De Kommunistische Partij van België: van revolutie tot contra-revolutie

Printer-friendly version

“Precies honderd jaar geleden, op 4 september 1921, werd de Kommunistische Partij van België opgericht”, kondigde Documentatie- en Archiefcentrum van de Communistische Beweging (Dacob) aan in een e-mail in september. Waarom is het nodig om terug te komen op deze gebeurtenis, deze mijlpaal in de geschiedenis van de arbeidersbeweging in België? Het marxisme is geen dode, onveranderlijke theorie. Het is een levende methode, een manier om tegen de werkelijkheid aan te kijken vanuit het standpunt van de arbeidersklasse. Daarom is het een voortdurend gevecht om de marxistische analyse te verdedigen tegen een afglijden naar burgerlijke standpunten, om haar uit te diepen, om de nieuwe ervaringen van klassestrijd juist in te schatten. In die zin moeten wij ook lering trekken uit de strijd voor de oprichting van de Kommunistische Partij van België (KPB) en uit haar latere ontaarding en het marxistische standpunt verdedigen tegenover de burgerlijke leugens, zoals het idee dat de partij op 4 september 1921 werd opgericht, terwijl zij in werkelijkheid al in november 1920 was opgericht.

Wij publiceren hier een artikel dat het algemene kader schetst van de geschiedenis van de KPB. In latere artikelen zullen we meer in detail terugkomen op de verschillende fasen in haar bestaan: de strijd voor de oprichting van de KPB na het verraad van de sociaal-democratie, de strijd tegen het groeiende opportunisme in haar eigen rijen en haar definitieve overgang naar het kamp van de bourgeoisie aan het begin van de Tweede Wereldoorlog

Door de oorlogskredieten goed te keuren liep de opportunistische vleugel van de sociaal-democratische partijen in 1914 over naar het kamp van de bourgeoisie. Zij kozen voor nationale verdediging van de burgerlijke staat en verraadden het proletarisch internationalisme. De Tweede Interna­tionale was daarmee dood, maar in de verschillende partij­en bleven de marxistische linkerzijdes nog gedurende enkele jaren strijd voeren tegen de ontaarding. Ze probeerden zoveel mogelijk gezonde elementen te overtuigen van de marxistische standpunten, zich te hergroeperen -eerst binnen, daarna naast de oude partij- om nieuwe partijen, de kommunistische, en een nieuwe internationale, de Derde, op te richten.

Het was een zware dobber te moeten inzien dat de sociaal-democratie, die in sommige landen zoals Duitsland tot zo’n machtige organisatie van het proletariaat uitgegroeid was, als wapen uit de handen van de arbeiders glipte. Het was ook moeilijk een complete en sluitende analyse te maken van wat er sinds het begin van de 20e eeuw allemaal veranderd was in de voorwaarden van de klassestrijd. Met haar ‘Accumulatie van het kapitaal’ gaf Rosa Luxemburg wel het algemene analysekader aan: het kapitalisme was aan zijn vervalperiode begonnen. De Bolsjewiki en de abstentionistische (anti-parlementaristische) fractie van de Italiaanse PSI trokken de politieke consequenties verder door. De Bolsjewiki waren het duidelijkst over de meest brandende kwestie van het moment, de wereldoorlog. Terwijl iedereen, van pacifisten tot‘minderheidssocialisten’, om vrede smeekte, riepen zij op tot“omvorming van de imperialistische oorlog tot een burgeroorlog”. Uit de oorlog moest revolutie voortkomen. En dat werd niet alleen in 1917 in Rusland bevestigd, maar in de revolutionaire golf die tot in 1927 (China) de wereld overspoelde.

De gevolgen van de start van de periode van “oorlogen en revoluties” werden samengevat in de standpunten waarop de Kommunistische Internationale in 1919 opgericht werd: hervormingen zijn niet meer mogelijk, overal staat de proletarische revolutie op de dagorde. Parlementa­risme, syndicalisme, fronten met delen van de bourgeoisie, dat alles gold in het vorig tijdperk, dat van opgang van het kapitalisme, en is nu uit den boze. Een massapartij zoals de sociaal-democratie is niet meer geschikt in de nieuwe periode, waarin de politieke duidelijkheid en overtuiging van een kleine voorhoede doorslaggevend is.

Oprichting van de K.P.B.: verdediging van het marxisme tegen het opportunisme van de sociaal-democratie

De Belgische Werklieden Partij (BWP), afdeling van de Tweede In­ternationale heeft zich altijd zeer verzoeningsgezind gedragen tegenover de bourgeoisie, ondanks het feit dat eind vorige eeuw juist in België de eerste massastakingen uitbraken, voorlopers van het nieuwe type strijd dat in 1905 en 1917 in Rusland verder ontwikkeld zou worden. Toch ontstaan er ook in België tijdens de Eerste Wereldoorlog, vanaf eind 1916, groepen ter linkerzijde van de BWP, bij de ‘Socialistische Jonge Wacht’ in Gent, Brussel, Antwerpen, Luik, Charleroi, enz. Verzet tegen de oorlog is de eerste drijfveer, maar de Russische revolutie wordt voor hen het lichtbaken waarop ze zich oriënteren. Stilaan komen ze tot marxisti­sche standpunten en ze proberen zich te hergroeperen. In 1920 wordt de Kommunistische Partij van België (KPB) opgericht. Zij verdedigt de standpunten van het Tweede Congres van de Comintern, behalve op het vlak van het parlementa­risme, waarop de Comintern, ondanks het verzet van West-Europese partijen, al een stap terug gedaan had. De KPB bleef fer­vent anti-parlementair.

Er was ook nog een minderheid van ‘twijfelaars’ in de BWP, de ‘minderheidssocialisten’ gegroepeerd in ‘Les Amis de l’Exploité’. Tijdens de oorlog hadden ze alleen aangedrongen op een ‘vredesconferentie’ met de Duitse sociaal-demokraten in Stockholm (of proberen het kadaver van de Tweede Internationale terug tot leven te wekken). Voor de Russische revolutie konden ze maar weinig enthousiasme opbrengen. Hun kritiek op de sociaal-democratische leiders klonk wel radicaal, maar in praktijk stelden ze er niets voor in de plaats. Ze wilden eigenlijk terug naar het vooroorlogse programma van de BWP, dat van Quaregnon (15 juli 1894). Het waren typische centristen : radicale kritiek op de leiders, gekoppeld aan het lijmen van de brokken van de sociaal-democratie, altijd onder het voorwendsel ‘het contact met de massa’s niet te verliezen. In 1921 brachten ze tenslotte de moed om met de BWP te breken. Maar omdat ze de bestaande KPB sectair vonden, geen partij voor massa-actie maar niet meer dan een verband van 4 of 5 propagandagroepjes, eerder anarchistisch dan kommunistisch, richtten ze een tweede Kommunistische Partij op.

Met het uitblijven van de revolutie in andere landen dan Rusland, de nederlagen in Duitsland, Italië, Hongarije, kwam de Comintern meer en meer terug op de radicale standpunten van haar Eerste Congres en drong ze aan op het samensmelten met de linkerzijde van de sociaal-demo­cratie. In België kwam het in 1921 dan ook tot fusie van de twee partijen, waarbij de radicale, marxistische standpun­ten van de eerste KPB onder de mat geveegd werden. Naarmate de Comintern verder afdwaalde naar opportunistische standpunten en de Russische revolutie vastliep in haar isolement, werden de oude ‘Amis de l’Exploité’ enthousiaster, terwijl de marxisten zich steeds grotere zorgen maakten over de evolutie in Rusland.

Linkskommunistische fracties: marxistische balans opmaken van de ontaarding van de Russische Revolutie

Door het uitblijven van de wereldrevolutie, en ook als gevolg van het feit dat de Kommunistische Partij van de Sovjet Unie (KPSU) de plaats inneemt én van de klasse én van de staat, moeten verscheurende keuzes ge­maakt worden (vrede met Duitsland in Brest-Litovsk, oorlogskommunisme, ‘Nieuwe Economische Politiek’, het neer­slaan van de opstand in Kronstadt in 1921). De Comintern speelt ook een steeds dubieuzere rol in arbeidersopstanden in andere landen (de putchistische acties van de KPD in Duitsland die op een bloedbad uitlopen, verbond met de bourgeoisie van de ‘onderdrukte volkeren’). Die ontwikke­lingen wekken een voortdurende discussie op, bij de Bolsjewiki zelf en in de andere partijen van de Comintern. Er vormen zich oppositiegroepen tegen de standpunten en maatregelen die de KPSU als ‘staatspartij’ gedwongen is te nemen en die tot haar stalinisering zullen leiden. In 1921 wordende oppositiegroepen in Rusland verboden. De Hollandse en Duitse linkskommunisten (KAPD) worden uit de Comintern gestoten. Die laden alle schuld voor de fouten in Rusland op de partij. De extreemste uitdrukkin­gen van de Duitse Linkerzijde (d.w.z. de voorlopers van het ‘radenistische’ stroming) zullen de partij verwerpen als een nutteloos kwaad (wat zeker niet het standpunt van de KAPD was op het Derde Congres van de Comintern). Ze trekken hun kritiek zover door, dat ze de revolutie daar als niet-proletarisch afschrijven. In 1922 wordt door Gorter en de zijnen de doodgeboren Kommunistische Arbeiders Internationale (KAI) opgericht.

In de KPB is, net als in de andere kommunistische partij­en, Rusland het kernpunt van de discussies. De marxisti­sche stroming in de KPB houdt zich aan de partijdiscipline en keurt zelfs de publicatie af van de ‘officieuze’ teksten van de Russische Oppositie (rond Trotski, zijn ‘Lessen van Oktober’,  enz.). De KPB vraagt alleen ‘meer informatie’ Pas tijdens nieuwe revolutionaire ontwikkelingen zal ze zich tot partij uitroepen. Het is de taak van de fractie om zonder vooroordelen een balans op te maken van de revolutionaire ervaringen uit de naoorlogse periode om de klasse voor te bereiden op nieuwe confrontaties.

Pas begin 1928, als Trotski en de zijnen al uit de KPSU zijn gezet en Stalin met de theorie van het ‘socialisme in één land’ definitief een punt gezet heeft achter het proleta­risch internationalisme van de KPSU, wordt het debat over Rusland geopend in de Belgische partij. Namens de marxis­tische minderheid toont War van Overstraeten het afglijden naar rechts aan van de KPSU: inzake de Chinese revolutie (waar de kommunisten en de revolutionaire arbeiders van de Commune van Sjanghai in 1927 door de Komintern overgeleverd werden aan de bloedige repressie van de na­tionalistische Kwomintang), inzake de strijd tegen de koe­lakken (boeren), maar vooral inzake het ‘socialisme in één land’. Hij vraagt de reïntegratie van de oppositie in de KPSU, en blijft zich verzetten tegen fractie-activiteit. Zijn rapport wordt verworpen en één voor één worden de kopstukken van de minderheid van de partij uitgesloten.

De oppositie hergroepeert zich naast de KPB en vraagt zich af wat er moet gebeuren: een tweede, nieuwe partij vormen (wat inhoudt dat de oude niet meer als arbeiders­partij beschouwd wordt en Rusland dus ook niet meer als proletarisch regime), ijveren voor het redden van de KPB en vragen om reïntegratie, of een fractie van de partij vormen. De Belgische oppositie was daar veel minder dui­delijk over dan de Italiaanse fractie (‘Linkerfractie van de Kommunistische Internationale’, met Bilan als publicatie, vanaf 1933). Anders dan groepen die hals over kop een nieuwe partij of zelfs een nieuwe Internationale uitriepen, ging de Italiaanse Linkerzijde altijd methodisch te werk. Zolang de Internationale niet dood is, zolang er nog een sprankje leven in is, blijft ze erin werken. Haar organisatie-opvatting is unitair. Afsplitsen is een kwaad dat verme­den moet worden om de krachten niet te versnipperen die ijveren voor een internationale gecentraliseerde organisatie. Pas als de Internationale finaal dood blijkt te zijn, kan worden overgegaan tot de oprichting van een zelfstandige organisatie. De opbouw van een nieuwe partij begint met de oprichting van een fractie in de oude partij, fractie die blijft steunen op het oud revolutionair programma ervan.

In 1935 komt Bilan tot de conclusie“Dat in 1933, met de dood van de Internationale, definitief de fase is afgeslo­ten waarin de mogelijkheid bestond van een regeneratie van de Komintern dankzij de zege van de proletarische revolutie in een sector van het kapitalisme (...).  Dat de centristische partijen die nog organisch verbonden zijn met het kadaver van de Derde Internationale, al optreden in het concert van de contrarevolutie”en“Dat de linkse fractie de fase als afgesloten beschouwt die in 1928 vooropgesteld werd inzake de mogelijke regeneratie van de partijen en van de Comintern (...).”(Bilan 18, april-mei 1935)

De Internationale Oppositie van Trotski is niet zo erg geïnteresseerd in de doelstelling van de Italiaanse Fractie om een diepgaande balans op te maken van de mislukking van de revolutionaire golf. Al snel komen de meningsver­schillen aan de oppervlakte in de Internationale Oppositie: over de partijkwestie (ijveren voor herstel of nieuwe par­tij), over de typering van het regime in Rusland (prole­tarisch of staatskapitalistisch), over de houding tegenover het opkomend fascisme in Duitsland. Zowel de Belgische als de Italiaanse Linkerzijde stuiten op de weigering van Trotski om met hen te discuteren. De federatie van Charle­roi (met Lesoil) stapt uit de Belgische oppositie voor het debat is afgesloten over de al of niet imperialistische aard van de Russische politiek inzake China (de inval van het Rode Leger om de Mantsjoerije spoorweg in te pikken in 1929) en sluit zich aan bij Trotski’s Internationale Opposi­tie. De overblijvers (met Hennaut) richten in 1932 de Bond van Internationalistische Kommunisten (BIK) op, die een werkge­meenschap vormt met de groep Bilan in België.

Het grote meningsverschil tussen beide organisaties is de kwestie van het fascisme. Voor Bilan bestaat er geen fundamentele te­genstelling tussen burgerlijke democratie en fascisme. Integendeel het ergste product van het fascisme is juist het anti-fascisme, analyse die in 1936 met het Volksfront in Frankrijk bevestigd wordt: “Onder het teken van het Volksfront is de ‘democratie’ tot hetzelfde resultaat geko­men als het fascisme’: de verplettering van het Frans proletariaat (...)” met het oog op de tweede wereldoorlog (Bilan 29, maart-april 1936).

De dramatische gebeurtenissen van de Spaanse burger­oorlog zullen tot een breuk leiden in beide organisaties. De meerderheid in Bilan beschouwde Spanje als het voor­spel op een Tweede Wereldoorlog en riep op tot revolutio­nair defaitisme. De meerderheid in de BIK riep de arbei­ders op tot strijd tegen Franco om daarna de resten van de republikeinse regering op te ruimen en zelf de macht te grijpen. Geduldig kritiseerde Bilan de BIK voor haar standpunt over “de antifascistische fase te overstijgen om tot het stadium van het socialisme te komen”. Voor Bilan ging het erom “het programma van het antifascisme af te wijzen, want zonder die ontkenning wordt de strijd voor socialisme onmogelijk”. (Bilan  1939,  jan-feb. 37). De min­derheid van de BIK (met Mitchell) vormt in april 1937 de Belgische Fractie van de Internationale Kommunistische Linkerzijde, met dezelfde standpunten als de Italiaanse.

De K.P.B. wordt een partij van het nationale kapitaal

Vanaf 1933 is anti-fascisme de centrale misleiding van de KPB, waarmee zij een niet te onderschatten bijdrage levert tot het mobiliseren van de arbeiders voor de Tweede Wereldoorlogen het kalmeren van de arbeidersstrijd “om het fascisme niet in de kaart te spelen”. In tegenstelling tot de BWP slaagt de KPB er wel in de felle stakingen van 1935 en 1936 onder controle te houden voor de bourgeoisie. Heel even, bij het Duits-Russische niet-aanvalspact, is de KPB voor Belgische neutraliteit, voor de rest is zij vóór en tijdens de oorlog (in het verzet) een fervent verdediger van het nationale kapitaal. Na de oorlog werd zij daarvoor met enkele ministersposten beloond.

Sindsdien is ze zich, op de weinige plaatsen waar ze nog aanhang had onder de arbeiders (Antwerpse haven, mijnen en staal in Wallonië) in de vakbonden en links van de Belgische Socialistische Partij blijven inzetten als trouwe verdediger van de belangen van de Belgische bour­geoisie door stakingsacties onder controle te houden. In landen (Frankrijk, Italië) waar de sociaal-democratie zwak­ker is, krijgt de Kommunistische Partij de kans duidelijk te tonen dat zij niet zozeer de ‘vijfde colonne’ van het imperialisme van Moskou is, maar in de eerste plaats een betrouwbare fractie van de nationale bourgeoisie (zoals aangetoond met het ‘historisch compromis’ in Italië, en het ‘front commun’ in Frankrijk).

Sinds 1933 is de KPB de partij van de stalinistische contra-revolutie. Hoewel de oppositie in België in 1928 in de meerderheid was, heeft ze de partij niet kunnen veroveren. De fakkel van de ‘Partij van Oktober 1917’ is in die periode overgenomen door de Internationale Kommunistische Linkerzijde. En haar opvolgers zullen morgen opnieuw de partij van de revolutie oprichten.

Oktober 2021 / Naar een artikel in Internationalisme 188

Historische gebeurtenissen: 

People: 

Erfenis van de Kommunistische Linkerzijde: 

Ontwikkeling van proletarisch bewustzijn en organisatie: 

Rubric: 

Geschiedenis van de arbeidersbeweging