Beweging van de “gele hesjes”: het proletariaat moet de aanvallen van de bourgeoisie zelfstandig, op zijn eigen klasseterrein beantwoorden!

Printvriendelijke versie

Op 10 oktober deden twee vrachtwagenchauffeurs van Seine-et-Marne een oproep op Facebook voor een demonstratie op 17 november onder de titel: "Nationale blokkade tegen de stijgende brandstofprijzen". Hun boodschap werd snel doorgegeven op alle sociale netwerken, die bijna 200.000 “geïnteresseerden” aantrok. Het aantal initiatieven en oproepen nam toe. Zonder vakbond of politieke partij werden spontaan een hele reeks acties, bijeenkomsten en blokkades gepland. Het resultaat: op 17 november verlamden, volgens de regering, 287.710 personen, verspreid over 2.034 punten, wegenknooppunten, rotondes, autosnelwegen, tolwegen, parkeergarages, enzovoort. In de officiële cijfers, verstrekt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (met een bewonderenswaardige precisie!), werden de aantallen grotendeels en moedwillig onderschat. De “gele hesjes” zelf schatten dat het er twee keer zoveel waren.

In de dagen die daarop volgden mobiliseerden de blokkades, waarvan sommigen werden gehandhaafd terwijl anderen hier en daar plaatsvonden, enkele duizenden mensen per dag. Ongeveer tien raffinaderijen van Total werden ontregeld door een gelijktijdige actie van de CGT en de “gele hesjes”. Op 24 november ging een nieuwe grote actiedag van start met de naam “Akte 2: Alle Fransen naar Paris”. Het doel was om de prestigieuze plaatsen van de hoofdstad en de locaties van de macht te blokkeren: de Champs-Élysées, de Place de la Concorde, de Senaat en vooral het Elysée. “Het is noodzakelijk om een beslissende slag toe te brengen en met zijn allen naar Parijs op te trekken met alle mogelijke middelen (carpoolen, trein, bus, enzovoort). Parijs, want daar zetelt de regering! We verwachten iedereen, vrachtwagens, bussen, taxi’s, terreinwagens, tractoren, enzovoort. Iedereen”, aldus Éric Drouet, vrachtwagenchauffeur van Melun, mede-initiatiefnemer van de beweging en een aanvoerder van de mobilisatie. Uiteindelijk zou deze grote gezamenlijke mobilisatie niet plaatsvinden, aangezien veel “gele hesjes” er de voorkeur aan gaven plaatselijk te demonstreren, vaak vanwege de hoge kosten van het transport. Vooral de omvang van de mobilisatie was sterk aan het afnemen.

Slechts 8.000 demonstranten in Parijs, 106.301 in heel Frankrijk en 1.600 acties. Ook al onderschatten deze regeringscijfers de realiteit van de mobilisatie sterk, de trend was duidelijk in neerwaartse richting. Toch beweerden veel stemmen in de beweging dat ze bezig waren een overwinning te behalen. Het belangrijkste voor de “gele hesjes” waren deze beelden van de Champs-Élysées, die “een hele dag bezet was gehouden”, en die getuigden van “de kracht van het volk tegen de machtigen”. [1] Zo werd dezelfde avond, nog steeds via Facebook, een oproep gedaan voor een derde actiedag, gepland voor zaterdag 1 december: “Akte 3: Macron ontslag!”, waarbij twee eisen werden gesteld: “Verhoging van de koopkracht en afschaffing van de brandstofbelasting”.

Alle journalisten, politici en allerlei “sociologen” wijzen op het nooit geziene karakter van de beweging: spontaan, buiten elk politiek of vakbondskader, veelvormig, voornamelijk georganiseerd via sociale netwerken, relatief grootschalig, globaal gedisciplineerd, over het algemeen zonder vernielingen en confrontaties, enzovoort. Op de televisie en in de krantenkolommen werd de beweging gekwalificeerd als een “sociologische UFO”.

De woede tegen aanvallen van de regering!

Op gang gebracht door vrachtwagenchauffeurs, mobiliseerde deze beweging, zoals de initiatiefnemer Éric Drouet schreef, “vrachtwagens, bussen, taxi's, terreinwagens, tractoren”, maar dat niet alleen. Veel kleine ondernemers, “verpletterd door de belastingen”, waren er ook aanwezig. Actieve arbeiders, arbeiders met een precaire job, werklozen of gepensioneerden droegen het “gele hesje” en vormden het grootste contingent. “De “gele hesjes” lijken meer op een Frankrijk van bedienden, caissières, technici, kleuterschoolassistenten, die de levenswijze die ze voor zichzelf hebben gekozen willen verdedigen: een leven buiten de stadscentra, in vrede, met buren die op hen lijken, in een vrijstaand huis met een tuin en voor wie de aanval op de auto, door de verhoging van de belastingen op dieselbrandstof, als het ware hun privéruimte in vraag stelt”, zegt Vincent Tiberi. Volgens deze hoogleraar politieke wetenschappen van de U. Bordeaux, vertegenwoordigen de “gele hesjes” “niet alleen perifeer Frankrijk, het Frankrijk van de vergeten mensen. Ze belichamen meer wat socioloog Olivier Schwartz de kleine middenklasse noemt. Ze werken, betalen belasting en verdienen te veel om in aanmerking te komen voor steun en niet genoeg om goed te kunnen leven.” [2]

In feite getuigt de omvang van deze mobilisatie vooral van de enorme woede die in het binnenste van de maatschappij, en met name in de arbeidersklasse, bestaat over het bezuinigingspolitiek van de regering Macron. Officieel, volgens de Franse Observatoire français des conjonctures économiques, is het beschikbare jaarinkomen van de huishoudens (d.w.z. wat overblijft na belastingen en overige kosten) tussen 2008 en 2016 met gemiddeld 440 euro gedaald. Dit is slechts een zeer klein deel van de aanvallen op de arbeidersklasse. Naast deze algemene verhoging van de allerlei soorten belastingen, is er ook een stijging van de werkloosheid, de systematisering van de precaire jobs, met inbegrip van de openbare diensten, van de inflatie die met name van invloed is op de basisbehoeften, van de onbetaalbare huizenprijzen, enzovoort. De armoede neemt onverbiddelijk toe en daarmee ook de angst voor de toekomst. Maar wat volgens de “gele hesjes” nog belangrijker is, en wat deze enorme woede aanwakkert, is “het gevoel veracht te worden” [3].

Het is dit overheersende gevoel van “veracht” te worden, genegeerd door de regeringen, het verlangen om gehoord en erkend te worden door “degenen aan de top”, om de terminologie van “gele hesjes” te gebruiken, die een verklaring vormt voor de gekozen actiemiddelen: het dragen van fluorescerende gele hesjes, het blokkeren van de wegen, het optrekken naar de Senaat of het Elysée, onder de ramen van de grote bourgeoisie, door het bezetten van “de mooiste avenue ter wereld” [4].

De media en de regering vestigden de aandacht op de vernielingen en gewelddadigheden op de Champs-Élysées om te suggereren dat elke strijd tegen de hoge kosten van levensonderhoud en de verslechtering van de levensomstandigheden van de uitgebuitenen alleen maar kan leiden tot chaos en anarchie met acties van blind geweld en vandalisme. De media in dienst van de bourgeoisie, de specialisten van het amalgaam, de mensen doen geloven dat “gele hesjes” “extremisten” waren die ook “politieagenten wilden aanvallen” [5], terwijl in werkelijkheid vooral de repressiekrachten aanvielen en provoceerden! In Parijs werden er op 24 november onophoudelijk traangasgranaten afgevuurd en, charges uitgevoerd door CRS (de oproerpolitie) op groepen mannen en vrouwen, die rustig over de Champs-Élysées marcheerden.

Bovendien waren er deze keer zeer weinig ramen stukgeslagen [6] in tegenstelling tot bij de viering van het wereldkampioenschap voetbal, op dezelfde plaats vier maanden eerder. Ook al waren sommige gemaskerde “gele hesjes” opstokers die tegen de politie wilden vechten (leden van het(“zwarte blok” of “ultra-rechts” schorem), de overgrote meerderheid wil niet vechten of vernielen. Ze willen geen “vernielers” zijn, maar alleen “burgers” die “gerespecteerd” en “gehoord” worden. Daarom wordt in de oproep tot “Akte 3” benadrukt dat “het correct moet gebeuren. Geen vernielingen en 5 miljoen Fransen op straat”. En zelfs: “Om onze volgende samenkomst te beveiligen, stellen we voor om “rode hesjes” aan te duiden, die de verantwoordelijkheid zullen hebben de vernielers uit onze gelederen te verwijderen. We mogen vooral de bevolking niet van ons vervreemden. Laten we letten op ons imago, vrienden”.

Een interklassistische “burgerbeweging”.....

De beweging van de “gele hesjes” heeft desalniettemin één onthullend kenmerk gemeen met de viering van het Franse voetbalelftal dat wereldkampioen is geworden: de alom aanwezigheid van de “tricolore” en regionale vlaggen, van het nationale volkslied dat regelmatig werd aangeheven, de tastbare trots om “het Franse volk” te zijn. Een “Frans volk” dat, verenigd, in staat zou zijn om de machtigen te doen terugdringen. In vele hoofden leefde de gedachte aan de Franse Revolutie van 1789 of zelfs aan het verzet van 1939-1945. [7]

Dit aangewakkerd nationalisme, deze verwijzing naar het “volk”, deze smeekbede gericht aan de machtigen, onthullen de ware aard van deze beweging. De overgrote meerderheid van de “gele hesjes” zijn actieve of gepensioneerde en verpauperde arbeiders, maar ze verschijnen hier als burgers van het “Franse volk” en niet als leden van de arbeidersklasse. Het is duidelijk een interklassistische beweging waarin alle niet-uitbuitende klassen en lagen van de maatschappij met elkaar vermengd zijn. Het gaat om arbeiders (actieve arbeiders, werkloze arbeiders, arbeiders met een precaire job, gepensioneerden) en kleinburgers (ambachtslieden, vrije beroepen, kleine ondernemers, boeren en fokkers). Een deel van de arbeidersklasse heeft zich op sleeptouw laten nemen door de initiatiefnemers van de beweging (kleine bazen, chauffeurs van vrachtwagen, taxi's, ambulances).

Ondanks de legitieme woede van de “gele hesjes”, waaronder veel proletariërs die de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen, is deze beweging geen arbeidersbeweging. Het is een beweging die opgestart werd door kleine bazen die boos zijn over de stijging van de brandstofprijzen. Zoals deze woorden van de vrachtwagenchauffeur, die de beweging op gang heeft gebracht, getuigen: “We verwachten iedereen, vrachtwagens, bussen, taxi’s, tractoren, terreinwagens, enzovoort. Iedereen”. “Iedereen” en heel het “Franse volk” achter de vrachtwagenchauffeurs, taxichauffeurs, boeren, enzovoort. De arbeiders worden zo opgelost in “volk”, als enkelingen, van elkaar gescheiden als een troep individuele burgers, vermengd met kleine ondernemers (van wie velen deel uitmaken van het electoraat van de Rassemblement national - ex-FN - van Marine Le Pen).

Het verrotte terrein waarop een groot aantal proletariërs, waaronder de meest verpauperde, zich hebben laten meevoeren, is niet dat van de arbeidersklasse! In deze “a-politieke” en “anti-syndicale” beweging is er geen oproep tot staking en tot uitbreiding ervan naar alle sectoren! Geen oproep tot soevereine algemene vergaderingen in bedrijven om samen te discussiëren en na te denken over de te ondernemen acties om de strijd verder te brengen en te verenigen tegen de aanvallen van de regering! Deze “burger”opstand is een valstrik om de arbeidersklasse te verdrinken in het “Franse volk” waarin alle burgerlijke klieken zich bewegen als “supporters” van de beweging. Van Marine Le Pen tot Olivier Besancenot, van Mélenchon tot Laurent Wauquiez (en zelfs Brigitte Bardot!), “iedereen” is erbij, van uiterst rechts tot de uiterst linkse zijde van het kapitaal, om deze interklassistische beweging en haar nationalistisch gif te steunen.

… met de steun van alle burgerlijke klieken

Het is inderdaad de interklassistische aard van de beweging van de “gele hesjes” die verklaart waarom Marine Le Pen haar begroet als een “legitieme beweging” van het “Franse volk”; waarom Nicolas Dupont-Aignan, president van Debout la France, deze beweging steunt: “We moeten heel Frankrijk blokkeren (.....), de Franse bevolking moet deze regering zeggen: nu is het genoeg!”; waarom Laurent Wauquiez, president van Les Républicains, de “gele hesjes” "waardige, vastberaden mensen”, noemt “die enkel eisen dat men de moeilijkheden van werkend Frankrijk hoort"; waarom de afgevaardigde Jean Lassalle, aan het hoofd van Résistons, een van de figuren van de beweging is en zijn gele hesje draagt in het parlement zoals op straat. Rechts en uiterst rechts herkennen in de "gele hesjes" duidelijk een beweging die het kapitalistische systeem op geen enkele manier in gevaar brengt. Bovenal zien zij haar als een zeer effectieve manier om hun belangrijkste concurrent bij de komende verkiezingen, de kliek van Macron, te verzwakken, wiens gezag en vermogen om de sociale vrede te bewaren ernstig wordt ondermijnd.

Wat links en extreem links betreft, zij hekelen de recuperatie van de beweging door rechts en extreem rechts, verwerpen de "facho's die de beweging bederven" en steunen de beweging ook min of meer openlijk. Na eerst voorzichtig te zijn geweest, opent Jean-Luc Mélenchon, aan het hoofd van La France insoumise (Rebellerend Frankrijk), nu al zijn registers door “De revolutionaire beweging in het geel", als een “populaire” en “massale” beweging te begroeten. Het moet gezegd worden: hij voelt zich daar als een vis in het water, hij en zijn “FRANCE insoumise”, zijn blauw-wit-rode vlaggen, zijn driekleurige sjerp die hij bij elke gelegenheid draagt, en zijn streven om “het volk te verenigen tegen de oligarchie” door middel van de stembus.

De steun die alle kanten van het burgerlijke politieke spectrum bieden, [8] en vooral die van rechts en extreem rechts, toont aan dat de beweging van de “gele hesjes” niet proletarisch van aard was en niets te maken heeft met klassestrijd! Als al deze partijen van het politieke apparaat van de bourgeoisie de “gele hesjes” gebruikten om Macron te verzwakken, in de hoop de vruchten ervan te plukken in de vorm van verkiezingswinst, weten ze dat deze beweging de strijd van het proletariaat tegen zijn uitbuiting en onderdrukking geenszins versterkt [9].

In dit soort interklassistische bewegingen heeft het proletariaat niets te winnen, want het is altijd de kleinburgerij die zijn kleur geeft aan de beweging (geel is trouwens de kleur van de stakingsbrekers!). Trouwens, onder de acht woordvoerders, die op 26 november werden benoemd, vindt men een overweldigende meerderheid van kleine ondernemers of zelfstandigen.

Het zijn dus de doelstellingen van de kleinburgerij, haar leuzen, haar strijdmethoden die zich aan allen opdringen. Aan de oppervlakte is deze sociale laag zeer radicaal. Omdat ze verpletterd, gedegradeerd wordt door het kapitaal, kan haar woede met geweld tot uitbarsting komen en het onrecht en zelfs de barbaarsheid van de grote bourgeoisie en haar staat aan de kaak stellen. Maar wat zij in wezen nastreeft is “erkenning” en geen “verachting” door de elites van “aan de top”, of beter nog, sommigen onder hen dromen ervan om tot de bovenste lagen van de bourgeoisie op te klimmen, en daarvoor moet hun bedrijf bloeien. Dit verklaart haar eisen door middel van de beweging van de “gele hesjes”: een goedkopere dieselolie en minder belastingen voor hun bedrijven om deze te kunnen laten draaien en ontwikkelen, acties om wegen te blokkeren, allen in het geel gekleed om gezien en beloond te worden, een focus op de persoon van Macron (“Macron, ontslag!”) die de drang symboliseert om Kalief te zijn in plaats van de Kalief, en een bezetting van “de mooiste avenue ter wereld”, een echte etalage van kapitalistische luxe.

Deze beweging van de “gele hesjes” is ook vergiftigd, al is het niet massaal, door de ideologie van het populisme. Een “ongekende”, “veelvormige” beweging, die beweert tegen politieke partijen te zijn, die de logheid van de vakbonden aan de kaak stelde en ..... vanaf het begin gesteund is door Marine Le Pen! Het is geen ongelukkig toeval, of het resultaat van een kleine groep individuen die tegen de stroom ingaan van de beweging, als, op 20 november, “gele hesjes”, die in een tankwagen verborgen migranten ontdekken, deze aan de gendarmerie verklilkken. Sommige demonstranten wilden deze migranten, die hun leven op deze manier op het spel zetten, redden, maar anderen hebben hen bewust “gedumpt”. De commentaren van enkele “gele hesjes” tijdens de arrestatie, gefilmd en uitgezonden, zijn misselijkmakend: “Je lacht als een flikker!”, “Wat een stelletje flikkers!”, “Dat wordt weer van onze belastingen afgetrokken!”, enzovoort.

De omvang van deze interklassistische beweging wordt verklaard door de moeilijkheid van de arbeidersklasse om haar strijdvaardigheid tot uitdrukking te brengen door alle vakbondsmanoeuvres om de strijd te saboteren (zoals we onlangs nog eens hebben gezien bij de langdurige “estafettestaking” bij de SNCF). Zo wordt de ontevredenheid over de vakbonden, die binnen de arbeidersklasse bestaat, gerecupereerd door de initiatiefnemers van de beweging. Wat veel aanhangers van de beweging van de “gele hesjes” willen overbrengen is dat de strijdmethoden van de arbeiders (stakingen, soevereine algemene vergaderingen en massademonstraties, stakingscomités, enzovoort) niet werken. Daarom moeten we nu het vertrouwen schenken aan de kleine bazen (die protesteren tegen belastingen en belastingverhogingen) om andere methoden te vinden om te strijden tegen “de hoge kosten van levensonderhoud” en om de hele “Franse bevolking” samen te brengen!

Veel arbeiders in “gele hesjes” verwijten de vakbonden dat ze “hun werk niet doen”. Nu zien we hoe de CGT dit probeert goed te maken door op te roepen tot een nieuwe “actiedag’ voor 1 december. We kunnen er zeker van zijn dat de CGT en de andere vakbonden eens te meer “hun werk” zullen doen om de strijdwil van de arbeiders in te kaderen en spontane bewegingen op klasseterrein te voorkomen.

De proletariërs moeten hun klassezelfstandigheid verdedigen en alleen op zichzelf vertrouwen!

Veel arbeiders voerden strijd tegen de armoede, de onophoudelijke economische aanvallen, de werkloosheid, de onzekere jobs.... Maar door zich aan te sluiten bij de “gele hesjes”, zijn deze arbeiders tijdelijk de weg kwijtgeraakt en hebben ze zich aangesloten bij een beweging, die in een doodlopend straatje leidt.

De arbeidersklasse moet haar levensomstandigheden verdedigen op haar eigen terrein, als zelfstandige klasse, tegen de nationale eenheid van alle “anti-Macron” krachten, die de woede van de “gele hesjes” manipuleren om het maximale aantal stemmen te behalen in de verkiezingen! Zij mag haar strijd niet delegeren en toevertrouwen aan reactionaire sociale lagen, noch aan de partijen die beweren haar te steunen, noch aan de vakbonden die haar valse vrienden zijn. Al “dat schoon volk”, ieder met zijn eigen credo, bezet en kapselt het sociale terrein in om te voorkomen dat de zelfstandige strijd van het proletariaat zich zou bevestigen.

Wanneer de arbeidersklasse zich als zelfstandige klasse opstelt, door een massale strijd te ontwikkelen op haar eigen klasseterrein, sleept ze een steeds groter deel van de maatschappij met zich mee, achter haar eigen strijdmethoden, haar eigen unitaire leuzen en ten slotte haar eigen revolutionaire project voor de omvorming van de maatschappij. In 1980 begon er in Polen, na de stijging van de prijzen van primaire benodigdheden, een enorme massabeweging vanaf de scheepswerven van Gdansk. Om de regering te confronteren en terug te dringen, hadden de arbeiders zich massaal als klasse georganiseerd tegen de “rode” bourgeoisie en haar stalinistische staat. [10] De andere delen van de bevolking hadden zich grotendeels aangesloten bij deze massale strijd van de uitgebuite klasse.

Als het proletariaat zijn strijd ontwikkelt, vormen de massale, soevereine en algemene vergaderingen die openstaan voor “iedereen” het hart van de beweging, de plaatsen waar de proletariërs zich samen kunnen organiseren, nadenken over unitaire leuzen, over de toekomst. Dan is er geen plaats voor het nationalisme, de gemoederen  worden integendeel opgezweept door de internationale solidariteit want “de arbeiders hebben geen vaderland” [11]. De arbeiders moeten daarom weigeren de Marseillaise te zingen en met de “tricolore” te zwaaien, de vlag van de regering van Versailles die in 1871 30.000 proletariërs van de Commune van Parijs heeft vermoord!

Momenteel heeft de uitgebuite klasse moeite om zichzelf als een klasse te herkennen, en als de enige kracht in de maatschappij die in staat is om een gunstige krachtsverhouding te ontwikkelen tegenover de bourgeoisie. De arbeidersklasse is de enige klasse van de maatschappij die in staat is de mensheid een toekomst te bieden door haar strijd te ontwikkelen op haar eigen terrein, over alle corporatistische, sectoriele en nationale scheidslijnen heen. Vandaag koken de proletariërs van woede, maar ze weten niet hoe ze hun levensomstandigheden moeten verdedigen tegen de groeiende aanvallen van de bourgeoisie. Ze zijn hun eigen strijdervaringen vergeten, hun vermogen om zich te verenigen en te organiseren zonder te wachten op de instructies van de vakbonden.

Ondanks de moeilijkheid van het proletariaat om zijn klasse-identiteit terug te vinden, behoort de toekomst nog steeds aan de klassestrijd. Iedereen die zich bewust is van de noodzaak van de proletarische strijd moet proberen zich te hergroeperen, te discussiëren, lessen te trekken uit de laatste sociale bewegingen, na te denken over de geschiedenis van de arbeidersbeweging en niet toe te geven aan de ogenschijnlijk radicale lokroep van de “burger” en “volks”bewegingen, van de interklassistische mobilisaties van de kleinburgers!

“De zelfstandigheid van het proletariaat tegenover alle andere klassen van de maatschappij is de eerste voorwaarde voor de ontplooiing van zijn strijd in de richting van het revolutionaire doel. Alle bondgenootschappen, en vooral die met fracties van de bourgeoisie, kunnen slechts leiden tot zijn ontwapening tegenover zijn vijand omdat ze het proletariaat ertoe overhalen het enige terrein in de steek te laten waaraan het zijn krachten kan ontlenen: zijn klassenterrein. Elke politieke stroming die probeert het ertoe over te halen dit terrein in de steek te laten dient onmiddellijk de belangen van de bourgeoisie.” (Platform van de IKS) [12].

Révolution Internationale, Krant van de IKS in Frankrijk, 25 novembre 2018

Voetnoten 

[1] Getuigenis verzameld door de militanten van de IKS op de Champs-Élysées.

[2] “De gele hesjes, een nog nooit vertoonde beweging in de Franse geschiedeni”, Le Parisien (24 november 2018).

[3] Dit idee is alomtegenwoordig op sociale netwerken.

[4] benaming toegekend aan de Champs-Élysées.

[5] Benadrukt moet worden dat een dergelijke boodschap over het algemeen niet direct wordt overgebracht, maar op een “subliminale” manier: op BFM-TV bijvoorbeeld, terwijl journalisten en “specialisten” wezen op het noodzakelijke onderscheid dat gemaakt moet worden tussen de “echte gele hesjes” en de “vernielers”, werden de beelden van de schade op de Champs Élysées voortdurend herhaald.

[6] De vernielingen zijn voornamelijk te wijten aan de bouw van geïmproviseerde barricades met straatmeubilair en aan de  door de politie afgevuurde projectielen.

7] Op de Champs-Élysées konden we zelfs een "geel hesje" horen zeggen dat “we met Macron moeten doen zoals het verzet met de Moffen, hem elke dag lastigvallen totdat hij vertrekt”.

[8] Inclusief de NPA (Nieuwe Antikapitalistische Partij) en de Trotskistische LO (Lutte Ouvrière)

[9] Enkel de vakbondsmiddens hebben een sterke kritiek geuit op de “gele hesjes”, zoals trouwens de “gele hesjes” voor het merendeel ook elke vorm van vakbondsinmenging verwerpen.

[10] Zie ons artikel in de Internationale Reuvue, Frans-, Engels- en Spaanstalige editie, nr. 27, “Stellingen over de massastaking”

[11] Een van de belangrijkste leuzen van de Indignados in 2011 was “Van het Tahrirplein tot de Puerta del Sol”, wat het gevoel onderstreept dat de demonstranten in Spanje verbonden waren met degenen die een paar weken eerder in de Arabische landen in actie kwamen en hun leven op het spel zetten.

[12] Platform van de IKS: https://nl.internationalism.org/iks/201501/1228/9-de-frontvormingspolitiek-een-strategie-om-het-proletariaat-te-laten-ontsporen

Recent en lopend: 

Rubric: 

Gele hesjes