Turkse invasie in Noord-Syrië: de cynische barbaarsheid van de heersende klasse

Printvriendelijke versie

Het telefoontje van Trump naar Erdogan op 6 oktober leek het ‘groene licht’ te geven voor een grote Turkse invasie in Noord-Syrië en een brute saneringsoperatie tegen de Koerdische troepen die het gebied tot nu toe met Amerikaanse steun hebben gecontroleerd. Het veroorzaakte een storm van verontwaardiging, zowel onder de NAVO-‘bondgenoten’ van de VS in Europa als in grote delen van het militaire en politieke establishment in Washington, met name bij Trump's eigen voormalige minister van Defensie ‘Mad Dog’ Mattis. De belangrijkste kritiek, de afdanking van de Koerden door Trump, is dat het alle geloofwaardigheid in de VS ondermijnt als een bondgenoot waarop je kunt vertrouwen: kortom, het is een ramp op diplomatiek vlak. Maar er is ook de bezorgdheid dat de terugtrekking van de Koerden zal leiden tot een heropleving van de strijdkrachten van IS wier opsluiting bijna uitsluitend het werk was van de Koerdische strijdkrachten, ondersteund door de Amerikaanse luchtmacht. De Koerden hebben duizenden IS-gevangenen opgesloten, waarvan meer dan honderd al uit de gevangenis zijn ontsnapt.

Binnen de bourgeoisie van de VS heeft de actie van Trump de alarmbellen doen afgaan, en is de bezorgdheid fors toegenomen dat de onvoorspelbare en eigenwijze stijl van het presidentschap een reëel gevaar vormt voor de VS en zelfs dat hij onder druk van het ambt en vooral van de huidige impeachment, die tegen hem is gestart, zijn nog geringe mentale stabiliteit zal verliezen.

Zeker, zijn gedrag wordt steeds bizarder en hij laat niet alleen zien onwetend te zijn (de Koerden steunden ons niet bij de invasie in Normandië...), maar ook een reguliere gangster (zijn brief aan Erdogan, waarin hij hem waarschuwde geen dwaas of een stoere vent te zijn, die de Turkse leider prompt in de prullenbak gooide, zijn bedreigingen om de Turkse economie te vernietigen ...). Hij regeert via tweet, neemt impulsieve beslissingen, negeert het advies van zijn personeel en moet het volgende ogenblik zijn woorden terugnemen - getuige de brief en de overhaaste reis van Pence en Pompeo naar Ankara om een wapenstilstand in Noord-Syrië in elkaar te knutselen.

Maar laten we niet te veel stilstaan bij het karakter van Trump. In de eerste plaats is hij slechts een uitdrukking van de voortschrijdende ontbinding van zijn klasse, een proces dat overal aanleiding geeft tot ‘sterke mannen’ die de laagste gevoelens oproepen en zich verheugen in hun veronachtzaming van de waarheid en de traditionele regels van het politieke spel; van Duterte tot Orban en van Modi tot Boris Johnson. En zelfs als hij in zijn omgang met Erdogan te hard van stapel liep, was de politiek van terugtrekking van de troepen uit het Midden-Oosten geen uitvinding van Trump, maar gaat deze terug tot de regering Obama die het totale falen erkende van de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten sinds het begin van de jaren 1990 en de noodzaak om een 'spil' te creëren in het Verre Oosten teneinde de groeiende dreiging van het Chinese imperialisme tegen te gaan.

De laatste keer dat de VS groen licht gaven in het Midden-Oosten was in 1990, toen de Amerikaanse ambassadeur April Glaspie liet weten dat de VS niet zouden ingrijpen als Saddam Hussein Koeweit binnen zou vallen. Het was een goed opgezette valkuil, met het idee om een ​​massale Amerikaanse operatie in het gebied uit te voeren en hun westerse partners te dwingen zich aan te sluiten bij een grote kruistocht. Dit was een moment waarop het westerse blok, na de ineenstorting van het Russische blok in 1989, al begon uiteen te vallen en de VS, als de enige overgebleven supermacht, hun autoriteit moesten laten gelden door een spectaculaire demonstratie van geweld.

Geleid door een bijna messiaanse ‘neo-conservatieve’-ideologie, werd de eerste Golfoorlog gevolgd door andere Amerikaanse militaire avonturen, in Afghanistan in 2001 en Irak in 2003. Maar de afnemende steun van zijn voormalige bondgenoten aan deze operaties, en vooral door de extreme chaos die ze in het Midden-Oosten hebben veroorzaakt, waarbij Amerikaanse troepen verstrikt raakten in niet te winnen conflicten met lokale opstandelingen, heeft de sterke achteruitgang aangetoond van het vermogen van de VS om de wereld te controleren. In die zin schuilt er een logica achter de impulsieve acties van Trump, ondersteund door aanzienlijke delen van de Amerikaanse bourgeoisie. Het VS-imperialisme heeft erkend dat het niet over het Midden-Oosten kan regeren door grondtroepen in te zetten of zelfs niet door zijn eigen luchtmacht.

In de verdediging van zijn belangen door middel van militaire actie zal het steeds meer vertrouwen op zijn meest betrouwbare bondgenoten in de regio - Israël en Saoedi-Arabië -, en zich met name richten tegen de toenemende macht van Iran (en, op de langere termijn, tegen de potentiële aanwezigheid van China als een serieuze mededinger in de regio).

Het ‘verraad’ van de Koerden

Het staakt-het-vuren, onderhandeld door Pence en Pompeo - waarvan Trump beweert dat het ‘miljoenen levens’ zal redden - verandert in wezen niets aan de politiek die de Koerden in de steek laat. Het is alleen bedoeld om Koerdische troepen de gelegenheid te geven zich terug te trekken terwijl het Turkse leger zijn controle over Noord-Syrië bevestigt. En het moet gezegd worden dat dit soort ‘verraad’ niets nieuws is. In 1991, in de oorlog tegen Saddam Hoessein, moedigden de VS onder Bush Sr. de Koerden van Noord-Irak aan om in opstand te komen tegen het regime van Saddam - en lieten ze Saddam vervolgens aan de macht, die én bereid én in staat was om de Koerdische opstand met de uiterste wreedheid te verpletteren. Iran heeft ook geprobeerd de Koerden van Irak tegen Saddam te gebruiken. Maar alle machten in de regio, en de wereldmachten die erachter staan, hebben zich consequent verzet tegen de vorming van een verenigde Koerdische staat, wat zou betekenen dat de bestaande nationale ordening in het Midden-Oosten werd doorbroken.

De gewapende Koerdische strijdkrachten hebben ondertussen nooit geaarzeld om zichzelf aan de hoogste bieder te verkopen. Dit gebeurt voor onze ogen: de Koerdische militie wendde zich onmiddellijk tot Rusland en het Assad-regime om hen te beschermen tegen de Turkse invasie.

Bovendien was dit het lot van iedere ‘nationale bevrijdingsstrijd’, op zijn minst sinds de Eerste Wereldoorlog: ze konden alleen opbloeien onder de vleugels van één of andere imperialistische macht. Deze grimmige noodzaak geldt in het bijzonder voor het Midden-Oosten: de Palestijnse nationale beweging zocht de steun van Duitsland en Italië in de jaren 1930 en 1940, van Rusland tijdens de Koude Oorlog, en van verschillende regionale machten in de wereldwanorde die werden ontketend door de ineenstorting van het systeem van de blokken.

Ondertussen behoeft de Zionistische afhankelijkheid van de steun van de imperialistische grootmachten (voornamelijk, maar niet alleen, van de VS) niet te worden aangetoond, ze vormt geen uitzondering op de algemene regel. Nationale bevrijdingsbewegingen kunnen gebruik maken van vele ideologische uithangborden - stalinisme, islamisme, zelfs, zoals in het geval van de Koerdische troepen in Rojava, een soort anarchisme - maar ze kunnen de uitgebuite en onderdrukten alleen maar gevangen houden in de eindeloze oorlogen van het kapitalisme in zijn tijdvak van imperialistisch verval. [1]

Een perspectief van imperialistische chaos en menselijke ellende

De meest voor de hand liggende profiteur van de terugtrekking van de VS uit het Midden-Oosten was Rusland. In de jaren 1970 en 1980 was de USSR gedwongen af ​​te zien van het merendeel van zijn posities in het Midden-Oosten, met name van zijn invloed in Egypte en zijn pogingen om Afghanistan te controleren. De laatste buitenpost, en een cruciale toegangspoort tot de Middellandse Zee, waren Syrië en het Assad-regime, dat dreigde in te storten door de oorlog die het land na 2011 overspoelde en door de eisen van de ‘democratische’ rebellen, maar vooral door de Islamitische Staat. De massale interventie van Rusland in Syrië heeft het Assad-regime gered en de controle over het grootste deel van het land hersteld, maar het valt te betwijfelen of dit mogelijk zou zijn geweest als de VS, die na Afghanistan en Irak wanhopig probeerden te voorkomen niet vast te komen zitten in een ander moeras, het land niet effectief aan de Russen hadden afgestaan. Dit heeft verdeeldheid gezaaid binnen de Amerikaanse bourgeoisie, binnen enkele van de meer gevestigde facties in het militaire apparaat, die nog steeds grote achterdocht koesteren ten opzichte van alles wat de Russen zouden kunnen doen, terwijl Trump en de mensen achter hem Poetin beschouwen als een man om zaken mee te doen en vooral een mogelijk bolwerk tegen de schijnbaar onverbiddelijke opkomst van China.

Een deel van de opkomst van Rusland naar zo'n leidinggevende positie in Syrië is toe te schrijven aan de ontwikkeling van een nieuwe relatie met Turkije, dat zich geleidelijk van de VS distantieert, niet in de laatste plaats vanwege de steun van de laatsten aan de Koerden in hun operatie tegen IS in het noorden van Syrië. Maar de Koerdische kwestie veroorzaakt meteen al problemen voor de Russisch-Turkse toenadering: aangezien een deel van de Koerdische troepen zich voor bescherming nu tot Assad en de Russen wenden, en terwijl het Syrische en Russische leger binnentrekken om de gebieden te bezetten die eerder door de Koerdische strijders werden gecontroleerd, bestaat er een groot risico op een confrontatie tussen Turkije enerzijds en Syrië en zijn Russische achterban anderzijds. Voorlopig lijkt dit gevaar te zijn afgewend door de overeenkomst van 22 oktober tussen Erdogan en Poetin in Sochi. De overeenkomst geeft Turkije controle over een bufferzone in Noord-Syrië ten koste van de Koerden, en bevestigt tegelijkertijd de rol van Rusland als de belangrijkste machtsfactor in de regio. Of deze regeling de langdurige tegenstellingen tussen Turkije en het Syrië van Assad zal overwinnen valt nog te bezien. De oorlog van allen tegen allen, een essentiele eigenschap van het imperialistische conflict sinds de ondergang van het systeem van de blokken, wordt nergens duidelijker geïllustreerd dan in Syrië.

Op dit moment kan het Turkije van Erdogan zichzelf ook feliciteren met zijn snelle militaire vooruitgang in Noord-Syrië en het opruimen van de Koerdische ‘terroristische nesten’. Op binnenlands vlak is de invasie voor Erdogan ook gekomen als een geschenk uit de hemel: na een aantal ernstige tegenslagen voor zijn AKP-partij bij verkiezingen van het afgelopen jaar, heeft de golf van nationalistische hysterie die door het militaire avontuur werd aangewakkerd een splitsing teweeg gebracht binnen de oppositie, die bestaat uit Turkse ‘democraten’ en de Koerdische HDP.

Voorlopig kan Erdogan terugvallen op de droom van een nieuw Ottomaans rijk; van een Turkije dat hersteld is in zijn oude glorie als wereldspeler voordat hij aan het begin van de 20e eeuw de ‘zieke man van Europa’ werd. Maar een situatie binnengaan die al heel erg chaotisch is, kan op de lange termijn gemakkelijk een gevaarlijke valstrik zijn voor de Turken. En bovenal zal deze nieuwe escalatie van het Syrische conflict aanzienlijk bijdragen aan de toch al gigantische menselijke offers. Meer dan 100.000 burgers zijn al ontheemd, waardoor de Syrische nachtmerrie van de binnenlandse vluchtelingen nog sterk toeneemt. Een tweede doel van de invasie is dan ook om ongeveer 3 miljoen Syrische vluchtelingen te dumpen, die momenteel in barre omstandigheden leven in Turkse kampen in het noorden van Syrië, grotendeels ten koste van de lokale Koerdische bevolking.

Het ongegronde cynisme van de heersende klasse wordt niet alleen onthuld in de massaslachtingen veroorzaakt door haar vliegtuigen, artillerie en terroristische bommenregen op de burgerbevolking van Syrië, Irak, Afghanistan of de Gazastrook, maar ook door de manier waarop ze mensen gebruikt die gedwongen zijn om weg te vluchten van de slagvelden.

De EU, dat toonbeeld van democratische deugdzaamheid, heeft Erdogan al een aantal jaren het vertrouwen gegeven om op te treden als gevangenisbewaker voor de Syrische vluchtelingen die onder zijn ‘bescherming’ staan, zodat zij zich niet kunnen voegen bij de stromen vluchtelingen die op weg zijn naar Europa. Nu ziet Erdogan een oplossing voor deze last via de etnische zuivering van Noord-Syrië en dreigt hij - als de EU zijn acties bekritiseert - een nieuwe stroom vluchtelingen naar Europa te laten gaan.

Mensen zijn alleen nuttig voor het kapitaal als ze kunnen worden uitgebuit of gebruikt als kanonnenvoer. En de openlijke barbaarsheid van de oorlog in Syrië is slechts een voorproefje van wat het kapitalisme voor de hele mensheid in petto heeft als het in staat wordt gesteld door te gaan. Maar de belangrijkste slachtoffers van dit systeem, al diegenen die het uitbuit en onderdrukt, zijn geen passieve objecten, en in het afgelopen jaar hebben we een glimp opgevangen van de mogelijkheid van massale reacties tegen armoede en de corruptie van de heersende klasse in sociale opstanden in Jordanië, Iran, Irak en het meest recent in Libanon. Deze bewegingen zijn vaak erg verward, aangetast door nationalistische illusies en roepen om een duidelijke leiding van de arbeidersklasse die op haar eigen klassenterrein ageert. Maar dit is niet alleen een taak voor de arbeiders in het Midden-Oosten, maar voor de arbeiders van de wereld, en vooral voor de arbeiders van de oude kapitalistische centra waar de zelfstandige politieke traditie van het proletariaat is ontstaan en het diepst geworteld is.

Amos / 23.10.2019

[1] Zie voor een analyse van de geschiedenis van het Koerdisch nationalisme:
https://en.internationalism.org/icconline/201712/14574/kurdish-nationalism-another-pawn-imperialist-conflicts

 

Geografisch: 

Recent en lopend: 

Rubric: 

Internationale situatie