De strijd van de linkerzijde binnen de oude sociaaldemocratische partij - Reactie op een lezersbrief

Printvriendelijke versie

Naar aanleiding van de publieke bijeenkomst van de IKS over de Revolutie in Duitsland, die onlangs in Antwerpen werd gehouden, heeft een kameraad ons een schrijven doen toekomen, waarin hij globaal vier punten aansnijdt: Was er de laatste maand van 1918 in Duitsland sprake van een revolutionaire of pre-revolutionaire situatie? Was het een proletarische of een burgerlijke revolutie? Hoe groot was het gewicht van de sociaaldemocratie in de arbeidersklasse en haar minderheden? Moest de nieuw opgerichte Kommunistische Partij van Duitsland op een federatieve of op een gecentraliseerde wijze georganiseerd worden?

Maar het belangrijkste en meest interessante onderwerp in zijn bijdrage is de kwestie van de overgang van de sociaaldemocratie naar de bourgeoisie. Dit is namelijk ook een voortdurend punt van discussie tussen de IKS en een andere groep van het revolutionair politiek milieu, de Internationale Communistische Tendens (ICT). Terwijl de IKS het standpunt verdedigt dat de revolutionairen binnen een degenererende partij moeten blijven om een zo groot mogelijk deel ervan voor hun standpunt te winnen, verdedigt de ICT de opvatting dat ze in 1914 onmiddellijk de partij hadden moeten verlaten om zo snel mogelijk een nieuwe partij op te richten.

Onze kameraad schrijft in zijn bijdrage hierover: “Dat velen, zeer velen (…) nog het idee hadden dat de SPD nog altijd een echte vertegenwoordiger en vertolker van de verzuchtigen van de “kleine man”, de “gewone mens”was, had ook te maken met (…) het feit dat men zich nauwelijks een voorstelling kon maken wat het betekende om organisatorische klassegrenzen te overschrijden, klassestandpunten te verraden en dat dit slechts één keer kon en dat deze overgang onherroepelijk was.”

“Het verraad van de SPD leiding, haar overgang naar de bourgeoisie was dan ook niet iets dat men even later (bijvoorbeeld na de oorlog) kon rechtzetten, kon herroepen, maar een definitieve klassegrens: van dan af is de sociaaldemocratie een burgerlijke organisatie, een wapen in handen van de heersende klasse. Blijkbaar werd dat zelfs ook niet goed begrepen door verschillende leden van de KAPD, die uiteindelijk terugkeerden naar de (linkse oppositiegroepen in de) SPD.”

Niet alle sociaaldemocratische partijen hadden verraad gepleegd

De kameraad heeft volkomen gelijk als hij zegt dat de leiding van de SPD de proletarische principes (in de eerste plaats het internationalisme) in 1914 heeft verraden. Daardoor ging ze over naar het kamp van de bourgeoisie. Maar het is niet zo dat de sociaaldemocratie als geheel daarmee een burgerlijke stroming was geworden. Met het verraad van de leiding van de sociaaldemocratische partijen in Duitsland, Engeland en Frankrijk had de IIe Internationale in augustus 1914 echter wel het loodje gelegd. Ze bestond alleen nog op papier.

“Onder het bankroet van de Internationale verstaan zij (de klassebewuste arbeiders dus)het ten hemel schreiende verraad dat de meerderheid van de officiële sociaaldemocratische partijen heeft gepleegd aan hun overtuigingen, aan de plechtige verklaringen in de redevoeringen op de internationale congressen te Stuttgart en Bazel, in de resoluties van deze congressen, enzovoort.” (‘Het bankroet van de Tweede Internationale’, Lenin, 1915)

Maar voor de verschillende afzonderlijke sociaaldemocratische partijen lag de situatie anders. Op de eerste plaats waren er verschillende sociaaldemocratische partijen die de proletarische principes in 1914 nog niet hadden verraden. Neem bijvoorbeeld de partijen in Servië, Bulgarije, Hongarije, Italië en niet te vergeten Rusland. Op de tweede plaats: ook al hadden de leiders van de verschillende sociaaldemocratische partijen de arbeidersklasse verraden, er was nog een grote schare aan leden binnen die partijen voor wie het internationalisme nog steeds hoog in hun vaandel stond. Op de derde plaats: de leiders hadden dan wel verraad gepleegd, maar daarmee was de partij nog niet verloren voor het proletariaat. Er bestond nog altijd de mogelijkheid om de leiding ‘buiten te sluiten’ en de partij voor de arbeidersklasse te redden. Enkele voorbeelden van deze verschillende scenario’s:

Hongarije: Om een nieuwe regering te kunnen vormen onderhandelden de sociaaldemocraten in 1919 met de kommunisten en besloten om hun twee partijen samen te brengen onder de naam Hongaarse Socialistische Partij. De nieuwe Socialistische Partij creëerde een regering, die de revolutionaire regeringsraad genoemd werd, en die de Hongaarse Radenrepubliek uitriep.

Duitsland: Nadat eerst een deel van de USDP (een sociaaldemocratische afsplitsing) weer was samengegaan met de SPD, bewoog een ander deel zich weg van het reformisme in de richting van het marxisme. De USDP fuseerde in 1920, met haar 1 miljoen leden, met de KPD en sloot zich aan bij de Kommunistische Internationale.

Rusland: Toen in juli-augustus 1914 de oorlog effectief uitbrak, stemde de meerderheidsfractie van de Russische Sociaal-Democratische ArbeidersPartij (RSDAP) tegen de oorlogskredieten. “Tijdens de vergadering van de Doema van 26 juli (8 augustus) 1914 liet de Bolsjewistische Doema-groep een krachtig protest horen; zij weigerden te stemmen voor oorlogskredieten en lanceerden een revolutionaire propaganda onder het volk.”(‘De linkse stroming, een kinderziekte van het kommunisme’; Lenin)

Nederland: In Nederland was het de Tribune (ook een sociaaldemocratische partij die zich had afgescheiden van de SDAP) die het internationalistische vaandel hoog hield.Wij willen de Nederlandsche arbeiders niet in de oorlog laten hitsen, noch tegen Engeland door het rovende groot-kapitaal, noch tegen Duitschland door het onverantwoordelijke kleinburgerdom.(The Tribune 19-08-1914)

Italië: Tijdens de oorlog was de leiding van de partij in handen van de linkerzijde. Het Congres van 1912 had de hervormingsgezinde rechterzijde en dat van 1914 de vrijmetselaars buitengesloten. Tot januari 1921was de de Italiaanse Socialistische Partij (PSI) de enige revolutionaire partij van Italië. Tijdens het Congres van Livorno, in 1921, kwam het pas tot een breuk tussen de revolutionaire en de reformistische vleugel.

In de oude partij blijven om zoveel mogelijk leden te winnen voor het programma van links

De CWO, de groep van de ICT in Engeland, heeft in een artikel over de Duitse Revolutie en tijdens de openbare bijeenkomst van de IKS haar “verrassing” uitgesproken over ons standpunt dat er na 1914 nog steeds iets te verdedigen viel in de SPD.

“Het was dan ook verrassend dat een lid van de Internationalistische Kommunistische Stroming (.....) de kwestie stelde dat augustus 1914 te vroeg was voor de ‘Internationale’groep om zich af te scheiden van de Duitse sociaaldemocratie. Verrassend genoeg stelde hij dat augustus 1914 niet het definitieve verraad van de internationale arbeidersbeweging betekende” [1] (‘The Significance of the German Revolution’, ICT). Volgens de ICT is het echter onzin om te stellen dat niet de hele Duitse sociaaldemocratische partij verraad heeft gepleegd.

“De SPD stemde voor oorlogskredieten en dit was een duidelijk verraad van de arbeidersklasse. (.....) Er was behoefte aan een nieuw vaandel waarrond de revolutionaire arbeidersklasse zich kon verzamelen. Hoe eerder dat vaandel werd hooggehouden, hoe sneller de revolutionairen aan de slag konden om te bouwen aan de beweging die vroeg of laat tegen de oorlog zou uitbreken” [2] (‘The Significance of the German Revolution’, ICT).

De IIe Internationale was dood in augustus 1914. Maar, zoals hierboven aangetoond, waren niet alle sociaaldemocratische partijen met huid en haar overgegaan naar de bourgeoisie. De leiding was overgelopen naar het burgerlijke kamp, maar toen kon de strijd tussen de leiding en de basis om de herovering van de sociaaldemocratische partij pas goed beginnen. Er zat na 1914 nog veel proletarisch leven in verschillende sociaaldemocratische partijen, zoals de vermelde voorbeelden laten zien.

“Na het verraad van de partijleiders was er unanieme overeenstemming van alle internationalisten dat niet kon worden toegestaan dat de partij in de handen zou vallen van de verraders. Ze streefden er allemaal naar om de partij terug te winnen. Niemand wilde uit eigen beweging vertrekken, integendeel ze wilden allen werken als een fractie binnen de partij met de bedoeling om de sociaal-patriottische leiders uit te sluiten.” (‘Fractie of nieuwe partij?’ Internationale Revue nr. 26)

Wat is het beste moment om een splitsing met de opportunisten te bewerkstelligen?

Dat brengt ons meteen op de vraag op wie het juiste standpunt verdedigde in de Eerste Wereldoorlog binnen de linkerzijde van de Duitse Sociaal Democratie: de Spartakisten (Luxemburg, Jogiches, Liebknecht, Mehring,en Zetkin) of the Bremer Linke (Pannekoek, Knief, Frölich). “Begin 1917, toen de leiding van SPD de oppositie uitsloot om de toename van hun standpunten binnen de partij te stoppen, zetten deze[laatste] groepen hun activiteit op zelfstandige wijze voort terwijl de Spartakisten hun fractie-activiteit binnen de centristische USPD voortzetten” (‘Rapport over de rol van de IKS als ‘Fractie’, Internationale Revue nr. 27).

Het standpunt van Rosa Luxembrug is altijd heel duidelijk geweest: in de sociaaldemocratie blijven totdat je wordt buitengesloten, wat in april 1917 gebeurde. Er waren echter geluiden die zeiden dat de Spartacusgroep, omdat ze in de USPD bleef, haar eigen ontwikkeling heeft afgeremd. “Het is waar dat de vertraging in de vorming van revolutionaire fracties in Duitsland voor de oorlog het vermogen belemmerde van de kommunistische minderheid om de revolutionaire situatie aan het einde van de oorlog het hoofd te bieden” [3] (‘1919: Seventy years ago; On the Revolution in Germany’; Internationale Revue, Frans, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 55).

Als we kijken naar de linkse fractie binnen de sociaaldemocratie in Nederland (de SDAP), is het duidelijk dat de Tribunisten zich te vroeg hadden afgescheiden, een standpunt dat altijd verdedigd werd door Herman Gorter. In De Tribune bestond daardoor een gevaar van sektarisme: het zich afzetten tegen en het afschrijven van alles en iedereen die nog iets met de SDAP te maken had. Ze deed dat op het moment dat er in de SDAP nog duidelijk proletarisch leven bestond. Zo gingen in de loop van de Eerste Wereldoorlog nog een aantal kameraden over van de SDAP naar de SDP: waaronder Henriette Roland Holst en Herman Sneevliet.

Anderzijds, hebben de Spartakisten dan weer te lang gewacht, niet om zich af te scheiden van de USPD, maar om een werkelijk fractiewerk binnen de sociaaldemocratie te ontwikkelen. Toen de SPD aan het ontaarden was, was een georganiseerde activiteit met een eigen pers een volstrekte voorwaarde voor de linkerzijde om de proletarische principes hoog te houden en een baken te vormen voor de doelloze massa’s, die nog gedesoriënteerd waren door het onverwachte en onvoorstelbare verraad van de leiding van de sociaaldemocratische SPD.

Verder bleven de Spartakisten te lang vasthouden aan de herovering van de partij. “De leuze is ‘noch afsplitsen noch verenigen’; ‘noch voor een nieuwe partij noch voor de oude partij’. Het gaat om de herovering van de partij van onderaf door middel van de opstand van de massa's, die de organisaties en hun middelen in eigen handen moeten nemen, niet in woorden, maar in daden, door rebellie (...) De beslissende strijd om de partij is begonnen” (‘Spartakusbriefe’, 30 maart 1916). Rosa Luxemburg durfde het woord ‘afscheiding’ echter niet hardop uit te spreken.

In 1916, “toen de krachtsverhouding binnen de SPD steeds meer begon te wankelen pleitten de groepen uit Dresden en Hamburg voor een onafhankelijk organisatie - zelfs als ze geen heldere organisatorische opvatting hadden met betrekking tot deze kwestie.” (‘Fractie of nieuwe partij?’ Internationale Revue nr. 26) De Spartakisten verzetten zich daar niet tegen, maar ze wilden dit niet uitvoeren door te weigeren om nog langer contributie te betalen, omdat zoiets alleen maar kon leiden tot uitsluiting, wat in september 1916 ook prompt gebeurde.

Een dergelijke tactiek, het bij stukjes en beetjes uitgesloten worden uit de partij, wat het gevolg was van het niet langer betalen van de lidmaatschapsgelden, zou “onder de gegeven omstandigheden, niet leiden tot de uitsluiting uit de partij van de meerderheid en van de mannen van Scheidemann, iets wat we willen, maar zal onvermijdelijk leiden tot een versnippering van de beste kameraden over kleine kringen en de kameraden tot volkomen onmacht veroordelen. Wij beschouwen deze tactiek schadelijk en zelfs destructief” (L. Jogisches, 30 september 1916).

Toewerken naar een georganiseerde splitsing met de opportunisten in de partij

Het beste voorbeeld van een geslaagd fractiewerk werd getoond door de Abstentionistische Fractie binnen de Italiaanse Socialistische Partij (PSI). Deze fractie, die georganiseerd was als een zelfstandige fractie binnen de PSI, met haar eigen pers, bleef zo lang mogelijk in de partij. Haar doel was om een meerderheid voor haar programma te winnen. “In oktober 1920 vormde zich in Milaan de Verenigde Kommunistische Fractie, die een Manifest redigeerde om op te roepen tot de vorming van de Kommunistische Partij, door de uitwijzing van de rechtervleugel van Turati.” (‘The Italian Communist Left’, IKS).

Maar toen ze er niet in slaagde om de meerderheid binnen de PSI voor zich te winnen, besloot ze om, in tegenstelling tot de Duitse Linkerzijde, in januari 1921 en bloc, als één groep uit de partij te stappen om de Kommunistische Partij van Italië op te richten. In december 1920, tijdens de Conferentie van Imola, werd er tot een principiële afscheiding besloten: “Ons werk als Fractie moet nu beëindigd worden (…) onmiddellijk de partij en het congres [van de PSI] verlaten, zodra de stemming ons de meerderheid of de minderheid gegeven geeft.” (‘The Italian Communist Left’, IKS)

Elders in zijn bief schrijft de kameraad nog:“Wat een verschil had het kunnen maken als er reeds voor de oorlog een fractie van echte linksen in de hele IIe Internationale (of in een groot deel ervan) met de Bolsjewiki, de SDKPL, Rosa Luxemburg, Franz Mehring, enzovoort in Duitsland, de Tribunisten, Bordiga, enzovoort,” was gevormd. “Het was waarschijnlijk ook dan niet mogelijk geweest de Eerste Wereldoorlog te voorkomen, maar het had het gemakkelijker gemaakt om (terug) internationale contacten te leggen en sneller tot een nieuwe Internationale te komen.”

Was het maar zo gemakkelijk, maar een nieuwe Internationale komt niet tot stand louter door het leggen van internationale contacten. De vorming van een fractie kan alleen maar het resultaat zijn van een strijd zonder compromissen binnen de bestaande proletarische partij: een radicaal standpunt innemen, een permanent tegengeluid laten horen, het ongenadig blootleggen van de standpunten en de tactieken van de opportunisten. Een fractie, en haar eenheid, moet gesmeed worden doorheen de permanente strijd tegen het binnendringen van de burgerlijke ideologie in de arbeidersorganisatie, zoals de revolutionairen van die tijd onderstrepen.

“Het enige middel om het opportunisme radicaal te bestrijden, is zelf vooruit te gaan, de tactiek te ontwikkelen. Staat er een flinke sterke stroom, dan vergaat ze [het opportunisme] vanzelf.”  (‘Brief van Rosa Luxemburg aan aan Henriette Roland Holst’; 17 december 1904) “Herinneren wij ons de kritiek op het program van Gotha van 1875 (…) waarin Marx het opportunisme van dit program onbarmhartig geselde” (‘Staat en Revolutie’, Lenin). In zijn brief aan het Congres van de KAPD in Berlijn in augustus 1920, stelde Pannekoek dat“De Nederlands-Duitse stroming een meedogenloze strijd moet voeren binnen de Internationale tegen het opportunisme.” [4] (‘The Dutch Left’, IKS).

In dit kader is de strijd van de Linkerfractie van Zimmerwald heel instructief. Tijdens die Conferentie verdedigde zij tegenover de centristische meerderheid, onder leiding van de Bolsjewiki, voorstellen waarin de imperialistische oorlog werd veroordeeld, het pacifisme aan de kaak gesteld en werd aangedrongen op een breuk met de sociaal-democratie. Haar principiële verdediging van het internationalistisme werd slechts gedeeltelijk beloond en in het definitieve manifest opgenomen. Desondanks legde de Linkerfractie in Zimmerwald de eerste kiemen voor een tegenbeweging die enkele jaren later zijn beslag zou krijgen in de oprichting van de Derde Internationale.

We zijn het eens met de kameraad als hij zegt dat “de revolutionaire partij al zeer laat werd opgericht” en dat “dit een grote zwakheid was”. Maar dit betekent geenszins dat “als de voorbereidingen voor een kommunistische partij in augustus 1914 waren begonnen en niet in december 1918 (na het uitbreken van de revolutie) de hele ervaring in Duitsland ongetwijfeld anders zou zijn geweest” [5] (‘The Significance of the German Revolution’, ICT). Te vroeg, en dus op een onheldere basis breken met de oude partij (zoals de Tribunisten in 1909 deden) kan net zozeer catastrofaal zijn als splitsing die te laat tot stand komt.

Succesvol fractiewerk vereist een onbarmhartige kritiek van de opportunistische stromingen

De Abstentionistische Fractie van de Italiaanse Socialistische Partij speelde een overheersende rol bij de oprichting van de Italiaanse afdeling van de IIIe Internationale. In de revolutionaire jaren tussen 1917 en 1921 ontwikkelde de Abstentionistische Kommunistische Fractie zich tot het punt dat zij, toen ze de Kommunistische Partij van Italië oprichtte, een derde van de leden van de oude socialistische massapartij en alle jeugdorganisaties in haar gelederen opnam.

De Abstentionistische Fractie in Italië was rigoureus ten opzichte van de gematigde, centristische stromingen. Maar dit “betekende nooit een sektarische opsluiting, een weigering om te praten, om te discussiëren, integendeel! In feite (...) probeerde de Italiaanse Linkerzijde altijd om revolutionaire energieën te recupereren die op centristische standpunten waren blijven staan, zowel om haar eigen gelederen te versterken als om deze krachten te redden van de klassevijand” [6] (‘Marxism and opportunism in the construction of the revolutionary organization’; Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 103).

“De Abstentionistische Fractie van Bordiga kon alleen een partij worden door met al haar kracht te werken aan het overtuigen van ten minste een betekenisvolle minderheid. De zorg van de “Bordigistische”beweging was er altijd op gericht het terrein niet te verlaten en de strijd tot het einde toe voeren en daarom was het nooit een sekte, waarvan de tegenstanders haar beschuldigden” [7] (‘The Italian Communist Left’, IKS).

Alleen de Italiaanse Kommunistische Linkerzijde - de Abstentionistische Factie – heeft het werk en de strijd van de fractie op een consequente manier opgenomen waardoor zij, doorheen de ergste degeneraties en ontkenningen, aan een programmatisch kader kon vasthouden, dat stevig geworteld was in de revolutionaire ervaring van het proletariaat.

Dennis / 2019-02-02

[1]“It was therefore surprising that a member of the Internationalist Communist Current (…) should pose the question that August 1914 was too early for the Internationale group to split from German Social Democracy. He surprisingly argued that August 1914 was not a definitive betrayal of the international workers’ movement.”

[2]“The SPD’s vote for war credits was a clear and obvious betrayal of the working class cause. (…) The need was for a new banner around which the revolutionary working class could rally. The sooner that banner was raised the quicker the revolutionaries could get to work to build for the movement which would break out, sooner or later, against the war.”

[3]“It's true that the delay in the formation of revolutionary fractions in Germany before the war was to hold back the communist minority's capacity to deal with the revolutionary situation at the end of the war.”

[4]“The Dutch-German current should engage a merciless struggle within the International against opportunism.”

[5] “had the preparations for a communist party started in August 1914 and not in December 1918 (after the revolution broke out) the whole experience in Germany would undoubtedly have been different”.

[6] “never meant a sectarian closure, a refusal to talk, to discuss, quite the reverse! In fact (…) the Italian Left always worked to recuperate revolutionary energies that had remained on centrist positions, both to strengthen its own ranks and to rescue these forces from the class enemy”.

[7] “The Abstentionist fraction could only become a party by working with all its strength to win over at least a significant minority. The concern of the ‘Bordigist’ movement was always never to abandon the terrain until the struggle had been waged to the end and because of this it never was a sect, which its adversaries accuse it of being.

Historische gebeurtenissen: 

Thema's verdiepen: 

Geschiedenis van de arbeidersbeweging: 

Ontwikkeling van proletarisch bewustzijn en organisatie: 

Rubric: 

100 jaar Duitse revolutie 1918-1919