Enkel de massale en verenigde strijd kan de regering terugdringen!

Printvriendelijke versie

"De langste staking in de geschiedenis van de SNCF[i]. Zo luidt vanaf nu de officiële titel van de beweging van het spoorwegpersoneel in december 2019 en januari 2020. Dezelfde strijdbaarheid en beslistheid zagen we bij de personeelsleden van de RATP[ii], die eveneens zonder oponthoud gedurende weken mobiliseerden.

En ze waren niet alleen. In de maanden december en januari hebben we meerdere actiedagen gezien waarop honderdduizenden mensen samenkwamen om zich te verzetten tegen deze meedogenloze “hervorming” van de pensioenen, een hervorming die een symbool geworden is voor de voortdurende verslechtering van onze levensomstandigheden, van ons allemaal, de uitgebuitenen, werkers uit de publieke sector of de privésector, met een onzekere job of met een vast contract, jong of oud.

Na jaren van levenloosheid kondigt deze sociale beweging het ontwaken aan van de strijdbaarheid van de arbeidersklasse in Frankrijk. De arbeidersklasse is begonnen het hoofd weer op te heffen. In het vechten voor haar waardigheid en door schouder aan schouder te strijden, ongeacht de sector, ongeacht de generatie, hebben de arbeiders vast kunnen stellen dat ze samen kunnen strijden, verenigd en solidair. De wedergeboorte van het besef aan dezelfde klasse toe te behoren, van het idee dat we allemaal dezelfde uitbuiting ondergaan, dat we allemaal dezelfde onrechtvaardige aanvallen van opeenvolgende regeringen moeten verduren, maar ook dat we op straat kunnen samenkomen met dezelfde ordewoorden, dezelfde eisen, dat we met behulp van borden, van slogans, met discussies op straat, de behoefte en het verlangen kunnen uitdrukken om solidair te zijn in de strijd. Dit alles vertegenwoordigt de essentiële overwinning van deze beweging. Het is slechts een klein zaadje, fragiel, maar het is een belofte voor de toekomst.

Ondanks de omvang van deze mobilisatie bleef de regering sindsdien niettemin stevig in haar schoenen staan. Na wekenlange stakingen, na wekelijkse betogingen die honderdduizenden personen op de been brachten en die een enorm doorzettingsvermogen toonden, bleek de beweging uiteindelijk niet in staat om erin te slagen een krachtsverhouding in het voordeel van de arbeiders tot stand te brengen.

Met de verslechtering van de wereldwijde economische crisis en de permanente race voor winst zal de regering echter steeds opnieuw aanvallen. Om deze komende aanvallen een halt toe te roepen zullen de volgende gevechten dus verder moeten gaan, en zich laten inspireren door de laatste overwinning van het proletariaat in Frankrijk, die van 2006. President Chirac en de regering Villepin hebben de CPE (Contrat Première Embauche/ startbanencontract)[iii]indertijd moeten intrekken. Waarom? Wat namen zij waar in deze beweging dat hen zodanig heeft verontrust?

Indertijd begrepen de studenten snel dat het dit zogenaamde CPE (Contrat Poubelle Embauche) (startbanencontract, dat goed was voor de vuilnisbak) voor alle jonge arbeiders een nieuwe verergering zou betekenen van hun werkonzekerheid en van hun armoede. Verontwaardigd over deze ondragelijke toekomst kwamen ze massaal op de been. Ze organiseerden zich dus zelf, in alle universiteiten, en zonder enige vakbond, met massale algemene vergaderingen, opengesteld voor alle arbeiders, actief of gepensioneerd. Hun algemene vergaderingen, die plaatsvonden in de collegezalen van hun universiteiten, waren de kracht van hun beweging, het hart van de strijd. Het is in deze algemene vergaderingen dat ze vrijwel dagelijks discussieerden over alle te voeren acties, over de manieren om de strijd te coördineren tussen de ene universiteit en de andere, over het organiseren van de vrijwel wekelijke betogingen, op zaterdag, zodat een maximum aan arbeiders eraan zou kunnen deelnemen. Het is dankzij de intensieve debatten binnen de algemene vergaderingen dat de studenten (voor het grootste gedeelte jonge arbeiders met onzekere arbeidsvoorwaarden) beslisten om de solidariteit na te streven bij loontrekkenden door massale delegaties te sturen naar de treinstations, naar de depots van de RATP, en naar bepaalde fabrieken (zoals die van Citroën). Week na week hield de beweging niet op te groeien met wekelijkse betogingen die alsmaar belangwekkender werden. De vakbonden (meer bepaald de CGT[iv]) stonden ​​niet aan het hoofd van de optochten. Zij waren niet degenen die deze massale beweging organiseerden. De ballonnen van de CGT werden zelfs door de studenten verwezen naar de staart van de demonstraties.

Als de regering een stap achteruit heeft gezet, dan is dat omdat ze het gevaar van die dynamiek had waargenomen. Het moest dit proces in ontwikkeling stopzetten, deze jonge precaire arbeiders, nog altijd in opleiding, tegenhouden, die de loonarbeiders meetrokken in hun strijd en in hun algemene vergaderingen; er moest een einde gemaakt worden aan de ontwikkeling van deze solidariteit, gesymboliseerd door de slogan “Jeunes lardons, vieux croûtons, tous la même salade” (Nederlands: jonge spekjes, oude croutons, allemaal dezelfde salade). De beweging van de lente van 2006 was op die manier een bitse kaakslag voor die andere slogan, die van de bourgeoisie, zoals gelanceerd door de voormalige Eerste Minister Raffarin: “Het is niet de straat die bestuurt regeert”.

Voor het ogenblik is de arbeidersklasse niet in staat zich tot een dergelijk niveau in de strijd te verheffen. Maar de studenten van toen zijn de werkers van nu. Ze moeten het zich herinneren en deze ervaring doorgeven aan hun werkmakkers, aan de jongere maar ook aan de oudere.

De ouderen dragen in zich immers een geweldige ervaring van de arbeidersklasse, die van Mei ’68. Deze beweging toont de capaciteit van de arbeidersklasse om de strijd uit te breiden,  stap voor stap, van fabriek naar fabriek, van stad naar stad. De arbeiders, die vandaag de dag met pensioen zijn, moeten deze pagina van de geschiedenis vertellen. Vanaf 1967 ging de economische situatie van Frankrijk serieus achteruit, waardoor de arbeidersklasse tot strijd werd aangezet. Vanaf het begin van 1967 vonden belangrijke confrontaties plaats in Bordeaux (in de Dassault vliegtuigfabriek), in Besançon en in de regio Lyon (staking met bezetting in Rhodia, staking in Berliet), in de mijnen van Lotharingen, in de scheepswerven van Saint- Nazaire, in Caen. Deze stakingen waren een voorbode van wat er in het midden van de maand mei 1968 in het hele land zou gebeuren. We kunnen niet zeggen dat het als een donderslag bij heldere hemel kwam. Tussen 22 maart en 13 mei 1968 leidde de brute repressie van de studenten tot een toenemende mobilisatie van de arbeidersklasse, gedragen door haar instinctieve impulsen van solidariteit. In Nantes, veertien mei, lanceerden jonge arbeiders een stakingsbeweging. Op vijftien mei wint de beweging de Renault-fabriek van Cléon (Normandië) voor zich, alsook twee andere fabrieken in deze regio. Op zestien mei voegen de andere fabrieken van Renault zich bij de beweging bij, rode vlaggen wapperden in Flins, Sandouville en Le Mans[v]. De deelname van Renault-Billancourt[vi]in de strijd was dan ook een signaal: het was de grootste fabriek van Frankrijk (35.000 arbeiders) en dat was het al lange tijd. Er bestaat daarom de uitspraak: "als Renault niest, wordt Frankrijk verkouden”. Op zeventien mei begon de staking heel Frankrijk te beslaan. Het was een totaal spontane beweging. Overal stonden jonge arbeiders op de voorgrond. Er waren geen precieze eisen: het was een algemeen ongenoegen dat zich uitdrukte. Op dertien mei bracht een grote betoging van negen miljoen mensen op straat. Dat is een werkelijke tsunami! Op 18 mei waren er een 1 miljoen stakers. Op 22 mei waren er acht miljoen. Het was daarmee de grootste staking uit de geschiedenis van de internationale arbeidersklasse. Alle sectoren waren erbij betrokken: de industrie, het transportwezen, de energiesector, de post en de telecomsector, het onderwijs, de verschillende overheden, de media, de onderzoekslaboratoria, enzovoort. In de loop van deze periode waren de faculteiten van de universiteit, evenals bepaalde publieke gebouwen zoals het Odéon-theater in Parijs, de straten, de werkplekken, een plaats voor permanente politieke discussie. “Wij praten met elkaar en we luisteren naar elkaar" werd een slogan.

Dezelfde behoefte aan solidariteit beweegt vandaag de dag de arbeidersklasse. Hoeveel keren hebben we in de optochten niet slogans als deze gehoord: “Het is allen tezamen dat we moeten strijden”, of nog “het is niet louter voor ons dat we strijden, maar ook voor alle andere sectoren en voor de komende generaties.” Het enthousiasme om samen te komen, allemaal samen, op straat, elke week, om te betogen, om een te zijn en solidair, over alle grenzen van de sectoren, en de bedrijven heen, getuigt hiervan. Na een decennium van sociale levenloosheid kon de huidige beweging niet meer zijn dan een eerste stap op een lange weg die leidt naar massale strijd. Om deze volgende stappen te realiseren, om te slagen in het opbouwen van een krachtsverhouding tegen de regering, om een halt te roepen aan haar aanvallen, zal het nodig zijn om niet in te val te trappen van de staking "bij volmacht" en er voor te zorgen om de beweging vanaf het begin uit te breiden naar alle sectoren, om zelf de strijd in eigen hand te nemen, om ons zelf te organiseren, en om samen te komen in algemene vergaderingen, massaal, soeverein en autonoom, om daar te debatteren en beslissingen te nemen, om te strijden in de hoedanigheid als klasse. De huidige beweging, ondanks al zijn zwakheden, draagt in zich de kiemen van deze toekomstige dynamiek, want ze heeft op de voorgrond van het maatschappelijk toneel gebracht dat alle arbeiders dezelfde uitbuiting ondergaan, dezelfde aanvallen, en bovenal, dat ze samen hun strijd kunnen voeren, gedreven door dezelfde behoefte aan eenheid en aan solidariteit.

            Meer dan ooit behoort de toekomst aan de klassenstrijd!

            Claudine, / 2020.01.13. (oorspronkelijk gepubliceerd in het Frans op de website)

 

 

[i]Société nationale des chemins de fer français is het staatsbedrijf dat de nationale en internationale treinlijnen in Frankrijk uitbaat.

[ii]Régie Autonome des Transports Parisiens is het regionaal vervoersbedrijf van de stad Parijs dat o.a. metro’s, trams en bussen aanbiedt binnen Île-de-France, de hoofdstedelijke regio van Frankrijk.

[iii]Een wet die werd voorgesteld door deze regering en bovenstaande president om een nieuw soort arbeidsstatuut te creëren waardoor arbeiders onder de zesentwintig “gemakkelijker”, d.w.z. met minder bescherming tegen ontslag, zouden kunnen worden aangenomen.

[iv]De Confédération Générale du Travail is een belangrijke Franse vakbond die sterk wordt beïnvloed door de stalinistische Parti Communiste Français.

[v]Drie gemeenten in Frankrijk waar zich indertijd Renault-fabrieken bevonden.

[vi]Een andere fabriek van Renault in de gemeente Billancourt, nabij Parijs.

Historische gebeurtenissen: 

Rubric: 

Stakingen tegen pensioenhervorming In Frankrijk