Resolutie over de internationale situatie (2019): imperialistische conflicten, het leven van de bourgeoisie, de economische crisis

Printvriendelijke versie

Het historische kader: de fase van kapitalistische ontbinding

1) Dertig jaar geleden benadrukte de IKS dat het kapitalistische systeem de laatste fase was ingegaan van zijn vervalperiode en van zijn bestaan, die van de ontbinding. Deze analyse was gebaseerd op een aantal empirische feiten, maar bood tegelijkertijd een kader voor het begrijpen van deze feiten: 

In deze situatie waarin de twee fundamentele klassen van de maatschappij, met tegengestelde belangen, elkaar confronteren maar niet in staat zijn om hun definitief antwoord door te drijven, stopt de geschiedenis echter niet. Nog minder dan voor eerdere maat­schappijvormen is het 'bevriezen' of `stagneren' van het sociale leven moge­lijk in het kapitalisme. De tegenstellingen van het kapitalisme in crisis worden dus alsmaar dieper, terwijl de bourgeoisie niet meer in staat is om de maatschappij ook maar een schijn van een perspectief te geven en ook het proletariaat op het moment niet in staat is om haar perspectief doorgang te doen vinden. Deze situatie kan enkel leiden tot een situatie van algehele ontbinding, van wegrottende maatschappij.” (Stellingen: De ontbinding als hoogste stadium van het verval van het kapitalisme, Internationale Revue nr. 13; en Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 107)

Onze analyse zorgde voor verduidelijking van de twee betekenissen van de term ‘ontbinding’; aan de ene kant is hij van toepassing op een verschijnsel dat de maatschappij beïnvloedt meer bepaald in de periode van verval van het kapitalisme en aan de andere kant duidt het op een bepaalde historische fase van deze laatste periode, haar ultieme fase:

Het is van vitaal belang “te wijzen op het fun­damentele verschil tussen de elemen­ten van ontbinding, die het kapitalisme vanaf het begin van de [20ste] eeuw infecteerden, en de algehele ontbinding, die het hele sys­teem nu aantast en die alleen maar kan verergeren. Nogmaals, afgezien van de strikt kwantitatieve aspecten, is het duidelijk dat de ontbinding een dermate breedte en diepte heeft bereikt, dat het een nieuwe en unieke kwalitatieve vorm heeft aange­nomen, die de intrede van het kapitalisme in een nieuwe en beslissende fase aankondigt. Dit is het ultieme stadium waarin de ontbinding een beslissende, zo niet de beslissende, fac­tor in de ontwikkeling van de maatschappij is gewor­den.” (Idem., Punt 2) 

Het is vooral dit laatste punt, het feit dat ontbinding de beslissende factor neigt te worden in de evolutie van de maatschappij, en dus van alle onderdelen van de wereldsituatie - een idee dat geenszins gedeeld wordt door de andere groepen van de Kommunistische Linkerzijde - dat de belangrijkste pijler vormt van deze resolutie.

2) De in mei 1990 gepubliceerde stellingen belichten een hele reeks kenmerken in de evolutie van de maatschappij als gevolg van de intrede van het kapitalisme in deze laatste fase van zijn bestaan. Het rapport van het 22e Congres constateerde reeds de verslechtering van al deze kenmerken, zoals: 

  • de toename van de hongersnoden in de `Derde Wereld'-landen ....;

  • de verandering van de `Derde Wereld' in één grote sloppenwijk, waar honder­den miljoenen mensen leven als ratten in de goot.

  • de ontwikkeling van hetzelfde ver­schijnsel in de grote steden van de 'ont­wikkelde' landen ...;

  • de recente toename van `ongelukken' (....) De toenemende vernietigende effecten van `natuur'-rampen voor mens, maatschappij en economie .

  • de vernietiging van het natuurlijke milieu, die verschrikkelijke dimensies bereikt” (Thesissen over de decompositie, Punt 7).

Het rapport over de ontbinding van het 22e Congres van de IKS benadrukte ook de bevestiging en verergering van de politieke en ideologische manifestaties van de ontbinding zoals vastgesteld in 1990:

  • het steeds corrupter worden van het politieke apparaat (...);

  • de ontwikkeling van het terrorisme en het gijzelen als oorlogsmethode tussen staten, waarmee het kapitalisme zijn eigen `wetten', die het had gemaakt om conflicten tussen fracties van de heersende klasse te regelen, met voeten treedt;

  • de constante stijging van de criminali­teit, de onveiligheid en het geweld in de grote steden;

  • de ontwikkeling van het nihilisme, wan­hoop en zelfmoord onder jonge mensen .... van haat en vreemdelingenhaat (...);

  • de golven van drugsverslaving, die nu een massaverschijnsel geworden is, en een belangrijk element in het corrupt worden van staten en financiële organi­saties is (...);

  • het overvloedig opduiken van sekten, het opnieuw terrein winnen van het reli­gieuze denken ook in de ontwikkelde landen, de afwijzing van rationeel en coherent denken (...);

  • het overspoelen van dezelfde media door beelden van ge­weld, horror, bloed en massaslachtingen (...);

  • de leegheid en corruptie van alle 'ar­tistieke' producties: literatuur, muziek, schilderkunst en architectuur (...);

  • de marginalisering, het ‘ieder voor zich’, de versplintering die de individuen treft,, het vernietigen van de familierelaties, het uitsluiten van ouderen, het vernietigen van de gevoelens” (Idem, punt 8).

Het rapport van het 22e Congres beklemtoonde het bijzonder de ontwikkeling van een fenomeen dat al in 1990 werd opgemerkt (en dat een belangrijke rol had gespeeld in de bewustwording door de IKS omtrent de intrede van het decadente kapitalisme in de fase van de ontbinding): het gebruik van het terrorisme in imperialistische conflicten. 

Het rapport merkte het volgende op: “De kwantitatieve en kwalitatieve groei van de plaats van het terrorisme heeft een beslissende stap genomen (...) met de aanval op de Twin Towers (...) Dit werd daarna bevestigd met de aanslagen in Madrid in 2004 en Londen in 2005 (...), de oprichting van Daesh in 2013-14 (...), de aanslagen in Frankrijk in 2015-2016, in België en Duitsland in 2016”. Het rapport merkte ook, in verband met deze aanvallen en als een karakteristieke uitdrukking van de ontbinding van de maatschappij, de verspreiding op van radicaal islamisme, dat, hoewel aanvankelijk geïnspireerd door het Shia (met de oprichting in 1979 van het regime van de mollahs in Iran), vanaf 1996 hoofdzakelijk het resultaat werd van de Soennitische beweging, met de verovering van Kabul door de Taliban en, nog meer, na de omverwerping van het regime van Saddam Hussein in Irak door Amerikaanse troepen.   

In aanvulling op de bevestiging van de tendenzen die al in de stellingen van 1990 zijn vastgesteld, merkte het rapport van het 22e Congres op dat er twee nieuwe verschijnselen opkomen ​​die voortkomen uit de voortzetting van de ontbinding en bestemd zijn om een ​​belangrijke rol te spelen in het politieke leven van veel landen: 

- een dramatische toename van de stroom migranten vanaf 2012, die zijn toppunt bereikt in 2015, en hoofdzakelijk afkomstig uit het door oorlog verscheurde Nabije en Midden-Oosten, met name na de ‘Arabische lentes’ van 2011;

- de gestage opkomst van het populisme in de meeste Europese landen en ook in de leidende macht van de wereld met de verkiezing van Donald Trump in november 2016.

Massale verplaatsingen van de bevolking zijn geen fenomeen dat specifiek is voor de fase van ontbinding. Ze krijgen nu echter een dimensie waardoor ze een uniek element van deze ontbinding vormen, zowel in termen van hun huidige oorzaken (met name de chaos van de oorlog die heerst in de landen van herkomst) als hun politieke gevolgen in de landen van bestemming. Met name de massale aankomst van vluchtelingen in Europese landen heeft een belangrijke basis gevormd voor de populistische golf die zich in Europa heeft ontwikkeld, hoewel deze golf al veel eerder begon op te komen (onder ander in een land als Frankrijk met de opkomst van het Nationaal Front).

4) In de afgelopen twintig jaar is het aantal stemmen voor de populistische partijen in Europa in feite verdrievoudigd (van 7% tot 25%), met sterke stijgingen na de financiële crisis van 2008 en de migratiecrisis van 2015. In ongeveer tien landen namen deze partijen deel aan de regering of aan de parlementaire meerderheid: Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Bulgarije, Oostenrijk, Denemarken, Noorwegen, Zwitserland en Italië. Bovendien hebben populistische groeperingen, zelfs als ze niet bij de regering betrokken zijn, een aanzienlijke invloed op het politieke leven van de bourgeoisie. Drie voorbeelden kunnen dit illustreren: 

- in Duitsland was het de electorale opkomst van de AfD die Angela Merkel aanzienlijk verzwakte en haar dwong het leiderschap van haar partij op te geven;

- in Frankrijk is ‘de man van de voorzienigheid’ Macron, een apostel van een ‘Nieuwe Wereld’, er weliswaar in gelukt om bij de verkiezingen van 2017 een grote overwinning op Marine Le Pen te behalen, maar hij is er op geen enkele manier in geslaagd de invloed van de Le Pens partij te verminderen. In de peilingen zit die zijn eigen partij, La République en Marche, op de hielen, een partij die beweert zowel rechts als links te zijn met politici weggehaald uit beide kampen (zoals een Premier uit het rechtse kamp en een Minister van Binnenlandse Zaken uit de Socialistische Partij);   

- in Groot-Brittannië toont de historisch meest bekwame bourgeoisie ter wereld ons al meer dan een jaar het schouwspel van diepgaande verwarring als gevolg van het onvermogen om het Brexit-proces te beheersen, dat haar is opgedrongen door de populistische stromingen.

Of de populistische stromingen nu in de regering zitten of gewoonweg het klassieke politieke spel verstoren, ze komen niet overeen met een rationele optie voor het beheer van het nationale kapitaal, noch bijgevolg met een opzettelijke kaart van de heersende sectoren van de burgerlijke klasse, die deze stromingen, met name via haar media, voortdurend aan de kaak stelt. Wat de opkomst van het populisme eigenlijk uitdrukt, is de verergering van een verschijnsel dat al in de stellingen van 1990 werd aangekondigd: 

Een van de belangrijkste kenmerken van de ontbinding van de kapitalistische maatschappij is de groeiende moeilijkheid van de bourgeoisie om de ontwikkeling van de politieke situatie onder controle te hou­den.” (Stellingen over de ontbinding, Punt 9). Een verschijnsel dat duidelijk werd opgemerkt in het rapport van het 22e congres: “Wat in de huidige situatie moet worden benadrukt, is de volledige bevestiging van dit aspect, dat we 25 jaar geleden hebben geïdentificeerd: de trend naar een groeiend verlies van controle door de heersende klasse over haar politieke apparaat.”   

In de huidige omstandigheden is de opkomst van het populisme een uitdrukking van het toenemende verlies van controle van de bourgeoisie over de werking van de maatschappij, wat fundamenteel voortvloeit uit wat ten grondslag ligt aan haar ontbinding: het onvermogen van de twee fundamentele klassen in de maatschappij om een antwoord te geven op de onoplosbare crisis waarin de kapitalistische economie wegzakt. Met andere woorden: de ontbinding is fundamenteel het gevolg van een onvermogen van de kant van de heersende klasse, een onvermogen dat is geworteld in haar onbekwaamheid om deze crisis in haar productiewijze te overwinnen en dat in toenemende mate de neiging heeft om haar politieke apparaat aan te tasten.

Onder de huidige oorzaken van de populistische golf zijn de belangrijkste uitdrukkingen van de sociale ontbinding terug te vinden: de opkomst van wanhoop, nihilisme, geweld, vreemdelingenhaat, verbonden met een groeiende afwijzing van de ‘elites’ (de ‘rijken’, politici, technocraten) en dat in een situatie waarin de arbeidersklasse niet in staat is om, zelfs op embryonale wijze, een alternatief te bieden. Het is zeker mogelijk dat het populisme in de toekomst zijn invloed zal zien afnemen, ofwel omdat het zelf zijn machteloosheid en corruptie zal aantonen, ofwel omdat een heropleving van de arbeidersstrijd de grond onder zijn voeten zal doen wegnemen. Niettemin kan dit op geen enkele manier de historische neiging van de maatschappij om in ontbinding weg te zakken, noch de verschillende uitdrukkingen ervan in vraag stellen, inclusief het toenemende verlies van controle door de bourgeoisie over haar politieke spel. En dit heeft niet alleen gevolgen voor het binnenlandse politiek van elke staat, maar ook voor alle verhoudingen tussen staten en de imperialistische configuraties.

De historische koers - een verandering van paradigma

5) In 1989-1990, in het licht van de ontwrichting van het Oostblok, analyseerden we dit ongekende historische verschijnsel - de ineenstorting van een volledig imperialistisch blok bij afwezigheid van een algemene militaire confrontatie - als de eerste grote manifestatie van de periode van de ontbinding. Tegelijkertijd onderzochten we de nieuwe configuratie van de wereld die het resultaat was van deze historische gebeurtenis:  

De verdwijning van de Russische imperialistische politieagent, en de daaropvolgende verdwijning van de Amerikaanse politieagent ten opzichte van zijn voormalige ‘partners’, opent de deur naar het ontketenen van een hele serie van lokale rivaliteiten. In de huidige situatie kunnen deze rivaliteit en confrontaties niet ontaarden in een wereldoorlog (zelfs in de veronderstelling dat het proletariaat niet langer in staat zou zijn weerstand te bieden). (…) Tot nu toe, in de periode van verval, heeft een dergelijke situatie waarin de verschillende imperialistische tegenstellingen zijn verspreid, waar de wereld (of althans de beslissende zones) niet is verdeeld in twee blokken, nooit lang geduurd. Het verdwijnen van de twee belangrijkste imperialistische constellaties die uit de Tweede Wereldoorlog zijn ontstaan, brengt de tendens met zich mee om opnieuw twee blokken te vormen. Een dergelijke situatie staat echter nog niet op de agenda (...) Dit is des te meer waar omdat de neiging tot een nieuwe verdeling van de planeet tussen twee militaire blokken wordt tegengegaan en zelfs definitief kan worden gecompromiteerd door de steeds diepere en wijdverspreide ontbinding van de kapitalistische maatschappij, waarop we al eerder hebben gewezen (...) Gezien het verlies van controle door de wereldbourgeoisie over de situatie, is het niet zeker dat haar dominante sectoren vandaag in staat zullen zijn de discipline en coördinatie op te leggen die nodig is om opnieuw tot de samenstelling van militaire blokken over te gaan.” (“Na de ineenstorting van het Oostblok, destabilisatie en chaos”, Internationale Revue,Frans- Engels- en Spaanstalige uitgave, nr. 61 ) 

Zo markeerde 1989 een fundamentele verandering in de algemene dynamiek van de kapitalistische maatschappij:

- Vóór die datum was de machtsverhoudingen tussen de klassen de bepalende factor in deze dynamiek: de uitkomst van de verscherping van de tegenstellingen van het kapitalisme hingen af van deze krachtsverhouding: ofwel de ontketening van de wereldoorlog, ofwel de ontwikkeling van klassestrijd met de omverwerping van het kapitalisme als perspectief.

- Na die datum wordt deze dynamiek niet langer bepaald door de krachtsverhouding tussen klassen. Wat de krachtsverhouding ook is, de wereldoorlog staat niet langer op de agenda, maar het kapitalisme zal verder wegzinken in de ontbinding..

6) In het paradigma dat het grootste deel van de 20e eeuw domineerde, definieerde het begrip 'historische koers' de uitkomst van een historische tendens: wereldoorlog of confrontaties tussen de klassen, en eenmaal het proletariaat een beslissende nederlaag had geleden (zoals aan de vooravond van de wereldoorlog in 1914 of als gevolg van de revolutionaire golf van 1917-1923), werd de wereldoorlog onafwendbaar. In het paradigma dat de huidige situatie definieert (zolang er geen twee nieuwe imperialistische blokken worden gevormd, wat misschien nooit zal gebeuren), is het mogelijk dat het proletariaat zo’n zware nederlaag lijdt waardoor een definitief herstel onmogelijk is, maar het is ook mogelijk dat het een diepe nederlaag lijdt zonder dat dit een beslissend gevolg heeft voor de algemene evolutie van de maatschappij. Daarom is het begrip ‘historische koers’ niet langer in staat om de situatie van de huidige wereld en de krachtsverhouding tussen de bourgeoisie en het proletariaat te definiëren.   

In zekere zin is de huidige historische situatie vergelijkbaar met die van de 19e eeuw. In die tijd:

- vormde een toename van de arbeidersstrijd geen vooruitzicht op een revolutionaire periode, aangezien de proletarische revolutie nog niet op de agenda stond, en kon ze evenmin een grote oorlog verhinderen (bijvoorbeeld de oorlog tussen Frankrijk en Pruisen in 1870 op het ogenblik dat de macht van het proletariaat met de ontwikkeling van de Internationale Arbeiders Associatie toenam);

- leidde een grote nederlaag van het proletariaat (zoals de verplettering van de Commune van Parijs) niet tot een nieuwe oorlog.

Dat gezegd hebbende, is het belangrijk te benadrukken dat het begrip 'historische koers' zoals deze gebruikt werd door de Italiaanse Fractie in de jaren 1930 en door de IKS tussen 1968 en 1989 volkomen geldig was en het fundamentele kader vormde voor het begrijpen van de situatie in de wereld. Het feit dat onze organisatie sinds 1989 rekening moet houden met nieuwe nog nooit vertoonde feiten, kan op geen enkele manier worden geïnterpreteerd als een invraagstelling van ons analytisch kader tot dat moment.

Imperialistische spanningen

7) Al in 1990, toen we de verdwijning zagen van de imperialistische blokken die de periode van de ‘Koude Oorlog’ hadden gedomineerd, stelden we dat de situatie een voortzetting en zelfs een verergering van de militaire botsingen met zich meebracht:

  • In de periode van het verval van het kapitalisme zijn alle staten imperialis­tisch en nemen de nodige maatregelen om aan die realiteit tegemoet te komen: oor­logseconomie, bewapening, enzovoort. Daarom kan de verscherping van de stuiptrekkingen van de wereldeconomie alleen maar leiden tot een verergering van de spanningen tussen de verschil­lende staten, ook, en steeds meer, op militair vlak (…) Deze rivaliteiten en botsingen kunnen in de huidige situatie niet uitmonden in een wereldwijd conflict. (…) Daarentegen bevatten deze con­flicten, door het feit dat de discipline is verdwenen, die werd opgelegd door het bestaan van twee blokken, het risico om steeds meer gewelddadig, steeds talrijker te worden, met name in de zones waarin het proletariaat zwak is.(“Après l’effondrement du bloc de l’Est, déstabilisation et chaos”, Internationale Revue, Engels- Frans- en Spaanstalige uitgave nr. 61)

  • (...) Het verdwijnen van de imperialistische blokken impliceert net zo min, het ver­lies van de greep van het imperialisme op het leven van de maatschappij. Het fundamentele verschil ligt hierin, dat (…) het einde van de blokken slechts de deur opent naar een nog meer bar­baarse, verwrongen en chaotische vorm van imperialisme.” (“Oriëntatietekst: Militarisme en ontbinding”, IKS Online 2016)

Sindsdien heeft de wereldwijde situatie deze trend naar verergering van de chaos alleen maar bevestigd, zoals we een jaar geleden hebben vastgesteld:

 “… De ontwikkeling van ontbinding heeft geleid tot een bloedige en chaotische ontketening van imperialisme en militarisme. De explosie van de neiging van het ‘ieder voor zich’ heeft geleid tot de opkomst van de imperialistische ambities van mogendheden van de tweede en derde rang, evenals tot de toenemende verzwakking van de dominante positie van de VS in de wereld. De huidige situatie wordt gekenmerkt door imperialistische spanningen alom en door een chaos die steeds minder beheersbaar is; maar bovenal, door haar zeer irrationele en onvoorspelbare karakter, gekoppeld aan de impact van populistische druk, in het bijzonder aan het feit dat de sterkste macht van de wereld vandaag wordt geleid door een populistische president met grillige reacties.(“Analysis of Recent Developments in Imperialist Tensions, June 2018”, Internationale Revue, Engels- Frans- en Spaanstalige uitgave nr. 161)

8) Het Midden-Oosten, waar de verzwakking van het Amerikaanse leiderschap het duidelijkst is en waar het onvermogen van de Amerikanen om direct militair in Syrië tussen te komen, het veld heeft opengelaten voor andere imperialismen, biedt een concentratie van deze historische tendenzen: 

  • Rusland heeft zich, dankzij zijn militaire macht, opgedrongen als een essentiële macht op het strijdtoneel met name om zijn marinebasis in Tartus te behouden

  • Iran heeft, door zijn gelaagde militaire operatie om zijn bondgenoot, het Assad-regime te redden en door via Irak en Syrië een corridor te scheppen die Iran rechtstreeks verbindt met de Middellandse Zee en de Libanese Hezbollah, het grootste voordeel behaald en zijn doelstelling bereikt om het voortouw te nemen deze regio, met name door de inzet van troepen buiten zijn grondgebied.

  • Turkije, geobsedeerd door de vrees voor de oprichting van autonome Koerdische zones die Turkije kunnen destabiliseren, is ook militair aanwezig in Syrië.

  • De militaire ‘overwinningen’ in Irak en Syrië op de Islamitische Staat en het aan de macht blijven van Assad bieden geen uitzicht op stabilisatie. In Irak heeft de militaire nederlaag van de Islamitische Staat de wrok van de voormalige soennitische factie rond Saddam Hoessein – die reeds aan de basis lag van de opkomst van IS - niet weggenomen: de machtsuitoefening door de sjiieten voedt haar alleen maar. In Syrië betekent de militaire overwinning van het regime geen stabilisatie of ‘pacificatie’ van het opgedeelde Syrische grondgebied, dat onderworpen is aan de interventie van imperialismes met concurrerende belangen

  • Rusland en Iran zijn diep verdeeld over de toekomst van de Syrische staat en de aanwezigheid van hun militaire troepen op zijn grondgebied.

Noch Israël, die vijandig staat tegenover de versterking van Hezbollah in Libanon en Syrië, noch Saoedi-Arabië, kan deze Iraanse opmars verdragen; terwijl Turkije de buitensporige regionale ambities van zijn twee rivalen eveneens niet kan accepteren.

De Verenigde Staten en het Westen kunnen hun ambities in dit strategische gebied van de wereld ook niet opgeven.

De middelpuntvliedende krachten van de verschillende moogendheden, grote en kleine, wier uiteenlopende imperialistische honger voortdurend botst, voedt alleen maar het voortbestaan ​​van huidige conflicten, zoals in Jemen, evenals het vooruitzicht van toekomstige conflicten en de verspreiding van chaos.

9) Hoewel Rusland na de ineenstorting van de USSR in 1989 gedoemd leek slechts een tweederangs rol te spelen, maakt hij een sterke comeback op het imperialistische vlak. Als een macht die in verval is en de economische capaciteit mist om militaire concurrentie met andere grootmachten op de lange termijn aan te gaan, heeft hij, door het herstel van zijn militaire capaciteiten sinds 2008, zijn zeer grote militaire agressiviteit en zijn vermogen om internationaal te storen aangetoond: 

- Met de annexatie van de Krim in 2014 heeft hij de ‘omsingeling’ door de VS (door het opnemen van zijn voormalige bondgenoten van het Warschau-pact in de NAVO) op het Europese continent gedwarsboomd. De separatistische amputatie van de Donbass heeft elke mogelijkheid uitgesloten om de Oekraïne tot een centrale pion van de anti-Russische opstelling te maken. 

- Door zijn militaire interventie in Syrië heeft hij geprofiteerd van de moeilijkheden van Amerika om naar de Middellandse Zee door te stoten om zijn militaire aanwezigheid op zee, in dat land en in het oostelijke Middellandse Zeegebied te versterken. Rusland is er voorlopig ook in geslaagd om toenadering te zoeken tot Turkije, een NAVO-lid, dat zich uit de Amerikaanse invloedssfeer verwijdert.

De huidige toenadering van Rusland tot China, gebaseerd op de afwijzing van Amerikaanse allianties in de Aziatische regio biedt, gezien de uiteenlopende belangen van de twee staten, slechts een beperkt vooruitzicht op vorming van een langdurige alliantie. De instabiliteit van de betrekkingen tussen de machten verleent Rusland als Euraziatische staat echter wel een nieuw strategisch belang met het oog op de plaats die hij kan innemen in de indamming van China.

10) De huidige situatie wordt vooral gekenmerkt door de snelle opkomst van China. Deze laatste stelt zich als doel (door massaal te investeren in nieuwe technologische sectoren, in kunstmatige intelligentie, enz.) om zich tegen 2030-2050 te vestigen als de leidende economische macht en tegen 2050 een “leger van wereldklasse te verwerven dat in staat is om de overwinning te behalen in elke moderne oorlog”. De meest zichtbare manifestatie van haar ambities is de lancering sinds 2013 van de ‘Nieuwe Zijderoute’ (de creatie van corridors op zee en over land, de toegang tot de Europese markt en de beveiliging van haar handelsroutes), ontworpen om haar economische aanwezigheid te versterken, maar ook als een instrument voor het ontwikkelen van haar imperialistische macht in de wereld en die op de lange termijn, de Amerikaanse superioriteit rechtstreeks bedreigt. 

Deze opkomst van China veroorzaakt een algemene destabilisatie van de betrekkingen tussen de machten, een ernstige strategische situatie waarin de dominante macht, de Verenigde Staten, probeert de dreigende opkomst van China te bedwingen en te blokkeren. Het Amerikaanse antwoord dat door Obama is gestart en door Trump op andere manieren is overgenomen - vormt een keerpunt in de Amerikaanse politiek. De verdediging van zijn belangen als nationale staat betekent nu het omarmen van de tendens van het ‘ieder voor zich’ die imperialistische verhoudingen domineert: de Verenigde Staten evolueren van de politieagent van de wereldorde naar de belangrijkste verbreider van het ‘ieder voor zich’, van de chaos, van het in vraag stellen van de wereldorde die sinds 1945 onder hun auspiciën is gevestigd.

Ditstrategische gevecht om de nieuwe wereldorde tussen de Verenigde Staten en China”, die in alle gebieden tegelijk wordt uitgevochten, verhoogt de onzekerheid en onvoorspelbaarheid die al zijn ingebed in de bijzonder complexe, onstabiele en veranderende situatie van ontbinding: dit grote conflict dwingt alle staten om hun imperialistische opties, die in volle ontwikkeling zijn, te heroverwegen.

11) De verschillende stadia in de opkomst van China zijn onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de imperialistische blokken en hun verdwijning in 1989. Volgens de Kommunistische Linkzijdes was “elke opkomst van nieuwe geïndustrialiseerde naties een onmogelijkheid” in de periode van verval en waren de staten “die er niet in slaagden om voor de Eerste Wereldoorlog een ‘industriële start’ te maken”, ertoe veroordeeld om “te blijven steken in hun onderontwikkeling, of anders een chronische achterstand behielden in vergelijking met de landen die de overhand hebben”. Dit standpunt was volkomen geldig in de periode van 1914 tot 1989. Het keurslijf van de wereld, verdeeld in twee tegengestelde imperialistische blokken (dat permanent was tussen 1945 en 1989) ter voorbereiding op de wereldoorlog, voorkwam een fundamentele verstoring van de hiërarchie tussen machten. De opkomst van China begon met Amerikaanse hulp die die aangeboden werd ter beloning voor de imperialistische overgang naar het Amerikaanse kamp in 1972. Hij werd vastberaden doorgezet na de verdwijning van de blokken in 1989. China lijkt de belangrijkste begunstigde van de ‘globalisering’, na zijn toetreding tot de WTO in 2001 werd hij de werkplaats van de wereld en de ontvanger van westerse delokalisaties en investeringen, om uiteindelijk de op een na grootste economische macht ter wereld te worden. Het waren de nog nooit vertoonde omstandigheden van de historische periode van ontbinding die China in staat stelden om op te rijzen, iets dat zonder deze omstandigheden niet zou zijn gebeurd.     

De macht van China draagt ​​het stigma van het kapitalisme in doodsstrijd: het is gebaseerd op de overuitbuiting van de proletarische arbeidskracht, de ongebreidelde ontwikkeling van de oorlogseconomie door het nationale programma van de ‘militair-civiele samensmelting’ en gaat gepaard met de catastrofale vernietiging van het milieu, terwijl de nationale cohesie gebaseerd is op de politiecontrole van de massa's die onderworpen zijn aan de politieke vorming door de Ene Partij en de felle repressie van de allogene bevolkingsgroepen in het moslim Xinjiang en in Tibet. China is in feite slechts een gigantisch gezwel van de algemene militaristische kanker van het hele kapitalistische systeem: de militaire productie ontwikkelt zich in een razend tempo, het defensiebudget is in 20 jaar zes keer zo groot geworden en neemt sinds 2010 de tweede plaats in de wereld in.

12) De oprichting van de ‘Nieuwe Zijderoute’ en de geleidelijke, aanhoudende en langdurige vooruitgang van China (de afsluiting van economische overeenkomsten of interstatelijke bondgenootschappen over de hele wereld; met Italië, met zijn overname van de haven van Athene aan de Middellandse Zee; in Latijns-Amerika; met de oprichting van een militaire basis in Djibouti - de toegangspoort tot zijn groeiende invloed op het Afrikaanse continent) beïnvloedt alle staten en verstoort het bestaande ‘evenwicht’. 

In Azië heeft China de krachtsverhouding tussen imperialistische staten al veranderd ten nadele van de Verenigde Staten. Het is echter niet mogelijk om automatisch de ‘leegte’ op te vullen die is achtergelaten door de achteruitgang van het Amerikaanse leiderschap vanwege de overheersing van het ‘ieder voor zich’ op het imperialistische vlak en het wantrouwen dat zijn macht uitlokt. Aanzienlijke imperialistische spanningen hebben zich vooral uitgekristalliseerd met betrekking tot:

  • India, dat de oprichting van de zijderoute in zijn directe omgeving (Pakistan, Birma, Sri Lanka) aan de kaak stelt als een strategie van omsingeling en een aanval op zijn soevereiniteit, voert een groot programma uit om zijn leger te moderniseren en heeft zijn budget sinds 2008 bijna verdubbeld.

  • en Japan wil evenzeer China blokkeren. Tokyo is begonnen vraagtekens te plaatsen bij zijn status na de Tweede Wereldoorlog, waardoor zijn juridische en materiële capaciteit om militair geweld te gebruiken wordt beperkt, en hij ondersteunt andere regionale staten, diplomatiek maar ook militair, om China het hoofd te bieden.

De vijandigheid van deze twee staten ten opzichte van China drijft hen naar elkaar toe en tot een toenadering met de Verenigde Staten. De laatstgenoemden hebben een vierpartijenverbond Japan-Verenigde Staten-Australië-India gelanceerd dat een kader biedt voor diplomatieke, maar ook militaire toenadering tussen de verschillende staten die tegen de opkomst van China zijn.

In deze fase van het ‘inhalen’van de Amerikaanse macht, probeert China zijn overheersende ambities te verbergen om een directe confrontatie met zijn rivaal te voorkomen, wat schadelijk is voor zijn plannen op lange termijn, terwijl de Verenigde Staten het initiatief nemen om nu China te blokkeren en het grootste deel van zijn imperialistische aandacht opnieuw richten op de Indo-Pacific regio.

13) Ondanks het populisme van Trump, ondanks meningsverschillen binnen de Amerikaanse bourgeoisie over hoe hun leiderschap te verdedigen en verdeeldheid, in het bijzonder met betrekking tot Rusland, voert de regering Trump een imperialistische politiek in continuïteit en consistent met de fundamentele imperialistische belangen van de Amerikaanse staat en die door de meeste sectoren van de Amerikaanse bourgeoisie eenstemmig gedragen wordt: de rang van de VS als onbetwiste leidende wereldmacht verdedigen. 

Geconfronteerd met de Chinese uitdaging, voeren de Verenigde Staten een belangrijke verandering van hun imperialistische wereldstrategie door. Deze verschuiving is gebaseerd op de constatering dat het kader van ‘globalisering’de positie van de Verenigde Staten niet heeft gegarandeerd, maar deze integendeel heeft verzwakt. De formalisering door de regering Trump van de prioriteit van het beginsel van de verdediging van alleen hun belangen als nationale staat en het opleggen van machtsverhoudingen die gunstig zijn voor de Verenigde Staten als belangrijkste basis in hun relaties met andere staten, vormt de bevestiging en trekt de lessen uit het falen van de politiek van de laatste 25 jaar van strijd als wereldpolitieagent tegen het ‘ieder voor zich’ en van verdediging van de wereldorde die sedert 1945 werd geërfd.

Deze ommekeer door de Verenigde Staten komt tot uiting in:

  • hun terugtrekking (of betwisting) van internationale overeenkomsten en instellingen die hun suprematie in de weg staan of in strijd zijn met de huidige noden van het Amerikaanse imperialisme: de terugtrekking uit het Akkoord van Parijs inzake klimaatverandering, de vermindering van de bijdragen aan de VN en hun terugtrekking uit de UNESCO, uit de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, uit het Globaal Ppact over Migranten en Vluchtelingen.

  • de wens om de NAVO aan te passen, de van de periode van de blokken overgeërfde militaire alliantie die in de huidige configuratie van imperialistische spanningen veel aan belang heeft ingeboet, door de bondgenoten een grotere financiële verantwoordelijkheid op te leggen voor hun bescherming en door de automatische inzet van de Amerikaanse paraplu in hun voordeel te herzien.

  • de neiging om multilateralisme op te geven ten gunste van bilaterale overeenkomsten (op basis van hun militaire en economische macht), gebruik makende van hefbomen als economische chantage, terreur en de dreiging met brutaal militair geweld (zoals atoomaanvallen tegen Noord-Korea) om hun wil op te leggen .

  • de handelsoorlog met China, vooral om deze laatste elke mogelijkheid te ontnemen om een economische status te verwerven en strategische sectoren te ontwikkelen die hem in staat stellen de Amerikaanse hegemonie rechtstreeks aan te vechten.

  • het in vraag stellen van multilaterale overeenkomsten voor wapenbeheersing (NIF en START) om hun technologische voorsprong te behouden, de bewapeningswedloop opnieuw op gang te brengen en de rivalen uit te putten (volgens de beproefde strategie die leidde tot de ineenstorting van de USSR). In 2018 hebben de Verenigde Staten een van de hoogste militaire budgetten in hun geschiedenis aangenomen, drijven ze opnieuw hun nucleaire capaciteiten op en overwegen ze de oprichting van een zesde component van het Amerikaanse leger om “de ruimte te overheersen” om de Chinese bedreigingen op het gebied van de satellieten tegen te gaan.

Het vandalengedrag van Trump, die van de ene op de andere dag de Amerikaanse internationale verplichtingen kan opzeggen in strijd met de vastgestelde regels, vertegenwoordigt een nieuwe en krachtige factor van onzekerheid, die een verdere impuls geeft aan het ‘ieder voor zich’. Het is een verdere indicatie van een nieuwe fase waarbij het kapitalisme wegzinkt in barbaarsheid en in de afgrond van ongebreideld militarisme.

14) De verandering in de Amerikaanse strategie is merkbaar op enkele van de belangrijkste imperialistische gevechtsterreinen: 

- in het Midden-Oosten hebben de Verenigde Staten zich ten opzichte van Iran openlijk ten doel gesteld (o.a. door sancties) het regime te destabiliseren en omver te werpen, door gebruik te maken van zijn interne verdeeldheid. Terwijl ze hun geleidelijke militaire terugtrekking uit het moeras van Afghanistan en Syrië willen voortzetten, steunen de Verenigde Staten nu eenzijdig op hun bondgenoten Israël en vooral Saoedi-Arabië (veruit de grootste regionale militaire macht in de regio) als de ruggengraat van hun politiek om Iran in te dijken. In dit perspectief bieden ze elk van deze twee staten en hun respectieve leiders de garantie van onwrikbare steun op alle fronten om hun alliantie aan te scherpen (levering van ultramoderne militaire uitrusting, steun van Trump in het schandaal van de moord op Khashoggi, de tegenstander van de Saoedi's, erkenning van Oost-Jeruzalem als de hoofdstad van Israël en van de Israëlische soevereiniteit op de Syrische Golanhoogte). 

De prioriteit om Iran te beheersen gaat gepaard met het vooruitzicht om de Oslo-overeenkomst op te geven, dat een ‘tweestaten oplossing’ (Israëlisch en Palestijns) voorzag voor de Palestijnse kwestie. De stopzetting van de Amerikaanse hulp aan de Palestijnen en de PLO en het voorstel voor een ‘big deal’ (het afzien van elke claim op de instelling van een Palestijnse staat in ruil voor aanzienlijke Amerikaanse economische hulp) zijn erop gericht het door alle regionale imperialisten tegen de Verenigde Staten gebruikte Palestijnse geschilpunt proberen op te lossen, teneinde de facto de toenadering tussen de Arabische en Israëlische bondgenoten van de VS te vergemakkelijken.

- in Latijns-Amerika voeren de Verenigde Staten een tegenoffensief om te zorgen voor een betere imperialistische controle in hun traditionele invloedssfeer. Het aan de macht komen van Bolsonaro in Brazilië is op zich niet het resultaat van een simpele populistische stoot, maar het resultaat van een enorme Amerikaanse druk op de Braziliaanse bourgeoisie, die door de Amerikaanse staat is beraamd met als doel om deze staat weer terug te brengen in zijn imperialistische schoot. Als inleiding op een alomvattend plan om de anti-Amerikaanse regimes van de ‘Trojka van tirannie’ (Cuba, Venezuela en Nicaragua) omver te werpen, hebben we de tot nu toe mislukte poging gezien om het regime van Chavez/Maduro in Venezuela te verwijderen.

Maar Washington brengt een duidelijke terugslag toe aan de politiek van China, dat Venezuela tot een belangrijke politieke bondgenoot had gemaakt om zijn invloed uit te breiden en uiteindelijk machteloos bleek te zijn om de Amerikaanse druk terug te dringen. Het is niet onmogelijk dat dit Amerikaanse offensief van imperialistische herovering van zijn Latijns-Amerikaanse achtertuin een meer systematisch offensief tegen China op andere continenten inluidt. Voorlopig wordt hiermee het vooruitzicht gewekt dat Venezuela terechtkomt in de chaos van een vastgelopen botsing tussen de burgerlijke facties en een toenemende destabilisering van de hele Zuid-Amerikaanse zone.

15) De huidige algemene versterking van imperialistische spanningen wordt weerspiegeld in een nieuwe start van de wapenwedloop en het streven naar militaire technologische suprematie, niet alleen waar de spanningen het duidelijkst zijn (in Azië en het Midden-Oosten) maar voor alle staten, in de eerste plaats voor de grootmachten. Alles wijst erop dat er een nieuwe fase dreigt van de inter-imperialistische botsingen en van het wegzakken van het systeem in militaire barbaarsheid. 

Gezien deze internationale imperialistische situatie, zal de EU (Europese Unie) verder geconfronteerd worden met een neiging tot fragmentatie, zoals uiteengezet in het rapport over imperialistische spanningen van juni 2018 (International Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave, nr.  161). 

De economische crisis

16) Op economisch vlak wordt de situatie van het kapitalisme sinds begin 2018 gekenmerkt door een sterke vertraging van de wereldgroei (van 4% in 2017 tot 3,3% in 2019), waarvan de bourgeoisie voorspelt dat het in 2019-20 zal verslechteren. Deze vertraging bleek groter dan verwacht in 2018, omdat het IMF zijn prognoses voor de komende twee jaar moest verlagen en ze vrijwel alle delen van het kapitalisme tegelijkertijd treft: China, de Verenigde Staten en de Eurozone. In 2019 vertraagde 70% van de wereldeconomie, vooral in de ‘geavanceerde’' landen (Duitsland, Verenigd Koninkrijk). Sommige opkomende landen bevinden zich al in een recessie (Brazilië, Argentinië, Turkije), terwijl China, wiens economie sinds 2017 aan het vertragen is en in 2019 naar verwachting maar met 6,2% zal groeien, de laagste groeicijfers in 30 jaar heeft. 

De waarde van de meeste valuta's in de opkomende landen is afgenomen, soms aanzienlijk, zoals in Argentinië en Turkije. Eind 2018 kende de wereldhandel een nulgroei, terwijl Wall Street in 2018 de grootste beurscorrecties meemaakte van de afgelopen 10 jaar. De meeste indicatoren knipperen en wijzen op het vooruitzicht van een nieuwe achteruitgang van de kapitalistische economie.

17) De kapitalistische klasse heeft geen toekomst te bieden, haar systeem is door de geschiedenis veroordeeld. Sinds de crisis van 1929, de eerste grote crisis in de periode van het verval van het kapitalisme, heeft de bourgeoisie voortdurende de staatsinterventie ontwikkeld om een algemene controle over de economie uit te oefenen. Steeds meer geconfronteerd met een verkleining van extra-kapitalistische markten, meer en meer bedreigd door een veralgemeende overproductie “heeft het kapitalisme zich in leven gehouden dankzij de bewuste interventie van de bourgeoisie, die het zich niet langer kan veroorloven om te vertrouwen op de onzichtbare hand van de markt. Het is waar dat de oplossingen ook deel worden van het probleem:  

- het aangaan van schulden leidt duidelijk tot grote problemen voor de toekomst;

- het uitdijen van de staat en de wapensector leidt tot verschrikkelijke inflatiedruk.

Sinds de jaren zeventig hebben deze problemen geleid tot verschillende economische politieken, afwisselend gericht op ‘keynesianisme’ of ‘neoliberalisme’, maar aangezien geen enkele politiek de werkelijke oorzaken van de crisis kan aanpakken, kan geen enkele benadering de uiteindelijke overwinning behalen. Wat opmerkelijk is, is de vastberadenheid van de bourgeoisie om koste wat ‘t kost haar economie in beweging te houden en haar vermogen om de tendens tot instorten te beteugelen door middel van gigantische schulden.” (Resolutie over de Internationale Situatie van het 16e Congres van de IKS; Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 122)

Als product van de tegenstellingen van het verval en van de historische impasse van het kapitalistische systeem, beantwoordt het staatskapitalisme dat op het niveau van elk nationaal kapitaal wordt toegepast, echter niet aan een strikt economische wetmatigheid; integendeel, zijn actie, in wezen van politieke aard, integreert en combineert tegelijkertijd in zijn organisatie en zijn opties de economische met de sociale dimensie (hoe zijn klassevijand het hoofd te bieden in het kader van de krachtsverhoudingen tussen de klassen) en de imperialistische dimensie (de noodzaak om een ​​enorme bewapeningssector te handhaven in het centrum van elke economische activiteit) om het burgerlijke uitbuitingssysteem op alle wezenlijke vlakken te behouden en te verdedigen. In de geschiedenis van het verval heeft het staatskapitalisme dus verschillende fasen en organisatorische modaliteiten doorgemaakt.

18) In de jaren 1980 werd, onder impuls van de economische grootmachten, een dergelijke nieuwe fase ingehuldigd: die van de ‘globalisering’. In een eerste periode nam ze de vorm aan van Reaganomics, snel gevolgd door een tweede die profiteerde van een ongekende historische situatie ten gevolge van de val van het Oostblok om, tussen 1990 en 2008, een ​​enorme reorganisatie van de kapitalistische productie op wereldschaal uit te breiden en te verdiepen.. 

De handhaving van de samenwerking tussen staten, met name gebruikmakend van de oude structuren van het Westerse blok, en het behoud van een zekere orde in het handelsverkeer, waren middelen om het hoofd te bieden aan de verergerende crisis (de recessies van 1987 en 1991-1993), maar ook aan de eerste effecten van ontbinding, die op economisch vlak dus grotendeels konden worden beperkt.

Volgens het referentiemodel van de EU, dat erin bestaat de douanebelemmeringen tussen de lidstaten weg te nemen, is de integratie van veel bedrijfstakken van de wereldproductie versterkt door de ontwikkeling van echte productieketens op wereldschaal. Door logistiek, informatietechnologie en telecommunicatie te combineren, die schaalvoordelen mogelijk maken, door de toegenomen uitbuiting van de arbeidskracht van het proletariaat (door verhoogde productiviteit, internationale concurrentie, vrij verkeer van arbeid om lagere lonen op te leggen), door de onderwerping van de productie aan de financiële logica van een maximale winst, bleef de wereldhandel toenemen, zij het op een lager niveau, waardoor de wereldeconomie met een ‘tweede’ adem werd gestimuleerd en het bestaan van het kapitalistische systeem werd verlengd.

19) De crash van 2007-2009 betekende een stap in het wegzakken van het kapitalistische systeem in zijn onomkeerbare crisis: na vier decennia van toevlucht tot krediet en schuld om de groeiende trend van overproductie tegen te gaan, onderbroken door steeds diepere recessies en steeds beperkter herstel, was de recessie van 2009 de belangrijkste sinds de Grote Depressie. Het was de massale interventie van de staten en hun centrale banken die het banksysteem van een volledig faillissement redde ten koste van een enorme staatsschuld door schulden terug te kopen die niet meer konden worden terugbetaald. 

Het Chinese kapitaal, dat ook ernstig werd getroffen door de crisis, heeft een belangrijke rol gespeeld bij de stabilisatie van de wereldeconomie door het toepassen van stimuleringsmaatregelen in 2009, 2015 en 2019, gebaseerd op een enorme toename van de staatsschuld.

Niet alleen zijn de oorzaken van de crisis van 2007-2011 niet opgelost of verholpen, maar de ernst en de tegenstrijdigheden van de crisis zijn naar een hoger niveau getild: het zijn nu de staten zelf die worden geconfronteerd met de verpletterende last van hun schulden (de ‘souvereine schuld’), die hun vermogen om in te grijpen, teneinde hun respectieve nationale economieën nieuw leven in te blazen, nog verder beperkt. “Schuld is gebruikt als een manier om de ontoereikendheid van de solvabele markten aan te vullen, maar ze kunnen niet onbeperkt groeien, zoals te zien is aan de financiële crisis die in 2007 begon. Echter, alle maatregelen die kunnen worden genomen om de schuld opnieuw te beperken, confronteren het kapitalisme met zijn crisis van overproductie, en dit in een internationale context die voortdurend verslechtert en die zijn manoeuvreerruimte steeds meer beperkt ”(Resolutie over de Internationale Situatie van het 20e Congres van de IKS; Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 152). 

20) De huidige ontwikkeling van de crisis, met de toenemende verstoring die ze veroorzaakt in de organisatie van de productie tot een grootschalig multilateraal bouwwerk op internationale schaal, verenigd door gemeenschappelijke regels, toont de grenzen van de ‘globalisering’: de steeds grotere behoefte aan eenheid (die nooit iets anders heeft betekend dan het opleggen van de wet van de sterkste aan de zwaksten) als gevolg van de ‘transnationale’ vervlechting van de sterk land per land gesegmenteerde productie (in eenheden die fundamenteel door de concurrentie worden verdeeld, waar elk product hier wordt ontworpen, daar worden geassembleerd met elders geproduceerde onderdelen) stuit op het nationale karakter van elke kapitaal, op de grenzen van het kapitalisme, dat onherroepelijk verdeeld is in concurrerende en rivaliserende naties, op de maximale graad van eenheid die de burgerlijke wereld niet kan overstijgen. De verergerende crisis (en de eisen van de imperialistische rivaliteit) stelt de multilaterale instellingen en mechanismen zwaar op de proef.

Dit feit wordt geïllustreerd door de huidige houding van de twee belangrijkste machten die strijden om wereldhegemonie:

China heeft zijn economische groei verzekerd, zowel door gebruik te maken van de hefbomen van het multilateralisme van de WTO als door de ontwikkeling van zijn eigen economisch politiek van bondgenootschap (zoals het project ‘Nieuwe Zijderoute’, dat tot doel heeft de groeivertraging tegen te gaan) zonder rekening te houden met ecologische of ‘democratische’ normen (een specifiek aspect van de globaliseringspolitiek die tot doel heeft om westerse normen en wereldwijde concurrentie op te leggen tussen de winnaars en verliezers van de globalisering). Ideologisch daagt hij de westerse liberale orde uit die hij beschouwt als een systeem in verval en probeert sinds 2012, door de oprichting van instellingen (de Shanghai Organisation, de Aziatische Ontwikkelingsbank ...) de basis te leggen voor een alternatieve concurrerende internationale orde, die de westerse bourgeoisie omschrijft als ‘onliberaal’. 

- De Amerikaanse staat onder de regering Trump (ondersteund door een meerderheid van de Amerikaanse bourgeoisie), beschouwt zichzelf als de verliezer van de ‘globalisering’ (die zij oorspronkelijk had geïnitieerd), omdat haar positie als wereldleider geleidelijk werd uitgehold door haar rivalen (voornamelijk door China , maar ook door westerse mogendheden zoals Duitsland). Het beleid van ‘America First’ heeft de neiging om regelgevende instellingen (WTO, G7 en G20) te omzeilen die steeds minder in staat zijn om het Amerikaanse positie (wat hun oorspronkelijke roeping was) te behouden en bilaterale overeenkomsten te bevorderen die hun belangen beter verdedigen.

21) De invloed van ontbinding is een bijkomende factor van destrabilisatie. Met name de ontwikkeling van het populisme verergert de verslechterende economische situatie door een factor van onzekerheid en onvoorspelbaarheid te introduceren in het licht van de onrust van de crisis. Het aan de macht komen van populistische regeringen met weinig realistische programma's voor het nationale kapitaal, die de werking van de wereldeconomie en de handel verzwakt, zorgt voor een puinhoop en verhoogt het risico van verzwakking van de middelen die het kapitalisme sinds 1945 heeft opgelegd om te voorkomen dat men zich terugtrekt in een autarkische nationaal kader, dat de ongecontroleerde besmetting van de economische crisis bevordert. 

De puinhoop van Brexit en de netelige exit van Groot-Brittannië uit de EU bieden een andere illustratie: het onvermogen van de partijen van de Britse heersende klasse om te beslissen over de voorwaarden voor de scheiding en de aard van toekomstige betrekkingen met de Europese Unie, de onzekerheden rond het ‘herstel’ van de grenzen, met name tussen Noord-Ierland en Ierland, de onzekere toekomst van een pro-Europees Schotland dat zich dreigt af te scheiden van het Verenigd Koninkrijk, zijn van invloed op de Engelse economie (door de verlaging van de waarde van het pond) en die van de voormalige EU-partners, die een uitzicht is ontnomen van stabiliteit op lange termijn wat ze nodig hebben om de economie te reguleren. 

De meningsverschillen over de economisch politiek in Groot-Brittannië, de VS en elders tonen aan dat er niet alleen een toenemende verdeeldheid is tussen rivaliserende landen maar ook binnen elke nationale bourgeoisie –tussen ‘multilateralisten’ en ‘unilateralisten’, en zelfs binnen deze twee benaderingen ( bijvoorbeeld tussen ‘harde’ en ‘zachte’ Brexiteers in het VK). Niet alleen is er geen minimale consensus meer over het economische politiek, zelfs tussen de landen van het voormalige westerse blok, maar deze kwestie veroorzaakt ook steeds meer conflicten binnen de nationale bourgeoisieën zelf.

22) De huidige opeenstapeling van al deze tegenstrijdigheden in de context van de voortschrijdende economische crisis, evenals de kwetsbaarheid van het monetaire en financiële stelsel en de massale internationale schuldenlast van staten na 2008, leiden tot een periode van ernstige stuiptrekkingen en plaatsen het kapitalistische systeem opnieuw voor het perspectief van een nieuwe economische neergang. We mogen echter niet vergeten dat het kapitalisme zeker niet alle middelen heeft uitgeput die het nodig heeft om het wegzakken in de crisis te vertragen en ongecontroleerde situaties te voorkomen, vooral in de centrale landen. De overmatige schuldenlast van staten, waardoor een groter deel van de geproduceerde nationale rijkdom moet worden gebruikt om de schuld af te lossen, heeft grote invloed op de nationale begrotingen en vermindert hun manoeuvreerruimte ernstig in het licht van de crisis. Niettemin staat vast dat deze situatie niet: 

  • een einde zal maken aan de politiek van de schuldenlast, als belangrijkste lapmiddel voor de tegenstrijdigheden van de overproductiecrisis en een middel om het onvermijdelijke uit te stellen in een vlucht vooruit om het systeem te behouden, ten koste van steeds ernstigere toekomstige stuiptrekkingen;

  • een rem is op de krankzinnige wapenwedloop waartoe elke staat onherroepelijk is veroordeeld. Dit neemt een alsmaar irrationelere vorm aan met het groeiende gewicht van de oorlogseconomie en de productie van wapens, het groeiende aandeel van het BBP dat eraan zal worden besteed (en dat vandaag het hoogste niveau heeft bereikt sinds 1988, een tijd van de confrontatie tussen imperialistische blokken).

23) Wat het proletariaat betreft, kunnen deze nieuwe stuiptrekkingen alleen maar resulteren in nog ernstiger aanvallen op zijn leef- en werkomstandigheden op alle niveaus en in de hele wereld, met name: 

  • door de uitbuiting van arbeidskracht op te voeren door de lonen te blijven verlagen en het werkritme en productiviteit in alle sectoren te verhogen;

  • door verder te gaan met de ontmanteling van wat er overblijft van de verzorgingsstaat (aanvullende beperkingen op de verschillende uitkeringen voor werklozen, op de sociale bijstand en de pensioenen); en meer in het algemeen, de stopzetting ‘zonder ophef’ van de financiering van alle vormen van hulp of sociale steun aan verenigingen of aan de semipublieke sector;

  • de verlaging door de staten van de kosten van onderwijs en gezondheidszorg voor de productie en instandhouding van de arbeidskracht van het proletariaat (en dus aanzienlijke aanvallen op de proletariërs in deze openbare sectoren);

  • de verergering en verdere ontwikkeling van de werkonzekerheid als middel om de ontwikkeling van massale werkloosheid op alle delen van de klasse te doen wegen.

  • de verborgen aanvallen achter financiële transacties, zoals negatieve rentetarieven die kleine spaarrekeningen en pensioenregelingen uithollen. En hoewel de officiële inflatiecijfers voor consumptiegoederen in veel landen laag zijn, hebben speculatieve bellen bijgedragen tot een echte explosie van de huisvestingskosten. 

  • de stijging van de kosten van levensonderhoud, met name van belastingen op allerlei producten en van de prijs van eerste levensbehoeften.

Hoewel de bourgeoisie in alle landen steeds meer gedwongen wordt haar aanvallen op de arbeidersklasse op te voeren, is haar manoeuvreerruimte op politiek vlak zeker niet uitgeput. We kunnen er zeker van zijn dat ze alle middelen zal inzetten om te voorkomen dat het proletariaat op zijn eigen klasseterrein reageert tegen de toenemende verslechtering van zijn levensomstandigheden, welke wordt veroorzaakt door de stuiptrekkingen van de wereldeconomie.

Mei 2019

Rubric: 

23ste Internationaal Congres van de IKS