De groepen van de Kommunistische Linkerzijde geconfronteerd met de protesten van ‘Black Lives Matter’: een onvermogen om het terrein van de arbeidersklasse te identificeren

Printer-friendly version

Het doel van deze polemiek is het stimuleren van een debat in het proletarische politieke milieu. Wij hopen dat de kritiek die wij op andere groepen uiten zal leiden tot reacties, want de Kommunistische Linkerzijde kan alleen worden versterkt door een openlijke confrontatie van onze meningsverschillen.

Geconfronteerd met grote maatschappelijke omwentelingen is het de eerste plicht van kommunisten om hun principes op een zo helder mogelijke wijze te verdedigen en de arbeiders de middelen te bieden om te begrijpen waar hun klassenbelangen liggen. De groepen van de Kommunistische Linkerzijde hebben zich vooral onderscheiden door hun loyaliteit aan het internationalisme, tegenover oorlogen tussen burgerlijke bendes, staten en bondgenootschappen. Ondanks de verschillen in de analyse van de historische periode waarin wij leven, hebben de bestaande groepen van de Kommunistisch Linkerzijde – de IKS, de ICT (Internationalist Communist Tendency), de verschillende Bordigistische organisaties – over het algemeen alle oorlogen tussen staten bestempeld als imperialistisch en de arbeidersklasse opgeroepen om elke steun aan hun hoofdrolspelers te weigeren. Dit onderscheidt hen sterk van pseudo-revolutionairen zoals de trotskisten, die steevast een volkomen verwrongen versie van het marxisme toepassen en zo de steun aan de ene of de andere burgerlijke fractie rechtvaardigen.

De taak om de proletarische klassebelangen te verdedigen komt uiteraard ook naar voren bij de uitbarsting van grote sociale conflicten – niet alleen in bewegingen die duidelijk uitdrukking geven aan de proletarische strijd, maar ook in grote mobilisaties die gepaard gaan met grootschalige protestacties op straat, die vaak botsen met de krachten van de burgerlijke orde. In het laatste geval kan de aanwezigheid van arbeiders, en zelfs van eisen die verband houden met de noden van de arbeidersklasse, het erg moeilijk maken om een heldere analyse van hun klassekarakter naar voren te brengen. In de protestbeweging van de ‘gele hesjes’ in Frankrijk zagen we namelijk enkele elementen die de belangen van de arbeidersklasse verdedigden. Er zijn groepen (zoals Guerre de Classe) die concluderen dat dit een nieuwe vorm van de proletarische klassenstrijd is.[1] Een aantal groepen van de Kommunistische Linkerzijde zagen daarentegen dat het hier ging om een interklassistische beweging, waarin arbeiders in wezen als individuen achter de slogans van de kleinburgers en zelfs achter openlijke burgerlijke eisen en symbolen (burgerlijke democratie, de Tricolore, anti-immigratie racisme, enz.) aan de protesten deelnamen.[2] Dit betekende geenszins dat een aanzienlijke verwarring in hun analyses ook was uitgesloten. De wens om, ondanks dit alles, een zeker potentieel van de arbeidersklasse te zien in een beweging die klaarblijkelijk begonnen en voortgezet was op een reactionair terrein, was nog steeds waarneembaar bij sommige van de groepen, zoals we later zullen zien.

De protesten van ‘Black Lives Matter’ (BLM) vormen een nog grotere uitdaging voor revolutionaire groepen: het valt niet te ontkennen dat ze zijn ontstaan uit een golf van echte woede tegen een bijzonder walgelijke uiting van politiegeweld en racisme. Een emotie die zich niet beperkte tot zwarte mensen, en ver buiten de grenzen van de VS reikte. Maar uitbarstingen van woede, verontwaardiging en verzet tegen racisme leiden niet automatisch in de richting van de klassestrijd. Bij gebrek aan een echt proletarisch alternatief kunnen ze gemakkelijk door de bourgeoisie en haar staat worden gebruikt. Naar onze mening is dit het geval met de huidige protesten van BLM, en kommunisten worden dus geconfronteerd met de noodzaak om precies te laten zien hoe een heel arsenaal aan burgerlijke krachten – van BLM in de beweging via de Democratische Partij in de VS, tot grote sectoren van de industrie, waarbij zelfs chefs van het leger en de politie – vanaf de eerste dag aanwezig waren om de legitieme boosheid in eigen hand te nemen en te gebruiken voor hun eigen belangen.

Hoe hebben kommunisten gereageerd? We zullen ons hier niet bezighouden met anarchisten die denken dat de daden van kleinzielig vandalisme door ‘Black Blocs’ binnen dergelijke demonstraties een uiting zijn van klassegeweld, of met ‘communizers’ die denken dat plundering een vorm van ‘proletarisch winkelen’ is of een slag toegebracht aan de ‘warenvorm’. Op deze argumenten kunnen we in toekomstige artikelen terugkomen. We zullen ons beperken tot verklaringen van de groepen van de Kommunistische Linkerzijde in de nasleep van de eerste rellen en demonstraties na de politiemoord op George Floyd in Minneapolis.

Drie van de groepen behoren tot de Bordigistische stroming en hebben in feite allemaal de titel ‘Internationale Kommunistische Partij’, dus we zullen ze definiëren aan de hand van hun publicaties: Le Proletaire/The Proletarian; Il Partito Comunista/The Communist Party; /Programma Comunista/The Internationalist. De vierde groep is de ‘Internationalist Communist Tendency’ (ICT).

Is de ‘Black Lives Matter’ beweging proletarisch?

Alle verklaringen van deze groepen bevatten elementen waar we het mee eens kunnen zijn: bijvoorbeeld de onverzettelijke aanklacht tegen het politiegeweld, de erkenning dat een dergelijke wreedheid, net als racisme in het algemeen, een product is van het kapitalisme en alleen kan worden geëlimineerd door de vernietiging van deze productiewijze. De verklaring van Le Proletaire maakt dit heel duidelijk:

"Om zich te ontdoen van het racisme, waarvan de wortels te vinden zijn in de economische en sociale structuur van de burgerlijke maatschappij, moet men zich ontdoen van de productiewijze waarop het groeit, en niet beginnen met de cultuur en het ‘geweten’, wat slechts een weerspiegeling is van de kapitalistische economische en sociale structuur, maar met de proletarische klassestrijd, waarin het doorslaggevende element de gemeenschappelijke toestand van de loonarbeid is, ongeacht de kleur van de huid, het ras of het land van herkomst. De enige manier om met elke vorm van racisme succes te bestrijden is de strijd tegen de heersende burgerlijke klasse, ongeacht de kleur van de huid, het ras of het land van herkomst, want zij profiteert van alle onderdrukkingen, van alle vormen van racisme, van alle vormen van slavernij."[3]

De slogans van Il Partito zeggen hetzelfde: “Arbeiders! Jullie enige verdediging is de organisatie en de strijd als een klasse. Het antwoord op racisme is kommunistische revolutie!”[4]

Maar als het gaat om de moeilijkste kwestie waar revolutionairen mee te maken hebben, maken al deze groepen in meer of mindere mate dezelfde kardinale fout: de rellen na de moord en demonstraties van ‘Black Lives Matter’ zouden deel uitmaken van de beweging van de arbeidersklasse. The internationalist schrijft:
“Vandaag de dag worden de Amerikaanse proletariërs gedwongen om met geweld te reageren op de mishandeling door de politie en doen ze er goed aan om de aanvallen een voor een te weerstaan, net zoals ze er goed aan doen om een voor een te reageren op de ‘racistische schurken’, de voorvechters van ‘witte superioriteit’ en door de praktijk van wederzijdse verdediging laten zien dat het proletariaat een enkele klasse is: wie één van ons aanvalt, valt ons allemaal aan.”[5]

Il Partito:
"De ernst van de misdaden die de vertegenwoordigers van de burgerlijke staat in de afgelopen weken hebben begaan en de kracht van de reactie van het proletariaat op deze misdaden, zetten zeker aan tot een zoektocht naar historische vergelijkingen. De protesten en rellen die volgden op de moord op Martin Luther King jr. in 1968 komen onmiddellijk in herinnering, evenals de protesten en rellen die volgden op de vrijspraak van de politie die Rodney King in 1992 mishandelde".

De ICT:
"De gebeurtenissen in Minneapolis zijn de zoveelste uitbreiding van een historisch en systemisch probleem. Het zwarte proletariaat heeft niet alleen te lijden onder een werkloosheid, die twee keer zo hoog is als die van de witte mensen (een constant aantal sinds de jaren vijftig), maar is ook buitenproportioneel het doelwit van politiegeweld, waarbij het einde van het dodental niet in zicht lijkt te zijn. Toch toont de klasse zich in die trieste momenten opnieuw strijdlustig. De zwarte arbeiders van Amerika zijn samen met de rest van het solidaire proletariaat de straat op gegaan en hebben zich verzet tegen de repressie van de staat. Er is niets veranderd. In 1965, net als in 2020, doodt de politie, en de klasse reageert in weerwil van de onrechtvaardige maatschappelijke orde waarvoor ze moorden. De strijd gaat door." [6]

Alle groepen voegen natuurlijk de kwalificatie toe dat de beweging ‘niet ver genoeg gaat’:

De Internationalist:
Maar deze opstanden (die door de massamedia, de organen en de uitdrukkingsvormen van de bourgeoisie, worden weggezet als ‘protesten tegen racisme en ongelijkheid’, waardoor elke vorm van protest die verder gaat dan het geklaag en gezeur van de arme sloebers wordt veroordeeld) moeten een les zijn en de proletariërs over de hele wereld eraan herinneren dat de knoop die moet worden doorgehakt die van de macht is: het in opstand komen of verbranden van politiebureaus is niet voldoende en het is niet voldoende om goederen uit de winkels of geld van de banken en de pandjeshuizen in beslag te nemen.”

Il Partito:
De huidige antiracistische beweging maakt een ernstige fout wanneer zij zich losmaakt van de klassebasis van het racisme en de politieke actie uitsluitend voortzet op basis van ras in de hoop een beroep te doen op de burgerlijke staat. Zij heeft verzuimd de rol van de politie en de militairen bij de handhaving van de kapitalistische staat en het politieke bewind van de bourgeoisie aan de kaak te stellen. Voor mensen van kleur en voor het proletariaat als geheel ligt de oplossing in de verovering van de politieke macht, deze ontrukken uit handen van de staat, niet in een beroep erop.”

ICT:

“Terwijl we worden aangemoedigd om delen van de klasse terug te zien vechten, hebben deze rellen de neiging om na ongeveer een week of zo af te nemen naarmate de orde wordt hersteld en onderdrukkende structuren worden heropgebouwd.”

Een beweging bekritiseren omdat ze niet ver genoeg gaat, heeft alleen zin als ze in eerste instantie in de juiste richting gaat. Met andere woorden, het zou van toepassing zijn op bewegingen op een klasseterrein. Dat was volgens ons niet het geval bij de protesten tegen de moord op George Floyd.

Wat is het ‘terrein van de arbeidersklasse’?

Het lijdt geen twijfel dat veel van de deelnemers aan de protesten, zwart, wit en ‘anderszins’, arbeiders waren en zijn. Ook lijdt het geen twijfel dat zij terecht verontwaardigd waren en zijn over het wrede racisme van de politie. Maar geen van beide zijn voldoende om deze protesten een proletarisch karakter te geven.

Dit geldt zowel voor de protesten in de vorm van rellen als voor de vreedzame betogingen. Een rel is geen methode van proletarische strijd, welke noodzakelijkerwijs een georganiseerd, collectief karakter krijgt. Een rel – en vooral het plunderen – is een ongeorganiseerde reactie van een massa afzonderlijke individuen, een uiting van pure woede en wanhoop, maar een die niet alleen de plunderaars zelf, maar iedereen die deelneemt aan de straatprotesten blootstelt aan een intensievere onderdrukking door de veel beter georganiseerde krachten van een gemilitariseerde politiemacht.

Veel van de demonstranten zagen de zinloosheid in van de rellen, die vaak opzettelijk werden uitgelokt door de wrede aanvallen van de politie en die de overige provocaties door schimmige elementen in de menigte de vrije loop liet. Maar het alternatief dat door BLM werd bepleit en dat onmiddellijk door de media en het bestaande politieke apparaat en met name de Democratische Partij, werd opgepakt, was het organiseren van vreedzame betogingen die vage eisen stelden als ‘gerechtigheid’ en ‘gelijkheid’ of meer specifieke eisen zoals de ‘korting op de uitgaven voor de politie’. Dit zijn allemaal burgerlijke politieke eisen.

Natuurlijk kan een echte proletarische beweging allerlei verwarde eisen bevatten, maar ze wordt voornamelijk gemotiveerd door de noodzaak om de materiële belangen van de klasse te verdedigen en is daarom meestal – in een beginperiode – gericht op economische eisen om de impact van de kapitalistische uitbuiting te doen verminderen. Zoals Rosa Luxemburg in haar pamflet over de massastaking, geschreven na de baanbrekende proletarische strijd in Rusland in 1905, liet zien, kan er inderdaad een constante wisselwerking bestaan tussen economische en politieke eisen, en de strijd tegen de repressie door de politie zou wel eens deel kunnen uitmaken van die laatste. Maar er is een groot verschil tussen een beweging van de arbeidersklasse die bijvoorbeeld de terugtrekking eist van de politie op een werkplek of de vrijlating van gedetineerde stakers, en een algemene uitbarsting van woede die geen verband houdt met het verzet van arbeiders als arbeiders en die onmiddellijk door de ‘oppositionele’ politieke krachten van de heersende klasse in de hand wordt genomen.

Het allerbelangrijkste: het feit dat deze protesten in de eerste plaats plaatsvinden rond de rassenkwestie, betekent dat ze niet kunnen dienen als een middel om de arbeidersklasse te verenigen. Los van het feit dat veel witte mensen, waaronder veel arbeiders of studenten, voor het merendeel jongeren, zich vanaf het begin bij de betogingen aansloten, worden de protesten door de BLM en de andere organisatoren gepresenteerd als een beweging van zwarten die door anderen desgewenst kan worden gesteund. Een strijd van de arbeidersklasse heeft de organische behoefte om alle verdeeldheid te overwinnen, of die nu raciaal, seksueel of nationaal van aard is, anders is die strijd gedoemd te mislukken. En nogmaals, we kunnen wijzen op voorbeelden waarbij de arbeidersklasse zich met haar eigen methoden mobiliseerde tegen racistische aanvallen: in Rusland in 1905 plaatsten de Sovjets, die zich ervan bewust waren dat pogroms tegen de Joden door het bestaande regime werden gebruikt om de revolutionaire beweging als geheel te ondermijnen, gewapende bewakers rondom de Joodse wijken om deze tegen de pogromisten te verdedigen. En zelfs in een periode van nederlaag en imperialistische oorlog ging deze ervaring niet verloren: in 1941 staakten de havenarbeiders van bezet Nederland tegen de deportatie van de Joden.

Het is geen toeval dat grote facties van de heersende klasse zo gretig waren om zich met de BLM-protesten te identificeren. Toen de Covid-19-pandemie Amerika trof, zagen we een groot aantal arbeidersreacties tegen de criminele onverantwoordelijkheid van de bourgeoisie, haar pogingen om hele sectoren van de klasse te dwingen aan het werk te gaan zonder adequate veiligheidsmaatregelen en -uitrusting. Dit maakte deel uit van een wereldwijde reactie in de arbeidersklasse. [7] En hoewel het onevenredige aantal zwarte slachtoffers van het virus een van de redenen was voor de woede achter de protesten, die ontstonden door de moord op George Floyd, is dit vooral het gevolg van de positie van zwarte en andere minderheidsgroepen in de armste delen van de arbeidersklasse – met andere woorden, van hun klassepositie in de maatschappij. De impact van de Covid-19-pandemie bergt de mogelijkheid in zich om het centrale karakter van de klassekwestie te benadrukken, en de bourgeoisie heeft zich maar al te graag bereid getoond om deze naar de achtergrond te duwen.

De rol van revolutionairen

Wanneer zij geconfronteerd worden met een zich ontwikkelende beweging van de arbeidersklasse, kunnen revolutionairen inderdaad tussenkomen met het perspectief om haar op te roepen ‘verder te gaan’ (door het ontwikkelen van autonome vormen van zelforganisatie, uitbreiding naar andere sectoren van de klasse, enz.). Maar wat als er grote aantallen mensen worden gemobiliseerd op interklassistisch of burgerlijk terrein? In dergelijke gevallen is het nog steeds nodig om tussen te komen, maar dan moeten revolutionairen erkennen dat hun interventie ‘tegen de stroom’ in zal gaan, voornamelijk met als doel het beïnvloeden van minderheden die de basisdoelen en methodes van de beweging in twijfel trekken.

De Bordigistische groepen spraken, misschien verrassend, niet veel over de rol van de partij met betrekking tot deze gebeurtenissen, hoewel The Internationalist – abstract gezien – gelijk heeft als ze schrijft dat

“de revolutie een noodzaak is die organisatie, een programma, duidelijke ideeën en de praktijk van het collectieve werk vereist: eenvoudige uitgedrukt heeft de revolutie een partij nodig die haar leidt”.

Het probleem blijft: hoe ontstaat zo’n partij? Hoe gaan we van het huidige versnipperde milieu van kleine kommunistische groeperingen naar een echte partij, een internationaal orgaan dat in staat is om de klassestrijd politiek te leiden?

Deze vraag wordt niet beantwoord door The Internationalist, die vervolgens de diepte van haar misvatting over de rol van de partij onthult:

“Het strijdende proletariaat, het opstandige proletariaat, moet zich organiseren met en in de kommunistische partij.”

De loutere verklaring dat haar groep ‘de Partij’ is, betekent niet dat ze het ook is, niet in het minst wanneer er minstens drie andere groepen zijn die allemaal beweren de echte Internationale Kommunistische Partij te zijn. Het heeft ook geen zin om te beweren dat het hele proletariaat zich kan organiseren ‘in de kommunistische partij’. Dergelijke formuleringen drukken een totaal onbegrip uit over het onderscheid tussen de revolutionaire politieke organisatie – die noodzakelijkerwijs slechts een minderheid van de klasse hergroepeert – en klassenbrede organen zoals de arbeidersraden. Beide zijn essentiële instrumenten van de proletarische revolutie. Hier moeten we zeggen dat Il Partito zich er in ieder geval meer van bewust is dat de weg naar de revolutie de opkomst vereist van onafhankelijke klassenorganisaties, door arbeidersorganisaties te eisen, hoewel ze haar argument verzwakt door deze te eisen “op elke werkplek en binnen elke bestaande vakbond” – alsof echte arbeidersorganisaties in wezen niet tegen de vakbondsvorm zijn. Maar Il Partito mist een misschien nog wel belangrijkere observatie: dat er in het kader van de BLM-protesten geen enkele neiging bestond om echte arbeidersvergaderingen te ontwikkelen.

De ICT is het er niet mee eens zichzelf de partij te noemen. Ze zegt dat ze voor de partij is, maar niet de partij. [8] Maar ze heeft nooit een echte diepgaande kritiek geformuleerd op de fouten die aan de basis liggen van het Bordigistisch substitutionisme – om een verklaring te geven voor de fout, gemaakt in 1943-45, door de oprichting van de Internationalistische Kommunistische Partij in één land, Italië, in de donkerste periode van de contrarevolutie. Zowel de Bordigisten als de ICT hebben hun oorsprong in de PCInt van 1943, en beide theoretiseren de fout op hun eigen manier: de Bordigisten met het metafysische onderscheid tussen de ‘historische’ en de ‘formele’ partij, de ICT met haar idee van de ‘permanente behoefte aan de partij’. Deze opvattingen scheiden de tendens tot het ontstaan van de partij van de echte beweging van de klasse en van de krachtsverhouding tussen de bourgeoisie en het proletariaat. In beide gevallen werd het vitale onderscheid losgelaten tussen de fractie en de partij van de Italiaanse Kommunistische Linkerzijde, dat bedoeld was om precies aan te tonen dat de partij niet op ieder moment kan bestaan, en dus om de werkelijke rol van de revolutionaire organisatie te definiëren op een moment dat de onmiddellijke oprichting van de partij nog niet op de agenda staat.

In het laatste deel van het pamflet van de ICT wordt deze misvatting duidelijk naar voren gebracht.

De tussentitel van dit deel van het pamflet zet de toon: “7. De stedelijke rebellie moet worden omgezet in een wereldrevolutie.”

En het gaat verder:

“Terwijl we worden aangemoedigd om delen van de klasse terug te zien vechten, hebben deze rellen de neiging om na ongeveer een week of zo af te nemen naarmate de orde wordt hersteld en onderdrukkende structuren worden heropgebouwd. Om de macht van de kapitalisten en hun huurlingen echt uit te dagen en af te schaffen, is een internationale, revolutionaire klassepartij nodig. Zo'n partij zou een instrument zijn in de handen van de arbeidersklasse om zich te organiseren en haar opgekropte woede te richten op het afbreken van de racistische staat, maar ook op het opbouwen van de arbeidersmacht en kommunisme.”

Deze enkele paragraaf bevat een hele reeks fouten, vanaf de tussentitel: de huidige opstand kan in een rechte lijn naar de wereldrevolutie gaan, maar daarvoor heb je de wereldpartij nodig. Deze partij zal het organiserende middel en het instrument zijn om onedele metalen in goud, niet-proletarische bewegingen in proletarische revoluties om te vormen. De passage laat zien hoezeer de ICT de partij ziet als een soort deus ex machina, een macht die afkomstig is van wie weet waar, niet alleen om de klasse in staat te stellen zich te organiseren en de kapitalistische staat te vernietigen, maar die het meer dan bovennatuurlijke vermogen heeft om rellen, of demonstraties die in de handen van de bourgeoisie zijn gevallen, om te zetten in reuzenstappen in de richting van de revolutie.

Dit is geen nieuwe fout. In het verleden hebben wij de illusie van de PCInt in 1943-45 bekritiseerd, dat de partijgebonden groepen in Italië – die aan de kant van de geallieerden stonden, volledig gericht op de imperialistische oorlog – op de een of andere manier voor de proletarische revolutie konden worden gewonnen door de deelname van de PCInt in hun gelederen.[9] We zagen het weer in 1989 toen Battaglia Comunista niet alleen de staatsgreep door de veiligheidstroepen, die Ceausescu in Roemenië verdrongen, verwarde met een ‘populaire opstand’, maar ook beweerde dat deze alleen de partij nodig had om haar in de richting van de proletarische revolutie te leiden.[10]

Hetzelfde probleem deed zich voor met de protestbeweging van de ‘gele hesjes’ vorig jaar. Ondanks dat de beweging als ‘interklassistisch’ werd bestempeld, kregen we te horen:

Er is een ander lichaam nodig, dit is een instrument dat de klassegisting verenigt en het mogelijk maakt om een kwalitatieve, dat wil zeggen politieke sprong te maken, waardoor ze een strategie en antikapitalistische tactiek krijgt, om de energie die uitgaat van het klasseconflict kan worden gericht op een aanval op het burgerlijke systeem; er is geen andere manier om vooruit te komen. Kortom, de actieve aanwezigheid van de kommunistische, internationale en internationalistische partij is noodzakelijk. Anders zal de woede van het proletariaat en van de ‘gedeklasseerde’ kleinburgerij worden neergeslagen en uiteengedreven; ofwel wreed, indien nodig, ofwel met valse beloften”.[11]

Opnieuw wordt de partij aangehaald als het wondermiddel, een ahistorische steen der wijzen. Wat ontbreekt in dit scenario is de ontwikkeling van de klassebeweging als geheel, de noodzaak voor de arbeidersklasse om haar bewustzijn van zichzelf als klasse te herwinnen en om de bestaande krachtsverhouding omver te werpen door middel van een massale strijd. De historische ervaring heeft geleerd dat dergelijke historische omwentelingen niet alleen noodzakelijk zijn om de bestaande kommunistische minderheden in staat te stellen een echte invloed te ontwikkelen binnen de arbeidersklasse: ze zijn ook het enige uitgangspunt om klassekarakter van sociale opstanden veranderen en een perspectief te bieden aan de hele bevolking die door het kapitaal wordt onderdrukt. Een duidelijk voorbeeld hiervan was de massale intrede van de arbeiders van Frankrijk in de strijd van mei-juni 1968: door een grote stakingsbeweging op gang te brengen als reactie op de repressie van de studentenprotesten door de politie, veranderde de arbeidersklasse ook de aard van de protesten en integreerde ze deze in een algemene heropleving van het wereldproletariaat.

Vandaag de dag lijkt de mogelijkheid van dergelijke veranderingen ver weg, en bij gebrek aan een wijdverbreid gevoel van klasse-identiteit heeft de bourgeoisie min of meer de vrije hand om de verontwaardiging die wordt uitgelokt door het vergevorderde verval van zijn systeem te recupereren. Maar we zien kleine maar significante tekenen van een nieuwe stemming in de arbeidersklasse, een nieuw besef van zichzelf als klasse, en revolutionairen hebben de plicht om deze groene scheuten zo goed mogelijk te cultiveren. Maar dit betekent dat men zich moet verzetten tegen de heersende druk om zich te buigen voor de hypocriete oproepen van de bourgeoisie tot rechtvaardigheid, gelijkheid en democratie binnen de grenzen van de kapitalistische samenleving.

Amos, juli 2020

 

[1] https://libcom.org/news/class-war-102019-yellow-vests-02072020 [1]. De groep lijkt een soort fusie te zijn tussen het anarchisme en bordigisme, eerder in de stijl van de Groupe Communiste Internationaliste (GCI), maar dan zonder haar meer verdachte praktijken (bedreigingen van groepen van de Kommunistische Linkerzijde, bedekte steun voor acties van nationalistische en islamistische bendes, enz.)

[3] Le Proletaire 537, mei-juli 2020

[7] "Misschien wel het belangrijkste van alles – niet in de laatste plaats omdat het imago van een Amerikaanse arbeidersklasse die zich onkritisch achter de demagogie van Donald Trump heeft geschaard, op de proef stelt – hebben er in de VS wijdverbreide gevechten plaatsgevonden: stakingen bij FIAT in Indiana, Warren Trucks, door buschauffeurs in Detroit en Birmingham Alabama, in havens, restaurants, in de voedseldistributie, sanitaire voorzieningen, de bouw; stakingen bij Amazon (dat ook in heel wat andere landen is getroffen door stakingen), Whole Foods, Instacart, Walmart, FedEx, etc. https://en.internationalism.org/content/16855/covid-19-despite-all-obstacles-klass-vergeet-zijn-toekomst

[8] Hoewel, zoals we al zo vaak hebben aangegeven, de duidelijkheid op dit punt niet wordt geholpen door het feit dat haar Italiaanse groep (dat Battaglia Comunista publiceert) er nog steeds op staat zichzelf Internationalistische Kommunistische Partij te noemen.

Historische gebeurtenissen: 

People: 

Recent en lopend: 

Rubric: 

Racisme/Anti-racisme