Kronstadt 1921: Tegen de anarchistische stellingen, de lessen getrokken door de Kommunistische Linkerzijde

Printer-friendly version

De anarchistische stroming zou de enige zijn geweest die de Oktoberrevolutie verdedigde en tegelijk de repressie van het bolwerk van Kronstadt veroordeelde. Binnen deze stroming moet er echter onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende stromingen. Sommige anarchisten, met name immigranten als Emma Goldman en Alexander Berkman, stonden heel dicht bij de partij van de bolsjewieken en gaven hun volledige steun in oktober 1917, in tegenstelling tot andere anarchisten die deel uitmaakten van de intelligentsia of van de gedeclasseerde elementen en waarvan het anti-bolsjewisme duidelijk een uiting was van de opvattingen van een reactionaire kleinburgerij. Het lijdt geen twijfel dat vele anarchisten gelijk hadden in hun kritiek op de Tsjeka (de politieke politie van de partij) en op het neerslaan van Kronstadt. Het probleem is dat het anarchisme geen enkel kader biedt om de historische betekenis van dergelijke gebeurtenissen te begrijpen; de analyse van Voline getuigt daarvan: “Kronstadt was een baken dat de juiste weg verlichtte (...). Toen volledige vrijheid van discussie, organisatie en actie eindelijk waren verworven door de werkende massa zelf, toen de weg van onafhankelijke volksactiviteit was ingeslagen zou de rest daar automatisch uit voortvloeien”(Voline, De onbekende revolutie.

Zo zou het volgens Voline dus voldoende zijn dat de op­stand van Krontstadt zegevierde opdat de rest "er automatisch uit zou voortvloeien". Maar zelfs als de opstand over heel Rusland was uitgebreid, zelfs als Kronstadt had overwonnen, dan nog was het cruciale probleem van dat moment daarmee niet in het minst opgelost: dat van het Internatio­nale isolement van het sovjetbolwerk (in de logica van de anarchisten echter, zoals we vervolgens hebben gezien bij hun analyse van de 'proletarische revolutie' in Spanje in 1936, is de marxistische analyse, volgens dewelke het kommunisme alleen op internationaal vlak kan worden verwezenlijkt, volslagen secundair). Een dergelijke onderschatting van de moeilijkheden en de noodzaak tot snelle uitbreiding van het revolutionaire proces is een waar gif voor het bewustzijn van het proletariaat en verdoezelt de allereerste les van Kronstadt, namelijk dat elke revolutie die in een land geïsoleerd blijft onvermijdelijk tot mislukking is gedoemd.

De proletarische revolutie is internationaal of mislukt

De proletarische revolutie kan alleen slagen op interna­tionaal vlak. Het is onmogelijk om het kapitalisme te vernietigen of het 'socialisme op te bouwen' in een enkel land, het kan alleen door de uitbreiding van de proletarische politieke macht over de hele planeet. Zonder deze uitbreiding is de ontaarding van de revolutie onvermijdelijk wat ook de veranderingen zijn die in de economie worden aangebracht. Dat is juist wat Lenin duidelijk vooropstelde toen hij vanaf 1918 zei dat het Russische proletariaat met ongeduld wachtte op de uitbreiding van de revolutie in Europa, omdat het Rusland van de sovjets (dat langzaam verstikte door de economische blokkade van heel de Internationale bourgeoi­sie) veroordeeld zou zijn indien het proletariaat van West- Europa niet te hulp zou snellen.

Volgens de anarchisten zijn de bolsjewieken ertoe overgegaan om de arbeiders en matrozen te verpletteren omdat ze, in de termen van Voline,“marxistisch, autoritair en staatsgezind”waren. Wat Voline en de hele anarchistische stroming echter nooit begrepen heb­ben is dat in werkelijkheid het verdwijnen van de arbeiders-democratie, waardoor aan de sovjets alle proletarisch leven werd ontnomen, het directe gevolg was van de tragische impasse waarin de Russische revolutie zich bevond. En vertrekkend van dit onbegrip van de werkelijke beweging en de algemene dynamiek van het wereldproletariaat konden de anarchisten de geschiedenis herschrijven en op hun manier interpreteren met als enig ‘theoretisch kader’ de oude libertaire anti-marxistische, anti-partij en ‘anti-autoritaire’ stellingen. Daarmee is de ideologie van de anarchis­ten andermaal koren op de molen van de anti-kommunistische campagnes van de bourgeoisie. Deze heb­ben tot doel de leugen te laten voortbestaan waarmee de proletariër wordt wijsgemaakt dat er een zogenaamde (theoretische, praktische en historische)'continuïteit' zou bestaan tussen Lenin en Stalin, tussen de Oktoberrevolutie van 1917 en de stalinistische contrarevolutie.

Omdat het marxisme de vorming van een proletarische politieke partij verdedigt, omdat het oproept tot de centralisatie van de krachten van het proletariaat en de onvermijdelijkheid erkent van de staat in de overgangsperiode naar het kom­munisme, is het er volgens de anarchisten toe veroordeeld uiteindelijk de massa's uit te moorden. Dergelijke ‘eeuwige’ waarheden zijn van geen enkel nut om werkelijke histori­sche processen te begrijpen noch om lessen te trekken waaruit de komende revolutionaire beweging moeten putten.

Wat zijn de werkelijke lessen die de Linkskommunisten uit de tragedie van Kronstadt konden trekken (1)?

Geen geweldsverhoudingen binnen de arbeidersklasse

Het revolutionaire geweld is een wapen dat het proleta­riaat noodgedwongen moet gebruiken in zijn strijd tegen de kapitalistische klasse. Maar binnen het proletariaat kan het geen plaats hebben omdat het alleen zijn eenheid, solidariteit en samenhang kan vernietigen en ontmoediging en wanhoop kan voortbrengen.

Onder geen enkel beding kan het geweld dienen als criterium of instrument binnen de arbeidersklasse omdat het geen middel is dat bijdraagt tot haar bewustwording. Deze bewustwording kan het proletariaat slechts door zijn eigen ervaring ontwikkelen en door die ervaring doorlopend kritisch te onderzoeken. Daarom kan geweld binnen de arbei­dersklasse, wat ook haar onmiddellijke motivatie moge zijn, slechts de eigen activiteit van de massa’s belemmeren en tenslotte het grootste struikelblok vormen voor haar bewustwording, die de onmisbaar voorwaarde is voor het zegevieren van het kommunisme.

Zo gezien kan de ’juiste lijn', zelfs als delen van de arbeidersklasse overduidelijk ongelijk hebben, niet door de kracht van wapens worden opgelegd door een andere deel, of dat nu in de meerderheid is of niet. De opstand van Kronstadt vormde een verzwakking voor de samenhang van het proletarisch bolwerk. Zijn onderdrukking betekende een nog belangrijker verzwakking en bespoedigde de ontaarding van de revolutie.

De dictatuur van het proletariaat is niet die van de partij

Het was de tragedie van de Russische revolutie, en vooral van het bloedbad van Kronstadt, dat het geheel van de arbeidersbeweging van die tijd niet helder was over de rol van de partij in de uitoefening van de proletarische macht. Bin­nen de arbeidersbeweging bestond inderdaad nog het idee dat het net als in de burgerlijke revolutie de partij was die de dictatuur van het proletariaat moest uitoefenen in naam van de arbeidersklasse. In tegenstelling tot andere revoluties in de geschiedenis vereist de proletarische revolutie daarentegen de actieve en voortdurende deelname van de arbei­dersklasse. Dat betekent dat zij op geen enkel moment kan toestaan dat, op straffe van onmiddellijk de weg naar de ontaarding in te slaan, de macht wordt gedelegeerd aan een partij, of dat een gespecialiseerd lichaam of een fractie van de arbeidersklasse, hoe revolutionair die ook moge zijn, zich in de plaats stelt van het geheel van het proletariaat.

Vandaar dat,wanneer de Staat zich tegen de arbeidersklasse keert, zoals dat het geval was met Kronstadt, het de rol van de partij is, als uitdrukking en voorhoede van het proleta­riaat, niet de Staat te verdedigen tegen de arbeidersklasse maar om aan haar zijde te strijden tegen de Staat.

De dictatuur van het proletariaat is niet die van de Staat

Op het moment van de Russische revolutie bestond er een algemene verwarring in de arbeidersbeweging. Deze vereenzelvigde de dictatuur van het proletariaat met die van de Staat zoals die ontstaan was na de omverwerping van het tsaristisch regime, dat wil zeggen het congres van de afgevaardigden van arbeiders, soldaten en boeren uit heel Sovjet-Rusland. In plaats van zich te manifesteren via het kanaal van organen die eigen waren aan de arbeidersklasse (fabrieks- en arbeidersraden) werd de proletarische macht vereenzelvigd met het Staatsapparaat (territoriale sovjets, vertegenwoordiger van alle niet-uitbuitende lagen).

Maar zoals de Italiaanse kommunistische Linkerzijde aan het einde van de jaren dertig en vervolgens ook de Kommunistische Linkerzijde in Frankrijk duidelijk maakten toen ze de lessen trokken uit de ontaarding van de Russische revolutie, betekent de zelfstandigheid van de arbei­dersklasse dat de politieke en de eenheidsorganisaties zich onder geen enkel voorwendsel kunnen onderwerpen aan Staatsinstellingen. Dat zou neerkomen op het ontbinden van deze organismes van het proletariaat en ertoe leiden dat het proletariaat zijn kommunistisch programma, waarvan het de enige drager is, zou afzweren. Rekening houdend met de opvattingen die toentertijd bestonden in de arbeidersbeweging (het idee van een 'proletarische' Staat), kon ieder verzet tegen de Staat van de kant van de arbeiders alleen maar worden beschouwd als contrarevolutionair. De waakzaamheid van het proletariaat ten opzichte van de Staat mag geen ogenblik verslappen, want de Russische ervaring, en vooral de gebeurtenissen van Kronstadt, hebben aangetoond dat de contrarevolutie zich heel goed kan uiten via het kanaal van de Staat van na de opstand, en niet alleen door een burgerlijke aanval 'van buitenaf’.

Hoe tragisch de vergissingen van de bolsjewieken ook waren, niet zozeer zij, maar vooral het isolement van de Russische revolutie lag ten grondslag aan haar ontaarding. Had de revolutie zich uitgebreid, vooral door een zegevierende opstand in Duitsland, dan is het erg waarschijnlijk dat deze vergissingen zouden zijn rechtgezet in de loop van het revolutionaire proces zelf. Hiervan getuigen de standpunten die Lenin verdedigde tijdens het debat in 1920-1921, waarin hij tegenover Trotski stond in het vraagstuk van de vakbonden (een debat dat ook werd gevoerd op het l0e partijcongres dat plaatsvond op hetzelfde moment waarop de gebeurtenissen in Kronstadt zich afspeelden). Terwijl Trotski het idee verdedigde dat de vakbonden een apparaat moesten vormen van de 'proletarische' staat om de arbeidersklasse in te kaderen, bracht Lenin, die het niet met deze analyse eens was, naar voren dat de arbeiders zichzelf moesten verdedigen tegen 'hun' staat, vooral voor zover het Sovjetregime volgens hem ook geen proletarische staat was maar een "arbeiders- en boerenstaat" met "diep- gaande bureaucratische afwijkingen".

Bovendien is het in deze termen dat Lenin in 1922, in een rapport voorgelegd aan het centraal comité van de partij, begint te ontwaren dat de contrarevolutie zich in Rusland zelf genesteld heeft en dat het gebureaucratiseerde partijapparaat zich niet in de richting van de belangen van het proletariaat ontwikkelt: "De machine ontglipt aan de handen van hen die haar besturen: in feite zou men denken dat er iemand in andermans dienst aan het roer staat van deze machine, maar deze slaat een andere dan de gewenste richting in, geleid door een verborgen hand[...]. God mag weten aan wie ze toebehoort, misschien aan een speculant of een privé-kapitalist, of allebei tegelijk. Feit is dat de machine niet gaat in de richting die gewild wordt door hen die geacht worden haar te besturen en dat ze soms zelfs precies de tegenoverliggende richting inslaat."                                   

B&C

(1) Zie ook artikelen in International Review, nr. 3, 100 en 104.

 

Historische gebeurtenissen: 

Erfenis van de Kommunistische Linkerzijde: 

Rubric: 

Kronstadt 1921