De vervalsingen van Grenzeloos/SAP om de Kommunistische Linkerzijde in diskrediet te brengen.

Printvriendelijke versie

De periode, die werd ingeluid door van de Eerste Wereldoorlog, stelde de arbeidersbeweging voor een aantal belangrijke nieuwe uitdagingen. De leiding van de sociaal-democratie besloot tot een openlijke collaboratie met de bourgeoisie. De belangrijkste proletarische organisatie, de Duitse SPD, de ziel van de arbeidersbeweging, verkocht zich aan het kapitaal, waarop de Tweede Internationale instortte. Teneinde de politiek-theoretische strijd als zelfstandige klasse tegenover het kapitaal met succes voort te kunnen zetten was de arbeidersbeweging genoodzaakt een volledig nieuwe politieke organisatie op te bouwen.

De uitbraak van de wereldoorlog maakte ook duidelijk dat er een einde gekomen was aan de progressieve of opkomstperiode van het kapitalisme. Dit veranderde de inzet en de methode van de klassestrijd aanzienlijk: de wereldrevolutie was van een perspectief op lange termijn een reëel vooruitzicht geworden, wat bevestigd werd met de revolutionaire golf van 1917-1923, terwijl de strijdvormen om het kapitaal op de knieën te dwingen niet langer de vakbondsacties waren maar de massastaking en de arbeidersraden.

De nieuwe politieke organisatie van de arbeidersklasse kreeg haar beslag vijf jaar later in de oprichting van de Kommunistische of Derde Internationale (Komintern) in 1919. Maar daarmee was het pleit niet beslecht, want haar grondslagen moesten, zowel op het vlak van haar organisatie als haar programma, niet alleen verder ontwikkeld, maar ook verdedigd worden tegen iedere vorm van ontaarding, die een aantal jaren daarvoor de Tweede Internationale naar de afgrond had gevoerd.

De strijd voor de verdediging van de verworvenheden van de Komintern, vooral door de Kommunistische Linkerzijde, wordt in dit artikel nader onder de loep genomen. De aanleiding hiervoor is de publicatie van een artikel op de website van Grenzeloos (Nederland) en SAP (België) met de titel “Vragen zonder antwoord - de Nederlandse en Duitse communistische linkerzijde”. Het betreffende artikel gebruikt de bespreking van het boek “The Dutch and German Communist Left (1900-1968)” als een opstap om de Kommunistische Linkerzijde, de meest konsekwente verdedigers van de kommunistische principes en van het optreden van het proletariaat als zelfstandige klasse, in diskrediet te brengen.

Beide stromingen bekritiseren de ontaarding van de Kommunistische Internationale

De oprichting van de Komintern was een uiterst belangrijke stap in de strijd voor de wereldrevolutie. Ze heeft in de loop van haar bestaan dan ook een aantal fundamentele standpunten ontwikkeld, vastgelegd in de verschillende congresteksten. Meteen al op het Eerste Congres onderstreepte ze

  • de intrede van het kapitalisme in zijn vervalperiode;
  • de noodzaak en de mogelijkheid van een wereldrevolutie;
  • de burgerlijke democratie als een vorm van diktatuur van de heersende klasse;
  • het contra-revolutionaire karakter van de sociaal-democratie;
  • de noodzaak van de proletarische dictatuur als overgang naar het kommunisme.

Door het mislukken van de wereldrevolutie en het daaruit voortvloeiende isolement van de USSR, neigde de Komintern er in de loop der jaren steeds meer toe het enige overgebleven arbeidersbastion, Rusland, te verdedigen. Ieder standpunt en iedere beslissing van de Komintern moest noodzakelijkerwijs rekening houden met de belangen van de USSR. Deze politiek tastte haar fundamenten aan en maakte dat ze, in plaats van een voorhoede van het wereldproletariaat, langzaam maar zeker een instrument werd van de Russische staat.

Als reactie op de ontaarding van de Derde Internationale ontwikkelde zich een vrij heterogene oppositie. De twee belangrijkste stromingen binnen deze oppositie waren de Internationale Linkse Oppositie van Trotski (ILO) aan de ene kant en de Kommunistische Linkerzijde, voornamelijk bestaande uit een Italiaanse en de Hollands-Duitse Linkerzijde, aan de andere kant. De belangrijkste kritiekpunten van deze twee opposities tegen de politiek van de Komintern waren:

  • de verwerping van de politiek van het socialisme in één land;
  • de kwalificatie van de kommunistische partijen als centristische organisaties;
  • de bestempeling van het regime in Rusland als een bureaucratie.

Zowel de Italiaanse Linkerzijde als de trotskistische Oppositie werden uiteindelijk uit de door Stalin gecontroleerde Komintern gestoten. Eenmaal buitengesloten was de verwachting dat deze twee stromingen, ondanks belangrijke meningsverschillen, naar elkaar toe zouden groeien. Dat dit niet gebeurde is hoofdzakelijk toe te schrijven aan het feit dat de Kommunistische Linkerzijde een veel fundamentelere kritiek formuleerde op de politiek van de Komintern dan het ‘anti-stalinisme’, dat Trotski’s voornaamste drijfveer was.

Het artikel van Grenzeloos/SAP begint met de juiste constatering dat de standpunten van de Kommunistische Linkerzijde een reactie waren op de politiek die, na de tegenslagen in de Russische en Duitse revolutie, “in de Kommunistische Internationale werd ontwikkeld. In het bijzonder verzette zij zich tegen de oriëntatie op het bouwen van eenheidsfronten die in 1921 op het Derde Congres van de Kommunistische Internationale werd aangenomen.” Inderdaad wezen de linkskommunisten deze tactiek van eenheid van kommunisten met linkerfracties van de sociaal-democratie van de hand.

Een andere punt van kritiek op de Komintern was de zogeheten ‘bolsjewisering’ van de diverse kommunistische partijen, zoals die werd doorgevoerd in 1924-1925. Deze ‘bolsjewisering’ moest de kommunistische partijen omvormen tot organisaties naar het voorbeeld van de partij in de USSR. Achter deze politiek verborg zich een streven naar een ‘monolithische’ organisatie (zonder interne fracties) en naar de uitsluiting van veel van de beste revolutionairen door een politieke heksenjacht, zogenaamd gericht tegen Trotskistische en Luxemburgistische afwijkingen. [1]

Een derde en beslissende kritiek brak los na de aanvaarding van de theorie van ‘het socialisme in één land’ door de Komintern. Deze keer bleef de kritiek niet beperkt tot de linkskommunisten, want ook Trotski voegde zich deze keer bij de tegenstanders van de nieuwe politiek. “Er moet nog een lange weg worden afgelegd tussen de geïsoleerde ‘socialistische’ staat en de socialistische maatschappij (…) die precies overeenkomt met de weg van de internationale revolutie.” En als Stalin dan beweert dat “de natuurlijke hulpbronnen de USSR in staat stellen om het socialisme binnen haar geografische grenzen op te bouwen” dan breekt hij “met de marxistische traditie van het internationalisme”. [2]

De opportunistische dynamiek van Trotski en de scheiding der wegen

Maar hoe komt het dat deze twee stromingen, die beiden hebben gestreden tegen de ontaarding van de Komintern, na haar definitieve ondergang toch niet in staat waren om gezamenlijk de fundamenten te leggen voor een politiek vervolg op die Internationale? Om dit te kunnen beantwoorden moeten we teruggaan tot wat de grondslag vormt in het verschil tussen de Kommunistische Linkerzijde en Trotski en dat is de noodzaak om een programmatische en organisatorische onafhankelijkheid te bewaren ten opzichte van de ‘linkse’ en ‘progressieve’ organisaties van de bourgeoisie. En hierin speelde de politiek ten opzichte van de sociaal-democratie en de vakbonden een essentiële rol.

Om het isolement te doorbreken, waar de wereldrevolutie na de geslaagde revolutie in de USSR en de mislukte opstanden in de rest van Europa in terecht was gekomen, moesten volgens de Komintern eenheidsfronten worden gevormd. Deze politiek, aangenomen op het Derde Congres in 1921, kan het beste als volgt worden samengevat: de diverse kommunistische partijen moeten vastberaden pogingen ondernemen om de leiders van wat ze toen de ‘reformistische’ en ‘centristische’ organisaties noemden, te dwingen tot beperkte samenwerking op concrete punten door hun aanhangers te winnen voor eenheid in actie.

Wat betekende die politiek echter in de praktijk? Twee voorbeelden maken dit heel duidelijk.

  1.  “Het Uivoerend Comité van de Komintern is van mening dat de kommunistische fractie in het Zweedse parlement onder bepaalde omstandigheden kan instemmen haar steun te geven aan het mensjewistische ministerie van Branting (....) een van de meest prominente leiders van de Tweede Internationale en tegelijkertijd premier van de Zweedse bourgeoisie.”

  2. Het Derde Congres van de Komintern gaf opdracht aan“de Britse kommunisten een krachtige campagne voor toetreding tot de Labour Party te starten”. [3]“De Engelse arbeidersbeweging moet zich meer inspannen om de mogelijkheid van de vorming van een arbeidersregering na de volgende verkiezingen te vergroten.” [4]

Deze opportunistische politiek van het eenheidsfront, die ook door Trotski fel werd verdedigd, bestond dus niet alleen uit het zoeken van samenwerking met de sociaal-democratische partijen, maar zelfs uit het geven van steun aan regeringen waarin de meerderheid werd gevormd door de sociaal-democratische partij, met of zonder deelname de kommunistische partij. In naam van de ‘verovering van de massa’s’ neigde de Komintern ertoe om allerlei programmatische concessies te doen aan de ‘linkervleugel’ van de sociaal-democratie.

De opdracht van de Komintern aan de kommunistische partijen om een samenwerkingsverband aan te gaan met de ‘linkse’ stromingen, die nog steeds binnen de sociaal-democratie waren georganiseerd, stuitte iedere oprechte linkskommunist tegen de borst. De Hollands-Duitse Linkerzijde verwierp resoluut iedere vorm van samenwerking met de sociaal-democratische partijen, hoe ‘links’ die zich ook voordeden en hoe groot de schare arbeiders ook was die nog in die partijen waren georganiseerd. Want, zoals Gorter verklaarde, “de verschillen tussen de sociaal-democraten en de bourgeoisie zijn in de loop van de oorlog en de revolutie zeer zeker tot bijna niets teruggebracht”. [5] Bordiga en de Italiaanse Linkerzijde wezen de nieuwe politiek van de Komintern eveneens resoluut van de hand. De strategie van de westerse kommunistische partijen om de teruggang van de wereldrevolutie te bestrijden door middel van het ‘eenheidsfront’ was volgens Bordiga een knieval voor de contrarevolutie.

De ‘reformisten’ van de sociaal-democratie hadden in 1914 niet alleen de arbeiderklasse verraden maar stonden ook op het voorste plan in de verplettering van de revolutie in Duitsland, die in november 1918 was begonnen. De sociaal-democratische partijen van de westerse landen steunden eveneens de eigen bourgeoisie toen die besloot massale herstelbetalingen op te leggen aan het overwonnen Duitse imperialisme. Ze waren in 1919, toen de Komintern werd opgericht, dus al lang geen ‘reformisten’ meer, maar contrarevolutionairen.

Voor de linkskommunisten was de eenheidsfrontpolitiek dan ook totaal onaanvaardbaar omdat ze het principe van de zelfstandige strijd van het proletariaat voor haar eigen doeleinden, op de helling zette. Deze politiek, waarmee de Komintern steun probeerde te winnen onder de massa’s van de arbeiders:

  • ging ten koste van de zwaar veroverde politieke onafhankelijkheid van het revolutionaire proletariaat, waar de Bolsjewiki tussen 1903 en 1921 zo hard voor hadden gevochten;
  • betekende een afwijzing van de strijd, die de arbeidersklasse sinds 1914 en met name in de revolutie in Duitsland, had gevoerd tegen deze verraders van de proletarische revolutie.

Nadat het Eerste Congres van de Komintern de definitieve overgang van de social-democratie naar het burgerlijke kamp had erkend, besloot het Derde Congres onder de leuze ‘op naar de massa’s’ diezelfde sociaal-democratiedus weer te rehabiliteren. Deze politiek vormde voor een deel van de linkskommunisten de aanleiding om de Komintern de rug toe te keren. De Hollands-Duitse Linkerzijde zette haar strijd voort buiten de Komintern. De Italiaanse Linkerzijde bleef terecht deel uitmaken van de Komintern om daarbinnen de strijd te voeren tegen haar opportunistische politieke koers, totdat zij in de tweede helft van de jaren 1920 - net als Trotski overigens - werd uitgesloten.

Antifascistische frontvorming als onderdeel van Trotski’s klassestrijd

De kwestie van het eenheidsfront werd opnieuw actueel in de jaren 1930 met het aan de macht komen van de NSDAP van Hitler in Duitsland. Het artikel van Grenzeloos/SAP zegt in dit verband dat het ongelooflijk kortzichtig was van de Hollands-Duitse Linkerzijde om het fascisme over één kam te scheren met het stalinisme en de sociaal-democratie. Volgens het artikel was dat in de jaren 1930 al zo, maar na de bekendmaking van de moord op 6 miljoen joden is dat zeker het geval. Maar is dat wel zo?

Met het oog op een mogelijke verkiezingsoverwinning van Hitler luidde Trotski in 1931 de noodklok. In alle landen waar de Internationale Linkse Oppositie (ILO) groepen had, gaf hij het startsignaal voor een campagne met als doel de Duitse Kommunistische Partij (KPD) aan te zetten een eenheidsfront met de sociaaldemocraten aan te gaan en zo Hitler te verhinderen aan de macht te komen. In een pamflet over de situatie in Duitsland sprak hij zich uit in de volgende bewoordingen: uitgaande van de noodzaak van “een defensieve houding betekent een politiek van het sluiten van de gelederen (…) het vormen van een verenigd front met de sociaal-democratische en niet-partijgebonden arbeiders tegen de fascistische dreiging.” Daarom “zullen we onvermijdelijk afspraken tegen het fascisme moeten maken met de verschillende sociaal-democratische organisaties en groeperingen”.  [6]

Het is echter een noodlottige illusie te denken dat de democratie een dam vormt tegen het fascisme en dat het kan leiden tot een effectieve strijd ertegen. Reeds in 1922 stelde Bordiga het anti-fascisme aan de kaak als een valstrik voor de arbeidersklasse omdat de verdediging van de democratie de arbeiders juist afleidt van de bestrijding van de wezenlijke voedingsbron voor het fascisme, het kapitalisme: “Wij bleven volhouden dat de echte vijand en het grootste gevaar niet het fascisme was, laat staan de man Mussolini, maar het antifascisme dat het fascisme - met al zijn misdaden en schandalen - zou hebben geschapen. Het is dit antifascisme dat leven zou blazen in dit grote giftige monster, een groot blok dat elke vorm van kapitalistische uitbuiting omvat.” [7]

Later, met betrekking tot de burgeroorlog in Spanje, waarin de tegenstelling democratie fascisme ook door de bourgeoisie tot inzet van de strijd was gemaakt, zag Trotski hoe “twee onverenigbare programma's elkaar confronteerden op het grondgebied van het republikeinse Spanje. Enerzijds, het programma om tegen elke prijs het privé-eigendom te redden uit handen van het proletariaat, en zoveel mogelijk de democratie te redden tegenover Franco; anderzijds, het programma om privé-eigendom af te schaffen door de verovering van de macht door het proletariaat” [8].

Hoe loste Trotskideze tegenspraak op? Voor Trotski was de strijd voor de democratie de eerste stap op de weg naar de proletarische revolutie: “In het revolutionaire ontwaken van de massa's zullen democratische leuzen onvermijdelijk het eerste hoofdstuk vormen” [9]. Het is duidelijk dat Trotski hier totaal het feit negeerde dat de strijd voor de democratische rechten niets te maken heeft met revolutionaire strijd: verre van een fase te zijn in de revolutionaire ontwikkeling van de strijd vormt ze er juist een onoverkomelijke hinderpaal voor.

Heeft Lenin, in de revolutionaire omwenteling in Rusland in 1917, de strijd voor de democratie als voornaamste strijdpunt naar voren geschoven? Nee, voor Lenin was de strijd voor de democratie geenszins het eerste doel. Op het Eerste Congres van de Komintern legde hij een ontwerp van stellingen voor die de democratie ‘in abstracto’ ontmaskerden als een burgerlijke ideologie, waarachter de ultieme dictatuur van het kapitaal schuilgaat. De strijd voor een dergelijke democratie kan de arbeidersklasse alleen maar in verwarring kan brengen en haar kan afleiden van haar revolutionaire strijd voor de dictatuur van het proletariaat.

Net als Lenin verwierp ook de Italiaanse Linkerzijde in 1931 de democratische ideologie, vanwege haar burgerlijk karakter, als een grondslag voor een strijd tegen het fascisme.“Het hanteren van de democratische leuzen moet in alle kapitalistische landen definitief worden afgeweerd. Zelfs waar een fascistische terreur bestaat, dienen deze eisen er alleen maar toe om het kommunistische proletariaat te ontmoedigen. (…) Zelfs in de koloniën bestaat er in de huidige fase van het imperialisme geen enkele basis om te beweren dat de democratie noodzakelijkerwijs anti-kapitalistisch en anti-burgerlijk is.” [10]

De Groep van Internationale Communisten (G.I.C.) nam een soortgelijk standpunt in. “Komt het proletariaat werkelijk in beweging dan vindt het ook in de ‘democratische’ landen direct de hele macht van de bourgeoisie tegenover zich. In dit opzicht is er niet het minste verschil tussen ‘democratie’ en fascisme, of welke staatsvorm dan ook. Zelfs is de ‘democratie’ in sommige opzichten voor de bourgeoisie nog [een] beter wapen dan het geweld van de absolute staatsmacht, omdat zij een opkomende beweging vaak in verwarring kan brengen door aan bepaalde eisen toe te geven.” [11]

Hoe afschuwelijk het fascisme ook was, het merendeel van de linkskommunistische groepen weigerde overstag te gaan voor de druk van het antifascistische eenheidsfront met burgerlijke partijen, zoals dit verdedigd werd door trotskistische groepen, door verwante groepen zoals de POUM  en door anarchistische groepen zoals de FAI-CNT. In Nederland lieten drie van de vier radenkommunistische groepen zich niet overhalen tot steun aan de democratie. Daarnaast bleef ook een meerderheid van de militanten van de Italiaanse Linkerzijde alsmede een minderheid van de ‘groep Hennaut’ in België de onafhankelijke strijd van het proletariaat verdedigen.

WO II: De trotskistische groepen verraden de proletarische klassezelfstandigheid

Het zelfstandig optreden van de arbeidersklasse tegenover alle fracties van de bourgeoisie is een principe dat fundamenteel is voor het welslagen van de wereldrevolutie. “Voor marxisten betekent de zelfstandigheid van de klasse haar onafhankelijkheid ten opzichte van de andere klassen van de maatschappij. Deze zelfstandigheid is een onontbeerlijke voorwaarde voor de revolutionaire actie van de klasse (…): de vernietiging van de kapitalistische staat, en de werelddictatuur van het proletariaat.” (Platform van de IKS)

Ook Lenin was onverbiddelijk in zijn strijd voor het zelfstandig optreden van de arbeidersklasse. “De sociaal-democratie streed en strijdt volkomen terecht tegen het burgerlijk-democratische misbruik van het woord volk. Zij eist dat met dit woord niet het wanbegrip voor de klassentegenstellingen binnen het volk bemanteld wordt. Zij staat er categorisch op, dat het voor de partij van het proletariaat noodzakelijk is, dat zij haar volledige klasse-zelfstandigheid bewaart.” [12]

Ondanks al zijn verwarringen, zoals de notie van centrisme om de aard van de sociaal-democratische partijen aan te duiden, ondanks het feit dat nergens in zijn geschriften een expliciete verdediging is te vinden van de proletarische klasse-zelfstandigheid, hield Trotski dit principe nochtans tot aan zijn dood overeind. Getuige hiervan is onder meer zijn uitspraak voor de Dewey Commissie. [13] Op de vraag wat zijn voorwaarde zou zijn om de republikeinen in Spanje te helpen, gaf hij als antwoord: “Geen politiek bondgenootschap met de bourgeoisie, als eerste voorwaarde.”

Ditzelfde standpunt bevestigde hij nog eens in de laatste maanden van zijn leven in een manifest, geschreven voor de ‘Alarm-conferentie’ die in mei 1940 in de Verenigde Staten plaatsvond. Daarin gaf hij aan dat de arbeiders “door hun bourgeoisie tegen het buitenlandse fascisme te helpen (…) de overwinning van het fascisme in hun eigen land alleen maar versnellen.” Het is, zo vervolgt hij, dan ook niet de taak van de arbeidersklasse om“de ene fractie van het imperialistische systeem te steunen tegen het andere, maar een eind te maken aan het systeem als geheel”. [14]

Trotski bleef met dit standpunt op proletarisch terrein en pleegde dus geen verraad aan historische strijd voor het kommunisme. Niettemin legden zijn toegevingen aan de antifascistische ideologie wel de loper uit voor de trotskistische groepen om, in de loop van de Tweede Wereldoorlog, uiteindelijk hun daadwerkelijke steun te geven aan de alliantie van ‘democratische’ imperialistische machten en de arbeidersklasse dus wel te verraden.

Meteen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog had de grootste afdeling van de IVe Internationale, de ‘Socialist Workers’Party’(SWP) in the Verenigde Staten, al de toon gezet. De woordvoerder, James P. Cannon, legde in een toespraak op de conferentie van deze partij, die van 27 tot 29 september 1940 in Chigaco plaatsvond, een verklaring af waarin hij, grofweg samengevat, verklaarde dat de SWP bereid was zich vervoegen in de oorlog tegen Hitler-Duitsland, onder de voorwaarde dat dit gebeurde onder leiding van officieren, waar ze vertrouwen in had.

In Groot-Brittannië hief een andere trotskistische groep, de Workers’ International League (WIL), de leuze aanvan “de omvorming van de imperialistische oorlog, niet in een burgeroorlog, maar “in  een echte revolutionaire oorlog tegen het Hitlerisme”. [En] dit was niet alleen een kwestie van abstracte propaganda; het leidde in de praktijk tot steun voor de toegenomen uitbuiting van de arbeidersklasse om geweren en materiaal voor de imperialistische oorlog te produceren. (....) De WIL argumenteerde dat de productie kon worden verhoogd zolang deze onder ‘arbeiderscontrole’ stond.” [15]

Hoe de oorlog onder leiding van de ‘trotskistische voorhoede’ in de praktijk gevoerd moest worden lieten de Franse trotskisten zien. Zo verspreidden ze op een bepaald moment pamfletten onder de Duitse soldaten, waarin deze werden opgeroepen om hun wapens neer te leggen en te verbroederen met de Franse verzetsstrijders. Ze hadden er geen succes mee, want ze hadden er niet aan gedacht om tegelijkertijd ook pamfletten te verspreiden onder de Franse verzetsstrijders om de wapens neer te leggen en zich te verbroederen met het Duitse soldaten. Als het geen toeval is, dan toch zeker en merkwaardige vorm van verstandsverbijstering!

Het principiële standpunt van de Kommunistische Linkerzijde betaalde zich uit in de Tweede Wereldoorlog. In die imperialistische oorlog zwichtte een belangrijk deel niet voor de lokroep van de geallieerde machten om zich te scharen achter de ‘democratische’ strijd tegen het Duitse en Italiaanse fascisme. Hoe moeilijk dit ook was, ze was in staat om de revolutionaire traditie van de arbeidersbeweging overeind te houden en de strijd op klasseterrein te blijven voeren.

In Nederland kreeg deze politiek gestalte in de vorming van het “Marx-Lenin-Luxemburg Front” (MLL-Front), dat aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd gevormd uit de RSDAP, aangevuld met de militanten van de verschillende trotskistische en radenkommunistische groepen. Dit MLL-Front keerde zich zowel tegen het fascistische imperialisme als tegen het geallieerde blok. Ook de trotskistische leden van het MLL-Front huldigden de opvatting dat “de Tweede Wereldoorlog vooral als een imperialistisch conflict tussen de heersende klassen van de verschillende kapitalistische landen” moest worden beschouwd, en net als het hele MLL-front dat “de wereldoorlog omgezet [moest] worden in een klassenoorlog”. [16]

Toen de leiders van het MLL-Front, waaronder Sneevliet, in 1942 door de bezetters werden gefusilleerd, viel de organisatie in twee delen uiteen. Daarop ontstond aan de ene kant de ‘Kommunistenbond Spartacus’ en aan de andere kant het ‘Comité van Revolutionaire Marxisten’(CRM). Anders dan het MLL-Front, en daarna ook Spartacus, sprak CRM zich uit voor de verdediging van het imperialistische Rusland. Daarmee vervoegde ze het burgerlijke kamp en sloot ze zich aan bij de andere secties van de IVe Internationale, die ook al een dergelijke politieke positie hadden ingenomen. [17]

Het artikel van Grenzeloos/SAP vraagt zich af waarom er in het boek over de Hollands-Duitse Linkerzijde totaal geen aandacht wordt geschonken aan de trotskistische CRM, die in 1944 lid werd van de IVe Internationale. Hetzelfde artikel stelt echter niet de vraag waarom de trotskisten zelf nogal zwijgzaam zijn over hun politieke activiteiten in de Tweede Wereldoorlog. Want, zoals de geschiedenis algemeen heeft aangetoond, zijn het grote gebeurtenissen in de geschiedenis, zoals revolutie en wereldoorlog, die beslissen over de politieke koers van een proletarische organisatie. En de Tweede Wereldoorlog, waarin het trotskisme collaboreerde met het kapitaal, was zo’n moment.

De trotskisten toonden toen definitief bereid te zijn de belangen van de arbeidersklasse op te offeren aan die van de ‘democratische’ en ‘stalinistische’ bourgeoisie. Eenmaal de Rubicon overgestoken was het voor een politieke organisatie als de IVe Internationale dan ook ‘no big deal’ meer om proletarische principes met de voeten te treden. Als je iets wil bewerkstelligen, moet je natuurlijk ook bereid zijn om compromissen te sluiten en dan ben je wel eens genoodzaakt om het ene ‘principe’ in te ruilen voor een ander ‘principe’. Een politieke keuze is niet langer een principiële, maar slechts een tactische kwestie!

Net als voor de sociaal-democratie aan het begin van de Eerste Wereldoorlog vormde de zelfstandigheid van de arbeidersklasse voor de trotskisten niet langer een principe. In hun politiek tijdens de Tweede Wereldoorlog kon ‘revolutionair defaitisme’ heel goed samengaan, niet alleen met de verdediging van de zogenaamde ‘arbeidersstaat’, maar zelfs met de verdediging van het ‘democratische’ tegen het fascistische imperialisme. Net zo gemakkelijk als de sociaal-democratie eerder, gooide ze de historische doeleinden van het proletariaat te grabbel op het altaar van de imperialistische wereldslachting.

Ook al blijft dit voor het artikel van Grenzelloos/SAP een vraagteken, voor de linkskommunisten is het zonneklaar dat het trotskisme van de IVe Internationale en de verschillende daaruit voortgekomen tendenzen, na hun steun aan de geallieerde machten in de imperialistische oorlog, niet langer thuishoren in een boek over de Kommunistische Linkerzijde. Vanaf de Tweede Wereldoorlog bestaat er een onoverbrugbare kloof tussen het linkskommunisme en het trotskisme, die beide kampen definitief van elkaar scheiden. Dit werd in de jaren daarna nog eens overduidelijk bevestigd toen deze laatste zijn ‘kritische’ steun gaf aan de regimes van Tito, Castro, Allende, enzovoort.

De onverzettelijke verdediging van de revolutionaire principes

Een van de eerste paragrafen van het artikel van Grenzeloos/SAPis gewijd aan de principiële opstelling van de Kommunistische Linkerzijde tegenover de sociaal-democratische partijen en vakbonden.“Uit principe verwierpen de linkse communisten het sluiten van compromissen. (…) deelname aan verkiezingen of aan vakbonden waren slechts manieren om 'ernstige en beslissende strijd met de burgerlijke klasse te vermijden'. Dit leidde natuurlijk tot een uiterst sektarische benadering.”

Even verder, in de paragraaf over het fascisme, zegt hetzelfde artikel ook nog dat de houding van de Kommunistische Linkerzijde tegenover het ‘nazi-barbarisme’ gespeend was van iedere realiteitszin: “uit haar onvermogen om te reageren op het fascisme”, en haar weigering om zich aan te sluiten bij de strijd voor de democratie tegen het fascisme, bleek wel “hoe afgesneden de Kommunistische Linkerzijde wel was geworden van de politieke realiteit”.

Het zijn echter niet de linkskommunisten, die zijn afgesneden van de politieke realiteit, maar de trotskisten zelf die totaal geen ‘feeling’ meer hebben met de meest fundamentele verworvenheden van de proletarische strijd, zoals het zelfstandig optreden van de arbeiders als klasse tegenover de bourgeoisie. Deze status had ze voor het eerst verworven in 1848, na een vastberaden en heldhaftige strijd in Parijs, waarbij ze niet langer marcheerde achter de ‘tricolore’, maar achter haar eigen rode vaandel en haar eigen klasse-eisen naar voren bracht.

Deze eerste ervaring van de proletarische klasse is sindsdien door de kommunisten als een van haar belangrijkste beginselen geïntegreerd in het programma van de arbeidersbeweging. In 1872 is dit principe zelfs opgenomen in de statuten van de Eerste Internationale.“Tegen de collectieve macht van de bezittende klasse kan de arbeidersklasse niet als klasse optreden, tenzij ze zich vormt tot een politieke partij, onderscheiden van en tegenover alle oude partijen, gevormd door de bezittende klasse.” [18]

Het is dit idee dat sindsdien door de Kommunistische Linkerzijde door dik en dun is verdedigd tegen alle opportunistische tendenzen. De geschiedenis van de 20e eeuw toont talloze voorbeelden van proletarische organisaties die, in de hoop meer invloed te verwerven, opereerden binnen of in de slipstream van een of andere ‘progressieve’ of ‘linkse’ fracties van de bourgeoisie. Het duidelijkste en meest algemene voorbeeld daarvan is de activiteit van de kommunisten binnen de vakbonden nadat die, met de intrede van het kapitalisme in zijn vervalperiode, van proletarische strijdorganen organisaties van de burgerlijke staat waren geworden. De politiek van het ‘entrisme’ van de trotskisten in de jaren 1930, dat wil zeggen de infiltratie in de sociaal-democratische organisaties met de bedoeling daar de ‘massa’s te bereiken’, hoort ook thuis in het rijtje van dergelijke opportunistische tendenzen. Dit soort opportunisme leidt op den duur onvermijdelijk naar het kamp van de bourgeoisie.

Zeker, het trotskisme, zoals dat zich na de dood van Trotski ontwikkelde,  kan moeilijk beschuldigd worden van sektarisme. De verdediging van het ‘minste kwaad’ en compromissen sluiten met andere ‘linkse’ fracties van de bourgeoisie is immers haar belangrijkste handelsmerk. Maar “als ‘sektarisme’ betekent: de genadeloze onverzettelijkheid tegenover alle partijen en stromingen, die de belangen van de heersende klasse verdedigen tegen het proletariaat, dan is de Kommunistische Linkerzijde ‘sektarisch’, net als de Spartakisten, de Bolsjewiki en alle kleine revolutionaire minderheden die in 1914 strijd voerden tegen de sociaal-chauvinisten en het verraad van de socialistische partijen hekelden.” [19]

Het trotskisme, een wapen tegen de Kommunistische Linkerzijde

De trotskisten doen zich altijd voor als de meest ‘radicale’voorstanders van de klassestrijd en verdedigers van de noodzaak van een socialistische maatschappij, die overigens netjes binnen het kader blijft van de kapitalistische wareneconomie en de burgerlijke staat. Dit maakt hen tot meest geloofwaardige en de best geplaatste burgerlijke fractie om het linkskommunisme af te serveren als een stroming die gedreven wordt door het elitarisme van kleine groepen”en die door haar “sektarische benadering”geen aanbeveling is voor iedereen die de klassestrijd een warm hart toedraagt.

Dat het artikel van Grenzeloos/SAP veel verborgen leugens, verdraaiingen van de waarheid en vervalsingen van de geschiedenis bevat – die we in dit artikel overigens niet één voor één, maar vooral in hun totaliteit aan de kaak hebben gesteld - is niet toevallig. Dit gebeurt niet uit onwetendheid of onoplettendheid van de schrijver, maar maakt deel uit van een doelbewuste strategie van de ultralinkse fracties van de bourgeoisie om de linkskommunistische stroming in diskrediet te brengen.

Dat het trotskisme de laatste jaren opnieuw haar pijlen richt op de Kommunistische Linkerzijde mag, gezien de geringe numerieke omvang van de bestaande linkskommunistische groepen, verbazingwekkend lijken, maar dat is het niet: de revolutionaire principes van de linkskommunisten blijven alleszins waardevol en trekken nog steeds vooral jonge elementen aan, die op zoek zijn naar een daadwerkelijk alternatief voor een kapitalistisch systeem, dat de mensheid onderdompelt in een steeds grotere barbaarsheid.

Het trotskisme is voor de bourgeoisie van essentieel belang om deze jongeren, die zich fundamentele vragen beginnen te stellen over waar het met deze wereld naar toe gaat en wat een alternatief zou kunnen zijn, op een (burgerlijk) dwaalspoor te brengen. En daarbij is het natuurlijk vooral haar taak om hen de pas af te snijden naar de linkskommunistische stromingen en groepen, die als enige een kritiek leveren op het kapitalistische systeem vanuit een principieel revolutionair perspectief: de onmogelijkheid om binnen de bestaande klasseverhoudingen de kwestie van de oorlog, de economische crisis, de vernietiging van de natuur, de loonarbeid tot een oplossing te brengen.

Dennis / 2019.12.28

Voetnoten

[1] Trotski verklaarde later dat hij het niet eens was met de politiek van bolsjewisering, maar op het moment van haar doorvoering sprak hij er zich echter niet openlijk over uit. Zie: II. Strategy and Tactics in the Imperialist Epoch” in ‘The Third International After Lenin’, Deel 4; Trotski, 1928.

[2] Socialism in One Country; Appendix by ‘The Revolution Betrayed’; Trotski, 1936.

[3] The Comintern and the United Front; bron: ‘Communist Left’, nr. 10/11, 1996.

[4] The Comintern and the United Front; bron: ‘Communist Left’, nr.10/11, 1996.

[5] Open brief aan partijgenoot Lenin; H. Gorter.

[6] The Turn in the Communist International and the Situation in Germany; Trotski, 1930. Had Trotski met deze opstelling de Rubicon overgestoken? In 1934 vond Bilan van wel. In een artikel  “Les bolcheviks-léninistes entrent dans la S.F.I.O.” schrijft ze: “In ieder geval moeten we in de huidige situatie een genadeloze strijd voeren tegen hem en zijn aanhangers, die de Rubicon zijn overgestoken en de sociale democratie hebben vervoegd.” Desalniettemin publiceerde datzelfde Bilan in het nummer van december 1936 - januari 1937 nog een kameraadschappelijke groet aan Trotski, wat er op duidt dat hij in de ogen van Bilan toch nog steeds niet werkelijk de Rubicon was overgestoken.

[7] Against Anti-fascism, Amadeus Bordiga’s last interview; 1970.

[8] The Lessons of Spain: The Last Warning, December 1937.

[9] Fascism and Democratic Slogans, Trotski,  juli 1933.

[10] Sur le mot d’ordre démocratique; Bulletin International de l’Opposition de Gauche Communiste, nr. 5, maart 1931.

[11] Fascisme en Arbeidersklasse, PIC, juli 1935.

[12] Tweeërlei tactiek van de sociaaldemocratie in de democratische revolutie; Lenin 1905.

[13] Officieel de ‘Commissie van onderzoek naar de beschuldigingen, geuit tegen Trotski in de Moskouse processen’.

[14] Imperialist War And The Proletarian World Revolution; Trotski, 1940.

[15] Revolutionaries in Britain and the struggle against imperialist war, Part 4: How the Trotskyists enlisted in WW2.

[16] De trotskistische beweging in Nederland; Bart van der Steen, april 2008.

[17] Overigens hadden niet alle trotskisten zich gevoegd bij de de oorlog tegen het fascisme. GrandizoMunis, Agis Stinas, Nathalie Trotski en Benjamin Peret behoorden, met Henk Sneevliet en GerogesVereeken, tot de weinige trotskisten die tijdens Tweede Wereldoorlog geen partij kozen voor een of ander imperialistisch kamp.

[18] Resolutie over de vorming van de partijen van de arbeidersklasse, Congres van de IAA in 1872 te Den Haag.

[19] Lutte ouvrière con tre le ‘bordiguisme’: les contrefaçons d’une officine trotskiste pour discréditer la Gauche communiste; Révolution Internationale nr. 473, november-december 2018.

 

Politieke stromingen en verwijzingen: 

Rubric: 

Erfgoed van de Kommunistische Linkerzijde