Einde 2020 beschreven we als volgt de kwakkelende aanpak van de Covid-19 crisis door de Belgische bourgeoisie: “Het politieke gekonkel, dat sedert begin 2019 plaatsvond, werd in het begin van dit jaar nog aangewakkerd en verhevigd door de uitbarsting van de coronacrisis. De politieke crisis en de coronacrisis leverde een explosief brouwsel op en leidde tot een vlucht voor de verantwoordelijkheid door de politieke “leiders” en tot een aanzienlijke bestuurlijke chaos in het land. Gevestigde politieke bolwerken lieten het vuile werk van de covidcrisis opknappen door een regering van lopende zaken, die regelmatig botste met de ‘wilde’ initiatieven van de gewestelijke en lokale bestuurders. Gebrek aan onderling vertrouwen en een falen van de onderlinge communicatie maakten de dienst uit met als gevolg dat België nu het hoogste aantal coronadoden kent per 100.000 inwoners in de hele wereld” (Nieuwe Belgische regering De Croo : Een ‘dynamische ploeg’ om het vertrouwen in de politiek te herstellen [2]; Internationalisme 372, 3de-4de kwartaal 2020).
In een poging om dit beeld van alomtegenwoordige onverantwoordelijkheid en chaos te verdrijven, werd begin oktober 2020 een ‘nieuwe, frisse’ federale regeringsploeg aangesteld, de regering De Croo, die komaf zou maken met de oude ‘kibbelcultuur’. Zij zou ‘resoluut kiezen voor eenheid’ achter een samenhangend beheer en een vernieuwend programma: ‘1 ploeg van 11 miljoen’ Belgen! Maar wat blijft er over van die ronkende beloftes na 9 maanden regeren?
Zoals haar Europese rivalen heeft de Belgische bourgeoisie weinig of geen lessen getrokken uit de eerste golf van de pandemie: mogelijke begeleidende maatregelen om de pandemie te monitoren en onder controle te houden, de tracking en tracing met verplichte quarantaine van de besmette personen bij buitenlandse reizen bijvoorbeeld, bleken op een totale flop uit te draaien. De regering De Croo, met de ‘socialistische’ minister van gezondheid F. Vandenbroucke op kop, had zich echter sowieso voorgenomen om zich bij de tweede golf niet neer te leggen bij de onvermijdelijkheid van een nieuwe algemene lockdown, waarbij alle niet-essentiële delen van de economie worden stilgelegd. Derhalve bestaat sinds november de onwrikbare kern van de regeringspolitiek erin ten aller prijzen de productieve sectoren van de economie draaiende te houden en, als ondersteuning hiervoor, ook het kleuter- en lager onderwijs open te houden, al slaagden de beschermende maatregelen zoals de ventilatie van lokalen of de testing/zelftesting in bedrijven en scholen er niet in infecties of nieuwe varianten onder controle te houden, waardoor versoepelingsmaatregelen ook regelmatig teruggeschroefd moesten worden. Vervolgens startte de vaccinatiecampagne traag, met grote verschillen tussen regio’s (grote achterstand van het Brussels Hoofdstedelijk gewest t.o.v. andere regio’s, van de steden Antwerpen en Gent t.o.v. de rest van Vlaanderen bvb.). Ook hier barstten schandalen uit van gemeentebesturen die eigen medewerkers en familie lieten voorgaan in de vaccinatie en de opvolgingsregels van het vaccinatieschema aan hun laars lapten. Kortom, ondanks een betere centralisatie door de regering De Croo bleef de onmacht om de pandemie effectief aan te pakken schrijnend, met als gevolg duizenden extra doden, die niet nodig waren geweest.
Een van de redenen waarom het beheer van pandemie ondoeltreffend en onsamenhangend blijft is het feit dat de verschillende partijen en ook de verschillende deelregeringen voortdurend met verklaringen en voorstellen komen aanzetten die de plannen en maatregelen van de federale regering in vraag stellen of zelfs onderuithalen. Toen de regering strikte maatregelen voorschreef, werden deze openlijk in twijfel getrokken door partijvoorzitters van sommige regeringspartijen zelf (van de liberale MR tot de voorzitter van Ecolo die openlijk verklaarde de maatregelen niet te volgen). Toen de Federale regering een voorzichtige versoepeling voorstelde, ontstond er onmiddellijk een opbod aan versoepelingsmaatregelen vanwege de deelregeringen (Vlaanderen vooral) en de partijen (van de Franstalige Parti Socialiste tot de Vlaamse Liberaal Democraten), terwijl sommige burgemeesters en gemeenten openlijk verklaarden dat ze de monitoring van de versoepelingen niet zouden verzekeren (zoals in Luik of Middelkerke). Tenslotte botsten zelfs de liberale Eerste Minister met zijn ‘socialistische’ minister van volksgezondheid, die vond dat De Croo onvoldoende rekening hield met de zorgwekkende toestand in de ziekenhuizen.
Men zou zich kunnen afvragen waarom de bourgeoisie op zo’n ongecontroleerde wijze de problemen aanpakt? Dit heeft niets te maken met slechte wil en nog minder met een machiavellistisch plan. De historische krisis van het kapitalistisch productiesysteem drijft sowieso de interne tegenstellingen op de spits en de woekerende ontbinding, waarvan de Covid-19 crisis zelf een uitdrukking en een versneller is, pookt het ‘elk voor zich’ zodanig op dat de bourgeoisie steeds grotere moeilijkheden ondervindt om haar eigen politieke apparaat onder controle te houden. Daar ligt de fundamentele verklaring voor de toenemende spanningen in het politieke apparaat van de Belgische bourgeoisie.
Spanningen en contestatie kwamen tot uiting in allerlei groepen van de maatschappij: van café- en restauranthouders tot cateraars, van de culturele sector tot de amateursporten en de fitnesscentra. Duizenden jongeren kwamen bijeen in parken of op pleinen en negeerden de coronamaatregelen (zoals bij ‘La Boum’ 1 en 2 in het Brusselse Terkamerenbos), terwijl burgemeesters alsmaar weigerachtiger stonden om de ordehandhaving te verzekeren. Bovendien is er de door uitzichtloosheid dn wanhoop gedreven rondzwerving van een losgeslagen militair van het elitekorps met uiterst rechtse en complotistische sympathieën. Deze roofde een arsenaal aan wapens (tot raketlanceerders tegen gepantserde voertuigen) uit de kazerne waar hij gelegerd was en dreigt een aantal beleidsvoerders en virologen te vermoorden omdat ze een coviddictatuur zouden opleggen. Hij wordt op sociale media door tienduizenden mensen bejubeld als een ‘moderne Robin Hood’ terwijl politiediensten en leger sedert weken proberen hem te arresteren.
De pandemie leidt dus alleszins niet tot het opleggen door de burgerlijke Staat van een ijzeren discipline aan haar bevolking; het gevaar ligt echter elders: dat arbeiders zich zouden aansluiten bij de campagnes van specifieke groepen (middenstanders, cultuursector) of voor de verdediging van ‘individuële vrijheden die in gevaar zouden zijn’, dat jonge werkers meegesleurd worden in campagnes om hun vrijheid opnieuw op te eisen: ‘ik wil mijn vrijheid terug; ik wil doen waar ik zin in heb’. Zulke bewegingen hebben niets positiefs in zich en dreigen de arbeiders mee te sleuren in zelfzuchtige protesten van bepaalde groepen tegen andere groepen van de maatschappij, waarbij elke vorm van solidariteit op klassebasis (de enige solidariteit die een uitweg uit de ellende biedt) compleet afwezig is. In begin van de covidcrisis was er nog een uiting van solidariteit naar het verplegend personeel toe. Vandaag zien deze protesterende groepen het verplegend personeel als lastige mensen die jou beletten om te doen waar je zin in hebt. Zij zijn een uiting van de ongekende toename van het egoïsme, van het ‘elk voor zich’ en de perspectiefloosheid die kenmerkend zijn voor deze fase van ontbinding van het kapitalistische systeem.
Door haar cynische politiek om alles te doen ten gunste van het openhouden van bedrijven is de regering De Croo erin geslaagd de schade aan de economie binnen zekere perken te houden: de economie kende in 2020 een achteruitgang van 6,3%, wat de sterkste daling is sinds WO2, maar vergelijkbaar met die van Duitsland: 6%, en wat duidelijk minder is dan Frankrijk of Italië die meer dan 10% achteruitgaan. Door een massale en onvoorwaardelijke subsidiepolitiek naar bedrijven en werkers toe is België ook een van de best scorende landen in Europa wat betreft de geringe toename van de werkloosheid (van 3,6% tot 3,7%; Duitsland van 2,4% tot 2,9%).
Deze ondersteuningspakketten hebben echter een zware prijs: “In 2020 is het begrotingstekort in ons land naar verwachting opgelopen tot iets meer dan 10 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is meer dan in onze buurlanden. En ook het budgettair herstel verloopt langzamer: in 2023 zal het tekort in Duitsland zijn teruggedrongen tot zowat 1 procent en in Nederland tot zowat 2 procent, terwijl het in ons land blijft hangen op 6 procent.”(Agentschap Belga, 23.03.21). Het tekort van de overheidsfinanciën is fors toegenomen (tot 115% van het BNP in 2020, 120% in 2023; Nederland zag zijn schuldgraad stijgen van 60 naar 72 procent. Duitsland ging van 60 naar 70 procent) en vele bedrijven die door de crisis failliet zouden gaan, werden voorlopig kunstmatig in leven gehouden. Vele nepbedrijfjes zouden zelfs tijdens de lockdown opgericht zijn om te kunnen profiteren van de gulle ondersteuningsmaatregelen.
Het is echter de arbeidende klasse die in de komende jaren de rekening voor de Covid-19 crisis voorgeschoteld krijgt op het vlak van haar lonen en levensvoorwaarden. Eerst en vooral wordt hun koopkracht aangetast in de komende maanden en jaren door een aanzwellende inflatie: meer dan 2% in april en ongeveer 4% tegen jaareinde (De Morgen, 19.05.2021). Vervolgens legt het centraal loonakkoord een duidelijke loonmatiging op: in de komende 2 jaar wordt slechts een loonsverhoging van 0,4% boven op de indexaanpassingen toegelaten.
Tezelfdertijd is de bourgeoisie gestart met het aanwakkeren van de verdeel- en heerspolitiek om elk solidair en ééngemaakt verzet tegen haar politiek te ontkrachten: reeds einde 2020 sloot de regering De Croo een akkoord met het ziekenhuispersoneel dat loonsopslag en een verbetering van de werkomstandigheden inhield, zonder hierbij het onderhoudspersoneel en andere werkers in de gezondheidszorg erbij te betrekken. Bij het centraal loonakkoord dat in mei 2021doorgevoerd is, werd de mogelijkheid voorzien om een bijkomende premie van maximaal 500 € te onderhandelen, enkel voor ‘performante bedrijven’. De bonden verzetten zich tegen deze premie door zich te beroepen op de vrijheid om te onderhandelen over een sterkere loonsverhoging naarmate de ‘performantie’ van de bedrijven. Met andere woorden, na zich samen met regering en patronaat ingezet te hebben om de nationale productie op peil te houden, eisen de bonden nu het recht op om de arbeiders op te splitsen volgens de logica van de kapitalistische productie en het ‘elk voor zich’. Zo willen ze de onderlinge solidariteit nog meer ondergraven tussen beter betaalde arbeiders in ‘performante’ bedrijven en minder betaalde arbeiders in ‘niet performante’ bedrijven of sectoren.
Kortom, de onmacht van de bourgeoisie om een samenhangende politiek te voeren tegen het Covid-19 en haar groeiende moeilijkheden om haar politieke structuur in de hand te houden, bieden geen enkel voordeel voor de arbeiders. Een soberheidpolitiek wordt uitgerold, met volle medewerking van de bonden, die hen in de komende jaren zwaar in haar greep zal houden, terwijl het gevaar dreigt dat arbeiders meegesleurd worden in allerlei sociale spanningen en tegenstellingen tussen verschillende groepen in de maatschappij,die hun klasse-identiteit en klasse-zelfstandigheid nog verder dreigen te ondergraven.
Jos / 06.06.2021
Sinds begin april verspreidt COVID-19 zich met grote snelheid over alle hoeken van de wereld. Terwijl de situatie zich in Europa enigszins lijkt te stabiliseren en in de Verenigde Staten na een enorme uitbarsting weer terugloopt, bevinden Latijns-Amerika en het Indiase subcontinent zich nu in het oog van de storm. Landen als Chili, waarvan de bevolking massaal werd behandeld met Chinese vaccins[1], worden getroffen door een explosie van besmettingen. De situatie is zo ernstig dat zelfs binnen de Chinese autoriteiten stemmen opgaan om de ‘ontoereikende’ werking van de vaccins te erkennen. Officieel heeft de pandemie wereldwijd het leven gekost aan meer dan 3,2 miljoen mensen, en waarschijnlijk nog veel meer, gezien de soms schaamteloos misleidende cijfers van landen als China.
Hoewel een jaar van onderzoek het mogelijk heeft gemaakt een beter inzicht te krijgen in het virus, hoe het zich verspreidt en hoe het te bestrijden, maakt de aanhoudende nalatigheid van alle staten en het gebrek aan verantwoordelijkheid van de bourgeoisie het volstrekt onmogelijk samenhangende en doeltreffende maatregelen te treffen om de verspreiding van het virus op internationale schaal in te perken. De staten, verstrikt in een concurrentielogica, zijn er niet in geslaagd zelfs een minimum aan coördinatie te verzekeren ten aanzien van het vaccinatiebeleid.
Geconfronteerd met dit gebrek aan coördinatie heeft elke staat kortzichtige gezondheidsmaatregelen moeten nemen, waarbij geschipperd werd tussen lockdowns, beperkte lockdowns, noodtoestanden of uitgaansverboden, waarbij men dit of dat opende en dan zus en zo weer sloot. Zonder adequate middelen om de pandemie te bestrijden na decennia van bezuinigingen op de gezondheidszorg als gevolg van de crisis, bezorgd over de ‘economie’ en het risico achter te blijven bij de concurrenten, hebben de staten zich uiteindelijk geschikt naar de dagelijkse sterfgevallen. Ze hebben hun gezondheidsmaatregelen voortdurend aangepast om een chaotische situatie in ziekenhuizen en begraafplaatsen (met meer of minder succes ) te voorkomen. Dit is wat de heersende klasse cynisch ‘leven met het virus’ noemt. Het resultaat is dat, terwijl sommige staten snel en op grote schaal hebben gevaccineerd, het virus zich elders heeft kunnen verspreiden, wat het ontstaan van meer vaccin-resistente varianten van COVID-19 in de hand heeft gewerkt.
Maar in deze dans des doods zijn de ergste catastrofes waarschijnlijk gezien in India en Brazilië. In Brazilië “is de epidemie uit de hand gelopen”, aldus een Braziliaanse wetenschapper: er worden nieuwe begraafplaatsen geopend, lijken worden per bus vervoerd en de ziekte eist duizenden slachtoffers per dag. Spoedig zal het dodental een half miljoen bereiken en de Verenigde Staten inhalen in deze macabere recordrace. Ziekenhuizen zijn vol, mensen sterven op hun brancard wachtend op een bed. En dit alles te midden van de opmars van de nieuwe variant die zijn oorsprong vindt in Manaus, de grote stad in het Amazonegebied waar men eind 2020 nog had geloofd in de fata morgana van de collectieve immuniteit, net toen een tweede golf zich als een apocalyptische maalstroom over Brazilië verspreidde. Ondertussen bleef Bolsonaro, de president van het land, hij die beweerde dat we te maken hadden met een "gripezinha" (Portugees: griepje), herhalen “dat we weer aan het werk moeten en moeten stoppen met klagen”, terwijl hij in een sinistere draaideurpolitiek net zo snel van ministers wisselde als van kledingstuk.
Door de handel in dieren uit het Amazonegebied en de massale ontbossing worden in Brazilië worden mensen blootgesteld aan virussen die vroeger ‘onder de pet’ bleven. Volgens bioloog Lucas Ferrante, een onderzoeker in Manaus: “In het Amazonegebied is het risico op het opduiken van een nieuw virus het grootst, en dit risico is oneindig veel groter dan wat we in Wuhan hebben gezien.”[2]. De vernietiging van het Amazonewoud heeft de laatste jaren catastrofale vormen aangenomen. De Braziliaanse bourgeoisie, die vette winsten maakt met de exploitatie van het Amazonewoud, is niet bereid de vernietiging te stoppen.
Maar de afgelopen weken is het de situatie in India die de krantenkoppen haalt. Het is moeilijk in woorden te vatten, de verschrikking van de gezondheidsramp in dit land. India is vandaag de dag het dichtstbevolkte land ter wereld. Ondanks de economische ontwikkeling van het land waren de gezondheidsdiensten reeds vóór de pandemie onderontwikkeld. Gezondheid was geen prioriteit voor de staat. De Indiase minister-president, Narendra Modi, een soort messianistisch alter ego van Bolsonaro, pochte in februari dat hij "de pandemie had verslagen" en dat het land “een voorbeeld voor de wereld” was. Modi stond zelfs toe te doen wat China en andere grootmachten die over een vaccin beschikken al deden: het gebruiken voor imperialistische invloed. De uitvoer ervan is sindsdien weer verboden.
Sinds januari heeft deze regering, die sterk beïnvloed is door het fundamentalistische hindoeïsme, doelbewust een pelgrimstocht (de Kumbh Mela) aangemoedigd, van enorme menigten uit het hele land. Gedurende de eerste twee weken van april dompelden 2,8 miljoen Hindoes zich zonder maskers, zonder afstand, zonder temperatuurcontrole of voorafgaande tests zich onder in het water van de Ganges, dat besmet is door de rituele crematies van besmette lijken. Echte virusbommen, om maar niet te spreken van de bijeenkomsten het kader van de verkiezingen!
De terugslag van deze arrogantie en minachting liet niet lang op zich wachten. De cijfers over de besmetting en het sterftecijfer zijn de hoogte in geschoten: 4000 doden en ongeveer 4 miljoen besmettingen per dag, “statistieken die ver achterlopen op de werkelijkheid”, aldus de kranten, bevestigd door het schrijnende schouwspel van zuurstofgebrek, bedden die door meerdere mensen bezet worden, rijen voor de ziekenhuizen waar mensen sterven op brancards, in de zijspan van hun motorfiets of op de grond!
Dit is de laatste druppel in een land dat, zoals Brazilië, beweert een economische reus te worden. In India zijn in plaats van beelden van families die op zoek zijn naar braakliggende terreinen of parken om hun geliefden te begraven, overal honderden meters lange brandstapels verrezen om de opgehoopte lichamen te cremeren en hen een laatste, miserabel en onwaardig eerbetoon te brengen. Zoals in Brazilië en elders zijn het de armste, het proletariaat en de uitgebuite lagen die de hoogste prijs betalen voor dergelijke tekortkomingen en de trauma's die zij teweeg brengen.
Wanneer men zich beseft dat deze twee landen, samen met Zuid-Afrika, ingedeeld waren bij de landen met een ontwikkelingspotentieel dat vergelijkbaar is met dat van China! Min of meer gepresenteerd als de uitdrukking van een dynamisme van een eeuwig kapitalisme!
COVID is, evenals de andere pandemieën en plagen die de menselijke soort bedreigen, niet alleen een product maar ook een krachtige versneller van sociale ontbinding op wereldschaal. Het India van Modi en het Brazilië van Bolsonaro, ook al worden zij geleid door populistische regeringen die hen blootstellen aan bijzonder onnozele en irrationele beslissingen, zijn slechts twee van de meest extreme uitingen van de impasse die het kapitalisme voor de toekomst van de mensheid vertegenwoordigt.
Vergis u niet: Modi, Bolsonaro, Trump en vele andere vertegenwoordigers van de opkomst van het populisme blijven, samen met hun grillige en bekrompen administratie, ondanks hun ‘anti-elite’ toespraken, trouwe verdedigers van het nationale kapitaal en een doorgeefluik van de noden van het wereldkapitalisme: de brute uitbuiting en plundering van het Amazone-regenwoud, alsmede de winning van goud, worden aangemoedigd door de soja-importerende landen. En aan de kant heeft Modi een einde gemaakt aan de ‘beschermde’ landbouwwetten om het platteland nog meer open te stellen voor de noden van het kapitaal. Ondanks de overwinning van Biden op Trump in de VS, is de trend van zelfvernietiging en ieder voor zich binnen de heersende klasse inherent aan de wereld waarin we nu leven.
Zoals wij het stellen in ons Rapport over de Covid-19-pandemie en de periode van kapitalistische ontbinding [7] (juli 2020):“De Covid-pandemie (…) is een onmiskenbaar herkenningsteken geworden van deze hele periode van ontbinding, doordat ze een reeks factoren van chaos verenigt die de veralgemeende verrotting van het kapitalistische systeem uitdrukt. Deze factoren zijn onder andere:
- de verlenging van de economische crisis over een lange periode, die in 1967 begon[3], en de opeenstapeling en de intensivering van de bezuinigingsmaatregelen die er het gevolg van zijn geweest, heeft geleid tot een ontoereikend en chaotisch antwoord op de pandemie door de bourgeoisie, wat de heersende klasse genoodzaakt heeft de economische crisis op grote schaal te verergeren door de productie voor een aanzienlijke periode te onderbreken;
- de oorsprong van de pandemie ligt duidelijk in de versnelde vernietiging van het milieu die is ontstaan door het voortduren van de chronische kapitalistische crisis van overproductie;
- de ongeorganiseerde rivaliteit tussen imperialistische mogendheden, onder andere onder voormalige bondgenoten, heeft de reactie van de wereldburgerij op de pandemie tot een mondiaal fiasco gemaakt;
- de onmacht van de heersende klasse om te reageren op de gezondheidscrisis heeft de groeiende tendens van de bourgeoisie en haar staat aan het licht gebracht om de politieke controle over de maatschappij binnen elk land te verliezen;
- de achteruitgang in de politieke en maatschappelijke competentie van de heersende klasse en haar staat is op een verbazingwekkende manier gepaard gegaan met ideologische verrotting: de leiders van de machtigste kapitalistische naties spuien belachelijke leugens en bijgelovige onzin om hun onvermogen te rechtvaardigen.
Covid-19 heeft zo, veel duidelijker dan voorheen, alle domeinen van het maatschappelijk leven die getroffen zijn door de ontbinding bijeengebracht: het economische, het imperialistische, het politieke, het ideologische en het maatschappelijke domein. De huidige gezondheidscatastrofe toont vooral een toenemend verlies aan controle over het systeem door de kapitalistische klasse en een toenemend verlies aan perspectief voor de mensheid als geheel (…)De fundamentele neiging tot zelfvernietiging, die het gemeenschappelijke kenmerk is van alle perioden van het kapitalisme in verval, heeft zijn dominante vorm in de periode van ontbinding veranderd van de wereldoorlog in een mondiale chaos die de dreiging van het kapitalisme voor de maatschappij en de mensheid in zijn geheel alleen maar groter maakt.”
Als het uitbreken van de pandemie de ontwikkeling van de arbeidersstrijd in de wereld een halt toegeroepen heeft, dan heeft het evenwel niets veranderd aan de bezinning over het chaotische karakter van de kapitalistische maatschappij. De pandemie is het zoveelste bewijs van de noodzaak van een proletarische revolutie. Maar deze historische uitkomst zal in de eerste plaats afhangen van het vermogen van de arbeidersklasse, de enige revolutionaire kracht, om zich weer bewust te worden van zichzelf, van haar bestaan, en van haar revolutionaire capaciteiten. Want alleen het proletariaat, gemobiliseerd en georganiseerd rond de strijd voor de verdediging van zijn belangen en zijn klassenautonomie, heeft de macht om een einde te maken aan het tirannieke en dodelijke juk van de wetten van het kapitaal, en om een andere maatschappij te doen ontstaan.
Inigo / 6.05.2021
[1] China en Rusland hebben de kans aangegrepen om Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen te overspoelen met vaccins voor openlijk imperialistische doeleinden.
[2] "Amazonie: point de départ d'une nouvelle pandémie (1)?", France Culture (19 april 2021).
[3] Zie: “Covid-19 en Afrique : Du vain espoir de 2020 à la dure réalité de 2021 [8] (2)”, Révolution Internationale n°487 (maart-april 2021).
Afgelopen voorjaar hebben in Nederland de parlementsverkiezingen plaatsgevonden. In heel Europa werden ze met belangstelling gevolgd, waarbij iedereen zich afvoeg of Rutte erin zou slagen om voor een vierde termijn als Eerste Minister te gaan en zijn politiek van de afgelopen tien jaar zou kunnen voortzetten. Een politiek die gekenmerkt werd door soberheid en politieke stabiliteit. De uitslag van deze verkiezingen kon verder ook aanwijzingen inhouden voor de uitslag van de belangrijke verkiezingen in Duitsland dit najaar en in Frankrijk volgend voorjaar.
In de verschillende landen van de wereld is het virus van het populisme haar verwoestende werking in de afgelopen jaren al begonnen. Het referendum in Groot-Brittannië over de uittreding uit de EU zette een proces van chaotische politieke ontwikkeling in gang, welke nog steeds nagalmt. Het presidentschap van Trump in de VS heeft de chaos in het land aangewakkerd, met als de ware Apocalyps de bestorming van het Capitol door een horde rechts-extremisten. In Hongarije weet Orban de dreigende chaos alleen tegen te gaan door op ‘stalinistische wijze’ de touwtjes aan te halen. In Italië heeft de coalitieregering van de twee populistische partijen, gekenmerkt door 14 maanden van conflicten, Italië achtergelaten in nog grotere verdeeldheid dan voordien.
Tot nog toe was Nederland een toonbeeld van politieke stabiliteit. Afgezien van het fiasco van de regeringsdeelname van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) in 2002-2003 en de mislukte gedoogsteun van de PVV van Wilders in 2010-2012, wist de bourgeoisie in Nederland de gevolgen van de populistische opmars redelijk onder controle te houden. In 2017 was de populistische PVV al wel uitgegroeid tot de op één na grootste partij, nog net iets groter dan de christen-democratische en links-liberale D66, maar ook ver achter de grootste partij, de VVD van Rutte. Rutte zelf staat symbool voor stabiliteit, voor een bourgeoisie die de kunst van het politiek bedrijven verstaat en de populistische ‘uitwassen’, als uitdrukking van de fase van de ontbinding, tot nog toe heeft weten te neutraliseren.
De regering Rutte II, die begon in 2012, was redelijk snel gevormd, ook al omdat hij slechts uit twee partijen bestond. De vorming van Rutte III werd daarentegen de langste regeringformatie in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Dat kwam gedeeltelijk door het feit dat er vier partijen nodig waren om een meerderheidsregering met een meerderheid in het parlement dus te formeren. Dat was voor een deel ook te wijten door het toegenomen onderlinge wantrouwen tussen de verschillende partijen. In weerwil van de titel, “Vertrouwen in de toekomst”, sprak uit het uitgebreide regeerakkoord, waarin alles tot in de details was vastgelegd, eigenlijk meer wantrouwen dan vertrouwen.
De uitslag van de verkiezingen van 2019 voor de Provinciale Staten en de Eerste Kamer vormde een eerste indicatie voor de groeiende moeilijkheden voor de Nederlandse bourgeoisie om de controle te behouden over haar politieke instellingen. Tijdens deze verkiezingen wist het populistische Forum voor Democratie vanuit het niets opeens 16 % van de stemmen te behalen en werd daarmee de grootste politieke partij in Nederland en, naast de VVD, de grootste partij in de Eerste Kamer. Deze reusachtige versterking van het populistische smaldeel in de Nederlandse politiek was een eerste waarschuwing. Deze trend kreeg haar absolute bevestiging in de uitslag van de verkiezingen voor het parlement van 17 maart van dit jaar. Nooit behaalden de populisten zoveel zetels als tijdens deze verkiezingen; samen zijn ze goed voor 28 van de 150 zetels. Dit is zelfs meer dan de 26 zetels die de LPF in 2002 behaalde. Belangrijker echter is het feit dat het parlement nog nooit zo verkruimeld was, opgedeeld is in 17 (en nu zelfs 18) fracties. Dit zijn er zelfs veel meer dan in België waar, vanwege de opsplitsing van de partijen over de taalgemeenschappen, van de meeste partijen twee versies bestaan. De enige van de klassieke zuilen die standhouden zijn de liberale met de rechts-liberale VVD van Rutte en de centrum-liberale D66. De christen-democraten (CDA), die ook deel uitmaakten van de regering Rutte III, hebben een flink verlies geleden. De groene en linkse partijen zijn verschrompeld tot ‘minipartijen’ met minder dan 10 zetels elk. Ook de populisten zijn verdeeld in vier ‘kerken’ die elkaar excommuniceren. Partijen zoals de ‘Partij voor de Dieren’ of de ‘Boerenburgerbeweging’ nestelen zich in het parlement. In de huidige Tweede Kamer halen slechts 4 partijen meer dan 10% van de stemmen, terwijl 13 partijen minder dan 10% van de stemmen behaald hebben. Het ‘ieder voor zich’ van de ontbinding brengt allerlei effecten met zich mee, zoals parlementsleden ‘die zich in de media trachten te profileren’ en zich daarbij niet langer laten weerhouden door de loyaliteit aan de eigen partij en aan de regeringscoalitie. In januari 2021 werd dit funest voor de regering Rutte, die in het parlement een meerderheid had van maar één zetel. Vanwege haar complete onvermogen om de toeslag voor de kinderopvang [1] in goede banen te leiden, had het parlement aangekondigd een motie van wantrouwen in te dienen tegen de regering. Toen de laatste besefte dat zelfs enkele leden van de coalitiepartijen de motie zouden onderschrijven, was ze genoodzaakt haar ontslag in te dienen.
Eind maart was begonnen met de vorming van een nieuwe regeringscoalitie. Maar net toen die op gang begon te komen, kwam het opnieuw tot een botsing tussen parlementsleden en Rutte. Nadat er bekend was geworden dat er voor een van de parlementariërs (CDA parlementslid Pieter Omtzigt), die zich wat te nadrukkelijk had geprofileerd, ‘een functie elders’ werd gezocht, wilde de Tweede Kamer weten wat de achtergrond hiervan was. In het debat dat daarop volgde bleek dat dit onderwerp ter sprake was gekomen in het gesprek tussen Rutte en de beide verkenners (de voorlopers van de informateurs), iets wat Rutte in eerste instantie heftig ontkende. Pas toen hij diep door het stof was gegaan, berouw had getoond, en beterschap beloofd (‘een nieuwe bestuurscultuur’) kon hij een motie van wantrouwen, tegen hem persoonlijk gericht, afwenden. Dat deze parlementsleden ook regelmatig onderwerp van gesprek waren in de ministerraad was toen nog niet bekend, maar dat bleek later. En toen het parlement had geëist dat de notulen van de ministerraad uit de tweede helft van 2019 zouden worden vrijgegeven, bleek daaruit dat “Ze wilden geen kritische vragen en ze hebben alles geprobeerd, via anderen, om ze te intimideren en te muilkorven” (Azarkan van de partij DENK). In het debat dat volgde op de openbaarmaking van de notulen beloofde Rutte nogmaals beterschap, en voortaan meer rekening te zullen houden met de het parlement als ‘tegenmacht’.
De botsingen in april tussen de regering en de parlementariërs heeft de vorming van een nieuwe regering danig bemoeilijkt. Alle mooie beloften van Rutte, na de vermeende ‘machinaties’ van de regering in de richting van parlementsleden, lijken weinig zoden aan de dijk gezet. Uit het eindrapport dat Tjeenk Willink, de derde in de rij van kabinetsinformateurs sinds 17 maart, begin mei uitbracht blijkt dat van de 18 partijen in het parlement er sowieso 6 zijn die Rutte [2] niet meer geloofwaardig genoeg achten om met hem een nieuwe regering te vormen. Een van de pijlers waarop de bourgeoisie steunt om haar politieke systeem te verdedigen tegen de steeds groter wordende druk van de ontbinding is het naar voren schuiven (of het creëren zoals in Frankrijk) van populaire figuren die in staat zijn een belangrijk deel van de bevolking en van de politieke krachten rond zich te verenigen. Dit zagen we met Merkel in Duitsland, Macron in Frankrijk en recent ook met Draghi in Italië. Dit was ook het geval in de afgelopen 10 jaar met Rutte in Nederland. De huidige campagne tegen Rutte is een bijkomende uiting van het feit dat de Nederlandse bourgeoisie de politieke regie neigt te verliezen en dat de controle haar steeds meer ontglipt.
Het ‘ieder voor zich’ ondergraaft elke aanpak van de crisis
We zijn nu enkele maanden verder en de regeringsformatie is nog geen centimeter gevorderd. De ‘Denktank Coronacrisis’ van de Sociaal Economische Raad (SER), het belangrijkste adviesorgaan van de regering, heeft uitgangspunten geformuleerd voor de herstart van de economie en maatschappelijke activiteiten. In deze uitgangspunten staat voorop het herstel van de economie en anticiperen op toekomstige welvaart, terwijl er tegelijkertijd voor gezorgd moet worden dat maatschappelijke verworvenheden, zoals gezondheidszorg, overeind blijven. Centraal in de plannen van de bourgeoisie voor de komende periode staan dus de transitie van crisis naar herstel, overgoten met het sausje van verduurzaming en digitalisering. De bourgeoisie in Nederland lijkt dus niet te opteren voor een regering die onmiddellijk drastische bezuinigingen gaat doorvoeren en meteen de rekening presenteert van de financiële steunmaatregelen van ca. 40 miljard euro uit het coronatijdperk. De vraag blijft echter: welke vijf of zes partijen vinden een regeerprogramma dat hen niet verder in de vernieling rijdt en onder wiens leiding wordt het uitgevoerd?
Ondanks de mooie plannen, die nu door de bourgeoisie worden uitgewerkt in het kader van de formatie van een nieuwe regering, moeten we ons geen illusies maken. De bourgeoisie weet dat ze niet ongestraft kan doorgaan met geld uitgeven en de staatschuld op laten lopen. Wat ze sinds het begin van de pandemie in wezen doet, is dansen op het slappe koord. En dat tegen de achtergrond van een economie die beduidend zwakker en brozer is dan tijdens de bankencrisis van 2008. Economen voorzien dat een dergelijke politiek onvermijdelijk leidt tot een verheviging van de financiële schokken en een destabilisering van de munteenheid. Het gebrek aan controle van het politiek ‘spel’ kan de toestand alleen nog maar verergeren, want de effecten van de ontbinding blijven momenteel niet meer beperkt tot verschijnselen van de bovenbouw - zoals populisme, vluchtelingenstromen, ecologie, de verrotting van ideologie maar tasten steeds meer en steeds directer de economische basis aan van het kapitalistische systeem [3], zoals we hebben gezien met de pandemie: de ongebreidelde verspreiding van het virus heeft de wereld in een diepe crisis gestort, vergelijkbaar met de krach van 1929.
De huidige moeilijkheden van de Nederlandse bourgeoisie om een nieuwe stabiele regering te vormen, die de natie door de huidige en de komende stormen kan leiden, brengt op treffende wijze tot uitdrukking de tendens van het ‘ieder voor zich’, dat zo langzamerhand tot alle uithoeken van de burgerlijke maatschappij doordringt. [4] En met de kortetermijnpolitiek, die in de fase van de ontbinding steeds meer begint te overheersen, zullen de economische voorwaarden alleen maar verslechteren, waarvan de gevolgen ongetwijfeld op de uitgebuite delen van de bevolking en met name op de arbeidersklasse afgewenteld zullen worden.
Dennis / 2021.06.07
[1] De zogeheten kindertoeslagaffaire bestond erin dat tienduizenden ouders in Nederland in de afgelopen jaren door de belastingdienst onterecht beschuldigd werden van fraude met de kinderopvangtoeslag. Hierdoor zijn deze gezinnen in zware problemen gekomen die zich niet allen beperken tot financiële problemen, maar ook problemen betreffen rondom huisvesting, zorg en de opvoeding van kinderen. Het werd een heuse affaire vanwege het feit dat de regering de ernst en de omvang deze beschuldigingen niet bekend wilde maken aan het parlement.
[2] Na tien jaar onafgebroken regeringsleider te zijn geweest, van 2010 tot 2020, is Rutte wat autocratische trekken gaan vertonen. Hij dicteert wat er moet gebeuren. Rutte en overheid is bijna synoniem geworden, zoals Ploumen van de PvdA onderstreepte: “Rutte gedraagt zich als een Zonnekoning.”
[4] De rellen in het weekend van 23 en 24 januari 2021 waren voor Nederlandse begrippen ongekend. Het waren niet eens de grote aantallen, maar het feit dat de rellen in 25 plaatsen tegelijk plaatsvonden, dat hier en daar teststraten vernield werden en in Twente zelfs een ziekenhuis werd aangevallen. Dit is een duidelijk bewijs dat de effecten van de ontbinding steeds meer om zich heen grijpen.
In de afgelopen maanden - in juli, augustus en november - vonden in verschillende delen van de wereld protesten plaats . waarbij op verwarde en tegenstrijdige wijze stemmen opgingen tegen de verplichte vaccinatie en de coronapas, die als ‘vrijheidsberovend’ worden beschouwd. De betogingen strekten zich uit van Australië tot Spanje, van Canada tot Kazachstan, met als het onbetwiste middelpunt Frankrijk, waar negen weekenden achtereen de mensen in verschillende steden de straat opgingen.
Ook in Nederland en België vonden protesten plaats. Onder de leus UnMuteUs had de evenementensector op 21 augustus en op 11 september in diverse steden betogingen georganiseerd tegen de lockdown maatregelen van de regering. Hieraan namen beide keren in totaal tussen de 50.000 en 100.000 mensen aan deel. Daarnaast waren er op 24 juli, 5 september en 3 oktober ook nog demonstraties van anti-vaxxers, alienfans en complotdenkers. Deze betogingen, waar gemiddeld 25.000 mensen aan deelnamen, werden gesteund door politieke partijen als Forum voor Democratie, door Viruswaarheid en Voorpost (een groep die een Groot-Nederlands ideaal nastreeft). Zelfs de Nederlandse driekleur ontbrak niet in deze protesten. In België vonden in dezelfde periode ook betogingen plaats zoals op zaterdag 4 september in Brussel tegen de verplichte vaccinatie en op zaterdag 16 oktober voor het hoofdkantoor van Pfizer in dezelfde stad. Omvangrijker was deze van 20 november met tot 35.000 deelnemers.
Wat is de betekenis van al deze protesten? Welke gevaren houden ze in voor de arbeidersstrijd? Hoe moet de arbeidersklasse ervoor waken dat ze zich niet mee laat slepen in de protesten en ‘opgelost’ wordt in de amorfe massa van het volk? Hoe groot is het gevaar dat haar klassebewustzijn erdoor vergiftigd wordt? Dit zijn enkele van de vragen die het hiernavolgende artikel probeert te beantwoorden, van levensbelang voor de strijd van de klasse, ook in Nederland en België.
In Frankrijk, waar de demonstraties massale proporties aannamen en waaraan in diverse steden iedere keer tienduizenden mensen deelnamen, nam dit de vorm aan van een algemeen anti-Macron front waarin politieke partijen van extreem links van het kapitaal tot extreem rechts, een mix van individuen of families, die verontwaardigd waren over een of andere regeringsverklaring of -beslissing, geïsoleerde arbeiders, en demonstranten die beweerden deel uit te maken van de beweging van de ‘Gele Hesjes’, allemaal bijeenkwamen. Het was moeilijk om niet te verdwalen in zo'n vormloze massa.
Deze demonstraties waren in geen geval een uiting van proletarische strijd. Integendeel, zij gaven uiting aan een primaire impuls van nationalisme, met de aanwezigheid van talrijke Franse nationale vlaggen [1] in de gelederen van de betogers, extreme verwarring, de erkenning van onmacht, de verwarring, en de overheersende irrationaliteit ten opzichte van een gezondheids- en sociale crisis die de hele kapitalistische wereld treft. Deze kristallisatie rond veelzijdige eisen, waarbij wantrouwen tegen de wetenschap wordt gecombineerd met oproepen tot verdediging van de ‘individuele vrijheden’, was inderdaad het gesprek van de dag in de media, waar tegenstrijdige, uiteenlopende en soms vergezochte belangen werden afgewogen tegen regeringsmaatregelen die ten onrechte werden voorgesteld als een uitdrukking van het algemeen belang en het algemeen welzijn dat wordt verdedigd tegen de Covid-19-pandemie en het uitbreken van een vierde besmettingsgolf. Zoals gewoonlijk werd iedereen opgeroepen zich op te stellen als ‘burger’ teneinde een kant te kiezen tegenover dit of dat gezondheids-, politiek of sociaal probleem, die allemaal afzonderlijk werden beschouwd, waardoor de verantwoordelijkheid van het kapitalistisch systeem in zijn geheel en zijn achterhaaldheid werd verdoezeld.
Ook al nam een minderheid van de arbeiders, die walgen van de houding en de leugens van de machthebbers, deel aan deze demonstraties, gaf zij vooral uiting aan een gevoel van frustratie, van machteloze woede, eigen aan de kleinburgerlijke lagen, en van het gebrek aan perspectief. Zo hadden de vakbonden, deze burgerlijke organen van de inkadering van de strijd, in het bijzonder zij die zich als het ‘radicaalste’ voordoen, zoals SUD-Santé of sommige afdelingen van de CGT, van de gelegenheid gebruik gemaakt om in verschillende steden zoals Marseille, Lyon, Toulouse, Bastia of regio's (Hauts-de-France) een reeks stakingen aan te kondigen om het personeel in de gezondheidszorg op te roepen zich te mobiliseren tegen het verplichte vaccin en de intrekking van de gezondheidspas te eisen. Zelfs bij de brandweerlieden, waarvoor dezelfde beperkende maatregelen waren afgekondigd, had de autonome ‘huis’ vakbond dit voorbeeld gevolgd. Dit alles in naam van de verdediging van de ‘keuzevrijheid’, d.w.z. op het terrein van het burgerlijk recht dat een echt vergif is voor de arbeidersklasse en haar revolutionaire perspectief. [2]
De extreemlinkse organisaties hadden hiervan ook geprofiteerd om de arbeidersklasse verder te desoriënteren door de verwarring te voeden tussen arbeiderseisen en de verdediging van ‘burgerrechten’, door deze beweging valselijk voor te stellen als ‘een springplank voor toekomstige arbeidersstrijd’. De bourgeoisie en haar verschillende politieke winkels, vooral, die van links en extreem links, weten heel goed hoe ze alle beschikbare middelen moeten aanwenden om de overdenking van de arbeiders over de crisis, over de chaos die hen omringt en de nalatigheid van de voorbije maanden te ondermijnen, door ten volle gebruik te maken van de ontbinding van het hele kapitalistische systeem en door met een valse air van eerbiedwaardigheid uit te leggen hoe de burgerlijkestaat het beheer van de crisis zou moeten aanpakken.
In werkelijkheid is de verslechtering van de situatie een nieuwe uiting, niet alleen van de nalatigheid van de bourgeoisie, maar vooral van de algemene onmacht van alle staten in de afgelopen anderhalf jaar, die niet in staat zijn de medische vooruitgang, de deskundigheid en de middelen te bundelen om de pandemie te bestrijden. Wij zijn getuige geweest van de ongebreidelde concurrentie tussen alle laboratoria en van het gebruik van vaccins als imperialistisch wapen door alle staten, onder invloed van de universele wet van de kapitalistische winst.
Hoezou zou een deel van de bevolking niet bang zijn dat we afstevenen op een gezondheidsschandaal na ruim anderhalf jaar van dagelijkse leugens van de autoriteiten? De regering heeft zich op een schaamteloze manier getooid met beweringen dat ze zich baseert op een rationele en wetenschappelijke visie, terwijl zij midden in de eerste golven van de pandemie bij vele gelegenheden de adviezen van wetenschappers in de wind sloeg, tegelijkertijd de meest opportunistische onder hen in de media naar voren schoof, het onverdedigbare verdedigde met betrekking tot het gebruik van maskers, de bescherming op het werk en in het vervoer, waarbij zij haar eigen nalatigheid relativeerde door walgelijke vergelijkingen te maken met meer catastrofale situaties. Al deze leugens, deze ontelbare halve waarheden en gebrekkige rechtvaardigingen van de regering, hebben natuurlijk een klimaat van wantrouwen geschapen onder de bevolking.
Maar afgezien van de twijfels en vooroordelen heeft de pandemie aanleiding gegeven tot een overvloed aan schemerige theorieën en waanzinnige beweringen, niet alleen op de sociale media waar de samenzweringstheoretici het meest actief zijn, maar ook in de media en van de kant van de politici zelf. Miljarden mensen zijn gevaccineerd sinds de eerste tests werden uitgevoerd, maar de zeldzame ‘gevallen’ van vermoede (en zelden bevestigde) dramatische bijwerkingen worden door pseudo-experts vreselijk opgeblazen, in weerwil van elke wetenschappelijke benadering, als ze niet zomaar verzonnen zijn.
Toch heeft Covid-19 wereldwijd meer dan vier miljoen mensen gedood, waarschijnlijk meer... maar geen vaccins! Covid-19 blijft muteren, infecteren en doden, vooral in delen van de wereld die zich geen grote vaccinatiecampagne kunnen veroorloven. Ook blijft de ziekte een steeds jongere, niet-gevaccineerde bevolking in de kernlanden besmetten en verzwakken. Toch blijven sommigen twijfelen aan de doeltreffendheid van vaccins en klagen over een vermeend ‘gebrek aan afstand nemen’ ten aanzien van ‘nieuwe technieken’ (die in feite niet nieuw zijn). Twijfel en scepcis zijn wetenschappelijke deugden, irrationeel wantrouwen niet!
De irrationele bezorgdheid die min of meer tot uiting komt in de beweringen van alle tegenstanders van vaccins is niet nieuw! Aan het eind van de 18e eeuw, toen de eerste pokkenvaccins werden ontwikkeld, was er ook al sprake van bijgelovige terughoudendheid ten aanzien van wetenschappelijk onderzoek. Pasteur zelf kreeg, toen hij in 1885 het vaccin tegen hondsdolheid ontdekte, ook te maken met uitingen van dit soort ‘anti-vaxxers’. Hij werd ervan beschuldigd dieren te mishandelen en vaccins te hebben uitgevonden alleen om zijn eigen zakken te vullen! Bijna anderhalve eeuw later, ondanks ongekende vooruitgang in wetenschap en geneeskunde, blijft er wantrouwen bestaan in de meest achtergebleven sectoren van de heersende klasse en van de bevolking. Vandaag de dag gaat de irrationaliteit van samenzweerders zelfs zo ver dat men denkt aan mogelijke genetische modificatie door RNA-technologie of politieke en medische manipulatie, ten behoeve van een controle van de bevolking door de staat, via het inenten van 5G tijdens vaccinatie (sic)!
Als deze verschillende obscurantistische redeneringen weerstaan aan wetenschappelijke bewijsvoering, dan komt dat omdat zij zich aanpassen aan elk tijdperk en elke context. Maar vandaag hebben de dynamiek van de ideologische ontbinding van de kapitalistische maatschappij, het gevoel van machteloosheid tegenover de crisis, de voortschrijdende chaos, invloed op een beter opgeleide bevolking en doen ze niets anders dan het hele vermogen tot logisch, wetenschappelijk en politiek redeneren wegrotten in een vormloze massa van soms waanzinnige reactionaire opvattingen en visies.
Dit proces is de bourgeoisie niet vreemd: niet alleen hebben we gezien hoe politici van uiterst rechts en zelfs in de gelederen van traditioneel rechts volstrekt waanzinnige ideeën propageren, maar deze dwalingen hebben zich gemanifesteerd tot in de hoogste geledingen van de staat, waarbij Macron en zijn kliek openlijk wetenschappers denigreren of hun woorden verdraaien in een poging hun kortzichtige politiek te rechtvaardigen, zoals toen het staatshoofd beweerde dat hij alleen het bij rechte eind had tegen de epidemiologen.
De minder karikaturale deelnemers aan de betogingen stellen de vaccinatie niet ter discussie, maar verzetten zich tegen de gezondheidspas, die aanvankelijk aan de verzorgers werd opgelegd op straffe van ontslag, en weigeren aan zijn verkapte verplichting te voldoen om deel te nemen aan de meest alledaagse activiteiten, zoals naar de supermarkt, een café, een concert of de bioscoop gaan.
Deze twee realiteiten, anti-vaccinatie en anti-gezondheidspas, bestaan echter met zeer poreuze grenzen naast elkaar in gemeenschappelijke demonstraties waar dezelfde individualistische logica van verzet overheerst, zonder collectieve bezorgdheid over de voortduring van de pandemie, de verwoestingen die ze nog steeds aanricht en welke nog komen. Dit gebeurt in naam van de aanval op de ‘individuele vrijheden’, een totaal burgerlijk terrein.
Deze leuze ter verdediging van de democratische vrijheden is de grofste dekmantel voor de verdediging van de burgerlijke staat, het meest anti-arbeidersterrein dat er bestaat. De arbeidersbeweging heeft deze valstrik herhaaldelijk aan de kaak gesteld en stelde dat “zolang er een staat is, is er geen vrijheid. Wanneer er vrijheid zal bestaan, zal er geen staat bestaan”.[3]
Het revolutionaire perspectief
is het enige alternatief
De regering maakt van de situatie gebruik om de mensen tegen elkaar op te zetten door de spanningen en gevoelens van wrok aan te wakkeren. Door de propagandacampagnes op te voeren, door min of meer openlijk alle personen, die twijfelen en bang zijn, voor te stellen als totaal misleidende ‘anti-vaccinatie samenzweerders’, heeft de bourgeoisie een deel van de gevaccineerden ertoe aangezet om de tegenstanders van vaccinatie te beschouwen als gemakkelijke zondebokken en hen de schuld te geven van de nieuwe besmettingsgolven. Op die manier ontslaat ze het kapitalisme, de staat en zijn onverantwoordelijk optreden van elke schuld voor de huidige dramatische situatie. Voor de anti-vaxxers is hun mobilisatie tegen de ‘dictatuur’ van Macron een teken van verantwoordelijkheid om de verdediging van de democratie levend te houden, door de makke ‘schapen’, die zich onderwerpen aan de ‘vrijheidsberovende’ wetten van de gedwongen vaccinatie, aan de kaak te stellen en uit te schelden. Deze verdeeldheid maakt deel uit van een rampzalige logica van confrontatie, waarin de werkelijke inzet, de noodzaak een einde te maken aan de kapitalistische chaos, verdwijnt in een wirwar van verwarring en onmacht.
De uitingen van ergernis in de betogingen en onder de bevolking in het algemeen, heeft inderdaad de vorm aangenomen van ontreddering en van het gevoel onderworpen te zijn aan de dictaten van een arrogante regering, die het aantal inconsequenties ten aanzien van de pandemie heeft opgestapeld, door herhaaldelijk lockdowns op te leggen en warm en koud te blazen t.o.v. een bevolking, die nog steeds het einde van de tunnel niet ziet, door zich te beroepen op een schijnwetenschappelijke aanpak terwijl de burgerlijke nalatigheid de boventoon voerde.
Maar deze woede kan op geen enkele manier leiden tot een bewustzijn bij het proletariaat van de toenemende ineenstorting en de onoplosbare impasse van het kapitalistische systeem, wanneer dit verzet, deze afwijzing zich op oppervlakkige wijze, zonder afstand te nemen of na te denken, kristalliseren in een machteloze woede tegen een regering en een president die worden gevoeld als de bron van al het kwaad en die worden gezien als slechte, incompetente en inefficiënte beheerders van dit systeem.
Geconfronteerd met zo'n sociaal en ideologisch moeras dat de bourgeoisie dagelijks voedt en aanwakkert, zal het voor het proletariaat niet gemakkelijk zijn om te reageren op zijn klasseterrein van solidariteit om de werkelijke frontale aanvallen het hoofd te bieden, die in de komende tijd zullen worden ondernomen op zijn arbeids- en levensomstandigheden. Zijn klasseterrein is niet dat van de verdediging van de staat, de verdediging van de nationale economie en de Franse vlag. Het zal zijn klassezelfstandigheid in de strijd, in de organisatie van zijn gevechten, moeten verdedigen tegen alle krachten van de staat, aan de macht of niet, en dit onafhankelijk van de interklassistische bewegingen of de valse vrienden, meestal van links, die zullen proberen zijn woede af te leiden. Het proletariaat heeft helderheid en vertrouwen in zijn eigen kracht nodig om al deze valstrikken te verijdelen en dit vormt al een heel directe uitdaging n
Stopio/ 13.08. 2021
[1] In een betoging in Griekenland werden zelfs houten kruizen meegevoerd, een uiting van christelijk fundamentalisme.
[2] Ook in de VS, Griekenland en Italië hebben de vakbonden massaal de protesten gesteund. In Italië bijvoorbeeld ageerden de zes grootste vakbonden tegen het feit dat leraren een ‘groene pas’ nodig hebben om les te geven op school, en noemden dit ‘een eenzijdige keuze’ en een ‘dictaat’. In Turijn gingen 650 werknemers in staking omdat zij de verplichting van een ‘groene pas’ voor restaurants discriminerend vonden.
[3] Lenin, Staat en Revolutie,Hoofdstuk V: De economische grondslagen van het afsterven van de Staat [12]
Het uitbreken van een imperialistische oorlog is altijd een test geweest voor hen die beweren aan de kant van de wereldarbeidersklasse tegen het kapitalisme te staan. In 1914 maakte de oorlog een duidelijk onderscheid tussen de ‘socialisten’ en ‘anarchisten’ die zich schaarden om de verdediging van hun eigen heersende klasse en degenen die, zelfs ten koste van isolement en onderdrukking, vasthielden aan het principe dat de arbeiders geen vaderland hebben.
Terwijl deze scheidslijnen zeer duidelijk waren, was er ook een ‘centrum’, een ‘moeras’ dat bestond uit elementen die, om uiteenlopende redenen, niet in staat waren een ondubbelzinnig standpunt voor of tegen de oorlog in te nemen. Hetzij omdat zij holle frasen over vrede en gerechtigheid gebruikten om hun eigen neiging tot afdrijven naar het kapitalistische kamp te verbergen, hetzij omdat zij oprechte, zij het verwarde pogingen deden om in de tegenovergestelde richting te gaan - d.w.z. naar het proletarische kamp.
In de reacties op het huidige conflict in Israël/Palestina kunnen we soortgelijke patronen zien. In de belangrijkste steden van Europa en de VS hebben we talrijke demonstraties gezien waarin we werden opgeroepen om het ene kamp tegen het andere te kiezen: voornamelijk demonstraties die Palestijnse vlaggen droegen, en die werden gesteund door een scala van liberalen, sociaal-democraten, trotskisten, islamisten, en anderen. Deze marsen hadden tot doel de echte verontwaardiging over de brute Israëlische aanval op Gaza in dienst te stellen van een ruimer imperialistisch conflict. De leuzen ‘Vrij Palestina’ en ‘We zijn allemaal Hamas’ betuigen niet alleen hun steun aan nationalistische bendes die een nieuwe kapitalistische staat willen stichten, maar vallen ook samen met de imperialistische doelstellingen van Iran, Qatar, Rusland en China. Tegenover hen stonden kleinere groepen diehard zionisten voor wie Israël geen kwaad kan en die, als zij kritiek hebben op het beleid van de VS in het Midden-Oosten, alleen maar nog meer schaamteloze steun van de VS eisen voor Israëls imperialistische expansie. In beide gevallen ging het om mobilisaties vóór oorlog.
Maar er zijn er ook die deze bijeenkomsten afwijzen in naam van het internationalisme van de arbeidersklasse. De website ‘libcom.org’ bijvoorbeeld biedt ruimte aan diegenen - voornamelijk, maar niet alleen, groepen of individuen die zichzelf bestempelen als ‘klassenstrijdanarchisten’ - die zich verzetten tegen steun aan nationale bevrijdingsstrijd of het oprichten van nieuwe burgerlijke staten. Een bestudering van de thread ‘Jeruzalem en Gaza’[1] geeft voorbeelden van het scala aan groepen en meningen die zeggen dat ze zich met geen van beide kampen in het conflict identificeren. Of beter gezegd, het laat zien dat onder degenen die aanspraak maken op het internationalistische standpunt over deze en soortgelijke oorlogen, er opnieuw een ‘centrum’ is, een moerassige bodem waar proletarische standpunten vermengd worden met concessies aan de heersende ideologie, en dus aan rechtvaardigingen voor imperialistische oorlog.
Vandaag de dag zijn de meeste politieke stromingen die in de Eerste Wereldoorlog dit ‘centrum’ vormden, ofwel verdwenen, ofwel hebben zij definitief vrede gesloten met de bourgeoisie; velen van hen zijn teruggekeerd naar de sociaaldemocratische partijen die in het begin van de jaren 1920 duidelijk aanhangers van de kapitalistische staat waren geworden. In de huidige omstandigheden zijn de verschillende anarchistische groepen en tendensen de gebruikelijkste bewoners van het moeras: aan de ene kant gaan ze openlijk op in de linkervleugel van het kapitaal, aan de andere kant verdedigen ze uitgesproken internationalistische standpunten. Dit is duidelijk gebleken uit de reactie van de anarchisten op de oorlog in Israël/Palestina.
Aan de ene kant heb je anarchistische organisaties die bijna niet te onderscheiden zijn van de trotskisten. In het artikel van onze afdeling in Frankrijk wordt de Organisation Communiste Libertaire genoemd als een voorbeeld van dit soort anarcho-links: “Geconfronteerd met de uitbarsting van geweld, georkestreerd door een Israëlisch regime in het midden van een politieke crisis, geleid door een Netanyahu aan het eind van zijn Latijn, en bereid om de Palestijnen op te offeren om zijn continuïteit in de macht te verzekeren, zijn timide veroordelingen (of erger nog, verklaringen die Israëli's en Palestijnen tegenover elkaar plaatsen) niet genoeg. Het internationaal recht moet worden toegepast.”[2] . Een stichtelijk voorbeeld van anarchisten die zich beroepen op de fictie van het ‘internationaal recht’!
In de thread op libcom neemt de verklaring van een aantal ‘anarcho-communistische groepen’ in Oceanië een soortgelijk standpunt in. Terwijl ze beweren het nationalisme te veroordelen, roepen ze ons op partij te kiezen voor een ‘Palestijns verzet’ dat daar op de een of andere manier buiten staat. “De Israëlische bezetting is een naakte vorm van koloniale onderdrukking, en de Palestijnse slachtoffers ervan hebben het volste recht om zich ertegen te verzetten met alle middelen die in overeenstemming zijn met het uiteindelijke doel van bevrijding. (...) Er is geen grijs gebied, er zijn geen twee gelijkwaardige partijen in oorlog. De Palestijnse massa's verzetten zich tegen de onderdrukking.” [3] Aan het eind van het pamflet wordt een oproep gedaan aan mensen om deel te nemen aan een serie ‘Vrij Palestina’ demonstraties die in heel Australië worden georganiseerd.
In de VS spreekt de Workers Solidarity Alliance ook met twee tongen: aan de ene kant: “Wij steunen een visie van Joodse en Palestijnse arbeiders, boeren en onderdrukte mensen die vragen stellen bij en uiteindelijk breken met supremacistische, nationalistische en militaristische denkbeelden en ideologieën, en samenkomen in een gezamenlijke strijd om macht, voorrecht en haat te overwinnen door het opbouwen van wederzijdse hulp, intercommunautaire solidariteit en collectief zelfbeheer”. En in de volgende zin staat: “naar buiten toe verwelkomen wij Amerikaanse arbeiders die de boycot, desinvestering en sancties tegen Israël steunen, en openlijk protesteren tegen het voortdurende geweld in bezet Palestina”. Campagnes om deze of gene staat te boycotten volgen dezelfde logica als die van de ‘sancties’ die door de ene staat aan de andere worden opgelegd wegens het schenden van ‘internationaal recht’ of ‘mensenrechten’.
De keuzes die de initiatiefnemers van dergelijke campagnes maken, zijn op zich al veelzeggend. Het Syrische regime van Assad, gesteund door Rusland, is bijvoorbeeld rechtstreeks verantwoordelijk voor de meest afschuwelijke slachting onder de Syrische bevolking, maar je zult nooit linkse mensen aantreffen die marsen organiseren om dit bloedbad aan de kaak te stellen - sommige trotskistische groepen zien Assad zelfs als een anti-imperialistische kracht. Israël daarentegen wordt door de linkervleugel van het kapitaal stelselmatig omschreven als een staat die geen bestaansrecht heeft - alsof, vanuit het gezichtspunt van de arbeidersklasse, om het eender welke kapitalistische staat een ‘legitiem’ recht heeft om zijn uitbuiting en onderdrukking af te dwingen.
Daarentegen bevat de thread ook verklaringen van de CNT-FAI en van haar Russische afdeling, de KRAS, die deze oproep om partij te kiezen in het conflict vermijden en de grondbeginselen van een internationalistische reactie verdedigen. De KRAS (wiens verklaringen tegen de oorlog in de Kaukasus we in het verleden hebben gepubliceerd) zegt dat de problemen in Israël/Palestina “worden veroorzaakt door de belangen van macht en eigendom van de heersers en kapitalisten van alle partijen, en alleen samen met hen kunnen worden geëlimineerd - geëlimineerd door gezamenlijke strijd en, uiteindelijk, door de sociale revolutie van Joodse en Arabische arbeiders, gewone Israëliërs en Palestijnen.
De weg naar deze beslissing is moeilijk en lang. Te veel wanhoop, te vers de geur van vergoten bloed, de geesten van gewone mensen zijn te veel vergiftigd door Israëlisch (Zionistisch) en Arabisch nationalisme, te veel emoties woeden vandaag. Maar er is geen andere weg naar vrede in de lang geteisterde regio, alleen zo.
GEEN OORLOG! NEE TEGEN NATIONALISME, MILITARISME EN RELIGIEUS FANATISME VAN ALLE KANTEN!
NOCH ISRAËL, NOCH PALESTINA, MAAR EEN GEZAMENLIJKE KLASSENSTRIJD VAN DE WERKENDE MENSEN IN DE REGIO!”
Ook de verklaring van de Anarchist Communist Group (ACG) in het Verenigd Koninkrijk is vrij duidelijk over de afwijzing van nationale oplossingen:
“Omdat een oplossing voor het conflict uiteindelijk alleen een gemeenschappelijke, klasseloze en staatloze samenleving kan zijn, waarin mensen van verschillende religieuze (en niet-religieuze) alsook etnische achtergronden vreedzaam naast elkaar kunnen bestaan. En de manier om dit te bereiken kan enkel de klassenstrijd zijn, waarbij arbeiders zich aan beide kanten verenigen om hun situatie te verbeteren en zo lang gekoesterde wrok te overwinnen. Het is de taak van de anarchistische en libertaire kommunistische beweging om precies hierop aan te dringen.”[4]
Toevallig werd de thread op libcom niet gestart door een anarchist, maar door een lid van de Socialistische Partij van Groot-Brittannië (SPGB). Deze groep, een fossiel uit de tijd dat de Tweede Internationale een proletarische organisatie was, handhaaft haar diepe illusies in een ‘parlementaire weg’ naar het socialisme, maar zij heeft nooit kapitalistische oorlogen of nationalistische strijd gesteund. De oorspronkelijke poster, ajjohnstone, linkt naar de officiële SPGB blog die een veelzeggende kritiek levert, niet alleen op het zionisme maar ook op het Palestijnse nationalisme: “Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de armoedzaaiers in de Palestijnse vluchtelingenkampen de belofte van Palestijns zelfbestuur als een antwoord zouden kunnen zien. Helaas zijn de Palestijnen, net als de zionisten, gevallen voor een gevaarlijke mythe over het verleden; in hun geval, de mythe dat Palestina aan hen toebehoorde. Dat was niet zo: de meeste Palestijnen ploeterden voort op kleine stukjes land, onder het gewicht van enorme schulden, uitgebuit door een klasse van landheren. Palestina behoorde niet toe aan de Palestijnen, net zomin als het moderne Israël toebehoort aan de Israëlische arbeidersklasse. In 1930 had het gemiddelde plattelandsgezin in Palestina een schuld van 27 pond, wat ongeveer het jaarinkomen van zo'n gezin was. Volgens de cijfers van 1936 bezat een vijfde van één procent van de bevolking een kwart van het land! Het is duidelijk dat het Palestijnse boerenland van vóór Israël niet aan hen toebehoorde: in 1948 werden zij verdreven van land dat niet van hen was.
Zij moeten het zich nog realiseren, maar de arbeiders van de regio - ongeacht de nationale grenzen waar zij nu wonen - hebben een identiteitsbelang. Laten we hopen dat zij hun gemeenschappelijke belangen gaan inzien en het nationalisme en de religieuze onverdraagzaamheid verwerpen die valse verdeeldheid, geweld en rassenhaat in de hand werken. Wat nationalistische en religieuze geestdrift betreft, is er helemaal niets waarmee wij ons als socialisten kunnen identificeren, want beide zijn abstracties die de arbeiders van de regio hebben doordrenkt met een vals bewustzijn dat hen verhindert hun werkelijke klassenbelangen te identificeren”[5].
Tegelijkertijd lijken de berichten van deze kameraad op de thread van libcom, nadat hij het Palestijnse nationalisme de achterdeur uit heeft gejaagd, het weer door de voordeur binnen te laten met het idee dat de demonstraties en rellen van Palestijnen binnen Israël tijdens het conflict een ‘verzetsbeweging’ vormen die een hoopvol teken voor de toekomst biedt. De kameraad spreekt over “de belangrijke ontwikkeling van Palestijns-Israeli’s die nu vollediger deelnemen aan het verzet. Per slot van rekening zijn het de apartheidswetten die in Sheikh Jarrah worden toegepast en de aanvallen op de belangrijkste moskee die de huidige onrust hebben veroorzaakt... Als zo'n Palestijns-Israëlische anti-discriminatiebeweging groeit en politieke macht begint uit te oefenen buiten de Knesset, kan ik dat alleen maar zien als een positieve wending om de invloed van de zionistische heersende ideologie te ondermijne” [6]. Het is waar dat veel jonge Palestijnen de straat op gingen als reactie op de pogingen tot uitzetting van Arabische families in Oost-Jeruzalem, of op pogroms door zionistisch extreem-rechts, maar gezien het totale gebrek aan enig proletarisch antwoord op de oorlog binnen Israël/Palestina, gezien de lange geschiedenis van nationalistische verdeeldheid aangewakkerd door bijna onophoudelijke oorlogvoering, hebben deze mobilisaties de etnische botsingen en de sfeer van pogroms binnen Israël alleen maar verscherpt, en werden ze openlijk afgestemd op het militaire antwoord van Hamas uit de Gazastrook. In geen enkel opzicht bieden zij de basis voor een toekomstige vereniging van de Arabische en Joodse arbeiders tegen hun uitbuiters.
Die gevaarlijke deur werd ook geopend door een groep als de ACG, wiens verwarring over de ‘legitimiteit’ van de Zionistische staat wij in een vorig artikel bekritiseerden [7]. In dit geval ziet de ACG iets positiefs in het feit dat de Palestijnse demonstraties en de ‘algemene staking’ werden georganiseerd door comités van het gewone volk in de wijken, in plaats van door de traditionele Palestijnse organisaties. “De Palestijnse massa's moeten zelf georganiseerd worden en buiten de controle van Hamas of de PLO-facties vallen - tot op zekere hoogte gebeurt dit al...” De ACG citeert vervolgens uit 927 Magazine [14]. “Een buitengewoon kenmerk van de demonstraties is dat ze in de eerste plaats niet worden georganiseerd door politieke partijen of politici, maar door jonge Palestijnse activisten, buurtcomités en basiscollectieven.”
Dit roept herinneringen op aan de voornaamste anarchistische reactie op de oorlog in Spanje in de jaren 1930, toen het feit dat industrieën en boerderijen ‘zelfbeheerd’ werden door de arbeiders anarchisten ertoe bracht een revolutie in wording te zien, terwijl de werkelijkheid was dat deze structuren volledig waren geïntegreerd in de ‘anti-fascistische’ oorlogsinspanning - een imperialistisch conflict aan beide zijden dat de weg bereidde voor de oorlog van 1939-45.
In tegenstelling tot deze dubbelzinnige houdingen zijn de standpunten van de groepen van kommunistisch links waarnaar in de thread verwezen wordt - de IKS [8] en de Internationalist Communist Tendency (ICT) [9] - ondubbelzinnig. Terwijl weinig anarchistische groepen een echt begrip hebben van imperialisme, hekelen beide organisaties van kommunistisch links de imperialistische manoeuvres in de regio en de oorlogsmachines van Israël en Hamas, die alleen maar hun eigen imperialistische doelen of die van anderen kunnen dienen. De ICT-verklaring begint met de leus ‘noch Israël noch Palestina’ en erkent, net als het IKS-artikel, dat de pogromsfeer aan beide kanten van de sektarische scheidslijn bestaat: “De oplossing van de Israëlische regering is om fascistische groepen als ‘La Familia’ door Arabische wijken van steden als Lod te laten razen onder het motto ‘Dood aan de Arabieren’...De Arabische jongeren hebben teruggevochten en Joodse doelen aangevallen. Zij echoën de oproep van de fascisten door ‘Dood aan de Joden’ te roepen, een oproep die de emotioneel geladen beschuldiging van ‘pogrom’ van de Israëlische pers heeft losgemaakt. Maar er zijn nu pogroms aan beide kanten van dit ‘gemeenschappelijk geweld’ .
Er is ook een verklaring van de Angry Workers of the World (AWW), een ‘arbeideristische’ of ‘autonomistische’ groepering, die vrij duidelijk is in haar internationalistische houding en een heldere weerlegging biedt van alle illusies over de mobilisaties in de Palestijnse wijken, en de algemene staking in het bijzonder:
“De algemene staking die op 18 mei werd uitgeroepen ... werd over de hele wereld toegejuicht door links, dat de werkelijke inhoud ervan niet hadden onderzocht. Alleen al de uitdrukking 'algemene staking' was voor hen voldoende om aan te tonen dat er een echte actie van de arbeidersklasse had plaatsgevonden. Maar de staking zelf werd ‘van bovenaf’ uitgeroepen en was interklassistisch tot in de kern: Terwijl massale aantallen arbeiders staakten (slechts 150 van de 65.000 bouwvakkers deed mee, 5000 schoonmakers en 10% van de buschauffeurs bleven weg, etc.) werd de staking ook breed omarmd door professionals uit de middenklasse. De staking was in eerste instantie uitgeschreven door het Hoger Controlecomité, de feitelijke vertegenwoordiger van de Arabische middenklasse in Israël, en werd enthousiast opgepikt door Fatah en Hamas, die hun eigen arbeiders in de openbare sector opdracht gaven mee te doen. Deze partijen waren niet geïnteresseerd in de opbouw van arbeidersmacht, in feite hebben zij zich daar altijd actief tegen verzet. Het grote succes van de staking, daar waren alle leiders en verslaggevers het over eens, was de demonstratie van de eenheid van het ‘Palestijnse volk’, maar het had ook het diepere doel om de arbeidersklasse strakker te binden aan de burgerlijke instellingen die haar leiden”[10].
In de thread wordt opgemerkt dat de uitspraken van de ICT en de AWW verbale agressie en haat lijken te hebben opgeroepen. Maar internationalisten stellen kapitalistische oorlogen niet aan de kaak om populair te zijn. Zowel in 1914-18 als in 1939-45 kreeg de internationalistische minderheid die vasthield aan haar principes te maken met repressie door de staat en vervolging door nationalistisch tuig. De verdediging van het internationalisme wordt niet beoordeeld op haar onmiddellijke resultaten, maar op haar vermogen om een oriëntatie te bieden die in de toekomst kan worden overgenomen door bewegingen die werkelijk een proletarisch verzet vormen tegen de kapitalistische oorlog. Zo hebben degenen die in 1914 tegen de donkere vloed van het chauvinisme in opstand kwamen, zoals de bolsjewiki en de spartakisten, het terrein voorbereid voor de revolutionaire opstanden van de arbeidersklasse in 1917-18.
Amos
[2] Against the nationalist poison, international solidarity of all workers! | International Communist Current [16]
[3] Freedom for Palestine! Statement from Anarchist-Communist Groups in Oceania – Red and Black Notes [17]
[6] Posts 4 en 7 op de libcom thread
Sinds een aantal maanden vinden in de hele wereld in een razend tempo klimatologische rampen plaats: droogte, enorme branden, stortregens, modderstromen, overstromingen... Terwijl het aantal slachtoffers van de milieucrisis elk jaar in de miljoenen loopt en zelfs de machtigste staten steeds minder opgewassen blijken te zijn tegen de rampen, heeft het jongste rapport van de Inter-governmental Panel on Climate Change (IPCC) vastgesteld dat de klimaatverandering in het komende decennium een oncontroleerbare omvang zal aannemen.
In onze pers hebben wij er regelmatig op gewezen dat de werking van het kapitalisme aan de basis ligt van de opwarming van de aarde. Niet alleen worden klimaatrampen steeds verwoestender, talrijker en oncontroleerbaarder, maar ook raken de staten, na tientallen jaren van bezuinigingen, steeds meer gedesorganiseerd en slagen er dus steeds minder in de bevolking te beschermen, zoals we onlangs hebben gezien in Duitsland, de Verenigde Staten en China. De bourgeoisie kan de omvang van de catastrofe niet langer ontkennen maar blijft, vooral via haar ‘groene’ partijen, uitleggen dat de regeringen eindelijk krachtige maatregelen moeten nemen ten gunste van het milieu. Alle facties van de bourgeoisie hebben hun eigen favoriete oplossing: groene economie, terugdringen van de groei, lokale productie, enz. Al deze zogenaamde oplossingen hebben één ding gemeen: het kapitalisme kan worden ‘hervormd’. Maar de jacht op winst, de plundering van natuurlijke hulpbronnen, de waanzinnige overproductie van goederen zijn geen loutere ‘opties’ voor het kapitalisme, zij zijn de conditio sine qua non van zijn bestaan!
De verontwaardiging en de bezorgdheid over de dreigende catastrofe zijn immens, zoals blijkt uit de ‘klimaatbetogingen’ van 2019, die miljoenen jongeren mobiliseerde in talloze landen. Indertijd hebben wij er echter op gewezen dat deze betogingen plaatsvonden op een totaal burgerlijk terrein: de ‘burgers’ werden in feite opgeroepen om ‘druk uit te oefenen’ op de burgerlijke staat, die monsterlijke machine die bestaat ter verdediging de kapitalistische belangen, die aan de basis liggen van de ongekende verslechtering van het milieu. In werkelijkheid kan het klimaatprobleem alleen op wereldschaal worden opgelost, en het kapitalisme, waar naties elkaar meedogenloos te lijf gaan, is niet in staat een antwoord te bieden dat in verhouding staat tot wat er op het spel staat. De grote milieuconferenties, waar elke staat onder het mom van milieubescherming cynisch probeert zijn eigen smerige belangen te beschermen, zijn hiervan een huiveringwekkende illustratie. De enige klasse die werkelijk inhoud kan geven aan een internationalisme en een einde kan maken aan de anarchie van de productie, is de arbeidersklasse en de maatschappij die zij in zich draagt: het kommunisme
Na de zomer van 2021 waarin toekomstige rampen werden aangekondigd, zullen de milieubeweging en de linkse partijen van het kapitaal (trotskisten, stalinisten, anarchisten, sociaaldemocraten, enz.) proberen de klimaatmarsen weer op de kaart te zetten. Dit is een nieuwe poging van de bourgeoisie om de woede te kanaliseren in dezelfde politieke doodlopende straatjes: de ‘oplossing’ van de arbeidersklasse in het ‘volk’, illusies over het vermogen van de ‘democratische’ staat om ‘dingen te veranderen’. Daarom nodigen wij onze lezers uit om het internationale pamflet te lezen of te herlezen dat wij tijdens de eerste betogingen van 2019 hebben verspreid en die ook vandaag nog steeds haar volledige geldigheid behoudt n
De link naar het pamflet:
Na de enorme dip in het eerste jaar van de pandemie, zet de bourgeoisie in België sinds de afgelopen zomer volop in op een herstel van de economie. Als gevolg van de Covid-19 crisis is de context waarin dit ‘herstel’ zijn beslag moet krijgen zeer complex en onvoorspelbaar geworden en confronteert haar met een opeenstapeling van hindernissen die haar er onvermijdelijk toe zullen aanzetten de aanvallen op de werk- en levensvoorwaarden van de arbeiders op te voeren.
Voor de uitbraak van de pandemie in maart 2020 werd de Belgische economie al ernstig geteisterd door een verminderde concurrentiekracht, door een lagere economische groei dan het gemiddelde in de Eurozone, een relatief hoge de schuldgraad in de bedrijven en ook een vrij hoge staatsschuld [1].
Deze vaststelling bracht Bart Van Craeynest, hoofdeconoom bij Voka, ertoe zijn verontrusting te uiten over de permanente achteruitgang van de Belgische economie: “Na eerdere zware economische crisissen in de jaren 1970 en opnieuw na 2008 schakelde onze economie telkens naar een lagere versnelling. Het tempo van de ‘normale’ economische groei vertraagde toen om na de crisis nooit meer terug te keren naar het pré-crisis niveau. (...)Voor deze crisis was ons groeipotentieel al teruggezakt naar een magere 1,2%. Nog een versnelling lager gaan, kunnen we ons niet meer veroorloven.” [2].
De economische krimp in 2020 als gevolg van de pandemie was ongekend: 8,5%. Ze was groter dan de economische krimp van tien jaar geleden tijdens de financiële crisis en zelfs de grootste krimp sinds the Tweede Wereldoorlog. In 2021 wordt er een groei verwacht van 5,4%. Maar dat betekent niet dat de economie alweer uit het dal is geklommen. Als je cijfers van de verwachte groei in 2021 afzet tegen die van 2019, dan is nog er steeds een krimp van 3%. Herstel van enige betekenis zal zeker nog jaren in beslag nemen mits er in 2021 en 2022 natuurlijk een geleidelijk herstel met 3% of meer mogelijk is.
De financiële inspanningen om de economie overeind te houden tijdens de pandemie hebben de staatschuld in 2020 alleen al aanzienlijk doen toenemen: “De steunmaatregelen voor bedrijven en huishoudens hebben het overheidstekort onder druk gezet, dat 9,4% van het BBP bedroeg. Als gevolg van het hoge tekort en de daling van het BBP is de overheidsschuld opgelopen tot 114,1% van het BBP” [3]. Diezelfde staatsschuld zal in 2021, ondanks het kwetsbare economische herstel, met een geraamd begrotingstekort van circa 6,8%, niet of nauwelijks afnemen. Volgens De Tijd wordt het nominale tekort voor 2021 van de federale regering en de drie gewestelijke regeringen tezamen geraamd op 7,28% van het BBP, ofwel 35,7 miljard euro.
Daar komt nog bij dat “De tekorten van 2020-2021 maar gedeeltelijk tijdelijk zijn. Volgens de ramingen van het Planbureau (en bevestigd door andere organisaties) blijven we na deze crisis met belangrijke tekorten zitten” [4]. De toename van de schulden in de laatste anderhalf jaar, zowel bij de federale en gewestelijke regeringen als bij het bedrijfsleven, hebben de grondslag voor ieder herstel oneindig moeilijker gemaakt. De basis is veel wankeler geworden, waardoor de economische schokken (zoals de toename van de inflatie en de energieprijzen vandaag) zich veel sneller aandienen, met grotere gevolgen.
De massale staatsinterventies van de laatste anderhalf jaar hebben weliswaar één op de twee faillissementen weten te voorkomen en vermeden dat de werkloosheid explodeert, maar de verwachting is dat het einde van het corona-infuus toch een golf van faillissementen zal veroorzaken. Het betreft hier vooral vele kleine en middelgrote ondernemingen die hun schulden, welke tot nu toe gedeeltelijk gefinancierd werden door de staatssteun, niet lang meer zullen kunnen betalen. Vooral in de non-food detailhandel, maar ook in sectoren zoals de horeca, evenementen, toerisme zijn nog veel faillissementen en ontslagen te verwachten. Bijna een kwart van de restaurants in de provincie Antwerpen, die volledige bediening aan tafel aanbieden, zit vandaag in zwaar weer[5].Tienduizenden arbeiders zullen geheel of gedeeltelijk werkloos worden.
Zolang het virus niet is verdwenen en zwaar blijft wegen op de maatschappij en de economie is het adagio van de bourgeoisie in België is ‘te leren leven met het virus’, zelfs al gaat dat ten koste van de gezondheid van de werkers en hun gezinnen. De economie moet tot elke prijs aan de gang worden gehouden: ‘the show must go on’. Ook tijdens derde golf in 2021 was haar politiek er al op gericht de belangrijkste sectoren van de economie open te houden, alsmede de crèches en scholen natuurlijk, om de aanwezigheid van de arbeiders op het werk te kunnen verzekeren.
De bourgeoisie probeert uit alle macht een terugval van het broze herstel te voorkomen. Het parool bij de nieuwe regeringsverklaring voor de begroting van 2022 was ‘niet de groei afremmen, maar ondersteunen’. In deze context heeft de federale regering besloten om een deel van de economische corona-steunmaatregelen in België te verlengen tot 31 december 2021(vereenvoudigde procedure tijdelijke werkloosheid, crisisoverbruggingsrecht voor sectoren vanaf een omzetdaling van 65%).
Ook arbeiders krijgen nog wat kruimels toegeworpen voor hun bijdrage aan het openhouden van de economie: 0,4% loonsverhoging over een periode van twee jaar (wat de uitgeklede prijsindex niet compenseert), een verhoging van het wettelijk minimumloon, een vermindering de sociale bijdragen op de laagste brutolonen die enkele tientallen euro’s oplevert per jaar,de gefaseerde afschaffing van bijzondere bijdrage op de sociale zekerheid voor de lagere en middeninkomens, wat een voordeel oplevert van 50 euro voor eenpersoons- en150 euro per jaar voor een tweepersoonshuishouden. Tenslotte krijgen de arbeidersmet het laagste inkomen een eenmalige vergoeding van 80 euro voor de gestegen energieprijzen. De bedoeling van deze ‘toegevingen’ is een rookgordijn op te trekken om de aandacht van de arbeiders af te leiden van de komende plannen van de regering.
De discussies over deze steunmaatregelen zijn gerommel in de marge. De echte grote bedragen betreffen het verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, het opkrikken van de tewerkstellingsgraad en niet te vergeten de energietransitie naar meer duurzame energiebronnen. Dat zijn de pistes die, naast de toenemende ontslagen, op termijn een ernstige aanval op het levensomstandigheden van de arbeidersklasse zullen inhouden.
1. Een strengere controle op de langdurig zieken
De regering is van plan om de langdurig zieken een strenger regime op te leggen met een meer strikte ‘begeleiding’ naar hetzelfde of ander werk. Zo wil ze 5.000 langdurig zieken per jaar terug aan het werk te krijgen. Gebrek aan medewerking aan deze ‘begeleiding’ kan worden gestraft met een korting op de uitkering. Deze straf is voorlopig maar gering (2,5% van de uitkering), maar daarmee is een hindernis overwonnen en zullen er ongetwijfeld meer stappen volgen om de druk op de langdurig zieken en ook de werklozen op te voeren. Het plan hierachter is om de tewerkstellingsgraad op te krikken naar 80%.
2. De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd naar 67 jaar in 2030
Dat de tewerkstellingsgraad in België naar verhouding zo laag is komt ook omdat er relatief weinig arbeiders boven de 60 jaar nog aan het werk zijn. Bovendien drukken de pensioenuitkeringen te zwaar op de staatsuitgaven. Daarom moet de pensioengerechtigde leeftijd omhoog. Het principebesluit daarover is al lang geleden genomen, maar de concrete uitvoering, die in 2025 van start moet gaan,dient nog uitonderhandeld te worden met de vakbonden, hetgeen nog heel wat gekonkel en maneuvers zal inhouden.
3. De energietransitie: over kernenergie en gascentrales.
De overstap naar een andere vorm van duurzame energieopwekking wordt doorgezet [6]. Die kosten (bouw van nieuwe gascentrale of langer openhouden van enkele kerncentrales) zullen ettelijke miljarden bedragen en zullen zo goed als zeker aan de gebruiker worden doorberekend via een gepeperde maandelijkse energierekening. Daarnaast dreigen ook vliegtuigreizen duurder te worden, terwijl nieuw aangekochte huizen verplicht geïsoleerd moeten worden en diesel- of benzinevoertuigen vervangen moeten worden door elektrische exemplaren, hetgeen de kosten voor het levensonderhoud ook sterk zal opdrijven.
Covidcrisis, economische crisis, klimaatcrisis en woningcrisis, uitingen van de kapitalistische ontbinding
De verschillende crises volgen elkaar steeds sneller op, met steeds ingrijpender gevolgen: de Covidcrisis, de economische crisis, de klimaatcrisis, de wooncrisis. En de bourgeoisie heeft geen oplossing.
1. De Covid-19 crisis. Aan het einde van de zomer stelde de bourgeoisie het voor alsof de Covidcrisis achter de rug was,maar nog geen maand later nam het aantal infecties opnieuw hand over hand toe. We zijn nu beland in een vierdegolf en zelfs daarna zal het nog niet gedaan met de Covidcrisis. Zolang het grootste deel van de wereldbevolking en een aanzienlijk deel van de Belgische bevolking nog geen of onvoldoende antistoffen toegediend heeft gekregen, zullen nieuwe gevallen blijven opduiken in België. In de tussentijd kreunen de ziekenhuizen onder de druk, want al meer dan anderhalf jaar lang verricht het verplegend personeel zijn werk onder een zeer hoge druk.
2. De economische crisis. Volgens de bourgeoisie was die het gevolg van de algemene lockdowns, die in het hele land moesten worden afgekondigd. Maar nu er geen lockdowns meer zijn, worden we behalve met het dreigende ontslag van tienduizenden arbeiders, geconfronteerd met stijgende energieprijzen, een oplopende inflatie als gevolg van de verzwakking van de euro, een tekort aan productieonderdelen door de verstoring van de mondiale bevoorradingslijnen en van de geopolitieke instabiliteiten een gebrek aan arbeidskrachten waardoor zowel productie als dienstverlening regelmatig lamgelegd wordt. Een stabiel herstel van de economie lijkt voorlopig uitgesloten.
3. De klimaatcrisis. De gevolgen van de overstromingen, die de afgelopen zomer honderdduizenden gezinnen in Wallonië hebben getroffen en meer dan duizenden gezinnen dakloos hebben gemaakt [7], zijn nog verre van aangepakt. In november, vier maanden later, zitten tienduizend gezinnen nog altijd zonder water- of gasaansluiting. Veel mensen zijn nog op het Rode Kruis aangewezen voor warme maaltijden. Voor de heropbouw is minstens 4 miljard euro nodig en waarschijnlijk nog veel meer. De Waalse regering heeft nauwelijks armslag omdat ze reeds4 miljard in het rood staat. Desondanks weigert de regering De Croo meer dan 1,2 miljard voor te schieten om die heropbouw mogelijk te maken.
4. De woningcrisis. Net als Nederland kent België ook een woningcrisis [8].Er zijn 300 duizend Belgische huishoudens die op zoek zijn naar een fatsoenlijk onderkomen. Het grote tekort aan woningen in de sociale sector, slechts 7% van het totale aantal woningen, duwt mensen richting de private huurmarkt, terwijl bijna de helft van de huurhuizen in de private sector niet voldoet aan de basisvoorzieningen. Veel gezinnen zijn genoodzaakt hun toevlucht te zoeken in krotten, garageboxen en overbevolkte kamers driehoog achter [9]. In 2016 constateerde het Europees Comité voor Systeemrisico's (ESRB) dat in verband met de aankoop van een woning de schulden van de gezinnen in België, waar 72% van de woningen koopwoningen zijn, gevaarlijk stijgen. Deze was in 2016 voor het eerst meer dan het gemiddelde in de eurozone.
Deze verschillende crises zijn in feite te herleiden tot één enkele crisis: de historische crisis van het kapitalisme. Het is een illusie om te denken dat er in het kapitalisme in verval een duurzaam herstel van de economie mogelijk zal zijn. Het kapitalisme wordt al een eeuw lang, en vooral sinds het einde van de jaren 1960, geteisterd door een permanente economische crisis. En sedert een 30-tal jaren sleurt het de wereld mee in een hels spiraal van verrotting en bloedige barbaarsheid.
Tijdens de vijf jaren van de regering Michel (2014-2019) gingen de reële lonen er 2,4% op achteruit, daalde het minimumloon en steeg het aantal werkende armen (met een inkomen van minder dan 60% van het mediane inkomen) met 16% [10]. Eurostat berekende dat van de 4,6 miljoen Belgen met een job er naar schatting 230.000 zijn die onvoldoende inkomen hebben om rond te komen. 1,8 miljoen Belgen hebben een inkomen dat zelfs onder de armoedegrens ligt [11]. En de voorbije coronaperiode maakte het bijzonder moeilijk voor de arbeiders om weerstand te bieden aan de druk van de bourgeoisie.
De laatste maanden lijkt deze trend te keren.
De strijd tegen loonsverlagingen, tegen langere werktijden, tegen de buitensporige werkdruk, tegen de personeelstekorten, tegen de prijsstijgingen is de essentiële basis om de aanvalsplannen van de bourgeoisie te weerstaan. Vandaag laat het verzet zich schuchter zien door acties in diverse sectoren, zoals D’Ieteren Centers van 1 tot 21 september, onder het ziekenhuispersoneel in Brussel op 6 september, bij Ikea in Luik op 16 september, op de luchthaven Charleroi op 20 september, bij de NMBS op 8 oktober, bij Lidl en ALDI in de 2e helft van oktober.
De omstandigheden voor de strijd van de arbeidersklasse zijn echter zeer ingewikkeld en tegenstrijdig. Terwijl sommige sectoren zwaar getroffen zijn door Covidcrisis en te maken hebben met herstructureringen, sluitingen en ontslagen, zijn er sectoren die te kampen hebben met een tekort aan arbeidskrachten, en de arbeiders een groeiende werkdruk opleggen. Daarenboven is het besef van een uitgebuite klasse die staat tegenover het kapitaal nog steeds nagenoeg afwezig, zodat de nog kleine en geringe aantal arbeidersprotesten gemakkelijk van elkaar gescheiden kunnen worden en de arbeiders zelfs gemakkelijk meegesleept kunnen worden in burgerlijke bewegingen, zoals de klimaatprotesten [12] en de anti-vaccinatieprotesten[13]. Ook al begroeten we de strijd van de arbeiders tegen de verslechterende werkomstandigheden, de ontslagen en de korting van hun salarissen voor zover het de enige mogelijkheid is om de verslechteringen, opgelegd door het kapitaal, een halt toe te roepen, het pad naar de strijd als een verenigde klasse is geen snelweg.
De bourgeoisie, die zich ervan bewust is dat haar bezuinigingsplannen de woede van de arbeiders op kan wekken, rekent op de vakbonden om elke strijd te saboteren, om voortijdige acties zonder vooruitzichten te lanceren, om de aandacht af te leiden naar valse wegen die het gevoel van onmacht tegenover de ellende vergroten. De vakbonden zijn experten in de verdeling van de arbeiders per sector, per fabriek, per categorie. Tijdens de lockdowns hebben we gezien hoe zij manoeuvreerden om de arbeiders van de ‘performante’ bedrijven af e zonderen van die van de ‘minder performante’ bedrijven. Vandaag worden de onderhandelingen over het loonakkoord door de vakbonden sector voor sector gevoerd: de NMBS, dan het onderwijs, dan de ziekenhuissector... Zo versterken zij het idee dat er geen klasse, maar verschillende categorieën arbeiders met onderscheiden belangen bestaan.
Maar het kapitalisme is nog steeds een klassenmaatschappij, waarbij kapitaal en arbeid recht tegenover elkaar staan en absoluut tegengestelde belangen hebben. De arbeidersklasse, die als uitgebuite klasse deel uitmaakt van deze klassenmaatschappij, maar haar wezen als revolutionaire klasse alleen kan bevestigen als de negatie van de diezelfde maatschappij, heeft geen enkel belang bij de instandhouding van het systeem, dat elke dag een beetje meer wegzinkt in een economische crisis en die voor steeds grotere delen van de klasse leed en ellende veroorzaakt, en hen letterlijk in de kou zet.
In haar strijd kan arbeidersklasse niet rekenen op de vakbonden of links, hoe radicaal ze zich ook voordoen, ze kan zelfs niet rekenen op de zwakheden van de bourgeoisie, maar alleen op haar eigen kracht, dat wil zeggen: haar zelforganisatie en bewustzijn. Alleen in en door de strijd kan ze haar zelfvertrouwen en eigen identiteit als klasse terugvinden en zich bewust worden van de inzet van de strijd. Meer dan ooit stelt zich de noodaak van de omverwerping van deze historisch seniele productiewijze,een gemakkelijkere weg bestaat er niet.
Dennis / 2021.11.16
[1] Zie: Ecolo/Groen en Vlaams Belang, de winnaars van de verkiezingen: De gevaarlijke misleidingen van de groene ideologie en het populisme [38]; Internationalisme 371.
[2] Bart Van Craeynest, Hervormingen zijn de weg uit deze crisis, waar wachten we op? [39]; 04-04-2021
[3] Banque nationale de Belgique [40]; 20-04-2021.
[4] Voka Paper, "De houdbaarheid van onze overheidsfinanciën [41]", juni 2021.
[5] Zie: Golf van faillissementen komt op ons af [42], 23-09-2021.
[6] In het artikel Covid-19 crisispolitiek in België: Achter de maskerade van ‘1 ploeg van 11 miljoen’, onverminderde tegenstellingen en verdeeldheid [43] (Internationalisme 374) hebben we uitvoerig uiteengezet hoe de Covidcrisis, zelf een uitdrukking en een versneller van de ontbinding van het kapitalisme, het ‘ieder voor zich’ oppookt en de tegenstellingen binnen de bourgeoisie op de spits drijft. De recente gebeurtenissen rondom de nieuw te bouwen gascentrale in Vilvoorde zijn een uitstekend voorbeeld van de tendens om het belang van de regio, of van de eigen partij te laten prevaleren boven het nationale belang.
[7] Zie: Overstromingen, droogte, branden... Kapitalisme leidt de mensheid naar een wereldwijde catastrofe! [44].
[8] Interview met Hugo Beersmans, woordvoerder van de Woonzaak, Wooncrisis: “Vlaanderen is sinds 2014 bevoegd voor Wonen maar weigert in te grijpen” [45], ICConline
[9] Zie artikel in dit blad: Het kapitalisme veroorzaakt de wooncrisis.
[10] Zie: Sociaal-economische barometer ABVV: op naar meer zekerheid en kwaliteit [46], 7 oktober 2019.
[11] Zie: Werken en toch in armoede leven: het bestaat ook in België; [47] 04-01-2019.
[12] Zie artikel in dit blad: Nieuwe ‘klimaatbetogingen’: Het kapitalisme vernietigt de planeet!.
[13] Zie artikel in dit blad: De verdediging van de democratie is geen vaccin tegen het kapitalisme, het is een dodelijk virus voor het proletariaat.
Ger Rolsma, kandidaat voorzitter van de PvdA in Nederland, verklaart op zijn blog: “Ik verzet mij tegen de liberalisering van de huizenmarkt”(Recht op wonen). In deze verklaring speculeert hij op onwetendheid van de jongere mensen. Immers, de liberalisering is geen politiek die pas vandaag speelt en bovendien is deze niet tegen de wil van de PvdA in gang is gezet. Integendeel: de PvdA stond in de jaren 1990 aan de wieg van de liberalisering van de huizenmarkt. Een snelle boostershot:
- Reeds met de regering Kok I, die aantrad in 1994, kregen de woningcorporaties geen subsidie of goedkope leningen van de staat meer voor de bouw van goedkope huurwoningen. Daarop begonnen diezelfde corporaties hun organisatie te runnen als commerciële onderneming en grote aantallen sociale huurwoningen te verkopen en onrendabele sociale huurwoningen te slopen.
- In 2000 publiceerde de regering Kok II een woningnota Mensen, Wensen Wonen, die vermeldde dat er in 2010 een eigen woningbezit gerealiseerd moest zijn van 65% van het totale woningbestand. Om dat te kunnen verwezenlijken was het nodig dat er jaarlijks 20 duizend private en 50 duizend sociale huurwoningen omgezet werden in koopwoningen. (Zie: "Vrije markt, vrije toegang? [49]")
- Zo zijn er dus tot aan 2009, op initiatief van de PvdA, waarschijnlijk een half miljoen sociale huurwoningen uit het bestand verdwenen. In de periode 2009-2015 zijn er volgens de Woonbond in ieder geval 262.400 verdwenen (De Woonbond, "Groot tekort sociale huurwoningen") en in de afgelopen 5 jaar naar verluid nog eens 100.000. Dat bekent dat er in de laatste 25 jaar tussen de 750 duizend en één miljoen sociale huurwoningen zijn verdwenen, een kwart van het totaal.
De gevolgen van deze operatie, die dus al 25 jaar aan de gang is, zijn vandaag te bespeuren in de naakte cijfers:
De koopwoningen zijn voor het gros van de starters inmiddels veel te duur geworden. Ze zijn dus aangewezen op huren. Maar de huren in de private sector zijn ook veel te duur. Blijft dus over de sociale huursector. Maar van dit soort woningen zijn er inmiddels zo weinig overgebleven dat je, om ervoor in aanmerking te komen in een stad als Amsterdam, al gauw vijftien jaar moet wachten. In de andere grote steden gaat het die kant ook op.
Bovendien verkeren minstens 80.000 sociale huurwoningen in een matige tot zeer slechte staat, zo blijkt uit de gegevens van de Autoriteit woningcorporaties. Huurders kunnen hierdoor te maken krijgen met lekkages, beschimmelde muren en plafonds, onbegaanbare balkons of rottende kozijnen. (Zie: Tienduizenden sociale huurwoningen in slechte staat en soms rijp voor de sloop [50]; RTL Nieuws, 18-09-2021)
In reactie op deze crisis in de huisvesting voor honderdduizenden woningzoekenden zijn in Amsterdam en Rotterdam verschillende comités opgericht, zoals Bond Precaire Woonvormen, Recht Op Stad, Niet Te Koop, en Verdedig Noord. Ze hebben het initiatief genomen tot protesten: op 12 september in Amsterdam en op 17 oktober in Rotterdam. Daarnaast werden er inmiddels ook woonprotesten georganiseerd in Tilburg, Nijmegen, Arnhem, Den Haag, Utrecht en Groningen.
Wonen is een essentieel aspect van het leven van de arbeidersklasse, maar dat betekent niet dat iedere strijd tegen de woningcrisis plaatsvindt op haar terrein. Delen van de arbeidersklasse hebben deelgenomen aan de huidige betogingen, maar ze deden dat op individuele basis, ‘opgelost’ in een vormeloze massa bestaande uit mensen uit verschillende lagen in de maatschappij. De arbeiders die meeliepen achter deze leuzen, zoals “Garandeer voldoende en betaalbare huizen!”, deden dat dus niet in de hoedanigheid als arbeiders maar als burgers, die door druk uit te oefenen, hopen dat de autoriteiten iets aan de woningnood gaan doen. Maar dat is ijdele hoop.
Dit huidige woningcrisis is namelijk niet alleen het gevolg van de liberalisering. Zelfs het terugdraaien van de liberalisering lost de crisis niet op. De woningnood is een kenmerk van het kapitalisme. Sinds het kapitalisme zich heeft gevestigd is het er nooit en nergens in geslaagd gedegen en betaalbare onderkomens voor de bevolking en met name voor de arbeidersklasse te realiseren. Dat komt omdat een woning in wezen een waar is waarvan de prijs, naast de prijs van de grond, in principe bepaald wordt door dezelfde factoren die ook de prijs van een auto of een winterjas bepalen.
Het artikel hieronder is een verkorte versie van een artikel dat op de engelstalige website is gepubliceerd [1]. Het behandelt vooral de woningcrisis in het Verenigd Koninkrijk, maar de analyse die hierin wordt ontwikkeld is volledig geldig voor alle andere kapitalistische landen, Nederland en België inbegrepen.
Er zijn sinds het midden van de jaren 1980 geen officiële cijfers meer verzameld over het aantal mensen dat kraakt in Groot-Britannië, maar een recent artikel in The Guardian meldde dat er tussen de twintig- en vijftigduizend mensen zijn die kraken, meestal wonend in langdurig verlaten panden[2]. Dit maakt deel uit van het algemene beeld van steeds meer mensen die worstelen om een dak boven hun hoofd te houden. Zo laten de verzamelde cijfers over dakloosheid de laatste jaren een toename zien: in Engeland meldden 110.000 gezinnen zich in 2011-12 bij hun lokale overheid als dakloos, een toename van 22% ten opzichte van het jaar daarvoor. 46% van deze gezinnen werd door de plaatselijke overheid als dakloos erkend, een stijging van 26% ten opzichte van het jaar daarvoor.
De liefdadigheidsorganisatie Crisis, van wier website de bovenstaande cijfers afkomstig zijn, onderstreept dat deze officiële cijfers waarschijnlijk zeer onnauwkeurig zijn, aangezien de meerderheid van de daklozen verborgen is omdat zij zich niet vertonen op plaatsen, zoals officiële opvangcentra voor daklozen, die de regering gebruikt om haar gegevens te verzamelen. Een andere indicator dat huisvesting een steeds groter probleem wordt, zijn de gegevens over het aantal mensen dat op straat slaapt. Uit officiële cijfers blijkt dat in 2011 in Engeland meer dan tweeduizend mensen op eender welke nacht op straat hebben geslapen, een stijging van 23% ten opzichte van 2010. Maar nogmaals, het werkelijke cijfer is waarschijnlijk veel hoger, aangezien niet-gouvernementele organisaties melden dat meer dan vijf en een half duizend mensen in 2011-12 alleen al in Londen op straat sliepen, een stijging van 43% ten opzichte van het voorgaande jaar.
Wereldwijd wordt naar schatting door ten minste 10% van de wereldbevolking gekraakt. Veel van de sloppenwijken rond steden als Mumbai, Nairobi, Istanbul en Rio de Janeiro bestaan voor een groot deel uit krakers.[3] De soorten huisvestingen, de diensten die de bewoners ter beschikking staan, of het gebrek daaraan, het soort werk dat verricht wordt en de samenstelling van de bevolking variëren. Alles tesamen laten ze echter zien dat,ondanks alle geproduceerde goederen en al het geld dat in de wereld circuleert, het kapitalisme nog steeds niet in staat is om op adequate wijze te voorzien in een van de meest elementaire menselijke behoeften. Het doel van dit artikel is te trachten de redenen hiervoor te onderzoeken.
Uitgangspunt is de erkenning dat de vorm die het huisvestingsvraagstuk onder het kapitalisme aanneemt bepaald wordt door de economische, sociale en politieke parameters van de burgerlijke maatschappij. In dit systeem zijn de belangen van de arbeidersklasse, en van andere uitgebuite klassen zoals de boeren, altijd ondergeschikt aan die van de bourgeoisie. Op economisch vlak zijn er twee belangrijke dynamieken. Enerzijds is huisvesting voor de arbeidersklasse een kostenpost en dus onderhevig aan dezelfde drang tot kostenvermindering als alle andere elementen die verband houden met de reproductie van deze klasse. Anderzijds kan huisvesting ook een bron van winst zijn voor een deel van de bourgeoisie, of die huisvesting nu aan de arbeidersklasse of aan een ander deel van de maatschappij wordt verstrekt. Op sociaal en politiek vlak werpt huisvesting vragen op voor de heersende klasse over gezondheid en maatschappelijke stabiliteit, maar de huisvestingskwestie biedt ook mogelijkheden voor zowelde fysieke als ideologische controle van de arbeidersklasse en andere uitgebuite klassen. Dit was zo in de begindagen van het kapitalisme en is ook nu nog zo.
In het vroege kapitalisme maakte het ontstaan van sloppenwijk een inherent deel uit van de kapitalistische ontwikkeling. De bourgeoisie heeft behoefte aan goedkope arbeidskracht, en de slechte voorzieningen, de demoralisatie en de ziektes nam zij in het begin van de industriële periode op de koop toe. In bepaalde gevallen profiteerde delen van de kapitalistische klasse ook van de verhuur van verpauperde appartementen en huizen aan de arbeidersklasse. Later, in de 19e eeuw, begon het kapitalisme oplossingen voor het woningvraagstuk te zoeken, mede omdat de gevolgen ervan niet beperkt bleven tot de arbeidersklasse. Deze hervormingen konden de essentie van het probleem niet oplossen. Hier verwijzen we graag naar het boek van Friedrich Engels, “Over het woningwprobleem”, waarin hij schrijft: “Dezelfde economische noodzaak, die [de sloppenwijk] op de ene plek schiep, schept ze ook op een andere. En zolang de kapitalistische productievorm bestaat, zolang zal het dom zijn een oplossing te zoeken voor alleen het woningprobleem of voor een willekeurig ander maatschappelijk vraagstuk, dat het lot van de arbeiders aangaat”.Wat hierop volgt is een verdere illustratie van de onmacht van de bourgeoisie om een oplossing te vinden op het woningvraagstuk.
De Eerste Wereldoorlog liet een tekort van 610.00 huizen na in Engeland, waarbij veel vooroorlogse sloppenwijken onaangeroerd bleven. In de nasleep van de oorlog kregen de plaatselijke autoriteiten de bevoegdheid om krottenwijken te ontruimen en huurwoningen te bouwen. Tussen 1931 en 1939 werden meer dan 700.000 woningen gebouwd, waardoor viervijfde van de mensen die in krottenwijken woonden opnieuw gehuisvest werd [3]. Veel van de nieuwe huizen werden gebouwd in grote buitenwijken aan de rand van grote steden zoals Liverpool, Birmingham, Manchester en Londen. Sommige plaatselijke autoriteiten experimenteerden met de bouw van flatgebouwen. Deze inspanningen vielen echter in het niet bij de twee en een half miljoen woningen die particulier werden gebouwd en verkocht aan de middenklasse en de beter betaalde delen van de arbeidersklasse. Toch betekende dit niet het einde van de sloppenwijken en bleef de ernstige overbevolking in veel volkswijken bestaan. De Tweede Wereldoorlog zorgde voor een terugval toen de woningbouw vrijwel stil kwam te liggen en de binnensteden werden blootgesteld aan bombardementen. De naoorlogse periode was getuige van het meest gecoördineerde woningbouwprogramma van de staat in de Britse geschiedenis, dat zijn hoogtepunt bereikte aan het eind van de jaren 1950, toen er jaarlijks meer dan 300.000 sociale woningen werden gebouwd. De bouw van grote torenflats was ditmaal een prominenter kenmerk. Er werd ook steun gegeven aan de particuliere bouw en in 1975 was 52,8% van de woningen particulier bezit, vergeleken met 29,5% in 1951 (particuliere huurwoningen daalden in dezelfde periode van 44,6% naar 16%)[4].
In Groot-Brittannië en de andere grote kapitalistische mogendheden maakte de naoorlogse periode enkele belangrijke veranderingen op het gebied van huisvesting mogelijk. De naoorlogse ‘boom’, die gebaseerd was op de zeer aanzienlijke verbeteringen van de productiviteit na de verwoesting van de oorlog, gaf de staat de middelen om de uitgaven op een aantal gebieden, waaronder huisvesting, te verhogen. Zoals reeds werd opgemerkt, waren enkele belangrijke arbeiderswijken in de steden die productiecentra waren geweest, door bombardementen verwoest of beschadigd. De industrieën die zich na de oorlog ontwikkelden, zoals de automobielindustrie, leidden tot de bouw van nieuwe fabrieken, vaak buiten de oude concentraties. Dit vereiste de bouw van woningen voor de werkers. Er was ook een politiek motief om in maatschappelijke behoeften te voorzien en zo het risico van onrust na de oorlog te verminderen.
De naoorlogse ‘boom’ bereikte echter veel delen van de wereld niet. Daartoe behoorden enkele landen in het westen, zoals Ierland, waar ernstige armoede en sloppenwijken bleven bestaan tot de economische ‘boom’ die zich daar in de jaren 1980 ontwikkelde. Het omvatte vooral wat de ‘Derde Wereld’ wordt genoemd, die in wezen de continenten en landen omvat die het voorwerp waren van imperialistische overheersing door de grote kapitalistische landen. Kortom, het grootste deel van de wereld. Vanuit dit gezichtspunt wordt het duidelijk dat Engels' argument niet alleen bevestigd wordt, maar bevestigd wordt op een schaal die hij zich niet had kunnen voorstellen.
Vandaag de dag leven een miljard mensen in sloppenwijken en het merendeel van de wereldbevolking is nu stedelijk. De meeste van deze sloppenwijken bevinden zich in de ‘Derde Wereld’ en, in mindere mate, in delen van het oude Oostblok (wat ooit de Tweede Wereld werd genoemd). Dit is een nieuwe situatie. In het boek Planet of Slums, gepubliceerd in 2006, stelt de auteur, Mike Davis, dat “de meeste van de huidige megasteden in het Zuiden een gemeenschappelijk traject hebben: een regime van relatief langzame, zelfs vertraagde groei, vervolgens een abrupte versnelling tot snelle groei in de jaren 1950 en 1960, waarbij immigranten van het platteland steeds meer onderdak kregen in perifere sloppenwijken”[5]. De langzame of vertraagde groei in veel van deze steden was een gevolg van hun status als kolonie van de grote mogendheden. In India en Afrika vaardigden de Britse koloniale heersers wetten uit om te voorkomen dat de inheemse bevolking van het land naar de stad trok en om de bewegingen en levenswijzen van degenen die in de steden woonden te beheersen. Het Franse imperialisme legde soortgelijke beperkingen op in die delen van Afrika die onder zijn controle stonden. Het lijkt logisch om te denken deze beperkingen verband houden met de status van veel van deze landen als leveranciers van grondstoffen aan hun koloniale meesters. Maar zelfs in Latijns-Amerika, waar de koloniale hand aantoonbaar minder streng was, kon de plaatselijke bourgeoisie evenzeer gekant zijn tegen het binnendringen van hun plattelandsbevolking in de steden. Zo werd aan het eind van de jaren 1940 hard opgetreden tegen de krakers die naar stedelijke centra als Mexico Stad trokken als gevolg van de politiek van lokale industrialisatie ter vervanging van de import.
Dit veranderde toen het kolonialisme eindigde en het kapitalisme steeds mondialer werd. Steden begonnen in omvang en aantal toe te nemen. In 1950 waren er 86 steden in de wereld met een bevolking van meer dan een miljoen inwoners. In 2006 waren dat er 400 en in 2015 zullen dat er naar verwachting 550 zijn. De stedelijke centra hebben het grootste deel van de mondiale bevolkingsgroei van de afgelopen decennia geabsorbeerd en de stedelijke beroepsbevolking bedroeg in 2006 3,2 miljard[6]. Dit laatste punt benadrukt het feit dat in landen als Japan, Taiwan en, meer recentelijk, India en China deze groei gekoppeld is aan de ontwikkeling van de productie. In China zijn honderden miljoenen boeren van het platteland naar de steden getrokken, vooral die in de kustgebieden waar de meeste industrialisatie heeft plaatsgevonden; waarschijnlijk zullen er nog honderden miljoenen volgen. In 2011 was de meerderheid van de Chinese bevolking stedelijk[7].
Dit kan de indruk wekken dat het proces van de 19e eeuw zich voortzet; dat de chaotische ontwikkeling van het begin zal worden vervangen door een meer gestage opmars in de waardeketen van de productie met de daaruit voortvloeiende stijging van de lonen, de welvaart en de binnenlandse markten. Dit wordt gebruikt ter ondersteuning van het argument dat het kapitalisme dynamisch en vooruitstrevend blijft en dat het mettertijd de armen uit de armoede zal halen, de hongerenden zal voeden en de sloppenwijkbewoners zal huisvesten.
Dit is echter niet het volledige verhaal van de huidige periode. In veel andere landen is er geen verband tussen de ontwikkeling van steden en de daarmee samenhangende sloppenwijken, en de ontwikkeling van de productie.
De gevolgen zijn te zien in de sloppenwijken die veel steden in het Zuiden omringen. Terwijl het de megasteden zijn die de krantenkoppen halen, woont de meerderheid van de stedelijke armen in tweederangssteden waar vaak weinig of geen voorzieningen zijn en die weinig aandacht trekken. De verhalen over de levensomstandigheden van de bewoners van deze sloppenwijken die door Planet of Slums lopen, weerspiegelen delen van Engels’ analyse. In de binnensteden verdringen de armen zich niet alleen in oude woningen en in nieuwe panden die door speculanten voor hen zijn opgezet, maar ook op begraafplaatsen, boven rivieren en op straat zelf. De meeste sloppenwijkbewoners wonen echter in de periferie van de steden, vaak op land dat vervuild is, of land dat gevaar loopt op milieurampen of anderszins onbewoonbaar is. Hun huizen zijn vaak gemaakt van stukken hout en oude plastic zeilen, vaak zonder voorzieningen en onderhevig aan uitzetting door de bourgeoisie, alsook uitbuiting en geweld door de diverse speculanten, afwezige huisbazen en criminele bendes die het gebied beheersen. In sommige gebieden krijgen de krakers wettig eigendom en slagen zij erin het stadsbestuur zover te krijgen dat het basisdiensten verleent. Overal zijn ze het slachtoffer van uitbuiting. Net als in Engeland in de 19e eeuw valt er geld te verdienen aan ellende. Grote en kleine speculanten bouwen eigendommen, soms legaal, soms illegaal, en ontvangen huurprijzen die voor de gehuurde ruimte vergelijkbaar zijn met de duurste binnenstedelijke appartementen van de rijken. Het gebrek aan diensten biedt andere mogelijkheden, waaronder de verkoop van water.
De bourgeoisie blijft proberen om de huisvestingscrisis die haar maatschappij creëert ‘op te lossen’. Net als in het verleden is dit altijd beperkt door wat verenigbaar is met de belangen van het kapitalistische systeem en van de bourgeoisie binnen dat systeem. Enerzijds zijn er pogingen geweest om het probleem eenvoudigweg weg te bulldozeren, door miljoenen armen, of het nu arbeiders, ex-boeren, kleine handelaren of de afdankertjes van de maatschappij zijn, uit hun huis te zetten en in nieuwe krottenwijken te dumpen. Of op het open platteland, ver weg van de ogen, oren en neuzen van de rijken. Anderzijds is er een hele bureaucratie ontstaan om het huisvestingsprobleem op te lossen, met inbegrip van het IMF, de Wereldbank, de VN en zowel internationale als lokale NGO's; maar zij doen dit altijd binnen het kader van het kapitalisme. In dit geval is er sprake van een bijzonder ongewone bondgenootschap tussen zogenaamde radicalen die de armen ‘mondiger’ willen maken en internationale kapitalistische instanties zoals de Wereldbank die een marktoplossing willen vinden die ondernemerschap en eigendom aanmoedigt.
Tenslotte is er de onuitgesproken maar altijd aanwezige doelstelling om de uitgebuitenen te verdelen door middel van de gebruikelijke mix van coöptatie en onderdrukking. Zo eindigen organisaties die beginnen met radicale eisen, zoals groepen krakers, vaak in samenwerking met de heersende klasse zodra aan hen een paar concessies zijn gedaan. Onder sommige ideologen zijn er zelfs echo's van het verleden, zoals het idee dat de oplossing erin bestaat de armen wettelijk recht te geven op de grond waarop zij leven. Engels toont aan dat deze 'oplossing' snel terug zal leiden naar het oorspronkelijke probleem, omdat het niets verandert aan de basispremisse van de kapitalistische maatschappij die “de kapitalist de gelegenheid biedt om voor arbeidskracht te betalen wat deze kost, maar er veel meer uit te slaan dan deze kost door de arbeider te dwingen om langer te werken dan nodig is om boven de kosten uit te komen, die de arbeidskracht met zich meebrengt”[8].
In de oude kapitalistische kernlanden van West-Europa en de VS leidde de terugkeer van de open economische crisis aan het eind van de jaren 1960 tot twee grote veranderingen die van invloed waren op de huisvesting van de arbeidersklasse. De eerste was de noodzaak om de uitgaven van de staat, en met name de aan de arbeiders betaalde uitkeringen, te beperken; de tweede was de verschuiving van kapitaal van productieve investeringen naar speculatie waar de opbrengsten hoger leken.
De beperking van de overheidsuitgaven leidde eerst tot een vertraging van het aantal gebouwde sociale woningen en vervolgens, onder Thatcher, tot de verkoop van de sociale woningvoorraad en de beperking van verdere bouw door de plaatselijke autoriteiten. Maar dit alles is niet met Thatcher begonnen. Wij hebben reeds gewezen op de inspanningen van zowel de Tory- als de Labourregering om het bezit van een eigen woning zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog te bevorderen, voornamelijk door belastingverlaging voor hypotheken. De verkoop van sociale woningen verminderde niet alleen de kapitaalkosten voor de bouw van woningen, maar ook de kosten voor het onderhoud ervan, aangezien de nieuwe eigenaar hiervoor zelf verantwoordelijk was. Het idee dat het bezit van grondeigendom zou helpen om de dreiging van de arbeidersklasse in te dammen, gaat nog verder terug.
Financiële speculatie werd steeds koortsachtiger naarmate de strijd om een winstgevend rendement op kapitaal de afgelopen 40 jaar intensiever werd. De financiële deregulering die zowel Groot-Brittannië als de VS in de jaren 1980 kenmerkte, stelde de bourgeoisie in staat steeds complexere vormen van speculatie te ontwikkelen. In de jaren 1990 vloeide het geld naar een reeks nieuwe instrumenten die gebaseerd waren op de uitbreiding van krediet naar steeds grotere delen van de arbeidersklasse. De ontwikkeling van subprime-hypotheken in de VS was typerend in deze aanpak. Speculanten dachten dat ze veilig waren vanwege de complexe aard van de financiële instrumenten waarin ze investeerden, en de hoge rating die ze kregen van ratingbureaus als Standard and Poor. De ineenstorting van de subprime-markt in 2007 liet zien dat dit een illusie was en legde de basis voor de bredere ineenstorting die volgde, een ineenstorting waarvan de gevolgen nog steeds merkbaar zijn.
De eerste zeepbel op de huizenmarkt barstte in de jaren 1990 en stortte velen in negatief vermogen, wat leidde tot een groot aantal gedwongen verkopen. Deze keer is de bourgeoisie erin geslaagd de gevolgen te beperken, zodat er minder beslagleggingen zijn. Huisvesting is nu echter minder betaalbaar geworden door een combinatie van de blijvende stijgingen tijdens de zeepbellen, en de aanscherping van de kredietvoorwaarden na 2007, met als gevolg dat veel jonge mensen het zich niet langer kunnen veroorloven om te kopen. Tegelijkertijd is de huursector kleiner geworden. Het aanbod van de gemeente is beperkt en wordt streng gecontroleerd, met criteria waardoor jongeren veroordeeld zijn tot kleine en slechte huisvesting, als ze al niet in een B&B terechtkomen. Door de nieuwe beperkingen op de huursubsidie zullen gezinnen op straat worden gezet en genooodzaakt te verhuizen uit hun woongebied , waardoor een van de weinige opties het kraken van een van de duizenden leegstaande panden is. En zo keren we terug naar waar we begonnen.
Het antwoord op het woningvraagstuk
Het huisvestingsvraagstuk waarmee arbeiders en andere uitgebuite klassen over de hele wereld worden geconfronteerd, neemt in het ene land heel andere vormen aan dan in het andere, en verdeelt vaak de slachtoffers van het kapitalisme. Er kan een onoverbrugbare kloof lijken te bestaan tussen een jonge arbeider die in de marge van een stad als Peking of Mumbai een kraakpand bewoont op grond die onderloopt door overstromingen of vergeven is van industrieel vergif, en een jonge arbeider die in Londen niet in aanmerking komt voor een sociaal appartement of in Birmingham geen hypotheek op een huis kan krijgen. Toch is de vraag voor alle werkers hoe zij als mens kunnen leven in een maatschappij die ondergeschikt is aan de ontrekking van winsten van de velen voor de weinigen. En ondanks alle veranderingen in de vorm en de omvang van de vraag blijft de inhoud dezelfde. De conclusie van Engels blijft vandaag even geldig als meer dan een eeuw geleden: “In een dergelijke maatschappij is woningnood in het geheel geen toevalligheid, het is een noodzakelijk instituut; het probleem kan worden verholpen — samen met alle gevolgen van de hygiëne e.d. - maar alleen dan, wanneer de hele maatschappijstructuur die eraan schuldig is, fundamenteel wordt omgevormd” [9] n
North / 11.01.2013
[1] Capitalism produces the housing crisis [51]; ICC-online 2013
[2]The Guardian 03-12-2012, Squatters are not home stealers [52] [Nederlands: Krakers zijn geen huizenstelers]. Deel van de ideologische campagne om de nieuwe wet tegen kraken te legitimerenbestond eruit uitvoerig te publiceren over eigenaren van huizen die hun huis gekraakt terugvonden na een periode van afwezigheid.
[3] Stevenson British Society 1914-45, chapter 8 “Housing and town planning”. Penguin Books, 1984.
[4] Zie: Morgan, The People’s Peace. British History 1945-1990. Oxford University Press, 1992.
[5] Davis, Planet of Slums, Hoofdstuk 3, “The Treason of the State”, Verso 2006. Veel van het hieropvolgende is uit dit werk genomen.
[6] Ibid., Hoofdstuk 1, “The Urban Climateric”, pp. 1-2.
[7] UN Habitat, The State of China’s Cities 2012-2013, Executive Summary, p. VIII.
[8] Friedricht Engles, Over het woningprobleem, deel 2, “Hoe de bourgeoisie het woningvraagstuk aanpakt”. [53]
[9] Ibid. [53]
Links
[1] https://nl.internationalism.org/files/nl/pdf/n_isme_374_klweb.pdf
[2] https://nl.internationalism.org/content/1539/nieuwe-belgische-regering-de-croo-een-dynamische-ploeg-om-het-vertrouwen-de-politiek-te
[3] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/politieke-situatie-belgie
[4] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/corona
[5] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/coronacrisis-0
[6] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/covid-19
[7] https://nl.internationalism.org/content/1540/rapport-over-de-covid-19-pandemie-en-de-periode-van-kapitalistische-ontbinding
[8] https://fr.internationalism.org/content/10421/covid-19-afrique-du-vain-espoir-2020-a-dure-realite-2021
[9] https://nl.internationalism.org/tag/people/mark-rutte
[10] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/politieke-situatie-nederland
[11] https://nl.internationalism.org/files/nl/pdf/n_isme_375_klweb_0.pdf
[12] https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1917/staat-revolutie/ch05.htm
[13] https://nl.internationalism.org/tag/historische-gebeurtenissen/covid-19
[14] https://www.972mag.com/palestinian-protests-unity-jerusalem/
[15] https://libcom.org/forums/news/jerusalem-gaza-14052021
[16] https://en.internationalism.org/content/17028/against-nationalist-poison-international-solidarity-all-workers
[17] https://www.redblacknotes.com/2021/05/14/freedom-for-palestine-statement-from-anarchist-communist-groups-in-oceania/
[18] https://www.anarchistcommunism.org/2021/05/17/on-the-crisis-in-israel-palestine/
[19] https://socialismoryourmoneyback.blogspot.com/2021/05/war-without-end.html
[20] https://en.internationalism.org/content/16885/acg-rejects-identity-politics-accepts-democratic-secular-state-israel
[21] https://en.internationalism.org/content/17016/wars-and-pogroms-future-capitalism-offers-us
[22] http://www.leftcom.org/en/articles/2021-05-20/neither-israel-nor-palestine-no-war-but-the-class-war
[23] https://www.angryworkers.org/2021/05/25/editorial-3-palestine-israel/
[24] https://nl.internationalism.org/tag/4/90/israel
[25] https://nl.internationalism.org/tag/4/91/palestina
[26] https://nl.internationalism.org/tag/3/45/internationalisme
[27] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/israel
[28] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/palestina
[29] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/internationalisme
[30] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/nationalisme
[31] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/internationalist-communist-tendency
[32] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/angry-workers-world
[33] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/kras
[34] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/anarchist-communist-group
[35] https://nl.internationalism.org/content/1442/het-kapitalisme-bedreigt-de-planeet-en-de-mensheid-alleen-de-wereldwijde-strijd-van-het
[36] https://nl.internationalism.org/tag/historische-gebeurtenissen/klimaatopwarming
[37] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/klimaatbetoging
[38] https://nl.internationalism.org/content/1455/ecologroen-en-vlaams-belang-de-winnaars-van-de-verkiezingen-de-gevaarlijke-misleidingen
[39] https://businessam.be/hervormingen-zijn-de-weg-uit-deze-crisis-waar-wachten-we-op/
[40] https://www.nbb.be/doc/dq/f/dq3/nfco.pdf
[41] https://www.voka.be/publicaties/voka-paper-juni-2021-de-houdbaarheid-van-onze-overheidsfinancien
[42] https://www.gva.be/cnt/dmf20210922_97953931
[43] https://nl.internationalism.org/content/1566/covid-19-crisispolitiek-belgie-achter-de-maskerade-van-1-ploeg-van-11-miljoen
[44] https://nl.internationalism.org/content/1570/overstromingen-droogte-branden-kapitalisme-leidt-de-mensheid-naar-een-wereldwijde
[45] https://www.dewereldmorgen.be/artikel/2021/10/14/wooncrisis-vlaanderen-is-sinds-2014-bevoegd-voor-wonen-maar-weigert-in-te-grijpen/
[46] https://abvv.be/sociaal-economische-barometer-abvv-op-naar-meer-zekerheid-en-kwaliteit
[47] https://www.hln.be/jobs/werken-en-toch-in-armoede-leven-het-bestaat-ook-in-belgie~a5c03588/
[48] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/sociale-situatie-belgie
[49] https://pp.one/
[50] https://www.rtl.nl/onderzoek/artikel/5248327/achterstallig-onderhoud-huurwoningen-woningstichting-corporatie-matig
[51] https://en.internationalism.org/worldrevolution/201301/6246/capitalism-produces-housing-crisis
[52] https://www.theguardian.com/society/2012/dec/03/squatters-criminalised-not-home-stealers
[53] https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1872/1872woning.htm
[54] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/sociale-situatie-nederland
[55] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/woningnood