingen dragen een stuk van de verantwoordelijkheid voor de onderwerping van het proletariaat en van de uitgebuite klassen aan de barbaarsheid van de militaire conflicten die de planeet met bloed doordrenken. Gevangen in de logica van het vaststellen van een onderscheid tussen de verschillende imperialistische gangsters (in naam van de rechten van de zwakste) brengen hen ertoe rechtstreeks op te treden als sergeanten-ronselaars binnen het proletariaat, of als borg voor de winst van het ene of het andere van de optredende imperialistische kampen. Het inhameren gedurende tientallen jaren van deze misleidingen, waar zij sterk toe bijgedragen hebben, heeft ervoor gezorgd dat het einde van de contrarevolutie uitgesteld werd en dat het proletariaat later zijn zelfstandige strijd hernomen heeft op zijn eigen klasseterrein en voor zijn eigen doeleinden.
De officiële stromingen van het anarchisme hebben inderdaad na de Tweede Wereldoorlog hun overheersende invloed uitgeoefend over de meerderheid van de anarchisten, tot aan het einde van de contrarevolutie in 1968, en zelfs nog na die datum. Zo droegen ze bij tot een kristallisering en sterilisatie van een groeiende overdenking over de 'kommunistische' realiteit in de gestaliniseerde landen. Deze stromingen hebben een gevoel van revolte tegen deze monsterlijke leugen over 'kommunisme' in de landen van het Oostblok misbruikt om ideeën te verspreiden zoals antimilitarisme, pacifisme enz., die hoewel ze deel uitmaken van een echt in-vraag-stellen van de oorlog, enkel de overdenking bij vele elementen kunnen ondermijnen door hen in de richting te duwen van het immediatisme, het activisme en individualisme, ten koste van het zoeken naar mijlpalen en een historisch bewustzijn van de klassenverhoudingen. Daardoor hebben ze ertoe bijgedragen dat degenen die het 'model' dat het stalinisme oplegt wilden verwerpen ertoe gedreven werden zich te verschansen achter de 'verdediging van de democratie', dat wil zeggen van het andere imperialistische kamp, waarvan ze zich ook de radicaalste critici betonen.
Het einde van de contrarevolutie
Na 1968 echter, met het einde van de contrarevolutie en de terugkeer van het proletariaat op het historisch toneel, verschijnt opnieuw dat verschijnsel dat al op andere momenten van de geschiedenis vastgesteld werd : gepolitiseerde elementen proberen werkelijk de revolutionaire weg te vinden doorheen of vertrekkend vanuit het anarchisme.
De ontwikkeling in de Verenigde Staten en in de westerse landen van studentenrevoltes eind jaren 1960, die van de tegenstand tegen de oorlog die de Verenigde Staten in Vietnam voeren hun mobilisatiethema maken, duidt aan dat het loden gewicht van de stalinistische ideologie barsten begint te vertonen. De stalinistische partijen hebben inderdaad geen enkele invloed, terwijl ze toch de Amerikaanse interventie tegen de strijdkrachten die door het zogezegd antikapitalistische Sovjetblok gesteund worden, aanklagen. Vooral de leugen van het 'kommunistisch en revolutionair' stalinisme gaat aan diggelen met de intrede in de strijd van een nieuwe generatie jonge arbeiders tijdens de algemene staking van 1968 in Frankrijk en de verschillende massale bewegingen van de arbeidersklasse overal ter wereld die erop volgen. Het is het einde van de contrarevolutie en het idee van de kommunistische revolutie wordt weer op de dagorde geplaatst.
Vanwege hun anti-stalinisme oefenen de anarchistische organisaties sinds de onderdrukking van de beweging in Hongarije in 1956 een zekere aantrekkingskracht uit, vooral op de studenten. Ze worden numeriek sterker, maar de oude, bestaande organisaties voldoen niet meer voor de jongeren die hen vastgeroest vinden. Het geheel van het anarchistisch milieu hervormt zich (13).
In dat opborrelen van de herneming van de internationale klassestrijd bevinden er zich binnen het anarchistisch milieu minderheden en elementen die op zoek gaan naar de klassestandpunten van het proletariaat en die proberen een revolutionaire samenhang te vinden vanuit het anarchisme. Zo opent een deel van het libertair milieu zich voor organisaties die bepaalde klassestandpunten ontwikkelen (Socialisme ou Barbarie), of zelfs voor het proletarisch politiek milieu, in het bijzonder zijn georganiseerde radenistische pool, met name 'Informations et Correspondances Ouvrières'. Zo neemt de groep 'Noir & Rouge' bijvoorbeeld afstand van de FA en stelt, op basis van “het primaat van de klassestrijd”, een “actualisering en aanpassing van de beginselen van het anarchisme” voor. De groep benadrukt de noodzaak van een discussie en verdedigt “het contact met andere kameraden die zich niet noodzakelijk op het anarchisme beroepen”. Hij klaagt de verheerlijking aan van de “Spaanse revolutie” die “elke kritiek verbiedt” (14). In zijn zoektocht naar strijdvormen die eigen zijn aan de arbeiders, richtte de groep zich op de politieke bijdragen van de Duits-Nederlandse Kommunistische Linkerzijde en Pannekoek. Hij neemt deel aan een internationale bijeenkomst georganiseerd door ICO in Brussel in 1969, naast Paul Mattick, voormalig militant van de Duitse Kommunistische Linkerzijde, uitgeweken naar de Verenigde Staten, en Cajo Brendel, de drijvende kracht van de Nederlandse radenistische groep 'Daad & Gedachte'.
Het politiek belang van deze overdenking in het anarchistisch milieu rond kwesties als de versterking en de middelen van de klassestrijd van het proletariaat bleef verborgen door de beperkte aard ervan. Omdat de vraagstelling zich ontwikkelde rond de pool van het proletarisch milieu van het georganiseerde radenisme die failliet gaat en verdwijnt in het midden van de jaren 1970, wordt de groep 'Noir & Rouge' meegesleept in die schipbreuk en gaat hij verloren, met het verlies van belangrijke militante energieën. De algemene context van illusies in het proletariaat over de mogelijkheid voor het kapitalistisch systeem een uitweg uit de economische crisis te vinden, en ook de moeilijkheden van het proletariaat om zijn strijd te politiseren en het perspectief van de revolutie voorop te stellen, zullen volop door de gauchisten van alle slag uitgebuit worden om elke poging tot bewustwording gericht op revolutie de nek om te wringen.
Nochtans zal een aantal van die elementen die uit het anarchisme komen ondanks alles erin slagen zich een weg te banen naar het opnieuw opkomende proletarisch politiek milieu, met de terugkeer van het proletariaat op de historische scène n
Scott
Voetnoten
[1] Nawoord van m. Zemliak bij het boek van Max Nettlau, “Histoire de l'Anarchie”, Artefact, p. 279.
[2] Brief van S. Nin, 24.08.1950, geciteerd door G. Fontenis, “l'Autre communisme”, Acratie, p. 134.
[3] Ter gelegenheid van het bezoek aan Frankrijk in mei 1952 van de opperbevelhebber van de NATO, Ridgway, stort de PCF haar troepen in regelrechte gevechten met een indrukwekkende politiemacht, waarbij één dode en 17 gewonden vallen bij de arbeiders.
[4] G. Fontenis, geciteerd werk, p. 149.
[5] Idem, p. 134.
[6] Idem, p. 149
[7] Sylvain Boulouque, “Les Anarchistes français face aux guerres coloniales (1945-1962)”, Atelier de création libertaire, p. 61.
[8] Idem, p. 65.
[9] Résoluton du congrès de la Fédération anarchiste d'octobre 1945, sur increvablesanarchistes.org.
[10] Joukov, “Crise du système colonial”, Moskou, 1949
[11] Zoals Alternative libertaire het opeist : “Men vergeet al te vaak dat de netwerken van 'valizeendragers' die de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders gedurende de oorlog gesteund hebben niet ontstaan zijn in 1957 met de actie van P. Jeanson en daarna H. Curiel. Na de Pinksteropstand van 1954 bevonden de enige organisaties die de Algerijnse onafhankelijkheid steunden zich inderdaad in uiterst-linkse hoek. Het waren de Parti communiste internationaliste (PCI-trotskiste) en de FCL. In Algerije zelf gaat de Mouvement libertaire nord-africain (MLNA), verbonden aan de FCL, vanaf Pinksteren 1954 de strijd aan met de Franse staat voor de onafhankelijkheid van het land. De Franse politie liquideerde de MLNA en daarna de FCL uit tussen 1956 en 1957. De libertairen zetten desondanks hun strijd tegen het kolonialisme voort, binnen de Groupes anarchistes d'action révolutionnaires (GAAR) of, voor de overlevenden uit de FCL, in de schoor van Voie communiste.”
[12] G. Fontenis, aangehaald werk, p. 209.
[13] Bijvoorbeeld in 1965, in Italië, verlaten verschillende groepen, de Groepen van het anarchistisch initiatief, de FAI; de jongeren in het Noorden van Italië scheiden zich af van de FAGI en vormen de Gefedereerde anarchistische groepen. In Frankrijk scheidt de Organisation révolutionnaire anarchiste zich in 1970 af van de FA en zoekt ze toenadering tot andere, niet-libertaire organisaties van uiterst-links, om dan de Organisation communiste libertaire te vormen.
[14] Citaten uit Cédric Guérin, “Pensée et action des anarchistes en France, 1950-1970”, https://raforum.apinc.org [6].
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 185.64 KB |
Langzaam maar zeker beginnen de speculaties toe te nemen. Het aantal peilingen neemt ook hand over hand toe. In de media wordt al druk gedebatteerd over de meest geschikte kandidaat voor het premierschap: Balkenende, Cohen, Rutte of, als complete buitenstaander, Opstelten.
Om de gunst van de kiezer te winnen proberen de verschillende partijen elkaar te overtroeven in ... bezuinigingsmaatregelen.
Cohen of Wilders? Deze keuze wordt ons voorgeschoteld met rferentie aan allerlei schrikbeelden uit het naziverleden. Maar is er wel een keuze? Cohen, zal zich, tegen de propaganda van criminalisering van de immigranten door de PVV, proberen op te werpen als de echte verdediger van een sociaal immigratiebeleid, een sociaal minderhedenbeleid en een sociaal emancipatiebeleid. En dit ondanks het feit dat hij onder Kok II staatssecretaris voor vreemdelingenzaken was en toen de meeste strenge maatregelen tegen de immigranten heeft doorgevoerd die dus in wezen geen ander beleid voorstaat dan Wilders.
We moeten ons niet laten meevoeren in welke burgerlijke campagne dan ook: of ze parlementair of buitenparlementair is.
Langzaam maar zeker beginnen de speculaties toe te nemen. Het aantal peilingen neemt ook hand over hand toe. In de media wordt al druk gedebatteerd over de meest geschikte kandidaat voor het premierschap: Balkenende, Cohen, Rutte of, als complete buitenstaander, Opstelten. Om de gunst van de kiezer te winnen proberen de verschillende partijen elkaar te overtroeven in bezuinigingsmaatregelen. Op 9 juni moet de klap vallen: dan wordt duidelijk welke partij aan het langste eind trekt.
Alom in de wereld woekert de economische crisis voort. Nergens is er nog een lichtpuntje te bespeuren: noch in Giekenland, noch in Portugal en noch in Spanje (zie artikel elders in dit blad). Nederland vormt daarop geen uitzondering. Ook hier is de crisis dieper dan ooit en staan de groeicijfers op een ongekend dieptepunt.
Nog steeds staan de groeicijfers in de min, neemt de koopkracht af en neemt de werkloosheid hand over hand toe. Het jaarlijkse tekort op de begroting is verdubbeld, de staatsschuld is anderhalf keer zo groot geworden en de rentebetalingen op de uitstaande schulden zijn met 25% gegroeid.
Nog steeds niet geheel en al bekomen van de schrik, toen in het najaar van 2008 de hele boel dreigde vast te lopen, is de bourgeoisie naarstig op zoek naar mogelijkheden om het zaakje weer aan de gang te krijgen, zonder overigens de inflatie aan te wakkeren. Maar alle maatregelen ten spijt, maakt de economie weinig kans om weer goed op gang te komen.
Zo schrijven economen van de ING op 12-04-2010 in hun kwartaalbericht van de economie bijvoorbeeld “Geen duurzaam herstel van de vraag. Er is echter geen sprake van een duurzaam herstel van de vraag, omdat de bedrijfsinvesteringen traag op gang komen en er onzekerheid heerst over de bestedingen van de overheid en de consumenten.”
Maar natuurlijk moet de bourgeoisie aan haar geloof in de kracht van de Nederlandse economie vasthouden. Daarom beweren allerlei politici tegelijkertijd dat het alweer beter gaat met de economie. Op 1 april jongstleden beweerde minister-president Balkenende zelfs nog dat “Nederland er na de internationale financiële crisis In Europa relatief gezien niet slecht voorstaat.” (…) “We doen het internationaal helemaal niet slecht.” De bourgeoisie kan ook onmogelijk haar vertrouwen in zijn eigen systeem opgeven en heeft geen andere keus dan krampachtig te zoeken naar een uitweg uit de crisis.
Maar de enige oplossing die de bourgeoisie ons te bieden heeft is die van meer uitbuiting, meer werkloosheid en meer armoede. De massale bezuinigingen, welke nu doorgevoerd moeten gaan worden, maken dit meer dan ooit duidelijk. Want wie er ook aan de regering komt, wat voor soort bezuinigingen er ook doorgevoerd gaan worden, het is de arbeidersklasse die er de rekening voor moeten betalen.
Ook Nederland leeft boven zijn stand en moet de tering naar de nering zetten. Het gevaar van een hollende inflatie ligt om de hoek. Bezuinigingen, van een omvang ongekend in de Nederlandse politieke geschiedenis, moeten (net als in Griekenland) dan ook doorgevoerd worden om de staatsschuld, het begrotingstekort en de rente op de staatsschulden drastisch terug te brengen.
Langzaam maar zeker bleek dat de zittende regeringsploeg (Balkenende IV), met de PvdA in haar gelederen, niet klaar was om de voor 2011 geplande bezuinigingen van ca. 30 miljard door te voeren. Vooral de PvdA had in het laatste jaar veel van haar geloofwaardigheid verloren en stond in de peilingen op een fors verlies. Het historisch dieptepunt werd daarbij wel bereikt in februari jongstleden, toen niet meer dan 14% van de stemgerechtigden nog haar vertrouwen in de PvdA uitsprak.
Het bleek onvermijdelijk om een einde te maken aan haar deelname aan de regering. Iedere aanleiding was goed genoeg om de stekker er uit te trekken, als deze maar niet te lang op zich liet wachten. Uiteindelijk was het de Uruzgan-kwestie die de PvdA de gelegenheid bood om op een geloofwaardige wijze de samenwerking met de CDA te beëindigen.
De huidige onrust in Griekenland en in verschillende andere landen laat zien dat de arbeidersklasse zo’n reusachtige bezuinigingsoperatie waarschijnlijk niet onbewogen over zich heen zal laten gaan en deze zonder slag of stoot zal slikken. Daarom heeft de bourgeoisie, om de bezuinigingen te kunnen door voeren, niet alleen een solide regeringsploeg maar zeer zeker ook een geloofwaardige linkse oppositie nodig. Een optimale opstelling van het politieke apparaat van de bourgeoisie is onontbeerlijk om de reacties van de arbeidersklasse het hoofd te kunnen bieden.
Wat de rol van de PvdA daarin precies zal zijn, laat zich nu moeilijk voorspellen. Of ze nu in de regering komt of in de oppositie, de ruimte om een sociaal alternatief te formuleren (de ‘verdediging’ van wat er nog over is van wat eens de verzorgingsstaat genoemd werd) is met de enorme diepte van de economische crisis geheel en al verdwenen.
De vervanging van Bos door Cohen was, zoals algemeen bekend, lang voor de val van de regering Balkenende IV al bekokstoofd. Nog eens een aanwijzing dat de PvdA al lang geleden had besloten om haar deelname aan de regering te beëindigen en alleen nog maar een aanleiding zocht om zich met minimaal gezichtsverlies eruit terug te trekken. Om de daling in de peilingen een halt toe te roepen, was het niet alleen noodzakelijk om de PvdA uit de regering terug te trekken, maar ook om de leiding te vervangen en Bos af te lossen door Cohen.
De enige manier waarop de PvdA haar electorale aanhang weer enigszins aan zich kan binden is door een onverzoenlijke opstelling ten opzichte van het extreem-rechtse racistische gevaar van de PVV van Wilders. Het was duidelijk dat Bos deze turn niet kon maken omdat hij inmiddels teveel geassocieerd wordt met de staat en teveel geïdentificeerd wordt met het “financiële grootkapitaal’.
Iemand als Cohen is wel geschikt om de nieuwe rol van leider van de PvdA op zich te nemen: hij is inmiddels lang genoeg weggeweest uit het Haagse politieke circuit en is hij nooit zo heel erg direct geassocieerd met het beheer van de burgerlijke staat. Anno 2010 heeft hij voldoende ‘schone handen’, en is zijn imago voldoende opgepoetst om de PvdA te leiden in haar strijd voor een ‘sociaal’ alternatief voor het anti-sociale gevaar van Wilders.
Een peiling, gehouden op 14 april jongstleden, laat zien dat Job Cohen inderdaad aanslaat bij de aanhang van PvdA, want inmiddels zou de partij alweer op meer dan 30 zetels staan en daarmee de grootste partij van Nederland worden. De sterke voorkeur voor Cohen als premier zou volgens opiniepeiler Maurice de Hond bepalend zijn voor wie er op 9 juni het sterkste uit de bus komt.
Cohen, zal zich, tegen de propaganda van criminalisering van de immigranten door de PVV, proberen op te werpen als de echte verdediger van een sociaal immigratiebeleid, een sociaal minderhedenbeleid en een sociaal emancipatiebeleid. En dit ondanks het feit dat hij onder Kok II staatssecretaris voor vreemdelingenzaken was en toen de meeste strenge maatregelen tegen de immigranten heeft doorgevoerd die dus in wezen geen ander beleid voorstaat dan Wilders.
Of de bourgeoisie er werkelijk in slaagt om een solide politieke opstelling te bewerkstelligen die het mogelijk maakt om de kolossale bezuinigingen door te voeren valt nog te bezien. Ze beschikt traditioneel over verschillende instrumenten om de loop van de verkiezingen te manipuleren en de uitslag een bepaalde richting op te sturen, zoals verkiezingpeilingen, stemmingmakerij, media, enzovoort.
Maar de periode van de ontbinding, waarin we nu verkeren, ontaarden onderlinge meningsverschillen binnen de bourgeoisie snel tot allerlei afsplitsingen en tot het ontstaan van zogeheten populistische partijen, die heel erg spelen op de onderbuikgevoelens onder de kiezers. Het gevolg hiervan is dat het spectrum van politieke partijen de laatste jaren nogal instabiel is geworden: bestaande partijen die het ene moment nog bijna 40 zetels binnenhalen, worden twee jaar later tot de helft gereduceerd. Nieuw gevormde partijen verwerven binnen de kortste keren een aanhang die hen tot één na de grootste partij van het land maken.
Met name de nieuw gevormde partijen, zoals de LPF in 2002 en door de PVV in 2010, weten zo goed in te spelen op de angst onder de bevolking voor de onbeheersbare stroom van immigranten, welke ons land dreigt te overspoelen, dat ze binnen de kortste keren hun aanhang zien vervijfvoudigen. Het is gevolg is dat het politieke toneel in Nederland volkomen dreigt te versplinteren, en de samenstelling van welke regeringsploeg dan ook een steeds onmogelijkere opgave dreigt te worden voor de bourgeoisie in Nederland.
Als de PvdA (en de kleine linkse partijen in haar voetspoor) zich afzetten tegen Wilders, deze proberen in het verdomhoekje te zetten en af te schilderen als een mogelijke bedreiging voor de democratische rechten van de minderheden, dan betekent dat nog niet dat links minder gevaarlijk zou zijn. Voor de arbeidersklasse vormt links net zo’n groot gevaar als rechts, al is dat om hele andere redenen. Want als de rechterfracties de arbeidersklasse zo hard mogelijk aanvallen vanuit de regering is het de taak van de linkse partijen van de bourgeoisie om zich voor te doen als de werkelijke verdedigers van de belangen van de arbei-dersklasse en haar verschillende fracties, zoals de immigranten.
De PvdA en de SP doen zich voor als arbeiderspartijen, voortgekomen uit de arbeidersklasse, met een lange arbeiderstraditie en met als taak om de verdediging van de levensomstandigheden van de arbeiders (inclusief de immigranten) op zich te nemen. Maar niets is wat het lijkt te zijn. De linkse partijen zijn burgerlijke partijen, die zich genesteld hebben in de rangen van de arbeidersklasse, hebben als belangrijkste taak de arbeidersklasse te binden aan de burgerlijke staat door ze in haar - vaak ook ‘buitenparlementaire’ – campagnes mee te lokken teneinde ze iedere vier jaar hun stem te doen uitbrengen op hen.
Nu de PvdA, vanwege de diepe economische crisis, geen echt sociaal alternatief meer kan bieden voor de bezuinigingsplannen van rechts, is de enige partij die de rol van radicale oppositie – van geloofwaardige linkse oppositie – nog kan spelen is de SP. Want deze partij zal, net als de PVV van Wilders en bijna net zo populistisch – wel allerlei ‘sociale’ aspecten in haar verkiezingsprogramma kunnen opnemen in de wetenschap dat ze op landelijk niveau toch nooit aan enige regering zal deelnemen. Omdat ze niet voorbestemd is regeringsverantwoordelijkheid te dragen, zal ze zichzelf niet gemakkelijk ontmaskeren en haar geloofwaardigheid niet snel verliezen.
Hoe de SP haar ‘sociaal’ alternatief momenteel, niet alleen in het parlement, maar ook ‘buitenparlementair’ voor het voetlicht brengt, kunnen we zien aan de acties van de schoonmakers. De SP is, in en naast de FNV, met in haar kielzog de verschillende kleine linkse groeperingen, al een aantal maanden bezig zich op te werpen als de belangrijkste verdediger van de belangen van de schoonmakers. Deze fractie van de arbeiders, voor het overgrote deel immigranten en daardoor relatief veel illusies in de vakbonden en links, voeren nu al enkele maanden actie voor een salarisverhoging van 2% en reiskostenvergoeding. Door de schoonmakers vooral voor te stellen als een gediscrimineerde groep, die niet het respect krijgen dat ze verdienen, worden deze gemakkelijk geïsoleerd gehouden van hun klassebroeders.
Zo houdt de SP, tezamen met de FNV, de schoonmakers aan ’t lijntje en voert ze in een doodlopend straatje van ‘radicale’ en spectaculaire acties. Iedereen die de acties van de schoonmakers goed gevolgd heeft, kan echter zien dat de SP op geen enkele manier opkomt voor de belangen deze arbeiders. De strijd van de schoonmakers is voor haar slechts een middel om arbeidersklasse te doen verstaan niet alleen dat je de strijd slechts met en achter de FNV met succes vol kunt houden, maar ook dat de SP de enige partij is die in het parlement werkelijk tegenwicht kan bieden aan de komende bezuinigingen.
We moeten ons echter niet laten meevoeren in welke burgerlijke campagne dan ook: parlementair of buitenparlementair dan ook. De arbeidersklasse kan zich niet verlaten op de burgerlijke partijen, hoe radicaal ze zich ook voordoen in de huidige verkiezingscampagne, ook niet als ze zich arbeiderspartijen of links noemen. Ze moet op haar eigen kracht vertrouwen, zelfstandig de strijd aangaan en de strijd zelf in handen houden, tegenover alle manipulaties van links en de vakbonden in. Dat is de enige manier waarop ze haar belangen werkelijk kan verdedigen tegen de reusachtige bezuinigingen die op haar afkomen.
Dixoff / 20.04.2010
In het voorgaande deel van deze artikelenreeks hebben we laten zien dat de bruisende klassestrijd van het proletariaat aan het eind van de jaren 1960, de zoektocht naar een werkelijk revolutionair perspectief in het anarchistisch milieu een impuls had gegeven aan de heropkomst van proletarische stromingen. Als uitdrukking van deze poging tot bewustwording in het proletariaat, werden deze proletarische stromingen ertoe aangezet om afstand te nemen van bepaalde politieke standpunten van de organisaties van het officiële anarchisme. In het voorgaande deel van deze artikelenreeks hebben we laten zien dat de bruisende klassestrijd van het proletariaat aan het eind van de jaren 1960, de zoektocht naar een werkelijk revolutionair perspectief in het anarchistisch milieu een impuls had gegeven aan de heropkomst van proletarische stromingen. Als uitdrukking van deze poging tot bewustwording in het proletariaat, werden deze proletarische stromingen ertoe aangezet om afstand te nemen van bepaalde politieke standpunten van de organisaties van het officiële anarchisme. Het hele anarchistische milieu na 1945 werd overheerst de burgerlijke staat, als iets dat onderhorig aan haar was; daarom zochten deze politieke groepen toenadering tot het Linkskommunisme, met name het radenisme.
Vandaag, drie decennia later, openbaart het failliete kapitalistisch systeem het doodlopende straatje van barbarij, waarin het de mensheid opsluit en waarin het proletariaat, geleidelijk aan, terug de weg opgaat van de strijd en probeert een revolutionair perspectief te doen ontluiken. In deze historische situatie neigen er, in het milieu dat zich beroept op het anarchisme, in haar debatten steeds duidelijker twee totaal verschillende standpunten tot uitdrukking te komen.
Een verheldering in het anarchistisch milieu
Het belang van deze debatten wordt belicht door het feit dat hij de imperialistische oorlog betreft en de fundamentele beginselen van het proletariaat, zoals dat van het internationalisme, een beginsel dat bepalend is of een groep behoort tot het kamp van de arbeidersklasse tegenover de bourgeoisie.
Laten wij even de standpunten, die tot uiting komen in het anarchistisch milieu, doorlopen aan de hand van twee voorbeelden:
– Enerzijds hebben we het standpunt van de KRAS, dat zich baseert op een authentiek internationalistisch standpunt. Met betrekking tot de oorlog in Georgië in 2008 stelden ze: “De belangrijkste vijand van de eenvoudige mensen is niet de broeder of zuster aan de overkant van de grens of die van aan andere nationaliteit. De vijanden zijn de leiders, de bazen van allerlei slag, de presidenten en ministers, de zakenlui en de generaals, allen die oorlogen veroorzaken om hun macht en rijkdommen te veilig te stellen. Wij roepen de arbeiders van Rusland, Ossetië, Abchazië en Georgië op om het juk van het nationalisme en de vaderlandsliefde af te gooien en om hun woede te richten tegen de leiders en de rijken, aan welke kant van de grens die zich ook bevinden”. (1)
– Aan de andere kant bevindt zich de OCL (Organisation Communiste Libertaire) dat in verband met Irak opriep tot : “materieel en financieel ondersteunen van de (…) de progressieve krachten die zich verzetten tegen de bezetting”, wier “beperkte militaire middelen het toch toestaan om enkele 'bevrijde zones' te organiseren in de volkswijken waar het Amerikaanse leger zich niet waagt te vertonen”, terwijl “in de landen, die naast de Verenigde Staten troepen in Irak hebben,vooral vele landen van de Europese Unie inbegrepen (...), de fundamentele taak er in bestaat om de regering te confronteren om de terugtrekking te verkrijgen, door het blokkeren van het transport van troepen en militair materieel”. (2) Het gaat hier dus niet om een eenvoudige tactische kwestie om eenzelfde doel te bereiken, zoals sommige libertairen ons graag willen wijsmaken.
De stellingname van de KRAS brengt het belang tot uitdrukking van het proletariaat om als universele klasse te strijden tegen de verdelingen in kleur, nationaliteit, cultuur of religie, die hun wordt opgedrongen door het kapitalisme om hen te onderdrukken. Het andere standpunt levert steun aan het 'verzet' van het volk van Irak, Libanon, enzovoort; met andere woorden: aan bepaalde sectoren van de bourgeoisie. Dit standpunt vormt in twee opzichten een verraad aan het internationalisme: niet alleen ten opzicht van de proletariërs van de grootmachten voor wie men de werkelijkheid van tegenstellingen tussen de imperialistische haaien verdoezelt en wat er werkelijk op spel staat; maar ook tegenover de proletariërs die opgeroepen worden om zich te onderwerpen aan de imperialistische oorlog en zich de dood te laten injagen voor de verdediging van imperialistische belangen van hun eigen bourgeoisie. De verdwijning van de blokken na 1989 heeft noch het imperialisme noch de oorlogszuchtige houding van het merendeel van de vertegenwoordigers van het 'officiële' anarchisme, van de AF (Anarchistische Federatie) tot de Alternative Libertaire, doen veranderen!
Deze twee genoemde standpunten hebben niets gemeenschappelijks: zij drukken klasse-standpunten uit die diametraal tegengesteld zijn en volledig tegenover elkaar staan. Ze worden gescheiden door een klasse-grens.
Het blijkt duidelijk dat het anarchisme een plaats is waar openlijk burgerlijke nationalistische en proletarisch internationalistische standpunten met elkaar in botsing komen. In deze confrontatie tussen twee tegenstrijdige tendensen bekleedt het vraagstuk van de oorlog in het Midden-Oosten een belangrijke plaats. Nadat in het libertaire milieu, de onvoorwaardelijke verdediging van de Palestijnse zaak decennia lang onverdeeld heerste, is dit idee niet langer vanzelfsprekend. Een deel van diegenen die zich op het anarchisme beroepen, begint de standpunten die tot dan toe klassiek werden ingenomen, in twijfel te trekken en er zich van af te keren. Zo kunnen wij in een artikel dat het vraagstuk aansnijdt 'Waarom wij nooit de Hezbollah, de Hamas of om het even welke groep van het 'anti-imperialistische verzet zullen steunen', van Non Fides lezen:
“Hoe kan de meerderheid van uiterst links en een deel van de libertaire beweging zich solidair verklaren met deze totalitaire en ultra-religieuze partijen? Deze solidariteit is er een van het 'anti-imperialisme van de imbecielen' (…) De betreurenswaardige politiek van het Israëlische opperbevel zet hen ertoe aan om het even welke vorm van protest van deze oorlogszuchtige politiek dan ook te ondersteunen. Zelf als dat ertoe leidt dat zij daarvoor bondgenootschappen moeten aangaan met de politieke islam, de ultra-religieuzen, de nationalisten en soms uiterst-rechtse neo-nazi's”. (3) Sommigen slagen er in om, ten opzichte van het Midden-Oosten, een duidelijk internationalistisch standpunt van het proletariaat in te nemen. Zo kon men bij een anarchistische affichecampagne in België lezen dat: “Van Gaza in Palestina tot Nasiriya in Irak, van Kivu in Kongo tot Grozny in Tsjetsjenië, zijn de bloedbaden van mensenlevens dagelijkse kost. Onder de verschillende vormen, die het kapitalisme tot in alle uithoeken van de wereld aanneemt, verwoest het volledige zones door hongersnood, ontbering, vervuiling, oorlog. (…) Zich te weer stellen tegen een oorlogslogica tegen een heel 'volk' door de terreur van de Israëlische staat, doet slechts vergeten dat er voor de verworpenen van Gaza, net zoals de uitgebuiten van Tel Aviv, er slechts één mogelijkheid overblijft om er uit te geraken: te strijden tegen elke autoriteit, of die nu de vorm aanneemt van de Israëlische soldaat of van de Palestijnse politie, van de religieuze dwangbuis (…), van het maatpak van de democratische kapitalisten en de woekeraars (…) Het wordt hoog tijd om tegenover de oorlogen tussen de staten, tussen de religies, tussen de etnische groepen, de sociale oorlog te stellen tegen alle vormen van uitbuiting en overheersing”. (4).
Wanneer opvattingen, die zo volkomen vreemd zijn voor elkaar, als het internationalisme en de toegevingen aan het nationalisme tegenover elkaar staan in eenzelfde stroming of in eenzelfde organisatie, verbiedt hun onverzoenlijke aard elk samenwerking en maakt elke eenheid onmogelijk. Daarom steunen wij zonder reserve de KRAS-AIT in zijn strijd voor de verwerping van 'culturalistische en etno-identitaire' opvattingen (die op niets anders zijn dan een uitdrukking van nationalisme), onverzoenbaar met de doelstellingen van de sociale revolutie.
Naar het evenbeeld van de gebeurtenissen, die zich voordeden op de schaal van deze organisatie, moet het hele libertaire milieu het proces van opklaring en verheldering aangaan om die elementen, die zich wijden aan de revolutionaire strijd, te scheiden van de verdedigers van de burgerlijke orde. De anarchistische militanten, die gehecht zijn aan het internationalisme, hebben heel wat meer gemeen met de groepen van de Kommunistische Linkerzijde, zoals het feit dat ze tot hetzelfde proletarische kamp en de revolutie behoren, dan met de rest van de 'libertaire familie'. Vandaag vereist de cruciale inzet, waarbij het bestaan van de mensheid bedreigd wordt door het voortbestaan van het kapitalistisch systeem, van allen die zich beroepen op het internationalisme en de wereldwijde klassenstrijd van het proletariaat, dat zij – afgezien van hun oorspronkelijke politieke horizon – toenadering zoeken en gaan bijdragen om samen te werken aan de zaak die zij gemeenschappelijk hebben.
De verdediging van een 'Derde Front', een verwarrende formule
Het is ook nuttig om op te helderen wat zich verbergt achter het gebruik in het anarchistische milieu van dezelfde termen voor standpunten die diametraal tegenover elkaar staan. Dat is het geval voor de oproep tot de verdediging van een 'derde front' of een 'derde kamp' in de imperialistische conflicten. Wanneer dit standpunt geformuleerd wordt door de KRAS bijvoorbeeld, stemt dat ongetwijfeld overeen met het internationalistische standpunt dat de noodzaak verdedigt van de gemeenschappelijke strijd van het proletariaat, dwars door de nationale verdelingen heen, tegen alle bestaande burgerlijke kampen. Hier gaat het om het enige echte revolutionaire en proletarische standpunt dat ingenomen kan worden.
Voor de organisaties van het officiële anarchisme daarentegen betekent 'de verdediging van een derde kamp' niets anders dan een formule, die bestemd is om de uitgebuite klassen te ronselen voor een van de hoofdrolspelers in de logica van de keuze voor een imperialistisch kamp. Een dergelijk voorbeeld wordt ons geleverd door hun standpunt over de Israëlische tussenkomst in Libanon in de zomer van 2006. Waarover gaat het hier in werkelijkheid als de FA beweert:
“In deze bloedige militaire escalatie, tussen enerzijds de imperialistische krachten van de Verenigde staten en Israël en anderzijds de reactionaire militia van de politieke islam, hebben de arbeider(ster)s, en meer in het algemeen de bevolkingen van deze regio, niets te winnen maar alles te verliezen (…) [en dat] het als internationalistische arbeider(ster)s, een van de meest dringende taken is steun te verlenen aan de ontwikkeling van een derde kamp, het kamp van de arbeider, in het Midden-Oosten, zowel tegen de imperialistische overheersing als tegen de islamistische onderdrukking”. (5).
Wordt de FA internationalistisch? Absoluut niet! Zij gaat slechts voort aan te zetten tot de keuze voor het Arabisch verzet tegen Israël, maar onder een andere vorm dan die van de direct betrokken hoofdrolspelers! Net zoals bij het Israëlisch-Palestijnse conflict waar zij, volledig gekrenkt, zegt: “de Hamas en de Islamitische Jiha die, profiterend van de corruptie en van het diskrediet van de Fatah van Yasser Arafat en van de verloedering van de PLO aan de macht gekomen zijn middels verkiezingen, maken gebruik van de woede, van de frustratie van de Palestijnse meerderheid en vormen de anti-zionistische strijd zo om tot een religieuze strijd”.
Het pseudo-internationalisme waarmee ze zich uitdost, dient voor haar slechts om publiciteit te maken voor een politieke leiding van het 'verzet' met een niet-religieus gezicht. De anti-zionistische strijd, ja, maar niet met de islamisten van de Hezbollah of van de Hamas! Voor de FA is het 'derde kamp' dat van de’niet-religieuze en democratische’ partijen van burgerlijk links waarvoor zij de arbeiders probeert te ronselen.
In dezelfde geest beweert AL (Alternative Libertaire) zonder omwegen:
“Het Libanese volk zal een weg vinden van verzet tegen het Israëlisch imperialisme, en zich ontdoen van de inmenging van de Syrische staat en de religieuze reactie, gedeeltelijk in de gedaante van de Hezbollah. Het is dramatisch dat deze achterlijke organisatie zo overheersend is in het Libanese verzet tegen de Israëlische agressie”. Zo bevindt de gelijknamige AL in Libanon zich in het gezelschap van de 'traditionele en confessionele politieke partijen' van de 'stroming van 14 maart', die gekwalificeerd wordt als: “relatief vernieuwende beweging die perspectieven kan openen voor een andere toekomst voor Libanon” tegengesteld aan die van de “corrupte lieden van de Syrische overheersing en degenen die verlangen naar het zwarte verleden van Libanon”.(7). Het anarcho-chauvinisme hoeft niet jaloers te zijn op het patriottisme van zijn burgerlijke vrienden en dient hen als leverancier van kanonnenvlees in de strijd dat de heersende klasse uiteenrijt!
In het laatste deel van deze serie zullen wij het onderschatte, maar daarom niet minder belangrijke, vraagstuk van het 'a-nationalisme' behandelen, dat verschillende anarchistische elementen voorstaan en verdedigen, en dat zij dikwijls stellen tegenover het 'internationalisme'.
Scott
Voetnoten
(1) Federatie voor Opvoeding, Wetenschap en Technische arbeiders, KRAS-AIT.
(2) Courant Alternatif, n°154.
(3) Non Fides nr. 2, september 2008.
(4) Affiche "In Gaza zoals elders...”, getekend 'De Anarchisten', begin 2009 verspreid in België.
(5) Union Locale de Besançon, Syndicat CNT interco 39, FAU-IAA Boers (Duitsland), Fédération Anarchiste Francophone, 28 juli 2006.
(6) Alternative Libertaire, 18 augustus 2006.
(7) Alternative Libertaire, nr. 154.
In Griekenland is de woede onmetelijk en staat de toestand op barsten. Op ditzelfde moment brengt de Griekse staat het proletariaat verschrikkelijke slagen toe. Alle generaties van arbeiders worden volop getroffen. De arbeiders uit de privé-sector, de ambtenaren, de werklozen, de gepensioneerden, de precaire studenten... niemand wordt ontzien. De arbeidersklasse wordt bedreigd met een totaal wegzinken in de ellende. Tegenover deze aanvallen ziet het proletariaat niet lijdelijk toe.
Arbeiders komen op straat, staken en tonen op die manier dat ze niet bereid zijn om zonder morren de opofferingen te aanvaarden die het kapitaal vereist.
Maar op dit moment slaagt de strijd er niet in om zich op massale wijze te ontwikkelen. De arbeiders van Griekenland beleven moeilijke uren. Wat te doen als alle media en alle politieke verantwoordelijken beweren dat er geen andere oplossing is dan de broekriem aan te halen om het land te redden van het bankroet? Hoe verzet bieden aan de moloch van de staat? Welke strijdmethoden moeten ingezet worden om de krachtsverhouding te doen overhellen naar de uitgebuiten?
Al deze vragen dringen zich niet alleen op aan de arbeiders in Griekenland, maar aan die van de hele wereld. Men hoeft trouwens zich geen enkele illusie te koesteren omtrent de 'Griekse tragedie', want het is slechts een voorproefje van wat alle arbeiders overal ter wereld te wachten staat. Zo zijn er reeds 'Bezuinigingstherapieën op zijn Grieks’ aangekondigd o.m. in Portugal, Roemenië, Japan en Spanje (waar de regering onlangs het loon van de ambtenaren met 5% heeft verlaagd!). Alle deze aanvallen, die tegelijkertijd plaatsvinden, laten nog eens een keer zien dat de arbeiders, wat ook hun nationaliteit moge zijn, één enkele klasse vormen die overal dezelfde belangen en dezelfde vijanden heeft. De bourgeoisie laat het proletariaat de zware ketens dragen van de loonarbeid, maar deze ketens verbinden alle arbeiders van alle landen, over de grenzen heen.
In Griekenland zijn het momenteel onze klassenbroeders die aangevallen worden en die met pijn en moeite begonnen zijn de strijd op te nemen. Hun strijd is ook de onze.
Laten wij alle verdelingen weigeren die de bourgeoisie ons probeert op te dringen. Tegenover het oude beginsel van de heersende klassen 'verdeel en heers', moeten wij de leuze stellen die de uitgebuiten verbindt: 'Arbeiders aller landen, verenigt U!'.
In Europa proberen de verschillende nationale bourgeoisieën de arbeiders te doen geloven dat zij vanwege Griekenland de broekriem aan moeten halen. De oneerlijkheid van de Griekse verantwoordelijken die het land tientallen jaren op krediet hebben laten voortbestaan en de openbare financiën vervalst hebben, zouden de voornaamste oorzaak zijn van een 'internationale vertrouwenscrisis’ van de euro. De regeringen gebruiken dit valse voorwendsel allemaal om de noodzaak van het terugbrengen van de begrotingen en het aanvaarden van drastische bezuinigingsplannen te rechtvaardigen.
Alle officiële partijen in Griekenland, de Communistische Partij voorop, wakkeren nationalistische gevoelens aan en steken de verantwoordelijkheid voor de aanvallen op 'buitenlandse krachten'. 'Weg met het IMF en de Europese Unie', 'Weg met Duitsland', zijn de leuzen die worden geroepen door links en uiterst links, die op die manier het Griekse nationale kapitaal opzettelijk de wind uit de zeilen nemen.
Als in de Verenigde Staten de beurzen dalen zou dat de schuld zijn van de instabiliteit van de Europese Unie; als de bedrijven sluiten zou dat de schuld zijn van de zwakte van de euro, die de dollar en de uitvoer tegenwerkt ...
Kortom, iedere nationale bourgeoisie beschuldigt haar buurman en oefent op het proletariaat, dat ze uitbuit, een schandelijke chantage uit: ‘accepteer de opofferingen want anders wordt het land verzwakt en zullen de concurrenten er van profiteren’. De heersende klasse probeert het nationalisme, een werkelijk vergif voor de strijd, in te spuiten in de aders van de arbeiders.
Deze wereld, die verdeeld is in concurrerende naties, is niet de onze. De proletariërs hebben niets te winnen door zich vast te ketenen aan het kapitaal van het land waar zij wonen. Vandaag, in naam van de 'verdediging van de nationale economie', opofferingen slikken, komt enkel neer op de voorbereiding van andere, nog grotere opofferingen morgen.
Als Griekenland op de rand van de afgrond staat, als Spanje, Italië, Ierland, Portugal op het punt staan om te volgen, als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten in de storm zitten, dan komt dat omdat het kapitalisme een wegkwijnend systeem is. Alle landen zijn ertoe veroordeeld om onvermijdelijk weg te zinken in dit moeras. Sinds 40 jaar is de wereldeconomie in crisis. De recessies volgen elkaar op. Enkel een vertwijfelde vlucht naar voren in de schuldenlast heeft het kapitalisme, tot nog toe, in staat gesteld om nog wat groei door te maken. Vandaag staan de huishoudens, de ondernemingen, de banken, de staten allemaal in het rood. Het bankroet van Griekenland is slechts een karikatuur van het algemene en historische failliet van dit systeem van uitbuiting.
De aangekondigde bezuinigingsplannen betekenen een frontale en algemene aanval op de levensomstandigheden. Het enige mogelijke antwoord is dus een massale beweging van de arbeidersklasse. Het is onmogelijk ze het hoofd te bieden door te strijden in zijn eigen bedrijf, zijn eigen school of kantoor, alleen, geïsoleerd, met een handjevol. Massaal strijden is een noodzaak, willen wij niet worden verpletterd en herleid tot een hoopje ellende.
Maar wat doen de vakbonden, die officiële ‘specialisten’ van de strijd'? Zij organiseren stakingen in verschillende bedrijven... zonder ooit een poging doen om ze te verenigen. Zij houden op actieve wijze het corporatisme in stand, door de arbeiders van de openbare sector en die van de privé tegen elkaar op te zetten. Zij laten de arbeiders opdraven van de ene steriele actiedag naar de andere. Het zijn in feite de 'specialisten in de verdeling van de arbeiders'! Ze maken zelfs gebruik van het nationalisme. Eén enkel voorbeeld: de leuze die sinds half maart het meest gescandeerd werd in de betogingen van de GSEE (de Griekse ‘stalinistische’ vakbond) is... 'koop Grieks'!
Als je de vakbonden volgt dan betekent dat te allen tijde dat je de weg opgaat van verdeling en nederlaag. De arbeiders moeten dus hun strijd in eigen hand nemen, door zelf algemene vergaderingen te organiseren, door collectief te beslissen over de ordewoorden en de eisen, door afgevaardigden te kiezen die op elk moment afzetbaar zijn en door via massale delegaties te gaan discussiëren met de dichtstbijzijnde arbeiders in de bedrijven, de kantoren, de scholen, en in de nabijgelegen ziekenhuizen... om hen aan te moedigen om zich bij de strijd aan te sluiten.
Aan de vakbonden voorbijgaan, de strijd in eigen handen durven nemen, de stap zetten om andere klassenbroeders te gaan opzoeken... dat kan heel moeilijk lijken. Het is één van de huidige belemmeringen voor de ontwikkeling van de strijd: het proletariaat mist vooral het vertrouwen in zichzelf. Het beseft nog niet welke formidabele kracht het in zich heeft. Op dit moment werken de aanvallen van het kapitaal, de wreedheid van de economische crisis en het gebrek aan zelfvertrouwen van het proletariaat, verlammend. Het arbeidersverzet, zelfs in Griekenland, staat nog ver van wat de ernst van de toestand vereist. Nochtans behoort de toekomst aan de klassenstrijd. Het perspectief tegenover de aanvallen is de ontwikkeling van steeds een massalere strijd.
Sommigen vragen ons: ‘Waarom zou je een dergelijke strijd voeren? Waartoe leidt dat? Aangezien het kapitalisme bankroet is, is er geen werkelijke hervorming mogelijk. Er is dus geen uitweg’. Inderdaad, binnen dit systeem van uitbuiting is er geen uitweg. Maar collectief strijden en weigeren om als honden te worden behandeld, is ook strijden voor onze waardigheid. Het houdt ook in dat de arbeidersklasse zich er van bewust wordt dat solidariteit in deze wereld van uitbuiting nog bestaat en dat ze er toe in staat is om dit onschatbare menselijke gevoel te doen leven. De mogelijkheid van een andere wereld begint te dagen, een wereld zonder grenzen of vaderland, zonder uitbuiting of ellende, een wereld die gericht is op de mensen en niet op de winst. De arbeidersklasse kan en moet zelfvertrouwen krijgen. Zij alleen kan deze nieuwe maatschappij opbouwen en de mensheid met zichzelf verzoenen door over te schakelen van het 'rijk van de noodzaak naar dat van de vrijheid' (Marx)!
Het kapitalistisch systeem is bankroet.
Maar een andere wereld is mogelijk: het communisme!
Op 3 maart jongstleden vonden er gemeenteraadsverkiezingen plaats. In Rotterdam was het een nek aan nek race tussen Leefbaar Rotterdam en de PvdA. Aan het einde van de dag bleek de PvdA als grootste partij uit de bus te komen. Ze had net iets meer stemmen gehaald dan Leefbaar Rotterdam: 28,8% van de stemmen voor de PvdA en 28,6% voor Leefbaar Rotterdam.
Maar toen verschenen er in de media en zelfs op de televisie allerlei berichten over onregelmatigheden in de stemlokalen. Mensen zouden regelmatig met z’n tweeën in een stemhokje hebben gestaan. Iemand anders zou tweemaal in twee verschillende stemlokalen zijn stem hebben uitgebracht.
Op grond van deze onregelmatigheden vroeg Leefbaar Rotterdam een hertelling van de stemmen aan. Na enige aarzeling besloot burgemeester Aboutaleb gehoor te geven aan dit verzoek.
Op 11 maart werden alle uitgebrachte stemmen van Rotterdam opnieuw onder de loep genomen. 400 ambtenaren waren vrijgemaakt om van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat alle stembriefjes te controleren op ongeldigheid en ze te hertellen. Na afloop van deze hele operatie oordeelde de betrokken commissie dat er weliswaar ruim tweeduizend incidenten in stemlokalen hadden plaatsgevonden, maar dat die niet tot een nieuwe zetelverdeling leidde. Met andere woorden: de controle van de stembiljetten en de hertelling ervan veranderde niets aan de uitslag. Zowel de PvdA als Leefbaar Rotterdam hadden 14 zetels binnengehaald in de gemeenteraad en dat bleef zo.
Wat was dan de bedoeling van deze hele operatie in Rotterdam? Niet alleen dat stemmen geen carnaval is en dat de bourgeoisie volgende keer zal laten zien dat stemmen een serieuze gelegenheid is. Maar vooral dat iedereen ervan moet doordrongen raken dat het van wezenlijk belang is om te gaan stemmen: Want het gebeuren laat zien dat iedere stem telt en dat jouw stem zelfs beslissend kan zijn voor wie wint en wie verliest.
In februari begonnen de 'geallieerde' strijdkrachten in Afghanistan aan een nieuw offensief tegen de Taliban, dat de naam “Operatie Moshtarak” meekreeg. De vooropgestelde bedoeling van de operatie was de Taliban uit de Marjaregio in de provincie Helmand te verdrijven. Britse troepen speelden een sleutelrol in de operatie, naast troepen van de VS en Afghanistan.‘Moshtarak’ zou de eerste van een reeks nieuwe operaties zijn die zouden moeten leiden tot een stabielere controle over heel Afghanistan, waardoor de opstand van Taliban eindelijk tot een eind gebracht zou worden. In februari begonnen de 'geallieerde' strijdkrachten in Afghanistan aan een nieuw offensief tegen de Taliban, dat de naam “Operatie Moshtarak” meekreeg. De vooropgestelde bedoeling van de operatie was de Taliban uit de Marjaregio in de provincie Helmand te verdrijven. Britse troepen speelden een sleutelrol in de operatie, naast troepen van de VS en Afghanistan. ‘Moshtarak’ zou de eerste van een reeks nieuwe operaties zijn die zouden moeten leiden tot een stabielere controle over heel Afghanistan, waardoor de opstand van Taliban eindelijk tot een eind gebracht zou worden.
De Britse troepen hebben ondertussen nieuwe gedrags- of gevechtsregels opgedragen gekregen,“Moedige terughoudendheid” geheten. Dit betekent dat het dappere Britse leger grootmoedig beslist heeft minder zware artillerie te gebruiken in bewoonde gebieden. Het idee daarachter is dat de Afghaanse bevolking, als ze wat minder zonder onderscheid afgeslacht wordt, de geallieerden dankbaar zal zijn en zich achter de regering Karzai zal scharen.
De geallieerden proberen over te stappen van het gebruik van blind geweld naar een genuanceerdere strategie die erop gericht is de “harten en geesten” van de Afghaanse bevolking voor zich te winnen. De brutaliteit van de bezetting wordt duidelijk gemaakt door een afschuwelijk incident (in Groot-Brittannië alleen door The Times gerapporteerd) – de zogenaamde afslachting van verschillende kinderen door VS-troepen in december 2009 in de provincie Nurang: “Onderzoekers van de Afghaanse regering zeggen dat acht schoolkinderen werden gedood, op één na alle van dezelfde familie. Buurtbewoners zeggen dat sommige slachtoffers handboeien aankregen voor ze gedood werden.” Deze gruweldaad leidde tot anti-Amerikaanse betogingen in Kabul, net als talrijke eerdere schietpartijen 'per vergissing', executies, raketaanvallen en luchtraids tegen burgers.
Ondanks de nieuwe politiek van ‘terughoudendheid’ worden nog steeds zware wapens gebruikt. Tijdens de eerste dagen van ‘Moshtarak’ vernielde een raket een huis, waarbij twaalf personen, waaronder zes kinderen, gedood werden. Eerst verontschuldigden de VS zich uitvoerig en gaven ze de schuld aan technische problemen, maar daarna was daar geen sprake meer van en werd dat vervangen door de bewering dat het huis door de Taliban gebruikt werd. Dit is natuurlijk het logische gevolg van het feit dat de geallieerden de plaatselijke bevolking aanraden in hun huizen te blijven als de aanvallen plaatsvinden. Via uitgestrooide pamfletten werden de bewoners gewaarschuwd geen schuilplaats te geven aan militanten van de Taliban.
Wat ook de feiten achter dit incident zijn, het is duidelijk dat onschuldige burgers eens te meer de echte slachtoffers zijn van het conflict. Als ze geen weerstand bieden aan de gewapende strijders die hun huizen proberen binnen te dringen, dan worden ze ‘gewettigde’ doelwitten voor de raketten van de VS.
Dat wil niet zeggen dat de Taliban zelf 'terughoudendheid' aan de dag leggen bij het doden van burgers. Verre van dat. Volgens de VN-missie in Afghanistan waren er in 2009 2412 burgerslachtoffers, plus nog eens 3566 gewonden. 67% daarvan waren er direct toe te schrijven aan regeringsvijandige strijdkrachten (d.w.z. de Taliban), 25% aan regeringsgezinde troepen, van de rest is het onduidelijk gebleven.
Vooruitzichten op succes
Afgezien van de verschillende sterkte van de krachten op het strijdtoneel is er geen reden om te veronderstellen dat de “Operatie Moshtarak” spoedig beëindigd zal worden. We hebben dit al eerder meegemaakt. De eerste uitgave van de Taliban werd ruimschoots verpletterd door het eerste offensief van de VS in 2001. Dat heeft de Taliban er niet van weerhouden zich opnieuw te vormen en opnieuw de marionettenregering van Karzai te belagen. De heropkomst van de Taliban is juist deels te verklaren vanuit de grootschalige corruptie en de misdadigheid van het regime van Karzai.
In een recente enquête van Oxfam in Afghanistan “beschouwde 70% van de ondervraagden armoede en werkloosheid als de voornaamste drijfveren van het conflict. Bijna de helft van de ondervraagden zei dat corruptie en inefficiëntie van de regering de hoofdredenen waren voor het voortduren van de gevechten, terwijl 36% zei dat de opstand van de Taliban de schuldige was.”
De verschrikkelijke armoede van de meeste gewone Afghanen zit ingebakken in de 40% werkloosheid, een rekruteringspool voor de Taliban. Wat de corruptie betreft, die wordt in sommige enquêtes zelfs als een groter probleem gezien dan geweld en armoede. Smeergeld loopt op tot zo'n 23% van het Bruto Binnenlands Product van Afghanistan (en is ongeveer evenveel waard als de opiumteelt). En het zijn zeker niet alleen Afghanen die met hun handje open staan, driekwart van de corruptieonderzoeken wijst naar Westerlingen.
In plaats van bij te dragen tot een oplossing van de diepgewortelde problemen, leidt de Westerse aanwezigheid enkel tot het op de spits drijven ervan. Dit machtig mengsel zorgt ervoor dat onrust zal blijven bestaan, los van alle militaire overwinningen en nederlagen.
Dat de armoede speelt een grote rol in het naar de strijdkrachten duwen van jonge mensen wordt buiten Afghanistan ook aangetoond. Dankzij de groeiende werkloosheid heeft het Britse leger voor het eerst in jaren het aantal rekruten ingelijfd dat beoogd wordt. In werkelijkheid wordt de typische Britse soldaat dus naar het slagveld geleid door dezelfde door het kapitalisme gecreëerde ontbering die zijn vijanden van de Taliban treft.
Afghanistan toont de realiteit van oorlog in de periode van het kapitalistisch verval. Bij gebrek aan hoop om in de noden van henzelf en hun families te voorzien, worden de arbeiders en andere uitgebuite lagen in de armen gedreven van de kapitalisten met hun legers en reactionaire milities. Dan slachten de arbeiders met of zonder uniform elkaar af ten dienste van dezelfde heersende klasse die verantwoordelijk is voor hun verpaupering.
De vreselijke omstandigheden van deze conflicten, de indoctrinatie en disciplinering die hen opgelegd wordt om hun natuurlijke menselijke afschuw tegen doden te overwinnen, maken de militairen en strijders onmenselijk tot allerlei brutale slachtpartijen zoals we in Afghanistan zien gebeuren onvermijdelijk worden.
Kommunisten steunen geen enkele zijde in deze conflicten. We klagen de misdaden die door alle zijden begaan worden aan en leggen de werking bloot van de kapitalistische maatschappij waaruit ze voortkomen. Enkel wanneer de uitgebuitenen weigeren zichzelf op te offeren voor hun uitbuiters zal het vooruitzicht om het kapitalisme vervangen door een waarachtig menselijke maatschappij zonder uitbuiting en zonder oorlog in zicht beginnen komen.
Ishamael / 4.3.2010
Wij zijn een groep loontrekkers van verschillende sectoren (spoorwegen, onderwijs, informatica…), van werklozen en van iedereen met een precaire baan. Tijdens de stakingen in Frankrijk, die onlangs plaatsvonden, zijn we ons bijeengekomen in een Interprofessionele Algemene Vergadering – eerst op het perron van een station (Station Oost in Parijs), daarna in een zaal van een Arbeidsbureau. Wij willen op zo’n groot mogelijk schaal de arbeiders van andere steden van de regio Parijs groeperen. Want wij hebben genoeg van de klassensamenwerking van de vakbonden, die ons opnieuw naar de nederlaag hebben geleid. Wij wilden ons zelf organiseren om te proberen de stakende sectoren bijeen te brengen, de staking uit te breiden en dat het de stakers zouden zijn die hun strijd zelf controleren.
Tegenover de sociale oorlog van de kapitalisten moeten de arbeiders een klassestrijd stellen
In Groot-Brittannië, in Ierland, in Portugal, in Spanje, In Frankrijk …. In alle landen worden we hard aangevallen. Onze levensomstandigheden worden slechter.
In Groot-Brittannië heeft de regering Cameron de opheffing aangekondigd 500.000 banen in de openbare sector, 7 miljard pond bezuiniging in de begroting voor sociale zaken, de verdrievoudiging van het inschrijvingsgeld voor de universiteit, enzovoort.
In Ierland gaat de regering Cowen het minimumsalaris per uur met een euro en de pensioenen met 9% verlagen.
In Portugal worden de arbeiders geconfronteerd een recordcijfer aan werkloosheid. In Spanje, houdt de “zeer socialistische” Zapatero maar niet op flink te korten op allerlei soorten werkloosheidsuitkeringen, sociale en medische voorzieningen ...
In Frankrijk gaat de regering maar door onze levensomstandigheden stuk te maken. Na de gepensioneerden, is de gezondheidszorg aan de beurt. De toegang tot de zorg wordt voor de arbeiders steeds moeilijker: steeds meer medicijnen moeten zelf betaald worden, verhoging van de privé-zorgverzekering, vermindering van ligplaatsen in de openbare ziekenhuizen. Zoals de hele openbare sector (de posterijen, de gas en elektriciteitmaatschappij, de telefoonmaatschappijen), worden de ziekenhuizen ontmanteld en geprivatiseerd. Het resultaat is: miljoenen arbeidersgezinnen kunnen zich van nu af aan niet meer laten verzorgen.
Deze politiek is vitaal voor het kapitalisme. Ten opzichte van de crisis en de ineenstorting van hele delen van de kapitalistische economie, vinden de laatsten steeds mindere markten die een bron van winst voor hun kapitaal kan vormen. Ook zijn ze steeds meer gedwongen de openbare diensten te privatiseren.
Maar deze markten zijn beperkter in termen van productieve afzetmarkten zoals de pijlers van de wereldeconomie waren zoals de bouw, de automobiel, de olie …. Ze zullen, zelf in het beste geval, geen nieuw economische opleving meebrengen, die redding brengt.
Ook zal de strijd om de markten. tegen de achtergrond van de ineenstorting, voor de grote internationale trusts steeds meer verbeten worden. Met andere woorden, het zal een kwestie van leven of dood worden voor de investeerders van kapitaal. Om zich te verdedigen verschanst ieder kapitalist zich in deze strijd achter zijn staat. In naam van de verdediging van de nationale economie, zullen de kapitalisten proberen ons mee te slepen in hun economische oorlog.
De slachtoffers van deze oorlog zullen ….. de arbeiders zijn. Want achter de verdediging van de nationale economie, iedere nationale bourgeoisie, iedere staat, iedere baas probeert zijn “kosten” terug te brengen om zijn “concurrentiepositie” te behouden. Concreet zullen ze niet ophouden de aanvallen op te voeren tegen onze levens- en werkomstandigheden. Als we dat laten gebeuren, als we aanvaarden dat ze de broekriem nog strakker aanhalen, zullen de opofferingen nooit een einde kennen. Ze zullen uiteindelijk onze bestaansvoorwaarden in vraag stellen.
Arbeiders, laten we weigeren ons te verdelen in sectoren, corporaties, of nationaliteiten. Laten we weigeren om ons over te leveren aan deze economische oorlog aan deze of gene kant van de grens. Laten we samen strijden en ons in de strijd verenigen! De oproep, gelanceerd door Marx, is meer dan ooit actueel: “Proletariers aller landen, verenigt u”.
Het is aan ons, arbeiders, om de strijd zelf in handen te nemen
Momenteel zijn het de arbeiders van Griekenland, Spanje, de studenten uit Engeland die strijden en die onderworpen zijn aan de regeringen die, of zij nu rechts of links is, in dienst van de heersende klasse staan. En net als in Frankrijk, hebben we te maken met een regering die de werkenden en werklozen, de studenten en scholieren gewelddadig onderdrukt.
In Frankrijk hebben we ons deze herfst willen verdedigen. We waren met miljoenen de straat op gegaan om deze nieuwe aanval eenvoudigweg te weigeren. We hebben gestreden tegen de nieuwe wet en tegen alle bezuinigingsmaatregelen die ons volop raken. We hebben gezegd: “Nee!” tegen de verergering van de precaire werksituatie en de armoede.
Maar de Intersyndicale heeft ons moedwillig naar de nederlaag gevoerd door de uitbreiding van de stakingsbeweging tegen te gaan:
- In plaats van de obstakels van de beroepen en de corporaties te doorbreken om de arbeiders zoveel mogelijk te verenigen, heeft ze de algemene vergaderingen van iedere onderneming uitgesloten voor de arbeiders van elders.
- Ze heeft spectaculaire acties ondernomen om de “economie te blokkeren”, maar niets gedaan om stakingspiketten of vliegende piketten te organiseren die andere arbeiders hadden kunnen overhalen aan de strijd mee te doen. Het zijn de arbeiders en degenen met een precaire baan, die dat gedaan hebben.
- Ze heeft achter onze rug onderhandelt over onze nederlaag, achter de gesloten deuren van de ministeries. De Intersyndicale heeft de wet op de pensioenen nooit afgewezen, ze heeft zelfs steeds maar weer herhaald dat ze “nodig” en “onvermijdelijk” was. Zo te horen zouden we ons tevreden hebben moeten stellen om naast haar te vragen om “meer onderhandelingen tussen de regering, bazen en vakbonden”, “meer aanpassing van de wet voor een rechtvaardige en billijke hervorming ….”
In de strijd tegen alle aanvallen kunnen we alleen maag op onszelf vertrouwen. En wat ons betreft hebben wij in deze beweging de noodzaak verdedigd van de arbeiders om zich te organiseren op hun werkplaats in onafhankelijke algemene vergaderingen, om zich op nationale schaal te verenigen om de stakingsbeweging richting te geven door afgevaardigden te kiezen die op ieder moment teruggeroepen kunnen worden. Alleen een geanimeerde, georganiseerde en gecontroleerde strijd door het geheel van de arbeiders, zowel wat betreft de middelen als betreft de doeleinden, kan de noodzakelijke voorwaarden scheppen om de overwinning te verzekeren.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Wij weten dat het nog niet afgelopen is, de aanvallen zullen blijven doorgaan, de levensomstandigheden zullen steeds moeilijker worden en de gevolgen van de crisis van het kapitalisme zullen alleen maar erger worden. Overal in de wereld moeten we dus de strijd opnemen. Daarvoor moeten we vertrouwen herwinnen in onze eigen kracht:
De algemene vergaderingen moeten niet door de vakbonden geleid worden, maar door de arbeiders zelf.
Sinds een jaar of drie hebben bepaalde anarchistische individuen en groepen en de IKS een aantal obstakels verwijderd door het aan te durven op een open en broederlijke manier in discussie te gaan. De onverschilligheid of het wederzijds afwijzen, a priori en stelselmatig, van het anarchisme en van het marxisme heeft plaats gemaakt voor de wil tot discussie, tot het begrijpen van elkaars standpunten, tot het eerlijk vaststellen van de punten van overeenkomst en verschil.
In Mexico heeft deze nieuwe geestesgesteldheid geleid tot het samen opstellen en ondertekenen van een pamflet door twee anarchistische groepen (de GSL en de PAM (1) ) en een organisatie van de Kommunistische Linkerzijde (de IKS). In Frankrijk heeft de CNT-AIT van Toulouse zopas de IKS uitgenodigd een inleidende uiteenzetting te geven op één van haar publieke bijeenkomsten (2). Ook in Duitsland worden er banden gesmeden. Op basis van deze dynamiek is de IKS een grondig onderzoek begonnen over de kwestie van de geschiedenis van het internationalisme binnen de anarchistische Beweging. In de loop van 2009 hebben we een reeks artikels gepubliceerd onder de titel “De anarchisten en de oorlog” (3).
Het was onze bedoeling aan te tonen dat bij elk imperialistisch conflict een deel van de anarchisten aan de valstrik van het nationalisme ontsnapt was en het proletarisch internationalisme verdedigd had. We toonden aan dat deze kameraden erin geslaagd waren zich verder in te zetten voor de revolutie van het wereldproletariaat, terwijl zich rondom hen chauvinisme en oorlogsbarbarij ontketenden. Wanneer men weet hoe belangrijk het internationalisme is voor de IKS, een ware klassegrens die de revolutionairen die werkelijk strijden voor de bevrijding van de mensheid scheidt van hen die de strijd van het proletariaat verraden, dan beseft men dat deze artikelenreeks niet alleen een kritiek zonder toegevingen was van de oorlogszuchtige anarchisten, maar vooral een groet aan de internationalistische anarchisten!
Ons opzet werd echter niet steeds als dusdanig onderkend. De reeks heeft zelfs bij sommigen tot een tijdelijke verkilling geleid. Enerzijds zagen sommige anarchisten er een aanval in regel in op hun gedachtengoed. Anderzijds begrepen sommige sympathisanten van de Kommunistische Linkerzijde en van de IKS niet waarom wij 'toenadering tot de anarchisten' zochten (4).
Afgezien van enkele onhandigheden in onze artikels die bij enkelen in het verkeerde keelgat kunnen geschoten zijn (5), hebben deze schijnbaar tegengestelde kritieken in feite dezelfde oorsprong. Ze tonen hoe moeilijk het is, over de meningsverschillen heen, de wezenlijke elementen te ontwaren die de revolutionairen samenbrengen.
Degenen die zich beroepen op de strijd voor de revolutie worden traditioneel in twee categorieën ingedeeld : marxisten en anarchisten. Er bestaan inderdaad zeer belangrijke verschilpunten die hen onderscheiden:
Al deze kwesties zijn inderdaad uiterst belangrijk. We hebben de verantwoordelijkheid ze niet uit de weg te gaan, maar er openlijk over te debatteren. Maar daarom lijnen ze voor de IKS nog niet 'twee kampen' af. Concreet stelt onze organisatie, die marxistisch is, dat zij voor het proletariaat vecht aan de zijde van internationalistische anarchistische elementen en tegen de 'kommunistische' en maoïstische partijen (die zich nochtans toch 'marxistisch' uitroepen). Waarom?
Binnen de kapitalistische maatschappij bestaan er twee fundamentele kampen: dat van de bourgeoisie en dat van de arbeidersklasse. We bestrijden en klagen alle politieke organisaties aan die tot het eerste kamp behoren. Wij discussiëren, soms vurig maar steeds broederlijk, en wij proberen samen te werken met alle leden van het tweede. Maar onder hetzelfde label van 'marxisme' verbergen zich organisaties die volstrekt bourgeois en reactionair zijn. En hetzelfde geldt voor het etiket 'anarchistisch'!
Dat is geen holle praat. De geschiedenis wemelt van voorbeelden van 'marxistische' of 'anarchistische' organisaties die met de hand op het hart zwoeren de zaak van het proletariaat te verdedigen om het beter een dolk in de rug te kunnen steken. De Duitse sociaal-democratie noemde zich in 1919 'marxistisch', op hetzelfde moment waarop ze Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht en duizenden arbeiders vermoordde. De stalinistische partijen hebben de arbeidersopstanden in Berlijn in 1953 en in Hongarije in 1956 eveneens in naam van 'kommunisme' en 'marxisme' in bloed gesmoord (maar in feite in het belang van het imperialistisch blok dat door de USSR geleid werd). In Spanje, in 1937, dienden de leiders van de CNT die in de regering zaten als morele rechtvaardiging voor de stalinistische beulen die duizenden... anarchistische revolutionairen afgeslacht en bloedig onderdrukt hebben! Vandaag wordt bv. in Frankrijk de benaming CNT gebruikt door twee anarchistische organisaties, de ene met waarachtig revolutionaire standpunten (CNT-AIT), de andere een puur 'reformistische' en reactionaire organisatie (CNT Vignoles (6).
Het is dus van levensbelang de valse vrienden te lokaliseren die zich achter die 'labels' verbergen.
Maar we mogen evenmin in de tegenovergestelde valstrik vallen en ons alleen op de wereld wanen als exclusieve bezitters van de 'revolutionaire waarheid'. De kommunistische militanten zijn vandaag nog weinig talrijk en er is niets schadelijker dan het isolement. We moeten dus evengoed vechten tegen de nog te grote tendens 'zijn kapelletje', 'zijn familie' (anarchistisch of marxistisch) te verdedigen en tegen de kruideniersmentaliteit die niet op haar plaats is in het kamp van de arbeidersklasse. Revolutionairen zijn elkaars concurrenten niet. Meningsverschillen, onenigheden, hoe diep die ook mogen zijn, zijn een bron van verrijking voor het bewustzijn van de hele arbeidersklasse wanneer ze openlijk en ernstig bediscussieerd worden. Banden smeden en discussiëren op internationaal vlak is een absolute noodzaak.
Maar daarom moeten we wel de revolutionairen (die het perspectief verdedigen van de omverwerping van het kapitalisme door het proletariaat) kunnen onderscheiden van de reactionairen (die op één of andere manier bijdragen aan het voortbestaan van dit systeem), zonder zich enkel op het label 'marxist' of 'anarchist' vast te pinnen.
Voor de IKS bestaan er fundamentele criteria die burgerlijke en proletarische organisaties van elkaar onderscheiden.
De strijd van de arbeidersklasse tegen het kapitalisme ondersteunen betekent tegelijk op onmiddellijke wijze tegen de uitbuiting vechten (tijdens stakingen bv.) en nooit uit het oog verliezen wat de historische inzet is van deze strijd, de omverwerping van dit uitbuitingssysteem door de revolutie. Daarom mag dergelijke organisatie nooit, op welke wijze dan ook ('zelfs op 'kritische' wijze, omwille van 'tactiek' of in naam van het 'minste kwaad'), enige steun verlenen aan een sector van de bourgeoisie - noch aan de 'democratische' bourgeoisie tegen de 'fascistische', noch aan links tegen rechts, noch aan de Palestijnse bourgeoisie tegen de Israëlische bourgeoisie, enz-. Zo'n politiek heeft twee concrete implicaties:
1) het gaat om het afwijzen van elke electorale steun aan, elke samenwerking met de partijen die het kapitalistisch systeem beheren of de verdedigers van één of andere vorm daarvan (sociaal-democratie, stalinisme, 'chavisme', enz.)
2) en vooral gaat het erom, tijdens elke oorlog, een onverzoenlijk internationalisme aan te houden, door te weigeren te kiezen voor het ene of andere imperialistische kamp. Tijdens de Eerste Wereldoorlog net als tijdens alle imperialistische oorlogen van de 20e eeuw hebben alle organisaties die op zoek waren naar een kamp om te verdedigen het terrein van het internationalisme verlaten, hebben ze de arbeidersklasse feitelijk verraden en werden ze definitief opgeslokt door het kamp van de bourgeoisie (7).
Die criteria, die we hier kort uiteenzetten, verklaren waarom de IKS bepaalde anarchisten als strijdmakkers beschouwt, waarom ze met hen wil discuteren en samenwerken, terwijl ze tegelijk andere anarchistische organisaties met kracht aanklaagt.
Zo werken we samen met KRAS (afdeling van de anarcho-syndikalistische AIT in Rusland) door hun internationalistische stellingnamen tegen de oorlog, met name de oorlog in Tsjetsjenië, te begroeten en te publiceren. De IKS beschouwt deze anarchisten, ondanks de meningsverschillen, als waarachtig deel uitmakend van het kamp van het proletariaat. Ze onderscheiden zich inderdaad duidelijk van al die anarchisten en van al die 'kommunisten' (zoals die van de 'kommunistische', maoïstische of trotskistische partijen) die in theorie het internationalisme verdedigen, maar die er in de praktijk tegenin gaan, door in elke oorlog één oorlogvoerend kamp tegen een ander te verdedigen. We moeten niet vergeten dat in 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, en in 1917, tijdens de Russische Revolutie, de meeste 'marxisten' van de sociaal-democratie aan de kant stonden van de bourgeoisie tegen het proletariaat, terwijl de Spaanse CNT de imperialistische oorlog aankloeg en de revolutie steunde ! Tijdens de revolutionaire bewegingen van het einde van de jaren 1910 stonden anarchisten en marxisten die oprecht ijverden voor de proletarische zaak zij aan zij in de strijd, ondanks hun meningsverschillen. In deze periode was er zelfs een poging tot breedschalige samenwerking tussen de marxistische revolutionairen (bolsjewieken, Duitse spartakisten, Nederlandse tribunisten, Italiaanse abstentionisten, enz.) die uit de ontaardende IIe Internationale gestapt waren, en talrijke groepen die zich beriepen op het internationalistisch anarchisme. Een voorbeeld van die gang van zaken was het feit dat een organisatie als de CNT de mogelijkheid heeft onderzocht (maar tenslotte verworpen) om zich aan te sluiten bij de Derde Internationale (8).
Om een recenter voorbeeld aan te halen: zowat overal ter wereld bestaan er in het licht van de actuele gebeurtenissen anarchistische groepen en afdelingen van de AIT die niet alleen een internationalistisch standpunt behouden, maar die ook strijden voor de autonomie van het proletariaat tegen alle ideologieën en alle stromingen van de bourgeoisie:
- deze anarchisten verdedigen de directe en massale strijd alsook de zelforganisatie in algemene vergaderingen en in Arbeidersraden;
- ze verwerpen elke deelname aan het verkiezingscircus en elke steun aan om het even welke partij, ook de zogenaamd 'progressieve', die aan dat circus deelnemen.
Anders gezegd: ze stellen zich op één van de principes die geformuleerd werden door de Eerste Internationale: “De bevrijding van de arbeiders zal het werk van de arbeiders zelf zijn.” Zij ijveren daarmee voor de strijd voor de wereldrevolutie en een wereldwijde mensengemeenschap.
De IKS behoort tot hetzelfde kamp als die internationalistische anarchisten die werkelijk de arbeidersautonomie verdedigen. Ja, wij beschouwen hen als kameraden waarmee wij willen discuteren en samenwerken. Ja, wij denken ook dat die anarchistische militanten meer gemeen hebben met de Kommunistische Linkerzijde dan met hen die, onder hetzelfde anarchistisch label, in werkelijkheid nationalistische of 'reformistische' standpunten verdedigen en dus in feite verdedigers van het kapitalisme zijn.
In het debat dat zich stilaan ontwikkelt tussen alle revolutionaire elementen en groepen van de planeet, zullen er onvermijdelijk fouten zijn, levendige en vurige debatten, onhandigheden, misverstanden en echte meningsverschillen. Maar de noden van de strijd van het proletariaat tegen het kapitalisme dat met de dag onleefbaarder en barbaarser wordt, het onmisbaar perspectief van de wereldwijde proletarische revolutie, de voorwaarde om het voortbestaan van de mensheid en van de planeet te waarborgen, vereisen deze inspanning. Het gaat hier om een plicht. En vandaag, nu opnieuw revolutionaire proletarische minderheden opduiken in talrijke landen, die zich beroepen op het marxisme of op het anarchisme (of die voor beide openstaan), moet die plicht om te debatteren en samen te werken een vastbesloten en enthousiaste weerklank vinden.
IKS / juni 2010
Voetnoten
(1) GSL: Grupo Socialista Libertario (https://webgsl.wordpress.com [13] ) - PAM: Proyecto Anarquista Metropolitano https://proyectoanarquistametropolitano.blogspot.com [14] ).
(2) De hele bijeenkomst verliep trouwens bijzonder hartelijk. Zie het verslag ervan op onze website, getiteld “Réunion CNT-AIT de Toulouse du 15 avril 2010: vers la constitution d'un creuset de réflexion dans le milieu internationaliste” (in het Frans – https://fr.internationalism.org/node/4256 [15] ).
(3) 'De anarchisten en de oorlog (I)' (Were 119), 'De deelname van de anarchisten aan de Tweede Wereldoorlog (II)' (Wereldrevolutie 120), 'Van de Tweede Wereldoorlog tot op heden (III)' (Wereldrevolutie 121), 'Het internationalisme, een cruciale kwestie (IV)' (Web). Deze teksten zijn eveneens beschikbaar op onze website.
(4) Sommige kameraden stoorden zich in het begin in het bijzonder aan het uitgeven van een gemeenschappelijk pamflet GSL-PAM-IKS. In een artikel in het Spaans, 'Wat is onze houding tegenover kameraden die zich op het anarchisme beroepen?', hebben we onze benadering trouwens proberen uit te leggen. (https://es.internationalism.org/node/2715 [16] )
(5) Enkele anarchistische kameraden hebben inderdaad terecht gewezen op onhandigheden, onnauwkeurige formuleringen en zelfs historische fouten. We komen hier binnenkort op terug, maar willen nu al twee van de ergste fouten corrigeren:
- de reeks 'De anarchisten en de oorlog' stelt herhaaldelijk dat de meerderheid van de anarchisten tijdens de Eerste Wereldoorlog ten onder gegaan is in nationalisme, terwijl slechts een handvol individuen op gevaar van hun leven vasthield aan het verdedigen van het internationalistisch standpunt. De historische elementen die door de leden van AIT aan het debat toegevoegd werden, en die bevestigd worden door ons onderzoek, tonen aan dat in werkelijkheid een heel groot deel van de anarchisten zich vanaf 1914 tegen de oorlog gekeerd heeft (soms in naam van het internationalisme of het anationalisme, vaker in naam van het pacifisme).
- de vervelendste fout (en die tot nu toe door niemand uitgelicht werd) die door dit artikel begaan wordt betreft de opstand in Barcelona in mei 1937. We schreven inderdaad: “De anarchisten werden medeplichtigen van de repressie door het Volksfront en de regering van Catalonië”. In werkelijkheid vormden de militanten van de CNT en de FAI integendeel de grote meerderheid van de opstandige arbeiders van Barcelona en waren zij de voornaamste slachtoffers van de repressie die georganiseerd werd door de stalinistische horden! Het was veel juister geweest de collaboratie van de leiding van de CNT aan de slachting aan te klagen dan die van “de anarchisten”. Dat is trouwens de betekenis van onze standpunten over de Spaanse Burgeroorlog, zoals die met name verdedigd worden in het artikel "Lessen uit de gebeurtenissen in Spanje" in het nummer 36 van de revue Bilan (november 1936).
(6) Vignoles is de naam van de straat waar hun voornaamste lokaal zich bevindt.
(7) Elementen of groepen hebben zich echter kunnen losmaken van organisaties die naar het kamp van de bourgeoisie overgelopen waren, zoals bijvoorbeeld de tendens van Munis of die waaruit 'Socialisme ou Barbarie' ontstond, uit de trotskistische '4e Internationale'.
(8) Zie 'Geschiedenis van de arbeidersbeweging: de CNT tegenover oorlog en revolutie (1914-1919)', tweede artikel in een reeks over de geschiedenis van de CNT, in Revue Internationale 129 (Engels/Frans/Spaans).
Volgens ultralinks (trotskisten, operaïsten (1), alternatieven en de meeste anarchisten) is de huidige economische crisis niet zozeer te wijten aan de historische overproductie van het kapitalisme, maar met name aan de neoliberale politiek van de regeringen en haar rechtse economen. De één na de andere ultralinkse organisatie klaagt deze politiek aan als asociaal en onmenselijk:
"Daarna nam de huidige neoliberale fase van het kapitalisme een aanvang (…) Nu lijkt ook die fase vastgelopen”. (Doorbraak, ‘Doorbraak en de crisis’; 06.07.2010)
“Eigenlijk is het onvoorstelbaar: het neoliberalisme is de oorzaak van de grootste economische crisis sinds de jaren dertig. Het is niet alleen de oorzaak van de wereldwijde crisis, het heeft er ook geen antwoord op.” (Offensief: ‘Verkiezingsuitslag: toekomst van conflict!’; 11.06.2010)
“Neoliberalisme versus zelforganisatie: In Miami, (…) is al drie jaar lang een beweging die zich richt op de gevaren van de neoliberale markt.” (Klasse, Marianne: ‘Over wonen, wetten en de winst’; 01.02.2010)
“Ondanks dat er vorig jaar nog stemmen opgingen dat het neoliberalisme met het uitbreken van de crisis haar einde naderde, lijkt het tegendeel waar. Een nieuwe golf van privatiseringen, verdere flexibilisering en afbraak van sociale zekerheden en collectieve verzekeringen staat voor de Europese deur.” (Solidariteit, Lot van Baaren, Paul Benschop: ‘Nederland neemt de kop in 'verzelfstandiging' van staatsbedrijven, Postbodes betalen voor privatisering’; februari 2010)
“Het is schrikbarend om te zien, nu het neoliberalisme hopeloos heeft gefaald, dit niet leidt tot vertraging, maar juist tot een versnelling van de invoer van de neoliberale agenda.” (Redactie Grenzeloos: ‘Socialiseer de winst, niet de schulden!’ 01.06.2010)
We zouden de lijst met citaten gemakkelijk kunnen uitbreiden, zelfs met uitspraken van Marijnissen van de SP en Cohen van de PvdA. Belangrijk is te onderstrepen dat heel links (van extreem tot gematigd links) sinds het begin van de ‘kredietcrisis’ de neoliberale politiek in het verdomhoekje heeft geplaatst. Want, zo wordt ons wijsgemaakt, door de ruimte die de bourgeoisie zich middels het neoliberale beleid heeft kunnen verwerven, heeft het kapitalisme een ongebreidelde vorm aan kunnen nemen. Zo heeft de bourgeoisie, en met name haar financiële fractie, zich via superwinsten, speculatie, bonussen… overmatig kunnen verrijken over de ruggen van de arbeiders en de ‘gewone mensen’. En dat is een manier van doen die ieder fatsoenlijk iemand, bourgeois of arbeider, zonder meer als onverantwoordelijk zou moeten aanklagen.
Ultralinks heeft de mond vol over kapitalisme. Wat bedoelt ze daar echter mee? Het lijkt veel meer op de definitie die de klassieke burgerlijke politieke economen ervan hebben gegeven, dan wat Marx in Het Kapitaal heeft ontwikkeld. De arbeidersklasse, als de belichaming van de loonarbeid, is de ultralinkse optiek veel meer een sociologische categorie dan de revolutionaire doodgraver van het kapitalisme. Terwijl zij toch ook op de hoogte moeten zijn dat “(…) de bourgeoisie niet slechts de wapens heeft gesmeed die haar dood brengen, dat zij ook de mannen heeft voortgebracht die deze wapens zullen hanteren – de moderne arbeiders (…)” (Het Communistisch Manifest).
Niks over een overproductiecrisis, een historische crisis van het kapitalisme, een systeem dat vecht voor zijn laatste overlevingskansen en al een eeuw lang in zijn vervalfase verkeert. De Derde Internationale is daar echter zonder meer duidelijk over: “Feitelijk valt het op zichzelf staande ingrijpen van de staat op economisch terrein samen met het werk van de speculatie en heeft dit een nog grotere chaos in de kapitalistische productie in het tijdperk van verval tengevolge. (…).Tegenover het verval en de chaos van de kapitalistische wereld, die gans de menselijke cultuur dreigt te vernietigen, stelt de Communistische Internationale de verenigde strijd van het internationale proletariaat.” (Leon Trotski: ‘Manifest van de Communistische Internationale’; 1920)
De ‘oplossingen’ van ultralinks
Als ultralinks zo’n analyse van de crisis maakt, welke oplossingen draagt ze dan aan? Als ultralinks een einde wil maken aan het neoliberalisme, hoe wil ze dat doen en wat wil ze ervoor in de plaats stellen? Laten we er maar niet omheen draaien: ultralinks heeft geen eigen oplossing voor de crisis en zoekt in laatste instantie altijd haar toevlucht tot de burgerlijke staat.
In verkiezingstijd roept ultralinks (behalve de anarchisten) steeds weer op om op de SP te stemmen. “De SP is een blijft de enige partij met het potentieel om een brede arbeiderspartij te worden. Het verzet tegen de bezuinigingen in de komende periode is daarvoor de basis.” (Offensief: 'Verkiezingsuitslag: toekomst van conflict!’; 11.06.2010)
Verder hebben ze ook buiten de verkiezingsperiode een heel nauwe relatie met de SP “Zijn we actief in de Socialistische Partij (SP) en komen we op voor een strijdbare, linkse koers , voor een brede partij van activisten die opkomen voor een radicaal andere samenleving en tegen carrièrisme en parlementarisme.” (SAP-bestuur: ‘Wat is de SAP?’; juni 2008).
Als ze verbeteringen proberen binnen te halen via buitenparlementaire actie, dan strooit ze altijd heel gemakkelijk met allerlei mooie leuzen, zoals ‘arbeiderscontrole over de grote multinationals’, ‘nationalisatie van de banken’, ‘arbeiderszelforganisatie’, enzovoort. Maar uiteindelijk komt het altijd toch weer neer op één en hetzelfde: de versterking van de rol van de staat.
“Als alternatief zou er een systeem moeten komen die een einde maakt aan het private bezit van natuurlijke rijkdommen …” (Offensief: ‘Bosbranden in Portugal: Failliet van privé-bezit en neoliberalisme’; 17.08.2010).
“In die laatste optie zou gekozen moeten worden voor schuldherstructurering of het stopzetten van de terugbetaling van de schuld, nationalisatie van de banksector, controle op kapitaalstromen en publieke initiatieven op het vlak van infrastructuur, groene economie enzovoort.” (Grenzeloos, Matthias Lievens: ‘Achtergronden bij de Eurocrisis’; 08-05-2010) (2)
De citaten maken duidelijk dat alles wat ultralinks voorstelt om de gevolgen van de crisis niet openlijk op de arbeiders af te wentelen (‘laat de rijken de crisis betalen’, ‘rekening retour’) niet neerkomt op een aanval op, maar een toevlucht tot de burgerlijke staat. Nooit weet ze iets anders te bedenken dan de invoering van een soort staatskapitalisme, al of niet onder (in)directe controle van de arbeiders, zodat je het ook nog kan betitelen als staatssocialisme, iets wat in wezen hetzelfde is.
Op de keper beschouwt stelt ze niets nieuws voor. Het staatskapitalisme bestaat immers al een eeuw lang. In ieder geval heeft de staat al sinds het begin van de jaren 1930 van de vorige eeuw een steeds grotere controle over de hele nationale economie. Die controle is nog nooit zo groot geweest als in de laatste vijftig jaar, welke politiek er ook werd gevoerd (keynesiaanse, liberale, neo-keynesiaanse, neoliberale…).
Het schijnt dat Doorbraak dit wel begrijpt, want die wijst iedere terugkeer naar een (neo)-keynesiaans model bij voorbaat af. Daarom doet Doorbraak geen voorstellen in die richting en propageert ze meteen een maximumprogramma:
”Nee, Doorbraak streeft naar de opheffing van het kapitalisme, en dat vereist een revolutionaire verandering in de machtsverhoudingen op wereldschaal”. Maar wat die radicale taal uiteindelijk waard is, wordt duidelijk als we haar deelname aan ‘Rekening Retour’ onder de loep nemen. Dan zingt ze opeens een veel gematigder liedje en verontschuldigt ze zich bij voorbaat. Niet alleen hoopt ze daarbij “(…) op de steun en deelname vanuit zoveel mogelijk organisaties, partijen, vakbonden en individuen”, maar ze moet daarbij ook toegeven dat “(…) Rekening Retour vanwege de noodzakelijke breedheid van het platform natuurlijk geen revolutionair programma heeft.” (Inleiding van Doorbraak bij verklaring van ‘Rekening Retour’; augustus 2010)
Toch beweren de hierboven aangehaalde organisaties allemaal op te komen voor de historische belangen van de arbeidersklasse (of van de ‘onderklasse’ dixit Doorbraak; of van de ‘alternatieve’ klasse dixit Grenzeloos). Maar geen enkele van de ultralinkse organisaties neemt ook maar één woord in de mond dat enigszins gaat in de richting van de afschaffing van de loonarbeid en het proletarisch internationalisme, laat staan de vernietiging van de burgerlijke staat. Hieruit kan worden afgeleid dat hun radicale leuzen niet zoveel voorstellen en eigenlijk geen andere functie hebben dan de arbeiders te mobiliseren achter hun holle frasen.
Dixoff / 10.09.2010
Voetnoten
(1) Operaïsten: zie onder meer Weltrevolution nr. 95 (November 2006) waar een verduidelijking gegeven wordt over hun standpunten en hun voornaamste woordvoerder K.H. Roth in Duitsland. Zie hiervoor: www.internationalism.org [19]
(2) Toch moet Grenzeloos daar onmiddellijk bij toegeven: “Het probleem bij deze optie is de vraag hoe de financiële markten hierop zullen reageren, en vooral of hiervoor de krachtsverhoudingen wel bestaan.”
De afgelopen maanden werd het nieuws beheerst door de perikelen rondom de vorming van de nieuwe regering. Uiteindelijk komt er wel een nieuwe regering, of het nu een paars-plus regering, een rechtse minderheidsregering met of zonder gedoogsteun, een centrum-links of een zakenkabinet wordt. Met de huidige stemverhoudingen tussen de verschillende partijen zal het echter nooit een stevige en stabiele regering kunnen worden.
De afgelopen maanden werd het nieuws beheerst door de perikelen rondom de vorming van de nieuwe regering. Uiteindelijk komt er wel een nieuwe regering, of het nu een paars-plus regering, een rechtse minderheidsregering met of zonder gedoogsteun, een centrum-links of een zakenkabinet wordt. Met de huidige stemverhoudingen tussen de verschillende partijen zal het echter nooit een stevige en stabiele regering kunnen worden. En dat komt met name omdat de PVV, een partij waar geen enkele staat op te maken valt, met de verkiezingen van 9 juni jongstleden zo’n groot aantal kiezers heeft kunnen binden. Dat is nou net iets wat de bourgeoisie niet graag heeft gewild.
De bourgeoisie keert haar zwakheden tegen de arbeidersklasse
Laten we ons geen illusies maken. De bourgeoisie in Nederland, die tot de meest ervaren en intelligente bourgeoisieën van West-Europa behoort, zal niet nalaten haar zwakheden op de één of andere manier tegen de arbeidersklasse uit te spelen. Ondanks de grote invloed die de PVV van Wilders nu heeft verworven in de vorming van een nieuw kabinet, doet ze ook niet veel moeite om de invloed van de PVV in het politieke bestel terug te dringen. Als de bourgeoisie dat werkelijk zou willen, dan zou ze Wilders niet zo’n belangrijke rol laten spelen in het hele spel dat nu plaatsvindt. Ze zou er beter zo weinig mogelijk aandacht aan besteden. Maar het tegendeel gebeurt. Geconfronteerd met het gegeven, keert ze het fenomeen meteen tegen de arbeidersklasse door de antiracistische campagnes nogmaals flink op te kloppen.
Maandenlang al worden er campagnes gevoerd om de PVV 'zwart te maken' en niet alleen voor te stellen als rechts-populistisch en racistisch (wat ze beiden is), maar vooral als een gevaar voor de ‘democratie’. Daarbij wordt voortdurend een beroep gedaan op alles en iedereen, inclusief de arbeidersklasse, om waakzaam te zijn en zich samen met de ‘democratie’ (dat wil zeggen de burgerlijke staat) te keren tegen het gevaar dat de PVV zou vormen voor ‘onze burgerlijke vrijheden’. Natuurlijk lopen de ultralinkse organisaties, zoals Offensief en Doorbraak, de bijdehandjes van de SP (overigens net zo populistisch als de PVV) hierbij parmantig voorop. Om ons toch vooral duidelijk te maken dat de PVV echt veel ‘erger’ is dan de SP.
Wat voor regering de bourgeoisie uiteindelijk uit haar hoed tovert, we zullen geconfronteerd worden met dezelfde bezuinigingsmaatregelen van nagenoeg dezelfde omvang. Als voorschot daarop heeft ze midden in de campagne over de kabinetsformatie en net doordat alle aandacht daarop was gevestigd, er een paar brutale maatregelen weten door te drukken. Zo werden midden in de vakantieperiode 14000 arbeiders bij TNT Express ontslagen, werd een akkoord afgesloten tussen de ondernemers en de vakbonden over de verhoging van de AOW-leeftijd en werd een extra bezuiniging van 2 miljard euro op de gezondheidszorg doorgedrukt.
Laten we ons niet teveel meeslepen in de campagne van de bourgeoisie rondom de kabinetsformatie. Of de CDA nu in crisis is of niet, of de PVV de andere partijen nu chanteert of niet, laat de bourgeoisie zelf haar hoofd er maar over breken. Wat de gevolgen voor ons zullen zijn, als er eenmaal wel een nieuwe regering is gevormd, is onderhand wel duidelijk. Het belangrijkste voor ons, arbeiders, is dat we onze aandacht niet laten afleiden van de essentiële zaken: de historische crisis van het kapitalisme, de gevolgen daarvan voor de arbeidersklasse over de hele wereld en de noodzakelijke internationale strijd daartegen.
Crisis en bezuinigingen
Aan het bestaan van een crisis hoeven we niet te twijfelen: voor iedereen is het duidelijk dat er een crisis is en niet zo’n kleintje ook. De bourgeoisie is duidelijk van mening dat harde bezuinigingen nodig zijn. Daar lijkt dus geen ontkomen aan. In de tussentijd heeft de propaganda van de bourgeoisie ons ingeprent dat we er met z’n allen inzitten. “Daar is het merkwaardige effect opgetreden dat de politici en ondernemers, die de crisis veroorzaakt hebben, door een groot deel van de bewoners/kiezers als de redders worden beschouwd.” (Klasse, september 2010) De crisis is niet zozeer veroorzaakt door politici en ondernemers, maar het aangehaalde citaat uit Klasse is wel kenmerkend voor de huidige situatie in Nederland.
De VVD is de partij die beloofde flink het mes te zetten in de staatsfinanciën en de schulden bij de ‘overheid’ drastisch te willen terugbrengen. Door radicaal te bezuinigen, wil ze de indruk wekken dat we over enige jaren het ergste wel weer achter de rug hebben en de situatie genormaliseerd zal zijn. Dat verklaart waarom de VVD zoveel stemmen behaalde tijdens de verkiezingen van 9 juni jongstleden.
In het afgelopen voorjaar werd er alom gesproken over bezuinigingen van rond de 30 miljard euro. De omvang van de bezuinigingen die uiteindelijk worden voorgesteld en waarschijnlijk zullen worden doorgevoerd (rond de 18 miljard euro) blijkt zelfs ‘mee te vallen’. Nu het erop lijkt dat er toch veel minder bezuinigingen zullen worden opgelegd (ook door de VVD) dan eerst was voorgesteld, kunnen we ons de vraag stellen: is dit een bewuste politiek van de bourgeoisie? Ze stelt de situatie eerst heel ernstig voor om later te zeggen dat het allemaal niet zo erg is, waardoor iedereen opgelucht kan ademhalen: “eigenlijk valt het dan allemaal best nog wel mee”? De opluchting die zich dan meester maakt van de bevolking in Nederland, mag dan wellicht een bijkomend voordeel zijn voor de bourgeoisie, maar de werkelijke reden ligt ergens anders.
Op het moment dat de bourgeoisie vond dat er iets moest worden gedaan aan de gevolgen van de ‘kredietcrisis’, ontstonden er allerlei meningsverschillen binnen haar gelederen, die leidden tot heftige discussies. Sommige fracties legden de nadruk op maximale soberheidsmaatregelen, terwijl anderen waarschuwden voor te veel bezuinigingen, omdat die de economie wel eens lam zouden kunnen leggen. “Daarom zeg ik: kijk uit. Wees niet roekeloos. Natuurlijk, de gevolgen van de crisis zullen ons allemaal raken. Wij zullen de tering naar de nering moeten zetten. Dat is onvermijdelijk. Maar wel graag op een verstandige manier. Want de economie is nog steeds erg broos. Als Wouter Bos in 2009 bezuinigd had zoals Mark Rutte wilde, hadden we er nu een leger werklozen bij ter grootte van de stad Utrecht.” (Trouw, Cohen, 25-04-2010)
Uiteindelijk hebben de onderhandelingen tussen de verschillende fracties ertoe geleid dat de bourgeoisie in Nederland, wellicht tandenknarsend, voor een meer voorzichtige benadering heeft gekozen. Liever een ‘gecontroleerde’ inflatie, dan deflatie. Deflatie betekent: verlaging van de prijzen, teruglopen van de productie, minder verkopen, enzovoort. (1) Terwijl een ‘gecontroleerde’ inflatie wel risico’s met zich meebrengt, maar toch nog enige vorm van economische groei mogelijk maakt, kan deflatie uiteindelijk de hele economie verlammen: “(…) de kerninflatie in bijvoorbeeld een land als Duitsland is met 0,3% bijzonder laag. (…) De geldhoeveelheid in de VS en in de Eurozone groeide over de afgelopen twaalf maanden met 1,6%. Inflatie is derhalve voorlopig geen probleem. Een nieuwe, forse economische terugval zou inflatie zomaar in deflatie kunnen doen omslaan." (De Pers, Cor Wijtvliet, ‘Wordt het inflatie of toch deflatie?’, 14-06-2010)
De staat verdedigt het kapitalisme
De economische crisis is veroorzaakt door het mechanisme van het kapitalisme zelf. Het is het resultaat van een permanente situatie van overproductie, waarbij de economie alleen maar op gang kan worden gehouden door steeds meer schulden te maken en toevlucht te nemen tot allerlei vormen van speculatie. De oplossing ligt dan ook niet in een andere politiek of meer staatstoezicht. Denken dat het kapitalisme democratischer, menselijker, groener kan worden gemaakt met behulp van staatsinterventie is niet slechts een illusie, maar een grove leugen om de arbeiders aan de staat te binden.
De burgerlijke staat is immers een orgaan van de heersende klasse en is ontworpen, georganiseerd en in elkaar gezet om de heersende klasse te verdedigen en haar productiesysteem te ondersteunen. De meest democratische staat in de wereld is niet minder een knecht van de bourgeoisie en ook zij zal het kapitalistisch systeem met hart en ziel verdedigen. De interventie van de staat in de economie heeft geen ander doel dan de algemene belangen van de reproductie van het kapitalisme en de kapitalistische klasse overeind te houden. Engels maakt dit heel duidelijk in de Anti-Dühring:
"En ook de moderne staat is op haar beurt slechts de organisatie die de burgerlijke maatschappij zich verschaft, om de algemene uiterlijke voorwaarden van de kapitalistische productiewijze in stand te houden tegen aantasting, zowel door de arbeiders als door de individuele kapitalisten. De moderne staat, onder welke vorm ook, is een in wezen kapitalistisch werktuig, de staat van de kapitalisten, de ideële totaalkapitalist. Hoe meer productiekrachten hij als eigendom overneemt, des te meer wordt hij werkelijk universeel kapitalist, des te meer staatsburgers buit hij uit. De arbeiders blijven loonarbeiders, proletariërs. De kapitaalverhouding wordt niet opgeheven, zij wordt veeleer op de spits gedreven."
Het echte socialisme dat door de marxisten en de revolutionairen in de loop van de geschiedenis van de arbeidersbeweging altijd verdedigd is, heeft niets te maken met de staat. Inderdaad, socialisme is de negatie van de staat. De opbouw van het socialisme vereist de vernietiging van de burgerlijke staat in ieder land van de wereld. De kapitalistische maatschappelijke verhoudingen blijven onmenselijk, onder arbeiderscontrole of niet. De enige oplossing ligt in de vernietiging van de kapitalistische staat, en in het verlengde hiervan: de afschaffing van de loonarbeid.
Terwijl ultralinks tot taak heeft de radicalisering onder de arbeiders om te buigen in de richting van de staat (zie artikel in dit blad), hebben de arbeiders geen andere keuze dan daaruit te breken, hun eigen perspectief te ontwikkelen en een massale strijd te ontwikkelen op eigen proletarisch terrein. De enige manier om de verslechtering van de levens- en werkomstandigheden tegen te gaan is de gelijktijdige ontwikkeling van massale strijd in verschillende landen. Deze strijd heeft de vorm van algemene vergaderingen, gekozen stakingscomités en arbeidersdelegaties die naar andere bedrijven trekken om daar solidariteit te zoeken en de strijd uit te breiden. Volg het voorbeeld van de arbeiders in Polen in 1980 (zie artikel in dit blad), maar dan overal tegelijk!
Of de bourgeoisie in Nederland uiteindelijk nu kiest voor de politiek van deflatie of die van gecontroleerde inflatie. Geen van beiden zullen haar uiteindelijk verlossen van de economische crisis, die als een knellende band om haar nek zit.
Er bestaat geen oplossing voor de crisis binnen het kapitalisme. Het kapitalisme verkeert in een situatie van permanente crisis en is niet in staat om de mensheid nog een fatsoenlijke vorm van leven te verzekeren. Alleen de strijd van de arbeidersklasse, die in staat is het kader van de nationale staat te doorbreken en werkelijk internationale productieverhoudingen weet te ontwikkelen, biedt de mensheid een perspectief n
Dixoff /10.09.2010
Voetnoten
(1) Ongebreidelde bezuinigen kan ‘Japanse toestanden’ tot gevolg hebben. De Japanse mix van forse bezuinigingen, problemen met de banken en een te strikt monetair beleid, waren er de oorzaak van dat Japan in 1997 in een deflatoire omgeving terechtkwam, waar ze nog steeds mee worstelt. De VS maakten in de jaren 1930 van de vorige eeuw dezelfde fout. (zie: Martin Wolf in de Financial Times 08.06.2010).
Op het moment dat ons blad drukken is de sociale toestand in Egypte heel explosief. Miljoenen mensen op straat, die het uitgaansverbod, het staatsregime en de bloedige repressie tarten. Op hetzelfde moment duurt de sociale beweging voort in Tunesië: de vlucht van Ben Ali, de veranderingen in de regering en de beloften van nieuwe verkiezingen, volstaan niet om de diepgaande woede van de bevolking te kalmeren. Ook in Jordanië waren er duizenden betogers die genoeg hadden van de groeiende armoede, terwijl het protest in Algerije doodeenvoudig de kop werd ingedrukt.
Op het moment dat ons blad drukken is de sociale toestand in Egypte heel explosief. Miljoenen mensen op straat, die het uitgaansverbod, het staatsregime en de bloedige repressie tarten. Op hetzelfde moment duurt de sociale beweging voort in Tunesië: de vlucht van Ben Ali, de veranderingen in de regering en de beloften van nieuwe verkiezingen, volstaan niet om de diepgaande woede van de bevolking te kalmeren. Ook in Jordanië waren er duizenden betogers die genoeg hadden van de groeiende armoede, terwijl het protest in Algerije doodeenvoudig de kop werd ingedrukt.
Media en politici van allerlei slag hebben het voortdurend over “het oproer van de Maghreblanden en de Arabische staten”, en richten zo de aandacht op de regionale bijzonderheden, op de “weinig democratische gewoonten” van de nationale leiders, op de ergernis van de bevolking die al 30 jaar dezelfde hoofden aan de macht ziet...
Dat is allemaal waar! Ja, Ben Ali, Moebarak, Rifai en andere Boutiflika's zijn gangsters, echte karikaturen van de dictatuur van de bourgeoisie. Maar eerst en vooral maken deze sociale bewegingen deel uit van de uitgebuiten van alle landen. Deze woedeuitbarstingen die zich vandaag als een olievlek verspreiden, spelen zich af tegen de achtergrond van de economische wereldcrisis die, sinds 2007, heel de mensheid meesleurt in de meest verschrikkelijke ellende.(1)
Na Tunesië, Egypte! Datgene waar alle bourgeoisieën zo beducht voor waren, is begonnen: de besmetting van de Arabische landen, in het bijzonder in Noord-Afrika, door het oproer, zoals dat in Tunesië, is reeds begonnen. Daar worden de verschillende bevolkingen, die bedolven worden onder de ellende en de wanhoop door de harde slagen van de economische wereldcrisis, overgeleverd aan de verschrikking van een bloeddorstige repressie. Tegenover de woede van de uitgebuiten, tonen de regeerders en de leiders wie zij zijn: een klasse van uithongeraars en moordenaars. Het enige antwoord dat zij kunnen geven is de heerschappij van de terreur en de kogels in de huid. Het gaat niet enkel om de paar genoemde 'dictators', de Mubaraks, de Ben Ali's, de Boueflika's, de Salehs in Yemen en consorten. Onze eigen 'democratische' leiders, van links tot rechts, hebben ze voortdurend tot hun 'vrienden', tot hun 'trouwe bondgenoten' gemaakt en waren samen met hen medeplichtig voor dezelfde verdediging van de kapitalistische orde en uitbuiting. Zij hebben zogenaamd geen weet van het feit dat de zo geroemde stabiliteit van die landen, of van het zogenaamde bolwerk die zij vertegenwoordigden tegen de radicale islam, slechts berustte op de instandhouding van een al tientallen jaren bestaand regime, afgegrendeld door politieterreur. Zij wendden hun ogen af van de folteringen, van hun corruptie, van hun geweldplegingen, van het klimaat van terreur en angst waarmee zij over de bevolkingen overheersten. Zij hebben hen altijd volop gesteund in het overeind houden van dit loden gewicht, in naam van de stabiliteit, van de vriendschap en de vrede onder de volkeren, in naam van de niet-inmenging. Zij verdedigden niets anders dan hun smerige nationale imperialistische belangen.
De sociale revolte in Egypte...
Vandaag waren er in Egypte weer tientallen, zo niet honderden doden, duizenden gewonden, tienduizenden arrestaties in een oververhit klimaat. Met de val van Ben Ali in Tunesië, dat de lont in het kruitvat stak, is het slot opengesprongen. Het heeft een onmetelijke hoop doen ontstaan onder de bevolking van het merendeel van de Arabische staten waar, als enig middel om de arbeidersklasse en de uitgebuite lagen te muilkorven, dezelfde terreur heerst. Ook zijn we getuige geweest van talrijke uitingen van wanhoop in de vorm van een golf van pogingen tot zelfverbranding in Algerije, in Marokko, in Mauritanië, in de Westelijke Sahara, in Saoedi-Arabië en tot in Soedan. Dit raakte zowel de jonge werklozen als de arbeiders, die er niet meer in slagen om de noden van hun families te lenigen. In Egypte, worden dezelfde eisen gescandeerd als in Tunesië: “Brood! Vrijheid! Waardigheid! Meer menselijkheid!”, tegenover dezelfde kwalen die elders de wereld teisteren en die worden veroorzaakt door de economische wereldcrisis waarin het kapitalisme ons allemaal heeft gestort: de werkloosheid (die meer dan 20% van de Egyptische bevolking raakt), de precariteit (4 op 10 Egyptenaren leven onder de armoedegrens en de beruchte 'voddenrapers van Caïro' zijn in heel de wereld bekend vanwege de reportages), de prijsstijgingen van de basisproducten en de toenemende ellende. De leuze “Moebarak rot op” werd rechtstreeks overgenomen van het model van de Tunesische bevolking, die het vertrek eiste van Ben Ali, en wordt gericht tegen diegene die al dertig jaar het land met een ijzeren hand regeert. De betogers in Caïro riepen;
“Dit is onze regering niet, dit zijn onze vijanden”. Een Egyptische journalist verklaarde tegen een correspondent van Le Figaro: “Geen enkele politieke beweging kan deze betogingen opeisen. Het is de straat die zich uitdrukt. De mensen hebben niets meer te verliezen. Het kan zo niet verder”. Eén zin ligt op ieders lippen: “Vandaag hebben wij geen angst meer”.
In april 2008 waren de loontrekkers van een textielfabriek van Mahallah el-Koubra ten noorden van Caïro in staking gegaan om betere lonen en arbeidsomstandigheden te eisen. Om de arbeiders te steunen en op te roepen tot een algemene staking, hadden een groep jongeren zich al georganiseerd via Facebook en Twitter. Honderden betogers werden toen aangehouden. Deze keer, en in tegenstelling tot Tunesië, heeft de Egyptische regering op voorhand de toegang tot Internet afgesloten.
Dinsdag 25 januari werd uitgeroepen tot 'nationale dag van de politie'. Tienduizenden betogers kwamen op straat in Caïro, Alexandrië, Tanta, Suez , waar zij in botsing kwamen met de politie. Vier dagen van dagelijkse botsingen volgden elkaar op waarbij het geweld van de repressie de woede alleen nog versterkte: dag en nacht gebruikte de oproerpolitie volop traangas, schoot met rubberkogels of met echte. De woedeuitbarsting broedde al weken. De repressie is er altijd en overal: botsingen in Caïro, in Suez, in Alexandrië, in de Sinaï. Reeds tientallen doden een honderdtal gewonden, duizenden aangehouden tijdens de eerste dagen. Het leger dat 500.000 manschappen telt, overbewapend is en zeer getraind, vervult een centrale rol van krachtige steunpilaar van het regime, in tegenstelling tot Tunesië. Het gezag beschikt ook over handlangers die bewapend zijn met stokken en gespecialiseerd in het uiteen ranselen van betogingen, de beltageyas, evenals talloze agenten in burger van de staatsveiligheid die zich mengen onder de betogers en bewapend zijn met metalen kettingen, smerissen die samenscholingen controleren en de metrouitgangen bewaken in de hoofdstad. De 28ste, een verlofdag, stromen rond de middag, wanneer de moskeeën sluiten, ondanks het samenscholingsverbod, de betogers van alle kanten toe en komen zij in verschillende wijken van de hoofdstad in botsing met de politie. Het zal de 'dag van de woede' worden. Op de vooravond had de regering alle internet-sites al geblokkeerd, net als alle draagbare telefoons en had alle telefoongesprekken afgesneden. Het land staat in brand. 's Avonds worden de betogers steeds talrijker, zij dagen de avondklok uit die was uitgevaardigd in Caïro, in Alexandrië en in Suez. Politievrachtwagens met waterkanonnen rijden in op de menigte, die vooral bestond uit jongeren. In Caïro worden de tanks en troepen eerst als bevrijdende helden door de betogers verwelkomd. Er zijn enkele pogingen tot verbroedering met het leger, die volop media-aandacht krijgen. Deze lopen hier en daar uit op een verhindering dat een konvooi van pantserwagens verbinding krijgt met de ordestrijdkrachten. Ook zijn er een paar politieagenten die hun armstukken afgooien en overlopen naar het kamp van de betogers. Maar heel vlug openen op andere plaatsen daarentegen de pantserwagens het vuur op de betogers die hen zijn tegemoet gelopen of maaien hen weg. Het hoofd van de Egyptische generale staf Sami Anan, die een militaire afvaardiging naar de Verenigde Staten leidde voor een onderhoud met het Pentagon, kwam hals over kop terug naar Egypte op vrijdag. Politiewagens, commissariaten evenals de zetel van de regeringspartij worden in de fik gestoken. Het Ministerie van Informatie wordt geplunderd. De gewonden stapelen zich op in de overbelaste ziekenhuizen. In Alexandrië wordt het gouverneursgebouw ook in brand gestoken. Ook in Mansoura, in de Nijldelta, hebben er gewelddadige botsingen plaats, die verschillende doden tot gevolg hebben. Enkele belegeraars proberen ook zich meester te maken van de zetel van de staatstelevisie, waar zij door het leger uitworden verdreven.
Tegen 23 uur 20 verscheen Moebarak voor de televisie en nam het woord om een wijziging aan te kondigen dat hij zijn regeringsploeg de volgende dag zou wijzigen en deed hij de belofte politieke hervormingen te beginnen evenals nieuwe maatregelen ten gunste van de democratie. Maar hij onderstreepte zijn vastberadenheid “om de veiligheid en stabiliteit van Egypte te verzekeren” tegen de “pogingen haar te ondermijnen”. Deze uitlatingen deden de woede nog meer oplaaien en versterkten de vastbeslotenheid van de betogers om door te gaan.
... dringt het imperialistisch spel binnen…
Maar als Tunesië een model was voor de betogers, is de inzet van deze situatie voor de bourgeoisie niet meer dezelfde. Tunesië blijft een land van bescheiden omvang dat van belangrijk imperialistisch belang zou kunnen zijn voor een 'bevriend' tweederangs land zoals Frankrijk (2). Maar dat ligt heel wat anders met Egypte, dat veruit het meest bevolkte land is van de regio (meer dan 80 miljoen inwoners) en dat een centrale strategische en fundamentele plaats inneemt in het Midden-Oosten, vooral voor de Amerikaanse bourgeoisie. Hier staat heel wat meer op het spel. De val van het regime van Moebarak zou een regionale chaos kunnen uitlokken, met ernstige gevolgen. Het Egypte van Moebarak is de voornaamste bondgenoot van de Verenigde Staten in het conflict van het Midden-Oosten, om de bescherming te verzekeren van de Israëlische staat. Het speelt ook een overheersende en zo niet een sleutelrol in de Israëlisch-Palestijnse betrekkingen en zelfs tussen de Palestijnen onderling, tussen de Fatah van Mahmoud Abbas en de Islamisten van Hamas. Deze staat werd tot voor kort beschouwd als een factor van stabiliteit in het Nabije-Oosten. Bovendien vereist de politieke ontwikkeling in Soedan, waarbij het Zuiden van het land zich heeft afgescheiden, noodzakelijkerwijze een sterk Egypte. Het is dus al 40 jaar een meesterstuk van de Amerikaanse strategie in het Israëlo-Arabisch conflict. De destabilisering ervan zou het gevaar met zich meebrengen van de val van de regimes in talrijke buurlanden, in het bijzonder Jordanië, Libië, Jemen en Syrië. Dat verklaart de verontrusting van de Verenigde Staten die zich, door hun nauwe banden met het regime, in een hele ongemakkelijke positie bevinden. Obama en de Amerikaanse diplomatie zien zich verplicht om zich te mobliseren en het voortouw te nemen in de opvoering van de directe druk op Moebarak, in een poging de stabiliteit van het land te bewaren en vooral het regime te redden. Daarom heeft Obama openlijk verklaard dat hij, op aansporing van Moebarak, een onderhoud van een half uur met hem heeft gehad, waarin hij erop aandrong dat deze meer zou toegeven.
Voordien had Hillary Clinton verklaard dat de “ordestrijdkrachten moesten worden opgeroepen tot meer terughoudendheid” en dat de regering heel snel weer de communicatienetwerken in werking moest stellen. De volgende dag werd Omar Souleiman, de baas van de machtige militaire inlichtingendienst, die bovendien belast is met de onderhandelingen met Israël in het Midden-Oosten, waarschijnlijk onder Amerikaanse druk, opgedrongen werd als vice-president. Het was trouwens het leger dat profiteerde van zijn populariteit bij de betogers omdat het zich op de achtergrond had gehouden en op verschillende plaatsen had bemiddeld met de betogers om met succes een groot deel van de menigte, die samengeperst zat in het stadscentrum en de avondklok negeerde, te helpen 'naar huis terug te keren' om 'zich te beschermen tegen de dievenbendes'.
... net zoals in de andere Arabische landen...
Andere manifestaties van oproer vonden tegelijkertijd plaats in Algerije, Jemen, Jordanië. In dit laatste land verzamelden zich voor de derde keer binnen drie weken 4.000 betogers in Amman om te protesteren tegen het dure leven en om economische en politieke hervormingen te eisen, namelijk het vertrek van de Eerste Minister. De bewindvoerders hebben enkele gebaren gemaakt met kleine economische maatregelen en enkele politieke raadplegingen. Maar de betogingen hebben zich uitgebreid naar de steden Irbid en Kerak. De repressie heeft in Algrije al 5 doden en 800 gewonden veroorzaakt en op 22 januari werd er in het centrum van Algiers een betoging hard onderdrukt. Ook in Tunesië heeft de val van Ben Ali noch de woede noch de repressie afgeremd: in de gevangenissen zouden de standrechtelijke executies sinds het vertrek van Ben Ali meer doden hebben veroorzaakt dan de botsingen met de politie ervoor. De 'bevrijdingskaravaan', die vanuit het westen van het land kwam en waar de beweging gestart was, negeerde de avondklok en kampeerde verschillende dagen voor het paleis, de plaats was van de regering, om het ontslag te eisen van een regime dat gedomineerd werd door oudgediende partijbonzen en haar fanatieke volgelingen. De woede duurt voort want het zijn dezelfde mannen uit de tijd van Ben Ali, die de teugels van het land in handen houden. De verandering van de regeringsploeg, die meerdere malen werd uitgesteld en die op 27 januari uiteindelijk plaatsvond, zette de meest gecompromitteerde ministers van het oude regime aan de kant, maar handhaafde dezelfde Eerste Minister, en slaagde er daardoor niet in om de gemoederen te bedaren. De wrede repressie van de politie gaat door en de toestand blijft verward.
Deze massale en spontane uitbarstingen van oproer tonen aan dat de bevolkingen er genoeg van hebben. Zij willen een einde maken aan de ellende en de repressie van deze regimes. Maar zij tonen ook het gewicht aan van de democratische illusies en van het vergif van het nationalisme: in de verschillende betogingen word er trots gezwaaid met de nationale vlaggen. Zowel in Egypte als in Tunesië werd de woede van de uitgebuiten onmiddellijk afgeleid naar het terrein van de strijd voor meer democratie. De haat van de bevolking tegen het regime en totale fixatie op Moebarak (zoals in Tunesië op Ben Ali), heeft het mogelijk gemaakt dat enkele economische eisen tegen de ellende en de werkloosheid door de burgerlijke media op de achtergrond zijn geschoven. Dat stelt natuurlijk de bourgeoisie van de 'democratische' landen in staat om de arbeidersklasse, en voornamelijk die van de centrale landen, te laten geloven dat deze 'volksopstanden' niet dezelfde fundamentele oorzaken hebben als de arbeidersstrijd, die zich hier ontwikkelt.
Naar de ontwikkeling van klassegevechten
Het steeds sterker op voorgrond dringen van een zeer grote sociale woede, die veroorzaakt wordt door de verergering van de wereldwijde crisis van het kapitalisme in de perifere landen, die tot nu toe de voortdurende en exclusieve haard vormden van de imperialistische spanningen en de diverse oorlogen, vormt een nieuwe politieke factor waarmee de wereldbourgeosie steeds meer rekening mee zal moeten houden. De opkomst van deze rebellie tegen de corruptie van de leiders, die hun zakken vullen terwijl de grote meerderheid van de bevolking honger lijdt, kan op zichzelf niet opgelost worden in deze landen. Maar deze bewegingen zijn een teken van de voorbode van de rijping van toekomstige sociale conflicten die zeker gaan opduiken in de meer geïndustrialiseerde landen tegenover dezelfde kwalen: de daling van de levensomstandigheden, de groeiende ellende, de jongerenwerkloosheid.
Het is trouwens dezelfde revolte tegen een bankroet systeem die broedt onder de jongeren in Europa, zoals wij hebben kunnen zien bij de strijd van de studenten met name in Frankrijk, in Groot-Brittannië, in Italië. Het laatste voorbeeld: op 21 januari kwamen er 20.000 studenten en leerkrachten bijeen in de straten van Den Haag voor de zetel van het parlement en het Ministerie van Onderwijs. Zij protesteerden tegen de sterke stijging van de inschrijvingsgelden aan de universiteit, die in de eerste plaats gericht is tegen 'zittenblijvers' (wat dikwijls het geval is voor vele werkstudenten die verplicht zijn om te werken om hun studies te kunnen betalen), die 3.000 euros per jaar extra zullen moeten betalen, terwijl de volgende besnoeiingen in de begroting 7.000 arbeidsplaatsen ‘moeten schrappen in de sector. Het was een van de belangrijkste studentenbetogingen in het land van de afgelopen 20 jaar. Zij werden gewelddadig en wreed tegemoet getreden door de politie.
Deze sociale bewegingen zijn een symptoom van een belangrijke vooruitgang in de internationale ontwikkeling van de klassenstrijd in alle landen, zelfs al verschijnt de arbeidersklasse er niet als zodanig, als zelfstandige kracht. In de Arabische landen blijft zij verdronken in een beweging van volksprotest. Overal ter wereld gaapt een steeds grotere kloof tussen enerzijds een heersende klasse, de bourgeoisie, die met een laatdunkendheid en arrogantie op een steeds meer buitensporige manier haar rijkdommen uitstalt en anderzijds de massa van de uitgebuiten die steeds meer wegzinken in ellende en ontbering. Deze kloof neigt ertoe om de proletariërs van alle landen dichter bij elkaar te brengen en zich te verenigen in één en dezelfde strijd tegen het kapitalisme, wanneer de bourgeoisie niet anders kan antwoorden op de verontwaardiging van diegenen die zij uitbuit, dan met nieuwe bezuinigingsmaatregelen en met de wapenstok of kogels.
De revoltes en de sociale strijd zullen in de komende jaren onvermijdelijk verschillende vormen aannemen, al naargelang de regio in de wereld, waar ze zich voordoen. De krachten en de zwakheden van de sociale bewegingen zijn niet overal gelijk. Hier zijn de woede, de strijdbaarheid en de moed voorbeeldig. Daar maken de methoden en de massaliteit van de strijd het mogelijk om andere perspectieven te openen en een krachtsverhouding op te bouwen ten gunste van de arbeidersklasse, de enige klasse van de maatschappij die in staat is om een perspectief te bieden aan de mensheid. Hier zijn het in het bijzonder de concentratie en de ervaring van het proletariaat, gemobiliseerd in haar strijd in de landen, gelegen in het centrum van het kapitalisme, die doorslaggevend zullen zijn. Zonder de massale mobilisering van de proletariërs van de centrale landen, zijn de sociale revoltes in de periferie van het kapitalisme uiteindelijk veroordeeld tot machteloosheid en zullen zij niet bij machte zijn om het juk van deze of gene fractie van de heersende klasse van zich af te werpen. Alleen de internationale strijd van de arbeidersklasse, haar solidariteit, haar eenheid, haar organisatie en haar bewustzijn over de inzet van de strijd, zullen in hun kielzog alle lagen van de maatschappij kunnen meeslepen om een einde te maken aan dit wegkwijnend systeem en een andere wereld op te bouwen.
W/29 / 01.2011
Voetnoten
(1) Hier moeten wij voorzichtig zijn in verband met de omvang van de internationale black-out van de toestand in Algerije. Het schijnt dat er bijvoorbeeld nog strijdhaarden zijn in Kabylië.
(2) Frankrijk dat, na zijn steun aan Ben Ali, zijn mea culpa had uitgesproken, omdat het de toestand had onderschat en een autocraat had gedekt, hoedt zich er voor om zich nogmaals belachelijk te maken door Moebarak te betreuren en past er wel voor op hem op te roepen te vertrekken.
De Q-koorts is een verschijnsel, dat de bevolking in Nederland al enige tijd in haar greep houdt. Er bestaat een algemene ongerustheid, die ieders aandacht trekt: van televisie tot kranten, van wetenschappers tot boerenbelangenorganisaties, van de van politieke rechter- tot linkerfracties van de bourgeoisie. De reeks van reacties in de media is te lang om op te noemen. Het eerste bericht over de Q-koorts verscheen in juni 2007 in het Brabants Dagblad. Enkele maanden later berichtten ook landelijke media zoals de NRC en de NOS over de uitbraak. De Q-koorts is een verschijnsel, dat de bevolking in Nederland al enige tijd in haar greep houdt. Er bestaat een algemene ongerustheid, die ieders aandacht trekt: van televisie tot kranten, van wetenschappers tot boerenbelangenorganisaties, van de van politieke rechter- tot linkerfracties van de bourgeoisie.
De reeks van reacties in de media is te lang om op te noemen. Het eerste bericht over de Q-koorts verscheen in juni 2007 in het Brabants Dagblad. Enkele maanden later berichtten ook landelijke media zoals de NRC en de NOS over de uitbraak. Het zou echter nog tot eind 2009 duren voordat de ernst van de problemen tot het grote publiek doordrong. Een tv-uitzending van Zembla van 6 december 2009 vormde het keerpunt. “De week na de Zembla-uitzending was het opeens dikke paniek in politiek Den Haag”, aldus Van den Bosch, medewerker van de VPRO. In haar lentenummer van 2010 heeft ook Buiten de Orde, de publicatie van De Vrije Bond, er ruimte voor vrijgemaakt. Uiteindelijk ontstond er zelfs ongerustheid bij de kinderboerderijen: “De Coxiella burnetii, oftewel, de inmiddels beroemde of beruchte veroorzaker van Q-koorts houdt de gemoederen flink bezig”. (‘Kinderboerderijen en Q-koorts: Op naar 2011’; 1-12-2010)
Het gevaar van de Q-koorts werd nog het duidelijkst verwoord door Dorien Pessers, op het Symposium Brabant Buitengewoon van 9 september 2009: de ziekte “kan bovendien chronisch worden en onder meer tot ontstoken hartkleppen leiden. (….) De bacterie die Q-koorts veroorzaakt is zo hardnekkig dat het door Amerikaanse deskundigen als een middel voor biologische/bacteriële oorlogsvoering of terreur wordt beschouwd”. Het gevaar van de Q-koorts werd nog eens bevestigd in het ‘Eindrapport van de Evaluatiecommissie Q-koorts’, dat 22 november 2010 in Den Haag werd gepresenteerd, “De uitbraak van Q-koorts, die van geiten en schapen op mensen wordt overgebracht, begon in 2006 (…) en liep op tot meer dan tweeduizend ziektegevallen in 2009. De uitbraak was daarmee de grootste ooit ter wereld.” Nu de ziekte al 17 mensen het leven heeft gekost, verwijt dezelfde Evaluatiecommissie de ‘overheid’te laat te hebben ingegrepen.
Van regeringswege heeft men de ernst van de situatie niet zozeer onderschat als wel geprobeerd te bagatelliseren. Men wilde niet onnodig voedsel geven aan de groeiende ongerustheid onder de bevolking. Zogenaamd had “de Minister (Verburg) destijds te maken met een grote kennislacune rondom de verspreiding van Q-koorts. Om geen paniek te veroorzaken, was ze terughoudend met de berichtgeving”. (Trouw, 12-12-2009). Maar na meer dan een jaar van toenemende ongerustheid werd op de aanpak van de Q-koorts 12 januari, op basis van het ‘Rapport van de Evaluatiecommissie Q-koorts’, dan eindelijk toch in De Tweede Kamer besproken.
Toch is de bezorgdheid er daarna niet minder op geworden. En niet omdat het vertrouwen in de overheid om de kwestie tot een goed einde te brengen nu plotseling drastisch is afgenomen, maar omdat de realiteit steeds meer in schril contrast komt te staan met de verklaringen, die door de officiële instanties, natuurlijk onderbouwd met ‘bewijzen’van de haar ten dienste staande wetenschappers, worden afgelegd.
Vandaar dat collega’s van de hierboven genoemde wetenschappers zich vorige jaar al geroepen voelden een ander geluid te laten horen. Oprecht betrokken bij maatschappelijke problemen besloten ze openlijk een standpunt ingenomen in een debat, dat de laatste jaren aan intensiteit heeft toegenomen door een groeiend besef van bedreiging voor de volksgezondheid. Eind april 2010 schreven een honderdtal hoogleraren dat we "in de afgelopen jaren zijn geconfronteerd met Q-koorts, vee-gerelateerde MRSA, ESBL, dreiging van een H5N1-pandemie, en zijn de effecten van de veeindustrie op de uitstoot van broeikasgassen nog duidelijker geworden.” (…) “De intensieve veehouderij moet worden gesaneerd en omgevormd tot een dier-, mens- en milieuvriendelijk systeem dat tegemoetkomt aan de natuur en behoeftes van alle levende wezens”. (NRC 28-04-2010)
Dit laatste is wel leuk bedacht en komt zo ongeveer overeen met wat heel links en de groenen propageren. Maar of dit werkelijk mogelijk is en de oplossing dichterbij brengt, is de vraag. Want intensieve veehouderij is daarvoor teveel verankerd in de industriële productie voor de winst, een fenomeen dat heel het kapitalistisch systeem doortrekt. Want “landbouw gewoon een andere kapitalistische industrie. In reactie op de crisis van de overproduktie moet het de kosten drukken, en goedkoper verkopen.” (….) En “mensen, dieren, vissen, bomen, planten, mineralen, water, lucht; niets van dit alles telt dan nog.” (WorldRevolution, British agriculture, a history of decline, juli 2001).
De noodzaak en de gevolgen van de industrialisering van de veehouderij
De economische heropbouw na de Tweede Wereldoorlog, met de toename van de welvaart in het Westen, deed een steeds grotere vraag naar landbouwprodukten ontstaan. En om voldoende voedsel voor de eigen markt te produceren en haar concurrentiekracht te behouden ten opzichte van de omringende landen van West-Europa, was de landbouw in Nederland genoodzaakt meer en goedkoper te produceren. Het gemengd bedrijf voldeed bij lange na niet meer aan deze behoefte. Zo schakelden de boeren in groten getale over naar zowel grotere gemechaniseerde landbouw- als veeteeltbedrijven. Vooral de jaren 1960 kenmerkten zich (na de ratificatie van het Plan-Mansholt, in 1965) door een drastische herstructurering (ruilverkaveling) in de landbouw. De produktie nam met sprongen toe en de Nederlandse landbouw en veeteelt ging zelfs voor de wereldmarkt produceren.
Daar werd ze niet alleen geconfronteerd met bedrijven in Europa, maar vooral met een hevige concurrentie uit Amerika, met de VS voorop, waar men in de Tweede Wereldoorlog al was begonnen met het opzetten van megastallen. Langzamerhand bleek een totale omslag ook voor Nederland een bittere noodzaak. Alleen op een vernieuwd, grootschalig bedrijf, gebaseerd op een totaal andere grondslag, kon nog voldoende inkomen verworven worden. Hierdoor nam het aantal boeren en tuinders drastisch af. Ten eerste konden zich op hetzelfde landbouwareaal minder bedrijven vestigen van grote omvang en ten tweede gingen de bedrijven, die de groei niet konden bijhouden, ten onder aan de moordende concurrentie. Tegelijkertijd ontstond er door de schaalvergroting en mechanisatie inmiddels ook een overproduktie aan melkprodukten (een zogeheten boterberg) en was het voor vele boeren niet meer lonend om op die weg door te gaan.
Met de toename van de welvaart ontstond er ook een grotere behoefte aan vleesprodukten. In een groot deel van de westerse landen werd het eten van vlees door de mensen van een luxe een gewoonte. Dit deed ook een steeds grotere vraag ontstaan naar dierlijke eiwitten. Vanaf de jaren ‘70 schakelden steeds meer bedrijven in Nederland daarom over op intensieve veehouderijen, vooral gericht op varkens, kippen, kalveren. De werkgelegenheid in de landbouw daalde door die intensivering naar 3,5% van de beroepsbevolking. En op dit moment zijn er nog maar krap 100.000 boeren. En die tendens tot concentratie kan zich niet anders dan onverminderd doorzetten: zo is het aantal megastallen in Nederland tussen 2005 en 2010 nog eens verdubbeld. Deze concentratie bracht echter niet alleen een toename van de export met zich mee, maar vereiste ook een toename van de import van grondstoffen. Zo werd de veehouderij nog meer afhankelijk van de situatie op de wereldmarkt.
In de afgelopen jaren kwam de internationale concurrentie op het vlak van de vleeshouderij niet alleen meer van bovengenoemde landen. Deze kwam ook steeds meer uit de Zuid-Oost-Aziatische hoek: vooral in een land als China (dat de meeste mestvarkens en kippen ter wereld heeft), waar de lonen 6x zo laag liggen als in Nederland, en waarmee de concurrentie zo moordend is, dat deze tak van veehouderij hier alleen uitgeoefend kan worden als hij super-intensief en grootschalig is, en zwaar gesubsidieerd wordt.
Op dit moment is het gemiddelde veeteeltbedrijf qua eigen vermogen miljonair. De prijzen voor gras- en bouwland zijn de laatste 10 jaar verdubbeld. Maar toch zijn 70% van de landbouwbedrijven noodlijdend.
Zonder een direct toegekende vorm van een staatssteun van jaarlijks bijna een miljard euro, kan deze landbouwsector niet overleven. En dan hebben we het nog niet eens over de “grote maatschappelijke kosten in de vorm van natuur- en milieuschade. Deze kosten worden niet doorberekend in de prijs van vlees en zuivel; ze worden deels via de algemene middelen in rekening gebracht bij alle burgers en voor een groter deel doorgeschoven naar toekomstige generaties...” (100 Hoogleraren in NRC 28-04-2010)
Ondanks alle directe en indirecte steun van de overheid is die moordende concurrentie op wereldschaal er toch de oorzaak van dat de intensieve veeteelt, net als in vele andere westerse landen, niet alleen grote schade toebrengt aan de ekonomie, maar ook op een zodanig onverantwoorde en ongezonde manier uitgeoefend wordt, dat er ook groot gevaar ontstaat voor mens en dier:
Het gevolg is een reeks aan ziekten, waarbij de Q-koorts de laatste is in een lange rij, die de veehouderij in de afgelopen tien jaar in Nederland heeft geteisterd. Het is niet toevallig dat Nederland in de afgelopen 10 jaar door zoveel dierziekten werd getroffen: “Nederland is het meest veedichte land ter wereld (in ieder geval voor varkens, kippen en kalveren) en het tweede exportland ter wereld van dierlijke eiwitten”, aldus dezelfde hoogleraren in de NRC 28-04-2010.
Noodzaak van de opvoering van de productiviteit door de crisis van het kapitalisme
De kapitalistische logica van de moordende concurrentie dwingt de veehouderij al jaren om niet alleen de kosten voor het veevoer steeds meer drukken, maar er ook steeds meer extra preparaten aan toe te voegen. Nadat in de vorige eeuw vooral hormoonpreparaten (anabolen, clenbuterol testosteron, insuline, enzovoort) aan het veevoer werd toegevoegd, zijn het de laatste 10 jaar vooral de antibiotica in zwang geraakt.
‘Krachtvoer’, vermengd met antibiotica, verkleint niet alleen de kans op het uitbreken van ziektes tussen de opeengepakte dieren. Daarnaast versnelt het de groei van de dieren. De hoeveelheid antibiotica vermengd in het veevoer is momenteel immens: een kwart miljoen kilo per jaar. (in 2005). Bij de vleesvarkens steeg het antibioticagebruik in 2005 het meest (met 10,1 procent) ten opzichte van 2004. Ook de zeugen kregen 6,3 procent meer antibiotica. Het antibioticagebruik bij deze dieren stijgt naarmate het aantal grootgebrachte biggen per dier stijgt. Vleeskuikens kregen in 2005 3,7 procent meer antibiotica. Geschat wordt dat er op dit moment in de Nederlandse veesector jaarlijks 400.000 kilogram antibiotica wordt gebruikt. Dat is extreem veel. Een land als Denemarken verbruikt naar schatting vier maal minder.
Met deze stijging neemt het gevaar van de resistente MRSA-bacterie in de ingewanden van het dier toe. Er wordt nu al vanuit gegaan dat er aan het eind van 2010 geen enkel varkensbedrijf in Nederland zal bestaan dat niet besmet zal zijn met het MRSA-bacterie. Tussen allerlei soorten bacteriën wordt deze resistentie uitgewisseld. Uitwisseling vindt ook plaats tussen dier en mens. Nu de varkensstallen er vol mee zitten, dreigen boeren en hun families ook te worden besmet. “Een derde van de varkens- en kalvenhouders is zelf besmet met het MRSA-bacterie”, aldus dezelfde Dorien Pessers op Syposium Brabant Buitengewoon, 9 september 2009. Ook artsen vrezen dat deze varkenshouders de bacterie zullen verspreiden onder de hele Nederlandse bevolking.
Normaal gesproken vormt deze bacterie geen gevaar, maar wanneer de mens verzwakt is (bijvoorbeeld door een operatie) dan zal het toedienen van antibiotica in het ziekenhuis tot gevolg hebben dat de resistente bacterie in het zieke en kwetsbare lichaam ongestoord groeit. Omdat het aantal soorten bacteriën, dat resistent is, toeneemt, vermindert het aantal soorten nog werkzame antibiotica en nadert dit aantal de nul. Op die manier wordt het uiterst moeilijk deze uiterst besmettelijke bacteriën te bestrijden en worden ze levensbedreigend voor mensen, omdat bestaande antibiotica niet meer helpen. De kans is levensgroot dat de patiënten vervolgens overlijden.
Het gebruik van antibiotica is een van de grootste bijkomende gevaren die de intensieve veeteelt op dit moment voor dier en mens met zich meebrengt. De epidemieën die de afgelopen tien jaar in ons land hebben voorgedaan, zijn, zo mag duidelijk zijn, “mede veroorzaakt door het feit dat wegens de overmatige hoeveelheid antibiotica die preventief wordt toegediend, de resistentie van de dieren tegen ziektes sterk afneemt”, aldus dezelfde hoogleraren (NRC 28-04-2010).
Daadwerkelijke problemen vereisen reële oplossingen
De ‘groenen’zijn het er in het algemeen over eens dat al deze misstanden in de intensieve veehouderij het gevolg zijn van een op winststreven gericht systeem. Maar wat stellen ze daar dan voor uitweg tegenover? De ‘groenen’hebben geen eenduidige oplossing voor de misstanden in de dierenindustrie. De invalshoek van de meer ‘radicale’groenen variëren van de door het anarchisme geïnspireerde ’individuele daad’ om het eten van aan dieren gerelateerd voedsel systematisch te weigeren (veganisme) tot aan de ‘directe actie’ van groepen als het Dierenbevrijdingsfront, waarbij ‘alle hokken (zoals grenzen bij vluchtelingen) van gefokte dieren opengezet worden’. Daarnaast probeert de meer respectabele vleugel van de groenen mensen te bewegen om vastgeroeste ideeën over onethisch diergebruik los te laten. Zo gaat de keuze van Greenpeace, volgens hun artikel Duurzame landbouw, uit naar producten uit de biologische gezins- en boerenlandbouw.
“Duurzame landbouw is immers een echt veelbelovend alternatief dat de mogelijkheid biedt om de hele planeet te voeden zonder een bedreiging te vormen voor het milieu.” Animal Freedom op haar beurt, tracht voor wat betreft “de intensieve veehouderij een radicaal doel (afschaffen) na te streven”. (…) Volgens deze organisatie “is de meeste effectieve manier om een rechtvaardige en duurzame landbouw op te zetten de export van vlees en zuivel af te schaffen (…) Zouden we in Nederland de eis stellen dat de bedrijfsvoering in de veehouderij beperkt blijft tot de landelijke markt …. dan pas is een duurzame oplossing voor de problemen in zicht”. (Radicaal zijn of compromissen sluiten, een prisoners dilemma?)
Maar zowel bovengenoemde daden als voorstellen zetten geen zoden aan de dijk omdat ze zich beperken tot het bestrijden en tegengaan van de uitwassen het kapitalistisch systeem, en op geen enkele manier raken aan de grondslag aan de kapitalistische verhoudingen: de jacht op winst en de permanente uitbreiding van de produktie. Ook al droomt de ‘groene anarchistische’en ‘meest primitivistische’vleugel van een terugkeer naar het verleden, die zijn meest logische uitdrukking vindt in de ultieme oplossing van de ‘terugkeer naar de natuur’, het enige gevolg van hun wens om de bestaansmiddelen voort te brengen met de meest primitieve werktuigen is dat er meer mensen van de honger om zullen komen dan nu onder het kapitalisme.
De andere meer ‘verantwoordelijke’ vleugel van de groenen moet op haar beurt toegeven dat kleinschalige hervormingen en haar streven naar louter gedeeltelijke oplossingen, ook in het geval van de intensieve veehouderij …. “een enorme reductie van de productie zou zijn”. (Animal Freedom, ‘Wat zou ideaal zijn voor het lot van dieren in de veeteelt in Nederland?’). Op de website van ‘Kritische Massa’ schrijft Nora Scheer (‘De overheid moet het gebruik van biologische producten stimuleren’): “Biologische landbouwmethoden hebben inderdaad een duidelijk lagere opbrengst dan de intensieve landbouw. Dat betekent dat de producten duurder zijn …”.
De tegenmacht die ze willen zijn, of die nu parlementair of buitenparlementair opereert, is niet in staat om de toenemende wantoestanden in de intensieve veehouderij, als bijzondere uitdrukking van crisis van het kapitalisme, werkelijk een halt toe te roepen. Een maatschappij scheppen waar de mensheid opnieuw controle krijgt over haar eigen productieve activiteit en een omgeving creëren die beantwoord aan haar behoeften, blijft voor hen een niet te verwezenlijken droom.
Alleen de arbeidersklasse kan de voorwaarden scheppen welke de boerenklasse kan losmaken uit de kapitalistische logica, uit de niet te onstuitbare dynamiek van "Accumulatie om de accumulatie, productie om de productie …”, zoals Marx het in Het Kapitaal verwoordde. Alleen de proletarische klasse heeft de bekwaamheid de logica van het onbegrensde cynisme van het kapitaal, dat op steeds groter schaal genoodzaakt is tot de vernietiging van de natuur, inclusief de menselijke, aan de kaak te stellen. Het is de arbeidersklasse, die als enige de grondslag kan leggen en de voor een maatschappij te scheppen waar de boeren inderdaad bij kunnen dragen tot de produktie de behoeften en niet langer voor de winst van hun bedrijf.
Dixoff /15.02.2011
Op dit ogenblik is de strijdbeweging in Frankrijk egen de pensioenhervorming al acht maanden aan de gang. Regelmatig zijn de arbeiders en de bedienden van alle sectoren met miljoenen tegelijk de straat opgegaan. Tegelijkertijd daarmee zijn er sinds de hervatting van de werkzaamheden in september min of minder radicale stakingsbewegingen ontstaan, die de uitdrukking waren van een diepgaande en groeiende ontevredenheid. Deze mobilisatie vormt de eerste strijd van omvang in Frankrijk sinds de crisis, die het financiële wereldsysteem in 2007-2008 heeft door elkaar geschud. Op dit ogenblik is de strijdbeweging in Frankrijk egen de pensioenhervorming al acht maanden aan de gang. Regelmatig zijn de arbeiders en de bedienden van alle sectoren met miljoenen tegelijk de straat opgegaan.
Tegelijkertijd daarmee zijn er sinds de hervatting van de werkzaamheden in september min of minder radicale stakingsbewegingen ontstaan, die de uitdrukking waren van een diepgaande en groeiende ontevredenheid. Deze mobilisatie vormt de eerste strijd van omvang in Frankrijk sinds de crisis, die het financiële wereldsysteem in 2007-2008 heeft door elkaar geschud. Ze is niet alleen een antwoord op de hervorming van de pensioenen zelf, maar door haar omvang en diepgang ook een duidelijk antwoord op het geweld van de aanvallen die men de laatste jaren moest ondergaan.
Achter deze hervorming en de andere gelijktijdige of op handen zijnde aanvallen, verbergt zich het feit dat alle proletariërs en andere lagen van de bevolking steeds dieper wegzinken in de verarming, de precariteit en de meest sombere ellende. En het ziet er niet naar uit dat deze aanvallen, met de onafwendbare verdieping van de economische crisis in het vooruitzicht, gaan ophouden. Het is duidelijk dat deze strijd de voorbode is van andere aanvallen en dat ze één lijn staat met de bewegingen die zich in Griekenland en in Spanje, tegen de drastische bezuini-gingsmaatregelen daar, hebben ontwikkeld
Ondanks het indrukwekkende massale verzet heeft de regering niet toegegeven. Integendeel, zij is onwrikbaar gebleven en heeft, zonder te verslappen en ondanks de druk van de straat, haar vastberaden wil getoond om deze aanval erdoor te drukken. Hierbij herhaalde zij cynisch dat hij ‘noodzakelijk’ was in naam van de ‘solidariteit’ tussen de generaties. Iedereen weet dat dit een grove leugen is, op het randje van een provocatie.
Bij het schrijven van dit artikel, loopt de mobilisatie terug en is het zeker dat de bourgeoisie erin zal slagen haar hervorming binnen te halen. Hoe komt het dat deze maatregel, die al onze levensomstandigheden in het hart treft en waartegen de hele bevolking haar verontwaardiging en oppositie heeft breedvoerig tot uitdrukking gebracht, er ondanks alles toch doorgevoerd gaat worden?
Waarom is deze massale mobilisatie er niet in geslaagd om de regering doen wijken?
Omdat de regering verzekerd was van de controle van de vakbonden over de situatie. Die hadden het beginsel van een‘noodzakelijke hervorming’ van de pensioenen immers aanvaard. (1)
Wij kunnen een vergelijking maken met de beweging van 2006 tegen de startersbanen (CPE). Deze beweging, die door de media in het begin met veel misprijzen werd behandeld als een ‘studentenrevolte’ zonder vooruitzicht, heeft toch bereikt dat de regering niet anders kon dan het CPE-voorstel terugtrekken. Vanwaar dit succes?
Eerst en vooral omdat de studenten georganiseerd waren in algemene vergaderingen die openstonden voor iedereen, zonder onderscheid van categorie of sector, van de openbare en privé-sector, werkend of werkloos, enzovoort. Deze geest van vertrouwen in de arbeidersklasse en in de eigen kracht, de diepgaande solidariteit in de strijd, hadden een dynamiek op gang gebracht van uitbreiding van de beweging en verschafte haar een massaal karakter, waarin alle generaties betrokken werden. Want terwijl er zich enerzijds in de algemene vergaderingen heel ruime debatten en discussies ontwikkelden, die niet louter beperkt bleven tot de studentenproblematiek, zag men anderzijds in de loop van de betogingen dat steeds meer arbeiders zich aansloten bij de studenten en bij de talrijke scholieren.
Maar ook de vastberadenheid en de open geest van de studenten zelf, die delen van de arbeidersklasse meetrokken in een open strijd, maakte dat ze niet werden uiteengeslagen door de manoeuvres van de vakbonden. Integendeel, met name toen de CGT (stalinistische vakbond, nvdv) pogingen deed om de kop te nemen bij de betogingen om er de controle over te verkrijgen, hebben de studenten en de scholieren verschillende keren de leuzen van de vakbonden opzij geduwd om te duidelijk te maken dat zij niet naar de achtergrond geduwd wensten te worden van een beweging, die zij zelf op gang hadden gebracht. Daarmee bevestigden zij vooral hun wil om zelf, met de arbeiders, de controle te behouden over de strijd en zich niet in de luren te laten leggen door de vakbondscentrales.
De organisatievorm die de studenten gegeven hadden aan hun strijd, was inderdaad een van de aspecten die de bourgeoisie het meest verontrustte. Deze zelfstandige algemene vergaderingen verkozen hun coördinatiecomités en stonden open voor allen. Daarin hielden de studentenvakbonden zich dikwijls gedeisd, in de hoop dat ze zich niet als een olievlek zou uitbreiden naar de arbeiders toe, en deze ook in staking zouden gaan. Het was trouwens geen toeval dat Thibault (de vakbondsleider, nvdv) verschillende keren beweerde dat de loonarbeiders niets konden leren van de studenten over hoe zij zich moesten organiseren. Als deze laatsten hun algemene vergaderingen hadden, dan hadden de arbeiders hun vakbonden, waarin zij vertrouwen hadden.
Tegen een dergelijke achtergrond van vastberadenheid, die alsmaar toenam en het gevaar dat de vakbonden voorbijgestreefd zouden worden, moest De Villipin wel toegeven. Want de vakbond, die de laatste borstwering is van de bourgeoisie, dreigde stukgeslagen te worden door de uitbarsting van een massale strijd.
In de huidige beweging tegen de pensioenhervorming echter, hebben de vakbonden, daarbij actief gesteund door de politie en de media, al het mogelijke gedaan om de overhand te houden. Zij hadden de wind voelen aankomen en hebben daarop ingespeeld door zich overeenkomstig te organiseren.
De Intersyndicale in dienst van de regering
Vanaf het begin hebben we kunnen aanschouwen hoe de verdeling werd uitgespeeld, met aan ene kant de FO (Force Ouvrière, nvdv), die in haar eentje betogingen opzette, en aan de andere kant de intersyndicale die, na de kuiperijen met de regering, op 23 maart een actiedag organiseerde waarmee ze het ‘getouwtrek’ rond de hervorming voorbereidde. Ze organiseerde daarvoor nog twee andere actiedagen: op 26 mei en vooral op 24 juni, aan de vooravond van de zomervakantie. Het is een algemeen gegeven dat, als men een grote aanval wil doordrukken, een actiedag in deze periode van het jaar voor de arbeidersklasse eigenlijk de genadeslag betekent. Helaas voor de bourgeoisie en de vakbonden liet deze actiedag een onverwachte opkomst zien, met het dubbele aantal arbeiders, werklozen, precairen, en anderen, die de straat opgingen. En terwijl de eerste twee actiedagen zich kenmerkten door een malaise, iets wat uitdrukkelijk werd onderstreept door de pers, trad er op 24 juni een duidelijke onvrede en woede naar voren.
De vakbonden zagen zich daardoor genoodzaakt om, onder druk van deze openlijke ontevredenheid en als gevolg van de groeiende bewustwording van de gevolgen van de hervorming op onze leefomstandigheden, vanaf 7september nog een actiedag te organiseren, dit keer onder het motto van de syndicale eenheid. Sindsdien heeft er niet één vakbond ontbroken op het appèl van de actiedagen die in de betogingen verschillende keren zo’n drie miljoen mensen op de been brachten.
Maar deze eenheid van de ‘Intersyndicale’ was een valstrik voor de arbeidersklasse, bedoeld om haar te doen geloven dat de vakbonden vastbesloten waren om een offensief van brede omvang te organiseren tegen de hervorming en dat zij zich, door middel van deze terugkerende actiedagen, daartoe de middelen verschaften. Op hun actiedagen kon men tot vervelens toe horen hoe hun leiders met veel poeha hun redevoeringen afstaken over het ‘vervolg’ van de beweging en andere leugens. Waar zij het meest voor beducht waren, was dat de arbeiders uit het keurslijf van de vakbonden zouden breken en dat zij zichzelf zouden organiseren. Dit is wat de secretaris-generaal van de CGT, Thibault, in een interview met de krant Le Monde van 10 september zei, als een manier om ‘een boodschap over te seinen’ aan de regering:
“Met kan afsteven op een blokkade, op een omvangrijke sociale crisis. Het is mogelijk. Maar wij zijn niet diegenen die dat risico hebben genomen”, om beter te bevestigen wat er volgens de vakbonden op het spel stond: “Wij hebben zelfs een KMO (een kleine onderneming, nvdr) gevonden zonder vakbond, waar 40 van de 44 arbeiders in staking gegaan zijn. Dat is een signaal. Hoe meer de onverzettelijkheid overheerst, hoe meer de geesten gewonnen worden voor de verlenging van de stakingen”.
Dat is duidelijke taal: als de vakbonden er niet zijn, dan gaan de arbeiders zichzelf organiseren en dan gaan ze niet alleen werkelijk beslissen over wat zij willen doen, maar dreigen dat op een massale wijze te gaan doen. Om die reden hebben de vakbondscentrales, en in het bijzonder de CGT, zich met voorbeeldige ijver ingespannen het terrein te bezetten zowel op sociaal vlak als in de media en met dezelfde vastberadenheid elke werkelijke uiting van arbeiderssolidariteit op het arbeidsterrein te verhinderen. Kortom: enerzijds een tamtam van jewelste en anderzijds een activiteit die er op gericht is om de beweging te ontkrachten en mee te voeren in valse alternatieven, om tweedracht en verwarring te zaaien en haar beter naar de nederlaag te kunnen voeren.
De blokkade van de raffinaderijen is er een van de meest duidelijke voorbeelden van. De arbeiders van deze sector, wier strijdbaarheid zeer levendig was, wilden steeds duidelijker hun solidariteit betuigen met de hele arbeidersklasse in haar strijd tegen de hervorming van de pensioenen. Bovendien waren ze zelf geconfronteerd met drastische maatregelen op het vlak van vermindering van personeel. De CGT slaagde er echter in om onder deze arbeiders deze geest van solidariteit om te vormen tot een verwerpelijke staking. Zo werd de blokkade van de raffinaderijen nooit beslist op echte algemene vergaderingen, waar de arbeiders hun werkelijke standpunt tot uiting konden brengen. Er werd echter toe besloten na manoeuvres, waarin de vakbondsleiders specialisten zijn, die de arbeiders door middel van ‘verrotte’ discussies, steriele acties deden aanvaarden. Ondanks deze totale opsluiting hebben bepaalde arbeiders van deze sector toch geprobeerd om contacten te leggen en banden te smeden met arbeiders van andere sectoren. Maar globaal genomen zaten zij gevangen in de fuik van de ‘blokkade tot het bittere einde’.
De meerderheid van de arbeiders van de raffinaderijen zaten in de valstrik van de vakbondslogica van opsluiting in de fabriek, een werkelijk gif dat werd ingezet tegen de uitbreiding van de strijd. Inderdaad, ook al was het de bedoeling van de arbeiders van de raffinaderijen om de beweging te versterken en er een van de sterke armen van te worden om de regering te doen toegeven, de blokkade van de olieopslagplaatsen, zoals ze zich afspeelde onder de vakbondsvlag, werd vooral een wapen van de bourgeoisie en van de vakbonden tegen de arbeiders.
Ze wist niet alleen de arbeiders van de raffinaderijen te isoleren, maar hun staking ook onpopulair te maken door te dreigen met een algemene benzineschaarste teneinde een paniekstemming te scheppen. De pers heeft zich trouw van haar taak gekweten door stemming te maken tegen deze ‘gijzelnemers die de mensen beletten om naar het werk te gaan of om verlof op te nemen’. Maar de arbeiders van deze sector werden daarnaast ook fysiek geïsoleerd. Terwijl zij door hun solidaire strijd hun steentje wilden bijdragen tot het opbouwen van een krachtsverhouding ten gunste van intrekking van de hervorming, heeft vooral de blokkade zich tegen hen gekeerd en tegen hetgeen zij oorspronkelijk voor ogen hadden.
Er hebben talloze gelijkaardige vakbondsacties plaatsgevonden in verschillende transportsectoren, en vooral in streken met weinig arbeiders, want het ging de vakbonden erom tot iedere prijs zo weinig mogelijk risico’s te nemen wat betreft de uitbreiding en het actief in de praktijk brengen van de solidariteit. Voor de schijn moest het erop lijken dat ze in de betogingen de meest radicale strijd orkestreerden en een partituur van vakbondseenheid speelden, maar in werkelijkheid lieten ze de toestand verrotten.
Zoals in een pamflet van de 'AG Interpro' (Algemene Interprofessionele Vergaderingen, nvdv) van het Station-Oost (Parijs), gedateerd op 6 november staat: “De kracht van de arbeiders schuilt niet alleen in de blokkade van een olieopslagplaats hier en daar of zelfs van een bedrijf. De kracht van de arbeiders berust in het samenkomen op de werkplaats, over de grenzen van de beroepen, de ondernemingen, de categorieën en de vestigingen heen en samen te beslissen...” .
Overal heeft men kunnen zien hoe de vakbonden, verenigd in de 'Intersyndicale' om beter de schijn van eenheid hoog te houden, algemene schijnvergaderingen georganiseerd hebben, waar geen werkelijk debat was, en die opgesloten zaten in de meest extreme corporatistische bekommernissen. Toch beweerden ze openlijk dat ze zogenaamd wilden strijden 'voor allen' en 'allen tezamen' ... maar ieder in zijn eigen hoekje georganiseerd, achter zijn eigen kleine vakbondsleider. Daarbij deden zij er alles aan om te beletten dat er massale delegaties zouden worden gevormd, om op zoek te gaan naar solidariteit bij de andere bedrijven, die het dichtste in de buurt lagen. Een beweging die rijk is aan perspectieven
In de media zijn helemaal geen berichten verschenen over de talrijke comités of ‘Interpro’s' (2), die tijdens deze periode werden gevormd: comités en algemene vergaderingen die tot doel hadden om zich te organiseren buiten de vakbonden en discussies te ontwikkelen, die werkelijk open stonden voor alle proletariërs. Er waren ook zelfstandige acties waarin heel de arbeidersklasse zich niet alleen kon herkennen, maar zich ook en vooral massaal kon inzetten.
De vakbonden zijn trouwens niet de enigen geweest om de mogelijkheid van een dergelijke mobilisering te belemmeren, want de politie van Sarkozy, die berucht is voor haar zogenaamde stompzinnigheid en haar anti-linkse instelling, is door haar provocaties verschillende keren een onmisbare hulp geweest voor de vakbonden. Een voorbeeld? De incidenten op het Belcourplein in Lyon, waar de aanwezigheid van een enkele 'relschoppers' (mogelijk gemanipuleerd door de politie) als voorwendsel heeft gediend om een gewelddadige politierepressie uit te voeren tegen honderden jonge scholieren, waarvan het merendeel trachtte, om op het einde van een betoging, met de arbeiders in discussie te komen.
Hier zien wij wat de bourgeoisie bijzonder erg vreest: dat er contacten aangeknoopt worden en dat deze zich in de rijen van de arbeidersklasse zo ruim verveelvoudigen, tussen jongeren en ouderen, tussen werkenden en werklozen.
Vandaag staat deze beweging op het punt om stil te vallen en moeten er lessen getrokken worden uit deze mislukking.
De eerste les die moet worden getrokken is dat het de vakbondsapparaten zijn geweest die het mogelijk hebben gemaakt dat de aanval op de proletariërs is doorgevoerd en dat zoiets helemaal niet iets ongewoons is. Zij hebben hun vuile werk gedaan en zijn daarvoor door alle specialisten en sociologen, net zoals door de regering, en Sarkozy in hoogsteigen persoon, begroet vanwege van hun 'gevoel voor verantwoordelijkheid'. Ja, de bourgeoisie kan zichzelf zonder aarzelen gelukkig prijzen 'verantwoordelijke' vakbonden te hebben, die in staat zijn om een beweging van dergelijke omvang te breken en tegelijkertijd toch nog te doen geloven dat zij al het mogelijke in het werk gesteld hebben om deze te vooruit te helpen. Het zijn bovendien diezelfde vakbonden die er in geslaagd zijn om de werkelijke uitingen van zelfstandige strijd van de arbeidersklasse en van alle werkenden te verstikken en te marginaliseren.
Niettegenstaande kunnen uit deze mislukking ook talrijke vruchten geplukt worden: want ondanks de inspanningen, die gedaan werden door de gezamenlijke krachten van de bourgeoisie om de bressen te dichten waar de arbeiderswoede door ontsnapte, zijn zij er niet in geslaagd om een hele sector mee te slepen een algemene nederlaag, zoals dat het geval was in 2003 (3). Toen had de strijd tegen de pensioenen van de openbare diensten, na meerdere stakingsweken, geresulteerd een vernietigende nederlaag voor de werkers binnen het nationaal onderwijs.
De beweging loopt nu op haar eind. Maar de “De aanval is pas ingezet. Wij hebben een veldslag verloren, maar niet de oorlog. De bourgeoisie heeft ons een klassenoorlog verklaard en wij hebben nog de middelen om die te voeren” (pamflet getiteld 'Niemand kan strijden, beslissen en winnen in onze plaats', getekend door arbeiders en precairen van de 'AG Interpro' van Station-Oost en van Ile-de-France, welke hierboven ook al werd geciteerd). Wij hebben geen andere keuze om ons te verdedigen, dan door onze strijd massaal uit te breiden en te ontwikkelen en daarom moeten wij hem in eigen handen nemen.
'Vertrouwen op eigen kracht' zal de leuze van morgen moeten worden.
WW / 06.11.2010
Voetnoten
(1) Alle linkse partijen, die zich kwamen aansluiten bij de beweging om niet totaal ongeloofwaardig te worden, waren het nochtans zelf ook eens over de dwingende noodzaak om de arbeidersklasse op dit punt aan te vallen, want zij hadden er voor gestemd.
(2) Wij beschouwen deze laatsten als werkelijke uitdrukkingen van de behoeften van de arbeidersstrijd. Zij hebben niets te maken met de, door de vakbonden en door ultralinkse organisaties, onderhands en met kunst- en vliegwerk opgezette en georkestreerde coördinaties, die wij zowel tijdens de beweging van de spoorwegarbeiders in 1986 als tijdens de beweging in de gezondheidssector in 1988, verschillende keren hebben aangeklaagd
(3) Zie de nummers van Révolution Internationale 335, 336 en 337.
In het eerste deel van deze nieuwe artikelenreeks hebben we geprobeerd aan te tonen op welke fundamentele punten de internationalistische anarchisten en de Kommunistische Linkerzijde elkaar naderen. Zonder te ontkennen dat er belangrijke meningsverschillen bestaan, vormt voor de IKS een essentieel aspect in ieder geval de vastberaden verdediging van de autonomie van de arbeidersklasse door te weigeren:
“steun te verlenen, op welke wijze dan ook (zelfs 'kritisch', 'tactisch’ of in naam van 'het minste kwaad'...) aan enige fractie van de bourgeoisie. In het eerste deel van deze nieuwe artikelenreeks hebben we geprobeerd aan te tonen op welke fundamentele punten de internationalistische anarchisten en de Kommunistische Linkerzijde elkaar naderen. Zonder te ontkennen dat er belangrijke meningsverschillen bestaan, vormt voor de IKS een essentieel aspect in ieder geval de vastberaden verdediging van de autonomie van de arbeidersklasse door te weigeren: “steun te verlenen, op welke wijze dan ook (zelfs 'kritisch', 'tactisch’ of in naam van 'het minste kwaad'...) aan enige fractie van de bourgeoisie. Geen steun verlenen aan de 'democratische' machthebbers tegen de 'fascistische'; noch aan links tegen rechts, noch aan de Palestijnse bourgeoisie tegen de Israëlische bourgeoisie; enzovoort.” (1)
Meer concreet gaat het erom:
1) iedere electorale steun, iedere samenwerking te weigeren met de partijen die het kapitalistisch systeem beheren of die een of andere vorm ervan verdedigen (Sociaal-Democratie, Stalinisme, 'Chavisme', enzovoort);
2) In iedere oorlog vast te houden aan een onverzoenlijk internationalisme, door te weigeren tussen het ene of het andere imperialistische kamp te kiezen.
Allen die in theorie en praktijk deze twee essentiële standpunten verdedigen, moeten zich bewust zijn van het feit dat ze tot hetzelfde kamp behoren, dat van de arbeidersklasse, dat van de revolutie.
Binnen dat kamp bestaan er noodzakelijkerwijs meningsverschillen, verschillen in opvattingen tussen individuen, groepen en tendensen.
Door op internationaal vlak, openlijk en broederlijk, maar ook vastberaden en zonder misplaatste toegevingen te debatteren, zullen de revolutionairen erin slagen beter deel te nemen aan de algemene ontwikkeling van het proletarisch bewustzijn. Maar om dat te kunnen, moeten ze begrijpen wat de oorsprong is van de moeilijkheden die een dergelijk debat, momenteel ook nog, verhinderen.
Die moeilijkheden zijn het resultaat van de geschiedenis. De revolutionaire golf, die in 1917 in Rusland en in 1918 in Duitsland een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, werd overwonnen door de bourgeoisie. Wat hierop volgde was een verschrikkelijke contrarevolutie die losgelaten werd op de arbeidersklasse in alle landen. De meest verschrikkelijke manifestaties daarvan waren het Stalinisme en het Nazisme, juist in die twee landen waar het proletariaat in de voorhoede van de revolutie had gestaan.
Door de anarchisten werd de invoering van een schrikwekkende politiedictatuur over het land van de Oktoberrevolutie van 1917, door een partij die zich beriep op het 'Marxisme', beschouwd als een bevestiging van de kritiek die zij al lange tijd geuit had op de marxistische opvattingen. Deze opvattingen werd 'autoritarisme' en 'centralisme' verweten, dat ze meteen na het begin van de revolutie, niet had opgeroepen tot de onmiddellijke afschaffing van de staat, en het feit dat ze het beginsel van Vrijheid niet als hoogste goed had aangemerkt.
Aan het einde van de 19e eeuw werd de overwinning van het reformisme en de 'parlementaire stompzinnigheid' binnen de socialistische partijen door de anarchisten al beschouwd als een bewijs voor de juistheid van hun afwijzing van elke deelname aan verkiezingen. Ongeveer hetzelfde gebeurde na bij de overwinning van het Stalinisme. Voor de anarchisten was het regime niets anders dan de logische consequentie van het 'aangeboren autoritarisme' van het Marxisme. In het bijzonder wat betreft de 'continuïteit' tussen de politiek van Lenin en die van Stalin want, al met al, de politieke politie en de terreur kwamen tot ontwikkeling toen de eerste nog leefde en zelfs kort na het begin van de revolutie
Natuurlijk is één van de argumenten, die aangehaald wordt om deze 'continuïteit' te illustreren, het feit dat vanaf het voorjaar van 1918 bepaalde groepen anarchisten in Rusland door het regime onderdrukt werden, dat hun pers gemuilkorfd werd. Maar het ‘beslissende’ argument is de bloedige onderdrukking van de opstand van Kronstadt in maart 1921 door de bolsjewistische macht, met Lenin en Trotski aan het hoofd. De episode van Kronstadt is uiteraard van grote betekenis, omdat de matrozen en arbeiders van deze marinebasis in Oktober 1917 een van de voorhoedes waren van de opstand, die de burgerlijke regering omverwierp en het mogelijk maakte dat de Sovjets (de raden van arbeiders en soldaten) de macht grepen. En juist deze, de meest bewuste arbeiders en matrozen van de revolutie, kwamen in 1921 in opstand met als ordewoord 'Macht aan de Sovjets, zonder de partijen'.
De Kommunistische Linkerzijde ten opzichte van de Russische ervaring
Binnen de Kommunistische Linkerzijde bestaat er tussen de verschillende tendensen een consensus over, uiteraard, wezenlijke punten:
Op deze drie doorslaggevende punten is er overeenstemming tussen de Kommunistische Linkerzijde enerzijds en de internationalistische anarchisten anderzijds maar een totale tegenstelling tussen hen en de Trotskisten, die de Stalinistische staat als een 'ontaarde arbeidersstaat' beschouwen, en de 'kommunistische' partijen als 'arbeiderspartijen' en die voor het overgrote deel deelgenomen hebben in de Tweede Wereldoorlog (met name in de rijen van het Verzet).
Daarentegen bestaan er binnen de Kommunistische Linkerzijde zelf aanzienlijke verschillen van inzicht in het proces dat de Oktoberrevolutie van 1917 heeft doen uitmonden in het Stalinisme.
Zo beschouwt de stroming van de Hollandse Linkerzijde (de 'radenkommunisten' of 'radenisten') de Oktoberrevolutie als een burgerlijke revolutie, die ten doel het feodale tsaristische regime te vervangen door een burgerlijke staat die beter was aangepast aan de ontwikkeling van een moderne kapitalistische economie. De Bolsjewistische Partij, die aan het hoofd stond van deze revolutie, wordt zelf beschouwd als een burgerlijke partij van een bijzonder soort, belast met het invoeren van het staatskapitalisme, ook al waren de militanten en de leiders ervan zich daar zelf niet werkelijk van bewust. Voor de 'radenisten' bestaat er dus zeker een continuïteit tussen Lenin en Stalin. De laatste was dan in bepaald opzicht de 'executeur-testamentair' van de eerste. In die zin bestaat er een punt van overeenstemming tussen anarchisten en ‘radenisten’, maar hebben deze laatsten hun referentie aan het marxisme tot zover niet overboord gezet.
De andere grote tendens binnen de Kommunistische Linkerzijde, die zich verbindt aan de Kommunistische Linkerzijde van Italië, stelt dat de Oktoberrevolutie en de Bolsjewistische Partij proletarisch van aard waren. (2) Het kader waarin deze tendens hun begrip van de overwinning van het Stalinisme plaatsen is dat van het isolement van de revolutie in Rusland, als gevolg van de nederlaag van de revolutionaire strijd in de andere landen, in de eerste plaats in Duitsland. Zelfs al voor de Oktoberrevolutie stelde de gehele arbeidersbeweging, en de anarchisten vormden hierop geen uitzondering, dat als de revolutie zich niet op wereldschaal zou uitbreiden, zij overwonnen zou worden. Het fundamentele historische feit dat geïllustreerd werd door het tragische lot van de Russische Revolutie is dat de nederlaag ‘niet van buitenaf kwam’ (de door de wereldbourgeoisie gesteunde witte legers werden zelfs verslagen), maar 'van binnen uit'. De arbeidersklasse verloor de macht en met name elke controle over de staat, die meteen na de revolutie ontstaan was, evenals door de ontaarding en het verraad van de Partij, die de revolutie geleid had, als gevolg van haar inlijving in deze staat.
In dat kader delen de verschillende groepen, die zich beroepen op de Italiaanse Linkerzijde, niet allen dezelfde analyses met betrekking de politiek van de Bolsjewiki zoals is gevoerd in de loop van de eerste jaren van de revolutie. Van de 'bordigisten' mag er geen kritiek geuit worden op het machtsmonopolie van de Bolsjewistische Partij, ook niet op de invoering van een vorm van monolithische in die partij, op het gebruik van terreur en zelfs niet op de bloedige onderdrukking van de opstand van Kronstadt. Integendeel, ook vandaag nog zijn zij deze mening toegedaan. Omdat de stroming van de Italiaanse Linkerzijde op wereldvlak vooral gekend werd door het 'Bordigisme', heeft dit bij de anarchisten gediend als een schrikbeeld voor de ideeën de Kommunistische Linkerzijde
Maar de Italiaanse Linkerzijde beperkt zich niet tot het ‘Bordigisme’. De LinkserFractie van de Kommunistische Partij van Italië (die later de Italiaanse Fractie van de Kommunistische Linkerzijde werd) heeft in de jaren 1930 een heel werk gemaakt van het opmaken van de balans van de Russische ervaring. (‘Bilan’ was trouwens de naam van haar revue in het Frans). Tussen 1945 en 1952 werd dit werk voortgezet door de Kommunistische Linkerzijde van Frankrijk (die ‘Internationalisme’ publiceerde). Deze stroming, die in 1975 de IKS zou oprichten, heeft die fakkel in 1964 al in Venezuela opgenomen en 1968 in Frankrijk.
Deze stroming (en gedeeltelijk ook die stroming die verbonden is aan de Partito Comunista Internazionalista in Italië) beschouwt het als een noodzaak bepaalde aspecten van de politiek van de Bolsjewiki meteen na de revolutie te bekritiseren. Met name veel aspecten, die door de anarchisten aangeklaagd worden, de machtsgreep door de partij, de terreur, en met name de onderdrukking van Kronstadt, worden door onze organisatie (in navolging Bilan et van de GCF) beschouwd als fouten die door de Bolsjewiki begaan werden. Deze kunnen zonder twijfel bekritiseerd worden binnen het kader van het marxisme en zelfs aan de hand van de opvattingen van Lenin, met name die neergelegd zijn in zijn werk ”Staat en Revolutie”, geschreven in 1917. Deze fouten kunnen verklaard worden door talrijke omstandigheden, die we hier niet kunnen ontwikkelen, maar die deel uitmaken van het algemene debat tussen de Kommunistische Linkerzijde en de internationalistische anarchisten. Late we eenvoudigweg stellen dat de voornaamste reden is dat de Russische revolutie de eerste (en tot op vandaag de enige) historische ervaring vormde van een tijdelijk zegevierende proletarische revolutie. Maar het is taak van de revolutionairen de lessen te trekken uit deze ervaring, zoals dat vanaf de jaren 1930 gedaan werd door Bilan voor wie “de diepgaande kennis van de oorzaak van de nederlaag” een noodzakelijkheid was van de eerste orde.
“Deze kennis kan noch een geen enkel verbod en geen enkele censuur verdragen. De balans opmaken van de gebeurtenissen van na de oorlog, betekent de voorwaarden creëren voor de zege van het proletariaat in alle landen.” (Bilan nr.1, november 1933)
De anarchisten en de Kommunistische Linkerzijde
Periodes van contrarevolutie zijn allesbehalve gunstig voor de eenheid, of zelfs maar voor de samenwerking tussen revolutionaire krachten. De verwarring en de versnippering, die het geheel van de arbeidersklasse treffen, hebben tenslotte ook hun uitwerking op de gelederen van haar meest bewuste elementen. Net zoals het onderlinge debat tussen de groepen, die met het Stalinisme gebroken hadden maar zich toch beriepen op de Oktoberrevolutie, vanaf de jaren 1920 en heel de jaren 1930 niet gemakkelijk was, zo was ook het ook het debat tussen anarchisten en de Kommunistische Linkerzijde was de hele periode van contrarevolutie bijzonder moeilijk.
Zoals we hierboven al hebben kunnen lezen maakte het gegeven, dat iedere kritiek op de marxisten over het lot van de Russische Revolutie de indruk wekte alsof je water naar de zee droeg, dat de overheersende houding binnen de anarchistische beweging erin bestond elke discussie uit de weg te gaan met de ‘per definitie autoritaire’ marxisten van de Kommunistische Linkerzijde. En dat des temeer omdat deze beweging in de jaren 1930 een veel grotere faam genoot dan de enkele kleine groepjes van de Kommunistische Linkerzijde, vooral door hun plaats die de anarchisten innamen op het voorste plan in een land als Spanje, waar zich in die periode een historische gebeurtenis van doorslaggevend belang afspeelde.
Aan de andere kant, het feit dat de anarchistische beweging de gebeurtenissen in Spanje bijna unaniem beschouwde als een soort bevestiging van de geldigheid van haar opvattingen, terwijl de Kommunistische Linkerzijde er vooral een bewijs van het failliet van die opvattingen in zag heeft lange tijd een hindernis gevormd voor samenwerking met de anarchisten. We moeten er nochtans aan herinneren dat Bilan weigerde alle anarchisten over één kam te scheren. Toen de Italiaanse anarchist Camillo Berneri in mei 1937 door het Stalinisme vermoord werd, heeft deze revue een ‘in memoriam’ gepubliceerd voor iemand die een kritiek zonder enige concessies had geleverd op de politiek, zoals die door de leiding van de CNT gevoerd werd.
Van nog meer betekenis is het feit dat in 1947 een Conferentie gehouden werd, die de Italiaanse Kommunistische Linkerzijde (de groep van Turijn), de Kommunistische Linkerzijde van Frankrijk, de Hollandse Linkerzijde en... een aantal Internationalistische Anarchisten samenbracht! Eén van de anarchisten zat de Conferentie zelfs voor. Dat laat zien dat, zelfs tijdens de contrarevolutie, sommige militanten van de Kommunistische Linkerzijde en van het internationalistisch anarchisme, gedreven door de ware geest van openheid, de wil tot discussie en een vermogen om de fundamentele criteria te herkennen die de revolutionairen over hun meningsverschillen heen verenigen! (3)
Die kameraden van 1947 geven ons daarmee een les en hoop voor de toekomst.
Het spreekt voor zich dat de wreedheden, die het Stalinisme uit naam van het zich toegeëigende Marxisme en kommunisme begaan heeft, ook vandaag nog een last vormen. Ze vormen een emotionele muur die het serieuze debat en de loyale samenwerking nog steeds zwaar belemmert.“De traditie van alle dode [vermoorde - nvdr] geslachten weegt als een zware last op de hersenen van de levenden.” (K. Marx:
De 18e Brumaire van Louis Bonaparte) Deze muur die ons hindert, kan niet van de ene op de andere dag afgebroken worden. Toch begint hij barsten te vertonen. We moeten het debat onderhouden dat, stapje voor stapje, onder onze ogen op gang komt. We moeten ons, gedreven door een broederlijke inzet, inspannen en steeds voor ogen houden dat wij allen proberen, op serieuze wijze, te ijveren voor de komst van het kommunisme, van een maatschappij zonder klassen n
IKS / augustus 2010
Voetnoten
(1) Kommunistische Linkerzijde en het internationalistisch anarchisme (deel I): Wij moeten discussiëren en samenwerken.
(2) Voor Lenin: “In West-Europa is het revolutionair syndicalisme in verschillende landen ontstaan als het rechtstreekse en onvermijdelijke resultaat van het opportunisme, het reformisme, de parlementaire stompzinnigheid.” (Voorwoord bij de brochure van Voïnov (Lunatcharski) over de houding van de partij tegenover de vakbonden (1907) (Œuvres T.13, p.175). Het anarchisme dat al ruim voor het revolutionair syndicalisme bestond, maar er dichtbij staat, heeft eveneens geprofiteerd van deze evolutie in de socialistische partijen.
We moeten opmerken dat er in Rusland zelf verschillende groepen bestonden, die uit de Bolsjewistische Partij voortkwamen en die dezelfde analyses verdedigden. Zie hierover onze brochure “The Russian Communist Left”.
(3) In feite was het debat, de samenwerking en het wederzijds respect tussen internationalistische anarchisten en kommunisten toentertijd niet iets nieuws.
Uit verschillende voorbeelden kunnen we bijvoorbeeld de Amerikaanse anarchiste Emma Goldman citeren die in haar autobiografie (gepubliceerd in 1931, tien jaar na Kronstadt) schreef:
“... het bolsjewisme was een maatschappijopvatting die gedragen werd door de briljante geest van mensen gedreven door de ijver en de moed van martelaren. (...) Het was van het grootste belang dat de anarchisten en de andere revolutionairen resoluut de verdediging van deze belasterde mensen en van hun zaak op zich namen tijdens de gebeurtenissen die in Rusland voortsnelden.” (Living My Life)
Een andere zeer bekende anarchist, Victor Serge, laat in een artikel opgesteld in augustus 1920, “De anarchisten en de ervaring van de Russische revolutie”, een overeenkomstig geluid horen, en terwijl hij zich blijft beroepen op het anarchisme en hij bepaalde aspecten van de politiek van de Bolsjewistische Partij blijft bekritiseren, gaat hij toch door zijn steun aan die partij te geven.Anderzijds hebben de Bolsjewiki een afvaardiging van de anarcho-syndicalistische Spaanse CNT uitgenodigd op het IIe congres van de Kommunistische Internationale. Ze hebben echt kameraadschappelijke broederlijke discussies met haar kunnen voeren en hebben de CNT uitgenodigd zich aan te sluiten bij de Internationale
Steeds vaker duikt het woord ‘onderklasse’ oftewel precariaat, op in de linkse en anarchistische pers. Delen van de arbeidersklasse en ook van de zzp-ers (zelfstandigen zonder personeel) dreigen af te dalen in deze zogezegde onderklasse. Dat betekent: de slechtste baantjes, heel onregelmatig werk, halfillegaal, werkeloos; in ieder geval rondkomen van minder dan het minimumloon. Steeds vaker duikt het woord ‘onderklasse’ oftewel precariaat, op in de linkse en anarchistische pers.
Delen van de arbeidersklasse en ook van de zzp-ers (zelfstandigen zonder personeel) dreigen af te dalen in deze zogezegde onderklasse. Dat betekent: de slechtste baantjes, heel onregelmatig werk, halfillegaal, werkeloos; in ieder geval rondkomen van minder dan het minimumloon.
Maar omdat een deel van de arbeidersklasse hierin terechtkomt, moet deze dan ook als aparte klasse, als precariaat benaderd worden? Moeten we onze solidariteit tot haar beperken, zoals Doorbraak (1) en anarchistische groepen (2) doen? Kan zoiets een perspectief bieden aan de strijd voor hun en onze belangen en de strijd tegen het kapitalisme?
Kommunisten denken van niet, want de ‘afdaling in de opperste ellende’ is een verschijnsel dat niet alleen de ‘onderklasse’ nù treft, maar iets dat ons in de toekomst allemaal te wachten staat, als we niet een bewust en eendrachtig verzet organiseren tegen de staat en de ondernemers, tegen links en de vakbonden.
Rutte 1 heeft ongeziene bezuinigingen in petto
Er wordt bezuinigd op de kinderopvang, de publieke omroepen, subsidies voor cultuur, de basisverzekering van de ziektekosten, de bijstand, de wajong, de migratie en inburgering en vooral op salarisposten van de ambtenaren. Er wordt maar liefst 4,3 miljard bezuinigd op de sociale zekerheid, vooral de ‘zwaksten’ zullen de zwaarste klappen krijgen. Chronisch zieken moeten meer gaan betalen, de studiefinanciering wordt met een jaar gekort, het collegegeld gaat omhoog, de huurmarkt wordt verder geliberaliseerd, de zorgtoeslag gaat omlaag. De eigen bijdragen voor de AWBZ worden fors verhoogd voor mensen die in instellingen als verpleeg- en verzorgingstehuizen verblijven. De eigen bijdrage voor de AWBZ zal in de periode 2012-2015 per jaar met gemiddeld 500 euro per persoon stijgen. Het nieuwe kabinet wil meer dan 6 miljard euro besparen op de overheid.
Daardoor staan tienduizenden overheidsbanen op de tocht. Consumenten krijgen een toeslag op hun energierekening. Het minimumloon, waaraan de hoogte van de bijstand is gekoppeld, wordt verlaagd. Het pakket voor de basisverzekering wordt beperkt. Er komen bezuinigingen op de kinderopvang en zorgtoeslag.
De regelingen bijstand, sociale werkplaatsen en wajong worden samengevoegd. In dit nieuwe stelsel moeten mensen beneden het minimumloon gaan werken onder een bijstandsachtig regiem, waarbij ze – ondanks dat ze betaald werk verrichten – zijn overgeleverd aan de nukken van de klantmanagers van de gemeente. De reorganisaties, die op stapel staan en die zonder verzet ongetwijfeld zullen worden ingevoerd, betekenen een nieuwe vorm van gecontroleerde slavernij voor een deel van de arbeidersklasse. Volgens René Paas, voorzitter van de belangenvereniging van Sociale Diensten: “Zou het wel eens kunnen dat hier de basis is gelegd voor de herziening van het sociale stelsel in de komende drie jaar.” (3)
In het Amerikaanse systeem hebben alleen kostwinners recht op bijstand, mits ze kinderen hebben. In de praktijk zijn dat vooral alleenstaande vrouwen. Wie geen kind heeft, kan voor zo'n 200 dollar per maand voedselbonnen krijgen, daar moeten zij van rondkomen. De tijdelijkheid van de bijstand (uitkeringen worden in de VS hooguit vijf jaar verstrekt) stuit op een zeker enthousiasme. Zo verklaart Eric ten Hulsen, directeur van de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen, in hetzelfde artikel: “Je gaat dan met een heel andere focus met die mensen aan de slag. Het idee is veel meer om mensen in hun eigen kracht te houden.” Mevrouw Klijnsma, die zelf met de sociale hervormingen in Nederland aan de slag moest, haalt Van Hulsen aan met de uitspraak: “Die tijdelijkheid houdt wel de druk erop.” Dat mensen in Amerikaanse projecten nog een tijdje worden begeleid na het vinden van werk, spreekt haar ook erg aan: “Uiteindelijk moeten mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun leven. Maar de begeleiding bij ons kan vaak echt een onsje enthousiaster.” Op die manier kan er natuurlijk meteen wat extra druk uitgeoefend worden!
Een steeds sterkere tendens tot flexibiliteit
Voor de degenen die nog werk hebben, wordt de situatie steeds moeilijker. De druk wordt steeds groter, het werktempo wordt steeds meer opgevoerd en ‘werkzekerheid’ wordt naar het rijk der fabelen verwezen. Rick Kruiswijk, algemeen directeur van HeadFirst (dochteronderneming van ABN-AMRO en arbeidsintermediair actief in de financiële wereld en het ICT-marktsegment):
"Grote bedrijven zullen binnen nu en vijf jaar afstand doen van het merendeel van hun vaste personeel. De hiermee gepaard gaande groei van het aantal zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp-ers) zal helpen om de economie uit het dal te trekken.” (4) Kruiswijk: "Een baan voor het leven is iets van vroegere tijden. Het gerucht dat IBM komende zeven jaar 300.000 van de grofweg 400.000 werknemers van IBM uit vaste dienst wil halen en ze zo nodig weer wil inhuren als zzp-ers staat niet op zichzelf. Een dergelijk Hoog Rendement-beleid (HRM) verwacht ik in de komende jaren bij meer multinationals. Het is een ontwikkeling, waarbij bedrijven een balans zoeken tussen het aantal interne medewerkers en de flexibel in te zetten specialisten. Het zorgt voor kostenbesparing, kwaliteitsverbeteringen en het is ook nog eens goed voor de carrière van de medewerkers. Deze ontwikkeling juichen wij toe."
Ook in Nederland zelf zien we op de arbeidsmarkt in Nederland, mede als gevolg van de economische teruggang, een sterke toename van het individueel specialisme, flexibilisering van arbeid en transparantie in afspraken en honorering. Flexibele arbeid staat ook in Nederland bovenaan agenda van het management.
Han Mesters, sectorbankier bij ABN-AMRO en economisch historicus, voorziet dat flexibilisering niet meer weg te denken is uit de arbeidsmarkt: "Flexibele arbeid staat inmiddels bovenaan op de strategische managementagenda van grote bedrijven. Bedrijven hebben in toenemende mate een kern van vaste werknemers in dienst met daaromheen een flexibele schil van zzp-ers. Hiermee voorkom je ook het probleem in de toekomst van de zogenaamde "bankzitters". Bedrijven worden hiermee platter en slagvaardiger."
Grotere delen van de arbeidersklasse in armoede
De salariskloof tussen topbestuurders en werknemers is in een kwarteeuw (1983-2007) verdrievoudigd. Waar een directeur midden jaren tachtig gemiddeld 16 keer een modaal inkomen verdiende, is dat in 2007 opgelopen naar 44 keer modaal. Het gemiddelde directeurssalaris van de honderd best verdienende bedrijven steeg in 25 jaar van 225 duizend euro naar 1,3 miljoen euro, een stijging van 600 procent.(5)
De Quote 500 van 2009 was goed voor een totaal vermogen van 127 miljard, 30 miljard meer dan vijf jaar ervoor. In 2009 telde Nederland in totaal 154.000 miljonairs, een nieuw record. De nieuwste cijfers van het zakenblad Quote, die van 2010, vermelden dat “het vermogen van de 500 rijkste Nederlanders is dit jaar met 6,6 procent gestegen. (…) Bij elkaar hebben de rijksten van Nederland een vermogen van meer dan 135 miljard euro, slechts tien miljoen minder dan in 2008, toen Quote het hoogste totaalvermogen ooit berekende.” (6)
Als de rijken rijker lijken te worden, is het zeker dat de armer steeds armer worden. De NRC heeft berekend dat de zorgpremies komend jaar met maar liefst 325 euro zullen stijgen. Onderwijs volgen wordt duurder, waar subsidies wegvallen, zullen prijzen omhoog gaan en gemeenten worden gedwongen om op allerlei basisvoorzieningen te korten. Honderdduizenden zullen in financiële problemen terechtkomen, tienduizenden zullen van goede zorg verstoken raken, en duizenden zullen op straat belanden: om het even jong of oud, allochtoon of autochtoon, stads- of plattelandsbewoner, Limburger of Drent.
In 2010 daalt de koopkracht van huishoudens voor het eerst sinds het begin van de crisis. De daling van de koopkracht is in doorsnee half procent. Komend jaar daalt de zogeheten mediane koopkracht naar verwachting met een kwart procent. Deze statische koopkrachtcijfers houden echter geen rekening met de gevolgen van vermogensverliezen, baanverlies en het schrappen van bonussen. Huishoudens die daarmee te maken hebben, kennen een (veel) ongunstiger koopkrachtontwikkeling. (7)
Tenslotte zien we heel duidelijk dat ook kleine zelfstandigen steeds meer in de armoede terechtkomen. Volgens de berichten vangen de zzp-ers de grootste klappen van de recessie op: uit CBS-cijfers blijkt dat de zzp-ers hun inkomen in het derde kwartaal van vorig jaar met gemiddeld 12 procent zagen dalen. “De economische krimp raakt vooral de zelfstandigen. Hun inkomensdaling is de grootste duikeling van dit decennium”, aldus Michiel Vergeer, hoofdeconoom van het CBS. “Steeds meer kleine zelfstandigen kloppen aan bij de voedselbanken in Nederland voor gratis levensmiddelen” kopte het AD van 9 januari 2010.
De val van de ‘nieuwe’ vakbondsstrategie (9)
De bezuinigingen van de nieuwe regering zijn een aanval op de hele Nederlandse bevolking. De gevolgen van deze bezuinigingen zal ieder van ons in de een of andere vorm treffen in de komende jaren. De enige manier om ons daar effectief tegen teweer te stellen, is een eendrachtig verzet onder leiding van de arbeidersklasse als geheel. We moeten ons dan ook niet laten verleiden door de ‘nieuwe’ strategie van de vakbonden om ons alleen op die ‘onderklasse’ of precariaat te richten.
Dat is een pure misleidingtactiek omdat het de arbeidersklasse opdeelt in categorieën, beroepen, sectoren en corporaties. Daarbij maakt het geen enkel verschil of leden van Doorbraak zich, zeker niet als het een door de vakbond bezoldigd ‘organiser’ betreft, opwerpen als voortrekker van de strijd van de schoonmakers, de flexwerkers, en andere precaire delen van de arbeidersklasse. Want met of zonder de tactieken van 'organising' , met of zonder de steun van solidariteitscomités van de anarchisten of ultralinks, uiteindelijk is het toch de vakbond en daarachter de burgerlijke staat die, door de kunstmatige opdeling van de arbeidersklasse, aan het langste eind trekt en haar maatregelen er doordrukt.
Bepaalde stromingen binnen het anarchisme hebben altijd de leus hoog gehouden “de bevrijding van de arbeider, zal het werk van de arbeiders zelf zijn”. Ze hebben daarbij vaak hun verwachtingen gericht op de het revolutionaire potentieel van de ‘marginalen’ in de maatschappij, zoals de lompenproletariërs. Nu er zich daadwerkelijk een materiële grondslag ontwikkelt, waarbij steeds grotere delen van de arbeidersklasse in absolute armoede geworpen worden, gaan ze steeds meer hun aandacht op deze groepen richten.
Kameraad, als je terecht en ook oprecht probeert op te komen voor de meest verdrukten, dan maakt iedere opdeling van de arbeidersklasse, zoals in een ‘onderklasse’ en een ‘bovenklasse’, de mogelijkheden tot misbruik van groeiende strijdwil door de vakbond en links alleen maar gemakkelijker en groter. In het geval van de staking onder de schoonmakers van het afgelopen voorjaar, toen de vakbond ook gebruik maakte van de strategie van 'organising', werden velen van jullie voor het karretje gespannen van de FNV-Bondgenoten. Deze vakbond zag in de anarchisten juist een geschikte ‘bondgenoot’, goede hulptroepen om haar invloed onder de schoonmakers te vergroten en nadat ze dit doel grotendeels had bereikt, werd de strijd afgeblazen en ieder van jullie onmiddellijk weer afgeserveerd.
Kommunisten laten zich niet voor het karretje van de vakbond spannen, ze gaan niet uit van de een of andere bijzondere situatie van de arbeidersklasse. Ook al beweren sociologen honderd keer dat ze wel bestaan, voor kommunisten bestaat er geen zwarte, witte of gele arbeidersklasse. Voor kommunsisten maakt het geen enkel verschil of een arbeider toevallig wel een eigen huis of geen eigen huis bezit.
Kommunisten beseffen maar al te goed dat de nog-werkenden van vandaag de werklozen van morgen kunnen zijn. Waar de arbeiders ook hun leven proberen op te bouwen, in China of in Peru, in Roemenië of in Holland, overal heeft ze te maken met dezelfde aanval op haar leefomstandigheden. Daarom kan ze alleen in haar eenheid tegenover het kapitalisme de basis kan leggen voor een maatschappij zonder uitbuiting en armoede.
Dixoff / 10.11.2010
Voetnoten
(1) “In Nederland kijkt Doorbraak voor verzet in principe naar de gehele onderklasse …”; Uit de basisstandpunten van Doorbraak.
(2) “Het geïllegaliserde 'precariaat' valt geheel buiten wat de rechtstaat genoemd wordt.”; Uit de basisstandpunten van de AAGU.
(3) Dit en de volgende citaten in deze alinea uit: Trouw van 3 december 2009.
(4) Dit en de volgende citaten in deze alinea uit: Headfirst van 20 mei 2010
(5) De Volkskrant, 17-05-2008.
(6) Quote, 03-11-2010.
(7) CPB-rapport Macro-Economische Verkenningen 2011
(8) Rapport ”Armoede in Nederland 2010”, Kerk in Actie, 4 november 2010.
(9) Grenzeloos spreekt zelfs al triomfantelijk over “De geboorte van een nieuwe vakbeweging”.
"Meer dan welke klasse ook in de geschiedenis is het proletariaat rijk aan prachtige revolutionaire figuren, aan toegewijde militanten, onvermoeibare strijders, martelaars, denkers en mensen van de actie. "Meer dan welke klasse ook in de geschiedenis is het proletariaat rijk aan prachtige revolutionaire figuren, aan toegewijde militanten, onvermoeibare strijders, martelaars, denkers en mensen van de actie. Dat is toe te schrijven aan het feit dat, in tegenstelling tot andere revolutionaire klassen die enkel tegen de reactionaire klasse vochten om hun eigen heerschappij in te stellen en de onderwerping van de maatschappij aan hen egoïstische belangen van bevoorrechte klasse, het proletariaat geen voorrechten te veroveren heeft.” (De drie L’s: Lenin, Luxemburg, Liebknecht, l'Étincelle, het blad van de Kommunistische Linkerzijde van Frankrijk, 1946)
De arbeidersbeweging telt zoveel van deze voorbeeldige militanten dat het onmogelijk is ze allemaal te eren. Sommigen onder hen drukken echter op een bijzondere wijze de passie uit voor de revolutie en we willen hier daarom drie van hen in herinnering brengen, die de moeilijke beproeving van de periode van contra-revolutie in de jaren 1920 en 1930 en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog doorgemaakt hebben. Het gaat om Leo Trotski, 70 jaar geleden gestorven, Anton Pannekoek, 50 jaar geleden overleden, en Jan Appel, die ons 25 jaar geleden ontviel. Hoewel ze elk een zeer verschillende levensloop kenden en vaak zeer diepe meningsverschillen hadden, hebben deze felle strijders van het proletariaat, en ondanks hun politieke fouten, nooit opgehouden hun leven enkel te wijden aan de verdediging van de belangen van hun klasse.
Trotski
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog wordt Trotski, na een vurig militanten leven, dat geheel gewijd was aan de zaak van de arbeidersklasse, als revolutionair en strijder met een pikhouweel vermoord door een agent van de GPOE. Ondanks zijn ernstige politieke fouten, zijn de bijdragen van Trotski aan de arbeidersklasse immens. Gedurende zijn leven is hij talrijke keren gearresteerd, uitgestoten en verbannen, maar hij bleef zich inzetten voor het revolutionaire perspectief. Heel jong al was hij een actief propagandist in de sociaal-democratische krant Iskra, een uitzonderlijk redenaar, en voorzitter van de Sovjet van Petrograd tijdens de revolutie van 1905. Hij had belangrijke meningsverschillen met Lenin en alhoewel hij werd gedwongen uit te wijken naar de Verenigde Staten, kwam hij in mei 1917 terug naar Rusland en vervoegde zich bij de Bolsjewistische Partij. Zijn rol in de Oktoberrevolutie is doorslaggevend, net als de rol die hij speelt in de oprichting en organisatie van het Rode Leger, dat de verdediger wordt van revolutionair Rusland tegen de aanvallen van de contra-revolutionaire witte legers en de coalitietroepen, die proberen “de kommunistische pest” te verpletteren. (1)
Hij speelde nog een bijzonder ondankbare rol, want achteraf zwaar bekritiseerd, als hoofd van de delegatie die in maart 1918 onderhandelde met Duitsland over de vrede van Brest-Litovsk, welke de bevolking in Rusland enige tijd adempauze gaf. Trotski was aan de zijde van Lenin één van de oprichters van de Kommunistische Internationale, waarvoor hij de redacteur was van talrijke fundamentele teksten. Zijn Geschiedenis van de Russische Revolutie vormt een essentiële referentie voor het begrijpen en bevatten van heel het belang van deze historische gebeurtenis. De literaire nalatenschap van Trotski, op politiek, historisch, cultureel en theoretisch vlak, is enorm, waarmee hij het devies van Marx ook tot het zijne maakt: “Niets menselijks is mij vreemd”.
Zijn theorie van de 'permanente revolutie' en de analysefouten die ermee gepaard gaan (zoals de noodzaak voor het proletariaat de burgerlijke revolutie door te voeren in landen waar de bourgeoisie zelf te zwak is om het feodalisme te overwinnen) zijn één van de hefbomen, die Stalin er al vroeg toe brengen hem te haten. De grondregel van deze theorie is dat de revoluties van de 20e eeuw niet kunnen ophouden als burgerlijke en nationale doeleinden bereikt zijn en stelt zich tegenover de theorie van het 'socialisme in één land' en daarna van de 'revolutie in stappen' die de basis vormen van het stalinisme in de jaren 1920 en 1930.
Trotski, die zei:“De realiteit vergeeft de theorie geen enkele fout”, verdedigde in zijn laatste jaren talrijke opportunistische standpunten, zoals de politiek van ‘entrisme’ in de sociaal-democratie, het proletarisch eenheidsfront, de kwestie van de proletarische aard van de USSR, enzovoort, standpunten die de Kommunistische Linkerzijde in de jaren 1930 terecht bekritiseerde (2). Hij is echter nooit overgestapt naar het vijandelijk kamp, dat van de bourgeoisie, zoals de trotskisten na zijn dood wel deden. In het bijzonder over de kwestie van de imperialistische oorlog heeft hij tot het eind de traditionele opvatting van de revolutionaire beweging verdedigd: de omvorming van de imperialistische oorlog in een burgeroorlog. In het Manifest van de IVe Internationale, genaamd Alarm, dat hij zonder dubbelzinnigheden en uitsluitend vanuit het standpunt van het revolutionaire proletariaat heeft opgesteld om stelling te nemen tegenover de veralgemeende imperialistische oorlog, kan men lezen:
"De IVe Internationale bouwt haar politiek niet op de militaire lotgevallen van de kapitalistische staten, maar op de omvorming van de imperialistische oorlog in een oorlog van arbeiders tegen kapitalisten, voor de omverwerping van de heersende klassen in alle landen, op de socialistische wereldrevolutie” (Manifest van de IVe Internationale van 29 mei 1940, p.75, hoofdstuk 24, Œuvres de Trotski). Ziedaar, wat de trotskisten vergeten en verraden hebben.
Hoe intensiever de wereldoorlog werd, hoe meer de eliminatie van Trotski een cruciaal punt werd voor de wereldbourgeoisie (3), net als voor Stalin. Om zijn macht te grondvesten en een politiek te ontwikkelen die hem tot de belangrijkste bouwer van de contra-revolutie maakte, heeft Stalin eerst talloze revolutionairen, oude Bolsjewiki, geëlimineerd door hen naar de kampen te sturen. Vooral zij, die de kameraden van Lenin waren, de bouwers van de Oktoberrevolutie, werden hierdoor getroffen. Maar dat volstond nog niet. De gevaarlijkste van alle Bolsjewiki, ook al was hij in het buitenland, was Trotski. Stalin had hem al getroffen door in 1938 zijn zoon Léon Sédov te laten vermoorden in Parijs. Nu moest Trotski zelf opgeruimd worden.
Zijn eliminatie had een veel grotere betekenis dan die van de andere oude Bolsjewiki en die van de leden van de Russische Kommunistische Linkerzijde.
Anton Pannekoek
Op 28 april 1960 overleed Anton Pannekoek, na meer dan 50 jaar strijd voor de arbeidersklasse. Aan het begin van de 20e eeuw begon hij als verdediger van de belangen van de arbeidersklasse door stelling te nemen in de strijd tegen de revisionistische tendensen, in de Nederlandse arbeidersbeweging vertegenwoordigd door Troelstra. Met Gorter klaagde hij elke samenwerking aan met de progressieve liberale fracties van de bourgeoisie in het parlement.
“Niet een tegemoetkomende houding, niet overleg, niet toenadering tot de burgerlijke partijen en afslaan van onze volle eisen zijn de beste middelen om wat te krijgen, maar versterking van onze organisaties, uiterlijk in omvang, innerlijk in kennis en klassenbewustzijn, zodat zij voor de bourgeoisie als een steeds dreigender en vreeswekkender macht verschijnen.” (Anton Pannekoek en Herman Gorter, Marxisme en revisionisme, De Nieuwe Tijd, 1909)
Toen hij in 1906 naar Duitsland ging om les te geven aan de SPD-school, kwam hij al gauw in conflict met de leiding, onder meer met Kautsky, over het belang van een zelfstandige massa-actie van de arbeiders. In 1911 was hij de eerste van de socialisten die, in het voetspoor van Marx na de nederlaag van de Commune van Parijs, verklaarde dat de strijd van de arbeiders tegen de kapitalistische overheersing geen andere keus heeft dan de vernietiging van de burgerlijke staat. “De strijd van het proletariaat, schreef hij, is niet enkel een strijd tegen de bourgeoisie om de staatsmacht; het is ook een strijd tegen de staatsmacht.” (geciteerd in Staat en Revolutie van Lenin)
Toen in 1914 de wereldoorlog uitbrak, nam hij resoluut stelling tegen het verraad van de sociaal-democratische leiders van de Tweede Internationale. Gedurende de oorlog werd hij sympathisant van de ISD in Bremen en de SPD in Nederland, en schreef hij artikelen tegen de oorlogspolitiek. In een brief aan Van Ravensteyn van 22 oktober 1915 legt hij uit wat hem ertoe bracht zich te verbinden aan het initiatief van de Linkerzijde van Zimmerwald.
Daarna sprak hij zijn onvoorwaardelijke solidariteit uit met de Russische arbeiders toen die in 1917, in Sovjets georganiseerd, de macht grepen, en bleef hij onverdroten de noodzaak propageren van de wereldrevolutie. “Wat we hoopten is ondertussen gebeurd. Op 7 en 8 november hebben de arbeiders en soldaten van Petrograd de regering Kerenski omvergeworpen. En het is waarschijnlijk (...) dat die revolutie zich over heel Rusland zal uitbreiden. Een nieuw tijdperk begint, niet alleen voor de Russische revolutie, maar ook voor de proletarische revolutie in Europa.” (Anton Pannekoek, De Russische Revolutie III, De Nieuwe Tijd, 1917, p.560; De Russische Revolutie VIII, De Nieuwe Tijd, 1918, p.125)
Toen de meerderheid, die uit de KPD uitgesloten werd, in april 1920 een nieuwe partij oprichtte, de KAPD, was Pannekoek een grote inspirator voor het programma van deze politieke organisatie. Dit programma verenigde de belangrijkste standpunten van de nieuwe periode. Pannekoek was (precies zoals Rosa Luxemburg tot zij in 1919 vermoord werd) aan het begin van de jaren 1920 een, weliswaar kritisch, maar een vurig verdediger van de Oktoberrevolutie.
Maar dat belette hem niet om uiteindelijk foute lessen te trekken uit de nederlaag van de Oktoberrevolutie van 1917 in Rusland. Hij kwam inderdaad tot de conclusie dat de Bolsjewiki in feite een burgerlijke revolutie hadden geleid. Waarom? Niet alleen omdat volgens hem in 1917 in Rusland nog resten van feodalisme bestonden, versnipperde vormen van kleinburgerlijke productie, maar ook omdat Lenin het verschil niet goed begrepen zou hebben tussen proletarisch materialisme en het burgerlijk materialisme. (Zie John Harper (pseudoniem van Anton Pannekoek), Lenin als Filosoof, 1938)
Voor elke revolutionair van vandaag blijven de werken van Pannekoek, ondanks zijn latere fouten, een belangrijke referentie, alleen al omdat hij, zoals andere linkskommunisten een brug sloeg tussen de sociaal-democratische Tweede Internationale en de beginnende Kommunistische Derde Internationale, de periode die zich uitstrekte van 1914 tot 1919, en omdat hij daarna zijn theoretische werk is blijven voortzetten. Zoals hij later herhaalde: “... onze taak is vooral een theoretische taak: door studie en discussie de beste weg vinden en aanduiden voor de actie van de arbeidersklasse.” (Brief van Pannekoek aan Castoriadis – Socialisme ou Barbarie, 8 november 1953)
Jan Appel
Op 4 mei 1985 stierf de laatste grote figuur van de Kommunistische Internationale, Jan Appel, op de leeftijd van 95 jaar. Het proletariaat zal nooit zijn leven vergeten, een leven van strijd voor de bevrijding van de mensheid.
De revolutionaire golf van het begin van vorige eeuw is mislukt. Duizenden marxistische revolutionairen werden gedood in Rusland en Duitsland, sommigen pleegden zelfs zelfmoord. Maar ondanks die lange nacht van de contra-revolutie bleef Jan Appel trouw aan het marxisme, bleef hij trouw aan de arbeidersklasse, overtuigd van het feit dat de proletarische revolutie moest komen. Jan Appel werd gevormd en gehard in de revolutionaire beweging in Duitsland en Nederland aan het begin van vorige eeuw. Hij streed zij aan zij met Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht, Lenin, Trotski, Gorter, Pannekoek. Hij streed in de revolutie in Duitsland in 1919. Hij behoorde tot degenen die nooit de zaak van het proletariaat verrieden. Hij was een waardig vertegenwoordiger van die anonieme massa van de gestorven generaties van het proletariaat. Hun historische strijd heeft zich altijd gekeerd tegen persoonsverering of het nastreven van glorierijke titels. Evenmin als Marx en Engels hoeft Jan Appel geen rekenschap af te leggen aan de kapitalistische sensatiepers.
Maar hij was ook meer dan zomaar iemand uit heel die anonieme massa moedige revolutionaire militanten, welke werd voortgebracht door de revolutionaire golf van de arbeidersbeweging begin vorige eeuw. Hij heeft sporen nagelaten voor de revolutionairen, die vandaag de fakkel overnemen. Jan Appel was in staat degenen te herkennen, even anoniem en voor het ogenblik beperkt tot een kleine minderheid, die de kommunistische strijd voort zullen zetten. Met trots hebben wij Jan Appel ontvangen op het Oprichtingscongres van de Internationale Kommunistische Stroming in 1976 in Parijs.
Geboren in 1890 begint Jan Appel al heel jong te werken op de scheepswerven in Hamburg. In 1908 is hij een actief lid van de SPD. In de oorlog, jaren vol kwelling, neemt hij deel aan discussies over de nieuwe kwesties die zich aan de arbeidersklasse stellen: de houding tegenover de imperialistische oorlog en tegenover de Russische revolutie. Dat brengt hem ertoe om zich eind 1917-begin 1918 aan te sluiten bij de Linksradikalen in Hamburg, die duidelijk standpunt kozen tegen de oorlog en voor de revolutie. Vervolgens beantwoordde hij de oproep, in juli 1917 van de IKD in Hamburg, die alle revolutionairen vroegen om te ijveren voor de oprichting van een USPD, in oppositie tegen de reformistische en opportunistische politiek van de SPD-meerderheid. Gedreven door de arbeidersgevechten van eind 1918 treedt hij ook toe tot de Spartakusbund van Rosa Luxemburg en neemt hij na de eenmaking in de KPD(S) een verantwoordelijke positie in de groep van het district Hamburg.
Op basis van zijn actieve deelname aan de gevechten, die sinds 1918 plaatsvonden, en zijn organisatorische talenten, kiezen de deelnemers aan het Oprichtingscongres van de KAPD Jan Appel en Franz Jung als vertegenwoordigers van de Partij voor de Kommunistische Internationale in Moskou. Zij moesten discussiëren en onderhandelen over haar toetreding tot de Derde Internationale en over de verraderlijke houding van de centrale van de KPD tijdens de Ruhropstand. Om in Moskou te geraken moesten ze een schip kapen. Daar aangekomen hadden ze discussies met Zinovjev, voorzitter van de Kommunistische Internationale, en met Lenin. Op basis van het manuscript van Lenin, ‘De Linkse Stroming, een Kinderziekte van het Kommunisme’, discussieerden ze lange tijd en weerlegden onder meer de valse beschuldigingen van syndicalisme (dat wil zeggen: de verwerping van de rol van de partij) en van nationalisme.
Er waren nog verschillende reizen naar Moskou nodig totdat de KAPD als sympathiserende organisatie werd toegelaten tot de Derde Internationale en zo deel kon nemen aan het Congres van 1921.
Appel was actief overal waar de KAPD en de AAUD hem heen stuurden. Zo werd hij de verantwoordelijke voor het weekblad Der Klassenkampf van de AAU in het Ruhrgebied, waar hij bleef tot in november 1923.
Op het IIIe Congres van de Kommunistische Internationale, in 1921, waren Appel, Meyer, Schwab en Reichenbach de afgevaardigden die, tegen het groeiende opportunisme binnen de Komintern, de laatste onderhandelingen voerden namens de KAPD. Ze probeerden tevergeefs, samen met de afgevaardigden van Bulgarije, Hongarije, Luxemburg, Mexico, Spanje, Groot-Brittannië, België en de Verenigde Staten, een linkse oppositie te vormen. Kordaat onderstreepte Jan Appel, onder het pseudoniem Hempel, tegen het sarcasme van de Bolsjewistische en KPD-afgevaardigden in, aan het einde van dit IIIe Congres enkele fundamentele kwesties voor de wereldrevolutie van vandaag. Laten we aan zijn woorden herinneren: “De Russische kameraden zijn evenmin supermannen, en ze hebben tegenwicht nodig, en dat tegenwicht moet een Derde internationale zijn die elke tactiek van compromis, parlementarisme en oude vakbonden uitschakelt.”
Tot het einde toe was Jan Appel ervan overtuigd dat “alleen de klassenstrijd van belang is”. We zetten zijn strijd verder.
IKS / augustus 2010
Voetnoten
(1) De moeilijke omstandigheden waar de Bolsjewistische Partij en de arbeidersmassa’s, zowel op economisch als op militair vlak, mee geconfronteerd werden, waren het gevolg van ernstige fouten: de afslachting van de muitende matrozen van Kronstadt in 1921 en van het militair offensief tegen de beweging van Machhno in Oekraïne. Terwijl bepaalde militanten binnen van de Bolsjewistische Partij zich keerden tegen deze grove fouten, dan was Trotsky niet één van hen, hij is zelfs een van de belangrijkste uitvoerders geweest van deze repressies.
(2) Lees hiervoor onze brochure: Het trotskisme tegen de arbeidersklasse en de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr.103.
(3) Robert Coulondre, ambassadeur van Frankrijk bij het Derde Rijk, geeft er een welsprekende getuigenis van in zijn beschrijving van zijn de laatste ontmoeting met Hitler, net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hitler ging er prat op zojuist een pact met Stalin te hebben afgesloten. Hij schetste een grandioos panorama van zijn toekomstige militaire zegetocht. In zijn antwoord aan Hitler trachtte de Franse ambassadeur echter een beroep te doen op zijn redelijkheid en schetste hem de sociale oproer en het gevaar van de revoluties, die door een lange en moorddadige oorlog zouden kunnen worden teweeggebracht en die alle oorlogvoerende regeringen ten val zouden kunnen brengen. “U denkt enkel aan uzelf als overwinnaar”, zei de franse ambassadeur, “maar heeft u gedacht aan een andere mogelijkheid: dat Trotsky wel eens de winnaar zou kunnen worden?”
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 218.06 KB |
Nu in verschillende landen van Europa (Groot-Brittannië, Griekenland, Nederland, Italië, enz.) de studenten en scholieren in beweging zijn gekomen, is het essentieel te weten wat de ervaringen zijn uit voorgaande bewegingen, waarin deze betrokken waren. Eén zo’n voorbeeld is de strijd van de lente van 2006 in Frankrijk tegen de zogenaamde CPE-maatregel die de regering toen wilde doorvoeren.
Vijf jaar geleden werden de collegezalen, eersteklas plaatsen voor de meesterlijke verveling, op brute wijze gewekt uit hun verdoving door de impact van vlammende discussies over werkloosheid, precaire banen, de uitbuiting en de toekomst. De arbeidersjeugd, scholieren en studenten, stelden zich als een mens op tegen een aanval van de staat, tegen het “Contrat Première Embauche” (1), ondeugend omgedoopt tot “Contrat Poubelle Embauche”(“Wegwerpcontract voor startbanen”). Na drie maanden van heftige (bruisende) strijd, moest de regering toegeven en zijn onbillijk wetsontwerp intrekken.
Dit soort overwinningen komen zelden voor in de strijd. De bourgeoisie houdt altijd vast aan haar plan om de arbeidersklasse de meest vernietigende nederlagen toe te brengen, om haar te demoraliseren en haar de lust tot strijd te ontnemen. Deze systematische politiek werd perfect uitgedrukt door de voormalige Minister-President Raffarin, toen hij in 2003 tegenover de woede van de onderwijzers, na een nieuwe hervorming van de pensioenen, met arrogantie had bevestigde dat “ het niet de straat is die regeert.”
Als de bourgeoisie op deze manier heeft toegegeven, dat doet ze dat omdat ze in deze beweging een werkelijk gevaar heeft gezien. De studenten hebben de vitale betekenis van de zelfstandige Algemene Vergaderingen ontdekt. Deze Algemene Vergaderingen vormden werkelijk de longen van de beweging. Ze hebben de studenten in staat gesteld om bijeen te komen, met elkaar te discussiëren en zich collectief te organiseren. Zij zijn zich bewust geworden, dankzij deze openbare debatten, dat hun strijd niet een speciale vorm van strijd is, maar onderdeel uitmaakt van die van de hele arbeidersklasse.
Daarom hebben ze hun Algemene Vergaderingen en hun collegezalen opengesteld voor de scholieren, de werklozen, werkenden en de gepensioneerden, die bij iedere interventie een donderend applaus kregen van de aanwezigen deelnemers. Om dan ook het grootst mogelijke aantal arbeiders in de strijd te betrekken, hebben de studenten, heel bewust, de eisen die specifiek zijn voor het universitaire milieu aan de kant geschoven, zoals de afschaffing van de LMD (2), om daartegenover die eisen naar voren te schuiven die gemeenschappelijk zijn voor alle onderdrukten: de toenemende verarming.
De studenten hadden heel goed begrepen dat de uitkomst van hun strijd in handen was van de loonarbeiders. Zoals een student dat in een bijeenkomst van de Francilienne-Coördinatie van 8 maart verwoordde: “als we geïsoleerd blijven, zullen ze ons met huid en haar opvreten”. De spandoeken die de studenten boven de hoofden van de manifestanten uitrolden, droegen opzienbarende leuzen van deze geest van eenheid: “Studenten, scholieren, werklozen, precaire arbeiders, van zowel de publieke als de privé-sector: eenzelfde strijd tegen de werkloosheid en precaire banen”! Dit uitgangspunt had, in de loop van de weken, langzaam maar zeker tot resultaat dat een toenemend aantal arbeiders gemobiliseerd werden. De hoeveelheid manifestanten in de demonstraties werd langzaam maar zeker steeds meer.
Toch heeft de regering allerlei manoeuvres uitgeprobeerd - politieprovocaties en geweld, verdraaiingen door de media, …- armzalige pogingen. Door zich te mobiliseren, heeft de arbeidersklasse niet een oppervlakkige en “liefdadigheids”solidariteit tot uitdrukking gebracht, maar herkende ze zich in deze strijd en maakte zich die eigen. In antwoord op de oproep van de strijd van de nieuwe generatie, hebben de arbeiders (die mei ‘68 bijvoorbeeld nog meegemaakt hebben) laten zien dat, hoewel ze zelf moeilijkheden hadden om zich als een eenheid op te stellen tegen de dagelijkse aanvallen, ze zich daarentegen categorisch verzetten tegen het feit dat hun kinderen hetzelfde lot ondergaan. Het idee van een nog somberder toekomst voor de jeugd, gesymboliseerd in de nieuwe “Contrat Pour Esclave” (slavencontract), was voor hen eenvoudigweg onverdraaglijk en maakte hen opstandig. De beweging tegen de CPE is dus beetje bij beetje de strijd van de hele arbeidersklasse geworden.
Hier raken we de aan de kern die de heersende klasse angst heeft ingeboezemd. De bourgeoisie heeft ervoor gekozen om toe te geven om de manifestaties niet eindeloos door te laten gaan. Want daarin school het gevaar dat de arbeidersklasse de methoden, die door de studenten aan het daglicht was gebracht, zou overnemen. De malaise van bourgeoisie was zo erg dat zelfs in Duitsland waar dezelfde aanval werd ondernomen) de regering Merkel haar wetsontwerp liever terugtrok in plaats van de arbeiders de straat op te zien gaan en haar krachten (toppunt van verschrikking) te zien verenigen met hun klassebroeders aan de andere kant van de Rijn.
Niets zou erger zijn op dat ogenblik voor de bourgeoisie dan de arbeiders te zien herontdekken hoe de strijd zelf in handen te nemen door middel van zelfstandige algemene vergaderingen en het belang van de leuzen te begrijpen die de eenheid tot uitdrukking brengen. Deze beweging was een veel te vruchtbaar terrein voor de ontwikkeling van de solidariteit tussen de verschillende sectoren en tussen de generaties van arbeiders. Voor de bourgeoisie kwam het er dus op aan om absoluut een einde te maken aan deze bruisende strijdervaring, die de arbeiders het voorbeeld liet zien van deze nieuwe enthousiaste en energieke generatie.
Maar als ze zich terugtrekt, zal het moment van de aanval alleen maar uitgesteld worden. De aanvallen tegen de levensomstandigheden kennen geen uitstel. Maar dankzij de strijd zoals die in de lente van 2006 in Frankrijk plaatsvond, krijgt de arbeidersklasse beetje bij beetje weer meer vertrouwen in zichzelf. (3) De arbeiders (aan het werk of werkloos, met pensioen of in de collegezalen) herkennen zich opnieuw als behorend tot een klasse, die gemeenschappelijke belangen heeft en de mogelijkheid bezit om zich collectief te verdedigen.
Op alle continenten, de toekomst behoort aan de klassestrijd!
Bewerking van een artikel van Pawel / 13.03.2007
Voetnoten
(1) Het eerste arbeiderscontract voor alle jongeren tot en met 25 jaar, een jongerenbanenplan, waarbij deze de eerste twee jaar zonder enige reden zouden kunnen worden ontslagen. (startbaancontract)
(2) LMD = Licence-Master-Doctorat, een nieuwe universitaire cyclus, die de duur van de studies verlengt.
(3) Zie de belangrijke strijdbeweging die het afgelopen najaar (2010) in Frankrijk heeft plaatsgevonden, en waar studenten en scholieren zich op verschillende plaatsen bij aansloten om over hun ervaringen van 2006 met de arbeiders van gedachten te wisselen.
Eind augustus organiseerde de IKS haar 4e discussie- en ontmoetingsdag. Hieronder publiceren wij een voorstelling van deze dag opgesteld door een collectief van deelnemers. Deze voorstelling omvat de beide discussieonderwerpen van zowel de voor- als de namiddag. Wij verwelkomen deze bijdrage als een uitgangspunt om het debat voort te zetten. Wij moedigen iedereen aan om zich uit te spreken over het gevoerde debat en ons hun commentaren te bezorgen.
Eind augustus organiseerde de IKS haar 4e discussie- en ontmoetingsdag. Hieronder publiceren wij een voorstelling van deze dag opgesteld door een collectief van deelnemers. Deze voorstelling omvat de beide discussieonderwerpen van zowel de voor- als de namiddag. Wij verwelkomen deze bijdrage als een uitgangspunt om het debat voort te zetten. Wij moedigen iedereen aan om zich uit te spreken over het gevoerde debat en ons hun commentaren te bezorgen.
Een zaal, volgehangen met posters over de geschiedenis van de arbeidersbeweging, met tafels waar politieke lectuur van allerlei richtingen was uitgestald: een omgeving die de nieuwsgierigheid wel moest prikkelen, daarin troffen ook dit jaar contacten elkaar voor een speciale ontmoetingsdag.
De dag georganiseerd door een werkgroep bestaande uit sympathisanten en kameraden van de IKS, vond plaats eind augustus in Antwerpen: voor de vierde maal alweer. “Door middel van voorbereidende bijeenkomsten heeft de IKS, samen met de sympathisanten deze dag op kunnen zetten en het doel en de middelen van de dag kunnen uitdiepen”, aldus sympathisant F.
Er waren ook deze keer velen op de contactdag afgekomen: veelal uit België zelf, maar ook uit Frankrijk en uit Nederland. Alhoewel er veel jongeren waren, was men toch van alle leeftijden, inclusief een kameraad van meer dan 80 jaar.
De bedoeling was de sympathisanten de gelegenheid te bieden elkaar in een ongedwongen sfeer te ontmoeten, bij te praten, van gedachten te wisselen, samen te eten, enzovoort. “Met het gevoel, tussen gelijken te vertoeven, valt de individuele isolatie weg en het gevoel van onmacht maakt plaats voor een positief perspectief”, aldus sympathisant R.
Uit de grote opkomst blijkt dat er onder hen, die interna-tionalistische, antikapitalistische of antireformistische standpunten huldigen, een behoefte bestaat aan ontmoeting, uitwisseling van gedachten, elkaar treffen in een algemene vergadering waarin gezamenlijk een onderwerp wordt besproken.
‘s Avond was er een gezellige barbecue gepland. De dag was bestemd voor de uitwisseling van ideeën, de voorstelling van materialen en met name voor twee onderwerpen, die tezamen met de contacten en de voorbereidingsgroep vastgesteld waren: de economische crisis en de kwestie van de vluchtelingen.
De discussies die plaatsvonden, waren, naast de politieke verheldering, vooral bedoeld om de debatcultuur tot leven te brengen: de contacten te laten proeven van de open sfeer en de kameraadschappelijke sfeer die er heerst in de discussies die de IKS voert.
Volgens sympathisant R. “de huidige debatcultuur van de IKS, intern en extern, op discussiedagen, bij interventies en tijdens private gesprekken kenmerkt zich door een open mind en een amicaal karakter, wat stimuleert en voor sommigen verfrissend werkt, in vergelijking met het dikwijls dogmatisch gekrakeel van andere linkse partijen”. Dit wordt bevestigd door sympathisant F: “Niet alleen wat betreft hun inhoud, maar ook de vorm heeft me verrijkt. Wat vooral veel indruk op me heeft gemaakt, was de oprechtheid van de deelnemers aan de discussie”.
De discussie over de economische crisis
In de discussie over de economische crisis werd de noodzaak gevoeld meer begrip te ontwikkelen over de achtergronden ervan. De inleiding door een contact zette de actualiteit uiteen en werd erg gewaardeerd door de aanwezigen. De buiten alle proporties gegroeide schuldenlast van de staten, zoals Griekenland, de media die de crisis voorstellen als iets totaal nieuws, de mensen die er geen vertrouwen meer in hebben dat de vakbonden voor hun belangen opkomen, de aarzeling om zelf de strijd ter hand te nemen, waardoor men passief blijft en er weinig mobilisaties plaatsvinden.
De discussie, de daarop volgde ging vooral over:
- Het wezen van het functioneren van het huidige systeem, over de noodzaak tot accumulatie van kapitaal als de drijvende motor achter het voortdurende winstbejag van het kapitalisme. Die winst wordt gemaakt door arbeidskracht uit te buiten, die daardoor hun eigen productie niet volledig kunnen opkopen. Doordat er een gebrek is aan koopkrachtige vraag, en geproduceerde waren niet allemaal meer verkocht kunnen worden, stagneert de accumulatie. Geld kan dan niet meer in geld worden omgezet en dus niet meer worden omgezet in kapitaal.
- De verschillende vormen van economische politiek die door de bourgeoisie ingezet zijn om crisis het hoofd te bieden: het keynesianisme; het neo-liberalisme met toenemende speculatie op de financiële markt; de stalinistische economische politiek (=staatskapitalisme), die alle drie faalden.
Of er ook onmiddellijke alternatieve maatregelen mogelijk zijn? Daar bestond geen eenduidigheid over. Sommigen meenden dat dit de illusies binnen de arbeidersklasse alleen maar zou versterken; anderen meenden dat dit, in afwachting van de revolutie, wel mogelijk is. Wat betreft het verschil tussen de rijke landen en die van de derde wereld: een andere, eerlijke verdeling welvaart is niet mogelijk binnen kapitalisme, want alle landen in de wereld zijn onderworpen aan dezelfde dynamiek!
Als de bourgeoisie de arbeiders probeert op te splitsen in die van de arme en die van de rijke landen; in degenen die leven om te consumeren en degenen die leven voor het milieu, dan probeert de bourgeoisie haar verdeel- en heersvisie aan de arbeidersklasse op te leggen. Hiertegenover staat maar een visie: de totaalvisie van de arbeidersklasse als internationale eenheid.
Het vraagstuk van de vluchtelingen en immigranten
De inleiding over het vluchtelingenvraagstuk werd eveneens gedaan door een contact, die lid is van de AAGU (1). Hij vertelde over het werk, de motieven en de achtergrond van de groep.
De IKS vertrekt vanuit het gezichtspunt en het standpunt van de arbeidersklasse. De AAGU richt haar activiteiten op alle vluchtelingen, waaronder ook arbeidersvluchtelingen. Wat wil de AAGU en hoe wil zij dat bereiken?
Een vluchteling is volgens de conventie van Geneve van 1951”een persoon die uit vrees voor vervolging op grond van politieke overtuiging, ras, …of behoren tot een sociale groep zich in een ander land bevindt is ontheemd in zijn eigen land…)"
Vluchtelingen zijn vaak op de vlucht door armoede en oorlog, ze zijn de grootste slachtoffers van het kapitalisme. Er is geen onderscheid tussen legale vluchtelingen en illegale vluchtelingen.
Vanwege hun half-illegale toestand worden ze nooit als medemens erkend en ze krijgen geen legale status. De staat voert repressie uit op de vluchtelingen door regelmatig zijn militaire politie of marechaussee in te zetten om de illegale vluchtelingen op te sporen, uit te zetten of in de vluchtelingenkampen/detentiecentra op te sluiten.
Frontex als een Europese semimilitaire organisatie probeert om de toegang tot fort Europa tegen te gaan. Vluchtelingen worden gevangen gezet zonder enige vorm van proces, soms langer dan een jaar.
Het kapitalisme is het individualisme en kan iedereen dan gemakkelijk isoleren en onderdrukken. Door een vorm van modern nationalisme worden de vluchtelingen van ‘rijkdom’ uitgesloten.
Binnen het kapitalisme kan het vluchtelingenprobleem nooit opgelost worden. Hoe kan de strijd voor de vluchtelingen bijdragen aan de klassenstrijd? Wat brengt de revolutie dichterbij: de arbeidersstrijd of de strijd voor de vluchtelingen?
AAGU staat voor ‘directe actie’; voor echte strijd. Ze heeft een internationalistisch standpunt en maakt geen onderscheid tussen verschillende nationaliteiten en het wel of niet hebben van een paspoort. Zij is van mening dat een antinationale strijd in combinatie met internationale solidariteit tot een aanval op kapitalisme leidt.
AAGU denkt dat de strijd voor vluchtelingen dus ook een soort van klassenstrijd is. De vluchtelingen kwestie is een van de centrale kwesties voor de arbeidersklasse. Overal in de wereld zijn er arbeiders die erdoor getroffen worden en dan komen ze terecht in de uitzichtloze ellende, worden als verschoppeling behandeld.
Levendige discussie over het vluchtelingenvraagstuk
De inleiding werd met instemming begroet en werd gevolgd door een levendige discussie waar verschillende aspecten van de vluchtelingenkwestie in werden opgenomen. Het is een van centrale kwesties voor de arbeidersklasse in de hele wereld. De inleiding riep ook allerlei vragen op en het onderwerp wekte een grote betrokkenheid bij alle aanwezigen.
Er zijn drie benaderingen mogelijk: racistische, burgerlijk-humanitaire en links-radicale, maar alle drie lossen ze het vluchtelingenvraagstuk niet op. In feite vullen de eerste twee elkaar aan. De burgerlijk-humanitaire organisaties zijn namelijk niet per ze tegen de uitzetting van illegale vluchtelingen. De derde benadering kan fundamenteel geen oplossing bieden. Net zoals de arbeidersklasse nu nog geen onmiddellijke praktische oplossing heeft.
Er werd pleidooi gehouden over open grenzen, vrije toegang en de afschaffing beperkingen binnen het kapitalistische systeem, maar het kapitalisme kan de stroom van de vluchtelingen toch niet verwerken.
Vluchtelingen werden ook door het kapitalisme in opgaande periode voortgebracht. Maar nu het kapitalisme volop in zijn verval periode verkeert, worden ze niet meer als potentiële arbeidskrachten beschouwd, maar als vluchtelingen waar je geen kant mee op kunt en die alleen maar overlast veroorzaken.
De oplossing is de vernietiging van het kapitalisme, maar wat moeten we in afwachting daarvan doen? Alles wat we doen is slechts een lapmiddel. Eisen dat alle grenzen opengezet moeten worden? Dat lost niets op. Je krijgt een massa van mensen. Het ontstaat een totale verpaupering en er is geen werk.
Welke houding tegenover vluchtelingen?
Minderheden worden tot zondebok gemaakt. Zij krijgen de schuld van de ellende hier en elders in de wereld. Het kapitalisme is hypocriet: ze worden wel in allerlei sectoren aan het werk gezet voor een hongerloontje, maar zodra er geen winst meer wordt gemaakt, worden ze als ongewenste vreemdeling over de grens gezet.
Moeten de vluchtelingen eigen cultuur bewaren en handhaven of naar een eenheidscultuur streven? Zowel de rechter- als linkerzijde van de bourgeoisie proberen de culturele verschillen te benadrukken. Links zegt dat de vluchtelingen hun culturele identiteit moeten kunnen behouden, volgens rechts zijn die culturele verschillen zo groot dat ze niet kunnen blijven.
De arbeidersklasse streeft ernaar zoveel mogelijk hindernissen weg te nemen. Zij streeft naar een eenheid van cultuur van strijdende arbeiders. In de Oktoberrevolutie in Rusland in 1917 waren er arbeiders en arbeidsters van meer dan tien verschillende ‘nationaliteiten’ betrokken. Ze namen deel aan algemene vergaderingen en massabijeenkomsten, ook al droegen de revolutionaire vrouwen daar hoofddoeken en mutsen van hun eigen regio.
Moeten we altijd solidair zijn met alle vluchtelingen? Dat kan niet. Wel met arbeidersvluchtelingen. Want lang niet alle vluchtelingen maken deel uit van de arbeidersklasse. We kunnen niet solidair zijn met burgerlijke vluchtelingen die in hun eigen land misdaden hebben begaan tegen de bevolking.
De vluchtelingen komen door hun half-illegale toestand wel relatief snel in de criminaliteit terecht. Ze zijn geen criminelen, maar de criminaliteit spant de vluchtelingen voor haar karretje.
De Geneefse Conventie: wapen in handen van de ‘democratie’
De tussenkomst van sympathisant M. gaf de discussie een hele nieuwe dimensie. Hij stelde dat dit verdrag “Ogenschijnlijk ging het Verdrag over de vluchtelingen, maar in werkelijkheid had het een propagandistische bedoeling.(…) De Conventie werd ingezet als een van de instrumenten van de ideologische en politieke oorlog van het Westblok tegen het Oostblok. (…) Vluchtelingen uit het Oostblok waren per definitie interessant. Ze werden allemaal opgevoerd als onschuldige slachtoffers van het totalitaire Oostbloksysteem en ingehaald als helden van de westerse idealen”. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen economische en politieke vluchtelingen.
Volgens M. zat er tussen de vluchtelingen geen “arbeider, die uit protest tegen het bestaan van de loonarbeid, de uitholling van de macht van de arbeidersraden, de ontbinding van de internationalistische beweging, of vanwege politiek-economische betrekkingen met reactionaire regimes, naar het Westen vluchtte”
Vluchtelingen worden door de grootmachten gebruikt in de imperialistische oorlog. Vaak fungeren ze als een ‘buffer’ in de oorlog van het ene imperialisme tegen het andere.
Vluchtelingen toen en nu
Er is een essentieel verschil tussen de vluchtelingen van nu en de immigranten van vroeger. Tussen 1750 en 1914 emigreerde men voornamelijk vanwege honger en ellende. Vroeger was er tevens de noodzaak van en de behoefte aan een arbeidsreserveleger binnen het kapitalisme. De wereldmarkt was nog niet verzadigd en slokte steeds weer nieuwe arbeidskrachten op. Nu is de wereldmarkt verzadigd, is er een situatie van algemene overproductie, ook wat betreft het aanbod van de waar arbeidskracht. Mensen vluchten nu niet alleen vanwege honger en ellende maar meer nog vanwege oorlog en vernietiging. Sinds het kapitalisme een systeem is in verval kunnen deze mensen echter niet meer daadwerkelijk in het arbeidsproces opgenomen worden.
Helpen we vluchtelingen door deze voor te stellen als meest kwetsbare mensen en de West-Europese arbeiders als diegenen die zich verkopen aan het kapitaal? Er is een groot gevaar dat de vluchtelingen in het lompenproletariaat terechtkomen. Alleen de arbeidersstrijd kan hun perspectief bieden als deze een bepaald niveau van strijd bereikt heeft. Vluchtelingen kunnen alleen een perspectief ontwikkelen als ze zich inzetten voor de arbeidersstrijd. In die zin is het vluchtelingen- c.q. immigrantenvraagstuk een vraagstuk van de arbeidersklasse.
De arbeidersklasse is een klasse van migranten
Centraal staat de eenheid van de arbeidersklasse als internationale klasse: de wereldarbeidersklasse. De bourgeoisie probeert ons voortdurend valse tegenstellingen op te dringen om de mensen te individualiseren en hun woede te kanaliseren. De arbeidersklasse moet alles in het werk stellen om haar eenheid tegen de bourgeoisie te verdedigen. Een deel van de arbeidersklasse organiseren (onderklasse, precariaat) tegenover andere delen van de klasse gaat lijnrecht in tegen het perspectief dat we nu verdedigen: de eenheid van de wereldarbeidersklasse, die heeft geen vaderland.
Conclusie: het was een boeiende discussiedag met veel ruimte voor verschillende meningen.
Collectief-28 / 31.10.2010
Voetnoten
(1) AAGU, Anarchistische Anti-deportatie Groep Utrecht. www.aagu.nl/ [23]
De stakingen en betogingen die in oktober en november in Frankrijk plaatsvonden, naar aanleiding van de hervorming van de pensioenen, getuigen van een sterke strijdbaarheid in de rijen van het proletariaat (zelfs ze er niet in geslaagd zijn de bourgeoisie te doen wijken). Deze beweging ligt in de lijn van een internationale dynamiek van onze klasse, die steeds meer de weg van de strijd hervindt. Zo vinden er in talrijke andere landen eveneens klassegevechten plaats. De economische crisis en de bourgeoisie halen in de hele wereld het schraapmes eroverheen. En overal, van Europa tot de Verenigde Staten, beginnen de arbeiders stilaan te reageren en weigeren ze de opgelegde verpaupering, besparingen en de ‘heilzame’ (sic!) offers te accepteren.
Op dit ogenblik is deze reactie niet van het niveau van de aanvallen, die we ondergaan. Dit is ontegen-zeggelijk het geval. Maar er is een dynamiek losgebarsten, de overdenking en de strijdlust van de arbeiders zal zich verder ontwikkelen. Als bewijs dit nieuwe gegeven: momenteel proberen minderheden zichzelf te organiseren om bij te dragen aan de ontwikkeling van massale strijd en zich te ontdoen van de invloed van de vakbonden.
Op 23 oktober, de eerste zaterdag na de bekendmaking van de strenge regeringsmaatregelen, die een drastische beperking van de overheidsuitgaven inhouden, hebben er na oproep van verschillende vakbonden in het hele land manifestaties plaatsgevonden tegen deze aanvallen voortkomend uit de begrotingsplannen. De hoeveelheid deelnemers, die varieerde van 399 in Cardiff tot 15000 in Belfast of 25000 in Edinburg, weerspiegelt de diepe onderliggende woede.
Een ander voorbeeld van afkeer is de rebellie van de studenten tegen de verhoging van de inschrijvingskosten aan de universiteiten met 300%. Deze financiële uitgave alleen al verplicht hen zich zwaar in de schulden te steken, zodat ze na hun studies astronomische afbetalingen dienen te voldoen (die kunnen gaan tot 95.000 euro!). Deze nieuwe verhogingen hebben een hele reeks betogingen uitgelokt, van het Noorden tot het Zuiden van het land (vijf demonstraties in minder dan één maand: op 10, 24 en 30 november op 4 en 9 december).
Desondanks is deze verhoging van de inschrijfkosten op 8 december toch definitief aangenomen in de House of Commons.
Stakingen aan de universiteiten, bij de vormingsinstituten, onder de studenten van de lagere en hogere scholen, een lange lijst van bezettingen van universiteiten, veelvuldige bijeenkomsten om te beraadslagen welke weg gevolgd moet worden….. De studenten hebben hierbij steun gekregen en solidariteit ondervonden van veel leerkrachten, die hun ogen te sloten voor de afwezigheid van stakende leerlingen in de klaslokalen (de regelmatige aanwezigheid in de les is streng verplicht) en die de studenten op gingen zoeken en om met hen in discussie te gaan.
De revolte van de studenten en leerlingen tegen de verhoging van de kosten voor het volgen van onderwijs, gaat nog steeds verder. De voorgaande demonstraties zijn geëindigd in harde confrontaties met de anti-oproerpolitie, die een strategie van insluiting voerde. Ze aarzelden daarbij niet om de betogers met de wapenstok te lijf te gaan, met als gevolg dat er veel gewonden vielen en aanhoudingen plaatsvonden en dit vooral in Londen, waar de bezettingen, met de steun van de leraren, plaatsvonden op een vijftiental universiteiten. Op tien november bezetten de studenten de zetel van de Conservatieve Partij en op 8 december hebben ze getracht binnen te dringen in het Ministerie van Financiën en de Hoge Raad, terwijl betogers zich meester probeerden te maken van de Rolls-Royce, die prins Charles en zijn echtgenote Camilla vervoerde.
De studenten, en zij die hun steunden, kwamen goedgezind naar de betogingen, hadden hun eigen spandoeken en leuzen gemaakt, waarbij sommigen onder hen zelfs voor het eerst meededen aan een protestbeweging. De stakingen, manifestaties en bezettingen waren allesbehalve brave gebeurtenissen, zoals vakbonden en de ‘bestuurders’ van links die meestal beogen te organiseren. De spontane werkonderbrekingen, de bestorming van het algemeen hoofdkwartier van de Conservatieve Partij in Millbank, de uitdaging van de politieversperringen, of de inventieve ontwijking ervan, de bestorming van de gemeentehuizen en andere openbare plaatsen, zijn maar enkele voorbeelden van deze openlijke rebelse houding. En de afkeer van de veroordeling der manifestanten door de president van de NUS (Nationale Studenten Vakbond) Porter Aaron in Millbank, waren zo ruim verspreid dat hij vervolgens zijn meest banale excuses diende aan te bieden.
Deze geestdrift van verzet, die bijna oncontroleerbaar was, heeft de regeringsleiders verontrust. Een duidelijk signaal van deze ongerustheid is de mate van repressie die de politie tegen de betogers toepaste. Op 24 november werden in Londen duizenden betogers, enkele minuten na hun vertrek van Trafalgar Square, omsingeld door de politie. Ondanks enkele gelukte pogingen om het politiecordon te doorbreken, hebben de ordetroepen duizenden van hen urenlang in de kou tegengehouden.
Op een bepaald ogenblik is de bereden politie dwars door de menigte heengedrongen. Hetzelfde scenario van gebruik van bruut geweld vond plaats in Manchester, in Lewisham Town Hall en elders. Na de inval in de zetel van de Conservatieve Partij in Millbank hebben de dagbladen hun dagelijkse oplage gebracht met foto’s van zogenaamde ‘vandalen’, waarbij schrikbarende geruchten werden verspreid over revolutionaire groeperingen, die zich met hun onheilspellende propaganda gericht hadden op de jongeren van de natie. Dit alles toont de ware aard van de ‘democratie’ waarin wij leven.
De rebellie van de studenten in Groot-Brittannië is het beste antwoord op het idee dat de arbeidersklasse in dit land passief blijft ten opzichte van de stroom van aanvallen, die gelanceerd wordt door de regering op alle aspecten van ons levensniveau: baan, salaris, gezondheid, werkloosheid, invaliditeitsuitkering evenals schoolgeldvergoeding. Ze is een waarschuwing aan de leiders dat een hele nieuwe generatie van de uitgebuite klasse niet langer de logica accepteert van de opofferingen en bezuinigingen.
Deze reeks artikelen heeft tot doel aan te tonen dat de leden van het Linkskommunisme en de internationalistische anarchisten de plicht hebben om het debat aan te gaan en zelfs om samen te werken. De reden hiervan is eenvoudig. Buiten onze meningsverschillen, die soms belangrijk zijn, delen wij wezenlijke revolutionaire standpunten: het internationalisme, de afwijzing van elke samenwerking en van elk compromis met burgerlijke politieke krachten, de verdediging van het beginsel dat ' de arbeiders de strijd zelf in eigen hand moeten nemen’... (1)
Ondanks deze overduidelijke overeenkomsten, bestaan er bijna geen betrekkingen tussen deze twee revolutionaire stromingen. Pas de laatste jaren zien we dat er een schuchter begin gemaakt wordt met een debat en een vorm van samenwerking. Een en ander is het gevolg van pijnlijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de arbeidersbeweging. De houding van de meerderheid van de Bolsjewistische Partij in de jaren 1918-1924 (het verbod zonder onderscheid van iedere anarchistische publicatie, de botsing met het leger van Machhno, het bloedig neerslaan van de opstandige matrozen van Kronstadt...) heeft een kloof geslagen tussen de revolutionaire marxisten en de anarchisten. Maar vooral de afslachting van duizenden anarchisten (2) in naam van 'kommunisme', heeft tientallen jaren lang een waar trauma veroorzaakt. (3)
Ook vandaag nog bestaat er van beide zijden een bepaalde vrees tot debat en samenwerking. Om deze moeilijkheden te overstijgen, moeten we ervan overtuigd raken dat we, ondanks de meningsverschillen, wel degelijk behoren tot hetzelfde kamp: dat van de revolutie en van het proletariaat. Maar dat alleen volstaat niet. Wij moeten ook een bewuste inspanning doen om de kwaliteit van onze debatten qua cultuur te verbeteren. 'De overgang van het abstracte naar het concrete' blijkt altijd de meest hachelijke fase te zijn. Daarom wil de IKS, via dit artikel, nauwkeurig aangeven vanuit welke geest ze de mogelijke en noodzakelijke verhouding tussen de Linkskommunisme en het internationalistisch anarchisme wil benaderen.
Constructieve kritiek tussen revolutionairen is een absolute noodzaak
Onze pers heeft herhaaldelijk en op verschillende manieren onderstreept dat het anarchisme van oorsprong gekenmerkt wordt door de kleinburgerlijke ideologie. Deze radicale kritiek wordt door de anarchistische militanten dikwijls als onaanvaardbaar beschouwd, diegenen die gewoonlijk het meest openstaan voor discussie inbegrepen. En vandaag is deze kwalificering van 'kleinburgerlijk', als die aan het begrip 'anarchisme' toegevoegd wordt, voor sommigen genoeg om niets meer van de IKS te willen horen. Onlangs heeft een deelnemer, die zich beroept op het anarchisme, op ons Internet-forum, laten weten deze kritiek een werkelijke 'scheldwoord' te vinden. Dat is echter niet onze visie.
Hoe diepgaand onze wederzijdse meningsverschillen ook mogen zijn, toch mogen ze ons niet uit het oog doen verliezen dat het debat tussen de militanten van het Linkskommunisme en die van het internationalistisch anarchisme er één is onder revolutionairen. Internationalistische anarchisten uiten trouwens zelf ook talrijke kritieken op het marxisme, te beginnen met de zogenaamde natuurlijke neigingen tot autoritarisme en reformisme, die ze aan de marxisten toeschrijven. De site van de CNT-AIT in Frankrijk bijvoorbeeld bevat veelvuldige passages in de stijl van:
“De marxisten werden [vanaf 1871] steeds meer diegenen die de uitgebuiten in slaap wiegden en aan de wieg stonden van het arbeidersreformisme” (4).
“Het marxisme is verantwoordelijk voor de oriëntering van de arbeidersklasse naar de parlementaire actie [...] . Alleen als men dat begrepen zal hebben, alleen door de duidelijke overstijging van het marxisme, zal men inzien dat de weg van de sociale bevrijding ons leidt naar het gelukzalige terrein van het anarchisme.” (5).
Hier gaat het niet om 'scheldpartijen' maar om radicale kritieken ... waar wij het natuurlijk totaal niet mee eens zijn! In dezelfde zin van een openlijke kritiek moet ook onze analyse van de aard van het anarchisme begrepen worden. Deze analyse is bovendien belangrijk genoeg om even in herinnering gebracht te worden. In een hoofdstuk met als titel,
De kleinburgerlijke kern van het anarchisme, schreven wij in 1994: “De ontwikkeling van het anarchisme in de tweede helft van de 19e eeuw was het product van het verzet van kleinburgerlijke lagen (ambachtslui, handelaars, kleine boeren) tegen de zegetocht van het kapitalisme, een verzet tegen de proces van proletarisering, dat hen beroofde van hun sociale 'onafhankelijkheid' uit het verleden. Sterker in de die landen waar het industriekapitaal laat tot ontwikkeling kwam, aan de oostelijke en zuidelijke rand van Europa, was het zowel de uitdrukking van de rebellie van deze lagen tegen het kapitalisme en als hun onbekwaamheid om verder te kijken dan dat, naar een kommunistische toekomst. Daarentegen verwoordde het hun verlangen naar een terugkeer naar het half-mythische verleden van totaal vrije gemeenschappen en van strikt onafhankelijke producenten, ontdaan van de verdrukking van het industriekapitaal en de gecentraliseerde burgerlijke staat. De 'vader' van het anarchisme, Pierre-Joseph Proudhon, was de klassieke belichaming van deze houding: met zijn woeste haat, niet alleen tegen de staat en de grote kapitalisten, maar ook tegen iedere vorm van collectivisme, vakbonden, stakingen en gelijkaardige uitingen van de collectiviteit van de arbeidersklasse inbegrepen. Tegenover al deze fundamentele tendensen, die zich in de kapitalistische maatschappij ontwikkelden, stelde Proudhon een 'mutualistische' maatschappij, gegrondvest op de individuele ambachtelijke productie, verbonden door de vrije handel en het vrije krediet.” (6)
En ook nog in 'Anarchisme en Kommunisme', daterend uit 2001, schreven wij: “In de ontstaansgeschiedenis van het anarchisme komt het gezichtspunt naar voren van de pas geproletariseerde arbeider, die zich met al zijn vezels verzet tegen deze proletarisering. Zojuist voortgekomen uit de boerenstand of het ambacht, dikwijls nog half-arbeider en half-ambachtsman (zoals de uurwerkmakers in de Zwitserse Jura bijvoorbeeld), brengen deze arbeiders hun leedwezen over het verleden tot uitdrukking tegenover het drama dat de neergang in de leefomstandigheden van de arbeidersklasse voor hen vormde. Hun sociale streven bestond erin het rad van de geschiedenis terug te draaien. In de kern van hun opvattingen bevindt zich het verlangen naar het kleine eigendom. Daarom analyseren wij het anarchisme, in navolging van Marx, als een uitdrukking van het binnendringen van de kleinburgerlijke ideologie in het proletariaat.” (7)
Anders gezegd erkennen wij dat het anarchisme zich, vanaf zijn ontstaan kenmerkte door een diepgaand gevoel van revolte tegen de barbarij van de kapitalistische uitbuiting, maar tegelijkertijd erft het ook de visie van 'ambachtslui, handelaars, kleine boeren' die het bij zijn ontstaan vorm hebben gegeven. Dat betekent absoluut niet dat vandaag alle anarchistische groepen 'kleinburgers' zijn. Het is overduidelijk dat de CNT-AIT, de KRAS (8) en anderen worden bezield door de revolutionaire adem van arbeidersklasse. Meer algemeen gedurende de 19e en de 20e eeuw hebben talrijke arbeiders, die de anarchistische zaak trouw waren, werkelijk gestreden voor de afschaffing van het kapitalisme en de komst van het kommunisme, van Louise Michel tot Durutti en van Voline tot Malatesta, enzovoort. Tijdens de grote revolutionaire golf van 1917 behoorde een deel van de anarchisten, in de rijen van de arbeiders, tot de meest strijdbare bataljons.
Net als altijd is er in de anarchistische beweging een strijd gaande tegen deze oorspronkelijke tendens om beïnvloed te worden door de ideologie van de geradicaliseerde kleinburgerij. En daaruit vloeien voor een deel de diepgaande meningsverschillen voort tussen individualistische anarchisten, de mutualisten, de reformisten, de nationalistische communisten en de internationalistische communisten (alleen deze laatsten behoren werkelijk tot het revolutionaire kamp). Maar, zelfs de internationalistische anarchisten ondergaan de invloed van de historische wortels van hun beweging. Daar ligt dan ook bijvoorbeeld de oorzaak van hun neiging om de 'arbeidersstrijd' te vervangen door 'autonoom volksverzet'.
Het is dus de verantwoordelijkheid van de IKS om op een eerlijke wijze, in alle openheid, al haar meningsverschillen naar buiten te brengen met als doel om, zo goed als zij dat kan, bij te dragen tot de versterking van het revolutionaire kamp. Net zoals het de verantwoordelijkheid is van de internationalistische anarchisten om door te blijven gaan hun kritiek op het marxisme tot uitdrukking te brengen. Dat moet op geen enkele wijze een belemmering zijn voor het houden van kameraadschappelijke debatten of een rem vormen op eventuele samenwerking, integendeel (9).
Bestaat er voor de IKS tussen de marxisten en de anarchisten een verhouding tussen meester en leerling?
Al deze kritieken van de IKS op het anarchisme richt ze niet op hen in de vorm van een meester die een leerling berispt. Tussenkomsten op ons Internet-forum hebben onze organisatie nochtans dikwijls verweten een 'meesterachtige' toon te hanteren. Buiten ieder verschil in smaak voor deze of gene literaire stijl, schuilt er achter die opmerkingen toch een reële theoretische kwestie. Is het de taak van de IKS om tegenover de CNT-AIT en, meer in het algemeen, het Linkskommunisme tegenover het internationalistisch anarchisme, de rol van 'gids' of van ‘model’ te spelen? Zijn wij van mening dat we een verlichte minderheid te vormen die anderen de waarheid, het bewustzijn moet influisteren?
Een dergelijke opvatting zou totaal in tegenspraak zijn met de eigenlijke traditie van het Linkskommunisme. En nog diepgaander toont zijn die tegenspraak in de band die de kommunistische revolutionairen verbindt met hun klasse.
Marx bevestigt dat in zijn Frans-Duitse Annalen: “Wij stellen ons niet voor aan de wereld als doctrinairen, gewapend met een nieuw beginsel: hier is de waarheid, op de knieën ervoor! Wij vertegenwoordigen voor de wereld nieuwe beginselen die wij halen uit de beginselen van de wereld zelf. Wij zeggen hem niet: “Stop met je strijd, het zijn kinderachtigheden; het is aan ons om de werkelijke raadgevingen voor de strijd te geven”. Al wat wij doen is aan de wereld laten zien waarom hij in werkelijkheid strijdt ”. (10)
De revolutionairen, marxisten en internationalistische anarchisten staan niet boven de arbeidersklasse, zij maken er integraal deel van uit, zij zijn door duizenden banden met haar verweven. Hun organisatie is het collectieve product van het proletariaat.
De IKS heeft zich dus nooit beschouwd als een organisatie die tot taak had om haar standpunt op te leggen aan de arbeidersklasse of aan andere revolutionaire groepen. Wij staan volledig achter de tekst van het Kommunistisch Manifest van 1848: “De kommunisten vormen geen partij die verschillend en tegengesteld is aan andere arbeiderspartijen. Zij hebben geen belangen die hen scheiden van het geheel van het proletariaat. Zij stellen geen bijzonder beginselen op waarnaar zij de arbeidersbeweging willen modelleren”. Het is hetzelfde beginsel dat Bilan, orgaan van de Italiaanse Linkskommunisten, tot leven brengt bij het verschijnen van haar eerste nummer in 1933:
“Zeker, onze fractie beroept zich op een lang politiek verleden, op een diepgaande traditie in de Italiaanse en internationale beweging, op een geheel van fundamentele politieke standpunten. Maar zij is niet van plan om deze politieke voorgeschiedenis te laten gelden als ze om instemming vraagt met de oplossingen die zij voorstaat voor de huidige toestand. Integendeel, zij nodigt de revolutionairen uit om de standpunten, die zij nu verdedigt, net als de politieke standpunten die zijn vervat in haar basisdocumenten, te onderwerpen aan een verificatie van de gebeurtenissen”.
Sedert haar oprichting heeft onze organisatie geprobeerd om diezelfde geest van openheid en diezelfde wil tot debat te in cultuur te brengen. Zo schreven wij al vanaf 1977:
“In onze relaties met [de andere revolutionaire groepen] die buiten de IKS staan, maar wel dichtbij, is ons doel duidelijk. Wij proberen een kameraadschappelijke en diepgaande discussie te bewerkstelligen over verschillende vraagstukken waarmee de arbeidersklasse wordt geconfronteerd.
“Wij kunnen onze functie tegenover hen pas echt vervullen (…) als wij tegelijkertijd in staat zijn:
Het gaat ons hier om een gedragsregel. Wij zijn overtuigd van de geldigheid van onze standpunten (en blijven tegelijkertijd openstaan voor een beargumenteerde kritiek), maar wij beschouwen ze niet als 'de oplossing voor de wereldproblemen'. Het gaat hier voor ons om een bijdrage aan de collectieve strijd van de arbeidersklasse. Om die reden hechten wij een heel bijzonder belang aan de debatcultuur. In 2007 heeft de IKS een hele oriënteringstekst gewijd aan dit vraagstuk alleen: 'De debatcultuur: een wapen in de klassenstrijd'. Wij stelden daarin: “Als de revolutionaire organisaties hun fundamentele rol willen spelen in de ontwikkeling en uitbreiding van het klassebewustzijn, is de cultuur van collectieve, internationale, kameraadschappelijke en publieke discussie absoluut essentieel” (12).
Bovendien zal de aandachtige lezer wel gemerkt hebben dat alle citaten, behalve het idee van de noodzaak tot debat, ook stellen dat de IKS vastbesloten is haar eigen politieke standpunten te verdedigen. Daar steekt geen tegenstrijdigheid in. In alle openheid willen discussiëren betekent niet dat men gelooft dat alle ideeën gelijk zijn, dat alle standpunten geldig zijn. Zoals wij het onderstrepen in onze tekst van 1977: “Verre van ze uit te sluiten gaan een ferme verdediging van de principes en een open houding hand in hand: wij hebben geen schrik om te discussiëren, juist omdat wij overtuigd zijn van de waarde van onze standpunten”.
Zowel in het verleden als in de toekomst heeft de arbeidersbeweging behoefte gehad aan vrije, open en kameraadschappelijke debatten tussen verschillende revolutionaire tendensen. Deze veelvuldigheid van standpunten en benaderingen zullen een rijkdom en onmisbare bijdrage vormen voor de strijd van het proletariaat en voor de ontwikkeling van zijn bewustzijn. Wij herhalen het nogmaals, maar binnen het gemeenschappelijk terrein van de revolutionairen kunnen er diepe meningsverschillen zijn. Deze moeten absoluut tot uiting komen en bediscussieerd worden. Wij vragen aan de internationalistische anarchisten niet dat zij afzien van hun eigen criteria, noch van wat zij beschouwen als hun theoretisch gedachtegoed. Integendeel, wij wensen vurig dat zij deze met helderheid uitleggen, als antwoord op de vraagstukken die zich aan allen opdringen. Wij wensen ook dat ze de kritiek de polemiek aanvaarden op dezelfde manier als waarop wij onze standpunten niet beschouwen als 'het laatste woord', maar als een open bijdrage aan elkaar tegensprekende argumenten. Wij zeggen niet tot deze kameraden: ‘geeft jullie wapens op tegenover de verkondigde superioriteit van het marxisme'.
Wij respecteren de diepgaande revolutionaire aard van de internationalistische anarchisten, wij weten dat wij zij aan zij zullen strijden als er bewegingen van massale strijd zich zullen voordoen. Maar wij zullen ook op overtuigde wijze (en hopelijk ook op overtuigende wijze) onze standpunten verdedigen over de Russische Revolutie en de Bolsjewistische Partij, de centralisatie, de overgangsperiode, de anti-arbeidersrol van het syndicalisme... Voor ons gaat het niet om een verhouding van tussen meester en leerling of de hoop enkele anarchisten te bekeren om hen in onze rijen in te lijven, maar om volop deel te nemen aan het noodzakelijke debat tussen de revolutionairen.
Zoals jullie zien kameraden kan dit debat wel eens heel geanimeerd … en begeesterend worden!
Als conclusie van deze serie van drie artikelen van 'Linkskommunisme en internationalistisch anarchisme', eindigen wij met deze enkele woorden van [de bekende anarchist] Malatesta:
“Als wij anarchisten de revolutie alleen zouden kunnen maken of als de socialisten (13) haar alleen konden maken, dan kon men zich de luxe veroorloven om ieder op zichzelf te ageren, en er misschien toe komen de handen ineen slaan. Maar de revolutie moet gemaakt worden door heel het proletariaat, het hele volk, waarvan de socialisten en de anarchisten in aantal slechts een minderheid vormen, zelfs als het volk veel sympathie lijkt te hebben voor de zowel de enen en voor de anderen. Als we onszelf verdelen, zelfs daar waar wij eensgezind kunnen zijn, dan zou dat neerkomen op het verdelen van het proletariaat, of beter gezegd, zijn sympathie doen afkoelen en het minder bereid maken om deze nobele gemeenschappelijke socialistische oriëntering te volgen, die socialisten en anarchisten met zijn allen zouden kunnen doen zegevieren van de revolutie. De revolutionairen en in het bijzonder de socialisten en de anarchisten, moeten ervoor waken, dat zij onderliggende motieven, die leiden tot onenigheid, niet opdrijven en zich vooral bezighouden met de feiten en de doelen die hen kunnen verenigen en hun het grootst mogelijke revolutionaire resultaat kunnen doen bewerkstelligen” (Volontà, 1 Mei 1920).
(1) Zie deel I van deze reeks in Wereldrevolutie nr.122 (september 2010): Wat wij gemeenschappelijke hebben.
(2) Zoals duizenden marxisten en miljoenen arbeiders in het algemeen, trouwens.
(3) Lees deel II van deze reeks in Wereldrevolutie nr.123 (december 2010): Over de moeilijkheden om te debatteren en hoe die te overstijgen.
(4)https://cnt-ait.info/article.php3?id_article=472&var_recherche=réformis... [25]
(5) Het gaat hier om een citaat van Rudolf Rocker dat de CNT-AIT overneemt
(6) In de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 79. Het kommunisme is geen mooi ideaal, maar een materiële noodzaak, deel 10: Anarchisme of Kommunisme?
(7) De Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 102.
(8) Het gaat hier om de afdeling in Rusland van de AIT waar wij heel goede relaties mee onderhouden en waarvan wij reeds meerdere stellingnames in onze pers hebben gepubliceerd.
(9) Dit gezegd zijnde, hebben in de loop van de laatste maanden, kameraden (compagnons) anarchisten op juiste gronden geprotesteerd tegen overdreven formuleringen, die neerkwamen op een definitief en ongerechtvaardigd oordeel ten opzichte van het anarchisme. Als wij terugduiken in sommige van onze oude teksten, hebben wij op onze beurt passages aangetroffen die wij vandaag niet meer zouden schrijven:
– Zie: de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 102: “Arbeiderselementen, die denken de revolutie aan te hangen vertrekkend van het anarchisme, maar om een revolutionair programma te kunnen verdedigen moet men breken met het anarchisme”
– Révolution Internationale nr. 321, maart 2002: L'incapacité de l'anarchisme à offrir une perspective de classe contre la guerre impérialiste: “Om die reden moet het proletariaat zich resoluut afkeren van de anarchisten, die handelaars in illusies zijn”.
– In de Internationale Revue (Fr. Eng. Sp.) nr. 102 – 3e trimester 2000. Ons artikel Anarchisme en Kommunisme, dat nauwgezet de strijd van de 'Vrienden van Durutti' in de CNT in het Spanje van de jaren 1930 analyseert, maakt in een zinswending een karikatuur van de visie van de IKS op het anarchisme door te beweren dat er in 1936 'geen revolutionaire elan' meer bestond binnen de CNT. Onze recentere artikelen over het anarcho-syndicalisme, die wel degelijk opnieuw de integratie van de leiding van de CNT in de raderen van de staat en haar bijdrage tot de politieke ontwapening van de anarchistische arbeiders aanklagen (wat het werk van de stalinistische moordenaars vergemakkelijkte), heeft aangetoond hoe complex de toestand was. Er is binnen de CNT, op internationaal vlak, werkelijk strijd geleverd voor de verdediging van authentieke proletarische standpunten en tegen het verraad, waarop deze integratie in de Spaanse staat neerkwam. Lees daarvoor ook onze reeks over het revolutionair syndicalisme in de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 137, 141.
(10) Geciteerd door Franz Mehring in zijn biografie over K. Marx.
(11) In de Internationale Revue (Fr, Eng, Sp) nr. 11, 1977. The proletarian political groups.
(12) De Internationale Revue nr. 20: De Debatcultuur, een wapen in de klassenstrijd.
(13) Op het ogenblik dat Malatesta dit artikel schreef, groepeerde de Italiaanse Socialistische Partij, naast de reformisten, nog revolutionaire elementen die in januari 1921, op het Congres van Livorno, de PCI oprichtten.
Solidariteit van studenten met arbeiders van het GVB in Amsterdam. Utopia in Utrecht. Hoogleraren die in defilé door de straten van Den Haag trekken. Duizenden onderwijzers, ouders en scholieren van het passend onderwijs die protesteren in Nieuwegein. Ambtenaren, mensen van de sociale werkplaats, uitkeringstrekkers, enzovoort, die zich in een massaal protest verzamelen in Den Haag. Al deze volgden op de studentenacties, die een voorlopig hoogtepunt bereikten in een nationale manifestatie op 21 januari en waartegen zwaar intimiderend werd opgetreden door de repressiekrachten van de staat. Solidariteit van studenten met arbeiders van het GVB in Amsterdam. Utopia in Utrecht. Hoogleraren die in defilé door de straten van Den Haag trekken. Duizenden onderwijzers, ouders en scholieren van het passend onderwijs die protesteren in Nieuwegein. Ambtenaren, mensen van de sociale werkplaats, uitkeringstrekkers, enzovoort, die zich in een massaal protest verzamelen in Den Haag. Al deze volgden op de studentenacties, die een voorlopig hoogtepunt bereikten in een nationale manifestatie op 21 januari en waartegen zwaar intimiderend werd opgetreden door de repressiekrachten van de staat. De arbeiders in Nederland komen in beweging en volgen het voorbeeld van hun klassebroeders in Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en vele andere landen in de wereld.
De mensen in Nederland zijn het beu. Aan de aanvallen op de inkomens en de levensomstandigheden lijkt wel geen einde te komen. Al dertig, veertig jaar lang sleept de crisis zich voort en voortdurend wordt er van iedereen gevraagd om de broekriem aan te halen. Maar nu begint de broekriem te strak te zitten en is er geen enkel vooruitzicht op een moment waarop er nog weer eens vrij kan worden adem gehaald. De situatie waarin de meeste Nederlanders terecht zijn gekomen wordt als steeds pijnlijker ervaren. Absolute armoede is geen sprookje meer, maar een maatschappelijk feit (zie het artikel over Nederland in Wereldrevolutie nr. 123) voor steeds meer delen van de arbeidersklasse.
De onbeschaamde hypocrisie van de politici
De verkiezingen voor de Provinciale Staten zijn nooit heel erg populair geweest. Dit keer lijkt het wel of niemand zich er mee bezig houdt. Voor grote delen van de arbeidersklasse in Nederland stelt zich maar één vraag: hoe kan ik me verdedigen tegen de aanvallen van de politiek op mijn inkomen en daarbij interesseert ze de verkiezingen even helemaal niet meer. De campagnes van de politieke partijen voor de verkiezingen van 2 maart worden dan ook nauwelijks gevolgd. En niemand denkt aan de mogelijkheid dat een regering, samengesteld uit andere politieke partijen, geen massale bezuinigingen zal doorvoeren en de arbeiders niet voor steeds meer precaire toestanden zal plaatsen.
Cohen op de zeepkist, geëscorteerd door Roemer en Pas. De toespraken van Cohen en consorten bij de arbeiders van de GVB op 15 februari en werden dan ook met grote scepsis gevolgd en aangehoord. Cohen, die zich opeens solidair verklaarde met de arbeiders die een privatisering staat te wachten, terwijl Kok zijn voorganger binnen dezelfde PvdA, een kampioen geweest is op het gebied van deregulering (een tweede fase waarin reeds geprivatiseerde instellingen volledig overgeleverd werden aan een moordende concurrentie van de markt) van allerlei semi-overheidssectoren. De SP van Roemer, die vanaf het eerste moment vooraan stond tegen het ontslag van de arbeiders bij MSD (Organon) (1) heeft deze, toen het erop aankwam, volledig laten zakken, maar staat op 17 februari wel opnieuw vooraan bij de manifestatie van de werkers in de publieke sector op het Malieveld in Den Haag om daar een soortgelijk kunstje te flikken.
Toename van de strijdwil onder de jongeren
De Nederlandse staat heeft niet alleen een schuld openstaan van 60% van haar bruto intern product. Ze heeft ook nog eens garanties uitstaan voor meer dan 200 miljard euro. Vandaar de onvermijdelijkheid van massale bezuinigingen van tegen de 20 miljard euro voor de komende jaren. Daarbij zijn de voornaamste pijlen gericht op het overheidspersoneel. Bedreiging met massaal ontslag is er voor de werkers bij de UWV (tussen de 4000 en 8000 werknemers); de universiteiten (mogelijk 6000 man personeel); het ‘passend’ onderwijs (wellicht 6000 werknemers); de belastingdienst (honderden banen); het openbaar vervoer in de grote steden (1000 arbeiders via privatisering).
Maar wat er vooral hard inslaat is de van 3000 euro voor ieder student aan de universiteit of hogeschool, die een jaar moet overdoen. Het is vooral deze maatregel die onder de jongeren en hun ouders kwaad bloed zet. Het verzet ertegen is, net als in verschillende andere landen van West-Europa, in de loop van de afgelopen maanden dan ook taai en grimmig geworden.
Ondanks een opkomende woede hier en daar, wordt de algemene tendens momenteel vooral gekenmerkt door voorzichtigheid en een houding van ‘eerst de kat uit de boom kijken’. Dat was ook wat de manifestatie van 17 februari uitstraalde, alhoewel er ook interesse bestond voor andere en ook voor kommunistische standpunten. De reacties van de arbeiders laten zien dat ze op dit moment nog niet in staat te zijn als een eenheid, als een klasse, op te treden die voldoende de kracht ontwikkelt om de bezuinigingen te keren. Maar de situatie kan snel omslaan onder invloed van de internationale gebeurtenissen en door de impact van de strijd onder de studenten en jongeren.
Degenen die zich echter niet zo gemakkelijk laten ringeloren zijn de studenten en scholieren van de universiteiten en hbo’s. Deze verzetten de jongeren zich al maandenlang tegen de boete van 3000 euro voor een ´zittenblijver´ op de universiteit. Wetende dat de meeste studenten genoodzaakt zijn om er een baantje bij te nemen om hun studie te kunnen betalen en fatsoenlijk rond te kunnen komen, is ´zittenblijven´ een patroon waar de helft van de studenten in de tegenwoordige tijd niet aan ontkomt.
Vanaf begin december afgelopen hebben ze een ononderbroken reeks van acties gevoerd in de vorm van demonstraties, bezettingen, uitdelen van flyers, demonstratieve bijeenkomsten, enzovoort. De kerstvakantie heeft de acties even onderbroken, maar de strijdbaarheid geenszins getemperd. Want in de maand januari van dit jaar gingen de acties onverminderd en zelfs nog radicaler door in de vorm van een hele reeks van bezettingen van hogescholen en universiteitsgebouwen.
Uitbreiding naar andere delen van de klasse
Tijdens de eerste acties lieten de studenten zich vaak nog leiden door de directieven van de officiële studentenvakbonden: waarvan de LSVB de belangrijkste is. En ze voerden actie aan de hand van typisch universitair getinte leuzen, waarbij ‘Kenniscrisis’ het officiële motto was. Maar in de loop van de acties, en met name vanaf januari, veranderde de geest onder de studenten en werden andere leuzen op de voorgrond geplaatst zoals: “I am your future”, “Mijn moeder is schoonmaakster: wat nu?”, “Thomas More: Utopia”, “Het Kapitaal”, enzovoort.
Zeker na de grote manifestatie van de 21e januari, in Den Haag, waar de reguliere studentenvakbonden geen standpunt innamen tegen het intimiderende optreden van de ME, voor, tijdens en na die manifestatie, gingen er steeds meer stemmen andere wegen te zoeken. Meer en meer won het standpunt terrein om de eigen strijd niet teveel te idealiseren als de enige en de ware strijd, maar aansluiting te zoeken bij andere groepen van de maatschappij die door dezelfde bezuinigingsmaatregelen getroffen worden. Dit gebeurde vooral in kringen van de verschillende groepen Kritische Studenten, die naar het voorbeeld van Utrecht, in verschillende steden ontstonden. Zo verscheen er op de website van Kritische Studenten Utrecht (KSU) een artikel waarin naar voren werd gebracht dat “Om de overheid te verslaan moeten we de handen ineen proberen te slaan met andere groepen die getroffen worden. (…) Voor toekomstige generaties studenten, maar ook voor de rest van de samenleving.”
En dit was niet het eerste artikel dat dit idee naar voren brengt. Dit was zeker al de tweede of derde soortelijke bijdrage aan de discussie. De IKS heeft de ontwikkeling van deze overdenking begroet en naar voren gebracht de discussie hierover verder te zetten. Maar iets naar voren brengen betekent nog niet dat het ook in de praktijk wordt gebracht. Net zoals de solidariteitsverklaring van de bezetters van de ‘Universiteit van de Toekomst’ (voor wie is er nog een toekomst?) met de arbeiders van de GVB, geen vervolg kreeg door zich daadwerkelijk bij hun strijd te vervoegen, zo hebben de Kritische Studenten Utrecht ook nog niet de kans aangegrepen zich aan te sluiten bij die andere groepen. Zelfs niet toen de werkers van het ‘passend onderwijs’ op 9 februari massaal bij elkaar kwamen in Nieuwegein, bijna onder de neus van de KSU.
We begroeten resoluut de beweging onder de studenten. Naar de toekomst toe is het echter belangrijk dat het universitaire en hogeschoolse kader wordt overstegen en zich te beschouwen als deel van één en dezelfde arbeidersklasse. Dat ze jongeren zijn die nu nog studeren, maar straks zullen gaan werken, dat ze niet alleen nu al, in allerlei bijbaantjes, maar zeker in de toekomst hun arbeidskracht zullen moeten verkopen om hun inkomen te verzekeren, daar zou best nog wat meer bij stilgestaan worden. Ze zijn nog steeds de werkenden, werklozen of precairen van de toekomst en zullen zich op die manier bij de massa van de arbeiders vervoegen.
Ondanks de huidige zwakheden zijn het nu vooral de studenten, de jongeren, die nieuwe generatie die ons, met al hun elan, het voorbeeld geven. Net als in Groot-Brittannië in december en Italië in dezelfde maand laten ze ons niet alleen zien wat strijdwil is, maar proberen ze, door het gewoon te doen, de weg te vinden die hun strijd perspectief geeft. Studenten in Londen trokken ook gewoon naar de stakende arbeiders van de metro om solidariteit te betuigen met hun strijd.
Delix / 23.02.2011
Voetnoten
(1) “Van één ding kunt u op aan: wij staan achter u en zullen u helpen waar we kunnen!” , aldus Roemer in een toespraak aan de arbeiders van MSD tijdens een manifestatie op 17-07-2010 in Oss.
De openbare bijeenkomst van de IKS beperkt zich niet tot één of enkele toespraken, waarbij er na afloop enige vragen kunnen worden gesteld. Zij is allesbehalve een eenmalige krachtmeting tussen tegenover elkaar staande standpunten. Integendeel: zij maakt deel uit van een voortgaande, levendige overdenking binnen de klasse, die alleen vruchtbaar kan zijn in een kameraadschappelijke uitwisseling van standpunten. Haar doel is bij te dragen aan het debat over de fundamentele kwesties die de klasse aangaan en daarover zoveel mogelijkheid helderheid te scheppen onder de aanwezigen. De openbare bijeenkomst van de IKS beperkt zich niet tot één of enkele toespraken, waarbij er na afloop enige vragen kunnen worden gesteld.
Zij is allesbehalve een eenmalige krachtmeting tussen tegenover elkaar staande standpunten. Integendeel: zij maakt deel uit van een voortgaande, levendige overdenking binnen de klasse, die alleen vruchtbaar kan zijn in een kameraadschappelijke uitwisseling van standpunten. Haar doel is bij te dragen aan het debat over de fundamentele kwesties die de klasse aangaan en daarover zoveel mogelijkheid helderheid te scheppen onder de aanwezigen.
De openbare discussiebijeenkomst die op 11 december in Amsterdam plaatsvond leidde opnieuw tot een levendig debat op basis van twee inleidingen: de ene inleiding was een samenvatting van de tekst van de AAGU Hoe organiseer je verzet zonder afbreuk aan je idealen? (1) De andere inleiding werd gedaan door een sympathisant van de IKS en is in zijn geheel hieronder afgedrukt.
De discussie liet zien dat er tussen de standpunten van aanwezigen grote verschillen kunnen bestaan, maar dat zoiets geen enkel beletsel vormt voor een hele levendige en interessante discussie. Juist omdat er duidelijke verschillen bestonden, leverde de discussie de diepgang op, die het voor de aanwezigen na afloop duidelijker maakte, wat de overeenkomsten en de verschillen zijn onder de aanwezigen, wat betreft hun ideeën over de vluchtelingenkwestie. Behalve de nog bestaande meningsverschillen bleek aan het einde van de vergadering dat we het ook over een aantal kwesties met elkaar eens zijn:
Wat is de werkelijke oorzaak van de massale vluchtelingenstroom vandaag? Welke solidaire houding moeten we aannemen?
Eindelijk het onderwerp vluchteling. Het is een goed onderwerp omdat het een van de centrale kwesties voor de arbeidersklasse in de hele wereld is. Uit de vorige discussie (op de contactbijeenkomst in Antwerpen op 28 augustus 2010) is gebleken dat het een belangrijke kwestie is voor de arbeidersklasse, want het onderwerp wekte een grote betrokkenheid op bij alle aanwezigen. De discussie was levendig, behandelde veel aspecten van de vluchtelingenkwestie en bijna iedereen nam er aan deel.
1. Over de volksbeweging/volksverhuizingen in de geschiedenis.
De volksbewegingen hebben in de geschiedenis altijd plaatsgevonden. Zelfs al voordat het kapitalisme bestond.
Deze volksbewegingen kwamen ook onder het kapitalisme voor (mensen werden van huis en haard verdreven door ellende, ziektes, en dergelijke en miljoenen stierven van de honger).
Mensen die in deze volksbewegingen terechtkwamen, konden in opgaande periode van het kapitalisme (tot 1900 ongeveer) redelijk gemakkelijk in het productieproces worden opgenomen. Het kapitalisme verkeerde toen in fase, waarin het zich steeds meer uitbreidde over de hele wereld. Toen kon ze ontheemden, die hun arbeidskracht te koop aanboden, goed gebruiken.
De mensen die teveel waren om direct aan het werk gezet te worden, toch maakten deel uit van het kapitalistische productieproces, maar dan in de vorm van een arbeidsreserveleger.
2. Hoe de bourgeoisie de vluchtelingenkwestie in de huidige periode inzet in imperialistische confrontaties
De situatie, zeker de laatste vijftig jaar, als het kapitalisme volop in zijn vervalperiode verkeert, is compleet veranderd . Mensen die op drift zijn geraakt, kunnen niet meer in productieproces worden opgenomen. Van een voordeel wordt het een probleem voor het kapitalisme. Vanaf dat moment worden ze niet meer beschouwd als potentiële arbeidskrachten, maar als vluchtelingen waar je geen kant mee op kunt en die alleen maar overlast veroorzaken.
Die zogeheten vluchtelingen worden in de loop van laatste eeuw daardoor steeds meer gebruikt als een politiek instrument en worden uitgespeeld in de confrontatie en de oorlog tussen de verschillende imperialistische rivalen (om druk uitoefenen op een andere blok of op een andere land).
3. Over de kwestie van de solidariteit met alle vluchtelingen.
Over algemeen werd hier ontkennend op geantwoord. Lang niet alle vluchtelingen maken deel uit van de arbeidersklasse en hebben dezelfde klassenbelangen als de arbeiders. Degenen die – potentieel, eventueel in de toekomst – tot de arbeidersklasse behoren, zijn niet alleen te verdedigen, maar moeten ook door de arbeidersklasse verdedigd worden. Zoiets kan echter nooit op individuele basis gebeuren. Hoe solidair ieder van ons persoonlijk ook zou willen zijn met de vluchtelingen die deel uitmaken van de arbeidersklasse. Zoiets kan alleen door de arbeiders in haar strijd als klasse tot stand gebracht worden (zijn beslag krijgen). Tenminste als de strijd een bepaald niveau bereikt heeft, of anders gezegd: als de arbeidersklasse het initiatief heeft in de strijd.
4. De vluchtelingen zijn in het reëel een probleem voor de arbeidersklasse. Een deel daarvan behoort tot de arbeidersklasse. De bourgeoisie gebruikt kwestie tegen de arbeidersklasse door een negatief beeld van de vluchtelingen te geven; en zo de tegenstellingen tussen de arbeiders van de verschillende nationaliteiten en culturen aan te wakkeren.
5. Het is van groot belang om onze eenheid van klasse te verdedigen tegen alle verdelingen die aan haar worden opgedrongen. Als de krachtsverdeling gunstig is kan zij de kwestie van de vluchtelingen in strijd opnemen en in goede richting leiden.
Het is wellicht belangrijk nog even te benadrukken dat de arbeidersklasse van nature de historische klasse is die de internationale eenheid (internationalisme) in zich draagt. Vandaar dat ze in haar verzet tegen de aanvallen van de bourgeoisie ook altijd streeft naar uitbreiding en eenmaking van de strijd. Daarom ook dat arbeiders van de verschillende andere sectoren en regio’s dan altijd de neiging hebben om zich solidair te verklaren en tot uitdrukking te brengen. Dit in tegenstelling tot de bourgeoisie, die haar hoogste vorm van eenheid bereikt in de nationale staat en maar één uitweg kent: die van de oorlog van allen tegen allen.
6. De kwestie dat zelfs de meest radicale strijd voor de vluchtelingen, zoals die van de AAGU niets te maken heeft met anti-kapitalistisme of met internationalisme. Ook al mag de AAGU nog zo vaak beweren dat ze geen onderscheid maakt naar ras, kleur, nationaliteit of afkomst, haar strijd blijft gevangen in de kapitalistische verhoudingen en wordt uiteindelijk zelfs gebruikt door de bourgeoisie. (2)
7. Hoe gaat de arbeidersklasse om met multiculturele verschillen binnen haar gelederen? Dit is ook aan de orde geweest in de discussie bij de vluchtelingenkwestie. Wellicht toch belangrijk om hier toch nog enige aandacht aan te besteden. Moet de arbeidersklasse te culturele identiteit van de eenieder blijven benadrukken, zoals links dat doet, of moet de arbeidersklasse ook streven naar meer eenheid op dat vlak? Met andere woorden: moet de arbeidersklasse ernaar streven zoveel mogelijk hindernissen weg te nemen die haar strijd tot eenheid in de weg kunnen staan? Hoe is de arbeidersklasse in de geschiedenis omgegaan met de verschillen in taal en cultuur. Is dat een probleem geweest of niet en hoe heeft ze die kwestie opgenomen in haar strijd. Zie bijvoorbeeld de Oktoberrevolutie in Rusland in 1917, waar arbeiders en arbeidsters van meer dan 10 verschillende ‘nationaliteiten’ in betrokken waren en deelnamen aan algemene vergaderingen en massabijeenkomsten.
IKS
Voetnoten
(1) Zie de website van AAGU: https://www.aagu.nl/ [27]
(2) Noot van de IKS: we twijfelen op geen enkele wijze en op geen enkel moment aan de integriteit en de oprechtheid van de kameraden, die op de openbare bijeenkomst aanwezig waren en deelnemen aan de acties van de AAGU. Maar hoe goedbedoeld de acties van de AAGU ook zijn, op de een of andere manier slaagt de bourgeoisie er toch altijd weer in om ze te gebruiken ten eigen voordeel. Al is het alleen maar door te laten zien hoeveel er in een democratie mogelijk is je je mening tot uitdrukking wilt brengen; dan zijn zelfs tegen de democratie gerichte acties mogelijk.
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 222.4 KB |
“Het ergste valt te vrezen!” Daarmee is de toon gezet is zowel in de koppen van de kranten, als in alle media, als uit de mond van de leiders van de planeet zelf. Maar het ergste is al gebeurd! Want met de aardbeving, de tsunami die er op volgde en de nucleaire ongevallen die maar niet ophouden, bevindt de Japanse bevolking zich al in een verschrikkelijke toestand. En ook omdat miljoenen mensen op aarde van nu af aan leven onder het zwaard van Damocles van de kernwolk, die ontsnapt is uit de reactoren van Fukushima. Deze keer gaat het niet om een arm land als Haïti of Indonesië dat volop getroffen wordt, maar een van de meest geïndustrialiseerde landen van de wereld, die bijzonder gespecialiseerd is in spitstechnologie.
Een land dat de vernietigende gevolgen van de kernenergie kent, dat als eerste te leiden heeft gehad van de atoombommen, namelijk op Hiroshima en Nagasaki in 1945.
Het kapitalisme maakt de mensheid kwetsbaarder voor natuurrampen
Eens te meer komen de waanzin van het kapitalisme en de onverantwoordelijkheid van de bourgeoisie openlijk tot uitbarsting. De wereld werd zich er pas vandaag van bewust dat miljoenen mensen opeengestapeld leefden in houten woningen langs de kustlijn, onder de voortdurende dreiging van het risico op aardbevingen en reuzegolven die alles verzwelgen. En dat alles op het grondgebied van de derde economische wereldmacht!
Alsof dat nog niet voldoende was, werden er kerncentrales gebouwd, die eveneens blootgesteld staan aan aardbevingen en tsunami’s en die werkelijke tijdbommen vormen. Het merendeel van de kerncentrales van Japan zo'n 40 jaar geleden zijn gebouwd, niet alleen in zeer dichtbevolkte zones, maar ook nog dicht bij de kusten. Ze zijn bijzonder kwetsbaar voor overstromingen. Op de 55 Japanse reactoren, die verspreid staan over 17 vestigingen, zijn er 11 getroffen door de ramp.
Als onmiddellijk gevolg daarvan werd de bevolking, tot in Tokyo aan toe dat zich op 250 km van Fukushima bevindt, reeds blootgesteld aan een hoeveelheid straling, die officieel (1) 40 maal de norm overschreed. Hoeveelheid stralingen, die door de Japanse regering nochtans werd bestempeld als 'zonder risico'! En het zijn niet enkel de centrales die werden getroffen, maar ook de petrochemische complexen die eveneens aan de kustlijn zijn gebouwd en waarvan er een aantal in brand gevlogen zijn. En dat komt nog bovenop de ramp en de ecologische catastrofe, die al aan de gang is.
De bourgeoisie probeert nog om ons te laten geloven dat de schuld ligt bij de natuur, dat men de kracht van aardbevingen en de omvang van de tsunami's niet kon voorzien. Dat is waar. Maar wat vooral opvalt, is hoe het kapitalisme, dat sinds twee eeuwen op een fenomenale manier de wetenschappelijke kennis en de technische middelen heeft ontwikkeld, waarvan gebruik zou kunnen gemaakt worden om dit soort rampen te voorkomen, de mensheid toch voortdurend met monsterlijke gevaren opzadelt. De huidige kapitalistische wereld heeft enorme technologische middelen maar is er niet toe in staat om ze aan te wenden voor het welzijn van de mensheid. Het houdt enkel rekening met de winst van het kapitaal … ten koste van onze levens. Sinds de ramp van Kobé in 1995, heeft de Japanse staat bijvoorbeeld een politiek ontwikkeld waarbij gebouwen worden neergezet, die aardbeving bestendig zijn en die overeind zijn gebleven, maar die bestemd zijn voor de rijkeren en voor de kantoorgebouwen in de metropolen.
De grove leugens van de bourgeoisie
Er worden momenteel overvloedige vergelijkingen gemaakt met de vroegere omvangrijke kernrampen, in het bijzonder met de smelting zonder ontploffing van de reactor op Three Mile Island in de Verenigde Staten in 1979. Officieel had deze geen doden tot gevolg. Maar 'tot op heden' beweren alle politieke verantwoordelijken dat het nu niet gaat om een gebeurtenis die net zo ernstig is als de ontploffing van de centrale in Tsjernobyl in 1986. Moeten wij nu gerustgesteld zijn door deze bovenmatige optimistische verklaringen? Hoe kan men het werkelijke gevaar afmeten voor de bevolking die leeft in Japan, in Azië, in Rusland, in Amerika en in de wereld?
Het antwoord leidt geen enkele twijfel: de gevolgen zullen hoe dan ook dramatisch zijn. Er is nu al een belangrijke nucleaire vervuiling in Japan en de verantwoordelijken van Tepco, die de Japanse centrales uitbaten, kunnen het hoofd niet bieden aan het risico van een ontploffing door elke dag weer aan te klooien en door het leven van honderden werknemers en brandweerlieden schaamteloos bloot te stellen aan de fatale stralingsnormen. Hier komt een fundamenteel verschil naar voren tussen de bourgeoisie en het proletariaat. Enerzijds, een klasse die er niet voor terugdeinst om 'haar' personeel de dood in te sturen en, meer in het algemeen, tienduizenden personen in levensgevaar brengt ten gunste van haar heilige winst.
Anderzijds, de arbeiders die bereid zijn om zich op te offeren, om een trage en onomkeerbare dood tegemoet willen tredenvoor de mensheid.
Vandaag is de onmacht van de bourgeoisie zodanig dat haar specialisten, na een week van wanhopige pogingen om de beschadigde reactoren af te koelen, zich verplicht zien om leerling tovenaars te spelen door te proberen de verschillende koelsystemen van de kerncentrales weer aan de praat te krijgen via het elektrische netwerk. Niemand weet wat uitkomst hiervan zal zijn: ofwel werken de pompen correct en daalt de warmte daadwerkelijk, ofwel veroorzaakt de schade die toegebracht is aan de kabels en de apparaten kortsluitingen, branden en... ontploffingen! De enige oplossing zal dan zijn om de centrale te bedekken met zand en beton zoals... in Tsjernobyl (2). Geconfronteerd met dergelijke gruwelverhalen nu en in de toekomst blijven de praatjes van onze uitbuiters altijd dezelfde: leugens!
In 1979 had Washington gelogen over de radioactieve gevolgen van de smelting van de kern van de centrale, terwijl er ondanks alles toch 140.000 mensen werden geëvacueerd. Ook al vielen er niet direct doden te betreuren, dan vermenigvuldigden de kankers zich achteraf onder hen (2 tot 10 maal), iets wat de Amerikaanse regering nooit heeft willen erkennen.
Wat betreft de centrale van Tsjernobyl, die getroffen werd als gevolg van ernstige tekortkomingen in haar structuur en onderhoud, had de Russische regering de ernst van de toestand wekenlang verborgen gehouden. Het was pas na de ontploffing van de reactor en de ontsnapping van een onmetelijke nucleaire wolk, die zich kilometers hoog en over duizenden kilometers in de omgeving verspreidde, dat heel de wereld de omvang van de ramp besefte. Maar het draaide daar niet om iets specifiek stalinistisch. De westerse verantwoordelijken hebben hetzelfde gedaan. Indertijd onderscheidde de Franse staat zich trouwens in het bijzonder door haar grove leugens toen ze ons probeerde wijs te maken dat de wolk tot stilstand was gekomen aan de oostgrens van Frankrijk! Een ander, vandaag nog altijd, veelzeggend feit is dat de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie), die onmiskenbaar verbonden is aan het IAAE (Internationaal Agentschap voor Atoomenergie), een bespottelijke en belachelijke balans opmaakt van de ontploffing in Tsjernobyl: 50 doden, 9 kinderen die overleden zijn aan kanker en mogelijk 4000 mensen die getroffen zijn door een dodelijk kanker! In werkelijkheid zijn er volgens een studie van de wetenschappelijke academie van New York, als gevolg van dit nucleaire ongeval, 985.000 mensen omgekomen (3). En vandaag zijn het diezelfde instituten die belast zijn met het opmaken van de balans van Fukushima en ons te informeren over de risico's daarvan! Hoe kunnen wij aan hen ook maar het minste geloof hechten? Wat zal er bijvoorbeeld worden van de 'afhandelaars' (diegenen die in uiterste nood optreden) van Fukushima, wanneer wij weten dat “van de 830.000 'afhandelaars' die zijn opgetreden na de gebeurtenis, 112.000 tot 125.000 gestorven zijn” (4). Zelfs vandaag probeert de bourgeoisie weg te moffelen dat deze nog altijd een groot risico vormt, omdat het nog altijd nodig en dringend is om de kern van de reactor af te schermen onder een zoveelste laag beton. Net zo verbergt zij dat er in de centrales van Fukushima in de loop van de laatste tien jaar niet minder dan 200 incidenten hebben voorgedaan!
Alle landen liegen over de werkelijkheid van het nucleaire gevaar! De Fransen staat blijft maar doorgaan om met veel poeha te verklaren dat men de 58 kerncentrales van het land perfect onder controle heeft. En dat terwijl het merendeel van de centrales ofwel in aardbevingszones liggen, ofwel in maritieme en riviergebieden, die kunnen overstromen. Tijdens de storm van 1999, waarbij een geweldige storm belangrijke schade had toegebracht aan heel het nationale grondgebied en 88 doden veroorzaakte in Europa, had de overstroming van de centrale van Blayais, dichtbij Bordeaux, bijna de smelting van een reactor veroorzaakt. Weinig mensen hebben daar ooit weet van gehad. Laten wij het nog even hebben over de kerncentrale van Fessenheim, die zo stokoud is dat zij al jaren geleden gesloten had moeten worden. Maar met behulp van wisselstukken (die voor een groot deel niet homoloog zijn), blijft zij zo goed en kwaad als het kan doordraaien, met een ongetwijfeld rampzalige stralingsgraad voor het onderhoudspersoneel. Dat is de betekenis van 'onder controle hebben' en bewering 'transparant' te zijn.
Vanaf het begin van de aardbeving in Japan, op vrijdag 11 maart, hebben gezagsgetrouwe media ons zonder blikken of blozen, wat zo kenmerkend is voor hen, aangekaart dat de Japanse kerncentrales tot de 'veiligste' ter wereld behoren. Om ons twee dagen later het tegendeel te vertellen en ons er aan te herinneren dat de onderneming Tepco, die de Japanse kerncentrales beheert, in het verleden al eens bepaalde nucleaire incidenten met stralingen had verdoezeld. In welke mate zouden de kerncentrales in Frankrijk 'veiliger' zijn, als
“in een tijdsbestek van tien jaar de talloze kleinere incidenten en onregelmatigheden aan de kerninstallaties verdubbeld zijn” (5), zoals trouwens ook elders in de wereld? Op geen enkele manier.“Ongeveer 20% van de 440 civiele reactoren, die in zijn werking in de wereld zijn, volgens WNA (World Nuclear Association), een groepering van industriëlen, gelegen in 'belangrijke aardbevingszones’. Enkele van die 62 reactoren in aanbouw bevinden zich eveneens in zones met risico’s op aardbeving, net zoals 500 andere projecten, in het bijzonder in de landen, die een opkomende economie kennen. Talrijke kerncentrales - en daarbij inbegrepen de vier reactoren van Fukushima, die beschadigd zijn door de tsunami van 11 maart - bevinden zich dichtbij de 'vuurcirkel', een boog van 40.000 kilometer van aardkorstbreuken die de Stille Oceaan omsluiten” (6).
Serieuze informatiebronnen “laten vermoeden dat er steeds meer radioactieve elementen circuleren. Terwijl het plutonium voor 1945 niet voorkwam in de natuur, vindt men het voortaan in het gebit van de Britse kinderen” (7), en ondanks het feit dat Groot-Brittannië gestopt is met zijn civiel kernprogramma.
Het kapitalisme stuwt de mensheid naar meer en meer catastrofen
En in Japan is er niet alleen een nucleaire ramp aan de gang maar ook een menselijke catastrofe. Zo is de derde economische wereldmacht in een paar uur tijd in een, sinds de Tweede Wereldoorlog, nog nooit vertoonde crisistoestand verzopen. Dezelfde schrikbarende ingrediënten zijn weer aanwezig: massale vernietiging, tienduizenden doden en tot slot, stralingen, zoals na de atoombom-bombardementen op Hiroshima en Nagasaki.
Miljoenen mensen in het noordoosten van Japan leven zonder elektriciteit, zonder drinkbaar water, met hoeveelheden voedsel die steeds maar afnemen, als ze al niet besmet zijn. 600 000 mensen zijn verplaatst wegens de tsunami, die volledige steden aan de Stille Oceaan heeft vernietigd. Ze leven in de grootste ontberingen en lijden onder de kou en de sneeuw. In tegenstelling tot wat de Japanse regering - die voortdurend de ernst van de toestand heeft geminimaliseerd, het aantal slachtoffers lager ingeschat en slechts druppelsgewijs, van dag tot dag, mededeling doet over de toename van het aantal slachtoffers - aankondigt, kan er, over het hele land bekeken, zonder enige twijfel nu al gerekend worden op tienduizenden doden.
Vanuit zee spoelen er voortdurend lijken aan op de kusten. En op de achtergrond niets dan reuzengrote vernielingen van woningen, van gebouwen, van infrastructuren van hospitalen en scholen...
Dorpen, gebouwen, treinen, zelfs hele steden werden weggevaagd door de golven van de tsunami, die het noordwesten van Japan heeft geteisterd. In bepaalde steden, die bekneld zitten in meestal smalle valleien, zoals in Minamisanriku, is meer dan de helft van de 17.000 inwoners meegesleurd en omgekomen. Met een alarmeer-tijd van 30 minuten, afgekondigd door de regering, waren de wegen al vlug dichtgeslibd, en leverden ze de 'laatkomers' over aan 'genade' van de golven.
De bevolking werd door alle westerse media begroet vanwege van haar 'voorbeeldige moed' en haar 'discipline'. De Eerste Minister riept haar op “om het land van de grond af aan opnieuw op te bouwen”. Anders gezegd in duidelijke taal, de arbeidersklasse, die in dit land leeft, staat nu nieuwe ontberingen te wachten, een opgedreven uitbuiting en een verergering van de ellende. Natuurlijk is het mooi om het idyllische beeld voor te schotelen, dat men ons al tientallen jaren opdient, van een gedweeë bevolking, die 's morgens gaat sporten met de baas, die zijn bakkes houdt, zich in alle stilte laat uitbuiten, en die stoïcijns vriendelijk blijft terwijl de gebouwen boven haar hoofd aan het instorten zijn. De Japanse bevolking betoont heel zeker en buitengewone moed, maar de werkelijkheid van haar 'stoïcijns' gedrag, dat in de kranten wordt beschreven, is totaal anders. Buiten de honderdduizenden, die opeengepakt zitten in de sportzalen en andere gemeenschapsruimtes en bij wie de woede onvermijdelijk en terecht stijgt, proberen duizenden anderen weg te vluchten, waaronder een toenemend aantal van de rond de 38 miljoen inwoners van Tokyo en zijn voorsteden. En diegenen die blijven, doen dat niet om 'het gevaar en het noodlot te trotseren', maar omdat zij geen andere keuze hebben. Bij gebrek aan financiële middelen en waarheen? En om op welke manier 'opgevangen' te worden? In elk geval wordt een 'milieu-vluchteling' in de ogen van de bourgeoisie als een onfatsoenlijk iemand beschouwd. Ongeveer 50 miljoen mensen zullen in de komende jaren gedwongen worden om te migreren omwille van milieuredenen. Maar die hebben, volgens de Conventie van de Verenigde Naties, geen 'statuut', wanneer zij het slachtoffer zijn van een ramp, zelfs al is het een kernramp. Zonder er omheen te draaien betekent dit dat de Japanners zonder geld, die proberen te ontsnappen aan de kernramp, of eenvoudigweg ergens anders willen wonen, nergens ter wereld 'asiel' zullen krijgen.
Dit systeem van doorgedreven uitbuiting rekt zijn doodstrijd en wordt met de dag onmenselijker. Terwijl er door de mensheid onmetelijke kennis is vergaard en er reusachtige technologische middelen door de mensheid zijn vergaard, is de bourgeoisie er niet toe in staat om daaruit een kracht te ontwikkelen ten gunste van het welzijn van de mensheid, die ons de gelegenheid zou bieden ons te wapenen tegen de natuurrampen. Zij stevent nadrukkelijk alleen maar af op haar vernietiging, niet hier of daar, maar overal ter wereld.
“Wij hebben geen andere keuze tegenover deze kapitalistische hel: socialisme of barbarij. Er tegen strijden of sterven” (8)
Mulan /19.03.2011
Voetnoten
(1) De ervaring leert ons aan welke geloofwaardigheid wij moeten toekennen aan de officiële cijfers in het algemeen en aan die van de kernenergie in het bijzonder; leugen, manipulatie en onderschatting van de gevaren ervan is hier de gulden regel van de leiders van de hele wereld!
(2) De huidige ramp werd zelfs verwacht, zoals wordt gerapporteerd door Le canard Enchainé van 16 maart 2011: “De acht Duitse ingenieurs van Areva, die werkten op de vestiging van de centrale van Fukushima 1 (...) werden verrast door de aardbeving 'terwijl zij volop aan het werk waren aan een deel' van de reactor nummer 4, en dachten bij zichzelf “we zijn niet gek”. Op vrijdagavond (11 maart) werden ze in veiligheid gebracht op een veertigtal kilometer van de centrale” en vervolgens “op zondag 13 maart teruggebracht naar Frankfurt”.
(3) Bron: 'Troublante discrétion de Organisation mondiale de la santé'; Le Monde van 19 maart.
(4) https://www.monde-diplomatique.fr/2010/12/KATZ/19944 [30]
(5) "https://www.europe1.fr/France/" [31] France/les-accidents-nucléaires-en -hausse-455587
(6) https://www.monde.fr/depeches/2011/03/15/fukushima-eclaire-le-risque-d-u... [32]
(7) https://blog.mondediplo.net/2011/03/12/Au-Japon-le-seisme-declenche-l-al... [33]
(8) De woorden van iemand die tussenkwam op ons websiteForum in het Frans in de loop van een discussie over deze ramp: https://fr.internationalism.org/forum/312/tibo/4593/seisme-au-japon [34] .
Wij publiceren hieronder de vertaling van discussie die (onder de rubriek “Commentaar”) op onze Spaanstalige website plaatsvond, naar aanleiding van ons artikel over “Kommunistische Linkerzijde en Internationalistisch Anarchisme: wat we gemeenschappelijk hebben”. 1)
De eerste kameraad bevestigt punten, die niet overeenkomen met onze analyse over de natuur van het internationalistische anarchisme. In het bijzonder twijfelt hij zeer sterk aan de gegrondheid van de samenwerking met de anarchisten, zelfs “internationalisten”.
Wij publiceren hieronder de vertaling van discussie die (onder de rubriek “Commentaar”) op onze Spaanstalige website plaatsvond, naar aanleiding van ons artikel over “Kommunistische Linkerzijde en Internationalistisch Anarchisme: wat we gemeenschappelijk hebben”. 1)
De eerste kameraad bevestigt punten, die niet overeenkomen met onze analyse over de natuur van het internationalistische anarchisme. In het bijzonder twijfelt hij zeer sterk aan de gegrondheid van de samenwerking met de anarchisten, zelfs “internationalisten”.
De tweede probeert deels te antwoorden op deze kritiek en stelt vooral nieuwe vragen. Wij zullen deze vragen hier niet beantwoorden, wij laten deze momenteel open (en wij verwijzen onze lezers naar onze reeks van drie artikelen over “Kommunistische Linkerzijde en Internationalistisch Anarchisme”). Zij zijn volgens ons een bijdrage aan een open en kameraadschappelijk debat dat zich, over de meningsverschillen heen, op internationaal vlak moet ontwikkelen.
Eerste commentaar
Beste kameraden,
Allereerst stuur ik jullie van verre mijn zeer oprechte en hartelijke groeten. Ik schrijf jullie om verschillende redenen: onder andere, een kort commentaar op jullie onlangs gepubliceerde artikel in Acción Proletaria (2 ) getiteld: “Kommunistische Linkerzijde en Internationalistisch Anarchisme: wat we gemeenschappelijk hebben”.
Wat me in dat artikel is opgevallen, is de gezonde debatcultuur die jullie beoefenen ten opzichte van andere proletarische bewegingen, als men de wil heeft om “de standpunten van de andere te begrijpen, eerlijk de punten van overeenkomst en verschil te omlijnen”; anderzijds “moet men onderscheid kunnen maken tussen revolutionairen (zij die het perspectief verdedigen van de omverwerping van het kapitalisme door het proletariaat) en reactionairen (zij die op de ene of andere wijze bijdragen tot het bestendigen van dit systeem)”. En dit, steeds om de principes van de revolutionaire communisten voorop te stellen. Dit gezegd zijnde, en ik zou willen dat jullie dit als een gezonde kritiek opvatten, is er een punt in dat artikel dat ik helemaal niet deel . Jullie tekst zegt: “(Deze onhandigheden van onze kant) onthullen de moeilijkheid om, naast de meningsverschillen, de essentiële elementen te zien die de revolutionairen tot elkaar brengt.”
Ik ben van mening dat het kommunisme en het anarchisme geen essentiële elementen delen, maar eerder algemene perspectieven voor de mensheid en wellicht bepaalde onmiddellijke doeleinden, die maken dat sommige gemeenschappelijke interventies aanvaardbaar kunnen zijn. Ik denk dat de strijd voor de kommunistische revolutie in zulke troebele, koude en verraderlijke waters van het kapitalisme, met bewegingen die pretenderen revolutionair te zijn en een revolutionaire schijn ophouden, op lange termijn altijd gevaarlijk is.
Inderdaad, weet ik niet of dit “revolutionair” anarchisme ook als dusdanig kan worden bestempeld. In ieder geval zal men op lange termijn de praktijk van het “revolutionaire” anarchisme moeten bekijken, om er de gepaste conclusies uit te trekken alvorens een gemeenschappelijke interventie te ondernemen, steeds vanaf het begin duidelijk de begrenzingen vooropstellen, die tussen het kommunisme en het anarchisme bestaan.
Dit betekent niet dat ik me verzet tegen het feit dat men bepaalde “allianties” aangaat met de anarchisten om te strijden voor het algemeen belang van het proletariaat; wat ik wil zeggen is dat men nog essentiële elementen, waaruit het anarchisme bestaat, nog nauwkeuriger van elkaar moet onderscheiden.
Ik ben inderdaad van mening dat de elementen, die het anarchisme en het kommunisme dichter bij elkaar brengen, niet essentieel zijn, maar eerder schijnbare en voorbijgaande elementen zijn, ongeacht het gehalte aan eerlijkheid van het anarchisme.
Het zou niet te veel gevraagd zijn om de anarchisten er zelf aan te herinneren dat de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens.
Een revolutionaire organisatie bestaat maar echt in die mate, dat zij op de eerste plaats het revolutionaire perspectief nooit uit het oog verliest, dat erin bestaat het huidige productieregime, dat zorgt voor zoveel onderdrukking, kwalitatief te transformeren. Maar ook bestaat zij maar echt in die mate dat zij zich op een permanente wijze ontwikkelt op basis van programmatische principes, die noodgedwongen homogeen dienen te zijn; programmatische principes waarvan het onvermijdelijke doel de opheffing is van alles wat bestaat, met een strategie om deze tot het einde door te zetten: het kommunisme, een strategie die het anarchisme niet deelt als vorm en nog minder als principe.
Met andere woorden: indien men de kommunistische principes uit het oog verliest die aan een echte revolutionaire politieke structuur bezieling en leven geven, zou dit als gevolg hebben dat men de politiek transcendente verschillen vergeet die er bestaan ten opzichte van andere bewegingen op het moment van het veiligstellen van de revolutie zelf, die van een proletariaat georganiseerd in sovjets.
Ik zou willen dat, wat ik hier zeg, opgevat wordt als kameraadschappelijk kritiek, omdat ik juist met jullie niet alleen een flink aantal principes deel, maar ook concrete standpunten met betrekking tot concrete feiten.
Leon’s
Tweede commentaar
Men moet kameraad Leon’s kritiek verwelkomen betreffende het artikel over het anarchisme in Acción Proletaria. In dit artikel en ook in de kritiek van Leon’s wordt gesteld dat het internationalisme een klasse-grens is, zowel bij de marxisten als bij de anarchisten. Wat dikwijls voorkomt is dat men op een vage, abstracte wijze spreekt over internationalisme, wat aanleiding geeft tot meerdere dubbelzinnigheden. Ik verwijs helemaal niet naar de makke bourgeoisie-intellectuelen, marxisten of anarchisten, dat is een andere zaak. Ik spreek over kameraden die loyaal denken en ageren ,marxisten of anarchisten die zich momenteel bevinden op het terrein van het internationalisme. Hier stel ik me nu persoonlijk de volgende twee vragen:
1. Ik ken enkele eerlijke anarchistische kameraden, maar die niet denken dat de klassestrijd in het verloop van de geschiedenis een bepalend element is, die spreken over onderdrukkers en onderdrukten, volkeren uitgebuit door de rijken en de multinationals, maar die niet spreken over de klassestrijd als iets wat centraal staat. Dit is een logisch resultaat, gezien deze kwestie over de klassestrijd, historisch gezien, nooit helder gesteld is bij de anarchisten.
Voor mij is dus de concrete vraag, die noch in het artikel van de IKS, noch in de commentaar van Leon’s is gesteld, of die elementen die niet denken dat de klassestrijd een elementaire factor is in het verloop van de geschiedenis, deel uit kunnen maken van het internationalistische terrein. Ziehier een vraag die ik me stel en waarover ik graag zou willen discussiëren.
2. Anderzijds denk ik dat, zoals Lenin zei in verband met de waarheid, deze altijd concreet is, perfect tastbaar en meetbaar…of bestaan er verschillende vormen van proletarisch internationalisme? Daarom veroorloof ik me de aandacht van kameraden zoals Leon’s , maar ook deze van de IKS te verwijzen naar een deel van de inleiding (3) van de brochure “Natie of klasse”, waarin vermeld wordt dat het proletarisch internationalisme zich concretiseert in een aantal punten die ik me deels veroorloof te vermelden. Ziehier de aanhaling: “Maar wat is nu het echte internationalisme? Hoe kunnen we dit in de praktijk brengen? Het proletarisch internationalisme concretiseert zich in:
“1. De totale aanklacht tegen de imperialistische blokken, tegen de ideologieën die hen dienen als voedingsgrond, tegen de partijen die hen steunen.
“2. De aanklacht tegen de “neutraliteit”, de “derde wereld politiek”, de “derde weg”, enzovoort…die slechts valstrikken zijn, bedacht door tweederangs staten om hun eigen imperialistische behoeften te verdedigen.
“3. Radicale oppositie tegen elke vorm van nationale strijd, autonomie, federalisme, racisme (of zijn evenknie de “raciale strijd”), waarvan de functie steeds is om het proletariaat te verdelen en ze te verzwakken door allerlei frontvormingen tussen verschillende klassen.
“4. De onverzettelijke strijd tegen elke imperialistische oorlog, door in de praktijk daartegenover het “revolutionaire defaitisme” naar voren te schuiven. Met ander woorden, de verbroedering tussen arbeiders en onderdrukten van beide kampen door aan beide zijden het geweer te richten op de eigen bevelvoerders, op hun eigen respectievelijke nationale kapitaal.
“5. De oppositie tussen onze klassebelangen en het nationale belang van het kapitaal. Door onverzettelijk te strijden tegen elk ontslag, elke opoffering of agressie, die het kapitaal ons wil opleggen in naam van de “veiligstelling van de nationale economie” en andere gelijkaardige misleidingen.
“6.De totale steun aan de arbeidersstrijd van andere landen, door de ontwikkeling van de enige mogelijke vorm van solidariteit: hun strijd vervoegen door een nieuw strijdfront te openen tegen ons eigen nationale kapitaal.
“7. De zoektocht naar de internationale coördinatie en centralisering van de strijd.
“8. Eenheid in een internationale en gecentraliseerde organisatie van alle voorhoedekrachten van het proletariaat.
“9. Aan alle strijd die vandaag gevoerd wordt, het perspectief te geven van de proletarische wereldrevolutie die de burgerlijke staat in alle landen zal vernietigen. Het vooropstellen van de wereldmacht van de arbeidersraden, opent het proces van afschaffing van de koopwaar, van de loonarbeid en van de nationale grenzen, door de weg te effenen voor de menselijke wereldgemeenschap, het kommunisme. Het is duidelijk dat de revolutie waarschijnlijk zal starten in één land, maar dat ze zich de wereldwijde uitbreiding van de revolutie tot taak moet stellen, anders zal ze veroordeeld zijn tot de nederlaag.
Germán
Voetnoten
1)https://fr.internationalism.org/ri414/gauche_communiste_et_anarchisme [35] _internationaliste_ce_que_nous_avons_en_commun.html
2) Orgaan van de IKS-pers in Spanje.
3) Eerste editie in het Spaans, 1981; https://es.internationalism.org/folletos/nacion_introesp [36]
De laatste weken waren er bijzonder levendige en intensieve discussies op het IKS-websiteforum over een tragische gebeurtenis: de bloedige onderdrukking van de opstandelingen van Kronstadt.
90 jaar geleden, in 1921, kwamen arbeiders in opstand tegen de Bolsjewistische Partij en eisten onder meer de teruggave van de reële macht aan de sovjets, zonder de bolsjewistische partij. De Kommunistische Partij nam toen de vreselijke beslissing hen te onderdrukken.
Een deelneemster aan het debat, Youhou genaamd, stuurde ons een brief die we hieronder publiceren en die wij van harte verwelkomen. De brief is zowel een poging om een samenvatting te geven van de verschillende standpunten, die in de tussenkomsten aan de orde kwamen, als om zelf duidelijk stelling te nemen. Het gaat hier geenszins om een afsluiting van de discussie. Het lijkt ons integendeel dat de tekst, zoals geschreven in de geest van de kameraad, enkel een volgende stap in de discussie is. Tot slot gaan we helemaal met haar mee wanneer zij in de laatste regels schrijft:“Sluit je in dit levendige debat bij ons aan! Het kameraadschappelijk debat is ons beste wapen tegen de burgerlijke ideologie” (1).
Op het IKS-forum vindt nu, ter gelegenheid van de 90e verjaardag van de onderdrukking van Kronstadt, een zeer levendige discussie plaats die commentaar verdient. Ze is zeer interessant omdat ze tenslotte een goede afspiegeling vormt van de standpunten die over dit onderwerp in de arbeidersklasse bestaan. De verplettering van de arbeidersklasse in opstand van de Sovjet van Kronstadt door het revolutionaire leger op bevel van de Bolsjewistische Partij in 1921 wordt zonder taboes en twijfels op het forum naar voor gebracht. De wil om lessen te trekken uit deze slachting, zo belangrijk voor de toekomstige revolutie, verenigt alle kameraden op dit forum en bevestigt wat Rosa Luxemburg schreef over de Russische Revolutie: “Het is duidelijk dat enkel een diepgaande kritiek, en zeker geen oppervlakkige verontschuldiging, uit deze gebeurtenissen alle schatten van lering kan trekken die zij bevatten”. Dit debat wordt al tientallen jaren gekenmerkt door twee tendensen die lijnrecht tegenover elkaar staan: de trotskisten die menen dat de verplettering een 'tragische noodzakelijkheid' was en de anarchisten die denken dat de Bolsjewistische Partij als partij al de kiemen van deze ontaarding in zich droeg en die de noodzaak van het bestaan van een partij van de arbeidersklasse zelf in vraag stellen.
Was het dan een 'fout' of een 'tragische noodzaak'?
Hier volgt één van de ideeën die naar voor gebracht werd door Jeannotrouge: “Het proletariaat kan zich niet als klasse vormen en daarna, na de revolutie, als heersende klasse, tenzij na een hardnekkige politieke strijd in haar eigen schoot tegen de burgerlijke invloeden, die gedragen worden door verschillende instellingen, organisaties en partijen die zich het etiket 'arbeiders' toeeigenen, een strijd die onvermijdelijk episodes van confrontatie en geweld inhoudt.”
Mouhamed, die wat genuanceerder is, legt uit dat de Bolsjewiki geen andere keuze hadden. Maar op dit punt ben ik het volledig eens met Tibo en Underthegun: de verplettering van Kronstadt ging niet in de zin van de revolutie. Deze slachting was absoluut onnodig en heeft de nederlaag van de Russische Revolutie versneld. Waarom? Het waren arbeiders die afgeslacht en vermoord werden, geen witteboorden-contrarevolutionairen, zoals Trotski zelf zal toegeven: “We hebben zo lang mogelijk gewacht, opdat de matrozen, onze verblinde kameraden, hun ogen zouden openen en zien waartoe de muiterij hen leidde.”
De kommunistische samenleving kan niet geboren worden uit broederstrijd. Een dergelijke moordpartij kan geen deel uitmaken van de wapens van de revolutionairen. Terecht schrijft Tibo:“Ja, we hebben een 'eindelijk menselijke' wereld op te bouwen. En die kan niet als fundament hebben de kadavers van arbeiders, die door andere arbeiders gedood werden.” Ik zou daaraan toevoegen: en vooral niet op deze manier: door hun families te gijzelen, en door de soldaten van het rode leger te veroordelen, als die weigerden te schieten...
Klassegeweld is noodzakelijk, zeker, maar binnen de arbeidersklasse wordt dat bepaald door het einddoel, door de bevrijding van de mensheid van het juk van de uitbuiting. De kameraden die het op dit punt niet eens zijn, herinnerden terecht aan de bijdragen van de Bolsjewiki aan de arbeidersklasse. De Bolsjewistische Partij, onder leiding van Lenin, heeft nooit de belangen van het proletariaat verraden en door onvermoeibaar de noodzaak te herhalen geen vertrouwen meer te hebben in de sociaal-democraten door elke politieke alliantie af te wijzen en om geen massapartij te vormen, heeft ze ervoor gekozen een minderheid te blijven onder de arbeiders. Deze partij pleitte voor een internationalisme tot op het bot. De Bolsjewiki hebben de arbeiders in hun strijd gesteund door aan hun kant te blijven, zelfs toen ze zagen dat de arbeiders een fout begingen.
Hoe was het dan mogelijk dat deze partij, die zich volop bewust was van het feit dat het socialisme niet met dwang aan de arbeidersklasse opgelegd kan worden, en het de plicht van de partij is aan de zijde van de klasse te vechten, zich bewapend tegenover haar bevond?
Hoe is de Bolsjewistische Partij ertoe overgegaan een dergelijke misdaad te begaan?
Kameraad Mouhamed schrijft: “Voor mij, als er sprake geweest was van wereldrevolutie, dan zou Kronstadt niet gebeurd zijn, of iets in die aard”. Het klopt dat het isolement van Rusland een fundamentele oorzaak is voor de mislukking van de revolutie. Veel arbeiders zijn omgekomen in de burgeroorlog, de sovjets raakten ontvolkt, vaak bleven er alleen militaire comités over van enkele leden, die beslisten over de strategie die gevolgd zou worden. Wanneer de voorzitter van de Bund (de Joodse Kommunistische Partij) op het VIIe Congres van de Sovjets vraagt wat het Centraal Comité doet, antwoordt Trotski: “Het CEC is aan het front!” Voeg daar nog de drastische voedselrantsoenering aan toe omdat de Oekraïne, de graanschuur van Rusland, het land uithongert. Als het Duitse proletariaat zich bij de revolutie had aangesloten, daarmee de andere proletariërs van Europa en de wereld meetrekkend, dan zou dat een nieuw elan aan de Russische Revolutie gegeven hebben. In haar brochure over ‘De Overgangsperiode’ schreef de IKS:
“Maar het grootste gevaar van de contra-revolutie kwam noch van de 'koelaks', noch van de arbeiders van Kronstadt die jammerlijk vermoord werden, noch van de 'witte complotten' die de Bolsjewiki vermoedden achter die opstand. De contra-revolutie kreeg de overhand over de lijken van de Duitse arbeiders, die in 1919 vermoord werden, en heeft zich het krachtigst uitgedrukt door middel van het bureaucratische apparaat van wat de 'halfstaat' van het proletariaat moest voorstellen”. Doordat de sovjets, het fundament van de dictatuur van het proletariaat, uitgeput raakten, doordat zee opgesloten bleven binnen de nationale grenzen van Rusland, werd de Bolsjewistische Partij geconfronteerd met keuzen die uiterst zware gevolgen hadden en heeft ze de zwaarste fout begaan: haar klassebroeders fysiek te elimineren.
Het isolement van Rusland in de ontwikkeling van de wereldrevolutie verklaart de houding van de Bolsjewiki gedeeltelijk. Het verklaart echter niet waarom de sovjets zich tegen de partij keerden Als ze niet in opstand waren gekomen, dan zou de kwestie nooit aan de orde zijn gekomen. Zoals ik het verdedig, net als Underthegun, zien we zeer duidelijk, zowel in de eisen van de Sovjet van Kronstadt (“alle macht aan de sovjet”), maar ook in de stakingsgolven die uitbraken in Moskou en Petrograd (drie regio’s, het zij terloops opgemerkt, die in de voorhoede stonden van de Oktoberrevolutie), dat er een kloof ontstaan is tussen partij en arbeidersklasse. Ziehier een radioboodschap gericht 'aan de arbeiders van de gehele wereld' die op 6 maart 1921 ontvangen werd:
“Wij zijn aanhangers van de macht van de sovjets, niet van de partij. Wij zijn voor de vrije verkiezing van vertegenwoordigers van de werkende massa's. De marionettensovjets, die gemanipuleerd worden door de kommunistische partij, zijn altijd doof geweest voor onze behoeften en onze eisen; wij hebben slechts één antwoord gekregen: kogels (...). Kameraden! Niet alleen bedriegen ze jullie, maar ze verdraaien opzettelijk de waarheid en belasteren ons op de meest verachtelijke manier (...). In Kronstadt is de gehele macht uitsluitend in handen van de revolutionaire matrozen, soldaten en arbeiders (...) Lang leve het revolutionaire proletariaat en de boeren! Lang leve de vrij gekozen sovjets!”
Of men het nu eens is met die eisen of niet, het staat buiten kijf dat de sovjets zich vierkant tegen de partij keerden, die zij nu als vijand beschouwen. Voor mijn part denk ik dat de assimilatie van de partij met de staat, een orgaan dat van nature reactionair en conservatief is, de Bolsjewiki ertoe gebracht heeft zich van de klasse te verwijderen. Tenslotte is dat het isolement binnen het isolement. De partij was tegelijkertijd rechter en partij en kon daarom de revolte niet begrijpen van haar kameraden in de sovjets. Underthegun schrijft terecht:
“De 'bolsjewistische regering', maar dat is juist het probleem van deze geïsoleerde revolutie, werd van alle kanten belegerd. De urgentie van de situatie, de talrijke gevaren, hebben de Bolsjewiki er vanaf Brest-Litovsk, in 1918, toe gebracht de uitoefening van de macht voor hun rekening te nemen. Maar (...) de dictatuur van het proletariaat is niet de dictatuur van de partij”.
Indien de partij niet de belangen vertegenwoordigt van een sovjet of van een deel van de arbeidersklasse, dan moet ze de belangen verdedigen van het wereldproletariaat, en juist omdat de partij verstrikt raakte in de staat miste zij de heldere visie om oriëntaties te geven, die voortkwamen uit de internationale arbeidersbeweging. Gevangen in de valstrik van de onmiddellijke vooruitzichten, verbonden met de organisatie van de revolutie, verloor de partij uit het oog wat het einddoel moest zijn: de bevrijding van de mensheid. Daarom gaat het hier niet om een terloops foutje, maar wel om het inzicht dat, in het kader van een wereldrevolutie, de dictatuur van het proletariaat uitgeoefend moet worden door de sovjets. Daarmee zijn de materiële en objectieve redenen gegeven voor deze broedermoord, maar het moet duidelijk zijn dat, in tegenstelling tot wat Prodigy, Jeannotrouge en Mouhamed denken, de materiële voorwaarden, die we op deze manier schetsen, niet compleet zijn als we er geen ethische dimensie aan toevoegen.
De vraag 'hebben we het recht een morele balans
op te maken van dit drama?' werd langdurig bediscussieerd
Underthegun legt veel nadruk op het feit dat er geen determinisme bestaat en dat onder de revolutionairen in de partij sommigen, in identieke urgente omstandigheden, de keuze gemaakt hebben hun kameraden in Kronstadt te verdedigen. De Lenins en de Trotski's hadden een keuze en zij kozen ervoor hun kameraden te vermoorden. Naar mijn mening is het de moeite waard de vraag te stellen, maar kameraden Mouhamed en Prodigy wierpen daar in hun tussenkomsten tegenin dat “een marxistische analyse er niet in bestaat een morele balans op te maken; maar wel een objectieve en materialistische balans. Het gaat er niet om te veroordelen, te zeggen wat immoreel is of niet. Het gaat erom lessen te trekken zonder humanistische gevoelens.”
Morele balans en een analyse van de omstandigheden staan niet tegenover elkaar, maar vullen elkaar aan. De moraal is niet de manicheïstische burgerlijke moraal, maar de vrucht van een lange evolutie, die rechtstreeks voorkomt uit het feit dat de mens voor de beschaving gekozen heeft en het behoud van de soort uitdrukt in solidariteit: ze is dus inherent aan de materiële voorwaarden. De Bolsjewistische Partij is ontaard en kwam in nieuwe situaties terecht waarvoor geen recept bestond. Dus, ja, ze koos de weg die naar haar ondergang zou leiden, en nee, de verplettering van Kronstadt ging niet in de richting van de revolutie. Kon zij anders gehandeld hebben? Misschien. Had ze dat moeten doen. Dat is zeker!
Waarom hebben sommigen opdracht gegeven tot deze moordpartij en hebben anderen zich ertegen verzet? Gewoon omdat ten opzichte van eenzelfde situatie het bewustzijn niet homogeen is, dat de band tussen bewustzijn en materiële voorwaarden niet mechanisch is. Daarom moeten we op de onderdrukking van Kronstadt niet de blik werpen van een onberispelijke moraal, gesmeed in negen decennia proletarische strijd. De revolutionairen zullen voor keuzes gesteld worden die even essentieel zijn in de komende strijd en Kronstadt is een 'donkere schat van lessen' want zij draagt in haar ongelukkig noodlot een wezenlijke les aan: “geen geweld binnen de arbeidersklasse!” Als het doel de middelen niet heiligt, dan bepaalt het ze toch wel!
We konden deze kwestie niet bediscussiëren zonder onze standpunten over het marxisme te verduidelijken, maar ook die over het trotskisme en het anarchisme. Sluit je aan bij dit hartstochtelijke debat! Het kameraadschappelijk debat is onze beste wapen tegen de burgerlijke ideologie.
Met kameraadschappelijke groeten, Youhou
Voetnoten
(1) Daarom antwoorden we hier niet op kameraad Youhou. Niet alleen zijn we het eens met de essentie van haar analyse, maar het debat kan en moet ook verdergaan. Om het standpunt van de IKS te vernemen over deze tragische gebeurtenis verwijzen we de lezer naar twee van onze artikels:
a) 'De repressie van Kronstadt in maart 1921: een tragische vergissing van de arbeidersbeweging'.
b) '1921: Understanding Kronstadt', International Review nr. 104.
“De veiligheidsraad van de VN:
Eens te meer gebruiken de hoogste gezagsdragers van deze wereld mooie humanitaire formules, ze steken speechen af met trillende stem, over de 'democratie', de 'vrede' en de 'veiligheid van de bevolking', om beter hun imperialistische avonturen te rechtvaardigen.
Zo komt het dat er sinds 20 maart een 'internationale coalitie' in Libië een militaire operatie van grote omvang leidt, die door de Verenigde Staten dichterlijk 'Dageraad van Odysseus' genoemd wordt. Elke dag stijgen tientallen vliegtuigen op vooral vanaf de twee krachtige Franse en Amerikaanse vliegdekschepen om een bommentapijt uit te zaaien over de streken die de strijdkrachten herbergen die trouw zijn aan het regime van Kadhafi (2).
In duidelijke taal, het is oorlog!
Alle staten verdedigen hier enkel hun eigen belangen… met bommen.
Natuurlijk is Kadhafi een gekke en bloeddorstige dictator. Na weken van strategisch terugplooien voor de opstand, heeft de zelfverklaarde 'Libische Gids' zijn elitetroepen weten te reorganiseren om in de tegenaanval te gaan. Dag na dag is hij er in geslaagd om terrein terug te winnen, waarbij alles verpletterd werd, de 'rebellen' net zo goed als de bevolking. En hij was vast en zeker van plan om de bewoners van Benghazi in hun eigen bloed te laten verdrinken, toen de operatie Dageraad van Odyseus werd gelanceerd.
De luchtaanvallen van de coalitie hebben de repressiekrachten parten gespeeld en hebben dus effectief de aangekondigde afslachting vermeden.
Maar kan men ook maar één ogenblik geloven dat deze ontplooiing van strijdkrachten echt het welzijn van het Libische volk tot doel heeft?
Waar was diezelfde coalitie toen Kadhafi 1.000 gevangenen liet ombrengen in de gevangenis van Abu Salim in Tripoli in 1996? In werkelijkheid worden in dit regime al veertig jaar mensen opgesloten, gemarteld, geterroriseerd, verdwijnen ze en worden geëxecuteerd... allemaal volkomen straffeloos.
Waar was diezelfde coalitie gisteren toen Ben Ali in Tunesië, Moebarak in Egypte of Bouteflika in Algerije, op de menigte lieten schieten tijdens de opstanden in januari en februari ?
En wat doet diezelfde coalitie tegenover de slachtpartijen die plaatsgrijpen in Jemen, Syrië of Bahrein? O sorry... wij kunnen ook niet zeggen dat zij geheel afwezig is : een van haar leden, Saoedi-Arabië komt daadwerkelijk tussen om de staat Bahrein te steunen... om betogers te onderdrukken! En haar medeplichtigen om de ogen te sluiten.
Lui als Sarkozy, Cameron, Obama en consorten kunnen zich dan wel trots als redders gaan voordoen, als verdedigers van de weduwen en wezen, maar het lijden van de 'burgerbevolking' van Benghazi is voor hen slechts een alibi geweest om ter plekke militair in te grijpen en hun respectievelijke smerige imperialistische belangen te verdedigen. Al deze gangsters hebben een reden die niets te maken heeft met het altruïsme, namelijk zich lanceren in deze imperialistische kruistocht.
In tegenstelling tot de laatste oorlogen zijn de Verenigde Staten nu niet het speerpunt van de militaire operatie. Waarom? In Libië is de Amerikaanse bourgeoisie verplicht om evenwichtskunsten uit te halen.
Enerzijds kan zij het zich niet veroorloven om over land massaal in te grijpen op Libische bodem. Dat zou door heel de Arabische wereld aanzien worden als een agressie en als een nieuwe invasie. De oorlogen van Irak en Afghanistan hebben inderdaad de veralgemeende aversie versterkt voor het 'Amerikaanse imperialisme, de bondgenoot van Israël'. En de wissel van het regime in Egypte, de traditionele bondgenoot van Oom Sam, heeft nog meer geknaagd aan hun positie in de regio (3).
Maar anderzijds kunnen zij zich niet afzijdig houden zonder te riskeren om totaal hun statuut van 'strijders voor de democratie in de wereld' te verliezen. En het staat voor hen buiten kijf om het terrein niet over te laten aan de tandem Frankrijk / Groot-Brittanië.
– De deelname van Groot-Brittannië heeft een dubbel doel. Ook zij proberen om, bij de Arabische landen, opnieuw hun blazoen op te poetsen, dat zo erg gehavend was door hun tussenkomsten in Irak en Afghanistan. Maar zij proberen ook hun eigen bevolking te laten wennen aan buitenlandse militaire tussenkomsten die zeker zullen toenemen in de toekomst. 'Het Libische volk redden van Kadhafi' biedt daarvoor de perfecte kans (4).
– Het geval van Frankrijk verschil een beetje. Het gaat om het enige grote westerse land dat van een zekere populariteit geniet in de Arabische wereld. Die heeft het verworven onder generaal De Gaulle en werd aangedikt door zijn weigering om in 2003 deel te nemen aan de invasie van Irak.
Door in te grijpen ten voordele van 'het Libische volk', wist president Sarkozy perfect dat hij door de bevolking met open armen zou verwelkomd worden en dat de buurlanden deze interventie tegen een Kadhafi, die veel te onberekenbaar en onvoorspelbaar is naar hun zin, zouden goedvinden. En men heeft inderdaad in Benghazi 'Leve Sarkozy' en 'Leve Frankrijk' horen weerklinken (5). Eenmaal is geen scheepsrecht, maar de Franse staat is er hier in geslaagd om even te profiteren van het slappe figuur dat de Amerikanen geslagen hebben.
De president van de Franse republiek heeft er ook van geprofiteerd om zich te herstellen van de opeenvolgende stommiteiten van zijn regering in Tunesië en Egypte (steun aan dictators die uiteindelijk verjaagd werden door sociale opstanden, die tijdens de gevechten gepaard gingen met slaande ruzies onder zijn ministers en de locale regimes, het voorstel om politietroepen te sturen om de repressie in Tunesië ruggesteun te verlenen...).
Wij kunnen hier niet in detail de belangen opsommen van elke staat van de coalitie, die vandaag in Libië toeslaat, maar één zaak is zeker, het draait hier helemaal niet om humanisme of menslievendheid! En dat geldt net zo voor diegenen die veel weigerachtiger stonden en zich onthouden hebben bij de stemming van de resolutie van de UNO of die dat schoorvoetend gedaan hebben:
Tenslotte lijkt Libië, zoals heel het Midden-Oosten, vandaag op een onmetelijk groot schaakbord waarop de grootmachten proberen hun pionnen naar voren te schuiven.
Waarom komen de grootmachten nu pas tussen?
Al weken waren de troepen van Kadhafi aan het oprukken naar Benghazi, het bolwerk van de rebellen, en moordden daarbij alles wat bewoog uit. Waarom hebben de grootmachten zo lang gewacht, als zij zo'n groot belang hadden bij de militaire tussenkomst in de regio?
In de eerste dagen waaide de wind van de opstand in Libië vanuit Tunesië en Egypte. Eenzelfde woede tegen de onderdrukking en ellende stak alle lagen van de maatschappij aan. Het stond dus buiten kijf dat 'de Grote Democratieën van deze wereld' niet stonden te springen om deze werkelijke sociale bewegingen te ondersteunen, ondanks hun mooie praatjes waarin ze de repressie veroordeelden.
Hun diplomatie weigerde op een schijnheilige manier elke inmenging en beriep zich 'op het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren om hun eigen geschiedenis te bepalen'. De ervaring toont aan dat dit zo is bij elke sociale strijd: de bourgeoisie van alle landen sluit de ogen voor de meest afgrijselijke repressie, als zij er niet direct steun aan verlenen!
Maar in Libië is wat aanvankelijk begonnen was als een werkelijke volksopstand 'van onderop', met ongewapende burgers, die met heldenmoed vertrokken om de kazernes van de militairen en de zogenaamde hoofdkwartieren van de 'Volkscomités' aan te vallen, vlug omgevormd tot een bloedige 'burgeroorlog' tussen fracties van de bourgeoisie. Anders gezegd, de beweging is de niet-uitbuitende lagen uit de handen geglipt. Het bewijs ervan is dat een van de opperhoofden van de opstand en van de CNT-NOR (Nationale OvergangsRaad) Al Jaleil, de oud-minister van Justitie was van Kadhafi! Deze man heeft natuurlijk evenveel bloed aan de handen als de oude 'Gids' die nu zijn tegenstander geworden is. Een andere aanwijzing is dat, terwijl de 'arbeiders geen vaderland hebben', de voorlopige regering de vlag van het vroegere koninkrijk van Libië als nationaal embleem heeft gekozen. En tenslotte heeft Sarkozy de leden van de CNT-NOR erkend als 'wettelijke vertegenwoordigers van het Libische volk'.
De opstand in Libië heeft dus een diametraal tegengestelde wending genomen dan die van haar grote Tunesische en Egyptische broers. Dit is vooral te wijten aan de zwakte van de arbeidersklasse van dit land. De belangrijkste industrie, de olie-industrie, stelt bijna uitsluitend arbeiders te werk afkomstig uit Europa, uit de rest van het Midden-Oosten, uit Azië en Afrika. Die namen, van bij het begin, niet deel aan de beweging van sociaal verzet. Als resultaat daarvan is het de locale kleinburgerij die de strijd heeft gekleurd en vandaar het naar voren schuiven van de nationale vlag bijvoorbeeld. Erger nog! De 'vreemde' arbeiders die zich dan ook niet konden herkennen in deze strijd, zijn op de vlucht geslagen. Er zijn zelfs vervolgingen geweest van zwarte arbeiders door de 'rebelse' strijdkrachten, want er deden talrijke geruchten de ronde dat het regime speciaal huurlingen uit Afrika gerekruteerd had om de betogingen te verpletteren, wat dan weer alle immigranten die vandaar kwamen,verdacht maakte.
Arbeidersstrijd tegenover imperialistische oorlogen
Deze omkering van de toestand in Libië heeft gevolgen die ver over de grenzen heen gaan. De repressie van Kadhafi eerst en daarna de tussenkomst van de internationale coalitie hebben alle sociale bewegingen van de regio afgeremd. Dat stelt zelfs andere dictatoriale regimes, waar verzet tegen is, in staat om zich ongebreideld te laten gaan bij de bloedige repressie: dat is het geval in Bahrein waar het Saoedische leger hardhandige steun verleent aan het heersende regime om de betogingen gewelddadig neer te slaan. (7) ; in Jemen waar op 18 maart de regeringsstrijdkrachten niet hebben geaarzeld om te schieten op de menigte, met nog eens 51 doden ; en meer recent in Syrië.
Maar toch kan niet met zekerheid gesteld worden dat dit een fatale slag is. De toestand in Libië weegt door, als een blok aan het been van het wereldproletariaat, maar de ontwikkeling van de ellende wekt zo'n diep gewortelde woede op, dat deze toestand haar niet totaal verlamt. Bij het opstellen van dit artikel, werden betogingen verwacht in Ryad, terwijl het regime zelf heeft verklaard dat alle betogingen tegenstrijdig zijn met de sjaria. In Egypte en Tunesië, waar de 'revolutie' verondersteld wordt reeds getriomfeerd te hebben, zijn er voortdurend botsingen tussen de betogers en de staat, die nu 'democratisch' is, die bestuurd wordt door krachten die min of meer dezelfde zijn als diegenen die de lakens uitdeelden voor het vertrek van de 'dictators'. Ook in Marokko duren de betogingen voort, ondanks het feit dat de koning Mohammed VI een constitutionele monarchie heeft aangekondigd.
Wat er ook van zij, voor al deze bevolkingen die vandaag onder het juk leven van repressie, en soms onder de democratische bommen, van de verschillende internationale coalities, zal de lucht pas opklaren wanneer het proletariaat uit de centrale industriële landen, en vooral uit West-Europa, op zijn beurt massale en vastberaden strijd zal ontwikkelen. Dan zal het, gewapend met zijn historische ervaring en na de breuk met de valstrikken van het syndicalisme en de burgerlijke democratie, zijn capaciteiten ontwikkelen om over te gaan tot zelf-organisatie en een werkelijk revolutionair perspectief te openen, de enige toekomst voor heel de mensheid.
Solidair zijn met diegenen die vandaag vallen onder de kogels, komt niet neer op het steunen van het regime van Kadhafi, noch dat van de 'rebellen', noch van de coalitie van de UNO! Ze moeten in tegendeel allemaal worden aangeklaagd als imperialistische honden!
Solidair zijn betekent het kamp kiezen van het proletarisch internationalisme, strijden tegen onze eigen uitbuiters en moordenaars in alle landen, deelnemen aan de ontwikkeling van de arbeidersstrijd en aan het klassebewustzijn overal ter wereld!
Pavel / 25.03.2011
Voetnoten
(1) Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten in het bijzondere, maar ook Italië, Spanje, België, Denemarken, Griekenland, Noorwegen, Nederland, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar.
(2) Als wij de westerse media moeten geloven zouden enkel de handlangers van Kadhafi sterven onder de bommenregens. Maar denken wij even terug aan de Golfoorlog. Diezelfde media hebben ons toen wijsgemaakt dat het een 'propere oorlog' was. In werkelijkheid maakt in 1991 de oorlog, in naam van de bescherming van het 'kleine Koeweit', dat onder de voet gelopen was door de 'slachter' Saddam Hoessein, meerdere honderdduizenden slachtoffers.
(3) Zelfs al is de Amerikaanse bourgeoisie er in geslaagd om de schade in te perken door het regime, dat door de bevolking gehaat werd, te vervangen
(4) Wij moeten maar even terugdenken aan 2007, in Tripoli, toen de Britse ex-premier Tony Blair kolonel Kadhafi hartelijk omarmde als dank voor de ondertekening van een contract met BP. De huidige aanklachten over de gekke dictator zijn slechts zuiver cynisme en schijnheiligheid!
(5) Laten wij er even aan herinneren dat de Franse bourgeoisie op haar beurt ook niets anders doet dan eens te meer haar huik naar de wind te zetten, in 2007 heeft zij Kadhafi nog met grote sier ontvangen. De beelden van zijn tent die opgesteld stond midden in Parijs zijn de wereld rond gegaan en hebben Sarkozy en zijn kliek nog meer in hun hemd gezet. Maar vandaag wordt ons een nieuwe film gespeeld: 'NAVO blaast de luifel weg'
(6) https://www.elpais.com/articulo/internacional/guerra/europa/elpepuint/20... [37]
(7) Hier ook begunstigt de zwakte van de arbeidersklasse deze repressie. De beweging wordt er gedomineerd door een sjiïtsche meerderheid.
Sinds enkele jaren komt de arbeidersklasse, al of niet ‘vergezeld’ van niet-uitbuitende lagen van de bevolking, steeds openlijker in opstand en steeds massaler in verzet tegen een systeem dat ons niets meer te bieden heeft dan meer armoede, volksverhuizingen, meer ‘precariteit’, meer repressie, meer oorlogsellende, een onzekere toekomst, enz. Een en ander is niet alleen tot uitdrukking gekomen in de revoltes van de bevolking in de Arabische landen en in die van Noord-Afrika, maar ook in demonstraties, stakingen, bezettingen en sit-ins in de centrale landen zoals Portugal en Groot-Brittannië.
Deze nieuwe gebeurtenissen, die vaak een massaal karakter hebben, leiden niet alleen tot meer vertrouwen van de arbeidersklasse in haar eigen kracht, maar ook in het ontstaan van minderheden binnen de klasse die zich steeds meer politieke vragen beginnen te stellen. Wat is dat eigenlijk voor systeem waarin we leven, dat alleen maar overleeft ten koste van meer vernietiging, meer mensen die van de honger sterven, de helft van de wereldbevolking in een permanente staat van complete uitzichtloosheid dompelt en alleen maar bezig met haar eigen overleven.
De onvolkomen breuk met het nationalisme door AAGU
Ook in Nederland is dit het geval. Enkele maanden geleden hebben we, naar aanleiding van een openbare bijeenkomst van de IKS in Amsterdam, waar enkele medestanders van de AAGU (Anarchistische Antideportatie Groep Utrecht) aan deelnamen, onze gedachten naar voren gebracht over deze groep (1). Hoewel deze groep vooral als een soort van strijdcomité functioneert, probeert ze haar solidariteit met de immigranten toch vorm te geven op basis van enkele heldere principes. Principes die we grotendeels kunnen onderschrijven. Zo verklaart ze in haar tekst: “Uitgangspunten van de AAGU”:
"De vrije samenleving, die wij nastreven, kan alleen bestaan als die vrijheid voor iedereen geldt: een mens kan alleen echt vrij zijn als alle andere mensen ook vrij zijn. Het streven naar vrijheid betekent daarom automatisch een strijd tegen staat en kapitaal wereldwijd. Wat in Nederland 'recht' en 'democratie' wordt genoemd, is in werkelijkheid het onrecht en de dictatuur van de bezittende en heersende klasse. Dit onrecht kan niet beter worden aangetoond dan aan de hand van de algehele rechteloosheid van mensen die uit het maatschappelijke leven verbannen zijn, zoals geïllegaliseerden. De strijd tegen staatsrepressie beginnen wij daarom bij het bestrijden van nationalisme, wat alleen mogelijk is als dat antinationalisme vergezeld gaat van een streven naar economische gelijkheid wereldwijd.(…) We zijn voor open grenzen en een solidaire wereld waarin er genoeg is voor iedereen."(2)
Hoewel ze streeft naar open grenzen en anti-nationalistisch zegt te zijn, stelt de groep zich niet definitief en ondubbelzinnig op het standpunt van het internationalisme. Ze is slechts tegen het nationalisme voor zover die ervoor zorgt dat er grenzen bestaan. De groep wenst dat grenzen tussen die landen opengaan, maar laat daarbij buiten beschouwing dat die grenzen binnen Europa eigenlijk al zijn opengegaan en dat er desondanks in de grond toch niets veranderd is.
Ondanks dat grenzen nauwelijks nog bestaan, kunnen we binnen Europa onmogelijk spreken van internationalisme. De nationale staten, als hoogste vorm van eenheid en organisatie die het kapitalisme kan realiseren, bestaan ook in Europa nog steeds en ieder nationaal kapitaal probeert nog steeds zijn belangen met alle middelen te verdedigen ten koste van ieder ander kapitaal.
Het proletarische internationalisme van de ASB
Anders is het standpunt van een andere groep in Nederland die zich, naast de IKS op een openlijk internationalistisch standpunt stelt, met name de ASB (Anarcho Syndicalistische Bond) (3). Dit blijkt sowieso uit het pamflet van KRAS, een internationalistisch anarchistische groep uit Moskou waarvan we eerder al verklaringen van gepubliceerd hebben (4), dat ze onlangs op haar website heeft geplaatst “Weg met de nieuwe oorlog in Noord-Afrika”. Het pamflet eindigt haar oproep niet alleen met een ondubbelzinnig standpunt tegen de oorlog, maar ook tegen de staat, welke regering dan ook en (niet onbelangrijk) zelfs tegen de democratie: "Weg met de oorlog! Weg met alle staten en legers! Geen enkel druppel bloed voor dictatuur of democratie! Nee tegen alle regeringen en “opposities”!"
De ASB, die zich presenteert als een anarcho-syndicalistische bond naar het voorbeeld wellicht van de CNT, zoals dat in de jaren twintig en dertig bestond in Spanje, heeft niettemin hele duidelijke politieke gedachten. Ze noemen hun anarchistische beginselen “ons gezamenlijke vertrekpunt”, maar staan daarmee heel dicht bij die van andere politieke stromingen die het proletarisch internationalisme verdedigen. In het boekje, dat ze op hun website hebben gepubliceerd, komt het begrip proletarisch internationalisme nergens voor, maar het hele boekje is doortrokken van de gedachte dat er maar één enkele klasse bestaat in de hele wereld die een einde kan maken aan het kapitalisme: de internationale arbeidersklasse
“De groep mensen, het gros van de wereldbevolking, dat echter onderworpen is aan de condities die deze maatschappij hen oplegt, heeft baat bij de afschaffing van staat en kapitaal. Dit is het fundament van klasse: een gedeelde positie binnen de kapitalistische maatschappij die om haar eigen opheffing schreeuwt. (….) De arbeidersklasse heeft niet zo'n gezamenlijk project binnen de klassenmaatschappij. Ze wordt immers niet gedefinieerd door wat ze doet, maar door wat ze aangedaan wordt. De enige gemeenschap die ze kennen is de gemeenschap vormgegeven door staat en kapitaal, door de klassenmaatschappij. Valse identiteiten als 'het volk', 'de burgers' of 'wij Nederlanders' bestaan dan ook niet.”
Maar het “gezamenlijk vertrekpunt” van de ASB houdt het daar niet bij. Als het gaat om vluchtelingen en immigranten, dan heeft ze ook een duidelijke mening: “In de 'Derde Wereld' waar land en natuurlijke bronnen letterlijk door de machines van staat en kapitaal weggeroofd worden, worden mensen gedwongen naar de steden te trekken om onder miserabele toestanden werk te vinden of in sloppenwijken te eindigen. Dat of een wanhopige poging te migreren naar de 'Eerste Wereld', op zoek naar een beter bestaan. Dus, naast hun onteigende bestaan, zijn onzekerheid en vervangbaarheid ook meer en meer de gedeelde eigenschappen van de uitgebuitenen.”
Als reactie op de verdelingen van de arbeiders in bijvoorbeeld ‘illegalen en niet-illegalen’, in ‘allochtonen en autochtonen’, of in ‘precariaat en witte arbeiders’, die door bepaalde groepen als Doorbraak gepropageerd worden, zegt het “gezamenlijk vertrekpunt” van de ASB ons het volgende:
“Het kanaliseren van onze activiteit in het algemeen en woede in het specifiek verloopt altijd via vastgelegde sociale 'rollen'. Ras, geslacht, religie, seksuele voorkeur, subcultuur, al deze dingen kunnen zaken aangeven die wel degelijk verschillen, maar de sociale 'rol' die daarbij hoort, is een heel andere zaak. Zo verschillen mannen en vrouwen wel degelijk biologisch, maar is de traditionele rolverdeling die daarbij hoort, slechts een sociale 'rol'. Sociale rollen, het product van de klassenmaatschappij door de geschiedenis heen, dwingen ons in een keurslijf wat slechts de heersende klassen dient, wat ons niet alleen verdeelt maar ook ons van onszelf vervreemdt. Het is daarom ook belangrijk voor revolutionairen om deze sociale rollen te analyseren, te ontmantelen en ons niet te laten verdelen”.
Uit het boekje van de ASB blijkt dat ze zich op een terrein plaatst, dat de IKS volledig met haar deelt: het terrein van de arbeidersklasse. Ook al spreekt de IKS over het kommunisme en de ASB over libertair-kommunisme, dat verandert niets aan de zaak. Neem bijvoorbeeld iemand als Erich Mühsam, die ook streefde naar een anarcho-kommunistische maatschappij. Dat belette hem niet om in de revolutie van 1918 in Duitsland samen op te trekken met de kameraden van de Duitse Kommunistische Partij, zoals Rosa Luxemburg, Anton Pannekoek, en Johan Knief, in een poging de burgerlijke staat te vernietigen en een nieuwe vrije maatschappij op te bouwen.
Ondanks de vele overeenkomsten tussen de ASB en de IKS, zou het vreemd zijn als er toch geen meningsverschillen bestaan. En volgens de IKS zijn die er ook,. Het belangrijkste verschil van mening, dat er tussen beide groepen bestaat, is dat met betrekking tot directe actie. Om te beginnen zijn we volledig akkoord met de volgende zinsneden, die de ASB naar voren brengt in relatie tot directe actie.
- “Directe actie heeft niks te maken met stemmen, partijpolitiek of publiciteitsstunts gericht op media-aandacht. Het heeft niks te maken met individuele activisten die hopen dat de heersende klassen naar hen luisteren door een 'ludieke actie'”
- “100,000 proletariërs, tot de tanden bewapend, zijn niks als ze hun vertrouwen in iets anders plaatsen dan hun eigen macht om de wereld te veranderen”.
- Directe actie “betekent dat de arbeidersklasse, in constant verzet tegen de bestaande orde, geen hulp van 'buiten' verwacht maar haar eigen condities van de strijd bepaalt en naar zichzelf kijkt voor haar actiemiddelen”.
“Het proces van onze strijd is zowel de confrontatie met de heersende klassen als de opbouw van onze eigen nieuwe orde. Dit kan echter alleen als we de strijd zelf in de hand houden en niet delegeren aan functionarissen van staat en kapitaal.”
Wellicht zijn we het ook eens over vele vormen van actie die ASB in dit kader naar voren brengt. De ASB spreekt over directe acties als “walkouts, prikacties, stakingen en bezettingen tot economische blokkades, sabotage en autonome productie en alles daar tussen in”.
Als de IKS denkt aan vormen van strijd dan denkt ze vooral aan demonstraties, blokkades, stakingen, bezettingen, sit-ins, enzovoort. De IKS verwacht hierbij echter niet dat één ‘directe actie’ de heersende klasse zal doen sidderen, de staat op de knieën zal krijgen en de eisen onmiddellijk ingewilligd zullen doen worden. De arbeidersklasse zal onder omstandigheden van een nog nimmer vertoonde economische crisis van het kapitalisme de aanvallen van de bourgeoisie op haar levensomstandigheden in de veel gevallen alleen maar tijdelijk een halt kunnen toeroepen. Zij zal op het materiële vlak ook nog vele nederlagen moeten slikken en zelfs ‘directe actie’ zal daar niets aan kunnen veranderen. Zoals Rosa Luxemburg in “Orde heerst in Berlijn” stelt
".... de [proletarische] revolutie de enige vorm van ‘oorlog’ is (...) waar de eindoverwinning slechts door een reeks van ‘nederlagen’ kan worden voorbereid!” En als “de bourgeoisie (vakbonden en/of ondernemers) zich wel terugtrekt, zal het moment van de aanval alleen maar uitgesteld worden. De aanvallen tegen de levensomstandigheden kennen geen uitstel”.
Maar de grote winst voor de arbeidersklasse is gelegen in het feit, niet dat ze alle aanvallen op onmiddellijke vlak weet af te slaan, maar in het gegeven dat “de arbeidersklasse, dankzij de strijd, beetje bij beetje weer meer vertrouwen in zichzelf krijgt. De arbeiders (aan het werk of werkloos, met pensioen of in de collegezalen) herkennen zich opnieuw als behorend tot een klasse, die gemeenschappelijke belangen heeft en de mogelijkheid bezit om zich collectief te verdedigen". (“De beweging tegen de CPE in 2006. Een voorbeeldige strijd voor de arbeidersklasse” Wereldrevolutie nr. 124)
Wat we in en via de strijd wel kunnen bereiken is het vergroten van de eenheid binnen de klasse en een solidariteit tussen steeds grotere delen van de klasse. Een voorwaarde hierbij is echter wel dat de strijd plaatsvindt onder controle van de arbeiders zelf, verenigd in algemene vergaderingen en gekozen afgevaardigden, die ieder moment afgezet kunnen worden.
In de uitgangspunten van de ASB lezen we verder, dat “Directe actie is het uitbouwen van ons eigen project, (….) waarbij we onszelf onder staat en kapitaal uitvechten en daarmee de klassenmaatschappij doen afbrokkelen vormt de basis van de nieuwe maatschappij: de libertair communistische maatschappij”. Maar de grote vraag hierbij is: hoe kan het “afbrokkelen van de klassenmaatschappij” de grondslag vormen van “ons eigen project” (…) “van de nieuwe maatschappij”?
Want hieraan ten grondslag ligt de veronderstelling dat de libertair-kommunistische opvattingen en ideeën al in de hoofden van de arbeiders zitten en de materiële omstandigheden, waaronder we gebukt gaan, alleen nog maar bevrijd hoeven te worden van hun repressieve omhulsel, opdat deze ideeën de volle ‘vrijheid’ krijgen om zich vanzelf in libertair-kommunistische richting te ontwikkelen en te uiten? Gaat dit in de ogen van ASB vanzelf of moeten daarvoor ook niet bijvoorbeeld geslaagde voorbeelden uit het verleden naar voren worden gebracht, de opvattingen van bekende anarcho-syndicalisten (-kommunisten) worden uiteengezet en de principes van de zelforganisatie van de klasse onder de arbeiders worden uiteengezet en in de strijd worden verdedigd
Dixoff / 25.04.2011
Voetnoten
1)Zie ook “Levendig debat over de kwestie van de vluchtelingen”, Wereldrevolutie nr.124
2)Zie de website van AAGU: https://www.aagu.nl/ [27]
3)Zie de website van ASB: https://anarcho-syndicalisme.nl/wp/?p=591 [38], en ook de IKS website: “Weg met de nieuwe oorlog in Noord-Afrika!” https://nl.internationalism.org/node/854 [39]
4)Zie o.m.over de KRAS onze website: https://nl.internatiolism.org [40]
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 312.15 KB |
De ellende en het onrecht in Griekenland staan op het punt eenvoudigweg ondraaglijk te worden in de ogen van de uitgebuitenen. De soberheidsplannen, een voor een ongelooflijk brutaal, volgen elkaar met een hels ritme op. Elke nieuwe regeringsmaatregel met het oog tijdelijk het bankroet van het land af te wentelen, betekent in werkelijkheid een zoveelste nieuwe opoffering voor heel de bevolking. En ondanks alles duikt de nationale economie steeds meer de dieperik in. Met als resultaat, de uitbarsting van de ellende en de woede!
Het land bezwijkt onder de schulden. De staat, de banken en de bedrijven staan op de rand van de verstikking. En alle maatregelen die genomen worden door de socialistische regering van Papandreoe om een ingebrekestelling van betaling te vermijden, verergerden de situatie alleen maar en kondigen een nog pijnlijkere toekomst aan. Om vers geld te verkrijgen van de Europese Unie, want de staat zou eenvoudigweg zonder vers geld niet meer kunnen functioneren, worden de werk- en levensomstandigheden van de bevolking letterlijk opgeofferd. Het aantal ambtenaren daalt voortdurend, net zoals de lonen. De ouderdomspensioenen, de werklozen- en sociale bijstand, de hulp bij de gezondheidszorg zijn aan het wegkwijnen. Maar deze explosie van ellende drijft het land enkel dieper de recessie in, wat op zijn beurt... de schulden verzwaart! Het is een vicieuze cirkel waaruit Griekenland niet uit kan komen.
De Griekse bourgeoisie wijst met een beschuldigende vinger naar het IMF, de Europese Unie, de rating-agentschappen, Duitsland... . Ze wil doen geloven dat zij, en enkel zij, verantwoordelijk zijn voor deze rampzalige economische toestand. In de rest van de wereld daarentegen, wordt net het tegendeel verkondigd: Griekenland zou zich in een 'uitzonderlijke', 'buitengewone' situatie bevinden door de laksheid van haar leiders, door de veralgemeende corruptie van de Griekse maatschappij (fiscaal bedrog wordt voorgesteld als een nationale sport) en door de luiheid van de Griekse werknemers (volgens een uitlating van de Duitse kanselier Angela Merkel).
Deze leugenachtige en weerzinwekkende propaganda kent een zeker succes, aangezien bij de betogingen in Athene het nationalisme dikwijls op de spits wordt gedreven. (de Griekse vlaggen wapperen over de optochten, slogans als "IMF rot op!" of "Duitsland rot op!", worden gescandeerd), en in andere landen zoals Duitsland wordt het idee van "wij zien niet in waarom wij voor de Grieken zouden betalen", onder de bevolking verspreid. Anders gezegd, de heersende klasse zet de uitgebuitenen tegen elkaar op!
In werkelijkheid, staat Griekenland symbool voor het historisch bankroet van het kapitalisme. Vanuit economisch gezichtspunt, geeft het de richting aan die de andere nationale economieën, één na één gaan inslaan. In afzienbare tijd zal Spanje ook die weg opgaan.
Ook al is het nationalisme een gif dat de arbeiders in Griekenland in het bijzonder raakt, toch zijn er stilaan krachtlijnen die zich in de beweging beginnen af te tekenen.
Het is vooral de geprecariseerde jeugd die over de nationale grenzen heeft weten te kijken om zich te inspireren op de beweging van de Verontwaardigden in Spanje. Vanaf einde mei zijn duizenden Aganaktismeni (het Griekse word betekent zowel verontwaardiging als woede) (1), op het Syntagma-plein samen gekomen om te discussiëren en de strijd collectief aan te pakken. Zoals in Spanje, is het kenmerk van deze beweging ook daar, het enorme wantrouwen tegenover de partijen (in het bijzonder de Socialistische Partij, die aan de macht is) en de vakbonden ( de GSEE, de belangrijkste nationale vakbond, die zelfs aangeklaagd wordt als een agent van de bourgeoisie). De gelijkenis met het nadenken dat door de hoofden gaat van de geprecariseerde jeugd in Spanje en Griekenland, is treffend. Op 25 mei bijvoorbeeld, was er op het Syntagma-plein een drie uur durende discussie, waarop 83 personen hun mening hebben gegeven.
Bepaalde tussenkomsten hebben gewezen op het belang van de zelf-organisatie van de arbeidersklasse en op de noodzaak van een revolutionaire strijd. Deze rijping en overdenking is erg veelbetekenend, ook al wordt ze nog maar door een kleine minderheid verwoord. Het simpele feit dat bepaalde mensen het aandurven om in het openbaar uitlatingen te doen ten gunste van de revolutie, onthult dat het klimaat aan het veranderen is. Ze vinden de moed om, zeker nog op een vage manier, luidop te zeggen wat een goed aantal denkt. Trouwens, in zowat alle bijeenkomsten van de Verontwaardigden in Europa, in Griekenland net zoals in Spanje, in Frankrijk net zoals in Groot-Brittannië, zijn deze tussenkomsten die oproepen tot zelfstandige-organisatie van de massa's en voor de afschaffing van het kapitalisme dikwijls diegene die het meeste applaus krijgen.
Griekenland is dus geen geval apart ! De crisis die daar in alle hevigheid woedt schudt heel het kapitalistische wereldsysteem door elkaar. En de strijd die zich ontwikkelt is een van de vele radertjes in het raderwerk van de strijd van de arbeidersklasse op wereldvlak
Laurence / 1.07.2011
Voetnoten
(1) En de woede is des te groter omdat de armoede vergezeld gaat van een wrede en moorddadige repressie.
Achter het zogezegde 'mirakel' van de Chinese groei verbergt zich een werkelijkheid die niets aanlokkelijks te bieden heeft. Ze is zo weinig aantrekkelijk dat de heersende klasse en de media, die haar ten dienste staan, haar compleet verborgen houden. In het land waar het buskruit uitgevonden werd, staat de toestand echt op ontploffen!
Sinds begin juni breken in het zuiden van het land gewelddadige protesten uit, waarin de migranten, die van het platteland komen (mingongs), het aan de stok krijgen met de politie en soms ook met het leger. Blijkbaar was een confrontatie tussen een koppel bescheiden rondtrekkende verkopers afkomstig uit Sichuan en de 'hengguan' (zoiets als onze lokale politieagenten, die hartgrondig verafschuwd worden) in de stad Xintang de aanleiding tot deze golf van woede.
Onder het voorwendsel dat clandestiene verkoop illegaal is, wilden de politiemannen het koppel wegsturen en zouden daarbij de jonge vrouw, die zwanger was, hard aangepakt hebben. Onmiddellijk heeft de massa mensen, die erbij stond, zich gegroepeerd en heeft ze haar woede geuit tegen dergelijk optreden. In een klimaat dat explosief gemaakt wordt door de toestand die in het land heerst, liep de beweging snel uit op een rel. Volgens het officiële nieuwsagentschap Nieuw-China gooiden honderden mensen bakstenen en flessen naar de politiemannen. In de dagen daarna bleef de situatie in de regio van Xintang gespannen, ondanks de massale interventie van de politie, gesteund door pantserwagens, de sluiting van wegen voor het verkeer en de aanhouding van 25 personen. Talrijke betogers bleven actief en (volgens de site Radio Free Asia) de vrijlating van hun 25 aangehouden makkers vragen.
Dit verschijnsel is geen alleenstaand feit. Verre van. Voor de overgrote meerderheid van het Chinese volk en in het bijzonder voor de arbeiders die naar de grote steden getrokken zijn in de hoop daar werk te vinden, zijn de levensomstandigheden steeds minder draaglijk. Binnen de muren van 'de fabriek van de wereld' lijken het cynisme en het misprijzen van de kapitalistenklasse voor de arbeiders, net zo goed als elders, geen grenzen te kennen. Onlangs vroeg een Chinese arbeider dat hem zijn onbetaalde loon zou uitbetaald worden. In plaats daarvan kreeg hij, in naam van zijn baas, een messteek toegediend! De laagheid van die afschuwelijke daad heeft zonder twijfel het gevoel van revolte aangewakkerd, dat zich geleidelijk aan over het land uitbreidde.
Maar die feiten volstaan niet om de diepere oorzaken te begrijpen van de explosieve aard van het sociale klimaat. In een artikel in Les Echos van 15 juni lezen we bijvoorbeeld: "Plaatselijke problemen hebben de neiging uit de hand te lopen als gevolg van de groeiende ongerustheid, die gewekt wordt door andere kwesties zoals de inflatie", legt de analist Russell Leigh-Moses, werkzaam in Peking, uit aan AFP.
"(...) De inflatie in China bereikte in mei haar hoogste peil in bijna drie jaar, en de stijging van de prijzen is potentieel explosief. Talrijke categorieën Chinezen ondergaan volop de gevolgen van de prijsstijgingen, onder meer de boeren, de gepensioneerden en de arbeiders-migranten." Tegenover die diepe malaise moet de staat grote middelen inzetten om een schijn van stabiliteit te bewaren in de regio die een jaar geleden al overspoeld werd door een reeks stakingen en betogingen (1).
Op de website Rue '89 verduidelijkt een goed gedocumenteerd artikel van 14 juni 2011: "ook al hebben ze loonsverhogingen gekregen en in sommige gevallen een relatieve verbetering van hun werkvoorwaarden, dan blijft hun situatie toch weinig benijdenswaardig". En tot slot verklaart Jeffrey Crothall, woordvoerder van de NGO China Labor Bulletin: "Ze hebben zeer zware werkuren en leiden onder discriminaties. Het klopt dat door het gebrek aan arbeidskrachten de arbeiders in sommige sectoren meer onderhandelingsvermogen gewonnen hebben. Maar in vele plaatsen worden ze nog zeer slecht behandeld door hun bazen die vaak weigeren hen te betalen. En wat de loonsverhogingen betreft: het effect daarvan wordt grotendeels tenietgedaan door de inflatie."
Alles bij elkaar toont de werkelijkheid van het 'Chinese mirakel' ons een stap verder in de veralgemening van de ellende.
Maxime / 24.06.2011
Voetnoten
1) Zie RI nr. 415 en RI nr. 422, Deze artikels zijn te lezen op onze Internetsite.
Het collectief 'Democracia Real Ya!' ('Echte Democratie Nu!') heeft de beweging van de Verontwaardigden, zowel in Spanje, in Frankrijk als in diverse andere landen, de legitieme afkeer van de jongeren tegen de burgerlijke politieke partijen (en de corruptie van de politici) uitgebuit om een extreem gevaarlijke ideologie aan te moedigen: deze van een apolitieke houding.
Zo heeft men overal de mentors van de Democracia Real Ya! (DRY) kunnen aanhoren, hoe ze de beweging van de Verontwaardigden deden geloven dat hun protestbeweging tegen de gevolgen van de crisis van het kapitalisme (in het bijzonder de werkloosheid van de jongeren) een apolitieke beweging moest blijven, buiten en tegen alle partijen, organisaties en vakbonden. Overal moesten de politieke elementen dus het gebod naleven: niet het woord nemen uit naam van hun politieke groep, maar enkel als eenvoudige "burger". Iedereen die politiek actief is, werd er aldus van verdacht de beweging te willen verdelen of over te nemen ten gunste van hun eigen 'zaak'.
De onbegrensde hypocrisie van DRY bereikt haar hoogtepunt, als men weet dat er achter deze zogenaamde "apolitieke" façade, niet alleen een handvol linkse partijen van het kapitaal (Socialistische Partij, Communistische Partij, Nieuwe Anti-kapitalistische Partij, Links front, enzovoort) verbergen, maar eveneens rechtse en extreem-rechtse partijen (daar hun militanten zich in de algemene vergaderingen kunnen voordoen als "burgers, boven alle verdenking" verheven.
In feite levert de politieke demagogie en populisme van de DRY ons over aan het heilige verbond van alle gedienstige zielen met respectvolle kapitalistische "burgerzin" . In werkelijkheid beogen de leiders van de DRY om de jonge proletariërs te binden aan de kar van de kapitalistische orde. Als DRY oproept tot hervorming van de kieswet in Spanje, als ze ons vraagt om te gaan stemmen en aldus goede "burgers" te blijven, als hun bedrieglijke leuzen ons oproepen te vechten tegen de "dictatuur van de banken" en ons doet geloven dat een kapitalisme mogelijk is met een "schoon", "ethisch", en menselijk gezicht, doet de DRY aan niets anders dan aan "politiek!". En deze reformistische politiek van het beheer van de economische crisis is deze van de linkse partijen van het kapitaal met hun min of meer "schone" en corrupte politici (zoals Strauss-Kahn, Zapatero, Papandréou en consorten).
Het 'a-politisme' is een pure misleiding en een gevaarlijke valstrik voor de uitgebuitenen! Deze hypocriete ideologie beoogt niet anders dan de bezitlozen hun eigen strijdmiddelen te ontnemen om hen vervolgens samen te drijven naar het terrein van de "legaliteit" van de burgerlijke "democratie".
De linkse partijen en vakbonden hebben het steeds moeilijker om hun gif te verspreiden nadat ze al zoveel aanslagen op onze klasse geleverd heeft: corporatistische of sectoriële verdelingen, infiltraties in de strijd en de algemene vergaderingen en, vooral, de reformistische en electorale illusies. De uitgebuitenen zijn bezield met een steeds groter wantrouwen ten opzichte van hen, zelfs met een reflex van afwijzing; ze hebben geleerd de geur van hun gif waar te nemen. 'Het a-politisme' van het alter-mondialisme heeft dus als doel ons opnieuw op te zadelen met hetzelfde gif, maar door het eerst reukloos te maken! Het gaat dus zonder meer om een truc die uiteindelijk ten doel heeft om de proletariërs in het kader te brengen van de vijanden die officieel door hen verworpen zijn: de linkse partijen en de vakbonden!
De uitgebuite klasse mag niet vergeten dat in naam van het 'a-politisme' het fascisme in de jaren 1930 aan de macht is gekomen. Onder het mom van 'a-politisme' werden de sociale bewegingen steeds gerecupereerd door hen die zich voordoen als de enige en echte uitvinders van deze ideologie, zoals de 'alter-mondialisten' van de DRY of ATTAC.
Dat is wat we bijvoorbeeld hebben gezien in Frankrijk, bij de studentenbeweging tegen de startbanen-contracten (CPE) in de lente van 2006, waarbij vele kinderen van de arbeidersklasse, in het vooruitzicht van de presidentiële verkiezingen van 2007, werden gerecupereerd onder andere door de Nieuwe Anti-kapitalistische Partij. Zij werden afgeleid naar het stemhokje achter een eenheidsfront 'anti-Sarko'.
Om zich niet te laten 'recupereren' en verslinden door wolven in schaapsvacht moet de jonge generatie zich de leuzen te herinneren van Mei 68: "Als je je niet bemoeit met politiek, zal deze zich met jou bemoeien". Je moet je met "politiek" bezighouden! Confrontatie van politieke ideeën tijdens de algemene vergaderingen is het enige middel om onze valse vrienden te ontmaskeren, om hun valstrikken te doorzien en onze strijd niet te laten inpalmen door "gespecialiseerde" politici van de onderhandeling en het gesjoemel.
De strijdende uitgebuitenen kunnen het onderscheid zien tussen de politieke groepen die werkelijk hun belangen verdedigen en zij die de rol van waakhond van het kapitaal spelen alleen zien tijdens de confrontatie en het politieke debat in de soevereine vergaderingen.
De strijd van de uitgebuite klasse tegen de uitbuitende klasse is steeds een politieke strijd geweest. Uitsluitend in deze strijd, door middel van een zo breed mogelijk debat, kunnen de uitgebuitenen een krachtsverhouding in hun voordeel opbouwen tegenover de schandalige handelingen van het kapitaal met zijn politici van allerhande pluimage. In deze politieke strijd, in de straat en in de massale vergaderingen, kunnen ze hun klasse-identiteit terugvinden, hun solidariteit ontwikkelen, hun eenheid terugvinden en vertrouwen in eigen kracht herwinnen.
De uitgebuite klasse, of ze nu loontrekkend of werkloos is, is de enige politieke kracht die de wereld kan veranderen, het kapitalisme omver kan werpen en een waarachtige menselijke wereld kan opbouwen zonder crisis, oorlog of uitbuiting.
Sofiane / 29.6.2011
In verschillende publicaties van ultralinks werden de ontwikkelingen van de afgelopen half jaar in de landen rond de Middellandse Zee gekenschetst als "revolutionair". Zowel trotskisten, stalinisten, anarchisten schroomden niet om bijna elke revolte daar (en met name die in Noord-Afrika) te beschouwen als "een revolutionaire stemming" "opstanden die uitgroeiden tot een … revolutie" of dat er "……een revolutie is uitgebroken". Sommigen van hen gingen nog verder, zoals de groep die de website Christianarchie (1) beheert en een "revolutie in Griekenland" zag ontstaan. Op deze titel, die een gevaarlijke stellingname inhoudt, zijn op hun website verschillende reacties verschenen waarvan we er hier enkelen aanhalen.
Een eerste reactie is die van Siawash:
"Oproep tot revolutie in Griekenland, is een uitnodiging tot een politieke zelfmoord! Wat wordt er verstaan onder revolutie? Welke revolutie: burgerlijke revolutie of socialistische revolutie? De vraag is of een revolutionaire situatie in Griekenland bestaat? Bestaan er in Griekenland de materiële omstandigheden voor de revolutie, waarin een conflict tussen de productiekrachten met betrekking tot de productieverhoudingen in een historische confrontatie met de arbeidersklasse zijn hoogtepunt bereikt? Sociale Revolutie betekent:
Het is van belang om te weten, dat de revolutie zonder een revolutionaire situatie niet mogelijk is. De revolutionaire situatie is het gevolg van bepaalde objectieve veranderingen in het sociale leven. De vraag is of het Griekse proletariaat onafhankelijk is, dankzij de algemene vergaderingen en de arbeidersraden. De vraag is of de internationale arbeidersklasse zijn strijd om de wereldheerschappij tot uitdrukking brengt in de strijd in Griekenland, want sociale revolutie is een bewuste aangelegenheid. De oprichting van de internationalistische partij is het resultaat van een ontwikkeling van strijd van de arbeidersklasse en haar klassebewustzijn op wereldschaal. Dan pas kan hij zijn historische rol met name 'de vernietiging van het bestaande systeem' realiseren. Wie bovengenoemde feiten ontkent, moet vooral beseffen dat hij de arbeidersklasse meevoert in een wanhopige strijd om de macht in Griekenland en tegen het Griekse (en internationale) repressie-apparaat van de bourgeoisie. Een strijd die bij voorbaat al verloren is en de "belle-fleur" van de arbeidersklasse volkomen kan vernietigen. Die neemt dus een demagogisch standpunt in. Dus welke politieke organisatie en met welke bedoeling die op dit moment de bevolking in Griekenland tot revolutie oproept, weet ik niet, maar hij nodigt wel de bevolking uit tot een politieke zelfmoord."
Tot zover de eerste reactie die terecht een aantal voorwaarden formuleert en wijst op de gevaren van iedereen die lichtzinnig omspringt met het begrip 'revolutie'.
Christiananarchie vraagt zich daarop af waarom er geen revolutie in Griekenland mogelijk zou zijn:
"Er zijn twee niveaus waarop men een maatschappelijk begrip als revolutie kan benaderen. Een wisseling van de macht, een breuk in het bestaande systeem enerzijds, en het proces op weg daarheen anderzijds. Er zijn vele gevaren op de weg in Griekenland maar dat er een revolutionair proces gaande is lijkt mij onweersprekelijk. Er zijn gevaarlijke kanten - militaire staatsgreep, militaire interventie vanwege de EU, repressie door het huidige regime, het is duidelijk. Griekenland staat niet alleen. Massale protestbewegingen zijn evenzeer aan de gang in Spanje en Italië en natuurlijk aan de overzijde van de Middellandse Zee, waar zowel in Tunesië als in Egypte radenstructuren worden gevormd "voor de volgende ronde". De kapitalistische (wan)orde breekt op het zwakste punt, en dat is binnen de EU nu Griekenland. Waarom uitsluiten dat er geen raden opgebouwd zullen worden in mogelijk betrekkelijk korte tijd? De verzetsbeweging gaat hoe dan ook toch door. Ik geef er de voorkeur aan de ontwikkeling optimistisch te bekijken tot nader order."
Arjan toont tenslotte in zijn reactie aan dat het idee van een revolutie in Griekenland onzinnig is:
"Ik ben verre van negatief, maar wil me niet laten leiden door illusies. We zijn het in ieder geval met elkaar eens dat "er vele gevaren zijn op de weg in Griekenland". Het is volkomen correct dat er "twee niveaus zijn waarop men een maatschappelijk begrip als revolutie kan benaderen. Een wisseling van de macht, een breuk in het bestaande systeem enerzijds, en het proces op weg daarheen anderzijds." In zijn artikel uit 1844, Kritische nota's bij het artikel De koning van Pruisen en de Sociale hervorming. Door een Pruis, analyseert Marx de zin "Een sociale revolutie met een politieke ziel" en concludeert hij dat "elke revolutie de oude maatschappij ontbindt; en in die zin is ze sociaal. (Dat) elke revolutie de oude macht omver werpt; en in die zin is ze politiek". Hij gaat verder: "Maar of het idee van een sociale revolutie met een politieke ziel nu omhaal van woorden of nonsens is, wat wel zeker is, is de redelijkheid van een politieke revolutie met een sociale ziel. Elke revolutie – de omverwerping van de bestaande heersende macht en de ontbinding van de oude orde – is een politieke daad. Maar zonder revolutie kan het socialisme geen realiteit worden."
Maar we verschillen van mening daar waar u opmerkt dat er onweersprekelijk een revolutionair proces gaande is. U bent ervan overtuigd dat er "zowel in Tunesië als in Egypte radenstructuren worden gevormd "voor de volgende ronde". Ik heb die radenstructuren niet gezien en volgens mij bent u de enige die ze gezien heeft. En vervolgens vraagt u zich, tegen de achtergrond van de protesten die gaande zijn in Italië, Spanje, doodgemoederd af waarom er ook geen raden opgebouwd zullen worden in Griekenland! In tegenstelling tot wat u suggereert kunnen we niet spreken over de eerste ronde, die een soort van voorbereiding is en daarna gevolgd wordt door een tweede ronde: in de eerste fase van de strijd, de opbouw van de radenstructuren stelt de arbeidersklasse onmiddellijk de kwestie van de dubbelmacht. Het is een proces waarbij de twee niveaus (de politieke en de sociale) tegelijkertijd plaatsvinden. Als dat niet gebeurt, dat krijgen we een situatie zoals in Spanje in de jaren '30, waar wel collectieven werden gevormd, maar waar de macht (met behulp van de top van de FAI-CNT!) in handen bleef van de bourgeoisie. En het gevolg was dat de opstand van de arbeiders in de kiem werd gesmoord.
Het is heel terecht wat u suggereert: dat de revolutie iets is wat in meerdere landen tegelijkertijd moet plaatsvinden. Maar ik zou nog iets verder willen gaan: opdat ze kan slagen, moet de revolutie in de hele wereld plaatsvinden. Het moet en kan niet anders dan een wereldrevolutie zijn. Het kan zich onmogelijk beperken tot enkele landen, zelfs als daar "het zwakste punt" bijzit, waar volgens u "de kapitalistische (wan)orde breekt" (2)
U bent niet de enige anarchist in Nederland die beweert dat er een revolutie op het punt stond te beginnen in Griekenland. Optimistisch zijn is een goede eigenschap, illusies verspreiden is echter kwalijker. Dat kan anderen (in Nederland, Griekenland en elders) inclusief gepolitiseerde minderheden binnen de klasse op het verkeerde been zetten en ertoe aanzetten activiteiten te ontwikkelen, waar de voorwaarden nog niet voor aanwezig zijn en die tot een jammerlijke nederlaag leiden. Met alle gevolgen van dien."
We zijn het dan ook helemaal eens met deze tussenkomst van Arjan.
Wereldrevolutie
Voetnoten
(1) https://christianarchie.blogspot.com/2011/06/de-revolutie-in-griekenland... [44]
(2) Al in de jaren 1980, na de grote stakingsbeweging in Polen, heeft de IKS aangetoond dat Lenin geen gelijk had dat het kapitalisme op "zijn zwakste schakel" zou breken. Zie hiervoor Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgave, nr. 31, vierde kwartaal 1982; en in Internationale Revue, 2005, nr. 17; Kritiek van de theorie van de 'zwakste schakel': Het proletariaat van West-Europa in het hart van de klassenstrijd
"A-sociale plannen van Bruin!" "Kabinetsbeleid is a-sociaal!. "Kabinetsbesluit AOW en pensioen is een oorlogsverklaring!"
Alle linkse krachten, van de PvdA tot zelfs de buitenparlementaire groepen, halen het beleid van huidige regering Rutte 1 over de hekel. Maar niemand, maar dan ook niemand durft te beweren dat als "zijn" partij in de regering zit, er dan geen maatregelen genomen gaan worden, of dat de AOW, de pensioenen, de gehandicapten, de bezuinigen op de bibliotheken, op de Melkertbanen dan wel ontzien worden.Want iedereen, geen enkele politieke partij uitgezonderd, is het erover eens dat de kosten voor de gezondheidszorg, het onderwijs, en de ouderen te hoog oplopen!!
De economische crisis maakt de aanvallen door de staat onontkoombaar
Het is duidelijk: het gros van de aanvallen op onze inkomens en levensomstandigheden komen van de staat of van provinciale, gemeentelijke vertegenwoordigers van de staat. Het is de staat, als de universele kapitalist, die de spil vormt van de "machinerie" die de aanvallen op de arbeidersklasse en alle niet-uitbuitende delen van de bevolking ontketent. En vlak voor de zomervakantie hebben we enkele voorbeelden daarvan gezien: delen van de bevolking en de arbeidersklasse die protesteerden tegen de korting op hun uitkering, tegen een dreigend ontslag, tegen een aftakeling van hun zorgfunctie, enzovoort.
Een eerste centrale functie van de staat bestaat in het aangeven van het kader waarbinnen de arbeidsvoorwaarden voor alle arbeiders in Nederland zich mogen bewegen. Het is aan de vakbonden om dit kader, dat wil zeggen: de achteruitgang van de lonen actief te verdedigen binnen de arbeidersklasse.
Een tweede functie van de staat bestaat in het vaststellen van de uitkeringen. Hieronder valt de uitkering voor de ouderen: de invoering van de "Bosbelasting", de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar, de afschaffing van de partnertoeslag, een korting op de pensioenen, een vermindering van de uitkering van ouderen, die bij hun kinderen in huis wonen. Een ongekende stijging van de zorgkosten en een hoger eigen risico.
Een derde rol, die van de "algemene kapitalist" ligt op het vlak van de korting op de kosten voor de zorg. Het drastisch terugdringen met 800 miljoen euro van de kosten van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De PGB die bijna geheel afgeschaft wordt. Minimaal 60.000 mensen, die vanaf in 2010 geen gebruik meer kunnen maken van de AWBZ. Zelfs het dreigende ontslag van de 600 medewerkers van Viva! Zorggroep is het indirecte gevolg van de bezuiniging van de regering, die gemeente Haarlem en Velsen op rantsoen heeft gezet wat betreft de financiering van de zorg voor de mensen thuis.
Een vierde tak is het massale ontslag van ambtenaren: in totaal een kleine 100.000. Daarvan 5000 bij de UWV, 500 bij de rijksbelasting, 13.000 bij de rijksoverheid, enkele honderden door de regionalisering van de brandweer diensten, 2500 hoogleraren en docenten aan de universiteiten, het drastisch verminderen van het aantal studieplaatsen, enzovoort.
Ultralinks houdt ons voor dat het financiële kapitaal verantwoordelijk is voor de crisis
Als het overduidelijk is dat het de staat is, die voor het gros van de aanvallen op onze levensomstandigheden verantwoordelijk is, wie of wat heeft dan de crisis veroorzaakt? Is het niet ook de staat, die de uitbarsting van de crisis veroorzaakt heeft? Of ligt het aan het systeem? Of ondervinden we nu de gevolgen van een neo-liberaal beleid dat, in de jaren 1980 is ingezet en dat nu volledig is vastgelopen en waarvan we nu de gevolgen van ondervinden?
Volgens links "is de crisis het gevolg van de zogenaamde neoliberale deregulering en de groeiende dictatuur van het financiële kapitaal dat in de jaren 1980 begon. Bezuinigingen, financiële instabiliteit, recessie, crisis zijn het gevolg van de verandering van een krachtsverhouding binnen de bourgeoisie ten gunste van het woekerkapitaal."
Als deze algemene deregulering het gevolg is van liberalisering van de financiële markt door rechtse regeringen zoals die van Thatcher en Reagan, dan kan deze, in hun gedachtegang, ook weer ongedaan gemaakt worden. Het kapitalisme kan menselijker en meer democratisch gemaakt worden als een 'goed gereguleerd kapitalisme' het 'slechte' financiële kapitaal maar kan uitbannen, zodat haar rijkdom ten goede komt aan iedereen.
Maar links sluit de ogen voor het feit dat de staat, na de crash van 1929, de macht van het financiële kapitaal drastisch heeft ingeperkt. Van toen af aan heeft de nationale staat zichzelf aan het hoofd gesteld van het beheer van het kapitalisme en niet een of ander internationaal spook van financiële oligarchie. En toen in het begin van de jaren 1980 de zogenaamde politiek van neo-liberalisme werd ingezet, heeft deze de macht van de staat over de economie ook op geen enkel moment fundamenteel in vraag gesteld.
Aan het begin van de jaren 1980 nam de crisis opnieuw ernstige vormen aan en het gewicht van de schulden dreigde de staat te verstikken. Het was toen de staat die het initiatief nam tot de doorvoering van de enige mogelijke politiek die haar nog overbleef, die van het neo-liberalisme. Het neo-liberalisme ontspruit niet spontaan uit het marktmechanisme en is ook niet het gevolg van een verandering in de krachtsverhouding tussen de burgerlijke fracties, maar is het resultaat van een bewuste politiek van de bourgeoisie, geconfronteerd met de dringende noodzaak om de toenemende inflatie om te buigen en de uitbuitingsgraad te verhogen.
Als ultralinks dus vertelt dat het neo-liberalisme aan de 'overheid' werd opgedrongen door het internationale financieringskapitaal, dan vertelt ze louter sprookjes.
Toch heeft deze campagne van ultralinks invloed op het bewustzijn binnen de arbeidersklasse. Haar mooie verhaaltjes over de commercialisering van de maatschappij waarin de bankenwereld, met medeplichtigheid van Bruin I, aan de touwtjes trekt, slaan nog wel aan. De belangen van de financiële sector en de rechtse regeringsfracties van de bourgeoisie zouden volgens ultralinks hier samenvallen, waarbij de eerste er vooral op uit zou zijn hun eigen macht en invloed te vergroten en de tweede er alle belang bij heeft om de banken overeind te houden om hun privé-beleggingen veilig te stellen.
Natuurlijk kan je daarbij van deze regering Rutte niets verwachten. Want we worden nu eenmaal geconfronteerd met "een tot op het bot crimineel systeem dat met behulp van wetten (en dus overheden) in stand gehouden wordt, en dat uiteindelijk tot niets anders kan leiden dan totale onderwerping van iedereen aan die banken. Een systeem dat bovendien onze overheden en regeringen ontmaskert als collaborateurs aan deze misdaad.(…) Dit systeem zorgt ervoor dat letterlijk ALLES van waarde, dus ALLES waarvoor ooit arbeid geleverd is, en waarvoor in de toekomst arbeid geleverd gaat worden, uiteindelijk eigendom van de banken wordt." (Pieter Stuurman, De Griekse Crisis,10.05.2011 op www.anarchiel.com [46])
De democratische campagnes leiden de arbeidersklasse in het parlementaire vaarwater
De belangrijkste bedoeling van ultralinks om vast te houden aan deze analyse is om de verantwoordelijkheid van de kapitalistische staat aan het gezicht te onttrekken. Want met een regering die haar rug recht kan houden, zo houdt ze ons voor, is het helemaal niet nodig om zoveel toegevingen te doen aan de financiële oligarchieën. We kunnen ons vertrouwen stellen in de overheid. Zo probeert ultralinks in de klasse de illusies te versterken over een mogelijke oplossing van hun problemen in Den Haag: bij de regering, bij het parlement, eventueel bij de rechter…
De democratische staat, de 'overheid', kan volgens ultralinks niet beschouwd worden als de werkelijke schuldige voor de ellende, want de 'overheid': dat zijn wij. Dat zijn niet alleen 'onze plichten', maar ook 'onze rechten'. Want dat we rechten hebben, dat is zeker, want we leven toch in een rechtsstaat. Anders hadden we geen democratie. Zo is de cirkelredenering rond.
Zelfs sommige anarchisten weten tegenwoordig goed te verwoorden hoe de burgerlijke staat door hen ervaren wordt:
- "Je kunt drie soorten recht onderscheiden: gewoonterecht, dat in de regel ongeschreven is; gekozen recht, dat geschreven is door de rechtsgenoten zelf; en bevolen recht, het door een overheid aan de onderdanen opgelegde recht." Als kritische theorie blijft het anarchisme altijd overeind staan; interview met de anarchist Thom Holterman, P'tje , 28 februari 2003
- Naar aanleiding van een bijeenkomst over illegale migratie schrijft de verslaggever: "In de discussie die volgde was met name de rode draad: "Hebben acties effect, en waar komt de behoefte van de overheid vandaan om zo`n negatief beeld te schetsen van vluchtelingen?" AAGU bij discussiebijeenkomst over illegale migratie; 3 oktober 2009.
In de mate waarin de noodzaak tot ontwikkeling van de solidariteit over de grenzen van de landsgrenzen en naties heen, in dezelfde mate wordt de democratische staat door ultalinks wordt steeds meer in bescherming genomen. Zelfs stromingen binnen het anarchisme, die de marxisten altijd hebben verweten de staat niet echt te willen vernietigen, spreken tegenwoordig steeds meer over 'overheid' in plaats van burgerlijke staat.
De klassesolidariteit over de grenzen van de sectoren en bedrijven heen
In maart schreven we (in Wereldrevolutie nr. 124) nog dat: "Ondanks een opkomende woede hier en daar, wordt de algemene tendens momenteel vooral gekenmerkt door voorzichtigheid en een houding van 'eerst de kat uit de boom kijken'. (….) De reacties van de arbeiders laten zien dat ze op dit moment nog niet in staat te zijn als een eenheid, als een klasse, op te treden die voldoende de kracht ontwikkelt om de bezuinigingen te keren. Maar de situatie kan snel omslaan onder invloed van de internationale gebeurtenissen en door de impact van de strijd onder de studenten en jongeren."
De situatie is volop aan het omslaan. De geest van de strijd is duidelijk anders dan die van het begin van dit jaar. De strijdbaarheid in de hele klasse heeft een stap vooruit gemaakt: er is minder angst in de klasse. Dat hebben de thuiszorgmedewerkers van Viva! Zorggroep (1) in de afgelopen maanden duidelijk laten zien. Dat biedt perspectieven voor de komende periode. Dit is de weg waarop de arbeidersklasse in Nederland voort moet gaan. Belangrijk is dan echter wel dat ze ook probeert een stap vooruit te maken op het vlak van haar democratische illusies, haar vertrouwen in eigen kracht en haar identiteit als klasse van loonarbeiders tegenover het kapitaal.
De vakbonden hebben aangekondigd dat ze acties gaat voeren met de rijks- en gemeenteambtenaren, met de chauffeurs van het openbaar vervoer van de grote steden, met de werkers bij de sociale werkplaatsen, enzovoort. De hele gezondheidssector, met de thuiszorg voorop, laat opnieuw geluiden van protest horen. Maar de bourgeoisie, middels de vakbonden, zal natuurlijk proberen de reacties van elkaar te scheiden, en iedere poging tot éénmaking van de strijd tussen de verschillende sectoren tegen te gaan. Ultralinks zal proberen de protesten in de 'vertrouwde banen' van het parlementarisme te voeren.
Ze zullen proberen de rijksambtenaren, zoals die van de Belastingdienst, de Rijksoverheid, en UWV uit te spelen tegen de privé- c.q. geprivatiseerde sectoren. We hebben daar begin augustus al een klein voorbeeld van gezien. Terwijl de pas geformeerde "Wij zijn de Thuiszorg" uit Breda opriep om met z'n allen naar Utrecht te gaan, werd deze oproep enkele dagen laten door de AbvaKabo doorkruist door de thuiszorgmedewerkers 'vast te ketenen' aan twee informatiebijeenkomsten in Breda die op dezelfde dag plaatsvonden.
Het begin van de manoeuvres van deze herfst wordt gevormd door een pleindemonstratie georganiseerd door 'Verontwaardigd Nederland' (2). Maar we kunnen ons niet tevreden stellen met zo'n 'pretentieloze' protestbijeenkomst. We zullen het initiatief in eigen hand moeten nemen. Zelf de strijd aangaan en ons in de beweging organiseren als uitgebuitenen, onderdrukten, precairen, werklozen van dit systeem, die proberen hun strijd te verenigen over de grenzen van de sectoren en bedrijven heen.
Dixoff / 05.09.2011.
Voetnoten
(1) Zie de "Solidariteitverklaring met de medewerkers van de Viva! Zorggroep in IJmond en in Haarlem Viva!", onderschreven door zowel de ASB, de KSU als de IKS.
(2) 'Samen Sterk' (de AbvaKabo), Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad (ZG), en de 'Walk of Shame Tour' (Een bundeling van ultralinkse groepen en burgerinitiatieven), waar 'Rekening Retour' zich inmiddels bij heeft aangesloten.
In het verlengde van de lenteopstanden in de Arabische landen, ging de Syrische bevolking medio maart eveneens de straat op om het vertrek te eisen van haar opperste leider en voor een 'democratische' regime. Deze beweging onder het volk, die haar buik meer dan vol heeft van de steeds ondraaglijkere levensomstandigheden die hen worden opgelegd door de junta - de navolger van het regime van Hafez-al-Assad, 'de woestijnvos', en vader van de huidige dictator - wordt sedertdien onophoudelijk beantwoord met een gewelddadige repressie.
In het verlengde van de lenteopstanden in de Arabische landen, ging de Syrische bevolking medio maart eveneens de straat op om het vertrek te eisen van haar opperste leider en voor een 'democratische' regime.
Deze beweging onder het volk, die haar buik meer dan vol heeft van de steeds ondraaglijkere levensomstandigheden die hen worden opgelegd door de junta - de navolger van het regime van Hafez-al-Assad, 'de woestijnvos', en vader van de huidige dictator - wordt sedertdien onophoudelijk beantwoord met een gewelddadige repressie. Tot nu toe zijn er 1600 doden, men weet niet hoeveel gewonden, en 12.000 vluchtelingen, die hoofdzakelijk naar Turkije maar ook met honderden naar Libanon zijn gevlucht. Deze blinde repressie wil terreur zaaien en ten overstaan van de wereld duidelijk laten zien dat Bachar al-Assad vast van plan is om, ondanks alle tegenkanting, te blijven zitten. De water-, elektriciteit- en voedselvoorziening wordt in hele dorpen en stadjes, 'als voorbeeld', dat wil zeggen zomaar, afgesneden. En terwijl de inwoners op hun vlucht voor het machtsmisbruik door de Syrische soldatenbendes worden omgebracht. De 'opstandige' steden worden gebombardeerd. De toevlucht tot folterpraktijken, voorheen al dagelijkse kost, neemt nu afschuwelijke proporties aan. Laten we niet vergeten dat het juist die praktijken waren, waar vijf kinderen aan blootgesteld werden die, medio maart, mede het lont hebben aangestoken van de volksopstand. De ordestrijdkrachten schieten er tijdens de betogingen systematisch op los. In de buitenwijken van Damascus nemen de wraakacties van het leger in intensiteit toe of liggen de inwoners onder het vuur van sluipschutters, die voor de gelegenheid gerekruteerd zijn.
De situatie is zelfs zo afschuwelijk geworden dat militairen blijken te deserteren. Deze desertie wordt in bloed gesmoord, zoals op 5 juni van Jisr Al-Chouhour waar het ernaar uit zag dat 120 deserteurs door het leger zelf werden omgebracht. De regering heeft zich natuurlijk gehaast om deze moorden op de rekening van "de gewapende terroristen te zetten die overal chaos zaaien". Dit is trouwens het voorwendsel dat, in zijn toevlucht tot repressie, voortdurend door het Syrische regime wordt gebruikt. Het doet ons al gauw denken aan de Verenigde Staten en zijn bondgenoten om de oorlog in Irak en in Afghanistan te rechtvaardigen, aan Rusland in Tsjetsjenië, enzovoort.
Momenteel speelt de Syrische staat de kaart van de verwarring. Terwijl de repressie onverbiddelijk tot heel het land wordt uitgebreid, belooft Bachar al-Assad voor 10 juli hervormingen, een hervormingsprogramma waarvan nog geen enkele regel officieel op werd papier gezet. Gezien de rampzalige economische situatie kan men zich afvragen wat hij anders zal kunnen bieden dan nog meer kogels voor de demonstranten. Bovendien, in een poging om elke tegenstand beter de mond te snoeren, probeert hij betogingen ten gunste van zijn persoon te organiseren, maar waarvan men niet goed weet of de deelnemers er echt vrijwillig aan deelnemen. Net zoals ten tijde van de massale manifestaties 'ter ere' van het stalinisme met het geweer in de rug; een stalinisme waarmee zijn vader, tijdens 'de Koude Oorlog' die de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie tegenover elkaar plaatste, lang heeft geflirt. Op 26 juni werd in Damascus zelfs een schijnbijeenkomst van 'tegenstanders' van het regime belegd, onder welwillend toezicht van de ordestrijdkrachten. Geen reden echter voor deze laatste om niet langer een hele bevolking 'tegenstanders' af te tuigen en te vermoorden. Dat alles lokt niemand, maar maakt het mogelijk om tijd te winnen.
Syrië dreigt eveneens en vooral de kaart te spelen van de uitbreiding van de chaos tot de ganse regio. De massale mobilisatie van het leger aan de Turkse grens, zijn brutale militaire expedities in dorpen, steeds dichter bij de grens met Turkije, terwijl deze zone verre van het epicentrum van de opstand is, zijn een duidelijk bericht van al-Assad aan de ganse 'internationale gemeenschap': geen inmenging of ik zaai wanorde. Terwijl Turkije zijn handen reeds vol heeft aan de gebieden die grenzen aan Iraaks en Iraans Kurdistan, terwijl het Turkse staatshoofd, Erdogan, zich ongerust maakt over een oplaaiend conflict aan zijn grenzen met Syrië en de reële humanitaire ramp die daar het gevolg van is, dreigt Damascus om het lont aan te steken en een nieuw front van militaire spanningen te openen. In dit steekspel staat Syrië in een machtspositie want de Turkse staat kan zich niet de minste uitglijder veroorloven, en ziet zich verplicht, ter verdediging van zijn eigen belangen, om de imperialistische orde ten noorden van het Midden-Oosten te handhaven. Hetzelfde geldt voor de druk die wordt uitgeoefend op Libanon. Door middel van de aanvallen op Kseir, in het gebied van Syrië dat grenst aan de Golanhoogte, maakt Damascus haar historische aanspraak bekend op het gebied dat reeds sinds de jaren 1970 oorzaak is geweest van tientallen jaren van oorlog en moordpartijen. En achter Libanon, schuilt nog een enorm probleem, namelijk Israël, dat zich onlangs hard heeft opgesteld met betrekking tot de Palestijnse kwestie en Libanon. Door spanningen in het zuiden van zijn territorium op te wekken, dreigt Syrië ook daar met een verergering van de oorlogsspanningen, die zonder twijfel meer gevolgen zullen hebben, alleen al door het feit dat het Israëlische staatshoofd, Netanyahou, een uitgesproken provocerend anti-Arabisch en anti-Palestijns beleid voert.
De ontwikkelde landen (Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Portugal), waarvan sommige reeds een maand geleden bij de VN 'een voorstel' hebben ingediend om tot een oplossing te komen, hebben goed begrepen dat men de situatie met handschoenen moest aanpakken. Want achter de potentiële chaos, die een verandering van regime in Syrië met zich kan meebrengen, dreigt de ganse regio immers plotseling terecht te komen in een ergere en oncontroleerbare barbarendom. Daarbij denken zij natuurlijk niet aan de bevolkingen noch aan hun welzijn, maar gaat het hen erom te proberen een zeer gevaarlijke situatie in bedwang te houden … gevaarlijk voor hun verschillende imperialistische belangen in de regio. Dat verklaart waarom al deze gepatenteerde 'mensenvrienden' in de wandelgangen op de borst kloppen (1) maar zonder te ver te gaan, want zij weten dat een militaire tussenkomst in Syrië een doos van Pandora opent, waarvan de afloop, met een stevig en geoefend Syrisch leger tegenover hen, meer dan onzeker is.
Niemand kan de toekomst voorspellen die voor bevolking van Syrië is weggelegd, en of de westerse staten, zoals Amerika dat 'de oppositie' sinds jaren ondersteunt, zich zullen inmengen. Waar geen twijfel over bestaat is dat de huidige ontwikkeling van de situatie in dit land en, zoals bepaalde commentatoren beweren, al of niet het directe resultaat van de actie van de Verenigde Staten, het centrum zal zijn van een gevecht tussen grote en kleine imperialisten, waarvan de bevolking de kosten zal mogen betalen. De formele tegenstand tegen elke tussenkomst door Rusland en China binnen de VN is een voorafspiegeling ervan. En, ongeacht het kamp dat de ene of de andere verdedigen, gaat het er slechts over om hun pionnen vooruit te schuiven en hun eigen belangen te beschermen, en niet om het lot van al degenen te verbeteren die de ellende en het geweld van de staatsrepressie ondergaan.
Wilma / 28.06.2011
Voetnoten
1) Men kan hier gewag maken van de brief gericht aan de Veiligheidsraad van de VN, die onder meer werd ondertekend door Woody Allen, Umberto Eco, David Grossman, Bernard-Henry Levy, Amos Oz, Orhan Pamuk, Salman Rushdie en Wole Soyinka. Van al deze ondertekenaars, wier goede bedoelingen we niet in twijfel trekken, moet men die van Bernard-Henry Levy toch naar waarde schatten, wiens 'filosofische' werk al 20 jaar daarin bestaat om (op de diverse televisiekanalen) het Westen aan te sporen om zich te ontdoen van allerlei 'gespuis': Serviërs, Albanezen, Irakezen, Afghanen (aanhangers van Al-Qaïda en de Taliban) en nu Syriërs.
Onze lezers hebben ongetwijfeld de beweging “OWS” (Occupy Wall Street) gevolgd. Sinds midden september bezetten betogers het Zuccotti Park in Manhattan, op enkele blokken verwijderd van Wall Street. De manifestaties hebben zich ondertussen uitgebreid naar honderden steden over heel de Verenigde Staten. Tienduizenden mensen hebben deelgenomen aan de bezettingen, aan de betogingen, aan de algemene vergaderingen (AV’s) die aangetoond hebben dat men in staat was tot zelf-organisatie en directe deelname aan politieke activiteiten, die tientallen jaren lang ongezien waren in de Verenigde Staten. De uitgebuiten en de woedende bevolking hebben hun stem, hun verontwaardiging tegen de kwalen van het kapitalisme laten horen. De internationale weerslag van de OWS op de wereld moet niet onderschat worden: de betogingen hebben plaatsgevonden in de belangrijkste centra van het wereldkapitalisme. Ze zwaaiden met spandoeken en uitdrukkingen van onvrede, die een weerklank waren van de leuzen die opgedoken waren in Europa en Noord-Afrika. (...)
De IKS heeft aan deze gebeurtenissen in New York kunnen deelnemen, waarvoor meerdere militanten en nauwe sympathisanten een aantal reizen hebben gemaakt naar het Zuccotti Park om te gaan praten met de bezetters en deel te nemen aan de AV’s. Sympathisanten van de IKS hebben ons ook verslagen toegestuurd van hun ervaringen in deze bewegingen in hun eigen steden. Er was ook een geanimeerde discussie begonnen op het discussie-forum van onze site. Dit artikel is een bijdrage aan het debat en wij nodigen onze lezers uit om de discussie te vervoegen.
Eerst en vooral moet erkend worden dat de huidige bezettingsbeweging uit dezelfde bron ontspruit als alle massale sociale revoltes die wij meegemaakt hebben in 2011. Van de bewegingen in Tunesië en in Egypte tot het opduiken van de Indignados in Spanje, de bezettingen in Israël en de mobilisaties tegen de soberheid en het anti-syndicalisme in Wisconsin en andere staten, de frustratie en de wanhoop van de arbeidersklasse, in het bijzonder van de jongere generaties die heel hard getroffen worden door de werkloosheid. Zo zien wij een direct verband tussen de OWS en de groeiende wil van de arbeidersklasse om te vechten tegen de aanvallen van het kapitalisme op wereldschaal. Het is duidelijk dat de OWS geen burgerlijke campagne is om de strijd van de arbeidersklasse te doen ontsporen en te recupereren. (...) De beweging moet begroet worden als een teken dat het proletariaat in Noord-Amerika niet volkomen overwonnen is en dat het niet bereid is om eindeloos lang de aanvallen van het kapitalisme te ondergaan. Toch moeten wij ook erkennen dat er verschillende tendensen bestaan in de beweging en dat er in haar schoot zich een strijd afspeelt. De heersende tendensen wijzen op een zeer reformistische houding en de meest proletarische tendensen hebben de grootste moeite om het klasse-terrein van de strijd op de kaart te zetten.
Het meest positieve aspect van de eis van de OWS is waarschijnlijk de opkomst geweest van de algemene vergaderingen (AV’s) als onafhankelijke organen van de beweging. Dit betekent een vooruitgang in verhouding tot de mobilisaties in Wisconsin, die, ondanks hun oorspronkelijke spontaniteit, snel werden overgenomen door het vakbondskader en door de linkervleugel van de Democratische Partij.Het opduiken van AV’s betekende een voortzetting van de bewegingen in Spanje, Frankrijk en elders, en is het bewijs dat de arbeidersklasse in staat is om de controle te nemen over haar eigen strijd en te leren van bewegingen uit andere delen van de wereld. De internationalisering van AV’s, als strijdvorm, is inderdaad één van de meest indrukwekkende kenmerken van de huidige fase van de klassestrijd. De AV’s zijn bovenal een poging van de arbeidersklasse om haar zelfstandigheid te verdedigen door het geheel van de beweging te betrekken bij het beslissingsproces en er over te waken dat deze discussies zo breed mogelijk gevoerd worden. Ondanks het belang van de AV’s in deze beweging, zijn ze er nochtans niet in geslaagd om te functioneren zonder aanzienlijke vertekeningen en zonder de manipulaties van professionele activisten en ultralinks, die ruimschoots controle hadden over de verschillende werkgroepen en comités, die in naam verantwoording verschuldigd waren aan de AV’s. Dit gewicht vormde een ernstige moeilijkheid voor de beweging om een open discussie te houden. Deze controle droeg er ook toe bij om te beletten dat de discussies zich open gingen stellen naar diegenen die niet aan de bezetting deelnamen, om het geheel van de arbeidersklasse te bereiken. De beweging van ’15 Mei’ is Spanje is ook op gelijkaardige problemen gestoten.
In het begin van de bezetting, en als antwoord op de aandrang van de media opdat de beweging haar doelstellingen en eisen kenbaar zou maken, werd er een perscomité gevormd met de bedoeling om een ‘Occupy Wall Street-krant’ te publiceren. Een van onze kameraden was aanwezig op de AV toen het eerste nummer van die krant bekritiseerd werd, die door het perscomité was opgesteld en aan de media was uitgedeeld. Op de AV overheerste het gevoel van verontwaardiging omdat de krant gemaakt en verspreid was aan de media terwijl zijn inhoud geen afspiegeling vormde van de consensus van de beweging, maar eerder een persoonlijk gezichtspunt verwoordde. Er werd beslist om de persoon die verantwoordelijk was voor de productie en verspreiding van de krant uit het perscomité terug te trekken. Deze actie toont aan dat de AV in staat was haar beslissingsrecht te laten gelden over de comités en werkgroepen. Dat vormde, in embryonale vorm, een uitdrukking van het recht op onmiddellijke afzetbaarheid van een lid van het perscomité dat in de fout ging en snel werd teruggefloten omdat hij de grenzen van zijn mandaat had overschreden.
Een week later (...) werd onze kameraad, in een AV van de bezetters van het Zuccotto-park, echter geconfronteerd met een heel andere sfeer. Er was praktisch geen constructieve discussie meer. (...) Bovendien had deze AV het vraagstuk van de toekomst van de beweging niet eens aangekaart. Ze heeft zelfs de kwestie van de uitstippeling van een strategie en tactiek om de beweging uit te breiden buiten haar huidige grenzen niet aangekaart en hoe zich voor te bereiden op haar bijna voldongen verwijdering uit het Zuccotti-park.
Tijdens deze AV heeft een van onze kameraden geprobeerd om vooruit te kijken, buiten de grenzen van het park, naar de arbeidersklasse van de stad, bij wie zij verzekerd waren van een hartelijke ontvangst. Onze kameraad kreeg te horen dat zo’n tussenkomst niet aan de orde was. (...)
Hoe kan men dan de tendens verklaren van de werkgroepen, comités en animatoren om naarmate de tijd verstrijkt geleidelijk de controle over de beweging te verwerven?
Van bij het begin werd de OWS-beweging gekenmerkt door een zekere a-politieke geest die gediend heeft om de discussie te smoren, van tegenstrijdige ideeën te polariseren en de ontwikkeling van klasse-eisen te beletten. Dit werd mogelijk gemaakt door ultralinks, politieke beroemdheden en politici van allerlei pluimage die konden tussenkomen en spreken in naam van de beweging. Zij hebben het de media mogelijk gemaakt om de beweging voor te stellen als een eerste fase van een linkervleugel van de Tea Party.
De weigering van bijna alle manifestanten van de OWS om het vraagstuk op te werpen van de doelstellingen en de eisen, die naar onze opvatting neerkomt op een algemene terughoudendheid om de kwestie van de macht te stellen, is voor de revolutionairen een raadsel. Hoe kunnen wij dit verschijnsel begrijpen, dat bij de andere bewegingen in de wereld ook speelde? Wij denken dat dit in grote mate voortvloeit uit de volgende factoren.
Ook al blijkt te zijn de belangrijkste sociale kracht achter deze bewegingen de jonge generatie te zijn van werkers, waarvan velen geboren werden na 1989, toch blijft er nog steeds een echte vrees binnen de arbeidersklasse bestaan om zich het vraagstuk van het kommunisme weer eigen te maken. Terwijl Marx, vanwege van zijn kritiek op het kapitalisme, dikwijls betrokken werd in het proces van rehabilitatie, heerst er nog steeds een grote vrees om geassocieerd te worden met een systeem waarvan velen menen dat het ‘al uitgeprobeerd en mislukt is’ en dat het indruist tegen het doel ‘een ware democratie’ in te voeren.(...)
Over het algemeen worden deze bewegingen gedragen door de jonge generatie van werkenden. Ook al zijn de oudere werknemers, die getroffen zijn door het massale tewerkstellingverlies in de Verenigde Staten, eveneens aanwezig in de bewegingen, toch wordt de drijvende kracht van deze manifestaties gevormd door proletariërs van tussen de twintig en dertig jaar. Het merendeel heeft vorming genoten, maar velen hebben nog nooit in hun leven een stabiele loopbaan gekend. Zij zijn diegenen die het hardt getroffen worden door de massale langdurige werkloosheid, die voortaan de Amerikaanse economie teistert. Er zijn er maar weinigen onder hen die ervaring hebben met geassocieerde arbeid, behalve dan op precaire basis. Hun identiteit is niet geworteld in hun werkplaats of in de aard van hun werk. Hoewel deze sociologische kwaliteiten hen gevoelig maken om meer open te staan voor een brede abstracte solidariteit, betekenen deze ook dat het merendeel onder hen geen ervaring heeft met strijd ter verdediging van levens- en werkomstandigheden door de opstelling van eisen en eigen doelstellingen. Daar zij voor een groot deel uitgesloten werden van het productieproces, weten ze te weinig af van de concrete werkelijkheid om iets anders te verdedigingen dan hun waardigheid als menselijke wezens! De noodzaak om speciale eisen en doelstellingen te ontwikkelen is dus niet zo evident. (...)
Een ander aspect dat niet kan genegeerd worden is het gewicht van het post-modernistische taalgebruik, in het bijzonder van diegenen die een cursus hebben doorlopen in het Amerikaanse universitaire systeem, dat een ‘traditioneel’ wantrouwen tegen een klasse-politiek en de verwerping ervan inboezemt.
Men kan ‘van een kind niet vragen om zich te gedragen als een volwassene’. Het loutere bestaan van algemene vergaderingen is op zichzelf al een overwinning, en deze AV’s zijn uitstekende scholen waar de jongeren hun ervaring kunnen opdoen en kunnen leren om de linkse krachten van de bourgeoisie te bevechten. Dat alles is van levensbelang voor de strijd in de toekomst
De OWS blijft koppig vasthouden aan de politieke en historische context van de Verenigde Staten. De oorzaken van de internationale crisis en de sociale bewegingen van andere landen worden zelden vermeld. Het overheersende geloof van de beweging is nog altijd dat de onmetelijke problemen, waarmee de wereld in de ene of andere vorm geconfronteerd wordt, allemaal het gevolg zijn van het onethische gedrag van de bankiers van Wall Street, geholpen en aangemoedigd door de Amerikaanse politieke partijen. (...)
Tenslotte de belangrijkste kwestie: ‘het niet-gereglementeerde financierskapitaal’ heeft gediend om de illusies in stand te houden over de, in laatste instantie, onbaatzuchtige aard van de Amerikaanse burgerlijke staat. Het is overduidelijk dat de a-politieke ethiek van de OWS ertoe gediend heeft om te verhinderen dat het niveau van de beweging zelf werd overstegen. Uiteindelijk heeft ze er alleen maar toe gediend om de politieke overheersing te reproduceren, waarvoor zij terecht het meest vreesde. Dat zou een les moeten zijn voor bewegingen in de toekomst. Terwijl de beweging sceptisch mag zijn ten opzichte van al diegenen die proberen om in haar naam te spreken, kan de arbeidersklasse zichzelf niet laten beroven van de open discussie en confrontatie van ideeën. Het proces van polarisatie, het werken aan doelstellingen en concrete eisen kan, hoe moeilijk het ook zij, niet vermeden worden als de beweging wil vooruit gaan. (...)
Er bestaat een groot risico dat de voornaamste fracties van de bourgeoisie er in slagen om deze beweging te oriënteren in een richting die hun eigen belangen dient, tegen de wedergeboorte van rechts in de strijd tussen de klieken. Toch betekent het uiteindelijke onvermogen van de bourgeoisie om haar dodelijke crisis op te lossen, het einde van de illusies over de ‘Amerikaanse Droom’, welke vervangen zal worden door de nachtmerrie van een bestaan onder het kapitalisme.
Ondanks al hun zwakheden moeten wij de grondige lessen erkennen, die de OWS-protesten behelst, voor het vervolg van de klassenstrijd. Het ontstaan van AV’s, die waarschijnlijk sinds tientallen jaren voor het eerst het licht zagen op Amerikaans grondgebied, betekent een belangrijke stap vooruit voor de arbeidersklasse. Zij is namelijk op zoek naar de uitbreiding van haar strijd voorbij de grenzen die zijn afgebakend door de linkerfractie van de bourgeoisie en door de vakbonden. Wij moeten ook nogmaals bevestigen dat een beweging die op zichzelf terugplooit in plaats van de uitbreiding te zoeken in de richting van het geheel van de klasse, tot mislukken gedoemd is. Dit kan zowel het gevolg zijn van repressie, van demoralisatie of van inkapseling achter de campagnes van de linkse bourgeoisie. (...)
In de Verenigde Staten hebben de niet-aflatende campagnes van rechts om de vakbonden te verpletteren trouwens daadwerkelijk tot resultaat gehad dat het keurslijf van de vakbonden in de ogen van de arbeiders in zekere zin opnieuw geloofwaardig werd. Ze heeft het deel van de arbeidersklasse, dat wel ervaring heeft met de concrete strijd voor de verdediging van de levensvoorwaarden, nog meer van de wijs gebracht. De arbeidersklasse heeft tot op zekere hoogte deelgenomen aan de OWS-beweging, maar dan wel voornamelijk achter de vlaggen van de vakbonden, die zich systematisch ingespannen hebben om hun leden af te zonderen van de bezetters. Het is duidelijk dat de arbeiders, onder de invloed van de vakbonden, slechts gekomen waren om de bezetters te ondersteunen, maar niet om ze te vervoegen! Alleen in de strijdbeweging van de arbeidersklasse ter verdediging van haar levens- en arbeidsomstandigheden, kunnen organen kunnen opduiken die werkelijk een overgang op gang kunnen brengen naar een maatschappij van geassocieerde producenten – de arbeidersraden. (...)
Wij zijn van mening dat de OWS zich in deze eerste etappe heeft laten vangen op het burgerlijk ideologisch terrein, maar desondanks heeft ze de onmetelijke verdienste gehad een glimp te laten zien van de wijze waarop de arbeidersklasse de controle kan krijgen over haar eigen strijd
Naar Internationalism / 19.10.2011in het Engels.
PS. Voor het volledige artikel, plus de voetnoten, alsook de discussie op het Forum zie www.internationalism.org [49] in het Engels.
De omvang van de nog steeds voortdurende ramp in Fukushima toont eens te meer de roofzuchtige uitbuiting van de natuur door het kapitalisme. Om te overleven werd de mensheid er altijd al toe gedreven de natuur te veranderen. Maar het kapitaal stelt vandaag een nieuw probleem: dit systeem produceert niet om de behoeften van de mensheid te bevredigen, maar voor de winst. Het is daarvoor tot alles bereid. Wanneer het aan zijn eigen logica wordt overgelaten, zal dit systeem dus uiteindelijk onze planeet vernietigen.
In deze nieuwe reeks willen we dus eerst kort de geschiedenis schetsen van de relaties die de mens onderhoudt met de natuur, teneinde beter de gevaren van vandaag te begrijpen, maar ook om inzicht te krijgen in de nieuwe energiemogelijkheden die zich voor de mens kunnen openen in de toekomstige maatschappij, het kommunisme.
De ramp met de kernreactor van Fukushima in Japan in maart jongstleden heeft opnieuw het debat geopend over de rol van kernenergie in energiebehoeften van de wereld. Vele landen, inclusief China, hebben aangekondigd dat ze de bouw van kerncentrales gaan herzien of tijdelijk stil gaan leggen, terwijl Zwitserland en Duitsland verder gegaan zijn en van plan zijn hun nucleaire capaciteit te vervangen. In Duitsland zullen 8 van de 17 centrales dit jaar gesloten worden en in 2022 alle centrales stilgelegen, om ze te vervangen door hernieuwbare energiebronnen. Deze koersverandering heeft felle waarschuwingen uitgelokt van de kernindustrie en sommige grote energiegebruikers dat problemen met energiereserves et grote prijsstijgingen zullen ontstaan. De afgelopen jaren verschenen er rapporten die spraken over de wedergeboorte van de kernindustrie met de bouw van 60 nieuwe centrales en werd volgen de industriegroep World Nuclear Association (1) de 493e centrale gepland. In Groot-Brittannië was er een debat over de risico's en voordelen van kernenergie vergeleken met die van de meest winstgevende vormen van groene energie. George Monbiot, bijvoorbeeld, heeft niet alleen bekend gemaakt dat hij zich 'bekeert' tot de kernenergie als enige realistische weg om de opwarming van de aarde tegen te gaan (2), maar is bovendien overgegaan tot een aanval op zijn voormalige collega's van de anti-nucleaire beweging, omdat die de wetenschappelijke benadering van het werkelijk gevaar van kernenergie zouden negeren. (3)
In werkelijkheid kan de nucleaire kwestie niet begrepen worden als een louter technische kwestie, of als een afweging die bepaald wordt door de verschillende kosten en baten van kernenergie, fossiele brandstoffen en hernieuwbare energie. Het is nodig even stil te staan om het geheel van het vraagstuk van het energiegebruik te bekijken in het historisch perspectief van de evolutie van de menselijke samenleving en de verschillende productiewijzen die bestaan hebben. Wat volgt is bedoeld als een noodzakelijkerwijze korte schets van een dergelijke aanpak.
De geschiedenis van de mensheid en van de verschillende productiewijzen is ook een geschiedenis van de energie. De eerste gemeenschappen van jagers-verzamelaars leefden hoofdzakelijk van de menselijke energie, en de energie van dieren en planten, zoals die door de natuur voortgebracht werden, met een vrij beperkte tussenkomst van de mens, ook al brachten sommige gebruiken met zich mee dat vuur ingezet werd voor ontbossing voor de landbouw en om bomen neer te halen. De ontwikkeling van de landbouw in het neolithicum markeert een fundamentele verandering in het energiegebruik door de mensheid en in haar relatie met de natuur. De menselijke arbeid werd toen op systematische basis georganiseerd om de aarde om te vormen, met bossen die geruimd en muren die gebouwd werden om huisdieren te kweken. Men begon dieren te gebruiken voor de landbouw en in sommige productieprocessen, zoals graanmolens. Vuur diende om zich te verwarmen en om te koken en voor industriële processen zoals pottenbakken en metaal te smelten. De handel kwam ook tot ontwikkeling, gebaseerd zowel op spierkracht en de kracht van dieren als op het gebruik van de wind om oceanen over te steken.
De neolithische revolutie veranderde de menselijke samenleving. De toename van de voedselbronnen, die ze meebrengen, leidt tot een aanzienlijke groei van de bevolking en een grotere complexiteit van de maatschappij, met een toenemend deel van de bevolking dat geleidelijk aan overstapt van de directe productie van voedsel naar meer gespecialiseerde functies in verband met nieuwe productietechnieken. Sommige groepen werden ook vrijgesteld van productietaken om militaire en religieuze functies op zich te nemen. Zo verandert het primitieve kommunisme van de gemeenschappen van jagers-verzamelaars in een klassenmaatschappij, waarin de militaire en religieuze elites ondersteund worden door de arbeid van de anderen.
De verwezenlijkingen van de samenlevingen met landbouw, architectuur en religie vereisten een maximaal geconcentreerd en georganiseerd gebruik van de menselijke arbeid. In de eerste beschavingen waren die het resultaat van de massale uitoefening van het dwang op de menselijke arbeid, wat zijn typische uitdrukking vond in de slavernij. Het onder gebruik van geweld gebruik maken van de energie van een onderworpen klasse stelt een minderheid in staat zich van de arbeid te bevrijden en een leven te leiden, dat het gebruik vereiste van een energieniveau, dat veel hoger was dan wat een individu voor zichzelf ooit zou hebben kunnen realiseren. Om een voorbeeld te geven: één van de heerlijkheden van de Romeinse beschaving was de verwarming van de villa's met warme lucht die onder vloeren en in muren circuleerde; wat in de latere eeuwen te zien was, was in vergelijking daarmee niets, toen zelfs koningen in gebouwen leefden die zo koud waren dat men vertelt dat wijn en water ’s winters op tafel bevroren (4). Die verwarmingssystemen werden meestal gebouwd en onderhouden door slaven en verbruikten grote hoeveelheden hout en steenkool. De warmte waarvan de heersende klasse genoot kwam voort uit het zich toe-eigenen van menselijke en natuurlijke energie.
De ontwikkeling van de productiekrachten en de klassenmaatschappijen die tegelijkerd gevolg en impuls van die laatste was, veranderde de relatie tussen mens en natuur zoals ze ook de relatie tussen de mensen veranderde. De samenlevingen van jagers-verzamelaars leefden ondergedompeld in de natuur en werden erdoor beheerst. De landbouwrevolutie zette ertoe aan de natuur te beheersen met teeltgewassen en gekweekte dieren, het ontginnen van bossen, het beïnvloeden van de bodem door het gebruik van meststoffen en het beheer van de watertoevoer. Menselijke arbeid en arbeid van de natuurlijke wereld werden middelen die geëxploiteerd konden worden, maar ook bedreigingen die beheerst moesten worden. Het gevolg was dat de Mensen - uitgebuiten en uitbuiters - zich losmaakten van de natuur en van elkaar. Halverwege de 19e eeuw wees Marx op de nauwe samenhang of interrelatie tussen mensheid en natuur die hij zag als het 'leven der soorten': “Fysiek leeft de mens enkel van die natuurlijke producten, of die nu verschijnen onder de vorm van voedsel, verwarming, kleding, huisvesting, enz. De universaliteit van de mens verschijnt in de praktijk precies in de universaliteit die van de gehele natuur zijn niet-organisch lichaam maakt, evenzeer in de mate waarin ze, in de eerste plaats, een middel tot onmiddellijk overleven is, als in de mate waarin ze [in de tweede plaats] materie, object en instrument is van zijn levensactiviteit. De natuur, dat wil zeggen de natuur die niet zelf het menselijk lichaam is, is het niet-organisch lichaam van de mens. De mens leeft van de natuur betekent: de natuur is zijn lichaam waarmee hij een voortdurend proces moet onderhouden om niet te sterven. Zeggen dat het fysieke en intellectuele leven van de mens onlosmakelijk verbonden is aan de natuur betekent niets anders dan dat de natuur onlosmakelijk verbonden is met zichzelf, want de mens is deel van de natuur.” (5) Het kapitalisme, de loonarbeid en de privé-eigandom scheuren dat alles uiteen, door de productie van het werk van arbeiders af te leiden naar “een macht die losstaat van hemzelf” en de natuur te veranderen tot iets “dat zich tegenover hem stelt, vijandig en vreemd”. (6)
Vervreemding, die Marx beschouwde als een kenmerk van het kapitalisme waarmee de arbeidersklasse op een zeer schrille wijze te maken heeft, ontstond in feite met het verschijnen van de klassenmaatschappijen, maar nam sterk toe met de overgang naar het kapitalisme. Terwijl de gehele mensheid aangetast wordt door vervreemding, is haar impact en rol niet dezelfde naargelang het gaat om de uitbuitende of de uitgebuite klasse. De eerste, als klasse die heerst over de maatschappij, stuwt het proces van vervreemding verder, net zoals ze het proces van uitbuiting stimuleert en ze zelden gewaarwordt wat dit veroorzaakt, ook al kan ze zich aan de gevolgen ervan niet onttrekken. De tweede voelt de impact van de vervreemding in haar dagelijks leven aan als een gebrek aan controle over wat ze doet en is, maar neemt tegelijk de ideologische vorm die de vervreemding aanneemt in zich op en reproduceert die in haar menselijke relaties en in haar relatie met de natuurlijke wereld.
Sinds Marx het beschreven heeft is het proces voortgegaan. In de vorige eeuw heeft de vervreemde mensheid zich onderling verscheurd in twee wereldoorlogen en heeft ze systematische inspanningen gedaan om delen van zichzelf te vernietigen in de holocaust van de WOII en in de 'etnische zuiveringen' van de laatste twintig jaar. Ze heeft ook op brutale wijze de natuur geëxploiteerd en vernietigd tot op het punt waarop de natuurlijke wereld en elk leven dreigen uit te doven. Het is echter niet de mensheid, beschouwd als abstractie, die dit aangericht heeft, maar wel een bijzondere vorm van de klassenmaatschappij, die erin geslaagd is de planeet te overheersen en in gevaar te brengen: het kapitalisme. Het zijn evenmin al degenen die in deze maatschappij leven die hiervoor de verantwoordelijkheid dragen: tussen uitbuiters en uitgebuiten, tussen bourgeoisie en proletariaat is er geen gelijkheid in macht. Het zijn het kapitalisme en de burgerlijke klasse die deze wereld geschapen hebben en er de verantwoordelijkheid voor dragen. Dat kan degenen storen, die ons allemaal in hetzelfde schuitje van het 'algemeen belang' willen zetten, maar de geschiedenis heeft aangetoond dat onze conclusie de juiste is.
North / 19-6-2011
(1) Financial Times du 6 juin 2011, Nuclear power: atomised approach.
(2) Guardian du 22 juin 2011, Why Fukushima made me stop worrying and love nuclear power.
(3) Guardian du 5 avril 2011, The unpalatable truth is that the anti-nuclear lobby has misled us all.
(4) Fernand Braudel, Civilisation and Capitalism 15th-18th Century, Volume one: The Structures of Everyday Life, p.299. William Collins Sons and Co. Ltd, London.
(5) Marx, Parijse Manuscripten van 1844, De vervreemde arbeid (www.marxists.org [51])
(6) Ibid.
Deetman van het CDA: “Verhagen is de voorman, maar voor mij is hij niet de ideale voorman.”; PvdA-kopstuk Bram Peper ziet het niet meer zitten met Cohen; Minister-President Rutte volgt een te ‘linkse’ koers volgt. Jelle Hiemstra van de PVV is opgestapt en Rita Verdonk gooit het bijltje erbij neer; Deetman: “Het CDA moet de gedoogconstructie met de PVV opzeggen”; Minister voor Immigratie en Asiel, Gerd Leers (CDA), moet door het stof voor Geert Wilders bijleggen; Van Tijn van de PvdA: “Cohen er nu een ‘enorme schep bovenop moet doen of de pijp aan Maarten moet geven”; enzovoort.
Niemand is tevreden met de politieke constellatie zoals die nu bestaat, maar de bourgeoisie heeft geen andere keus. De escapades en het minachtende optreden van Wilder moet wel geslikt worden ondanks het feit dat zelfs de CDA zich in het kamerdebat van 22 september jongstleden opnieuw ,"groen en geel geërgerd’’ heeft aan het optreden van Wilders. (22-09-2011) De PVV wordt wel getolereerd worden, vooral nu ze in opiniepeilingen alleen maar groter wordt en de CDA en de PvdA steeds maar kleiner worden.(1)
Centraal in de situatie in Nederland staat de eurocrisis. Alles wat daarvoor en over besloten wordt is de inzet van een hevige strijd binnen het parlement. Dat komt niet alleen omdat de crisis ernstig is, maar ook omdat een groot deel van het parlement tegen Europa is. En daarbij hoort ook de gedoogpartij, de PVV van Wilders. De politieke constellatie van de bourgeoisie in Nederland is daardoor wankel. De regering onder leiding van Rutte danst voortdurend op het slappe koord. Er worden veel maatregelen genomen, maar vaak moet dat gebeuren met toestemming van partijen in de oppositie.
VVD en CDA hebben samen maar 52 zetels, de PVV heeft 24 zetels. Omdat een partij als de PvdA nog minder zetels heeft, hebben ze de PVV dus nodig. Die heeft zich gelieerd aan het regeerakkoord. Het is en soort van gedoogakkoord, waarbij de PVV wel op alle punten kan tegenstemmen, maar beloofd heeft nooit een motie van wantrouwen tegen de regering te steunen.
Geert Wilders heeft premier Rutte in mei gedreigd met een breuk in de politieke samenwerking als steunoperaties zoals momenteel aan Griekenland, voor rekening komen van de belastingbetaler. Rutte zei dat alleen nog maar te willen doen als ze in het belang van Nederland zijn, maar Wilders ziet ook daar geen heil in. “De premier speelt met vuur”, zei hij. (1)
In juni bracht de gedoogpartij PVV, niet voor de eerste keer, naar buiten dat ze zich “serieus zal herbezinnen” op steun aan het kabinet-Rutte als dat besluit tot nieuwe bezuinigingen vanwege geld dat aan Griekenland is verloren. “Als blijkt dat we ons geld niet terugkrijgen en we mogelijk opnieuw moeten gaan bezuinigen, dan passen wij daar voor.”
Daarop verklaarden een aantal CDA prominenten, waardonder Veerman, dat het beter is om maar helemaal met de PVV te stoppen. Vervolgens lanceerden enkele leden in Friesland, die zich niet kunnen vinden in de huidige koers van de landelijke partij, de website CDAlert.nl. ,"Wij willen vooral snel reageren op de actualiteit.”(2) (24-10-2011)
Ondanks alle kritiek op haar houding weigert de PVV, die qua populisme en anti-Europahouding het broertje van de SP kon zijn, systematisch om voor te stemmen als het gaat om grotere financiële steun aan Europa. Als gevolg daarvan is het de PvdA die, zij het onder bepaalde voorwaarden, meestal met de beide regeringspartijen mee moet stemmen. Zo stemde de PvdA voor de uitbreiding van het Europese noodfonds en andere belangrijke beslissingen aangaande de eurocrisis. GroenLinks volgde in de meeste gevallen dezelfde lijn. Het gevolg is dat een echte oppositie in het parlement nauwelijks bestaat.
Het gevolg van de zwakke oppositie in het parlement is dat deze voor een groot deel moet komen van buiten het parlement. Buiten het parlement bestaan er op het moment globaal twee vormen van oppositie.
De eerste en belangrijkste vorm van buitenparlementaire oppositie bestaat in solidariteitscomités, platforms, steuncomités e.a., die vooral ontstaan op initiatief van linkse parlementaire partijen (GroenLinks, SP), buitenparlementaire partijen (de GIS), instellingen en instanties uit de diverse sectoren, de vakbonden, cliëntenorganisaties, enzovoort. Er bestaan ontelbaar veel van dit soort zelfbenoemde comités, die de indruk wekken dat ze de arbeiders en de niet-uitbuitende bevolking vertegenwoordigen en verenigen. Ze schieten als paddenstoelen uit de grond en zijn terug te vinden op alle vlakken en in alle sectoren in de maatschappij: bij de schoonmakers, de ambtenaren, de sociale werkplaatsen, de gesubsidieerde banen, de gezondheidszorg, de huursector, enzovoort.
Er doen allerlei namen de ronde zoals ‘Steuncomité sociale strijd’, ‘Rekening Retour’; ‘Platform Red het OV’, ‘Change the world’;‘Maak je sterk voor het publieke werk’, ‘Platform Groningen Sociaal en Leefbaar’ (PGSL), ‘WijzijndeThuizorg’, ‘De Alliantie voor Solidariteit’ in Rotterdam, ‘Eigen regie Nu’, ‘Mijn werk is een baan waard’, Onafhankelijk leven’; ‘Walk of Shame’; ‘Platform Verontruste Ouders’, ‘Terug naar de bossen’, en nog diverse anderen.
Maar alles wat ze ook doen, ze komen op geen enkele wijze werkelijk op voor de belangen van de arbeiders en de niet-uitbuitende bevolking Al die mooie namen zijn niet meer dan een misleiding voor een politiek, die probeert ieder klasseverzet tegen de gevolgen van de economische crisis voor onze levensomstandigheden in te kaderen. Ze raken op geen enkele wijze de wortels van het kapitalistische systeem. Dat is ook niet meer dan logisch, want hun belangrijkste taak bestaat er in om de toenemende vormen van strijdwil, onder de diverse lagen van de maatschappij te leiden in het reformistische politieke vaarwater of te laten verworden in machteloze woede, die dan weer door de tweede vorm van oppositie kan worden gebruikt .
De tweede vorm van oppositie tegen de maatregelen van de regering, die een aanvulling vormt op de eerste, is die van de schijnradicaliteit. Daartoe behoren ultralinkse groepen zoals de GIS en Doorbraak (niet openlijk), persdiensten als Klasse, de ANG, de Autonomengroep, DNet, maar ook via enkelen door hen gestuurde initiatieven als ‘Plein der Beschaving’ en ‘Amsterdam#Occupy’. Karakteristiek voor de activiteiten van deze voornoemde groepen is dat ze de ongerichte verontwaardiging en machteloze woede, schaamteloos gebruik makend van het in zwang zijnde a-politisme, proberen te bundelen in wilde, klasseloze protesten. Uit naam voor een ‘eerlijkere’ kapitalistische samenleving, waarin het geld niet langer haar verrottende werking kan doen, leiden ze de ontevredenheid, via een ‘echte democratische strijd’ van onderaf waarin geen leiders bestaan, naar een gebeuren dat slechts trappelt op zijn plaats en waarin geen enkele beweging zich kan ontwikkelen.
“De Occupybeweging (…) is een nieuwe vorm in een lange lijn van verzet en zoeken naar een wereld die op ander wijze georganiseerd is als de huidige. Ook het zoeken naar basisdemocratie en niet-hiërarchische structuren heeft zijn historie. Veel van de wijzen van organiseren en vergaderen zagen we al in de globaliseringsbeweging en de beweging voor open grenzen opkomen. Wij maken deel uit van die lijn ….” (Dnet4 in Occupy College 31-10-2011)
“Laat deze beweging niet kapen door politieke partijen, vakbonden of commercie. (...). Op die manier wordt sociale onvrede beteugeld en worden demonstranten gereduceerd tot klapvee voor de een of andere politicus en haar of zijn carrière(…) Waar zij de voortzetting van dit systeem voorstaan,zouden jij en deze nieuwe beweging een werkelijke verandering kunnen zijn." ( Occupy Everything! – ‘Beste Bezetter’; AGN; 20-10- 2011)
- “Misschien begint het probleem al bij wie zich deel voelt uitmaken van dat ‘onderop’ …. alle niet-westerse migranten, iedereen die niet productief is volgens het absurde neoliberale wereldbeeld, iedereen die links is, iedereen die meer dan de gemiddelde zorg nodig heeft, alle krakers en alternatievelingen, iedereen die een samenleving wil opbouwen buiten de commerciële wereld om, iedereen die oud is, kunstenaars en ‘a-socialen’, iedereen die huur betaalt, alle arbeiders die van hun loon niet alle levenskosten kunnen betalen en degenen die binnenkort ontslagen zullen worden. Nu al deze mensen naar de maatschappelijke onderkant gedreven worden, zullen ze zich ook van onderop moeten organiseren.” (Polderzapatistas, Klasse, zomer 2011)
De groepen en organisaties houden hun vorm van schijnradicaliteit voor aan de meest wanhopige en meest getroffen delen van de arbeidersklasse en de niet-uitbuitende bevolkingslagen, die de grootste moeite hebben om met elkaar op te trekken, om samen te komen, elkaar te ontmoeten, gemeenschappelijke punten van strijd te vinden waarop ze zich kunnen verenigen. Door hun voornamelijk, machteloze, woede zijn dat gemakkelijk te manipuleren lagen van de bevolking, die ze voor hun – net zo politieke - hun karretje weten te spannen.
Daarmee zetten ze iedere verdere overdenking in de klasse over het kapitalistische verhoudingen, als oorzaak van de aanvallen, op het verkeerde been. In wezen zeggen ze: als er maar een ‘echte basisdemocratie’ heerst, waar beslist wordt van onderop, dan zouden dit soort maatregelen van de regering Rutte niet nodig zijn. Je zou gewoon het geld kunnen halen waar het zit. Je zou sowieso alle bonussen kunnen verbieden en daarmee al genoeg geld vrij kunnen maken om het tekort op de betalingsbalans van de Nederlandse ‘overheid’ weg te werken.
Laten we ons ook niet misleiden door deze vorm van protest die ons voorgehouden wordt door deze ideologische handlangers van de heersende klasse. Uiteindelijk kunnen we alleen op onszelf vertrouwen, op ons eigen vermogen tot organisatie, op de ontwikkeling van ons denken Alleen een grondig inzicht inzicht in de uitbuitingsverhoudingen, stelt ons in staat stelt om het werkelijke onderscheid te bespeuren tussen onze klassebroeders en de, niet openlijke, politieke tegenspelers van de bourgeoisie.
Dixoff / 28.10.2011
(1) De bourgeoisie deinst er niet voor terug om chantagemiddelen te gebruiken om de PVV in het gareel te houden
(2) In de peiling van Maurice de Hond staat het CDA nu op dertien zetels en de PVV op dertig.
“Er zal een ineenstorting komen en het zal een flinke zijn”. “Absoluut niemand gelooft nog in reddingsplannen”. “Ze weten dat de markt belazerd wordt en dat de beurs aan zijn einde is”. “Het interesseert de traders geen moer hoe de economie gered kan worden”. “Deze economie is een kanker”. “Bereid je erop voor. We moeten er niet op hopen dat de regering de problemen zal oplossen. Regeringen regeren de wereld niet. Goldman Sachs regeert de wereld. Deze bank is niet geïnteresseerd in reddingsplannen”. “In minder dan 12 maanden, voorspel ik, zullen de spaartegoeden van miljoenen mensen verdwenen zijn en dat is nog maar het begin”. Deze uitspraken zijn gedaan door van een trader in Londen, Alessio Rastani, in een uitzending van de BBC op 26 september (1)
Natuurlijk zijn we het eens met het sombere vooruitzicht dat deze econoom schetst. Het kapitalisme zal een duik maken, de crisis zal erger en nog vernietigender worden en een groeiend deel van de mensheid zal de gevolgen ervan voelen. Deze verklaring van Alessio Rastani geeft vooral voeding aan een van de grootste leugens van de laatste jaren: dat de wereld in de problemen is door de financiën en enkel door de financiën, dat: ‘Goldman Sachs de wereld regeert’. En alle linksen, ultralinksen en ‘antiglobalisten’ roepen in koor: “Het is verschrikkelijk. Hier ligt de oorzaak van al onze moeilijkheden. We moeten de controle over de economie terugnemen. We moeten grenzen stellen aan de banken en de speculatie. We moeten vechten voor een sterkere en meer menselijke staat!”
Het gaat hier niet om een kwestie van nuancering of terminologie. Er bestaat een fundamenteel verschil tussen de schuld geven aan het neoliberalisme of aan het kapitalisme. In het eerste geval heb je de illusie dat het uitbuitingssysteem hervormd kan worden. In het andere geval begrijp je dat het kapitalisme geen toekomst heeft en totaal vernietigd moet worden en vervangen door een nieuwe maatschappij. Als de heersende klasse, haar media en specialisten zoveel moeite doen om met de vinger te wijzen naar de onverantwoordelijkheid van het financiële systeem, dan proberen ze daarmee de overdenking over de noodzaak van een radicaal ander systeem af te leiden.
“Het is de schuld van de traders”: De bedroevende zoektocht naar het zwarte schaap
In de laatste jaren is iedere ineenstorting van de beurs gepaard gegaan met een affaire over een bedrieglijke trader. Naar aanleiding van het fiasco van de Franse Bank Société Générale in januari 2008, waarbij 4,82 miljard euro’s verdwenen waren, werd Jerome Kirviel aan de schandpaal genageld. De werkelijke reden, de bel op de huizenmarkt in de VS, werd daardoor naar de achtergrond gedrongen. In december 2008 werd er onderzoek gedaan naar de 65 miljard dollar fraude van Bernard Madoff, waardoor de aandacht werd afgeleid van de ineenstorting van de bankenreus Lehman Brothers. In september 2011 werd de trader Kweku Adoboli, verbonden aan de Zwitserse bank UBS, beschuldigd van een fraude van 2,.3 miljard dollar. Deze affaire kwam ‘bij toeval’ aan het licht toen de wereldeconomie opnieuw in volledige verwarring was.
De touwtjes, waar de banken aan trekken om hun eigen wandaden te rechtvaardigen, zijn juist een beetje te dik om niet op te vallen. Maar de intensieve mediacampagne maakt het mogelijk om de aandacht van iedereen te vestigen op de verrotte financiële wereld. Het beeld van deze speculerende haaien wordt gebruikt om onze hoofden te vullen en onze gedachten te benevelen.
Laten we een stap terugdoen en een ogenblik nadenken: hoe kunnen al deze verschillende gebeurtenissen enigszins verklaren dat de wereldeconomie op het punt staat ineen te storten? Hoe weerzinwekkend deze miljarden aan fraudes ook mogen zijn op een moment dat miljoenen mensen in de hele wereld doodgaan van de honger; hoe cynisch en schaamteloos de woorden van Alessio Rastani ook mogen zijn, niets van dit alles verklaart de omvang van de crisis die momenteel iedere sector en alle landen raakt. Er is niets nieuws onder de zon. Vanaf het moment van zijn ontstaan is het kapitalisme nooit anders dan een systeem van onmenselijke uitbuiting geweest.
De barbaarse en bloedige plundering van Afrika en Azië in de 18een 19eeeuw is daar een tragisch bewijs van. Het schofterige bewind van de traders en de bankiers zegt ons dus niets over de huidige crisis. Als scheefgelopen financiële overeenkomsten nu resulteren in kolossale verliezen en banken soms op de rand van de afgrond brengen, is dat werkelijk het gevolg van de kwetsbaarheid van de economische crisis en niet andersom. Toen Lehmnan Brothers in 2008 bankroet ging was dat niet het gevolg van een onverantwoordelijk investeringspolitiek maar omdat de Amerikaanse huizenmarkt in de zomer van 2007 ineenstortte en omdat deze bank nog massa’s schulden had uitstaan, die waardeloos waren geworden.
De kredietbeoordelaars liggen ook onder vuur. Aan het eind van de 2007 werden ze beschuldigd van incompetentie omdat ze de omvang van de schulden van de nationale staten negeerden. Momenteel worden ze beschuldigd van het tegenovergestelde, van teveel aandacht te schenken aan de schulden in de Eurozone (Moody’s) en aan die in de VS (Standard and Poor’s).
Het is waar dat deze beoordelaars bijzondere belangen hebben, en dat hun beoordeling niet neutraal is. De Chinese kredietbeoordelaars waren de eerste om de kredietwaardigheid van de Amerikaanse staat naar beneden bij te stellen, en de Amerikaanse kredietbeoordelaars zijn het strenger voor Europa dan voor hun eigen land. Het is waar dat met iedere bijstelling naar de beneden, de financiers de gelegenheid aangrepen om te speculeren, en eerder de verslechteren van de economische situatie nog versnelden.
Maar de werkelijkheid is dat de beoordelingen die al deze kredietbeoordelaars geven, veel te gunstig zijn in verhouding tot het werkelijke vermogen van de banken, de bedrijven en de landen om hun schuld terug te betalen. Om paniek te voorkomen hebben deze kredietbeoordelaars er belang bij niet al te kritisch te zijn.
Als ze de beoordelingen naar beneden bijstellen, dan doen ze dat om een minimum aan geloofwaardigheid te handhaven. De ernst van de situatie, waar de wereldeconomie mee geconfronteerd wordt, helemaal te ontkennen zou te grotesk zijn en niemand zou hen geloven: om de wezenlijke problemen van het systeem toe te dekken van het standpunt van de heersende klasse is het slimmer om bepaalde zwakheden te erkennen. Allen die de kredietbeoordelaars nu beschuldigen zijn zich daar goed bewust van. Als ze klagen over de kwaliteit van de thermometer, dan is dat om iedere overdenking te voorkomen over de vreemde ziekte die het wereldkapitalisme treft, uit angst om toe te geven dat de ziekte niet te genezen is en steeds erger wordt.
De kritiek op de traders en de rating agentschappen is een deel van een veel groter propagandacampagne over de gekte en de oververhitting van de financiële sector, zoals altijd is de leugenachtige ideologie gebaseerd op een element van waarheid; het kan niet ontkend worden dat de wereld van de financiën inderdaad een zwaarlijvig en toenemend irrationeel monster is geworden.
Bewijzen zijn er ten overvloede. In 2008 was de som van de wereldwijde financiële transacties toegenomen tot 2.200.000 miljard dollar, tegen een Bruto Nationaal Product op wereldschaal van 55.000 miljard. (2) De speculatieve economie is daardoor 40 keer groter dan de zogenaamde ‘echte’ economie. En deze miljarden zijn in de afgelopen jaren in toenemende mate geïnvesteerd in dolle en zelfvernietigende beleggingen. Een sprekend voorbeeld: het short sale-mechanisme. Waar draait dit om? “Bij short sale begint men met het verkopen van een waarde dat men niet bezit voor een bepaalde prijs om het later terug te kopen voor een lagere prijs. Het doel van deze truc is klaarblijkelijk het verkopen van een aandeel voor een bepaalde prijs om het later terug te kopen voor een lagere prijs om het verschil te incasseren. Zoals we zien is dit precies het tegenovergestelde van iets kopen en het dan verkopen”(3)
Concreet, short sale betreft een enorme stroom van financiële speculatie rondom bepaalde waarden, gokkend op een daling van haar waarde en dit kan soms leiden tot een val van het beoogde aandeel. Dit is nu een schandaal geworden en een heleboel politici en economen vertellen ons nu dat dit het grootste probleem is, DE oorzaak voor het bankroet van Griekenland of de val van de euro. Hun oplossing is eenvoudig: verbied short sale praktijken en alles zal beter gaan dan het ooit is geweest in de wereld.
Het is waar dat short sale een pure dwaasheid zijn en dat het de vernietiging versnelt van hele delen van de economie. Daar gaat het ze om: het doet het louter versnellen en het is niet de oorzaak. Er is allereerst een om zich heen grijpende economische crisis voor nodig om dit soort deals zo winstgevend te kunnen maken.
De kapitalisten spelen in toenemende mate in op een inkrimpende markt en niet langer op een stijging. De investeerders zijn erop uit om op korte termijn ‘te scoren’, zonder enige zorg om levensvatbaarheid op de lange termijn van ondernemingen en in het bijzonder fabrieken, omdat er bijna geen industriële sectoren zijn die op lange termijn winst kunnen verzekeren. En hier raken we, uiteindelijk, het hart van het probleem: de zogenaamde ‘werkelijke’ of ‘traditionele’ economie die al tientallen jaren een troep is. Kapitaal vlucht uit deze sfeer omdat daar steeds minder winst te behalen valt De wereldeconomie is verzadigd en de waren kunnen niet meer worden verkocht, de fabrieken produceren en accumuleren niet voldoende meer. Het resultaat is dat de kapitalisten hun geld investeren in speculatie, de ‘virtuele’ economie. Vandaar de oververhitting van de financiële sector, die juist een symptoom is van de ongeneeslijke ziekte van het kapitalisme: de overproductie.
Zij die strijden tegen het neoliberalisme zijn het er ook mee eens dat de werkelijke economie in diepe moeilijkheden verkeert. Voor hen, ‘is het Goldman Sachs die de wereld regeert’. Zij zetten zich in voor een beetje meer staat, meer legale kaders, meer sociale politiek. “Met meer staatscontrole over de financiën, kunnen we een nieuwe economie opbouwen, socialer en meer welvarend”.
Een beetje ‘meer staat’ maakt niet mogelijk om de economische problemen van het kapitalisme op te lossen. Laten we het nog maar een keer zeggen: wat dit systeem ondermijnt is haar tendens om meer waren te produceren dan de markt kan opnemen. Tientallen jaren zijn ze erin geslaagd om de verlamming van de economie te voorkomen door een kunstmatige markt te scheppen, gebaseerd op schuld. Met andere woorden: sinds de jaren 1960 heeft het kapitalisme op krediet geleefd. Dit is de reden waarom huishoudens, ondernemingen, banken en staten gebukt gaan onder een grote berg schulden waarom de huidige recessie de ‘kredietcrisis’ wordt genoemd. Wat hebben de staten, sinds de ineenstorting van Lehman Brothers nu gedaan via hun centrale banken, in het bijzonder de FED en de ECB? Ze hebben miljarden dollars in de economie gepompt om verdere faillissementen te voorkomen. En waar komen al die miljarden vandaan? Van nieuwe schulden! Alles wat ze doen is het verplaatsen van privé-schulden naar de publieke sector, en bereiden zo de grond voor het faillissement van gehele staten, zoals we al zien met Griekenland. (4)
“Maar als het de crisis niet kan bezweren,dan zou de staat ons toch op z’n minst kunnen beschermen” zingt heel links in koor.
Niet zo vlug! De staat is altijd al de slechtste van de bazen geweest. Nationaliseringen zijn nooit goed nieuws geweest voor de arbeiders. Na de WOII had de grote golf van nationalisaties tot doel het industriële apparaat nieuw leven in te blazen, dat vernietigd was en dat gepaard ging met een opdrijving van het werktempo. Thorez van de Kommunistische Partij van Frankrijk en vicepresident in de regering De Gaulle lanceerde de beroemde oproep aan de arbeiders: “Als de mijnwerkers sterven, zullen de vrouwen hen vervangen” en “haal de buikriem aan voor de nationale wederopbouw”.
Sinds de ervaring van de Commune van Parijs in 1871hebben de kommunisten altijd de nadruk gelegd op de diepgewortelde rol van de staat tegen de arbeiders. “De moderne staat is, hoe zijn vorm ook moge zijn, in wezen een kapitalistische machine, de staat van de kapitalisten, de ideële universele kapitalist. Hoe meer productiekrachten hij als eigendom overneemt, des te meer wordt hij werkelijk universeel kapitalist en des te meer staatsburgers buit hij uit. De arbeiders blijven loonarbeiders, proletariërs. De kapitaalsverhouding wordt niet opgeheven, zij wordt veeleer op de spits gedreven.” Engels schreef deze regels in 1878, die laten zien dat de staat toentertijd al bezig was de hele economie over te nemen. Sinds die tijd is het staatskapitalisme alleen maar sterker geworden: elke nationale bourgeoisie is gerangschikt achter haar staat om de ongenadige internationale handelsoorlog te voeren.
Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika (de BRICS) hebben in de laatste jaren een opmerkelijk economisch succes laten zien. China in het bijzonder wordt nu beschouwd als de tweede economische macht in de wereld en velen denken dat het de VS spoedig zal onttronen. Deze flamboyante prestatie bracht de economen ertoe hun hoop te stellen op deze groep landen als de nieuwe locomotief voor de wereldeconomie. De antiglobalisten zien hierin wel een reden in om zich te verheugen; omdat naar hun mening het overwicht van het neoliberalisme van de VS de ergste plaag is. De opkomst van de BRICS zou leiden tot een meer evenwichtige eerlijkere wereld. Deze hoop in de ontwikkeling van de BRICS, gedeeld door de bourgeoisie en de ‘anders-globalisten’, is niet alleen komisch; het laat ook zien hoe diep zij verankerd zitten in de kapitalistische wereld
Deze hoop zal vervliegen. Er is een vleugje déjà-vugevoel wat betreft dit ‘economische wonder’ gedoe. Argentinië en de Aziatische tijgers in de jaren 1980 en 1990, of meer recent Ierland, Spanje, IJsland werden allen op verschillende momenten voorgesteld als ‘economische wonderen’. En net als alle wonderen, bleken ze bedriegerij te zijn. Al deze landen dankten deze snelle groei aan de ongebreidelde toename van de schulden. Ze kwamen daarom allemaal aan hetzelfde hachelijke einde: recessie en faillissement. En het zal hetzelfde zijn met de BRICS. De president van China’s Intvestment Corp, Gao Xiping, heeft onlangs verklaard: “Wij zijn geen verlossers. We moeten eerst onszelf verlossen.” Duidelijker kan het niet gesteld worden!
Het kapitalisme kan niet langer hervormd worden. Om realistisch te zijn moet je toegeven dat alleen de revolutie de ramp kan voorkomen. Het kapitalisme is, net als de slavenmaatschappij en de lijfeigenschap voor hem, een systeem van uitbuiting, dat gedoemd is om ten onder te gaan. Nadat het zich tweehonderd jaar had ontwikkeld en uitgebreid, vooral in de 18e en 19e eeuw, nadat het de hele wereld had veroverd, opende het kapitalisme met veel geraas haar periode van verval, toen het WOI ontketende. De grote depressie van1930 en de verschrikkelijke slachting van de WOII bevestigde dat het systeem out of date was. Maar vanaf de jaren 1950 hebben zich niet meer van die ernstige crises voorgedaan als die in 1929. De bourgeoisie heeft geleerd hoe ze de schade kan beperken en de economie kan doen herleven, iets wat velen doet geloven dat de crisis van vandaag een zoveelste nieuwe episode is in de reeks van op en neergaande bewegingen en dat de groei eens weer terug zal komen, zoals die het de laatste 60 jaar zo een beetje heeft gedaan.
In feite hebben de achtereenvolgende recessies het pad geëffend voor het drama van vandaag. Iedere keer is de bourgeoisie er in geslaagd om de economie weer aan de gang te krijgen door de sluis van krediet open te zetten. Ze is er echter nooit in geslaagd tot de wortel van het probleem door te dringen: de chronische overproductie. Alles wat ze gedaan heeft is de dag van de afrekening uit te stellen door haar toevlucht te nemen tot het krediet en nu verstikt het systeem onder het gewicht van al die schulden. Geen enkele sector of staat wordt gespaard. Deze vlucht vooruit in de schulden bereikt haar grenzen. Betekent dit dat de economie volledig tot staan gaat komen? Zeer zeker niet. De bourgeoisie heeft slechts de keuze tussen de cholera en de pest: drastische bezuinigingen of een monetaire impuls. De eerste leidt tot een omvangrijke recessie, de twee tot een oncontroleerbare inflatie.
Van nu af aan is de periode van de korte periodes van recessie en lange periodes van opleving, gefinancierd door het krediet, achter ons: werkloosheid zal de pan uitrijzen en armoede en barbarendom zal dramatisch om zich heen grijpen. Als er al perioden van herstel zijn dan zullen ze niet veel meer voorstellen dan een kortstondig buiten adem geraken, gevolgd door nieuwe economische rampen. Iedereen die het tegendeel beweert, is een beetje als de zelfmoordenaar die van de top van de Empire State Building afspringt en bij ieder verdiep in zijn val verklaart ‘dat het tot zover wel goed gaat’. Zal de mensheid ten onder gaan of zal ze in staat zijn een nieuwe wereld op te bouwen van solidariteit en wederzijds dienstbetoon, zonder klassen, staat, uitbuiting. Zoals F. Engels meer dan een eeuw geleden schreef “de burgerlijke maatschappij wordt geconfronteerd met een dilemma: overgang naar het socialisme of terugval in het barbarendom”.De sleutel naar de toekomst ligt in de handen van de arbeidersklasse, van haar strijd om de werkenden, de werklozen, de gepensioneerden en jonge mensen in precaire banen te verenigen.
Naar een artikel van Pawel / 29.09.2011(5)
(1) https://www.bbc.co.uk/news/business-15059135 [54]
(2) https://www.jacquesbgelinas.com/index_files/Page3236.htm [55]
(3) https://www.abcbourse.com/apprendre/1_vad.html [56]
(4) Het idee van ‘meer Europa’ of ‘meer wereldregering’ is nog een impasse. Of ze alleen handelen of met anderen, staten hebben geen werkelijke en duurzame oplossing. Hun samenwerking mag hen in staat stellen de toename van de crisis een beetje te verlangzamen, net zoals hun onderlinge verdeeldheid haar versnelt.
(5) het volledige artikel staat op https://fr,internationalism.org [57]
De tekst die hier volgt, baseert zich voor een groot deel op een artikel van Internationalismo - de krant van de IKS in Venezuela. De feiten die onze kameraden rapporteren laten zien dat in alle landen dezelfde economische crisis heerst en dezelfde bezuinigingsmaatregelen worden doorgevoerd. De fracties, die aan de macht zijn, kunnen zich ‘liberaal’,’ progressief’ of ‘revolutionair’ voordoen, overal op de planeet worden de werkers aangevallen door hetzelfde ongebreidelde kapitalisme.
De staat van Chavez ontkent het bestaan van de economische crisis in Venezuela, maar dat belet de harde werkelijkheid niet om de bevolking ongenadig te raken. De gevoerde ‘socialistische’ politiek richt niet minder schade aan dan het Amerikaanse ‘liberalisme’. Immers in werkelijkheid, in beide gevallen, is sprake van eenzelfde staatskapitalisme. In Venezuela is het staatskapitalisme niet alleen meer karikaturaal dan elders en … minder geavanceerd, doordat het slaagt in de krachttoer om zowel het privé- als het staatskapitaal te verzwakken.
Het land moet momenteel bijna alle essentiële consumptiegoederen importeren, iets wat paradoxaal is voor een land dat pretendeert een continentale “revolutie” te ontwikkelen door zijn label ‘socialisme van de 21e eeuw’ te verspreiden. Voor het oog van de wereld gaat Chavez voortdurend de strijd aan met de Verenigde Staten, dat door hem wordt aangemerkt als de grote kapitalistische satan, maar achter de coulissen is het de belangrijkste handelspartner van Venezuela (1)
De officiële cijfers zelf en die van de CEPAL (Economische Commissie voor Latijns Amerika) en van de IMF, zijn allen genoodzaakt om de ernst van de economische crisis van het land te erkennen: Venezuela en Haïti (een van de armste landen van de wereld) waren de enige landen in Latijns-Amerika en in het Caribisch gebied, die in 2010 geen groei kenden. Voor Venezuela betekent dat het derde achtereenvolgende jaar van een achteruitgang van de BIP. Het land heeft de hoogste inflatie in de regio en één van de hoogste in de wereld: voor ieder van de afgelopen drie jaren, was die gemiddeld 27% en men schat dat hij in 2011 hoger zal zijn dan 28%. Ziedaar het inflatiepercentage dat de lonen en pensioenen van de werkers verandert in ‘zout en water’, evenals de hulp, die de staat uitgeeft aan sociale ondersteuning!
De maatregelen, die door Chavez genomen worden, verschillen in geen enkel opzicht van die van de meest ‘harde en reactionaire’ rechtse fracties van de planeet. De inkomsten uit de olie, die in 2011, na de Libische crisis, aanzienlijk zijn toegenomen, zijn niet voldoende om de vraatzucht van de staat verzadigen. Ze verdampen in ‘alternatieve’ plannen van de nationale begroting, direct en op een eigengereide manier gemanipuleerd door de regering (met als excuus om de ‘sociale uitgaven’ beweeglijker te maken). Ziedaar een regeringsvorm, die een omvangrijke vorm van corruptie mogelijk heeft gemaakt.
Terwijl een groot deel van de werkers moet overleven van een beetje meer dan het minimuminkomen (het equivalent van150 dollar per maand), ontvangt de top van de bureaucratie van de staat, zowel de civiele als de militaire, hoge salarissen en ‘winsten’ om hun loyaliteit aan de regering te waarborgen.
De militaire uitgaven zijn verhoogd, met als excuus om zich te weren tegen de dreiging van ‘een imperialistische invasie door de yankees’, om zich meester te maken van de energiebronnen.
Net als de andere economieën in de wereld ziet Venezuela de staatsschuld exploderen. Deze schuld van 150 miljard dollar, een beetje meer dan 40% van het BIP, is nu nog beheersbaar, maar de economische specialisten signaleren dat, als ze in hetzelfde tempo toeneemt als nu, er een risico bestaat dat er binnen drie jaar een in gebreke blijven van betaling ontstaat. Venezuela zou zich dan dus in een identieke situatie bevinden als Griekenland, die de hulp vereiste van de Europese Unie en een ongekende bezuinigingspolitiek met zich meebracht.
Het chavisme zoekt zijn toevlucht tot dezelfde ‘remedie’ als alle andere bourgeoisieënd: bezuiniging!
Ziedaar de werkelijkheid van de ‘socialistische‘ politiek van Chavez:
- de devaluatie van de bolivar (nationale munt) met 65% in januari 2011, nadat hij begin 2010 al met 100% was gedevalueerd;
- een permanente aanval op de lonen en de sociale uitkeringen;
- een drastische bezuiniging op de subsidies voor voeding en gezondheidszorg;
- een verhoging van de elektriciteitstarieven met de rechtvaardiging om ‘verspilling van elektriciteit’ een halt toe te roepen. Deze maatregel zal op een dramatische wijze de kosten voor levensonderhoud beïnvloeden;
- een verhoging van de benzineprijs, de BTW en verschillende andere belastingen.
Als gevolg van de inflatie hebben de lonen een aanzienlijke verslechtering ondergaan. Volgens CEPAL en de IAO (Internationale Arbeidsorganisatie), zijn de lonen van de Venezolaanse arbeiders in het eerste trimester van dit jaar reëel met meer dan 8% gedaald, in vergelijking met dezelfde periode van 2010. Zoals in vele andere landen is de precaire arbeid blijven toenemen, zowel in de publieke als in de privé-sector: volgens een recente studie, gedaan door de Katholieke Universiteit ‘Andrés-Bello’, heeft 82,6% van de arbeiders in Venezuela een precaire baan. Kortom, ondanks de vastberadenheid van het chavistische regime om de cijfers te vervalsen, is de toename van de armoede een realiteit.
Op het sociale vlak zijn zelfs de ‘Missies’, de sociale plannen bedacht door het chavisme in een poging om de ‘socialistische verworvenheden’ geloofwaardig te maken, door onder de meest armoedige lagen van de maatschappij kruimels uit te delen, beperkt geworden. Momenteel worden de plannen voor de gezondheidszorg, het onderwijs en de uitdeling van voedsel, enz. afgeschaft of zeer beperkt. Het is een feit dat het geheel van openbare voorzieningen met grote snelheid achteruit dondert. Ziedaar een realiteit, die zich voegt bij de schaarste aan verschil-lende basisvoedingsproducten, de constante verhoging van prijzen van de voeding en de noodzakelijke eerste levensbehoeften.
Het meest weerzinwekkend is zonder twijfel het feit dat, deze verschrikkelijke dagelijkse realiteit, zoals altijd onder het kapitalisme, wordt ondergaan door de arbeiders en de meest arme sectoren, terwijl de grote bazen van het regime en hun naasten leven in de grootse weelde. De gelijkenis met bepaalde Arabische en Afrikaanse landen is helemaal niet toevallig.
Ook het proletariaat van Venezuela heeft, langzaam maar merkbaar, deelgenomen aan de vooruitgang van de strijdbaarheid op internationaal vlak. De bourgeoisie van Venezuela heeft zich bovendien niet vergist, want ze heeft een groot deel van haar aanvallen tijdelijk uitgesteld, nadat ze gezien had hoe de arbeiders in Bolivia zich oprichtten. De regering in een ander Latijnsamerikaans land, dat van Evo Morales, heeft inderdaad in december vorig jaar nadat een verhoging van de benzineprijs was afgekondigd, een stap terug moeten doen toen ze geconfronteerd werd met de omvang van de protesten, die haar populariteit sterk aantastten.
In Venezuela heeft het proletariaat van de olie-industie, die in 2003 een harde aanval had moeten ondergaan door ontslag van bijna 20.000 arbeiders, gedemonstreerd tegen het niet-nakomen van de cao . Er waren ook bijeenkomsten van de rijksambtenaren, in de gezondheidszorg en de centrale administratie, om een verhoging van de lonen te eisen en de verbetering van de arbeidsomstandigheden. Nog belangrijker is de strijd die sinds twee jaar gevoerd door de arbeiders van het gebied van de ijzermijnen in Venezolaans Guyana, in het zuiden van het land, een regio waar een twintigtal zware industrieën van de staat geconcentreerd zijn en waar meer dan 100.000 arbeiders werken. In een poging om de arbeiders van deze zone te misleiden en hun strijdbaarheid af te leiden, heeft de regering geprobeerd om verschillende ‘socialistische’ productieplannen door te voeren: nadat geprobeerd was om in de ALCAS (aluminiumfabriek) “zelfbeheer” in te voeren en na Sidor te hebben genationaliseerd, probeert ze nu ‘arbeiderscontrole’ over de productie in te voeren.
Dit is een bewijs van de toename van de sociale protesten in 2011 die moeiteloos de 3000 protesten overstijgen berekend voor 2010, reeds een recordjaar vergeleken met daaraan voorafgaande jaren. Dit betekent een slinkende steun aan Chavez, vooral omdat deze protesten plaatsvonden onder de meest verarmde lagen, die de belangrijkste basis vormden voor de steun aan dit regime. Een recent en dramatisch voorbeeld is dat van de protesten van de families van de gevangenen in het land, die ongenadig onderdrukt werden door de repressiekrachten. Zij manifesteerden tegen de opeenhoping van de gevangenen en de onderdrukking in dezelfde instelling. Het barbaarse regime dat men in deze gevangenis ondergaat is slechts een ergere vorm van wat men dagelijks in het hele land ondergaat, vooral in de armste buurten. In de inmiddels 12 jaar durende “Boliviaanse revolutie” telt dit land meer dan 140.000 moorden. En Chavez durft dat, met een oneerbare aplomb, de ‘vreugdevolle revolutie’ te noemen!
De strijd van het proletariaat en zijn mobilisaties, vormen een ontmaskering van de zogenaamde ‘revolutie’ van de nieuwe burgerlijke elite, die Venezuela regeert. Alleen het verzet van de werkers in de verdediging van hun levensomstandigheden tegen de aanvallen van de staat, die zich baseert op vergaderingen die ertoe aanzetten om de werkers van de verschillende sectoren te verenigen, zal een referentiepunt kunnen worden voor de verarmde massa’s, die hun illusies over de chavisten al beginnen te verliezen. En zo zullen deze bewegingen het spoor vervoegen dat getrokken is door de arbeiders en de uitgebuite massa’s van Noord-Afrika, Griekenland of Spanje, van de beweging van de “Indignados”.
Naar Internationalismo / 30.07.2011
(1) de uitvoer naar de VS is zelfs nog toegenomen met 27,7% in het eerste trimester van 2011 ten opzichte van dezelfde periode in 2010. Hij vertegenwoordigt op dit moment 49% van het totaal van de uitvoer van Venezuela.
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 293.64 KB |
Respect voor de schoonmakers, respect voor het werk dat ze doen, respect voor hun inzet, respect voor hen die het minderwaardigste werk doen voor het laagste loon …. De schoonmakers hebben gelijk om respect te vragen: er wordt ook op hen neergekeken, ze worden behandeld als het ‘uitschot’ van de maatschappij en hun werk wordt op geen enkele manier gewaardeerd. Maar nu stelt zich de vraag:
- zijn zij het enige deel van de arbeidersklasse, wier werk niet gewaardeerd wordt, en is het niet zo dat het langzamerhand de algemene tendens is binnen het kapitalisme om alle arbeiders als een citroen uit te knijpen en ze, als er geen productief leven meer in zit, als oud vuil aan de kant te smijten?
- dat het ritme, de vorm en de plaats van de acties voornamelijk wordt overgelaten aan de vakbond, is dat echt de beste manier om respect af te dwingen? De vakbond heeft immers nooit uitgeblonken in de verdediging van de belangen van de arbeiders, daarentegen wel een behoorlijke reputatie opgebouwd om ieder vorm van de arbeidersstrijd in een impasse te leiden.
De ‘eis’ om respect is een eis, die een werkelijk bestaande behoefte in de klasse tot uitdrukking brengt. Maar de manier waarop die onder de schoonmakers vorm gegeven wordt, beantwoordt niet echt aan de natuur van een arbeidersklasse, die strijd voor het behoud van haar waardigheid tegen de toenemende opdrijving van het werktempo, tegen de verlaging van hun lonen, en tegen de precariteit, waar een steeds groter deel van de klasse in ondergedompeld wordt. Waarom, zo stelt zich de vraag? Omdat de arbeidersklasse niet klasse is die om respect vraagt, maar één is die respect afdwingt: óf ze werkt om, hoe dan ook, op een waardige manier haar bijdrage te leveren aan het maatschappelijke productieproces óf ze neemt onverbiddelijk de strijd op omdat de werkomstandigheden te mensonwaardig zijn geworden.
Hoe moeten we de ‘acties’ van de schoonmakers in januari en februari dan inschatten? Is dat een vorm van strijd, die werkelijk tot uitdrukking brengt hoe de klasse haar strijd voert en haar eigen identiteit in de strijd vorm geeft of zijn dit vormloze acties, die gekneed zijn op de manier die vakbonden en de rest van de burgerlijk fracties in Nederland dat graag zien?
Wat de arbeidersstrijd kenmerkt en wat haar strijd vooruitzicht geeft, is de massale, verenigde strijd, waarin ze haar solidariteit tot uitdrukking brengt. Haar strijd kenmerkt zich door gevechten, die overal tegelijkertijd plaatsvinden en waarbij politieke en economische vormen van strijd voortdurend door elkaar heenlopen en zich met elkaar vermengen. Ze kenmerkt zich tevens door de tendens om de strijd zelf in handen te nemen en, in algemene vergaderingen, zelf te beslissen over de richting van de strijd.
De regionale acties, die in de zomer van het afgelopen jaar, bij de bedrijfspoorten van de sociale werkvoorzieningen plaatsvonden, zijn daar verre van gebleven. Integendeel de linkse partijen hebben er goede sier mee kunnen maken door in de diverse gemeenteraden, waar deze sociale werkvoorzieningen onder vielen, luid en potsierlijk te protesteren en voorstellen te doen om de ergste gevolgen voor de betrokkenen af te zwakken
In het kader van de onderhandelingen over een nieuw akkoord tussen de vakbonden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) protesteerden de gemeenteambtenaren in de week van 2 tot 10 november tegen voorgenomen bezuinigingen, ontslagen en verhoogde werkdruk in de publieke sector. Maar de acties werden door de vakbond plaatselijk afgezonderd en in allerlei verschillende vormen gegoten, zodat de protesterende werkers geen enkele kans kregen hun solidariteit met elkaar tot uitdrukking te brengen en hun strijd een meer algemeen karakter te geven.
De huidige acties onder de schoonmakers zijn, na de zoveelste “mars van respect”, ook niet in staat om de werkelijke strijdwil van de klasse tot uitdrukking brengen. Eveneens gaat het idee van het ‘recht op respect’ ervan uit dat er voor ons nog rechten bestaan. In het kapitalisme bestaat echter maar één recht: dat van de ondernemers om de arbeiders uit te buiten en over onze ruggen winst te genereren. De schoonmakersacties zijn grotendeels een manoeuvre van de bourgeoisie om, met de vakbond voorop, de aandacht af te leiden van situatie van de ‘gewone’ werkers, die zo langzamerhand allemaal geconfronteerd worden met dezelfde precaire levensomstandigheden (1)
Acties, zoals hierboven geschetst, lijken heel radicaal, maar zijn het alleen maar in schijn. Daartegenover dragen ze zelfs het gevaar in zich de verdeling en machteloosheid in de klasse alleen maar te doen toenemen. En dat niet alleen omdat ze geen werkelijke klassemacht tot uitdrukking brengen, maar ook omdat ze worden voorgesteld als een strijd van een specifieke onderklasse, en niet als een uitdrukking van de arbeidersklasse. Hiermee worden ze worden zorgvuldig gescheiden gehouden van strijd van de werkers in het onderwijs, de mensen van het openbaar vervoer, de werkers in de zorg, de arbeiders bij NedCar en Wegener, enzovoort
Dit geldt eveneens voor de komende actie-tiendaagse tegen bezuinigingen op de bijstand, de sociale werkvoorziening – waar 60.000 banen moeten verdwijnen - en de Wajong (de uitkering voor jonggehandicapten) die waarschijnlijk net zo weinig zoden aan de dijk zetten. Of de FNV de acties nu voert onder de leuze: ‘Armoede werkt niet’ of ‘Laat kwetsbaar Nederland niet vallen’ …
Beide bovengenoemde groepen laten de overdenking van de strijd nagenoeg geheel over aan de vakbond en worden zodoende meestal door de voorstellen van deze laatste ingepakt. Hun acties zijn dan ook niet in staat het systeem werkelijk in vraag te stellen en relatief gemakkelijk in een ‘democratisch’ vaarwater gevangen te houden. Daarbij sluiten, wat betreft de schoonmakers, alle linkse fracties van de bourgeoisie zich aan bij de campagne om er een graantje van mee te pikken.
- Voor de FNV (met zijn organising) is natuurlijk het belangrijkste dat ze haar geloofwaardigheid weer wat kan opkrikken onder een deel van de werkers, dat tot nog toe niet of nauwelijks ‘georganiseerd’ was en weer een aantal nieuwe leden kan inschrijven;
- Voor parlementair links (SP, GroenLinks) gelden er ander belangen, die overigens niet tegengesteld zijn aan die van de vakbond. Zij ondersteunt de manoeuvres van de vakbonden vooral op propagandistisch vlak door nog eens extra te onderstrepen dat de schoonmakers net zozeer respect verdienen
Er waren ook pogingen van minderheden van de klasse om de solidariteit met de schoonmakers in concrete activiteiten tot uitdrukking te brengen. Maar dat ging nog gepaard met de nodige illusies. Er werd niet goed begrepen dat, als de schoonmakers wordt voorgehouden dat er een fundamenteel verschil is tussen hun strijd en die van de klasse als geheel, je de daaruit voortvloeiende verdeling niet oplost door ze als een soort van katalysator van de strijd te bombarderen.
Toch bestonden er tegelijkertijd ook geluiden, die er geen enkele misverstand over lieten bestaan dat: “We achter de eisen staan van de schoonmakers, dat we solidair zijn met hun strijd, en dat we bereid zijn om (nu en in de toekomst) zij aan zij te staan met wie opkomt voor onze rechten als mensen, als werknemers, rechten die juist nu in deze onnodige crisistijd extra onder druk komen te staan, voor schoonmakers, andere arbeiders en studenten wereldwijd.” (Kritische Studenten Utrecht)
Natuurlijk hebben zowel de schoonmakers, de jonggehandicapten, evenals de scholieren en de leraren, groot gelijk hebben om zich verzetten tegen de verslechtering van hun werk- en levensomstandigheden. Hetzelfde geldt voor acties die op stapel staan onder de werkers van het (aangepast) onderwijs, de gemeente-ambtenaren, enzovoort. Ze maken deel uit van dezelfde klasse en de gelijktijdigheid van hun strijd kan de voorwaarden scheppen voor een nieuwe periode van gemeenschappelijk verzet. Maar dat zal niet gemakkelijk zijn, omdat de klasse nog in verwarring is over haar eigen identiteit en nog onvoldoende vertrouwen heeft in eigen kracht. En om die moeilijkheid te boven te komen, moet ze eerst een zekere vorm van angst zien te overwinnen en de strijd een massaal karakter geven.
De werkers van ‘Viva Zorggroep’ in de zomer van 2011 hebben daartoe een eerste aanzet gegeven. In hun strijd kwam het wezen van de arbeidersstrijd duidelijker tot uitdrukking, door hun pogingen, niet alleen om hun strijd zelfstandig te voeren, maar ook om solidariteit te zoeken bij andere delen van de klasse, ook al gebeurde dat hoofdzakelijk bij dezelfde categorie van thuiszorgmedewerkers.
De strijd van de klasse kwam, aan het einde van het afgelopen jaar, ook duidelijker tot uitdrukking bij de schoonmakers bij een tweetal Ministeries. Bij beide Ministeries wil de bourgeoisie 25% aan bezuinigen doorvoeren door hetzelfde werk met minder mensen te doen en de werkdruk tot op een onmenselijke manier op te voeren. Maar de schoonmakers hebben vijftig dagen lang geen millimeter toegegeven en met hun actie - die zelfs de nodige sympathie ondervond onder een deel van de ambtenaren - voorlopig toch een werkgarantie en een onafhankelijke werkdrukmeting afgedwongen.
Bij de zorginstelling Amsta zijn in de week van 25 januari 100 medewerkers naar de voorzitter van de Raad van Bestuur gestapt met de duidelijke boodschap: "Wij willen goede kwaliteit van zorg geven, dat betekent dat er meer personeel bij moet en dat de flexibele inzet minder moet". Zich realiserend dat ze na hun actie, flink onder druk zouden kunnen worden gezet, brengt hun actie toch de moed tot uitdrukking die er op dit moment in de klasse bestaat.
Op woensdag 1 februari heeft er een actievergadering plaatsgevonden van de studenten ter voorbereiding van de strijd tegen de komende afschaffing van de studiefinanciering in de masterfase. De vergadering heeft unaniem besloten om de strijd aan te gaan onder de leus: “Goed en toegankelijk onderwijs”, zowel voor de universiteiten, als de hogescholen, de vmbo’s, het aangepast onderwijs als het basisonderwijs. Net zoals de schoonmakers, de arbeiders in de havens, de scholieren, de transportarbeiders, de leraren, de mensen van het openbaar vervoer, waarmee ze zich verwant voelen en solidair zijn, eisen studenten ook een vooruitzicht op een fatsoenlijke opleiding.
Bovengenoemde voorbeelden laten zien dat er nog veel potentieel aan strijdwil bestaat in de klasse. In de komende periode bestaat er daarom een reëel perspectief tot versterking van de strijd. Daarbij is het essentieel dat de arbeiders zich niet blijven blindstaren op de bijzondere strijd van de speciale categorieën, zoals die van een zogeheten ‘precariaat’, maar haar zicht verbreedt, de solidariteit ontwikkelt door eisen formuleren waar een groter deel van de klasse zich in herkent. Alleen zo kan het potentieel van de situatie werkelijk tot uitdrukking gebracht worden in een strijd met vooruitzicht: een steeds massalere beweging met uitzicht op een alternatief voor het kapitalisme.
Dellix / 15.12.2012
1) Een werkgroep van ambtenaren heeft laten doorschemeren dat er, bovenop de geplande 18 miljard, nog eens 15 miljard bezuinigd moet gaan worden in de publieke sector. Daarnaast kondigen de bedrijven in de privé-sector in Nederland (Philips, KLM en TataSteel, de bouwsector) de ene reorganisatie na de andere aan. Dit maakt duidelijk dat werkelijk de hele arbeidersklasse, geen enkele categorie meer uitgezonderd, wordt aangevallen middels ontslagen en een meer dan gemiddelde verlaging van hun inkomens.
Op 28 februari 2012 werd in India een stakingsdag gehouden waartoe opgeroepen werd door 11 nationale vakbondscentrales (het was de eerste keer sinds de onafhankelijkheid van het land dat zij samen optraden) en 50.000 kleine vakbonden, die 100 miljoen arbeiders uit heel het land vertegenwoordigen. Ze betrof talrijke sectoren, met name de bankbedienden, de arbeiders van de post en het openbaar vervoer, het onderwijzend personeel, de havenarbeiders... Deze mobilisatie werd begroet als een van de meest massale stakingen ter wereld tot op heden.
Het feit dat miljoenen arbeiders op de been gekomen zijn bewijst dat, ondanks alle praatjes over de Indiase economische ‘boom’, die niet als dusdanig aangevoeld wordt door de arbeidersklasse. De telefonische call-centers en de industrie verbonden aan de informatica in India zijn bijvoorbeeld voor 70% afhankelijk van Amerikaanse bedrijven en hebben zwaar te lijden onder het gewicht van de economische crisis. Hetzelfde geldt in een hele reeks sectoren. De Indiase economie staat niet buiten de rest van de wereldeconomie en haar crisis.
Ook in India groeit de woede onder de arbeiders. Daarom zijn de vakbonden overeen gekomen om samen tot staking op te roepen... om samen verenigd het hoofd te bieden aan... de arbeidersklasse! Welke andere betekenis zouden we kunnen geven aan die plotselinge eensgezindheid van de vakorganisaties, zij die in het verleden, bij iedere vorige mobilisaties tegen de regeringsmaatregelen, steeds systematisch de verdeeldheid georganiseerd hebben?
Verre van aan te tonen dat de bourgeoisie de arbeiders vandaag zonder ophouden aanvalt, vanwege haar zieke en verrottende systeem, proberen de vakbonden integendeel te doen geloven dat we eigenlijk vertrouwen moeten hebben in dit systeem en dat de bourgeoisie al onze wensen kan vervullen, als ze dat zou willen. Het bewijs daarvan is de cocktail van eisen die door de vakbonden gesteld worden, met name die van de invoering een nationaal minimumloon, van stabiele banen voor 50 miljoen arbeiders met een precaire job, van maatregelen van de regering om de inflatie in toom te houden (die bedroeg dan ook 9% bedroeg in het grootste deel van de laatste twee jaar), van verbetering van de sociale zekerheid zoals pensioenen voor alle arbeiders, van een versterking van het arbeidsrecht zoals het recht op vereniging in vakbonden en van het stopzetten van de privatisering van staatsbedrijven. Die eisen van de vakbonden steunen allemaal op de veronderstelling dat de regering in staat is in te gaan op de noden van de uitgebuite klassen. Zo verspreiden ze de leugen dat ze de inflatie kan verminderen, of dat, gevolg gevend aan de oproep de overheidsdiensten te verdedigen, de uitverkoop van hele delen van de openbare sector aan de privésector op een of andere manier voordelig zou zijn voor de arbeidersklasse.
Een zeer selectieve 'eenheidsstaking'
De vakbonden hebben niet hun leden niet konsewent gevraagd zich bij de staking aan te sluiten. Meer dan anderhalf miljoen spoorwegarbeiders en vele andere werkers, waarvan de meesten lid zijn van die vakbond, werden niet opgeroepen om te staken. In de meeste industriezones, in honderden kleine en grote steden over heel India, bleven miljoenen arbeiders in de priv?sector aan het werk en riepen hun vakbonden hen niet op tot staking, terwijl de arbeiders uit de openbare sector staakten. Terwijl ze opriepen tot een 'algemene staking', zijn de vakbonden er niet vies van dat miljoenen leden die dag, zoals gewoonlijk, aan het werk gaan.
Zelfs in sectoren waar de vakbonden tot staking opriepen, bestond hun houding er eerder in op te roepen tot een soort 'afwezigheidsstaking'. Vele arbeiders hebben gestaakt door gewoon thuis te blijven. De vakbonden hebben niet veel moeite gedaan om hen samen de straat op te krijgen en betogingen te organiseren. Evenmin om de miljoenen arbeiders van de privésector, die lid zijn van de stakende nationale vakbonden, bij de staking te betrekken. Deze manoeuvre moet in verband gebracht worden met het feit dat de arbeiders in de privésector recent, en al een hele tijd, veel strijdlustiger waren en minder respect toonden voor de wet van de bourgeoisie. In de industriezones zoals Gurgaon en in de autosector bij Chennai, waar recent belangrijke strijd plaatsvond, zoals bij Maruti in Gurgaon en Hyundai bij Chennai, hebben de arbeiders zich niet bij deze staking aangesloten
Waarom riepen de vakbonden op tot deze staking?
Het is duidelijk dat de vakbonden deze staking niet gebruikt hebben om de arbeiders te mobiliseren, om hen op straat te brengen en zich te verenigen. Ze hebben haar gebruikt als een ritueel, als een middel om wat stoom af te laten, om de arbeiders te verdelen, om hen aan te zetten tot passiviteit en hen te demobiliseren. Thuis tv zitten kijken, dat versterkt de eenheid en het bewustzijn van de arbeiders niet. Dat versterkt enkel het gevoel van isolement, van gelatenheid en het gevoel een kans gemist te hebben. Als dat de houding is, waarom hebben de vakbonden dan tot staking opgeroepen? Wat heeft hen tot eensgezindheid kunnen brengen, de BMS (1) met zijn meer dan 6 miljoen leden inbegrepen? Om dat te begrijpen moeten we zien wat de werkelijke economische en sociale toestand is, en wat er binnen de arbeidersklasse in India gebeurt.
Ondanks alle grote woorden over de economische 'boom', is de economische situatie er de laatste jaren op achteruitgegaan. Zoals overal is de economie in crisis. Volgens de statistieken van de regering is de jaarlijkse groeivoet teruggevallen van 9% naar ongeveer 6%. Vele industrieën werden hard getroffen zoals die in de sector van de informatica, de textiel, de diamantverwerking, de consumptiegoederen, de infrastructuur, de private elektriciteitsbedrijven, het luchtvervoer. Dat heeft geleid tot een intensifiëring van de aanvallen op de arbeidersklasse. De inflatie hangt sinds meer dan twee jaar rond de 10%. De inflatie voor voedingswaren en voor middelen voor andere basisbehoeften ligt nog een stuk hoger, en bereikt soms de 16%. De arbeidersklasse zinkt weg in de ellende.
In deze omstandigheden van verslechterde levens- en werkomstandigheden is de arbeidersklasse weer de weg van de klassestrijd opgegaan. Sinds 2005 zien we een gestage toename van de klassestrijd in geheel India, waaruit duidelijk blijkt dat ze zich inschrijft in de huidige ontwikkeling van de klassestrijd op wereldvlak. Vooral in de jaren 2010 en 2011 waren er talrijke stakingen in vele sectoren waarbij duizenden arbeiders hebben deelgenomen aan fabrieksbezettingen, wilde stakingen en protestbijeenkomsten. Enkele van deze stakingen waren zeer belangrijk, met name in de autosector zoals die van de arbeiders van Honda Motor Cycle in 2010 in Gurgaon en die van Hyundai Motos in Chennai in 2011, waarbij de arbeiders het werk verschillende keren neergelegd hebben tegen de werkonzekerheid en andere aanvallen door de bazen en waarbij ze blijk gaven van een grote strijdwil en vastbeslotenheid in de botsingen met het repressieapparaat van de ondernemers.
Recentelijk, tussen juni en oktober 2011, zijn de arbeiders in de autosector opnieuw op eigen initiatief, zonder vakbondsordewoorden af te wachten, in beweging gekomen en dat ging gepaard met een sterke tendens tot solidariteit en de wil de strijd naar andere bedrijven uit te breiden. Ze drukten ook de tendens uit tot zelforganisatie en de organisatie van algemene vergaderingen, zoals tijdens de stakingen bij Maruti-Suzuki in Manesar, een nieuwe stad die verbonden is met de industrie-boom in de streek van Delhi, waarbij de arbeiders de fabriek bezet hebben tegen het advies van 'hun' vakbond in. Na de onderhandelingen, die begin oktober door de vakbond gevoerd werden, konden 1200 arbeiders, die een contract hadden, niet terug aan het werk. Daarop zijn 3500 arbeiders, om hun solidariteit te tonen, weer terug in staking gegaan en hebben het autoassemblagebedrijf bezet. Dat mobiliseerde 8000 arbeiders in andere solidariteitsacties in een dozijn andere bedrijven in de regio. Het leidde ook tot bijeenkomsten en de vorming van algemene vergaderingen om te verhinderen dat de vakbonden de strijd zouden saboteren.
Het herontdekken van de algemene vergadering als de meest geschikte vorm om de strijd uit te breiden en om idee?n uit te wisselen op zo breed mogelijke schaal, betekent een formidabele stap vooruit voor de klassestrijd. De algemene vergaderingen bij Maruti-Suzuki on Manesar stonden open voor iedereen en moedigde elkeen aan deel te nemen aan de overdenking van de richting en de doeleinden van de strijd.
Naast deze strijdgolf, die langzaam aanzwelt, heeft de strijd die zich afspeelde in het Midden-Oosten, in Griekenland, in Groot-Brittannië, het geheel van de 'Occupy'-beweging zijn weerklank gehad in de arbeidersklasse in India.
Op het moment van de gewelddadige confrontatie bij de motorfabriek Honda en tijdens de herhaalde stakingen bij Maruti-Suzuki, konden we duidelijke uitingen zien van een zekere angst bij de bourgeoisie. Telkens merkten de media op dat de stakingen zich zouden kunnen uitbreiden, andere autobedrijven in Gurgaon bij de acties zouden kunnen betrekken en de hele regio kunnen verlammen. Dat was geen speculatie. Terwijl de voornaamste stakingen slechts enkele fabrieken troffen, kwamen andere arbeiders naar de poorten van de stakende bedrijven. Er waren gemeenschappelijke arbeidersbetogingen en zelfs een staking in het gehele industriegebied van Gurgaon. De provinciale regering zelf maakte zich ernstige zorgen over de uitbreiding van de staking. De Eerste Minister en de Minister van Arbeid van Haryana hebben, op aanraden van de Eerste Minister en de Minister van Arbeid van de Unie, de ondernemers van de bedrijven en de vakbonden samengebracht om de staking te verstikken.
Zoals de rest van de bourgeoisie maken de vakbonden zich nog grotere zorgen over een mogelijk verlies van controle over de arbeiders, als de strijdwil blijft stijgen. Dat was ook zeer duidelijk bij de stakingen bij Maruti in 2011, toen de arbeiders acties voerden die duidelijk ingingen tegen wat de leidingen van de vakbonden wilden. Die angst heeft de vakbonden ertoe gebracht te doen alsof ze actief zijn. Ze hebben opgeroepen tot een aantal rituele stakingen, een staking van de bankbedienden in november 2011 inbegrepen. De huidige staking, die zonder twijfel een uiting is van de groeiende woede en strijdwil binnen de arbeidersklasse, is ook een van de recentste pogingen van de vakbonden om die laatste te beknotten en te kanaliseren.
De arbeiders moeten inzien dat een rituele stakingsdag en rustig thuis blijven ons niet vooruit helpt. Evenmin als samenkomen in een park om te luisteren naar de redevoering van vakbondsleiders en leden van parlementaire partijen. De bazen en hun regering vallen ons aan omdat het kapitalisme in crisis verkeert en ze geen andere keus hebben. We moeten begrijpen dat alle arbeiders aangevallen worden. Passief en van elkaar geïsoleerd blijven zal de bazen er niet van weerhouden hun aanvallen tegen de arbeiders op te drijven. De arbeiders moeten die gelegenheden gebruiken om de straat op te gaan, bijeen te komen, te discussiëren met andere arbeiders. Ze moeten de strijd in eigen handen nemen. Dat zal niet onmiddellijk leiden tot een oplossing van de problemen die de arbeiders ondervinden, maar zal een waarachtige ontwikkeling van de strijd mogelijk maken. Het zal ons helpen onze strijd te ontwikkelen tegen het kapitalistische systeem en te ijveren voor de vernietiging ervan. Zoals degenen zeiden die in februari 2012 de rechtsfaculteit in Athene bezetten: "Om ons te bevrijden van de huidige crisis, moeten wij de kapitalistische economie vernietigen!"
Op basis van twee artikels, verschenen in Communist Internationalist, Orgaan van de IKS in India (maart 2012)
Voetnoten
(1) Bharatiya Mazdoor Sangh (Indiase arbeidersbond)
In de acties kregen de schoonmakers steun van andere groepen, zoals anarchisten, studenten en allerlei activisten. De schoonmakers ervaarden dat als positief en waren daar zeker verheugd over, omdat het isolement waarin ze – al lange tijd – verkeren, daarmee enigszins doorbroken schijnt te worden.
Maar de steun die ze kregen, versterkte die ook werkelijk hun strijd en doorbrak die hun gevoel, opgesloten te zijn in hun eigen sector? Het resultaat van alle ‘solidariteit’ met de schoonmakers verloste de schoonmakers niet van hun gevoel van isolement en kon niet voorkomen dat hun acties door de vakbond plotseling beëindigd werd in een halfslachtig compromis.
Wat is de reden dat de solidariteitsacties en -verklaringen van deze groepen niet het gewenste effect bereikten? Dat komt omdat ze niet tegemoet kwamen aan de natuurlijke behoefte van de arbeidersklasse om de strijd tegen het kapitaal als één verenigde strijd te voeren, door de eisen van de schoonmakers en die van andere sectoren onder één en dezelfde noemer te brengen: "jullie strijd is onze strijd". Dat is een devies dat de strijd van de hele klasse met elkaar verbindt. Dat is de manier waarop de solidariteit van de klasse zich werkelijk tot uitdrukking brengt!
Als één van de bovengenoemde groepen een spandoek uitvouwt met de tekst: "wij zijn ook schoonmakers", dan doen ze het tegendeel van wat de strijd nodig heeft. Als de andere sectoren van de arbeidersklasse (werkers in de zorg, bouwvakkers, machinisten, etc.) zich bij de strijd van de schoonmakers vervoegen onder de leus "wij zijn ook schoonmakers", dan verzwakken ze daarmee de strijd van de klasse in plaats van haar te versterken.
Zo dachten activisten van de bovengenoemde groepen hun solidariteit met de schoonmakers tot uitdrukking te kunnen brengen door een campagne te voeren onder de leus: ‘kijk eens wat er gebeurt als de schoonmakers staken, om vervolgens op de VU in Amsterdam toiletten te vervuilen en op het Centraal Station in Utrecht kranten uit de vuilnisbakken te verscheuren en de snippers overal rond te strooien!’
Het wezen van het activisme bestaat erin misbruik te maken van de tijdelijke aarzelingen (…) van een beweging om haar oprecht bestaande openheid te stijven en ze af te leiden naar het reformisme en een campagnes voor één enkel doel. Deze politiek draagt er alleen maar toe bij om het potentieel en het oorspronkelijke elan van de strijd uit te putten in een legio van demonstraties en directe acties, waarvan het doel niet is om eenheid op te bouwen en de betekenis van het zelfvertrouwen te steunen, maar veeleer om hun potentieel te verzwakken. (…) "Het activisme bindt de beweging aan de idee dat de kapitalistische staat kan interveniëren ten gunste van de bezitlozen, en dat het kapitalisme nog mogelijkheden en welvaart te bieden heeft."(1)
Ook "claims van anarcho-syndicalistische organisaties, die‘niet-ideologisch’ zouden zijn, vormen geen alternatief voor de valse verdeling opgelegd door het kapitalisme, (…) in de praktijk eindigt ze meestal als een links activistisch netwerk dat de ideologie van de hoofdstroom, van nationalistisch links, reproduceert." (2)
"De activist identificeert zich met een of ander doel dat losstaat van zijn eigen leven: een actie tegen het kapitalisme dat kapitalisme definieert als iets ‘daarbuiten’; terwijl de echte macht van het kapitalisme zich hier bevindt, in onze eigen levens, we recreëren haar macht iedere dag, omdat het kapitaal geen ding is,maar een sociale verhouding tussen mensen (en dus de klassen) die bemiddeld wordt door de dingen." (3)
De meer ervaren activisten streven in wezen naar een bevoorrechte positie en status in de bestaande maatschappij en identificeren zich zodoende meer met de vakbondsideologie, dan met de spontane en zelfstandige uitdrukkingen van de klassesolidariteit van de protesterenden, die tot uitdrukking gebracht worden aan de basis. Uiteindelijk bestaat er niet eens meer een echt verschil tussen de activisten binnen de groepen, die hun solidariteit menen te betuigen met de acties van de schoonmakers en de betaalde organisers van FNV-Bondgenoten (waarvan één of enkelen lid zijn van Doorbraak!).
Als het activisme van bovengenoemde groepen bekritiseerd wordt, dan kan dat heftige reacties oproepen: "dus schrijven we maar een lap tekst en blijven we langs de zijlijn staan? …. grow up!" Zo’n reactie is kenmerkend voor het activisme, dat ook snel de neiging heeft anderen te verwijten, dat ze niet bereid zijn zich op te offeren voor de ‘goede zaak’.
Wat essentieel is voor de versterking van de strijd van de werkers is, naast de effectieve vereniging van de strijd onder één en dezelfde noemer (zoals met de kantinemedewerkers van de VU), de aanmoediging tot verdieping van het begrip van hoe het kapitalisme werkt. Het moet ook duidelijk worden aan de werkers waarom het kapitalisme niet langer blijvende verbeteringen kan bieden, welke strijd gevoerd moet worden om de toenemende uitbuiting en onderdrukking tegemoet te treden en hoe daar vorm aan te geven. Wat dat betreft bevinden er zich binnen de bovengenoemde groepen zeker ook militanten, die oprecht begaan zijn met de strijd van de klasse. Maar tegelijkertijd zullen zij nooit op een effectieve manier kunnen bijdragen aan de éénwording van de strijd van de klasse als ze zich niet losmaken van de activistische praktijk.
"Individuele militanten binnen het activistische milieu, die oprecht geïnteresseerd en betrokken zijn in de vooruitgang van de strijd van de uitgebuiten, kunnen niet gelijkgesteld worden met de vijanden van de arbeidersklasse. Maar hun politieke ontwikkeling, hun helderheid over de doelen en de methoden van de strijd zal zich nooit kunnen ontwikkelen zolang ze zich niet losmaken uit de valstrik van het activisme, dat alles zal doen om hen ervan te weerhouden werkelijke klassestandpunten in te nemen."(1)
Capri / 2012.04.15
Voetnoten
(1) Activism is no substitute, IKS-site Internationalism Online. Op deze site zijn inmiddels 55 reacties verschenen op de tekst die gepubliceerd is door Internationalism, de afdeling van de IKS in de Verenigde Staten. https://my.firedoglake.com/jest/2012/03/29/activism-is-no-substitute-for... [62]
(2) De ‘Verklaring van het Birov-Collectief in Servie’ brengt heel duidelijk een reeks van fundamentele klassestandpunten naar voren waaronder de bevestiging van de revolutionaire aard van de arbeidersklasse tegen alle ‘postmarxistische misleidingen’ en de noodzaak van zelforganisatie van de arbeidersklasse tegenover de vakbonden, gedefinieerd als organen van de burgerlijke staat.
(3) Vergeet het activisme. Dit is een vertaling van een tekst Give up activism, een tekst die was verschenen naar aanleiding van de ‘Internationale actiedag tegen het kapitalisme’ op 18 juni 1999 in Engeland. Deze tekst is ook al een keer onderwerp van discussie geweest op een bijeenkomst van de AGA (de Vrije Bond) in Amsterdam.
De regering Rutte heeft vanaf het moment van haar installatie, in het najaar van 2010, bijna voortdurend op het slappe koord gedanst. Als gevolg van de herhaalde manoeuvres van de PVV, die haar gedoogde, is ze uiteindelijk toch gevallen. Met het "neen" Geert Wilders en de terugtrekking van de PVV, ging het Catshuisakkoord, dat door de leiders van de drie betrokken partijen was overeengekomen, ook voor de bijl. De politiek moest helemaal opnieuw beginnen en een nieuw bezuinigingsplan in elkaar te zetten, met de datum van 30 april, als een hakbijl dreigend hangend boven het hoofd.
Maar binnen een week was de deceptie alweer omgeslagen in een euforie. Alexander Pechtold had het kunststukje weten uit te halen: het rompkabinet werd opgevangen in een net, gespannen door de drie partijen (GroenLinks, ChristenUnie en D’66), die dat ook al eens gedaan hadden toen de missie in Kunduz (Afghanistan) voortgezet moest worden. Vijf partijen vonden elkaar in akkoord dat in ieder geval de schijn wekte te hebben voldaan aan de eis van Europa: tijdig een plan presenteren, dat gaat in de richting van een vermindering van het begrotingstekort tot 3% van het BBP.
Het ‘wandelgangakkoord’ stelt kwa inhoud echter niets voor. Of, zoals de econoom M. Bouman in de uitzending van DeWereldDraaitDoor zei: dit is in feite het Catshuisakkoord, met wat progressieve tintjes om de Kunduzcoalitie gunstig te stemmen". Europa had een soortgelijk flutbriefje uit Griekenland nooit hebben geaccepteerd. Het ‘Kunduz-akkoord’ schiet op alle vlakken tekort: want behalve het feit dat het ver onder de benodigde 16 miljard blijft, behelst het heel wat open eindjes, die nog verre van ingevuld zijn. Maar dit ‘schijnakkoord’ geeft de bourgeoisie in Nederland wel de nodige ruimte om de installatie van een nieuwe regering te verdagen en de periode daar naartoe, middels een intensieve verkiezingscampagne, te gebruiken om de arbeiders een rad voor de ogen te draaien.
Eind juni 2011 schreef de Financial Times al eens dat Nederland zonder twijfel het meest dwarse land geworden was in de strijd over de toekomst van Europa. Zo stemde het parlement in oktober vorig jaar in met de motie van het parlementslid Arie Slob (1) vanwege haar ongenoegen over het feit dat al die ‘knoflooklanden’ de begrotingsregels aan hun laars lapten waardoor wij, de ‘fatsoensrakkers’ die onze zaakjes wel goed op orde hebben, de rekening kunnen betalen. "We laten onze ouderen niet betalen voor de frauderende Grieken. Wat ze ook allemaal goedkoop zwartepieten." (G. Wilders, 21-04-2012) Daarnaast weigeren de EU en de regeringsleiders volgens de SP de speculanten aan te pakken, die volgens deze partij de werkelijke veroorzakers van de crisis zijn.
Maar nu wordt de, binnen de EU overeengekomen, 3%-regeling door de verwerping van het Catshuisakkoord door Nederland zelf ook overboord gezet. Daarmee wordt er precies gedaan wat de meerderheid van de parlementsleden Griekenland vorig jaar oktober nog verweet: namelijk dat ze zich niet hielden aan de begrotingsovereenkomst van de EU. Dit bevestigt alleen maar het beeld, dat de Financial Times vorig jaar schetste van de rol van de populistische partijen als de PVV en – in mindere mate - de SP, die van Nederland het Griekenland aan de Noordzee dreigen te maken.
"Wij hebben de rug rechtgehouden tegen de drie-procentseis van de "Brusselse bureaucraten". Ik kan mijn kiezers recht in de ogen kijken." (G. Wilders, Dagblad Kennemerland, 23 april 2012)
"De Europese regeringsleiders willen een Europees Economisch bestuur instellen. Maar de SP wil dat niet! Want als een land niet genoeg bezuinigt, (en) houdt een land zich niet aan het "dictaat uit Brussel", dan volgen miljardensancties." (….) Daarom:"met een stem op de SP, stemt u resoluut tegen nog méér "Brusselse" bevelen en bevoegdheden." (SP)
Wilders’ onderzoek naar de terugkeer naar de gulden is een andere duidelijke uitdrukking van het verzet in Nederland tegen het ‘dictaat van Europa’. Hoewel de uitslag van het onderzoek niet onverdeeld positief was en de terugkeer naar de gulden zeker niet minder kost dan ze oplevert, dreigt dit soort onderzoeken de gemoederen in Nederland en evenals in verschillende andere landen in Europa wel los te maken.
In een artikel genaamd ‘Het rapport dat de eurozone zal doen exploderen’ schrijft de website ‘Business Insider’ dat " als Nederland een brede discussie voert over het rapport en de kwesties die erin worden aangekaart, zal Duitsland dat niet kunnen negeren en achterblijven. En dan zal Frankrijk ook niet achter kunnen blijven". (…) "De Duitse en Nederlandse bevolking is nu al heel nerveus over het feit dat ze met bezuinigingen te maken krijgt, terwijl miljarden euro’s naar Zuid-Europa worden overgeheveld. Tot nu toe bewaarde de bevolking haar kalmte, uit angst voor een economische ramp, die eensluidend voorspeld werd door de regeringsleiders. Het is niet alleen het rapport, het is een combinatie van factoren. (…) De anti-Europese stemmen (…) zullen daar zeker voor zorgen". (Business Insider, 29 januari 2012)
Binnen de bourgeoisie in Nederland bestaat ook een groeiende tendens om minder de nadruk te leggen op maatregelen ter bezuiniging en meer ter stimulering van de economie. Paul Krugman, de Amerikaanse Nobelprijswinnaar en pro-Keynesiaan, waarschuwde al maanden tegen de ‘eurosuïcidale neigingen’ in het merendeel van de toespraken over de maatregelen. De cijfers van de economische politiek in landen als Spanje, Ierland en Portugal, die netjes de directieven van de ECB en Duitsland volgen, laten catastrofale cijfers zien; zowel op het vlak van de groei, de werkloosheid, als op het vlak van de staatsinkomsten en de schuldenlast. Uit dit gegeven heeft een deel van de politieke klasse in Nederland opgemaakt dat deze politiek de economische crisis ook niet oplost.
Bij een negatieve economische ontwikkeling gaat de klok altijd luiden als de klepel richting stimuleren wijst. Aan deze stimuleringskant kregen de PVV en de SP onder andere gezelschap van de PvdA die, onder de nieuwe leiding van Diederik Samsom en Hans Spekman, zichzelf weer wat kleur wil geven. Een van de belangrijkste ideologen van de PvdA en directeur van het CPB, Coen Teulings, vindt dat er ‘’geen extra bezuinigingen moeten komen in landen in de EU die geen onmiddellijk gevaar lopen uitgesloten te worden van toegang tot de internationale kapitaalmarkt". En Nederland is zo’n land dat ook best nog toegang heeft tot de internationale kapitaalmarkt.
Maar zelfs D’66, een van de deelnemers aan het nieuwe akkoord, is eigenlijk een voorstander van meer stimuleringsmaatregelen: "Iedere dag geven we in dit land 77 miljoen teveel uit, een snel oplopende schuld die we doorschuiven naar de volgende generatie. We zullen de economie moeten stimuleren door te hervormen." (A. Pechtold, D’66)
Maar wat de bovengenoemde stromingen niet willen zien, is dat de zogeheten ‘hervormingen’ de crisis ook niet oplossen. Voorzover ze de stimulering werkelijk volop de ruimte willen geven, is het is een variatie op een oude Keynesiaans thema, die haar definitieve failliet aan het begin van de jaren 1970 (in de periode van de fameuze oliecrisis) al heeft aangetoond. De politiek van de VS maakt dit ook duidelijk: er zijn in dat land al duizenden miljarden dollars in de economie gepompt en desondanks zijn er hele delen van de VS ‘vervallen’ in levensomstandigheden, vergelijkbaar met een derdewereldland.
In Nederland zullen de tegenstellingen tussen de verschillende fracties van de bourgeoisie de komende periode ongetwijfeld flink toenemen. Maar er zal er ook een toenemende spanning ontstaan binnen de bourgeoisie in Europa. Want het is met name Duitsland dat onverminderd vasthoudt aan de overeenkomst die uitgaat van een systematische bezuinigingspolitiek in de landen van de EU. ‘’De onderhandelingen over het begrotingspact zijn afgerond, het is ondertekend door 25 regeringsleiders en is geratificeerd door Portugal en Griekenland." (…) "In heel Europa staan parlementen op het punt de afspraken aan te nemen. Er valt niet opnieuw over te onderhandelen.’’ (Angela Merkel, 27 april 2012)
De discussie over ‘euro of gulden’, ‘bezuinigen of stimuleren’ brengen diepgaande meningsverschillen binnen de bourgeoisie tot uitdrukking. Maar we mogen niet haar bekwaamheid onderschatten hoe ze deze weet te gebruiken om de arbeidersklasse te misleiden. Wellicht dat "minder Europa en meer baas in eigen land echt hèt thema wordt van de verkiezingen." (G. Wilders, 22 april 2012), maar de strijd over welke economische politiek is daarmee in Nederland ook nog niet gestreden. Het onverminderd vasthouden aan de "Merkel-doctrine" door de CDA (2) en vooral de VVD, tegenover de nieuwe ‘hervormings’politiek van de PvdA zal de kwestie ongetwijfeld opnieuw op scherp stellen. De komende verkiezingscampagne zal dus, naast het door Wilders genoemde thema, beheerst worden door de kwestie ‘stimuleren of bezuinigen’.
Vooral in de Occupybeweging was te zien dat er niet alleen nog grote onduidelijkheid heerst over de werkelijke oorzaak van de crisis, maar ook nog veel illusies over de mogelijkheid van een oplossing van de crisis. De campagne die ons nu te wachten staat heeft vooral ten doel om deze onduidelijkheid nog eens een extra push te geven en daarmee de tendens tot verdere politisering binnen de klasse af te remmen.
We moeten ons ervoor behoeden ons mee te laten slepen in welke valse tegenstelling dan ook. ‘Stimuleren of bezuinigen’, ‘Europa of Nederland’, het maakt niets uit. Want het probleem ligt niet op vlak. De oorzaak van de crisis is het kapitalistische systeem zelf dat, gebaseerd op het systeem van loonarbeid, steeds helsere crises veroorzaakt naarmate het langer bestaat. Totdat het in een staat verkeert waarin het alleen maar overeind blijft door zichzelf een steeds grotere dosis verdovende middelen (krediet, schuld) toe te dienen. Het is op dat punt dat het systeem van uitbuiting en repressie nu is beland.
Geconfronteerde met deze situatie is er voor de mensheid is er geen weg meer terug. Ze kan niet terug naar de wereld van de gilden of naar te onbezoedelde natuur. Alleen een fundamenteel andere maatschappij, gebaseerd op een productie voor de werkelijk menselijke behoeften, biedt uitkomst. Maar die moet en kan alleen bevochten worden door de strijd van de wereldarbeidersklasse.
Dellix / 2012.05.08
Voetnoten
(1) Officieel luidde de motie "dat afspraken over begrotingsdiscipline, sancties bij het niet nakomen van gemaakte afspraken en de instelling van een Eurocommissaris als een minimumvoorwaarde moeten worden beschouwd voor de instemming van de Nederlandse regering met elk voorstel waarmee extra leningen of garanties vanuit Nederland gemoeid zijn."
(2) De CDA heeft nog geen eensluidend standpunt over de kwestie ‘stimuleren of bezuinigen’. De verkiezing van een nieuw politiek leider is slimme manier om tijd te winnen teneinde haar koers te kunnen bepalen op dit vlak.
‘100 – 10 = X en 100 – 4 = Y.’ Deze eenvoudige rekenopgave leren de leerlingen vanaf het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs. Toch zijn er kinderen die moeite hebben met deze eenvoudige opgave, zoals onderzoeken van PISA steeds weer aantonen (1) Toegegeven, als er dan een paar nullen bijkomen en het gaat om getallen van miljoenen en miljarden, kan men zich sneller misrekenen, ook al verandert er niets aan de hoofdbewerking. Nu werd er bij de meest recente PISA-test een bijzonder moeilijke opgave gegeven. ‘100 – 10 = X en 100 – 4 = Y.’ Deze eenvoudige rekenopgave leren de leerlingen vanaf het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs. Toch zijn er kinderen die moeite hebben met deze eenvoudige opgave, zoals onderzoeken van PISA steeds weer aantonen (1) Toegegeven, als er dan een paar nullen bijkomen en het gaat om getallen van miljoenen en miljarden, kan men zich sneller misrekenen, ook al verandert er niets aan de hoofdbewerking. Nu werd er bij de meest recente PISA-test een bijzonder moeilijke opgave gegeven. Het ging om de samenhang tussen de beheersing van de hoofdbewerking, wetenschappelijk inzicht, logica, en een factor die door de leerlingen zelf moest uitgezocht worden. De vraag luidde: "Wanneer de koopkracht bij aanvang 100% bedraagt, en als die dan met 10% verminderd wordt, is de koopkracht dan als gevolg daarvan toe- of afgenomen?". Bijna alle leerlingen slaagden er in om deze vraag zonder problemen te beantwoorden. Op de toegevoegde vraag, in verband met economie, of het massaal afromen van de koopkracht zou kunnen leiden tot een aanzwengelen van de economie, konden de meeste leerlingen snel en juist een antwoord geven. Daarbij aansluitend moesten de leerlingen de uitspraken van de politici, ondernemers, enzovoort dat "enkel een strikt besparingsprogrmma, een verlaging van de lonen, enzovoort … de economie weer aan het draaien zou brengen", vergelijken met hun eigen antwoorden. In de PISA-test stelden bijna alle leerlingen een uitgesproken gapende kloof vast tussen hun vaststellingen en de uitspraken van de politici. De vraag hoe men tot een dergelijke gapende kloof kwam tussen de meest elementaire vaststellingen van de wiskunde, de logica en de "beloften" van de politici en ondernemers werd onder de leerlingen fel punt van discussie ...
Maar, zonder dollen nu, hoe is het gesteld met de "oplossingen" die de heersende klasse voorstelt?
Griekenland: Besparingen en toename van de armoede – een uitweg uit de crisis?
"Alleen al in het jaar 2010 daalde het Griekse BIP met 4,5%, en tot het tweede kwartaal van 2011 nog eens met 7,5%, terwijl de schuldenlast van het land tot maart 2011 reeds toenam tot 340 miljard Euro"s. (2) De werkloosheid, die eind 2009 ongeveer 9,6% bedroeg, is nu tot 16,3% gestegen. Onder de 15 tot 29-jarigen is zelfs één-derde werkloos. Het loon van de, in vergelijking met de Europese normen, slecht betaalde ambtenaren werd tussen de 30 en 40% verlaagd, alle gepensioneerden van het land moesten een ingreep van hun inkomen ondergaan van 20%. CAO-overeenkomsten hoeven ondertussen niet meer nageleefd te worden. Voor de jonge volwassenen onder de 25 jaar geldt de laagste loongrens van 740 Euro’s bruto voor een volledige betrekking niet meer. Zij moeten het zien te klaren met slechts 600 Euro’s per maand bruto."(2)
Griekenland met zijn circa 20% werklozen is slechts één voorbeeld van een ontwikkeling, die steeds meer veld wint in een reeks van Europese staten. In Ierland is de werkloosheid tot 14% gestegen, in Portugal tot 12%, in Spanje tot boven de 25% – gepaard gaande met omvangrijke besparingsprogramma’s. Italië, Groot-Brittannië, België volgen. In het grootste deel van Europa heerst de besparing, de inkrimping van de koopkracht... een teruggang van de economie, een ineenstorting van de markten.
Dat herinnert aan de tijd van de jaren 1930, toen de toenmalige Duitse kanselier Brüning, na het uitbreken van de economische wereldcrisis, de openbare uitgaven met 30% verlaagde, de belastingen verhoogde, de lonen en sociale uitkeringen radicaal verlaagd werden, en de werklozen en de werkenden met veel minder geld moesten zien te overleven. Het bruto nationaal product kromp in 1931 met 8%, in 1932 met 13%, de werkloosheid nam toe tot 30%. De verdere ontwikkeling is bekend. Het kapitaal slaagde er niet in om de economie uit penarie te trekken. Het draaide uit op een oorlog.
In het midden van de maand maart werd een nieuwe studie gepubliceerd over het loonpeil in Duitsland: "Bijna 8 miljoen mensen in Duitsland [10% van de bevolking, nvdv.], moet volgens de studie rondkomen met een loon van minder dan 9,15 euro bruto per uur. Hun aantal is tussen 1995 en 2010 met meer dan 2,3 miljoen gestegen, zoals wordt bericht in de "Süddeutsce Zeitung", die zich beroept op een onderzoek van het Instituut voor Arbeid en Kwalificatie van de universiteitvan Duisburg-Essen. Daarbij zijn ongeveer 23% – bijna één vierde van de werkenden – werkzaam in een lage-loon-sector. Volgens de studie ontvingen de werkers met een laag salaris in het jaar 2010 gemiddeld 6,68 euro in het Westen en 6,52 euro’s in het oosten van Duitsland. Onder hen ontvingen meer dan 4,1 miljoen minder dan 7 euro, ongeveer 2,5 miljoen minder dan 6 euro en bijna 1,4 miljoen zelfs geen 5 euro per uur. Bijna iedereen met een laag loon werkt daarbij nog fulltime en niet parttime. Zo zijn er volgens de berekeningen alleen al 800.000 fulltime werkenden, die minder dan 6 euro verdienen. Dat komt neer op een maandloon van niet meer dan 1000 euro bruto.
Vooral in West-Duitsland is het aantal werkenden met deen laag loon sterk gestegen. Volgens de studie zwol het in 15 jaar aan tot 68% in de vroegere Bondsrepubliek, in het oosten van het land daarentegen slechts met 3%. Toch zou de grote meerderheid van de acht miljoen een vak hebben geleerd". (2)
Wanneer er in Duitsland sprake is van een wonder op het vlak van de jobs en hoge aantallen tewerkgestelden, ligt dat aan de grove verlaging van de lonen, die de loontrekkers er toe dwingt om naast een eerste, slecht betaalde, werkkring, nog een tweede slecht betaalde baan te zoeken. Zelfs het "Manager-Magazin" moest toegeven: "Dit is de verfoeide tijd van de banen-explosie: vele nieuwe banen ontstonden hier in dit land in het voorjaar omdat de lonen voor het werk laag waren. Nu echter wordt het aantal banen met een laag loon openbaar en ook hoe sterk degenen met een bijbaan deze explosie onder vuur nemen". "Zo ontvangen veel uitzendkrachten in de automobielbedrijven, die altijd maar weer nieuwe afzetrecords vermelden, slechts 7,5 euro, terwijl de arbeiders met een vaste aanstelling tot wel 18 euro ontvangen." (3)
Alle bezweringen door de staat en van de kant van de ondernemers dat "Besparingen de economie weer aanzwengelen", veranderen niets aan het feit dat, indien men de koopkracht verlaagt door de loon te verlagen, door de sociale vergoedingen af te schaffen, enzovoort, men de vraag doet kelderen. Het gevolg: nog meer geproduceerde waren die onverkocht blijven, de concurrentiedruk op de ondernemingen neemt toe, rationaliseringsdrang wordt groter en prijsoorlogen verscherpen zich. De bedrijven worden gedwongen om nog meer personeel te doen afvloeien of te ontslaan. De staat krijgt nog minder belastingen binnen en moet nog meer geld uitgeven voor het onderhouden van de werklozen. De groei neemt niet toe, maar af. Het gevolg is: nog minder afbouw van de schulden... Deze methode brengt een kettingreactie teweeg. In werkelijkheid verergert de hele besparingspolitiek de crisis alleen maar en haalt ze het systeem niet uit het slop.
De andere "aanzet tot een oplossing" – bijkomende koopkracht scheppen door kunstmatige stimulering ervan in de vorm van goedkope leningen, het aangaan van schulden, enzovoort heeft ook schipbreuk geleden. Deze politiek werd tijdens de laatste tientallen jaren systematisch bedreven. Het gevolg was dat in de leidende industriestaat, de enige overblijvende supermacht, de VS, steeds meer gemeenten zich bankroet meldden, en steeds meer deelstaten die richting uitgaan. De kapitalisten overvallen de loontrekkers als een bende rovers. Enige voorbeelden: "Michael Bloomberg, miljardair en burgemeester van New York, heeft voor2012, voor de gemeente al drastische besparingsmaatregelen uitgevaardigd, waaronder ontslagen in vele stedelijke besturen, het nachtelijk sluiten van 20 brandweerkazernes, ingekorte openingstijden voor de bibliotheken en cultuurcentra, evenals het ontslag van 6.000 leerkrachten in juni aanstaande. Desondanks dreigt er, volgens het bureau van de burgemeester, een begrotingstekort van 4,4 miljard dollar".(4)
Nadat de staat in de zomer van 2011 insolvabel dreigde te worden, kon de VS-regering door een verdere verhoging van de schuldenplafond en de aangekondigde van drastische te schrappen de betalingsmoeilijkheden nog even vooruit te schuiven. "De federale regering in Washington kan geld laten drukken, de bondsstaten kunnen hun begrotingsproblemen afwentelen op de steden. Maar die moeten dan melden dat er betalingsmoeilijkheden zijn, daar zij de tekorten niet meer aankunnen". (idem) Zo beschrijft Stephanie Gomez, een lid van de gemeenteraad van Vallejo, de dreigende fiscale kettingreactie in de VS: "de schilderachtige stad Vallejo, met 115.000 inwoners op de heuvels van San Francisco, keerde deze zomer, na drie jaar, terug uit de insolvabiliteit. Kortweg komt de fiscale wederopstanding neer op het volgende: de helft van de brandweerlui werd naar huis gestuurd, een derde van de politie werd ontslagen, bibliotheken en parken werden gesloten, talrijke officiële dienstverleningen – waaronder die voor senioren – werden opgedoekt (…) Staatspensioenen gelden plotseling niet meer als een onaantastbaar recht, en dat bij een gebrek aan betalingsmogelijkheden van de gemeente geen stand meer houdt". De failliete stad Central Falls in Rhode Island heeft al jarenlang niets afgedragen aan het pensioenfonds van brandweerlui, politie en andere ambtenaren. Nu wordt een deel van de 47 miljoen dollar toezeggingen aan die pensioenen geschrapt, om de rente te kunnen betalen aan de banken. De kranten uit de armste stad van Rhode Island berichtten dat reeds 82 gepensioneerden van de stad zich akkoord hebben verklaard met de inlevering op hun pensioen tot 55%". (idem)
Zelfs de gigantische programma’s om de economie aan te zwengelen en de praktijk van schulden aangaan, kunnen het failliet enkel maar voor zich uitschuiven, totdat het moment komt waarbij zowel de insolvabiliteit als ingrijpende besparingsprogramma’s voor de deur staan.
Zo bewijzen alle maatregelen, die de heersende klasse toepast om de economische crisis te overwinnen, eigenlijk alleen maar dat het systeem een uitweg ontbeert. Geen enkele maatregel van het kapitaal kan deze vicieuze cirkel doorbreken, behalve de opheffing van het systeem zelf. Daarom moet heersende klasse steeds meer en steeds glasharder gaan liegen.
D. / 18.03.2012
Voetnoten
(1) PISA internationaal: PISA is een onderzoek dat uitgevoerd wordt in meer dan 60 landen of regio’s en daarmee is 90% van de wereldeconomie vertegenwoordigt. Dit internationale karakter is één van de grote meerwaardes van het onderzoek. Zowel de Oeso- als niet-Oeso-landen kunnen deelnemen. Het onderzoek staat onder toezicht van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en wordt in ieder deelnemend land gecoördineerd door het Ministerie van Onderwijs. De instrumenten (vragenlijsten en test-items) werden zo gemaakt dat ze in verschillende culturen, nationaliteiten en talen van de deelnemende landen kunnen worden gebruikt.
(2) https://www.stern.de/wirtschaft/job/einkommen-in-Deutschland-jeder-viert... [63]
(3)https://www.manager-magazin.de/politik/artikel/0,2828.82103,00.html [64]
(4)https://www.manager-magazin.de/politik/wirtschaft/0,2828,806026,00.html [65]
Binnen het kapitalisme kennen de verschrikkingen geen grenzen. Dit systeem vernietigt, verhongert en moordt overal in de wereld mensen uit. Vandaag is het de beurt aan Syrië waar dit uit-buitingssysteem, met van bloed doordrenkte bajonetten, een nieuw bedrijf opvoert van zijn barbaarse geschiedenis. Daar is het leven niet meer waard dan de prijs van de kogels.
Zaterdag 4 februari was een middag zoals een andere in Homs. Een reusachtige massa begroef haar doden en betoogde tegen het regime van Al-Assad. Sinds het begin van de gebeurtenissen in april 2011 ging er geen dag voorbij zonder dat er een betoging werd onderdrukt. In minder dan één jaar zouden er meer dan 2500 mensen gedood en duizenden verwond zijn.
Maar in de nacht van 4 op 5 februari werd de praktijk van de massaslachting nog eens opgedreven. In de duisternis hoorde men urenlang de kanonnen van Assad bulderen en de kreten van mensen die stierven. In de vroege ochtend kwamen alle verschrikkingen aan het licht, die men nu ‘de rode nacht van Homs’ noemt: bij daglicht bleken de straten bezaaid te liggen met lijken. De balans van de moordpartij zou 250 doden bedragen, zonder al diegenen mee te tellen die sindsdien aan hun verwondingen bezweken zijn of die, de een na de ander, in dienst van het gezag, ijskoud door de militairen werden afgemaakt. Want deze moordpartij eindigde niet bij dageraad; de gewonden werden opgejaagd tot in de hospitaalbedden, waar ze werden afgemaakt. De dokters die de ‘rebellen’ aan het verzorgen waren werden afgeslacht. Bepaalde inwoners van Homs kregen een kogel door het hoofd omdat ze de misdaad hadden begaan om geneesmiddelen te brengen naar hun verwanten. Noch vrouwen, noch kinderen ontsnapten aan dit bloedbad. Diezelfde nacht berichtte de tv-zender Al-Jazeera dat er krachtige explosies waren gehoord in de buurt van Harasta, in de provincie Rif Damas. In deze stad, gelegen op een vijftiental kilometers van het noorden van Damascus, waren gewelddadige gevechten aan de gang tussen het Vrije Syrische Leger (VSL) en de strijdkrachten van het regime. Ook daar waren de slachtpartijen afschuwelijk. Hoe is dat allemaal mogelijk? Hoe heeft een protestbeweging, die begonnen was tegen de ellende, de honger en de werkloosheid, binnen enkele maanden kunnen veranderen in een dergelijk bloedbad ?
De barbaarsheid van het Syrische regime hoeft niet langer bewezen te worden. De kliek, die aan de macht is, zal voor geen enkele wandaad, voor geen enkel bloedbad terugdeinzen, om zich te handhaven aan het hoofd van de staat en zo haar voorrechten te behouden. Maar wat is dan dat ‘Vrije Syrische leger’, dat zich aan het hoofd van het ‘volksprotest’ heeft geplaatst? Een andere kliek van moordenaars! Het VSL beweert te vechten voor de bevrijding van het volk, maar het is slechts de gewapende arm van een concurrerende burgerlijke fractie, die staat tegenover die van Al-Assad. En daarin schuilt nu het grote drama van de betogers. Diegenen die willen vechten tegen hun ondraaglijke levensomstandigheden, tegen de ellende, tegen de uitbuiting, zitten tussen hamer en aambeeld en zij worden verpletterd, gemarteld, en afgeslacht….
In Syrië staan de uitgebuitenen te zwak om een zelfstandige strijd te ontwikkelen. En zo werd hun woede onmiddellijk afgeleid en gebruikt door verschillende burgerlijke klieken van het land. De betogers zijn tot kanonnenvoer geworden, opgetrommeld voor een oorlog die niet die niet de hunne is, voor belangen die niet de hunne zijn, net zoals dat enkele maanden geleden in Libië het geval was.
Zo doet het VSL niet onder voor de bloeddorstige aard van het Syrische regime, dat aan de macht is. Begin februari heeft het onder andere gedreigd om Damascus en alle commandoposten van het regime en de getrouwe districten te bombarderen. Het VSL vroeg aan de bevolking om uit de buurt van deze doelwitten te blijven, maar wist dat dit onmogelijk was. De inwoners van Damascus restte geen andere keuze dan zich, geterroriseerd, te verstoppen in kelders of in ondergrondse tunnels, als mollen of ratten, naar het evenbeeld van hun uitgebuite broeders in Homs.
Maar de Syrische bourgeoisie is niet als enige verantwoordelijk voor deze slachtingen. De internationale medeplichtigen zijn zo talrijk als er zetels zijn in de VN. Ammar Al-Wawi, één van de commandanten van het VSL, beschuldigt rechtstreeks Rusland en bepaalde buurlanden, zoals Libanon en Iran, vanwege hun inmenging, en onrechtstreeks de Arabische Liga en de internationale gemeenschap vanwege van hun passiviteit. Waarmee Assad het groene licht gegeven wordt om het volk af te slachten. Wat een ontdekking!
China en Rusland verdedigen het Syrische regime openlijk en politiek. Samen met Iran bevoorraadt Rusland dit regime van wapens. En het is vrij aannemelijk dat de strijdkrachten van deze landen, onder welke benaming dan ook, direct op het terrein tussenkomen. Voor de kapitalistische grootmachten zijn doden niet in tel, noch het menselijke lijden dat wordt veroorzaakt in de verdediging van hun smerige imperialistische belangen.
Iran oefent via Syrië een groot deel van zijn heerschappij uit over het Nabije en het Midden-Oosten. Om die reden ondersteunt deze staat uit alle macht, en zelfs via directe militaire tussenkomst ter plaatse het Syrische regime. En de ‘grote democratische landen’ die vandaag, met de hand op het hart en met krokodillentranen, uitroepen dat de repressie tegen de betogers door het leger van Bachar Al-Assad ondraaglijk is, betonen geen enkel werkelijk medeleven met de families in rouw, omdat voor hen enkel de verzwakking van Iran telt, door Syrië van hen afhankelijk te maken. Maar daar gaat het om een gevaarlijk bastion, want Iran is niet Irak. Iran is een land met meer dan 70 miljoen inwoners, met een talrijk en goed uitgerust leger. En vooral met een hinderlijke macht, die heel wat belangrijker is dan die van Syrië. Als men Iran de doortocht te beletten om de olie door de straat van Ormuz te vervoeren, wat voor economische ramp zou dat worden? Elke directe aanval op Iran zou een oncontroleerbare chaos veroorzaken. Rode nachten, zoals in Homs, zouden zich uitbreiden over de hele regio.
Elke dag nemen de spanningen toe tussen Iran en een groot aantal imperialistische landen in de wereld: de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk (1), Saoedi-Arabië, Israël, enz. De oorlog dreigt, maar breekt op dit moment nog niet uit. (2) In afwachting daarvan, en bijna mechanisch, laat de oorlogsdreiging zich meer en meer horen in de richting van Syrië, nog vergroot door het veto van China en Rusland in de VN over een voorstel van resolutie ter veroordeling van de repressie door het regime van Bachar Al-Assad. (3) Alle imperialistische aasgieren grijpen dit schandelijke voorwendsel en de onmenselijkheid van het Syrische regime aan, om zich op een totale oorlog in dit land voor te bereiden. In de eerste plaats door de inmenging van een Russisch medium de ‘Stem van Rusland’, die een uitzending van de Iraanse openbare omroep ‘Pess TV’ overneemt, waarin naar voren wordt gebracht dat Turkije bereid zou zijn om, met Amerikaanse steun, Syrië aan te vallen. Voor dat doel zou de Turkse staat troepen en materieel samentrekken aan de Syrische grens. Sindsdien is deze informatie overgenomen door alle westerse media. Aan de overkant, in Syrië, zijn er ballistische grond-raketten, van Russische makelij, gebruikt aan de grens met Irak en Turkije, in de streken van Kamechi en van Deir Ezzor. Dit volgde op een bijeenkomst gehouden in Ankara in november, die aanleiding gaf tot een reeks afspraken. De gezant van Qatar heeft aan de Turkse Eerste Minister Erdogan, aangeboden om de hele militaire operatie tegen president Assad vanaf Turks grondgebied, te financieren. Bijeenkomsten waaraan ook de Libanese en Syrische oppositie hebben deelgenomen. Deze voorbereidingen hebben Iran en Rusland ertoe aangezet om de stem te verheffen en nauwelijks verholen dreigingen te uiten in de richting van Turkije. Momenteel heeft de Syrische Nationale Raad (SNR), die volgens de burgerlijke pers de meerderheid van de oppositie in dit land, groepeert, laten weten dat zij niet vraagt om wat voor militaire tussenkomst van buiten dan ook op Syrisch grondgebied. Het is zonder enige twijfel deze weigering die de gewapende arm van Turkije nu nog verlamt en eventueel ook die van de Israëlische staat. De NSR trekt zich, net zoals de andere burgerlijke fractie die er bij betrokken zijn, niets aan van het menselijk leed, dat veroorzaakt wordt door een totale oorlog op Syrisch grondgebied. Het enige wat zij vreest is, heel eenvoudig, de weinige macht die zij op dit ogenblik heeft, te zullen verliezen in het geval zich een groot conflict zou gaan voordoen.
De verschrikkingen die wij elke dag voorgeschoteld krijgen op TV of in de krantenkoppen van de burgerlijke pers zijn dramatisch echt. Als de heersende klasse ons dat allemaal breed uitgesmeerd toont, is dat niet uit medeleven, noch uit menselijkheid. Het dient om ons ideologisch voor te bereiden op deze steeds bloediger en steeds massalere militaire tussenkomsten. In de volkerenmoord, die aan de gang is, zijn Bachar Al-Assad en zijn kliek niet de enige beulen. De beul van de mensheid is het wegkwijnende kapitalistische systeem dat barbaarsheid en imperialistische slachtingen teweegbrengt, zoals donderwolken een onweer in zich dragen n
Tino / 16.02.2012
Voetnoten:
(1) Begin maart bevestigde de Syrische staatstelevisie dat het leger 18 Franse agenten in Homs en een 19e in Azouz gevangen had genomen. Deze melding betekende dat de – voorzichtige - onderhandelingen tussen Parijs en Damascus zijn mislukt en dat Syrië besloten heeft de druk op Frankrijk te verhogen door de affaire openbaar te maken.
(2) De Verenigde Staten hebben in de loop van maart ‘intensieve gesprekken’ gevoerd met India, China and Turkije om deze landen ‘aan te sporen’ om de olietoevoer uit Iran stop te zetten. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Want deze landen zijn terughoudend om af te zien van hun eigen regionale imperialistische aspiraties. Neem bijvoorbeeld Turkije.
Een specialist op het vlak van International Betrekkingen, Sol Ozel, van de Kadir Has University op 9 februari verklaarde dat: "Turkije heeft duidelijk gemaakt dat het niet akkoord is met de sancties tegen Iran is." (…) "Het is duidelijke dat Turkije zich verzet om mee te werken, wat de veronderstelling doet rijzen dat Turkije wenst door te gaan met een spel in twee richtingen te spelen, waarbij het zich toenemende mate verbindt aan de VS."
Een belangrijke reden is dat niet alleen de Turkse ondernemingen profiteren van de oliehandel die uit Iran komt, maar ook de Turkse banken. Ze maakt zo’n miljard dollar per maand over aan Teheran. De Hallbank, die door de Turkse staat wordt gecontroleerd, maakt de betaling mogelijk voor de export van Iraanse olie, in het bijzonder in de richting van India.
(3) Rusland en China hebben nog steeds niet ingestemd met een resolutie van de Veiligheidsraad, waarin het optreden van de Syrische regime van Bachar Al-Assad wordt veroordeeld. Ze zijn inmiddels wel schoorvoetend akkoord gegaan met een ‘Verklaring van de VN’, waarin de vredespoging van Kofi Annan wordt gesteund.
Onze organisatie en zijn militanten zijn heel verheugd met de vorming van twee nieuwe afdelingen van de IKS, in Peru en Ecuador.
De oprichting van een nieuwe sectie van onze organisatie is altijd een zeer belangrijke gebeurtenis voor ons. Ten eerste omdat ze nogmaals het vermogen bevestigen van het wereldproletariaat om, ondanks zijn moeilijkheden, op internationaal vlak revolutionaire minderheden voort te brengen. Ten tweede omdat ze deel uitmaakt van de versterking van de aanwezigheid van onze organisatie in de wereld.
De vorming van twee nieuwe afdelingen van de IKS vindt plaats in een situatie waarin de arbeidersklasse zich, vanaf 2003, begon te herstellen van een lange periode van terugval op het vlak van haar bewustzijn en strijdwil, welke ze onderging naar aanleiding van de gebeurtenissen van 1989. (1) Dit herstel kwam enerzijds tot uitdrukking in een hele reeks van gevechten, die aantonen dat er een groeiend bewustzijn bestaat van de impasse waarin het kapitalisme zich bevindt. En anderzijds door de opkomst van internationalistische minderheden op wereldschaal. Internationalistische minderheden die contact met elkaar zoeken, vele vraagstukken aankaarten, op zoek zijn naar een revolutionaire samenhang en debatteren over de perspectieven om de klassestrijd vooruit te helpen. Een deel van dit milieu wendt zich tot de standpunten van de Kommunistische Linkerzijde en sommige onder hen hebben onze organisatie vervoegd. Zo heeft de IKS in 2007 een kern gecreëerd in Brazilië. En mochten wij in 2009 twee nieuwe afdelingen van de IKS begroeten: één in de Filippijnen en een andere in Turkije.
Deze twee nieuwe afdelingen zijn eveneens het resultaat van aanhoudende inspanning van onze gehele organisatie en haar militanten, om deel te nemen aan de politieke discussie en verduidelijking en overal banden te smeden met groepen of individuen, op zoek naar verheldering – los van het feit of ze van plan zijn tot onze organisatie toe te treden of niet.
Voordat ze ons vervoegden behoorden onze nieuwe afdelingen ook tot dat soort groepen die actief politieke verheldering zoeken. Een aantal onder hen doen dit rechtstreeks middels de standpunten van de IKS, zoals in Ecuador, anderen komen uit verschillende politieke milieus voort, zoals in Peru. In beide gevallen ontwikkelden zij zich zowel via discussie met andere politieke krachten als door middel van een systematische discussie met de IKS, in het bijzonder haar platform. Bovendien Hun duidelijke stellingnames ten opzichte van de belangrijkste gebeurtenissen op internationaal en nationaal vlak getuigde van hun nauwe betrokkenheid bij deze gebeurtenissen. (2) Hun politieke evolutie zetten ze vandaag verder, te midden van een politiek milieu en omgeven door tal van contacten.
Met hun basis in Zuid-Amerika, komen deze twee nieuwe afdelingen de tussenkomst van de IKS in de Spaanse taal versterken, en haar aanwezigheid in Latijns-Amerika waar de IKS al aanwezig was in Venezuela, Mexico en Brazilië.
De gehele IKS stuurt deze nieuwe afdelingen, en de kameraden die er deel van uitmaken, haar warme en kameraadschappelijke groeten n
IKS / april 2012.
Voetnoten
(1) De ineenstorting van het stalinisme, die aanleiding gaf tot een enorme burgerlijke campagne waarin, eens te meer, het kommunisme op een valse wijze gelijkgesteld werd met de vorm van staatskapitalisme die zich, na de ontaarding van de Russische revolutie, had ontwikkeld in de Oostbloklanden
(2) Sommige van deze stellingnames werden gepubliceerd in Acción Proletaria, de krant van de IKS in Spanje, en op de IKS-Online in de Spaanse taal.
Al meer dan anderhalf jaar bombardeert, vermoordt, verkracht en foltert het bewind van Assad onder de ogen van de ‘internationale gemeenschap’ die een hypocriete klaagzang verspreidt over het lot van de Syrische bevolking die dagelijks al deze verschrikkingen moet ondergaan.
Aan alle kanten vermenigvuldigen de internationale bijeenkomsten, waarin de 16.000 doden van de Syrische repressie worden aangeklaagd, en oproepen worden gedaan tot vrede met dreigementen, de ene meer steriel dan de andere. De ‘filosoof’Bernard Henry Lévi, de niet aflatende vertegenwoordiger van de imperialistische belangen van de Franse bourgeoisie en sinds de oorlog in ex-Joegoslavië een onverzadigbare samoerai van de verschillende televisiekanalen en Parijse salons, kan, in navolging van de Verenigde Staten, die met de vinger aan de trekker, hun rekening willen vereffenen met de Syrische potentaat, niet anders dan oproepen tot een militaire interventie in Syrië
En zes maanden geleden is Mali ook terechtgekomen in een oorlogssituatie, die voorlopig ook geen enkel perspectief biedt op een bijleggen van de strijd. Ook daar hebben de hoogwaardigheidsbekleders, de vertegenwoordigers van de westerse democratische bourgeoisie, zich zonder ophouden geërgerd en ongerust gemaakt over de hel die de bewoners van deze regio wacht, schaamteloos geteisterd door gewapende min of meer islamitische bendes.
Maar wat is er waar van deze besluiteloosheid, deze mediadrukte die geacht wordt een appel op ons te doen met betrekking tot het lot van deze twee landen in het bijzonder? Niets! Wind en niets dan wind!
Niet alleen maken de grote mogendheden zich, zoals overal elders, in feite geen enkele zorg betreffende de barbarij die de bevolking van Syrië of Mali ondergaan, maar is hun enige reële bezorgdheid de inschatting van de mogelijke voordelen en de risico’s van een militaire ingreep. Deze beide situaties zijn een kritieke uitdrukking van de impasse waarin de kapitalistische wereld zich bevindt en de onmacht waarin waarvoor de westerse mogendheden zich gesteld zien.
In Mali, een bevolking in een valstrik …
In Mali betreft het over een verwikkeling, rechtstreeks veroorzaakt enerzijds door de sociale ontaarding, die het Franse kolonialisme heeft achtergelaten en haar onvermogen om een voldoende stabiele Malinese staat in het leven te roepen. De uitbarsting van de verschillende fracties, die de laatste maanden opgedoken zijn, zegt genoeg over de ondergang van deze regio, die verder reikt dan Mali zelf. Van de Aqmi tot en met de Mnla, uitgaande van diverse groepen dissidenten en opposanten van het regime van Bamako, de één meer ‘diepgelovig’ dan de ander, gaat het om bendes gewapende bandieten, die niet gisteren als door een betovering en het daglicht gekomen zijn. Men zegt ons dat de terugkeer is van de Toearegs, die voorheen geronseld waren door Khadafi, met andere woorden honderden krijgshaftig getrainde mannen, die zware wapens met zich meesleuren, de factor zijn die deze nieuwe zone van chaos in de Sahel-regio hebben ontketend.
Alsof zoiets niet was te verwachten! Toppunt van ‘verwondering’! Libië heeft geen gemeenschappelijke grenzen met Mali en de Toearegs hebben dus twee grenzen moeten oversteken: die van Libië-Algerije en die van Algerije-Mali. Ze werden zelfs niet ontwapend(!) toen zij de rangen en krachten van de voortgaande Touareg-rebellie in belangrijke mate kwamen vergroten, waardoor de begeerte van de kleine lokale en regionale boeven alleen maar werd geprikkeld. De larve zat dus al geruime tijd in het fruit. Mali, zoals de hele Sahel, maakt inderdaad deel uit van deze historische, moeilijk te controleren plaatsen door de ontelbare bevolkingsgroepen met verschillende culturen, waaronder de ex-koloniale machten, in concreto Frankrijk, die gedurende meer dan 150 jaar de ongelijkheid heeft onderhouden en aangewakkerd volgens de leuze: ‘verdeel en heers’. En indien de huidige situatie het product is van wat genoemd wordt: ‘Françafrique’, kan ze slechts verergerd worden door de reeds twintig jaar durende schimmige oorlog tussen de Verenigde Staten en Frankrijk, met als inzet de controle over de markt van Afrikaanse grondstoffen. Na Soedan is het niet onmogelijk dat ook Mali opgedeeld gaat worden in twee verschillende staten. Ondertussen verspreidt zich een cholera-epidemie in Goa, waarmee uitzinnige islamieten de omgeving extra hebben ondermijnd, en aldus de ganse bevolking hebben gegijzeld. Maar we mogen gerust zijn, de Veiligheidsraad van de VN heeft in een resolutie, donderdag met unanimiteit aangenomen, opgeroepen tot sancties tegen de rebellen van Noord-Mali terwijl de Cedeao elke westerse militaire inmenging in het land verbiedt!
…zoals in Syrië.
Stad na stad wordt het land onderworpen aan een intensief artillerie-bombardement en zit de bevolking gedurende dagen of weken opgesloten in hun huizen of kelders, zonder voeding of elektriciteit. Sluipschutters van het leger installeren zich op de daken, iedereen neerschietend die zo gek is om voedsel te gaan halen voor zijn gezin. En als dan uiteindelijk de stad valt, worden alle gezinnen direct en persoonlijk getroffen, hetzij door de soldaten van het reguliere leger of nog vaker - door de massieve deserties van soldaten die walgen van wat ze moesten doen - door bendes vage criminelen, ‘Shabiha’ genoemd, oftewel ‘geesten’. De twee meest bekende moordpartijen hebben plaatsgevonden in Houla en Mazraat al-Qubair, maar ze zijn helemaal niet de enige voorbeelden.
Met de meest schaamteloze arrogantie praten de woordvoeders van het regime de bloedbaden goed door het bestaan van ‘gewapende terroristische groepen’, die zich gevestigd zouden hebben in de desbetreffende steden. Heel dikwijls beschuldigen ze dat de moordpartijen van vrouwen en mannen, die het meest uitvoerig in het nieuws geweest zijn, komen van deze groepen die zogenaamd handelend om de regering in diskrediet te brengen
Tegenover de grote protestacties, die tegen zijn overheersing ontstaan zijn tijdens de andere massabewegingen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, heeft Pasar el-Assad de sporen van zijn vader proberen te volgen: in 1982 heeft Hafez el-Assad weerstand moeten bieden aan een andere opstand geconcentreerd in Hama en geleid door de Moslimbroeders. Het regime heeft toen een gruwelijke slachting aangericht: het dodenaantal werd geschat tussen de 17.000 en 40.000. De opstand werd verpletterd en de dynastie van Assad heeft bijna 30 lang jaar een min of meer gecontesteerde controle over het land kunnen handhaven.
Wat verleden jaar begonnen is als een ongewapende volksopstand tegen het regime van Assad, is veranderd in een lokale oorlog tussen de regionale en mondiale imperialistische mogendheden. De voornaamste geallieerde van Syrië in de regio, Iran, houdt zich aan de zijde van Assad en men weet dat de ‘Bewakers van de Revolutie’ of andere agenten van de islamitische republiek ter plaatse meewerken en medeplichtig zijn aan de terreurcampagne van Assad. Deze laatste blijft bovendien genieten van de bescherming van Rusland en China die, in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, actief de resoluties blokkeren die zijn regering veroordelen en oproepen tot sancties. Zelfs als Rusland zich, ten opzichte van de begaande afschuwelijkheden, genoodzaakt zag zijn houding te matigen, door zijn eerste schuchtere kritiek te uiten over de moordpartijen van Assad, dan vormt haar steun aan de ‘non-interventiepolitiek’ een versterking van de massale hulp met wapens aan Syrië. Hillary Clinton heeft Rusland er recentelijk van beschuldigd aanvalshelikopters te leveren - waarop Sergueï Lavrov, de Russische Minister van Buitenlandse Zaken, antwoordde dat de helikopters enkel een ‘defensieve’ taak vervullen en dat het Westen in ieder geval de rebellen bewapent. Wat evenzeer waar is.
Want vanaf het moment dat de oppositie zich verenigd had rond het Vrije Syrische Leger en de nationale Syrische Raad tot een belangrijke politieke burgerlijke macht werd, zijn er wapentransporten geweest vanuit Saoedi-Arabië en Qatar.
Wat betreft Turkije, die lange tijd goede relaties heeft onderhouden met het regime van Assad, zagen we in de laatste maanden hoe deze haar houding radicaal veranderde met een veroordeling van de onmenselijkheid, door bescherming te bieden aan dissidente militairen en ontheemden, die deze moordpartij ontvluchten.
Op militair vlak heeft zij een belangrijke macht op de been gebracht aan de Syrische grens en Moskou er tegelijkertijd van beschuldigend Syrië te steunen. Hillary Clinton suggereert dat de massale komst van Syrische troepen rond Aleppo, vlakbij de grens met Turkije “best de rode lijn zou kunnen zijn voor de Turken in de verdediging van hun nationale strategische belangen”. Van de kant van de Turkse staat betreft het een politiek van duidelijke (1) provocatie, bedoeld om in de ogen van de westerse mogendheden een versterkte status te verwerven als voornaamste macht op het regionaal vlak.
De politiek van terreur van Assad, verre van de ijzeren greep op het land te verstevigen, heeft alles tot een kookpunt gebracht in een perspectief van een niet te overzien imperialistisch conflict. De etnische en religieuze verdelingen binnen het land nemen alleen maar toe. De Iraniërs steunen de Alawitische minderheid, oftewel de Saoedi’ s, en zonder enige twijfel een resem aan ongecontroleerde djihadstrijders, die door het conflict worden aangetrokken, om een soort Soennitisch regime op te leggen. De spanning tussen christenen en islamieten en tussen Koerden en Arabieren stijgt ook. Het geheel vindt plaats in een context waarbij Israël de Verenigde Staten onder druk zet om Iran aan te vallen en dreigt om de klus zelf te klaren. Tevens zou een escalatie van de oorlog in Syrië als gevolg hebben dat de Iraanse kwestie nog meer in het daglicht wordt gesteld, met nog meer verstrekkende en verwoestende gevolgen.
De sociale en politieke gevolgen van een nieuw oorlogstoneel, dat zich opent voor de grote mogendheden in deze Syrische regio, zijn niet in te schatten. Hetzelfde geldt voor Mali, waar een reëel risico bestaat dat de gehele Sahel in vuur en vlam wordt gezet door de creatie van een immense haard van conflicten, die Afrika van oost naar west doorkruist.
We kunnen dus niet voorspellen of de westerse mogendheden in de komende periode, hetzij in Syrië hetzij in Mali, gaan tussenkomen, daar de situatie dan waarschijnlijk oncontroleerbaar zou worden. Maar of zij het nu wel of niet doen, de doden stapelen zich op en hun uitvoerige ‘humanitaire’ toespraken tonen aan wat ze waard zijn: leugens, misprijzen voor de bevolking en de inschatting van de verschillende belangen
Wilma / 07.08.2012
Voetnoten
(1) De vernietiging van een Turks vliegtuig boven het Libische luchtruim is er een bewijs van.
In de afgelopen tijd is de regering Rutte (met de gedoogsteun van de PVV) regelmatig betiteld als Bruin I. Niet alleen ultralinks gebruikte deze term regelmatig, maar ook linksgeoriënteerde autonomen en zelfs anarchisten: "Bruin I is verantwoordelijk voor explosieve toename mensenhandel" schrijft Doorbraak. De PVV gaat een kabinet gedogen dat (oktober 2010) al door velen als Bruin I wordt bestempeld. "Er zullen er honderden fascisten uit heel Europa naar Amsterdam komen om Wilders een hart onder de riem te steken", formuleert Socialisme Nu met de nodige zorgvuldigheid. "Studenten sluit je aan: Protest tegen huurbeleid van Bruin I groeit", verklaren de Kritische Studenten Utrecht zonder omwegen. "Het beloven spannende tijden te worden door de wereldwijde crisis en de bezuinigingen van Bruin I", schrijven De Vrije Bond en Klasse in hun Krisiskrant
Voor iedereen die niet op de hoogte is van alle details van de geschiedenis is Bruin I een verwijzing naar de eerste periode van het nationaal-socialisme, waar de SA (SturmAbteilung) van Röhm fungeerde als de lijfwacht van Hitler en consorten. Het uniform van de SA bestond uit een bruin overhemd en een bruine broek De SA ging zich, tot het moment van haar uitschakeling door de SS in 1934, te buiten aan allerlei vormen van straatterreur tegen Joden, communisten, en andere minderheidsgroepen.
Het gebruik van de term Bruin I in de huidige periode doet veronderstellen dat we hier in Nederland ook te maken met een of meerdere groepen, gelieerd aan de regering, die zich ook overgeven aan of oproepen tot een dergelijke vorm van straatterreur. Wilders zou daarmee bedoeld worden. Maar in tegenstelling tot iemand als Janmaat, die in de jaren 1980 regelmatig meeliep in demonstraties van de NVU (Nederlandse Volksunie), heeft hij zich nooit ingelaten of gedentificeerd met dit soort activiteiten.
Er mag dan een keer een protest geweest zijn tegen een of andere lezing in het Provinciehuis van Noord-Holland,die gehouden zou worden door Thomas van de Dunk, en waarin er vergelijkingen gemaakt zouden worden tussen Hitler en Wilders. Maar deze lezing is niet afgelast vanwege een dreigend fysiek optreden van de volgelingen van Wilders, maar na een onderhoud van een statenlid van de PvdA en van de PVV.
Het hiernavolgende artikel heeft dan ook volkomen gelijk als het stelt dat "de wezenlijke voorwaarde voor de instelling van het fascisme, vandaag de dag, niet is vervuld (...) In de huidige periode moet het proletariaat veel meer vrezen voor de democratische misleidingen en de actie van die voormalige arbeiderspartijen, die overgelopen zijn naar de klassevijand. (...) Die laatsten zullen de eerste zijn om zich druk te maken over een fascistische dreiging teneinde de arbeiders op te trommelen voor de verdediging van de democratie en van links. en zo met andere woorden de handen vrij krijgt om de meest onmenselijkste maatregelen door te drukken gedicteerd door een overjaars kapitalisme".
Al geruime tijd, van de ene verkiezing naar de volgende, voeden de verkiezingsresultaten van extreem-rechts de vrees voor een fascistisch gevaar. Het is waar dat deze minderheid van de politieke klasse zich onderscheidt door een bijzonder hatelijk, racistisch, xenofoob... discours.
Het is ook waar dat een dergelijke discours de herinnering oproept aan weerzinwekkende thema’s die door de fascistische partijen naar voor werden geschoven bij hun opkomst naar de macht in de jaren 1930, in het bijzonder in Duitsland en Italië.
Laat die gelijkenis ons er toe te besluiten dat er vandaag een gevaar bestaat op een opkomst naar de macht van het fascisme zoals in de jaren 1930?
Ons antwoord op deze vraag, en de discussie erover, zijn juist het onderwerp van deze publieke bijeenkomst.
Een aantal elementen lijken te wijzen in de richting van een bevestigend antwoord op deze vraag:
• vandaag, net als in de jaren 1930, wordt de meerderheid van de bevolking bijzonder hard getroffen door de economische crisis;
• vandaag, net als in de jaren 1930, wordt in het discours van uiterst rechts gezocht naar een zondebok voor de kwalen van de maatschappij. Gisteren waren dat de joden, die aangeduid werden als de vertegenwoordigers van het statenloos grootkapitaal of anders verbonden aan het bolsjewistisch gevaar; vandaag de moslims of de Arabieren die ons “onze jobs afpakken” of die “onruststokers” zijn overal ter wereld;
• vandaag, net als in de jaren 1930, zijn de sociale categorieën die het meest ontvankelijk zijn voor de thema’s van uiterst-rechts meestal de kleine handwerklieden en handelaars, die geruïneerd worden door de crisis, maar ook een deel van de arbeidersklasse;
• vandaag is uiterst-rechts in opkomst in vele landen, talrijker nog dan in de jaren 1930, en de tendens is dat ze een groeiend politiek belang heeft:
- sinds 2010 zorgde in Nederland de eurosceptische en islamofobe Partij Van de Vrijheid (PVV), geallieerd aan de Liberale partij (VVD) en de christen-democraten (CDA), voor een parlementaire meerderheid in de regering, geleid wordt door een liberale premier, tot ze zich daar in maart van dit jaar van distantieerde;
- in Hongarije installeerde de Eerste Minister (die uit de wetgevende verkiezingen van 2010 naar voor kwam), V. Orban, een autoritaire regering die volgens zijn democratische opposanten “de democratie geliquideerd” heeft; het is alleszins waar dat hij behalve zeer zware aanvallen op de levensvoorwaarden van de arbeidersklasse, een aantal mechanismen van de democratie heeft uitgeschakeld;
- In Oostenrijk, bij de wetgevende verkiezingen van 2008, hebben de twee voornaamste partijen van uiterst-rechts, FPÖ en BZÖ, samen 29% van de stemmen behaald;
- In de Verenigde Staten vormt de Tea Party, die sommige van de meest reactionaire propagandathema’s ontwikkelt, zoals de eis dat het creationisme moet worden onderwezen op school, een zeer invloedrijke kracht in de rechterzijde.
• zelfs partijen die zich niet beroepen op uiterst-rechts nemen er toch openlijk thema’s van over. In Zwitserland bijvoorbeeld voerde de populistische Democratische Centrum Unie een publiciteitscampagne waarin een wit schaap een zwart schaap verjaagt, waarbij dat laatste symbool staat voor de Arabieren en de Roemenen, de twee nationaliteiten die in dit land aan de schandpaal worden genageld.
Al die voorbeelden en elementen voor de analyse lijken op het eerste zicht de stelling te bevestigen dat er een fascistisch gevaar bestaat in de huidige periode.
We mogen echter niet blijven steken op dat niveau van de analyse. Om twee historische periodes te vergelijken, in dit geval de jaren 1930 en de periode die we vandaag beleven, kunnen we ons er niet toe beperken enkele elementen uit de ene en de andere periode te halen, hoe belangrijk die ook zijn – zoals de crisis, de opkomst van uiterst-rechts, een zeker succes van xenofobe en racistische thema’s, enz. We moeten die elementen terugplaatsen in de context van de dynamiek van de maatschappij en in de krachtsverhouding, binnen die dynamiek, tussen bourgeoisie en proletariaat.
Dat is precies wat we voorstellen hier te doen.
Zoals we reeds zeiden: van de crisis. Maar om te begrijpen waarom in sommige landen deze bijzondere vorm van heerschappij van het kapitalisme over de maatschappij werd ingesteld, moet rekening worden gehouden met een andere, volgens ons essentiële, factor.
We bedoelen de zwaarste nederlaag die de arbeidersklasse in heel haar bestaan te verduren heeft gekregen, namelijk die van de internationale revolutionaire golf van 1917-23. We herinneren eraan dat deze de vorm heeft aangenomen van de ontaarding van de Russische revolutie en de fysieke en ideologische verplettering van het proletariaat door de bourgeoisie. En dat in het bijzonder in de landen waar het proletariaat het verst gegaan was, door zijn revolutionaire strijd, in het in vraag stellen van de kapitalistische orde. Alle communistische partijen veranderden in organen ter verdediging van het kapitalisme, onder een bijzondere vorm, die van het staatskapitalisme in de vorm waarin dat bestond in de USSR.
Die zware nederlaag gaf de aanleiding voor de langste en diepste periode van contra-revolutie over de hele wereld, de ergste die het proletariaat ooit gekend heeft. Het voornaamste onderscheidend kenmerk van die contra-revolutie is dat ze het proletariaat van de gehele wereld steeds meer onderworpen heeft aan de eisen van de bourgeoisie. Het toppunt van die onderwerping was de mobilisatie van het proletariaat als kanonnenvlees in de imperialistische Tweede Wereldoorlog.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vinden we bij de voornaamste oorlogvoerende landen van beide tegenover elkaar staande blokken drie verschillende organisatiemodellen van de maatschappij, alle drie kapitalistisch en alle drie gebouwd rond de versterking van het staatskapitalisme, dat toen een algemene tendens was die inwerkte op alle landen ter wereld:
– de democratische kapitalistische staat,
– de stalinistische kapitalistische staat,
– de fascistische kapitalistische staat.
De verschillen die de democratische kapitalistische staat vertoont met beide andere zijn duidelijk. Met de afstand waarover we vandaag beschikken, is het ook evident dat hij efficiënter is dan beide andere staatsvormen, zowel wat betreft het beheer van het productie-apparaat als wat betreft de controle over de arbeidersklasse. Er bestaan natuurlijk vormverschillen tussen de fascistische en de stalinistische kapitalistische staat, waarbij deze laatste zich ontwikkeld heeft op basis van de staatsbureaucratie die geleidelijk aan de plaats innam van de vervallen oude bourgeoisie. Maar daar willen we nu niet over uitweiden.
Hoe het bestaan van de fascistische kapitalistische staat in die periode verklaren?
Het feit dat het de fascistische kapitalistische staat (net als de stalinistische) geheel ontbreekt aan enig democratisch mechanisme, dat in de eerste plaats bedoeld is om de arbeidersklasse te misleiden, vormt geen probleem op het moment waarop die regimes ingesteld worden, in de USSR, in Duitsland en in Italië. Het is dan inderdaad geenszins nodig het proletariaat te misleiden, gezien dit haast levenloos achterblijft na de nederlaag van de revolutionaire golf (in het bijzonder in de USSR en Duitsland). Het komt er dan op aan het levenloos te houden door het geweld van een wrede openlijke dictatuur.
In Duitsland en in Italië krijgen de fascistische partijen de opdracht, in het belang van het nationaal kapitaal, de politieke optie van het staatskapitalisme op zich te nemen in de context van een economie die gedesorganiseerd is door de oorlog, tegen de muur gezet door een diepe economische crisis: de bourgeoisie van die landen staat voor de noodzaak een nieuwe oorlog voor te bereiden. Die wordt in het teken geplaatst van de revanche voor de nederlaag en/of de vernedering die ondergaan werd bij de Eerste Wereldoorlog. En de fascisten waren sinds het begin van de jaren 1920 juist de kampioenen van een dergelijke optie.
We moeten aanstippen dat in beide landen de overgang van de democratie naar het fascisme zich op democratische wijze voltrokken heeft, met de steun van het grootkapitaal.
We hebben al gesproken van de diepe nederlaag van de arbeidersklasse als de wezenlijke voorwaarde voor de instelling van het fascisme in de landen waar het aan de macht gekomen is. Volgens een geloof dat op ruime schaal onderhouden wordt door de bourgeoisie, zou het fascisme het instrument geweest zijn van de nederlaag van de arbeidersklasse in de jaren 1920-1930. Dat is volledig onjuist. Het fascisme heeft enkel de laatste hand gelegd aan de nederlaag waarvan het voornaamste instrument de linkerzijde van het politiek apparaat van de bourgeoisie is geweest. Die linkerzijde werd tijdens de revolutionaire golf vertegenwoordigd door de partijen van de sociaal-democratie, die de arbeidersklasse en het proletarisch internationalisme verraden hadden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden ze het proletariaat inderdaad opgeroepen de oorlogsinspanning van de bourgeoisie in de verschillende landen te steunen, tegen de beginselen zelf in van het proletarisch internationalisme.
Hoe komt het dat ze die rol zijn gaan spelen? Lag het aan de omstandigheden of beantwoordde het integendeel aan een noodzaak? Tegenover een arbeidersklasse die niet verslagen is, en die bovendien haar revolutionaire strijd ontwikkelt, waardoor sommige repressiekrachten van de bourgeoisie ondoeltreffend worden, zou het gelijkstaan met zelfmoord als de bourgeoisie in de eerste plaats en vooral bruut geweld zou gebruiken. Bruut geweld kan enkel efficiënt zijn als het ten dienste gesteld wordt van een strategie die in staat is het proletariaat te misleiden om het tot het maken van fouten te drijven, het doodlopende straatjes in te sturen, het in valstrikken te lokken. En dat smerig werk kan enkel uitgevoerd worden door politieke partijen die, al hebben ze het proletariaat verraden, nog steeds vertrouwen genieten in belangrijke delen van de klasse.
Zo kwam in 1919 de taak toe aan de zeer democratische Duitse SPD, de laatste politieke pijler van de kapitalistische heerschappij die nog overeind bleef tijdens de revolutie in Duitsland, de beul te zijn van de revolutionaire arbeidersklasse. Daartoe rekende zij op de resten van het leger die de staat trouw gebleven waren en zette de vrijkorpsen op, repressieve korpsen die de voorlopers waren van de stoottroepen van het nazisme.
Een bijkomende verificatie van dit verschijnsel wordt geleverd door de gebeurtenissen in Spanje in de jaren 1930. De arbeidersklasse wordt eerst op bloedige wijze verzwakt door de Republiek voor ze, geïmmobiliseerd door het Volksfront, overgeleverd wordt aan de franquistische troepen. Dan wordt de fascistische dictatuur van Franco ingesteld.
Om die reden zijn, onder alle vijanden van de arbeidersklasse, democratisch rechts, democratisch links, uiterst-links, al of niet democratisch, populisten, al of niet bij het fascisme aanleunend, zijn van al die vijanden de gevaarlijkste zij die in staat zijn het proletariaat te misleiden, teneinde het te beletten voortgang te maken in de richting van zijn revolutionair project. Die fracties, dat wil in de eerste plaats zeggen de linkerzijde en uiterst-linkerzijde van het kapitaal, moeten absoluut ontmaskerd worden om te tonen wat ze zijn.
Het grote verschil met de jaren 1930 is dat de arbeidersklasse in 1968 in Frankrijk en internationaal een nieuwe opgang van de klassenstrijd geopend heeft, een nieuwe dynamiek van die klassenstrijd die kan uitmonden op belangrijke confrontaties tussen de klassen en op de revolutie. Hoewel ze sindsdien op zeer belangrijke moeilijkheden gestuit is, heeft de arbeidersklasse geen grote nederlaag geleden, waardoor een periode van wereldwijde contra-revolutie zou geopend zijn vergelijkbaar met die van de jaren 1930.
Om deze reden is de wezenlijke voorwaarde voor de instelling van het fascisme, namelijk een proletariaat dat op wereldvlak verslagen is, ideologisch en fysiek verslagen in bepaalde centrale landen van jet kapitalisme, vandaag niet vervuld.
In de huidige periode moet het proletariaat veel meer vrezen voor de democratische misleidingen en de actie van die voormalige arbeiderspartijen die overgelopen zijn naar de klassenvijand, dan voor een direct gevaar verbonden aan de instelling van het fascisme. Inderdaad, de functie van die linkse partijen is de sabotage van elke inspanning van de arbeidersklasse om zich te verdedigen tegen het kapitalisme en haar revolutionaire aard te bevestigen. Het is geen toeval dat die partijen vandaag de eerste zijn om zich druk te maken over een fascistische dreiging teneinde de arbeiders op te trommelen voor de verdediging van de democratie en van links.
Hoe kunnen we in deze omstandigheden de opkomst verklaren van populistische partijen die thema’s aansnijden die eigen zijn aan het fascisme uit de jaren 1930?
Ze is een gevolg van de moeilijkheden die de arbeidersklasse ondervindt om haar eigen perspectief, dat van de proletarische revolutie, te ontwikkelen als alternatief voor het failliet van de kapitalistische productiewijze.
Ook al heeft de bourgeoisie de handen niet vrij om haar eigen logica te ontketenen tegenover de crisis van haar systeem, dat wil zeggen de algemene imperialistische oorlog, dan nog rot de maatschappij ter plekke, als gevolg van de economische crisis. Dat proces van ontbinding van de maatschappij brengt een geheel van obscurantistische, xenofobe ideologieën voort, gebaseerd op de haat voor de ander die als concurrent en vijand wordt beschouwd, enz. Een aanzienlijk deel van de bevolking, inclusief delen van de arbeidersklasse, wordt op verschillende niveau’s beïnvloed door deze stemming.
Daartegenover bestaat de oplossing er zeker niet in een specifieke strijd of mobilisatie tegen het fascisme te ontwikkelen, zoals Mélenchon voorstelt, noch de verdediging van de democratie, maar wel de ontwikkeling van de zelfstandige strijd van het proletariaat tegen het kapitalisme en al zijn componenten.
IKS/ 30.06.2012
De vijfde landelijke verkiezingen in Nederland in tien jaar zijn uitgedraaid op een groot succes voor de .... ganse Nederlandse bourgeoisie. Dank zij een doorgedreven campagne slaagde zij er enerzijds in om het “eerlijke verhaal” van het samen offers brengen om uit de crisis te geraken ingang te doen vinden bij de bevolking en anderzijds ook om het nationalistische chauvinisme tegen de “profiteurs uit het Zuiden” aan te scherpen. Wat de resultaten betreft, mondt dit uit niet enkel op een geslaagd indijken van de populistische partijen, die tot controleerbare proporties herleid werden, maar vooral tot een gevoelige versterking van de twee partijen die burgerlijk-rechts en burgerlijk-links bij uitstek vertegenwoordigen : de VVD en de PvdA.
Op basis van de leuze ‘het eerlijke verhaal vertellen’ hebben alle partijen een oorverdovend media-offensief gelanceerd, waarbij er iedere dag herhaald werd dat ‘we’ alleen gezamenlijk uit deze crisis komen: “sterker en socialer” (PvdA), “samen kunnen we meer” (CDA). De inzet van de campagne was om de uitgebuite lagen in de maatschappij, en in het bijzonder de arbeidersklasse, voor de valse keuze te plaatsen tussen veel of nog meer dan veel te bezuinigingen.
Geconfronteerd met de ernstige economisch-financiële problemen proberen de burgerlijke ideologen ons wijs te maken dat er oplossingen mogelijk zijn. Daarvoor zouden we echter wel bereid moeten zijn de komende jaren pijnlijke ingrepen te aanvaarden, zoals in de gezondheidszorg, in de werkloosheidsuitkering, de pensioenen, enzovoort. Dat valt volgens de politici, van zowel rechts als links, niet te vermijden. Alle partijen hebben hun verkiezingsprogramma’s door het CPB laten doorberekenen en daaruit blijkt overduidelijk dat alle partijen nagenoeg staan op één lijn staan. Er bestaat nauwelijks verschil tussen de plannen van de verschillende partijen en ze komen er niet omheen ‘het eerlijke verhaal vertellen’.
Nog meer bezuinigen was dan ook het enige uitgangspunt, waarin alle verkiezingsdebatten tussen de politici plaatsvonden. Een andere mogelijke weg is in haar ogen uitgesloten. Op een vraag van een journalist "Moeten we niet eens nadenken over de manier waarop we dit alles hebben ingericht?” antwoordde Buma Haersma, lijsttrekker van de CDA: “Ja, als we dat gaan aansnijden, dan wordt het allemaal te ingewikkeld (…) Dus kunnen we het maar beter hebben over concrete maatregelen die concrete gevolgen voor concrete programma’s hebben.” (1)
Waarom is dit zo ? Heel eenvoudig: omdat door de ernstige verergering van de wereldwijde economische crisis, sedert 2007, alle regeringen dezelfde bezuinigingspolitiek moeten voeren. Daarbij bestaat geen verschil tussen rechts of links, behalve misschien in de taal die ze gebruiken of de kleur van het papier waarin ze de zogenaamde hervormingen verpakken.
De bourgeoisie in Nederland kent maar één ‘oplossing’: de opvoering van de moordende concurrentie met de economieën van de andere landen, ook ten opzichte van die van de andere landen binnen Europese Unie zoals Italië, België, Finland, enzovoort. Europa is als een horde wolven die elkaar te lijf gaan om de laatste resten te bemachtigen van de kadavers, zoals Griekenland, die ze steeds nadrukkelijker op haar roofpad dreigt achter te laten. Dat is de enige manier die de kapitalistenklasse in Nederland ziet om de nationale belangen van haar economie te verzekeren.
Op dit vlak is ze wel altijd zorgvuldig te werk gegaan, want ze kan er natuurlijk niet openlijk voor uitkomen dat ze een systeem probeert te doen voortleven, dat bestaat op basis van een moordende concurrentie met andere nationale kapitalen. In de huidige periode, van ongekende harde aanvallen in een reeks van Europese landen, wordt het echter steeds moeilijk om dit verborgen te houden. Naarmate de crisis zich verdiept en de aanvallen zich veralgemenen, zal ze steeds meer problemen hebben om haar werkelijke aard voor haar klassevijand te verbergen.
Om te voorkomen de concurrentie op leven en dood tussen de naties door de klasse van werkers doorzien wordt, trekt de heersende klasse in Nederland nu vooral een mist op van het chauvinisme, in de vorm van een anti-Europese campagne. Alle partijen in Nederland zijn verenigd in deze zelfde 'euro-sceptische' campagne. "Nergens anders in Europa is de eurohaat zo intens en zo wijdverbreid is als in Nederland.. Nedergif, noemt een hooggeplaatste EU-ambtenaar het. En we (Europa) appreciëren het nog minder dan de nederwiet" . (De Volkskant, 2012-08-04)
Het meest opmerkelijke bewijs van het wantrouwen van de Nederlandse heersende klasse in Europa was de houding van Minister-president Rutte op de laatste Eurotop, eind juni in Brussel. Toen hij zijn handtekening moest zetten onder het akkoord over 'Europees bankentoezicht en noodsteun' bleef Rutte lange tijd weifelen. Hij verklaarde zijn talmende houding met: "ik kan niet tegen de wensen van de Tweede Kamer ingaan." (Idem) Uiteindelijk werd hij, middels een uitval van de Cypriotische president Demetris Christofias, door Merkel op zijn plaats gezet en zette hij alsnog zijn handtekening.
“Dat de verkiezingen over Europa gingen, was in alle Europese hoofdsteden genoegzaam bekend. Alsook het feit dat nergens anders in de EU de eurohaat zo intens en zo wijdverbreid is als in Nederland. (...) Zonder uitzondering waarschuwen ze voor de gevolgen als Nederland na de verkiezingen volhardt in zijn afkeer van Brussel”. (Idem) In deze anti-Europese campagne speelt de PVV niet de meest belangrijkste, maar wel de meest karikaturale rol. De leuze: 'de dictatuur van Brussel' is een lijfspreuk die vooral de populistische PVV zich aanmeet. Maar aan de andere kant bespeelt de SP, met de lijfspreuk "over my dead body" van Roemer, niet minder de anti-Europese gevoelens van de bevolking in Nederland. En wel op zo’n openlijke en grove manier, dat leden binnen de partij openlijk hun stem beginnen te verheffen: “In de SP mag geen plaats zijn voor nationalisme en mag er niet mee gespeeld worden om beter te scoren in de peilingen, ook niet een klein beetje.” (2)
Henriete Roland Holst erkende in haar tijd al het gevaar van het nationalisme voor de geestesgesteldheid binnen de arbeidersklasse, een vergif dat al de poriën van haar bewustzijn kan doortrekken. “De koorts van het nationalisme, .... het instinct van collectief nationaal zelfbehoud, overstemt alom het revolutionaire klassenbewustzijn: .... de heilige eenheid (van de natie – Dellix) komt door heel West- en Centraal-Europa tot stand”, wat er toe leidt dat “de proletarische klassenstrijd alom wordt uitgeschakeld.” (De revolutionaire massa-aktie; hoofdstuk 7) Een dergelijke ideologie keert zich uiteindelijk tegen de arbeiders zelf en sluit hen op in een visie van ‘Nederlanders' aan de ene kant en ‘buitenlanders' aan de andere kant. Hierdoor wordt hun gemeenschappelijk klassebelang ontkend en worden ze gekneveld in de valstrik van het nationalisme. Zonder strijd op te nemen kunnen de arbeiders onmogelijk ontsnappen aan de besmetting van deze ideologie.
Het nationalisme maakt volkomen deel uit van de kapitalistische ideologie. Elke nationale bourgeoisie kan slechts overleven door economisch (en militair) te wedijveren met haar rivalen. De cultuur, de media, het onderwijs, de sportindustrie, al deze burgerlijke ideologieën verspreiden onophoudelijk hun gif om de arbeidersklasse te lijmen aan de natie. (De arbeiders beginnen het nationalisme in vraag te stellen; Internationalisme 42)
Om de ingrepen in de inkomens en subsidies te kunnen realiseren moet de bourgeoisie zo snel mogelijk een politieke opstelling in elkaar flansen met de meest doeltreffende regering en de meest geloofwaardige oppositie. Op dat vlak kan het gelijktijdige triomf van de “rechtse” VVD en de “linkse” PvdA wel voor enige spanning zorgen binnen de Nederlandse bourgeoisie. Binnen de Europese bourgeoisie bestaat immers een reëel meningsverschil over de wijze waarop gevolgen van crisis bestreden moeten worden. Het is de keuze tussen de politiek van meer bezuinigen, die vooral door Duitland wordt verdedigd, of de politiek van meer stimuleren, die door landen als Frankrijk wordt voorgestaan. Maar ook stimuleren betekent niet dat er op het vlak van de aanvallen gas teruggenomen wordt. Sinds het moment dat louter bezuinigen niet meer gezien wordt als een reëel perspectief, heeft de bourgeoisie een eufemisme bedacht wat ook de arbeidersklasse gemakkelijker om de tuin leidt: ‘hervormingen’. Achter ‘hervormingen’ verschuilt zich een politiek waarbij het kleine beetje, dat met de ene hand gegeven wordt, met de andere hand dubbel en dwars wordt teruggepakt.
Uit recent onderzoek van het Instituut voor Budgetvoorlichting, Nibud, blijkt dat van de 7,2 miljoenen huishoudens in Nederland zo’n 27 % betalingsachterstanden heeft. Achter ruim twee miljoen voordeuren is het financieel tobben. Bij zo’n 700.000 huishoudens is het een uitzichtloze financiële crisis (De Telegraaf van 2012-09-06). Deze materiële omstandigheden vormen de basis voor het succes van de bourgeoisie om het grootste deel van de niet-uitbuitende bevolking mee te krijgen in haar 'reformistische' bezuinigingspolitiek, omdat ze haar een beeld voorhoudt dat we z'n allen in hetzelfde schuitje zitten. Zo slaagt ze er in om de Nederlandse bevolking haar 'hervormingspolitiek' aan de broek te smeren.
Zelfs ultralinks, in de persoon van een sympathisant van Socialisme Nu, doet een duit in het zakje door de anarchisten, zoals die van De Vrije Bond, die actief campagne voeren tegen de zinloosheid van de parlementaire politiek en de verkiezingen en oproepen niet te gaan stemmen, voor de voeten te gooien dat “de achilleshiel van het anarchisme ( ....) namelijk geen raad weet met het reformisme, niet alleen als een politieke stroming maar ook als een sociale realiteit (namelijk miljoenen mensen die geen revolutionair, maar een reformistisch bewustzijn hebben en vinden dat kleine verbeteringen op dit moment de enige oplossing zijn)”.(3) Ultralinks roept dus op om ons neer te leggen bij de 'hervormingspolitiek', waarbij ons met aan de ene hand een kluif wordt toegeworpen om vervolgens met de ander hand het hele bord voor onze neus weg te graaien. De kluif die ons wordt toegeworpen, wordt door Socialisme Nu betiteld als de “kleine verbeteringen” die “op dit moment de enige oplossing zijn”. Het zou te gek zijn met nog meer cijfers aan te komen zetten, maar dat dit is een grove leugen is, laten de recente gegevens van het Nibud wel zien. Iedereen met een beetje besef voor realiteit weet dat driekwart van de bevolking in Nederland er in de laatste jaren onmiskenbaar in inkomen op achteruit is gegaan, terwijl de dagelijkse uitgaven alleen maar toenemen.
Het voorbije ideologische offensief van de bourgeoisie in Nederland is zo goed als geslaagd te noemen. Op een kleine, meer politiek bewuste minderheid na, is ze er niet alleen in geslaagd de arbeiders op te sluiten in een valse keuze, maar ze ook voor een groot deel mee te slepen in een nationalistische anti-Europa-campagne. Er bestaat geen direct verband tussen de verkiezingscampagne van de bourgeoisie en de arbeidersstrijd. Zoals in het verleden al eens meer is gebleken, kunnen de arbeiders, ook in de periode rondom de verkiezingen, de strijd opnemen tegen de aanvallen op hun levensvoorwaarden. Maar kenmerkend voor de huidige situatie in Nederland is dat er nagenoeg geen strijd op het klasseterrein plaatsvindt.
Het kapitalisme is in verval, zoals de slavernij in de vervalperiode van het Romeinse keizerrijk of het feodale systeem in de dagen van de absolute monarchie. De schuldencrisis is alleen maar een symptoom, een uitdrukking van dit verval. Het kapitalisme, dat onmenselijke, dodelijk zieke systeem, moet en kan vervangen worden door een wereld zonder klassen, uitbuiting, winst en concurrentie. Zo’n wereld kan slechts tot stand komen door de massa’s, van werkenden in flexibele banen, werklozen, gepensioneerden, jonge mensen in precaire part-time banen te verenigen in de strijd. Als stemmen gebruikt wordt om dingen werkelijk te veranderen, zullen het de ‘stemmingen’ zijn door onszelf, de uitgebuiten, georganiseerd – de stemmen, die uitgebracht worden in algemene vergaderingen, waar we collectief beslissen hoe we moeten strijden tegen de staat en haar repressieve en ideologische vertegenwoordigers.
Dellix /12.09.2012
Voetnoten
(1) Woordelijk verslag van Frénk van der Linde in het tv-programma Dit was het nieuws, van 8 sept 2012
(2) Uit: Een brief aan leden van de SP en Doorbraak en Spelen met nationalistisch gevoel is levensgevaarlijk; Sjaak van der Velden, hoofdredacteur van Spanning, het wetenschappelijke blad van de SP
(3) Reactie van Joost op de weblog van RooierAvotr, 31-08-2012.
In het kader van de parlementsverkiezingen zijn er weer enkele discussies uitgebroken en acties ondernomen over ‘niet-stemmen’. De afwijzing van deelname aan de verkiezingen komen we tegen in het anarchistisch milieu: bij zowel de georganiseerde, De Vrije Bond, als de individualistische anarchisten. De groep Doorbraak daarentegen houdt vast aan haar standpunt om, zij het ‘kritisch’, op de SP te stemmen.
In het kader van de parlementsverkiezingen zijn er weer enkele discussies uitgebroken en acties ondernomen over ‘niet-stemmen’. De afwijzing van deelname aan de verkiezingen komen we tegen in het anarchistisch milieu: bij zowel de georganiseerde, De Vrije Bond, als de individualistische anarchisten. De groep Doorbraak daarentegen houdt vast aan haar standpunt om, zij het ‘kritisch’, op de SP te stemmen. Geconfronteerde met een nog nooit vertoond algemeen wantrouwen in de burgerlijke politiek, zoals dat het afgelopen jaar tot uitdrukking kwam in de beweging van de Occupuy en de Indignados, loopt ze hier niet mee te koop!
Als veel mensen niet gaan stemmen, betekent dit dat ze opnieuw “controle veroveren over hun eigen leven?” Zal een campagne of een advies om niet te stemmen er werkelijk in slagen de mensen ervan te overtuigen “zelf het heft in eigen hand te nemen” en “middelen te ontwikkelen waarmee ze dat kunnen doen?”. Is het werkelijk nuttig om "in verkiezingstijd extra aan de weg te timmeren?” Met andere woorden: “Leeft het politieke debat dan werkelijke meer?” Dit zijn de vragen, die zich opwerpen, als je leest wat de anarchisten in Nederland in de afgelopen periode naar voren hebben gebracht. Om hierop een antwoord te kunnen geven moeten we dieper ingaan op wat ‘democratie’, een diepgeworteld verschijnsel in de westerse maatschappij, precies is en wat verkiezingen in dit kader betekenen.
De democratie is een maatschappelijk mechanisme. Ze is een beheersvorm, die de arbeiders passief maakt, hen met behulp van intensieve mediacampagnes intimideert en verlamd, om ze uiteindelijk mee te voeren in een keuze, die er niet werkelijke een is. De vorm waarin de heersende klasse ons de democratie voorschotelt, is niets anders dan de opsluiting, met regelmatige tussenpozen, van het ‘stemvee’ in een afgescheiden hokje om enkele ‘specialisten’ aan te wijzen ...... politici, die in het parlement en andere instanties zitting nemen om ‘niet te doen wat ze beloofd hadden en te doen wat ze niet beloofd hadden’. Parlementaire democratie is een mechanisme ter legitimatie van overheersing van de bourgeoisie, die haar klassemacht voorstelt als een volksmacht.
De democratie ook een ideologie, een geestesgesteldheid, een cultuur (‘democratisme’). Ze is een sociale dynamiek, die arbeidersklasse onderwerpt aan het monotone leven van consumptieve dwang en ze als uitgebuite massa, van elkaar en van hun oorsprong vervreemdt. Tegelijkertijd splitst ze haar op in aparte elementen en vormt haar om in een massa van geatomiseerde wezens om hen tenslotte te integreren in een geheel van activiteiten, die de klassemaatschappij kan doen functioneren.“De basiswaarden van westerse democratieën lijken bevrijdend, maar zijn in feite verpakt in de basale vervreemding (onder regie – Dellix) van de staat en het kapitaal.” (Website Anarchistische Groep Nijmegen).
In de 19e eeuw, toen het kapitalisme nog in haar bloeiperiode was, ging de arbeidersstrijd tegen de uitbuiting en de repressie door de bourgeoisie noodzakelijkerwijs via een strijd voor ‘democratische’hervormingen, via de moeizame eisenstrijd voor de verovering en de van mogelijke, werkelijke en duurzame verbeteringen van haar bestaansvoorwaarden, op zowel economisch als politiek terrein. Toentertijd kon het parlement nog gebruikt worden als een tribune waardoor de arbeidersklasse haar stem kon laten horen en zich een plaats kon veroveren in het kapitalisme dat nog in staat was blijvende verbeteringen toe te staan.
Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog treedt het kapitalisme definitief zijn permanente historische crisis binnen. Van dat moment af kan het niet langer meer overleven tenzij via een helse spiraal van crisis, oorlog, heropbouw, nieuwe nog scherpere crises, die het samen met de rest van de mensheid doet afglijden naar een steeds grotere barbarij en ellende. Deze onoverkomelijke tegenstellingen die het kapitalisme aanvreten vanaf de eerste decennia van de 20e eeuw, krijgen door hun intensiteit, hun duur, hun veralgemening over alle landen ter wereld een kwalitatief nieuwe dimensie. Zij plaatsen de arbeidersklasse voor de noodzaak en de mogelijkheid om direct over te gaan tot het omverwerpen van het kapitalisme.
Van dan af aan, en rekening houdend met de verbitterde concurrentie tussen de verschillende nationale fracties van de bourgeoisie die elkaar de steeds schaarser wordende afzetmarkten betwisten op de wereldmarkt, bestaat de overleving van het kapitalisme uit een intensivering van de uitbuiting en de aanvallen op alle levensvoorwaarden van de arbeidersklasse worden. Voortaan is er voor de bourgeoisie geen sprake meer van het toestaan van werkelijke en duurzame hervormingen aan het proletariaat, om het even op welk vlak, economisch of politiek. Zij dringt het haar tegendeel op: steeds meer opofferingen, ellende, uitbuiting en barbarij. (1)
In tegenstelling tot de 19e eeuw rest er voor het proletariaat geen enkele mogelijkheid meer om van de verkiezingen te gebruiken ter verdedigen van haar belangen. Dat is de reden waarom de revolutionairen de arbeiders vandaag de dag ook oproepen om zich niet langer in dat soort campagnes mee te laten voeren.
De Vrije Bond is naar aanleiding van de komende parlementsverkiezingen een actie gestart, genaamd “Ontstemd” “We willen mensen met deze campagne helpen bewust worden dat de broodnodige en gewenste maatschappelijke veranderingen niet zullen verwezenlijkt worden door eender welke samenstelling van het parlement.” (....) “Deze veranderingen zullen we samen moeten afdwingen, van onder op. (...) Het doel van deze campagne is mensen prikkelen om controle te veroveren over hun eigen leven.” In die zin doen verkiezingen er volgens De Vrije Bond eigenlijk niet zoveel toe, want ze wil toch geen stemadvies geven.
Deze activiteit van de Vrije Bond wekt in eerste instantie ieders sympathie op, vooral door de wijze waarop ze haar ze haar drie uitgangspunten formuleert. (2) We kunnen ons goed indenken dat De Vrije Bond een campagne is gestart tegen de parlementaire verkiezingen. Desalniettemin begrijpen we niet goed waarom deze gevoerd moet worden in deze periode van de verkiezingen. Waarom zoveel nadruk op de weigering tot deelname er aan, als “verkiezingen er [uiteindelijk - Dellix] toch niet zoveel toe doen?” We kunnen slechts concluderen dat er eigenlijk er niets nieuws is onder de zon: de activiteit van De Vrije Bond is in wezen een doodgewone anti-verkiezingscampagne is, zoals de anarchisten die al jarenlang voeren en gevoerd hebben.
Beseffen de kameraden van de Vrije Bond dan nog niet dat ze, door hun actie “Onbestemd” juist ongewild reclame maken voor het fenomeen burgerlijke verkiezingen? Als de IKS tegen de vakbonden is, dan gaat ze toch ook geen anti-vakbondsacties organiseren op het moment dat er en nieuwe vakbondsleiding aangesteld wordt! Het enige wat je ermee bereikt is dat de vakbonden alleen maar meer krediet krijgen. We kunnen niet anders dan ons eens te verklaren met wat de AGN op haar website schrijft: zelfs “sociale ‘grassroots’ bewegingen, die democratie als een ideaal hebben (...) delen nog steeds een filosofische basis met de staat, vaak zonder het door te hebben, en zijn als zodanig geneigd om de autoritaire dynamiek van de democratische regering te reproduceren, terwijl ze tegelijkertijd de weg vrij maken voor het herwinnen (recupereren - Dellix) van de sociale bewegingen door de staat.”
Op weblog Rooieravotr is op 15 juni een discussie aangezwengeld over ‘Verkiezingen als valkuil’; (stemmen: ja of nee). In de bijdrage komt de anarchistische kameraad tot de conclusie dat al of niet-stemmen een principiële keuze is en hij eindigt met “het hypen van verkiezingsdeelname, het tot iedere prijs zoeken naar kandidaten die gesteund moeten worden, is een gevaarlijke valkuil”. Anderen, die op het artikel reageren, vinden dat je zowel parlementair als buitenparlementair je stem moet laten horen. Dat je dus buiten het parlement actief moet zijn, maar toch moet gaan stemmen.
Wat zijn de argumenten die door de kameraad van de bedoelde weblog worden aangevoerd om niet te gaan stemmen? Duidelijk is dat het voor hem een vrij principiële keuze betreft: “Die vijand is het staatsbestel en het daarmee verweven kapitalisme zelf. (...) Stemmen is: macht weggeven aan politici (...) Zo bezien versterkt stemmen onze vijand, ongeacht wat je precies stemt. Het geeft ze legitimatie als ‘onze’ vertegenwoordigers, waar we vervolgens geen werkelijke greep meer op hebben na verkiezingsdag. (...) Dit alles betekent dat verkiezingen nadrukkelijk geen machtsmiddel zijn waarmee de brede onderkant in de maatschappij – een overgrote meerderheid! – haar bevrijding kan bereiken, of zelfs maar wezenlijk dichterbij kan brengen.”
De kameraad heeft gelijk dat verkiezingen, als democratisch mechanisme, de bestaande overheersing van de bourgeoisie legitimeert. Ook al dragen verkiezingen niet zozeer bij tot een versterking van de materiele macht van de bourgeoisie, ze kunnen wel haar ideologische macht versterken en overheersing uitbreiden. Toch is al of niet stemmen niet allesbepalend. Het gaat veel meer om de democratische illusies, waar een eventuele deelname aan de verkiezingen mee gepaard gaat. Maakt men zich geen illusies over de parlementaire democratie, over de keuzes die middels de verkiezingen voorgelegd worden, dan hoeft (al of niet verplicht) stemmen geenszins een versterking betekenen van de macht van de bourgeoisie.
Al doorziet de kameraad vrij goed de valstrik van de parlementaire verkiezingen, daarmee begrijpt hij nog niet de misleiding in de vorm van de democratische ideologie. Want in een tweede bijdrage schrijft hij: “Ik geloof in de noodzaak de rechtse hegemonie in het debat te doorbreken.” In deze zin laat hij niet alleen zien dat hij meer betekenis hecht aan een burgerlijk-links dan een burgerlijk-rechts geluid, maar dat hij ook niet begrijpt dat een burgerlijk-politiek debat geen echte open discussie is, maar een bijeenkomst waarin posities als krachten met elkaar gemeten worden. Deze wijze van debatteren staat in schril contrast met een discussie dat plaatsvindt tijdens een algemene vergadering van de werkers, waarin op collectieve wijze gezocht wordt naar antwoorden op vragen die de strijd stelt.
Ten lange leste wordt hij, net als velen in het anarchistische milieu, toch nog steeds misleid door de burgerlijke waarden, die ten grondslag liggen aan het ‘democratisme’, zoals pluriformiteit, gelijkheid, en met name individualiteit. Deze misleiding is namelijk een wezenskenmerk van iedere anarchist, die de individuele (klein-)burgerlijke rechten niet ondergeschikt wenst te maken aan de collectieve, gecentraliseerde werking en dus altijd kiest voor een federatieve vorm van organisatie van de eigen groep en van de toekomstige maatschappij.
Ondanks alle grote woorden ontkomt De Vrije Bond er niet aan dat het ‘democratisme’ nog steeds de grondslag vormt voor haar anti-verkiezingsactiviteiten. In haar campagne breekt ze niet radicaal en fundamenteel met democratie. Ze wijst de democratie als mechanisme, het verkiezingencircus, duidelijk af. Maar doordat ze die andere - culturele, ideologische - dimensie van de democratie niet als een gevaar beschouwt “voor de strijd voor een vrije en sociale samenleving van onderop”, gaat hun actie ‘Ontstemd’ “de deur naar ‘recuperatie’, naar een proces waarin de rechtstreekse zeggenschap naar boven toe verdwijnt en in handen van specialisten, bestuurders, regeerders komt, (....) toch openstaat.” (Peter Gelderloos over democratie en anarchie, Weblog Rooieravotr)
“Het is niet mogelijk voor de arbeidersklasse om de kapitalistische tegenstelling, haar slavernij en uitbuiting, bewerkt door middel van haar vrijheid, op te heffen, zonder tegelijk de politieke tegenstrijdigheid van de burgerlijke democratie te doorzien. Zolang de arbeiders deze aanvaarden en daarin geloven, en ze haar vormen schijn voor wezen houden, zolang blijven ze in haar net gevangen en kunnen ze zich niet uit de draden losmaken. Deze ideologie is in de tegenwoordige stand van de strijd der klassen de ernstigste belemmering van de bevrijding.” (Arbeidersraden; Anton Pannekoek)
Doorslaggevend in de strijd tegen de democratie is hoe de arbeidersklasse haar strijd tegen de kapitalistische staat en de ondernemers ontwikkelt. Niet in de vorm van anti-kapitalistisme, anti-autoriteit, of anti-verkiezingen, enzovoort, als verschillende schijnbaar elkaar gescheiden verschijnselen van het systeem, maar in de vorm van één strijd van één klasse van werkers. Alleen de ongedeelde strijd tegen de grondslag van het systeem, de loonarbeid, kan de burgerlijke democratie radicaal in vraag stellen. Het gaat er vooral om die activiteiten te ontwikkelen, die de solidariteit binnen de klasse kunnen versterken en haar wezen tot leven doet komen.
De geschiedenis heeft ons genoeg voorbeelden laten zien van historische gebeurtenissen waarbij gebruik gemaakt werd van vormen van arbeidersdemocratie, en waarin het leven van de klasse tot uitdrukking kon komen. Als voorbeeld kan dienen hoe de algemene vergadering in mei 2011 in Madrid door onze kameraden in Spanje beschreven werden: “Men komt tot de ontdekking dat men kan praten, dat men alle zaken collectief kan behandelen. Op de bezette pleinen worden bibliotheken opgezet, men organiseert een ‘tijdsbank’ om les te geven over allerlei thema's, zowel wetenschappelijke als culturele, artistieke, politieke als economische. Er worden gevoelens uitgedrukt van solidariteit, er wordt aandachtig geluisterd zonder dat iemand zich opdringt, een bedding van algemene empathie. Op een nog schuchtere manier wordt er op die manier een massale debatcultuur in het leven geroepen..”
2012.08.31 / Dellix
Voetnoten
(1) De verkiezingen dienen enkel de belangen van de bourgeoisie; Wereldrevolutie 121 - 2e kwartaal 2010
(2) https://www.vrijebond.nl/sluit-je-aan-bij-campagne-ontstemd/#more-2526 [71]
Sinds half februari vochten de studenten in Quebec tegen de verhoging van het collegegeld, maar drie maanden lang werden ze door de buitenlandse pers doodgezwegen. Daardoor heeft niemand buiten Canada ooit een goed beeld kunnen krijgen van de werkelijke dynamiek van de beweging. De meeste media in Quebec zelf richtten zich vanaf het begin op het hoogst ideologische thema van de “populariteit of onpopulariteit” van de beweging, maar de beweging zelf neigde ertoe om zich te veralgemenen en zich tot buiten de onderwijssector uit te breiden. De studenten hebben laten zien dat ze maatregelen zoals de verhoging van het collegegeld met 82% - die bovenop de vorige verhogingen kwam – en de repressieve en provocatieve houding van de regering Charest, niet passief wensen te aanvaarden. Hun leuze in de beweging was: “ Overal demonstraties totdat we winnen!”
Om een beter inzicht te krijgen in de achtergrond van de beweging, kijken we naar enkele gelijksoortige maatregelen die de regering de laatste jaren nam, en naar de omstandigheden, waarmee de studenten in het bijzonder worden geconfronteerd.
Met de spanningen bij Air Canada, de staking en daarna de uitsluiting bij de posterijen, hebben er in Canada vanaf de zomer van 2011 al een reeks van acties in de werkplaatsen plaatsgevonden die een groot aantal centrale industrieën op nationaal, regionaal en lokaal niveau troffen. Ook al was de beweging van de Occupy in Canada veel minder spectaculair dan elders, toch hebben de studenten van Quebec zich op een vastberaden wijze in een langdurige strijd geworpen tegen de plannen van de provinciale regering. Die plannen waren bedoeld om de overheidsschulden te dekken door de kosten voor de inschrijving aan de universiteit te verhogen. Het repressieve apparaat van de staat in Quebec liet keer op keer haar tanden zien en zette de rondgang in Montreal herhaalde malen stop.
De bezuinigingen die momenteel overal ter wereld plaatsvinden zijn het gevolg van de historische crisis van het kapitalisme. De verhoging van de collegegelden die er net als alle andere maatregelen op gericht zijn de tekorten te beperken, is helemaal niet nieuw of specifiek voor Quebec. Tijdens Bourassa’s tweede termijn als premier, in 1990, heeft de regering al besloten om voor de collegegelden, die sinds 1968 C$ 540 per jaar bedroegen, geen plafond meer vast te leggen. Deze collegegelden zijn nu verdrievoudigd tot C$ 1668 per jaar. Daarna was het de rechtse regering van Charest die in 2007 in dezelfde stijl doorging met een verhoging van C$ 500 (in een periode van 5 jaar), een verhoging die in het leerjaar 2011-2012 uitkwam op C$2168. Met dat soort kosten (zelfs al zijn ze slechts half zo hoog als die in de VS) kan een groot aantal studenten het zich niet meer veroorloven nog naar de universiteit te gaan. In Canada heeft 80% van de studenten met een full-time studie er nog een baantje bij, maar toch leeft de helft van hen van C$12.000 per jaar (de armoedegrens voor een eenpersoonshuishouden in 2010 was C$ 16.320).
Met de begroting, die op 18 maart 2011 werd bekendgemaakt, bevestigde de regering Charest haar intentie om de collegegelden in de 5 komende jaren met nog eens C$ 1.625 te verhogen en ze daarmee te laten oplopen tot bijna C$ 4.500 in 2016, als je de extra kosten meerekent die door de universiteiten gevraagd worden. De reactie op deze aankondiging liet niet lang op zich wachten. Op 31 maart dit jaar demonstreerden er in Montreal verschillende duizenden studenten en, op initiatief van de studentenvakbond FEUQ, werd er elke week een kamp opgezet voor het kantoor van de Minister van Onderwijs.
Was dit een strijdmethode die de beweging in staat stelde zich uit te breiden door op zoek te gaan naar solidariteit?
Dat is helemaal niet zeker. In ieder geval waren er in de loop van 2011 geen grootse ontwikkelingen te bespeuren. Pas op 22 maart dit jaar vonden er studentendemonstraties plaats die verrassend groot waren. Tussen de 200.000 en 300.000 namen deel aan de demonstraties, waarbij zowel studenten als arbeiders in het centrum van Montreal samenkwamen. De eisen die ze stelden, maakten deel uit van een bredere historische beweging. Sommige mensen spraken over de ‘Maple Spring’ waarbij ze refereerden naar de revoltes in de Arabische landen. De onderliggende woede was veel breder dan de kwestie van de collegegelden alleen en er was een duidelijke bevestiging van solidariteit met de Occupy-beweging. Deze beweging liet zien dat de toenemende moeilijkheden van het dagelijkse leven een steeds groter deel van de bevolking ertoe aanzet om te reageren.
Op 7 april, tijdens de reeks van conferenties in Montreal, moest de woordvoerder van de ‘Coalition Large de l’Association pour la Solidarité Syndicale Etudiante’ (CLASSE - Brede Coalitie van de Vereniging voor de Syndicale Solidariteit tussen Studenten), Gabriel Nadeau-Dubois, de omvang van de beweging erkennen: “Onze staking is niet een zaak van een generatie, het is niet een zaak van één enkele lente, het is een zaak van een volk, van de wereld. Onze staking is niet een geïsoleerde gebeurtenis, onze staking is een brug, het is slechts een fase op een veel langere weg.” Voor de regering Charest was het duidelijk dat men de studenten niet kon toestaan om de straten te bezetten, vanwege het risico dat ze de solidariteit zouden verwerven van andere sectoren en de beweging een nog breder karakter zou krijgen. Daarom nam de regering op 18 mei een wet aan, de zogenaamde ‘Wet 78’, die iedere niet-aangekondigde demonstratie onwettig maakte. Dit zijn de grote lijnen van deze ‘speciale’ wet:
“Het verbiedt het recht om te demonstreren zonder voorafgaande toestemming van de politie: acht uur van tevoren moeten het tijdstip, de duur, de route en de vervoermiddelen aan de politie doorgegeven worden (deze beperking geldt voor iedere verzameling van meer dan 50 mensen). Het niet-naleven van ‘Wet 78’ kan heel hoge boetes tot gevolg hebben voor de organisatoren van de stakingspiketten: van C$ 1000 tot C$ 5000 voor een individu en van C$ 25.000 tot C$ 125.000 voor een groep van studenten – het dubbele bij een tweede veroordeling.”
Het idee van de huidige regering was om hard terug te slaan teneinde de mobilisaties te breken en de demonstranten eraan te herinneren wie de wet stelt. De repressieve middelen doen herinneren aan het geweld dat in het afgelopen jaar gebruikt is tegen de Spaanse of Griekse demonstranten. Een gelijkaardige vorm van geweld vond plaats in 2010 in Lyon in Frankijk om de studenten en scholieren te intimideren, waarbij de politie hen urenlang insloot op het Bellecourtplein, voordat ze één voor één werden doorgelaten nadat hun identiteitskaart was gecontroleerd. Dat leek een experiment om de demonstranten te intimideren en hun militante wil te breken. Dit leek ook het doel te zijn van de ‘Wet 78’ van de regering Charest. Maar de gebeurtenissen zijn niet zo gelopen als de heersende klasse van Quebec had gepland. In plaats van de beweging te breken en de studenten op de knieën te krijgen, werd deze speciale maatregel door de demonstranten beschouwd als een provocatie en leidde ze tot een radicalisering en uitbreiding van de beweging. In tegenstelling tot de meeste voorgaande studentenbewegingen in Quebec zijn dit keer ook de Engelstalige universiteiten, McGill en Concordia, in staking gegaan.
Pogingen van de politie om te intimideren werden gevolgd door nog bredere protesten en regelmatige ‘casserolades’. Dit zijn nachtelijke demonstraties, die sinds 21 mei worden gehouden, waar werkers, werklozen, studenten en gepensioneerden uit protest tegen het verbod van de regering, met potten en pannen lawaai maakten. En de staat antwoordde: “in de nacht van woensdag 30 op donderdag 31 mei werden er in Montreal en Quebec meer dan 700 mensen werden gearresteerd door de politie die charges uitvoerde omdat ze de demonstratie als onwettig beschouwde. Van de 518 die gearresteerd werden er na de 13e achtereenvolgende nacht van demonstraties 506 als groep en 12 als individu gearresteerd; 14 van hen op basis van de de Criminal Code en één op basis van de gemeentelijke verordening die het verbied om maskers te dragen zonder redelijk motief.” (De Devoir, 25 mei 2012)
Het is duideljk dat de kracht van deze beweging wordt bepaald door de strijdbare en vastberaden houding van de jonge generatie. We kunnen dit slechts ondersteunen, net als de pogingen tot uitbreiding en de aanwezigheid van werkers van andere sectoren in de strijd. Enerzijds, kan het gebrek aan subtitiliteit en de brutaliteit van de regering Charest leiden tot een veralgemening van de strijd. Anderzijds bevat de beweging nog veel zwakheden en zal ze vele valkuilen moeten omzeilen om niet vast te lopen in steriele eisen.
Allereerst bestaat het idee dat Quebec verschillend is van de rest van Noord-Amerika en het op één of andere manier een meer sociaal verantwoordelijke “niet-Engelse” regering kan krijgen. De schulden van de studenten zijn een centrale kwestie, bekend voor studenten in de hele wereld, maar er is de illusie dat Quebec deze algemene tendens kan vermijden. De beweging heeft zich niet werkelijk buiten Quebec uitgebreid, al zijn er studentendemonstraties geweest in Ottawa en Toronto. Uitdrukkingen van solidariteit deden zich voor in British Colombia, samen met demonstraties in Parijs, Cannes, Londen, New York en Chili. Solidariteit van ver weg, maar de strijd heeft zich niet uitgebreid.
Misschien is de belangrijkste illusie wel dat het mogelijk is om een beter leven te leiden binnen het kapitalisme; de illusie dat dit systeem van uitbuiting veranderd kan worden door hervormingen en via ‘democratische’ kanalen. Deze illusie is rondgevent door de vakbonden en in het bijzonder door CLASSE, met haar praatjes over ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’. ‘Wet 78’ voorziet in een schorsing tot augustus bij instellingen waar men in staking is, zonder aan de termijn toe te geven. Daarom is het moeilijk te zeggen hoe de beweging verder zal verlopen. Wat echter wel gezegd kan worden is dat alle arbeidersbewegingen in de geschiedenis van het kapitalisme bewijzen dat de enige weg die een werkelijk perspectief biedt, bestaat in het zoeken naar de grootst mogelijke uitbreiding en solidariteit. Tegen het einde van de maand juni vonden er nog steeds demonstraties plaats, hoewel er niet hetzelfde aantal aan meededen als op het hoogtepunt van de beweging, toen er 170.000 studenten in staking waren. In de tussentijd zijn de studentenvakbonden op het legale terrein gewikkeld in een strijd om ‘Wet 78’.
Op het vlak van de klassenstrijd is Canada geen achterlijk land. Tijdens de revolutionaire golf van 1917-1923 vormde de Winnipeg Algemene Staking van 1919 een belangrijke episode in de aanval van de arbeidersklasse op de maatschappelijke orde. In de internationale strijdgolf die aan het einde van de jaren 1960 begon, waren er 300.000 arbeiders betrokken in de algemene staking van 1972. Tijdens deze staking werden bedrijven en radiostations bezet en steden overgenomen. In de huidige studentenstrijd zijn de lessen dezelfde voor Quebec als elders: het is nodig aan de greep van de vakbonden te ontsnappen en algemene vergaderingen te organiseren, die open staan voor iedereen, waar politieke kwesties openlijk worden bediscussieerd, zonder deze vergaderingen over te dragen aan ‘specialisten van de strijd’. Samen met de noodzaak de strijd uit te breiden naar andere sectoren zijn dit vitale stappen voor de effectiviteit van iedere strijd.
Enkidu/Car 29/6/12
Naar een artikel dat eerder verschenen is pp de engelstalige site van de Internationale Kommunistische Stroming.
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 1.37 MB |
Het aangekondigde ontslag van 250 werkers bij Kennemer Gasthuis heeft geleid tot heftige discussies. Een door de AbvaKabo geplande protestvergadering op 8 november vormde een cruciaal moment in de beslissing of er actief verzet wordt opgenomen of niet. Het Kennemer Gasthuis is namelijk niet het enige ziekenhuis waar ontslagplannen worden aangekondigd of al zijn doorgevoerd. Het kapitalisme legt ook zijn oplossing voor de crisis op bij het Gemini Ziekenhuis in Den Helder, het ziekenhuis Bethesda in Hoogeveen, bij Bernhoven in Uden, het Langeland Ziekenhuis in Zoetermeer, het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk. En dan heb ik het nog niet eens over de andere vormen van zorg waar driftig wordt gesnoeid en over de nieuwe plannen van de regering Rutte II, waarvan men aanneemt dat ze in de loop van de komende jaren onder meer zullen leiden tot het ontslag van 60 á 80 duizend alpha-hulpen.
Nu stelt zich natuurlijk onmiddellijk de vraag: is het verantwoord om als verplegers of verzorgsters te gaan staken of andere acties te ondernemen, waarbij de patiënten aan hun lot worden over te laten? Op deze vraag probeert dit artikel een antwoord te geven.
Een kwalitatief goede gezondheidszorg is niet alleen de uitdrukking van een gemeenschappelijk belang, maar ook van een onderlinge saamhorigheid, die in de maatschappij bestaat. Maar een dergelijke saamhorigheid sluit het eigenbelang, en de strijd voor de kwaliteit van het eigen leven van de verplegenden niet uit. Het opkomen voor de kwaliteit van de zorg aan de ene kant en de verdediging van de werk- en levensomstandigheden van de werkers aan de andere kant zijn daarom aspecten, die niet met elkaar in tegenspraak zijn. Het ene ligt in het verlengde van het andere. De verplegenden willen betere arbeidsvoorwaarden, een einde aan die torenhoge werkdruk, waardoor ze zich meer wasmachines voelen dan verplegenden, en een reële verdienste voor de grote verantwoordelijkheid die ze in hun werk moeten dragen. Tegelijkertijd willen ze een menswaardige zorg voor de patiënten, die menselijke wezens zijn en geen verhandelbare producten. De werkers in de zorg en verpleging gruwelen van de horrorpraktijken die in het kapitalisme steeds meer gemeengoed worden in de gezondheidszorg.
Net zoals de werkers bij Viva!Zorggroep in 2011, de schoonmakers in het afgelopen voorjaar, hebben de verplegers bij het Kennemer Gasthuis momenteel waarschijnlijk ook het gevoel dat ze er alleen voor staan omdat ze met handen en voeten gebonden zijn aan de zorg voor de patiënten. Die zorg maakt dat, in de strijd tegen aantasting van de kwaliteit van het leven, zoiets als staken niet mogelijk is, want dat betekent dat de patiënten aan hun lot zouden worden overgelaten. De vraag die zich dan onmiddellijk stelt is: hoe kan dit gevoel van isolement en onmacht doorbroken worden? Een mogelijkheid zou kunnen zijn om de tactiek van actievoeren bij de bedrijven in de privé-sector te kopiëren, maar dan in de richting van de verantwoordelijke ministeries. Dat wil zeggen: de organisatie van blokkades of bezettingen van de betreffende ministeries en er zo voor zorgen dat het werk op die betreffende ministeries wordt stilgelegd.
Maar dit is nog geen garantie voor het doorbreken van de moeilijkheid waar de verplegenden - en zij niet alleen - in de strijd op stuiten. Als de werkers in de zorg en verpleging zelf niet kunnen staken, dan bestaat er echter toch ook een andere mogelijkheid: onder de leus “hun strijd is onze strijd” kunnen ze pogingen in het werk stellen de strijd direct te richten op een algemene solidariteit tussen de werkers van alle sectoren. Want op die manier kan de strijd voor een reële waardering van het werk van de gezondheidswerkers en de strijd voor een kwalitatief goede gezondheidszorg meegenomen worden in de algemene strijd van de werkende klasse tegen de aanvallen van de kapitalistische regering en haar verschillende instituten.
Het grote voorbeeld, waaraan we kunnen refereren, is de massale staking die in augustus 1980 in Polen heeft plaatsgevonden. Toen beantwoordden zo’n tien miljoen arbeiders de oproep van het Arbeiderscomité van Gdansk om de strijd op te nemen. De regering, die op dat moment in feite niet langer het land bestuurde, stond machteloos. Het was het Arbeiderscomité, waarvan de leden waren gekozen in de algemene vergadering van arbeiders, die de touwtjes in handen had. Ondanks de massale wil de strijd op te nemen was het was deze laatste dan ook die, in een algemene vergadering waaraan duizenden arbeiders deelnamen, besloot om de meest primaire levensvoorzieningen te waarborgen en de arbeiders van de elektriciteitscentrales, het openbaar vervoer, de levensmiddelenvoorziening en de gezondheidszorg op te roepen op hun plaats en aan het werk te blijven. Toen er, na een korte, maar vastberaden periode van strijd eenmaal een overeenkomst werd gesloten met de toenmalige Poolse regering, was dat een overeenkomst die alle arbeiders van heel Polen betrof. De miljoenen arbeiders, wier eisen op een gegeven moment waren ingewilligd, gingen daarna niet onmiddellijk weer aan het werk. Neen, op basis van de leus: "één voor allen, allen voor één" gingen de ze pas weer aan het werk toen de eisen van alle werkers waren ingewilligd, daarbij inbegrepen de eisen van arbeiders, die op aanraden van het Arbeiderscomité, gewoon hadden doorgewerkt en daarmee de meest elementaire diensten in de periode van de staking hadden verzekerd.
Hoewel staken voor niemand een hobby is, onderschrijven we het volgende argument : als de kapitalistische staat niet de voorwaarden kan garanderen voor een goede gezondheidszorg (….) dan zou ons motto moeten zijn: ‘staak het werk’. En niet omdat het werk neerleggen per definitie leuk is, maar omdat ieder vorm van verzet (betogen, algemene vergadering, delegaties uitsturen) tegen de maatregelen de verpleging en de verzorging per definitie op een laag pitje zet. En als de verplegenden de patiënten niet geheel en al aan hun lot over kunnen laten, dan is – naar het voorbeeld van Polen 1980 - de enige mogelijkheid om in zelf georganiseerde bijeenkomsten te besluiten om solidariteit te gaan zoeken in andere sectoren. Met andere woorden: net zoals dat in augustus 1980 in Polen gebeurde, andere werkers op te roepen om in hun strijd, naast de eigen eisen, ook die van hun verplegende en verzorgende klassebroeders en –zusters op te nemen. Zoals dat bijvoorbeeld ook al afgelopen voorjaar gebeurde toen de schoonmakers de eisen van de werkers in de kantine van de VU te Amsterdam in hun eisenpakket opnamen.
Solidariteit kan zich niet langer beperken tot de eigen regio of de eigen sector, zoals in de strijd van de werkers bij Viva!Zorggroep vorig jaar gebeurde en waardoor het isolement, waarin ze verkeerden, dus niet doorbroken werd. In de loop van dit jaar vonden er allerlei acties plaats in de thuiszorg: in Rotterdam: vierde staking (18 oktober); in Emmen: protestacties (30 oktober); in Montferland: manifestatie (29 oktober); in Schiedam, Maassluis en Vlaardingen: demonstratie (25 oktober). Maar net als bij de werkers van Viva! Zorggroep in 2011, bleven al deze acties ook verstrikt in de eigen sector, de eigen regio. Desalniettemin staan we achter de strijd van welk deel van de arbeidersklasse dan ook, de verplegenden en verzorgenden inbegrepen, zelfs als die gekenmerkt wordt door een aantal zwakheden, die de werkers verhinderen de solidariteit op een meer algemene wijze tot uitdrukking te brengen.
Om ons verzet effectief te maken moeten we solidariteit zoeken bij, om het even, welke werkers dan ook; al zou het zijn bij de studenten wier studiebeurs wordt afgepakt of bij de arbeiders van de facilitaire diensten van Unilever, die allemaal geconfronteerd worden met een loonaanbod, dat minder is dan wettelijk noodzakelijk. We moeten daadwerkelijk onze klassebroeders en –zusters opzoeken en daarbij is het onvermijdelijk ons te vervoegen bij met de betogingen, de algemene vergaderingen van die arbeiders die ook met ontslag, verlaging van hun loon, verlaging van hun werkloosheidsuitkering of een andere uitkering bedreigd worden. Iets wat bijvoorbeeld al gebeurd is bij de arbeiders van de Rietlanden in de Amsterdamse haven, de werkers bij Kalkzandsteenfabriek Calduran, onder andere in Harderwijk, de 170 werkers bij Philips Lighting in Eindhoven en de werkers bij talloze bedrijven in de bouw.
De bourgeoisie beseft dat er een wil bestaat in de klasse om solidariteit te betuigen en te zoeken met arbeiders in andere sectoren en andere regio’s. De werkers worden zich meer bewust dat de strijd voor hun en voor andermans kwaliteit van leven alleen effectief kan zijn als de strijd massaler wordt, als de werkers van de verschillende sectoren en regio’s zich verenigen in één algemene strijd. Om te voorkomen dat zoiets gaat plaatsvinden, begint de vakbond – erop vooruitlopend - alvast zelf solidariteitsbetuigingen te organiseren. Maar ze doet dat dan in een richting die niet veel perspectief biedt op een daadwerkelijke solidariteit tussen alle werkers, maar beperkt dat oftewel tot de regio oftewel tot de eigen sector. Zo heeft de vakbond bij Tata Steel op 17 oktober bijvoorbeeld een solidariteitsbetuiging naar buiten gebracht, waarin wordt gesteld dat dé arbeiders bij Tata Steel hun steun betuigen met de werkers van de Rietlanden. (1)
Wij moeten de uitbreiding dus niet geheel en al overlaten aan de vakbonden, want die proberen het altijd te beperken tot een symbolische solidariteit of tot een beperkte vorm van solidariteit. Als werkers moeten we een werkelijke solidariteit ontwikkelen door zelf afvaardigingen te sturen om de discussie aan te gaan met andere werkers in actie. Dat is de enige manier waarop effectief verzet opgebouwd kan worden tegen de verslechtering van de eigen levensomstandigheden, tegen de verslechtering van de kwaliteit van de zorg voor de huidige cliënten en voor de verpleging van alle toekomstige patiënten. Bewustzijn van de valstrikken van de vakbonden en solidariteit tussen alle werkers is de enige manier om vruchtbaar verzet te plegen tegen de massale afbraak van het welzijn in de huidige en ook in een toekomstige samenleving.
Melis / 2012.11.03
Voetnoten
(1) Hoe de vakbond met de arbeiders ‘te werk gaat’ laat zich zien in de ruim vijf weken durende strijd van de 120 arbeiders bij kolenoverslagbedrijf Rietlanden Terminals in Amsterdam. Nadat de vakbond de staking permanent heeft opgesloten in het eigen bedrijf en geïsoleerd van de strijd van haar klassebroeders in de andere sectoren (die soms bijna naast de deur plaatsvonden) heeft de vakbond FNV Havens hem op een gegeven moment beëindigd. Waarom? Omdat, aldus de vakbond, een staking niet veel nut meer heeft als de schepen hun ladingen bij een ander bedrijf ophalen. "De economische schade die wij via de staking aan het bedrijf toebrachten, had zijn effect verloren" (sic).
De eerste helft van november werden we dag in dag uit, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, gebombardeerd met de term ‘inkomensafhankelijk zorgpremie’. Maar eigenlijk was dat helemaal niet de issue. Als PvdA voorzitter Hans Spekman uitkraamt: “Nivelleren is een feest”, dan weten we dat de kern van de vraag was: hoe kan de PvdA ‘nivelleren’ het beste gebruiken om de arbeiders om de tuin te leiden en de bezuinigingen door de strot te duwen?
De inzet van campagne ‘bruggen slaan’ is dus een poging om een modus te vinden de maatregelen zodanig te presenteren dat het voor de uitgebuiten, ofschoon ingrijpend, toch als rechtvaardig ervaren wordt. De campagne ‘de grootste schouders moeten de zwaarste lasten dragen’ moet ook de meest fervente tegenstander van het kapitalisme, de arbeidersklasse, de argumenten uit handen slaan en de motieven ontnemen om zich op fundamentele grondslag te verzetten tegen de regeringsplannen. En dat tegen de achtergrond van een groeiende opinie in alle sectoren van de maatschappij dat de ellende en armoede in Nederland in de komende jaren, ondanks de door de PvdA bewierookte nivellering van de inkomens, alleen maar zal toenemen.
De huidige bezuinigingsplannen van Rutte II
- halen de benodigde 16 miljard euro aan bezuinigingen jaar waarschijnlijk niet binnen, zeker niet zolang ze in het kader van de Europese Unie mede garant staat voor de schulden van lidstaten zoals die van de PIGGS
- brengen de staatsschuld niet binnen vereiste grenzen. De staatsschuld, die in 2013 op 71,3 procent wordt geschat zal op basis van het nieuwe regeerakkoord in 2017 uitkomen op 70,6 procent. En dat is bij lange na niet de vereiste 60% van de Europese Unie.
- doen de private schulden (in het bijzonder de hypotheken) alleen nog maar toenemen en maken dat alle voorgestelde schuldsaneringsregelingen steeds minder effect hebben nu deze zijn overgeheveld naar gemeentelijk niveau, waar veel minder mogelijkheden bestaan, mede door de systematische korting op de financiële bijstand aan de gemeenten.
En er is inderdaad veel kritiek op de nieuwe regeringsplannen! Een kritiek, die zich niet zozeer richt op de noodzaak van bezuinigingen c.q. ombuigingen, maar veel meer op het feit dat ze op allerlei maatschappelijke terreinen niets oplossen: niet op het terrein van de zorg, niet op het terrein van de woningbouwsector, niet op het terrein van de (explosieve) groei van de ziektekosten, niet op het terrein van het onderwijs, noch op het terrein van de werkloosheid of de pensioenen.
Enkele voorbeelden ter bevestiging van deze bewering:
- slechts 2% van de pensioenregelingen past binnen het voorgestelde fiscale kader van het nieuwe regeerakkoord (https://amweb.nl [76], 09 november 2012)
- het onderwijs in Nederland moet, volgens het regeerakkoord, weer bij de top vijf van de wereld gaan behoren. Maar hoe gaat dat lukken als de bezuinigingen op het onderwijs in feite een forse achteruitgang betekenen? (Een grondige analyse van het regeerakkoord - Bé Keizer)
- de werkloosheid komt volgens de recente raming van het CPB, in 2017, aan het einde van de regeerperiode van het nieuwe kabinet, uit op het officiële cijfer van 5,75 procent, 0,9% hoger dan tot nu toe werd verwacht en nog steeds hoger dan bij de aanvang van de recessie in 2008.
Uiteindelijk kan dit niets anders betekenen dan dat deze bezuinigingen in de toekomst alleen nog maar om meer bezuinigingen vragen. Ook omdat de Nederlandse economie er helemaal niet zo rooskleurig voorstaat als over het algemeen wordt voorgesteld en wordt aangenomen.
De Nederlandse economische staat er lang niet zo rooskleurig voor als door haar beheerders wordt voorgesteld. Omdat de basis al een aantal jaren aan het verzwakken is, verslechtert de Nederlandse economie meer dan ze wil toegeven. En daarin vormt de private schuld, en in het bijzonder de hypotheekschuld, de gevaarlijkste bom onder de Nederlandse economie: de Nederlandse hypotheekschuld bedroeg eind 2011 bijna 670 miljard euro. Dit is 111 % van het BBP (1) en daarmee is het hoogste schuld in de Eurozone. Bovendien is Nederland van alle westerse landen het land met de grootse totale schuld: de schuld van overheid, bedrijfsleven en huishoudens tezamen is momenteel 400% van het BNP (1) Dat is bijvoorbeeld nog meer dan de Verenigde Staten.
Aan alle kanten kan men zien dat het met de Nederlandse economie niet goed gaat. De raming van het CPB waar de plannen van de nieuwe regering op gebaseerd zijn, een jaarlijkse groei van het BBP die geschat wordt op 1,5%, zijn veel te positief. In werkelijkheid laat de economische ontwikkeling op diverse terreinen geen toename, maar een lichte daling van enkele tientallen procenten zien.
Een van de elementen waarop de beweringen, over de gezondheid van de Nederlandse economie zijn gebaseerd, is de positieve betalingsbalans. Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans was in het eerste kwartaal van 2012 uitgekomen op een recordbedrag van 19 miljard euro, of 13% van het BBP. Het overschot was bijna anderhalf keer zo groot als in dezelfde periode van 2011. Het gemiddelde overschot over de jaren 2009 tot en met 2011 bedroeg 6,5% van het BBP. (DNB: Overschot betalingsbalans NL naar recordhoogte;18-06-2012) Maar de sterke stijging op de betalingsbalans is in feite helemaal niet zo positief als het lijkt, want ze weerspiegelt slechts in beperkte mate een reële waardevermeerdering van de Nederlandse markt ten opzichte van de buitenlandse markten. Voor een gedeelte is ze gewoon het gevolg van achterblijvende binnenlandse bestedingen (sic). Maar voor een nog veel groter gedeelte is ze slechts fictief, dat wil zeggen: het resultaat van allerlei financiële manipulaties op nationaal en internationaal vlak .
Terwijl de PvdA en de VVD tijdens verkiezingscampagne als kat en hond tegenover elkaar stonden, zijn ze na de verkiezingen broederlijk verenigd in de noodzaak van bezuiniging van de staatsuitgaven. Links staat net zo hard achter de noodzaak van bezuinigingen als rechts (5), alleen heeft links een andere functie in de doorvoering van de bezuinigingen. De PvdA is een van de belangrijkste partijen van links om de nieuwe regeringsmaatregelen ook door de werkers aanvaard te krijgen en hoe kan dat beter dan de kwestie van de solidariteit - een begrip dat herinneringen oproept aan de tijd dat hervormingen nog mogelijk waren - op de voorgrond te plaatsen.
De leus: ‘de grootste schouders moeten de zwaarste lasten dragen’ is een concrete uitdrukking van de door de PvdA gepreekte solidariteit. Deze maakt het namelijk mogelijk de arbeiders te koppelen aan de illusie van de rechtvaardige verdeling. Maar in dit concrete geval wordt de solidariteit niet ingezet om iedereen meer (ook figuurlijke) rijkdom maar om de (materiële) ellende bezorgen. Dat wil zeggen: aan de ellende, opgelegd door het systeem in crisis, en aan de staat, die er het product van is, en die dat systeem met alle middelen overeind probeert te houden.
De solidariteit van de PvdA is in feite een valse solidariteit. Het is namelijk niet de solidariteit in de strijd ter emancipatie van de arbeidersklasse, maar de solidariteit om de werkers vast te klinken aan het systeem en haar staatsorgaan.
Op basis van het thema: ‘de grootste schouders moeten de zwaarste lasten dragen’ (3) probeert de PvdA iedereen - mannelijk of vrouwelijk, groot of klein, allochtoon of autochtoon – die in Nederland woont op te zadelen met een lastenverzwaring van gemiddeld €1000 per inwoner. En dat het niet meer dan een campagne is, blijkt wel uit het feit dat de kleinste schouders in werkelijkheid niet minder ontzien worden.
Want
- de werklozen en komende werklozen (ING, KLM, DSM, de bouw) (4)
- de werkers in de beschermde sociale werkplaatsen
- de mensen, die afhankelijk zijn van de wmo, pgb, enzovoort
- de studenten van de universiteiten en de hogescholen
- de werkers in de bejaarden- en de thuiszorg
- de steeds groeiende zzp-ers zonder enig sociaal vangnet
……. krijgen in feite de hardste klappen te verduren
Alle mooie verhaaltjes over nivellering ten spijt, in de bijdrage van de PvdA aan het regeerakkoord moeten de mensen met de meest precaire banen onevenredig veel bloeden (5). In ons verzet tegen de aanvallen op onze levensomstandigheden moeten we ons daarom niet alleen richten tegen de VVD, maar evenzeer tegen de PvdA en de rest van links. In feite moeten we onze strijd richten tegen de kapitalistenklasse in haar geheel, inclusief alle fracties en instituten die haar verdedigen en die alleen deel uitmaken van de burgerlijke staat: de politieke partijen, de vakbonden, de burgerlijke media, enzovoort.
Melis / 15.11.2012
Voetnoten
(1) Het BNP is de output die wordt voortgebracht door de middelen die door de burgers (ingezetenen) van een land bezitten, ongeacht waar de productie plaatsvindt. Het BBP is de output, die in het land wordt voortgebracht, ongeacht door wie of welke onderneming of instelling dat gebeurt
(2): “Ik begrijp niet waarom u hier zo negatief en vervelend over doet. (...) Laten we blij zijn met elkaar! Laten wij optimistisch zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek! Toch?” (De Algemene Beschouwingen in 2006)
(3) Het is niet voor het eerst dat links probeert de uitgebuite klasse te misleiden met een leus die de emancipatie van de werkende klasse zou moeten bewerkstelligen. Een van de eerste illusies, die links bij de heropkomst van de arbeidersstrijd aan het einde van de jaren zestig naar voren schoof, vond haar uitdrukking in de leuze ‘geen procenten maar centen’ van de toenmalige Industriebond FNV onder leiding Arie Groenevelt.
(4) Bij de ING verdwijnen er 2350 arbeidsplaatsen, bij de KLM zeker 1300, bij DSM (Limburg) 1000 en in de bouw iedere dag 40 (bovenop de 45.000 die er al opgeheven zijn in het afgelopen jaar).
(5) Tijdens het kamerdebat van 13 november presenteerde Rutte zich als een soort vrijzinnig democraat, naar het voorbeeld van de oude Drees, en verklaarde hij zijn liefde aan de nivellering. Samson op zijn beurt hamerde in datzelfde debat vooral op de noodzaak van bezuinigen. (Sywert van Lienden in DeWereldDraaitDoor; 13-11-2012)
Enige tijd geleden heeft er zich in het internationalistisch milieu een discussie ontsponnen over steun aan en solidariteit met de strijd van de schoonmakers. Verdienen de schoonmakers in strijd de steun van de revolutionairen? Of revolutionairen aan elke uiting van arbeidersstrijd hun steun moeten geven is geen automatisch gegeven. Dit is erg afhankelijk van de omstandigheden waarin de strijd plaatsvindt. Opdat we ons gezichtspunt verruimen, breiden we in deze bijdrage het vraagstuk van de steun uit naar die van de solidariteit, beter gezegd: de klassensolidariteit.
Solidariteit is een historisch fenomeen. Pas in de 19e eeuw heeft het begrip solidariteit haar eigenlijke betekenis gekregen: de onderlinge saamhorigheid en de morele verplichting om samen te bouwen aan een samenleving zonder uitbuiting en onderdrukking. Sindsdien werd solidariteit de strijdkreet van de arbeidersbeweging. Solidariteit is de uiting van het klassenbewustzijn van het proletariaat, waaronder de revolutionairen vallen, over de noodzaak van eenheid in de strijd tegen het kapitalisme. Het verbindt het verleden met de toekomst: de zorg van de huidige generatie arbeiders voor een leefbare samenleving is een uiting van solidariteit met toekomstige generaties.
“Het proletariaat ontwikkelt in zijn dagelijkse strijd een beginsel, dat overeenstemt met de historische taak die het te vervullen heeft – het beginsel van klassen-solidariteit, als uitdrukking van zijn eenheidsstreven. (…) Zelfs buiten de eenheidsorganisaties van de klasse drukt de solidariteit – haar uitdrukking op het individueel vlak daarbij inbegrepen – ook deze eenheid uit. Het proletariaat is de eerste klasse in wiens schoot er geen economische uiteenlopende belangen heersen; en in deze zin kondigt zijn solidariteit reeds de aard van de maatschappij aan waarvoor zij strijdt.” (1)
De versterking van de eenheid binnen de klasse, de versterking van de onderlinge solidariteit op klassenbasis kan alleen plaatsvinden doorheen een groeiend bewustzijn van het bestaan van antagonistische klassen en van een toenemend vertrouwen van de arbeidersklasse in eigen kracht. Dus als we serieus werk willen maken van de steun aan de strijd van dit of dat deel van de arbeidersklasse, dan kunnen we de internationale en historische dimensie van de solidariteit onmogelijk veronachtzamen. Want de ontwikkeling van een klassensolidariteit betekent de grondslag leggen voor een fundamenteel nieuwe ontwikkeling van de menselijke natuur.
Solidariteit is onbaatzuchtig: militanten van de klasse streven geen eigen eer of moreel gewin na. Het komt er niet op aan zich als de meest ‘radicale onder de radicalen’ voor te doen. Daarnaast heeft het ook niets te maken met het behalen van onmiddellijke successen. Integendeel: terwijl de burgerlijke revolutie van overwinning naar overwinning ging, “Maar de revolutie is de enige vorm van ‘oorlog’ (…) waar de uiteindelijke overwinning slechts door een reeks van ‘nederlagen’ kan worden voorbereid!” (2)
Wat betekent solidair zijn concreet? Betekent solidair zijn dat we deze of gene sector van de arbeidersklasse in dit of dat land moeten steunen? Het uitgangspunt van de internationalistische revolutionairen is altijd de arbeidersklasse als geheel, als internationaal fenomeen geweest. De inzet was en is de versterking van de strijd en de positie van die klasse t.o.v. haar vijand, de internationale bourgeoisie. Dat is ook de reden waarom steun of “deelname” aan hun specifieke strijd niet automatisch een bijdrage betekent aan de versterking van de strijd van het gehele proletariaat. Net zoals geen steun of “deelname” nog niet betekent dat er geen solidariteit is met de strijd van de arbeiders als internationale klasse.
In de geschiedenis van de arbeidersbeweging hebben revolutionairen enkele keren zelfs duidelijke oproepen gedaan om de strijd niet op te nemen, omdat de voorwaarden ongunstig waren en de arbeidersklasse er alleen maar totaal gedesoriënteerd zou uitkomen en/of een beslissende nederlaag zou oplopen. Ze deden dit om te voorkomen dat het vooruitzicht op een beslissende confrontatie met de repressieve, manipulatieve en politieke krachten van de bourgeoisie naar een nog niet te voorziene toekomst verschoven zou worden. De revolutionairen deden dit niet om de ruimte te hebben achteraf hun handen in onschuld te kunnen wassen, want als de arbeiders ondanks de waarschuwing toch de strijd aangingen, dan was de eerste reactie van de revolutionairen zeker niet om hun handen er vanaf te trekken.
1. Het duidelijkste voorbeeld van deze houding is die van Marx t.o.v. de Commune van Parijs. Hoewel hij er niet voor was dat de werkers van Parijs de strijd zouden opnemen tegen de Pruisische en Franse legers heeft hij, na de tragische nederlaag van het Parijse proletariaat, toch hun heldhaftigheid bezongen. Toen het definitieve gevecht in maart 1871 aan de arbeiders werd opgedrongen en zij geen andere uitweg zagen dan ze op te nemen, de opstand dus een feit werd, begroette Marx de revolutie met het grootste enthousiasme:
“Parijs, nog uitgeteerd door een vijf maanden lange uithongering, aarzelde geen ogenblik. Heldhaftig besloot het, alle gevaren van het verzet tegen de Franse samenzweerders het hoofd te bieden, niettegenstaande het feit dat de monden van Pruisische kanonnen van zijn eigen forten nog steeds dreigend op de stad waren gericht.” Zo “ …kwamen de werkelijke vrouwen van Parijs weer op straat, — heldhaftig, edelmoedig en opofferingsgezind als de vrouwen in de oudheid. Parijs, werkend, denkend, strijdend, bloedend, door de voorbereiding van een nieuwe maatschappij (…) stralend in de geestdrift van zijn historisch initiatief.” (3)
2. Een erg wrang, maar ook duidelijk voorbeeld daarvan wordt gegeven door de twee stakingen die in de Tweede Wereldoorlog in Nederland plaatsvonden: de Februaristaking in 1941 en de spoorwegstaking twee jaar later. In beide gevallen hadden arbeiders de strijd opgenomen, in beide gevallen was er een brede staking en toch waren de internationalistische revolutionairen wel solidair met de Februaristaking en niet met de spoorwegstaking. Waarom? De Februaristaking was een uitdrukking van een waarlijke verontwaardiging in de klasse t.o.v. de repressie tegen een deel van haar klassenbroeders, hun families en kennissen. De spoorwegstaking was een manoeuvre van de burgerlijke regering in Londen om sabotage en obstructie te plegen tegen de Duitse politiek-militaire macht, de vijand van de Nederlandse kapitalistische klasse.
In de huidige periode is de arbeidersklasse naarstig op zoek naar haar eigen identiteit. Zij voert nog geen verenigde strijd over sectoren, regionale en nationale grenzen heen. Gezien het gebrek aan vertrouwen in de kracht en de potentiële macht van de werkers om een betere toekomst op te bouwen is de druk van het streven naar onmiddellijke successen (het “immediatisme”) groot. De laatste jaren uitte de combinatie van deze zoektocht en de immediatistische druk zich duidelijk in de pogingen van een aanzienlijk aantal politiek geïnteresseerde minderheden (onder de studenten bijv.) om zich solidair te verklaren met nagenoeg iedere staking die plaatsvindt. Stakingen die ze, naar de mate van hun mogelijkheden, op eigen houtje - soms zelfs in concurrentie met andere groepen - proberen aan de gang te houden of aan te zwengelen.
Wat is dan de beste manier om ‘de strijd’ te steunen? K. Fotia geeft een eerste aanzet: we kunnen de strijd van de werkers, het beste steunen door “onze energie zorgvuldig te doseren daar waar de potentie bestaat voor het vormen van algemene vergaderingen en autonome arbeidersnetwerken.” Want “door onze energie als beweging te steken in puur actie om de actie en ons een te nonchalante houding ten opzichte van de rol van de vakbond te permitteren, helpen we mee aan het reproduceren van een strijdmodel waar de vakbond de teugels stevig in handen houdt, laten we ons voor het karretje van de vakbondsbureaucratie spannen.” Vandaar dat we “ons niet slechts mee moeten laten sleuren door de stroom van de gebeurtenissen. (...) We moeten leren op tijd in te schatten in welke richting de strijd zich ontwikkelt, zodat we ook tijdens de strijd kritisch reflecteren op de richting die ze uitgaat. (...) de aard van onze interventies moeten we tijdens de strijd kunnen aanpassen en de noodzaak tot autonome strijd openlijk blijven benadrukken...” (4)
We zijn het hiermee eens. Revolutionairen reageren niet op alles wat beweegt: arbeiders of andere uitgebuiten. We zijn niet als een hazewindhond, die het meteen op een rennen zet als er een voorwerp wordt weggeschoten. We analyseren eerst grondig of de voorwaarden voor de strijd gunstig zijn, welke vooruitzichten de strijd biedt, welke burgerlijke (vakbonds- of ultralinkse) krachten er nog aan de touwtjes trekken, enzovoort.
Solidariteit wordt door de verdedigers van de ‘directe actie’ nagenoeg altijd tot uitdrukking gebracht vanuit een vermeende gedachte dat het noodzakelijk is om steun te verlenen aan die sector van de uitgebuite klasse, die zogenaamd het meest zwakke, machteloze slachtoffers van het systeem is. Solidariteit wordt eveneens vaak tot uitdrukking gebracht in een streven erkend te worden als de initiator van en de meest fervente voorvechter in de strijd tegen het kapitalisme, in de verwachting of de hoop dat men in steeds bredere kringen beschouwd gaat worden als de enige echte voorvechter van rechtvaardigheid, gelijkheid en vrijheid.
Zo wordt een vertegenwoordiger van de studentenvakbond aan de universiteit van Liverpool, Martin Ralph, op verschillende anarchistische websites met instemming geciteerd vanwege het feit dat hij oproept tot de bezetting van iedere dienstverlening die wordt gesloten. “De werkers zouden hun eigen raden voor de plaatselijke strijd moeten organiseren. En wij (activisten) zouden onze solidariteit moeten betuigen met iedere staking, iedere poortactie en iedere bezetting die plaatsvindt. Een strategie van ‘directe actie’ dus.” (5)
Ravotr beschrijft de strijd van de schoonmakers van het voorjaar van 2012 als volgt: “In de slotfase van de staking dreigde de bond dat, als de schoonmaaksector niet als geheel een bevredigend akkoord kon sluiten, de schoonmakers met afzonderlijke bedrijven een akkoord zouden sluiten.” En hij beschouwt dat terecht als een werkwijze waarmee “de bond de deur openzette naar versnippering. (…) Dit, plus het verzwakken van de looneis, plus de onderbreking van de staking na amper een week, tekent de klassieke vakbondsaanpak: onderhandelen, sociaal partnerschap, staat centraal. Stakingen zijn hooguit aanvulling daarop. De bereidheid van de schoonmakers zelf om te staken, en lang ook, stond met die vakbondsaanpak op gespannen voet....” En “groeperingen, die nauw betrokken waren bij solidariteitsacties, (....) delen mee in dit psychologische proces waarin mensen zelfs bescheiden resultaten als grote victorie claimen. Het klopt misschien niet… (…) de koopkracht van de schoonmakers daalt niet. Maar van een stijging ervan is niet echt sprake.” Toch stelt Ravotr: “Ook als dat juist is, dan is dat toch geen reden om de schoonmakers niet te steunen?” (6)
Wij zijn het eens met de kritiek op de vakbonden. Ravotr schijnt de strijd van de schoonmakers echter koste wat kost te willen steunen. Staat geen directe steunverlening of deelname aan deze strijd gelijk aan een verraad t.o.v. deze sector van de arbeidersklasse? Hebben de arbeiders de hulp nodig van de “steunverleners”?
Er waren momenten in de strijd van de schoonmakers waaruit kon worden afgeleid dat hun acties wel enig potentieel bevatte:
- bij de bezetting van de kantine van de VU in Amsterdam, begin maart, sloten de kantinemedewerkers zich spontaan aan bij de schoonmakers. Hun eis om niet overgeheveld te worden naar de beduidend slechtere horeca-CAO werd spontaan opgenomen in de lijst van eisen van de schoonmakers.
- tijdens de manifestatie van het onderwijzend personeel in Amsterdam, op 6 maart, stond een schoonmaakster buiten de ArenA met een bord waarop stond geschreven: “Jullie strijd is onze strijd”.
Maar over het algemeen was de strijd van de schoonmakers, van het begin tot het einde, onder controle van de vakbond, geholpen door een enkele ultralinkse organisaties en een aantal oprechte, maar door ultralinkse ideologie misleide arbeiders. De vakbond sleepte via de zogenaamde organizers de schoonmakers mee in een reeks van uitputtende acties zonder werkelijk vooruitzicht op versterking, d.w.z. uitbreiding van hun strijd naar andere sectoren.
In de acties kregen de schoonmakers steun van andere groepen, zoals anarchisten, studenten en allerlei activisten. De schoonmakers ervaarden dat als positief en waren daar zeker verheugd over, omdat het isolement waarin ze – al enige tijd – verkeerden, daarmee enigszins scheen te worden doorbroken. Versterkte de steun die ze kregen inderdaad hun strijd? Doorbrak die daadwerkelijk hun gevoel, opgesloten te zijn in hun eigen sector? Het resultaat van alle ‘solidariteit’ met de schoonmakers verloste hen geenszins van hun gevoel van isolement en kon niet voorkomen dat hun acties door de vakbond plotseling beëindigd werd in een halfslachtig compromis.
Hoe komt het dat de solidariteitsacties en -verklaringen van deze steungroepen niet het gewenste effect hadden? De belangrijkste reden daarvan is omdat ze niet tegemoet kwamen aan de behoefte van de arbeidersklasse om de strijd tegen het kapitaal als één verenigde strijd te voeren, door de eisen van de schoonmakers en die van andere sectoren onder één en dezelfde noemer te brengen onder de leus: “jullie strijd is onze strijd”. Dat is een devies dat de strijd van de hele klasse met elkaar verbindt. Dat is de manier waarop de solidariteit van de klasse zich werkelijk tot uitdrukking brengt!
Als groepen of kameraden, die de strategie van de directe actie aanhangen, net zoals de werkers in de zorg, bouwvakkers, machinisten, ambtenaren, enz. zich bij de strijd van de schoonmakers vervoegen onder de leus “wij zijn ook schoonmakers”, dan sluiten zij eerder een mogelijkheid tot uitbreiding van de strijd uit, aangezien de beweging zich als specifieke strijd van de schoonmakers definieert. Zo’n strategie versnippert de strijd van de werkers op termijn, in plaats van haar één te maken.
Betekent dit alles dat de schoonmakers deze strijd niet hadden moeten voeren? Betekent dit dat de acties van alle steungroepen tevergeefs waren? Als deze strijd bijdraagt aan de ontwikkeling van het klassenbewustzijn, en niet enkel tot ontmoediging en/of illusies leidt, dan was zij zinvol. Opdat de strijd en de nederlaag tot bewuste ervaring wordt, opdat de schoonmakers hun strijd niet voor niets is gestreden, moet een zo breed mogelijk deel van de klasse de lessen eruit trekken. Het is de taak van de revolutionairen hieraan bij te dragen. Wij zeggen: ja aan de solidariteit, ja aan de strijd, maar niet blindelings n
Melis en Alex / 12.12.2012
Voetnoten
(1) Internationale Revue nr. 23, Het vertrouwen en de solidariteit in de strijd van het proletariaat (deel II), https://nl.internationalism.org/node/985 [78]
(2) Luxemburg, Orde heerst in Berlijn, https://www.marxists.org/nederlands/luxemburg/1916/1916pamfletten.htm [79]
(3) Marx, De burgeroorlog in Frankrijk, https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1871/1871burgeroorlog.htm [80]
(4) Fotia, Reflecties over de schoonmakersstrijd, https://anarcho-syndicalisme.nl/wp/?p=1623 [81]
(5) Phil Dickens, Truth, Reason and Liberty
(6) Rooieravotr, Schoonmaakstaking: terugblik en balans, https://peterstormschrijft.wordpress.com/2012/09/14/schoonmaakstaking-te... [82]
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 1.12 MB |
Opkomende economieën: sterven voor de winst
Er wordt vandaag in allerlei soorten burgerlijke media over de hele wereld veel gepraat over de glorie en de heropleving van de ‘opkomende’ landen en hun economie. Zonder ophouden blijven de media onderstrepen dat deze landen de nieuwe locomotief van de kapitalistische wereldeconomie blijken te zijn. Aanhoudend wordt hun betekenisvolle rol voor een oplossing van de steeds verder aanzwellende crisis van het wereldkapitalisme benadrukt. Er is ook sprake van het verplaatsen van het evenwicht van het economisch potentieel en belang naar de opkomende landen zoals China, India, Brazilië, enz. Deze landen krijgen steeds meer belang voor het wereldkapitaal.
Maar het wordt voor de bourgeoisie voortdurend moeilijker om het masker over haar aangeboren schijnheiligheid op te houden. Dag na dag trekken de materiële voorwaarden van het wereldkapitaal dit masker verder aan flarden. Zijn onmenselijke interne werkelijkheid wordt in toenemende mate blootgesteld. De bourgeoisie, met haar geleerden en allerlei andere pleitbezorgers, blijft zonder verpozen opscheppen over haar humanitaire inzet en haar verwezenlijkingen inzake de verdediging van de rechten van de mens en de menselijke waardigheid overal ter wereld. Maar wellicht zijn deze rechten en waarden niet bedoeld voor de werkende klasse! Voor de bourgeoisie ziet het er naar uit dat de arbeiders niets meer zijn dan onderdelen in de machine van de warenproductie voor meer winst!
Ondanks al die burgerlijke propaganda, haar opschepperij en hoge aanspraken, brak op 24 november 2012 een verwoestende brand uit bij Tazreen Fashions, de grootste kledingfabriek in Bangladesh. Deze fabriek ligt vlakbij de hoofdstad van het land. Volgens officiële rapporten stierven 112 arbeiders de verbrandingsdood in deze vuurhaard. Maar deze misdaad van het kapitalisme in Bangladesh werd op alle mogelijke manieren een handje toegestoken door de zogenaamde ‘beschaafde’ en ontwikkelde delen van het wereldkapitaal. De realiteit van de ramp en het aantal slachtoffers zijn zeer waarschijnlijk veel hoger en zullen anders uitvallen dan de officiële ramingen, cijfers en rapporten. De ambtenaren van de brandweer hebben vastgesteld dat het negen verdiepingen hoge fabrieksgebouw geen geldige veiligheidsvergunning had en enkel toestemming had voor drie verdiepingen.
Een hoge onderzoekscommissie van de regering kwam tot het besluit dat het een geval van ‘misdadig opzet’was. De leider van deze commissie vertelde aan Press Trust of India (PTI) dat de arbeiders werd gezegd binnen te blijven voor een ‘brandoefening’ en daarom in de verschrikkelijke brand omkwamen. Volgens hem “leek het een geval van brandstichting. Het was een geval van sabotage omdat de slachtoffers gedwongen werden binnen te blijven om door de brand gedood te worden.”(1) Volgens M. Khandker, een Additional Secretary (aanvullende secretaris) van het ministerie van Binnenlandse zaken: ”De ijzeren poorten werden onmiddellijk (nadat de brand uitbrak) gesloten, zodat de arbeiders niet buiten konden lopen om zich in veiligheid te brengen en zij (de daders) vroegen de arbeiders binnen te blijven voor een ‘brandoefening’... Als het werkelijk een brandoefening was, zouden de arbeiders de fabriek in de kortst mogelijke tijd hebben moeten evacueren.” M. Khandker sprak zich niet uit over de mogelijke motieven, ondanks de speculaties over een internationale samenzwering, waarvan de snelgroeiende en voor het land cruciale kledingsector het mikpunt is.
Volgens internationale arbeidsactivisten produceren de kledingfabrieken in Bangladesh kleding voor wereldwijde textielmerken zoals Tommy Hilfiger, Gap en andere die door Walmart, Carrefour en Tesco worden verkocht. Dit dodelijke ongeval op de werkplek ten gevolge van het uitbreken van een verwoestende brand is geen uitzondering. Dergelijke dodelijke ongevallen in fabrieken zijn vrij algemeen, niet alleen in Bangladesh maar in de meeste ‘opkomende’ landen en groeiende economische mogendheden zoals India, China, enz. De verslechterende arbeids- en levensomstandigheden van de overweldigende meerderheid van de leden van de arbeidersklasse, en de dalende uitgaven voor adequate veiligheidsmaatregelen, zijn de belangrijkste voorwaarden voor hun opkomst als economische en militaire mogendheden.
Terwijl deze bourgeoisie opgang maakt, lijden en sterven de arbeiders in de ‘opkomende landen’ steeds meer wegens armoede, ellende, verhongering, verslechterende arbeids- en levensvoorwaarden en groeiende onverschilligheid op het gebied van gepaste veiligheidsmaatregelen. De ontwikkelde delen van de wereldbourgeoisie en hun geleerden beweren zeer vaak erg kritisch te zijn over de ‘onmenselijke’ voorwaarden van de werkomgeving in de ‘opkomende’ landen en beschuldigen de bourgeoisie van die landen. Maar de meer ‘beschaafde’, ontwikkelde, ‘humanitaire’ en democratische delen van de wereldbourgeoisie maken vrolijk gebruik van deze precaire, zielige situatie van de werkende klasse in de opkomende landen om de winstmarges en hun aandeel van de wereldmarkt in stand te houden! Wat een toppunt van schijnheiligheid!
Het wereldkapitaal verkeert sinds de vroege jaren 1930 in zijn fase van permanente crisis. Het definitieve bewijs van deze fase werd krachtig aangekondigd door de grote depressie van 1929. De relatieve verzadiging van de wereldmarkt ligt aan de basis hiervan. De kapitalistische productie kan geometrisch toenemen, maar de onmisbare markt kan zich slechts rekenkundig uitbreiden. Zo bestaat er dus een grote kans op een kloof tussen het totaal van wat geproduceerd wordt en het totaal dat de markt kan absorberen. Deze situatie verergerde nog verder naarmate de kapitalistische productie en de markt zich in elk deel van de wereld vestigde en er ging overheersen.
De pre-kapitalistische sector van productie en uitwisseling van goederen werd zo in een steeds onbelangrijker positie gedwongen. Het erger worden van die situatie werd in zekere mate afgeremd in de nasleep van de tweede wereldoorlog, door de grote verwoesting die het veroorzaakte en de stijgende staatsinterventie in het economische leven. Maar de permanente crisis stak opnieuw zijn lelijke kop op tegen het einde van de jaren 1960. Sindsdien heeft ze bijna onverminderd voortgewoed, afgewisseld met tijdelijke heroplevingen dankzij het beleid van schuldenmakerij en het kunstmatig scheppen van markten. De voortzetting van dit beleid heeft het kapitalisme in een nog meer precaire toestand gebracht. Het heeft geen echte oplossing gevonden, maar slechts twee ondoeltreffende lapmiddelen die afwisselend of tegelijk in verschillende mate worden toegepast. Deze zijn enerzijds het beleid van schulden maken en het bijdrukken van papiergeld en anderzijds het beleid van soberheid en beperking van de uitgaven in de sociale sector. Verschillende kapitalistische fracties zijn er ook op uit de uitgaven te beperken voor de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen in de werkplaats. Het kapitaal kan niet anders handelen in de huidige situatie.
Zoals hierboven vermeld, kan het kapitaal niet anders dan steeds minder uitgeven aan veiligheidsmaatregelen en moet het zijn toevlucht nemen tot een verdere verslechtering van de levens- en werkvoorwaarden. Dit is één van de belangrijkste voorwaarden voor zijn voortbestaan in deze gevorderde fase van verval. Het nalopen en handhaven van de winstvoet en het veroveren van een voldoende deel van de relatief verzadigde wereldmarkt, door de productiekosten te drukken en de intensiteit van de uitbuiting en de werklast verder te verhogen, kunnen enkel leiden tot een toename van het aantal dodelijke arbeidsongevallen, ook in de transportsector. Dus wat de ongelukkige arbeiders in de kledingindustrie in Bangladesh overkwam zal vroeg of laat de proletariërs in andere delen van de wereld zeer waarschijnlijk ook overkomen. Dergelijke ongevallen en het doden van arbeiders zullen waarschijnlijk tijdens de komende periode overal in de wereld toenemen. Er is dus veel kans op een stijgend aantal dodelijke ongevallen, zowel in de directe productie- als in de transportsector, die voornamelijk door arbeiders wordt gebruikt. De ongevallen in de transportsector nemen ook in de Europese landen toe.
Efficiënte en betrouwbare maatregelen ter preventie van ongevallen of om ze minder ernstig te maken, hangen helemaal niet af van de goede wil of het verantwoordelijkheidsgevoel van deze of gene fractie van het kapitaal of deze of gene kapitalistische staat. Het is het onvermijdelijke gevolg van de dwang van de materiële voorwaarden van het kapitalisme in deze fase van zijn bestaan. Niet alleen dat, ook ziekten zoals cholera, tuberculose, pest, enz., die verondersteld werden uit de samenleving in de Europese landen verbannen te zijn, keren weer terug.
Het is niet meteen haalbaar om toenemende aanvallen op de leef- en werkvoorwaarden op zo een doorgedreven, ongehinderde manier uit te voeren in het hart van het kapitalistisch systeem. De geavanceerde fracties van het kapitaal moeten dit doen om te overleven. Maar zij moeten dat doen op een zeer verfijnde, selectieve manier met hoge dosissen misleiding. Daarom verplaatsen zij steeds grotere delen van de productie, vooral in de industriële sector, naar de achtergebleven gebieden van het kapitalisme. De overvloed aan goedkope arbeidskracht en slechtere werkvoorwaarden lokken hen naar de opkomende landen. Dus is niet alleen de Bangladesh-fractie van het kapitaal verantwoordelijk voor deze moordpartij op de werkvloer van ongelukkige arbeiders, maar zijn de fracties van het ontwikkeld westers kapitaal evengoed schuldig. Ze zijn dus allemaal uitzonderlijk wrede hypocrieten, schuldigen en moordenaars.
De overheid, de media en verschillende delen van het staatsapparaat zijn allemaal druk in de weer om zondebokken te zoeken die verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor deze uiterst barbaarse brand en dood van zo een groot aantal arbeiders in de kledingfabriek. Zij verspreiden ook diverse samenzweringstheorieën tegen verschillende fracties van het nationale of internationale kapitaal. Die kunnen allemaal één of andere grond van waarheid hebben. Maar de onverschilligheid betreffende de veiligheid en het welzijn van arbeiders, de samenzweringen en het zoeken van zondebokken zijn allemaal onafscheidelijk verbonden met het kapitaal, in het bijzonder in deze gevorderde fase van zijn verval. Allemaal doen ze hun best om de waarheid verborgen te houden voor de arbeiders, namelijk dat het kapitalistische wereldsysteem vandaag de echte moordenaar is. Het doodt elke dag duizenden mensen in alle delen van de wereld door armoede, ellende, verhongering, hongersnood, werkloosheid, dakloosheid, blootstelling aan extreme weersomstandigheden, verontreiniging van lucht, water, milieu, ziekte, pest, zelfmoord, drugsverslaving, dronkenschap, terrorisme en oorlog. Het doodt ook honderden en duizenden mensen door zogenaamde natuurrampen die hun oorzaak in werkelijkheid vinden in de altijd toenemende hebzucht en de concurrentie voor meer winst van alle fracties van het internationaal kapitaal.
De enige taak van elke kapitalistische staat vandaag in elk deel van de wereld is de belangen te verdedigen van het nationaal kapitaal op elke mogelijke manier. De staat controleert vandaag het beheer van de nationale economie, niet alleen politiek maar ook economisch. De interventie en de bemoeienis van de staat in de economie is nu onontbeerlijk voor de overleving van elke nationale fractie van het globaal kapitaal. De verdere intensivering van de uitbuiting en verslechtering van de leef- en werkvoorwaarden van de arbeidersklasse is vandaag een essentieel onderdeel van het staatsbeleid. Maar de staat veinst onwetendheid en neemt zijn toevlucht tot het aanwijzen van deze of gene fractie van het kapitaal als zondebok, of hij verzint diverse samenzweringstheorieën.
Wist de staat Bangladesh niet dat de fabriek in kwestie kledingstukken voor de bovengenoemde beroemde multinationale merken produceerde en nam zij haar toevlucht tot doorgedreven uitbuiting om meer winst te maken? Wist ze dat ze de veiligheidsregels overtrad? De staat moet het geweten hebben. Maar ironisch genoeg heeft deze zeer kapitalistische staat een nationale dag van rouw uitgeroepen voor de arbeiders die de verbrandingsdood stierven om de winstmarges hoog te houden. Weerspiegelt dit niet op een zeer levendige wijze de mate van schijnheiligheid van de kapitalistische regeringen, waarvan de enige bestaansreden de verdediging van de belangen van het kapitaal zijn?
Worden deze stappen niet aangewend met het enige doel de strijdende arbeidersmassa’s te misleiden en hun bewustwordingsproces te doen ontsporen?
Er waren rapporten van krachtige en hevige protestbewegingen van de arbeiders in Bangladesh tegen de enorme tol van dood en vernieling, die de proletariërs al te vaak wordt opgelegd. Zij hebben hun stem laten horen tegen de extreme achteloosheid van de overheid, tegen het gebrek aan gepaste veiligheidsmaatregelen, tegen het gebrek aan eerbied voor het leven en tegen de erger wordende leef- en werkvoorwaarden. De arbeiders lijken te beseffen dat de enige zorg van het kapitaal vandaag enkel meer winst is, en een verhoogd aandeel van de wereldmarkt, door het intensiveren van de uitbuiting.
De arbeiders zouden al deze gebeurtenissen ernstig moeten overdenken, om duidelijk te maken wie er echt verantwoordelijk is voor de frequente herhaling van arbeidsongevallen die leiden tot de dood en verminking van stijgende aantallen arbeiders in alle delen van de wereld, en in het bijzonder in de gebieden van het historisch achtergebleven kapitaal. Deze overdenking zal hen tot de conclusie brengen dat er binnen de grenzen van het hedendaags kapitalistisch wereldsysteem geen oplossing mogelijk is voor de frequente herhaling van ongevallen en slachtingen op de werkvloer. De enige oplossing ligt in het vermogen van de internationale arbeidersklasse haar strijd te ontwikkelen tegen haar echt monsterlijke vijand en moordenaar, het globale kapitalistische systeem. De directe strijd tegen de stijgende aanvallen van het kapitaal op de leef- en werkvoorwaarden overal ter wereld moet internationaal worden verenigd. Deze directe strijd moet tot een bewuste politieke strijd tegen de kapitalistische staten worden ontwikkeld. Deze politieke strijd moet verder worden ontwikkeld om de kapitalistische staten in elk deel van de wereld te confronteren en te verdrijven. Er is geen andere weg n
S. / Dit artikel werd geschreven door de IKS-afdeling in India.
Voetnoten
(1) Uit The Statesman van 26 december 2012, uit het nieuwsbericht ‘Bangla factory fire victims locked inside’.
In september 2012 werd een wet van kracht die het kraken in het Verenigd Koninkrijk (net als in verschillende andere EU-landen) tot een crimineel vergrijp maakt. Op het einde van de maand werd de eerste persoon onder deze nieuwe wetgeving veroordeeld en bestraft met 12 weken gevangenisstraf. Hij was van Plymouth naar Londen moeten komen om werk te zoeken en had een flat gekraakt, waarvan een huisvestingsmaatschappij de eigenaar was.
Voorafgaand daaraan hadden een aantal Tory-parlementsleden (conservatieve fractie) en -kranten heel wat kabaal gemaakt over bepaalde bewoonde huizen, die gekraakt waren. Die gevallen werden gebruikt om de nieuwe wet te rechtvaardigen, ondanks dat ze heel goed wisten dat er al een aantal wetten bestaan, die kraken proberen te verhinderen. Dit suggereert dat de nieuwe wet er op gericht is om krakers weg te houden van onbewoonde huizen, kantoren en andere gebouwen, die gewoonlijk gekraakt worden. Het maakt ook deel uit van de bredere campagne om de werkende klasse te verdelen en onder de duim te houden. Die kreeg een nieuwe opkikker bij de start van 2013 met het geruzie over de ‘klaplopers/profiteurs’ versus de ‘strevers’, die voorafging aan de stemming om de verhoging van de meeste uitkeringen te beperken tot 1% per jaar.
In september 2012 werd een wet van kracht die het kraken in het Verenigd Koninkrijk (net als in verschillende andere EU-landen) tot een crimineel vergrijp maakt. Op het einde van de maand werd de eerste persoon onder deze nieuwe wetgeving veroordeeld en bestraft met 12 weken gevangenisstraf. Hij was van Plymouth naar Londen moeten komen om werk te zoeken en had een flat gekraakt, waarvan een huisvestingsmaatschappij de eigenaar was.
Voorafgaand daaraan hadden een aantal Tory-parlementsleden (conservatieve fractie) en -kranten heel wat kabaal gemaakt over bepaalde bewoonde huizen, die gekraakt waren. Die gevallen werden gebruikt om de nieuwe wet te rechtvaardigen, ondanks dat ze heel goed wisten dat er al een aantal wetten bestaan, die kraken proberen te verhinderen. Dit suggereert dat de nieuwe wet er op gericht is om krakers weg te houden van onbewoonde huizen, kantoren en andere gebouwen, die gewoonlijk gekraakt worden. Het maakt ook deel uit van de bredere campagne om de werkende klasse te verdelen en onder de duim te houden. Die kreeg een nieuwe opkikker bij de start van 2013 met het geruzie over de ‘klaplopers/profiteurs’ versus de ‘strevers’, die voorafging aan de stemming om de verhoging van de meeste uitkeringen te beperken tot 1% per jaar.
Sinds midden 1980 werden geen officiële cijfers meer verzameld betreffende het aantal krakers, maar in een recent artikel in The Guardian werd verslag gemaakt van zo’n twintig- tot vijftigduizend krakers, die meestal in al lang leegstaande panden leven. (1) Dit maakt deel uit van het bredere geheel van toenemende aantallen mensen, die vechten om een dak boven hun hoofd. De cijfers omtrent dakloosheid, bijvoorbeeld, tonen in de laatste jaren een stijging aan: in Engeland richtten 110 000 families zich als daklozen tot hun lokale overheid in 2011-2012, een stijging met 22% in vergelijking met het voorafgaande jaar. 46% onder hen werden door de lokale overheden aanvaard als daklozen, een stijging met 26% t.o.v. het jaar ervoor. De cijfers voor Wales en Schotland tonen eveneens stijgingen aan, zowel in het aantal aanvragen als in het aantal goedkeuringen ervan.
De liefdadigheidsinstelling Crisis, van wiens website de cijfers zijn gehaald, onderstreept dat de officiële cijfers waarschijnlijk niet kloppen. De meerderheid van de daklozen zijn verdoken, omdat zij niet opduiken in die plaatsen waar de regering haar gegevens vandaan haalt, zoals de officiële onderkomens. Een andere aanwijzing dat de woningnood een groeiend probleem is, wordt verstrekt door de gegevens over mensen die in barre omstandigheden slapen. In 2011tonen officiële cijfers dat dag in dag uit meer dan tweeduizend mensen onder de blote hemel sliepen in 2011, een toename van 23% t.o.v. 2010. Maar het echte cijfer is wellicht alweer veel hoger, aangezien niet-gouvernementele organisaties berichten dat enkel in Londen meer dan vijf en een half duizend mensen buiten sliepen in 2011-2012, een stijging met 46% t.o.v. het jaar voordien.
Globaal gezien schat men dat 10% van de wereldbevolking kraakt. Vele van de krottenwijken die gelegen zijn rond steden als Mumbai, Nairobi, Istanbul en Rio de Janeiro bestaan voor het grootste deel uit kraakpanden. (2) Het soort onderkomen, de diensten, of het gebrek eraan, die er voor de bewoners zijn, de aard van het werk dat wordt gedaan en de samenstelling van de bevolking variëren allemaal. Maar ze tonen collectief aan dat er voor alle goederen die worden geproduceerd en met al het geld dat ronddolt in de wereld, het kapitalisme onbekwaam is om tegemoet te komen aan één van de meest elementaire menselijke noden. Het doel van dit artikel is om te proberen de redenen hiervoor te achterhalen.
Het vertrekpunt is de erkenning dat de vorm die het woningvraagstuk aanneemt onder het kapitalisme, bepaald wordt door economische, sociale en politieke parameters van de burgerlijke maatschappij. In dit systeem worden de belangen van de werkende klasse en van alle andere niet-uitbuitende klassen, zoals de boeren, altijd ondergeschikt gemaakt aan die van de bourgeoisie. Op economisch vlak zijn er twee dynamieken. Enerzijds is de huisvesting voor de werkende klasse een productiekost en dus onderhevig aan dezelfde drang tot kostenbesparing als alle andere elementen die verbonden zijn aan de reproductie van deze klasse. Anderzijds kan huisvesting ook beschouwd worden als een bron van winst voor een deel van de bourgeoisie, of die nu bestemd is voor de arbeidersklasse of een ander deel van de bevolking. Op sociaal en politiek vlak werpt huisvesting zaken op over gezondheid en sociale stabiliteit, die voor de heersende klasse van belang zijn, terwijl het ook kansen biedt voor zowel fysieke als ideologische controle over de werkende klasse en andere uitgebuite klassen. Dit gold voor de beginjaren van het kapitalisme en blijft vandaag nog steeds geldig.
De toestand in Groot-Brittannië in de late 18de en de vroege 19de eeuw was een gevolg van de volledige ontplooiing van het kapitalistisch systeem dat zich voordien gedurende verschillende eeuwen had ontwikkeld. De industriële revolutie, die een gevolg was van deze vroege ontwikkelingen, leidde tot een omvorming van alle domeinen van het leven binnen de kapitalistische wereld: in de economie, in het politieke en sociale leven. De ontwikkeling van grote fabrieken leidde tot de snelle groei van steden zoals Londen, Manchester en Liverpool. Ze dreef miljoenen berooiden bij elkaar en vormde hen om tot proletariërs. Vooruitgang in de productiviteit en de cyclische crises, die kenmerkend waren voor het vroege kapitalisme, maakten op geregelde tijdstippen honderdduizenden arbeiders werkloos. Dit terwijl de uitbreiding van de productie en de verbreiding in nieuwe productietakken, gedreven door diezelfde crises, hen weer aanzoog. Voor de bourgeoisie betekende dit dat er een kant en klare beschikbare arbeidskracht voorhanden was: het industrieel reserveleger van diegenen die van hun werk beroofd waren of die pas van hun landgoed verdreven waren, dat ernaar tendeerde de arbeidskosten laag te houden. Voor de werkende klasse was het resultaat een leven van uitbuiting, armoede en onzekerheid.
De toestand van de arbeidersklasse in Engeland, geschreven door Friedrich Engels, nadat hij verhuisd was naar Manchester in 1842 en gepubliceerd in 1845, onthulde het ware gelaat van de industriële revolutie. Een centraal thema van het werk gaat over het onderzoek naar de woonomstandigheden van de werkende klasse. Gebaseerd op zowel verschillende officiële rapporten als op grond van zijn eigen waarnemingen beschreef hij de huisvesting zoals die ondergaan werd door de arbeiders in steden zoals Londen, Liverpool, Birmingham en Leeds. “De achterbuurten zijn in Engeland in alle steden vrijwel gelijk ingericht: de slechtste huizen in de slechtste buurt in de stad; meestal lange rijen één of twee verdiepingen hoge bakstenen huizen, zo mogelijk met bewoonde kelderruimten en bijna overal onregelmatig van aanleg. Deze huisjes met drie of vier kamers en een keuken worden ‘cottages’ genoemd en zijn in heel Engeland, met uitzondering van enige delen van Londen, de algemeen gebruikelijke arbeiderswoningen. De straten zelf zijn gewoonlijk ongeplaveid, hobbelig en smerig, vol plantaardige en dierlijke afval, zonder riolering en straatgoten, maar met des te meer stilstaande, stinkende plassen. Daar komt nog bij dat de ventilatie bemoeilijkt wordt door de slechte, chaotische bouwwijze van heel zo’n stadswijk en omdat hier vele mensen op een klein oppervlak leven, kan men zich gemakkelijk voorstellen wat voor lucht er in die arbeiderswijken hangt.” (3)
Hij stipte de graad van ellende aan binnen dit globale beeld. In St. Giles in Londen, dat dichtbij Oxford Street, Regent Street en Trafalgar Square was gelegen, met hun “brede en prachtige lanen”, maakte hij een onderscheid tussen de onderkomens die aan de straat lagen en die in de binnenhofjes en de sloppen ertussen. Terwijl het uitzicht van de laatstgenoemden “er zo uitziet dat geen mens er in zou willen wonen. Maar dat is nog niets vergeleken bij de woningen in de nauwe binnenplaatsen en steegjes tussen de straten waar men komt door overdekte gangen tussen de huizen en waarvan de smerigheid en bouwvalligheid alle voorstellingen overtreft: er is haast geen enkele hele vensterruit te vinden, de muren zijn brokkelig, de deurposten en raamkozijnen zijn kapot en zitten los, terwijl de deuren van oude planken aaneengespijkerd zijn of helemaal ontbreken: hier in deze dievenwijk, zijn deuren zelfs overbodig, omdat er niets te stelen valt. Overal liggen hopen vuilnis en as, terwijl de voor deur uitgestorte vuile vloeistoffen zich verzamelen in stinkende plassen. Hier wonen de allerarmsten, de slechts betaalde arbeiders, samen met dieven, schavuiten en slachtoffers van de prostitutie in een bonte mengeling doorheen. De meesten zijn Ieren of nakomelingen van Ieren en diegenen, die zelf nog niet zijn ondergegaan in de poel van de morele ontreddering die hen omgeeft, zinken elke dag dieper weg en verliezen dagelijks steeds meer de kracht om de demoraliserende invloeden van nood, vuiligheid en slechte omgeving te weerstaan.” (4) In de nieuwe fabriekssteden trokken de industriëlen en speculanten huizen op, die slecht gebouwd en overbevolkt waren, met gebrekkige verluchting. Binnen een paar jaren waren de meesten tot sloppen verworden, die desalniettemin winst hadden opgeleverd. Vertrekkend van deze en vele andere beschrijvingen van de leefomgeving ging Engels over tot het beschouwen van de gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid van de bewoners. Hij toonde het verband aan tussen sterfte, slechte gezondheid en armoede, onderzocht de armoedige kwaliteit van de lucht die werd ingeademd door de arbeidersklasse, het gebrek aan opvoeding van hun kinderen, en de willekeurige brutaliteit van de omstandigheden en reguleringen van de tewerkstelling.
Het patroon dat was ingezet door Groot-Brittannië werd snel opgevolgd door andere landen als Frankrijk, Duitsland en Amerika, van zodra die geïndustrialiseerd werden. Overal waar het kapitalisme zich ontwikkelde, werd de werkende klasse gehuisvest in sloppen. In de meeste grote steden waren de arbeiderswijken plaatsen van armoede, vuilnis en ziektes, waaruit de nieuwe bourgeoisie de weelde zoog. Die maakte het haar mogelijk om comfortabel te leven en te moraliseren al naargelang haar uiteenlopende smaken over de immoraliteit en de waardeloosheid van de arbeidersklasse.
In Het woningvraagstuk, gepubliceerd 27 jaar na De toestand van de arbeidersklasse in Engeland, erkent Engels dat sommige van de ergste sloppen die hij beschreven had, waren opgedoekt. De voornaamste reden ervoor was dat de bourgeoisie zich realiseerde dat de dood en ziekte die heerste op deze plaatsen niet alleen de arbeidersklasse verzwakten, en dus de bron van hun winsten, maar ook hun eigen gezondheid bedreigde: “Cholera, tyfus, tyfeuze koortsen, pokken en andere gevaarlijke ziekten verspreiden hun bacillen in de pestilente lucht en het vergiftigde water van deze arbeiderswijken. (…) De kapitalistische overheersing kan zich niet ongestraft het genoegen veroorloven om epidemische ziekten onder de arbeidersklasse te laten ontstaan; de gevolgen slaan op haar zelf terug en de engel des doods houdt in haar rijen even meedogenloos huis als in de rijen der arbeiders” (5) In Groot-Brittannië resulteerde dit in officiële inspecties die zich, zoals Engels aanstipte, onderscheidden door hun accuraatheid, volledigheid en onpartijdigheid in vergelijking met Duitsland, en dat de weg plaveide voor wetgeving die de ergste excessen begon aan te pakken.
Dit was het tijdperk waarin rioolstelsel en watervoorzieningen werden gebouwd in de steden en grootsteden in Groot-Brittannië. Al sproot de stimulans voor deze hervormingen specifiek voort uit het eigenbelang van de bourgeoisie en meer indirect vanuit de druk van de arbeidersklasse en de noodzaak om de groeiende complexiteit van de maatschappij te besturen, toch was de mogelijkheid om deze te verwezenlijken te danken aan de onmetelijke rijkdom die werd voortgebracht door het kapitalisme. Engels stipt aan dat de belangen van de bourgeoisie op dit vlak niet alleen verbonden zijn met zaken van openbare gezondheid maar ook met de nood aan het bouwen van nieuwe zakenpanden op centrale locaties, aan het verbeteren van het transport door de spoorwegen door te trekken tot in het centrum van de steden en het aanleggen van nieuwe wegen, en ook wegens de noodzaak om de arbeidersklasse makkelijker te controleren. Dit laatste was een bijzondere zorg geworden in Frankrijk, na de Parijse Commune en het mondde uit in het aanleggen van brede lanen die nog steeds karakteristiek zijn voor deze grootstad.
Toch gaat Engels verder met het argumenteren dat dergelijke hervormingen de woningnood niet oplossen: “In werkelijkheid heeft de bourgeoisie slechts één methode om het woningvraagstuk op haar manier op te lossen – dat wil zeggen, het probleem op zo’n manier op te lossen dat de oplossing het probleem opnieuw oproept” (6) Hij geeft het voorbeeld van een deel van Manchester, ‘Klein Ierland’ genoemd, dat hij beschrijft in De toestand van de arbeidersklasse in Engeland. Dit gebied dat “de schande van Manchester” was, “is lang geleden verdwenen en op die plaats staat nu een spoorwegstation”. Maar toen kwam aan het licht dat Klein Ierland “alleen maar verplaatst was van de zuidkant naar de noordkant van Oxford Road”. (7) Hij besloot “Dezelfde economische noodzaak, die ze op de ene plaats deed ontstaan, doet ze ook op de volgende ontstaan. Zolang de kapitalistische productiewijze blijft bestaan, is het dwaasheid te hopen op een afzonderlijke oplossing van het woningvraagstuk of welk ander maatschappelijk vraagstuk dan ook, dat het lot van de arbeiders treft”. (8)
Verdere ontwikkelingen in Groot-Brittannië schijnen dit uiteindelijk te weerleggen aangezien de sloppen uit de 19e en het begin van de 20e verdwenen zijn. De Eerste Wereldoorlog eindigde echter met een tekort van 610.000 huizen en vele vooroorlogse sloppen bleven onaangeroerd. In de nasleep van de oorlog werd aan de locale overheden de toelating gegeven om de sloppen op te ruimen en huurhuizen te bouwen. Tussen 1931 en 1939 werden meer dan 700.000 huizen gebouwd, en werden vier vijfden van de sloppenbewoners opnieuw gehuisvest. (9) Vele van deze nieuwe huizen werden gebouwd in grote woonwijken aan de rand van de grootsteden waaronder Liverpool, Birmingham, Manchester en Londen. Sommige plaatselijke overheden experimenteerden met het bouwen van appartementsblokken. Deze inspanningen zonken echter in het niet bij de twee en een half miljoen huizen die op de private markt werden gebouwd en verkocht aan de middenklasse en de arbeiders die het beter stelden. Desondanks kwam er geen einde aan de sloppen en ernstige overbevolking bleef een algemeen verschijnsel in vele arbeiderswijken. De Tweede Wereldoorlog betekende een terugval, aangezien de woningbouw stilviel en de binnensteden blootstonden aan de bombardementen. De naoorlogse periode was getuige van het grootste huisvestingsprogramma ooit in de Britse geschiedenis, dat werd op touw gezet door de staat. Het bereikte zijn hoogtepunt onder de Tory-regering van het einde van de jaren 1950, toen jaarlijks meer dan 300.000 gemeentewoningen werden gebouwd. De bouw van grote torenflats was een opvallend kenmerk van die tijd. Er werd ook steun verleend aan de private bouw en tegen 1975 waren 52,8% van de woningen privaat eigendom, tegenover 29,5% in 1951 (privaat gehuurde woningen vielen terug van 44% naar 16% in dezelfde periode). (10)
Toch waren deze ontwikkelingen het product van hun tijd en weerspiegelen de heersende economische toestand. In Groot-Brittannië en andere kapitalistische grootmachten, maakte de naoorlogse periode substantiële veranderingen mogelijk in de huisvesting. De naoorlogse boom die gebaseerd was op heel aanmerkelijke verbeteringen in de productiviteit die volgden op de vernietigingen van de oorlog, gaf de staat de middelen om uitgaven te verhogen op uiteenlopende terreinen, huisvesting inbegrepen. Zoals wij al eerder aanstipten, waren sommige belangrijke arbeiderswijken in steden die productiecentra waren geweest, vernield of beschadigd door de bombardementen. De industrieën die zich na de oorlog ontwikkelden, zoals de automobielconstructie, leidde tot de bouw van nieuwe fabrieken, die dikwijls buiten de oude concentraties stonden. Dit vereiste de bouw van woongelegenheid voor de arbeiders. Ook was er een politiek motief om tegemoet te komen aan de sociale noden om het risico te verlagen op onrust als gevolg van de oorlog. Op dit vlak trok de staat de les uit het fiasco van de politiek van ‘Huizen voor de Helden’, die werd afgekondigd na de Eerste Wereldoorlog, een fiasco dat bijdroeg tot het diskrediet van de naoorlogse regering van Lloyd George.
Toch bereikte de naoorlogse boom grote delen van de wereld niet. Dit gold ook voor sommige landen in het westen, zoals Ierland waar ernstige armoede en sloppen bleven bestaan tot de economische boom van de jaren 1980. En vooral, het betrof hier wat de ‘Derde Wereld’ genoemd werd, die voor het grootste deel sloeg op die continenten en landen die onderworpen waren aan de imperialistische heerschappij van de belangrijkste kapitalistische landen. Kortom, het grootste deel van de wereld. Vanuit dit perspectief bekeken, werden Engels’ argumenten niet enkel bevestigd maar bevestigd op een schaal die hij zich niet had kunnen voorstellen.
De huidige globale situatie is het gevolg van de structurele crisis van het kapitalisme die verantwoordelijk is voor zowel de open recessies als de booms van de laatste 30 tot 40 jaar, met inbegrip van de verbazingwekkende niveaus van groei in China, India en een aantal andere landen. Deze periode heeft een nieuwe vorm gegeven aan de hele wereld en zijn volledige analyse gaat ver voorbij het toepassingsgebied van dit artikel. Voor vele van links is dat een gevolg van de triomf van het neoliberalisme met zijn doctrines betreffende het afzwakken van de staat en de steun aan de private onderneming. Dit wordt vaak voorgesteld als een ideologische gebaseerde strategie en de crisis van 2007 als iets wat zij hebben veroorzaakt. Terwijl de kritiek van het neoliberalisme en de globalisering aspecten kunnen beschrijven van de veranderingen die hebben plaatsgegrepen in de globale economie, het tendeert om het wezenlijke punt te missen, namelijk dat deze omvorming het resultaat is van het antwoord van het kapitalisme op de economische crisis. Het is het resultaat van het ontplooien van de inherente wetten van het kapitalisme, eerder dan het resultaat van een ideologie. Dit verbindt de toestand van de oude hartlanden en de periferie, in de Derde Wereld en in de eerste, in de landen die een economische groei doormaken en deze waar dat niet het geval is. Het woningvraagstuk wordt door deze ontwikkelingen overal opnieuw gesteld.
Vandaag zijn er een miljard mensen die in krottenwijken leven en de meerderheid van de wereldbevolking woont nu in steden. De aantallen blijven groeien en de krottenwijken die steden van elke mogelijke omvang in deze landen omringen, zwellen steeds meer aan. De meeste van deze krottenwijken bevinden zijn in de Derde Wereld, en in mindere mate, in delen van het oude Oostblok (die voorheen de Tweede Wereld genoemd werd). Dit is een nieuwe situatie. In het boek Planet of Slums, gepubliceerd in 2006, argumenteert de schrijver Mike Davis: “De meeste van de hedendaagse megasteden uit het zuiden delen een gemeenschappelijk traject: een regime van vrij langzame, zelfs achtergebleven groei, dan een plotse versnelling naar een snelle groei in de jaren 1950 en 60, met migranten uit het platteland, die beschutting zochten in krottenwijken aan de stadranden” (11) De trage of vertraagde groei in vele van deze steden was een gevolg van hun status als kolonies van de grootmachten. In India en Afrika voerden de Britse koloniale heersers wetten door om te verhinderen dat de oorspronkelijke bevolking zou verhuizen van het platteland naar de stad en ook om de bewegingen en het leven te controleren van die in de steden. Het franse imperialisme legde gelijkaardige beperkingen op in die delen van Afrika die onder zijn controle stonden. Het lijkt logisch om deze beperkingen te zien als verbonden met de status van veel van deze landen als leveranciers van grondstoffen voor hun koloniale meesters. Nochtans, zelfs in Latijns-Amerika, waar de koloniale hand aantoonbaar minder streng was, zou de lokale bourgeoisie zich eveneens verzetten tegen de plattelandsmannen en -vrouwen die de steden binnendrongen. Zo werd er in de jaren 1940 hardhandig opgetreden tegen de krakers die naar de stedelijke centra trokken zoals in Mexico Stad, als resultaat van de politiek van lokale industrialisering om de invoer te vervangen.
Dit veranderde toen het kolonialisme eindigde en het kapitalisme steeds meer globaal werd. Steden begonnen in omvang en aantal te groeien. In 1950 waren er 86 steden in de wereld met een inwonersaantal van meer dan één miljoen. Tegen 2006 was dit aantal al 400 en tegen 2015 voorziet men dat het zal stijgen tot 550. De stedelijke centra hebben het grootste deel van de globale bevolkingstoename van de recente decennia opgeslorpt en de stedelijke arbeidskrachten bedroegen in 2006 tegen de 3,2 miljard. (12) Dit laatste punt benadrukt het feit dat in landen als Japan, Taiwan en meer recent India en China, deze groei verbonden is met de ontwikkeling van de productie. Eén gevolg van globale betekenis is dat meer dan 80% van het industrieproletariaat nu buiten West-Europa en de VS leeft. In China zijn honderden miljoenen boeren van het platteland naar de steden gestroomd, hoofdzakelijk in die kuststreken waar de meeste industrialisering heeft plaatsgevonden; en honderden miljoenen zullen kennelijk nog volgen. Tegen 2011bestond de meerderheid van de Chinese bevolking uit stedelingen. (13)
Dit kan de indruk wekken dat het proces, dat wij in de 19e eeuw zagen, zich verder zet; dat de vroegere chaotische ontwikkeling zal vervangen worden door een meer geleidelijke vooruitgang in de waarde van de productieketen met als resultaat stijging van de lonen, de welvaart en de binnenlandse markten. Dit wordt gebruikt om het argument te ondersteunen dat het kapitalisme dynamisch en progressief blijft en dat het allengs de armen uit de armoede zal verheffen, de hongerenden zal voeden en de krottenbewoners zal huisvesten.
Nochtans is dit niet het volledige verhaal van de huidige periode. In vele andere landen is er geen verband tussen de ontwikkeling van de steden en de krottenwijken die hiermee gepaard gaan, en de ontwikkeling van de productie. Dit kan worden nagetrokken door de grootte van de bevolking en de BBP (Bruto Binnenlands product) te vergelijken. Zo komt Tokio als eerste qua bevolking en BBP, Terwijl Mexico dat het tweede grootst is qua bevolking niet voorkomt in de top tien qua BBP. Dat geldt ook voor Seoul, dat het vierde grootst is qua bevolking, maar evenmin voorkomt in de top tien qua BBP. Londen echter, dat zesde was qua BBP, is pas 19e qua bevolking. (14) De bevolkingsaanwas in deze steden lijkt eerder een gevolg van ruimere economische veranderingen, zoals de reorganisatie van de landbouw om tegemoet te komen aan de vereisten van de internationale markt en de schommelingen van de prijs van de grondstoffen enerzijds en aan het vaak met elkaar verbonden effect van oorlog, ‘natuur’rampen, hongersnood en armoede anderzijds. In sommige steden zoals Mumbai, Johannesburg en Buenos Aires heeft er een des-industrialisering plaatsgegrepen. Davis legt ook de nadruk op de neo-liberale politiek van het IMF (Internationaal Muntfonds), dat een speciale rol speelt in dit proces en in de verarming van velen die zijn ‘hulp’ en ‘raad’ ontvangen.
De gevolgen zijn te zien in de sloppenwijken die vele steden in het zuiden omringen. Terwijl de grootsteden de krantkoppen halen, leeft de meerderheid van de stedelijke armen in tweederangs-steden, waar vaak weinig, zoniet geen, belangstelling voor is. De verslagen over de levensomstandigheden van de inwoners van deze krottenwijken, die behandeld worden in Planet of Slums, is een weerspiegeling van Engels’ analyse. In de binnensteden zitten de armen niet alleen opeengepakt in oude huizen en de nieuwe gebouwen die voor hen door de speculanten zijn neergepoot maar ook op kerkhoven, over rivieren, en zelfs op straat. Nochtans leven de meeste van de bewoners van de krottenwijken aan de rand van de steden, vaak op grond die vervuild is of risico loopt op een milieuramp of op een of andere manier onbewoonbaar is. Hun huizen zijn gemaakt van overschot van hout en oude plastic folie, dikwijls zonder sanitair en ten prooi aan uitzetting door de bourgeoisie en uitbuiting en geweld vanwege verscheidene speculanten, afwezige huiseigenaars en criminele bendes die de buurt controleren. In sommige streken slagen de krakers er in om wettelijk eigendom te verwerven en lukt het hen om van de stadsautoriteiten basisvoorzieningen te verkrijgen. Overal zijn ze onderworpen aan uitbuiting.
Zoals in het Engeland van de 19e eeuw valt er geld te slaan uit de ellende. Grote en kleine speculanten stampen gebouwen uit de grond, soms legaal, soms illegaal, en ontvangen huurgelden, die in verhouding tot de ruimte die verhuurd wordt, vergelijkbaar is met de duurste stadsappartementen van de rijken in de binnensteden. Het gebrek aan voorzieningen biedt andere mogelijkheden, zelfs het verkopen van water. De bewoners van deze krottenwijken worden verdeeld en onderverdeeld. Sommigen die een keet huren verhuren nog kamers aan iemand die nog armer is. Sommigen hebben jobs die min of meer precair zijn, anderen schrapen een bestaan uit kruimelhandel of verlenen diensten aan hun medebewoners. De massa van proletariërs, half-proletariërs, ex-boeren enzovoort vormen een arbeidsreserveleger dat helpt om de arbeidskosten laag te houden, op regionaal, nationaal en uiteindelijk globaal vlak. Zij vormen ook een bedreiging voor de kapitalistische orde en zijn een doorn in het oog van de bourgeoisie, net zoals de bewoners van de krottenwijken van Groot-Brittannië in de 19e eeuw.
De bourgeoisie blijft proberen om de woningnood, die uit haar maatschappij voortspruit, ‘op te lossen’. Vandaag, net zoals in het verleden, wordt dat altijd bepaald door wat te verzoenen valt met de belangen van het kapitalistische systeem en van de bourgeoisie daarin. Enerzijds zijn er pogingen geweest om het probleem eenvoudigweg met de bulldozer op te ruimen. Zo werden miljoenen armen, hetzij arbeiders, ex-boeren, kruimelhandelaars of verschoppelingen, uitgedreven, om hen dan te dumpen in nieuwe krottenwijken, of in volle platteland, onttrokken aan de ogen, de oren en de neuzen van de rijken. Anderzijds is er een hele bureaucratie gegroeid die zich bezig houdt met het oplossen van de woningnood, met inbegrip van het IMF, de Wereldbank, de VN en ook van internationale en lokale Ngo’s; maar steeds mooi binnen de perken van het kapitalisme. Op die manier komt de nieuwe huisvesting dikwijls ten goede aan de kleinburgerij en die arbeiders die het beter stellen, die de juiste contacten hebben of die steekpenningen of de huishuur kunnen betalen, eerder dan aan diegenen voor wie het, op papier dan toch, voor bedoeld was. Een prioriteit is gewoonlijk het laag houden van de kosten, wat uitmondt in op barakken lijkende huizenblokken of het verbouwen van de krottenwijken zonder ze op te doeken. Bij dit laatste hebben een bijzonder ongewoon verbond gezien tussen de pseudo-radicalen die de armen ‘meer macht’ willen geven en de internationale kapitalistische instituten, zoals de Wereldbank die een marktoplossing wil vinden dat het ondernemerschap en eigendom wil aanmoedigen.
Tenslotte is er de onuitgesproken maar altijd aanwezige doelstelling om de uitgebuiten te verdelen via de gewone mix van coöptatie en repressie. Zo gaan groepen die beginnen met radicale eisen, dikwijls samenwerken met de heersende klasse van zodra zij een paar toegevingen hebben toegestopt gekregen. Bij sommige ideologen zijn er zelfs echo’s uit het verleden, zoals de idee dat de oplossing ligt in het ter beschikking stellen van landtitels van het land waarop de armen leven. Dit is een weerspiegeling van de idee die Engels had bestreden in het eerste deel van Het woningvraagstuk, dat gaat over de stelling van een volgeling van de anarchist Proudhon, dat men de arbeiders een landtitel moest geven van de eigendom waarin zij leefden, om het woningvraagstuk op te lossen. Engels toont aan dat deze ‘oplossing’ snel opnieuw tot het originele probleem zal leiden, aangezien er niets verandert aan de grondslag van de kapitalistische maatschappij dat “de kapitalist in staat stelt de arbeidskracht van de arbeider te kopen volgens zijn waarde om er veel meer dan zijn waarde uit te onttrekken…”. (15)
In de oude kapitalistische hartlanden van West-Europa en de VS leidde de terugkeer van de open economische crisis tegen het einde van de jaren 1960 tot twee grote veranderingen die hun weerslag hadden op voorziening van huisvesting voor de werkende klasse. De eerste was de nood tot het verminderen van de uitgaven van de staat en vooral van het sociale loon die aan de arbeiders werden toegekend. Het tweede was het verschuiven van kapitaal van productieve investeringen naar speculatie, waarvan de opbrengsten hoger leken. Wij gaan ons hier toespitsen op Groot-Brittannië om dit te onderzoeken, net zoals wij dat deden bij het begin van het artikel, bewust van het feit dat de bijzondere vorm die het aanneemt verschilt van land tot land.
Het beperken van de staatsuitgaven leidde eerst tot een vertraging in het aantal, dat door de gemeenten werden gebouwd en dan, onder Tatcher, tot de verkoop van de voorraad gemeentewoningen en de beperking op de verdere bouw ervan door de lokale autoriteiten. Dit wordt veelvuldig voorgesteld als een voorbeeld van het Tatcher-dogma en het is inderdaad waar dat het voor een deel een ideologische campagne was om het privaat eigendom te promoten. Maar niets van dat alles begon met Tatcher. Wij hebben er al op gewezen dat er zowel onder Tory als onder Labourregeringen inspanningen gedaan werden om het privaat eigendom te promoten zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog, voornamelijk via belastingverlaging en aftrek van hypotheken. De verkoop van gemeentelijke huisvesting verminderde niet alleen de kapitaalkosten voor de bouw van woningen maar ook de uitgaven voor het onderhoud ervan, aangezien de nieuwe eigenaar er individueel voor verantwoordelijk was. De idee dat eigendom bezitten zou bijdragen tot het inperken van de dreiging vanuit de arbeidersklasse gaat nog verder terug. In Het Woningvraagstuk, citeert Engels een van de lofzangen van Dr. Emil Sax over de deugden van het landeigendom: “Er is iets eigenaardigs aan het verlangen naar een eigen stuk grond dat de mens is aangeboren … Hiermee verkrijgt iedere mens een veilig houvast; hij is als het ware vast in de aarde geworteld … De arbeider, tegenwoordig hulpeloos aan de wisselvalligheden van de conjunctuur overgeleverd, voortdurend afhankelijk van zijn werkgever, zou daardoor tot op zekere hoogte uit zijn onzeker bestaan worden verlost; hij zou kapitalist worden … Hij zou dus uit de rijen der bezitlozen verheven worden tot de bezittende klasse." [MEW dl 4, p.488, citaat van Herr Sax, p. 63] ”. (16)
Financiële speculatie werd steeds koortsachtiger naarmate de strijd voor winstgevende opbrengsten intenser werd de laatste 40 jaar. De financiële deregulatie die kenmerkend was zowel voor Groot-Brittannië als de VS in de jaren 1980, maakte het de bourgeoisie mogelijk om meer complexe vormen van speculatie te ontwikkelen. In de jaren1990 stroomde geld door naar een hele reeks nieuwe instrumenten die gebaseerd waren op de uitbreiding van het krediet naar steeds grotere delen van de arbeidersklasse. De ontwikkeling van de subprime-hypotheken in de VS was kenschetsend voor deze aanpak. Speculanten dachten dat zij veilig waren omwille van de complexe aard van de financiële instrumenten waarin zij aan het investeren waren en door de hoge classificatie die zij kregen van de ratingagentschappen, zoals Standard and Poor. De ineenstorting van de subprime-markt in 2007 ontmaskerde dit als een illusie, die het altijd al was, en was de grondslag voor de latere instorting die er op volgde, en wier gevolgen wij nu nog ondervinden. In Groot-Brittannië werden steeds grotere hypotheken aangeboden met steeds kleinere bijdragen en lossere financiële controle. Het resultaat was dat de hypotheken de meerderheid gingen uitmaken van de groei in persoonlijk krediet dat hielp om de ‘booms’ van 1990 en 2000 te ondersteunen (de langste periode in de naoorlogse groei zoals Gordon Brown gewoon was te onderstrepen).
De eerste huisvestingsbel barstte uit in 1990 en stortte velen in een negatief vermogen, wat neerkwam op een hoog niveau van terugnemingen [door de banken]. Deze keer slaagde de bourgeoisie er in om de weerslag zodanig te beperken dat er weinig terugnemingen waren. Toch is de huisvesting minder betaalbaar geworden als gevolg van een combinatie van blijvende stijgingen tijdens de bellen en het verstrakken van kredietverlening na 2007, met als resultaat dat vele jonge mensen het zich niet langer meer kunnen veroorloven om te kopen. Tegelijkertijd is de huurmarkt ook ingekrompen. Gemeentelijke voorziening is beperkt en wordt strikt gecontroleerd, met bekwaamheidscriteria die jonge mensen veroordelen tot kleine en schamele behuizing als ze al niet in een B&B zitten. De nieuwe beperking bij de uitkeringen voor Huisvesting zullen vele families dwingen om uit hun buurt weg te trekken of op straat gezet te worden, waarbij een van de weinige opties het kraken is van lege panden. Zo gaan wij terug naar af.
Het woningvraagstuk, waarmee de arbeidersklasse en andere uitgebuite klasse in de hele wereld worden geconfronteerd, neemt heel verschillende vormen aan al naargelang het ene of andere land en zet dikwijls de slachtoffers van het kapitalisme tegen elkaar op. Tussen een jonge arbeider die genoodzaakt is tot het bezetten van land dat onderhevig is aan overstromingsgevaar of industrieel afval aan de rand van grootsteden zoals Beijing of Mumbai en een jonge arbeider die niet bekwaam verklaard wordt voor een gemeenteflat in Londen of niet in staat is om een hypotheek los te peuteren voor een woning in Birmingham, kan het lijken alsof er een onoverbrugbare kloof bestaat. Toch stelt zich voor alle arbeiders het vraagstuk van hoe te leven als een menselijk wezen, in een maatschappij die onderworpen is aan het uitpersen van winst uit velen door enkelen. En ondanks alle veranderingen in de vorm en de schaal van het vraagstuk blijft de inhoud dezelfde. Engels’ conclusie blijft net zo geldig vandaag als meer dan een eeuw geleden: “In zo’n maatschappij is de woningnood geen toeval; ze is een noodzakelijk instituut en kan, samen met alle gevolgen voor de gezondheid, enz., alleen afgeschaft worden als de gehele maatschappelijke orde waar ze uit voortkomt wordt omgewenteld”. (17)
North / 11.01.2013
Voetnoten
(1) The Guardian / 03.12.2012. ‘Krakers zijn geen huizendieven’, Deel van de ideologische campagne, die werd opgeklopt om de anti-krakers wet te rechtvaardigen, waarbij op luidruchtige wijze gevallen betrokken werden van individuele huiseigenaars, die terugkeerden na een periode van afwezigheid en vaststelden dat hun huis gekraakt was.
(2) Ibid.
(3) F. Engels, De Toestand van de arbeidersklasse in Engeland, ‘De Grootsteden’, Progres Moskou, 1976, pp. 67-68.
(4) Ibid. pp. 68-69
(5) F. Engels, Over het Woningvraagstuk, Deel II, Hoe de bourgeoisie het woningvraagstuk oplost, Sunschrift 27, Nijmegen 1970, p. 45
(6) Ibid. p.75
(7) Ibid. p. 76
(8) Ibid. p. 78
(9) Zie: Stevenson British Society 1914-45, hoofdstuk 8, ‘Housing and Planning’, Penguin Books, 1984.
(10) Zie: Morgan, The People’s Peace. British History 1945-1990, Oxford University Press, 1992
(11) Davis, Planet of Slums, chapter 3, ‘The treason of the state’, Verso. Veel informatie dat volgt komt uit dit werk.
(12) Ibid., chapter 1, ‘The urban climacteric’, p. 1-2.
(13) UN Habitat, The state if China’s cities 2012/13.
(14) Davis, op. cit. p. 13
(15) F. Engels, Over het woningvraagstuk, op cit. p. 20
(16) F. Engels, Over het woningvraagstuk, op cit. p. 52
(17) Ibid. p. 49
Een nauwe sympathisant van de IKS stuurde ons volgende bijdrage naar aanleiding van het aftreden van Beatrix: "Het aftreden van (koningin) Beatrix in Nederland brengt binnen de (burgerlijke) politieke sfeer een zekere discussie met zich teweeg over ‘de meest wenselijke plaats en rol van het Nederlandse koningshuis binnen de Nederlandse politiek’. Nu dat de kroonprins, Willem-Alexander van het Huis van Oranje-Nassau, de troon gaat bestijgen, kan men duidelijk twee kampen ontwaren: het royalistisch-nationalistische kamp en het republikeinse kamp. Het conflict tussen deze twee kampen is terug te vinden in de burgerlijke media (kranten, televisie, e.d.), partijprogramma van burgerlijke partijen maar vooral in informele gesprekken en discussies tussen Nederlanders onderling."
Wat we proberen te tonen is hoe dat deze kampen, zoals ze verschijnen in deze verschillende arena’s van de burgerlijke politiek, geen werkelijke alternatieven bieden voor de arbeidersklasse of het revolutionaire kamp. Tot dit doel ontleden we de situatie in haar materieel-historische context: het is zinvol om te kijken naar de schepping van de Nederlandse nationaliteit, de situatie van Nederlandse staat doorheen de eeuwen en de rol van de verschillende strekkingen binnen de bourgeoisie (zowel Nederlandse als niet-Nederlandse). Vervolgens kunnen we de huidige situatie begrijpen, alsook duidelijk maken waarom dat de twee kampen feitelijk geen progressieve kritiek kunnen leveren op het koningshuis.
De hedendaagse en historische ‘Nederlanders’, de ingezetenen van het territorium dat vandaag onder de Nederlandse staat valt, hebben een zeer trage ontwikkeling van heterogeniteit naar een nationale identiteit gekend. Die heterogeniteit van dit territorium had voor de dominante bourgeoisieën tot de negentiende eeuw altijd iets paradoxaals: soms was het een obstakel voor organisatie op een hoger niveau, soms was het een mogelijkheid tot het creëren van vernieuwde breuklijnen. Zo zijn bijvoorbeeld verschillende protestantse achtergronden regelmatig gebruikt om conflicterende burgerlijke belangen op een ideologische breuklijn te stroomlijnen[1]. Wat moet worden opgemerkt is dat de conflicten tussen de burgerij tot de negentiende eeuw niet werden gevoerd binnen het kader van een ‘Nederlands nationalisme’. De conflicten tussen burgers binnen de Zeventien Provinciën en de Republiek van Zeven Verenigde Nederlanden werden gevoerd vanuit provinciale belangen en privileges, boven-provinciale godsdienstige kwesties en bedreigingen van de confederatie door andere staten (in casu Spanje, Frankrijk en de katholieke Duitse staten).
De Bataafse Republiek (1795-1801) is nog meer dan de Republiek van Zeven Verenigde Nederlanden een volgroeide burgerlijke staat, ontstaan zowel als imitatie van de Eerste Franse Republiek als een reactie op de Eerste Franse Republiek: De Franse Republiek maakt komaf met een aantal feodale elementen binnen de Franse staat en verenigt de Franse bourgeoisie uiteindelijk op een politiek niveau dat wij nu erkennen als het niveau van de ‘Fransen’ [2] en probeert de ‘Franse natie’ te ontwikkelen door het opzetten van nationale scholing, een nationale taal, nationale feestdagen, nationale geschiedschrijving, etc. De Franse Republiek doet dit echter vanuit een voorsprong: de vernietigde absolutie monarchie had de oudere politieke instituten en functies al samengebracht in een enkelvoudig staatsapparaat en deze vervolgens ideologisch gesymboliseerd in de figuur van de absolute monarch (‘l’état c’est Moi’). De burgerij van de Republiek van Zeven Verenigde Nederlanden ontwikkelt in reactie een ‘unionisme’, een beweging die een toenemende integratie van de Republiek op een hoger niveau moet mogelijk maken. Het ‘federalisme’, de beweging die de beslissingskracht bij de provincies wil aanhouden, blijft echter actief tot ver in het einde van de negentiende eeuw. De voltallige negentiende eeuw van interventies van de Nederlandse staat moet men begrijpen als pogingen tot het samenbrengen van de verschillende belangen van de burgerij van deze provincies.
Onze hedendaagse situatie kan worden herleid tot het begin van de twintigste eeuw. De algemene wijdverbreide ideologische ‘liefde voor het koningshuis’, die nu zo dominant is in Nederland, was absoluut niet alom vertegenwoordigd in het begin van de twintigste eeuw. Het koningshuis werd onder verschillende voorwaarden gekoesterd door de protestantse delen van de bourgeoisie, kleinburgerij en wat men ‘kleine lieden’ noemde (zeer conservatieve calvinistische dagarbeiders). Het koningshuis werd door hen geassocieerd met calvinistische puritanisme en de verdediging van de morele integriteit van de Nederlandse staat. Dit limiteerde zich in het beste geval echter tot de traditionele centrumprovincies Holland, Zeeland en delen van Friesland alsook Brabant. Het ideologische project van de unitaire Nederlandse staat om een Nederlands nationalisme te ontwikkelen was echter grotendeels mislukt in andere delen van Nederland: in de economisch achtergebleven gebieden in Noord-Brabant en Limburg konden de katholieke bourgeoisie en de conservatieve (katholieke) arbeiders nog duidelijk het lonken van de Belgische staat horen. Provincies zoals Friesland, Drenthe en Overijssel moesten worden ‘gekoloniseerd’ tot in het begin van de twintigste eeuw om deze gebieden economisch en ideologisch te integreren met de rest van de Nederlandse staat. Dit gebeurde door het opzetten van staatsprogramma’s zoals de exploitatie van turf in Drenthe en de oprichting van industriële projecten in Brabant, waarbij bewoners uit de kernprovinciën werden overgebracht om deze projecten op poten te zetten.
Het begin van de twintigste eeuw was echter ook een scharnierpunt in de geschiedenis van de arbeidersklasse binnen de Nederlandse staat, met een sterke toename van de activiteit van de klasse in haar economische en politieke strijd. De SDAP en later de SDP waren actieve delen in deze conflicten, en konden rekenen op aanzienlijke steun van de arbeiders. Echter ook in Nederland was er sprake van verraad door de reformisten, theoretische en praktische vergissingen en contra-revolutie. De hedendaagse ideologie die hangt rond het koningshuis, ontstaat in deze situatie. In de conflicten rond de Eerste Wereldoorlog, en de revolutie die in de lucht hangt, beseft het koningshuis dat het zowel door een deel van de bourgeoisie als de arbeiders onder druk staat.
Het koningshuis begint in combinatie met de bourgeoisie aan een zekere contrarevolutie. De Dag van de Arbeid, in der tijd nog een werkelijk vertoon van arbeidersmacht, nu een farce die de ‘linksen’ en de gauchisten elk jaar reanimeren om inventaris op te maken van de overtuigingskracht jegens de eigen achterban, kreeg haar concurrent in de vorm van de Koninginnedag. Juist door zichzelf af te schilderen als het slachtoffer en de noodzakelijke antithese van de communisten was het koningshuis in staat om zichzelf populair te maken bij bevolkingsgroepen die voorheen niet warm liepen voor het Huis van Oranje: de conservatieve katholieke bourgeoisie, katholieke arbeiders, de liberale bourgeoisie, etc. Het koningshuis probeerde in combinatie met een toenemende ‘humanisering’ en het opzetten van Oranje-verenigingen zich te ontwikkelen als het ‘liefhebbende gezicht’ van de Nederlandse staat. De Boerenoorlogen en de spanningen in het zuiden van Afrika (rond het begin van de 20ste eeuw) werden aangegrepen door de bourgeoisie om een verwantschap te propageren tussen de Nederlanders onderling en hen ‘kennis te laten maken’ met de symbolische broer aan de andere kant van de wereld. Hoewel de reformistische sociaaldemocraten in naam nog tegen het koningshuis waren, was dit tegen de Tweede Wereldoorlog omgeslagen in een volledige steun en samenwerking met het koningshuis. De rol van het koningshuis in de Tweede Wereldoorlog, waar de Koningin via radio en pamfletten als symbool probeerde op te treden als ‘de heroïsche vertegenwoordiger van de Nederlandse zelfbeschikking in ballingschap’, werd ook door de arbeiders (die verblind waren door het nationalisme) geaccepteerd en in de Nederlandse naoorlogse burgerlijke geschiedschrijving zo vaak mogelijk herhaald.
Wat echter altijd op de achtergrond aanwezig is gebleven binnen de Nederlandse burgerlijke politiek zijn ‘de republikeinen’. We zullen ons eerst richten op de sociaaldemocratische en liberale republikeinen die binnen de burgerij beargumenteren dat het noodzakelijk is het koningshuis af te schaffen. Ten tweede zullen we ons richten op de ultralinkse (gauchistische) kritieken op het koningshuis. De twee beschreven argumentaties bestaan niet letterlijk, en vaak worden beide betogen door elkaar heen gebruikt. Deze uitwisselbaarheid zou ons al gevoelig moeten maken voor de mogelijkheid dat deze argumentaties wellicht worden ontwikkeld door dezelfde maatschappelijke klasse (d.w.z. de burgerij). De eerste kritiek stoelt op twee pijlers: een verwarde (burgerlijke) historische voorstelling en een idealistische benadering. Ze zijn echter de twee zijden van dezelfde munt en worden ook vaak in tandem gebruikt. De verward-historische benadering begint te redeneren vanuit een glorieus historisch verleden, waarin de Nederlandse “republiek” haar hoogtepunt kende in de 16de en 17de eeuw, de zogenaamde ‘Gouden Eeuw’. Deze burgerlijke voorstelling ontkent duidelijk het klassekarakter van de geschiedenis, nml. dat de ‘terugval van de geschiedenis’ waar sommigen van deze republikeinen over spreken (namelijk dat de ‘progressieve’ republiek werd vervangen door ‘traditionele’ monarchie) allicht misleidend is. De overgang naar de monarchie en een centrale Nederlandse staat was een duidelijke overgang die in relatie met de conflicten tussen burgerlijke staten in Europa begrijpelijk wordt. Het lijkt ook duidelijke vooruitgang: van een lager niveau van organisatie naar een hoger niveau van organisatie, waarbij het ook de voorwaarden schepte voor verdere kapitalistische ontwikkelingen alsook de voorwaarden schepte voor de creatie van een verenigde arbeidersklasse in Nederland. Maar, zo vervolgt deze kritiek, deze gaat eveneens in op een bepaald ‘democratische principe’ waarbij de monarchie wordt afgeschilderd als ‘geen keuzevrijheid’ en de republiek wordt afgeschilderd als ‘keuzevrijheid’. Het gegoochel met termen als ‘keuzevrijheid’, ‘democratie’, ‘vrijheid’, ‘representatie’ e.d. is fundamenteel misleidend. Het afzetten van een decadent feodale vorst die ver voorbij de maatschappelijke houdbaarheidsdatum nog over een burgerlijke staat heerst, kan wellicht in de negentiende eeuw nog een vorm van vooruitgang betekenen. Maar in een decadent kapitalisme, waarin de ‘democratische keuzes’ verworden zijn tot vragen waar er gekort moet worden en waar de maatschappelijke ontwikkeling een stap terug moet zetten, hoe futiel is dan het vervangen van het ene symbolische bedrog en uitbuiting door het andere bedrog en uitbuiting (hoegenaamd in de naam van de ‘democratie’)?
Wat betreft de tweede kritiek. Heden ten dage is het milieu van werkelijke ‘anti-monarchisten’ van gauchistische inslag behoorlijk ingekrompen. Oorspronkelijk kon men ze echter vinden in trotskistische, maoïstische, radenistische, autonome en anarchistische strekkingen. Het idee hier is dat het koningshuis een fundamenteel anti-revolutionaire rol heeft en de ontwikkeling van een nieuwe maatschappelijke structuur in de weg staat: het gaat er vanuit dat als het koningshuis komt te vervallen, het kapitalisme noodzakelijk een minder sterke ideologische invloed zal uitoefenen. Waar wij op willen wijzen is dat het kapitalisme in Frankrijk evenwel nog met een even grote vigeur bestaat in het hedendaagse Frankrijk als in Nederland. Ook in Nepal, waar laatst het koningshuis is afgeschaft door de maoïsten, lijkt het (staats)kapitalisme nog in volle glorie te bestaan. Het punt is dat de vernietiging van het koningshuis an sich geen materiële vooruitgang betekent: zolang de materiële onderbasis van de maatschappij niet vooruitgaat, is elke ideologische verandering louter een nieuwe misleiding. De discussies rond het koningshuis lijken ons een manier waarop de burgerlijke staat en burgerlijke politieke partijen discussies kunnen concentreren rond thema’s die er voor de historische rol van de arbeidersklasse niets anders dan misleidend zijn. Het is in de wil van gauchistische partijen om deze discussies te voeden dat zij tonen dat zij fundamenteel burgerlijke partijen zijn, en dat zij dus het kapitalisme niet willen vernietigen maar willen voortzetten.
Ter herinnering: In de vereniging van de Nederlandse staat, de toenemende centralisering van de politieke macht en de ontwikkeling van de productiekrachten speelde het koningshuis een specifieke vooruitstrevende rol in de groeifase van het kapitalisme. Nu het kapitalisme haar historische rol heeft uitgespeeld, heeft ook een burgerlijke monarchie haar rol feitelijk verspeeld. Onze kritieken op het republikanisme moet dus niet worden geïnterpreteerd als een ondersteuning van de monarchie. Het punt is dat men de vernietiging van ideologische conjuncties van het kapitalisme, in alle instituties en natiestaten ter wereld, kan vergelijken met het afhakken van de kop van een bekend mythisch dier: de kop groeit gewoon weer aan en doet feitelijk niets af aan het gedrocht. Ter indicatie: als gauchisten deze beschouwingen zouden verwijten dat zij direct in tegenstelling zijn tot het handelen en denken van Lenin en de Russische revolutionairen, die de Tsaar van Rusland tegen de muur zetten, vergissen zij zich danig en tonen zij hun theoretische verwarring. De Russische revolutionairen bevonden zich in een revolutionaire situatie, waarbij de arbeidersklasse het kapitalisme op de knieën had gekregen. Dat de ideologische conjuncties van de oude orde worden vernietigd in de revolutionaire situatie is niet meer dan logisch: de bovenbouw kent ook haar ‘revolutie’ als haar funderende onderbouw zich in revolutie bevindt, maar andersom hoeft dit natuurlijk niet te gelden.
VDW / 03.2013
Voetnoten
[2] Wat ik hier mee bedoel is dat wat we nu erkennen als het niveau van de Franse natie indertijd absoluut niet herkend werd als ‘Frans’, omdat wat ‘Frans’ is, simpelweg ook werd gecreëerd in dat moment.
Nederland is een van de vier overblijvende landen in de Eurozone die een AAA score krijgt voor de betrouwbaarheid van haar economie. Dit is nogal paradoxaal in de zin dat het land tezelfdertijd een totale schuld (private en openbare schuld) kent die een van de hoogste ter wereld is. Wat de verhouding betreft van deze schuld met het Bruto Nationaal Product (BNP), staat Nederland op de derde plaats in de wereldranking van landen met de zwaarste globale schuld. Met een totale schuld die 3,9 maal haar BNP (392%) bedraagt in 2011, wordt het alleen door Groot-Brittannië (469% van het BNP) en Japan (459%) voorafgegaan.
En ook de economische productie blijft haperen. Nederland doet het hier slechter dan de rest van de Europese Unie : zo kromp de economie tijdens de twee laatste kwartalen van 2012 respectievelijk met 1% en 0,2% (-0,1% en -0,6% voor de ganse EU), waardoor het opnieuw in een recessie terechtkomt (DM, 15.02.2013). Vooral de investeringen werden getroffen door de aanhoudende laagconjunctuur : zij daalden in 2012 met 5,2% en dit is vooral zo in vastgoed en infrastructuur.
In de loop van 2011 is de openbare schuld van de Nederlandse Staat, de publieke sector en van de steden en gemeenten opgelopen tot 66,2 % van het BNP. De totale openbare schuld zou einde 2012 oplopen tot 70% van het BNP. Na landen zoals Denemarken en Zweden scoort Nederland ook boven de indicatieve veiligheidsdrempel van de indicator opgezet door de Europese commissie (Februari 2012) m.b.t. de omvang van de openbare schuld en van de privé schuldenlast en het verlies van exportmarkten,. Met een schuldenlast in de privésector van om en bij de 250%, overtreft Nederland ruimschoots de veiligheidsgrens van 160% van het BNP. De hoofdschuldigen hiervoor zijn de woonkredieten, waarvan de omvang met meer dan 7% gestegen zijn sedert 2000, omdat de leners alsmaar meer gebruik gemaakt hebben van de toegelaten belastingsaftrek op hypothecaire interesten.
Dit leidt ook tot zware spanningen bij de Nederlandse banken, zoals begin februari nog bleek met SNS Reaal, de vierde grootste bank van Nederland, die in zeven haasten genationaliseerd moest worden door de overheid omdat ze dreigde te kapseizen door de zware verliezen van haar vastgoeddochter Property Finance (Het Nieuwsblad, 02.02.2013).
De financiële situatie van de meer dan 500 private pensioenfondsen in Nederland blijft zeer problematisch. Tijdens de laatste twintig jaar, werden de regels voor de uitkeringen ten gunste van de werkers ongeveer vijf maal herzien . Dat heeft niet belet dat een belangrijk percentage van deze fondsen nog steeds belangrijke structurele financiële problemen kent.
De recente veranderingen in de reglementering, doorgevoerd door de nieuwe regering, zijn er niet in geslaagd deze situatie te stabiliseren. Ongeveer 20% van deze instellingen worden nog steeds geconfronteerd met financiële problemen van zulke aard dat ze dreigen bankroet te gaan. Tenzij ze hun financiële situatie kunnen verbeteren, wat niet te verwachten valt, zullen ze in elk geval de uitkeringen aan de werkers moeten reduceren tussen de 5% en de 10% vanaf april 2013.
De Nederlandse pensioenfondsen moeten hun uitkeringen reduceren want de combinatie van de dalende beursrendementen sedert de financiële crisis, de ongewoon lage interestvoeten en de snelle verlenging van de levensverwachting hebben hun eigen middelen doen dalen tot een ondraaglijk niveau.
Volgens peilingen begin 2012 heeft een bediende op tien niet het minste vertrouwen in de pensioenfondsen. Volgens dezelfde peilingen, heeft ook meer dan de helft (55%) van deze Nederlandse bedienden weinig vertrouwen in het eigen pensioenfonds. Zij zijn alsmaar meer bezorgd over een inkomen op latere leeftijd dat naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende zal zijn.
Tijdens het laatste jaar is de werkloosheid in Nederland gestegen van 450.000 naar 550.000 eenheden. De laatste drie maanden steeg het gemiddeld met 13.000 nieuwe werklozen per maand. We weten echter dat de bourgeoisie constant de werkloosheidscijfers manipuleert. Hoeveel arbeiders zijn er dan werkelijk werkloos in Nederland ? Eerst en vooral stelt de Hollandse bourgeoisie dat al wie een (meestal ook flexibele) job van minstens 12 uur/ week heeft, niet werkloos is. Als je daarenboven het aantal werklozen telt die in de ziekenzorg zitten, een gehandicapten statuut gekregen hebben of van een sociale uitkering leven, dan kan je gemakkelijk een miljoen mensen meer bij de werkloosheidscijfers rekenen. Met andere woorden, men kan er dus van uitgaan dat ten minste een kwart (25% ) van de Nederlandse beroepsbevolking feitelijk werkloos is.
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 1005.46 KB |
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 1.31 MB |
Wereldrevolutie nr. 134 - 3e kwartaal 2013
Tegenover de sociale agitatie in Egypte, heeft het leger bewezen dat het de fractie blijft die het best in staat is om de macht uit te oefenen en de verdediging van de globale belangen van de nationale bourgeoisie te verzekeren.
Overal in de wereld groeit het gevoel dat de huidige orde van zaken niet langer kan blijven doorgaan zoals voordien. Na de opstanden van de ‘Arabische Lente’, de beweging van de Indignados in Spanje en van Occupy in de Verenigde Staten, zijn er in de zomer van 2013 enorme massa’s op straat gekomen in Turkije en Brazilië.
Honderdduizenden mensen, ja miljoenen, hebben geprotesteerd tegen alle soorten kwalen: in Turkije ging het over de vernietiging van het leefmilieu door een waanzinnig project van ' stadsontwikkeling’, het autoritaire binnendringen van de religie in het private leven en de corruptie van de politici; in Brazilië ging het over de verhoging van de tarieven voor het openbaar vervoer, het misbruiken van de rijkdom voor prestige sportuitgaven terwijl de gezondheidszorg, het vervoer, het onderwijs en de huisvesting ineenstorten – en eens te meer, de corruptie van de politici. In beide gevallen, hadden de eerste betogingen te maken met een brutale repressie vanwege de politie, die de beweging alleen maar deed uitbreiden en verdiepen. En in beide gevallen werd de speerpunt van de beweging niet gevormd door de ‘middenklassen’ (in mediataal, om het even wie nog een job heeft), maar door de nieuwe generatie van de arbeidersklasse, die ook al heeft ze onderwijs genoten, slechts een mager perspectief heeft om een stabiele job te vinden en voor wie het leven in een ‘opkomende’ economie betekent dat men vooral de ontwikkeling meemaakt van de sociale ongelijkheid en de weerzinwekkende rijkdom van een piepkleine elite van uitbuiters.
In juni en juli, was het eens te meer de beurt aan de Egyptenaren om met miljoenen de straat op te gaan en terug samen naar het Tahrirplein te stromen, dat het zwaartepunt was van de opstand van 2011 tegen het regime van Moebarak. Ook zij werden gedreven vanuit echte materiële noden, in een economie die niet zozeer ‘opkomend’ maar stagnerend was of aan het terugvallen. In mei onderstreepte een oud-Minister van Financiën, een van de voornaamste economisten van Egypte, in een interview met de Guardian, dat “Egypte lijdt onder de zwaarste economische crisis sinds de Grote Depressie. In zijn gevolgen voor de armsten, is de economische toestand de ergste sinds de jaren 1930”. En het artikel vervolgde: “Sinds de val van Hosni Moebarak in 2011 heeft Egypte een dramatische val meegemaakt van zijn inkomsten zowel van de buitenlandse investeringen als van het toerisme, gevolgd door een daling met 60% van zijn reserves aan deviezen, een daling van 3% van de groei, en een snelle devaluatie van het Egyptische pond. Dat alles heeft een duizelingwekkende stijging teweeggebracht van de voedselprijzen en van de werkloosheid, en een schaarste aan brandstof en gas voor keukengebruik. Momenteel leven, volgens de cijfers van de Egyptische regering, 25,2 % van de bevolking onder de armoededrempel en 23,7 die er nauwelijks boven uitkomen”. (1)
De ‘gematigde’ islamistische regering geleid door Morsi en de Moslimbroederschap (gesteund door de ‘radicalen’) is al snel even corrupt gebleken als het oude regime, terwijl haar pogingen om een verstikkende islamistische ‘moraal’ op te leggen, net zoals in Turkije, een enorme wrevel hebben opgewekt onder de stadsjeugd.
Maar terwijl de bewegingen in Turkije en in Brazilië, die in de praktijk gericht zijn tegen de bestaande macht, een echt gevoel hebben opgeroepen van solidariteit en eenheid onder diegenen die deelnamen aan de strijd, is het perspectief in Egypte veeleer somber: dat van de verdeling van de bevolking achter verschillende fracties van de heersende klasse, zelfs van een wegzakken in een bloedige burgeroorlog. De barbarij die Syrië heeft opgeslokt toont ons al te duidelijk wat dat zou kunnen worden.
Men heeft de gebeurtenissen van 2011 in Egypte en Tunesië uitgedost met de naam ‘revolutie’. Maar een revolutie is iets anders dan massabetogingen op straat – zelfs al is dat een noodzakelijk startpunt. Wij leven in een tijdperk waarin de enige mogelijke revolutie wereldwijd is, proletarisch en communistisch: een revolutie niet om van regime te veranderen maar om de staat te ontmantelen; niet om een meer ‘rechtvaardig’ beheer van het kapitalisme, maar om de omverwerping van de volledige kapitalistische sociale verhoudingen; niet voor de glorie van de natie maar voor de afschaffing van de naties en de schepping van een wereldwijde, menselijke gemeenschap.
De sociale bewegingen, die wij vandaag zien, staan nog ver af van het zelfbewustzijn en de noodzakelijke zelforganisatie voor een dergelijke revolutie. Het zijn echter zeker stappen in die richting, die een uiting zijn van de diepgaande inspanning van het proletariaat om zichzelf te vinden, om zijn verleden en zijn toekomst te herwinnen. Maar het zijn aarzelende stappen, die gemakkelijk afgeleid kunnen worden door de bourgeoisie, wier ideologie diep verankerd zit en die een enorme hindernis vormt in de geesten van de uitgebuiten zelf. De religie is zeker één van die ideologische hindernissen, een ‘opium’ dat de onderwerping aan de heersende orde predikt. Maar de democratische ideologie is nog gevaarlijker.
In 2011 eisten de massa’s op het Tahrirplein het ontslag van Moebarak en het ‘einde van het regime’. En men heeft Moebarak er echt kunnen uitwerken – vooral nadat er een krachtige stakingsgolf door het hele land opdook, die aan de sociale revolte een extra dimensie gaf. Maar het kapitalistische systeem is meer dan een alleen de regering die aan de macht is: op sociaal vlak is het een verhouding die gebaseerd is op de loonarbeid en de productie voor de winst. Op het politiek vlak is het de bureaucratie, de politie en het leger. En het is ook de façade van de parlementaire democratie, waar men regelmatig, na verloop van enkele jaren, aan de massa’s de keuze biedt om zich door een nieuwe bende oplichters te laten pluimen. In 2011 is het leger – waarvan vele betogers dachten dat het ‘verenigd’ was met het volk – tussengekomen om Moebarak aan de dijk te zetten en verkiezingen te organiseren. De Moslimbroeders, die hun grote kracht putten uit de meer achtergebleven landelijke gebieden, maar die ook het best georganiseerd waren in de stedelijke centra, hebben de verkiezingen gewonnen. En zij hebben sindsdien het duidelijkst mogelijke bewijs geleverd van het feit dat veranderen van regering via verkiezingen niets verandert. En ondertussen is de werkelijke macht, zoals in vele andere landen, onaangetast gebleven: diegene die in handen was van het leger, de enige kracht die werkelijk in staat is om de kapitalistische orde te waarborgen op het nationale vlak.
Wanneer de massa’s opnieuw naar het Tahrirplein trokken in juni, waren zij vol verontwaardiging tegen de regering Morsi en de dagelijkse werkelijkheid van hun levensomstandigheden tegenover een economische crisis die niet zomaar een ‘Egyptische’ is, maar een historische wereldcrisis. Ondanks het feit dat velen onder hen het werkelijke repressieve gezicht van het leger hebben kunnen zien in 2011, was het idee van ‘het volk en het leger vormen een eenheid’ nog ruim verspreid, en het vond een nieuw leven toen het leger begon met Morsi te verwittigen dat hij naar het volk moest luisteren of de gevolgen dragen. Toen Morsi werd afgezet door een militaire staatsgreep bijna zonder bloedvergieten, waren er belangrijke scènes van vieringen op het Tahrirplein. Betekent dit dat de democratische mythe de massa’s niet meer enthousiast maakt? Neen: het leger beweert op te treden in naam van ‘de werkelijke democratie’, die verraden werd door Morsi, en belooft nieuwe verkiezingen te organiseren.
Zo grijpt de garant van de staat, het leger, opnieuw in om te verhinderen dat de woede van de massa’s zich tegen de staat zelf zou keren. Maar zij doet dit deze keer ten koste van diepgaande verdelingen die ze gezaaid heeft in de schoot van de bevolking. Of het nu in naam is van de Islam of in naam van de democratische legitimiteit van de regering Morsi, er is een nieuwe protestbeweging ontstaan die de terugkeer eist van het Morsi-regime en die weigert samen te werken met diegenen die hem hebben afgezet. Het antwoord van het leger kwam snel: een ongenadig bloedbad van de betogers vóór het hoofdkwartier van de Republikeinse Garde. Er waren ook botsingen, sommige dodelijk, tussen de rivaliserende groepen betogers.
De oorlogen in Libië en Syrië zijn gestart met volksbetogingen tegen de heersende regimes. Maar in beide gevallen hebben de zwakte van de arbeidersklasse en de kracht van de stammen- en sektarische verdelingen gemaakt dat deze revoltes snel werden opgeslokt door gewapende conflicten tussen de burgerlijke fracties. En in beide gevallen hebben de lokale conflicten onmiddellijk een internationale dimensie gekregen: in Libië zijn Groot-Brittannië en Frankrijk, discreet gesteund door de Verenigde Staten, tussengekomen om de rebellenkrachten te bewapenen en te ‘leiden’; in Syrië heeft het regime van Assad het overleefd dank zij de steun van Rusland, China, Iran, de Hezbollah en van verschillende andere gieren van hetzelfde allooi, terwijl Saoedi-Arabië en Qatar de rebellen hebben bewapend met de min of meer openlijke steun van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In beide gevallen, heeft de uitbreiding van het conflict het vervallen in de chaos en de horror versneld.
Hetzelfde gevaar bestaat vandaag in Egypte. Het leger is absoluut niet bereid om de macht af te staan. Voor het ogenblik hebben de Moslimbroeders beloofd om vreedzaam te reageren ten opzicht van de militaire staatsgreep, maar naast het ‘pragmatische’ islamisme van Morsi, zijn er ook meer extreme fracties die aanleunen bij het terrorisme. De toestand lijkt op een sinistere wijze op die van Algerije na 1991, toen het leger een islamistische regering had omvergeworpen die ‘ondersteund werd door de stembus’. Dit leidde tot een bloedige burgeroorlog tussen het leger en gewapende islamistische groepen zoals het FIS. Zoals gewoonlijk was de burgerbevolking het voornaamste slachtoffer: het dodental wordt geschat op 50.000 tot 200.000.
De imperialistische dimensie is ook aanwezig in Egypte. De Verenigde Staten hebben hun spijt uitgedrukt ten opzichte van de militaire staatsgreep, maar hun banden met het leger zijn oud en diepgaand en zij zijn niet gebrand op het type van islamisme dat voorgestaan wordt door Morsi of door Erdogan in Turkije. De conflicten die zich vandaag uitbreiden van Syrië naar Irak en Libanon zouden eveneens een gedestabiliseerd Egypte kunnen bereiken.
Maar de arbeidersklasse in Egypte is een veel formidabeler kracht dan in Syrië en Libië. Zij heeft een veel langere traditie van strijd tegen de staat en de officiële vakbonden die ten minste teruggaat tot in de jaren 1970. In 2006 en in 2007 hebben er zich massastakingen uitgebreid, vertrekkend van de sterk geconcentreerde textielfabrieken. En deze ervaring van het openlijk uitdagen van het regime heeft de beweging van 2011 gevoed, die sterk gekleurd werd door de stempel van de arbeidersklasse. Zowel op het vlak van haar tendensen tot zelforganisatie, die opgedoken zijn op het Tahrirplein en in de wijken, als in de stakingsgolf die de heersende klasse er tenslotte van overtuigd heeft om zich van Moebarak te ontdoen. De arbeidersklasse in Egypte is niet geïmmuniseerd tegen de democratische illusies die de hele sociale beweging doordrenkt, maar het zal evenmin gemakkelijk zijn voor de burgerlijke klieken om haar ervan te overtuigen haar klassenbelangen te laten vallen en haar mee te sleuren in de goot van de imperialistische oorlog.
De potentiële bekwaamheid van de arbeidersklasse om de weg naar de barbarij te dwarsbomen kan men niet alleen zien in haar geschiedenis van zelfstandige stakingen, maar ook in expliciete uitdrukkingen van bewustwording die verschenen zijn in de straatbetogingen: op de boordjes waarop stond: ‘Noch Morsi, noch de militairen’ of ‘Revolutie, geen staatsgreep’ evenals in de meer directe politieke stellingnames zoals de verklaring van de kameraden van Cairo die recentelijk gepubliceerd werd op de libcom website: “Wij willen een toekomst die noch door het kleingeestige autoritarisme en het vriendjespolitiekkapitalisme van de Moslimbroeders geregeerd wordt, noch door het militair apparaat dat het politieke en economische leven in een houdgreep houdt, noch door een terugkeer van de oude structuren uit het tijdperk van Moebarak. Zelfs indien de rangen van de betogers, die op straat zullen komen op 30 juni, zich niet kunnen verenigen achter deze oproep, moet het toch de onze blijven - het moet ons standpunt zijn want wij zullen geen terugkeer aanvaarden naar de bloedige periodes uit het verleden” (2)
Toch is het net zoals de ‘Arabische Lente’, die pas haar werkelijke betekenis vond in het oproer van de proletarische jeugd in Spanje. Die heeft aanleiding gegeven tot een veel meer diepgaande invraagstelling van de burgerlijke maatschappij. De capaciteit van de arbeidersklasse in Egypte om de weg te dwarsbomen naar nieuwe slachtpartijen kan enkel verwezenlijkt worden via de actieve solidariteit en de massale mobilisatie van de proletariërs in de oude centra van het wereldkapitalisme.
Tegenover de Eerste Wereldoorlog, honderd jaar geleden, herinnerde Rosa Luxemburg de arbeidersklasse er plechtig aan dat de keuze die werd aangeboden door de kapitalistische orde in verval, ging tussen socialisme of barbarij. De onbekwaamheid van de arbeidersklasse om de revoluties, die uitgebroken waren als antwoord op de wereldoorlog van 1914-1918, tot een goed einde te brengen, hebben een eeuw van echte kapitalistische barbarij tot gevolg gehad. Vandaag staat er nog meer op het spel, want het kapitalisme heeft zich nu de middelen verschaft om alle leven op de hele planeet te vernietigen. De ineenstorting van het sociale leven en het schrikbewind van moordende bewapende bendes – dat is de weg van de barbarij die vandaag wordt geïllustreerd in Syrië. De opstand van de uitgebuiten en onderdrukten, de massale strijd ter verdediging van de menselijke waardigheid en een werkelijke toekomst – dat is wat de sociale revoltes in Turkije en Brazilië als belofte inhouden. Egypte bevindt zich op een kruispunt van deze twee radicaal aan elkaar tegengestelde keuzes, en het is in die zin symbolisch voor de tweestrijd waarmee heel het mensheid wordt geconfronteerd.
Amos / 10.07.2013
Voetnoten
(1) https://www.guardian.co.uk/world/2013/may/16/egypt-worst-economic-crisis... [87]
(2) https://www.libcom.org/forums/news/we-can-smell-tear-gas-rio-taksim-tahr... [88]
Wat is gemakkelijker dan mee te zingen in het koor van de burgerlijke ideologen, nu de bezuinigingen geen effect sorteren en steeds meer oppositie ontstaat tegen ‘het op orde brengen van de staatsbegroting’. Links heeft de wind in de zeilen en kan daardoor nog harder dan een jaar geleden roepen dat er niet bezuinigd maar gestimuleerd moet worden. Dat ze daarmee de VS in de kaart spelen, neemt ze dan maar even voor lief. Maar is het wel een werkelijke andere politiek die links voorstaat?
In de loop van het afgelopen jaar werd wel duidelijk dat de wereldbourgeoisie zich gewaar wordt dat de politiek van bezuinigingen catastrofaal begint te worden en dat ze er, behalve in de Eurozone, steeds meer toe neigt een stimuleringspolitiek te omarmen. In weerwil van de politiek van Brussel, de ECB en Merkel begint diezelfde tendens zich ook in Nederland af te tekenen. Nooit eerder werd er onder de ondernemers en de ideologen van de klasse die aan de touwtjes trekt in Nederland zoveel en zo hardnekkig gepleit voor een ‘verruiming van de begrotingspolitiek’.
De Rabobank noemt de voortdurende bezuinigingspolitiek ‘fnuikend’ en stelt: “Door te blijven vasthouden aan extra bezuinigingen blijft de negatieve spiraal van lage economische groei, afnemende koopkracht en bezuinigingen in stand. De extra bezuinigingen om het begrotingssaldo weer in lijn met de Europese richtlijnen te brengen, gijzelen de Nederlandse groei.” Voormalig PvdA-minister Willem Vermeend sluit zich daarbij aan: “We hebben groei nodig om er uit te komen, maar we remmen die groei zelf”, zegt hij.
Dick Boer, de topman van supermarktconcern Ahold, is de eerste topondernemer die een direct verband legt tussen het regeringsbeleid en de crisis in Nederland. Dat Nederland nog steeds in een economische recessie zit, is volgens Boerde schuld van het kabinet-Rutte.Volgens de Ahold-topman biedt de regering de consument geen enkel perspectief, omdat ze de lasten steeds maar verzwaart. Daardoor verdwijnt het vertrouwen en houden consumenten de hand op de knip.
En de deskundigen en ondernemers krijgen gelijk van internationale instituten die de financieel-economische situatie in alle landen op de voet volgen. Dat de bezuinigingspolitiek allesbehalve een oplossing in zicht brengt, wordt bevestigd door een op 1 juli jongstleden gepubliceerd rapport van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s. S&P schat in dat de groei van de Nederlandse economie de komende jaren ‘zeer matig’ blijft. De hoge schuldenlast van huishoudens, dalende huizenprijzen, bezuinigingen en de terughoudendheid van banken blijven een rem zetten op de binnenlandse vraag.
De kredietbeoordelaar Moody’s bevestigt dit feit: in maart van het afgelopen jaar heeft de kredietbeoordelaar Moody’s de vooruitzichten van drie Nederlandse banken bijgesteld van ‘stabiel’ naar ‘negatief’. Het gaat om de Rabobank, de ABN-Amro Bank en de NIBC Bank. De banken beschikken op dit moment over voldoende kapitaal, maar de operationele omgeving van de banken is ‘onzeker en fragiel’, aldus de kredietbeoordelaar. De vooruitzichten van de ING Bank had Moody’s al eerder als negatief beoordeeld.
De slechte resultaten van de bezuiningspolitiek blijkt ook uit het feit dat Nederland is inmiddels verdwenen uit de top-5 van meest concurrerende economieën. In de lijst van 148 landen van het World Economic Forum, is ons land gezakt van de 5e naar 8e plaats. “Het kabinetsbeleid is niet succesvol”, is de conclusie van de samenstellers. Het afglijden van Nederland wordt volgens de economen van het WEF veroorzaakt door het verzwakken van de financiële markten. Door instabiele banken wordt het steeds lastiger voor bedrijven en ondernemers om geld te lenen in Nederland.
De wereldwijde heersende klasse weet ook niet meer zo goed wat te doen tegenover de oprukkende economische crisis.(1) In oktober 2012, toen de IMF zich uitsprak over de bezuinigingspolitiek, verklaarde ze dat men “geen maatregelen moet nemen die de situatie verergeren”. Tegelijkertijd verklaarde ze dat, voor wat betreft de aanpassing van de begrotingspolitiek men deze “langzaam maar zeker moet verruimen”. Deze citaten komen uit één en het zelfde document. De manoeuvreerruimte tegenover de oprukkende economische crisis, van welke nationale bourgeoisie dan ook, is zo langzamerhand aanzienlijk beperkt geworden.
Het is niet verwonderlijk dat de regering Rutte heel erg twijfelt en eigenlijk ook niet zo goed weet waar ze de nadruk op moet leggen: bezuinigen of stimuleren. Dat valt af te leiden uit het feit dat er nauwelijks een economische politieke op lange termijn meer gevoerd wordt. In de praktijk bestaat er eigenlijk niet eens meer zoiets als en regeerakkoord. De regering maakt plannen, maar voor niet meer dan één jaar vooruit. En dat is voor haar al een hele lange tijd vooruit.
Daarnaast heeft de regering ook nog geen concrete stimuleringsmaatregelen kunnen bedenken.Het enige stimuleringsplan dat ze heeft bedacht, is het voorstel aan de pensioenfondsen hun kapitaal beleggen in Nederlandse woningcorporaties en niet langer via buitenlandse (vooral Amerikaanse) hedgefunds. Hiermee hoopt ze de vastgelopen woningmarkt weer in beweging te krijgen, een structureel probleem dat jarenlang door de bourgeoisie is verwaarloosd. “Met name de problemen op de woningmarkt duren veel langer dan we hadden gehoopt,” aldus Minister van Financiën, Dijsselbloem.
Ook al gaan ze nog net niet rollebollend over straat, de spanning tussen de politiek van bezuinigingen en stimulering veroorzaakt wel voortdurend spanningen tussen de regeringspartijen VVD en PvdA. Zo valt het voorstel van de regering om de belasting voor hogere inkomens te verhogen slecht bij de VVD. Tegelijkertijd wekt de onwilligheid van de VVD om stimuleringsmaatregelen te nemen in de bouwsector, waar in het afgelopen jaar tienduizenden werkers zijn ontslagen, steeds meer irritatie bij de PvdA.
Desondanks hebben Fractievoorzitters Samsom en Zijlstra van de PvdA en VVD verklaard dat zij zich willen houden aan de afspraken in het Europese Stabiliteits- en Groeipact. Ze hebben hun zich uitgesproken voor een voortzetting van de politiek van bezuinigingen en zijn dus toch van plan om volgend jaar (2014) zes miljard euro extra te bezuinigen. Stimuleringsplannen zijn voorlopig niet in deze afspraken opgenomen.
Links, op haar beurt, draait hier ogenschijnlijk haar hand niet voor om. Zij weet wel maatregelen te bedenken die de economie stimuleren en hoe die kunnen worden betaald. Zo wil de SP een stimuleringsplan voor de bouw. Ze wil dit echter toch laten betalen, en wel ….. de ene keer door de ondernemers te laten meebetalen aan de kosten van de werkloosheidswet, de andere keer door ziektekostenpremie afhankelijk te maken van het inkomen en weer een andere keer door de miljarden van de telecomveiling (G4) te gebruiken.
Maar ondanks de grote woorden van Roemer dat het tekort van 3% op de begroting niet heilig is, is het plan van de SP geen vorm van stimuleringspolitiek.Het is slechts een politiek van ombuiging (‘hervorming’) en dus niets anders dan een variatie op de bezuinigingspolitiek die wordt voorgeschreven door Europa. Want bij een ‘echte’ stimuleringspolitiek wordt er een hoeveelheid geld gepompt in de kringloop van kapitaal. Deze ‘verruimde’ geldhoeveelheid is een schuldvordering op een koopwaar dat niet bestaat. Deze ‘injectie’ kan dus ze tot niets anders leiden dan een verlaging van de waarde van de munt. Het is als een een hond die in zijn eigen staart bijt.
De SP is een partij die inmiddels veel aanhang heeft verworven onder vakbondsleden in Nederland. In de huidige periode is ze het meest geëigend om op het voorplan te staan van de sociale situatie tegen de arbeidersklasse. Zij kan die sectoren van de klasse, die geconfronteerd worden met massale ontslagen, zoals de Thuiszorg, met ‘populistische’ stimuleringsvoorstellen een schijn van perspectief voorhouden. Terwijl de FNV de landelijke inkadering voor haar rekening neemt, sluit de SP de weerstand tegen de tienduizenden ontslagen in de Thuiszorg op binnen de grenzen van de talloze gemeenten.
Effectief verzet kan alleen tot stand komen als alle getroffen werkers (Thuiszorg, Aldel, Rabobank, enzovoort) breken uit de beperkte kaders van de sector, de instelling, het bedrijf, het beroep. Want de beste manier om de niet-aflatende aanvallen op ieders levensomstandigheden te doen terugwijken, is de ontwikkeling van een beweging die de gemeenschappelijke weerstand van alle delen van werkende klasse (werkloos, nog werkend, half-werkend, flexibel) op voorop stelt. Een benadering, die alle getroffen niet-uitbuitende delen van de bevolking samenbrengt in een gemeenschappelijk verzet, biedt vooruitzicht op resultaat.
Feyzet / 2013.09.13
Voetnoten
(1) Voor een analyse van de economische crisis, zie: Discussiecyclus over de crisis; deel I, II en III)
Wij publiceren hieronder enkele passages van de vertaling van een artikel dat door onze afdeling in Turkije geschreven werd – een jonge afdeling, zowel in de geschiedenis van de IKS als op het vlak van de leeftijd van haar leden. Als revolutionairen en als deel van de generatie die de revolte ontketend heeft, waren deze kameraden actief betrokken in deze beweging. We raden onze lezers aan onze website te bezoeken voor een volledige versie van dit artikel. Want deze versie is tegelijkertijd een eerste verslag van wat er precies gebeurde, wemelt bovendien van de concrete details over het leven van die beweging, en is een eerste poging tot analyse van de betekenis ervan. Juist dit laatste aspect willen we, door onze keuze van de passages, in het bijzonder onder de aandacht brengen. Wat is de aard van deze beweging? Van welke internationale dynamiek maakt ze deel uit? Wat zijn haar sterke en zwakke kanten? Welke perspectieven zijn eraan verbonden? Allemaal vragen die centraal staan in wat er vandaag en in de komende periode op het spel staat.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
De beweging, die begon als protest tegen het omhakken van bomen dat plaatsvond in het kader van de vernietiging van het Gezipark aan het Taksimplein in Istanboel, nam een omvang aan die tot nu toe ongekend was in de geschiedenis van Turkije. (…) We kunnen het ware karakter van deze beweging enkel begrijpen wanneer we haar plaatsen in het internationale kader. Vanuit dat gezichtspunt wordt meteen duidelijk dat de beweging in Turkije in het directe verlengde ligt van de revoltes van 2011 in het Midden-Oosten, waarvan de belangrijkste (Tunesië, Egypte, Israël) sterk gekenmerkt werden door de inbreng van arbeidersklasse. De beweging in Turkije lag in het bijzonder in het verlengde van de beweging van de Indignados in Spanje en van Occupy in de Verenigde Staten, waarin de arbeidersklasse niet alleen de meerderheid van het geheel van de bevolking vertegenwoordigt, maar ook kwa deelnemers aan de beweging zelf. Hetzelfde geldt voor de revolte vandaag in Brazilië en ook voor de beweging in Turkije, waarvan de overgrote meerderheid van de deelnemers tot de arbeidersklasse behoort, en in het bijzonder tot de proletarische jeugd.
(…) De sector die in grootste getale aan de beweging heeft deelgenomen, is de zogenaamde ‘generatie van de jaren 1990’. Apolitisme was de label dat op de betogers van deze generatie geplakt werd. Velen van hen kunnen zich de periode niet herinneren, die voorafging aan het AKP regering (de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, een ‘gematigde’ islamitische partij die aan de macht is sinds 2002 – NvdR). Deze generatie, waarvan men zei dat ze niet geïnvesteerd had in de gebeurtenissen en waarvan de leden er alleen op uit zouden zijn zichzelf te redden, heeft begrepen dat het geen heil brengt alleen te blijven staan en ze was de praatjes beu van de regering, die zei hoe ze moest zijn en hoe ze moest leven. De studenten, in het bijzonder de middelbare scholieren, hebben op grote schaal aan de betogingen deelgenomen. Jonge arbeiders en jonge werklozen waren ook talrijk aanwezig in de beweging. Arbeiders en geschoolde werklozen waren ook present.
In bepaalde sectoren van de economie, waar vooral jongeren in precaire omstandigheden werken en waar het meestal moeilijk is strijd te voeren – vooral in de dienstensector – hebben de loontrekkers zich op vanuit hun arbeidsplaats georganiseerd en hebben ze samen aan de betogingen deelgenomen. We vinden voorbeelden van dergelijke deelnames onder de bezorgers van kebabwinkels, onder het barpersoneel, onder de werkers in call centers en kantoren. Het feit dat dit soort deelnames niet opwoog tegen de tendens van de arbeiders om individueel naar de betogingen te gaan, vormt tegelijkertijd één van de belangrijkste zwakheden van de beweging. Maar dit was ook typerend voor bewegingen in de andere landen, waar het overwicht van de straatrevolte een praktische uitdrukking was van de behoefte de sociale versnippering te overstijgen die geschapen wordt door de bestaande voorwaarden van de kapitalistische productie en crisis – in het bijzonder het gewicht van de werkloosheid en de precaire arbeid. Maar diezelfde omstandigheden, gekoppeld aan de enorme ideologische aanvallen van de heersende klasse, hebben het voor de arbeidersklasse moeilijk gemaakt zichzelf als een klasse te zien en hebben ertoe bijgedragen onder de betogers het idee te versterken dat ze in wezen een massa individuele burgers zijn, legitieme leden van de 'nationale' gemeenschap. Dat is de tegenstrijdige weg van de reconstructie van het proletariaat als klasse, maar er bestaat geen twijfel dat deze bewegingen een stap zijn in deze richting.
Een van de belangrijkste redenen waarom een groot deel van de proletariërs, ontevreden met hun levensomstandigheden, de betogingen met een dergelijke vastberadenheid georganiseerd heeft, komt voort uit de verontwaardiging en het gevoel van solidariteit tegen het politiegeweld en de staatsterreur. Desondanks waren er verschillende burgerlijke politieke tendensen actief in een poging de beweging van binnenuit te beïnvloeden om die binnen de grenzen van de bestaande orde te houden. Ze probeerden te verhinderen dat de revolte zich zou radicaliseren en te beletten dat de proletarische massa’s, die de straten bezet hadden, tegen de staatsterreur klasse-eisen zouden formuleren met betrekking tot hun eigen levensvoorwaarden.
Dus, terwijl we geen eis kunnen aanhalen die volkomen unanimiteit behaalde in de beweging, werd die over het algemeen gedomineerd door democratische eisen. De lijn die opriep tot ‘meer democratie’, die zich voordeed als anti-AKP - in feite tegen Erdogan - drukte in wezen niets anders uit dan een reorganisatie van het Turkse staatsapparaat op een meer democratische manier. De impact van de democratische eisen op de beweging vormde haar grootste ideologische zwakheid. Want Erdogan zelf heeft al zijn ideologische aanvallen op de beweging opgebouwd rond deze krachtlijn van de democratie en van verkiezingen: de regeringsverantwoordelijken hebben tot vervelens toe, zij het met veel leugens en manipulaties, het argument herhaald dat zelfs in de meest democratisch geachte landen de politie geweld gebruik tegen illegale betogingen – waarin ze gelijk hebben. Bovendien bond de lijn voor democratische rechten de massa's, geconfronteerd met de aanvallen van de politie en de staatsterreur, aan handen en voeten en kalmeerde ze hun verzet. (…)
Verder waren de linkse vakbondsfederaties, zoals KSEK en DISK, de actiefste elementen in die democratische tendens, die de controle schijnt te hebben genomen over het Solidariteitsplatform van Taksim. (…) Het Solidariteitsplatform van Taksim en de democratische tendens dus heeft, vanwege het feit dat het bestond uit vertegenwoordigers van allerlei verenigingen en organisaties, zijn kracht niet geput uit een organische band met de betogers, maar wel uit de burgerlijke legitimiteit, de gemobiliseerde krachten en de steun van de delen waaruit ze samengesteld is. (...)
De linkerzijde van de bourgeoisie is een andere tendens die vermeld moet worden. De basis van de linkse partijen, die we ook kunnen omschrijven als de wettelijke burgerlijke linkerzijde, is voor het grootste deel afgesneden van de massa's. Over het algemeen liep ze de democratische tendens achterna. De stalinistische en trotskistische groeperingen, of de radicale burgerlijke linkerzijde, waren ook voor het grootste deel afgesneden van de massa's. Zij waren invloedrijk in de wijken waarin ze van oudsher een zekere kracht vertegenwoordigen. Hoewel ze zich hebben verzet tegen de democratische tendens op het moment dat die de beweging probeerde uiteen te drijven, hebben ze die over het algemeen ondersteund. De analyses van de linkerzijde van de bourgeoisie beperkten zich er voor het grootste deel toe zich te verheugen over de ‘volksopstand’ en te proberen hun woordvoerders voor te stellen als de leiders van de beweging. Zelfs de oproepen tot een algemene staking, een lijn die meestal naar voor geschoven wordt door links, hebben niet echt weerklank gevonden door de sfeer van tomeloze vreugde. De leuze van links die het meeste gehoor vond bij de massa's was “schouder aan schouder tegen het fascisme”.
(…) Buiten de tendensen waarover we hierover spraken, is er nog een proletarische tendens, of meerdere proletarische tendensen binnen de beweging. (…) In het algemeen verdedigde een aanzienlijk deel van de betogers het idee dat de beweging een zelforganisatie moest scheppen, die haar in staat moest stellen haar eigen toekomst te bepalen.
Het deel van de betogers dat wilde dat de beweging zich zou verenigen met de arbeidersklasse was samengesteld uit elementen die, ook al ontbrak het hen aan een duidelijke politieke visie, zich bewust zijn van het belang en de kracht van de klasse, die tegen het nationalisme zijn. (…)
De gemeenschappelijke zwakte van de betogers in heel Turkije was echter de moeilijkheid massale discussies te voeren en de controle over de beweging te verwerven, door op basis van die discussies, zelforganisaties te vormen. Vooral de eerste dagen waren deze massadiscussies, vergelijkbaar met wat zich ontwikkeld heeft in bewegingen elders in de wereld, afwezig. Een beperkte ervaring met massale discussies, met bijeenkomsten, algemene vergaderingen enzovoort, en de zwakte van de debatcultuur in Turkije hebben zonder twijfel bijgedragen tot deze zwakheid. Tegelijkertijd voelde de beweging toch een behoefte aan discussie en de middelen om die te organiseren begonnen dan ook tevoorschijn te komen.
De eerste uitdrukking van de bewustwording van de noodzaak van discussie was een open forum in het Gezipark. Dit trok niet veel aandacht en duurde ook niet lang, maar had toch een zekere impact. (…) Als we de beweging in het hele land bekijken, was de meest cruciale ervaring die van de betogers in Eskişehir. In een algemene vergadering op het Plein van het Verzet in Eskişehir werden comités gevormd om de betogingen te organiseren en te coördineren. (…) Tenslotte hebben vanaf 17 juni massa’s mensen, geïnspireerd door de forums van het Gezipark, in parken in verschillende wijken van Istanbul massavergaderingen gehouden die ook wel ‘forums’ genoemd werden. Tot de wijken waar forums georganiseerd werden behoren Beşiktaş, Elmadağ, Harbiye, Nişantaşı, Kadıköy, Cihangir, Ümraniye, Okmeydanı, Göztepe, Rumelihisarüstü, Etiler, Akatlar, Maslak, Bakırköy, Fatih, Bahçelievler, Sarıyer, Yeniköy, Sarıgazi, Ataköy en Alibeyköy. De volgende dagen werden er forums gehouden in Ankara en andere steden. Onmiddellijk, uit angst de controle over die initiatieven te verliezen, begon het Solidariteitsplatform van Taksim zelf oproepen te lanceren om forums te houden. (…)
Hoewel het verzet van Gezipark op vele aspecten in het verlengde ligt van de Occupy-beweging in de Verenigde Staten, van de Indignados in Spanje en de protestbewegingen, die Moebarak in Egypte en Ben Ali in Tunesië omvergeworpen hebben, heeft ze ook zijn eigen kenmerken: net zoals in al deze bewegingen vormde het jonge proletariaat het vitale gewicht. Egypte, Tunesië en het verzet in het Gezipark hebben gemeen de wens zich te ontdoen van een regime dat wordt beschouwd als een ‘dictatuur’. (…) Maar in tegenstelling tot de beweging in Tunesië, die plaatselijke comités organiseerde, en in Spanje of in de Verenigde Staten, waar de massa’s via algemene vergaderingen over het algemeen de verantwoordelijkheid voor de beweging droegen, bleef deze dynamiek in Turkije in eerste instantie zeer beperkt.
(…) De meest bediscussieerde vragen gingen ook over de praktische en technische problemen in verband met de botsingen met de politie. (…) De overeenkomst met Occupy in de VS was dat het om een effectieve bezetting [van de straat] ging, ook al werden de bezettingen in de VS, vanwege de massale deelname, in aantal door die in Turkije overtroffen. Ook was er in Turkije, net als in de VS, een tendens onder de betogers om het belang te begrijpen om het werkende proletariaat bij de strijd te betrekken.
(…) Hoewel de beweging in Turkije er niet in geslaagd is een duidelijke band te leggen met het geheel van de arbeidersklasse, hebben de oproepen tot staking via de sociale media toch een zekere weerklank gehad, die tot uiting kwam in meer werkonderbrekingen dan het geval was in de VS.
Ondanks haar bijzonderheden lijdt het geen twijfel dat de beweging van dit ‘uitschot’ een integraal onderdeel uitmaakt van de reeks van internationale sociale bewegingen. (…) Een van de beste graadmeters, die aantonen dat deze beweging onderdeel is van de internationale golf, wordt gevormd door de inspiratie die ze opdeed door de betogingen in Brazilië. De Turkse betogers hebben het antwoord, dat van de andere kant van de wereld kwam, begroet met ordewoorden: “Wij zijn samen, Brazilië + Turkije!” en “Brazilië, verzet!” (in het Turks). En omdat de beweging de betogingen in Brazilië, waarin klasse-eisen gesteld werden, geïnspireerd heeft, kan ze in de toekomst de geboorte van klasse-eisen bevorderen in Turkije.
(…) Ondanks alle tekortkomingen en gevaren die deze beweging bedreigen, als de massa’s in Turkije er niet in geslaagd waren een schakel te vormen in de keten van sociale revoltes die de kapitalistische wereld dooreenschudden, dan zou het uiteindelijk geleid hebben tot een veel sterker gevoel van machteloosheid. Het ontstaan van een sociale beweging, op een schaal die sinds 1908 niet meer gezien was in dit land, is dus van historische betekenis. (…) n
Dünya Devrimi / 2013.06.21
Voetnoten
(1) De 'gematigde' Islamistische Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling is sinds 2002 aan de macht in Turkije.
Irak, Afghanistan, Libanon, Egypte, Syrië, de slachtpartijen breiden zich steeds verder uit. De kapitalistische verschrikkingen en barbarij verspreiden zich, de doden stapelen zich op. Er is een echte volkerenmoord op gang gekomen die niet te stoppen lijkt, de imperialistische oorlog wint nog steeds terrein. Het kapitalisme, dat volop in verval is en in ontbinding verkeert, sleept de wereld mee in een veralgemeende chaos en barbarij. (1) Het gebruik van chemische wapens, zoals op dit ogenblik in Syrië, is jammer genoeg slechts een van de moordinstrumenten onder de vele andere. Maar dit perspectief van de vernietiging van de mensheid is niet onherroepelijk. Het wereldproletariaat mag niet onverschillig blijven tegenover zovele afslachtingen en oorlogen, die worden voortgebracht door een systeem dat volop aan het wegrotten is. Enkel het proletariaat, als revolutionaire klasse, kan definitief een einde maken aan deze veralgemening van de kapitalistische barbarij. Meer dan ooit wordt de mensheid geconfronteerd met dit enige alternatief: kommunisme of barbarij.
Op maandag 21 augustus veroorzaakt een aanval met chemische wapens in de buurt van de Syrische hoofdstad Damascus honderden doden. Op alle televisiekanalen, in alle kranten werden de beelden van stervende kinderen, vrouwen en mannen breed uitgesmeerd. Zonder enige scrupule greep de bourgeoisie deze menselijke tragedie aan om altijd weer haar eigen smerige belangen te verdedigen. Het regime van Bachar el Assad, slager onder de slagers, zou de rode lijn overschreden hebben. Want voor de burgerlijke klasse mag men weliswaar uit alle macht afslachten, maar niet met chemische wapens. In hun jargon worden dat vuile wapens genoemd, die totaal anders zouden zijn dan de propere wapens, zoals bommen en granaten van allerlei aard of zoals de atoombommen, die in 1945 door de Amerikanen op Hiroshima en Nagasaki gedropt werden. Sinds de Eerste Wereldoorlog van 1914-1918, waarbij voor het eerst massaal gifgas werd gebruikt dat honderdduizenden doden veroorzaakte, is de productie van deze chemische wapens nooit gestopt, ze werden ‘geperfectioneerd’ en gebruikt. De schijnakkoorden over hun gebruik, voornamelijk na de twee wereldoorlogen en in de jaren 1980 waren slechts beginselverklaringen, die geenszins bedoeld waren om ooit toegepast te worden. En dat was precies het geval! Sinds die tijd werd het gebruik van dit soort wapens op vele oorlogsterreinen ingezet. Tussen 1962 tot 1967 gebruikte Egypte schaamteloos mosterdgas in Noord-Jemen. In de oorlog Iran-Irak, werden in 1988, onder het welwillende en medeplichtige oog van de ‘internationale gemeenschap’, van de Verenigde Staten tot Frankrijk, en alle lidstaten van de VN, steden als Halabja gebombardeerd met chemische wapens die meer dan 5000 doden maakte!
Maar het gebruik van dit soort wapens is niet enkel voorbehouden aan de kleine imperialistische landen of aan dictaturen zoals die van Bachar el Assad, zoals de bourgeoisie ons wil doen geloven. Het meest massale gebruik van chemische wapens tot nu toe was, naast de bombardementen met napalm, het werk van de Verenigde Staten ten tijde van de oorlog in Vietnam. Het ging daarbij om een massale besproeiing met onkruidverdelgers die besmet waren met dioxines, om de rijstvelden en de wouden te vernietigen. Alles moest weggemaaid worden en de Vietnamese bevolking en de Vietcong moesten uitgehongerd worden. Tot woestijn verbrande aarde, een bevolking die geroosterd en verstikt werd… dat was het werk van de acties van het Amerikaanse kapitalisme in Vietnam. En nu staat dat land, samen met andere Westerse grootmachten, zoals Frankrijk, te trappelen om tussen te komen in Syrië om er zogenaamd de bevolking te verdedigen. Sinds het begin van deze oorlog in Syrië zijn er al meer dan 100.000 doden gevallen en meer dan 1 miljoen vluchtelingen in de buurlanden opgevangen. Buiten de berichten die al lange tijd door alle burgerlijke media gespuid worden, moet de arbeidersklasse weten wat de werkelijke oorzaken zijn van de ontketening van de imperialistische oorlog in Syrië.
Syrië ligt momenteel in het brandpunt van de ontwikkeling van de inter-imperialistische ontwikkelingen en van de chaos die zich uitstrekt van Noord-Afrika tot Pakistan. Als de Syrische regering de oorlogsconfrontatie aangaat in een land dat een grote puinhoop is geworden, dan kan zij haar slachtpartijen enkel voortzetten wegens de niet te stillen honger van een groot aantal imperialismes van allerlei slag. In de regio zijn Iran, de Libanese Hezbollah, Saoedi-Arabië, Israël, Turkije… allen min of meer direct betrokken in dit bloedige conflict. De machtigste imperialismes van de wereld verdedigen er eveneens hun smerige belangen. Rusland, China, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten nemen ook deel aan de verbreiding van deze oorlog en zijn uitbreiding naar het geheel van de regio. Om de toestand toch nog enigszins onder controle te houden zaaien zij, geconfronteerd met hun groeiende onmacht, nog meer chaos en verwoesting, dikwijls zelfs volgens de oude tactiek van de verschroeide aarde (‘als ik de regio dan toch niet kan overheersen, dan brandt ik haar maar bij de grond af’).
Tijdens de Koude Oorlog, de periode die officieel liep van 1947 tot 1991, en eindigde met de val van de USSR, stonden er twee blokken tegenover elkaar: Oost en West, met aan het hoofd ervan respectievelijk Rusland en de Verenigde Staten. Deze twee supermachten regeerden toen met ijzeren hand hun ‘bondgenoten’ of ‘satellieten’, die verplicht waren, geconfronteerd tegenover de vijandige reus, te gehoorzamen. De term waarmee deze wereldorde toen werd gekwalificeerd was de blokdiscipline. Die periode vormde een zware bedreiging voor de mensheid want indien de arbeidersklasse niet in staat was geweest om, zelfs op een passieve manier, weerstand te bieden aan de ideologische mobilisatie voor de oorlog, dan zou een derde wereldbrand mogelijk geweest zijn. Sinds de ineenstorting van de USSR zijn er geen blokken en bestaat er geen risico meer op een veralgemeende derde wereldoorlog. Maar ook de blokdiscipline ligt aan flarden. Elke natie speelt haar eigen kaarten uit, de imperialistische bondgenootschappen zijn steeds vluchtige en gelegenheidsallianties… en zo vermenigvuldigen de conflicten zich zonder dat er één enkele bourgeoisie in slaagt om nog iets onder controle te houden. Dat is de chaos, de groeiende ontbinding van de maatschappij.
Zo maakt de versnelde verzwakking van de grootste imperialistische wereldmacht, de Verenigde Staten, actief deel uit van het wegzinken in de barbarij van heel het Midden en Nabije Oosten. Daags na de chemische aanval in de buurt van Damascus bazuinden de Franse en Britse bourgeoisie, veel behoedzamer gevolgd door de Amerikaanse bourgeoisie, dat een dergelijk feit niet ongestraft mocht blijven. Het militaire antwoord hing in de lucht en zou in verhouding staan tot de misdaad die net was begaan. Maar de Amerikaanse heersende klasse, met in hun kielzog andere bourgeoisien van de Westerse staten, hebben zojuist twee klinkende tegenslagen opgelopen in de oorlogen in Afghanistan en Irak, landen die nu volop in ontbinding zijn. Hoe dan tussenkomen in Syrië zonder in dezelfde toestand verzeild te geraken? Maar meer nog hebben deze bourgeoisieën te maken met wat zij de publieke opinie noemen, net op het moment dat Rusland nieuwe oorlogsschepen stuurt naar de regio. De bevolking wil helemaal geen dergelijke interventie! De meerderheid gelooft de leugens van haar eigen bourgeoisie niet meer. De publieke opinie, die afkerig staat tegenover deze interventie, zelfs in de vorm van bombardementen die beperkt zijn in de tijd, vormt een probleem voor de heersende klasse van de Westerse landen.
Dat heeft de Britse bourgeoisie er tenslotte toe genoodzaakt om af te zien van een militaire tussenkomst in Syrië, en haar oorspronkelijke oorlogszuchtige verklaringen te herroepen! Dat is ook het bewijs voor het feit dat de Westerse bourgeoisie geen ‘goede oplossing’ heeft, maar alleen een slechte. Als ze geen interventie doet (waarvoor Groot-Brittannië heeft gekozen) vormt dat een onmetelijke bekentenis van zwakte. Als zij wel een interventie doet (zoals de Verenigde Staten en Frankrijk lijken te gaan doen), dan zal deze tot niets anders leiden dan nog meer chaos, onstabiliteit en oncontroleerbare spanningen.
Tegenover heel deze barbarij kan het proletariaat niet onverschillig blijven. Door deze imperialistische klieken worden de uitgebuiten, hele families afgeslacht en vervolgd. Of het nu Sjiieten of Soennieten, niet-gelovigen of Druzen zijn … vanuit dit oogpunt is er geen enkel verschil. Het is een menselijke en gezonde reactie ‘onmiddellijk’ iets te willen doen om deze afschuwelijke misdaden te doen stoppen. Maar het is dit gevoel dat wordt uitgebuit door de grote democratieën om steeds weer, in naam van het ‘humanitaire’, hun oorlogsoffensieven uit te voeren en te rechtvaardigen. En elke keer weer verslechtert de wereldsituatie. Het is dus niets anders dan een valstrik.
De enige manier voor de mensheid om haar solidariteit uit te drukken met al de slachtoffers van het wegrottende kapitalisme, is een einde te maken aan dit systeem, dat deze wandaden pleegt. Een dergelijke omwenteling zal natuurlijk niet in één dag plaatsvinden. Maar ook al is de weg lang, maar voor een wereld zonder oorlog en vaderland, zonder ellende en uitbuiting is het de enige die we in kunnen slaan. Want de arbeidersklasse heeft geen nationale vlaggen te verdedigen. Het land, waar zij woont, is de plaats van haar uitbuiting en voor sommigen de plaats van hun dood, vermalen door de wapens van de kapitalistische klasse. De arbeidersklasse draagt de verantwoordelijkheid om tegenover het oorlogszuchtige nationalisme van de bourgeoisie haar internationalisme te stellen. Hoe moeilijk de weg ook is, hij is nodig en… mogelijk! De arbeidersklasse van vandaag moet zich herinneren dat de Eerste Wereldoorlog niet beëindigd werd door de goede wil van de oorlogvoerenden, en evenmin door de nederlaag van Duitsland. Het was enkel de proletarische revolutie en zij alleen, die daar een einde aan gemaakt heeft.
Tino / 31.08.2013
Voetnoten
(1) Lees p.8 het deel van de Resolutie over de Internationale Situatie van het 20e Congres van de IKS, over de inter-imperialistische spanningen.
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 1.36 MB |
Zie PDF in bijlage (afzonderlijke teksten In opbouw)
Wereldrevolutie nr. 135 - 1e kwartaal 2014
Er heerst geen “vrede” in Mali! Integendeel, het Franse imperialisme zinkt steeds dieper weg in de Malinese chaos. Nochtans heeft Frankrijk op hetzelfde moment besloten om toe te slaan in de Centraal-Afrikaanse Republiek, een ander land van de Sahel, om de mensen zogenaamd te “beschermen” en “de orde te herstellen en een verbetering van de humanitaire situatie te bewerkstelligen.” De media tonen inderdaad op dit moment beelden van moordpartijen in Centraal-Afrika en de US State Department maakt melding van een “pre-genocide” situatie. Kortom, gruwelijkheid is alomtegenwoordig in het hart van het Afrikaanse continent. Maar geen pers noemt de verantwoordelijkheid van Frankrijk bij de uitbarsting van deze barbarij, terwijl de Franse staat de acteur of belangrijkste getuige is van de misdaden die in het verleden en in het heden gepleegd zijn in haar voormalig koloniaal territorium.
In tegenstelling tot wat François Hollande leugenachtig beweert, kan de beroemde “overwinning op de terroristische groeperingen” in Mali nog steeds niet worden bevestigd! De Franse macht kan de Malinese bendes tevergeefs dwingen om “vrije” en “democratische” verkiezingen te organiseren (presidentsverkiezingen in augustus en parlementsverkiezingen in november) met het oog op het “herstel van de Malinese staat en de verzekering van de vrede”. Deze valse propaganda is volledig in strijd met de feiten.
“...waarom 1500 militairen in deze “nieuwe herovering” van Noord Mali storten? Met als aanvulling enkele elementen van het Malinese leger en de Afrikaanse VN-macht, waarvan de Franse officieren “het gebrek aan gevechtsbereidheid en hun middelmatig militair materiaal” betreuren. Tot slot, wat een bizar idee om deze nieuwe Franse interventie “Opération Hydre” te dopen, verwijzend naar de slang met zeven koppen, die opnieuw aangroeien nadat ze zijn afgehakt ... In werkelijkheid komen er regelmatig straaljagers tussenbeide en zijn de gevechten in de buurt van Gao en aan grens met Niger soms hard. (...) In Bamako, sprak admiraal Guillaud (patroon van de Franse legers) van vakwerk . Hij heeft aan generaal Marc Fourcaud, de commandant van het Franse interventiekorps, en zijn officieren geen datum meegedeeld voor het einde van hun interventie: “We moeten adaptatie, verbeelding en waakzaamheid verdubbelen tegen een vijand die tot het bittere einde willen doorgaan.” Om maar te zeggen dat het geen “eenvoudige actie tegen het terrorisme” is, zoals Jean-Yves Le Drian, Minister van Defensie, beweert.” (Le Canard enchaîné, 30/10/13)
“Ondanks de aanwezigheid van duizenden Franse en Afrikaanse troepen in het noorden van Mali om terroristische groepen op te sporen, hebben elementen van deze groepen sinds september 2013 drie dodelijke aanvallen uitgevoerd. De overval van 23 oktober in Tessalit, in het noordoosten van Mali, speciaal gepleegd op de Tjaadse militairen van de geïntegreerde missie van de VN voor de stabilisatie in Mali (Minusma), vertelt ons veel over het vermogen tot weerstand van Aqmi en van Mujao.” (Courrier International, 7-13/11/13)
Voeg daar nog een reeks dodelijke botsingen bij tussen de Malinese leger en nationalistische krachten van het NMLA, met als doel de stad Kidal te controleren. En dan rekenen we nog niet met de bloedige gijzelingen en andere zelfmoordaanslagen, waar de burgers regelmatig voor moeten betalen.
Dit alles bevestigt dat er in Mali nog steeds een bloedige oorlog heerst tussen barbaarse islamisten en bendes die opereren in naam van de verdediging van orde en democratie, maar die allemaal even bloeddorstig zijn en uit zijn op economische voordelen. Zonder enige scrupules zaaien zij dood en verderf onder de bevolking van de Sahel.
Sinds maart 2013 is de Centraal-Afrikaanse Republiek ondergedompeld in bloedige chaos, nadat een militaire staatsgreep onder leiding van een rebellencoalitie, die zichzelf “Seleka” noemt, de voormalige (putschistische) president François Bozizé verjaagde. In zijn plaats kwam een element van de rebellen, Michel Djotodia. Eenmaal aan de macht, leveren deze gewapende groepen zich dagelijkse over aan moorden, plundering van hulpbronnen (goud, diamant, enz.), afpersing, ontvoering van jeugd in de wijken, verkrachtingen...
Om te ontsnappen aan deze monsterlijke slachting hebben honderdduizenden mensen hun huizen verlaten om hun toevlucht te zoeken in het bos of in de buurlanden. In feite zijn er niet alleen de ex-rebellen die terreur zaaien, maar ook hun tegenstanders. De aanhangers van de ten val gebrachte ex-president bijvoorbeeld gedragen zich als beulen, allemaal onder het onverschillige toezicht van honderden Franse soldaten die op laaghartige wijze de “punten tellen” en de doden. Ongetwijfeld achtervolgd door de “Rwandese ervaring”, waar het Franse imperialisme werd beschuldigd van medeplichtigheid aan genocide, is Frankrijk begonnen aan een nieuwe interventie in Centraal-Afrika.
“Het is slechts een kwestie van dagen en dan zal Frankrijk een militaire operatie starten in de Centraal-Afrikaanse Republiek (RCA). “Een snelle operatie, beperkt in de tijd, om de orde te herstellen en een verbetering van de humanitaire situatie te bewerkstelligen, zei een bron bij het Ministerie van Defensie.” (Le Monde, 11/23/13)
Op het moment van het schrijven van deze regels, kondigt de Franse regering aan duizend soldaten te sturen naar Centraal-Afrika om de 400 soldaten ter plaatse permanent te versterken.
“Dit is een land dat Parijs heel goed kent, in goede en kwade tijden. Het was zelfs een karikatuur van wat men vroeger “Françafrique” noemde. Een staat waar Frankrijk de regimes gedaan en ongedaan maakte. Dictators die te zelfstandig opereerden, werden door anderen vervangen die nog een schuld bij Frankrijk hadden in te lossen. Men heeft in de afgelopen maanden goed de mysterieuze bezoeken van Claude Gueant en Jean-Christophe Mitterrand te Bangui kunnen bemerken, twee figuren van een zieltogend “Françafrique”.” (Le Monde, 11/28/13)
Inderdaad, de Franse politieagent vindt haar weg terug naar Bangui om haar neo-koloniale orde te herstellen. Maar in tegenstelling tot de grote leugens van de regering Hollande is het niet om “een verbetering van de humanitaire situatie mogelijk te maken” of vanwege “buitengewone misbruiken” die er plaatsvinden. Want bijna een jaar geleden knepen de Franse autoriteiten nog een oogje toe tijdens de “afschuwelijke daden” die plaatsvonden in datzelfde Centraal-Afrika. Nog erger, de stilte bleef tot nog toe gehandhaafd op alle niveaus van de Franse overheid met inbegrip van de reguliere media. En met goede redenen. De Franse regering voelde zich heel ongemakkelijk om de bloedbaden en verminkingen aan te klagen, waar de Centraal-Afrikaanse bevolking onder lijdt.
Laten we niet vergeten dat generaal François Bozizé (die in 2003 aan de macht kwam door een staatsgreep, op afstand bestuurd door Parijs) eind maart 2012 werd omvergeworpen door een coalitie van gewapende groepen (de “Seleka”), gesteund door het achterbakse Frankrijk. In feite heeft het Franse imperialisme zich bediend van gewapende bendes om zich te ontdoen van de oude “dictator” die aan de controle ontsnapte: “Jacob Zuma aarzelde geen seconde om de regering van François Bozizé te hulp te schieten, toen laatstgenoemde bedreigd werd door een gewapende opstand, en deze in december 2012 een beroep op hem deed. De beslissing van Frankrijk om Bozizé te laten vallen en daarbij enigszins dubbelzinnig ondersteund werd door zijn frans-sprekende buren – door Pretoria beschouwd als evenzovele neo-kolonies - heeft de Zuid-Afrikaanse vastberadenheid om in te grijpen verder doen toenemen. Binnen een week werden 400 soldaten van de Zuid-Afrikaans nationale defensiekrachten (SANDF) naar Bangui vervoerd. Gelegerd in de gebouwen van de politieacademie op 9 kilometer afstand, maar ook in Bossembele en in Bossangoa, hebben ze noch contact met de multinationale Afrikaanse krachten aanwezig op het terrein, noch met de VN en natuurlijk ook niet met het Franse contingent. Jakob Zuma is aan niemand verantwoording verschuldigd. En het zijn niet de Chinese bedrijven die zich beklagen. Sinds 3 jaar opereren zij in het grootste geheim in het noordoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar olievelden blijken te zijn. Zij verwachten slechts Zuid-Afrikaanse bescherming om de eerste boringen te kunnen verrichten” (Jeune Afrique, 10/03/13).
Hier zien we de echte reden voor het “laten vallen” van de voormalige president Bozizé: het “verraad” aan zijn Franse meester door met Zuid-Afrika “naar bed te gaan”, een verklaarde rivaal van Frankrijk met daarachter, nauwelijks verscholen, China, een geduchte concurrent die bezig is om zich meester te maken van de olievoorraden van dit land. Nochtans had Hollande Bozizé moeten ondersteunen toen die laatste een beroep op hem deed. Zo staat het in de “defensieakkoorden” tussen de twee landen (die o.a. de permanente Franse militaire aanwezigheid in Centraal-Afrika toestaat). In plaats daarvan heeft de Franse president besloten om zijn “dictatoriale ex-vriend” met alle middelen te “straffen” ondermeer door de bloeddorstige bendes van Seleka de gelegenheid te geven op te rukken tot het presidentieel paleis, overigens omringd door honderden Franse militairen.
Dit staat ons toe ook het cynisme te begrijpen van François Hollande als we hem vandaag horen verklaren: “In Centraal-Afrika worden afschuwelijke daden gepleegd. Een chaos, buitengewoon ernstige misstanden. We moeten handelen. (sic !)”
Ziedaar een hypocrisie die de gruwelijke misdaden probeert te camoufleren en te rechtvaardigen, die de voormalige koloniale macht op het punt staat te begaan in Centraal-Afrika. Eveneens probeert deze hypocrisie de medeplichtigheid te verbergen met de verschillende ter plaatse aanwezige bloeddorstige concurrerende bendes en de grote verantwoordelijkheid in de afschuwelijke bloedbaden die plaatsvinden in deze landen.
Het mag duidelijk zijn dat de regering Hollande lak heeft aan het lot en lijden van de bevolking in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Mali en andere. Voor deze gaat het er gewoon om de belangen van het nationale kapitaal te verdedigen in één van de laatste bastions van het Franse imperialisme, de Sahel, een gebied van zeer strategische belang en boordevol grondstoffen. Dit tegen de andere imperialistische haaien, die de Franse invloed bestrijden.
Amina / 29.11.2013
Op 5 december vorig jaar kondigde Jacob Zuma, president van Zuid-Afrika de dood aan van Nelson Mandela (1918-2013). Het nieuws werd onmiddellijk doorgegeven door alle media ter wereld, enkele dagen daarna gevolgd dppr een grootse begrafenis. Een eerste ceremonie, in het grote Soccer City stadium van Soweto (symbolische plaats van de rellen tegen de apartheid in 1976) ontving op dinsdag 10 december de internationale fine fleur, staatshoofden en regeringsleiders uit de hele wereld. Daarna volgde een eerbetoon en de begrafenis op 15 december in zijn dorp Qunu in het zuiden.
Op 5 december vorig jaar kondigde Jacob Zuma, president van Zuid-Afrika de dood aan van Nelson Mandela (1918-2013). Het nieuws werd onmiddellijk doorgegeven door alle media ter wereld, enkele dagen daarna gevolgd dppr een grootse begrafenis. Een eerste ceremonie, in het grote Soccer City stadium van Soweto (symbolische plaats van de rellen tegen de apartheid in 1976) ontving op dinsdag 10 december de internationale fine fleur, staatshoofden en regeringsleiders uit de hele wereld. Daarna volgde een eerbetoon en de begrafenis op 15 december in zijn dorp Qunu in het zuiden. De meeste grote hoogwaardigheidsbekleders (officieel 53) waren dus aanwezig in dit grote stadium: Obama, Hollande, Joakim Gauk (Duitsland), Dilma Roussef (Brazilië), net als talrijke personaliteiten, zoals de secretaris-generaal van de UNO, Ban Ki moon. Deze grote heilige eenheid vormt zo het beste bewijs dat Mandela, die voordien eerder verguld werd door alle gauchisten en stalinisten, vandaag erkend wordt als één van de waardige historische vertegenwoordigers van zijn klasse: de bourgeoisie! Deze unanieme erkenning door heel de heersende klasse, in oprechte rouw, staat in schril contrast met de houding die ze in het verleden aannam bij het verdwijnen van echte revolutionairen. Niet alleen hebben dezelfde hoogwaardigheidsbekleders vaak grote figuren van de arbeidersbeweging laten vermoorden, zoals in het geval van Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht en Trotski, maar verre van zich daarna te bezinnen, hebben ze steeds karrenvrachten laster over hen uitgestort. Dat was met name het geval bij de dood van Lenin, toen de opgestapelde haat met dubbele kracht in alle kranten van die tijd gepubliceerd werd. En wat te zeggen van Marx die in de ogen van alle bourgeois de 'duivel in per-soon' belichaamde?
Vandaag zorgt de erkenning van Manela omwille van de nationalistische waarden en als agent van het kapitaal ervoor dat hij postuum alle eer ontvangt. Een ware zegen voor de business die de omgeving van het stadium van Soweto in Johannesburg tijdelijk herschapen heeft tot een complete supermarkt in openlucht: T-shirts met de beeltenis van de grote leider en andere bijproducten, een afspiegeling van de kapitalistische wereld die Mandela zo ijverig verdedigde. Het proletariaat heeft niets verloren. Het zal het wegvallen van deze figuur niet betreuren, die, zoals het artikel hieronder aantoont, inderdaad de belichaming was van de kapitalistische uitbuiting.
In het laatste deel van zijn leven werd Nelson Mandela beschouwd als een soort moderne ‘Heilige’, een apostel van de nationale en internationale verzoening, onder de welwillende bescherming van de democratie en de geweldloosheid. De intellectuele bourgeois van alle slag, de pers, de politiekers en het hele zootje ‘opiniemakers’ schilderden van de ‘Vader van de Zuid-Afrikaanse natie’ een portret van een doorluchtig personage, ze deden hem nu eens verschijnen met de trekken van een model van nederigheid, integriteit en eerlijkheid, dan weer met de trekken van een ‘held’ met een opmerkelijke drang tot vergeving.
Maar dat lovende portret verbergt in feite het zeer reële leven van burgerlijk politicus die nooit geaarzeld heeft de zwaarste klappen uit te delen en de laagste manoeuvres te gebruiken tegen de uitgebuite klassen.
De ‘balans’ van Mandela aan het hoofd van de regering is op dat vlak maar al te duidelijk: volgens een recent rapport van Oxfam is Zuid-Afrika “het land met de grootste ongelijkheid ter wereld, en met aanmerkelijk méér ongelijkheid dan bij het einde van de Apartheid.” Het ANC1 heeft gedurende bijna 20 jaar een maatschappij geregeerd waarin de uitgebuite klassen, en in het bijzonder de zwarte bevolking daarvan, ondergedompeld werden in de ergste ellende. Hoewel Mandela sinds de jaren 1940 steeds de onontkoombare vertegenwoordiger van het ANC geweest is, stellen de ‘opiniemakers’ hem voor als een politicus die aanzienlijk ‘verschillend’ is van de andere Afrikaanse leiders en die uit de rest van de wereld.
Na de dood van Mandela kletsten de speciale bulletins van de bourgeoispers er op alle mogelijke manieren over: Mandela heeft zijn gevangenbewaarders vergeven! Wat een grootmoedigheid! Wat een onbaatzuchtigheid in het belang van het welzijn van allen!
De mythe van de ‘vergevingsgezinde Mandela’ bestaat alleen om de democratische illusies aan te zwengelen die aan de figuur van Mandela opgehangen worden, wat door de betrokkene trouwens zelf bevestigd wordt in zijn autobiografie, geschreven in 1994, De lange weg naar de vrijheid, (LWF): “In de gevangenis verzwakte mijn woede tegen de blanken, maar mijn haat tegen het systeem groeide. Ik wilde dat Zuid-Afrika zag dat ik zelfs mijn vijanden liefhad, terwijl ik het systeem haatte dat ons tegen elkaar opzette.” (LWF, p. 6802)
In weerwil tot wat de compleet irrationele historische reconstructies vertellen die de ronde doen sinds zijn dood, is Mandela niet vrijgelaten uit de gevangenis omdat hij gematigder van karakter zou geworden zijn, evenmin omwille van de ‘kracht van zijn overtuigingen’ of de goedheid van ziel van zijn mede-Nobel-Vredesprijswinnaar F.W. de Klerk, toen leider van de Zuid-Afrikaanse regering. Zoals dat altijd gebeurt bij de bourgeoisie, is de realiteit veel onverkwikkelijker. Als Mandela zijn gevangenis mocht verlaten, was dat onder druk van een deel van het Zuid-Afrikaans politiek apparaat en een aantal grote mogendheden, met name de Verenigde Staten die in deze oude bondgenoot van de pas ontmantelde Sovjet-Unie een kans zagen om het voortduren van de bevoorrading uit de mijnbouw te garanderen, minus de last van het Apartheid-systeem, dat op apegapen lag en elk moment bedreigd werd door sociale explosie.
Dus toen Mandela uit de gevangenis kwam, deed het ANC onmiddellijk al het mogelijke om de investeerders ervan te overtuigen dat de toekomstige regering in staat was de economische belangen te vrijwaren. In de Boodschap van Mandela aan de Big Business in de USA (19/06/1990), staat te lezen wat hij trouwens bij talloze andere gelegenheden herhaald heeft: “De privé-sector, zowel nationaal als international, zal een essentiële bijdrage ontvangen teneinde de economische en sociale heropbouw na de Apartheid te realiseren (…) Wij zijn gevoelig voor het feit dat u, als investeerders in het Afrika na de Apartheid, vertrouwen moet kunnen hebben in de veiligheid van uw beleggingen, een voldoende en billijke return op uw kapitaal en een goed algemeen klimaat van vrede en stabiliteit.” (3) Het Kapitaal sociale vrede verzekeren dankzij de democratische misleiding: dat is de ware betekenis van de ‘wonderbaarlijke’ bevrijding van Mandela en de plotse bekering van die aanstoker tot moorddadige aanslagen tot de geweldloosheid en de vergevingsgezindheid!
Mandela was eerst een bondgenoot van het stalinistisch regime, dat lange tijd militaire training verstrekte aan zijn volgelingen, maar op het einde van de jaren 1980, dat wil zeggen toen hij over zijn vrijlating onderhandelde, heeft hij zijn best gedaan om die reputatie van ‘socialist’ te slopen ten gunste van de status van betrouwbaar verdediger van de nationale belangen van Zuid-Afrika.
Mandela heeft vaak verwezen naar het Vrijheidscharter van het ANC dat in 1955 aangenomen werd: “In juni 1956, in het maandblad Liberation, heb ik erop gewezen dat het Charter voor de privé-onderneming ijverde en voor het eerst toeliet dat het kapitalisme zich kon ontwikkelen bij de Afrikanen.” (LWF, p. 205) In 1988, toen hij in het geheim onderhandelde met de regering, verwees hij naar hetzelfde artikel “waarin ik stelde dat het Vrijheidscharter geen recept was voor het socialisme, maar voor het kapitalisme toegepast op Afrika. Ik zei hen dat ik sindsdien niet van mening veranderd was.” (LWF, p. 642) Ook toen Mandela in 1986, het bezoek ontving van een delegatie belangrijke persoonlijkheden, “zei ik hen dat ik een Zuid-Afrikaans nationalist was, geen communist, dat de nationalisten steeds meer op de voorgrond komen.” (LWF, p. 629)
Mandela was zich volledig bewust van dit onveranderlijk nationalisme en van zijn rol in de ‘pacificatie’ van de maatschappij ten gunste van de bourgeoisie, zoals blijkt wanneer hij schreef over het bloedbad van Sharpeville, in 1960: “de beurs van Johannesburg stortte in en de kapitalen begonnen het land te ontvluchten.” (LWF, p. 281) In feite opende het einde van de Apartheid een periode van toename van de buitenlandse investeringen in Zuid-Afrika.
Maar de economische ‘opkomst’ van het land gebeurde natuurlijk dankzij het zwet van de arbeidersklasse, die grotendeels bestaat uit zwarte arbeiders, zonder dat zij zich ook maar enigszins kon onttrekken aan de extreme armoede waarin ze al tientallen jaren ondergedompeld is. Nochtans zei Mandela in de jaren 1950 dat “de verborgen agenda van de regering was een Afrikaanse middenklasse te creëren die de oproep van het ANC en de bevrijdingsstrijd moest verstikken.” (LWF, p. 223) In de praktijk hebben de politiek van ‘bevrijding’ van de zwarte arbeiders en meer dan dertig jaar ANC-regering de rangen van die Afrikaanse ‘middenklasse’ niet echt doen aangroeien.
De toename van de uitbuiting betekende ook repressie, het opnieuw militariseren van de politie, het verbod op betogingen en fysieke aanvallen op de arbeiders, zoals we bv. konden zien bij de mijnwerkersstaking van Marikana, waarbrij 44 arbeiders gedood werden en tientallen zwaargewond.4
In zijn autobiografie schrijft Mandela hypocriet dat “alle mensen, zelfs degenen met het koudste bloed, zijn bekommerd om fatsoen en wanneer hun hart geraakt wordt, zijn ze in staat te veranderen” (LWF, p. 549). Wat waar kan zijn voor afzonderlijke individuen, is zeker niet waar voor het kapitalisme: dat heeft geen enkele bekommernis om fatsoen en kan niet veranderd worden. Het uiterlijk van de zwarte ANC-regering verschilt van dat van hun blanke voorgangers, maar de uitbuiting en repressie blijven dezelfde.
De heersende klasse gebruikt de ideologie van de geweldloosheid om het proletariaat ertoe aan te zetten zijn massaal en georganiseerd klassegeweld op te geven en het te vervangen door politieke onmacht. Daartoe moest ze stukje bij beetje modellen en verhalen te verzinnen die de doeltreffendheid moeten bewijzen van de geweldloze strijd.
De mythe van een ‘geweldloze’ Mandela is in dat verband een grove en ongeloofwaardige leugen. In zijn ‘bevrijdingsstrijd’ gebruikte het ANC schaamteloos een bijzonder doortrapte vorm van geweld, typisch voor de klassen zonder toekomst: het terrorisme. Toen de geweldloze tactieken ondoeltreffend gebleken waren, richtte het l’ANC een militaire vleugel op, waarin Mandela een centrale rol speelde. “We meenden dat er vier types gewelddadige activiteit bestaan: sabotage, guerrilla, terrorisme en open revolutie.” Hij hoopte, zo schreef hij, dat sabotage “de regering naar de onderhandelingstafel zou brengen”. Hoewel strikte instructies gegeven werden “opdat we geen verlies aan mensenlevens zouden lijden (…), waren wij voorbereid, moest de sabotage niet de verhoopte resultaten opleveren, over te gaan tot de volgende stap: de guerrilla en het terrorisme.” (LWF, p. 336)
Op 16 december 1961 “ontploften artisanale explosieve tuigen in elektriciteitscentrales en regeringskantoren in Johannesburg, Port-Elizabeth en Durban.” (LWF, p. 338) In 1983, toen het ANC de eerste bomaanslag organiseerde, waarbij 19 mensen gedood werden en meer dan 200 gewonden vielen, schreef Mandela: “De gewelddadige dood van burgers was een tragisch ongeluk en ik voelde een diepe afschuw toen het aantal slachtoffers gemeld werd. Maar hoezeer ik ook van mijn stuk was door die slachtoffers, ik wist even goed dat dergelijke ongelukken het onvermijdelijk gevolg zijn van de beslissing over te gaan tot een militair conflict” (LWF, p. 618). Vandaag duidt men naar dergelijke ‘ongelukken’ aan met het sussend eufemisme ‘collateral damage’ of ‘randschade’.
In zijn verklaring voor de rechtbank, in 1964, omschreef Mandela zichzelf als een ‘bewonderaar’ van de democratie: “Ik heb veel respect voor de Britse politieke instellingen en voor het rechtssysteem van dat land. Ik beschouw het Britse parlement als de meest democratische instelling ter wereld en de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht hebben altijd mijn bewondering opgewekt. Het Amerikaanse Congres, de doctrine van dat land die de scheiding der machten garandeert, en ook de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, wekken bij mij gelijkaardige gevoelens” (LWF, p. 436). Als kampioen van de democratie dient Mandela ook vandaag nog de laag-bij-de-grondse belangen van zijn klasse. Levend of dood is hij voorbestemd als boegbeeld te dienen van de moderne democratische ideologie en een kapitalisme met een vermeend menselijk gezicht n
KS en El Genericor / 10.12.2013
Voetnoten
1 African National Congress, partij van Nelson Mandela die in de regering zit sinds het einde van de Apartheid in 1994.
2 Nummering bladzijden volgens de Engelstalige versie.
3 Wij onderstrepen.
4 Lees hierover onze artikels over de sociale beweging in Zuid-Afrika in: En Afrique du Sud, la bourgeoisie lance ses chiens de garde policiers et syndicaux sur la classe ouvrière, (https://fr.internationalism.org/node/5158 [91]) en : Après le massacre de Marikana, l’Afrique du Sud est frappée par des grèves massives.(https://fr.internationalism.org/ri437/depuis_le_massacre_de_marikana_l_a... [92])
In het laatste jaar gaan er steeds meer stemmen op om radicalere eisen te stellen en een oplossing te zoeken in een meer fundamentele omvorming van de maatschappij. De strijdbewegingen van de afgelopen jaren (Occupy, Indignados, enzovoort) hebben duidelijk gemaakt dat gedeeltelijke eisen alleen, eisen op bijzondere terreinen van de maatschappij, wel een uitgangspunt kan zijn voor de strijd, maar als deze geen vervolg krijgen en niet verder ontwikkeld worden door en in de strijd zelf, op een bepaald moment toch vastlopen. Het is de tekst van Sander van de KSU, die dit vraagstuk probeert te beantwoorden.
“Streven naar hervormingen lijkt misschien realistischer, maar toch is het waardevol om te strijden voor een samenleving die volledig is, zoals jij die voor je ziet. Door hervormingen te eisen riskeer je dat je de strijd verzwakt als je eisen eenmaal zijn ingewilligd.” (…) Onderliggende oorzaken (…) zijn gemakkelijk over te nemen door gematigde partijen die vervolgens het verzet inkapselen. Wanneer je echter strijdt voor een totaal andere samenleving” (…) dan “kun je daarop verder bouwen, omdat je einddoel van begin af aan een totaal andere samenleving is en zo kun je doorgaan naar datgene wat je daadwerkelijk voor ogen hebt”. (Sander van Lanen; KSU)
En Sander is niet de enige die constateert het stellen van ‘realistische eisen’ de strijd niet verder brengt. Ook andere pleiten voor verdergaande eisen te stellen:
“Wie kunst laat vermarkten, schaft immers de belofte op de toekomst af. Want waarachtige kunst is onmaat, mogelijkheidszin en verbeelding en dat is waar verandering begint. Ook de kunstenaar en cultuurliefhebber moeten, wat betreft cultuurbeleid dan, durven nadenken over radicale verandering.” (De verbeelding aan de macht! Ook in het cultuurbeleid; 20-09-2013; DeWereldMorgen)
“De afgelopen jaren hebben mij geleerd dat vele mensen inmiddels weten dat radicale verandering onvermijdelijk is. De sociale, ecologische en economische crises zijn niet op te lossen met ‘business as usual’. Bestaande concepten hebben geleid tot de crises en kunnen niet gebruikt worden om haar op te lossen.” (Martijn Jeroen van der Linden, bedrijfseconoom, Hoogeveen)
Maar hoe kan je nog radicalere eisen stellen als je al gestreden heb voor de opheffing van het kapitalisme? Enigszins gedesoriënteerd, maar niet ontmoedigd en verslagen, trekken de strijdbare makkers van de KSU zich terug om de wonden te likken en de lessen te trekken, op zoek naar een andere manier om een grotere bres te slaan in de muur van de kapitalistische staat. Op de website van de Kritische Studenten Utrecht zijn verschillende artikelen verschenen, die een aanzet proberen te geven tot een nieuw strategische concept voor de komende strijd.
Allerlei groeperingen, voornamelijk anarchistische, bewandelen al jarenlang dezelfde platgetrapte paden. De KSU één van de weinige groepen in het politiek milieu waar nog enig leven in zit en de capaciteit lijkt te bezitten om een ander pad te bewandelen, in een poging om uit de impasse te komen, waarin ze, gedeeltelijk door haar eigen activisme, is terechtgekomen. De KSU (Kritische Studenten Utrecht) is een groeperring die al een flink aantal jaren bestaat. Ze is geen klassieke actiegroep. Alhoewel niets erop wijst dat er veel discussies plaatsvinden binnen de groep, zijn de deelnemers toch geïnteresseerd in theorie. Regelmatig verschijnen er teksten, meestal overgenomen, die een of ander thema uitdiepen
De groep is vrij heterogeen, heeft geen vast ideologisch concept (anarchistisch, situationistisch, modernistisch, enzovoort) en ontwikkelt voornamelijk activiteiten in het kader van het hoger onderwijs en de wetenschap. Ook al is de kern al enige jaren vrijwel dezelfde gebleven, toch trekt ze regelmatig nieuwe, jonge mensen aan die er, met frisse ideeën, weer wat meer leven in kunnen blazen. Heel recent nog door de publicatie van enkele bijdragen over een utopistische strategie , die de anti-kapitalistische strijd mogelijk weer enig perspectief kan geven.
Neem bijvoorbeeld het artikel getiteld: “Ecotopia”, waarin wordt een getracht om, tegen de continue groeidrift en oneindige consumptie waartoe het kapitalistische productiewijze leidt, een utopisch alternatief te schetsen van een maatschappij waarin de natuur centraal staat.
Een tweede artikel op de site, getiteld: “Realiteit boven dromen en verbeelding?” schrijft: “Dromen van een betere wereld. Onrealistisch! Onpraktisch! Tijdsverspilling! Gevaarlijk? We zijn de waarde van idealisme vergeten.”
In een derde artikel op de site van de KSU, genaamd: “Onpraktisch denken als praktische oplossing?” kan men lezen: “… anderen kiezen meteen voor het uiteindelijke doel en stellen utopische eisen.” (….) “Door het doel breder te stellen zullen meer mensen zich kunnen vinden in het doel (….) Het lijkt utopisch, maar het is misschien wel de meest praktische aanpak”.
Dat de bovengenoemde drie artikelen niet de behoefte tot uitdrukking brengen van een toevallige groep, maar beantwoord aan een meer algemene behoefte onder de niet-uitbuitende lagen van de maatschappij, blijkt uit het feit er in het afgelopen jaar verschillende boeken zijn verschenen over utopie:
Anti-kapitalisme is dus niet genoeg, dat hebben de makkers van de KSU inmiddels waarschijnlijk ook wel begrepen. Dat was overigens al eens onderstreept in een eerdere bijdragen op de site van de Kritische Studenten Utrecht. (1) Er moet ook een vooruitzicht zijn, een reëel perspectief op een andere maatschappij. Deze vertegenwoordigt een andere toekomst, vormt een aantrekkingskracht die de huidige strijd richting en inspiratie kan geven. Volgens Willem Schinkel hebben dan ook we meer utopische verbeeldingskracht nodig, want dat vormt juist een middel om boven de “politiek van het loutere probleemmanagment” uit te stijgen.
Om het louter anti-kapitalistische karakter van de strijd te overstijgen, leggen sommigen de nadruk op het belang van dromen. Want utopisch denken is de kunst om te dromen van een alternatief. Om onze realiteit te ontstijgen, moeten we inderdaad leren om over de horizon van het kapitalisme kijken en inhoud te geven aan een visie van een alternatieve en betere wereld. Om in gedachten vorm te geven aan een dergelijke toekomst moeten we ons inschrijven in een zeker ideaal, ook al blijft deze gebaseerd op een materiële grondslag. Bevrijd van de noodzaak om een praktische oplossing te bedenken voor de dagelijkse ellende binnen het kapitalisme, ontstaat er ruimte om in onze gedachten een ideale voorstelling te scheppen.
‘Verbeelding aan de macht!’, luidde de beroemde leuze van de mei-revolte in 1968.Niet dat de verbeelding voldoende is om een andere maatschappij te realiseren. Maar verbeelding kan een belangrijke functie vervullen.“We moeten weer durven dromen. Want dromen van een betere wereld, betekent kritisch reflecteren op de huidige. Als je namelijk nadenkt over dingen die onmogelijk lijken, wordt je in staat om gesteld buiten de kaders te kunnen denken, ongeacht of je idee wel of niet ‘realistisch’ is”. (“Realiteit boven dromen en verbeelding?”)
De strijd tegen het kapitalisme bestaat uit drie componenten:
Deze derde, culturele component van de strijd kenmerkt zich door fundamentele menselijke eigenschappen, zoals morele verbintenis (de stem van het innerlijke) en artistieke gevoelens (het gevoel voor schoonheid), maar ook door aspecten als de verbeelding, de creativiteit, de intuïtie. “De verbeelding beschikt over alles; zij beslist over schoonheid, recht en geluk, die alles betekenen in de wereld.” (Blaise Pacal) De strijd van “voor het socialisme is niet slechts een kwestie is van brood en boter, maar één culturele beweging …”. (Rosa Luxemburg)
In de ogen van Henriëtte Roland Holst kreeg de strijd pas haar betekenis als verstand en intuïtie samenvloeiden. Het ging haar erom te “luisteren naar de innerlijke stem”, waarbij "waarachtigheid en meegevoel de twee voornaamste psychische krachten” zijn. Volgens Henriëtte Roland Holst wordt de wereld door middel van het verstand niet in zijn geheel gekend. De intuïtie, het gevoel, de waarneming en hun synthese in de verbeelding zijn de andere onmisbare componenten (“Communisme en Moraal”)
“Door het doel breder te stellen zullen meer mensen zich kunnen vinden in het doel (….) Het lijkt utopisch …” Het vooropstellen van een utopie, in het kader van de eisenstrijd, heeft in de huidige periode echter nog nooit geleid tot een vorm van algemene mobilisatie van werkers, studenten, werklozen De ‘utopische’ eis: een basisinkomen voor iedereen, die al enkele tientallen jaren door ultralinks wordt uitgespeeld, leidt tot het tegendeel van vereniging in de strijd. De vergelijkbare eis van “vrij onderwijs”, welke de KSU onlangs als een ‘utopische’ eis naar voren had geschoven, heeft dan niet gewerkt. Dat komt omdat de ‘utopie’ zich niet beweegt op het vlak de materiele strijd, maar iets typisch is voor de ‘geestelijke’ strijd
Natuurlijk, de strijd voor de verdediging van de materiële levensomstandigheden is en blijft onder de huidige omstandigheden de allereerste zorg in de strijd van de klasse. Want zonder een minimum aan levensmogelijkheden is het leven sowieso niet waardig om geleefd te worden.Maar hier houdt de strijd tegen het kapitalisme en haar bekrompen ideologie echter niet op. Want het nastreven van het ware bewuste, van de waarheid, wordt niet alleen gemotiveerd door de materiele belangen, zoals een waardig inkomen voor iedereen, maar ook door de voorstelling van een soort van ‘ideaal’
“We zijn de waarde van idealisme vergeten.” Neen, maar zonder ons als idealisten te beschouwen, ligt de hoogste waarde van de strijd voor een andere maatschappij uiteindelijk niet op het vlak van het materiële, maar op het vlak van het bewustzijn, op dat van de geestelijke strijd. En we kunnen haar alleen inzetten als we begrijpen dat de creatieve gedachte daarbij een onmisbaar element vormt. Het in het hoofd overstijgen – de ideale voorstelling - van de grenzen van het bestaande systeem is onmogelijk zonder aanspraak te doen op de inspiratie van de verbeelding. Ideale constructies in onze geest zijn in staat een diepe innerlijke kracht naar boven brengen, die de strijd van een belangrijke stimulans kunnen voorzien.
Het mag duidelijk zijn dat het kortzichtig is om ons zijn om ons in dit kader te beperken tot de inspiratiebronnen, ontwikkeld door de hierboven genoemde socialistische utopisten en Kropotkin. De waarde van de verbeelding, de creatieve gedachte die doorheen de geschiedenis van de mensheid altijd een belangrijke kracht is geweest in haar vooruitgang, moeten we in een breder kader beschouwen. Mensen leven namelijk ook in een wereld van ideeën en idealen, waarvan het nastreven op bepaalde momenten veel krachtiger kan zijn dan het instinct tot behoud van het niveau van de onmiddellijke materiële omstandigheden. Zo werden de sociaal-democratische revolutionairen in 1905, tijdens de revolutionaire opleving in Rusland, bijvoorbeeld “verrast, voorbijgestoken en overdonderd door de onstuimigheid van de beweging, haar nieuwe zijnsvorm, haar creatieve verbeelding ….”
Een voorbeeld van een streven, dat geleid werd door verbeelding en inspiratie is het leven van Lev Tolstoj. De bron van zijn kracht kwam uit de diepte van zijn grote persoonlijkheid die hem de moed gaf onverminderd op zoek te gaan naar de waarheid. Zoals Rosa Luxemburg het omschreef in de Leipziger Volkszeitung (1908) “zijn hele leven en werk was tegelijkertijd een rusteloze overdenking van de waarheid in het menselijk leven”.Hij was een onderzoeker en strijder, maar verre van een revolutionair socialist. “Met zijn kunst omvatte hij echter alle menselijke passie, alle zwakheden en gemoedsstemmingen”, die hem in staat stelde om, tot zijn laatste adem, te vechten om sociale problemen met open ogen te confronteren.
Zyart / 15.01.2014
Voetnoten
(1)“Louter antikapitalist? Dat zijn we misschien toch niet allemaal"
De dagbladen staan vol met weerzinwekkende beelden van kinderen en hele gezinnen die, temidden van vuilnishopen, sterven van de honger. Het geweld van deze absurde ellende lijkt geen grenzen te hebben. Is dat het enige? Een blik op de situatie in de wereld, kan men zich dat afvragen! De manier waarop de situatie evolueert, laat duidelijk de tendens zien van een hele bestaande samenleving, die naar de afgrond gaat! In verschillende mate, blijft de armoede wereldwijd groeien en sleurt daarbij zelfs een deel van de bevolking van de “rijke” landen mee, als deze al niet zichzelf in ellende werpt door zich schuldig te voelen voor de kwalen die de landen van de “Derde Wereld” teisteren.
Uit de monden van de zogenaamde “experts” kan men de meest onwaarschijnlijke redenen optekenen: wij zijn met “te veel mensen”, onze voedingspatroon zijn “niet aangepast zijn aan de bronnen” van onze planeet, zelfs onze houding ten opzichte van deze middelen zou niet “respectvol” zijn ... Kortom, alle argumenten worden opgelepeld om iedereen schuld aan te praten, zonder dat de echte verantwoordelijken ooit worden ontmaskerd. Is het hun schuld als “bescheiden” families in “het Noorden”, die niets anders weten te bedenken dan zich te voeden met de “bescheiden” producten tegen lage prijzen in de supermarkten? Moet men inderdaad de schuld geven aan de “consumenten”, die producten kopen die in meer dan twijfelachtige omstandigheden worden geproduceerd?
Sommigen scheppen er behagen in om het te herhalen. Zelfs degenen die niet aarzelen om te zeggen dat je “anders kunt consumeren”, dat als we ons de middelen verschaffen, we allemaal beter kunnen leven, ook in arme landen. Kortom, we zouden geen verantwoordelijke houding hebben! We zouden teveel, te slecht eten! Wat betreft slecht eten, valt er niet aan te twijfelen dat met al deze producten, vol met conserveringsmiddelen, kleurstoffen, suikers, pesticiden ... We zullen later terugkomen. We zouden teveel vlees te eten, teveel van dit of dat. In sommige landen sterven mensen van de honger, terwijl we in andere landen producten van slechte kwaliteit eten, maar uiteindelijk zou het allemaal een beetje onze schuld zijn. Hoe moeten we deze situatie begrijpen? De aarde is een zeer vruchtbare planeet, met een zeer rijk en divers ecosysteem dat een enorm potentieel biedt, met bijna 10 GHA (10 miljard hectare) aan potentieel vruchtbaar bouwland. Het zijn oneindig uitgestrekte vruchtbare gebieden. Ze zijn zo vruchtbaar dat je je niet kan voorstellen dat individuen, die een dergelijk niveau van technologische ontwikkeling hebben bereikt, honger lijden op zo’n rijke planeet. En toch! Wat zien we vandaag? Als we de balans opmaken van de beschikbare middelen op de planeet en dat in verband brengen met de effectieve wijze waarop we haar momenteel ontginnen, dan zijn de tegenspraken, vanuit een puur wetenschappelijk oogpunt, reusachtig. Vandaag bedreigen de tegenspraken zelfs het bestaan van onze soort!
Laten we een beetje meer in detail bekijken wat deze contradicties zijn. Zoals we hierboven vermeld hebben, heeft onze planeet bijna 10 GHA aan landbouwgrond. Volgens een rapport gepubliceerd door het “Institution of Mechanical Engineers” (2) in Engeland, vertegenwoordigt al het bouwland momenteel een oppervlakte van 4,9 GHA, ongeveer de helft van de totale bronnen die ontgonnen kunnen worden voor voedselproductie. De studie toont ook aan dat, met het huidige gemiddelde, de capaciteit van een gebied van één hectare, bebouwd met tarwe of maïs, tussen de 19 en 22 mensen een jaar lang van voedsel kunnen voorzien. Maar bij de exploitatie voor menselijke consumptie van een hectare, met rund- of schapenvlees, kunnen ongeveer 1,5 mensen een jaar lang van voedsel kunnen voorzien.
De huidige productiviteit in de landbouw kan de hele wereldbevolking dus uitgebreid van voedsel voorzien. Als miljoenen mensen elke dag van honger sterven, dan is dat omdat het onmenselijke systeem niet produceert om aan de behoeften van de mensen te voldoen, maar om te verkopen en winst maken. Hier is een groot verschil met de hongersnood van de Middeleeuwen: die waren het gevolg van slechte ontwikkeling van werktuigen, technieken, organisatie van arbeid en grond, die echte hiaten deden ontstaan. De mensen gingen altijd maar door om elk perceel op te eisen, te exploiteren om dit gebrek aan productiviteit op te vullen. Vandaag de dag, onder het kapitalisme, heeft de mensheid geweldige mogelijkheden, waar ze niet van profiteert. Erger! Het nastreven van winst leidt tot een enorme permanente puinhoop:
“In de landen van Zuidoost-Azië bijvoorbeeld, variëren de verliezen aan rijst van 37% tot 80% van de totale productie, afhankelijk van het niveau van ontwikkeling en zijn jaarlijks 180 miljoen ton (…) De mogelijkheid om [op wereldvlak] 60 tot 100% meer voedsel voort te brengen door het enerzijds simpelweg elimineren van de verspilling en anderzijds door tegelijkertijd de natuurlijke rijkdommen (energie en water) vrij te maken voor andere doeleinden, is een kans die niet kan worden genegeerd!” (3) In Europa belandt 50% van voedingsmiddelen of 240.000 ton per dag in de vuilnisbak.
Geconfronteerd met hongersnood, zijn de exploitatie van geschikte landbouwgrond die braak ligt, de strijd tegen de verspilling, tegen de vernietiging van wat niet verkocht werd …ogenschijnlijk de eerste noodzakelijke maatregelen, maar ze zijn ruim onvoldoende. Bovendien zal het kapitalisme deze meest urgente maatregelen - zelfs de meest elementaire niet - voor het welzijn en de bevrediging van de menselijke behoeften, niet kunnen toepassen, want dat is absoluut niet het doel van haar productie. (4). Haar fabrieken, machines, haar kapitalen bestaan alleen om meer kapitaal te accumuleren en om winst te maken. Deze maatregelen, die eenvoudig onmiddellijk noodzakelijk lijken, kunnen alleen worden genomen in een revolutionaire situatie en een politiek die ver gevorderd is.
Op de lange termijn, om een werkelijke verandering door te voeren voor de leefomgeving, zal een radicale verandering moeten worden doorgevoerd: voor een maatschappij vrij van maatschappelijke klassen en kapitaal. De kapitalistische productiewijze vernietigt de natuur, verarmt de gronden, vergiftigt het leven. Bovendien zijn de meeste diersoorten in gevaar en worden ze bedreigd met uitroeiing indien er geen einde wordt gemaakt aan de destructieve waanzin van dit systeem.
De reflex van grote aantallen mensen, die zich bewust zijn van deze situatie en zich verontwaardigd voelen, is te pleiten voor een vermindering van het verbruik, “een afnemende groei”. In werkelijkheid ligt de oplossing niet op het vlak van de “productietoename” (meer produceren zonder zich te bekommeren om het doel van de productie), of “productieafname” (minder produceren zodat het leven van eenieder nauwelijks ligt boven absolute minimum, wat onmogelijk is onder het kapitalisme). De oplossing moet veel radicaler en diepgaander zijn dan dat. Als de productie niet wordt gestimuleerd door het winstmotief, maar door de bevrediging van menselijke behoeften, dan zullen de voorwaarden voor de productie mee veranderen. In dit geval zal in de voedselindustrie, in al het onderzoek, in de organisatie van arbeid en grond, in de distributie, … dan pas zal alles worden geleid door respect voor mens en natuur. Maar dit betekent de vernietiging van het kapitalisme.
Van schaarste naar overproductie
Van wat er op dit moment bekend is, ontstond de landbouw bijna 10.000 jaar, ergens ten zuidoosten van Turkije. Sindsdien heeft de techniek zich gestaag ontwikkeld, en hebben de rendementen soms aanzienlijke sprongen gemaakt. Het gebruik van dierlijke kracht (gebruik van de ploeg in de oudheid) zou snel algemeen worden. In de middeleeuwen leidde de verschijning van de ploeg en het systeem van driejaarlijkse rotatie (rond de 10e eeuw in Europa) tot een betekenisvolle verbetering in de productie. Dit systeem, mede gebaseerd op de eerder ontwikkelde inzet van dieren in de landbouw, zou vele eeuwen blijven voortbestaan. Het is echter belangrijk te onthouden dat, ondanks de vooruitgang die deze lange periode kenmerkte (5), de kennis en de techniek van die tijd geen stabiele oogsten garandeerden van het ene op het andere jaar. Talrijk zijn de voorbeelden van grote hongersnoden waarbij bevolkingen gedecimeerd werden: door een bijzonder koud en regenachtig jaar was de oogst in 1315, in Frankrijk bijvoorbeeld 50% lager dan andere jaren, wat leidde tot de dood van 5 tot 10% bevolking.
In mindere mate wordt hetzelfde verschijnsel geconstateerd in 1348, ditmaal gevolgd door de pest, die neerslaat op de verzwakte bevolking. Om het eenvoudig te houden, in de 14e en 15e eeuw, toen het klimaat minder gunstig was dan in de voorgaande periode, deed zich bijna elke 20 tot 30 jaar een verschrikkelijke hongersnood voor! Uiteindelijk lukte het pas in de tweede helft van de 19e eeuw om de landbouwproductie niet langer te doen lijden onder het verslechterde klimaat. De vooruitgang in de mechanisatie en het gebruik van fossiele brandstoffen (kolen, olie), en de vooruitgang op het vlak van de anorganische chemie en de introductie van minerale meststoffen, maakte een enorme toename mogelijk van de opbrengsten. Met de ontwikkeling van het kapitalisme werd de landbouw een industrie, zoals de textielindustrie en het transport. De taken werden streng gepland en de visie van het “productieproces” (met de wetenschappelijke organisatie van het werk) liet een ongekende groei toe van de productiviteit. Dit alles zou de suggestie kunnen wekken dat perioden van crises en hongersnoden, waar we hierboven over hebben gesproken, plaats zou maken voor eeuwen van overvloed.
De meeste hedendaagse wetenschappers zweren bij de wetenschappelijke vooruitgang en zien in de ontwikkeling van de kapitalistische maatschappij de remedie voor alle kwalen van de samenleving. De meeste, maar niet allemaal! In 1845, bijvoorbeeld, terwijl het kapitalisme in volle ontwikkeling was, werd Ierland getroffen door een verschrikkelijke hongersnood. De meeldauw (6) en het vochtige klimaat veroorzaakte een daling van de productie van aardappelen met bijna 40%. De gevolgen voor de bevolking waren dramatisch. (7) Zelfs als de middelen in die tijd nog steeds vrij rudimentair waren, zou het verkeerd zijn om deze parasiet te beschouwen als de enige verantwoordelijke voor wat een ramp werd. In tegenstelling tot wat er is gebeurde tijdens de hongersnood van 1780 bleven de Ierse havens, onder druk van de protestante handelaren, open en bleef Ierland voedsel exporteren. Terwijl hele regio’s van het eiland, hele families stierven van honger, voeren konvooien met voedsel, die eigendom waren van de landheren, begeleid door het leger, naar Engeland. We wijzen hierbij ook op het feit dat het Britse leger in die tijd de grootste voedselreserves had in heel Europa. Zo wist England haar kapitalistische expansie te ondersteunen.
De grenzeloze wreedheid van het kapitalistische systeem, waarvan er voorbeelden te over zijn, leidt met Engels ertoe om te schrijven in 1882 (8): “In de meest geavanceerde industriële landen hebben we de krachten van de natuur beheerst en hen genoodzaakt de mensen te dienen, en hebben we productie dus tot het oneindige vermenigvuldigd zodat een kind op dit moment meer produceert dan honderd volwassenen voorheen. En wat is het gevolg? Altijd toenemend overwerk, steeds grotere armoede voor de massa’s, en elke tien jaar een groot debacle.”
(In een volgend artikel zullen we dit onderwerp onder de loep nemen in de context van het verval van het kapitalisme.)
Enkidu / 13.10.2013
Voetnoten
(1) Ieder jaar sterven er in de wereld 100.00 mensen van de honger; iedere 5 seconden sterft er een kind jonger dan 10 jaar; 842 miljoen mensen lijden aan een dermate ernstige chronische ondervoeding, dat ze het leven doorgaan als invaliden
(2) “Global Food, waste not, want not”
(3) Global food report, door ons vertaald
(4) De bourgeoisie is slechts geïnteresseerd om de arbeiders voldoende te voeden, zodat die genoeg kracht hebben om naar het werk te gaan.
(5) Men zou de werken van Olivier de Serres (1539-1619) citeren om agrarische praktijken in een kader te zetten.
(6) De belangrijkste parasiet van de aardappel
(7) Men schat het totaal aantal slachtoffers tussen 1846 et 1851 op één miljoen,
(8) In “La dialectique de la nature”, voor de eerste keer gedrukt in 1925, op grond van notities die dateren uit 1882.
Links
[1] https://nl.internationalism.org/tag/2/33/het-nationale-vraagstuk
[2] https://nl.internationalism.org/tag/7/117/internationalistisch-anarchisme
[3] https://nl.internationalism.org/tag/7/122/officieel-anarchism
[4] https://nl.internationalism.org/tag/3/45/internationalisme
[5] https://nl.internationalism.org/tag/3/49/oorlog
[6] https://raforum.apinc.org
[7] https://nl.internationalism.org/files/nl/Were121.pdf
[8] https://nl.internationalism.org/tag/4/76/nederland
[9] https://nl.internationalism.org/tag/2/31/het-parlementaire-bedrog
[10] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/situatie-nederland
[11] https://nl.internationalism.org/tag/4/96/afghanistan
[12] mailto:[email protected]
[13] https://webgsl.wordpress.com
[14] https://proyectoanarquistametropolitano.blogspot.com
[15] https://fr.internationalism.org/node/4256
[16] https://es.internationalism.org/node/2715
[17] https://nl.internationalism.org/tag/18/281/linkskommunisme-en-internationalistisch-anarchisme
[18] https://nl.internationalism.org/tag/7/109/kommunistische-linkerzijde
[19] http://www.internationalism.org
[20] https://nl.internationalism.org/files/nl/WERE124.pdf
[21] https://nl.internationalism.org/tag/4/71/frankrijk
[22] https://nl.internationalism.org/tag/2/29/proletarische-strijd
[23] http://www.aagu.nl/
[24] https://nl.internationalism.org/tag/4/73/groot-brittannie
[25] https://cnt-ait.info/article.php3?id_article=472&var_recherche=réformisme+marxisme
[26] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/sociale-situatie-nederland
[27] https://www.aagu.nl/
[28] https://nl.internationalism.org/tag/aktiviteiten-van-de-iks/openbare-discussiebijeenkomsten-permanenties
[29] https://nl.internationalism.org/files/nl/WERE125.pdf
[30] https://www.monde-diplomatique.fr/2010/12/KATZ/19944
[31] https://www.europe1.fr/France/"
[32] https://www.monde.fr/depeches/2011/03/15/fukushima-eclaire-le-risque-d-un-seisme-majeur-sous-un-nouvel-angle_3244_108_44577531.html
[33] https://blog.mondediplo.net/2011/03/12/Au-Japon-le-seisme-declenche-l-alerte-nucleaire
[34] https://fr.internationalism.org/forum/312/tibo/4593/seisme-au-japon
[35] https://fr.internationalism.org/ri414/gauche_communiste_et_anarchisme
[36] https://es.internationalism.org/folletos/nacion_introesp
[37] https://www.elpais.com/articulo/internacional/guerra/europa/elpepuint/20110321elpepiint_6/Tes
[38] https://anarcho-syndicalisme.nl/wp/?p=591
[39] https://nl.internationalism.org/node/854
[40] https://nl.internatiolism.org
[41] https://nl.internationalism.org/files/nl/WERE126_1.pdf
[42] https://nl.internationalism.org/tag/4/72/griekenland
[43] https://nl.internationalism.org/tag/4/62/china
[44] https://christianarchie.blogspot.com/2011/06/de-revolutie-in-griekenland-vervolg.html
[45] https://nl.internationalism.org/tag/3/43/historische-koers
[46] http://www.anarchiel.com
[47] https://www.1mei.org/2011
[48] https://nl.internationalism.org/tag/4/61/azie
[49] http://www.internationalism.org
[50] https://nl.internationalism.org/tag/4/94/verenigde-staten
[51] http://www.marxists.org
[52] https://nl.internationalism.org/tag/4/64/japan
[53] https://nl.internationalism.org/tag/3/47/maatschappelijke-ontbinding
[54] https://www.bbc.co.uk/news/business-15059135
[55] https://www.jacquesbgelinas.com/index_files/Page3236.htm
[56] https://www.abcbourse.com/apprendre/1_vad.html
[57] https://fr,internationalism.org
[58] https://nl.internationalism.org/tag/3/42/economie
[59] https://nl.internationalism.org/tag/4/86/venezuela
[60] https://nl.internationalism.org/files/nl/were128_2.pdf
[61] https://nl.internationalism.org/tag/4/63/india
[62] https://my.firedoglake.com/jest/2012/03/29/activism-is-no-substitute-for-class-action-why-occupy-is-headed-the-way-of-moveon%E2%84%A2/
[63] https://www.stern.de/wirtschaft/job/einkommen-in-Deutschland-jeder-vierte-arbeitet-fuer-einen-niedriglohn-1799559.html
[64] https://www.manager-magazin.de/politik/artikel/0,2828.82103,00.html
[65] https://www.manager-magazin.de/politik/wirtschaft/0,2828,806026,00.html
[66] https://nl.internationalism.org/tag/4/89/iran
[67] https://nl.internationalism.org/tag/3/44/imperialisme
[68] https://nl.internationalism.org/tag/4/87/midden-oosten
[69] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/oorlog-syrie
[70] https://nl.internationalism.org/tag/historische-gebeurtenissen/fascisme
[71] https://www.vrijebond.nl/sluit-je-aan-bij-campagne-ontstemd/#more-2526
[72] https://nl.internationalism.org/tag/4/93/canada
[73] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/studentenstakingen
[74] https://nl.internationalism.org/files/nl/were-131_mini.pdf
[75] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/klassenstrijd-nederland
[76] https://amweb.nl
[77] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/economische-situatie-nederland
[78] https://nl.internationalism.org/node/985
[79] https://www.marxists.org/nederlands/luxemburg/1916/1916pamfletten.htm
[80] https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1871/1871burgeroorlog.htm
[81] https://anarcho-syndicalisme.nl/wp/?p=1623
[82] https://peterstormschrijft.wordpress.com/2012/09/14/schoonmaakstaking-terugblik-en-balans/
[83] https://nl.internationalism.org/files/nl/were-132_miniWEB.pdf
[84] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/koningshuis-nederland
[85] https://nl.internationalism.org/files/nl/N_WERE133_ISME358_WEB.pdf
[86] https://nl.internationalism.org/files/nl/were-134_miniWEB.pdf
[87] https://www.guardian.co.uk/world/2013/may/16/egypt-worst-economic-crisis-1930s
[88] https://www.libcom.org/forums/news/we-can-smell-tear-gas-rio-taksim-tahrir-29062013
[89] https://nl.internationalism.org/files/nl/N_ISME360_WERE135.pdf
[90] https://nl.internationalism.org/tag/4/55/afrika
[91] https://fr.internationalism.org/node/5158
[92] https://fr.internationalism.org/ri437/depuis_le_massacre_de_marikana_l_afrique_du_sud_est_frappee_par_des_greves_massives.html
[93] https://nl.internationalism.org/tag/4/59/zuid-afrika
[94] https://nl.internationalism.org/node/1087
[95] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201409/1108/de-situatie-de-oekraine-glijdt-af-naar-militaire-barbarij
[96] https://nl.internationalism.org/wereldrevolutie/201407/1102/honderd-jaar-geleden-de-eerste-wereldoorlog-socialisme-barbarendom
[97] https://nl.internationalism.org/iksonline/201405/1095/mededeling-aan-onze-lezers-de-iks-ondergaat-een-nieuwe-aanval-door-een-nieuw-v
[98] https://nl.internationalism.org/wereldrevolutie/201409/1107/midden-oosten-oorlog-pogroms-en-vernietiging-van-het-klassebewustzijn
[99] https://nl.internationalism.org/wereldrevolutie/201408/1105/van-overdaad-tot-de-hongersnood-ii-het-kapitalisme-vergiftigt-en-hongert
[100] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201503/1252/betogingen-en-stakingen-belgie-de-vakbondsacties-leiden-slechts-tot-on
[101] https://nl.internationalism.org/iksonline/201501/1210/de-bloedige-aanslagen-parijs-het-terrorisme-een-uiting-van-de-verrotting-van-d
[102] https://nl.internationalism.org/iksonline/201411/1195/ebola-het-kapitalisme-verval-verspreidt-nieuwe-epidemieen
[103] https://nl.internationalism.org/iksonline/201412/1204/alle-werelddelen-het-kapitalisme-en-zijn-oorlogen-zaaien-chaos
[104] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201503/1247/publieke-bijeenkomst-over-de-eerste-wereldoorlog-te-boedapest
[105] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201502/1246/rosa-luxemburg-behoort-toe-aan-de-proletarische-revolutie-niet-aan-de-
[106] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201506/1266/21e-congres-van-ri-een-pijnlijke-maar-heilzame-crisis-voor-de-toekomst
[107] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201506/1268/aanvallen-parijs-wie-profiteert-van-de-misdaad
[108] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201508/1274/burgerlijke-propaganda-proletarische-solidariteit
[109] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201508/1276/militarisme-en-ontbinding-het-midden-oosten
[110] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201504/1257/solidariteitsverklaring-met-ict
[111] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201508/1275/verdrinken-de-middellandse-zee-de-%E2%80%98misdaad-tegen-de-menselijkheid%E2%80%99-het
[112] https://nl.internationalism.org/iksonline/201604/1318/cop21-enkel-een-wereldrevolutie-kan-het-kapitalisme-verhinderen-om-de-planeet-
[113] https://nl.internationalism.org/iksonline/201604/1319/de-communist-league-van-tampa-en-de-kwestie-van-de-partij
[114] https://nl.internationalism.org/iksonline/201603/1309/debat-staan-we-terug-aan-de-vooravond-van-een-wereldoorlog-en-zo-niet-over-wel
[115] https://nl.internationalism.org/iksonline/201604/1320/economische-migratie-en-oorlogsvluchtelingen-de-geschiedenis-van-het-kapitalis
[116] https://nl.internationalism.org/internationalerevue/197804/1321/resolutie-over-terreur-terrorisme-en-klassegeweld
[117] https://nl.internationalism.org/iksonline/201604/1325/terrorisme-een-wapen-voor-imperialistische-oorlog-en-tegen-de-klassestrijd
[118] https://nl.internationalism.org/files/nl/pdf/n_isme365_were140_zw_druk.pdf
[119] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201608/1317/eu-brexit-populisme-tegen-het-nationalisme-al-zijn-vormen
[120] https://nl.internationalism.org/internationalisme/201609/1338/het-%E2%80%98nieuwe-turkije%E2%80%99-brengt-nieuwe-problemen-voor-het-land-het-midden-