Oktober 1917 in Rusland: Negentig jaar geleden nam het proletariaat de macht
'Politieke fictie' over het einde van België
In België net als in Frankrijk: Bestaansonzekerheid en verpaupering
De strijd van studenten, scholieren en arbeiders in Frankrijk tegen het CPE wordt in de Belgische pers afgedaan als een reflex van ‘conservatisme’, van ‘anti-Europese gezindheid’; ‘de Fransen willen geen verandering’ (zie onder meer De Standaard, 11 april 2006).
Maar zoals duidelijk blijkt uit de artikels die we daarover publiceren in deze krant (zie ook het supplement bij Internationalisme, nr. 324) is “Het CPE niet alleen een daadwerkelijke en nauwgezette economische aanval. Het is ook een symbool.” Inderdaad, het is het ‘symbool’ van het bankroet van de kapitalistische economie, van de 'verandering' naar steeds meer ‘precariteit’, bestaansonzekerheid, willekeur, onbestendige en hachelijke jobs, verpaupering.
Acties tegen het 'generatiepact': Vakbonden en socialistische partijen hebben hun missie volbracht... voor de bourgeoisie
De ontmanteling van de sociale zekerheid is een teken van het bankroet van het kapitalisme
Tegenover de aftakeling van de levensvoorwaarden: De arbeiderssolidariteit smeedt zich in de strijd, niet in de vakbondsacties
Interprofessioneel akkoord: Regering, patronaat en vakbonden: eensgezind om de soberheid door te drukken
De interprofessionele onderhandelingen van december 2004 en januari 2005 tussen patroons en vakbonden bevatten, volgens de media, alle ingrediënten van een spannend feuilleton: frequente wendingen en een ‘eind goed, al goed’: eerst waren de discussies ‘verkrampt’, doordat de patroons ‘provocerende’ eisen naar voor brachten waarop de vakbonden antwoordden met een betoging om de vakbondsonderhandelaars te steunen. Op het moment dat er een breuk dreigde kwam de regering tevoorschijn en slaagde er in om een ‘voor iedereen aanvaardbaar’ akkoord tot stand te brengen. Het was nog even schrikken toen de socialistische vakbond het akkoord verwierp maar alles kwam toch nog goed: de regering besliste ondanks alles de inhoud ervan toe te passen “aangezien hij door een brede meerderheid van Belgische ondernemers en werknemers was aanvaard”. De eerste minister Verhofstadt jubelde: “Het Belgische model van sociaal overleg heeft goed gewerkt, in een periode die niet gemakkelijk is”.
De arbeidersklasse maakt zich terecht zorgen: De bourgeoisie bereidt nieuwe aanvallen voor
“In België gaat het beter dan elders” zei Verhofstadt nog niet zo lang geleden en sommige statistieken in de burgerlijke pers die de balans van 2004 opmaken zouden dit bevestigen. Toch vonden de vakbonden, de waakhonden bij uitstek van diezelfde bourgeoisie, het nodig om tegen het einde van datzelfde jaar 2004, op 21 december, een brede manifestatie te organiseren met bijna vijftigduizend arbeiders in de straten van de hoofdstad. Zoals de herhaalde oproepen van de werkgeversorganisaties aantonen, wordt in de schoot van de bourgeoisie zelf een andere toon aangeslagen, één die niet langer verhult dat de behoeften van de crisis vereisen om het mes te zetten in het hart van de hele sociale zekerheid. De neteligheid van de situatie vergt een verandering in de houding van de bourgeoisie en dus een heel andere toon. Dit geeft nu al aanleiding tot grote spanningen in haar midden, met bijvoorbeeld het openlijk rechtse offensief in de VLD achter De Decker en de terugkeer naar een grotere liberale orthodoxie in het Mouvement Réformateur achter Reynders ten koste van de vleugel rond Louis Michel. Meerdere jaren lang is de paarse regering, met haar ‘linkse’ en ‘progressieve’ imago en vooral met haar andere politieke cultuur van “open en democratisch debat”, erin geslaagd om de anti-arbeidersmaatregelen als eerlijke compromissen en zelfs als cadeautjes aan de bevolking te verkopen. Zo is zij erin geslaagd om een psychologisch klimaat te handhaven waarin de bevolking en de arbeidersklasse een bepaald vertrouwen bleven koesteren in de regering en de toekomst niet al te bevreesd tegemoet zagen. Maar aan de vooravond van 2005 begint deze camouflage van de werkelijkheid van de crisis rafelig te worden. Inderdaad, ondanks de leugenachtige beweringen die Verhofstad en zijn kliek maar blijven colporteren, is de situatie in België niet beter dan die van zijn buurlanden en beginnen ongerustheid en ontevredenheid binnen de arbeidersklasse om zich heen te grijpen.