De verborgen erfenis van kapitalistisch links (V) Het debat in de bourgeoisie is een nietsontziende strijd, in het proletariaat een middel tot verheldering

Printer-friendly version

Dit werk maakt deel uit van de serie ‘De verborgen erfenis van kapitalistisch links’, waarin we iets proberen te belichten dat veel groepen en militanten van de Kommunistische Linkerzijde moeilijk kunnen begrijpen: het is niet alleen noodzakelijk om te breken met de politieke standpunten van alle partijen van het kapitaal (populisme, fascisme, rechts, links, extreem links) maar ook om te breken met hun organisatiemethoden, hun moraal, hun manier van denken. Deze breuk is zeer noodzakelijk, maar het is zeer moeilijk omdat wij dagelijks leven onder het gewicht van ideologieën die vijanden zijn van de bevrijding van de mensheid: bourgeoisie, kleinburgerij en lompenproletariaat. In dit vijfde artikel van de reeks zullen wij de cruciale vraag van het debat behandelen[1].

Het proletariaat, de klasse van het debat

Het debat is de levensbron van het proletariaat, dat geen onbewuste kracht is die in totale blindheid strijdt, gedreven door het determinisme van de objectieve omstandigheden, maar de klasse van het bewustzijn is, die strijdt geleid door een begrip van haar behoeften en mogelijkheden in de harde strijd voor het kommunisme. Dit inzicht komt niet voort uit absolute waarheden die voor eens en voor altijd zijn geformuleerd in het Kommunistisch Manifest of in de bevoorrechte geesten van geniale leiders, maar is het resultaat vande intellectuele ontwikkeling van de arbeidersklasse, een ontwikkeling zoals zij uit de verenigde actie en de gemeenschappelijke discussie noodzakelijkerwijs te voorschijn moest komen. De gebeurtenissen en wisselvalligheden in de strijd tegen het kapitaal, de nederlagen nog meer dan de overwinningen, konden niet anders dan de mensen bewust maken van de ontoereikendheid van de diverse lievelingskwakzalverijen en de weg effenen naar een grondiger inzicht in de werkelijke voorwaarden van de bevrijding van de arbeidersklasse [2].

De proletarische revoluties zijn gebouwd op een gigantisch massadebat, de autonome en zelfgeorganiseerde actie van de arbeidersklasse is gebaseerd op een debat waaraan duizenden en duizenden arbeiders, jongeren, vrouwen, gepensioneerden actief deelnemen. De Russische revolutie van 1917 was gebaseerd op een permanent debat met duizenden discussies in de winkels, in theaters, op straat, in de trams... Die dagen van 1917 hebben ons twee zeer illustratieve beelden nagelaten van het belang van het debat voor de arbeidersklasse: de tram die stopt omdat alle inzittenden, met inbegrip van de bestuurder, besloten hebben iets te bespreken of het raam van waaruit iemand een toespraak houdt en honderden mensen zich om hem heen verdringen om te luisteren en te discussiëren.

Mei 68 was ook een permanent massadebat. Er was een flagrant verschil tussen de discussies van de arbeiders tijdens de meistakingen, waar gesproken werd over hoe de staat te vernietigen, hoe een nieuwe maatschappij te scheppen, over de vakbondssabotage, enz., en een studenten-‘vergadering’ in Duitsland in 1967, gecontroleerd door ‘radicale’ maoïsten, waar bijna drie uur verloren ging om te besluiten hoe een demonstratie te organiseren. “Wij spreken en wij luisteren naar elkaar” was een van de populairste leuzen van Mei 68.

De bewegingen van 2006 en 2011 (de strijd tegen de CPE en de Indignados[3]) waren gebaseerd op een levendig debat met duizenden arbeiders, jongeren, enz. die zonder terughoudendheid het woord namen. Op de bezette pleinen werden ‘vliegende bibliotheken’ georganiseerd, die deden denken aan een activiteit die in de Russische Revolutie van 1917 met een gigantische kracht naar voren was gekomen, zoals John Reed onderstreept in ‘Tien dagen die de wereld deden wankelen’:“Heel Rusland leerde lezen en las over politiek, economie, geschiedenis, omdat het volk het wilde weten … In iedere grote stad, in de meeste kleine steden en aan het front, had iedere politieke factie haar krant - soms zelfs verscheidene. Honderdduizenden vlugschriften werden verspreid door duizenden organisaties. Zij overstroomden de legers, de dorpen, de fabrieken, de straten. De dorst naar ontwikkeling, zo lang onderdrukt, werd met de revolutie onstuimig groot. Vanuit het Smolny Instituut alleen al gingen de eerste zes maanden iedere dagvrachtwagens en treinen met tonnen literatuur het land in. Rusland absorbeerde de lectuur zoals heet zand water opzuigt, onverzadigbaar. En het waren geen fabels, vervalste geschiedenis, verwaterde religie en de goedkope verdorven romans, maar sociale en economische theorieën, filosofie, het werk van Tolstoj, Gogol en Gorki….”[4].

Als debat het levenssap is van de arbeidersklasse, dan is het dat nog meer voor haar revolutionaire organisaties, vandaar:“De organisatie van revolutionairen kan niet ‘monolithisch’ zijn. Het bestaan van meningsverschillen in haar midden vormt een uitdrukking van het feit dat ze een levend lichaam is, die nog geen volledig ontwikkelde antwoorden heeft die onmiddellijk kunnen worden toegepast op vraagstukken die in de klasse opkomen. Het marxisme is noch een dogma noch een catechismus. Het is het theoretische instrument van een klasse, die door haar ervaring en met haar historische toekomst als doel, stapje voor stapje vooruit gaat, door ups en downs, in de richting van een zelfbewustzijn, die de onmisbare voorwaarde vormt voor haar eigen emancipatie. Zoals bij elk menselijke denken, is het denkproces waardoor het proletarisch bewustzijn zich ontwikkelt geen lineair of mechanisch, maar een contradictoir en kritisch proces: het veronderstelt noodzakelijkerwijs een confrontatie van argumenten. In feite is het befaamde ‘monolithisme’ of de ‘onveranderlijkheid’ van de Bordigisten een lokaas (zoals gezien kan worden in de standpunten die ingenomen worden door de Bordigistische organisaties en hun verschillende afdelingen): ofwel is de organisatie volkomen verkalkt en wordt ze niet langer geraakt door het leven van de klasse, ofwel is ze niet monolithisch en zijn haar standpunten niet onveranderlijk.”[5].

Waarom noemen ze het een ‘debat’ terwijl het in werkelijkheid een knokpartij is?

Maar de militanten die eender welke politieke partij van de bourgeoisie hebben doorlopen, hebben aan den lijve ondervonden dat dit ‘debat’ een complete farce is en een duidelijke bron van leed. In burgerlijke partijen van alle kleuren staat ‘debat’ gelijk aan een ‘duel met de knots’, het beroemde schilderij van Goya dat te zien is in het Prado Museum.

De verkiezingsdebatten zijn gewoon ‘rotzooi’ door de hoeveelheid beledigingen, vuile was, beschuldigingen, bedrog, enz. die er worden tentoongespreid. Zij zijn een denigrerend schouwspel, opgevat als een bokswedstrijd waarin duidelijkheid, waarheid, werkelijkheid, het minst belangrijk zijn, het enige wat op het spel staat is te zien wie wint en wie verliest, wie beter bedriegt en liegt, wie de geesten manipuleert met meer cynisme[6].

In een burgerlijke partij is ‘vrije mening’ een lachertje. Zij staan toe dat dingen worden gezegd tot een bepaalde grens die de overheersing van de ‘leiders’ niet in twijfel trekt. Wanneer die drempel wordt overschreden, ontketenen zij een lastercampagne tegen degenen die het hebben aangedurfd om voor zichzelf te denken, als ze al niet direct met harde hand uit de partij worden gezet onder een of ander voorwendsel. Dit gebeurt in alle partijen en wordt zowel door slachtoffers als beulen uitgeoefend. Rosa Díez, een leider van de Baskische PSOE, heeft te lijden gehad onder een afschuwelijke campagne van haar partij ‘kameraden’. Zij voldeed niet aan de toen heersende oriëntatie van samenwerking met het Baskische nationalisme, en dit maakte haar het leven onmogelijk totdat zij uiteindelijk vertrok. Zij richtte de UPYD (Progressieve en Democratische Unie) op – die ernaar streefde om de ‘centrum’-positie in te nemen die later door Ciudadanos (Partij van het Staatsburgerschap) werd ingenomen - en toen rivalen en tegenstanders in haar boerderij opdoken, paste zij op hen hetzelfde medicijn toe als op haarzelf was toegepast, met een doses sadisme en cynisme die zelfs Stalin zou doen huiveren.

In burgerlijke partijen, van welke kleur dan ook, wordt een debat doorgaans vermeden. Het stalinisme verhinderde het debat door gebruik te maken van een ernstige fout van de partij van de Bolsjewiki in 1921: het verbod op fracties dat door Lenin was ingevoerd als een foutief antwoord op Kronstadt[7]. Ook het trotskisme verafschuwt het debat en onderdrukt het op dezelfde wijze. Een voorbeeld hiervan is de poging om de Linkse Oppositie te verdrijven, zoals die plaatsvond in een stalinistische gevangenis[8], zoals blijkt uit het boek van Ante Ciliga[9], dat al in eerdere teksten in de serie is geciteerd: “Naast de ideologische strijd in het Trotskistische ‘Collectief’ was er een organisatorisch conflict dat gedurende enkele maanden de ideologische kwestie naar de achtergrond deed verdwijnen. Dit conflict kenmerkte de psychologie en de gewoonten van de Russische Oppositie. Rechts en Centrum stelden de ‘militante Bolsjewiki’ het volgende ultimatum: ofwel ontbonden zij zichzelf en staakten zij de uitgave van hun krant, ofwel zouden zij uit de trotskistische organisatie worden gezet. De meerderheid was zelfs van mening dat er binnen de trotskistische fractie geen subgroepen mochten bestaan. Dit principe van de ‘monolithische fractie’ was in feite hetzelfde als het principe dat Stalin gebruikte voor de hele partij.”

Op congressen luistert niemand naar de presentaties, die bestaan uit saaie uiteenzettingen waarin het een wordt gezegd en het ander wordt beweerd. Er worden sectorale conferenties, symposia en tal van andere evenementen georganiseerd die niet verder gaan dan public relations-activiteiten.

Er ontstaat een ‘debat’ over het omverwerpen van de heersende kliek en het vervangen ervan door een nieuwe. Dit kan om verschillende redenen gebeuren: partijbelangen; onverenigbaarheid met het nationale belang van het kapitaal; slechte verkiezingsresultaten. Dan breekt er een ‘debat’ uit, dat een wapen in de machtstrijd blijkt te zijn. Soms bestaat het ‘debat’ eruit dat een partij die een ingewikkelde en tegenstrijdige ‘stelling’ verzint en die met geweld stelt tegenover die van haar rivalen door middel van felle woordkritiek, opruiende scheldwoorden (‘opportunist’, ‘afvallige marxist’, enz.) en andere sofistische voorwendselen. Het verloop van het ‘debat’ is een opeenvolging van beledigingen, bedreigingen, de vuile was buitenhangen, beschuldigingen..., van tijd tot tijd onderbroken door diplomatieke daden van omhelzingen om ‘aan te tonen’ dat ‘eenheid’ gewenst is en rivalen die ‘kameraden’ zouden zijn, ‘gewaardeerd’ worden’[10]. Tenslotte zijn er momenten van machtsevenwicht tussen de verschillende facties in de strijd, zodat het ‘debat’ een optelsom is van ‘meningen’ die ieder als zijn eigendom verdedigt en die niet tot enige opheldering leiden, maar eerder tot een chaotische optelsom van ideeën of tot ‘verzoenende’ teksten die als tegengestelde ideeën op één hoop zijn gegooid[11].

Men kan dus concluderen dat het ‘debat’ in een burgerlijke organisatie - ongeacht haar plaats in het politieke spectrum, van extreem-rechts tot extreem-links - een farce is en een middel voor opruiende persoonlijke aanvallen die bij de slachtoffers tot ernstige psychologische schade kunnen leiden en die bij de beulen een wreedheid, cynisme en gebrek aan morele scrupules aan de dag leggen die werkelijk verbijsterend zijn. Kortom, is het een spel waarin soms degenen die kwelgeesten waren, slachtoffers kunnen worden en omgekeerd. De bittere behandeling die zij hebben ondergaan, kunnen ze honderdvoudig vergelden zodra zij enige macht hebben gekregen.

De principes en middelen van het proletarisch debat

Het proletarische debat moet heel anders zijn. Het debat binnen de proletarische organisaties beantwoordt aan radicaal andere beginselen dan wat wij zojuist in de burgerlijke partijen hebben gezien.

Het klassenbewustzijn van het proletariaat - d.w.z. de kennis die zich in het proletariaat ontwikkelt van de doelen en middelen van zijn historische strijd - kan alleen geboren worden uit debat, uit een debat zonder grenzen of beperkingen. “Bewustzijn kan zich niet ontwikkelen zonder broederlijk, openbaar en internationaal debat", bevestigen wij in ‘De cultuur van het debat, wapen van de klassenstrijd’”[12].  De kommunistische organisaties die op een geavanceerde en permanente manier uitdrukking geven aan de bewustwordingsinspanning die in de klasse bestaat, hebben het debat nodig als een vitaal wapen.“Een van de eerste eisen die zij [deze minderheden] naar voren brachten was de noodzaak van het debat, niet als luxe maar als dwingende noodzaak, de noodzaak dat degenen die eraan deelnemen anderen serieus nemen en leren naar hen te luisteren; de noodzaak ook dat de wapens argumenten moeten zijn in de discussie en geen bruut geweld, noch een beroep op de moraal of het gezag van theoretici”, zo gaat de hierboven vermelde tekst verder.

In een proletarische politieke organisatie moet het debat de antithese zijn van de weerzinwekkende methoden die wij eerder aan de kaak stelden. Het is een kwestie van samen zoeken naar een gedeelde waarheid, waarbij er geen winnaars of verliezers zijn, maar de enige zege de gemeenschappelijke helderheid is. De discussie is gebaseerd op argumenten, analyses, hypothesen, twijfels... fouten maken deel uit van de weg om tot werkbare conclusies te komen. Beschuldigingen, beledigingen, persoonlijk aanvallen van kameraden of organen moeten streng worden verboden, want het gaat er niet om wie wat zegt, maar wat er wordt gezegd.

Meningsverschillen zijn een noodzakelijk moment in de zoektocht naar een standpunt en is dus geen ‘democratisch recht’ maar een plicht wanneer een standpunt niet wordt gedeeld of als ontoereikend of verwarrend wordt beschouwd. In de loop van het debat worden standpunten met elkaar geconfronteerd, soms zijn er minderheidsstandpunten die na verloop van tijd meerderheidsstandpunten worden. Zo was het Lenin vergaan met de Aprilstellingen die, toen hij ze bij zijn aankomst in Rusland in april 1917 presenteerde, in de minderheid waren binnen de partij, gedomineerd als deze was door de opportunistische afwijking die door het Centraal Comité was opgelegd. Door een intense en zeer participatieve discussie raakte de partij overtuigd van de geldigheid van Lenin’s standpunten en nam ze uiteindelijk over[13].

De verschillende standpunten die in een proletarische organisatie tot uitdrukking komen, zijn geen vastgestelde posities die zouden toebehoren aan hen die ze verdedigen. Daarin “brengen de meningsverschillen geenszins de verdediging van materiële of persoonlijke belangen tot uiting, of die van bijzondere groepen, maar de uitdrukking vormen van een levend en dynamisch proces van verheldering van vraagstukken gesteld door de klasse en die, als zodanig, opgelost kunnen worden door de verdieping van de discussie en in het licht van de ervaring.” (Rapport over de structuur en het functioneren van de revolutionaire organisatie, boven geciteerd).

In de proletarische organisaties kunnen er geen ‘verlichte geesten’ zijn die blindelings gevolgd moeten worden. Het is duidelijk dat er kameraden kunnen zijn met grotere bekwaamheden of met een meer ontwikkelde beheersing van bepaalde onderwerpen, kortom, er zullen er zijn die door hun toewijding, overtuiging en enthousiasme een moreel gezag kunnen genieten. Maar niets van dit alles verleent hen een bijzondere bevoorrechte status die deze of gene militant tot een ‘briljante leider’, een specialist in deze of gene kwestie of een ‘groot theoreticus’ maakt. “Noch in goden, koningen of tribunen is de opperste redder te vinden, laat ons zelf de verlossende inspanning leveren”, zegt een strofe van de hymne van de Eerste Internationale. Preciezer gezegd, zoals in ons Rapport over de structuur en het functioneren van de revolutionaire organisatie staat: Binnen de organisatie bestaan noch ‘nobele’ taken noch ‘tweederangs’ of ‘minder nobele’ taken. Zowel het werk van theoretische ontwikkeling als de uitvoering van praktische taken, zowel het werk in de centrale organen als het bijzondere werk in de lokale afdelingen, zijn even belangrijk voor de organisatie en moeten niet in een rangorde worden geplaatst (het is het kapitalisme dat zulke rangordes vaststelt).”

In een kommunistische organisatie moet men strijden tegen volgzaamheid, de ondeugd om zich zonder nadenken achter het standpunt van een ‘uitnemende’ militant of een centraal orgaan te scharen. In een kommunistische organisatie moet iedere militant oordeelsvermogen hebben, niet zomaar geloven, kritisch onderzoeken wat naar voren wordt gebracht, ook wat afkomstig is van ‘leiders’, centrale organen of ‘gevorderde militanten’. Dit is de tegenpool van wat er heerst in de partijen van de bourgeoisie en in het bijzonder in hun linkse exponenten. In de trotskistische Oppositie bestonden dergelijke tendensen al: “Brieven van Trotski en Rakovski, die handelden over kwesties die aan de orde van de dag waren, vonden hun weg in de gevangenis en gaven aanleiding tot veel commentaar. De geest van hiërarchie en onderwerping aan de leider, waarvan de Russische oppositie doordrongen was, bleef verbazen. Een zin of een woord van Trotski had de waarde van een bewijs. Bovendien gaven zowel de rechtse als de linkse Trotskisten aan deze zinnen een werkelijk tendentieuze betekenis, elk op hun eigen manier. De volledige onderwerping aan Lenin en Stalin die in de partij heerste was ook aanwezig in de Oppositie, maar met Lenin en Trotski: al het andere was een werk van de duivel.” (Ante Ciliga).

Er bestaat een zeer gevaarlijk idee dat formeel moet worden verworpen: dat er zijn ‘deskundige’ militanten zouden zijn die, eenmaal aan het woord, ‘alles gezegd zouden hebben’, dat ‘het niet beter gezegd zou kunnen worden’ en dat anderen zich er dus toe zouden beperken ‘nota’s te nemen’ en te zwijgen.

Deze opvatting ontkent radicaal het proletarisch debat, dat een dynamisch proces is waarin vele, vaak onjuiste inspanningen om de problemen aan te pakken worden geïntegreerd. De oppervlakkige kijk, doordrongen van de mercantiele logica om alleen het ‘product’ of eindresultaat te zien zonder te kijken naar alles wat daartoe geleid heeft, om alleen te kijken naar de noodzakelijkerwijs abstracte en tijdloze ruilwaarde, meent dat alles het product is van afgeronde redevoeringen van ‘geniale’ militanten. Marx was het daar niet mee eens. In een brief aan Blos in 1877 schreef hij: “Zo heb ik, als bewijs tegen elke persoonlijkheidscultus, in de tijd van de Internationale de talrijke pogingen tot erkenning waarmee ik vanuit verschillende landen werd lastiggevallen, nooit in de publiciteit laten komen en er nooit op gereageerd, behalve af en toe met een berisping. De toetreding van Engels en mij in de geheime Bond van Kommunisten was slechts op voorwaarde dat alles wat het bijgeloof van het gezag bevorderde uit de statuten zou worden verwijderd.”[14].

In de loop van een debat worden tegengestelde hypothesen of standpunten geformuleerd, worden benaderingen gemaakt, fouten gemaakt, zijn er duidelijker interventies, maar het algemene resultaat wordt niet gegeven door ‘de helderste militant’ maar door een dynamische en levendige synthese van een geheel van in de discussie opgenomen standpunten. Het standpunt dat uiteindelijk wordt ingenomen is niet dat van degenen die ‘gelijk hadden’, noch is het, in vele gevallen, volledig tegengesteld aan dat van degenen die ‘ongelijk hadden’; het is een nieuw en superieur standpunt dat collectief helpt om de zaken duidelijker te maken.

Obstakels voor de ontwikkeling van het proletarisch debat

Het is duidelijk dat een debat binnen een proletarische organisatie niet gemakkelijk is. Zij leeft niet in een wereld apart, maar ondergaat het volle gewicht van de heersende ideologie, waarvan we reeds hebben gezien hoe zij het debat opvat. Het is onvermijdelijk dat de ‘debatvormen’ die eigen zijn aan de burgerlijke maatschappij en die elke dag gevoed worden door het spektakel van de partijen, de televisie en haar snertprogramma's, de sociale media, de verkiezingscampagnes, enz. het leven van de proletarische organisaties binnensijpelen. Zij moeten een harde strijd voeren tegen deze vernietigende infiltratie.

“De debatcultuur kan zich enkel ontwikkelen tegen de stroom in van de burgerlijke maatschappij. Aangezien in de schoot van het kapitalisme de spontane tendens niet leidt tot het verhelderen van ideeën, maar tot geweld, manipulatie en strijd voor het behalen van een meerderheid (het verkiezingscircus van de burgerlijke democratie is hiervan het beste bewijs), bevat de infiltratie van deze burgerlijke ideologie in de schoot van proletarische organisaties altijd de kiemen van crises en ontaarding. De geschiedenis van de Bolsjewistische Partij illustreert dit perfect. Zolang de partij de speerpunt was van de revolutie, vormden de meest levendige en dikwijls heftige debatten één van haar belangrijkste krachten. Het verbieden daarentegen van echte fracties (na de afslachting van Kronstadt in 1921), vormde één wezenlijk teken van haar verval en vertegenwoordigde een actieve factor in dit proces” zoals onze tekst over de debatcultuur, hierboven geciteerd, laat zien Het verwijst naar de vergiftigde erfenis die het stalinisme in de rangen van de arbeidersklasse heeft achtergelaten en die zwaar weegt op de kommunisten, van wie velen hun politieke leven zijn begonnen in stalinistische, maoïstische of trotskistische organisaties en geloven dat "het uitwisselen van argumenten ‘burgerlijk liberalisme’ is en dat‘een goede kommunist’ iemand is die ‘zijn mond houdt’ en zijn geweten en emoties de mond snoert”. Daarombegrijpen de kameraden die vandaag vastbesloten zijn om de effecten van dit zieltogende product van de contrarevolutie te verwerpen, steeds beter dat een dergelijke aanpak niet louter het verwerpen inhoudt van zijn standpunten maar ook van zijn mentaliteit”. (De debatcultuur: Een wapen van de klassestrijd)

Het is inderdaad noodzakelijk de strijd aan te binden met de debatvervalsende mentaliteit die uit elke porie van de burgerlijke wereld sijpelt en in het bijzonder het stalinistische tuig en al hun aanhangsels, vooral diegenen die een grotere ‘openheid’ veinzen zoals de trotskisten. Wij moeten duidelijk en scherp zijn, maar dat heeft niets te maken met arrogantie en brutaliteit. Wij moeten strijdbaar zijn, maar dat betekent niet dat wij ruzie maken en agressief zijn. We moeten het beestje bij de naam noemen. Maar dat betekent niet dat wij kwetsend en cynisch moet zijn. Het is niet nodig te streven naar verzoening van argumenten of naar halve maatregelen, maar dit mag niet worden verward met sektarisme en de weigering te luisteren naar de argumenten van de gesprekspartners. Kortom, het proletarisch debat moet zich een weg banen door de verwarring en de afwijkingen die door het stalinisme en zijn trawanten worden gepropageerd.

Het individualisme als vijand van het debat

Terwijl het bureaucratisch collectivisme van de partijen van de bourgeoisie met zijn monolithisme en meedogenloze voorschriften een hinderpaal vormt voor het debat, is het noodzakelijk op zijn hoede te zijn voor wat zijn tegendeel lijkt te zijn, terwijl het in werkelijkheid zijn complementair is. Wij verwijzen naar de individualistische visie van het debat.

Dat is het idee dat iedereen ‘zijn mening’ heeft en die ‘mening’ zijn privé-eigendom zou zijn. Daarom zou je, als je het standpunt van een kameraad bekritiseert, hem persoonlijk aanvallen omdat je zijn ‘privé-eigendom’ zou ‘schenden’, iets ‘van hem’ zou afnemen. Een dergelijk standpunt van een kameraad bekritiseren zou hetzelfde zijn als hem zijn mobiele telefoon afnemen of hem van voedsel beroven.

Deze zienswijze is volstrekt onjuist. Kennis komt niet voort uit de ‘persoonlijke redenering’ of ‘innerlijke overtuiging’ van ieder individu. Wat wij denken maakt deel uit van een historische en sociale inspanning, die verband houdt met het werk en de ontwikkeling van de productiekrachten. Wat elk individu zegt is alleen ‘origineel’ als het kritisch betrokken wordt in een collectieve overdenking. Het denken van het proletariaat is het product van zijn wereldhistorische strijd, een strijd die niet beperkt blijft tot zijn economische strijd, maar die, zoals Engels zei, drie onderling verbonden dimensies heeft: economische strijd, politieke strijd en ideologische strijd. Elke proletarische politieke organisatie maakt deel uit van de kritische historische continuïteit van de lange keten van de Bond van Kommunisten (1848) tot de huidige kleine organisaties van de Kommunistische Linkerzijde. In deze historische afstamming zijn de standpunten, ideeën, waarderingen, bijdragen van elke militant ingevoegd. Als iedere militant de meest ontwikkelde kennis nastreeft, doet hij dat niet als een individuele onderneming, maar met het doel de standpunten en oriëntaties van de organisatie in haar geheel en van het proletariaat zoveel mogelijk over te nemen.

Het individualistische standpunt ‘ieder zijn eigen mening’ vormt dus een ernstige belemmering voor het debat, dat een aanvulling vormt op het bureaucratische monolithisme van de burgerlijke partijen. Wanneer in een debat iedereen ‘zijn eigen mening’ volgt, kan het resultaat ofwel een strijd met winnaars en verliezers zijn, ofwel een nutteloze optelsom van verschillende tegenstrijdige meningen. Individualisme staat duidelijkheid in de weg omdat het uitgaat van het monolithisme van ‘dit is mijn mening, graag of niet’, dat wil zeggen dat er GEEN DEBAT als iedereen alleen maar zijn ‘eigen mening’ geeft.

Voor de ontwikkeling van een internationaal proletarisch debat

Het proletarisch debat heeft een historisch karakter, het verzamelt het beste van het wetenschappelijk en cultureel debat dat in de geschiedenis van de mensheid heeft bestaan.Fundamenteel is de debatcultuur een uitdrukking van de fundamenteel sociale aard van de mensheid. Het is in het bijzonder een uitvloeisel van het specifiek menselijk gebruik van de taal. Het gebruik van de taal als middel ter uitwisseling van informatie, is iets wat de mensheid deelt met vele diersoorten. Wat de mensheid onderscheidt van de rest van de natuur op dit vlak, is het vermogen tot cultiveren en het uitwisselen van argumentatie (verbonden met de ontwikkeling van de logica en van de wetenschap) en het komen tot de kennis van de anderen (de ontwikkeling van de empathie verbonden, onder andere, aan de ontwikkeling van de kunst).(De debatcultuur: Een wapen van de klassestrijd)

De debatcultuur heeft zijn wortels in het primitieve kommunisme:“Engels bijvoorbeeld, sprak van de rol van de algemene vergaderingen bij de Grieken ten tijde van Homerus, bij de eerste Germaanse stammen of bij de Irokezen van Noord-Amerika en looft in het bijzonder de debatcultuur van deze laatsten. (…) Debat ontsproot als antwoord op een praktische noodzaak. In Griekenland ontwikkelde het zich via de vergelijking tussen verschillende bronnen van kennis. Verschillende gedachtengangen, onderzoeksmethodes en hun resultaten, productie-methodes, gewoontes en tradities werden met elkaar vergeleken. Men ontdekte dat ze elkaar tegenspraken, bevestigden of aanvulden. Ze kwamen met elkaar in botsing of ondersteunden elkaar, of beide. Absolute waarheden werden relatief gemaakt door vergelijking.” (De debatcultuur: Een wapen van de klassestrijd)

Ons ‘Rapport over de structuur en het functioneren van de revolutionaire organisatie’ vat de grondbeginselen van het proletarisch debat als volgt samen: “de verwerping van iedere disciplinaire of administratieve maatregel van de kant van de organisatie ten opzichte van leden die meningsverschillen naar voren brengen: net zoals een minderheid moet weten hoe zich als minderheid te gedragen binnen de organisatie, zo moet ook de meerderheid weten hoe een meerderheid zich moet gedragen, en ze moet met name geen misbruik maken van het feit dat haar standpunt het standpunt van de organisatie is geworden om het debat op alle mogelijke manieren kapot te maken, bijvoorbeeld door de leden van de minderheid te dwingen als woordvoerder op te treden voor standpunten die ze niet aanhangen; de hele organisatie heeft belang bij een discussie (zelfs als ze te maken heeft met meningsverschillen over beginselen die slechts kunnen leiden tot een organisatorische splitsing) die zo open en helder als mogelijk is (zonder dat dit natuurlijk de taken van de organisatie zou lamleggen of verzwakken). De doelstelling is immers om elkaar te overtuigen van de geldigheid van de respectieve analyses, of het ten minste mogelijk te maken dat de grootst mogelijke helderheid ontstaat over de aard en de betekenis van deze meningsverschillen. Daar de debatten die plaatsvinden in de organisatie over het algemeen het hele proletariaat aangaan, moeten ze publiekelijk worden gemaakt.”Rapport over de structuur en het functioneren van de revolutionaire organisatie

Het proletariaat is een internationale klasse, en daarom heeft het debat een internationaal en gecentraliseerd karakter. Als het debat geen optelsom is van individuele meningen, kan het evenmin de som zijn van een reeks lokale standpunten. De kracht van het proletariaat is zijn eenheid en zijn bewustzijn dat zich op wereldschaal tracht uit te drukken. Het is het internationale debat, dat de bijdragen en ervaringen van de proletariërs van alle landen integreert, dat een helderheid en een globale visie geeft die de proletarische strijd sterk zullen maken.

C.Mir / 11.07.2018 


[4] John Reed, Ten days that shook the world”. In het Nederlands: John Reed, Tien dagen die de wereld deden wankelen, Hoofdstuk 1: Achtergrond. Pegasus, blz. 23.

[7] In 1921 vond de opstand plaats van de matrozen en arbeiders van het garnizoen Krondstadt bij Petersburg. De Sovjetautoriteiten onderdrukten deze beweging bruut, wat een zeer belangrijke stap was in de ontaarding van het proletarisch bolwerk in Rusland (zie o.a. Honderd jaar geleden, de opstand van Kronstadt). Als een valse les uit de gebeurtenissen besloot de Bolsjewistische Partij, nu in volle opportunistische ontaarding, op haar 10e congres fracties in de partij tijdelijk te verbieden.

[8] Een isolatiegevangenis in Verkhneuralsk aan de rivier Oeral.

[9] Ante Ciliga, ‘In het land van den grote leugen’, Ondertitel: ‘Tien jaren in Sovjet-Rusland’, 1938

[10] In de huidige opvolgingsoorlog om het leiderschap van de PP verkondigen de 6 kandidaten elke dag dat zij ‘partners’ zijn en lanceren vervolgens allerlei manoeuvres, insinuaties, beschuldigingen, verzoeningen enzovoort.

[11] Een recent voorbeeld : de ERC (Esquerra Republicana de Catalunya = Catalaans Republikeins Links) heeft zijn laatste congres gehouden, waar de leiding een ‘verzoenend’ alternatief met de Spaanse centrale macht heeft opgelegd, maar de achterban heeft toegestaan de stukken te ‘radicaliseren’ met een hele reeks ‘pro-onafhankelijkheids’- en ‘ongehoorzaamheids’-amendementen. Het resultaat is een verzameling onleesbare teksten waarin zowel sprake is van ‘autonomie’ binnen Spanje als van onafhankelijkheid van Spanje.

[12] Zie: De debatcultuur: Een wapen van de klassestrijd, Internationale Revue nr. 20.

Rubric: 

Kapitalistisch links