De tekst van de IKS over de perspectieven die zich in de jaren 2020 openen[1] stelt dat de vele tegenstellingen en crises van het kapitalistische wereldsysteem - economisch, gezondheid, militair, ecologisch, sociaal - steeds meer samenvallen, op elkaar inwerken om een soort ‘wervelwindeffect’ te scheppen, waardoor de vernietiging van de mensheid een steeds waarschijnlijker uitkomst wordt. Deze conclusie is nu zo duidelijk geworden dat belangrijke delen van de heersende klasse eenzelfde beeld schetsen. De alarmbellen werden al geluid in het Human Development Report 2021-22 van de VN, maar het ‘Global Risk Report’ van het Wereld Economisch Forum, dat in januari 2023 werd gepubliceerd, is nog explicieter en spreekt over de ‘polycrisis’ waarmee de menselijke beschaving wordt geconfronteerd: “Aan het begin van 2023 wordt de wereld geconfronteerd met een reeks risico's die zowel geheel nieuw als griezelig vertrouwd aanvoelen. We hebben een terugkeer gezien van ‘oudere’ risico's - inflatie, crises rond de kosten van levensonderhoud, handelsoorlogen, kapitaalvlucht uit opkomende markten, wijdverspreide sociale onrust, geopolitieke confrontaties en het schrikbeeld van nucleaire oorlogsvoering - waarmee maar weinig bedrijfsleiders en beleidsmakers van deze generatie te maken hebben gehad. Deze worden versterkt door relatief nieuwe ontwikkelingen in het mondiale risicolandschap, waaronder onhoudbare schuldenniveaus, een nieuw tijdperk van lage groei, lage mondiale investeringen en de-globalisering, een afname van de menselijke ontwikkeling na decennia van vooruitgang, snelle en onbeperkte ontwikkeling van technologieën voor tweeërlei gebruik (civiel en militair), en de toenemende druk van de impact en ambities van de klimaatverandering in een steeds kleiner wordende vooruitzicht voor de overgang naar een wereld van 1,5°C. Samen vormen zij een uniek, onzeker en turbulent decennium”.
Dit is de bourgeoisie die eerlijk tegen zichzelf praat over de huidige mondiale situatie, ook al kan zij alleen maar in de waan blijven dat er binnen het bestaande systeem oplossingen kunnen worden gevonden. En zij zal deze waanideeën aan de wereldbevolking blijven verkopen, daarbij geholpen en bijgestaan door allerlei politieke partijen en protestcampagnes die radicaal klinkende programma's aanbieden die nooit de kapitalistische maatschappelijke verhoudingen ter discussie stellen, welke tot deze dreigende catastrofe hebben geleid.
Voor ons als kommunisten is er natuurlijk geen oplossing mogelijk zonder afschaffing van de kapitalistische verhoudingen en zonder de basis te leggen voor een wereldwijde kommunistische samenleving. En wat het WEF noemt als een ander ‘risico’ in de komende periode - "wijdverspreide sociale onrust" - bevat, als we de term loskoppelen van alle verschillende burgerlijke of interklassistische bewegingen die het onder deze categorie schaart, de tegenpool van het alternatief waarmee de mensheid wordt geconfronteerd: de internationale klassenstrijd, die als enige kan leiden tot de omverwerping van het kapitalisme en de totstandkoming van het kommunisme.
De bourgeoisie is niet in staat de ‘polycrisis’ te lokaliseren in de onoplosbare economische tegenstellingen die voortvloeien uit de bestaande antagonistische maatschappelijke verhoudingen, en ziet de oorzaak ervan daarentegen in de abstractie van de ‘menselijke activiteit’; evenmin kan zij deze in een samenhangend historisch kader plaatsen. Voor kommunisten daarentegen is het catastrofale verloop van het wereldkapitalisme het gevolg van meer dan een eeuw van verval van deze productiewijze.
De oorlog van 1914-18 en de revolutionaire golf die deze veroorzaakte, bracht het Eerste Congres van de Kommunistische Internationale ertoe te verkondigen dat het kapitalisme zijn tijdperk van ‘innerlijke desintegratie’ had bereikt, van ‘oorlogen en revoluties’, waarbij de keuze werd geboden tussen socialisme en een afdaling in barbarij en chaos. De nederlaag van de eerste revolutionaire pogingen van het proletariaat betekende dat de gebeurtenissen aan het eind van de jaren 1920 en, vervolgens, in de jaren 1930 en 1940 (de grootste economische depressie in de geschiedenis van het kapitalisme, een nog verwoestender wereldoorlog, systematische volkerenmoord, enz.) de weegschaal deden doorslaan naar barbarij, en na de Tweede Wereldoorlog bevestigde het daaropvolgende conflict tussen het Amerikaanse en Russische blok dat het kapitalisme in verval nu het vermogen had om de mensheid te vernietigen. Maar het kapitalisme in verval bleef zich door een reeks fasen bewegen: de naoorlogse economische ‘boom’, de terugkeer van de open crisis aan het einde van de jaren 1960, de heropleving van de internationale arbeidersklasse na 1968. Deze laatste maakte een einde aan de overheersing van de contrarevolutie, verhinderde de dynamiek naar een nieuwe wereldoorlog en opende een nieuwe historische koers naar klassenconfrontaties, die het potentieel bevatten voor de heropleving van het kommunistische perspectief. Maar het onvermogen van de arbeidersklasse als geheel om dit vooruitzicht te ontwikkelen resulteerde in een patstelling tussen de klassen, die in de jaren 1980 steeds duidelijker werd. De ineenstorting van de oude imperialistische wereldorde na 1989 bevestigde en versnelde het begin van een kwalitatief nieuwe en definitieve fase in het tijdperk van het verval, die wij de ontbinding van het kapitalisme noemen. Het feit dat deze fase werd gekenmerkt door een groeiende tendens naar chaos in de internationale verhoudingen, vormde een extra belemmering voor een traject in de richting van een wereldoorlog, maar dit maakte de toekomst van de menselijke maatschappij geenszins veiliger. In onze Stellingen over de Ontbinding, gepubliceerd in 1990, voorspelden wij dat de ontbinding van de burgerlijke maatschappij zou kunnen leiden tot de vernietiging van de mensheid zonder een wereldoorlog tussen georganiseerde imperialistische blokken, door een combinatie van regionale oorlogen, ecologische vernietiging, pandemieën en sociale ineenstorting. We voorspelden ook dat de cyclus van arbeidersgevechten van 1968-89 ten einde was en dat de omstandigheden van de nieuwe fase grote moeilijkheden voor de arbeidersklasse met zich mee zouden brengen.
De huidige situatie van het wereldkapitalisme biedt een opvallende bevestiging van deze prognose. De jaren 2020 begonnen met de Covid-pandemie en werd in 2022 gevolgd door de oorlog in Oekraïne. Tegelijkertijd zijn we getuige geweest van talrijke bevestigingen van de wereldwijde ecologische crisis (hittegolven, overstromingen, smelten van de poolkappen, massale vervuiling van lucht en oceanen, enz.). Sinds 2019 beleven we ook een nieuwe duik in de economische crisis nu de ‘remedies’ voor de zogenaamde financiële crisis van 2008 hun beperkingen onthullen. Maar terwijl de heersende klasse van de grote landen er in de voorgaande decennia tot op zekere hoogte in geslaagd was de economie te vrijwaren van de gevolgen van de ontbinding, beleven we nu dit ‘wervelwindeffect’, waarbij alle verschillende uitingen van een maatschappij in ontbinding op elkaar inwerken en de afdaling in barbarij versnellen. Zo is de economische crisis merkbaar verdiept door de pandemie en de lock-downs, de oorlog in Oekraïne en de toenemende kosten van ecologische rampen; ondertussen zal de oorlog in Oekraïne ernstige gevolgen hebben op ecologisch gebied en over de hele wereld; de concurrentie om de slinkende natuurlijke hulpbronnen zal de militaire rivaliteit en de sociale opstanden verder aanwakkeren. In deze aaneenschakeling van effecten heeft de imperialistische oorlog, het resultaat van bewuste keuzes van de heersende klasse, een centrale rol gespeeld, maar zelfs de impact van een ‘natuurlijke’ ramp, zoals de verschrikkelijke aardbeving in Turkije en Syrië, is aanzienlijk verergerd door het feit dat die plaatsvond in een regio die al door oorlog was verlamd. En we kunnen ook met de vinger wijzen naar de endemische corruptie van politici en ondernemers, een ander kenmerk van de maatschappelijke ontbinding: in Turkije heeft het achteloze winstbejag in de plaatselijke bouwsector geleid tot het negeren van veiligheidsnormen, die het dodental van de aardbeving aanzienlijk hadden kunnen beperken. Deze versnelling en interactie van de verschijnselen van ontbinding markeren een nieuwe transformatie van de kwantiteit in kwaliteit in deze laatste fase van het verval, waardoor het duidelijker wordt dan ooit dat de voortzetting van het kapitalisme een tastbare bedreiging is geworden voor het overleven van de mensheid.
De oorlog in Oekraïne heeft ook een lange ‘voorgeschiedenis’. Hij is de culminatie van de belangrijkste ontwikkelingen in de imperialistische spanningen van de laatste drie decennia in het bijzonder:
In de schaduw van deze werelwijde imperialistische rivaliteit vindt er een uitbreiding en intensivering plaats van andere conflictgebieden die ook verband houden met de strijd tussen de belangrijkste machten, maar op een nog chaotischer manier. Talrijke regionale machten spelen steeds meer hun eigen kaart, zowel met betrekking tot de oorlog in Oekraïne als met betrekking tot de conflicten in hun eigen regio. Zo treedt Turkije, lid van de NAVO, op als ‘tussenpersoon’ ten behoeve van het Rusland van Poetin in de kwestie van graanleveranties, voorziet het Oekraïne van militaire drones, en staat in de Libische ‘burgeroorlog’ rechtstreeks tegenover Rusland. Saudi-Arabië heeft de VS getart door de weigering de olievoorraden te verhogen en zo de wereldolieprijzen te verlagen. India heeft geweigerd zich te houden aan de door de VS geleide economische sancties tegen Rusland.
Ondertussen heeft de oorlog in Syrië, die sinds de invasie van Oekraïne in de reguliere media bijna geen aandacht meer krijgt, zijn verwoestingen voortgezet, waarbij Turkije, Iran en Israël min of meer rechtstreeks bij de slachting betrokken zijn. Jemen is een bloedig strijdtoneel tussen Iran en Saudi-Arabië; de aanstelling van een uiterst rechtse regering in Israël gooit olie op het vuur van het conflict met de PLO, Hamas en Iran. Na een nieuwe Amerikaans-Afrikaanse top heeft Washington een reeks economische maatregelen aangekondigd die er uitdrukkelijk op gericht zijn de groeiende betrokkenheid van Rusland en China op dit continent tegen te gaan, dat blijft lijden onder de gevolgen van de oorlog in Oekraïne op het vlak van de voedselvoorziening en onder een heel mozaïek van regionale oorlogen en spanningen (Ethiopië-Tigray, Soedan, Libië, Rwanda-Congo, enz.) die de deur openzetten voor alle regionale en mondiale imperialistische aasgieren. In het Verre Oosten laat Noord-Korea, een van de weinige landen die Rusland rechtstreeks van wapens voorziet, zijn wapens kletteren tegenover Zuid-Korea (vooral door nieuwe raketlanceringen, die ook een provocatie tegen Japan zijn). En achter Noord-Korea staat China, dat reageert op de toenemende omsingeling door de VS.
Een ander oorlogsdoel van de VS in Oekraïne, en een duidelijke breuk met de inspanningen van Trump om het NAVO-bondgenootschap te ondermijnen, bestond erin om de onafhankelijke ambities van zijn Europese ‘bondgenoten’ te beteugelen, door hen te dwingen zich te voegen naar de Amerikaanse sancties tegen Rusland en Oekraïne te blijven bewapenen. Deze politiek om het NAVO-bondgenootschap te versterken heeft enig succes gehad, met Groot-Brittannië als de meest enthousiaste supporter van Oekraïense oorlogsinspanning. De wederopbouw van een echt door de VS gecontroleerd blok is echter nog ver weg. Frankrijk en Duitsland – waarbij de laatste vanwege opgeven van zijn traditionele ‘Ostpolitik’, en vanwege zijn afhankelijkheid van Russische energieleveranties het meest te heeft verliezen - blijven inconsequent over het leveren van de wapens die Kiev eist en hebben hun eigen diplomatieke ‘initiatieven’ richting Rusland en China voortgezet.
Ondertussen heeft China een zeer voorzichtige houding aangenomen ten opzichte van de oorlog in Oekraïne, door onlangs zijn eigen ‘Vredesplan’ te onthullen en te stoppen met het leveren van de ‘dodelijke hulp’, die Moskou zo wanhopig nodig heeft.
De algemene toestand - en zelfs als we de mobilisatie van het proletariaat in de centrale landen, die hiervoor nodig is, buiten beschouwing laten - bevestigen dus het standpunt dat we niet op weg zijn naar de vorming van stabiele imperialistische blokken. Maar dit vermindert geenszins het gevaar van ongecontroleerde militaire escalaties, inclusief het gebruik van kernwapens. Sinds George Bush Senior na de ondergang van de USSR de komst van een ‘Nieuwe Wereldorde’ aankondigde, hebben juist de pogingen van de VS om deze ‘orde’ op te leggen hen gemaakt tot de belangrijkste factor in de toename van de wanorde en de instabiliteit in de wereld. Deze dynamiek werd duidelijk geïllustreerd door de nachtmerrieachtige chaos die nog steeds heerst in Afghanistan en Irak na de invasies van de VS in die landen, maar hetzelfde proces is ook aan de gang in het conflict in Oekraïne. Rusland in het nauw drijven houdt dus het gevaar in van een wanhopige reactie van het Moskouse regime, inclusief de toevlucht tot kernwapens; maar als het regime instort, kan het zelfs leiden tot de desintegratie van Rusland zelf, waardoor een nieuw gebied van chaos ontstaat met de meest onvoorspelbare gevolgen. De irrationaliteit van de oorlog in het verval van het kapitalisme kan niet alleen worden afgemeten aan de gigantische economische kosten ervan, die alle korte termijn mogelijkheden tot winst of wederopbouw ver overstijgen, maar ook aan de brutale ineenstorting van de militair-strategische doelstellingen die, in de periode van het verval van het kapitalisme, de economische rationaliteit van de oorlog steeds meer hebben verdrongen. In de nasleep van de eerste Golfoorlog voorspelden wij in onze oriëntatietekst "Militarisme en ontbinding"[2]:
“In de nieuwe historische periode die wij zijn binnengegaan en die door de gebeurtenissen in de Golf is bevestigd, lijkt de wereld een enorme heksenketel, waar de tendens van 'ieder voor zich' ten volle zal werken en waar de allianties tussen staten lang niet dezelfde stabiliteit zullen hebben die de imperialistische blokken kenmerkten, maar gedomineerd worden door de onmiddellijke behoeften van het moment. Een wereld van bloedige chaos, waarin de Amerikaanse politieagent zal proberen een minimum van orde te handhaven door het steeds massalere en brutalere gebruik van militair geweld”.
Zoals uit de nasleep van de invasies van Afghanistan en Irak in het begin van de jaren 2000 is gebleken, heeft de toenemende afhankelijkheid van de VS van hun militaire macht duidelijk aangetoond dat, verre van een minimum aan orde te bewerstelligen, “de imperialistische politiek van de VS een van de belangrijkste factoren van wereldwijde instabiliteit is geworden” (Resolutie over de internationale situatie, 17e IKS congres, Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 130), en de resultaten van het offensief van de VS tegen Rusland hebben nog duidelijker gemaakt dat de ‘wereldpolitieagent" de belangrijkste factor is geworden in de toename van de chaos op wereldschaal.
De oorlog in Oekraïne is een nieuwe klap voor een kapitalistische economie die al verzwakt en ondermijnd is door haar interne tegenstellingen en door de stuiptrekkingen die het gevolg zijn van haar ontbinding. De kapitalistische economie zat al midden in een neergang, gekenmerkt door de ontwikkeling van de inflatie, de toenemende druk op de valuta van de grootmachten en toenemende financiële instabiliteit (weerspiegeld in het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel in China, van deze van de cryptocurrencies en van de Big Tech). Deze economische crisis wordt nu op alle vlakken verergerd door de oorlog.
De oorlog betekent de economische vernietiging van Oekraïne, de ernstige verzwakking van de Russische economie door de immense kosten van de oorlog en de gevolgen van de door de westerse machten opgelegde sancties. De schokgolven zijn overal ter wereld voelbaar en voeden de voedselcrisis en de hongersnoden door de stijgende prijzen van eerste levensbehoeften en door graantekorten.
Het meest tastbare gevolg van de oorlog in de wereld is de explosie van de militaire uitgaven, die tot boven de 2000 miljard dollar zijn gestegen. Alle staten van de wereld zijn verwikkeld in de spiraal van herbewapening. Meer dan ooit worden de economieën onderworpen aan de behoeften van de oorlog, waardoor het deel van de nationale rijkdom dat wordt besteed aan de productie van vernietigingsmiddelen toeneemt. De kanker van het militarisme betekent een sterilisatie van kapitaal en vormt een verpletterende last voor het handelsverkeer en de nationale economie, wat leidt tot het eisen van steeds grotere offers van de kant van de uitgebuitenen.
Tegelijkertijd verspreiden de ernstigste financiële stuiptrekkingen sinds de crisis van 2008, veroorzaakt door een reeks bankfaillissementen in de VS (waaronder de 16e grootste bank van de VS) en vervolgens van Credit Suisse (de 2e grootste bank van het land), zich op internationale schaal, terwijl het massale ingrijpen van de Amerikaanse en Zwitserse centrale banken het risico van besmetting naar andere landen in Europa en andere risicosectoren niet heeft kunnen afwenden of niet konden voorkomen dat deze faillissementen uitgroeiden tot een ‘systemische’ kredietcrisis.
Anders dan in 2008, toen het faillissement van grote banken werd veroorzaakt door hun blootstelling aan subprime-hypotheken, zijn de banken dit keer vooral verzwakt door hun langetermijnbeleggingen in staatsobligaties, die door de plotselinge stijging van de rente ter bestrijding van de inflatie hun waarde verliezen. De huidige financiële instabiliteit, hoewel (nog) niet zo dramatisch als in 2008, nadert het hart van het financiële systeem, omdat het beroep op staatsobligaties - en in het bijzonder door de Amerikaanse schatkist in het centrum van dit systeem - altijd als het veiligste toevluchtsoord werd beschouwd.
Hoe dan ook, financiële crises, ongeacht hun interne dynamiek en onmiddellijke oorzaken, zijn uiteindelijk altijd een uiting van de crisis van de overproductie die in 1967 opnieuw de kop opstak en nog verergerd is door factoren die verband houden met de ontbinding van het kapitalisme.
Bovenal toont de oorlog de triomf van het ‘ieder voor zich’ en het falen, zelfs het einde, van elke vorm van ‘wereldwijd beheer’ wat betreft de coördinatie van de economieën, de aanpak van de klimaatproblemen, enz. Deze tendens van het ‘ieder voor zich’ in de verhoudingen tussen staten is sinds de crisis van 2008 geleidelijk toegenomen, en de oorlog in Oekraïne heeft een einde gemaakt aan veel van de economische tendensen die sinds de jaren 1990 onder de noemer ‘globalisering’ werden samengevat en werkzaam waren.
Niet alleen is het vermogen van de belangrijkste kapitalistische machten om samen te werken om de gevolgen van de economische crisis tegen te houden, min of meer verdwenen, maar de VS hebben, geconfronteerd met de verslechtering van hun economie en de verdieping van de wereldcrisis, en om hun positie als wereldleider te behouden, steeds meer doelbewust getracht hun concurrenten te verzwakken. Dit is een openlijke breuk met een groot deel van de regels die de staten sinds de crisis van 1929 hebben aangenomen. Het opent de weg naar een ‘terra incognita’, dat steeds meer gedomineerd wordt door chaos en onvoorspelbare gevolgen.
De Verenigde Staten, die ervan overtuigd zijn dat het behoud van hun leiderschap tegenover de opkomst van China in hoge mate afhangt van de macht van hun economie, die door de oorlog ook op politiek en militair vlak een sterke positie hebben verworven, voeren ook op economisch gebied een offensief tegen hun rivalen. Dit offensief werkt in verschillende richtingen. De VS is de grote winnaar van de ‘gasoorlog’, die tegen Rusland is begonnen, ten nadele van de Europese landen die gedwongen zijn de invoer van Russisch gas stop te zetten. Nadat de VS zelfvoorzienend zijn geworden op het gebied van olie en gas dankzij een energiebeleid op lange termijn dat onder Obama is ingezet, heeft de oorlog de suprematie van Amerika op strategisch energiegebied bevestigd. Het heeft zijn rivalen op dit vlak in het defensief gedrongen: Europa heeft zijn afhankelijkheid van Amerika's vloeibaar aardgas moeten aanvaarden; China, dat sterk afhankelijk is van ingevoerde fossiele energieën, is kwetsbaarder geworden omdat de VS nu de bevoorradingsroutes van China kunnen controleren. De VS hebben een ongekende capaciteit verworven om op dit niveau druk uit te oefenen op de rest van de wereld.
Gebruik makend van de centrale rol van de dollar in de wereldeconomie, omdat het 's werelds grootste economische macht betreft, hebben de verschillende monetaire, financiële en industriële initiatieven (van de economische herstelplannen van Trump tot aan de massale subsidies van Biden aan producten ‘made in the USA’ of de Inflation Reduction Act, enz) de ‘veerkracht’ van de Amerikaanse economie vergroot, en dit trekt kapitaalinvesteringen aan en zet industriële ondernemingen aan om zich te vestigen op Amerikaans grondgebied. De VS beperken zo de gevolgen van de huidige wereldwijde achteruitgang voor hun economie en schuiven de ergste gevolgen van inflatie en recessie door naar de rest van de wereld.
Om hun beslissend technologische voordeel veilig te stellen, streven de VS er ook naar de strategische technologieën (halfgeleiders) over te plaatsen naar de VS of deze technologieën onder een internationale controle te plaatsen, waarvan ze China willen uitsluiten. Daarnaast dreigen ze met sancties tegen elke concurrent voor hun monopoliepositie.
Het streven van de VS om hun economische macht te behouden heeft tot gevolg dat het kapitalistische systeem als geheel wordt verzwakt. De uitsluiting van Rusland van de internationale handel, het offensief tegen China en de ontkoppeling van hun beide economieën, kortom de verklaarde wil van de VS om de economische verhoudingen in de wereld in hun voordeel te herschikken, vormen een keerpunt: de VS blijken een factor te zijn in de destabilisering van het wereldkapitalisme en de uitbreiding van de chaos op economisch vlak.
Europa is bijzonder zwaar getroffen door de oorlog die het van zijn belangrijkste kracht heeft beroofd: zijn stabiliteit. De Europese hoofdsteden lijden onder de ongekende destabilisatie van hun ‘economisch model’ en lopen, onder de slagen van de ‘gasoorlog’ en het Amerikaanse protectionisme, een reëel risico van de-industrialisering en verplaatsing van industrieën naar Amerikaanse of Aziatische zones.
Vooral Duitsland vormt een explosieve concentratie van alle tegenstellingen van deze ongekende situatie. Het einde van de Russische gasleveringen brengt Duitsland in een situatie van economische en strategische kwetsbaarheid, waardoor zijn concurrentievermogen en zijn gehele industrie worden bedreigd. Het einde van het multilateralisme, waarvan het Duitse kapitaal meer dan enig ander land heeft geprofiteerd (waardoor het ook gespaard bleef van het gewicht van de militaire uitgaven), treft op een directere manier zijn economische macht, die afhankelijk is van de export. Het loopt ook het risico afhankelijk te worden van de VS voor zijn energievoorziening, terwijl deze laatste zijn ‘bondgenoten’ ertoe aanzet zich aan te sluiten bij de economisch-strategische oorlog tegen China en afstand te doen van hun Chinese markten. Omdat dit zo'n vitale afzetmarkt is voor Duits kapitaal, staat Duitsland voor een enorm dilemma, dat door andere Europese machten wordt gedeeld op een moment dat de EU zelf wordt bedreigd door de tendens van haar lidstaten om hun nationale belangen boven die van de Unie te stellen.
Wat China betreft: hoewel het twee jaar geleden werd voorgesteld als de grote winnaar van de Covid-crisis, is hij een van de meest kenmerkende uitingen van het ‘wervelwind’-effect. Het had al te lijden onder een economische vertraging en wordt nu geconfronteerd met grote schokken.
Sinds eind 2019 blijven de pandemie, de herhaalde lockdowns en de tsunami van infecties na het loslaten van het ‘Zero Covid’-politiek de Chinese economie verlammen.
China is verwikkeld in de wereldwijde dynamiek van de crisis, waarbij zijn financiële systeem wordt bedreigd door het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel. De achteruitgang van zijn Russische partner en de verstoring van de ‘Zijderoutes’ naar Europa door gewapende conflicten of de heersende chaos richten aanzienlijke schade aan. De sterke druk van de VS vergroot zijn economische moeilijkheden nog verder. En gezien zijn economische, gezondheids-, ecologische en sociale problemen is de aangeboren zwakte van zijn stalinistische staatsstructuur een grote handicap.
Verre van de rol van locomotief van de wereldeconomie te kunnen spelen, is China een tikkende tijdbom waarvan de destabilisatie onvoorspelbare gevolgen heeft voor het wereldkapitalisme.
De belangrijkste zones van de wereldeconomie bevinden zich reeds in een recessie of staan op het punt daarin weg te zakken. Maar de ernst van “de crisis die zich al tientallen jaren ontwikkelt en die de ernstigste van de hele vervalperiode zal worden, waarvan de historische betekenis zelfs verder zal gaan dan de grootste crisis van dit tijdperk, die van 1929” [3], blijft niet beperkt tot de omvang van deze recessie. De historische ernst van de huidige crisis duidt een vergevorderd punt aan in het proces van de ‘interne desintegratie’ van het wereldkapitalisme, dat in 1919 door de Communistische Internationale werd aangekondigd en dat voortvloeit uit de algemene context van de laatste fase van het verval, waarvan de belangrijkste tendensen zijn:
Wij zijn getuige van het samenvallen van verschillende uitingen van de economische crisis, en vooral van hun interactie in de dynamiek van hun ontwikkeling: zo vereist de hoge inflatie een verhoging van de rentevoeten; dit lokt op zijn beurt een recessie uit, die zelf een bron is van de financiële crisis, die leidt tot nieuwe injecties van liquiditeit, dus tot nog meer schulden, die al astronomisch zijn, en een verdere factor van inflatie vormen .... Dit alles toont het bankroet van dit systeem en zijn onvermogen om de mensheid een perspectief te bieden.
De wereldeconomie stevent af op stagflatie, een situatie die wordt gekenmerkt door het effect van overproductie en het ontketenen van inflatie als gevolg van de groei van onproductieve uitgaven (voornamelijk wapenuitgaven, maar ook de exorbitante kosten van de verwoestingen door de ontbinding) en het bijdrukken van geld waardoor de schulden verder worden aangewakkerd. In een context van toenemende chaos en onvoorziene versnellingen toont de bourgeoisie niet alleen haar onmacht: alles wat zij doet, verergert de situatie alleen maar.
Voor het proletariaat leidt de opflakkering van de inflatie en de weigering van de bourgeoisie om de ‘loon-prijsspiraal’ aan te wakkeren tot een drastische vermindering van de koopkracht. Daarbij komen nog massale ontslagen, ingrijpende bezuinigingen op de uitgaven voor sociale voorzieningen en aanvallen op de pensioenen, die een toekomst van armoede aankondigen, zoals dit reeds het geval is in landen van de periferie. Voor steeds grotere delen van het proletariaat in de centrale landen zal het steeds moeilijker worden om huisvesting, verwarming, voedsel of sociale zorg te behouden.
De bourgeoisie wordt geconfronteerd met een enorm tekort aan arbeidskrachten in een aantal sectoren. Dit verschijnsel, waarvan de omvang en de gevolgen voor de productie iets nieuws zijn, vertegenwoordigt de kristallisatie van een aantal factoren, die de interne tegenstellingen van het kapitalisme en de gevolgen van de ontbinding samenbrengen. Het is tegelijkertijd het product van de anarchie van het kapitalisme, dat zowel overcapaciteit - werkloosheid - als tekorten aan arbeidskrachten genereert. Andere factoren in dit verschijnsel zijn de globalisering en de toenemende versnippering van de wereldmarkt die de internationale beschikbaarheid van arbeidskrachten belemmert, demografische factoren zoals dalende geboortecijfers en vergrijzing van de bevolking die het aantal voor uitbuiting beschikbare arbeidskrachten beperken, het relatieve gebrek aan voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten, ondanks het selectieve immigratiebeleid dat door tal van staten wordt gevoerd. Daarbij komt nog de vlucht van loonarbeiders uit sectoren waar de arbeidsomstandigheden ondraaglijk zijn geworden.
De oorlog in Oekraïne laat ook duidelijk zien hoe oorlog de ecologische crisis, die zich gedurende de hele vervalperiode heeft ontwikkeld, maar in de eerste decennia van de laatste fase van het kapitalisme al nieuwe niveaus had bereikt, verder kan versnellen. De verwoesting van gebouwen, infrastructuur, technologie en andere hulpbronnen vormt een enorme verspilling van energie en de wederopbouw ervan zal nog meer koolstofemissies veroorzaken. Het onverantwoord gebruik van zeer destructieve wapens leidt tot vervuiling van bodem, water en lucht, met de altijd aanwezige dreiging dat de hele regio opnieuw een bron van kernstraling kan worden, hetzij door het bombarderen van kerncentrales, hetzij door het opzettelijke gebruik van kernwapens. Maar de oorlog heeft ook een ecologische impact op wereldvlak, aangezien hij de verwezenlijking van de mondiale doelstellingen voor de beperking van de uitstoot nog verder verwijderd heeft, waarbij elk land zich meer bezighoudt met zijn ‘energiezekerheid’, wat over het algemeen een grotere afhankelijkheid van fossiele brandstoffen betekent.
Net zoals de milieucrisis een factor is in het ‘wervelwindeffect’, genereert zij ook haar eigen ‘terugkoppelingslussen’ die het proces van opwarming van de aarde al versnellen. Zo bevat het smelten van de poolkappen niet alleen de gevaren die inherent zijn aan de stijging van de zeespiegel, maar wordt het zelf een factor in de wereldwijde temperatuurstijging, aangezien het verlies van ijs leidt tot een verminderde capaciteit om zonne-energie terug te kaatsen in de atmosfeer. Evenzo zal door het smelten van de permafrost in Siberië een enorme voorraad van het krachtige broeikasgas methaan vrijkomen. De verergerende en gecombineerde effecten van de opwarming van de aarde (overstromingen, bosbranden, droogte, bodemerosie, enz.) maken steeds meer delen van de planeet onbewoonbaar, waardoor het wereldwijde vluchtelingenprobleem, dat al aangewakkerd wordt door het voortduren en uitbreiden van imperialistische conflicten, nog groter wordt.
Zoals Marx en Luxemburg het verklaarden, heeft de niet aflatende zoektocht naar markten en grondstoffen het kapitalisme ertoe aangezet de hele planeet te veroveren en te bezetten, waarbij de resterende ‘wilde’ gebieden worden vernietigd of onderworpen aan de wetten van de winst. Dit proces is onlosmakelijk verbonden met het ontstaan van zoönotische ziekten zoals Covid en legt zo de basis voor toekomstige pandemieën.
De heersende klasse is zich steeds meer bewust van de gevaren van de ecologische crisis, vooral omdat dit alles enorme economische kosten met zich meebrengt, maar de recente milieuconferenties hebben het fundamentele onvermogen van de heersende klasse bevestigd om de situatie aan te pakken, aangezien het kapitalisme niet kan bestaan zonder concurrentie tussen natiestaten en de eisen van de ‘groei’. Een deel van de bourgeoisie, zoals een aanzienlijke vleugel van de Republikeinse Partij in de VS, wier ideologie in stand wordt gehouden door de diepe irrationaliteit die kenmerkend is voor de laatste fase van het kapitalisme, blijft de klimaatwetenschap ontkennen, maar zoals de rapporten van het WEF en de VN laten zien, zijn de intelligentere facties zich terdege bewust van de ernst van de situatie. Maar de oplossingen die zij aandragen kunnen nooit tot de kern van het probleem doordringen en berusten in feite op technische oplossingen die net zo giftig zijn als de bestaande technologie (zoals in het geval van ‘schone’ elektrische voertuigen waarvan de lithiumbatterijen gebaseerd zijn op enorme en zeer vervuilende mijnbouwprojecten) of verdere aanvallen op de levensomstandigheden van de arbeidersklasse inhouden. Zo is het idee van een ‘post-groei’ economie, waarin een ‘welwillende’ en ‘werkelijk democratische’ staat alle fundamentele verhoudingen van het kapitalisme (loonarbeid, veralgemeende goederenproductie) beheerst, niet alleen een logische absurditeit - want het zijn juist deze verhoudingen die ten grondslag liggen aan de noodzaak van eindeloze accumulatie - maar zou het ook gepaard gaan met felle bezuinigingsmaatregelen, gerechtvaardigd door de leuze ‘minder consumeren’. En hoewel de radicalere vleugel van de ‘groene’ bewegingen (Fridays for Future, Extinction Rebellion, enz.) steeds meer kritiek heeft op de ‘bla bla’ van de milieuconferenties van de overheid, kan hun oproep tot directe actie door bezorgde ‘burgers’ alleen maar verhullen dat arbeiders dit systeem op hun eigen klassenterrein moeten bestrijden en moeten erkennen dat echte ‘systeemverandering’ alleen mogelijk is via de proletarische revolutie. Nu milieurampen elkaar steeds sneller opvolgen, zal de bourgeoisie deze vormen van protest zeker gebruiken als valse alternatieven voor de klassestrijd, die als enige het perspectief kan ontwikkelen van een radicaal nieuwe relatie tussen de mensheid en haar natuurlijke omgeving.
In 1990 werd in de Stellingen over Ontbinding gewezen op de groeiende tendens van de heersende klasse om de controle te verliezen over haar politiek spel. De opkomst van het populisme, gevoed door het totale gebrek aan perspectief dat het kapitalisme biedt en de ontwikkeling van het ‘ieder voor zich’ op internationaal vlak, is waarschijnlijk de duidelijkste uitdrukking van dit controleverlies, en deze tendens heeft zich voortgezet ondanks tegenzetten van andere meer ‘verantwoordelijke’ facties van de bourgeoisie (bijvoorbeeld de vervanging van Trump, en de snelle afzetting van Truss in het Verenigd Koninkrijk).
In de VS bereidt Trump nog steeds een nieuwe presidentiële kandidatuur voor dat, indien succesvol, de huidige oriëntaties van de buitenlandse politiek van de Amerikaanse regering ernstig zou ondermijnen; in Groot-Brittannië, het klassieke land van stabiele parlementaire regeringen, zagen we vier opeenvolgende premiers van de Tories voorbijgaan, die de diepe verdeeldheid in de deze partij als geheel tot uitdrukking brachten, en opnieuw voornamelijk werden aangedreven door de populistische krachten die het land in het fiasco van Brexit hadden geduwd; weg van de historische centra van het systeem blijven nationalistische demagogen als Erdogan en Modi optreden als buitenbeentjes, die de vorming van een solide bondgenootschap achter de VS in hun conflict met Rusland verhinderen. In Israël is Netanyahu ook opgestaan uit wat zijn politieke graf leek, gesteund door extreem-religieuze krachten, die openlijk pleiten voor annexatie van de Palestijnse gebieden. Zijn pogingen om het Hooggerechtshof ondergeschikt te maken aan zijn regering hebben een enorme protestbeweging uitgelokt, die volledig gedomineerd wordt door oproepen om de ‘democratie’ te verdedigen.
De aanval van 6 januari op het Capitool door aanhangers van Trump heeft duidelijk gemaakt dat de verdeeldheid binnen de heersende klasse, zelfs in het machtigste land ter wereld, steeds groter wordt en kan ontaarden in gewelddadige botsingen en zelfs burgeroorlogen. Na de verkiezing van Lula in Brazilië probeerden Bolsonaristische krachten hun eigen versie van 6 januari uit, en in Rusland groeit het verzet tegen Poetin binnen de heersende klasse, misschien wel het sterkst bij ultranationalistische groeperingen die niet tevreden zijn met het verloop van de huidige ‘speciale militaire operatie’ in Oekraïne. Er doen geruchten over militaire staatsgrepen de ronde; en hoewel Poetin zich momenteel aanpast aan de druk van rechts door voortdurend te dreigen met escalatie van de ‘oorlog met het Westen’, zou een vervanging van Poetin door een rivaliserende bende allesbehalve een vreedzaam proces zijn. In China ten slotte wordt de verdeeldheid binnen de bourgeoisie ook steeds duidelijker, vooral tussen de factie rond Xi Jinping, voorstanders van versterking van de centrale staatscontrole over de hele economie, en rivalen die meer zien in de mogelijkheden van de ontwikkeling van privé-kapitaal en buitenlandse investeringen. Hoewel nog tijdens het Partijcongres van oktober 2022 de heerschappij van de factie Xi onaantastbaar leek, hebben haar rampzalige aanpak van de Covid-crisis, de dieper wordende economische crisis en de ernstige dilemma’s die door de oorlog in Oekraïne zijn ontstaan, de werkelijke zwakheden van de Chinese heersende klasse aan het licht gebracht, die gebukt gaat onder een rigide stalinistisch apparaat dat niet over de middelen beschikt om zich aan te passen aan grote maatschappelijke en economische problemen.
Deze verdeeldheid maakt echter geen einde aan het vermogen van de heersende klasse om de gevolgen van de ontbinding tegen de arbeidersklasse te keren, of om, geconfronteerd met een opkomende klassestrijd, tijdelijk haar verdeeldheid opzij te zetten om de confrontatie met haar aartsvijand aan te gaan. En zelfs wanneer de bourgeoisie niet in staat is haar interne verdeeldheid onder controle te houden, wordt de arbeidersklasse permanent bedreigd door het gevaar gemobiliseerd te worden achter rivaliserende facties van haar klassevijand.
Het herstel van de strijdbaarheid van de arbeiders in een aantal landen is een belangrijke, historische gebeurtenis die niet alleen voortvloeit uit plaatselijke omstandigheden en niet verklaard kan worden door louter nationale omstandigheden.
Aan de oorsprong van deze heropleving ligt de strijd die sinds de zomer van 2022 in Groot-Brittannië werd gevoerd en die verder reikt dan de Britse context alleen; de reactie van de arbeiders in Groot-Brittannië werpt een licht op de strijd die elders wordt gevoerd en geeft deze een nieuwe en bijzondere betekenis. Het feit dat de huidige strijd is begonnen door een deel van het proletariaat dat het meest heeft geleden onder de algemene teruggang in de klassestrijd sinds het eind van de jaren 1980 is van grote betekenis: net zoals de nederlaag in Groot-Brittannië in 1985 de algemene teruggang aan het eind van de jaren 1980 aankondigde, onthult de terugkeer van stakingen en de strijdbaarheid van de arbeidersklasse in Groot-Brittannië het bestaan van een diepe stroming in het proletariaat van de hele wereld. Geconfronteerd met de verergering van de economische wereldcrisis begint de arbeidersklasse in dezelfde internationale beweging haar antwoord te ontwikkelen op de onverbiddelijke verslechtering van de levens- en arbeidsomstandigheden. En deze analyse geldt ook voor de massale mobilisaties van de arbeidersklasse in Frankrijk die sinds drie maanden plaatsvinden als reactie op de aanval van de regering op de pensioenen. De arbeiders van dit land behoren al tientallen jaren tot de meest strijdvaardige ter wereld, maar de mobilisaties die begin 2023 zijn begonnen, zijn niet zomaar een voortzetting van de belangrijke strijd van de vorige periode: de omvang van deze mobilisaties moet ook, en vooral, worden verklaard door het feit dat zij integraal deel uitmaken van de strijdbaarheid waarvan het proletariaat van talrijke landen blijk geeft.
De huidige arbeidersstrijd in Europa bevestigt dat de klasse niet verslagen is en haar potentieel behoudt. Het feit dat de vakbonden deze bewegingen onbetwist controleren mag hun belang niet minimaliseren of relativeren. Integendeel, de houding van de heersende klasse, die lange tijd voorbereid is geweest op het vooruitzicht van een opleving van de arbeidersstrijd, getuigt van hun potentieel: de vakbonden waren bij voorbaat klaar een ‘militante’ houding aan te nemen en zich aan het hoofd van de beweging te stellen om hun rol als bewakers van de kapitalistische orde ten volle te kunnen spelen.
Gedragen door een nieuwe generatie arbeiders, getuigen de omvang en de gelijktijdigheid van deze bewegingen van een werkelijke verandering van ingesteldheid in de klasse en vormen ze een breuk met de passiviteit en desoriëntatie die vanaf het einde van de jaren 1980 tot nu toe de overhand hadden.
Geconfronteerd met de beproeving van de oorlog kon van de arbeidersklasse geen direct antwoord worden verwacht. De geschiedenis leert dat de arbeidersklasse zich niet rechtstreeks mobiliseert tegen de oorlog, maar tegen de gevolgen ervan voor het ‘thuisfront’. De schaarste aan pacifistische mobilisaties georganiseerd door de bourgeoisie betekent niet dat het proletariaat zich achter de oorlog schaart, maar het toont wel de effectiviteit van de campagne voor ‘de verdediging van Oekraïne tegen de Russische agressor’. Het is echter niet alleen een passieve weigering. De arbeidersklasse in de centrale landen is enerzijds nog steeds niet bereid het ultieme offer van de dood te aanvaarden, maar wijst anderzijds ook het door de oorlog vereiste offers op het vlak van de levens- en arbeidsomstandigheden. De huidige strijd is precies het antwoord van de arbeiders op dit niveau; het is het enige mogelijke antwoord en houdt de basisvoorwaarden in voor de toekomst, al laat het tegelijkertijd ook zien dat de arbeidersklasse nog niet in staat is het verband te leggen tussen de oorlog en de verslechtering van haar leefvoorwaarden.
De IKS heeft altijd volgehouden dat ondanks de klappen tegen het klassenbewustzijn, ondanks de teruggang in de afgelopen decennia:
Tot nu toe lijken de uitingen van strijdbaarheid die aan de oppervlakte zijn gekomen “zeer weinig weerklank te vinden binnen de rest van de klasse: het verschijnsel van strijd in het ene land die ‘reageert’ op bewegingen elders lijkt vrijwel onbestaande. Voor de klasse in het algemeen draagt het versnipperde en los van elkaar staande karakter van de strijd, althans aan de oppervlakte, weinig bij tot de versterking of liever het herstel van het zelfvertrouwen van het proletariaat, van zijn besef van zichzelf als een afzonderlijke kracht in de maatschappij, als een internationale klasse met het potentieel om de bestaande orde aan te vechten”[4].
Vandaag verandert de combinatie van een terugkeer van de strijdbaarheid van de arbeiders en de verergering van de economische wereldcrisis (in vergelijking met 1968 of 2008), die geen enkel deel van het proletariaat zal sparen en allen tegelijk zal treffen, objectief gezien de grondslagen van de klassenstrijd.
De verdieping van de crisis en de intensivering van de oorlogseconomie kunnen alleen doorgaan op wereldschaal en dat kan overal alleen maar een toenemende strijdwil opwekken. In deze ontwikkeling van strijdbaarheid en bewustzijn zal de inflatie een bijzondere rol spelen. Door alle landen, de hele arbeidersklasse te treffen, zet de inflatie het proletariaat aan tot strijd. Omdat het geen aanval is die de bourgeoisie kan voorbereiden en uiteindelijk terugtrekken, maar een product van het kapitalisme, impliceert het een diepere strijd en overdenking.
De opleving van de strijd bevestigt het standpunt van de IKS dat de crisis inderdaad de beste bondgenoot van het proletariaat blijft: “de onverbiddelijk verergerende kapitalistische crisis is de belangrijkste stimulans van de klassestrijd en de ontwikkeling van het proletarisch bewustzijn, de voorwaarde voor de mogelijkheid tot verzet tegen het ideologische vergif van de sociale verrotting. Terwijl zij zich niet als klasse kan verzamelen op het terrein van de gedeeltelijke strijd tegen de effecten van de ontbinding, vormt de strijd tegen de directe gevolgen van de crisis de basis voor de ontwikkeling van de kracht en de eenheid van de klasse”[5]. Deze ontwikkeling van de strijd is geen eendagsvlieg zonder vervolg, maar heeft een toekomst. Ze wijst op een proces van klasseheropleving na jaren van teruggang, en bevat het potentieel voor het herstel van de klassenidentiteit, van de klasse die zich opnieuw bewust wordt van wat ze is, van de macht die ze heeft als ze de strijd aangaat.
Alles wijst erop dat deze klassenbeweging, ontstaan in Europa, lang kan duren en zich zal herhalen in andere delen van de wereld. Er ontstaat een nieuwe situatie voor de klassestrijd.
Hoewel juist de context van de ontbinding een obstakel vormt voor de ontwikkeling van de strijd en het herstel van het zelfvertrouwen van het proletariaat, ondanks het feit dat de ontbinding schrikbarende vorderingen heeft gemaakt, ondanks het feit dat de tijd niet meer aan haar kant staat, is de klasse erin geslaagd terug te keren naar de strijd. De recente periode heeft onze voorspelling in de resolutie over de internationale situatie van het 24e Internationale Congres treffend bevestigd:
“Zoals wij reeds in herinnering hebben gebracht, brengt de fase van ontbinding inderdaad het gevaar met zich mee dat het proletariaat eenvoudigweg niet reageert en gedurende een lange periode wordt platgewalst - een ‘dood door duizend steken’ in plaats van een frontale klassenconfrontatie. Niettemin stellen we dat er nog steeds voldoende aanwijzingen zijn dat, ondanks het onbetwistbare ‘voortschrijden’ van de ontbinding, ondanks het feit dat de tijd niet langer in het voordeel is van de arbeidersklasse, het potentieel voor een diepgaande proletarische heropleving –die leidt tot een hereniging tussen de economische en de politieke dimensie van de klassestrijd - niet verdwenen is.”
De strijd zelf is de eerste overwinning voor het proletariaat, het onthult in het bijzonder:
Het geleidelijke verlies van de klassenidentiteit stelde de bourgeoisie in staat de twee grootste momenten van proletarische strijd sinds de jaren 1980 (de beweging tegen het Startbanenplan in Frankrijk in 2006, en de Indignados in Spanje in 2011) te steriliseren of terug te winnen, omdat de belangrijkste krachten verstoken waren van deze beslissende basis voor de meer algemene ontwikkeling van het bewustzijn. Vandaag geven de tendens naar het herstel van de klassenidentiteit en de ontwikkeling van de onderaardse rijping de belangrijkste verandering op subjectief niveau weer, die het potentieel onthullen voor de toekomstige ontwikkeling van de proletarische strijd. Omdat zij het bewustzijn betekent van de vorming van een klasse verenigd door gemeenschappelijke belangen, tegenover die van de bourgeoisie, omdat zij de “vorming van het proletariaat als klasse” (Kommunistisch Manifest) betekent, is de klassenidentiteit een onafscheidelijk deel van het klassenbewustzijn, voor de bevestiging van het bewuste revolutionaire wezen van het proletariaat. Zonder die identiteit is er geen mogelijkheid voor de klasse om terug te grijpen naar haar geschiedenis om lering te trekken uit de strijd in het verleden en zo haar huidige en toekomstige strijd aan te gaan. De identiteit en het bewustzijn van de klasse kunnen alleen worden versterkt door de ontwikkeling van de zelfstandige strijd van de klasse op haar eigen terrein.
De heropleving van de klassestrijd en de ondergrondse rijping van het bewustzijn vereisen dat de vakbonden, deze staatsorganen die gespecialiseerd zijn in het inperken van de strijd van de arbeiders, en de linkse politieke organisaties, burgerlijke valse vrienden van de arbeidersklasse, zich op het voorplan plaatsen tegen de klassestrijd.
De huidige doeltreffendheid van de vakbondscontrole berust op de zwakheden die voortvloeien uit de ontbinding, zwakheden die politiek worden uitgebuit door de bourgeoisie, en uit de teruggang van het bewustzijn die al enkele decennia duurt en die tot uiting komt in de “krachtige terugkeer van de vakbonden” en de versterking van de “reformistische ideologie over de strijd in de komende periode, wat het werk van de vakbonden sterk vergemakkelijkt”[7].
Vooral het gewicht van de atomisering, het gebrek aan perspectief, de zwakte van de klassenidentiteit, het verlies van verworvenheden en van de lessen uit confrontaties met de vakbonden in het verleden liggen ten grondslag aan de uiterst belangrijke invloed van het corporatisme. Deze zwakte stelt de vakbonden in staat een machtige invloed op de klasse te behouden.
Hoewel zij nog niet bedreigd worden door een betwisting van deze controle over de strijd, hebben de vakbonden zich moeten aanpassen aan de huidige strijd, om beter hun gebruikelijke werk van verdeeldheid te kunnen uitvoeren, door een meer ‘strijdbare’, ‘arbeidersklasse’ taal te gebruiken, zich voor te doen als de vaklieden van de klasseneenheid, om deze des te beter te saboteren.
Parallel hieraan werken de verschillende uiterst linkse organisaties (en links in het algemeen) binnen en buiten de vakbonden en bieden hen een krachtige steun. Als verdedigers van de meest geraffineerde misleidingen tegen de arbeidersklasse, gehuld in een radicaal jasje, hebben zij ook de functie om minderheden op te vangen die op zoek zijn naar klassestandpunten.
Het constante spervuur ter verdediging van de ‘democratie’ en de belangen van het ‘volk’ is erop gericht het bestaan van klassetegenstellingen te verbergen, de leugen van de staat als beschermer te voeden en de proletarische klassenidentiteit aan te vallen, door de arbeidersklasse te reduceren tot een massa burgers of ‘sectoren’ van activiteit, gescheiden door bijzondere belangen.
Geconfronteerd met bewegingen van niet-uitbuitende klassen of van de door de economische crisis verpulverde kleinburgerij, moet het proletariaat oppassen voor ‘volksopstanden’ of interklassistische strijd die zijn eigen belangen verdrinken in een ongedifferentieerde som van ‘volks’belangen. Het moet vastberaden staan op het terrein van de verdediging van zijn eigen eisen en van zijn klassenzelfstandigheid, als voorwaarde voor de ontwikkeling van zijn kracht en zijn strijd.
Het moet ook de valstrikken verwerpen die de bourgeoisie heeft uitgezet rond de strijd op het vlak van deelproblemen (voor het behoud van het milieu, tegen rassenonderdrukking, feminisme, enz.) die de arbeiders afleidt van hun klasseterrein. Een van de meest effectieve wapens van de heersende klasse is haar vermogen om de effecten van ontbinding tegen de klasse te keren en de ontbindende ideologieën van de kleinburgerij aan te moedigen. Op de bodem van ontbinding, irrationaliteit, nihilisme en “no-future” woekeren allerlei ideologische stromingen. Hun centrale rol is om van elk weerzinwekkend aspect van dit kapitalistische systeem in verval een motief te maken voor een specifieke strijd, die wordt gevoerd door verschillende categorieën van de bevolking of soms door het ‘volk’, maar altijd gescheiden van het werkelijk in vraag stellen van het systeem als geheel.
Al deze ideologieën (ecologische, ‘woke’, raciale, enz.) die de klassestrijd ontkennen, of zoals degenen die ‘intersectionaliteit’ prediken, de klassestrijd op hetzelfde niveau plaatsen als de strijd tegen racisme of mannelijk chauvinisme, vormen een gevaar voor de klasse, in het bijzonder voor de jonge generatie arbeiders die geen ervaring heeft maar ten diepste verontwaardigd is door de toestand van de maatschappij. Op dit niveau worden deze ideologieën aangevuld met het geheel van links en modernisten (‘communisers’) die tot taak hebben de inspanningen van het proletariaat te steriliseren om het klassenbewustzijn te ontwikkelen en de arbeiders af te leiden van de klassestrijd.
Hoewel de klassestrijd van nature internationaal is, is de arbeidersklasse tegelijkertijd een heterogene klasse die haar eenheid moet smeden door middel van haar strijd. In dit proces heeft het proletariaat van de centrale landen de verantwoordelijkheid om de weg naar de revolutie te openen voor het wereldproletariaat.
In de meer recent ontwikkelde landen, zoals China, India, enz., zijn deze fracties van het proletariaat, ook al heeft de arbeidersklasse zich zeer strijdbaar getoond en ondanks hun kwantitatief gewicht, door hun gebrek aan historische ervaring bijzonder kwetsbaar voor de ideologische valstrikken en misleidingen van de heersende klasse. Hun strijd wordt gemakkelijk veroordeeld tot machteloosheid of in een burgerlijke doodlopende straatjes geleid (roep om meer democratie, vrijheid, gelijkheid, enz.) of volledig opgelost in interklassistische bewegingen die gedomineerd worden door andere maatschappelijke lagen. Dit bleek duidelijk tijdens de Arabische lente van 2011: de zeer reële arbeidersstrijd in Egypte loste zich snel op in het ‘volk’ dat zich vervolgens achter facties van de heersende klasse schaarde op het burgerlijke terrein van ‘meer democratie’. Of nog de immense protestbeweging in Iran, waar bij gebrek aan een duidelijk revolutionair perspectief, dat verdedigd wordt door de meer ervaren fracties van het wereldproletariaat, in West-Europa, de vele arbeidersgevechten in het land alleen maar konden verdrinken in de volksbeweging en van hun klassenterrein afgeleid werden achter de leuze voor vrouwenrechten.
Hoewel het proletariaat in de VS gekenmerkt is door zwakheden die verband houden met het feit dat de klasse in dat land niet rechtstreeks geconfronteerd is geweest met de contrarevolutie en geen diepe revolutionaire traditie bezit, heeft de arbeidersklasse van de eerste wereldmacht, ondanks de talrijke obstakels die de ontbinding met zich meebrengt, waarvan de VS het epicentrum is geworden (het gewicht van raciale verdeeldheid en populisme, de hele sfeer van quasi-burgeroorlog tussen populisten en Democraten, de impasse van bewegingen die werken op een burgerlijk terrein zoals Black Lives Matter) het vermogen getoond om haar strijd te ontwikkelen (tijdens de pandemie, de ‘Striketober’ golf in 2021) op zijn klasseterrein. Het proletariaat van de VS laat in een zeer moeilijke politieke situatie zien dat het begint te reageren op de gevolgen van de economische crisis.
De sleutel tot de revolutionaire toekomst van het proletariaat blijft in handen van zijn fractie in de centrale landen van het kapitalisme. Alleen het proletariaat van de oude industriële centra van West-Europa vormt het vertrekpunt voor de toekomstige wereldrevolutie:
Geconfronteerd met de toenemende botsing van de twee polen van het alternatief - vernietiging van de mensheid of kommunistische revolutie - hebben de revolutionaire organisaties van het linkskommunisme, en de IKS in het bijzonder, een onvervangbare rol te spelen in de ontwikkeling van het klassenbewustzijn, en moeten zij hun energie wijden aan het permanente werk van theoretische verdieping, aan het naar voren brengen van een duidelijke analyse van de wereldsituatie en aan het tussenkomen in de strijd van onze klasse om de noodzaak te verdedigen van klassezelfstandigheid, zelforganisatie en éénwording, en van de ontwikkeling van het revolutionaire perspectief.
Dit werk kan alleen worden gedaan op basis van een geduldige opbouw van de organisatie, die de basis legt voor de wereldpartij van de toekomst. Al deze taken vereisen een militante strijd tegen alle invloeden van de burgerlijke en kleinburgerlijke ideologie in het milieu van de Kommunistische Linkerzijde en de IKS zelf. In het huidige tijdsgewricht worden de groepen van het linkskommunisme geconfronteerd met het gevaar van een echte crisis: op enkele uitzonderingen na zijn zij niet in staat geweest zich te verenigen ter verdediging van het internationalisme tegenover de imperialistische oorlog in Oekraïne, en staan zij steeds meer open voor het binnendringen van opportunisme en parasitisme. Een strikte naleving van de marxistische methode en de proletarische beginselen is het enige antwoord op deze gevaren.
[1] The acceleration of capitalist decomposition poses the clear possibility of the destruction of humanity [1]
[2] Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave, nr. 64
[4] The idea of the historic course in the revolutionary movement
[6] De versnelling van de kapitalistische ontbinding stelt openlijk de kwestie van de vernietiging van de mensheid. [4]
[7] Theses on the economic and political crisis in the eastern countries [5], Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 60
De huidige strijd in Groot-Brittannië, Griekenland, Denemarken, de Verenigde Staten, Mexico, Spanje en vooral in Frankrijk laat zien wat het geheim is van de echte kracht van onze klasse: massaliteit, het zoeken naar eenheid en klassesolidariteit, de duidelijke bevestiging aan de maatschappij dat WIJ DE WERKENDE KLASSE ZIJN. Er ligt een lange en zeer moeilijke weg voor ons, we moeten de vakbondscontrole doorbreken en ons daartegen verzetten door de algemene vergaderingen, de werkelijke éénmaking van de strijd, en hun revolutionaire politisering te bewerkstelligen, maar dat is de enige manier om het kapitaal en zijn staat terug te dringen en om eindelijk de voorwaarden te scheppen op wereldschaal die het proletariaat in staat stellen om in het offensief te gaan en de vernietiging van de kapitalistische staat in alle landen te bereiken.
De wrede repressiecampagne van de Franse staat
In Frankrijk ontketent de staat, tegenover de massabeweging van onze klasse, een meedogenloze repressie die we aan de kaak hebben gesteld in ons pamflet Répression, insultes, agressions sexuelles, gazage, matraquage… Il ne faut pas tomber dans le piège des provocations policières! [7], die we zo breed mogelijk hebben verspreid tijdens demonstraties en stakingen.
Het is niets nieuws voor een staat, die beweert voor ‘mensenrechten’ te zijn, om wrede onderdrukking te ontketenen. De Franse staat was de beul van de Commune van Parijs met duizenden doden en meer dan 30.000 arbeiders verbannen naar vernietigingskampen zoals in Frans Guyana.[1]
Het is wat de sociaaldemocratie en de Duitse vakbonden in 1918-23 deden tegenover de revolutionaire poging van het proletariaat, met 100.000 doden tot gevolg. Het is wat de Tweede Republiek deed in Spanje met 1500 doden in de arbeidersstrijd tijdens de republikeins-socialistische coalitie van 1931-33 en nog eens vele duizenden doden in de onderdrukking van de mijnopstand in Asturië in 1934.
De valstrik van het geweld door minderheden
De democratische staat doet op het gebied van repressieve barbaarsheid niets onder voor de schaamteloos dictatoriale éénpartijstaat of militaire dictatuur. Er is echter een zeer belangrijk verschil dat zijn repressie veel effectiever maakt: hij geeft haar een politieke inhoud en oriëntatie.
In Frankrijk heeft de repressieve campagne van de regering Macron als specifiek politiek doel, zoals in ons bovengenoemde artikel aan de kaak wordt gesteld, om
En nogmaals, deze manoeuvre is niet nieuw. Laten we eens terugdenken aan een tragische ervaring van het proletariaat in Spanje. In 1919 bereikten de arbeiders in Catalonië door middel van een massale staking, gebaseerd op de klassesolidariteit van de uitbreiding van de strijd, een kracht die de centrale regering en de bazen dwong zich terug te trekken. Dit was de beroemde staking bij La Canadiense.[2]
Het Spaanse kapitaal nam op barbaarse wijze wraak. Vanaf 1920 organiseerde het een provocerende moordcampagne op militanten van de CNT, uitgevoerd door gewapende bendes die betaald werden door de bazen en de burgerregering. Een deel van de CNT hapte toe: er werden gewapende groepen arbeiders georganiseerd die op elke moordaanslag reageerden met aanvallen op politieagenten, politici of ondernemers. Er ontstond een eindeloze spiraal van aanslagen en tegenaanslagen. Het proletariaat, afgesneden van het klasseterrein van de massale strijd en solidariteit, gevangen in deze spiraal van minderheids- en individualistisch geweld, raakte gedemoraliseerd, verloor alle kracht die het had opgedaan en zo werden de voorwaarden werden geschapen voor de Spaanse bourgeoisie om in 1923 de dictatuur van Primo de Rivera te vestigen, gesteund door de PSOE.[3]
De steun van Barbaria voor de valstrik van het geweld van minderheden
De zogenaamde ‘media’ presenteren de strijd in Frankrijk als vakbondsbewegingen en vooral als acties van minderheidsgeweld, hun uitzendingen en journaals laten onophoudelijk scènes zien van botsingen tussen politie-robotten en een paar mannen met capuchons, de steniging van luxe winkels, enz. Op die manier geven ze een vals en vertekend beeld van wat er gebeurt, proberen ze het te doen lijken alsof het kapitaal het meeste bang is voor deze belachelijke gewelddaden, die op de televisie worden uitgezonden. Zoals ons pamflet ontmaskert: “Onze kracht ligt niet in een steriele confrontatie met de superuitgeruste en supergetrainde bataljons van de CRS, mobiele gendarmes en andere vaandeldragers van de ‘orde’ van de uitbuiters. Onze strijd bestaat ook niet uit het ingooien van winkelruiten en het verbranden van vuilnisbakken. Geweld van minderheden versterkt de beweging niet. Integendeel, ze verzwakken haar!”
Barbaria verdedigt echter het tegenovergestelde, zij verheerlijkt deze domme gewelddaden, waarvan er veel door politieprovocateurs worden gepleegd.[4] Vanaf het begin is de titel van haar artikel veelzeggend: zij roept ons op om “het kapitalisme verbranden”, een misleidende zin die impliceert dat het doel van onze strijd niet de bewuste daad van vernietiging van het kapitalisme zou zijn, maar het nihilistische barbarij van “het kapitalisme verbranden”.
Dit is belachelijk en dom! De grote meester, de expert van het in brand steken is het kapitalisme zelf, zijn imperialistische vraatzucht leidt ertoe dat het huizen, mensen en landbouwgrond in brand steekt in eindeloze oorlogen zoals die in Oekraïne. Zijn tegenspraken, zijn onuitputtelijke dorst naar winst, leiden tot de ecologische vernietiging die het Amazonegebied, Australië of, midden maart, het groene Asturië in brand steekt.
In het goedpraten voor het ‘zuiverende’ vuur, verkondigt Barbaria “Parijs brandt, Nantes brandt...". Dit minderheidsvuur "loopt vooruit op wat wij als proletariërs nog steeds niet massaal en eensgezind kunnen uitdrukken in woorden, in vergaderingen, als klasse. Woede is niet genoeg, we hebben organisatie nodig, om onze posities, ons programma te herstellen.” [5]
Dat wil zeggen: in plaats van “ zich te organiseren, om solidariteit en eenheid te tonen, om samen te debatteren en op te staan tegen de machthebbers, om de voortdurende verslechtering van onze levens- en arbeidsomstandigheden te verwerpen, om dit systeem te verwerpen dat de mensheid in ellende en oorlog stort", zou het verbranden van containers, de linkse paus Varufakis in het gezicht slaan,[6] het middel zijn om naar de vergaderingen te komen, om als klasse te strijden, om ‘ons programma’ te ontwikkelen.
Het is een verachtelijke valstrik. In 1921-22 in Spanje vernietigde de confrontatie van groepen van de CNT met het kapitaal, in een spiraal van gevechten tussen gewapende mannen, de kracht die bereikt was door de staking van La Canadiens. Het bracht deze strijd niet ‘verder’, noch maakte het “het herstel van het programma van de arbeidersklasse” mogelijk, maar integendeel, het betekende een ernstige nederlaag voor het proletariaat in Spanje. Minderheidsacties van dom geweld openen geen enkele weg naar massale strijd, noch naar de vergaderingen, noch naar het breken van de vakbondscontrole, integendeel, ze verstrooien de klasse, demoraliseren haar, doen haar strijd verrotten, doen haar uiteenvallen in een individualistische ontbinding.
De ontkenning van het proletariaat
Het vuur van Barbaria steekt het kapitalisme niet in brand, maar verbrandt de arbeidersstrijd. Dit wordt duidelijk in het andere gif dat Barbaria probeert in te enten: de ontkenning van het proletariaat.
Barbaria heeft de mond vol van ‘proletariaat’, ‘klasse’ enzovoort, maar, zoals we in “Barbaria of kommunisme? [8]”aan de kaak stelden, presenteert Barbaria ons een ‘proletariaat’ dat in werkelijkheid een amorfe massa opstandige burgers is, dat wil zeggen de meest giftige ontkenning van het proletariaat als klasse.
Ten eerste zegt Barbaria dat “Het proletariaat een lange weg heeft te gaan om zijn historisch programma, met zijn revolutionair vermogen, opnieuw te ontdekken, een weg die begon sinds de eerste mens in opstand kwam tegen macht en uitbuiting.” Het lijkt erop dat het ‘historische programma’ van het proletariaat begonnen zou zijn met de Cro-Magnon mens of met de Homo sapiens! Sinds het ontstaan van klassenmaatschappijen is er sprake van “macht en uitbuiting”, maar alleen met het proletariaat is er een reële mogelijkheid om niet alleen “in opstand te komen” tegen uitbuiting, maar vooral om deze af te schaffen.
Zoals we zeiden in “Barbaria of kommunisme?” [8] “Deze visie laat het proletariaat verdwijnen, opgegaan in alle uitgebuite klassen van de geschiedenis. Hoewel het proletariaat solidair met hen is en het beste van hun strijd in zich opneemt, is het proletariaat anders omdat het niet alleen de uitgebuite klasse onder het kapitalisme is, maar ook de revolutionaire klasse. De slaven en horigen konden de uitbuiting niet beëindigen, maar het proletariaat is de eerste uitgebuite klasse in de geschiedenis die het vermogen en het bewustzijn heeft om het kapitalisme te beëindigen en de nieuwe maatschappij, het communisme, te scheppen.”
Ten tweede vermengt Barbaria het proletariaat met de milieustrijd. Het wrede politiegeweld tegen een milieuactivist tijdens een actie tegen stuwdammen in Solline (Frankrijk) leidt tot een wildgroei aan communiqués waarin bijvoorbeeld staat: “Laten we solidair zijn met alles wat Darmanin [de huidige minister van Binnenlandse Zaken] wil uitroeien, ontbinden, opsluiten, verminken: van de pensioenbeweging tot de antirepressiecomités, van de toekomstige ZAD's [zones om te verdedigen] tot de blokkadebeweging”. Dit zijn de woorden van de ouders van het slachtoffer, die Barbaria enthousiast weergeeft. Wat we hier zien is dat de strijd van de arbeiders wordt vermengd en zo wordt vastgeketend in de antirepressiecomités, de ZAD's, de groene blokkades, enz. Het proletariaat wordt ontbonden en met handen en voeten geketend aan openlijk burgerlijke bewegingen, vermomd als ‘antikapitalistisch’.
Op 13 mei 1968 waren de studenten in Frankrijk het slachtoffer van het barbaars politieoptreden. Het proletariaat solidariseerde zich met hen, MAAR het deed dat niet op het democratische terrein van de ‘anti-repressie’, maar op het proletarische terrein van de klassestrijd tegen de uitbuiting in het vooruitzicht van de afschaffing ervan. Het is een walgelijke manipulatie om de gerechtvaardigde verontwaardiging over het barbaarse politieoptreden tegen deze militanten te kanaliseren in een mengeling van ‘antikapitalistische strijd’, waar de klassebeweging tegen pensioenhervorming wordt ontkend en opgesloten in burgerlijke bewegingen zoals milieuprotest, ‘anti-repressie’, wokisme, etc.
Omar / 12.04.2023
[1] Zie onze artikelen over de Commune van Parijs: On the 140th anniversary of the Paris Commune [9]; On the 65th anniversary of the Paris Commune, Bilan no 29 (March-April 1936), [10] Hands off the Commune! [11]
[2] Over deze strijd, zie het derde artikel in onze serie over de geschiedenis van de CNT. History of the CNT (1919-23): The CNT's syndicalist orientation wrecks its revolutionary impetus [12]
[3] Zie het eerste artikel in onze serie “Linkse regeringen in dienst van kapitalistische uitbuiting”: Los gobiernos de izquierda en defensa de la explotación capitalista (I) [13]
[5] Van het artikel van Barbaria is naast een Engelse, Franse en Duitse, ook een Nederlandse vertaling verschenen met als titel: Frankrijk, Griekenland, Verenigd Koninkrijk… proletariërs van de hele wereld, laten we het kapitalisme verbranden! [15]
[6] “Wij maken van deze gelegenheid gebruik om de ‘hoodies’ van Exarchia te groeten die Varoufakis, de voorlaatste linkse slapjanus van de bourgeoisie, in het gezicht schopten en wij moedigen aan dat deze voorbeelden zich verspreiden”, zegt Barbaria
De Internationalistische Communistische Tendens publiceerde onlangs een verklaring over hun ervaringen met de ‘Geen Oorlog Maar Klassenoorlog’ (NWBCW) comités die ze lanceerden aan het begin van de oorlog in Oekraïne.[1] [18]. Er staat: "Er gaat niets boven een imperialistische oorlog om de ware klassenbasis van een politiek kader bloot te leggen, en de invasie van Oekraïne heeft dat inderdaad gedaan", waarbij wordt uitgelegd dat stalinisten en trotskisten opnieuw hebben laten zien dat ze tot het kamp van het kapitaal behoren - hetzij door de Oekraïense onafhankelijkheid te steunen, hetzij door zich aan te sluiten bij de Russische propaganda over de "denazificatie" van Oekraïne. In feite roepen de linkse partijen de arbeidersklasse openlijk op om de ene of de andere kant te steunen in een kapitalistische oorlog die de groeiende rivaliteit tussen 's werelds grootste imperialistische haaien uitdrukt en de mensheid bedreigt met catastrofale gevolgen. De ICT merkt ook op dat de anarchistische beweging diep verdeeld is tussen degenen die oproepen tot de verdediging van Oekraïne en degenen die een internationalistisch standpunt innemen en beide partijen afwijzen. Daarentegen zegt de ICT dat "de Kommunistische Linkerzijde in de hele wereld stevig achter de internationale belangen van de arbeidersklasse is blijven staan en deze oorlog heeft veroordeeld voor wat hij is".
Tot zover alles goed. Maar we verschillen grondig van mening als er vervolgens staat: "Van onze kant heeft de ICT het internationalistische standpunt een stap verder gebracht door te proberen samen te werken met andere internationalisten die de gevaren zien voor de arbeidersklasse in de wereld als deze zich niet organiseert. Daarom hebben we ons aangesloten bij het initiatief om op lokaal niveau over de hele wereld comités te ontwikkelen om een antwoord te organiseren op wat het kapitalisme overal voor arbeiders in petto heeft."
De behoefte aan controverse
Naar onze mening is de oproep van de ICT tot de vorming van “Geen Oorlog Maar de Klassenoorlog” comités allesbehalve een "verdere stap" in het internationalisme of een stap in de richting van een solide hergroepering van internationalistische communistische krachten. We hebben al een aantal artikelen geschreven waarin we onze standpunten hierover uiteenzetten, maar de ICT heeft op geen enkele daarvan gereageerd, een houding die gerechtvaardigd wordt door hun verklaring waarin ze erop aandringen dat ze zich niet willen bezighouden met "dezelfde oude polemiek" met degenen die, volgens hen, hun standpunten verkeerd hebben begrepen. Maar de traditie van de Kommunistische Linkerzijde, geërfd van Marx en Lenin en voortgezet op de pagina's van Bilan, is de erkenning dat polemiek tussen proletarische elementen onmisbaar is voor elk proces van politieke verheldering. En in feite is de verklaring van de ICT een verborgen polemiek, voornamelijk met de ICC. Maar door hun aard kunnen dergelijke verborgen polemieken, die verwijzingen naar specifieke organisaties en hun schriftelijke verklaringen vermijden, nooit leiden tot een echte en eerlijke confrontatie van standpunten.
In hun verklaring over de NWBCW beweert de ICT dat haar initiatief in lijn is met de continuïteit van de linkse stroming in het proces dat in gang is gezet door de Zimmerwald Conferentie van 1915, en dat ze een soortgelijke bewering al had gedaan in het artikel "NWBCW en het 'Echte Internationale Bureau' van 1915": "wij geloven dat het NWBCW-initiatief in lijn is met de principes van de linkerzijde van Zimmerwald".[2] [19].
Maar de activiteit van de linkerzijde van Zimmerwald, en vooral van Lenin, werd gekenmerkt door een niet aflatende polemiek die erop gericht was de revolutionaire krachten te distilleren. Zimmerwald verenigde verschillende tendensen van de arbeidersbeweging die tegen de oorlog waren, maar met aanzienlijke meningsverschillen over een aantal kwesties, en de linkerzijde was zich er ten volle van bewust dat een gemeenschappelijk standpunt tegen de oorlog, zoals uitgedrukt in het ‘Zimmerwald Manifest’, niet voldoende was. Daarom verborg de Linkerzijde van Zimmerwald haar meningsverschillen met de andere stromingen op de conferenties van Zimmerwald en Kienthal niet, maar bekritiseerde deze stromingen ook openlijk omdat ze niet consequent waren in hun strijd tegen de imperialistische oorlog. In en door dit debat vormden Lenin en zijn omgeving een kern die het embryo van de Kommunistische Internationale zou worden.
Onze eerdere beoordelingen van het NWBCW-initiatief
Zoals de lezers kunnen opmaken uit de publicatie van onze correspondentie met de IKS over de oproep van de IKS tot een gezamenlijke verklaring van de Kommunistische Linkerzijde als reactie op de oorlog in Oekraïne, heeft de weigering van het ICT om deze te ondertekenen en hun pleidooi van de NWBCW als een soort "rivaliserend" project het vermogen van de Kommunistische Linkerzijde om op dit cruciale moment gezamenlijk op te treden ernstig verzwakt. Voor het eerst sinds de oprichting van de internationale conferenties van de Kommunistische Linkerzijde in het begin van de jaren tachtig hebben zij de mogelijkheid om de krachten te bundelen in de kiem gesmoord. De ICT heeft ervoor gekozen deze correspondentie te beëindigen.[3] [20].
We publiceerden ook een artikel over de werkelijke geschiedenis van NWBCW in anarchistische kringen in de jaren 1990 [4] [21]. Deze groepen bevatten weliswaar allerlei verwarringen, maar gaven volgens ons uitdrukking aan iets wezenlijks: het antwoord van een kleine kritische minderheid op de massale mobilisaties tegen de oorlogen in het Midden-Oosten en de Balkan, mobilisaties die zich op duidelijk linkse en pacifistische gronden bevonden. Daarom vonden we het belangrijk dat de Kommunistische Linkerzijde tussenkwam bij deze formaties om daarbinnen duidelijke internationalistische standpunten te verdedigen. Aan de andere kant zijn er maar heel weinig van dit soort pacifistische mobilisaties als reactie op de oorlog in Oekraïne en het anarchistische milieu is, zoals we al hebben opgemerkt, diep verdeeld over deze kwestie. We zien dus heel weinig in de verschillende NWBCW-groepen waardoor we de conclusie van ons artikel in twijfel trokken: "De indruk die ons wordt gegeven door de groepen waarvan we op de hoogte zijn, is dat ze voornamelijk 'duplicaten' zijn van de ICT of aan haar gelieerde organisaties". Naar onze mening onthult deze duplicatie ernstige meningsverschillen, zowel over de functie en de werkwijze van de revolutionaire politieke organisatie als over haar relatie met minderheden op proletarisch terrein en zelfs met de klasse als geheel. Deze onenigheid gaat terug op het hele debat over fabrieksgroepen en strijdcomités, maar we zijn niet van plan om het in dit artikel uit te werken.[5] [22].
Belangrijker - maar ook verbonden met de vraag naar het verschil tussen een resultaat van de echte beweging en de kunstmatige uitvindingen van politieke minderheden - is de nadruk die in ons artikel wordt gelegd op het feit dat het initiatief van de NWBCW gebaseerd is op een verkeerde inschatting van de dynamiek van de klassenstrijd op dit moment. Onder de huidige omstandigheden kunnen we niet verwachten dat de klassenbeweging zich direct tegen de oorlog zal ontwikkelen, maar wel tegen de gevolgen van de economische crisis - een analyse die volgens ons ruimschoots is bevestigd door de internationale opleving van strijd die werd op gang gebracht door de stakingsbeweging in Groot-Brittannië in de zomer van 2022 en die, met onvermijdelijke ups en downs, nog steeds niet is afgelopen. Deze beweging was een directe reactie op de "kosten van levensonderhoud door de crisis" en, hoewel het de kiemen bevat van een diepere en meer wijdverspreide in-vraag-stelling van de impasse van het systeem en zijn drang naar oorlog, zijn we daar nog ver van verwijderd. Het idee dat de NWBCW-comités op de een of andere manier het startpunt zouden kunnen zijn voor een direct klasse-antwoord op de oorlog kan alleen maar leiden tot een verkeerde interpretatie van de dynamiek van de huidige strijd. Het opent de deur naar een militante politiek die, op zijn beurt, niet te onderscheiden zal zijn van de "doe nu iets" standpunten die typisch zijn voor links van het kapitaal. De verklaring van de ICT benadrukt dat hun initiatief eerst en vooral politiek is en gekant tegen activisme en kortetermijnvisie, en beweert dat de openlijk activistische richting die de NWBCW-groepen in Portland en Rome zijn ingeslagen, gebaseerd is op een misverstand over de werkelijke aard van het initiatief. Namelijk - volgens de verklaring - "degenen die zich aansloten bij NWBCW zonder te begrijpen waar het echt om ging, of liever, die het zagen als een uitbreiding van hun eerdere radicaal reformistische activiteiten. Zoals gebeurde in Portland en Rome, waar sommige elementen de NWBCW zagen als een middel om onmiddellijk een klasse te mobiliseren die nog aan het herstellen was van vier decennia van tegenslagen en die net zijn draai begon te vinden in de strijd tegen de inflatie. Hun onmiddellijke en ultra-activistische perspectief leidde alleen maar tot het verdwijnen van deze comités". Voor ons echter begrepen deze lokale groepen beter dan de ICT dat een initiatief dat werd gelanceerd bij gebrek aan een echte beweging tegen de oorlog - zelfs van de kant van kleine minderheden - alleen maar kan leiden tot pogingen om uit het niets een beweging te creëren.
Een nieuw "verenigd front"?
We zeiden al dat de Italiaanse Fractie van de Kommunistische Linkerzijde, die Bilan publiceerde, aandrong op de noodzaak van een rigoureus publiek debat tussen proletarische politieke organisaties. Dit was een centraal aspect van hun principiële benadering van hergroeperingen, waarbij ze zich voornamelijk verzetten tegen de opportunistische pogingen van de Trotskisten en ex-Trotskisten uit die tijd om hun toevlucht te nemen tot fusies en hergroeperingen die niet gebaseerd waren op een serieus debat over fundamentele principes. In onze ogen is het NWBCW-initiatief gebaseerd op een soort "frontvormings" logica die alleen maar kan leiden tot gewetenloze en zelfs destructieve allianties.
In de verklaring wordt toegegeven dat sommige openlijk linkse groeperingen de slogan "Geen oorlog maar een klassenoorlog" hebben gekaapt om hun essentiële steun voor de ene of de andere partij in het conflict te verbergen. De ICT houdt vol dat ze dergelijke operaties niet kunnen voorkomen op basis van de toe-eigening van een vlag. Maar als je ons artikel leest over de openingsvergadering van het NWBCW-comité in Parijs [6] [23] blijkt dat niet alleen een aanzienlijk aantal deelnemers pleitte voor openlijk linkse "acties" onder de vlag van de NWBCW, maar ook dat een trotskistische groep die het zelfbeschikkingsrecht van Oekraïne verdedigt, Matière et Révolution, in feite was uitgenodigd voor de vergadering. Op dezelfde manier lijkt de NWBCW-groep in Rome gebaseerd te zijn op een alliantie tussen de ICT-afdeling in Italië (die Battaglia Comunista uitgeeft) en een puur linkse groep.[7] [24].
Laten we daaraan toevoegen dat het presidium van de bijeenkomst in Parijs bestond uit twee elementen die begin jaren 2000 uit het IKS werden gezet omdat ze materiaal hadden gepubliceerd dat onze kameraden blootstelde aan staatsrepressie - een activiteit die we aan de kaak stelden als verklikken. Een van deze elementen is lid van de Internationale Groep van Communistisch Links [ICGL], een groep die niet alleen een typische uiting is van politiek parasitisme, maar die werd opgericht op basis van dit politieachtig gedrag en daarom geen plaats zou moeten hebben in het internationalistische kommunistische kamp. Het andere element is nu de vertegenwoordiger van de ICT in Frankrijk. Toen de ICT weigerde de gezamenlijke verklaring te ondertekenen [tegen de oorlog in Oekraïne], voerde zij aan dat de definitie van de Kommunistische Linkerzijde te beperkt was, voornamelijk omdat het die groepen uitsloot die door de IKS als parasitair werden gedefinieerd. In feite is het overduidelijk gemaakt dat de ICT liever publiekelijk geassocieerd wordt met parasitaire groepen zoals de ICGL dan met de IKS. Een haar huidige beleid, via de NWBCW-comités, kan geen ander resultaat hebben dan aan deze groepen een certificaat van respectabiliteit te geven en hun langdurige pogingen om de IKS een paria te maken, aan te moedigen - juist vanwege verdediging door de IKS van de duidelijke gedragsprincipes die dergelijke groepen herhaaldelijk hebben geschonden.
In sommige gevallen, zoals in Glasgow, lijkt het erop dat NWBCW-groepen gebaseerd zijn op tijdelijke allianties met anarchistische groepen - zoals de Anarchist Communist Group - die internationalistische standpunten hebben ingenomen over de oorlog in Oekraïne, maar die verbonden zijn met groepen die zich op burgerlijk terrein bevinden (bijv. Plan C in het Verenigd Koninkrijk). En recentelijk heeft het ACG laten zien dat het zich liever associeert met zulke linksen dan te discussiëren met een internationalistische organisatie als de IKS, die het uitsloot van een recente bijeenkomst in Londen zonder enig protest van de CWO.[8] [25]. Dit betekent niet dat we geen discussie zoeken met echte internationalistische anarchisten. Sterker nog, we hebben de KRAS in Rusland, die bewezen heeft tegen imperialistische oorlogen te zijn, gevraagd de gezamenlijke verklaring op alle mogelijke manieren te steunen. Maar de ACG-affaire is weer een voorbeeld van hoe het NWBCW-initiatief doet denken aan het opportunistische ‘Eén Front-beleid’, waarin de Kommunistische Internationale haar bereidheid uitsprak om samen te werken met de sociaaldemocratische verraders. Dit was een tactiek om de kommunistische invloed in de arbeidersklasse te versterken, maar het werkelijke resultaat leidde tot de versnelling van de ontaarding van de Komintern en haar partijen.
In het begin van de jaren 1920 had de Italiaanse Kommunistische Linkerzijde zware kritiek op dit opportunistische beleid van de Komintern. Zij bleef vasthouden aan het oorspronkelijke standpunt van de Komintern, namelijk dat de sociaaldemocratische partijen, door de imperialistische oorlog te steunen en zich actief te verzetten tegen de proletarische revolutie, partijen van het kapitaal waren geworden. Het is waar dat hun kritiek op de Eénheidsfront tactiek een dubbelzinnigheid had behouden: het idee van het "Verenigd Front van onderaf", gebaseerd op de veronderstelling dat de vakbonden nog steeds proletarische organisaties waren en dat het op dit niveau was dat kommunistische en sociaaldemocratische arbeiders samen konden strijden.
In hun conclusie bij de NWBCW-verklaring stelt de ICT dat er een historisch precedent is voor NWBCW-comités in de revolutionaire beweging: de oproep voor een Verenigd Proletarisch Front die in 1944 door de Internationalistische Kommunistische Partij (PCInt) in Italië werd gedaan. Deze oproep is fundamenteel internationalistisch van inhoud, maar waarom wordt er gesproken over een "Verenigd Proletarisch Front"? En wat betekent de volgende eis?
Wie waren deze "proletarische en niet-partijgebonden formaties"? Was het in feite een oproep aan de rangen en standen van de oude arbeiderspartijen om samen politieke activiteiten te ontplooien met militanten van PCInt?
De oproep van 1944 was niet zomaar een vergissing, zoals blijkt uit een nieuwe oproep - een jaar later - van de agitatiecomités van de PCInt die expliciet gericht was aan de agitatiecomités van de Italiaanse Socialistische Partij, de Stalinistische Communistische Partij en andere organisaties van burgerlijk links, en die opriep tot gezamenlijke actie in de fabrieken. We deden hiervan verslag in het International Review n°32. En in International Review n°34 publiceerden we een brief van de PCInt in antwoord op onze kritiek op de Oproep. In deze brief schreven zij:
Waarop wij [als IKS] antwoordden:
Het feit dat de ICT de oproep tot een Proletarisch Verenigd Front uit 1944 blijft verdedigen laat zien dat deze diepe fout niet "zowel politiek als theoretisch geëlimineerd" is... en dat de 'verenigd front van onderaf'-tactieken van 1921-23 zijn nog steeds de inspiratiebron zijn voor de opportunistische 'Geen oorlog maar klassenoorlog'-'beweging' van de ICT.
De ICT heeft dus op één punt gelijk met haar voorstel voor de NWBCW, "Geen oorlog maar klassenoorlog": het is in lijn met de opportunistische oproep tot een "verenigd proletarisch front" die door de PCInt in 1945 werd gelanceerd. Maar dit is geen continuïteit om trots op te zijn, omdat deze tactiek actief de klassenlijn verdoezelt die bestaat tussen het internationalisme van de Kommunistische Linkerzijde en het zogenaamde internationalisme van uiterst-links, het [politiek] parasitisme en het anarchistische moeras. Bovendien was de NWBCW bedoeld om een exclusief alternatief te zijn voor het compromisloze internationalisme van de Gezamenlijke Verklaring van de Kommunistische Linkerzijde, waardoor de revolutionaire krachten niet alleen verzwakt werden door opportunisme ten opzichte van links etc., maar ook door sektarisme ten opzichte van andere echte groepen van de Kommunistische Linkerzijde.
Amos (30 september 2023)
[We hebben een paar kleine wijzigingen aangebracht in de originele versie die op 19 september in het Frans is gepubliceerd. De oproep tot een "Proletarisch Verenigd Front", onlangs opnieuw gepubliceerd door de ICT, werd in feite gepubliceerd in 1944, niet in 1945 zoals oorspronkelijk vermeld. De oproep aan de agitatiecomités van de socialistische en communistische partijen werd gepubliceerd in 1945 - een verdere stap in de richting van opportunisme van de kant van de PCInt].
[1] [26] Het initiatief Geen Oorlog Maar Klassen [27]oorlog [1], zie Revolutionary Perspectives n°22
[2] [28] NWBCW en het "Echte Internationale Bureau" van 1915 [29] [2].
[3] [30] Correspondentie over de Gemeenschappelijke Verklaring van de groepen van de Communistische Linkerzijde over de oorlog in Oekraïne [31] [3]
[4] [32] Over de geschiedenis van Geen Oorlog Maar De Klassenoorlog [33] [4]
[5] [34] Zie bijvoorbeeld: Réponse au Parti communiste internationaliste (Battaglia Comunista) [35] [5] in Revue internationale13; L'organisation du prolétariat en dehors des périodes de lutte ouverte (groupes ouvriers, noyaux, cercles, comités) [36] [6] in Revue internationale 21; en ook "Fabrieksgroepen en tussenkomst van de IKS", Wereldrevolutie 26,
[6] [37] Een comité dat de deelnemers naar een doodlopende weg leidt [38] [7], Révolution internationale 496
[7] [39]De verklaring bevat een link naar een artikel in Battaglia Comunista over het lot van het comité in Rome, Sul Comitato di Roma NWBCW: un'intervista [40] [8]. Het beschrijft de negatieve uitkomst van een alliantie met een groep genaamd Società Incivile ("Barbaarse Samenleving"). Het is zo onduidelijk geschreven dat het erg moeilijk is om er veel uit op te maken. Maar als je de website van de groep bekijkt, lijken het hardcore linksen te zijn, die de lof zingen van de antifascistische partizanen en de stalinistische Communistische Partij van Italië. Zie bijvoorbeeld PCI non un album di ricordi ma frammenti di una vita politica collettiva che ha cambiato l'Italia e ha reso tutti più li [41] [9].
[8] [42] ACG sluit IKS uit van openbare bijeenkomsten, CWO verraadt solidariteit tussen revolutionaire organisaties [43] [10], Révolution Internationale 498.
De belangrijkste anarchistische organisatie in het Nederlandse taalgebied, de Vrije Bond, heeft tot nog toe geen officieel standpunt ingenomen ten aanzien van de oorlog in Oekraïne. Maar de Anarchistische Groep Amsterdam, het kloppend hart van de Vrije Bond, organiseert zo nu en dan een geldinzamelingsactie voor Solidarity Collectives, een antiautoritair vrijwilligersnetwerk in Oekraïne dat volgens eigen zeggen “betrokken is bij het verzet tegen de Russische invasie”en dat met het ingezamelde geld “de meest noodzakelijke humanitaire artikelen, militaire uitrusting en medische benodigdheden koopt”. Hiermee verleent dit netwerk steun aan “anti-autoritaire activisten, vakbondsleden en basisactivisten die zich bij de militaire eenheden hebben aangesloten”. Geld inzamelen voor Solidarity Collectives betekent dus de kant kiezen van en steun verlenen aan de Oekraïense kapitalistische Staat.
In hiernavolgende artikel wordt het standpunt ontmaskert van een anarchistische organisatie in Duitsland, die vergelijkbaar is met de Vrije Bond: de Freien Arbeiter Union (FAU). Die organisatie beweert zich niet voor het karretje te laten spannen van een of ander imperialistisch kamp. Maar zoals we in de loop van het artikel zien komt ze toch niet zonder bloed aan de handen uit de strijd in de Oekraïne. Goed beschouwd beperkt de opstelling van de FAU zich niet tot een onschuldige verwarring, maar leidt deze rechtstreeks “naar de oorlogspolitiek van de heersende klasse”en draagt ze bij aan de militaire barbaarsheid van de bourgeoisie. En net als de FAU, zou de Vrije Bond er ook goed aan doen niet langer stommetje te spelen, maar er ruiterlijk voor uit te komen dat ze zich schaart achter Oekraïense Staat en haar militaristisch geweld.
============================
"Direkte Aktion", het tijdschrift van de FAU in Duitstalige landen, publiceerde in maart 2022 de verklaring van het Internationale Comité van de FAU over de Russische inval in Oekraïne, die eindigt met de zin "Geen handdruk voor de oorlog en al zijn profiteurs - allen voor wereldwijde solidariteit".[1]
Wijst de FAU dus elke partijdigheid in deze oorlog strikt af en bestrijdt zij deze ook consequent? Nee, want de verklaring van het Internationaal Comité van de FAU bevat een hele reeks politieke standpunten die niets te maken hebben met een internationalistisch standpunt tegen de oorlog. Bij nader inzien gaan ze veel verder dan onschuldige verwarring en leiden ze rechtstreeks naar het terrein van de bourgeoisie en de oorlogspolitiek van de heersende klasse.In werkelijkheid bevindt zich achter deze verklaring een vindingrijke verdediging van de kapitalistische democratie en haar typische argumenten voor oorlog. In plaats van fel en zonder onderscheid alle partijen in de oorlog in Oekraïne te bestrijden en openlijk aan de kaak te stellen, kiest de FAU in feite één kant, die van Oekraïne en zijn bondgenoten.
De verklaring van het Internationaal Comité van de FAU is erg kort en sommige dingen worden slechts aangeduid, zoals haar standpunt over de politiek van het Duitse imperialisme ten aanzien van de oorlog in Oekraïne, de abstracte leuze van de FAU voor ‘wereldwijde solidariteit’. De FAU lijkt ook aan te nemen dat ‘humanitaire crises’ kunnen worden overwonnen binnen het kapitalisme (dat als geheel niets anders is dan een permanente humanitaire catastrofe!). Centraal staat echter hun democratische en linksburgerlijke rechtvaardiging van de oorlog. In hoeverre alle afdelingen, leden of sympathisanten van de enorm heterogene anarcho-syndicalistische beweging het eens zijn met deze verklaring is onduidelijk, maar we moeten haar op haar woord geloven, vooral omdat het geen artikel is van een enkel lid, maar de verklaring van een comité dat zich presenteert als de officiële vertegenwoordiger van het anarchosyndicalisme.
De arbeidersbeweging heeft een lange ervaring met oorlog en heeft daar de pijnlijke lessen uit moeten trekken. Doorslaggevend is het standpunt van het revolutionair internationalisme, dat het enige geldige antwoord van de arbeidersklasse op oorlog kan zijn en dat in de geschiedenis ook is geweest. De FAU lijkt dit alles niet te weten, laat staan te hebben begrepen.
De twee centrale lessen van de confrontatie van de arbeidersbeweging met de oorlog moeten hier worden onderstreept: In tegenstelling tot de opvattingen van het pacifisme, dat uitgaat van een mogelijke vrede in het kapitalisme en juist tegenover de Eerste Wereldoorlog jammerlijk ineenstortte, is de uitroeiing van de kanker van de oorlog alleen mogelijk door het overwinnen van het kapitalisme als een historisch achterhaald systeem in verval dat zich thans in een irrationeel proces van ontbinding bevindt.Niet de vredesonderhandelingen en het staakt-het-vuren tussen de strijdende partijen, dat slechts een pauze is in de permanente oorlog, niet de vredesbeloften van linkse regeringen, niet de militaire bezetting van oorlogsgebieden door ‘vredestroepen’ kunnen een probleem oplossen dat in feite inherent is aan het kapitalisme en voordurend erger wordt.
Zelfs als de oorlog in Oekraïne is afgelopen, net zoals al velen daarvoor, zal de oorlogsspiraal niet stoppen. Alleen door een wereldwijde proletarische revolutie is dit mogelijk, ook al lijkt die ver weg.Nadat de Russische Revolutie van 1917 en de revolutionaire opstanden in andere oorlogvoerende landen de oorlog tijdelijk hadden gestopt, moest de arbeidersklasse de pijnlijke les ‘oorlog of revolutie’ leren.
Zoals Lenin het in 1918 zei: “Internationalisme betekent breken met de eigen sociaalchauvinisten (d.w.z. de verdedigers van het vaderland) en met de eigen imperialistische regering, betekent revolutionaire strijd tegen deze regering, betekent haar omverwerping, (...)"[2]."Er bestaat maar één werkelijk internationalisme: het met overgave werken aan het tot ontwikkeling brengen van de revolutionaire beweging en van de revolutionaire strijd in het eigen land, het ondersteunen (door propaganda, door morele en materiële hulp) juist van zulk een strijd, juist van zulk een lijn, en uitsluitend van zulk een lijn in alle landen zonder uitzondering”[3].
Internationalisme bestaat niet alleen uit een afwijzing van oorlog, maar gaat ervan uit dat slechts één kracht in de maatschappij, alleen de klassenstrijd van het proletariaat, de potentie heeft om oorlog te stoppen en uit te bannen. Een strijd van de arbeidersklasse die in alle landen hetzelfde karakter heeft en zich ook internationaal moet verenigen. Pacifisme, vredesbewegingen, oproepen tot weigering zijn geen uitdrukking van revolutionaire strijd, noch zijn ze een ‘eerste stap in de goede richting’.
Integendeel, zij verbergen het feit dat de strijd tegen de oorlog wordt gevoerd tussen de twee centrale klassen in de maatschappij, de bourgeoisie en het proletariaat. Ze zijn een smeltkroes van allerlei democratische illusies. Daarom is een internationalistisch standpunt gebaseerd op de contante strijd van het proletariaat en op niets anders.
Deze pijlers van het internationalisme waren de belangrijkste twistpunten op de conferenties van Zimmerwald 1915 en Kienthal 1916 tegen de oorlog. Niet de openlijke voorstanders van oorlog waren het grootste gevaar voor de arbeidersklasse, maar de heimelijke voorstanders, degenen die zich in arbeidersterminologie hulden, oppervlakkig tegen de oorlog waren, maar moeilijk te doorzien. Dit geldt nog steeds. De FAU, met haar snel zichtbare steun voor één partij in de oorlog in Oekraïne, zou in deze gelederen van schijninternationalisten zelfs geen plaats hebben gevonden!
“De militaire agressie van de Russische regering eist momenteel doden en gewonden, vernietigt steden, gemeenschappen en bestaansmiddelen, en streeft de macht en economische belangen van enkelen na, betaald met het bloed en de levens van duizenden. Op lange termijn dreigt het de - ook nu nog beperkte - vrijheidsrechten van het Oekraïense volk volledig uit te wissen ten gunste van de politieke dictatuur”.Over welke ‘vrijheidsrechten’ heeft de FAU het, die de Oekraïense staat blijkbaar nog gedeeltelijk garandeert aan de arbeidersklasse? De arbeidersklasse in Oekraïne wordt net als in Rusland op dezelfde meedogenloze manier door ‘haar’ kapitalistische staat, vandaag geleid door de regering Zelenski, als kanonnenvoer naar het front gestuurd en als schild gebruikt. Allemaal onder bedreigingen, repressie en een streng verbod om het land te verlaten.Beide partijen in deze oorlog worden op een onvoorstelbare schaal gekenmerkt door militaire wreedheid. In plaats van het meedogenloze karakter van de twee regimes - in Rusland onder de kliek van Poetin en in Oekraïne onder Zelenksi, die van ‘komiek’ tot militaire leider is veranderd - aan de kaak te stellen en te benadrukken dat de arbeidersklasse geen van de beide kampen moet verdedigen, maar moet bestrijden, bagatelliseert de FAU de werkelijke situatie door te spreken over het gevaar van het verlies van bestaande ‘vrijheidsrechten’ van de Oekraïense bevolking. Voor de FAU is dit een eerste argument om de Oekraïense democratie te verdedigen. Is dat geen pure spot?
Als de oorlog altijd het karakter van de kapitalistische staat en zijn politiek jegens de arbeidersklasse blootlegt, dan legt hij ook de leugens en rookgordijnen bloot van de politiek van het staatskapitalisme dat specifiek op het proletariaat is gericht, zoals ‘democratische verkiezingen in tijden van oorlog’ of ‘vakbondsvrijheid zelfs in tijden van oorlog’. De laatste wordt gezien als een prachtig geschenk voor de arbeidersklasse, vooral door anarcho-syndicalistische organisaties voor hun zogenaamde“transnationale en basisdemocratischevakbeweging”. Vakbonden, evenals het parlementarisme waarmee ze hand in hand gaan, zijn centrale en onmisbare aspecten van de burgerlijke democratie, de meest intelligente vorm van de dictatuur van het kapitalisme.
Zeggenschap in de staat en daarmee zogenaamd de vrijheid en rechtvaardigheid van de democratie voor de arbeidersklasse. Dit alles past momenteel rechtstreeks in de oorlogspropaganda van de Oekraïense staat en haar bondgenoten, zoals de Verenigde Staten, omdat dit specifiek gebaseerd is op de huidige oorlog over dezeveelgeprezen ‘verdediging van democratie’ De vakbonden in Oekraïne, van links naar rechts, maken deel uit van de oorlogsinspanningen, om een oorlogswaardige industrie in stand te houden en hun routinematige controlefunctie in de arbeidersklasse uit te oefenen.
Het ongenuanceerde wrede, koelbloedige maar makkelijker te doorzien kapitalistische regime in Rusland onder de duim van de regering Poetin probeert de oorlog te verkopen als "denazificatie". Om historische redenen (de oorlog tussen Rusland en Duitsland tussen 1942-45) baseert de Russische staat zijn oorlogspropaganda eveneens op de vermeende verdediging van "vrijheidsrechten" tegen het fascisme. Het antifascisme was in vergelijking met het botte bloeddorstige fascisme de zegevierende ideologie, vooral in de Tweede Wereldoorlog,om de arbeidersklasse naar het slachthuis te dwingen, slim gebruikt door het stalinisme en de geallieerden. De mythe van "vrijheidsrechten" kent diversekleuren.
De verklaring van de FAU onderscheidt met haar meetlat tussen (vanuit het perspectief van de arbeidersklasse zoals ze waarschijnlijk denken) verschillende staten: Oekraïne als het ‘kleinere kwaad’ dan Rusland. Democratische vrijheidsrechten worden verondersteld dit verschil te maken die volgens de FAU de verdediging van Oekraïne moet handhaven. In het verval van het kapitalisme is er echter geen fundamenteel verschil tussen de verschillende politieke groepen van de heersende klasse, hetzij het op nationaal als op internationaal vlak. Wat hen onderscheidt, is de ideologie waarachter je zehun doeleinden verbergen, of het nu met democratische, met open nationalistische of populistische propaganda.
Laten we de KRAS (Confederatie van Revolutionaire Anarcho-Syndicalisten), een anarcho-syndicalistische internationalistische groepering uit Rusland, hierop een antwoord geven, die, geheel in tegenstelling tot de FAU, in haar eigen verklaring tegen de oorlog in Oekraïne als het ware bewust beide kanten aanklaagt en bestrijdt: “De heersende elites van Rusland en Oekraïne, aangespoord en geprovoceerd door het wereldkapitaal, hebzuchtig naar macht en opgeblazen met de miljarden die zijn gestolen van de werkende mensen, hebben zichverenigd in een dodelijk gevecht. Hun honger naar winst en heerschappij wordt nu betaald met het bloed van gewone mensen – mensen zoals wij. (...) Welke ‘humanistische’, nationalistische, militaristische, historische of andere retoriek het huidige conflict ook rechtvaardigt, erachter schuilen slechts de belangen van degenen die politieke, economische en militaire macht hebben. Voor ons, de werkende mensen, gepensioneerden en studenten, brengt hij alleen lijden, bloed en dood. Het bombarderen van vreedzame steden, de beschieting door de artillerie, het doden van mensen kan nergens door worden gerechtvaardigd. (...) We roepen de mensen in het achterland aan beide kanten van het front, de arbeiders in Rusland en Oekraïne op om deze oorlog niet te ondersteunen, om hem niet te helpen - integendeel, om hem met alle kracht weerstaan!” [4]
Ondanks twijfels... vooral applaus voor de bourgeoisie van de VS en de EU
Dat de FAU zich op burgerlijk terrein bevindt is geenszins overdreven. Wat vinden we vervolgens in de verklaring? “Hoewel wij de huidige druk tegen de Russische regering en banken toejuichen, vinden wij de morele verontwaardiging van de NAVO-landen en de EU weinig geloofwaardig tegen de achtergrond van hun eigen imperialistische politiek. We denken bijvoorbeeld aan de aanvalsoorlogen van de Turkse regering tegen Armenië, Noord-Irak, Noordoost-Syrië, we hebben het over het gebrek aan steun voor de opstanden in Wit-Rusland of Hongkong, we hebben het over het gebrek aan steun voor de opstandelingen in Soedan en Myanmar. Wij verzetten ons resoluut tegen alle imperialisme.” De FAU ‘verwelkomt’de politiek van de ene partij in de oorlog tegen de andere - duidelijke woorden! De druk van de VS en de EU-staten (allemaal natuurlijk met verschillende doelen, inzet en wederzijdse spanningen) bestaat uit economische sancties waaronder de burgerbevolking lijdt, wapenleveranties, training van het Oekraïense leger en nog veel meer..... met andere woorden naakte oorlogsvoering. Deze ‘druk’ toejuichen, zoals de FAU doet, is volledig in tegenspraak met een internationalistisch standpunt tegen de oorlog.
Wat zit er achter de fatale logica van de FAU? Enerzijds is het, zoals hierboven reeds beschreven, het directe gevolg van de opvatting dat de arbeidersklasse de voorkeur moet geven aan het democratisch kapitalisme. Maar bovenal rechtvaardigt de FAU haar schouderklopje voor de politiek van de VS en de EU-staten door te zeggen dat Rusland militair de grens heeft overschreden en dat de agressor op zijn plaats moet worden gezet.
Behalve de oorlog in Oekraïne klaagt de FAU ook over het ‘gebrek aan steun’ voor democratische bewegingen tegen een militaire agressor. Blijkbaar verlangt de FAU naar een dergelijke steun en een hardere aanpak, die in een oorlog altijd centraal op militair niveau plaatsvindt, van de VS en de staten van de EU tegen de Turkse agressor. Welke oorlogspartij als eerste over de grens overschrijdt, is niet bepalend voor de houding van de arbeidersklasse en haar revolutionaire organisaties tegenover de oorlog. Oorlog is onder het kapitalisme een permanente, alledaagse en een algemene levenswijze geworden en heeft in zijn geheel een imperialistisch karakter. Elke staat, klein of groot, heeft een imperialistisch karakter als integraal onderdeel van deze moorddadige dynamiek en voert een politiek overeenkomstig deze wetten. Achter de methode om oorlogvoerende partijen te onderscheiden in agressors en verdedigers, zoals we die in de verklaring aantreffen, schuilt botweg de rechtvaardiging van de ‘defensieve oorlog’.
Wanneer de FAU oproept tot "alle mogelijke hulp aan de moedige anti-oorlogsdemonstranten in Rusland en Wit-Rusland", blijft de andere partij in de oorlog ongemoeid. Alleen op het vlak van deserties (“steun aan deserteurs van beide zijden”) lijkt de FAU het volledig oneens te zijn met de Oekraïense staat. Een internationalistisch standpunt verdedigt het standpunt dat de arbeidersklasse zich moet verzetten tegen een imperialistische oorlog in alle landen op basis van dezelfde grondbeginselen, beginselen die losstaan van de krachten waarover zij voor een dergelijke strijd beschikt. Dit betekent niet dat de situatie in de bij de oorlog betrokken landen wordt genegeerd, met de illusie de klasse te kunnen mobiliseren voor een krachtig verzet tegen de oorlog door middel van een radicale oproep.
Er is inderdaad een verschil tussen de situatie van de arbeidersklasse in Oekraïne en in Rusland. In Oekraïne is de arbeidersklasse tot dusver door de bourgeoisie met succes in de oorlog gemobiliseerd via de nationalistische propaganda van de verdediging van het vaderland (vergezeld van het verbod voor dienstplichtigen om het land te verlaten) en heeft zij ideologisch een fatale nederlaag geleden. De Russische bourgeoisie daarentegen moet met de grootste omzichtigheid mannen zonder enig vooruitzicht uit arme streken mobiliseren als kanonnenvoer, hoewel er tot nog toe geen proletarische reacties tegen de oorlog zichtbaar zijn geworden in Rusland. Wij gaan ervan uit dat in de huidige situatie in Oekraïne, maar ook in Rusland, hoewel de situatie niet identiek is, geen enkele reactie van de arbeidersklasse tegen de oorlog kan worden verwacht. Deze moet vooral komen van de landen van West-Europa, waar het proletariaat een grote, zij het nog beperkte, afkeer heeft van deze oorlog in zijn geheel.
Het proletariaat in West-Europa verkeert niet in dezelfde situatie, omdat het sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer op grote schaal in een oorlog is gemobiliseerd en dus, in combinatie met de meest ingrijpende historische ervaringen, een centrale verantwoordelijkheid draagt in de strijd tegen de oorlog. Het is de ontwikkeling van de klassenstrijd in West-Europa tegen de fatale gevolgen van de oorlog voor het proletariaat die een perspectief kan bieden voor het verzet van de arbeidersklasse in Oekraïne en Rusland.
Het stilzwijgen van de FAU over een noodzakelijk verzet van de arbeidersklasse tegen de oorlog in Oekraïne is echter niet gebaseerd op een echte analyse van wat op dit moment ‘mogelijk’ is voor het proletariaat, maar op haar keuze voor de bourgeoisie die zij moet steunen. Hoewel de FAU in vergelijking met de Duitse sociaal-democratie ten tijde van de Eerste Wereldoorlog volstrekt onbeduidend is, belichaamde die in wezen dezelfde methode: de Duitse sociaal-democratie nam het absurde en nationalistische standpunt in dat een Duitse militaire overwinning de situatie in Duitsland zou stabiliseren en zo een voordelig uitgangspositie zou garanderen voor de Duitse arbeidersklasse. Conclusie: Arbeiders trekken ten strijde! Het lijkt erop dat de FAU het voordeel en de zekerheid van ‘vrijheidsrechten’ verwacht van een stilzwijgen van de arbeidersklasse in Oekraïne tegenover ‘hun’ eveneens door oorlog geobsedeerde regering. Een politiek van zwijgen is steun aan de oorlog.
Deserties, waarmee de FAU zich solidair verklaart (voor één keer geldend voor beide oorlogskampen!), zijn een reactie van wanhoop aan het bloedige oorlogsfront. Deserteurs zijn weliswaar een begrijpelijke reactie op de wreedheid van de oorlog en de dwang om zich onder dreiging van executie als kanonnenvoer over te geven, maar zij blijven altijd veroordeeld tot de individuele daad van vluchten, onderduiken, opgejaagd worden, de permanente angst om verraden te worden of het stempel ‘verrader van het vaderland’ te behouden, ook nadat de oorlog voorbij is. De arbeidersklasse kan zich alleen collectief tegen de oorlog verzetten, vooral via de klassenstrijd achter de fronten, in de fabrieken. Met name de ervaringen van de Eerste Wereldoorlog hebben aangetoond dat alleen dit een perspectief kan geven aan een reactie van de soldaten aan het front tegen de oorlog. Maar ook daar is het collectief neerleggen van de wapens de belangrijke stap om de bourgeoisie het hoofd te bieden en zo het trieste lot van de individuele deserteurs te vermijden.
Het is geen toeval dat de FAU alleen de kwestie van deserties aan de orde stelt. Aandringen op een collectieve reactie van de onder dwang gemobiliseerde arbeiders in uniform (ook al is dat vandaag de dag in Rusland en Oekraïne niet mogelijk) is te ver verwijderd van haar methode. Het standpunt van de FAU is ook typerend voor veel organisaties en stromingen die beïnvloed zijn door het anarchisme, dat, op enkele uitzonderingen na, altijd de individuele rebellie centraal heeft gesteld.
De meest serieuze eis in de verklaring van de FAU is voor zelfverdedigingseenheden: “In de huidige aanvalsoorlog tegen de Oekraïense bevolking doen wij een beroep op jullie: Organiseer huisvesting, banen, officiële ondersteuning en transportdiensten voor de vluchtelingen uit Oekraïne, doneer geld, medicijnen, beschermende uitrusting zoals helmen en vesten aan linkse zelfverdedigings- en medische eenheden, steun deserteurs van beide kanten, (...)”. In de verklaring wordt een beroep gedaan op de solidariteit van de arbeiders om onder meer ‘zelfverdedigingseenheden’ te steunen. Het lijden van de burgerbevolking in Oekraïne als gevolg van de razende oorlog is grenzeloos, en alleen de vlucht van miljoenen zou velen kunnen redden van de dood door de bommen van beide strijdende partijen. De solidariteit van de arbeidersklasse met vluchtelingen is altijd - bijvoorbeeld ten tijde van de wereldoorlog - een uitdrukking geweest van de afkeer van de arbeidersklasse van oorlog, ook al was zij als klasse niet eens rudimentair in staat zich tegen de oorlog te verzetten. Het gevoel van solidariteit binnen de arbeidersklasse voor oorlogsslachtoffers kan echter gemakkelijk worden misbruikt door de heersende klasse. Vandaag is het de opoffering van vele arbeidersgezinnen in West-Europa die wordt uitgebuit in de vorm van steun voor depolitiek en de strategie van de West-Europese bourgeoisie: “Duitsland helpt de oorlogsslachtoffers”, maar in feite is het de arbeidersklasse die hen helpt... en de staat levert wapens!
De in de verklaring van de FAU genoemde ‘zelfverdedigingseenheden’, d.w.z. met wapens uitgeruste groepen, zijn en waren nooit iets anders dan een onderdeel van de oorlog. Sinds kort na het uitbreken van de oorlog in februari 2022 zijn er anarchistische gewapende groepen die openlijk samenwerken met het Oekraïense leger of er rechtstreeks deel van uitmaken. Het is macaber dat dit ook bestaat aan de Russische kant van de oorlog. De KRAS heeft dergelijke absurditeiten in de meest krachtige bewoordingen veroordeeld. Of de verklaring van de FAU hier nu blijk geeft van naïviteit, fantasie of wat dan ook, ‘zelfverdedigingseenheden’ voegen zich, zelfs wanneer zij worden voorgesteld als iets dat in het belang is van het lijdende mensen, rechtstreeks in de militaire barbarij van de bourgeoisie. Dat zou in Rusland niet anders zijn als de oorlog zich ook op Russisch grondgebied zou afspelen. Elke oorlogspartij rekent erop dat zij dergelijke civiele mobilisaties van ‘zelfbescherming’, d.w.z. civiele verdediging in de oorlog, in haar strategie kan opnemen. Zij vormen een onmisbaar onderdeel van de nationale oorlogsmobilisatie, een schakel tussen de burgerbevolking en het leger.
We overdrijven niet als we de verklaring van de FAU omschrijven als steun voor de oorlog. In een interview met een Oekraïense vakbondsman dat door de FAU is gemaakt, gepubliceerd en met geen woord bekritiseerd, eist deze laatste: “Ik wil iedereen oproepen Oekraïne te steunen, Oekraïense vluchtelingen en Oekraïense migranten te steunen en iedereen in Oekraïne te helpen”. Duidelijker kan men de tragische logica, die niets te maken heeft met een internationalistische houding, nauwelijks uitdrukken. Blijkbaar stoort de oproep om één partij in de oorlog te steunen de FAU niet.
Mario, 13.11.2022
[2] Die proletarische Revolution und der Renegat Kautsky [49], Oktober 1918, Lenin.
[3] De taken van het proletariaat in onze revolutie, April 1917, Lenin, Pagasus
Wij publiceren hier een verklaring van enkele kameraden in Turkije over de aardbeving die Turkije en Syrië heeft getroffen. Wij verwelkomen de snelle reactie van de kameraden op deze vreselijke gebeurtenissen, waarbij het officiële dodental de 21.000 al heeft overschreden en waarschijnlijk nog veel hoger zal uitvallen, met inbegrip van degenen die de eerste beving hebben overleefd maar nu geconfronteerd worden met honger, kou en ziekte. Zoals uit de verklaring blijkt, is deze ‘natuurlijke’ ramp nog veel dodelijker geworden door de onbarmhartige eisen van de kapitalistische winst en concurrentie, waardoor de mensen in volstrekt ontoereikende en karige woningen moeten leven. De bijzonder catastrofale gevolgen van de recente aardbeving illustreren de minachting van de bourgeoisie het leven en het lijden van de arbeidersklasse en de onderdrukten in deze periode waarin de kapitalistische productiewijze in alle opzichten uiteenvalt. Vooral het feit dat deze ramp plaatsvindt in het midden van een imperialistische oorlog versterkt de impact ervan aanzienlijk. Het epicentrum van de beving lag in Maraş, in de overwegend Koerdische regio die lange tijd het onderwerp was van het conflict tussen de Turkse staat en Koerdische nationalisten. In Noord-Syrië zijn een groot aantal van de slachtoffers vluchtelingen die hebben geprobeerd te schuilen voor de moorddadige oorlog in Syrië, en die al in helse omstandigheden leefden, nog verergerd door de doelbewuste bombardementen van het Assad-regime op ziekenhuizen in steden als Aleppo. De voortdurende confrontatie tussen strijdende kapitalistische facties in de regio zal ook een politieke en materiële belemmering vormen voor de toch al magere reddingsinspanningen.
**************************************
De omvang van de verwoestende gevolgen van de aardbeving in Maraş (6 februari 2023), die ook naburige provincies en Syrië heeft geschokt, is nog niet precies bekend. Volgens de media zijn meer dan tienduizend gebouwen verwoest, zijn duizenden mensen onder het puin gestorven en tienduizenden mensen gewond geraakt. De communicatie met sommige steden is al twee dagen verbroken. Wegen, bruggen en luchthavens zijn verwoest. In de haven van Iskenderun zou brand zijn uitgebroken. In veel gebieden zijn de aansluitingen voor elektriciteit, water en aardgas verbroken. Degenen die de aardbeving hebben overleefd, worstelen nu met honger en kou onder barre winterse omstandigheden. Er is ook zeer ernstig nieuws uit de aardbevingsgebieden in Syrië, dat militair bezet is door Turkije.
Twee grote aardbevingen achter elkaar zijn zeker ongewoon. In tegenstelling tot wat de heersende klasse en haar partijen beweren, betekent dit echter niet dat de door aardbevingen veroorzaakte verwoestingen normaal zijn. De misselijkmakende oproepen tot ‘nationale eenheid’ van zowel de oppositie als de heersende kapitalistische partijen kunnen niet verhullen dat iedereen weet: het kapitalisme en de staat zijn de hoofdschuldigen voor deze verwoesting.
1- Wij weten dat het proletariaat als klasse in actie allerlei vormen van solidariteit zal tonen met degenen die in de aardbevingsgebieden dakloos zijn geworden, gewond zijn geraakt en hun familieleden hebben verloren. Honderden mijnwerkers hebben zich al aangemeld om deel te nemen aan zoek- en reddingsacties in het aardbevingsgebied. Overal ter wereld zijn hulpverleners en zoek- en reddingsteams al solidair om de overlevenden te helpen. Deze solidariteit, als een van de grootste wapens van het proletariaat, is van levensbelang. De proletariërs kunnen niemand anders vertrouwen dan elkaar. We kunnen alleen emancipatie verwachten via onze eigen klasse, via eenheid, niet van de heersende klasse en haar staat.
2- De ervaringen met aardbevingen in Turkije bewijzen de destructieve en dodelijke gevolgen van de verstedelijking die zich heeft ontwikkeld met het oog op de sociale reproductie van het kapitaal. De enige reden voor het bouwen van huizen die niet aardbevingsbestendig zijn, het samenproppen van mensen in gebouwen met meerdere verdiepingen en dichtbevolkte steden in aardbevingsgebieden, is om te voorzien in de overvloedige en goedkope behoeften aan arbeidskrachten van het kapitaal. Na de aardbevingen van Gölcük en Düzce twintig jaar geleden (in de Marmara-regio) toont deze aardbeving eens te meer aan hoe oppervlakkig alle ‘maatregelen’ van de staat en de krokodillentranen van de heersende klasse zijn. Deze aardbeving en de gevolgen ervan bewijzen nu al op pijnlijke wijze dat de belangrijkste bestaansreden van de staat niet de bescherming van de arme en proletarische bevolking is, maar de bescherming van de belangen van het nationale kapitaal.
3- Waarom bouwt het kapitalisme dan geen permanente en solide infrastructuur, ook al vernietigen rampen regelmatig en systematisch zijn eigen productie-infrastructuur? Omdat in het kapitalisme gebouwen, wegen, dammen, havens, kortom investeringen in de infrastructuur in het algemeen, niet worden gebouwd met het oog op duurzaamheid of menselijke behoeften. In het kapitalisme worden al deze investeringen, of ze nu door de staat of door particuliere ondernemingen worden gedaan, gebouwd met het oog op winstgevendheid en voortzetting van het systeem van loonarbeid. Dichte bevolkingen worden samengepropt in onbewoonbare steden. Zelfs als er geen aardbeving is, vullen ongezonde betonnen gebouwen die hooguit 100 jaar meegaan steden en plattelandsgebieden. De verschrikkelijke kapitalistische verstedelijking van de afgelopen 40 jaar heeft steden en zelfs dorpen in heel Turkije in zulke betonnen graven veranderd. Het kapitalistische systeem, gebaseerd op de productie van meerwaarde, kan alleen in stand worden gehouden door zoveel mogelijk levende arbeidskrachten, d.w.z. proletariërs, in dienst te nemen en investeringen in vast kapitaal, d.w.z. infrastructuur, tot een minimum te beperken. In het kapitalisme is bouwen een permanente activiteit, de duurzaamheid van het gebouw, zijn harmonie met de omgeving en zijn antwoord op menselijke behoeften worden volledig genegeerd. Dit is de regel in het geavanceerde westerse kapitalisme en in de zwakkere kapitalismen van Afrika en Azië. Het enige maatschappelijk doel van het kapitaal en zijn staten is het bestendigen van de uitbuiting van een steeds groter aantal proletariërs.
4- De kapitalistische orde is zelfs niet in staat oplossingen aan te dragen die haar eigen orde van uitbuiting kunnen reproduceren. Bij ‘natuurrampen’ is het kapitaal niet alleen roekeloos, maar ook hulpeloos. Deze hulpeloosheid blijkt ook uit het gebrek aan coördinatie van de door de staat gecontroleerde hulporganisaties en het onvermogen van de staat om noodhulp te verdelen. We zien dit niet alleen in landen als Turkije, waar het kapitalisme in nog meer in verval is geraakt, maar ook in landen in het hart van het kapitalisme, zoals Duitsland, dat twee jaar geleden machteloos stond tegenover overstromingen, of de VS, waar wegen en bruggen door overstromingen waren ingestort als gevolg van verwaarloosde investeringen in de infrastructuur.
5- Het feit dat sommige delen van de burgerlijke oppositie de staat ‘ontoereikend’ vinden om de slachtoffers van de aardbeving te ‘helpen’ geeft een misleidend beeld van de aard van de staat. De staat is geen hulporganisatie. De staat is het collectieve geweldsapparaat van een minderheid van de uitbuitende klasse. De staat beschermt de belangen van het kapitaal. Zeker, aangezien de chaos in een rampgebied zowel de zwakte van de heersende klasse aantoont als de reproductie van het kapitaal zelf belemmert, zal de staat gedwongen zijn een minimum aan ‘hulp’ te organiseren. Maar het lijkt erop dat de staat zelfs niet in staat is deze minimale hulp te bieden. Hoe de staat ook ingrijpt in de ramp, zijn belangrijkste functie is het proletariaat in toom te houden en te concurreren met andere kapitalistische landen in het belang van het eigen nationale kapitaal. De staat is de ideologische en fysieke machine die de kapitaalaccumulatie ondersteunt, de bewaker van omstandigheden die arbeiders in dodelijke betonnen doodskisten proppen en hen weerloos achterlaten bij rampen.
6- Er is niets ‘natuurlijks’ aan de epidemieën, hongersnoden en oorlogen die we de laatste jaren hebben meegemaakt en waarvan de gevolgen wereldwijd worden gevoeld. Hoewel het tijdstip van een aardbeving niet kan worden voorspeld, kunnen de breuklijnen en mogelijke kracht van aardbevingen wel met zekerheid worden voorspeld. De hoofdverantwoordelijke voor al deze rampen zijn het kapitalisme en de natiestaten, de gehele bestaande heersende klasse, die de maatschappij organiseert rond de winning van meerwaarde en loonarbeid, die de militaristisch-nationalistische concurrentie versterkt en het bestaan en de toekomst van de mensheid bedreigt. Zolang het kapitalisme blijft overheersen, zolang de mensheid verdeeld blijft in natiestaten en klassen, zullen deze rampen zich blijven voordoen, steeds dodelijker, destructiever en frequenter. Dit is de duidelijkste aanwijzing voor de uitputting van het kapitalisme. Overal ter wereld drijft de heersende klasse de mensheid naar oorlogen, verschrikkelijke en onbewoonbare steden, honger en hongersnood, in een gigantische wereldwijde klimaatcrisis.
De aardbeving in en rond Maraş is het laatste concrete en pijnlijke bewijs dat de heersende klasse de mensheid geen positieve toekomst te bieden heeft. Maar dit mag ons niet aanzetten tot pessimisme. De solidariteit die onze klasse heeft getoond en zal tonen tijdens deze aardbeving zou ons hoop moeten geven. Rampen zijn verwoestend, niet omdat ze geen oplossing hebben, maar omdat onze klasse, het proletariaat, nog niet het zelfvertrouwen heeft om de wereld te veranderen en de mensheid te redden van de gesel van het kapitaal. De hulpbronnen van de mensheid en de aarde zijn voldoende om permanente, veilige woningen en nederzettingen te bouwen die ons zullen beschermen tegen rampen. De weg hiernaartoe zal opengaan zodra het proletariaat, de enige kracht die de hulpbronnen van de wereld kan mobiliseren voor bevrijding, zijn vertrouwen in zichzelf ontwikkelt en een wereldwijde strijd aangaat om de macht af te pakken van de corrupte kapitalistische klasse.
Een groep internationalistische communisten uit Turkije
De oorlog in Oekraïne is geen donderslag bij heldere hemel. De verwoestingen ervan vallen samen met een aantal andere catastrofale verschijnselen: verstoring van het klimaat, aantasting van het leefmilieu, een versnelde toename van de economische crisis, politieke stuiptrekkingen die zelfs het oudste land van het kapitalisme (het Verenigd Koninkrijk) treffen, de terugkeer van gruwelijke grootschalige hongersnoden, massale migratie van volkeren die oorlogsgebieden ontvluchten, slachtpartijen, vervolgingen of ellende... Deze combinatie van verschijnselen, hun onderlinge afhankelijkheid en interactie heeft de Internationale Kommunistische Stroming ertoe aangezet het onderstaande document aan te nemen, waarin getracht wordt ze op te integreren in een breder historisch kader, rekening houdend met de even belangrijke gebeurtenis die wordt gevormd door het opkomst van een grootschalige stakingsbeweging die het Verenigd Koninkrijk op zijn grondvesten deed schudden als gevolg van een diepe ontevredenheid: ‘de zomer van de woede’.
Worden een van de meest stuiptrekkende periodes in de geschiedenis en zijn nu al een opeenstapeling van onvoorstelbare rampen en leed. Het begon met de Covid-19 pandemie (die nog steeds voortduurt) en een oorlog in het hart van Europa, die al meer dan negen maanden duurt en waarvan niemand de uitkomst kan voorspellen. Het kapitalisme is op alle vlakken een fase van ernstige onrust ingegaan. Achter deze opeenstapeling en verwevenheid van de stuiptrekkingen schuilt de dreiging van de vernietiging van de mensheid. Zoals wij reeds hebben benadrukt in onze "Stellingen over de ontbinding [3]" [1] is het verval van het kapitalisme "de eerste vervalperiode, die het voortbestaan van de mensheid bedreigt, de eerste die de menselijke soort kan vernietigen" (Stelling 1).
Integendeel, zij heeft een geschiedenis die verschillende fasen kent. De fase van ontbinding is in onze Stellingen geïdentificeerd als de fase "die het kapitalisme in een nieuw en beslissend stadium heeft gebracht. Dit is het stadium waarin de ontbinding een beslissende, zo niet de beslissende, factor in de sociale ontwikkeling is geworden" (Stelling 2). Het is duidelijk dat als het proletariaat niet in staat is het kapitalisme omver te werpen, we getuige zullen zijn van een verschrikkelijke lijdensweg die leidt tot de vernietiging van de mensheid.
was een verbluffende illustratie van deze vier kenmerken, door:
Het samenvallen en de interactie van verwoestende verschijnselen leidt tot een "draaikolk-effect" dat elk van zijn deeleffecten concentreert, versnelt en vermenigvuldigt, wat nog meer vernietiging veroorzaakt. Sommige wetenschappers zien dit op een min of meer duidelijke wijze, zoals Marine Romanello van het University College London: "Uit ons rapport voor dit jaar blijkt dat we ons op een kritiek punt bevinden. We zien hoe de klimaatverandering de gezondheid wereldwijd ernstig aantast, terwijl de voortdurende wereldwijde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen deze gezondheidsschade verergert te midden van een veelheid aan mondiale crises.” Dit "draaikolk-effect" vormt een kwalitatieve verandering waarvan de gevolgen de komende tijd steeds duidelijker zullen worden.
In dit verband moet worden gewezen op de drijvende kracht van de oorlog als een voorgenomen en geplande actie van de kapitalistische staten, die de krachtigste en ernstigste factor van chaos en vernietiging wordt. In feite heeft de oorlog in Oekraïne een versnellend effect gehad op de barbarij en vernietiging, waarbij:
In deze context moet de uitbreiding van de milieucrisis, die een nooit eerder gezien niveau bereikt, in al haar ernst worden begrepen:
Een andere factor die verband houdt met de milieucrisis en deze verergert, is de vervallen staat van de kerncentrales [6]. in de context van de energiecrisis (als gevolg van de economische crisis) maar ook als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Er bestaat een duidelijk risico van ongekende rampen naast die het gevolg zijn van de bombardementen op de Oekraïense kerncentrales.
Wij zijn niet de enigen die de ernst van de situatie inzien, en het is zelfs een persoonlijkheid die er helemaal niet van kan worden verdacht een vijand van het kapitalisme te zijn, die verkondigt dat "de klimaatcrisis ons aan het doden is. Dit zou niet alleen een einde maken aan de gezondheid van onze planeet, maar ook aan die van haar hele bevolking door atmosferische besmetting..." (zegt Antonio Guterres, secretaris-generaal van de VN in een boodschap aan zijn Algemene Vergadering in september 2022).
Die zich sinds 2019 ontwikkelt en die eerst door de pandemie en vervolgens door de oorlog is verergerd. Deze crisis lijkt een langere en diepere crisis te worden dan die van 1929. In de eerste plaats omdat de gevolgen van de ontbinding in de economie de werking van de productie in de war dreigen te schoppen, waardoor voortdurend knelpunten en blokkades ontstaan in een situatie van groeiende werkloosheid, die paradoxaal genoeg gepaard gaat met een tekort aan arbeidskrachten. Het komt vooral tot uiting in het uitbreken van de inflatie, die door de verschillende opeenvolgende reddingsplannen die de staten, geconfronteerd met de pandemie en de oorlog, inderhaast hebben opgesteld, alleen maar is aangewakkerd door een ongebreidelde vlucht in de schulden. De verhoging van de rente door de centrale banken in een poging de inflatie te beteugelen dreigt een zeer erntige recessie te veroorzaken door zowel staten als bedrijven in een wurggreep te nemen. Een waarachtige tsunami van ellende, een meedogenloze verarming van het proletariaat in de kernlanden is nu aan de gang.
Wordt nog verergerd door twee zeer belangrijke factoren die verband houden met de ontoereikende controle door met name de machtigste kapitalistische staten op het geheel van de maatschappelijke verhoudingen:
Anderzijds kan men binnen de grote bourgeoisieën van de wereld redelijkerwijs geen politiek ontdekken die een dergelijke vernietigende en snelle erosie ook maar gedeeltelijk of tijdelijk zou kunnen tegenhouden. Zonder het reactievermogen van de bourgeoisie te onderschatten ziet men, althans voorlopig, niet de uitvoering van een politiek zoals in de jaren 1980 en 1990, die de ergste gevolgen van de crisis en de ontbinding verzwakte en vertraagde.
Ook al verbaast zij ons door haar snelheid en omvang, was grotendeels voorzien in de actualisering van onze analyse van de ontbinding door het 22e congres (Rapport over de hedendaagse ontbinding (mei 2017) [54])[8]. Enerzijds erkende het rapport duidelijk de opkomst van het populisme in de centrale landen van het wereldkapitalisme als een belangrijke manifestatie van het verlies aan controle van de bourgeoisie over haar politieke apparaat. Evenzo noemden wij als andere uiting de uitbarsting van vluchtelingenstromen en de uittocht van mensen naar de centra van het kapitalisme en wezen wij met name op de milieuramp en de omvang daarvan.
Tegelijkertijd wordt in het rapport gewezen op problemen die vandaag de dag niet op de voorgrond treden in de media, maar die wel steeds erger worden: terrorisme, het huisvestingsprobleem in de centrale landen, hongersnood en vooral "de vernietiging van de menselijke verhoudingen, van de familiebanden, van de affectie is alleen maar erger geworden, zoals wordt aangetoond door het toenemend gebruik van antidepressiva, de explosieve toename van het fysieke lijden op het werk, en het ontstaan van nieuwe beroepen die zich richten op het ‘coachen’ van mensen. In dezelfde trant waren er ook echte slachtoffers zoals die van zomer 2003 en in Frankrijk, toen 15.000 ouderen overleden midden in de hittegolf". Er zij op gewezen dat de pandemie deze tendens aanzienlijk heeft versterkt en dat zelfmoorden en psychische aandoeningen in deze periode worden beschouwd als ‘een tweede pandemie’.
Het analysekader dat dertig jaar eerder in de "Stellingen over de ontbinding" werd uiteengezet:
Tegenover deze situatie waarschuwen de "Stellingen over de ontbinding" weliswaar dat "anders dan in de jaren 1970 de tijd niet meer aan de kant van de arbeidersklasse staat" (Stelling 16) en dat het gevaar bestaat van een langzame maar uiteindelijk onomkeerbare erosie van de grondslagen zelf van het kommunisme, maar maken zij niettemin duidelijk dat "het historisch perspectief volledig open blijft" (Stelling 17).
Inderdaad: "Ondanks de zware slag die het ineenstorten van het Oostblok aan het bewustzijn van het proletariaat heeft toegebracht, heeft het geen belangrijke nederlagen op haar eigen strijdterrein geleden en is haar strijdbaarheid nog steeds intact. Bovendien, en dit is het element dat in laatste instantie de uitkomst van de wereldsituatie zal bepalen, is de onverbiddelijk verergerende kapitalistische crisis de belangrijkste stimulans van de klassestrijd en de ontwikkeling van het proletarisch bewustzijn, de voorwaarde voor de mogelijkheid tot verzet tegen het ideologische vergif van de sociale verrotting. Terwijl zij zich niet als klasse kan verzamelen op het terrein van de gedeeltelijke strijd tegen de effecten van de ontbinding, vormt de strijd tegen de directe gevolgen van de crisis de basis voor de ontwikkeling van de kracht en de eenheid van de klasse" (Stelling 17).
"In tegenstelling tot de ontbinding, die de bovenbouw van de maatschappij aantast, raakt de economische crisis direct de fundamenten waarop deze bovenbouw rust; het legt de wortel bloot van het barbarendom, waardoor het proletariaat zich bewust kan worden van de noodzaak om radicaal van systeem te veranderen, in plaats van te proberen enkele onderdelen ervan te verbeteren." (Stelling 17).
Dit perspectief begint zich inderdaad af te tekenen "tegenover de aanvallen van de bourgeoisie, laat de arbeidersklasse in het Verenigd Koninkrijk zien dat zij opnieuw bereid is te vechten voor haar waardigheid, om de opofferingen te weigeren die het kapitaal onophoudelijk oplegt. En eens te meer is dit de belangrijkste weerspiegeling van de internationale dynamiek: afgelopen winter begonnen in Spanje en de VS-stakingen uit te breken; deze zomer hebben we ook Duitsland en België te maken gehad met stakingen; voor de komende maanden kondigen alle commentatoren ‘een explosieve sociale situatie’ aan in Frankrijk en Italië. Het is onmogelijk te voorspellen waar en wanneer de strijdwil van de arbeiders zich in de nabije toekomst op grote schaal zal manifesteren, maar één ding is zeker: de omvang van de huidige arbeidersmobilisatie in het Verenigd Koninkrijk is een belangrijk historisch gegeven: de dagen van passiviteit en onderwerping zijn voorbij. De nieuwe generaties arbeiders steken de kop op"[9].
Wij hebben benadrukt dat de strijd in het Verenigd Koninkrijk een breuk betekent met de passiviteit en desoriëntatie die tot dan toe heersten. De terugkeer van de strijdbaarheid van de arbeiders als antwoord op de crisis kan een bron van bewustwording worden, evenals onze interventie, die in een dergelijke situatie essentieel is. Het is duidelijk dat elke versnelling van de ontbinding erin slaagt de strijdbaarheid van de arbeiders een halt toe te roepen: de beweging in Frankrijk in 2019 kwam tot stilstand toen de pandemie uitbrak. Dit betekent een bijkomende en niet onbelangrijke moeilijkheid tegenover de ontwikkeling van de strijd en het herstel van het vertrouwen van het proletariaat in zichzelf en in zijn eigen krachten. Maar er is geen andere weg dan de strijd. De hervatting van de strijd is op zich al een eerste overwinning. Het wereldproletariaat kan in een zeer pijnlijk proces, met vele bittere nederlagen, eindelijk zijn identiteit als klasse herwinnen en uiteindelijk een internationaal offensief beginnen tegen dit stervende systeem.
Zij zullen nog duidelijker dan in het verleden het vooruitzicht tonen van de vernietiging van de mensheid die besloten ligt in de kapitalistische ontbinding. Aan de andere kant zal het proletariaat zijn eerste stappen zetten, zoals die zijn geschetst door de strijdbaarheid van de strijd in Groot-Brittannië, om zijn levensomstandigheden te verdedigen tegenover de toename van de aanvallen van elke bourgeoisie en de harde slagen van de economische wereldcrisis met al haar gevolgen. Deze eerste stappen zullen vaak aarzelend en vol zwakheden zijn, maar ze zijn onmisbaar als de arbeidersklasse haar historische bekwaamheid om haar kommunistisch perspectief op te leggen, opnieuw wil bevestigen. De twee polen van het perspectief zullen dus globaal tegenover elkaar staan in het alternatief: vernietiging van de mensheid of kommunistische revolutie, ook al is dit laatste alternatief nog heel ver weg en stuit het op enorme obstakels. Het verduidelijken van deze historische context is een reusachtige maar absoluut noodzakelijke en vitale taak voor de revolutionaire organisaties van het proletariaat. Dit vereist dat zij de beste verdedigers en voorvechters zijn van een algemeen perspectief. Het is ook een cruciale test voor hun bekwaamheid om de uitdagingen, die de verschillende aspecten van de huidige situatie met zich meebrengen, te analyseren en er antwoorden op te geven: oorlog, crisis, klassenstrijd, milieucrisis, politieke crisis, enz.
IKS, 28 oktober 2022
[1] Aangenomen in 1990
[3] In het algemeen is het risico voor de menselijke gezondheid in alle landen, ook in de ‘meest ontwikkelde’, dramatisch toegenomen, terwijl wetenschappers ook waarschuwen voor de mogelijkheid van nieuwe pandemieën. De studie van een team van het London University College, gepubliceerd in The Lancet, laat ook zien hoe de verspreiding van knokkelkoorts door de klimaatcrisis tussen 2018 en 2021 met 12% is toegenomen en dat "het aantal doden door hittegolven tussen 2017 en 2021, vergeleken met de periode 2000-2004, met 68% is toegenomen".
[4] The Lancet (2022). Het is juist dat de belangrijke factor van de enorme ecologische achteruitgang niet de enige factor is in de voedselcrisis, maar dat de concentratie van de productie in een klein aantal landen en de zware financiële speculatie met tarwe en andere essentiële voedingsmiddelen maken het probleem nog erger.
[5] Op zijn eigen manier erkent het Internationaal Monetair Fonds de realiteit van de situatie: “het is waarschijnlijker dat de groei verder zal vertragen en de inflatie hoger zal zijn dan voorzien. In het algemeen zijn de risico's groot en grotendeels vergelijkbaar met de situatie aan het begin van de pandemie - een ongekende combinatie van factoren bepaalt de vooruitzichten, waarbij afzonderlijke elementen op elkaar inwerken op manieren die inherent moeilijk te voorspellen zijn. Veel van de hieronder beschreven risico's zijn in wezen een intensivering van de krachten die reeds aanwezig zijn in het basisscenario. Bovendien kan de verwezenlijking van de risico’s op korte termijn de risico’s op middellange termijn bespoedigen en het oplossen van lange termijn problemen bemoeilijken.”
[6] In Frankrijk, een wereldreus in kernenergie, zijn 32 van de 56 kernreactoren gesloten.
[7] Resolutie over de internationale situatie [53] van het 24e IKS-congres.
[9] De bourgeoisie gelast nieuwe opofferingen, de arbeidersklasse antwoordt met strijd [56] (internationaal pamflet).
Op dinsdag 25 juli is kameraad Carl overleden. Zijn overlijden is een verlies voor de strijd van de arbeidersklasse. In ons streven naar het kommunisme zal onze strijd verder gaan, echter zonder zijn gedreven bijdragen.
De laatste jaren waren hard voor de kameraad: 7 jaar lang heeft hij moedig tegen zijn ziekte gestreden met verschillende ingrijpende behandelingen. Toch bleef hij al die tijd het werk van de IKS onverminderd steunen.
Carl werd actief onder impuls van de heropleving van de arbeidersstrijd in het begin van de jaren 1970. Hij kwam al snel in contact met discussiekringen die later zouden opgaan in Internationalisme, de afdeling in België van de IKS. Hij heeft het leven van die afdeling sindsdien van zeer nabij meegemaakt en gevolgd. Oprecht betrokken bij de strijd voor het kommunisme, nam hij deel aan het merendeel van de publieke activiteiten van de IKS en droeg met grote regelmaat bij met bemerkingen en kritieken over de situatie in de wereld, de pers en de strijdmomenten van de arbeidersklasse.
Hij was een van de trouwste sympathisanten van de IKS en vooral bleef hij de organisatie steunen op de moeilijke momenten, zoals de periode na de val van de Berlijnse Muur, toen een ongeziene propagandagolf over ‘de dood van het kommunisme’ over de arbeidersklasse werd uitgestort. Maar ook op momenten waar de IKS werd belasterd en met leugens overladen door destructieve, parasitaire elementen, bleef hij pal achter de IKS staan en nam haar verdediging op met duidelijke argumenten, die gebaseerd waren op een uitgebreide kennis van de arbeidersbeweging.
Hij onderkende het belang van het overbrengen van zijn kennis en ervaring naar de jongere generatie. Zo sloot hij zich onder meer rond 2010 enthousiast aan bij de discussiegroep Spartacus, “het initiatief van enkele jongeren die bewust momenten willen scheppen van politieke verheldering door verschillende standpunten en visies te confronteren.” (Over Spartacus [60])
Zoveel hij kon nam hij deel aan de strijdmomenten van de arbeidersklasse maar ook deed hij verslag van allerlei bijeenkomsten en demonstraties waar hij al of niet samen met de IKS aanwezig was. Hij volgde nauwgezet het politieke discours en de revolutionaire pers, dat steeds vaker resulteerde in een bijdrage aan het publieke debat over het kommunisme: schriftelijke reacties en bijdragen, mondelinge tussenkomsten op de openbare bijeenkomsten, en hulp bij de verspreiding van onze pers en vlugschriften. Het was de kracht van zijn overtuiging van het perspectief van het kommunisme als enig alternatief voor de mensheid die hem die kracht gaf.
Het digitale tijdperk maakte het mogelijk om eveneens meer deel te nemen aan activiteiten buiten de grenzen van het Nederlandse taalgebied, zoals de deelname aan het Engelstalig Forum van de IKS en internationale digitale bijeenkomsten. Eveneens maakte het een snellere en meer internationaal gerichte correspondentie mogelijk met op- en aanmerkingen over de meest uiteenlopende historische onderwerpen, niet weinig tot in kleinste details, zowel naar Internationalisme en naar andere afdelingen van de IKS.
De kameraad was heel belezen en goed geïnformeerd over de geschiedenis van de Kommunistische Linkerzijde. Zo maakte hij ons, indien toepasselijk, attent op feitelijke onjuistheden in de gepubliceerde artikelen.
Een goed voorbeeld van zijn deelname aan de verheldering van de standpunten van de Kommunistische Linkerzijde was zijn bijdrage over de Revolutie in Duitsland in november 2018. Daarin sneed hij een heel belangrijk onderwerp aan over de overgang van de sociaaldemocratie naar het kamp van de bourgeoisie. Dit resulteerde in een artikel dat onder de titel De strijd van de linkerzijde binnen de oude sociaaldemocratische partij - Reactie op een lezersbrief [61] op de website van de IKS is gepubliceerd.
De kameraad heeft tot op het laatste moment zijn krachten gewijd aan de strijd voor het kommunisme. Een van zijn meest recente bijdragen ging over de heropleving van de arbeidersstrijd, die in de zomer van 2022 een aanvang nam met de stakingsgolf in het UK. Omdat het standpunt van de IKS hem op dat moment niet helemaal duidelijk was vroeg hij de IKS om opheldering. In antwoord op de kwesties die de kameraad in die bijdrage opwierp, schreef de IKS een artikel onder de titel: Hoe kunnen we de algemene dynamiek van de arbeidersstrijd beoordelen? [62]
Carl bleef bijna tot de laatste dag betrokken bij de activiteiten van de IKS, zo vroeg hij in een van zijn laatste e-mails om hem meer te vertellen over “de ervaringen van voorbije tussenkomsten (bv. 1 mei in Brussel en Amsterdam, bv. de vakbondsbetoging van 22 mei), ook om daarvan te leren hoe zo'n tussenkomst kan of moet.”
Door de strijd voort te zetten betonen we hem de grootste eer.
IKS, 1 oktober 2023
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 1.16 MB |
130 jaar geleden, toen de spanningen tussen de kapitalistische machten in Europa toenamen, stelde Friedrich Engels het dilemma waar de mensheid voor stond: socialisme of barbarij.
Dit alternatief werd werkelijkheid in de Eerste Wereldoorlog, die in 1914 uitbrak en 20 miljoen doden en 20 miljoen invaliden veroorzaakte en, in de chaos van de oorlog, de ‘Spaanse griep’ die meer dan 50 miljoen mensen het leven kostte.
De revolutie in Rusland in 1917 en revolutionaire pogingen in verschillende landen maakten een einde aan het bloedbad en toonden de andere kant van het historische dilemma dat Engels stelde: de omverwerping van het kapitalisme op wereldschaal door de revolutionaire klasse, het proletariaat, die de mogelijkheid opent van een kommunistische samenleving. Er volgde echter:
Sindsdien heeft de oorlog niet opgehouden slachtoffers te eisen op alle continenten.
Eerst was er de confrontatie tussen het Amerikaanse en het Russische blok, de ‘Koude Oorlog’ (1945-1989), met een eindeloze keten van plaatselijke oorlogen en de dreiging van een stortvloed van kernbommen die over de hele planeet hing.
Na het uiteenvallen van de USSR in 1989-1991 hebben chaotische oorlogen de planeet met bloed doordrenkt: Irak, Joegoslavië, Rwanda, Afghanistan, Jemen, Syrië, Ethiopië, Soedan... De oorlog in Oekraïne is de ernstigste oorlogscrisis sinds 1945.
De barbaarsheid van de oorlog gaat gepaard met een toename en een interactie van vernietigende krachten die elkaar wederzijds versterken: de COVID-pandemie, die nog lang niet overwonnen is en de dreiging van nieuwe pandemieën aankondigt; de ecologische en milieuramp die steeds sneller gaat en groter wordt, gecombineerd met de klimaatverandering, die rampen uitlokken die steeds meer oncontroleerbaar en moordend worden: droogtes, overstromingen, orkanen, tsunami's. ..., een ongekende mate van vervuiling van land, water, lucht en ruimte; de ernstige voedselcrisis die hongersnoden veroorzaakt van Bijbelse proporties. Veertig jaar geleden dreigde de mensheid om te komen in een Derde Wereldoorlog, vandaag kan zij worden vernietigd door deze eenvoudige samenloop en dodelijke combinatie van de vernietigingskrachten die nu aan het werk zijn: “Uiteindelijk maakt het niet uit of we worden gedood door een regen van thermonucleaire bommen of door vervuiling, radioactiviteit afkomstig van kerncentrales, hongersnood, epidemieën, massaslachtingen in de talloze kleine oorlogen (waarbij ook nucleaire wapens gebruikt kunnen worden). Het enige verschil tussen deze twee vormen van vernietiging is de snelheid. De ene vorm (wereldoorlog) is snel, de andere (ontbinding) is langzamer en daardoor veroorzaakt ze nog meer leed.”[2] Het dilemma, gesteld door Engels, neemt een veel dringender vorm aan: KOMMUNISME of VERNIETIGING VAN DE MENSHEID. Het moment is ernstig, en het is noodzakelijk dat internationalistische revolutionairen dit ondubbelzinnig tegen onze klasse zeggen, omdat alleen zij, door een permanente en niet aflatende strijd, het kommunistische perspectief kan openen.
Imperialistische oorlog is de manier van leven van het kapitalisme.
De zogenaamde ‘massamedia’ vervalsen en onderschatten de realiteit van de oorlog. In het begin spraken ze vierentwintig uur op vierentwintig alleen over de oorlog in Oekraïne. Maar na verloop van tijd werd de oorlog tot iets alledaags, hij haalde zelfs de krantenkoppen niet meer, de echo ervan ging niet verder dan enkele dreigende verklaringen, oproepen tot offers om ‘wapens naar Oekraïne te sturen’, het hameren op propagandacampagnes tegen de vijand, nepnieuws, allemaal opgediend met de ijdele illusies van ‘onderhandelingen’ ....
Oorlog tot iets alledaags maken, gewend raken aan de weerzinwekkende geur van lijken en rokende ruïnes, is de ergste vorm van verraad, het verbergen van het ernstige gevaar dat hij voor de mensheid inhoudt, blind zijn voor alle bedreigingen die ons permanent boven het hoofd hangen.
Miljoenen mensen in Afrika, Azië of Midden-Amerika kennen geen andere realiteit dan de OORLOG; van hun geboorte tot hun dood leven zij in een oceaan van barbaarsheid waar allerlei soorten wreedheden hand over hand toenemen: kindsoldaten, strafexpedities, gijzelingen, terroristische aanslagen, massale verplaatsingen van hele bevolkingsgroepen, willekeurige bombardementen...
Terwijl oorlogen in het verleden beperkt bleven tot de frontlinies en de soldaten, zijn de oorlogen van de 20e en 21e eeuw TOTALE OORLOGEN die alle sferen van het maatschappelijk leven omvatten en waarvan de gevolgen zich over de hele wereld uitstrekken en alle landen treffen, ook die welke niet rechtstreeks oorlog voeren. In de oorlogen van de 20e en 21e eeuw ontkomt geen enkele inwoner of plaats op de planeet aan de dodelijke gevolgen ervan.
Aan de frontlinies, die zich over duizenden kilometers kunnen uitstrekken, te land, ter zee, in de lucht en in de ruimte, worden levens genomen door bommen, geweervuur, mijnen en in veel gevallen zelfs door ‘vriendelijk vuur’... Gegrepen door een moorddadige waanzin, gedwongen door de terreur van hun superieuren of gevangen in extreme situaties, worden alle deelnemers gedwongen tot de meest, misdadige en vernietigende zelfmoordacties.
Op een deel van het militaire front wordt een ‘oorlog op afstand’ gevoerd, met de onophoudelijke inzet van ultramoderne vernietigingsmachines: vliegtuigen die ononderbroken duizenden bommen laten vallen; op afstand bestuurde drones die gericht zijn op alle ‘doelen’ van de vijand; mobiele of vaste artillerie die de tegenstander onophoudelijk bestookt; raketten die honderden of duizenden kilometers ver reiken...
Ook de zogenaamde ‘achterhoede’ van dit front wordt een permanent strijdtoneel waar de bevolking wordt gegijzeld. Iedereen kan sterven bij het periodieke bombardement van hele steden... In de bedrijven werken mensen met het geweer in de rug, onder streng toezicht van de politie, de politieke partijen, de vakbonden en alle andere instellingen die in dienst staan van de ‘verdediging van het vaderland’, terwijl ze tegelijkertijd het risico lopen te worden uitgeschakeld door de bommen van de vijand. Werk wordt een nog grotere hel dan de dagelijkse hel van de kapitalistische uitbuiting.
Het dramatisch gerantsoeneerde voedsel is een smerige, stinkende soep... Er is geen water, geen elektriciteit, geen verwarming... Miljoenen mensen zien hun bestaan gereduceerd tot overleven als beesten. Uit de lucht vallen granaten, die duizenden mensen doden of vreselijke kwellingen bezorgen; op de grond, onophoudelijke politie- of militaire controles, het gevaar gearresteerd te worden door gewapende handlangers, huurlingen van de staat die worden gekwalificeerd als ‘verdedigers van het vaderland’... Men moet voortdurend rennen om te schuilen in smerige, door ratten geteisterde kelders... Respect, de meest elementaire solidariteit, vertrouwen, rationeel denken... worden weggevaagd door de sfeer van terreur opgelegd niet alleen door de regering , maar ook door de Nationale Eenheid, waaraan de partijen en de vakbonden met meedogenloze ijver deelnemen. De meest absurde geruchten, de meest onwaarschijnlijke berichten doen onophoudelijk de ronde, waardoor een hysterische sfeer van beschuldiging, van blind wantrouwen, van massale spanning en pogrom ontstaat.
Oorlog is een barbarij die wordt gewild en gepland door regeringen, die het nog erger maken door bewust haat en terreur tegen de ‘ander’ te propageren, breuken en verdelingen tussen mensen, dood om de dood, het institutionaliseren van marteling, onderwerping, machtsverhoudingen te propageren, die worden voorgesteld als de enige mogelijke logica van maatschappelijke evolutie. De felle gevechten rond de kerncentrale van Zaporizja in Oekraïne tonen aan dat beide partijen er niet voor terugdeinzen een radioactieve ramp te riskeren die veel erger is dan Tsjernobyl en met dramatische gevolgen voor de Europese bevolking. De dreiging van het gebruik van kernwapens doemt op onrustwekkende wijze op.
Het kapitalisme is het meest schijnheilige en meest cynische systeem in de geschiedenis. Haar hele ideologische ‘kunst’ bestaat erin haar belangen voor te stellen als de ‘belangen van het volk’, versierd met de meest nobele idealen: rechtvaardigheid, vrede, vooruitgang, mensenrechten...!
Alle staten fabriceren een IDEOLOGIE VAN DE OORLOG om de oorlog te rechtvaardigen en hun ‘burgers’ te veranderen in hyena's die bereid zijn om te doden. “De oorlog is een methodisch georganiseerd, reusachtig moorden. Voor het stelselmatig moorden moet echter bij normaal aangelegde mensen eerst de daarbij passende bedwelming gekweekt worden. (…) De beestachtigheid van de praktijk moet overeenstemmen met de beestachtigheid van de gedachten en van de gezindheid, de laatste moet de eerste voorbereiden en begeleiden.” (Rosa Luxemburg, De crisis der sociaaldemocratie [65]).
De grote democratieën maken VREDE tot een pijler van hun oorlogsideologie. Demonstraties ‘voor de vrede’ hebben altijd imperialistische oorlogen voorbereid. In de zomer van 1914 en in 1938-1939 demonstreerden miljoenen mensen ‘voor de vrede’ in een onmachtige kreet van ‘mensen van goede wil’, waarin uitbuiters en uitgebuitenen hand in hand liepen, wat door het ‘democratische’ kamp steeds weer gebruikt werd om een opvoering van de oorlogsvoorbereidingen te rechtvaardigen.
In de Eerste Wereldoorlog had Duitsland zijn troepen gemobiliseerd om ‘de vrede te verdedigen’, die was ‘verbroken door de aanval in Sarajevo op zijn Oostenrijkse bondgenoot’. Maar aan de andere kant gaven Frankrijk en Groot-Brittannië zich over aan massamoord in naam van de vrede, die was ‘gebroken door Duitsland’. In de Tweede Wereldoorlog veinsden Frankrijk en Groot-Brittannië een ‘vredesinspanning’ in München tegenover de eisen van Hitler, terwijl ze zich koortsachtig voorbereidden op de oorlog en de invasie van Polen door de gecombineerde actie van Hitler en Stalin gaf hen het perfecte excuus om oorlog te voeren... In Oekraïne verklaarde Poetin tot enkele uren voor de invasie van 24 februari dat hij ‘vrede’ wilde, terwijl de VS de oorlogszucht van Poetin onophoudelijk aan de kaak stelden .....
De natie, de nationale verdediging en alle ideologische wapens die daaromheen draaien (racisme, religie enz.) zijn de kapstok om het proletariaat en de hele bevolking te mobiliseren in het imperialistische bloedbad. De bourgeoisie verkondigt in tijden van ‘vrede’ het ‘samenleven van de volkeren’, maar alles verdwijnt met de imperialistische oorlog. Dan vallen de maskers af en verspreidt iedereen de haat tegen de vreemdeling en de meedogenloze verdediging van de natie!
Allemaal presenteren ze hun oorlogen als ‘defensief’. Honderd jaar geleden werden de ministeries die belast waren met de oorlogszuchtige barbaarsheid ‘ministeries van oorlog’ genoemd, nu worden ze met de grootste schijnheiligheid ‘ministeries van defensie’ genoemd. Defensie is het vijgenblad van de oorlog. Er zijn geen aangevallen naties en geen naties die aanvallen, het zijn allemaal actieve deelnemers aan de dodelijke spiraal van de oorlog. In de huidige oorlog lijkt Rusland de ‘agressor’ te zijn omdat het het initiatief nam om Oekraïne binnen te vallen.
Maar voordien was er de machiavellistische uitbreiding van de NATO door de Verenigde Staten door verscheidene voormalige landen van het ‘Warschaupact’ erin op te nemen. Het is niet mogelijk elke schakel afzonderlijk te bekijken, het is noodzakelijk de bloedige keten van imperialistische confrontatie te onderzoeken, die de hele mensheid al meer dan een eeuw in zijn greep houdt.
Ze hebben het allemaal over een ‘schone oorlog’, die ‘humanitaire regels’ zou (of zou moeten) volgen, ‘in overeenstemming met het internationaal recht’. Dit is verachtelijk bedrog, gekoppeld aan grenzeloos cynisme en schijnheiligheid! De oorlogen van het kapitalisme in verval kunnen geen andere regel gehoorzamen dan de absolute vernietiging van de vijand, wat inhoudt dat de bevolking in het kamp van de tegenstander wordt geterroriseerd door genadeloze bombardementen... In een oorlog wordt een machtsevenwicht tot stand gebracht waarbij ALLES is toegestaan, van verkrachting tot de meest wrede bestraffing van de bevolking van de vijand, tot de meest willekeurige terreur die op de ‘burgers’ van het land zelf wordt uitgeoefend. De Russische bombardementen op Oekraïne volgen op de Amerikaanse bombardementen op Irak, op die van de Amerikaanse als Russische regeringen in Afghanistan en Syrië en daarvoor Vietnam; op de Franse bombardementen op zijn voormalige koloniën, zoals Madagaskar en Algerije; op de bombardementen op Dresden en Hamburg door de ‘democratische bondgenoten’; en op de barbaarse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. De oorlogen van de 20e en de 21e eeuw gingen gepaard met massale vernietigingsmethoden die door alle partijen werden toegepast, ook als het democratische kamp ze vaak toevertrouwt aan louche personen die de schuld krijgen.
Ze durven te praten over ‘rechtvaardige oorlogen’!!! Het deel van de NAVO dat Oekraïne steunt, zegt dat het een strijd is voor democratie tegen het despotisme en het dictatoriale regime van Poetin. Poetin zegt dat hij Oekraïne zal ‘denazificeren’. Beide zijn flagrante leugens. Het kamp van de ‘democratieën’ heeft evenveel bloed aan zijn handen: het bloed van de ontelbare oorlogen die zij rechtstreeks (Vietnam, Joegoslavië, Irak, Afghanistan) of onrechtstreeks (Libië, Syrië, Jemen...) hebben uitgelokt; het bloed van de duizenden migranten die op zee of aan de ‘trekpleisters’ aan de genzen van de Verenigde Staten of Europa, in de wateren van de Middellandse Zee... zijn gedood. De Oekraïense staat gebruikt terreur om de Oekraïense taal en cultuur op te leggen; hij vermoordt arbeiders wiens enige misdaad is dat zij Russisch spreken; hij dwingt iedere jongere, die op straat of onderweg wordt verrast, om in militaire dienst te treden; hij gebruikt de bevolking, ook in ziekenhuizen, als menselijk schild; hij zet neofascistische bendes in om de bevolking te terroriseren... Van zijn kant deporteert Poetin, naast de bombardementen, verkrachtingen en standrechtelijke executies, duizenden gezinnen naar concentratiekampen in afgelegen gebieden; hij dwingt terreur af in de ‘bevrijde’ gebieden en neemt Oekraïners op in het leger en stuurt ze naar de slachtbank aan het front.
Tienduizend jaar geleden was stammenoorlog een van de middelen om het primitieve kommunisme te doen uiteenvallen. Sindsdien is oorlog, onder de paraplu van productiewijzen die gebaseerd zijn op uitbuiting, een van de ergste plagen. Maar sommige oorlogen kunnen in de geschiedenis een progressieve rol hebben gespeeld, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van het kapitalisme, de vorming van nieuwe naties, de uitbreiding van de wereldmarkt, de stimulering van de ontwikkeling van de productiekrachten.
Sinds de Eerste Wereldoorlog is de wereld echter volledig verdeeld tussen de kapitalistische machten, zodat de enige uitweg voor elk nationaal kapitaal erin bestaat markten, invloedssferen en strategische zones te ontrukken aan zijn rivalen. Dit maakt oorlog en alles wat daarmee samenhangt (militarisme, gigantische toename van bewapening, diplomatieke bondgenootschappen...) tot de PERMANENTE MANIER VAN LEVEN van het kapitalisme. Een constante imperialistische spanning houdt de wereld in haar greep en sleept alle naties, groot of klein mee, ongeacht hun ideologisch masker en alibi, de oriëntatie van de regerende partijen, hun raciale samenstelling of hun cultureel en religieus erfgoed. ALLE NATIES ZIJN IMPERIALISTISCH. De mythe van ‘vreedzame en neutrale’ naties is een pure misleiding. Als sommige naties een ‘neutrale’politiek voeren, is dat om te proberen te profiteren van het confict tussen de meest resoluut tegengestelde kampen, om voor zichzelf een zone van imperialistische invloed af te bakenen. In juni 2022 trad Zweden, een land dat officieel al meer dan 70 jaar ‘neutraal’ is, toe tot de NAVO, maar het verraadde daarbij geen idealen, het voerde slechts zijn eigen imperialistische politiek ‘met andere middelen’.
Oorlog is zeker een voordelige zaak voor de bedrijven die betrokken zijn bij de productie van wapens of het kan zelfs een bepaald land voor een bepaalde tijd bevoordelen, maar voor het kapitalisme als geheel is het een economische ramp, een irrationele verspilling, een MIN die onvermijdelijk negatief drukt op de wereldproductie en schulden, inflatie en ecologische vernietiging veroorzaakt, nooit een PLUS die meer kapitalistische accumulatie mogelijk maakt.
Naast een onontkoombare noodzaak voor het overleven van elke natie is oorlog een dodelijke economische last. De USSR stortte in elkaar omdat zij niet bestand was tegen de krankzinnige wapenwedloop die de confrontatie met de VS met zich meebracht en die deze laatste tot het uiterste dreef met de beroemde inzet van ‘Star Wars’- in de jaren 1980. De Verenigde Staten, die de grote winnaar van de Tweede Wereldoorlog waren en tot het einde van de jaren 1960 een spectaculaire economische bloei beleefden, zijn bij het behoud van hun imperialistische hegemonie op vele hindernissen gestoten, vooral sinds de ontbinding van de blokpolitiek, die de opkomst van een dynamiek van nieuwe imperialistische honger - vooral bij de vroegere ‘bondgenoten’ - van betwisting en van ‘ieder voor zich’ in de hand heeft gewerkt. Dit was het gevolg van de gigantische oorlogsinspanning die de Amerikaanse macht gedurende meer dan 80 jaar moest leveren en de kostbare militaire operaties die zij moest ondernemen om haar status als eerste wereldmacht te handhaven.
Het kapitalisme draagt in zijn genen, in zijn DNA, de meest verhevigde concurrentie, het ALLEN TEGEN ALLEN en IEDER VOOR ZICH, voor elke kapitalist en voor elke natie. Deze ‘organische’ tendens van het kapitalisme kwam niet duidelijk naar voren in zijn opkomstperiode, omdat elk nationaal kapitaal nog voldoende ruimte had voor zijn expansie zonder in conflict te hoeven komen met rivalen. Tussen 1914 en 1989 werd dit afgezwakt door de vorming van grote imperialistische blokken. Met het abrupte einde van deze discipline vormen de centrifugale tendensen een wereld van dodelijke wanorde, waarin zowel imperialisten met ambities voor wereldhegemonie, als imperialisten met regionale aanspraken of meer lokale imperialisten allemaal streven hun imperialistische honger en belangen te stillen. In dit scenario proberen de VS te voorkomen dat iemand hen overschaduwt door onophoudelijk hun overweldigende militaire macht in te zetten, steeds te streven naar versterking ervan en voortdurend zeer destabiliserende militaire operaties te lanceren. De belofte in 1990, na het einde van de USSR, van een ‘nieuwe wereldorde van vrede en welvaart’ werd onmiddellijk ontkracht door de Golfoorlog en vervolgens door de oorlogen in het Midden-Oosten, Irak en Afghanistan. Deze oorlogen hebben de oorlogszuchtige tendensen zodanig aangewakkerd dat het ‘meest democratische imperialisme ter wereld’, de Verenigde Staten, nu het belangrijkste instrument is voor de verspreiding van de oorlogszuchtige chaos en de destabilisatie van de wereldsituatie.
China heeft zich ontpopt als een belangrijke concurrent voor het leiderschap van de VS. Zijn leger heeft, ondanks zijn modernisering, nog lang niet de kracht en ervaring van zijn Amerikaanse rivaal; zijn ‘oorlogstechnologie’, de basis voor een doeltreffende bewapening en oorlogsinzet, is nog beperkt en kwetsbaar, en blijft nog ver achter op de Amerikaanse macht. China is in de Stille Oceaan omringd door een keten van vijandige mogendheden (Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Australië, enz.), die zijn maritieme imperialistische expansie blokkeert. Geconfronteerd met deze ongunstige situatie is zij begonnen aan een gigantische economisch-imperialistische onderneming, genaamd de Zijderoute, die tot doel heeft een wereldwijde aanwezigheid en een uitbreiding over land tot stand te brengen via Centraal-Azië, in een van de meest gedestabiliseerde regio's van de wereld. Het is een inspanning waarvan de uitkomst hoogst onzeker is en die een totale en onmetelijke economische en militaire investering en een politiek-sociale mobilisatie vereist die haar controlemiddelen te boven gaat en die voornamelijk berust op de politieke rigiditeit van het staatsapparaat, een zware erfenis van het stalinistische maoïsme: het systematische en meedogenloze gebruik van zijn repressieve krachten, dwang en onderwerping aan een gigantisch ultra-bureaucratisch staatsapparaat, zoals blijkt uit de toename van de protesten tegen de ‘zerocovid’-politiek van de regering. Deze afwijkende oriëntatie en de opeenstapeling van tegenspraken die haar ontwikkeling diepgaand ondermijnen, zouden deze reus op lemen voeten, die China is, wel eens aan het wankelen kunnen brengen. Net zoals de grimmige en dreigende reactie van de VS de mate van moorddadige waanzin illustreert, van blinde vlucht in barbarij en militarisme (inclusief de toenemende militarisering van het maatschappelijk leven), die het kapitalisme heeft bereikt als symptomen van een algemene kanker die de wereld wegvreet en nu rechtstreeks de toekomst van de planeet en het leven van de mensheid bedreigt.
De oorlog in Oekraïne is geen storm in een glas water, hij volgt op de ergste pandemie tot nu toe van de 21e eeuw, COVID, met meer dan 15 miljoen doden, en waarvan de verwoestingen doorgaan met draconische lockdowns in China. Beide maken echter deel uit van een keten van rampen die de mensheid treffen, en zijn daar de drijvende kracht achter: de vernietiging van het milieu; de verstoring van het klimaat en de vele gevolgen daarvan; de hongersnood die met kracht terugkeert in Afrika, Azië en Midden-Amerika; de duizelingwekkende golf van vluchtelingen die in 2021 het ongekende aantal van 100 miljoen ontheemden of migranten heeft bereikt; de politieke wanorde die zich meester maakt van de centrale landen, zoals we zien bij de regeringen in Groot-Brittannië of het gewicht van het populisme in de Verenigde Staten; de opkomst van de meest obscurantistische ideologieën...
De pandemie heeft de tegenspraken blootgelegd die het kapitalisme ondermijnen. Een maatschappelijk systeem dat prat gaat op indrukwekkende wetenschappelijke vooruitgang beschikt over geen andere toevlucht dan de middeleeuwse methode van quarantaine, terwijl de gezondheidszorg instort en de economie al bijna twee jaar verlamd is, waardoor de economische crisis in een stroomversnelling raakt. Een maatschappelijke orde die beweert vooruitgang in haar vaandel te dragen, brengt de meest achterlijke en irrationele ideologieën voort die zijn uitgebarsten rond de pandemie met belachelijke complottheorieën, waarvan velen uit de mond van ‘grote wereldleiders’ komen.
Een directe oorzaak van de pandemie is de ergste ecologische ramp die de mensheid in jaren heeft bedreigd. Gedreven door winst en niet door de bevrediging van menselijke behoeften, is het kapitalisme een roofdier van natuurlijke hulpbronnen, net als van menselijke arbeid, maar tegelijkertijd heeft het de neiging natuurlijke evenwichten en processen te vernietigen, en ze op chaotische manier te wijzigen, als een tovenaarsleerling, die allerlei rampen uitlokt met steeds destructievere gevolgen: De opwarming van de aarde veroorzaakt droogtes, overstromingen, branden, de instorting van gletsjers en ijsbergen, de massale verdwijning van plant- en diersoorten met onvoorspelbare gevolgen en luidt de verdwijning in van de menselijke soort, veroorzaakt door het kapitalisme. De ecologische ramp wordt verergerd door de vereisten van de oorlog, door de oorlogsoperaties zelf (het gebruik van kernwapens is daar een duidelijke uiting van) en door de verergering van een wereldwijde economische crisis die elk nationaal kapitaal dwingt om een groot aantal regio's verder te verwoesten in een wanhopige zoektocht naar grondstoffen. De zomer van 2022 is een duidelijke illustratie van de ernstige bedreigingen van het leefmilieu voor de mensheid: een stijging van de gemiddelde en maximale temperaturen - de heetste zomer sinds ze internationaal worden geregistreerd - algemene droogte die rivieren zoals de Rijn, de Po of de Theems aantast, verwoestende bosbranden, overstromingen zoals in Pakistan die een derde van de oppervlakte van het land hebben getroffen, aardverschuivingen, . ... en te midden van dit rampzalige en verwoeste panorama trekken regeringen, in naam van de oorlogsinspanning, hun belachelijke verplichtingen ter ‘bescherming van het milieu’ in!
“Het uiteindelijke resultaat van het kapitalistische productieproces is de chaos”, verklaarde het Eerste Congres van de Communistische Internationale in 1919. Het is suïcidaal en irrationeel, in strijd met alle wetenschappelijke criteria, om te denken dat al deze verwoestingen slechts een optelsom zijn van voorbijgaande verschijnselen, elk veroorzaakt door bijzondere oorzaken. Er is een continuïteit, een opeenhoping van tegenspraken, die een bloedige rode draad vormt die hen verbindt en samenkomt in een dodelijke draaikolk die de mensheid bedreigt:
Zoals we zeiden in het Manifest van ons 9e Congres (1991): “Nooit heeft de menselijke maatschappij slachtpartijen gekend van een omvang als die van de beide wereldoorlogen. Nooit is de vooruitgang van de wetenschap op een dergelijke schaal gebruikt om vernietiging te zaaien, bloedbaden aan te richten en onheil te stichten. Nooit werden er naast zoveel opgehoopte rijkdom dergelijke hongersnoden veroorzaakt en een dergelijk lijden als al tientallen jaren in de ‘derde wereld’. Maar blijkbaar had de mensheid haar dieptepunt nog niet bereikt. Het verval van het kapitalisme betekent de doodstrijd van dit systeem. Maar die doodstrijd heeft een geschiedenis. Momenteel hebben we haar laatste stadium bereikt, dat van de algemene ontbinding van de maatschappij, van de openlijke verrotting”[3].
Het antwoord van het proletariaat
Van alle maatschappelijke klassen wordt het proletariaat het zwaarst getroffen door de oorlog. De ‘moderne’oorlog is gebouwd op een gigantische industriële machine die de tienvoudige uitbuiting van het proletariaat vereist. Het proletariaat is een internationale klasse die GEEN vaderland heeft, maar oorlog is de moord op de arbeiders ten behoeve van het vaderland dat hen uitbuit en onderdrukt. Het proletariaat is de klasse van het bewustzijn; oorlog is de irrationele confrontatie, het afzien van alle bewuste gedachten en overdenking. Het proletariaat heeft er belang bij de duidelijkste waarheid te zoeken; in de oorlog is de waarheid het eerste slachtoffer, geketend, de mond gesnoerd, verstikt door de leugens van de imperialistische propaganda. Het proletariaat is de klasse van de eenheid over de grenzen van de taal, de godsdienst, het ras of de nationaliteit heen; maar de dodelijke confrontatie in de oorlog stelt als regel de verscheurdheid, de verdeeldheid, de confrontatie tussen naties en volkeren in. Het proletariaat is de klasse van het internationalisme, van het wederzijds vertrouwen en de solidariteit; oorlog vereist als drijvende kracht de achterdocht, de angst voor de ‘vreemdeling’, de meest verfoeilijke haat tegen de ‘vijand’.
Omdat de oorlog het proletarische wezen tot in zijn diepste vezels raakt en verminkt, vereist een veralgemeende oorlog de voorafgaande nederlaag van het proletariaat. De Eerste Wereldoorlog was mogelijk omdat de arbeiderspartijen van die tijd, de socialistische partijen en de vakbonden, onze klasse verraadden en zich aansloten bij hun bourgeoisie in de NATIONALE EENHEID tegen de vijand. Maar dit verraad was niet genoeg, in 1915 hergroepeerde de Linkerzijde binnen de sociaal-democratie zich in Zimmerwald en hief het vaandel van de strijd voor de wereldrevolutie. Dit droeg bij tot het ontstaan van massale strijd die de weg vrijmaakte voor de revolutie in Rusland in 1917 en de wereldwijde golf van de proletarische aanval van 1917-1923, niet alleen tegen de oorlog ter verdediging van de beginselen van het proletarisch internationalisme, maar ook tegen het kapitalisme door de bevestiging van haar vermogen om als verenigde klasse een barbaars en onmenselijk systeem van uitbuiting omver te werpen. Een onvergankelijke les uit 1917-1918! Het waren niet de diplomatieke onderhandelingen of de veroveringen van dit of dat imperialisme, die een einde maakten aan de Eerste Wereldoorlog. HET WAS DE INTERNATIONALE REVOLUTIONAIRE OPSTAND VAN HET PROLETARIAAT. ALLEEN HET PROLETARIAAT KAN EEN EINDE MAKEN AAN DE OORLOGSBARBARIJ DOOR ZIJN KLASSENSTRIJD TE RICHTEN OP DE VERNIETIGING VAN HET KAPITALISME.
Om de weg vrij te maken voor de Tweede Wereldoorlog moest de bourgeoisie zich niet alleen verzekeren van de fysieke, maar ook van de ideologische nederlaag van het proletariaat. Het proletariaat werd overal waar zijn revolutionaire pogingen het verst gingen, onderworpen aan meedogenloze terreur: in Duitsland onder het nazisme, in Rusland onder het stalinisme. Maar tegelijkertijd was het ideologisch ingelijfd, zwaaiend met de vaandels van het anti-fascisme en de verdediging van het ‘socialistische vaderland’, de USSR. “van ‘overwinning tot overwinning’ werd de klasse, aan handen en voeten gebonden, gesleept naar de tweede imperialistische oorlog, die haar, in tegenstelling tot de eerste, niet de mogelijkheid liet om op een revolutionaire wijze op te staan, maar waarin ze werd gemobiliseerd in de grote ‘overwinningen’ van het ‘verzet’, van het ‘anti-fascisme’, dan wel de koloniale en nationale ‘bevrijdingen’.” (Manifest van het eerste Internationale Congres van de IKS [66], 1975).
Sinds de historische heropleving van de klassenstrijd in 1968 en de hele periode waarin de wereld in twee imperialistische blokken was verdeeld, weigerde de arbeidersklasse van de grote landen de door de oorlog geëiste offers te brengen, laat staan naar het front te gaan om te sterven voor het vaderland, waardoor de deur naar een derde wereldoorlog werd afgesloten. Deze situatie is sinds 1989 niet veranderd.
De ‘niet-mobilisatie’ van het proletariaat van de centrale landen voor de oorlog is echter NIET TOEREIKEND. Een tweede les die voortvloeit uit de historische ontwikkeling sinds 1989 is: NOCH EEN EENVOUDIGE WEIGERING OM AAN OORLOGSHANDELINGEN DEEL TE NEMEN, NOCH EEN EENVOUDIG VERZET TEGEN DE KAPITALISTISCHE BARBARIJ VOLSTAAT. IN DIT STADIUM BLIJVEN STEKEN ZAL DE KOERS NAAR DE VERNIETIGING VAN DE MENSHEID NIET STOPPEN.
Het proletariaat moet het politieke terrein betreden van het algemene internationale offensief tegen het kapitalisme. Alleen “een bewustzijn over wat er op het spel staat in de huidige historische situatie, speciaal wat voor dodelijke gevaar de sociale ontbinding voor de mensheid betekent; [alleen] de vastbeslotenheid zijn klassestrijd voort te zetten, uit te breiden en te verenigen, de capaciteit om de vele valstrikken te ontwijken, die de bourgeoisie weet te zetten, ondanks haar ontbinding, zal de arbeidersklasse de aanvallen van de bourgeoisie één voor één kunnen beantwoorden en uiteindelijk tot het offensief kunnen overgaan en dit barbaarse systeem omvergooien” (Stellingen: De ontbinding als hoogste stadium van het verval van het kapitalisme [3], stelling 17).
De achtergrond van de opeenstapeling van vernietiging, barbarij en rampen die wij aan de kaak stellen, is de onomkeerbare economische crisis van het kapitalisme, die aan de basis ligt van zijn hele functioneren. Sinds 1967 is het kapitalisme in een economische crisis beland die het vijftig jaar later nog niet heeft overwonnen. Integendeel, zoals blijkt uit de economische opschuddingen sinds 2018 en de toenemende escalatie van de inflatie, wordt het veel erger, met de nasleep van ellende, werkloosheid, onzekerheid en hongersnood.
De kapitalistische crisis raakt aan de fundamenten van deze maatschappij. Inflatie, werkonzekerheid, werkloosheid, helse ritmes en arbeidsomstandigheden die de gezondheid van de arbeiders vernietigen, onbetaalbare huisvesting... zijn het bewijs van een onverbiddelijke verslechtering van het leven van de arbeidersklasse. En, hoewel de bourgeoisie elke denkbare verdeling probeert te creëren door aan bepaalde categorieën arbeiders ‘meer bevoorrechte’ voorwaarden toe te kennen, zien we over het geheel genomen, aan de ene kant wat waarschijnlijk de ergste CRISIS in de geschiedenis van het kapitalisme zal zijn, en aan de andere kant de concrete realiteit van de ABSOLUTE VERPAUPERING van de arbeidersklasse in de centrale landen, die volledig de juistheid bevestigt van de voorspelling die Marx deed over het historisch perspectief van het kapitalisme en waarmee de economen en andere ideologen van de bourgeoisie de spot hebben gedreven.
De onverbiddelijke verergering van de crisis van het kapitalisme is een essentiële stimulans voor de strijd en het klassenbewustzijn. De strijd tegen de gevolgen van de crisis is de basis voor de ontwikkeling van de kracht en de eenheid van de arbeidersklasse. De economische crisis treft rechtstreeks de infrastructuur van de maatschappij; zij legt dus de diepere oorzaken bloot van alle barbaarsheid die op de maatschappij drukt, waardoor het proletariaat zich bewust wordt van de noodzaak om het systeem radicaal te vernietigen en niet langer probeert bepaalde aspecten ervan te verbeteren.
In de strijd tegen de wrede aanvallen van het kapitalisme, en vooral tegen de inflatie die alle arbeiders algemeen en zonder onderscheid treft, zullen de arbeiders hun strijdbaarheid ontwikkelen, kunnen zij zichzelf gaan erkennen als een klasse met een kracht, een autonomie en een historische rol in de maatschappij. Deze politieke ontwikkeling van de klassenstrijd zal haar in staat stellen de oorlog te beëindigen door een einde te maken aan het kapitalisme.
Dit perspectief begint zich af te tekenen: “Tegenover de aanvallen van de bourgeoisie laat de arbeidersklasse in het Verenigd Koninkrijk zien dat zij opnieuw bereid is om voor haar waardigheid te vechten, om de offers te weigeren die het kapitaal voortdurend oplegt. En opnieuw is het de belangrijkste weerspiegeling van de internationale dynamiek: afgelopen winter begonnen de stakingen in Spanje en de VS; deze zomer waren er in Duitsland en België ook stakingen; voor de komende maanden voorspellen alle commentatoren ‘een explosieve sociale situatie’ in Frankrijk en Italië. Het is onmogelijk te voorspellen waar en wanneer de strijdlust van de arbeiders in de nabije toekomst op grote schaal zal terugkeren, maar één ding is zeker: de omvang van de huidige arbeidersmobilisatie in het Verenigd Koninkrijk is een belangrijk historisch feit: de dagen van passiviteit en onderwerping zijn voorbij. De nieuwe generaties arbeiders steken de kop op” (De bourgeoisie gelast nieuwe opofferingen, de arbeidersklasse antwoordt met strijd [56] – IKS, internationaal pamflet, augustus 2022).
We constateren een breuk met de passiviteit en desoriëntatie van voorgaande jaren. De terugkeer van de strijdbaarheid van de arbeiders als antwoord op de crisis kan een brandpunt van bewustzijn worden, bezield door de interventie van kommunistische organisaties. Het is duidelijk dat elke fase die de maatschappij doet wegzakken in de ontbinding, de inspanningen en de strijdwil van de arbeiders vertraagt of zelfs te verlamt: zoals het geval was met de beweging in Frankrijk 2019, die getroffen werd door het uitbreken van de pandemie.
Dit vormt een extra moeilijkheid voor de ontwikkeling van de strijd. Er is echter geen andere weg dan de strijd, waarbij de strijd zelf al een eerste overwinning is. Het wereldproletariaat behoudt, zelfs doorheen een proces, dat noodzakelijkerwijs bezaaid is met valkuilen en valstrikken opgeworpen door het politieke en vakbondsapparaat van zijn klassenvijand, en vol van bittere nederlagen, zijn capaciteiten om zijn klassenidentiteit te herwinnen en uiteindelijk een internationaal offensief te lanceren tegen dit stervende systeem.
De obstakels die de klassenstrijd moet overwinnen
De jaren ’20 van de 21e eeuw zullen daarom van groot belang zijn voor de historische ontwikkeling van de klassenstrijd en de arbeidersbeweging. Zij zullen - zoals we al sinds 2020 zien - duidelijker dan in het verleden het perspectief tonen van vernietiging van de mensheid, dat de kapitalistische ontbinding in zich draagt. Aan de andere kant zal het proletariaat de eerste stappen zetten, vaak aarzelend en met veel zwakheden, in de richting van zijn historisch vermogen om het kommunistisch perspectief te schetsen. De twee polen van het perspectief, vernietiging van de mensheid of kommunistische revolutie, zullen worden geschetst, hoewel de laatste nog heel ver weg is en in haar verwezenlijking enorme obstakels op haar pad tegenkomt.
Het zou voor het proletariaat zelfmoord betekenen om de gigantische obstakels te verhullen of te onderschatten, die zowel voortkomen uit het optreden van het kapitaal en zijn staten als uit de verrotting van de situatie zelf, die de sociale atmosfeer overal ter wereld vergiftigt:
Deze reusachtige omvang van de gevaren mag ons niet tot fatalisme drijven. De kracht van het proletariaat is het bewustzijn van zijn zwakheden, van zijn moeilijkheden, van de hindernissen die de vijand of de situatie tegen zijn strijd opwerpt: “Proletarische revoluties daarentegen, zoals die van de 19e eeuw, kritiseren zichzelf gestadig, onderbreken voortdurend hun eigen loop, komen op het schijnbaar volbrachte terug om er weer opnieuw aan te beginnen, honen met meedogenloze grondigheid de halfheden, de zwakheden en de armzaligheid van hun eerste pogingen, schijnen hun tegenstander alleen neer te werpen, opdat hij nieuwe krachten uit de aarde zal kunnen opzuigen en zich nog reusachtiger tegenover hen zal kunnen verheffen, schrikken steeds opnieuw terug voor de onbepaalde geweldigheid van hun eigen doeleinden, totdat de situatie is geschapen die elk omkeren onmogelijk maakt en de omstandigheden zelf roepen: Hic Rhodus, his salta! Hier is Rhodos, spring hier” (Marx: De 18 Brumaire van Louis Bonaparte [67]).
Het antwoord van de Kommunistische Linkerzijde
In ernstige historische situaties, zoals grootschalige oorlogen in Oekraïne, kan het proletariaat zien wie zijn vrienden zijn en wie zijn vijanden. De vijanden zijn niet alleen de grote leiders, zoals Poetin, Zelenski of Biden, maar ook de partijen van extreem rechts, rechts, links en extreem links die met de meest uiteenlopende argumenten, waaronder het pacifisme, de oorlog en de verdediging van het ene imperialistische kamp tegen het andere steunen en rechtvaardigen.
Meer dan een eeuw lang was en is alleen de Kommunistische Linkerzijde in staat om systematisch en consequent de imperialistische oorlog te aan te klagen en het alternatief te verdedigen van de klassenstrijd van het proletariaat, van zijn oriëntatie op de vernietiging van het kapitalisme door middel van de proletarische wereldrevolutie.
De strijd van het proletariaat beperkt zich niet alleen tot zijn defensieve strijd of massale stakingen. Een onmisbaar, permanent en onlosmakelijk onderdeel daarvan is de strijd van haar kommunistische organisaties en concreet, sinds een eeuw, van de Kommunistische Linkerzijde. De eenheid van alle groepen van de Kommunistische Linkerzijde is onontbeerlijk tegenover de kapitalistische dynamiek van vernietiging van de mensheid. Zoals we al stelden in het Manifest dat op ons eerste congres in 1975 werd gepubliceerd: “Het monolithisme van de sekten de rug toekerend, roept ze [dit Manifest]de kommunisten van alle landen op om zich bewust te worden van de immense verantwoordelijkheden die op hen rusten, de valse twisten die hen verdelen op te geven om de kunstmatige verdelingen die de oude wereld hen oplegt te boven te komen. Zij roept hen op zich aan te sluiten bij deze inspanning om, voordat de beslissende strijd uitbreekt, de internationale en verenigde organisatie van haar voorhoede te vormen. Als meest-bewuste fractie van de klasse moeten de kommunisten haar de weg vooruit tonen door zich de leuze eigen te maken: Revolutionairen aller landen, verenigt u!”.
IKS, december 2022
[1] Tegenover de revolutionaire poging in Duitsland in 1918 zei de sociaal-democraatNoske dat hij bereid was de rol van ‘bloedhond’ van de contrarevolutie op zich te nemen.
[2] Stellingen: De ontbinding als hoogste stadium van het verval van het kapitalisme [3], (Stelling 11).
[4] De gecombineerde legers van de Verenigde Staten, Frankrijk, Groot-Brittannië en Japan werkten vanaf april 1918 samen met de restanten van het voormalige tsaristische leger in een gruwelijke burgeroorlog die 6 miljoen doden eiste.
Na een vertraging die veel langer duurde dan we oorspronkelijk van plan waren, hervatten we het derde deel van de serie over communisme. Laten we kort in herinnering brengen dat het eerste deel, dat ook in het Engels en Frans in boekvorm is verschenen, begon met het bekijken van de ontwikkeling van het concept communisme van pre-kapitalistische samenlevingen tot de eerste utopische socialisten, en zich vervolgens richtte op het werk van Marx en Engels en de inspanningen van hun opvolgers in de Tweede Internationale om het communisme niet te begrijpen als een abstract ideaal, maar als een materiële noodzaak die mogelijk werd gemaakt door de evolutie van de kapitalistische maatschappij zelf.[1] Het tweede deel onderzoekt de periode waarin de marxistische voorspelling van de proletarische revolutie, die voor het eerst werd geformuleerd in de periode van de overheersing van het kapitalisme, werd geconcretiseerd door het aanbreken van het ‘tijdperk van oorlogen en revoluties’ dat in 1919 door de Communistische Internationale werd erkend.[2] Het derde deel heeft zich tot nu toe geconcentreerd op de aanhoudende poging van de Italiaanse Communistische Linkerzijde in de jaren 1930 om lering te trekken uit de nederlaag van de eerste internationale golf van revoluties, maar vooral van de Russische revolutie, en de implicaties van deze lessen voor een toekomstige periode van overgang naar het communisme.[3]
Zoals we vaak hebben benadrukt, was de Kommmunistische Linkerzijde in de eerste plaats het product van een internationale reactie tegen de ontaarding van de Communistische Internationale en haar partijen. De linkscommunistische groepen in Italië, Duitsland, Rusland, Groot-Brittannië en elders kwamen tot dezelfde kritiek op de achteruitgang van de Komintern in de richting van parlementarisme, vakbeweging en compromissen met de sociaal-democratische partijen. Er waren intense debatten tussen de verschillende linkse stromingen en enkele concrete pogingen tot coördinatie en hergroepering, zoals de oprichting van de Communistische Arbeiders Internationale in 1922, voornamelijk door groepen die waren afgestemd op de Duitse Communistische Linkerzijde. Maar tegelijkertijd was de snelle mislukking van deze nieuwe formatie het bewijs dat het tij van de revolutie aan het keren was en dat de tijd niet rijp was voor de oprichting van een nieuwe wereldpartij. Bovendien benadrukte dit overhaaste initiatief onder leiding van elementen binnen de Duitse beweging wat misschien wel de ernstigste verdeeldheid binnen de gelederen van het linkscommunisme was - de scheiding tussen haar twee belangrijkste uitingen, die in Duitsland en Italië. Deze scheiding was nooit absoluut: in de begindagen van de Communistische Partij van Italië waren er pogingen om begrip op te brengen voor en in debat te gaan met andere linkse stromingen; en elders hebben we gewezen op het debat tussen Bordiga en Korsch later in de jaren 1920.[4] Maar deze contacten werden minder naarmate de revolutie zich terugtrok en de twee stromingen op verschillende manieren reageerden op de nieuwe uitdagingen waarvoor ze zich gesteld zagen. De Italiaanse Linkerzijde was, terecht, overtuigd van de noodzaak om in de Komintern te blijven zolang die een proletarisch leven had en voortijdige splitsingen of het uitroepen van nieuwe en kunstmatige partijen te vermijden - precies de koers die de meerderheid van Duitse Linkerzijde volgde. Bovendien kon de opkomst van openlijk partijvijandige tendensen in de Duitse Linkerzijde, met name van de groep rond Rühle, de overtuiging van Bordiga en anderen alleen maar aanwakkeren dat deze stroming gedomineerd werd door anarchistische ideologie en praktijken. Ondertussen waren de Duitse linkscommunistische groepen, die neigden naar het definiëren van de hele ervaring van het Bolsjewisme en Oktober 1917 als uitingen van een verlate burgerlijke revolutie, steeds minder in staat om de Italiaanse Linkerzijde te onderscheiden van de hoofdstroom van de Communistische Internationale, niet in het minst omdat deze laatsten bleven beweren dat de plaats van de kommunisten binnen de Internationale was, vechtend tegen haar opportunistische koers.
De huidige ‘Bordigistische’ groepen hebben deze tragische en kostbare scheiding van wegen getheoretiseerd met hun volharding dat alleen zij de historische communistische linkerzijde vormen en dat de Duitse KAPD en haar uitlopers in werkelijkheid niets anders waren dan een kleinburgerlijke anarchistische afwijking. Groepen als de Internationale Communistische Partij (Il Partito) gaan zelfs zo ver dat ze een verdediging publiceren van Lenin's De linkse stroming, een kinderziekte van het communisme, en dit aanprijzen als een waarschuwing voor ‘toekomstige afvalligen’[5]. Deze houding verraadt een nogal tragische miskenning van het feit dat de linkskommunisten als kameraden samen hadden moeten strijden tegen het steeds meer afvallige leiderschap van de Komintern.
Dit was echter in geen geval de houding van de Italiaanse Linkerzijde tijdens de theoretisch meest vruchtbare periode: de periode die volgde op de oprichting, in ballingschap uit fascistisch Italië, van de Linkerfractie aan het eind van de jaren 1920 en de publicatie van het tijdschrift Bilan tussen 1933 en 1938. In een “Ontwerpresolutie over internationale banden” in Bilan nr. 22 schreven ze dat "de internationalistische kommunisten van Nederland (de tendens Gorter) en elementen van de KAPD de eerste reactie vertegenwoordigen op de moeilijkheden van de Russische staat, de eerste ervaring van proletarisch beheer, door zich te verbinden met het wereldproletariaat door middel van een systeem van principes uitgewerkt door de Internationale". Ze concludeerden dat de uitsluiting van deze kameraden uit de Internationale "geen enkele oplossing voor deze problemen bracht".
Deze benadering legde de basis van proletarische solidariteit waarop het debat kon plaatsvinden, ondanks de zeer grote verschillen tussen de twee stromingen; verschillen die halverwege de jaren 1930 aanzienlijk groter waren geworden, toen de Nederlands-Duitse Linkerzijde zich ontwikkelde in de richting van de standpunten van het radencommunisme, waarbij niet alleen het Bolsjewisme maar ook de partijvorm zelf als burgerlijk werd gedefinieerd. Er waren nog meer moeilijkheden door de taal en een gebrek aan kennis van elkaars standpunten, met als resultaat, zoals we in ons boek The Italian Communist Left opmerken, dat de contacten tussen de twee stromingen grotendeels indirect waren.
Het belangrijkste contactpunt tussen de twee stromingen was de Ligue des Communistes Internationalistes in België, die in contact stond met de Groep van Internationale Communisten (GIC) en andere groepen in Nederland. Het is misschien veelzeggend dat de belangrijkste vrucht van deze contacten die in Bilan verscheen de samenvatting was, geschreven door Hennaut van de LCI, van het boek Grondbeginselen van de Communistische Produktion en Distributie[6] van de GIC, en de broederlijke maar kritische opmerkingen over het boek in Mitchell’s serie "Problemen van de overgangsperiode". Voor zover wij weten heeft de GIC op geen van deze artikelen gereageerd, maar het is toch belangrijk om onszelf eraan te herinneren dat de premissen voor een debat werden gelegd op het moment dat de Grondbeginselen werden gepubliceerd, niet in de laatste plaats omdat er daarna heel weinig pogingen zijn gedaan om de discussie voort te zetten. [7] We moeten duidelijk maken dat dit artikel geen poging zal doen om een diepgaande of gedetailleerde analyse van de Grondbeginselen te maken. Het heeft het meer bescheiden doel om de kritiek op het boek, gepubliceerd in Bilan, te bestuderen en zo enkele mogelijke terreinen voor toekomstige discussie aan te geven.
Op de Parijse conferentie van de pas opgerichte linkscommunistische groepen in 1974 legde Jan Appel, de veteraan van de KAPD en de GIC, die een van de belangrijkste auteurs van de Grondbeginselen was, uit dat de tekst was geschreven als onderdeel van de poging om te begrijpen wat er mis was gegaan met de ervaring van het staatskapitalisme of "staatscommunisme zoals we het soms plachten te noemen" in de Russische revolutie, en om enkele richtlijnen vast te leggen die het mogelijk zouden maken om soortgelijke fouten in de toekomst te vermijden. Ondanks hun meningsverschillen over de aard van de Russische revolutie was dit precies wat de kameraden van de Italiaanse Linkerzijde motiveerde om een studie te maken van de problemen van de overgangsperiode, ondanks het feit dat ze maar al te goed begrepen dat ze door de diepste periode van de contrarevolutie gingen.
Voor Mitchell, net als voor de rest van de Italiaanse Linkerzijde, waren de GIC de ‘Nederlandse internationalisten’, kameraden die bezield waren door een diep engagement om het kapitalisme omver te werpen en te vervangen door een communistische maatschappij. Beide stromingen begrepen dat een serieuze studie van de problemen van de overgangsperiode veel meer was dan een intellectuele oefening op zichzelf. Het waren militanten voor wie de proletarische revolutie een realiteit was die ze voor hun ogen hadden gezien; ondanks haar verschrikkelijke nederlaag behielden ze het volste vertrouwen dat ze zou herrijzen, en ze waren ervan overtuigd dat ze dan gewapend moesten zijn met een duidelijk communistisch programma als ze de volgende keer wilden zegevieren.
Aan het begin van zijn samenvatting van de Grondbeginselen stelt Hennaut precies deze vraag: "lijkt het geen tijdverspilling om ons te kwellen met de maatschappelijk regels die de arbeiders zullen moeten opstellen als de revolutie eenmaal volbracht is, terwijl de arbeiders helemaal niet op weg zijn naar de eindstrijd, maar in feite het terrein dat ze gewonnen hebben weer aan de triomferende reactie afstaan? Sterker nog, is niet alles hierover al gezegd door de congressen van de Komintern? ... Natuurlijk, voor hen voor wie de hele wetenschap van de revolutie neerkomt op het onderscheiden van de waaier van manoeuvres die de massa's moeten volgen, moet deze onderneming bijzonder zinloos lijken. Maar voor hen die van mening zijn dat het preciseren van de doelen van de strijd een van de functies is van iedere emancipatiebeweging, en dat de vormen van deze strijd, haar mechanismen en de wetten die haar reguleren alleen volledig aan het licht gebracht kunnen worden voor zover de uiteindelijk te bereiken doelen verduidelijkt zijn, met andere woorden dat de wetten van de revolutie steeds duidelijker worden naarmate het bewustzijn van de arbeidersklasse groeit - voor hen is de theoretische inspanning om precies te definiëren wat de dictatuur van het proletariaat zal zijn een fundamentele noodzaak"[8].
Zoals gezegd was Hennaut geen lid van de GIC maar van de Belgische LCI. In zekere zin was hij goed geplaatst om op te treden als ‘tussenpersoon’ tussen Nederlands-Duitse en Italiaanse Linkerzijde, aangezien hij met beide overeenkomsten en meningsverschillen had. In een eerdere bijdrage aan Bilan[9], bekritiseerde hij de opvatting van de Italiaanse kameraden over de ‘dictatuur van de partij’ en legde hij de nadruk op de controle van de arbeidersklasse op het politieke en economische domein via haar eigen algemene organen zoals de raden. Tegelijkertijd verwierp hij Bilan’s opvatting van de USSR als een gedegenereerde arbeidersstaat en definieerde hij zowel het politieke regime als de economie in Rusland als kapitalistisch. Daar moet aan toegevoegd worden dat hij ook begonnen was met een proces van verwerping van het proletarische karakter van de revolutie in Rusland, waarbij hij de nadruk legde op het gebrek aan rijpheid van de objectieve omstandigheden, zodat "de Bolsjewistische revolutie werd gemaakt door het proletariaat, maar dat het geen proletarische revolutie was"[10]. Deze analyse lag vrij dicht bij die van de radenkommunisten, maar Hennaut onderscheidde zich ook van deze laatsten op een aantal belangrijke punten: helemaal aan het begin van zijn samenvatting maakt hij duidelijk dat hij het niet eens is met hun verwerping van de partij. Voor Hennaut zou de partij na de revolutie des te noodzakelijker zijn om de ideologische overblijfselen van de oude wereld te bestrijden, hoewel hij niet van mening was dat de zwakte van de GIC op dit punt het belangrijkste probleem met de Grondbeginselen was; en aan het einde van zijn samenvatting, in Bilan nr. 22, wijst hij op de zwakte van de opvatting van de GIC over de staat en hun enigszins rooskleurige visie op de omstandigheden waarin een revolutie plaatsvindt. Hij is echter overtuigd van het belang van de bijdrage van de GIC en doet een serieuze poging om ze nauwkeurig samen te vatten in vier artikelen. Het was duidelijk niet mogelijk om binnen het bestek van een dergelijke samenvatting alle rijkdom - en sommige van de schijnbare tegenstrijdigheden - in de Grondbeginselen over te brengen, maar hij slaagt er goed in om de essentiële punten van het boek te schetsen.
Hennaut’s samenvatting brengt het veelbetekenende feit naar voren dat de Grondbeginselen zich helemaal niet buiten de voorgaande tradities en ervaringen van de arbeidersklasse plaatst, maar zich baseert op een historische kritiek van verkeerde opvattingen die binnen de arbeidersbeweging waren ontstaan, en op praktische revolutionaire ervaringen - met name de Russische en Hongaarse revoluties - die vooral negatieve lessen hadden opgeleverd. De Grondbeginselen bevat dus een kritiek op de opvattingen van Kautsky, Varga, de anarcho-syndicalist Leichter en anderen, en probeert tegelijkertijd weer aansluiting te vinden bij het werk van Marx en Engels, in het bijzonder De kritiek van het programma van Gotha en de Anti-Dühring. Het begint met de eenvoudige stelling dat de uitbuiting van de arbeiders in de kapitalistische maatschappij volledig verbonden is met hun scheiding van de productiemiddelen via de kapitalistische maatschappelijke verhouding van loonarbeid. Sinds de periode van de Tweede Internationale was de arbeidersbeweging afgeweken van het idee dat de eenvoudige afschaffing van het privé-eigendom het einde van de uitbuiting betekende, en de Bolsjewiki hadden dit (foutieve) inzicht grotendeels toegepast na de Oktoberrevolutie.
Voor de Grondbeginselen kan de nationalisatie of collectivisatie van de productiemiddelen heel goed samengaan met loonarbeid en de vervreemding van de arbeiders van hun eigen product. Waar het dus om gaat is dat de arbeiders zelf, via hun eigen organisaties, die geworteld zijn in de werkplek, niet alleen beschikken over de fysieke productiemiddelen, maar over het hele maatschappelijk product. Maar om ervoor te zorgen dat het maatschappelijk product van het begin tot het einde van het arbeidsproces (beslissingen over wat te produceren en in welke hoeveelheden, distributie van het product inclusief de beloning van de individuele producent) in handen van de producenten blijft, was een algemene economische wet nodig die aan een strenge boekhouding kon worden onderworpen: de berekening van het maatschappelijk product op basis van de gemiddelde maatschappelijke noodzakelijke arbeidstijd. Hoewel het precies de maatschappelijk noodzakelijke arbeidstijd is die aan de basis ligt van de ‘waarde’ van producten in de kapitalistische maatschappij, zou dit niet langer waardeproductie zijn, want hoewel de individuele ondernemingen een aanzienlijke rol zouden spelen bij het bepalen van hun eigen bijdrage aan de arbeidstijd die in hun producten zit, zouden de ondernemingen hun producten vervolgens niet op de markt verkopen (en de Grondbeginselen bekritiseert de anarcho-syndicalisten juist omdat ze de toekomstige economie zien als een netwerk van onafhankelijke ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door ruilrelaties). In de visie van de GIC zouden producten eenvoudigweg worden gedistribueerd in overeenstemming met de algemene behoeften van de maatschappij, die zouden worden bepaald door een congres van raden samen met een centraal bureau voor de statistiek en een netwerk van consumentencoöperaties. De Grondbeginselen benadrukt met klem dat noch het congres van raden noch het bureau voor de statistiek ‘gecentraliseerde’ of ‘staats’organen zijn. Hun taak is niet om de arbeid te bevelen, maar om het criterium van de maatschappelijk noodzakelijke arbeidstijd, grotendeels berekend op basisniveau, te gebruiken om toezicht te houden op de planning en distributie van het maatschappelijk product op wereldschaal. Een consequente toepassing van deze principes zou ervoor zorgen dat er in de volgende revolutie geen herhaling zou zijn van een situatie waarin " de machine uit onze handen glijdt" (de beroemde woorden van Lenin over het traject van de Sovjetstaat, geciteerd door de Grondbeginselen). Kortom, de sleutel tot de overwinning van de revolutie ligt in het vermogen van de arbeiders om directe controle over de economie te behouden, en het meest betrouwbare instrument om dit te bereiken is de regulering van productie en distributie door middel van de boekhouding van arbeidstijd.
Zoals gezegd verwelkomde de Italiaanse Linkerzijde[11] de bijdrage van de GIC maar spaarde zijn kritiek op de tekst niet. Grofweg kan deze kritiek in vier rubrieken worden ondergebracht, hoewel ze allemaal naar andere kwesties leiden en nauw met elkaar samenhangen.
1. Een nationale visie op de revolutie.
2. Een idealistische kijk op de werkelijke omstandigheden van de proletarische revolutie.
3. Miskenning van het probleem van de staat en centralisme, en een nadruk op de economische ten koste van politieke kwesties.
4. Meer theoretische verschillen met betrekking tot de economie van de overgangsperiode: het overwinnen van de waardewet en de inhoud van het communisme; egalitarisme en de beloning van arbeid.
In zijn reeks "Parti-État-Internationale"[12] had Vercesi Hennaut en de Nederlandse kameraden al bekritiseerd omdat ze het probleem van de revolutie in Rusland vanuit een eng nationaal standpunt benaderden. Hij benadrukte dat er geen echte vooruitgang kon worden geboekt in de richting van een communistische maatschappij zolang de bourgeoisie de macht op wereldschaal in handen had - welke vooruitgang er onder proletarisch ‘beheer’ ook werd geboekt op één gebied, het kon niet definitief zijn:
"De fout die de Nederlandse linkskommunisten, en met hen kameraad Hennaut, naar onze mening maken is dat ze een in wezen steriele richting zijn ingeslagen, want het is fundamenteel voor het marxisme dat de grondslagen van een communistische economie zich alleen op wereldschaal aandienen en nooit gerealiseerd kunnen worden binnen de grenzen van een proletarische staat. Deze kan op economisch gebied ingrijpen om het productieproces te veranderen, maar kan dit proces op geen enkele manier definitief op communistische grondslag plaatsen, omdat de voorwaarden voor het realiseren van zo'n economie alleen op wereldschaal bestaan. Door te denken dat het mogelijk is om de economische taken van het proletariaat in één land uit te voeren schenden we de essentie van de marxistische theorie. We zullen dit hoogste doel niet bereiken door de arbeiders te laten geloven dat ze, na de overwinning op de bourgeoisie, in staat zullen zijn om de economie in één land rechtstreeks te leiden en te beheren”[13].
In zijn serie werkte Mitchell dit thema verder uit:
"Terwijl het onbetwistbaar is dat een nationaal proletariaat bepaalde economische taken alleen kan vervullen na het installeren van zijn eigen heerschappij, kan de opbouw van het socialisme alleen op gang komen na de vernietiging van de machtigste kapitalistische staten, ook al kan de overwinning van een ‘arm’ proletariaat een enorme betekenis krijgen als het geïntegreerd wordt in het ontwikkelingsproces van de wereldrevolutie. Met andere woorden, de taken van een zegevierend proletariaat met betrekking tot de eigen economie zijn ondergeschikt aan de behoeften van de internationale klassenstrijd.
Het is opmerkelijk dat, terwijl alle echte marxisten de theorie van het ‘socialisme in één land’ hebben verworpen, de meeste kritiek op de Russische revolutie zich voornamelijk heeft gericht op de modaliteiten van de opbouw van het socialisme, waarbij eerder naar economische en culturele criteria wordt gekeken dan naar politieke, en wordt vergeten de logische conclusies te trekken die voortvloeien uit de onmogelijkheid van elke vorm van nationaal socialisme"[14].
Mitchell wijdde ook een groot deel van de serie aan het argumenteren tegen het Mensjewistische idee, grotendeels overgenomen door de radenkommunisten, dat de Russische revolutie niet echt proletarisch kon zijn omdat Rusland niet rijp was voor het socialisme. Tegenover deze benadering stelt Mitchell dat de voorwaarden voor de communistische revolutie alleen op wereldschaal kunnen worden gesteld en dat de revolutie in Rusland gewoon de eerste stap was geweest in een wereldwijde revolutie, noodzakelijk geworden door het feit dat het kapitalisme als wereldsysteem zijn periode van verval was ingegaan. Elk begrip van wat er was misgegaan in Rusland moet dus gesitueerd worden in de context van de wereldrevolutie: de ontaarding van de Sovjetstaat was in de eerste plaats niet het gevolg van de economische maatregelen van de Bolsjewiki, maar van het isolement van de revolutie. Volgens hem hadden de Nederlandse kameraden "een verkeerd oordeel over de Russische revolutie geveld, en vooral de reikwijdte van hun onderzoek naar de onderliggende oorzaken van de reactionaire evolutie van de USSR sterk ingeperkt. Ze zoeken de verklaring daarvoor niet in de onderstroom van de nationale en internationale klassenstrijd (een van de negatieve kenmerken van hun studie is dat ze een abstractie maken van de politieke problemen), maar in het economische mechanisme."[15]
Kortom: er zijn grenzen aan de conclusies die we kunnen trekken uit de economische maatregelen die tijdens de Russische revolutie zijn genomen. Zonder de uitbreiding van de wereldrevolutie zouden zelfs de meest perfecte maatregelen het proletarische karakter van het regime in de USSR niet overeind hebben kunnen houden, en hetzelfde gold voor elk land, ‘geavanceerd’ of ‘achtergebleven’, dat geïsoleerd was in een wereld die gedomineerd werd door het kapitaal.
We hebben opgemerkt dat Hennaut zelf wees op de neiging van de Nederlandse kameraden om de omstandigheden na een proletarische revolutie te vereenvoudigen: "het zou voor veel lezers kunnen lijken dat alles het beste van het beste is van alle mogelijke werelden. De revolutie marcheert voort, ze kan niet uitblijven en het is genoeg om de dingen aan zichzelf over te laten om het socialisme werkelijkheid te kunnen laten worden"[16]. Vercesi had ook betoogd dat ze de neiging hadden om de heterogeniteit in het klassenbewustzijn zelfs na de revolutie enorm te onderschatten - een fout die rechtstreeks verband hield met het feit dat de radenkommunisten de noodzaak van een politieke organisatie van de meer gevorderde elementen van de arbeidersklasse niet begrepen. Bovendien hield dit ook verband met de onderschatting door de Nederlandse kameraden van de moeilijkheden die de arbeiders ondervonden bij het direct in handen nemen van de productie. Mitchell van zijn kant stelt dat de Nederlandse kameraden uitgaan van een ideaal, abstract schema dat de stigmata van het kapitalistische verleden al uitsluit als basis voor de vooruitgang naar het communisme.
"We hebben al duidelijk gemaakt dat de Nederlandse internationalisten, in hun poging om de problemen van de overgangsperiode te analyseren, veel meer geïnspireerd zijn door hun verlangens dan door de historische werkelijkheid. Hun abstracte schema waarin ze als mensen, die volkomen in overeenstemming zijn met hun principes, de wet van waarde, de markt en geld uitsluiten, moet logischerwijs ook een ‘ideale’ verdeling van producten met zich meebrengen. Dat komt omdat voor hen ‘de proletarische revolutie de productiemiddelen collectiviseert en zo de weg opent naar het communistische leven; de dynamische wetten van de individuele consumptie moeten absoluut en noodzakelijk met elkaar verbonden zijn omdat ze onlosmakelijk verbonden zijn met de wetten van de productie. Deze verbinding wordt ‘vanzelf’ tot stand gebracht door de overgang naar communistische productie’ (blz.72 van hun brochure)"[17]
Later richt Mitchell zich op de hindernissen die de instelling van gelijke beloning van arbeid tijdens de overgangsperiode in de weg staan. Kortom, voor de Nederlandse kameraden lopen de lagere fase en de hogere fase van het communisme volledig door elkaar:
"Tegelijkertijd hebben ze, door de dialectische analyse te verwerpen en over het probleem van het centralisme heen te stappen, uiteindelijk de betekenis van woorden veranderd, want waar ze naar kijken is niet de overgangsperiode, die vanuit het oogpunt van het oplossen van praktische problemen als enige interessant is voor marxisten, maar de hogere fase van het communisme. Het is dan gemakkelijk om te spreken over ‘een algemene maatschappelijke boekhouding die gebaseerd is op een economisch centrum waar alle stromen van het economische leven samenkomen, maar dat niet het recht heeft om de productie te sturen of te beslissen over de verdeling van het maatschappelijk product’” (blz. 100/101.). En ze voegen eraan toe dat ‘in de vereniging van vrije en gelijke producenten de controle over het economische leven niet voortkomt uit persoonlijkheden of instanties, maar voortvloeit uit de openbare registratie van de werkelijke loop van het economische leven. Dit betekent dat de productie wordt gecontroleerd door reproductie’. Met andere woorden, ‘het economische leven wordt door zichzelf gecontroleerd door middel van de gemiddelde sociale arbeidstijd’. Met zulke formuleringen kunnen de oplossingen voor de problemen van het proletarisch beheer helemaal niet vooruit komen, omdat de brandende vraag die aan het proletariaat wordt gesteld niet is om de mechanismen uit te werken die de communistische maatschappij reguleren, maar om de weg te vinden die daar naartoe leidt."[18]
Het is waar dat er een aantal passages in de Grondbeginselen staan waar de Nederlandse kameraden Marx’ onderscheid tussen de lagere en hogere fase van de overgangsperiode aanhalen; en ze erkennen wel degelijk dat er een proces is, een beweging naar integraal communisme waarin de noodzaak van arbeidstijdboekhouding bijvoorbeeld geleidelijk aan belang zal inboeten met betrekking tot individuele consumptie:
“Een van de meest kenmerkende eigenschappen van AMW-ondernemingen (zoals gezondheidszorg en onderwijs) is het feit dat ‘nemen naar behoefte’ hier essentieel is. De omvang van het arbeidsuur speelt niet langer een rol bij de verdeling. Met de groei van het communisme zal dit type onderneming worden uitgebreid, zodat ook wordt gezorgd voor voedsel, persoonlijk vervoer, huisvesting, enzovoort, kortom: de bevrediging van algemene behoeften, op deze grond zal komen te staan. Deze ontwikkeling is een proces dat, voor zover het de technische kant van de taak betreft, snel kan plaatsvinden. Hoe meer de maatschappij in deze richting groeit, hoe meer producten volgens dit principe worden verdeeld, hoe minder de individuele arbeid de maatstaf zal zijn voor individuele consumptie. Hoewel arbeidstijd de maatstaf is voor individuele distributie, zal deze maatstaf in de loop van de ontwikkeling vernietigd worden”[19]
En tegelijkertijd, zoals Mitchell hierboven opmerkt, hebben ze het over de ‘vrije en gelijke producenten’ die juist in de lagere fase over dit of dat beslissen, een tijd waarin echte vrijheid en gelijkheid worden bevochten door het georganiseerde proletariaat, maar nog niet definitief zijn veroverd. De term ‘vrije en gelijke producenten’ kan alleen echt worden toegepast op een maatschappij waarin er geen arbeidersklasse meer is.
Een voorbeeld van deze neiging tot vereenvoudiging is hun behandeling van het landbouwvraagstuk. Volgens dit deel van de Grondbeginselen zou de ‘boerenkwestie’, die zo'n grote last was voor de Russische revolutie, geen grote problemen opleveren voor de revolutie van de toekomst, omdat de ontwikkeling van de kapitalistische industrie de meerderheid van de boeren al heeft geïntegreerd in het proletariaat. Dit is een voorbeeld van een zekere eurocentrische visie (en zelfs in Europa was dit in de jaren 1930 verre van het geval) die geen rekening houdt met de enorme aantallen niet-uitbuitende, maar ook niet-proletarische massa’s die op wereldschaal bestaan en die de proletarische revolutie zal moeten integreren in de werkelijk gesocialiseerde productie.
Spreken over het bestaan van andere klassen dan het proletariaat in de overgangsperiode doet onmiddellijk de vraag rijzen naar een semi-staat die onder andere tot taak zou hebben deze massa's politiek te vertegenwoordigen. Een ander gevolg van het abstracte schema van de Nederlandse kameraden is dus dat ze het probleem van de staat uit de weg gaan. Nogmaals, zoals we hebben opgemerkt, Hennaut ziet dat "de staat in het systeem van de Nederlandse kameraden een plaats inneemt die op zijn zachtst gezegd dubbelzinnig is."[20] Mitchell merkt op dat zolang er klassen bestaan, de arbeidersklasse de gesel van een staat zal moeten verdragen, en dat dit verbonden is met het probleem van centralisme:
"De analyse van de Nederlandse internationalisten verwijdert zich ongetwijfeld van het marxisme omdat ze nooit de fundamentele realiteit naar voren brengen dat het proletariaat gedwongen is de ‘gesel’ van de staat te verdragen totdat de klassen verdwenen zijn, dat wil zeggen, totdat het wereldkapitalisme opgeheven is. Maar het onderstrepen van zo'n historische noodzaak is toegeven dat staatsfuncties nog steeds tijdelijk vermengd zijn met centralisatie, ook al vindt dit plaats na de vernietiging van het kapitalistische onderdrukkingsapparaat en is het niet noodzakelijkerwijs in strijd met de ontwikkeling van het culturele niveau van de werkende massa's en hun vermogen om het heft in handen te nemen. In plaats van de oplossing voor deze ontwikkeling te zoeken in de werkelijke context van de historische en politieke omstandigheden, hebben de Nederlandse internationalisten geprobeerd deze te vinden in een toe-eigeningsformule die zowel utopisch als retrograde is en die niet zo duidelijk het tegenovergestelde is van ‘burgerlijk rechts’ als zij zich voorstellen".[21]
In het licht van de Russische ervaring waren de Nederlandse kameraden zeker terecht op hun hoede dat een centraal organiserend orgaan dictatoriale macht over de arbeiders zou kunnen krijgen. Tegelijkertijd verwerpen de Grondbeginselen de noodzaak van een vorm van centrale coördinatie niet. Ze hebben het over een centraal bureau voor statistiek en een ‘economisch congres van arbeidersraden’, maar deze worden voorgesteld als economische organen die belast zijn met eenvoudige coördinatietaken: ze lijken geen politieke of staatsfuncties te hebben. Maar door eenvoudigweg van tevoren te bepalen dat dergelijke centrale of coördinerende organen geen staatsfuncties op zich zullen nemen of daarmee verbonden zijn, verzwakken ze in feite het vermogen van de arbeiders om zichzelf te verdedigen tegen een reëel gevaar dat gedurende de hele overgangsperiode zal bestaan: het gevaar dat de staat, zelfs een ‘semi-staat’ die rigide wordt geleid door de unitaire organen van de arbeiders, en die zich steeds meer vormt tot een autonome macht ten opzichte van de maatschappij en opnieuw directe vormen van economische uitbuiting oplegt.
De notie van de postrevolutionaire staat komt kort voor in het boek (in feite in het allerlaatste hoofdstuk). Maar in de woorden van de GIC fungeert het " als een puur machtsapparaat van de dictatuur van het proletariaat. Het zal het verzet van de bourgeoisie breken ... maar heeft geen plaats in het beheer van de economie."[22]
Mitchell verwijst niet naar deze passage, maar het zou niet in tegenspraak zijn met zijn twijfels over de neiging van de GIC om de staat en de dictatuur van het proletariaat als identiek te beschouwen, een identificatie die volgens hem de arbeiders ontwapent ten gunste van de staat: "De actieve aanwezigheid van proletarische organismen is de voorwaarde om de proletarische staat in dienst van de arbeiders te houden en om te voorkomen dat hij zich tegen hen keert. Het ontkennen van het tegenstrijdige dualisme van de proletarische staat is het vervalsen van de historische betekenis van de overgangsperiode.
Sommige kameraden zijn daarentegen van mening dat er in deze periode een identificatie moet zijn tussen de arbeidersorganisaties en de staat. (zie: kameraad Hennaut’s ‘Aard en evolutie van de Russische staat’, Bilan blz.1121). De Nederlandse internationalisten gaan zelfs nog verder als ze zeggen dat aangezien ‘de arbeidstijd de maatstaf is voor de verdeling van het maatschappelijk product en het geheel van de verdeling buiten elke ‘politiek’ blijft, de vakbonden geen functie hebben in het communisme en de strijd voor de verbetering van de levensomstandigheden tot een einde zal zijn gekomen’” (blz.115 van hun brochure).
Het centrisme (van de aan Moskou gelieerde partijen) gaat ook uit van de opvatting dat, aangezien de Sovjetstaat een arbeidersstaat is, elke eis die door de arbeiders wordt gesteld een daad van vijandigheid tegenover ‘hun’ staat wordt, waardoor de totale ondergeschiktheid van de vakbonden en de fabriekscomités aan het staatsmechanisme wordt gerechtvaardigd."[23]
De Nederlands-Duitse Linkerzijde was natuurlijk veel sneller met het erkennen dat de vakbonden onder het kapitalisme geen proletarische organen meer waren, laat staan in de overgangsperiode naar het communisme, waar de arbeidersklasse haar eigen unitaire organen (fabriekscomités, arbeidersraden enz.) zou hebben geschapen. Maar Mitchell’s fundamentele punt blijft volkomen geldig. Door de reis te verwarren met de bestemming, door andere niet-proletarische klassen en de hele complexe sociale heterogeniteit van de situatie na de opstand uit de vergelijking te schrappen en vooral door een bijna onmiddellijke de toestand van de opheffing van het proletariaat als uitgebuite klasse voor ogen te hebben, laten de Nederlandse kameraden, ondanks al hun antipathie tegen de staat, de deur open voor het idee dat gedurende de overgangsperiode de noodzaak voor de arbeidersklasse om haar directe belangen te verdedigen overbodig is geworden. Voor de Italiaanse Linkerzijde was de noodzaak om de onafhankelijkheid van vakbonden en/of fabriekscomités te bewaren ten opzichte van de algemene organisatie van de maatschappij - kortom, ten opzichte van de overgangsstaat - een fundamentele les van de Russische revolutie waar de ‘arbeidersstaat’ de arbeiders uiteindelijk onderdrukte.
Dit ontwijken of vereenvoudigen van de staatskwestie, net als het falen van de GIC om de noodzaak van de internationale uitbreiding van de revolutie te begrijpen, maakt deel uit van een bredere onderschatting van de politieke dimensie van de revolutie. De obsessie van de GIC is het zoeken naar een methode om maatschappelijke arbeid te berekenen, te verdelen en te belonen zodat centrale controle tot een minimum kan worden beperkt en de overgangseconomie op een semi-automatische manier kan evolueren naar een integraal communisme. Maar voor Mitchell is het bestaan van zulke wetten geen vervanging voor de groeiende politieke volwassenheid van de werkende massa's, van hun werkelijke vermogen om hun eigen richting aan het sociale leven te geven.
"De Nederlandse kameraden hebben inderdaad een onmiddellijke oplossing voorgesteld: geen economisch of politiek centralisme, dat alleen maar een onderdrukkende vorm kan aannemen, maar de overdracht van het beheer aan ondernemingsorganisaties die de productie coördineren door middel van een ‘algemene economische wet’. Voor hen vindt de afschaffing van uitbuiting (en dus van klassen) niet plaats via een lang historisch proces waarin de deelname van de massa’s aan het maatschappelijk bestuur onophoudelijk toeneemt, maar via de collectivisering van de productiemiddelen, op voorwaarde dat dit gepaard gaat met het recht van de fabrieksraden om over de productiemiddelen en het maatschappelijk product te beschikken. Maar afgezien van het feit dat deze formulering haar eigen tegenstrijdigheid bevat - omdat het erop neerkomt dat de integrale collectivisatie (eigendom van iedereen maar van niemand in het bijzonder) wordt geplaatst tegenover een soort beperkte, ‘collectivisatie’, verspreid onder maatschappelijke groepen (de naamloze vennootschap is ook een gedeeltelijke vorm van collectivisering) - heeft ze eenvoudigweg de neiging om een juridische oplossing (het recht om over de ondernemingen te beschikken) te vervangen door een andere juridische oplossing, de onteigening van de bourgeoisie. Maar zoals we al gezien hebben, is de onteigening van de bourgeoisie slechts de eerste voorwaarde voor de maatschappelijke omvorming (ook al is volledige collectivisatie niet onmiddellijk realiseerbaar), en de klassenstrijd zal doorgaan zoals voor de revolutie, maar op politieke grondslagen die het proletariaat in staat zullen stellen om haar een beslissende richting op te leggen."[24]
Achter deze afwijzing van de politieke dimensie van de klassestrijd zien we een fundamenteel verschil tussen de twee takken van de Communistische Linkerzijde in hun begrip van de overgang naar het communisme. De Nederlandse kameraden erkennen de noodzaak van waakzaamheid tegenover de overblijfselen van " een sterke neiging, geërfd van de kapitalistische productiewijze, om de beschikkingsbevoegdheid bij een centraal autoriteit te leggen."[25] Maar deze verhelderende paragraaf verschijnt midden in een onderzoek naar boekhoudmethoden in de overgangsperiode, en in het boek als geheel is er weinig besef van de immense strijd die nodig zal zijn om de gewoonten van het verleden te overwinnen, evenals hun materiële en maatschappelijke verpersoonlijking in klassen, lagen en individuen die min of meer vijandig staan tegenover het communisme. In de visie van de GIC lijkt er weinig behoefte te zijn aan een politieke strijd, een confrontatie tussen botsende klassenstandpunten, binnen de organen van de arbeidersklasse, op de werkplek of op een breder maatschappelijk vlak. Dit komt ook overeen met hun afwijzing van de noodzaak van communistische politieke organisaties, van de klassenpartij.
We zullen enkele van de meer theoretische problemen van de economische dimensie van de communistische transformatie bekijken in het tweede deel van dit artikel.[26]
CD Ward
[1] Samengevat in: Communism Vol. 3, Part 2 - Communism is not just a nice idea, but a material necessity (Summary of Vol. 1) [79]
[2] Samengevat in Communism Vol. 3, Part 3 - Communism is not a 'nice idea', it is on the agenda of history (summary of Vol. 2) [80].
[3] Zie de artikelen in deze serie in International Review nrs. 127-132
[4] Zie artikel uit deel twee van de serie, Unravelling the Russian enigma: 1926-36 [81] in International Review nr. 105.
[6] Bilan nrs. 19, 20, 21, 22, 23.
[7]Van de studies over de Grondbeginselen kunnen we Paul Mattick's inleiding uit 1970 bij de Duitse heruitgave van het boek noemen. The Dutch and German Communist Left, uit 2001, bevat ook een hoofdstuk over de Grondbeginselen. Dit gedeelte laat de continuïteit zien van onze opvattingen met de kritiek op de tekst die voor het eerst naar voren kwam in Mitchell’s artikelen.
De eerste versie van de “Gondbeginselen van de communistische productie en distributie”, met een inleiding van Mattick, bestaat niet in het Nederlands "Grundprinzipien kommunistischer Produktion und Verteilung".
De versie uit 1935 is wel in het Nederlands Grondbeginselen van de communistische productie en distributie [83].
[8] Bilan nr.19. Les fondements de la production et de la distribution communistes - première partie [84]
[9] Bilan nr. 33 Nature et évolution de la révolution russe (A. Hennaut ) [85] en nr. 34, Nature et évolution de la révolution russe : réponse au camarade Hennaut (Vercesi) [86]
[10] Bilan nr. 34, Démocratie formelle et démocratie socialiste - suite (A. Hennaut) [87]
[11] We moeten hier preciezer zijn: Mitchell, zelf een voormalig lid van de LCI, maakte eigenlijk deel uit van de Belgische fractie die zich afsplitste van de LCI over de kwestie van de oorlog in Spanje. In een van zijn artikelen over de overgangsperiode (Bilan nr. 38) uitte hij kritiek "op de kameraden van Bilan", omdat hij vond dat ze niet genoeg aandacht hadden besteed aan het economische aspect van de overgangsperiode.
[13] Bilan nr. 21, geciteerd in “Communism Vol. 3, Part 4 - The 1930s: debate on the period of transition [88]”, International Review nr. 127
[14] Bilan nr. 37, opnieuw gepubliceerd als Italian Left 1936: Problems of the period of transition [89] in International Review nr. 132
[15] Bilan nr. 35, opnieuw gepubliceerd als Communism Vol. 3, Part 8 - The problems of the period of transition (IV) [90] in International Review nr. 131
[16] Bilan nr. 22, Les internationalistes hollandais sur le programme de la révolution prolétarienne [91]
[17] Bilan nr. 35, Problèmes de la période de transition (partie 4) [92]
[18] Bilan nr. 37, Problèmes de la période de transition (partie 5) [93]
[19] Grundprinzipien, blz. 68: “Die Vergesellschaftung der Verteilung”
[20] Bilan nr. 22, Les fondements de la production et de la distribution communistes - troisième et dernière partie [94]
[21] Bilan nr. 37, Problèmes de la période de transition (partie 5) [93]
[22] Grundprinzipien, Kapitel 19, blz. 139 “Vermeintliche Utopie”
[23] Bilan nr. 37, Problèmes de la période de transition (partie 5) [93]
[24] Bilan nr. 37, Problèmes de la période de transition (partie 5) [93]
[25] Grundprinzipien, Kapital 10, "Die sachliche Kontrolle".
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 290.1 KB |
In het Verenigd Koninkrijk klinkt sinds juni de echo van de kreet, die gaat van staking tot staking:
Deze stakingsgolf in het Verenigd Koninkrijk is het symbool van de strijdbaarheid van de arbeiders, die zich overal ter wereld ontwikkelt:
De lijst zou eindeloos kunnen worden omdat er in werkelijkheid overal talloze kleine stakingen plaatsvinden, van elkaar gescheiden, in bedrijven en in de publieke sector. Want overal, in alle landen, in alle sectoren, verslechteren de levens- en arbeidsomstandigheden, overal zijn er prijsstijgingen en miserabele lonen, overal is er werkonzekerheid en flexibiliteit, overal is er een hels werkritme en onvoldoende personeel, overal is er een verschrikkelijke verslechtering van de woonomstandigheden, vooral voor jongeren.
Sinds de Covid-19 pandemie zijn ziekenhuizen het symbool geworden van deze dagelijkse realiteit voor alle werkers: onderbezetting en uitbuiting tot op het punt van uitputting, voor een salaris dat niet genoeg is om de rekeningen te betalen.
De lange stakingsgolf die het Verenigd Koninkrijk sinds juni teistert, een land waar het proletariaat sinds de Thatcher-jaren leek te berusten, drukt een echte breuk uit, een ommekeer van de stemming binnen de arbeidersklasse, niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar internationaal. Deze gevechten tonen aan dat de uitgebuitenen niet langer met zich laten sollen nu de crisis zich steeds erger wordt.
Met een inflatie van meer dan 11% en de aankondiging van een bezuiniging door de regering Rishi Sunak volgden de stakingen zich op in nagenoeg alle sectoren: bij het vervoer (treinen, bussen, metro, luchthavens), in de gezondheidszorg, onder de arbeiders bij Royal Mail, onder de ambtenaren bij het Ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken, onder de werkers bij Amazon, onder de leraren in Schotland, onder de arbeiders van de olie-industrie op de Noordzee ... De omvang van de mobilisatie van verzorgers is in dit land van een omvang die meer dan honderd jaar niet is vertoond! En de leraren zullen naar verwachting vanaf februari staken.
Ook in Frankrijk heeft de regering besloten een nieuwe ‘hervorming’ door te voeren waarbij de wettelijke pensioenleeftijd wordt verhoogd. Het doel is eenvoudig: geld besparen door de arbeidersklasse als een citroen uit te knijpen, tot op het kerkhof. Concreet betekent dit oud, ziek en uitgeput werken of vertrekken met een verminderd en miserabel pensioen. Bovendien zal ontslag de knoop in dit dilemma vaak doorhakken, al vóór de noodlottige leeftijd.
De aanvallen op onze levensomstandigheden zullen niet stoppen. De wereldwijde economische crisis zal verder verergeren. Om zich in de internationale arena van markt en concurrentie staande te houden, zal elke bourgeoisie in elk land de arbeidersklasse steeds ondraaglijker leef- en werkomstandigheden opleggen, door zich te beroepen op ‘solidariteit met Oekraïne’ of ‘de toekomst van de nationale economie’.
Dit geldt des te meer met de ontwikkeling van de oorlogseconomie. Steeds meer werk en rijkdom gaat naar de oorlogseconomie. In Oekraïne, maar ook in Ethiopië, Jemen, Syrië, Mali, Niger, Congo, enz. betekent dit bommen, kogels en dood! Elders betekent het angst, inflatie en opdrijving van het werkritme. Alle regeringen vragen ‘offers’!
Tegenover dit kapitalistische systeem, dat de mensheid in ellende en oorlog, in concurrentie en verdeeldheid stort, is het aan de arbeidersklasse (arbeiders in alle sectoren, in alle landen, werkloos of werkend, met of zonder diploma, werkend of gepensioneerd...) om een ander perspectief voor te stellen. Door deze ‘offers’ te weigeren, door een eensgezinde, massale en solidaire strijd te ontwikkelen, kan zij laten zien dat een andere wereld mogelijk is.
Ja, al maanden wordt er in alle landen en in alle sectoren gestaakt. Maar gescheiden van elkaar. Ieder heeft zijn eigen staking, in zijn fabriek, in zijn magazijn, in zijn bedrijf, op zijn kantoor. Er bestaat geen echt verband tussen deze gevechten, zelfs als het voor de stakers van het ziekenhuis voldoende zou zijn om de straat over te steken om die werkers op school of in de supermarkt aan de overkant te ontmoeten. Soms grenst deze verdeling aan het belachelijke wanneer in hetzelfde bedrijf de stakingen worden georganiseerd per beroep of per ploeg, of per etage. Je moet je voorstellen dat kantoorpersoneel op een ander tijdstip staakt dan het technisch personeel, of dat de werkers op de eerste verdieping staken zonder enig contact met de werkers op de tweede verdieping. Dit is wat soms echt gebeurt!
De versnippering van de stakingen, de opsluiting van elke staking in zijn hoekje is alleen speelt de bourgeoisie in de kaart, ze verzwakt ons, maakt ons machteloos, put ons uit en leidt ons naar de nederlaag.
Daarom steekt de bourgeoisie zoveel energie in de instandhouding ervan. In alle landen hanteert ze dezelfde strategie: de regeringen verdelen. Ze doen alsof ze deze of gene sector steunen, alleen om de andere beter te kunnen aanvallen. Ze richten zich op één sector, of zelfs één bedrijf, door beloftes te doen die ze nooit zullen nakomen, om tegelijkertijd te verhullen dat er overal elders aanvallen plaatsvinden. Om beter te kunnen verdelen, geven zij een specifieke steun aan één categorie en verminderen zij de rechten van alle anderen. Onderhandelingen per sector en per bedrijf zijn alom de regel.
In Frankrijk gaat de aankondiging van de pensioenhervorming, die de hele werkende klasse zal treffen, gepaard met een oorverdovend ‘debat’ in de media over de oneerlijkheid van de hervorming voor deze of gene categorie van de bevolking. Het moet eerlijker worden gemaakt door beter rekening te houden met de specifieke kwalificaties van stagiaires, bepaalde handarbeiders, vrouwen... Altijd dezelfde valstrik!
Waarom deze verdeling? Zijn het alleen de propaganda en de manoeuvres van de regeringen die ons op deze manier weten te verdelen, die de stakingen en de gevechten van de arbeidersklasse van elkaar scheiden?
Het gevoel dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten groeit. Het idee dat alleen een massale en eensgezinde strijd een krachtsverhouding tot stand kan brengen, ontkiemt in alle hoofden. Waarom dan deze maandenlange verdeling, in alle landen, in alle sectoren?
In het Verenigd Koninkrijk gaan stakingen traditioneel gepaard met piketten voor elke stakingslocatie. Al maanden staan er piketten naast elkaar, soms met slechts een dag verschil, soms op hetzelfde moment, maar een paar honderd meter van elkaar verwijderd, zonder dat er contact tussen hen is. Ieder zijn eigen staking, ieder zijn eigen piket. Zonder deze versnippering te bestrijden, zonder een echte eenheid in de strijd te ontwikkelen, dreigt de strijdwil uitgeput te raken. In de afgelopen weken zijn de impasse en het gevaar van deze situatie duidelijk geworden. De arbeiders die al zes maanden bij toerbeurt hebben gestaakt, zouden kunnen worden bevangen door een gevoel van vermoeidheid en machteloosheid.
In verschillende stakingen hebben de werkers ons echter laten weten dat zij zich betrokken voelen bij iets dat verder reikt dan hun bedrijf, hun kantoor en hun sector. De wil om samen te strijden groeit.
Al maandenlang, in alle landen, in alle sectoren, zijn het de vakbonden die deze versnipperde strijd organiseren, zijn het de vakbonden die hun methoden dicteren, die de arbeiders verdelen, isoleren, onderhandelingen per bedrijfstak, per bedrijf bepleiten, zijn het de vakbonden die van elke eis een specifieke eis maken, zijn het de vakbonden die waarschuwen dat we vooral ‘de eisen niet moeten vermengen om ze niet te laten verwateren’.
Maar de vakbonden hebben ook gemerkt dat de woede groeit, dat ze dreigt de dijken, die ze hebben opgezet tussen bedrijven, ondernemingen, sectoren, te overspoelen. Ze weten dat het idee van ‘samen strijden’ in de klasse aan het rijpen is.
Daarom beginnen de vakbonden in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld te praten over bijeenkomsten die de arbeiders van verschillende sectoren bijeenbrengen, iets wat zij tot nu toe zorgvuldig hebben vermeden. De woorden ‘eenheid’ en ‘solidariteit’ duiken op in hun toespraken. Ze geven het verdelen niet op, maar om dat te kunnen blijven doen, sluiten ze aan de bezorgdheid van de klasse. Zo houden ze de controle over de richting van de strijd.
In Frankrijk hebben de vakbonden bij de aankondiging van de pensioenhervorming hun eenheid en vastberadenheid getoond; zij riepen op tot grote betogingen op straat en tot een krachtmeting met de regering. Ze schreeuwen dat deze hervorming niet zal doorgaan, dat miljoenen mensen het moeten verwerpen.
Tot zover de retoriek en de beloftes. Maar wat is de realiteit? Om een idee te krijgen hoeven we alleen maar te denken aan de strijdbeweging van 2019-2020 in Frankrijk, die ook gericht was tegen de pensioenhervorming van Macron. Tegenover de toename van de strijdwil en de golf van solidariteit tussen de generaties hadden de vakbonden dezelfde truc gebruikt door te pleiten voor de ‘convergentie van de strijd’, een ersatz-eenheidsbeweging, waarbij de arbeiders in demonstratie achter elkaar werden opgedeeld per sector en per bedrijf. We waren niet allemaal samen, maar de ene achter ander. De vaandels van de vakbonden en de ordediensten verdeelden de betogingen in per bedrijf, per onderneming, per vakbond. Vooral geen discussies, geen vergaderingen. ‘Betoog met je gebruikelijke collega's en ga naar huis, tot de volgende keer.’ Geluidsinstallatie stonden zo luid om er zeker van te zijn dat de meest koppige onder de demonstranten elkaar niet konden verstaan. Want wat de bourgeoisie echt doet beven is wanneer de arbeiders hun strijd zelf ter hand nemen, wanneer ze zich organiseren, wanneer ze samenkomen debatteren... om een klasse in strijd te worden!
Om in het Verenigd Koninkrijk en in Frankrijk, net als elders, een krachtsverhouding op te bouwen die ons in staat stelt weerstand te bieden aan de voortdurende aanvallen op onze levens- en arbeidsomstandigheden, die morgen nog meedogenlozer zullen worden, moeten we, waar we kunnen, samenkomen om de strijdmethoden, die de kracht van de arbeidersklasse vormen en haar in staat hebben gesteld om op bepaalde momenten in haar geschiedenis de bourgeoisie en haar systeem aan het wankelen te brengen, te bespreken en naar voren te brengen:
In 1985, onder Thatcher, vochten de Britse mijnwerkers een jaar lang met enorme moed en vastberadenheid; maar geïsoleerd, opgesloten in hun bedrijf, waren ze machteloos; en hun nederlaag was er een van de hele arbeidersklasse. We moeten leren van onze fouten. Het is van vitaal belang dat de zwakke punten, die de arbeidersklasse al tientallen jaren ondermijnen en die onze opeenvolgende nederlagen hebben gekenmerkt, worden overwonnen: het corporatisme en de vakbondsillusie. De zelfstandigheid van de strijd, eenheid en solidariteit zijn de onmisbare mijlpalen in de voorbereiding van de strijd van morgen!
Daarvoor moeten we onszelf weer erkennen als leden van dezelfde klasse, een klasse die verenigd is door solidariteit in de strijd: het proletariaat. De strijd van vandaag is onmisbaar, niet alleen om ons te verdedigen tegen aanvallen, maar ook om deze klasse-identiteit op wereldschaal terug te winnen, om de omverwerping voor te bereiden van dit systeem dat synoniem is met ellende en rampen van allerlei aard.
In het kapitalisme is er geen oplossing: noch voor de vernietiging van de planeet, noch voor oorlogen, noch voor werkloosheid, noch voor werkonzekerheid, noch voor ellende. Alleen de strijd van het wereldproletariaat, gesteund door alle onderdrukten en uitgebuitenen van de wereld, kan de weg openen naar een alternatief, dat van het kommunisme.
De stakingen in het Verenigd Koninkrijk, de demonstraties in Frankrijk, vormen een oproep tot strijd voor de proletariërs van alle landen.
Internationale Kommunistische Stroming, 12 januari 2023
1- Wijzen de gebeurtenissen van de jaren 2020 op een kwalitatieve verandering in de ernst van de situatie, en betekent dit dat de tijd dringt voor de arbeidersklasse om haar beslissende strijd aan te vangen?
2- Is de ernst van de jaren ’20 van deze eeuw het gevolg van het aanslepen van het verval van het kapitalistisch systeem, en zijn de effecten van zijn ontbinding niet sterker geworden, waarbij ze elkaar versterken, nog meer dan in de voorgaande decennia?
3- Is de arbeidersklasse nog altijd in staat om het enige alternatief te bieden voor het kapitalisme? Is de strijdgolf in Groot-Brittannië een indicatie dat de klasse nog altijd in staat is de strijd op haar eigen terrein te voeren?
Als aanzet tot overdenking gaan we kort in op deze drie vragen.
1. Dit is wat het World Economic Forum in zijn “Global Risks Report” stelt tijdens hun jaarlijkse bijeenkomst in Davos op 11.01.2023:“De eerste jaren van dit decennium hebben een bijzonder ontwrichtende periode in de menselijke geschiedenis ingeluid. De terugkeer naar een ‘nieuw normaal’ na de COVID-19-pandemie werd snel verstoord door het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, die een nieuwe reeks voedsel- en energiecrises inluidde - en problemen veroorzaakte die men in decennia van vooruitgang had trachten op te lossen.
Aan het begin van 2023 wordt de wereld geconfronteerd met een reeks risico's die zowel geheel nieuw als griezelig vertrouwd aanvoelen. We zien een terugkeer van ‘oudere’ risico's - inflatie, crises in de kosten van levensonderhoud, handelsoorlogen, kapitaalvlucht uit opkomende markten, wijdverbreide sociale onrust, geopolitieke confrontaties en het schrikbeeld van een kernoorlog - waarmee maar weinig bedrijfsleiders en beleidsmakers van deze generatie te maken hebben gehad. Deze worden versterkt door relatief nieuwe ontwikkelingen in het mondiale risicolandschap, waaronder onhoudbare schuldniveaus, een nieuw tijdperk van lage groei, lage mondiale investeringen en de-globalisering, een achteruitgang van de menselijke ontwikkeling na decennia van vooruitgang, snelle en onbeperkte ontwikkeling van technologieën voor tweeërlei gebruik (civiel en militair), en de toenemende druk van de gevolgen en ambities op het vlak van de klimaatverandering in een steeds kleiner wordende periode voor de overgang naar een wereld van 1,5°C. Samen vormen zij een uniek, onzeker en turbulent decennium.”
Het perspectief dat het rapport van deze denktank van de bourgeoisie schetst voor het huidige decennium is akelig correct. Het gaat echter niet in op de fundamentele oorzaken voor deze toenemende turbulenties, noch op de mogelijke alternatieven.
2. Waar is de opeenstapeling en samenloop van zoveel rampen het gevolg van? Voor de IKS is deze situatie, in continuïteit met de analyses van de arbeidersbeweging, de duidelijke uitdrukking van het verval van het kapitalisme en van een specifieke fase ervan, zijn ultieme fase van ontbinding. In 2020, toen de Covid-19-pandemie de planeet deed wankelen, hebben we aangetoond dat de ontbinding van de burgerlijke maatschappij plotseling was versneld. Wat de jaren die tot nu toe volgden volledig hebben bevestigd.
In de machtigste staten was de bourgeoisie er tot voor kort (over het algemeen) in geslaagd de vele catastrofes en crises, die haar systeem teisterden, af te remmen en de besmetting van de ene crisis door de andere zoveel mogelijk te voorkomen. Vandaar dat ze bij de arbeiders de indruk wekten dat het allemaal ‘bijzondere’ crises zijn, die allemaal los staan van elkaar: hier de klimaatcrisis, daar de imperialistische conflicten, daar de bezuinigingen... en niets leek met elkaar verband te houden, vooral niet met de historische crisis van het kapitalistische systeem. Maar sinds drie jaar is de wisselwerking tussen al deze crises aan het licht gekomen en alleen maar versterkt in een helse ‘wervelwind’.
De jaren ’20 van de 21ste eeuw lijken te wijzen op een samenloop van crisissen, terwijl de burgerlijke staten een almaar slinkende manoeuvreerruimte hebben. De oorlog in Oekraïne heeft de belangrijkste uitdrukking van het voortetteren van het kapitalisme, de regionale, ongecontroleerde en oneindige oorlog, naar het hart van het economisch systeem gestuwd, waar zulke oorlogen meestal in de periferie bestonden. De oorlog is bovenal een belangrijke katalysator van alle andere uitdrukkingen van het kapitalisme in verval. Zo houdt de oorlog in Oekraïne een reëel risico in op ongelukken met de kerncentrales door rücksichtloze bombardementen door beide kampen. De toename van de druk van de militaire uitgaven op de accumulatie van het kapitaal kan de economische duik naar beneden allen maar versterken. Ook de vluchtelingenstromen zetten druk op een politiek systeem waarin vreemdelingenhaat bon ton geworden is voor vrijwel elke burgerlijke fractie.
3. Het is een illusie te denken dat de strijd tegen de oorlog in Oekraïne de vonk kan zijn die het proletariaat de ogen zal openen over de inzet van deze periode. Dit soort oorlogen, gecombineerd met ecologische crisissen, pandemieën, desintegratie van staten, leiden in de arbeidersklasse niet tot het inzicht dat zij de enige kracht is die een alternatief biedt voor dit kapitalisme in verval. De focus op de oorlog miskent dat de economische strijd, die de enige manier is waardoor de klasse haarzelf kan beginnen ter herkennen.
De strijdgolf in Groot-Brittannië, die gaande is vanaf de zomer van 2022, toont dat de klasse, ondanks de crisissen, en ondanks alle ideologische campagnes, in staat is om op te komen voor haar belangen. Dit biedt een echt perspectief, omdat alleen de arbeidersklasse in staat is om de strijd op te nemen met dit systeem, en er een andere voor in de plaats stellen.
We zien allerhande oproepen om de strijd aan te gaan met de symptomen van de kapitalistische crisis, gaande van het verzorgen van vluchtelingen, tot de strijd tegen de trage ecologische transitie van de industrie. Dat de bourgeoisie overal wijst op ‘realistische alternatieven’, op ‘iets doen’ in het ‘hier en nu’, door deelstrijd aan te wakkeren, identiteiten naar voren te schuiven, zelfs de meest achterlijke, wijst erop dat de arbeidersklasse zichzelf niet mag herkennen en de strijd op het economische terrein ten koste van alles voorkomen moet worden. De randvoorwaarden, die op dit moment van iedere symptoombestrijding een uitzichtloze strijd maken, kunnen alleen drastisch worden bestreden door de omverwerping van de burgerlijke staat, en vervolgens de omvorming van de economische verhoudingen.
Door de perspectieven voor de strijd in hun tussenkomst duidelijk te maken, spelen de revolutionaire politieke minderheden hierbij een essentiële rol, als hun theoretische verdieping en hun methode van debat daadwerkelijk aansluiten bij de lange traditie van de Kommunistische Linkerzijde.
Als na het lezen van dit artikel uw interesse is gewekt, nodigen wij u uit om op onze eerstkomende openbare bijeenkomst op de hierboven gestelde vragen te reageren.
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 311.5 KB |
“Verschrikking”, “bloedbaden”, “terrorisme”, “oorlogsmisdaden", “humanitaire ramp”, “genocide”... de woorden die op de voorpagina's van de internationale pers staan, spreken boekdelen over de omvang van de barbaarsheid in Gaza.
Op 7 oktober doodde Hamas 1.400 Israëli’s door jacht te maken tot in hun huizen op oude mannen, vrouwen en kinderen. Sindsdien neemt de staat Israël wraak en vermoordt op grote schaal. De stortvloed van bommen die dag en nacht op Gaza terecht komt, heeft al meer dan 10.000 Palestijnen het leven gekost, waaronder 4.800 kinderen. Te midden van verwoeste gebouwen zijn de overlevenden verstoken van alles: water, elektriciteit, voedsel en medicijnen. Op dit moment worden tweeënhalf miljoen Gazanen bedreigd door honger en epidemieën, 400.000 van hen zitten gevangen in Gaza-stad en elke dag vallen er honderden doden, verscheurd door raketten, verpletterd door tanks, geëxecuteerd door kogels.
De dood is alom in Gaza, net als in Oekraïne. Laten we de vernietiging van Marioepol door het Russische leger niet vergeten, de exodus van mensen, en de loopgravenoorlog die de mannen begraaft. Tot nu toe zouden er bijna 500.000 doden zijn. Aan iedere kant net zoveel. Een hele generatie Russen en Oekraïners wordt nu geofferd op het altaar van het nationale belang, in naam van de verdediging van het vaderland. En er komt nog meer: eind september werden in Nagorno-Karabach 100.000 mensen gedwongen te vluchten voor het Azerbeidzjaanse leger onder de dreiging van een genocide. In Jemen heeft het conflict waar niemand over praat meer dan 200.000 slachtoffers geëist en 2,3 miljoen kinderen aan ondervoeding blootgesteld. Dezelfde gruwelijke oorlog wordt gevoerd in Ethiopië, Myanmar, Haïti, Syrië, Afghanistan, Mali, Niger, Burkina Faso, Somalië, Congo, Mozambique... En op dit moment broeit er een confrontatie tussen Servië en Kosovo.
Wie is verantwoordelijk voor al deze barbaarsheid? Hoe ver kan oorlog zich verspreiden? En vooral, welke kracht kan zich ertegen verzetten?
Op het moment van schrijven, roepen alle landen Israël op om zijn offensief te “matigen” of “op te schorten”. Rusland eist een staakt-het-vuren, nadat het anderhalf jaar geleden Oekraïne met dezelfde wreedheid had aangevallen en nadat het in 1999 300.000 burgers had afgeslacht in Tsjetsjenië in naam van dezelfde “strijd tegen het terrorisme”. China wil vrede, maar het roeit de Oeigoerse bevolking uit en bedreigt de inwoners van Taiwan met een nog grotere vuurzee. Saoedi-Arabië en zijn Arabische bondgenoten willen een einde aan het Israëlische offensief terwijl ze de bevolking van Jemen decimeren. Turkije is tegen de aanval op Gaza terwijl het er zelf van droomt om de Koerden uit te roeien. Wat de grote democratieën betreft, na het steunen van “het recht van Israël om zichzelf te verdedigen”, roepen ze nu op tot “een humanitaire wapenstilstand” en “respect voor het internationaal recht”, nadat ze sinds 1914 met opmerkelijke regelmaat zelf hun deskundigheid op het gebied van massaslachtingen hebben getoond.
Dit is trouwens het belangrijkste argument van de staat Israël: “de vernietiging van Gaza is legitiem”, net als dit eertijds werd ingeroepen met de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en de tapijtbombardementen op Dresden en Hamburg. De Verenigde Staten voerden de oorlogen in Afghanistan en Irak met dezelfde argumenten en dezelfde methoden als Israël vandaag! Alle staten zijn oorlogsmisdadigers! Groot of klein, overheerst of machtig, ogenschijnlijk oorlogszuchtig of gematigd, allemaal nemen ze in werkelijkheid deel aan de imperialistische oorlog op het wereldtoneel en allemaal beschouwen ze de arbeidersklasse als kanonnenvoer.
Het zijn deze hypocriete en bedrieglijke stemmen die ons nu willen overtuigen van hun oprecht streven naar vrede en hun oplossing: de erkenning van Israël en Palestina als twee onafhankelijke en autonome staten. De Palestijnse Autoriteit, Hamas en Fatah zijn een voorbode van hoe zo’n staat eruit zou zien: net als alle andere zou hij de arbeiders uitbuiten; net als alle andere zou hij de massa’s onderdrukken; net als alle andere zou hij oorlog voeren. Er zijn al 195 “onafhankelijke en autonome” staten op de planeet: samen geven ze meer dan 2000 miljard dollar per jaar uit aan “defensie”! En tegen 2024 zullen deze budgetten de pan uitrijzen.
Waarom verklaarde de VN dan zojuist: “We hebben een onmiddellijk humanitair staakt-het-vuren nodig. Het duurt nu al dertig dagen. Genoeg is genoeg. Het moet nu stoppen”? Uiteraard willen de bondgenoten van Palestina dat het Israëlische offensief stopt. Maar wat Israëls bondgenoten betreft, die “grote democratieën” die beweren het “internationaal recht” te respecteren, zij kunnen het Israëlische leger niet zomaar stilzwijgend haar gang laten gaan. De slachtpartijen van ‘Israëls Defense Forces’ zijn te zichtbaar. Vooral omdat dezelfde bondgenoten ook militaire steun verlenen aan Oekraïne tegen “Russische agressie” en zijn “oorlogsmisdaden”. De barbaarsheid van de twee “agressies” mag niet als elkaars gelijke opvallen.
Maar er is een nog grondiger reden: iedereen probeert de verspreiding van de chaos te beperken, want iedereen kan erdoor worden getroffen, iedereen heeft iets te verliezen als dit conflict zich te veel verspreidt. De Hamas-aanval en de reactie van Israël hebben één ding gemeen: de tactiek van de verschroeide aarde. Het terroristische bloedbad van gisteren en het bommentapijt van vandaag kunnen geenszins leiden tot een echte en blijvende overwinning. Deze oorlog stort het Midden-Oosten in een tijdperk van ontwrichting en confrontaties.
Als Israël doorgaat, Gaza met de grond gelijk te maken en de inwoners onder het puin te begraven, bestaat het risico dat ook de Westelijke Jordaanoever in brand vliegt, dat Hezbollah Libanon bij de oorlog betrekt en dat Iran uiteindelijk zich actief gaat bemoeien. De verspreiding van chaos over de hele regio zou niet alleen een klap zijn voor de Amerikaanse invloed, maar ook voor de wereldwijde ambities van China, wiens kostbare Zijderoute door de regio loopt.
De dreiging van een derde wereldoorlog ligt op ieders lippen. Journalisten debatteren er openlijk over op TV. In werkelijkheid is de huidige situatie veel venijniger. Er zijn geen twee blokken, netjes gerangschikt en gedisciplineerd, die tegenover elkaar staan, zoals in 1914-18 en 1939-45 of tijdens de Koude Oorlog. Terwijl de economische en oorlogszuchtige concurrentie tussen China en de Verenigde Staten steeds wreder en beklemmender wordt, buigen de andere naties niet voor de bevelen van een van deze twee reuzen; ze spelen hun eigen rol, in de wanorde, de onvoorspelbaarheid en de kakofonie. Rusland viel Oekraïne aan tegen advies van China. Israël verplettert Gaza tegen advies van de VS. Deze twee conflicten belichamen het gevaar dat de hele mensheid met de dood bedreigt: de aangroei van oorlogen waarvan het enige doel is om de tegenstander te destabiliseren of te vernietigen; een eindeloze keten van irrationele en nihilistische eisen; het ieder voor zich, synoniem met oncontroleerbare chaos.
Voor een derde wereldoorlog zouden de arbeiders van West-Europa, Noord-Amerika en Oost-Azië bereid moeten zijn om in naam van het vaderland hun leven op te offeren, de wapens op te nemen en elkaar te doden voor de nationale vlag en belangen, wat vandaag absoluut niet het geval is. Maar wat zich nu aan het ontwikkelen is, heeft deze steun, deze mobilisatie van de massa’s, niet nodig. Sinds het begin van de jaren 2000 zijn steeds grotere delen van de planeet ondergedompeld in geweld en chaos: Afghanistan, Irak, Syrië, Libië, Libanon, Oekraïne, Israël en Palestina... Dit koudvuur verspreidt zich beetje bij beetje, land na land, regio na regio. Ziedaar, de enige mogelijke toekomst in het kapitalisme, dit wegrottende systeem van uitbuiting in verval.
Wat te doen? De arbeiders van elk land moeten zich geen illusies maken over een zogenaamd mogelijke vrede, over welke oplossing dan ook van de “internationale gemeenschap”, de VN, of welk rovershol dan ook. Kapitalisme is oorlog. Sinds 1914 is het bijna nooit opgehouden en heeft de oorlog nu eens het ene en dan weer het andere deel van de wereld getroffen. In de historische periode die voor ons ligt zal deze dodelijke dynamiek zich uitbreiden en versterken, met een onmeetbare barbaarsheid.
De arbeiders van alle landen moeten daarom weigeren zich te laten meeslepen, ze moeten weigeren partij te kiezen voor het ene of het andere burgerlijke kamp, in het Oosten, in het Midden-Oosten en overal elders. Ze moeten weigeren zich te laten misleiden door de retoriek die hen vraagt “solidariteit” te tonen met “het Oekraïense volk dat aangevallen wordt”, met “Rusland dat bedreigd wordt”, met “de gemartelde Palestijnse massa’s”, met “de geterroriseerde Israëli's”... In alle oorlogen, aan beide kanten van de grenzen, laten de staten de mensen altijd geloven dat er een strijd is tussen goed en kwaad, tussen barbaarsheid en beschaving. In werkelijkheid zijn al deze oorlogen altijd een confrontatie tussen rivaliserende naties, tussen rivaliserende bourgeoisieën. Het zijn altijd conflicten waarin de uitgebuitenen sterven ten gunste van hun uitbuiters.
De solidariteit van de arbeiders gaat daarom niet naar de ‘Palestijnen’ zoals ze niet gaat naar de ‘Israëli's’, de ‘Oekraïners’ of de ‘Russen’, omdat er onder al deze nationaliteiten uitbuiters en uitgebuitenen zijn. Het gaat naar de arbeiders en werklozen van Israël en Palestina, van Rusland en Oekraïne, net zoals het gaat naar de arbeiders van elk ander land in de wereld. Door te demonstreren “voor vrede”, door ervoor te kiezen om de ene kant tegen de andere te steunen kunnen we geen echte solidariteit tonen met de slachtoffers van oorlog, de burgerbevolking en de soldaten van beide kanten, proletariërs in uniform die veranderd zijn in kanonnenvoer, geïndoctrineerde en fanatieke kinderen. De enige solidariteit bestaat uit het aan de kaak stellen van ALLE kapitalistische staten, van ALLE partijen die ons oproepen om ons achter deze of gene nationale vlag te scharen, achter dit of dat oorlogsdoel, en AL diegenen aan te klagen die ons misleiden met de illusie van vrede en “goede betrekkingen” tussen de volkeren.
Deze solidariteit betekent vooral het ontwikkelen van onze strijd tegen het kapitalistische systeem dat verantwoordelijk is voor alle oorlogen, een strijd tegen de nationale bourgeoisie en haar staat.
De geschiedenis heeft laten zien dat de enige kracht die een einde kan maken aan kapitalistische oorlogen de uitgebuite klasse is, het proletariaat, de directe vijand van de bourgeoisie. Dit was het geval toen de arbeiders van Rusland in oktober 1917 de burgerlijke staat omverwierpen en toen de arbeiders en soldaten van Duitsland in november 1918 in opstand kwamen: deze grote strijdbewegingen van het proletariaat dwongen de regeringen de wapenstilstand te ondertekenen. Dit is wat een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog: de kracht van het revolutionaire proletariaat! Echte en definitieve vrede, overal, kan enkel door de arbeidersklasse gewonnen worden door het kapitalisme op wereldschaal omver te werpen.
Deze lange weg ligt voor ons. Vandaag de dag betekent dit het ontwikkelen van de arbeidersstrijd op zijn eigen klasseterrein, tegen de steeds hardere economische aanvallen die op ons worden afgevuurd door een systeem dat in een onoverkomelijke crisis is gestort. Want door de aftakeling van onze levens- en arbeidsomstandigheden te weigeren, door de voortdurende offers te weigeren die gebracht worden in naam van het in evenwicht brengen van de begroting, het concurrentievermogen van de nationale economie of de noodzakelijke oorlogsinspanningen, beginnen we ons op te stellen tegen het wezen van het kapitalisme: de uitbuiting van de mens door de mens.
In deze strijd staan we samen, ontwikkelen we onze solidariteit, debatteren we en worden we ons bewust van onze kracht als we verenigd en georganiseerd zijn. In zijn strijd als een klasse draagt het proletariaat een wereld in zich die precies het tegenovergestelde is van het kapitalisme: aan de ene kant de opdeling in naties die verwikkeld zijn in economische en oorlogszuchtige concurrentie tot het punt van wederzijdse vernietiging; aan de andere kant een potentiële eenheid van alle uitgebuitenen van de wereld. Het proletariaat is begonnen deze lange weg te bewandelen, enkele stappen te zetten: tijdens de “zomer van woede” in het Verenigd Koninkrijk in 2022, tijdens de sociale beweging tegen de pensioenhervorming in Frankrijk begin 2023, tijdens de historische stakingen in de gezondheidszorg en de automobielsector in de Verenigde Staten in de afgelopen weken. Deze internationale dynamiek markeert de historische terugkeer van de strijdbaarheid van arbeiders, van de groeiende weigering om de permanente aftakeling van de levens- en arbeidsomstandigheden te accepteren en van de tendens om als strijdende arbeiders solidariteit te tonen tussen sectoren en tussen generaties. In de toekomst zullen onze stakingsacties het verband moeten leggen tussen de economische crisis en oorlog, tussen de geëiste offers en de ontwikkeling van wapenbegrotingen en -politiek, tussen alle plagen die het achterhaalde wereldwijde kapitalisme in zich draagt, tussen de economische, oorlogs- en klimaatcrises die elkaar voeden en aanwakkeren.
Tegen het nationalisme, tegen de oorlogen waarin onze uitbuiters ons willen meeslepen, zijn de oude leuzen van de arbeidersbeweging uit het Kommunistisch Manifest van 1848 vandaag relevanter dan ooit:
"Arbeiders hebben geen vaderland! Proletariërs van alle landen, verenigt u!”
Voor de ontwikkeling van de klassestrijd van het internationale proletariaat!
IKS, 6 november 2023
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 807.59 KB |
“Genoeg is genoeg!” (Verenigd Koninkrijk). “Geen jaar meer, geen euro minder” (Frankrijk). “Verontwaardiging komt van ver” (Spanje). “Voor ons allemaal” (Duitsland). Al deze leuzen, gescandeerd tijdens de stakingen van de afgelopen maanden over de hele wereld, laten zien hoezeer de huidige strijd van de arbeiders de algemene verslechtering van onze levens- en werkomstandigheden afwijst en tot uitdrukking brengt. In Denemarken, Portugal, Nederland, de Verenigde Staten, Canada, Mexico, China... dezelfde stakingen tegen dezelfde steeds ondraaglijker wordende uitbuiting. “De echte ontbering: je niet kunnen verwarmen, eten, jezelf verzorgen, verplaatsen!”
Maar onze strijd is veel meer dan dat. In de betogingen beginnen we spandoeken te zien waarop de oorlog in Oekraïne en de productie van steeds meer wapens en bommen wordt afgewezen, en om in naam van de ontwikkeling van deze oorlogseconomie de broekriem aan te halen: “Geen geld voor de oorlog, geen geld voor wapens, geld voor lonen, geld voor pensioenen” hoorden we tijdens de betogingen in Frankrijk. Ze geven ook uitdrukking aan de weigering om de planeet, in naam van de winst, vernietigd te zien worden.
Onze strijd is de enige die deze zelfvernietigende dynamiek tegenhoudt, het enige bolwerk tegen de dood en verderf die het kapitalisme voor ons in petto heeft. Want als we dit systeem in verval zijn eigen logica laten volgen, zal het steeds grotere delen van de mensheid meeslepen in oorlog en ellende, zal het de planeet vernietigen met broeikasgassen, verwoeste wouden en bommen.
Kapitalisme voert de mensheid naar de catastrofe!De klasse die de wereld regeert, de bourgeoisie, is zich gedeeltelijk bewust van deze realiteit, van de barbaarse toekomst die haar zieltogende systeem ons voorhoudt. Men hoeft slechts de studies en werken van haar eigen deskundigen te lezen om dit in te zien.
Volgens het “Global Risks Report”dat in januari 2023 tijdens het World Economic Forum in Davos werd gepresenteerd, hebben: “De eerste jaren van dit decennium een bijzonder ontwrichtende periode in de menselijke geschiedenis ingeluid. De terugkeer naar een ‘nieuwe norm’ na de COVID-19 pandemie werd snel verstoord door het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, wat een nieuwe reeks voedsel- en energiecrises inluidde [...]. Aan het begin van2023, wordt de wereld geconfronteerd met een reeks risico’s [...]: inflatie, crises in de kosten van levensonderhoud, handelsoorlogen [...], geopolitieke confrontatie en het schrikbeeld van nucleaire oorlogsvoering [...], onhoudbare hoge schulden [...], een achteruitgang in menselijke ontwikkeling [...], de toenemende druk van de gevolgen en ambities van klimaatverandering [...]. Samen vormen zij een uniek, onzeker en turbulent decennium.”
In werkelijkheid is het komende decennium helemaal niet zo ‘onzeker’ want volgens hetzelfde rapport zal: “Het komende decennium worden gekenmerkt door ecologische en maatschappelijke crises [...], de ‘crisis van de kosten van levensonderhoud’ [...], het verlies van biodiversiteit en instorting van ecosystemen [...], geo-economische confrontatie [...], grootschalige onvrijwillige migratie [...], wereldwijde economische fragmentatie, geopolitieke spanningen [...]. Economische oorlogsvoering wordt de norm, met toenemende confrontatie tussen wereldmachten [...]. De recente stijging van de militaire uitgaven [...] zou kunnen leiden tot een wereldwijde wapenwedloop [...], met de gerichte inzet van nieuwe technologisch wapens op een potentieel meer vernietigende schaal dan in de afgelopen decennia.”
Tegenover dit overweldigende vooruitzicht staat de bourgeoisie machteloos. Zij en haar systeem zijn niet de oplossing, zij zijn de oorzaak van het probleem. Als zij ons via de media probeert wijs te maken dat zij alles in het werk stelt om de opwarming van de aarde tegen te gaan, dat een ‘groen’ en ‘duurzaam’ kapitalisme mogelijk is, dan kent zij de omvang van haar leugen.
Want, zoals het “Global Risks Report” aangeeft: “De atmosferische niveaus van kooldioxide, methaan en lachgas hebben allemaal hun piek bereikt. Emissietrajecten maken het hoogst onwaarschijnlijk dat de wereldwijde ambities om de opwarming te beperken tot 1,5°C zullen worden gehaald. De recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat er een verschil is tussen wat wetenschappelijk noodzakelijk is en wat politiek opportuun is.”
In werkelijkheid beperkt deze ‘discrepantie’ zich niet tot de klimaatkwestie. Ze is de uitdrukking van de fundamentele tegenstelling van een economisch systeem dat niet gebaseerd is op de bevrediging van menselijke behoeften maar op winst en concurrentie, op de roofbouw van natuurlijke hulpbronnen en de meedogenloze uitbuiting van de klasse die het grootste deel van de maatschappelijke rijkdom produceert: het proletariaat, de loonarbeiders van alle landen.
Is een andere toekomst mogelijk?Het kapitalisme en de bourgeoisie vormen dus een van de twee polen van de maatschappij, de pool die de mensheid leidt naar ellende en oorlog, naar barbarij en vernietiging. De andere pool is het proletariaat en zijn strijd. In de sociale bewegingen die zich sinds een jaar in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Spanje ontwikkelen, zijn het arbeiders, gepensioneerden, werklozen en studenten die zich verenigen. Getuige van het diepgaande karakter van de arbeidersstrijd zijn de actieve solidariteit, de collectieve strijdbaarheid: een strijd voor een radicaal andere wereld, een wereld zonder uitbuiting of maatschappelijke klassen, zonder concurrentie, zonder grenzen of naties. “Arbeiders blijven één blok”, roepen de stakers in het Verenigd Koninkrijk. “Of we vechten samen, of we eindigen dakloos”, bevestigen de demonstranten in Frankrijk. Het spandoek “Voor ons allemaal” waaronder de staking tegen de verarming op 27 maart in Duitsland plaatsvond, laat heel duidelijk het algemene gevoel zien dat in de arbeidersklasse groeit: we zitten allemaal in hetzelfde schuitje en we vechten voor elkaar. De stakingen in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk ïnspireren elkaar. In Frankrijk drukten de arbeiders expliciet hun solidariteit uit met hun klassenbroeders in Engeland: “Wij zijn solidair met de Engelse arbeiders, die al weken staken voor hogere lonen”. Deze reflex van internationale solidariteit is precies het tegenovergestelde van de kapitalistische wereld die verdeeld is in concurrerende naties, tot en met de oorlog. Ze herinnert ons aan de strijdkreet van onze klasse sinds 1848: “Proletariërs hebben geen vaderland! Proletariërs van alle landen, verenigt u!”
1968Overal in de wereld verandert de stemming in de maatschappij. Na tientallen jaren van passiviteit en gelatenheid, begint de arbeidersklasse de weg terug te vinden naar de strijd en haar waardigheid. Dit bleek uit de ‘Zomer van Woede’ en de terugkeer van de stakingen in het Verenigd Koninkrijk, bijna veertig jaar na de nederlaag van de mijnwerkers in 1985, toegebracht door Thatcher.
Maar we bemerken ook allemaal de moeilijkheden en de huidige beperkingen van onze strijd. Geconfronteerd met de stoomwals van de economische crisis, de inflatie en de aanvallen van de regering, die zij ‘hervormingen’ noemt, zijn we nog niet in staat een krachtsverhouding te scheppen in ons voordeel. Vaak geïsoleerd in afzonderlijke stakingen, of gefrustreerd doordat onze betogingen teruggebracht worden tot loutere wandelingen, zonder bijeenkomsten of discussies, zonder algemene vergaderingen of collectieve organisatie, streven we allemaal naar een bredere, sterkere, meer solidaire en eengemaakte beweging. In de betogingen in Frankrijk komt de roep om een nieuw Mei ’68 voortdurend terug. Geconfronteerd met de ‘hervorming’ die de pensioenleeftijd verhoogt naar 64 jaar, is de populairste leuze op de spandoeken: “jij legt ons 64 op, wij weer Mei ’68”.
In 1968 verenigde het proletariaat in Frankrijk zich door de strijd zelf in handen te nemen. Na de grote betogingen van 13 mei, om te protesteren tegen de onderdrukking van de studenten door de politie, verspreidden de stakingen en algemene vergaderingen zich als een lopend vuurtje in de fabrieken en op alle werkplekken om uiteindelijk met 9 miljoen stakers uit te monden in de grootste staking in de geschiedenis van de internationale arbeidersbeweging. Geconfronteerd met deze dynamiek van uitbreiding en eenheid van de arbeidersstrijd haastten de regering en de vakbonden zich, teneinde de beweging te stoppen, een akkoord te sluiten voor een algemene loonsverhoging. Tegelijkertijd met deze heropleving van de arbeidersstrijd, was er een sterke comeback van het idee van revolutie, waar veel arbeiders in de strijd over spraken.
Deze omvangrijke gebeurtenis was een teken van de fundamentele verandering in het maatschappelijk leven: het was het einde van de verschrikkelijke contrarevolutie die vanaf het einde van de jaren 1920 op de arbeidersklasse was neergedaald, nadat de wereldrevolutie, na haar eerste overwinning in oktober 1917, in Rusland was mislukt. Een contrarevolutie die het afschuwelijke gezicht van het Stalinisme en het fascisme had aangenomen, die de deur had geopend naar de Tweede Wereldoorlog met zijn 60 miljoen doden en die daarna nog twee decennia had voortgeduurd. De fundamentele verandering werd in alle delen van de wereld snel bevestigd door een reeks gevechten van een omvang die decennialang niet te zien was geweest:
De Italiaanse hete herfst van 1969, ook wel ‘de sluipende Mei’ genoemd, met massale strijd in de belangrijkste industriële centra waarbij de vakbondsinkadering expliciet in vraag werd gesteld.
De arbeidersopstand van Córdoba in Argentinië in hetzelfde jaar.
De massale stakingen van de arbeiders aan de Baltische kust in Polen in de winter van 1970-71.
Talloze andere stakingen in de daaropvolgende jaren in vrijwel alle Europese landen, met name het Verenigd Koninkrijk.
In 1980 hebben de stakers in Polen, geconfronteerd met de stijgende voedselprijzen, deze internationale golf nog verder gezet door de strijd zelf in handen te nemen, zich te verenigen in grote algemene vergaderingen, zelf te beslissen de te stellen eisen en te ondernemen acties, en vooral door voortdurend te streven naar uitbreiding van de strijd. Geconfronteerd met dit machtsvertoon stond niet alleen de Poolse bourgeoisie, maar de heersende klasse van alle landen te beven.
In twee decennia, van 1968 tot 1989, heeft een hele generatie arbeiders ervaring opgedaan in de strijd. De vele nederlagen, en soms ook overwinningen, stelden deze generatie in staat de vele door de bourgeoisie opgezette valstrikken te trotseren die bedoeld waren om te saboteren, te verdelen en te demoraliseren. Haar strijd moet ons in staat stellen belangrijke lessen te trekken voor onze huidige en toekomstige strijd: alleen de samenkomst in open en massale algemene vergaderingen (AVs), autonoom, echt beslissen over het verloop van de beweging, buiten en zelfs tegen de vakbondscontrole in, kan de basis vormen van een verenigde en zich uitbreidende strijd, gedragen door solidariteit tussen alle sectoren, alle generaties. AVs waarin we ons verenigd voelen en vertrouwen hebben in onze collectieve kracht. AVs waarin we samen steeds meer verenigende eisen kunnen aannemen. AVs waarin we samenkomen en van waaruit we in massale delegaties kunnen uitgaan om onze klassenbroeders te ontmoeten, de arbeiders in de fabriek, het ziekenhuis, de school, het winkelcentrum, het kantoor... degenen die het dichtste bij zijn.
De nieuwe generatie arbeiders, die de fakkel nu overneemt, moet samenkomen, debatteren, om zich de grote lessen van de voorbije strijd opnieuw toe te eigenen. De oudere generatie moet de jongere generatie vertellen over hun strijd, zodat de opgedane ervaring wordt doorgegeven en een wapen wordt in de komende strijd.
Hoe zit het met morgen?Maar we moeten ook verder gaan. De golf van internationale strijd die begon in mei 1968 was een reactie op de vertraging van de groei en het opnieuw opduiken van massale werkloosheid. Vandaag is de situatie veel ernstiger. De catastrofale toestand van het kapitalisme zet het voortbestaan van de mensheid op het spel. Als we er niet in slagen het omver te werpen, zal de barbarij zich geleidelijk verspreiden.
Het elan van Mei ’68 werd verbrijzeld door een dubbele leugen van de bourgeoisie: toen de stalinistische regimes in 1989-91 instortten, beweerden zij dat de ineenstorting van het Stalinisme de dood van het kommunisme betekende en dat er een nieuw tijdperk van vrede en welvaart aanbrak. Drie decennia later weten we uit ervaring dat we in plaats van vrede en welvaart, oorlog en ellende kregen. We moeten begrijpen dat het Stalinisme het tegengestelde was van het kommunisme, dat het een bijzonder wrede vorm van staatskapitalisme was die voortkwam uit de contrarevolutie van de jaren 1920. Door de geschiedenis te vervalsen, door het Stalinisme als kommunisme voor te stellen (zoals de USSR van gisteren en het China, Cuba, Venezuela of Noord-Korea van vandaag!), is de bourgeoisie erin geslaagd de arbeidersklasse te doen geloven dat haar revolutionaire emancipatieproject alleen maar tot de ondergang kan leiden. Tot op het punt dat het woord ‘revolutie’ zelf verdacht en gewantrouwd werd.
Maar in de strijd zullen we geleidelijk onze collectieve kracht, ons zelfvertrouwen, onze solidariteit, onze eenheid en onze zelforganisatie ontwikkelen. In de strijd zullen we geleidelijk beseffen dat wij, de arbeidersklasse, in staat zijn een ander perspectief te bieden dan de dood en verderf van een kapitalistisch systeem in ontbinding: de kommunistische revolutie.
Het perspectief van de proletarische revolutie zal terugkeren in onze hoofden en onze strijd.
De toekomst is aan de klassenstrijd!Internationale Communistische Stroming
22 april 2023
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 810.94 KB |
Algemene stakingen en grote demonstraties op 7 maart in Frankrijk, 8 maart in Italië, 11 maart in het Verenigd Koninkrijk. Overal groeit en verspreidt de woede zich.
In het Verenigd Koninkrijk is al negen maanden een historische stakingsgolf aan de gang! Na tientallen jaren van bezuinigingen te hebben ondergaan zonder een spier te vertrekken, accepteert het Britse proletariaat de offers niet langer. “Enough is enough! Genoeg is genoeg!”. In Frankrijk is het de verhoging van de pensioenleeftijd die het vuur in de pan deed slaan. Demonstraties brengen miljoenen mensen op straat . “Geen jaar langer, geen euro minder”. In Spanje worden enorme betogingen gehouden tegen de ineenstorting van de gezondheidszorg en breken stakingen uit in talloze sectoren (schoonmaak, vervoer, IT, enz.). "La indignacion llega de lejos. De verontwaardiging zit diep”, erkennen de kranten. In Duitsland staakt het personeel in de publieke sector en hun collega’s van de post, gewurgd door inflatie, voor loonsverhoging. “Nooit eerder gezien in Duitsland”. In Denemarken zijn stakingen en demonstraties uitgebroken tegen de afschaffing van een feestdag om de verhoging van de militaire begroting te financieren. Ook in Portugal protesteren leraren, spoorwegpersoneel en gezondheidswerkers tegen de lage lonen en de kosten van levensonderhoud. Nederland, de Verenigde Staten, Canada, Mexico, China... dezelfde stakingen tegen dezelfde ondraaglijke en onwaardige levensomstandigheden: “Een helse beproeving: je niet kunnen verwarmen, eten, jezelf verzorgen, verplaatsen!”
Deze gelijktijdige strijd in al deze landen is geen toeval. Het bevestigt een echte mentaliteitsverandering binnen onze klasse. Na meer dan dertig jaar van berusting en moedeloosheid zeggen we doorheen onze strijd: “We pikken het niet langer. We kunnen en moeten vechten”.
Deze terugkeer van de strijdbaarheid van de arbeiders stelt ons in staat om samen, solidair en eensgezind de strijd aan te gaan, ons trots, waardig en verenigd te voelen in de strijd. In onze hoofden ontstaat een heel eenvoudig maar uiterst waardevol idee: we zitten allemaal in hetzelfde schuitje!
Werknemers in witte jassen, met blauwe kiel of stropdassen, werklozen, studenten met jobs zonder perspectief, gepensioneerden, uit alle sectoren, openbaar en privé, we beginnen ons allemaal te herkennen als een sociale kracht, verenigd door dezelfde omstandigheden van uitbuiting. Wij lijden onder dezelfde uitbuiting, dezelfde crisis van het kapitalisme, dezelfde aanvallen op onze levens- en arbeidsomstandigheden. We voeren dezelfde strijd. Wij zijn de arbeidersklasse.
“Workers stand together! Arbeiders staan eensgezind”, roepen de stakers in het Verenigd Koninkrijk. “Of we vechten samen, of we eindigen slapend op straat”, bevestigden de demonstranten in Frankrijk.
Strijdervaring uit het verleden toont aan dat het mogelijk is een regering te doen terugkrabbelen, haar aanvallen af te remmen.
In 1968 verenigde het proletariaat in Frankrijk zich door zijn strijd zelf ter hand te nemen. Na de grote demonstraties van 13 mei om te protesteren tegen de politierepressie tegen de studenten, verspreidden de stakingen en algemene vergaderingen zich als een lopend vuurtje in de fabrieken en op alle werkplekken om uiteindelijk met 9 miljoen stakers uit te monden in de grootste staking in de geschiedenis van de internationale arbeidersbeweging. Geconfronteerd met deze dynamiek van uitbreiding en eenheid van de arbeidersstrijd, haastten de regering en de vakbonden zich een akkoord te sluiten over een algemene loonsverhoging om de beweging een halt toe te roepen.
In 1980 gingen de stakers in Polen, geconfronteerd met de stijging van de voedselprijzen, nog verder in hun strijd door bijeen te komen in grote algemene vergaderingen, en zelf te beslissen over de eisen en acties, en vooral door voortdurend te streven om hun strijd uit te breiden. Tegenover deze kracht stond niet alleen een bevende Poolse bourgeoisie, maar die van alle landen.
In 2006 trok de regering in Frankrijk, na slechts enkele weken van mobilisatie, haar ‘Startbaancontract’ in. Waarom? Wat maakte de bourgeoisie zo bang dat ze zich zo snel terugtrok? De studenten met precaire jobs zonder toekomst organiseerden massale algemene vergaderingen in de universiteiten, open voor arbeiders, werklozen en gepensioneerden, en brachten een éénmakende leuze naar voren: samen strijden tegen banen die voortdurend op de tocht staan en werkloosheid. Deze Algemene Vergaderingen waren de longen van de beweging, waar gedebateerd werd en besluiten werden genomen. Het resultaat: elk weekend brachten de demonstraties steeds meer sectoren samen. Loontrekkenden en gepensioneerden sloten zich aan bij de studenten, onder het motto: “Jong blaadje (‘lardon’) of ouwe knol (‘croûton’), allemaal dezelfde salade”. De Franse bourgeoisie en de regering, geconfronteerd met deze tendens om de beweging te verenigen, hadden geen andere keuze dan hun “Startbaancontract’ in te trekken.
Al deze bewegingen hadden eenzelfde dynamiek van uitbreiding van de strijd dankzij het feit dat de arbeiders zelf het heft in handen namen!
Vandaag, loontrekkers, werklozen, gepensioneerden, studenten met uitzichtloze jobs, ontbreekt het ons nog aan vertrouwen in onszelf, in onze collectieve kracht, om onze strijd zelf in handen hand te nemen. Maar er is geen andere weg. Alle door de vakbonden voorgestelde ‘acties’ leiden tot een nederlaag. Stakingsposten, stakingen, demonstraties, het blokkeren van de economie... het maakt niet uit zolang deze acties onder hun controle blijven. Als de vakbonden de vorm van hun acties veranderen naargelang de omstandigheden, dan is dat uiteindelijk altijd om beter hetzelfde te doen: de sectoren onderling verdelen en van elkaar isoleren, zodat we niet onderling discussiëren en zelf beslissen welke kant de strijd opmoet.
Wat hebben de vakbonden in het Verenigd Koninkrijk negen maanden lang gedaan? Ze hebben de reactie van de arbeiders versnipperd: elke dag een andere sector in staking. Iedereen in zijn eigen hoekje, iedereen op zijn eigen stakingspost. Geen samenkomsten, geen collectieve discussie, geen echte eenheid in de strijd. Dit is geen strategiefout, maar een opzettelijke verdeling.
Hoe is de regering Thatcher er in 1984-85 in geslaagd de rug van de arbeidersklasse in Engeland te breken? Dankzij het vuile werk van de vakbonden, die de mijnwerkers isoleerden van hun klassenbroeders in andere sectoren. Ze sloten hen op in een lange en steriele staking. Meer dan een jaar lang bezetten de mijnwerkers de mijnen onder het motto ‘blokkade van de economie’. Alleen en machteloos gingen de stakers tot het einde van hun kracht en moed. En hun nederlaag was de nederlaag van de hele arbeidersklasse! De arbeiders van het Verenigd Koninkrijk steken nu, dertig jaar later, pas de kop weer op! Deze nederlaag is dus een kostbare les die het wereldproletariaat niet mag vergeten.
Alleen het bijeenkomen in open, massale en zelfstandige Algemene Vergaderingen, die echt beslissen over het verloop van de beweging, kan de basis vormen van een verenigde en zich uitbreidende strijd, gedragen door de solidariteit tussen alle sectoren, en alle generaties. Algemene Vergaderingen waarin we ons verenigd voelen en vertrouwen hebben in onze collectieve kracht. Algemene Vergaderingen waarin we samen eisen kunnen aannemen die de beweging steeds verder eenmaakt. Algemene Vergaderingen waarin we samenkomen en die massale delegaties kunnen vormen om onze klassenbroeders en -zusters tegemoet te gaan, de arbeiders in de dichtstbijzijnde fabriek, ziekenhuis, school of kantoor.
“Kunnen we winnen?” Het antwoord is ja, soms als, en alleen als we onze strijd zelf in handen nemen. We kunnen de aanvallen even afstoppen, we kunnen een regering doen terugkrabbelen.
Maar de waarheid is dat de wereldwijde economische crisis hele delen van het proletariaat in werkonzekerheid zal storten. Om zich staande te houden in de internationale arena van de markt en de concurrentie zal elke bourgeoisie in elk land, of haar regering nu links, rechts of centrum, traditioneel of populistisch is, ons steeds onhoudbaardere leef- en werkomstandigheden opleggen.
De waarheid is dat met de ontwikkeling van de oorlogseconomie in de vier windstreken, de ‘offers’ die de bourgeoisie eist steeds ondraaglijker zullen worden.
De waarheid is dat de imperialistische botsing van de naties, van alle naties, een spiraal van vernietiging en bloedige chaos is die de hele mensheid naar het verderf kan leiden. Elke dag wordt in Oekraïne een stortvloed van mensenlevens, soms 18 of 16-jarigen, neergemaaid door de afschuwelijke Russische en Westerse moordmachines.
De waarheid is dat eenvoudige epidemieën van griep of bronchiolitis de verzwakte gezondheidsinstellingen nu op de knieën krijgen.
De waarheid is dat het kapitalisme de planeet zal blijven verwoesten en het klimaat zal blijven verstoren, en zo vernietigende overstromingen, droogtes en branden zal blijven veroorzaken.
De waarheid is dat miljoenen mensen zullen blijven vluchten voor oorlog, hongersnood, klimaatrampen, of voor alle drie, om vervolgens tegen de prikkeldraadmuren van andere landen aan te lopen of in zee te verdrinken.
Dus rijst de vraag: wat heeft het voor zin om te strijden tegen lage lonen, tegen het gebrek aan personeel, tegen deze of gene hervorming?
Omdat de arbeidersstrijd uiteindelijk de omverwerping van het kapitalisme in zich draagt en van al zijn kwalen, van een andere wereld, zonder klasse of uitbuiting, zonder oorlog of grenzen.
De echte overwinning is de strijd zelf. Het eenvudige feit dat we de strijd aangaan, dat we onze solidariteit ontwikkelen, is al een overwinning. Door samen te strijden, door niet te berusten, bereiden we de strijd van morgen voor en scheppen we beetje bij beetje, ondanks de onvermijdelijke nederlagen, de voorwaarden voor een nieuwe wereld.
Onze solidariteit in de strijd is de antithese van de moordende concurrentie van dit systeem dat verdeeld is in rivaliserende bedrijven en naties.
Onze solidariteit tussen generaties is de antithese van de no future, en van de destructieve spiraal van dit systeem.
Onze strijd symboliseert de weigering ons op te offeren op het altaar van militarisme en oorlog.
De strijd van de arbeidersklasse stelt onmiddellijk de fundamenten van het kapitalisme en de uitbuiting in vraag.
Elke staking draagt de kiemen van de revolutie in zich.
Internationale Kommunistische Stroming (1 maart 2023)
Het huidige imperialistische bloedbad in het Midden-Oosten is slechts de laatste in meer dan een eeuw van bijna permanente oorlog die het wereldkapitalisme sinds 1914 heeft gekenmerkt.
De moord op miljoenen weerloze burgers, de volkerenmoorden, het in puin schieten van steden en zelfs hele landen hebben niets opgeleverd behalve de belofte van meer en ergere gruweldaden in de toekomst.
De rechtvaardigingen of ‘oplossingen’ die door de verschillende, vechtende imperialistische machten, groot of klein, voor het huidige bloedbad worden gegeven, zijn, net als alle voorgaande, een gigantische misleiding om de uitgebuite arbeidersklasse te pacificeren, te verdelen en voor te bereiden op een broedermoord in naam van de ene nationale bourgeoisie tegen de andere.
Vandaag komt een regen van raketten en granaten neer op de mensen die in Israël en Gaza wonen. Aan de ene kant Hamas. Aan de andere kant het Israëlische leger. In het midden arbeiders die worden gebombardeerd, doodgeschoten, geëxecuteerd en gegijzeld. Duizenden zijn al omgekomen.
Overal ter wereld roept de bourgeoisie ons op om partij te kiezen. Voor het Palestijnse verzet tegen de Israëlische onderdrukking. Of voor het Israëlische antwoord op het Palestijnse terrorisme. Elk hekelt de barbaarsheid van de ander om oorlog te rechtvaardigen. De Israëlische staat onderdrukt het Palestijnse volk al tientallen jaren, met blokkades, intimidatie, controleposten en vernederingen. Palestijnse organisaties hebben onschuldige mensen gedood met messteken en bomaanslagen. Elke partij roept op tot het vergieten van het bloed van de ander.
Deze dodelijke logica is de logica van de imperialistische oorlog! Het zijn onze uitbuiters en hun staten die altijd een genadeloze oorlog voeren om hun eigen belangen te verdedigen. En wij, de arbeidersklasse, de uitgebuitenen, betalen altijd de prijs, met ons leven.
Voor ons, proletariërs, valt er geen kant te kiezen, we hebben geen vaderland, geen natie om te verdedigen! Aan beide kanten van de grens zijn we klassenbroeders! Noch Israël, noch Palestina!
Alleen het verenigde internationale proletariaat kan een einde maken aan deze toenemende slachtingen en de imperialistische belangen die erachter schuilgaan. Deze unieke, internationalistische oplossing, voorbereid door een handvol kommunisten van de Linkerzijde van Zimmerwald, werd bekrachtigd in oktober 1917 toen de revolutionaire strijd van de arbeidersklasse het kapitalistische regime in Rusland omver wierp en haar eigen politieke klassemacht vestigde. Door zijn voorbeeld inspireerde Oktober een bredere, internationale revolutionaire beweging die de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog afdwong.
De enige politieke stroming die de nederlaag van deze revolutionaire golf overleefde en de militante verdediging van het internationalistische beginsel handhaafde, was de Communistische Linkerzijde. In de jaren 1930 hield zij vast aan deze fundamentele lijn van de arbeidersklasse tijdens de Spaanse oorlog, de Chinees-Japanse oorlog, terwijl andere politieke stromingen zoals de stalinisten, trotskisten of anarchisten hun imperialistische kamp kozen dat deze conflicten veroorzaakte. De Communistische Linkerzijde handhaafde haar internationalisme tijdens de Tweede Wereldoorlog terwijl die andere stromingen deelnamen aan het imperialistische bloedbad dat werd voorgesteld als een strijd tussen ‘fascisme en antifascisme’ en/of verdediging van de ‘Sovjet’ Unie.
Vandaag de dag houden de schaarse georganiseerde militante krachten van de Communistische Linkerzijde nog steeds vast aan deze internationalistische onverzettelijkheid, maar hun schaarse middelen worden nog verder verzwakt door de versplintering in verschillende groepen en een wederzijds vijandige, sektarische geest.
Daarom moeten deze uiteenlopende krachten, tegenover een steeds verder afglijden naar imperialistische barbarij, een gemeenschappelijke verklaring openbaar maken tegen alle imperialistische machten, tegen de oproepen tot nationale verdediging achter de uitbuiters, tegen de hypocriete pleidooien voor ‘vrede’, en voor de proletarische klassenstrijd die leidt tot de communistische revolutie.
ARBEIDERS VAN ALLE LANDEN, VERENIGT U!
Internationale Kommunistische Stroming
Internationalist Voice
17.10.2023
---------------------------------------------------
Waarom deze oproep?
Slechts 20 maanden geleden, na de Russische invasie in Oekraïne, werd door de IKS een soortgelijke gemeenschappelijke verklaring voorgesteld aan de linkscommunistische groepen. De groepen die het voorstel wel ondertekenden hebben, afgezien van het IKS - Istituto Onorato Damen, Internationalist Voice, International Communist Perspective (Zuid-Korea) - daarna twee Discussiebulletins van de groepen van de Communistische Linkerzijde opgesteld waarin ze hun respectievelijke standpunten en meningsverschillen bediscussieerden en gezamenlijke openbare bijeenkomsten gehouden.
Andere groepen van de Communistische Linkerzijde weigerden de oproep echter te ondertekenen (of reageerden helemaal niet) ook al waren ze het eens met het internationalistische beginsel ervan. Gezien de nog grotere urgentie van het gezamenlijk verdedigen van dit beginsel vandaag vragen we deze groepen - hieronder opgesomd - om deze oproep te heroverwegen en te ondertekenen.
Eén argument tegen het ondertekenen van de gemeenschappelijke verklaring over Oekraïne was dat andere meningsverschillen tussen de groepen te groot waren om dit toe te laten. Het bestaan van deze belangrijke meningsverschillen valt niet te ontkennen, of het nu gaat om kwesties van analyse, theoretische kwesties, opvatting over de politieke partij, of zelfs over de voorwaarden van lidmaatschap voor militanten. Maar het meest dringende en fundamentele principe van het proletarisch internationalisme, de klassengrens die algemene revolutionaire organisaties onderscheidt, is veel belangrijker. En een gemeenschappelijke verklaring over deze kwestie betekent niet dat de andere verschillen vergeten worden. Integendeel, de Discussiebulletins laten zien dat een forum voor debat daarover mogelijk en noodzakelijk is.
Een ander argument was dat een meer praktische invloed van het internationalistische perspectief in de arbeidersklasse nodig was, breder dan een oproep beperkt tot de Communistische Linkerzijde. Natuurlijk willen alle internationalistische militante communistische organisaties meer invloed in de arbeidersklasse. Maar als internationalistische organisaties van de Communistische Linkerzijde niet eens in staat zijn om op cruciale momenten van imperialistische conflicten praktisch gezamenlijk op te treden op basis van hun fundamentele beginsel, hoe kunnen ze dan verwachten serieus genomen te worden door bredere delen van het proletariaat?[1]
Het huidige Israël-Palestina conflict, gevaarlijker en instabieler dan alle voorgaande, minder dan twee jaar na het opnieuw uitbreken van de imperialistische oorlog in Oekraïne, en naast vele andere imperialistische conflicten die onlangs opnieuw zijn opgelaaid (Servië/Kosovo, Azerbeidzjan/Armenië, en de toenemende spanningen tussen de VS en China over Taiwan) betekent dat een gemeenschappelijke internationalistische verklaring nog dringender is dan voorheen.
Daarom vragen we de volgende groepen rechtstreeks en publiekelijk om hun bereidheid te tonen om de hierboven afgedrukte verklaring tegen de imperialistische oorlog mede te ondertekenen, die dan zo nodig kan worden aangepast of geherformuleerd volgens het gemeenschappelijke internationalistische doel:
Aan:
Internationalistische Communistische Tendens
PCI (Programma Comunista)
PCI (Il Partito Comunista)
PCI (Le Prolétaire, Il Comunista)
Istituto Onorato Damen)
Andere groepen buiten de Communistische Linkerzijde die het eens zijn met de internationalistische standpunten, die in deze oproep worden verdedigd, kunnen hun steun aan deze oproep bekendmaken en deze verspreiden.
[1] Voor een diepgaand debat over deze argumenten, zie La Gauche communiste sur la guerre en Ukraine [116].
Links
[1] https://en.internationalism.org/content/17287/acceleration-capitalist-decomposition-poses-clear-possibility-destruction-humanity
[2] https://en.internationalism.org/content/17062/resolution-international-situation-adopted-24th-icc-congress
[3] https://nl.internationalism.org/internationalerevue/201510/1290/stellingen-de-ontbinding-als-hoogste-stadium-van-het-verval-van-het-
[4] https://nl.internationalism.org/content/1655/de-versnelling-van-de-kapitalistische-ontbinding-stelt-openlijk-de-kwestie-van-de
[5] https://en.internationalism.org/ir/60/collapse_eastern_bloc
[6] https://nl.internationalism.org/tag/11/151/congres-resoluties
[7] https://fr.internationalism.org/content/10976/repression-insultes-agressions-sexuelles-gazage-matraquage-il-ne-faut-pas-tomber-piege
[8] https://fr.internationalism.org/content/10693/barbarie-ou-communisme
[9] https://en.internationalism.org/ir/146/paris-commune
[10] https://en.internationalism.org/content/17030/65th-anniversary-paris-commune-bilan-no-29-march-april-1936
[11] https://en.internationalism.org/content/16993/hands-commune
[12] https://en.internationalism.org/ir/130/CNT-1919-1923
[13] https://es.internationalism.org/content/4521/los-gobiernos-de-izquierda-en-defensa-de-la-explotacion-capitalista-i
[14] https://nl.internationalism.org/iksonline/201609/1340/terreur-terrorisme-en-klassegeweld
[15] https://barbaria.net/2023/03/21/francia-grecia-reino-unido-proletarios-de-todo-el-mundo-quememos-el-capitalismo/
[16] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/barbaria
[17] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/geweld
[18] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftn1
[19] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftn2
[20] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftn3
[21] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftn4
[22] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftn5
[23] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftn6
[24] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftn7
[25] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftn8
[26] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftnref1
[27] https://www.leftcom.org/en/articles/2023-07-05/the-no-war-but-the-class-war-initiative
[28] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftnref2
[29] https://www.leftcom.org/en/articles/2022-07-22/nwbcw-and-the-real-international-bureau-of-1915
[30] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftnref3
[31] https://en.internationalism.org/content/17240/correspondence-joint-statement-groups-communist-left-war-ukraine
[32] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftnref4
[33] https://fr.internationalism.org/content/10793/lhistoire-des-groupes-no-war-but-the-class-war
[34] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftnref5
[35] https://fr.internationalism.org/rinte13/bc.htm
[36] https://fr.internationalism.org/rinte21/organisation.htm
[37] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftnref6
[38] https://fr.internationalism.org/content/10907/comite-qui-entraine-participants-limpasse
[39] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftnref7
[40] https://www.leftcom.org/it/articles/2023-01-03/sul-comitato-di-roma-nwbcw-un-intervista
[41] https://www.sitocomunista.it/pci/pci.html
[42] https://fr.internationalism.org/print/book/export/html/11168#_ftnref8
[43] https://fr.internationalism.org/content/11039/lacg-exclut-cci-ses-reunions-publiques-cwo-trahit-solidarite-entre-organisations
[44] https://nl.internationalism.org/tag/historische-gebeurtenissen/oorlog-oekraine
[45] https://nl.internationalism.org/tag/11/152/correspondentie-met-andere-groepen
[46] https://nl.internationalism.org/tag/7/112/battaglia-comunista
[47] https://nl.internationalism.org/tag/7/113/communist-workers-organisation
[48] https://direkteaktion.org/erklaerung-des-internationalen-komitees-der-fau-zur-russischen-invasion-in-der-ukraine/
[49] https://archive.org/stream/leninwerke_201705/Lenin%20Werke/LW28_djvu.txt
[50] https://aitrus.info/node/5921
[51] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/oorlog-oekraine-1
[52] https://nl.internationalism.org/tag/6/299/natuurrampen
[53] https://nl.internationalism.org/content/1575/24e-internationaal-congres-van-de-iks-resolutie-over-de-internationale-situatie
[54] https://nl.internationalism.org/content/1524/rapport-over-de-hedendaagse-ontbinding-mei-2017
[55] https://en.internationalism.org/content/17057/report-economic-crisis-24th-congress-icc
[56] https://nl.internationalism.org/content/1631/de-bourgeoisie-gelast-nieuwe-opofferingen-de-arbeidersklasse-antwoordt-met-strijd
[57] https://nl.internationalism.org/tag/historische-gebeurtenissen/ontbinding
[58] https://nl.internationalism.org/tag/3/43/historische-koers
[59] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/ontbinding
[60] https://discussiegroepspartacus.wordpress.com/about/
[61] https://nl.internationalism.org/content/1433/de-strijd-van-de-linkerzijde-binnen-de-oude-sociaaldemocratische-partij-reactie-op-een
[62] https://nl.internationalism.org/content/1677/hoe-kunnen-we-de-algemene-dynamiek-van-de-proletarische-strijd-beoordelen
[63] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/memoriam
[64] https://nl.internationalism.org/files/nl/n_manifest3_klweb2.pdf
[65] https://www.marxists.org/nederlands/luxemburg/1915/junius/2.htm
[66] https://nl.internationalism.org/watis/manifest1975
[67] https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1852/18e.htm
[68] https://fr.internationalism.org/manifeste9
[69] https://nl.internationalism.org/tag/historische-gebeurtenissen/inflatie-2022
[70] https://nl.internationalism.org/tag/historische-gebeurtenissen/jaren-2020
[71] https://nl.internationalism.org/tag/historische-gebeurtenissen/jaren-20
[72] https://nl.internationalism.org/tag/2/25/verval-van-het-kapitalisme
[73] https://nl.internationalism.org/tag/14/188/wat-de-iks
[74] https://nl.internationalism.org/tag/3/47/maatschappelijke-ontbinding
[75] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/manifest
[76] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/jaren-2020
[77] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/jaren-20
[78] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/inflatie-2022
[79] https://en.internationalism.org/ir/124_communism
[80] https://en.internationalism.org/ir/125-communism
[81] https://en.internationalism.org/internationalreview/200103/9650/unravelling-russian-enigma-1926-36
[82] https://www.google.be/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=&cad=rja&uact=8&ved=2ahUKEwizobmpw-iAAxVb3QIHHfZiBn8QFnoECBMQAQ&url=https%3A%2F%2Fwww.marxists.org%2Fnederlands%2Flenin%2F1920%2Fkinderziekten%2Findex.htm&usg=AOvVaw1KekX60TBSnjnYqdQVdYxx&opi=89978449
[83] https://www.marxists.org/nederlands/documenten/1950/1950gic.htm
[84] https://archivesautonomies.org/spip.php?article2420
[85] https://archivesautonomies.org/spip.php?article2522
[86] https://archivesautonomies.org/spip.php?article2538
[87] https://archivesautonomies.org/spip.php?article2528
[88] https://en.internationalism.org/ir/127/vercesi-period-of-transition
[89] https://en.internationalism.org/ir/2008/132/bilan1936
[90] https://en.internationalism.org/ir/131/commy-vol3-08
[91] https://archivesautonomies.org/spip.php?article2438
[92] https://archivesautonomies.org/spip.php?article2537
[93] https://archivesautonomies.org/spip.php?article2552
[94] https://archivesautonomies.org/spip.php?article2431
[95] https://en.internationalism.org/content/9195/bilan-dutch-left-and-transition-communism-ii
[96] https://nl.internationalism.org/tag/politieke-stromingen-en-verwijzingen/gic
[97] https://nl.internationalism.org/tag/8/135/italiaanse-linkerzijde
[98] https://nl.internationalism.org/tag/8/136/hollandse-en-duitse-linkerzijde
[99] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/overgangsperiode
[100] https://nl.internationalism.org/files/nl/2023_n-pamflet_eenmaking-strijdvk-fr_jan2023.pdf
[101] https://nl.internationalism.org/tag/11/155/tussenkomsten
[102] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/winter-anger
[103] https://www.bing.com/ck/a?!&&p=7f4a9d05fb318c90JmltdHM9MTY3NjE2MDAwMCZpZ3VpZD0xYzU2NjJhYy1kZmFjLTZiMmEtM2M5NS03MDAyZGVjMDZhOWImaW5zaWQ9NTQwOA&ptn=3&hsh=3&fclid=1c5662ac-dfac-6b2a-3c95-7002dec06a9b&psq=kargadoor+utrecht&u=a1aHR0cHM6Ly93d3cua2FyZ2Fkb29yLm5sL3V0cmVjaHQvbWVkZXdlcmtlcnMvZGlyZWN0aWUtZW4tYmVzdHV1ci5odG1s&ntb=1
[104] https://www.bing.com/local?lid=YN8000x7226070433363549612&id=YN8000x7226070433363549612&q=De+Kargadoor&name=De+Kargadoor&cp=52.095314025878906%7e5.116866111755371&ppois=52.095314025878906_5.116866111755371_De+Kargadoor
[105] https://nl.internationalism.org/tag/aktiviteiten-van-de-iks/openbare-discussiebijeenkomsten-permanenties
[106] https://nl.internationalism.org/files/nl/2023_n-pamflet_gaza-oorlog_nov2023.pdf
[107] https://nl.internationalism.org/tag/4/89/iran
[108] https://nl.internationalism.org/tag/4/90/israel
[109] https://nl.internationalism.org/tag/4/91/palestina
[110] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/palestiijns-israelische-oorlog
[111] https://nl.internationalism.org/files/nl/2023_n-pamflet_verderdan68_mei2023.pdf
[112] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/stakingen-frankrijkvk-2023
[113] https://nl.internationalism.org/files/nl/2023_n-pamflet_inhanden_mrt2023.pdf
[114] https://nl.internationalism.org/tag/historische-gebeurtenissen/undefined
[115] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/de-zomer-van-woede-2022
[116] https://fr.internationalism.org/content/10811/gauche-communiste-guerre-ukraine