Vormde Mei 68 echt het einde van bijna een halve eeuw van contrarevolutie?

Printvriendelijke versie

Over onze openbare bijeenkomsten betreffende de vijftigste verjaardag van Mei 68

Ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van mei 1968 hield de IKS in een aantal landen en steden openbare bijeenkomsten. Over het algemeen herkenden de aanwezigen zich in grote lijnen in de voornaamste kenmerken van de beweging die we naar voren brachten:

  • Wat deze gebeurtenissen hun historisch karakter geeft, is het ontwaken van de klassestrijd die tot uitdrukking kwam in de meest massale arbeidersstaking die ooit heeft bestaan -10 miljoen stakende arbeiders - waarvan de ontwikkeling niets te danken had aan de actie van de vakbonden, maar wel aan een spontane uitbraak van de strijd louter op initiatief van de arbeiders zelf;
  • Deze arbeidersbeweging, die op geen enkele manier een nasleep was van een belangrijke agitatie onder de studenten die gelijktijdig plaatsgreep, werd mede ingegeven door de wrede repressie van de studenten door de politie, die een diepe verontwaardiging onder de arbeiders veroorzaakte;
  • Deze historische episode gaf aanleiding tot een ongekende ambiance, die alleen bestaat tijdens grote bewegingen van de arbeidersklasse: op straat, op universiteiten en in sommige bezette fabrieken kwamen de tongen los en werden deze haarden van intense politieke discussies;
  • In wezen was deze formidabele beweging het product van de eerste speldprikken van de opnieuw opduikende open economische crisis en het effect ervan op de arbeidersklasse, waarvan de jongere generaties zich bevrijdden van het verpletterende gewicht van de contrarevolutionaire periode;
  • Deze beweging maakte dus een einde aan een belangrijk obstakel voor de klassestrijd, de overweldigende greep van het stalinisme en van zijn syndicaal controleapparaat.

Het idee dat Mei 68 het signaal was geweest voor de ontwikkeling van een golf van internationale strijd verbaasde de deelnemers in het algemeen niet. Maar paradoxaal genoeg was het niet altijd hetzelfde voor deze andere idee dat Mei 68 het einde inluidde van de lange periode van contrarevolutie, die het gevolg was van de nederlaag van de eerste revolutionaire wereldgolf, en tegelijkertijd een nieuwe koers opende voor klassenconfrontaties tussen de bourgeoisie en het proletariaat. Met name een aantal kenmerken van de huidige periode, zoals de opkomst van het integrisme, de vermenigvuldiging van oorlogen over de ganse planeet, enz., neigden ertoe te worden geïnterpreteerd als tekenen van een contrarevolutionaire periode.

Volgens ons is dit een vergissing die zijn oorsprong vindt in een tweeledige moeilijkheid.

Aan de ene kant is er het gebrek aan kennis over de periode van de wereldwijde contrarevolutie, die begonnen was met de nederlaag van de eerste revolutionaire golf, en dus een moeilijkheid om echt te begrijpen wat zo'n periode betekent voor de arbeidersklasse en haar strijd, maar ook voor de mensheid omdat de barbaarsheid die inherent is aan het kapitalisme in crisis dan geen grenzen meer kent. Daarom hebben we er in dit artikel voor gekozen om deze periode in detail te beschrijven.

Aan de andere kant lijkt de periode die begon met mei 68 misschien meer vertrouwd voor de generaties die mei 68 - direct of indirect – hebben meegemaakt, maar het begrijpen van de onderliggende dynamiek is niet iets dat spontaan ontstaat. In het bijzonder kan het verduisterd worden door gebeurtenissen en situaties die, hoewel belangrijk, niet de doorslaggevende factoren vormen. Daarom zullen we ook op deze periode terugkomen door de fundamentele verschillen met de periode van contrarevolutie te benadrukken.

De geschiedenis van de klassenstrijd bestaat uit momenten van vooruitgang en van achteruitgang

Het fenomeen dat iedereen onmiddellijk heeft kunnen waarnemen, namelijk dat de mobilisatie van de arbeiders na een strijd de neiging heeft om terug te vallen en daarmee vaak ook de wil om te strijden, bestaat ook op een dieper niveau op het vlak van de geschiedenis. In feite is dit een bevestiging van wat Marx hierover in de 18e Brumaire van Louis Bonaparte had opgemerkt, namelijk dat de proletarische strijd afwisselend vooruitgang, vaak zeer levendig en verblindend (1848-49, 1864-71, 1917-23) en periodes van terugval (in 1850, 1872 en 1923) kent, die bovendien telkens weer hebben geleid tot de verdwijning of degeneratie van de politieke organisaties die de klasse zichzelf had gegeven tijdens de periode van de opkomende strijd (Bond van Kommunisten: opgericht in 1847, ontbonden in 1852; IAA - Internationale Arbeiders Associatie: opgericht in 1864, ontbonden in 1876; Kommunistische Internationale: opgericht in 1919, ontaard en dood in het midden van de jaren 1920; het leven van de Socialistische Internationale 1889-1914, heeft een min of meer gelijkaardige maar minder duidelijke koers gevolgd. ("De historische koers", Internationale Revue, Frans- , Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 18)

De nederlaag van de eerste wereldwijde revolutionaire golf van 1917-23 opende de langste, diepste en meest verschrikkelijke periode van contrarevolutie die het proletariaat ooit heeft meegemaakt waardoor de arbeidersklasse als geheel haar bakens was kwijtgeraakt, waardoor de weinige organisaties die trouw bleven aan de revolutie tot kleine minderheden werden gereduceerd. Maar het opende ook de deur naar een ontketening van barbaarsheid, die de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog zou overstijgen. Aan de andere kant is er een tegenovergestelde dynamiek, die zich sinds 1968 heeft ontwikkeld, en er is geen reden om aan te nemen dat deze nu uitgeput is, ondanks de grote moeilijkheden die het proletariaat sinds het begin van de jaren 1990 heeft ondervonden met de uitbreiding en de verdieping van de barbaarsheid op de planeet.

De periode 1924 - 1967: de diepste contrarevolutie ooit door de arbeidersklasse ondergaan

De uitdrukking “Het is middernacht in de eeuw”, de titel van een boek van Victor Serge [1], is perfect van toepassing op de realiteit van deze nachtmerrie die bijna een halve eeuw duurde.

Verschillende vreselijke slagen, toegebracht aan de wereldrevolutiegolf die in 1917 met de Russische revolutie werd geopend, vormen al de voorbode van de lange reeks van offensieven van de bourgeoisie tegen de arbeidersklasse en die de arbeidersbeweging in de diepte van de contrarevolutie zullen storten. Voor de bourgeoisie is het niet alleen een kwestie van het verslaan van de revolutie, maar ook van het slagen toebrengen aan de arbeidersklasse waarvan ze niet kan herstellen. Geconfronteerd met een wereldwijde revolutionaire golf die de kapitalistische wereldorde had bedreigd, wat inderdaad haar bewuste en openlijke doelstelling was [2], kon de bourgeoisie zich niet zomaar tevreden stellen met het terugdringen van het proletariaat. Ze moest er alles aan doen om ervoor te zorgen dat deze ervaring voor de toekomst een dergelijk beeld aan de proletariërs over de hele wereld zou nalaten dat, ze er nooit meer aan zou willen beginnen.

Bovenal moest zij proberen het idee van een kommunistische revolutie en de mogelijkheid om een maatschappij zonder oorlog, zonder klassen en zonder uitbuiting op te bouwen, voor altijd in diskrediet te brengen. Om dit te bereiken kon zij genieten van politieke omstandigheden die haar bijzonder gunstig waren: het verlies van het revolutionaire bolwerk in Rusland werd niet bereikt door de nederlaag in de militaire confrontatie met de witte legers, die Rusland probeerden binnen te vallen, maar na de eigen interne ontaarding (waaraan de aanzienlijke oorlogsinspanningen natuurlijk in grote mate hebben bijgedragen). Zo was het voor de bourgeoisie gemakkelijk om het monster, dat uit de politieke nederlaag van de revolutie is voortgekomen, de socialistische USSR, voor het kommunisme te laten doorgaan. Tegelijkertijd moest deze laatste worden gezien als het onvermijdelijke lot van elke strijd van het proletariaat voor zijn emancipatie. Alle fracties van de wereldbourgeoisie, in alle landen, van uiterst rechts tot aan de trotskistische uiterst linkerzijde, namen deel aan deze leugen [3].

Toen de belangrijkste bourgeoisieën, die betrokken waren bij de Eerste Wereldoorlog, in november 1918 een einde maakten aan de oorlog, was dat met het voor de hand liggende doel om te voorkomen dat nieuwe revolutionaire haarden de stroom van de revolutie, die in Rusland zegevierde en in Duitsland bedreigend was, zouden opzwellen, terwijl de bourgeoisie van dat land door de militaire nederlaag verzwakt was. Dit verhinderde de revolutionaire koorts, gestimuleerd door de barbaarsheid van de slagvelden en door de ondraaglijke uitbuiting en ellende achter de frontlinies, om ook andere landen zoals Frankrijk, Groot-Brittannië, enz. in beslag te nemen… Dit doel werd globaal bereikt.

Toen de Eerste Wereldoorlog in november 1918 werd beëindigd door de belangrijkste bourgeoisieën die erbij betrokken waren, was dat met het duidelijke doel om te voorkomen dat nieuwe revolutionaire haarden, die in Rusland had gewonnen en in Duitsland, waar de bourgeoisie door de militaire nederlaag was verzwakt, het tij van de revolutie zouden aanwakkeren. Dit om te voorkomen dat de revolutionaire koorts, aangewakkerd door de barbaarsheid van de slagvelden en de ondraaglijke uitbuiting en ellende achter de frontlinies, zich ook meester maakte van andere landen zoals Frankrijk en Groot-Brittannië ….  En dit doel werd globaal genomen bereikt.

In de zegevierende landen schaarde het proletariaat, dat de Russische revolutie niettemin vurig had toegejuicht, zich niet massaal achter de vlag van de revolutie om het kapitalisme omver te werpen, om voor altijd een einde te maken aan de verschrikkingen van de oorlog. Uitgeput door vier jaar lijden in de loopgraven of in de wapenfabrieken, streefde het er eerder naar om uit te rusten door te “profiteren” van de vrede die de imperialistische bandieten het zojuist hadden “aangeboden”. En aangezien in alle oorlogen de verslagen partijen uiteindelijk altijd worden beschouwd als de veroorzaker van de oorlogen, werd in het discours van de Entente (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Rusland) de verantwoordelijkheid van het kapitalisme als geheel weggemoffeld achter die van de centrale machten (Duitsland, Oostenrijk, Hongarije). Erger nog, in Frankrijk beloofde de bourgeoisie de arbeiders een nieuw tijdperk van welvaart op basis van de herstelbetalingen, die aan Duitsland zouden worden opgelegd. Op die manier kwam het proletariaat in Duitsland en Rusland des te meer geïsoleerd te staan.

Maar wat er zal gebeurde, zowel in de zegevierende als in de verslagen landen, was de toekomst die Rosa Luxemburg in haar Juniusbochure had geschetst: als het wereldproletariaat er niet in zou slagen om door zijn revolutionaire strijd een nieuwe maatschappij op te bouwen op de rokende puinhopen van het kapitalisme, dan zou dit laatste onvermijdelijk nog ergere rampen voor de mensheid veroorzaken.

De geschiedenis van deze nieuwe neergang in de hel, die culmineerde in de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, valt op vele manieren samen met die van de contrarevolutie die zijn hoogtepunt bereikte op het einde van dit conflict.

Het offensief van de witte legers tegen de Sovjet-Rusland en het mislukken van revolutionaire pogingen in Duitsland en Hongarije

Al snel na oktober 1917 werd de Sovjetmacht geconfronteerd met de militaire offensieven van het Duitse imperialisme, dat niets wilde horen van vrede [4]. De witte legers, die financieel gesteund werden vanuit het buitenland, worden in verschillende delen van het land gevormd. En daarna worden nieuwe witte legers, die direct vanuit het buitenland waren gevormd, ingezet tegen de revolutie tot 1920. Het land is omsingeld door de witte legers en wordt economisch verstikt. De burgeroorlog laat een land achter dat volledig verwoest is. Bijna 980.000 soldaten stierven in de gelederen van het Rode Leger, ongeveer 3 miljoen onder de burgerbevolking. [5]

In Duitsland wordt de as van de contrarevolutie gevormd door de alliantie van de twee grootste krachten: de verraders van de SPD en het leger. Deze lagen aan de basis van de oprichting van een nieuwe macht, de Vrijkorpsen, de huurlingen van de contrarevolutie, de kern van wat de nazi-beweging zou worden. De bourgeoisie brengt het Berlijnse proletariaat een vreselijke klap toe door het mee te slepen in een voortijdige opstand in Berlijn, die in januari 1919 op brute wijze werd onderdrukt. Duizenden Berlijnse arbeiders en kommunisten - aangezien de meesten van hen ook arbeiders waren - werden vermoord (1200 arbeiders werden geëxecuteerd door een vuurpeloton), gemarteld en in de gevangenis gegooid. R. Luxemburg, K. Liebknecht en vervolgens ook Leo Jogisches werden vermoord. De arbeidersklasse verloor een deel van haar voorhoede en haar meest helderziende leider in de persoon van Rosa Luxemburg, die een kostbaar kompas zou zijn geweest voor de stormen die daarna volgden.

Naast het onvermogen van de arbeidersbeweging in Duitsland om deze manoeuvre te dwarsbomen, zal zij lijden onder een schrijnend gebrek aan coördinatie tussen de verschillende centra van de beweging: na de opstand van Berlijn brak in het Roergebied een defensieve strijd uit waarbij miljoenen mijnwerkers, staalarbeiders, textielarbeiders uit de industriële regio’s Noord Rijn en Westfalen (1e kwartaal 1919) betrokken waren, gevolgd (eind maart) door strijd in Midden-Duitsland en opnieuw in Berlijn. De Uitvoerende Raad van de Beierse Radenrepubliek werd in München uitgeroepen en vervolgens omvergeworpen, wat de inleiding vormde voor een wrede repressie.

Berlijn, het Roergebied, weer Berlijn, Hamburg, Bremen, Midden-Duitsland, Beieren, overal werd het proletariaat stuk voor stuk verpletterd. Alle wreedheid, barbaarsheid, sluwheid, een beroep op verklikkers en militaire technologie werden in dienst gesteld van de repressie. Zo werden bijvoorbeeld, “om de Alexanderplatz in Berlijn terug te veroveren, voor het eerst in de geschiedenis van de revoluties alle wapens gebruikt van het slagveld: namelijk, lichte en zware artillerie, bommen tot en met een gewicht van honderd kilo, luchtverkenning en luchtbombardementen”. [6]. Duizenden arbeiders werden gefusilleerd of tijdens de gevechten gedood; er werd op kommunisten gejaagd en velen werden ter dood veroordeeld.

De arbeiders in Hongarije hebben zich in maart ook tegen het kapitaal verzet in revolutionaire confrontaties. Op 21 maart 1919 werd de Radenrepubliek uitgeroepen, maar in de zomer werd ze verpletterd door de contrarevolutionaire troepen. Voor meer informatie, lees onze artikelen in de International Revue [7].

Ondanks latere heldhaftige pogingen van het proletariaat in Duitsland in 1920 (tegenover de Kapp putsch) en in 1921 (de Maartactie) [8], die getuigen van een aanhoudende sterke strijdbaarheid, zou blijken dat de dynamiek niet langer ging in de richting van een politieke versterking van het Duitse proletariaat als geheel, maar het tegenovergestelde.

De degeneratie van de revolutie in Rusland zelf

De verwoestingen van de oorlogen tegen de aanvallen van de internationale reactie, en meer bepaald de aanzienlijke verliezen die het proletariaat heeft geleden; de politieke verzwakking van het proletariaat met het verlies van de politieke macht door de arbeidersraden en de ontbinding van de Rode Garde; het politieke isolement van de revolutie, dit alles vormde de gunstige basis voor de ontwikkeling van het opportunisme binnen de Bolsjewistische Partij en de Kommunistische Internationale [9]. De repressie van de opstand in Kronstadt in 1921, die plaatsvond als reactie op het machtsverlies door de Sovjets, werd bevolen door de Bolsjewistische Partij. Van de voorhoede van de revolutie ten tijde van de machtsovername werd deze partij de voorhoede van de contrarevolutie ten gevolge van een interne ontaarding, die niet kon worden voorkomen door de fracties die binnen deze partij ontstonden om juist te strijden tegen het groeiende opportunisme [10].

Verdwenen waren de grote massa's die in Rusland, Duitsland, Hongarije, ... de hemel hadden bestormd. Ze waren bebloed, uitgeput, verslagen en waren aan het einde van hun krachten. In de landen die de oorlog hadden gewonnen had het proletariaat zich onvoldoende gemanifesteerd. Dit alles zou de politieke nederlaag van het proletariaat overal ter wereld betekenen.

Het stalinisme wordt de speerpunt van de wereldbourgeoisie tegen de revolutie

Het proces van ontaarding van de Russische revolutie wordt versneld door Stalins machtsgreep in de Bolsjewistische Partij. De goedkeuring in 1925 van de stelling van het “socialisme in één land”, dat de doctrine van de Bolsjewistische Partij en de Kommunistische Internationale werd, vormde een onomkeerbaar breekpunt. Dit echte verraad van het proletarische internationalisme, het basisprincipe van de proletarische strijd en de kommunistische revolutie, werd nu door alle kommunistische partijen van de wereld [11] aangenomen en verdedigd tegen het historische project van de arbeidersklasse. De stelling van het socialisme in één land komt overeen met het Russische integratieproces in het wereldkapitalisme, terwijl het tegelijkertijd de verwerping van ieder proletarisch project betekent.

Vanaf het midden van de jaren 1920 voerde Stalin een politiek van genadeloze liquidatie van alle voormalige metgezellen van Lenin door stelselmatig gebruik te maken van de repressieve organen die de Bolsjewistische Partij had opgericht om zich te verzetten tegen de blanke legers (onder andere de politieke politie, de Tsjeka). [12] De hele kapitalistische wereld had in Stalin de juiste man op de juiste plaats herkend, degene die de laatste overblijfselen van de Oktoberrevolutie zou uitroeien en aan wie alle nodige steun moest worden gegeven om de generatie proletariërs en revolutionairen uit te roeien, die het aangedurfd hadden om midden in de wereldoorlog de strijd op leven en dood tegen de kapitalistische orde aan te gaan. [13]

Revolutionairen worden achtervolgd en onderdrukt door het stalinisme, waar ze zich ook bevinden, met de medeplichtigheid van de grote democratieën, dezelfde mensen die hun witte legers hadden gestuurd om de sovjets uit te hongeren en hun macht omver te werpen.

Voortaan is “de USSR van Stalin het socialisme”, terwijl het echte proletarische project uit het bewustzijn verdwijnt.

Het Rusland van Stalin zal door de stalinistische bourgeoisie en door de wereldbourgeoisie worden gepresenteerd als het bereiken van het uiteindelijke doel van het proletariaat, de vestiging van het socialisme. Daarbij werkten alle wereldfracties van de bourgeoisie, zowel de democratische fracties als de verschillende nationale Kommunistische Partijen, samen.

De overgrote meerderheid van degenen, die nog steeds in de revolutie geloven, zou het doel ervan gelijkstellen aan de vestiging van een regime van het type USSR in andere landen. Hoe meer licht er werd geworpen op de realiteit van de situatie van de arbeidersklasse in de USSR, hoe dieper de verdeeldheid in het wereldproletariaat werd: zij die het "progressieve" karakter van de Sovjet-Unie zouden blijven verdedigen (ondanks alle tekortkomingen), met het idee dat er "geen bourgeoisie" aanwezig was; zij voor wie de situatie in de USSR daarentegen een verschrikking vormt, maar zonder de kracht te hebben om een alternatief project te bedenken. Het proletarische project werd alleen maar gedragen door steeds kleiner wordende minderheden van revolutionairen, die er trouw aan bleven.

Het proletariaat geconfronteerd met de crisis van 1929 en de jaren 1930

De jaren na de crisis van 1929 waren dramatisch voor de levensomstandigheden van het wereldproletariaat, vooral in Europa en de Verenigde Staten. Maar in het algemeen zullen zijn reacties op deze situatie geen antwoord vormen dat kan leiden tot een dynamiek van klassestrijd en het in vraag stellen van de gevestigde orde. Verre van dat. Erger nog, opmerkelijke reacties in Frankrijk en Spanje zullen worden afgeleid naar de impasse van de antifascistische strijd.

In Frankrijk gaf de grote golf van stakingen, na de komst van het Volksfront in 1936, duidelijk de grenzen aan van de arbeidersklasse dat onder het loodzware juk gebukt ging van de contrarevolutie. De golf van stakingen begon met spontane bezettingen van fabrieken, en toonde toch een zekere strijdwil onder de arbeiders. Maar vanaf de eerste dagen zou links deze gigantische massa kunnen gebruiken om de hele Franse bourgeoisie de maatregelen van het staatskapitalisme op te leggen die nodig waren om de economische crisis het hoofd te bieden en zich voor te bereiden op oorlog.

Als het waar is dat er voor het eerst in Frankrijk fabrieksbezettingen waren, was het ook de eerste keer dat we de arbeiders zowel de Internationale als de Marseillaise zagen zingen, lopend achter de plooien van de rode vlag gemengd met die van de Franse “tricolore”. [14] Het inkaderingsapparaat van de Franse Kommunistische Partij en de vakbonden had de situatie onder controle en slaagde erin om de arbeiders, die zich door het geluid van de accordeon lieten sussen, op te sluiten in de fabrieken.

Omdat het Spaanse proletariaat relatief afzijdig bleef van de Eerste Wereldoorlog en de revolutionaire golf [15], bleven zijn fysieke krachten relatief intact om de aanvallen, waarvan het in de jaren 1930 het slachtoffer was, het hoofd te bieden. Deze zouden echter tussen 1931 en 1939 meer dan een miljoen doden veroorzaken, waarvan het belangrijkste deel het gevolg was van de burgeroorlog tussen het republikeinse kamp en dat van generaal Franco, die absoluut niets te maken had met de klassestrijd van het proletariaat, maar juist werd mogelijk gemaakt door de verzwakking ervan. De situatie werd in 1936 versneld met de staatsgreep van generaal Franco.

De arbeiders antwoorden daarop bliksemsnel: op 19 juli, 36 juli, gingen ze in staking en gingen massaal naar de kazernes om deze poging tot staatsgreep te ontwapenen, zonder zich druk te maken om de tegengestelde richtlijnen van het Volksfront en de republikeinse regering. Door de eisenstrijd te verenigen met de politieke strijd, hielden de arbeiders, door deze actie, de moorddadige hand van Franco tegen. Maar niet die van de burgerlijke fractie, georganiseerd in het Volksfront. Amper een jaar later, in mei 1937, stond het proletariaat van Barcelona weer op, maar in een wanhoopspoging, en werd het afgeslacht door de regering van het Volksfront, onder leiding van de Spaanse Kommunistische Partij en haar Catalaanse tak, de PSUC, terwijl de troepen van Franco vrijwillig hun opmars stopten om de stalinistische beulen in staat te stellen de arbeiders te verpletteren.

Deze verschrikkelijke tragedie van de arbeiders, die vandaag de dag nog steeds verkeerd wordt voorgesteld als “een Spaanse sociale revolutie” of “een grote revolutionaire ervaring”, markeert, door de ideologische en fysieke verplettering van de laatste levende krachten van het Europese proletariaat, de triomf van de contrarevolutie. Dit bloedbad was een generale repetitie die de koninklijke weg opende naar de ontketening van de imperialistische oorlog. [16]

De jaren ‘30: de bourgeoisie heeft haar handen weer vrij om haar oplossing voor de crisis op te leggen

De Weimarrepubliek had zich onderscheiden door de invoering van een verregaande rationalisering van de uitbuiting van de arbeidersklasse in Duitsland, vergezeld van maatregelen om de arbeiders vertegenwoordiging te geven in het bedrijf met als enige bedoeling om hen de tuin te leiden.

In Duitsland, tussen de Weimarrepubliek (1923) en het fascisme (1933), bestond er geen enkele oppositie: de eerste had het mogelijk gemaakt de revolutionaire dreiging te verpletteren, het proletariaat te verspreiden, het bewustzijn te vertroebelen; de tweede, het nazisme, aan het einde van deze ontwikkeling, zou dit werk afmaken en met een ijzeren hand de eenheid van de kapitalistische maatschappij bereiken door elke proletarische dreiging te verstikken. [17]

In alle Europese landen waren partijen in ontwikkeling die zich beriepen op Hitler of Mussolini, wier programma bestond uit de versterking en concentratie van de politieke en economische macht in de handen van één enkele partij in de staat. Hun ontwikkeling ging gepaard met een uitgebreid offensief tegen de arbeiders door de staat, gebaseerd op een repressief apparaat dat door het leger wordt versterkt, en, indien nodig, op fascistische troepen. Van Roemenië tot Griekenland zien we de ontwikkeling van fascistische organisaties die, met de medeplichtigheid van de nationale staat, belast waren met het voorkomen van elke reactie van de arbeidersklasse. De kapitalistische dictatuur werd openlijker, meestal in de vorm van het Mussolini of Hitler model.

In de geïndustrialiseerde landen, die het minst door de crisis waren getroffen, was het echter mogelijk om het kader van de democratie in stand te houden. Dit was zelfs een noodzaak om het proletariaat te misleiden. Het fascisme  had door het ontstaan van het “antifascisme” het misleidingsvermogen van de “democratische machten” versterkt. Onder het mom van de ideologie van de Volksfronten [18] die het mogelijk maakte de arbeiders gedesoriënteerd te houden achter de programma's van nationale eenheid en de voorbereiding op de imperialistische oorlog, en in medeplichtigheid met de Russische bourgeoisie, organiseerden de meeste kommunistische partijen, die gehoorzaamden aan het nieuwe imperialisme, een grote campagne over de opkomst van het fascistische gevaar. [19]  

De bourgeoisie kon alleen oorlog voeren door de arbeiders te misleiden, door hen te doen geloven dat het ook hun oorlog was: “Met het stopzetten van de klassestrijd, of beter gezegd de vernietiging van de klassekracht van het proletariaat, de vernietiging van haar bewustzijn en de afleiding van haar strijd, slaagde de bourgeoisie om met behulp van haar agenten binnen het proletariaat om de klassestrijd van hun revolutionaire inhoud te ontdoen en hen mee te voeren op het spoor van het reformisme en nationalisme, wat de ultieme en beslissende voorwaarde was voor het uitbreken van de imperialistische oorlog.” (Verslag over de internationale situatie van de conferentie van juli 1945 van de Gauche Communiste de France) [20].

De slachtpartijen van de Tweede Wereldoorlog

Het merendeel van de strijders, die aan beide zijden waren opgeroepen, vertrok niet met de bloem op het geweer, nog steeds verlamd door de dood van hun vaders slechts 25 jaar eerder. En wat ze meemaakten was niet iets om vrolijk van te worden: de “Blitzkrieg” veroorzaakte immers 90.000 doden en 120.000 gewonden aan de Franse kant, 27.000 doden aan de Duitse kant. Het debacle in Frankrijk zou tien miljoen mensen onder erbarmelijke omstandigheden op de vlucht drijven. Anderhalf miljoen gevangenen werden naar Duitsland gestuurd. Overal onmenselijke omstandigheden om te overleven: een massale uittocht in Frankrijk, de terreur van de nazistaat die de bevolking onder controle hield in Duitsland.

Zowel in Italië als in Frankrijk vervoegden vanaf dit moment veel arbeiders de weerstand. De stalinistische partij en de Trotskisten gaven hen het frauduleus verdraaide voorbeeld van de Commune van Parijs (moeten de arbeiders niet opstaan tegen hun eigen bourgeoisie geleid door Pétain - de nieuwe Thiers, terwijl de Duitsers Frankrijk bezetten?). Te midden van een geterroriseerde en machteloze bevolking door het uitbreken van de oorlog, werden veel Franse en Europese arbeiders gerekruteerd in de verzetsgroepen en zullen dan ook gedood worden in de overtuiging dat ze streden voor de “socialistische bevrijding” van Frankrijk, Italië...... De stalinistische en trotskistische verzetsbendes richtten hun afschuwelijke propaganda in het bijzonder op het idee dat de arbeiders “in de voorhoede van de strijd voor de onafhankelijkheid van de volkeren” zouden staan.

Terwijl er in de Eerste Wereldoorlog 20 miljoen mensen waren gedood, vielen er in de Tweede Wereldoorlog 50 miljoen doden, waarvan 20 miljoen Russen aan het Europese front. 10 miljoen mensen stierven in de concentratiekampen, waarvan 6 miljoen als gevolg van de nazi-politiek teneinde de joden uit te roeien. Hoewel geen van de macabere misstanden van het nazisme nu onbekend zijn bij het grote publiek, in tegenstelling tot de misdaden van grote democratieën, blijven nazi-misdaden een onweerlegbare illustratie van de onbeperkte barbaarsheid van het kapitalisme in verval, .... en ook van de afschuwelijke hypocrisie van het geallieerde kamp. Tijdens de bevrijding deden de geallieerden namelijk alsof ze de concentratiekampen net hadden ontdekt.

Dit was een pure maskerade om hun eigen barbaarsheid te verbergen door die van de verslagen vijand bloot te leggen. De bourgeoisie, zowel de Engelse als de Amerikaanse, was namelijk perfect op de hoogte van het bestaan van de kampen en wat er zich daar afspeelde. En toch, ogenschijnlijk vreemd, heeft ze er bijna de hele oorlog geen ruchtbaarheid aan gegeven en geen centraal thema in haar propaganda van gemaakt. In feite vreesden de regeringen van Churchill en Roosevelt als de pest dat de nazi's de kampen zouden leegmaken en de Joden massaal zouden uitwijzen. Zo weigerden zij het aanbod om 1 miljoen Joden uit te wisselen. Zelfs in ruil voor niets, wilden ze het niet [21].

In het laatste jaar van de oorlog waren de bombardementen rechtstreeks gericht op arbeidersconcentraties, om de arbeidersklasse zo veel mogelijk te verzwakken door haar uit te roeien en te terroriseren.

De wereldbourgeoisie neemt haar voorzorgen om de mogelijkheid van een proletarische opleving te voorkomen

Het doel is een herhaling te voorkomen van een proletarische uitbarsting zoals in 1917 en 1918 als reactie op de verschrikkingen van de oorlog. Daarom werden de Anglo-Amerikaanse bombardementen - vooral op Duitsland maar ook op Frankrijk - gekenmerkt door sinistere prestaties. De tol van wat ongetwijfeld een van de grootste oorlogsmisdaden was van de tweede wereldwijde slachtpartij, ongeveer 200.000 doden [22], bijna allemaal burgers. Het bombardement van 1945 op Dresden, een ziekenhuisstad, had geen enkel strategisch belang; het gebeurde alleen om de burgerbevolking te decimeren en te terroriseren [23]. Ter vergelijking: bij het bombardement op Hiroshima, een andere gruwelijke misdaad, vielen 75.000 doden en de verschrikkelijke Amerikaanse bombardementen op Tokio, in maart 1945, kostten 85.000 mensen het leven!

In 1943, toen Mussolini omvergeworpen en vervangen werd door maarschalk Badoglio, die sympathiek stond tegenover de geallieerden, die zelf het zuiden van het land al in handen hadden, deden deze niets om naar het noorden op te trekken. Het idee was om de fascisten hun rekening te laten vereffenen met de werkende massa's die in de industriële regio's van Noord-Italië op klasseterrein in opstand waren gekomen. Aangesproken om deze passiviteit te verklaren antwoordde Churchill: “We moeten de Italianen in hun eigen sop laten gaarkoken”.

Vanaf het einde van de oorlog gaven de geallieerden de voorkeur aan de Russische bezetting overal waar zich opstanden van arbeiders hadden voorgedaan.  Het Rode Leger was het best geplaatst om de orde in deze landen te herstellen, hetzij door het proletariaat af te slachten, hetzij door het in naam van het “socialisme” af te leiden van zijn klasseterrein.

Een soortgelijke taakverdeling werd opgezet tussen het Rode Leger en het Duitse leger. In Warschau en Boedapest, toen het zich al in de voorsteden bevond, liet het “Rode Leger”, zonder een vinger uit te steken, de opstanden, die erop gericht waren het Duitse leger uit het land te verdrijven verpletterd worden door dit leger. Stalin vertrouwde Hitler dus de taak toe om tienduizenden gewapende arbeiders af te slachten, die zijn plannen hadden kunnen dwarsbomen. [24]

De “democratische” bourgeoisie van de zegevierende landen bood niet enkel aan Stalin de gebieden aan waar een hoog sociaal risico bestond, ze riep ook de “kommunistische partijen” op om in de regering te stappen in de meeste Europese landen (onder andere in Frankrijk en Italië) door ze een vooraanstaande plaats te geven in de verschillende ministeries (Thorez - secretaris van de Franse Kommunistische Partij - werd in 1944 benoemd tot vice-eerste minister).

Onmiddellijk na de oorlog werd een schrikbewind opgelegd aan de Duitse bevolking

In continuïteit met de preventieve moordpartijen die bedoeld waren om elke vorm van proletarische opstand in Duitsland aan het einde van de oorlog te voorkomen, waren de bloedbaden, die na de oorlog plaatsvonden, niet minder barbaars en doortastend.

Duitsland werd door de bezettingsmachten van Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten omgevormd tot één groot vernietigingskamp. Na de oorlog stierven er veel meer Duitsers dan in veldslagen, bombardementen en interneringskampen. Volgens James Bacque, de auteur van “Crimes and Mercies: The Fate of German Civilians Under Allied Occupation, 1944-1950” [25], meer dan 9 miljoen mensen stierven tussen 1945 en 1950 als gevolg van de politiek van het geallieerde imperialisme.

Pas toen dit dodelijke doel was bereikt en het Amerikaanse imperialisme begon in te zien dat de naoorlogse uitputting van Europa kon leiden tot de overheersing van het Russische imperialisme over het hele continent, werd het beleid van Potsdam veranderd. De wederopbouw van West-Europa vereiste de heropleving van de Duitse economie. De Berlijnse luchtbrug in 1948 was het symbool van deze verandering van strategie [26]. Natuurlijk, net als de bombardementen op Dresden, “... de mooiste terreuraanslag van de hele oorlog [die] het werk was geweest van de zegevierende geallieerden”, deed de democratische bourgeoisie al wat mogelijk was om de realiteit van de werkelijke kosten van barbaarsheid, die door de beide kampen van de wereldoorlog ruim gedeeld werdne, te verdoezelen.

Het proletariaat was niet in staat om zich op te richten in een frontale strijd tegen de oorlog

Ondanks incidentele manifestaties van strijd op verschillende plaatsen, vooral in Italië in 1943, was het proletariaat niet in staat geweest zich op te richten door verzet te plegen tegen de barbaarsheid van de Tweede Wereldoorlog, zoals het tegen de Eerste Wereldoorlog had gedaan.

De Eerste Wereldoorlog had miljoenen arbeiders voor het internationalisme gewonnen, de tweede gooide hen in het diepe van het meest verachtelijke chauvinisme, de jacht op "de moffen" [27] en op de "collabos" [28].

De arbeidersklasse had de bodem bereikt. Wat haar werd gepresenteerd en wat zij interpreteerde als haar grote “overwinning”, de overwinning van de democratie op het fascisme, vormde haar meest complete historische nederlaag. Het maakt het mogelijk om de ideologische pijlers van de kapitalistische orde te bouwen: het gevoel van overwinning en euforie dat de arbeidersklasse overspoelt, het geloof in de “heilige deugden” van de burgerlijke democratie, die haar in twee imperialistische slachtingen leidde en haar revolutie in het begin van de jaren 1920 verpletterde. En tijdens de periode van wederopbouw, en vervolgens de naoorlogse economische “boom”, liet de tijdelijke verbetering van zijn levensomstandigheden in het Westen het niet toe de werkelijke omvang van de geleden nederlaag in te zien. [29]

In de Oost-Europese landen, die niet profiteren van het Amerikaanse gulheid van het Marshallplan, omdat de stalinistische partijen dit op bevel van Moskou weigerden, duurde het langer voordat de situatie enigszins verbeterde. De misleiding die aan de arbeiders werd gepresenteerd was die van de “opbouw van het socialisme”. Deze misleiding heeft enig succes gehad, zoals in Tsjecho-Slowakije, waar de “Praagse staatsgreep” van februari 1948, d.w.z. de machtsovername door de stalinisten, werd uitgevoerd met de sympathie van vele arbeiders.

Toen deze illusie eenmaal versleten was, vonden er opstanden plaats, zoals in 1956 in Hongarije, maar ze werden wreed onderdrukt door Russische troepen. [30] De betrokkenheid van Russische troepen bij de repressie vormde toen een extra bron van nationalisme in Oost-Europese landen. Tegelijkertijd werd het op grote schaal gebruikt door de propaganda van de “democratische” en pro-Amerikaanse sectoren van de bourgeoisie in de West-Europese landen, terwijl de stalinistische partijen van deze landen dezelfde propaganda gebruikten om de opstand van de Hongaarse arbeiders als een chauvinistische, zelfs “fascistische” beweging te presenteren ten dienste van het Amerikaanse imperialisme.

Bovendien was de opsplitsing van de wereld in twee blokken tijdens de « Koude Oorlog », en zelfs toen deze na 1956 plaats maakte voor « vreedzame co-existentie », een belangrijk instrument voor de misleiding van de arbeidersklasse.

In de jaren vijftig bleef dezelfde soort politiek als in de jaren 1930 de arbeidersklasse verdelen en desoriënteren: een deel van de arbeidersklasse wilde niets meer weten van het kommunisme (wat werd geïdentificeerd met de USSR) terwijl een ander deel nog steeds te lijden had onder de ideologische overheersing van de stalinistische partijen en hun vakbonden. Sinds de Koreaanse oorlog werd de Oost-West confrontatie dus gebruikt om de verschillende sectoren van de arbeidersklasse tegen elkaar op te zetten en miljoenen arbeiders, in naam van “de strijd tegen het imperialisme”, achter het Sovjetkamp te mobiliseren

In dezelfde periode bieden koloniale oorlogen een extra kans om arbeiders af te leiden van hun klasseterrein eens te meer in naam van de “strijd tegen het imperialisme” (en niet de strijd tegen het kapitalisme) waarbij de USSR wordt voorgesteld als de kampioen van het “recht en de vrijheid van volkeren”. Dit soort campagnes zouden in de jaren 1950 en 1960 in veel landen worden voortgezet, onder andere tijdens de oorlog in Vietnam, waar de Verenigde Staten vanaf 1961 sterk bij betrokken raakten. [31]

Een ander gevolg van deze zeer lange en diepe teruggang van de arbeidersklasse was de organische breuk met de kommunistische fracties uit het verleden [32], waardoor toekomstige generaties van revolutionairen genoodzaakt werden om zich de verworvenheden van de arbeidersbeweging kritisch eigen te maken.

Mei 68, Einde van de contrarevolutie

De crisis van 1929 en de jaren 1930 had in het beste geval bepaalde reacties van strijdbaarheid uitgelokt van het proletariaat, zoals in Frankrijk en Spanje, maar die werden, zoals we eerder hebben gezien, afgeleid van het klasseterrein naar het antifascisme en de verdediging van de democratie, dankzij de invloed van de stalinisten, trotskisten en vakbonden. Dit droeg alleen maar bij tot een verdere verdieping van de contrarevolutie.

In 1968 stonden we nog maar aan het begin van de terugkeer van de wereldwijde economische crisis. Toch zijn het de gevolgen van deze wereldwijde economische crisis in Frankrijk (stijgende werkloosheid, bevriezing van de lonen, intensivering van de productiecijfers, aanvallen op de sociale zekerheid) die grotendeels de verklaring vormen voor de toename van de strijdbaarheid van de werkers in dit land vanaf 1967. In plaats van door de stalinisten en de vakbonden te worden gekanaliseerd, keerde de hernieuwde strijdbaarheid van de arbeiders zich af van de door de vakbonden geleide “stakingetjes” en actiedagen. Reeds in 1967 gebeurden er zeer harde en vastberaden conflicten tegenover de gewelddadige repressie van de ondernemers en de politie, waarbij de vakbonden verschillende keren de controle verliezen.

Het doel van dit artikel is niet om terug te komen op alle belangrijke aspecten van Mei 68 in Frankrijk. Daarom verwijzen we de lezer naar de artikelen “Mei 68 en het revolutionaire vooruitzicht”, geschreven ter gelegenheid van de 40ste verjaardag van deze gebeurtenissen [33]. De herinnering aan bepaalde feiten is echter belangrijk om de verandering in de dynamiek van de klassestrijd in Mei 1968 te illustreren.

In mei veranderde de sociale sfeer radicaal: “Op 13 mei vinden in alle steden van het land de belangrijkste demonstraties plaats sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog [in solidariteit met de studenten die slachtoffer zijn van de repressie]. Aan de zijde van de studenten is de arbeidersklasse massaal aanwezig. (…) Aan het eind van de betogingen worden bijna alle universiteiten bezet, niet alleen door de studenten maar ook door veel jonge arbeiders. Overal wordt vrijuit gesproken. De discussies beperken zich niet tot academische kwesties, of tot de repressie. Ze beginnen alle sociale problemen op te rakelen: de arbeidsomstandigheden, de uitbuiting, de toekomst van de maatschappij. (…) Op 14 mei worden de discussies in veel bedrijven voortgezet. Na de reusachtige betoging van de dag ervoor, met het enthousiasme en het gevoel van kracht dat eruit voortvloeit, is het moeilijk om weer aan het werk te gaan alsof er niets is gebeurd. In Nantes ontketenen de arbeiders van Sud-Aviation, meegevoerd door de jongsten onder hen, een spontane staking en besluiten de fabriek te bezetten. De arbeidersklasse is begonnen de fakkel over te nemen...[34]

Het klassieke inkaderingsapparaat van de bourgeoisie is niet opgewassen tegen de spontaniteit van de arbeidersklasse om de strijd aan te gaan. Zo verspreidde de staking zich, in de drie dagen die volgden op de demonstratie op 13 mei, spontaan naar bedrijven in heel Frankrijk. De beweging overstroomde de vakbonden die enkel konden volgen. Geen specifieke eisen. Een gemeenschappelijk kenmerk: totale staking, onbeperkte bezetting, vastgenomen directie, rode vlag geheven. Tenslotte riep de CGT op tot uitbreiding en probeerde zo “op de rijdende trein te springen” [35].  Maar nog voor de instructies van de CGT bekend waren, waren er al een miljoen arbeiders in staking.

Het groeiende bewustzijn van de arbeidersklasse van haar eigen kracht stimuleerde de discussie in haar schoot en de politieke discussie in het bijzonder. Alle verhoudingen in acht genomen, deed dit denken aan het politieke leven dat de arbeidersklasse doormaakte in de revolutionaire gisting van 1917, zoals blijkt uit de geschriften van Trotski en J. Reed.

De sluier van leugens die decennialang door de contrarevolutie en haar aanhangers, zowel stalinistische als democratische, geweven was begonnen te vervagen. Amateurvideo's in de bezette Sud-Aviation fabriek in Nantes toonden een gepassioneerde discussie onder een groep arbeiders over de rol van stakingscomités in de periode van “dubbelmacht”. De dubbelmacht in 1917 was het product van de strijd om de echte macht tussen de burgerlijke staat en de arbeidersraden. In veel fabrieken, die in staking waren, hadden de arbeiders in 1968 stakingscomités gekozen. We bevonden ons nog lang niet in een pre-revolutionaire situatie, maar wat er gebeurde was een poging van de arbeidersklasse om haar eigen ervaring, haar revolutionaire verleden, terug te winnen. Een andere ervaring toont dit aan:

“Sommige arbeiders vragen aan hen die het idee van de revolutie verdedigen om hun standpunt te komen uitleggen in het bezette bedrijf. Zo wordt in Toulouse de kleine kern, die later de afdeling van de IKS in Frankrijk zal oprichten, uitgenodigd om het idee van de arbeidersraden in de bezette JOB-fabriek (papier en karton) uiteen te zetten. En het meest betekenisvolle is dat deze uitnodiging afkomstig is van militanten... van de CGT en de PCF. Deze moeten een uur lang onderhandelen met permanente afgevaardigden van de CGT van de grote fabriek Sud-Aviation, die het stakingspiket bij JOB kwamen “versterken”, om toestemming te krijgen om “ultra-linksen” de fabriek binnen te laten. Meer dan zes uur lang zullen arbeiders en revolutionairen, zittend op rollen karton discussiëren over de revolutie, de geschiedenis van de arbeidersbeweging, de sovjets en het verraad van… de PCF en de CGT.” [36]

Een dergelijke overdenking zal duizenden arbeiders in staat stellen om de historische rol van de arbeidersraden te herontdekken, evenals de verworvenheden van de klassestrijd van de arbeiders, zoals de revolutionaire pogingen in Duitsland in 1919. Ook was er een groeiende kritiek op de rol van de Franse Kommunistische Partij (die zich toen definieerde als een partij van orde) in relatie tot de gebeurtenissen van 1968 zelf, maar ook sinds de Russische revolutie. Dit was de eerste keer dat het stalinisme en de rol van de kommunistische partijen als hoeders van de gevestigde orde op ruime schaal in twijfel werd getrokken. De kritiek had ook gevolgen voor de vakbonden, en deze zou toenemen toen zij zich openlijk manifesteerden als de verdelers van de arbeidersklasse, teneinde hen weer aan het werk te krijgen. [37]

Er begon een ander tijdperk, gekenmerkt door een “wedergeboorte” in het klassenbewustzijn onder de uitgestrekte arbeidersmassa’s. Deze breuk met de contrarevolutie betekende niet dat deze niet negatief zou blijven wegen op de verdere ontwikkeling van de klassestrijd, noch dat het bewustzijn van de arbeiders vrij was van zeer sterke illusies, met name wat betreft de te overwinnen obstakels op weg naar de revolutie, die veel verder weg was dan de overgrote meerderheid zich destijds voorstelde.

Een dergelijke karakterisering van Mei 68 als illustratie van het einde van de contrarevolutionaire periode, zou worden bevestigd door het feit dat deze gebeurtenissen, verre van een geïsoleerd fenomeen te blijven, integendeel het uitgangspunt vormden voor de hervatting van de klassestrijd op internationale schaal, aangezwengeld door de verdieping van de economische crisis, met als gevolg de ontwikkeling van een proletarisch politiek milieu op internationale schaal [38].

De oprichting, in 1968, van “Révolution Internationale” was hiervan een illustratie, aangezien deze groep een leidende rol zou spelen in het hergroeperingsproces dat leidde tot de oprichting van IKS in 1975, waarvan “Révolution Internationale” nu de afdeling in Frankrijk is. In tegenstelling tot de donkere periode van contrarevolutie had de bourgeoisie nu een klasse voor zich die niet bereid was de offers van de economische wereldoorlog te aanvaarden en die ook een obstakel vormde voor het uitbreken van de wereldoorlog, zoals we later zullen zien.

De internationale heropleving van de klassestrijd vanaf 1968

De IKS heeft zojuist een artikel gewijd aan deze vraag, “De vooruitgang en tegenslagen van de klassestrijd sinds 1968” [39], die wij onze lezers adviseren en waaruit wij vele elementen putten die nodig zijn om de verschillen tussen de contrarevolutionaire periode en de historische periode, die met Mei 68 werd geopend, te benadrukken. In een paar woorden, het fundamentele verschil tussen de periode van contrarevolutie, die begon met een zware nederlaag van de arbeidersklasse, en de periode die geopend werd met Mei 68, ligt in het feit dat het proletariaat sinds deze strijd en ondanks alle moeilijkheden waarmee het geconfronteerd werd, geen beslissende nederlaag heeft geleden.

De verdieping van de open economische crisis, die aan het eind van de jaren 1960 nog in de kinderschoenen stond, zette het proletariaat ertoe aan zijn strijdwil en bewustzijn te ontwikkelen.

Drie strijdgolven volgden elkaar op in de twee decennia na 1968

De eerste, ongetwijfeld de meest spectaculaire, bestond uit de hete Italiaanse herfst in 1969, de gewelddadige opstand in Cordoba, Argentinië in 1969 en in Polen in 1970, en grote bewegingen in Spanje en Groot-Brittannië in 1972. Er was ook een hete herfst in Duitsland in 1969 met veel wilde stakingen. Meer specifiek in Spanje begonnen arbeiders zich te organiseren door middel van massabijeenkomsten, een proces dat in 1976 in Vitoria zijn hoogtepunt bereikte. De internationale dimensie van de golf werd aangetoond door de echo's in Israël (1969) en Egypte (1972) en later door de opstanden in de townships van Zuid-Afrika, die geleid werden door strijdcomités (de Civics).

Na een korte pauze in het midden van de jaren 1970 was er een tweede golf met stakingen door de Iraanse oliearbeiders, de staalarbeiders in Frankrijk in 1978, de “winter van ontevredenheid” in Groot-Brittannië, de havenarbeidersstaking in Rotterdam onder leiding van een onafhankelijk stakingscomité, en de staalstakingen in Brazilië in 1979, die ook de vakbondscontrole aanvochtten; in Azië was er de opstand in Kwangju (Zuid-Korea). Deze golf van strijd bereikte haar hoogtepunt in Polen in 1980, zeker de belangrijkste episode van de klassestrijd sinds 1968, en zelfs sinds de jaren 1920.

Hoewel de zware repressie van Poolse arbeiders deze golf tot stilstand bracht, duurde het niet lang voordat er een nieuwe beweging ontstond met de strijd in België in 1983 en 1986, de algemene staking in Denemarken in 1985, de staking van mijnwerkers in Engeland in 1984-1985, de strijd van spoorweg- en gezondheidswerkers in Frankrijk in 1986 en 1988 en de beweging in het onderwijs in Italië in 1987. Met name de strijd in Frankrijk en Italië - net als de massale staking in Polen - heeft laten zien dat er sprake was van een echt vermogen tot zelforganisatie met algemene vergaderingen en stakingscomités.

Deze beweging in golven van strijd leidde niet tot een vicieuze cirkel, maar stimuleerde een echte vooruitgang in klassebewustzijn, tot uitdrukking gebracht middels de volgende kenmerken:

  • een verlies van illusies over de politieke krachten van de linkerzijde van het kapitaal en in de eerste plaats over de vakbonden, waar de illusies plaats hebben gemaakt voor wantrouwen en toenemende vijandigheid;
  • het steeds duidelijker loslaten van ineffectieve vormen van mobilisering, doodlopende straatjes waarin vakbonden de strijdlust van arbeiders zo vaak hebben misleid: actiedagen, demonstraties en wandelingen die eerder leken op begrafenisoptochten; lange en geïsoleerde stakingen....

Maar de ervaring van deze 20 jaar strijd heeft niet alleen “negatieve” lessen voor de arbeidersklasse opgeleverd (over wat niet moet worden gedaan). Het vertaalde zich ook in lessen over wat wel te doen:

  • het zoeken naar de uitbreiding van de strijd (met name in België 1986);
  • het zoeken naar controle over de gevechten, door zichzelf te organiseren in gekozen en herroepbare vergaderingen en stakingscomités (Frankrijk eind 1986 en  Italië 1987 voornamelijk).

Ook de meer verfijnde manoeuvres die de bourgeoisie uitdokterde om de klassestrijd het hoofd te bieden, getuigden van de ontwikkeling van deze laatste in deze periode. Zo counterde ze de groeiende ontgoocheling over de officiële vakbonden en de dreiging van zelforganisatie door de ontwikkeling van vormen van syndicalisme, die de schijn zelfs wekten “buiten de vakbonden” te staan (de coördinaties die door ultralinks in Frankrijk werden opgezet, bijvoorbeeld).

Het proletariaat remt de oorlog af

Aan het einde van deze twintig jaar na 1968 was de bourgeoisie, die de arbeidersklasse geen beslissende historische nederlaag had toegebracht, niet in staat haar te mobiliseren voor een nieuwe wereldoorlog, in tegenstelling tot de situatie in de jaren 1930, zoals we eerder in dit artikel hebben geïllustreerd.

Het was voor haar inderdaad uitgesloten om een wereldoorlog te ontketenen zonder zich vooraf van de volgzaamheid van het proletariaat te hebben verzekerd, een essentiële voorwaarde om het de offers te laten aanvaarden die de staat van oorlog eist. Want zoiets vereist de mobilisatie van alle levende krachten van de natie, zowel in de productie als aan het front. Een dergelijke doelstelling was immers volstrekt onrealistisch, aangezien het proletariaat niet eens bereid was zich gehoorzaam te onderwerpen aan de bezuinigingsmaatregelen die de bourgeoisie moest nemen om de gevolgen van de economische crisis het hoofd te bieden.

Dat is de reden waarom een Derde Wereldoorlog tijdens deze periode niet plaatsvond, een tijd waarin de spanningen tussen de blokken op hun hoogtepunt waren en de allianties tussen hen reeds stevig waren gevestigd door de twee blokken. Bovendien had de bourgeoisie in geen van de historische concentraties van het proletariaat getracht het proletariaat massaal te mobiliseren om als kanonnenvoer deel te nemen aan de verschillende lokale oorlogen, die relevant waren voor de Oost-West-rivaliteit, die in deze periode de wereld eveneens bloederig hadden gemaakt.

Dit gold in het bijzonder voor de arbeidersklasse van het Westen, maar ook voor die van het Oosten, hoewel die laatste politiek zwakker was, vooral in de USSR, gezien de schade die de stoomwals van het stalinisme had aangericht. De stalinistische bourgeoisie, die in een snel verslechterend economisch moeras verstrikt was geraakt, had een strijdende klasse tegenover haar (dit werd geïllustreerd door de stakingen in Polen in 1980) en was duidelijk niet in staat om haar arbeiders te mobiliseren voor een militaire oplossing van haar economisch bankroet.

Dit gezegd zijnde, ook al vormde de arbeidersklasse tot het einde van de jaren 1980 een obstakel voor de wereldoorlog, gezien het feit dat zij in staat was geweest haar verzet tegen de aanvallen van het kapitaal in de twee decennia na 1968 te ontwikkelen zonder een beslissende nederlaag te lijden die de wereldwijde dynamiek van confrontatie tussen de klassen zou hebben omgebogen, toch betekende dit niet dat zij sterk genoeg was om oorlogen over de hele planeet te voorkomen. In feite waren ze in deze periode nooit gestopt. In de meeste gevallen ging het om de uitdrukking van imperialistische rivaliteit tussen Oost en West, niet om een directe confrontatie tussen hen, maar via de tussenliggende landen. En in deze landen, aan de rand van het kapitalisme, had het proletariaat niet de kracht om de gewapende arm van de bourgeoisie te verlammen.

Het proletariaat tegenover de ontbinding van het kapitalisme

Ondanks de vooruitgang in de klassestrijd, met name door de belangrijke ontwikkeling van het klassebewustzijn en het onvermogen van de bourgeoisie om het proletariaat in een nieuw wereldconflict mee te slepen, was de arbeidersklasse toch niet in staat om haar perspectief van revolutie te ontwikkelen, om haar eigen alternatief te bieden voor de crisis van het systeem.

Geen van beide fundamentele klassen was dus in staat om haar oplossing van de crisis van het kapitalisme op te leggen. Het kapitalisme, dat geen enkele uitweg meer had, maar nog steeds midden in een langdurige economische crisis zat, begon te rotten, en deze rotting had gevolgen voor de kapitalistische maatschappij op alle niveaus. Het kapitalisme kwam daarmee in een nieuwe fase van zijn verval, namelijk die van zijn sociale decompositie. Zoals we al vaak hebben beklemtoond, is deze fase synoniem met toegenomen moeilijkheden voor de strijd van het proletariaat [40].

Terugkijkend op de afgelopen drie decennia kunnen we zeggen dat de teruggang in het bewustzijn zich heeft verdiept, waardoor een soort geheugenverlies is ontstaan met betrekking tot de verworvenheden en de vooruitgang van de periode 1968-1989 en dat kan in principe door twee factoren worden verklaard:

  • De enorme impact van de ineenstorting van het Oostblok in 1989-1991, die door de campagnes van de bourgeoisie op leugenachtige wijze werd bestempeld als de ineenstorting van het kommunisme;
  • De kenmerken van de ontbindingsperiode zelf, ingeleid door deze ineenstorting, namelijk in het bijzonder: “de voortdurende toename van criminaliteit, van de onveiligheid, het geweld in de grote steden; de ontwikkeling van nihilisme, zelfmoord onder jongeren, wanhoop, haat en vreemdelingenhaat; de vloedgolf van drugsverslaving; het overvloedig opduiken van sekten, het opnieuw terrein winnen van het reli­gieuze denken in de ontwikkelde landen, de afwijzing van rationeel en coherent denken; de invasie in dezelfde media door ge­weld, horror, bloed en massaslachtingen, (....) de ontwikkeling van het terrorisme en het gijzelen als oorlogsmethode tussen staten”.

Ondanks deze enorme moeilijkheden van de arbeidersklasse sinds 1990 moeten twee elementen in aanmerking worden genomen om de huidige periode te begrijpen:

  • de groeiende moeilijkheden en zelfs gedeeltelijke nederlagen zijn nog niet synoniem met een historische nederlaag van de klasse en het verdwijnen van de mogelijkheid van het kommunisme;
  • de ondergrondse rijping gaat door omdat het kapitalisme, ondanks de ontbinding, doorgaat en de twee antagonistische klassen van de samenleving tegenover elkaar staan.

In de afgelopen decennia zijn er inderdaad een aantal belangrijke bewegingen geweest die deze analyse bevestigen:

  • In 2006, de massale mobilisatie van scholieren in Frankrijk tegen de CPE [41]. De hoofdrolspelers herontdekten vormen van strijd die in Mei 68 waren ontstaan, met name de algemene vergaderingen waar echte discussies konden plaatsvinden en waar de jonge deelnemers klaarstonden om de getuigenissen te horen van oudere kameraden die hadden deelgenomen aan de gebeurtenissen van 1968. Deze beweging, die het kader van de vakbonden had voorbijgestreefd, hield het reële risico in dat arbeiders en bedienden op een soortgelijk “ongecontroleerd” pad zouden belanden, precies zoals in Mei 68, en daarom trok de regering haar CPE-wetsontwerp in.
  • In mei 2006 hebben 23.000 metaalarbeiders uit Vigo, in de Spaanse provincie Galicië, een massale staking gehouden tegen de arbeidshervorming in deze sector en in plaats van in de fabriek opgesloten te blijven, hebben zij solidariteit gezocht bij andere bedrijven, met name aan de poorten van de scheepswerven en de Citroën-fabrieken, demonstraties in de stad georganiseerd om de hele bevolking voor zich te winnen, en vooral dagelijkse algemene openbare vergaderingen georganiseerd, die volledig openstonden voor andere arbeiders, actief, werkloos of gepensioneerd.
  • In 2011, de golf van sociale revoltes in het Midden-Oosten en Griekenland, die culmineerde in de “Indignados” beweging in Spanje. Het proletarische element in deze bewegingen varieerde van land tot land, maar was het sterkst in Spanje, waar we de veralgemening van algemene vergaderingen zagen; een krachtig internationalistisch momentum dat de uitingen van solidariteit van deelnemers uit alle hoeken van de wereld verwelkomde en waar de slogan “wereldrevolutie” serieus werd genomen, misschien voor het eerst sinds de revolutionaire golf van 1917; een erkenning dat “het systeem verouderd is” en een sterke bereidheid om de mogelijkheid van een nieuwe vorm van sociale organisatie te bediscussiëren.
  • une réelle vulnérabilité à l’idéologie démocratique.
  • In de vele levendige discussies, die hebben plaatsgevonden in de vergaderingen en commissies over morele, wetenschappelijke en culturele kwesties, in de alomtegenwoordige invraagstelling van de dogma's volgens welke de kapitalistische verhoudingen eeuwig zijn - we hebben hier opnieuw de echte geest van Mei 68 vorm zien krijgen.  Het is duidelijk dat deze beweging veel zwakheden had die we elders hebben geanalyseerd [42], waarvan niet in de laatste plaats de neiging onder de deelnemers om zichzelf eerder als “burgers” te zien dan als proletariërs, en dus een echte kwetsbaarheid voor de democratische ideologie.

De bedreigingen die het voortbestaan van het kapitalisme vormt voor de mensheid, bewijzen dat revolutie meer dan ooit een noodzaak is voor de mensheid: de uitbreiding van militaire chaos, de ecologische catastrofe, hongersnood en ziekte op een ongekende schaal; het verval van het kapitalisme en de ontbinding versterken zeker de dreiging dat de objectieve basis van een nieuwe maatschappij definitief kan worden vernietigd als de ontbinding een bepaald punt overschrijdt.  Maar zelfs in zijn laatste fase brengt het kapitalisme nog steeds de krachten voort die gebruikt kunnen worden om het omver te werpen - in de woorden van het Kommunistisch Manifest uit 1848: “Zij produceert voor alles haar eigen doodgraver”.

Met de intrede van het kapitalisme in zijn ontbindingsfase, ook al ging dit gepaard met grotere moeilijkheden voor het proletariaat, is er geen enkele aanwijzing dat het een nederlaag heeft geleden met onomkeerbare gevolgen en dat het dus alle nodige offers zou brengen, zowel op het gebied van de arbeidsvoorwaarden als op het gebied van de rekrutering in de imperialistische oorlog.

We weten niet wanneer en op welke schaal de volgende manifestaties van zulke mogelijkheden van het proletariaat zullen plaatsvinden. Wat we wel weten is dat de vastberaden en passende interventie van de revolutionaire minderheid nu al bepalend is voor de toekomstige versterking van de klassestrijd van morgen.

Silvio (juli 2018)

Voetnoten

[1] Victor Serge is vooral bekend vanwege zijn beroemde verhaal over de geschiedenis van de Russische revolutie, Jaar I van de Russische Revolutie.

[2] “Een nieuw tijdperk is aangebroken: het tijdperk van het uiteenvallen van het kapitalisme, van zijn interne ineenstorting. Het tijdperk van de kommunistische revolutie van het proletariaat”. Uitnodigingsbrief voor het Eerste Congres van de Kommunistische Internationale. Lees over dit onderwerp ons artikel in de serie “Het kommunisme is geen mooi ideaal, maar een materiële noodzaak”, “Het Platform van de Kommunistische Internationale”. Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 94.

[3] De Vierde Internationale, door (na de dood van Trotski) het imperialistische Rusland te steunen, verraadde op haar beurt het proletarische internationalisme. Zie ons artikel “Trotskisme en de Tweede Wereldoorlog” in onze brochure “Trotskisme tegen de arbeidersklasse”.

[4] Dit zou ertoe leiden dat de regering in Rusland de overeenkomsten van Brest-Litovsk moest ondertekenen om het ergste te vermijden.

[5] Lees ons artikel De wereldbourgeoisie tegen de Oktoberrevolutie (Deel I), Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 160.

[6] Paul Frölich, Rudolf Lindau, Albert Schreiner, Jakob Walcher, “Revolution und Konterrevolution in Deutschland 1918-1920”, éditions Science Marxiste, 2013.

[7] “Duitse Revolutie (III): De voortijdige opstand” in Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 83 en “Duitsland 1918-19: burgeroorlog” in Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 136.        

[8] Lees ons artikel "De Maartactie 1921, het gevaar van de ongeduldige kleinburgerij” in Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr.. 93.

[9] “Pogingen om de steun van de massa's te winnen in een fase van afnemende activiteit van deze massa's leidden tot opportunistische “oplossingen” - de groeiende nadruk op werk in het parlement en de vakbonden, oproepen tot verzet van de “Oostelijke Volkeren” tegen het imperialisme en, bovenal, de politiek van het verenigd frontale met de socialistische en sociaaldemocratische partijen die alle zuurverdiende duidelijkheid overboord gooiden over het kapitalistische karakter van degenen die sociale patriotten waren geworden”. “De kommunistische linkerzijde en de continuïteit van het marxisme”. In “Wat is de IKS?”op onze website.

[10] Lees in serie “Het kommunisme is geen mooi ideaal, maar een materiële noodzaak”, ons artikel “1922-1923: de kommunistische fracties tegen de opkomst van de contrarevolutie, in Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 101

[11] Deze zouden ook linkerfracties kennen. Zie het artikel “De kommunistische linkerzijde en de continuïteit van het marxisme” op onze website.

[12] Lees ons artikel “How Stalin wiped out the militants of the October 1917 revolution”, in World Revolution nr. 312.

[13] Zo kreeg Stalin bijvoorbeeld vanaf 1925 de volledige steun van de wereldbourgeoisie voor zijn strijd tegen de linkse oppositie die, binnen de bolsjewistische partij, een internationalistisch standpunt probeerde te handhaven tegen de stelling van “het opbouwen van het socialisme in één land”. Lees ons artikel “Quand les démocraties soutenait Staline pour écraser le prolétariat” op onze website.

[14] Zoals onze kameraad Marc Chirik zelf zei: “Deze jaren van verschrikkelijk isolement doorbrengen, het Franse proletariaat met de driekleurige vlag, de vlag van het régime van Versailles en het zingen van de Marseillaise, dit alles in naam van het kommunisme, was voor alle generaties die revolutionair waren gebleven, een bron van verschrikkelijk verdriet”. En precies ten tijde van de Spaanse oorlog bereikte dit gevoel van isolement een van de hoogtepunten toen veel organisaties, die erin geslaagd waren de klassenstandpunten te behouden, meegesleurd werden door de “antifascistische” golf. Zie ons artikel “Marc: Van de revolutie van Oktober 1917 tot de Tweede Wereldoorlog”. Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 65

[15] Er zij echter op gewezen dat een grote minderheid binnen de CNT zich bij de oprichting van de Kommunistische Internationale had uitgesproken voor toetreding tot de Kommunistische Internationale.

[16] Zie over dit onderwerp “De les van de gebeurtenissen in Spanje” in nummer 36 van de Revue Bilan (november 1936). Heruitgegeven in onze brochure “Fascisme & Democratie: twee uitdrukkingen van het dictatorschap van het kapitaal”.

[17] Zie over dit onderwerp “De verplettering van het Duitse proletariaat en de opkomst van het fascisme” in nummer 16 van de Revue Bilan (maart 1935), heruitgegeven in Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 71.

[18] Voor meer informatie, lees: "1936: Volksfronten in Frankrijk en Spanje: hoe de bourgeoisie de arbeidersklasse mobiliseerde voor oorlog", International Review No. 126.

[19] Zie over dit onderwerp "De herdenkingen van 1944: 50 jaar imperialistische leugens (deel I)". Gepubliceerd in Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 78.

[20] Opnieuw gepubliceerd in Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 59.

[21] Lees hierover: “Laten we niet vergeten: de slachtpartijen en misdaden van de “grote democratieën”. Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 66.

[22] Dit is het cijfer volgens Amerikaanse schattingen, die na de oorlog zijn gemaakt.

[23] Ter informatie: de meest dodelijke bombardementen op burgerbevolking, die eerder in Duitsland plaatsvonden, zijn die van Hamburg (50.000 doden en 40.000 gewonden in juli 1943, voornamelijk in woon- en arbeiderswijken), Kassel (10.000 doden in oktober 1943), Darmstadt, Königsberg, Heilbronn (meer dan 24.000 doden begin 1944), Braunschweig (23.000 verkoolde of gestikte mensen), Berlijn (25.000 doden).

[24] Lees het artikel “Quand les démocraties soutenaient Staline pour écraser le prolétariat” (in Révolution Internationale N°185)

[25] Dit boek is in het Engels beschikbaar onder de titel “"Crimes and Mercies: The Fate of German Civilians Under Allied Occupation, 1944-1950”. Volgens de auteur: “Meer dan 9 miljoen Duitsers stierven als gevolg van een opgelegde hongersnood van de geallieerden en de politiek van uitwijzing na de Tweede Wereldoorlog - een kwart van het land werd geannexeerd en ongeveer 15 miljoen mensen werden verdreven in de grootste etnische zuivering die de wereld ooit heeft gezien. Meer dan twee miljoen van hen, waaronder talloze kinderen, stierven onderweg of in concentratiekampen in Polen en elders. Westerse regeringen blijven ontkennen dat deze sterfgevallen hebben plaatsgevonden.”

[26] Zie ons artikel “Berlijn 1948: De luchtbrug naar Berlijn verbergt de misdaden van het geallieerde imperialisme” in Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 95.

[27] “Boche” (mof) is een vernederende term voor een Duitse soldaat of een persoon van Duitse afkomst. Het gebruik ervan, door de Franse Kommunistische Partij in het bijzonder, was bedoeld om chauvinistische haat tegen Duitsers op te wekken.

[28] Verwijst naar hen die, tijdens de Tweede Wereldoorlog “verraad” hebben gepleegd door samen te werken met de Duitse vijand.

[29] Lees in dit verband ons artikel “Aan het begin van de 21ste eeuw..... waarom het proletariaat het kapitalisme nog niet ten val heeft gebracht (I)”. Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 103.

[30] Voor meer informatie, lees ons artikel “Klassestrijd in Oost-Europa (1920-1970): de noodzaak van internationalisering van de strijd”, Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 27. (Nederlandstalige Internationale Revue nr. 11)

[31] Lees in dit verband ons artikel “Aan het begin van de 21ste eeuw..... waarom het proletariaat het kapitalisme nog niet ten val heeft gebracht (II)”. Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 104.

[32] zij die voortkwamen uit de voormalige arbeiderspartijen die ontaardden met de nederlaag van de wereldrevolutiegolf in 1917-1923.

[33] Er zijn twee opeenvolgende artikelen: “De studentenbeweging in de wereld in de jaren zestig” en “Het einde van de contrarevolutie, een historische opleving van het wereldproletariaat”, respectievelijk gepubliceerd in Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 133 en 134.

[34] “Mei 68 en het revolutionaire perspectief (II): Einde van de contrarevolutie, historisch herstel van het wereldproletariaat”. Zie onze website.

[35] Dit zal hen in staat stellen om aanwezig te zijn op het moment van de onderhandelingen en om de rol van de belangrijkste scheidsrechter van de beweging te spelen door, in elk van onderhandelingen, de arbeiders terug aan het werk te krijgen, sector per sector, door middel van geïsoleerde onderhandelingen.

[36] Idem.

[37] De nadruk die hier wordt gelegd op het in vraag stellen van de inkadering door de Franse Kommunistische Partij en de vakbonden mag echter niet suggereren dat zij inactief zijn gebleven. In veel bezette bedrijven doen de vakbonden hun uiterste best om arbeiders te isoleren van elk contact van buitenaf dat een “schadelijke” invloed op hen zou kunnen hebben (van wat zij “links” noemden). Daar hielden ze de arbeiders de hele dag bezig met tafeltennis.

[38] Dit vraagstuk rechtvaardigt het dat een artikel alleen hieraan wordt gewijd. Dit zullen we later doen in een artikel gewijd aan de evolutie van het proletarische politieke milieu sinds 1968.

[39] Zie Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 161.

[40] “Stellingen: De ontbinding als hoogste stadium van het verval van het kapitalisme” (mei 1990)

[41] CPE = eerste arbeidsovereenkomst, een maatregel die de arbeidsonzekerheid voor jonge werknemers vergroot. Voor een analyse van deze beweging, zie “Stellingen over de studentenbeweging van lente 2006 in Frankrijk”, Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr 125.

[42] Zie “De verontwaardigden in Spanje, Griekenland en Israël: van verontwaardiging tot de voorbereiding van de klassestrijd”, Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr.147.

Historische gebeurtenissen: 

Geschiedenis van de arbeidersbeweging: 

Rubric: 

Mei 1968