Rapport over de Covid-19-pandemie en de periode van kapitalistische ontbinding

Printer-friendly version

Dit rapport is geschreven voor een recent congres van onze afdeling in Frankrijk en zal worden gevolgd door andere rapporten over de internationale situatie.

De ramp houdt aan en verergert: vandaag zijn er officieel wereldwijd 36 miljoen besmette personen en meer dan een miljoen doden.[1] Nadat de preventieve maatregelen tegen de verspreiding van het virus roekeloos waren uitgesteld, en vervolgens brede sectoren van de economie ‘rücksichtslos’ werden stilgelegd, hebben de verschillende facties van de wereldbourgeoisie vervolgens gegokt op een economisch herstel, ten koste van een nog groter aantal slachtoffers, door de quarantainemaatregelen op te heffen, terwijl de pandemie alleen maar tijdelijk was afgenomen in bepaalde landen. Nu de winter nadert, is het duidelijk dat de gok niet de moeite waard geweest is en dat er, in ieder geval op de middellange termijn, sprake is van een verslechtering, zowel in economisch als in medisch opzicht. De last van deze ramp is op de schouders van de internationale arbeidersklasse terechtgekomen.

Tot nu toe is een van de moeilijkheden geweest om de laatste fase van de historische neergang van het kapitalisme - die van de maatschappelijke ontbinding - te herkennen.[2]  Dat komt omdat dit tijdperk, welk definitief werd ingeluid door de ineenstorting van het Oostblok in 1989, in tegenstelling tot eerdere perioden van het verval van het kapitalisme, die werden gedefinieerd en gedomineerd door zulke duidelijke bakens als de wereldoorlog of de proletarische revolutie, zich op het eerste gezicht heeft voorgedaan als een proliferatie van symptomen zonder duidelijke samenhang.

Maar nu, in 2020, is de Covid-pandemie, de belangrijkste crisis in de wereldgeschiedenis sinds de Tweede Wereldoorlog, een onmiskenbaar herkenningsteken geworden van deze hele periode van ontbinding, doordat ze een reeks factoren van chaos verenigt die de veralgemeende verrotting van het kapitalistische systeem uitdrukt. Deze factoren zijn onder andere:

  • op lange termijn hebben de verlenging van de economische crisis, die in 1967 begon [3], en de opeenstapeling en de intensivering van de bezuinigingsmaatregelen die er het gevolg van zijn geweest, geleid tot een ontoereikend en chaotisch antwoord op de pandemie door de bourgeoisie, wat de heersende klasse genoodzaakt heeft de economische crisis op grote schaal te verergeren door de productie voor een aanzienlijke periode te onderbreken;
  • de oorsprong van de pandemie ligt duidelijk in de versnelde vernietiging van het milieu die is ontstaan door het voortduren van de chronische kapitalistische crisis van overproductie;
  • de ongeorganiseerde rivaliteit tussen imperialistische mogendheden, met name onder voormalige bondgenoten, heeft de reactie van de wereldburgerij op de pandemie tot een mondiaal fiasco gemaakt;
  • de onbekwaamheid van de heersende klasse als reactie op de gezondheidscrisis heeft de groeiende tendens van de bourgeoisie en haar staat aan het licht gebracht om de politieke controle over de maatschappij binnen elk land te verliezen;
  • de achteruitgang in de politieke en maatschappelijke competentie van de heersende klasse en haar staat is op een verbazingwekkende manier gepaard gegaan met ideologische verrotting: de leiders van de machtigste kapitalistische naties spuien belachelijke leugens en bijgelovige onzin om hun onbekwaamheid te rechtvaardigen.

Covid-19 heeft zo, veel duidelijker dan voorheen, alle domeinen van het maatschappelijk leven die getroffen zijn door de ontbinding bijeengebracht: het economische domein, het imperialistische,politieke, ideologische en maatschappelijke.

De huidige situatie heeft eveneens een aantal fenomenen van hun gewicht ontdaan: fenomenen die geacht werden in tegenspraak te zijn met de analyse dat het kapitalisme in een ultieme fase van chaos en maatschappelijke ineenstorting was beland. Deze fenomenen zouden volgens onze critici bewijzen dat onze analyse ‘in vraag moeten worden gesteld’ of gewoonweg genegeerd. Met name de verbluffende groeicijfers van de Chinese economie leken voor onze kritische commentatoren te weerspreken dat er een periode van ontbinding en zelfs een periode van verval was. Deze waarnemers werden in werkelijkheid bij de neus genomen door ‘de schijn van de moderniteit’ die door de Chinese industriële groei werd uitgestraald. Vandaag de dag is, als gevolg van de Covid-pandemie, niet alleen de Chinese economie gestagneerd, maar is er ook een chronische achterstand blootgelegd die de minder aangename geur van onderontwikkeling en verval afgeeft.

Het perspectief van de IKS uit 1989 dat het wereldkapitalisme een laatste fase van innerlijke ontbinding was ingegaan, gebaseerd op de marxistische methode om de onderliggende mondiale, lange termijn trends te analyseren, in plaats van het najagen van tijdelijke nieuwigheden of het vasthouden aan versleten formules, is treffend bevestigd.

De huidige gezondheidscatastrofe toont vooral een toenemend verlies aan controle over het systeem door de kapitalistische klasse en een toenemend verlies aan perspectief voor de mensheid als geheel. Het toenemende verlies aan beheersing van de middelen, die de bourgeoisie tot nu toe heeft ontwikkeld om de gevolgen van de historische achteruitgang van haar productiewijze in te dammen en te kanaliseren, is tastbaarder geworden.

Bovendien toont de huidige situatie aan hoezeer de kapitalistische klasse niet alleen minder in staat is om een groeiende maatschappelijke chaos te voorkomen, maar ook steeds meer de ontbinding verergert die zij voorheen in toom hield.

Pandemie, verval, ontbinding

Om beter te begrijpen waarom de Covid-pandemie symbolisch is voor de kapitalistische periode van de ontbinding moeten we bestuderen hoe het komt dat ze in vorige tijden niet op dezelfde manier plaatsvond als vandaag.

Pandemieën zijn natuurlijk gekend binnen eerdere maatschappelijke formaties en hebben een verwoestend en versnellend effect gehad op het verval van voorgaande klassenmaatschappijen, zoals de Pest van Justinianus aan het einde van de oude slavenmaatschappij of de Zwarte Dood aan het einde van de feodale lijfeigenschap. Maar het verval van de feodale maatschappij kende geen periode van ontbinding omdat een nieuwe productiewijze (het kapitalisme) al vorm kreeg binnen en naast de oude productiewijze. De verwoesting van de pest versnelde zelfs de vroege ontwikkeling van de bourgeoisie.

Het verval van het kapitalisme, het meest dynamische systeem van uitbuiting van de arbeid in de geschiedenis, omvat noodzakelijkerwijs de hele maatschappij en voorkomt dat er een nieuwe vorm van productie in de maatschappij ontstaat. Daarom is het kapitalisme, bij afwezigheid van een koers naar de wereldoorlogen en van een heropleving van het proletarische alternatief, een periode van ‘super-verval’ ingegaan, zoals de Stellingen over de ontbinding van de IKS het verwoorden.[4]

De huidige pandemie zal dus niet wijken voor enig herstel van de productiekrachten van de mensheid binnen de bestaande maatschappij, maar dwingt ons in plaats daarvan een glimp op te vangen van de onvermijdelijkheid van de ineenstorting van de menselijke maatschappij als geheel, tenzij het wereldkapitalisme in zijn geheel omver wordt geworpen. De toevlucht tot de middeleeuwse quarantainemethoden als antwoord op Covid, wanneer terwijl het kapitalisme de wetenschappelijke, technologische en maatschappelijke middelen heeft ontwikkeld om de uitbarsting van de plagen te begrijpen, te voorkomen en in te dammen (maar niet in staat is ze in te zetten), getuigt van de impasse van een maatschappij die wegrot en steeds minder in staat is om de productiekrachten te benutten, die het in gang heeft gezet.

De geschiedenis van de maatschappelijke impact van besmettelijke ziekten in het leven van het kapitalisme geeft ons een verder inzicht in het onderscheid dat moet worden gemaakt tussen het verval van een systeem, dat begon in 1914, en de specifieke fase van ontbinding binnen de periode van verval. De opkomst van het kapitalisme en zelfs de geschiedenis van het grootste deel van zijn verval tonen in feite een groeiende beheersing van de medische wetenschap en de volksgezondheid over infectieziekten, vooral in de geavanceerde landen. De bevordering van de openbare hygiëne en sanitaire voorzieningen, de uitroeiing van de pokken en de polio en de terugdringing van malaria bijvoorbeeld, is het bewijs van deze vooruitgang. Uiteindelijk, na de Tweede Wereldoorlog, werden niet-overdraagbare ziekten de belangrijkste oorzaken van een vroegti jdige dood in het industriële hart van het kapitalisme. We moeten ons niet wijsmaken dat deze verbetering van de slagkracht van de epidemiologie het gevolg was van de door de bourgeoisie voorgewende humanitaire bezorgdheid. Het belangrijkste doel was het creëren van een stabiel klimaat voor de intensivering van de uitbuiting die de permanente crisis van het kapitalisme wordt vereist, en vooral voor de voorbereiding en uiteindelijke mobilisatie van de bevolkingen voor de militaire belangen van de imperialistische blokken.

Vanaf de jaren 1980 begon de positieve trend tegen infectieziekten te keren. Er ontstonden nieuwe, of evoluerende ziekteverwekkers zoals HIV, Zikah, Ebola, SARS, MERS, Nipah, N5N1, Dengue-koorts, enzovoort. De overwonnen ziekten werden steeds resistenter tegen medicijnen. Deze ontwikkeling, meer bepaald van zoönotische (van mens op dier overdraagbare) virussen, houdt verband met de ongecontroleerde stedelijke groei in de perifere regio’s van het kapitalisme – met name van de massale sloppenwijken die verantwoordelijk zijn voor 40% van deze groei – en met de ontbossing en de ontluikende klimaatverandering. Hoewel de epidemiologie deze virussen heeft kunnen begrijpen en volgen, heeft de uitvoering van passende maatregelen door de staat geen gelijke tred gehouden met de dreiging. De ontoereikende en chaotische reactie van de bourgeoisie op Covid-19 is een treffende bevestiging van de toenemende nalatigheid van de kapitalistische staat ten aanzien van de heropleving van besmettelijke ziekten en van de volksgezondheid, en dus van een veronachtzaming van het belang van maatschappelijke bescherming op het meest elementaire niveau. Deze ontwikkeling van de groeiende maatschappelijke onbekwaamheid van de burgerlijke staat hangt samen met tientallen jaren van bezuinigingen op de uitgaven voor de sociale voorzieningen, met name in de gezondheidsdiensten. Maar de toenemende veronachtzaming van de volksgezondheid kan alleen volledig worden verklaard in het kader van het verval, die onverantwoorde kortetermijnoplossingen van grote delen van de heersende klasse in de hand werkt.

De conclusies die kunnen worden getrokken uit deze ommekeer in het proces van bestrijding van infectieziektes in de afgelopen decennia, zijn onontkoombaar: het is een illustratie van de overgang van het kapitalisme in verval naar een laatste fase van ontbinding.

Natuurlijk is de verergering van de permanente economische crisis van het kapitalisme de hoofdoorzaak van deze overgang, een crisis die alle periodes van zijn verval gemeen hebben. Maar het is het beheer – of liever gezegd het toenemende wanbeheer – van de gevolgen van deze crisis die is veranderd en die een belangrijk onderdeel vormt van de huidige en toekomstige rampen die kenmerkend zijn voor de specifieke fase van ontbinding.

De verklaringen die geen rekening houden met deze transformatie, zoals bijvoorbeeld die van de International Communistist Tendency, blijven steken in de dooddoener dat het winstbejag de schuld is van de pandemie. Voor hen blijven de specifieke omstandigheden, het tijdstip en de omvang van de ramp een mysterie.

De reactie van de bourgeoisie op de pandemie kan ook niet worden verklaard door een terugkeer naar het schema van de Koude Oorlog, alsof de imperialistische mogendheden het Covid-virus voor imperialistische militaire doeleinden hebben ‘bewapend’ en de massale quarantaines in dit opzicht een mobilisatie van de bevolking zijn. Deze verklaring vergeet dat de belangrijkste imperialistische mogendheden niet langer georganiseerd zijn in rivaliserende imperialistische blokken en hun handen niet vrij hebben om de bevolking achter hun oorlogsdoelen te mobiliseren. Dit laatste punt staat centraal in de patstelling tussen de twee belangrijkste klassen, die aan de basis ligt van de periode van ontbinding.

Over het algemeen zijn het niet virussen maar vaccins die de militaire ambities van het imperialistische blok ten goede komen.[5] De bourgeoisie heeft in dit opzicht lessengetrokken uit de Spaanse griep van 1918. Ongecontroleerde infecties zijn een enorme handicap voor het leger, zoals de demobilisatie door Covid-19 van verschillende Amerikaanse vliegdekschepen en een Frans vliegdekschip heeft aangetoond. Daarentegen is het onder strikte controle houden van dodelijke ziekteverwekkers altijd een voorwaarde geweest voor het vermogen van elke imperialistische mogendheid tot biologische oorlogvoering.

Dat wil niet zeggen dat de imperialistische mogendheden de gezondheidscrisis niet hebben gebruikt om hun belangen verder te behartigen ten koste van hun rivalen. Maar deze inspanningen hebben over het geheel genomen laten zien dat het vacuüm van het imperialistische wereldleiderschap toeneemt, dat de Verenigde Staten hebben achtergelaten, zonder dat enige andere macht, waaronder China, in staat is om deze rol op zich te nemen of in staat is om een alternatieve pool van hergroepering te creëren. De chaos op het niveau van de imperialistische conflicten wordt bevestigd door de Covid-ramp.

De massale quarantaine door de imperialistische staten gaat vandaag de dag zeker gepaard met een grotere aanwezigheid van het leger in het dagelijks leven en het gebruik van oorlogzuchtige aansporingen door de staten. Maar deze demobilisatie van de bevolking wordt voor een groot deel ingegeven door de angst van de staat voor de dreiging van maatschappelijke wanorde in een periode waarin de arbeidersklasse weliswaar rustig is, maar nog steeds niet verslagen.

De fundamentele neiging tot zelfvernietiging, die het gemeenschappelijke kenmerk is van alle perioden van het kapitalisme in verval, heeft zijn dominante vorm in de periode van ontbinding veranderd van de wereldoorlog in een mondiale chaos die de dreiging van het kapitalisme voor de maatschappij en de mensheid in zijn geheel alleen maar groter maakt.

De pandemie en de staat

Het verlies van controle door de bourgeoisie, die de pandemie kenmerkt,wordt verzacht door de staat. Wat onthult deze ramp over het staatskapitalisme in de periode van ontbinding?

Om deze vraag te helpen begrijpen, herinneren we aan de observatie van de brochure van de IKS Het Verval van het Kapitalisme over de ‘omverwerping van de bovenbouw’ dat de groeiende rol van de staat in de maatschappij een kenmerk is van het verval van alle productiewijzen. De ontwikkeling van het staatskapitalisme is de extreme uitdrukking van dit algemene historische fenomeen.

Zoals de GCF[6] in haar persorgaan Internationalisme benadrukte in 1952 is het staatskapitalisme geen oplossing voor de tegenstellingen van het kapitalisme; ook al kan het de gevolgen ervan uitstellen, het is er een uitdrukking van. Het vermogen van de staat om een maatschappij in verval bij elkaar te houden, hoe ingrijpend dat verval ook wordt, is dus voorbestemd om in de loop van de tijd te verzwakken, en uiteindelijk een factor te worden in de verergering van de tegenstellingen die hij probeert in te dammen. De ontbinding van het kapitalisme is de periode waarin een groeiend verlies van controle door de heersende klasse en haar staat de dominante trend van de maatschappelijke ontwikkeling wordt: een evolutie die Covid op een zo dramatische wijze aan het licht brengt.

Het zou echter verkeerd zijn om te denken dat dit verlies aan controle zich op alle niveaus van het staatsoptreden op gelijke wijze zou ontwikkelen, of dat het alle landen in gelijke mate zou treffen, of slechts een kortetermijnverschijnsel zou zijn.

Op internationaal niveau

Met de ineenstorting van het Oostblok en de daaruit voortvloeiende overbodigheid van het Westblok hebben militaire structuren zoals de NAVO de neiging om hun samenhang te verliezen, zoals de ervaringen van de Balkan- en Golfoorlog hebben aangetoond. De ontwrichting op militair en strategisch niveau is onvermijdelijk gepaard gegaan met het verlies van de macht – aan verschillende snelheden – van alle internationale agentschappen die na de Tweede Wereldoorlog onder toezicht van het Amerikaanse imperialisme zijn opgericht, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie en de UNESCO op maatschappelijk vlak, de EU (in haar vroegere gedaante de EEG), de Wereldbank, het IMF, de Wereldhandelsorganisatie op economisch niveau. Deze agentschappen waren bedoeld om de stabiliteit en de ‘soft power’ van het Westerse blok onder leiding van de VS te handhaven.

Het proces van ontbinding en verzwakking van deze internationale organisaties is met name versterkt met de verkiezing van de Amerikaanse president Trump in 2016.

De relatieve machteloosheid van de WHO tijdens de pandemie is in dit opzicht veelzeggend en hangt samen met het feit dat elke staat zijn eigen troeven op een chaotische manier uitspeelt, met de dodelijke resultaten die we nu kennen. De ‘oorlog om de maskers’ en nu de ‘oorlog om de vaccins’, de voorgestelde terugtrekking van de VS uit de WHO, de poging van China om deze instelling te manipuleren in zijn eigen voordeel, behoeven nauwelijks commentaar.

De machteloosheid van de internationale organen en de daaruit voortvloeiende ‘ieder voor zich’ onder de concurrerende natiestaten heeft ertoe bijgedragen dat de dreiging vanwege de ziekte een wereldwijde ramp is geworden.

Op het niveau van de wereldeconomie hebben de nationale bourgeoisieën echter – ondanks de versnelling van de handelsoorlog en de tendensen tot regionalisering – nog steeds essentiële maatregelen kunnen coördineren, zoals de actie van de Federal Reserve Bank in maart, bij het begin van de economische teruggang, om de liquiditeit van de dollar in de hele wereld te behouden. Duitsland heeft na een aanvankelijke terughoudendheid besloten om met Frankrijk te proberen een economisch reddingspakket voor de Europese Unie als geheel te coördineren.

Hoewel de internationale bourgeoisie nog steeds in staat is een volledige ineenstorting van belangrijke delen van de wereldeconomie te voorkomen, is zij er niet in geslaagd de enorme schade op lange termijn voor de economische groei en de wereldhandel te voorkomen welke wordt veroorzaakt door de stopzetting van de noodzakelijke economische activiteit als gevolg van de late, heterogene en soms tegenstrijdige reactie op Covid-19. In vergelijking met de reactie van de G7 op de financiële crisis van 2008 laat de huidige situatie zien dat het vermogen tot gecoördineerde actie van de bourgeoisie om de economische crisis te vertragen op lange termijn afgesleten is.

Natuurlijk is de tendens naar ‘ieder voor zich’ altijd een kenmerk geweest van het competitieve karakter van het kapitalisme en de verdeling ervan in natiestaten. Maar het is veeleer de afwezigheid van imperialistische blokdiscipline en -perspectief die de heropleving van deze tendens in een periode van impasse en economische achteruitgang heeft gestimuleerd. Terwijl voordien een zekere mate van internationale samenwerking werd behouden, onthult Covid-19 haar toenemende afwezigheid.

Op nationaal niveau

In punt tien van De stellingen over de ontbinding stellen we vast dat het verdwijnen van het perspectief van de wereldoorlog de rivaliteit tussen de klieken binnen elke natiestaat en tussen de staten onderling verergert. De ontwrichting en gebrek aan voorbereiding met betrekking tot Covid-19 op internationaal vlak is in meer of mindere mate overgenomen in elke natiestaat, met name op het uitvoerende niveau:

“Eén van de belangrijkste kenmerken van de ontbinding van de kapitalistische maatschappij is het probleem van de bourgeoisie om de ontwikkeling van de politieke situatie onder controle te houden.”(Stelling 9 van de Stellingen over de ontbinding)

Dit was een belangrijke factor in de ineenstorting van het Oostblok, die nog werd verergerd door het afwijkende karakter van het Stalinistische regime (een enkele partijstaat die de heersende klasse zelf definieerde). Maar de onderliggende oorzaken van de conflicten in de uitvoerende macht van de hele bourgeoisie – chronische economische crisis, verlies van strategisch perspectief en fiasco's in de buitenlandse politiek, ontevredenheid van de bevolking – treft nu de geavanceerde kapitalistische landen, wat tijdens de huidige crisis nergens duidelijker tot uiting komt dan in grote landen waar populistische of door populisten beïnvloede regeringen aan de macht zijn gekomen, bovenal de regeringen onder leiding van Donald Trump en Boris Johnson. De conflicten in deze grote staten galmen onvermijdelijk na in de andere staten, die voorlopig nog een rationelere politiek hebben gevoerd.

Voorheen waren deze twee landen een symbool van de relatieve stabiliteit en de overtuigingskracht van het wereldkapitalisme; het jammerlijke optreden van hun bourgeoisie toont vandaag de dag aan dat ze in plaats daarvan bakens van irrationaliteit en wanorde zijn geworden.

Zowel de Amerikaanse regering als de Britse regering hebben, onder leiding van nationalistische grootspraak, hun reacties op het onheil van Covid opzettelijk genegeerd en uitgesteld, en hebben zelfs een zekere minachting voor het gevaar aangemoedigd onder de bevolking; ze hebben het advies van de wetenschappelijke autoriteiten ondermijnd en de economie de economie weer opgestart terwijl het virus nog steeds woedt. Beide regeringen hebben aan de vooravond van de Covid-crisis de ‘task forces’ voor pandemieën geschrapt.

Beide regeringen vernielen op verschillende manieren opzettelijk de gevestigde procedures van de democratische staat en creëren onenigheid tussen de onderdelen van de staat, zoals Trump's afschaffing van het militaire protocol in zijn reactie op de Black Lives Matter-protesten en frauduleuze manipulaties van de rechterlijke macht, of de huidige ontwrichting van de gehele structuur van de overheidsdiensten door Johnson.

Het is waar dat, in een periode van ‘ieder voor zich’, iedere natiestaat onvermijdelijk zijn eigen weg heeft gevolgd. Maar de staten die meer intelligentie hebben getoond dan andere, worden ook geconfronteerd met groeiende verdeeldheid en verlies van controle.

Het populisme bewijst het idee van de Stellingen over de ontbinding, dat het seniele kapitalisme terugkeert naar een ‘tweede jeugd’. De ideologie van het populisme pretendeert dat het systeem kan terugkeren naar een jeugdige periode van kapitalistische dynamiek en minder bureaucratie, eenvoudigweg aan de hand van demagogische frasen en ontwrichtende initiatieven. Maar in werkelijkheid put het kapitalisme in zijn ontbindingsfase alle lapmiddelen uit.

Terwijl het populisme een beroep doet op de xenofobe en kleinburgerlijke illusies van een ontevreden bevolking, die tijdelijk gedesoriënteerd is door de afwezigheid van een proletarische heropleving, blijkt uit de huidige gezondheidscrisis dat het programma van het populisme – of het anti-programma – zich heeft ontwikkeld binnen de bourgeoisie en de staat zelf.

Het is geen toeval dat de VS en het Verenigd Koninkrijk, van de meer ontwikkelde landen, het grootste aantal slachtoffers van de pandemie hebben.

We mogen echter niet vergeten dat de economische agentschappen van de staat in de meeste ontwikkelde landen daarentegen stabiel zijn gebleven en snel noodmaatregelen hebben genomen om te voorkomen dat hun economie in een vrije val terechtkomt en ervoor te zorgen dat het effect van de massale werkloosheid op de bevolking wordt vertraagd.

Als gevolg van het optreden van de centrale banken zien we immers dat de staat zijn rol in de economie sterk vergroot. Bijvoorbeeld:

“Morgan Stanley [de investeringsbank] merkt op dat de centrale banken van de G4-landen VS, Japan, Europa en het Verenigd Koninkrijk hun balansen collectief zullen uitbreiden met 28% van het Bruto Binnenlands Product over deze cyclus. Het overeenkomstige percentage tijdens de financiële crisis van 2008 was 7%.” (The Financial Times, 27 juni 2020)

Het toekomstbeeld van de ontwikkeling van het staatskapitalisme is echter een teken dat het vermogen van de staat afneemt om de crisis en de afbraak van het kapitalisme in te dammen.

Het toenemende gewicht van de interventie van de staat in elk aspect van het maatschappelijke leven als geheel is geen oplossing voor de toenemende ontbinding van dit maatschappelijke leven.

We mogen niet vergeten dat er binnen deze staten een sterke weerstand bestaat, door de traditionele liberale of sociaaldemocratische partijen of belangrijke delen daarvan, tegen het vandalisme van het populisme. In deze landen vormt deze sector van de staatsbourgeoisie een energieke oppositie, met name via de media, die niet alleen de populistische dwaasheid belachelijk kan maken, maar de bevolking ook de hoop kan bieden op een terugkeer naar de democratische orde en rationaliteit, ook al is er nu geen echte mogelijkheid meer om de doos van de populistische Pandora te sluiten.

En we kunnen er zeker van zijn dat de bourgeoisie in deze landen het proletariaat geenszins is vergeten en dat ze te zijner tijd al haar gespecialiseerde agentschappen zal kunnen inzetten.

Het ‘boemerangeffect’ dat wordt ervaren in de periode van de ontbinding

Het Rapport over de Ontbinding van 2017 benadrukt het feit dat, in de eerste decennia na het ontstaan van de economische crisis aan het einde van de jaren 1960, de rijkste landen de gevolgen van de crisis naar de periferie van het systeem hebben geduwd, terwijl in de periode van ontbinding de tegenovergestelde tendens bestaat, namelijk om naar de industriële harten van het kapitalisme terug te keren – zoals de verspreiding van het terrorisme, de massale toestroom van vluchtelingen en migranten, de massale werkloosheid, de vernietiging van de leefomgeving en nu de dodelijke epidemieën in Europa en Amerika. De huidige situatie, waarin het sterkste kapitalistische land ter wereld het meest te lijden heeft gehad onder de pandemie, is een bevestiging van deze ontwikkeling.

In het Rapport wordt dat ook met een vooruitziende blik opgemerkt:

“We hebben daarentegen gedacht dat de ontbinding geen reële impact zou hebben op de ontwikkeling van de crisis van het kapitalisme. Als de huidige opkomst van het populisme leidt tot het aan de macht komen van deze stroming in een aantal van de grote Europese landen, zouden we een dergelijk effect van de ontbinding kunnen zien ontstaan.”

Een van de belangrijkste aspecten van de huidige rampspoed is dat de ontbinding van de economie inderdaad op een verwoestende manier is teruggekeerd. En deze ervaring heeft het animo van het populisme voor verdere economische chaos niet verminderd, zoals blijkt uit de voortdurende economische oorlog van de VS tegen China, of de vastberadenheid van de Britse regering om de suïcidale en destructieve koers van Brexit voort te zetten.

De afbraak van de bovenbouw neemt zijn ‘wraak’ op de economische fundamenten van het kapitalisme, die er de oorzaak van waren.

“Als de economie trilt, komt de hele bovenbouw die er op steunt in crisis en ontbinding terecht. De manifestaties van deze ontbinding zijn de kenmerkende elementen van het verval van een systeem.”[7]

16.7.2020

 

[1] Heden ten dage, 9 oktober 2020.

[2] Dit probleem van de perceptie werd opgemerkt in het rapport over de ontbinding van het 22ste IKS-Congres in 2017, International Review nr. 163.

[3] Deze langdurige economische crisis, die meer dan vijf decennia heeft geduurd, ontstond aan het einde van de jaren 1960 na twee decennia van naoorlogse welvaart in de ontwikkelde landen.

[5] De antibiotische eigenschappen van penicilline werden ontdekt in 1928. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het medicijn massaal geproduceerd door de VS en werden 2,3 miljoen doses bereid voor de D-Day landingen van juni 1944.

[6] Gauche Communiste de France - voorloper van de IKS.

[7] IKS, The decadence of capitalism, Crisis and Decadence, 1. The rise and fall of class societies,  The overturning of the superstructures.

Historische gebeurtenissen: 

Aktiviteiten van de IKS: 

Theoretische vraagstukken: 

Recent en lopend: 

Rubric: 

Coronacrisis