De verborgen erfenis van kapitalistisch links (III) Een wijze van functioneren die de kommunistische principes verloochent

Printer-friendly version

De serie die ons bezighoudt stelt het minder zichtbare deel (het verborgen gezicht) van de organisaties van links en extreem-links van het kapitaal aan de kaak (socialisten, stalinisten, trotskisten, maoïsten, officiële anarchisten, ‘nieuw’ links Syriza-stijl, France Insoumise of Podemos in Spanje). In het eerste artikel van de serie zagen we hoe zij de arbeidersklasse, die zij beweren te verdedigen, verloochenen, in het tweede hebben we hun methode en manier van denken onderuitgehaald. In dit derde artikel zullen wij analyseren hoe zij werken, welk intern regime deze partijen hebben en hoe hun wijze van functioneren elk beginsel van het kommunisme ontkent en een belemmering vormt voor elke vooruitgang in de richting van het kommunisme.

De wijze van organisatie van kapitalistisch links

Krachten als het stalinisme, het trotskisme, enz. hebben een totale vervalsing van de proletarische standpunten gemaakt wat betreft organisatie en gedrag. Centralisatie betekent in hun handen onderwerping aan een almachtige bureaucratie. Discipline betekent voor hen blinde onderwerping aan de dienstdoende commissaris. Het meerderheidsstandpunt is het resultaat van een proces van machtsverhoudingen. Debat is in hun manipulatieve geest een wapen om rivaliserende fracties van hun posities te verjagen. En zo zouden we ad nauseam door kunnen gaan.

De proletarische militantdie zich in een werkelijk kommunistische organisatie bevindt, is geneigd zijn organisatorische en gedragsmatige posities te zien door de bril van zijn droevige herinneringen toen hij nog in linkse organisaties zat.

De kadaverdiscipline van de linkse organisaties

Wanneer men met hem spreekt over de noodzakelijke discipline, herinnert de militant zich de nachtmerrie die hij doormaakte toen hij militant was in de burgerlijke linkse organisaties. Daar moest hij ‘uit discipline’ de meest absurde dingen verdedigen ‘omdat de partij het gebood’. De ene dag moest hij zeggen dat een bepaalde rivaliserende partij ‘bourgeois’ was en de week daarop, als gevolg van een verandering in de alliantiepolitiek van de leiding, was die partij de meest proletarische ter wereld.

Als de politiek van het ‘centraal comité’ verkeerd uitpakte, was dat alleen en uitsluitend omdat de militanten ‘een fout hadden gemaakt’ en ‘niet hadden toegepast wat het centraal comité had bevolen’ of het niet goed hadden begrepen. Zoals Trotski opmerkte:“In elke resolutie van het Uitvoerend Comité van de Kommunistische Internationale waarin nieuwe nederlagen worden gemeld, wordt enerzijds verklaard dat alles was voorzien, en anderzijds dat het de uitvoerders zijn die verantwoordelijk zijn voor de nederlagen omdat zij de lijn, die hun van bovenaf was aangegeven, niet hebben begrepen.” [1]

Als gevolg van deze traumatische ervaringen krijgt de militant die deze partijen heeft meegemaakt een hekel aan discipline, niet begrijpend dat proletarische discipline iets radicaal anders is en tegengesteld aan burgerlijke discipline.

In een proletarische organisatie betekent ‘discipline’ respecteren wat allen samen hebben besloten en wat ieder toegezegd heeft na te komen. Het is enerzijds verantwoordelijk zijn en anderzijds de concrete uitdrukking van de hoogste gezag van het collectief over het individu, wat echter niet betekent dat het individu en het collectief tegenover elkaar staan, maar dat zij verschillende aspecten van dezelfde eenheid tot uitdrukking brengen. Daarom kan discipline in een proletarische organisatie vrijwillig zijn en bewust worden aangenomen. Discipline is niet blind, maar is gebaseerd op een overtuiging en een perspectief.

In een burgerlijke organisatie echter betekent discipline onderwerping aan een almachtig leiderschap en het afzien van alle verantwoordelijkheidszin om zich vervolgens te onderwerpen aan alles wat dat leiderschap doet of zegt. In een burgerlijke organisatie is discipline gebaseerd op de tegenstelling tussen het ‘collectief’ en de individuen. Het ‘collectief’ is het belang van nationale kapitaal en zijn Staat dat de organisatie verdedigt op haar specifieke gebied en dit valt niet samen met de belangen van de leden. Discipline wordt dus noodzakelijkerwijs opgelegd, hetzij uit vrees voor het ondergaan van de straf van publieke afkeuring die tot uitzetting kan gaan, hetzij, indien zij vrijwillig wordt aanvaard, als vrucht van schuldgevoelens of van een categorisch imperatief die min of meer regelmatig conflicten uitlokt met het authentieke belang van elk van de individuen.

Het misverstand over het radicale verschil tussen proletarische discipline en burgerlijke discipline leidt ertoe dat de militanten die, na een tijdje bij ultra-links in een proletarische organisatie werken, in een vicieuze cirkel terechtkomen: voorheen volgden zij als makke lammetjes de bevelen van hun bazen op. Nu, in de proletarische organisaties, verwerpen zij elke discipline en aanvaarden slechts één bevel: het bevel dat door hun eigen individualiteit wordt gedicteerd. Tegenover de kadaverdiscipline stellen zij de discipline om te doen wat ieder het beste uitkomt, dat wil zeggen de anarchistische individualistische discipline. Het is zoals een ronddraaien van het rad zonder eruit te komen: van de felle en gewelddadige discipline van de partijen van de bourgeoisie naar de individualistische ongedisciplineerdheid (de ‘discipline om te doen waar ik zin in heb’) eigen aan de kleinburgerlijkheid en het anarchisme.

De bureaucratische centralisatie van elke burgerlijke organisatie

Een ander concept dat bij militanten, die onder de gesel van het linkse gedachtegoed hebben geleden, netelroos veroorzaakt, is centralisatie.

Zij associëren centralisatie met:

  • een almachtig leiderschap waaraan men zich moet onderwerpen zonder te klagen.
  • een verpletterende piramide van bureaucratie en apparaten.
  • een totaal afzien van eigen initiatief of denken, vervangen door blinde gehoorzaamheid en het volgen van de leiders.
  • besluiten worden niet genomen door middel van discussie met deelname van allen, maar door oplegging en manoeuvres van de leiding.

Inderdaad, de burgerlijke centralisatie is op deze concepten gebaseerd. Dit komt omdat er binnen de bourgeoisie geen eenheid bestaat, behalve in het geval van een imperialistische oorlog of tegen het proletariaat; in al het andere is er een onophoudelijk conflict tussen haar verschillende fracties. Om orde te scheppen in een dergelijke krabbenmand moet het gezag van een ‘centraal orgaan’ met mate of met geweld worden opgelegd. Daarom is de burgerlijke centralisatie noodzakelijkerwijs bureaucratisch en piramidaal en kan ze niet anders. Deze algemene bureaucratisering van alle burgerlijke partijen en instellingen is des te noodzakelijker in de ‘linkse’ of ‘arbeiders-’partijen die zich opwerpen als de verdedigers van de arbeiders.

De bourgeoisie kan zich onderwerpen aan deze ijzeren discipline van het politieke apparaat omdat zij in haar eigen ondernemingen een almachtige en dictatoriale macht heeft. In een linkse of extreem-linkse organisatie bestaat er echter een zorgvuldig verborgen tegenstrijdigheid tussen wat officieel wordt verkondigd en wat daadwerkelijk wordt gedaan. Om deze tegenstrijdigheid op te lossen zijn bureaucratie en top-down centralisatie nodig.

Om de mechanismen van de burgerlijke centralisatie te begrijpen die in de partijen van links van het kapitaal worden toegepast, speelt het stalinisme een pioniersrol. In zijn eerder genoemde boek, De Kommunistische Internationale na Lenin maakt Trotski een analyse van die methoden van burgerlijke centralisatie die op de kommunistische partijen worden toegepast. Hij herinnert ons eraan hoe, om de politiek van de bourgeoisie op te leggen, het stalinisme “een strakke carbonarische organisatiestijl [2] aannam met zijn onwettige centrale comité (het "septemviraat"), zijn circulaires, zijn agenten, zijn cijfercodes, enz. Het partijapparaat heeft in zijn schoot een op zichzelf gesloten en oncontroleerbare orde geschapen, die niet alleen beschikt over de uitzonderlijke middelen van dit apparaat, maar ook over die van de staat, die een massapartij omvormt tot een instrument dat alle manoeuvres van de intriganten moet camoufleren”(Idem,blz. 97)

Om de revolutionaire pogingen van het proletariaat in China de kop in te drukken en de imperialistische verlangens van de Russische staat te dienen, werd de Chinese Kommunistische Partij in de jaren 1925-28 volledig gestroomlijnd, zoals blijkt uit de getuigenis van het plaatselijke Comité van Kiang-Su dat “het Centraal Comité beschuldigingen lanceert en zegt dat het Provinciaal Comité niet deugt; de laatste beschuldigt op zijn beurt de basisorganisaties, die op hun beurt de kameraden die op het terrein werken beschuldigen en deze, tenslotte, verdedigen zich door te zeggen dat de massa's niet revolutionair zijn”. (Idem,blz. 159)

De bureaucratische centralisatie legt de partijleden een carrièrementaliteit op, van onderwerping aan degenen boven hen en van minachting en manipulatie jegens ‘degenen onder hen’. Dit is een onmiskenbaar kenmerk van alle partijen van het kapitaal, links of rechts, die de patronen volgen die Trotski waarnam in de gestaliniseerde kommunistische partijen, toen hij aan de kaak stelde hoe in de jaren 1920 “hele teams van jonge academici zijn opgeleid in manoeuvres, en die verstaan onder bolsjewistische soepelheid vooral de elasticiteit van hun eigen ruggengraat”. (Idem, blz.90)

De gevolgen van deze methoden zijn dat “de opkomende lagen tegelijkertijd doordrongen waren van een zekere bourgeoisgeest, van een bekrompen egoïsme, van kleingeestige berekeningen. Men merkte dat zij vastbesloten waren een goede positie voor zichzelf te verwerven zonder zich om anderen te bekommeren, een blinde en spontane carrièredrang. Om dit te bereiken gaven zij allen blijk van een gewetenloos aanpassingsvermogen, een schaamteloze houding en vleierij ten aanzien van de machtigen. Dit was te zien in elk gebaar, in elk gezicht, in elke blik. Dit is wat alle handelingen en toespraken, over het algemeen doorspekt met ruwe revolutionaire fraseologie, weerspiegelden.” [3]

De ware zin van de proletarische concepten van organisatie terugvinden

Het is noodzakelijk om - door ze op een kritische manier te actualiseren - alle organisatorische concepten te herstellen die de arbeidersbeweging gebruikte vóór de verschrikkelijke catastrofe die de overgang betekende van, eerst de socialistische partijen naar de kapitalistische staat en later de omvorming van de kommunistische partijen in stalinistische krachten van het kapitaal.

De proletarische standpunten op het gebied van organisatie, ook al hebben zij dezelfde naam, hebben niets te maken met de vervalste versie ervan. De proletarische beweging hoeft geen nieuwe begrippen uit te vinden omdat die begrippen haar toebehoren. In feite zijn degenen die hun terminologie moeten veranderen de linkerzijde en de uiterst linkerzijde van het kapitaal, zij zijn degenen die ‘vernieuwd’ hebben door de organisatorische en morele standpunten van de bourgeoisie over te nemen. Laten we enkele onder ogen nemen en nagaan hoe radicaal zij gekant zijn tegen het stalinisme, het linkse denken en, in het algemeen, tegen elke vorm van burgerlijke organisatie.

Proletarische centralisatie

Centralisatie is de uitdrukking van de natuurlijke eenheid van belangen die bestaat in de schoot van het proletariaat en, bijgevolg, bij de revolutionairen. Daarom is binnen een proletarische organisatie centralisatie de meest coherente manier van functioneren en dit is het resultaat van vrijwillige en bewuste actie. Terwijl centralisatie binnen een linkse organisatie moet worden opgelegd door middel van manoeuvres en bureaucratie, wordt in de proletarische politieke organisatie, aangezien er geen verschillende belangen zijn, eenheid uitgedrukt door centralisatie. Deze gebeurt dus bewust en coherent.

Anderzijds zijn er in een linkse organisatie, zoals in elke burgerlijke organisatie, verschillende belangen verbonden aan individuen of facties, zodat men, om deze tegengestelde belangen te verzoenen, alleen zijn toevlucht kan nemen hetzij tot het bureaucratisch opleggen van een factie of een leider, hetzij tot een soort ‘democratische coördinatie’ tussen de verschillende leiders of fracties. In ieder geval zijn krachtige acties, manoeuvres, verraad, manipulatie, onderwerping, noodzakelijk om het functioneren van de organisatie te ‘smeren’, anders zou zij ontwrichten of uit elkaar vallen. In een proletarische organisatie daarentegen “is het centralisatie geen facultatief of abstract beginsel voor de structuur van de organisatie. Het is de concretisering van haar eenheidskarakter. Het brengt het feit tot uitdrukking dat het één en dezelfde organisatie is die een standpunt inneemt en binnen de klasse tussenkomt. In de verhouding tussen de verschillende delen van organisatie en het geheel, is het altijd het geheel dat voorgaat.” [4]

In het linkse gedachtegoed is dit begrip van één en dezelfde organisatie die een standpunt inneemt en binnen de klasse tussenkomt”ofwel een klucht ofwel een monolithische en bureaucratische oplegging door het ‘centraal comité’. In een proletarische organisatie is dat de voorwaarde van haar bestaan. Het gaat erom het proletariaat te zeggen wat men, na collectief beraad en volgens zijn historische ervaring, begrijpt, wat het meest geschikt is voor zijn strijd en het niet te misleiden en te laten strijden voor belangen die niet de zijne zijn. Daarom is het nodig dat de hele organisatie zich gezamenlijk inspant om dit standpunt uit te werken.

In het linkse kamp beschermen de militanten zich tegen de vaak absurd geachte standpunten van de ‘leiding’ door op eigen houtje te handelen en in plaatselijke structuren of in verwantschapsgroepen het standpunt te bepalen dat zij juist achten, en dit is in bepaalde gevallen een gezonde proletarische reactie tegenover de officiële politiek. Dit lokalisme en deze methode van het ‘ieder voor zich’ is echter contraproductief en zeer negatief in een proletarische organisatie. Daarin “moet de opvatting volgens welke dit of dat deel van de organisatie of van de arbeidersklasse, standpunten of gedragingen kan aannemen, waarvan het denkt dat ze correct zijn in plaats van die van de organisatie, waarvan het denkt dat ze incorrect zijn, absoluut verworpen worden (…) als de organisatie de verkeerde richting opgaat, is het de verantwoordelijkheid van de leden die denken dat ze het juiste standpunt verdedigen, niet zichzelf te redden in hun eigen kleine hoekje, maar een strijd te voeren binnen de organisatie om te helpen haar weer op ‘het juiste pad’ te brengen. (…) een dergelijke opvatting leidt ertoe dat een deel van de organisatie eigenmachtig zijn eigen standpunt, met betrekking tot dit of dat aspect van haar werk (lokaal of specifiek), oplegt aan de hele organisatie (Idem, voetnoot 4).

Deze manier van bijdragen vanuit elke instantie van de organisatie (of het nu een plaatselijke afdeling is of een internationale commissie) om gezamenlijk een juist standpunt te bereiken, komt overeen met de eenheid van belangen die in een revolutionaire organisatie bestaat onder al haar leden. Anderzijds is er in een linkse organisatie geen eenheid tussen de ‘basis’ en de ‘leiding’. De laatste heeft als opdracht het algemene belang van de organisatie te verdedigen, dat van het nationale kapitaal. De eerste echter wordt ontwricht tussen drie krachten die elk een andere kant op gaan: het belang van het proletariaat; de verantwoordelijkheid voor het kapitalistische belang van de organisatie of, de meest prozaïsche, het maken van een carrière op de bureaucratische ladder van de partij. Als gevolg daarvan is er een tegenstelling en een scheiding tussen de militanten en de centrale organen.

De militanten van de huidige revolutionaire organisaties hebben grote moeite om dit allemaal te bevatten. Zij worden gekweld door de verdenking dat de centrale organen hen uiteindelijk zullen ‘verraden’; zij worden vaak overmand door het vooroordeel dat de centrale organen op bureaucratische wijze alle afwijkende meningen zullen uitroeien. Een wijdverbreid mentaal mechanisme is dat ‘de centrale organen fouten kunnen maken’. Dat is waar. Elk centraal orgaan van een proletarische organisatie kan fouten maken. Maar er is geen fataliteit waardoor het zich moet vergissen en als het zich toch vergist, beschikt de organisatie over de middelen om dit te corrigeren.

Laat ons dit illustreren met een historisch voorbeeld. In maart 1917 pleitte het Centraal Comité van de partij van de Bolsjewiki ten onrechte voor kritische steun aan de voorlopige regering die was voortgekomen uit de Februarirevolutie. Bij zijn terugkeer naar Rusland in april bracht Lenin de beroemde Aprilstellingen naar voren om een debat op gang te brengen waarin de hele organisatie zich inzette om de fout te herstellen en de koers van de partij recht te trekken. [5]

Wat deze episode laat zien is de kloof tussen het vooringenomen en bevooroordeelde idee van ‘centrale organen kunnen in de fout gaan’ en de proletarische visie van het bestrijden van opportunisme waar het zich ook manifesteert (bij militanten of in een heel centraal orgaan). Iedere proletarische organisatie staat bloot aan de druk van de burgerlijke ideologie en deze beïnvloedt zowel iedere militant als de centrale organen. De strijd tegen deze druk is de taak van de hele organisatie.

De proletarische politieke organisatie rust zichzelf uit met de middelen van het debat om haar fouten te corrigeren. We zullen in een ander artikel van deze serie de rol van tendensen en fracties zien. Wat wij willen benadrukken is dat als de meerderheid van de organisatie, en vooral de centrale organen, de neiging hebben een verkeerde weg in te slaan, de kameraden van de minderheid de middelen hebben om tegen dit afglijden te strijden, zoals Lenin in april 1917 deed, toen hij het initiatief nam om een buitengewoon congres van de Partij bijeen te roepen. Concreet gezien kan een minderheid van de organisatie, als ze uitgegroeid is tot een beduidende minderheid (bijvoorbeeld tweevijfde), een Buitengewoon Congres bijeenroepen. In het algemeen is het de taak van het Congres beslissingen te nemen in wezenlijke vraagstukken, en het bestaan van een aanzienlijke minderheid die vraagt om de bijeenroeping van een Congres is een aanwijzing dat er belangrijke problemen bestaan in de organisatie(Idem, voetnoot 4).

De rol van de congressen

We kijken allemaal met afschuw naar een congres in een burgerlijke organisatie, welke kleur die ook heeft. Het is een show met gastvrouwen en een open bar. De leiders komen om te pronken met toespraken die worden toegejuicht op het door de klepels opgelegde ritme of met de geplande optredens voor de televisiecamera's. De presentaties wekken de meest absolute desinteresse, de echte kruimel van het congres is wie de sleutelposities van de organisatie gaat bezetten en wie weggezuiverd gaat worden. 90% van de vergaderingen wordt niet besteed aan het bespreken, verduidelijken en afbakenen van standpunten, maar aan het toekennen van machtsquota aan de verschillende ‘families’ van de partij.

Een proletarische organisatie moet op een diametraal tegenovergestelde manier werken. Het beginpunt van de centralisatie van een proletarische organisatie is haar Internationaal Congres. Het Congres verzamelt en verwoordt de hele organisatie en deze bepaalt op soevereine wijze de oriëntaties en de analyses die haar zullen leiden. De resoluties van het Congres bepalen het mandaat voor de werkzaamheden van de centrale organen. Zij kunnen niet willekeurig handelen naar de plannen of grillen van hun leden, maar moeten de resoluties van het Congres als uitgangspunt voor hun activiteiten nemen.

Het tweede congres van de RSDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij van Rusland, 1903) leidde tot de beroemde splitsing tussen Bolsjewieki en Mensjewiki. Eén van de redenen voor de splitsing en de hevige polemiek tussen de twee partijen is dat de laatsten de besluiten van het Congres niet respecteerden. Lenin bestreed in zijn boek Eén stap voorwaarts, twee stappen terug deze ontrouwe houding, die op zichzelf een burgerlijke houding uitdrukte. Het is inderdaad mogelijk het niet eens te zijn met de besluiten van een congres, maar de juiste houding is de verschillen duidelijk voor te stellen en een geduldig debat te voeren om ze te verduidelijken.

Het uitverkoren moment waarin de eenheid van de organisatie ten volle tot uiting komt is het Internationale Congres. Op het Internationale Congres wordt het programma van de IKS omschreven, verrijkt of verbeterd; worden haar wijze van organiseren en functioneren vastgesteld, gepreciseerd, en veranderd; worden haar algemene oriëntaties en analyses aangenomen; worden een balans van haar voorbije activiteiten opgemaakt en perspectieven voor toekomstig werk opgesteld. Daarom moet de voorbereiding van een Congres door de hele organisatie met de grootste zorgvuldigheid en energie ter hand worden genomen. Daarom moeten de oriëntaties en beslissingen van een Congres dienen als een voortdurend referentiepunt voor het hele leven van de organisatie”(Idem,voetnoot 4). Op een proletarisch congres komt men niet om cenakels te houden waar men samenspant tegen rivalen, maar om te discussiëren, om te begrijpen, om op de meest bewuste manier standpunten in te nemen.

In de burgerlijke organisaties zijn de wandelgangen het hart van het congres, waar geroddeld wordt, rivalen samenspannen, manoeuvres en intriges worden geweven, zij zijn de achterkamer waar het congres werkelijk wordt beslist. Zoals Ciliga zegt in zijn voornoemde boek “De sessies waren matig saai. Voor de deelnemers waren de openbare zittingen alleen maar praatjes. Alles werd achter de schermen beslist.”(Idem, voetnoot 3, blz. 44)

In een proletarische organisatie moeten ‘de wandelgangen’ worden uitgebannen als beslissingscentra en worden gereduceerd tot een tijd voor rust of voor verbroedering tussen militanten. Het hart van het congres moet alleen en uitsluitend in de officiële zittingen liggen. Daar moeten de afgevaardigden de aan het congres voorgelegde documenten zeer zorgvuldig beoordelen, om opheldering vragen en amendementen, kritiek en voorstellen formuleren. De toekomst van de organisatie staat op het spel, want de resoluties van het congres zijn niet zomaar een vodje papier of retoriek, maar bewust gemaakte afspraken, die als leidraad en oriëntatie voor de organisatie moeten dienen en de basis moeten vormen voor haar activiteiten.

De oriëntaties en besluiten van het congres zijn bindend voor de gehele organisatie. Dit betekent echter niet dat zij onfeilbaar zijn. De regelmatige internationale discussie kan leiden tot de conclusie dat er fouten zijn die rechtgezet moeten worden of dat de evolutie van de historische situatie veranderingen met zich meebrengt die erkend moeten worden. Dit kan zelfs leiden tot de bijeenroeping van een buitengewoon congres. Dit alles moet echter gebeuren met nauwgezetheid en ernst en op basis van een zeer brede en diepgaande internationale discussie. Dit heeft niets te maken met wat gewoonlijk gebeurt in linkse organisaties waar de verliezers van een congres wraak proberen te nemen door ‘nieuwe standpunten’ naar voren te brengen die als hefboom dienen om af te rekenen met de winnaars.

De centrale organen

In een proletarische organisatie geeft het congres oriëntaties, die het mandaat bepalen van het centrale orgaan, dat de eenheid en de continuïteit van de organisatie tussen het ene congres en het volgende vertegenwoordigt. In een burgerlijke partij is het centrale orgaan een machtsmiddel omdat het de organisatie moet onderwerpen aan de behoeften van de staat en het nationale kapitaal. Het centrale orgaan is een elite die gescheiden is van de rest van de organisatie en bestemd is om deze te controleren, erover te waken en haar beslissingen er aan op te leggen. In een proletarische organisatie staat het centrale orgaan niet los van de organisatie als geheel, maar is het de actieve en unitaire uitdrukking daarvan. Het centrale orgaan is niet de bevoorrechte en almachtige top van de organisatie, maar een middel om haar uit te drukken en te ontwikkelen.

In tegenstelling tot bepaalde opvattingen, met name de zogenaamde ‘leninistische’, is het centraal orgaan een instrument van de organisatie, en niet andersom. Het is niet de top van een piramide, zoals in een hiërarchische en militaire opvatting van de revolutionaire organisatie. De organisatie wordt niet gevormd door een centraal orgaan plus de militanten, maar is een stevig, verenigd netwerk waarin alle samenstellende delen in elkaar passen en samenwerken. Het centrale orgaan moet dus eerder worden gezien als de kern van een cel, die de stofwisseling van een levend organisch wezen coördineert.(Idem,voetnoot 4).

De rol van de afdelingen

De structuur van de linkse organisaties is een hiërarchie die loopt van de nationale leiding naar de regionale organisaties, die op hun beurt verdeeld zijn in ‘fronten’ (arbeiders, vakmensen, intellectuelen, enz.) en, onderaan, de cellen. Deze organisatievorm is geërfd van het stalinisme dat in 1924 de beroemde ‘bolsjewisering’ oplegde met als voorwendsel‘naar de arbeidersklasse te gaan’.

Deze demagogie verhulde de afschaffing van de klassieke structuur van de arbeidersorganisaties, die gebaseerd is op plaatselijke afdelingen waar alle militanten van een stad zich groeperen om zichzelf globale taken en een globale visie te geven. Anderzijds is de structuur van de ‘bolsjewisering’ erop gericht de militanten te verdelen en op te sluiten in de besloten sfeer van de fabriek, het bedrijf, het beroep, de sociale sector... Hun taken zijn louter onmiddellijk, corporatief, zij worden opgesloten in een gat, waar alleen onmiddellijke, bijzondere en plaatselijke problemen worden behandeld. De horizon van de militanten wordt aanzienlijk teruggeschroefd, in plaats van een historische, internationale en theoretische visie, wordt zij gereduceerd tot een onmiddellijke, corporatieve, lokalistische en zuiver pragmatische taak. Dit verarmt hen ernstig en stelt de leiding in staat hen naar believen te manipuleren en hen op deze wijze te onderwerpen aan de belangen van het nationale kapitaal, vermomd als volks- en arbeidersdemagogie.

Omtrent de resultaten van deze beroemde ‘bolsjewisering’, in werkelijkheid de atomisering van de militanten in bedrijfsgetto's, merkt Ciliga op: “De mensen die ik daar ontmoette - vaste medewerkers van de Komintern - leken de bekrompenheid van de instelling zelf en de grijsheid van het gebouw, waarin die was ondergebracht, te belichamen. Zij hadden noch een breed gezichtsveld noch visie, en gaven geen blijk van onafhankelijkheid van denken. Ik verwachtte reuzen, ik bevond mezelf tussen dwergen. Ik verwachtte de lessen van onze eerbiedwaardige meesters te verzamelen en ontmoette enkel lakeien. Het was voldoende om een paar partijbijeenkomsten bij te wonen om te beseffen dat discussies over ideeën slechts een volstrekt ondergeschikte rol speelden in deze strijd. De hoofdrol werd gespeeld door bedreigingen, intimiderende methoden en terreur”.(Idem,voetnoot 3,blz. 5)

Om het isolement en de theoretische onwetendheid van de militanten nog te versterken, benoemt het ‘centraal comité’ gewoonlijk een heel netwerk van ‘politieke commissarissen’ die strikt onderworpen zijn aan zijn discipline en belast worden met het doorgeven van de bevelen van de ‘leiding’.

Radicaal tegenovergesteld is de structuur die revolutionaire organisaties zichzelf moeten geven. De plaatselijke afdelingen hebben als voornaamste taak de vraagstukken van de gehele organisatie te bestuderen en zich daarover uit te spreken, evenals de analyse van de historische situatie en de behandeling van de noodzakelijk geachte algemene theoretische vraagstukken. Dit sluit uiteraard de plaatselijke activiteit van tussenkomst, pers en discussie met kameraden of geïnteresseerde groepen niet uit, maar geeft er juist zin en kracht aan. De afdelingen houden echter regelmatige vergaderingen (….) en zetten de belangrijkste kwesties op de agenda die in de organisatie worden bediscussieerd: in geen geval mag deze discussie worden verstikt (Idem, noot 4). Tegelijkertijd is het noodzakelijk dat de grootst mogelijke verspreiding van de verschillende bijdragen binnen de organisatie via de voorziene kanalenplaatsvindt. De internationale discussiebulletins zijn het middel om het internationale debat te kanaliseren en in alle geledingen te laten doorstromen.

C. Mir / 16.01.2018

 


[1] Trotski, L’Internationale communiste après Lénine, blz 159.

[2] De Carbonari waren een burgerlijk geheim genootschap met een politiek karakter dat in de achttiende en negentiende eeuw in Europa actief was. Degenen, die er lid van wilden worden, moesten een reeks proeven en riten ondergaan [noot van Trotski].

[3] Ante Ciliga, The Rusian Enigma (In het land van de grote leugen), blz. 12. Over dit boek: zie ook het tweede artikel van deze reeks.

[5]Voor een analyse van hoe de bolsjewistische partij in de opportunistische dwaling verviel en hoe een diepgaand debat haar rechtzette, zie: De Aprilstellingen, De taken van het proletariaat in de huidige revolutie,

Trotski'sGeschiedenis van de Russische Revolutie Deel I, Hoofdstuk XV, en Trotski'sGeschiedenis van de Russische Revolutie Deel I, Hoofdstuk XVI.

 

Politieke stromingen en verwijzingen: 

Rubric: 

Kapitalistisch links