Uitholling van koopkracht, werkdruk en bestaansonzekerheid: Enkel solidariteit en strijd als één klasse kan een dam opwerpen

Printvriendelijke versie

De prijzen swingen de pan uit! De inflatie steeg op 1 maart al tot 3,64%, dit is het hoogste pijl in zestien jaar. De privé-consumptie via de winkelverkopen daalt al drie maanden op rij meer dan waar ook in Europa. Dit verlies aan koopkracht treft gans de arbeidersklasse. Lonen, uitkeringen en pensioenen dalen in waarde. Het belangrijkste gevolg daarvan is dat steeds bredere lagen van de bevolking verder in armoede wegzinken.

De prijzen swingen de pan uit! De inflatie steeg op 1 maart al tot 3,64%, dit is het hoogste pijl in zestien jaar. De privé-consumptie via de winkelverkopen daalt al drie maanden op rij meer dan waar ook in Europa. Dit verlies aan koopkracht treft gans de arbeidersklasse. Lonen, uitkeringen en pensioenen dalen in waarde. Het belangrijkste gevolg daarvan is dat steeds bredere lagen van de bevolking verder in armoede wegzinken (1).
"Een grote mobilisatie van de arbeiders en het ontwikkelen van solidariteit zijn meer dan ooit noodzakelijk" schreven we op de vooravond van de nationale vakbondsbetoging ter verdediging van de koopkracht van 15 december want enkel de strijd als één klasse kan een dam hiertegen opwerpen.  "Des te meer omdat de stijgende kosten van levensonderhoud en afnemende leefkwaliteit, samengaand met een toenemende beeld van chaos en onverantwoordelijkheid van de politici, onder de arbeiders de laatste weken steeds meer een gevoel van onvrede heeft gevoed. Tegelijk neemt het aantal geïsoleerde stakingen tegen rationalisaties, ontslagen en loonsdalingen toe [...]. Deze tendens tot toenemende woede en strijdbaarheid was duidelijk voelbaar tijdens de betoging van 15 december" (2). Om dit aanwakkerende ongenoegen te sussen sprongen de vakbonden in de bres en organiseerden ze deze manifestatie onder het moto: “Redt de koopkracht en de solidariteit” vlak voor het kerstverlof. Eenmalig en zonder vervolg waarbij de arbeidersklasse werd opgeroepen tot het verdedigen van een valse nationale solidariteit (‘Neen aan de splitsing van de sociale zekerheid’) en de verdediging van de staat, die net zelf mee aan de basis ligt van de soberheid. We concludeerden: "Achter alle grootspraak over de noodzaak een halt toe te roepen aan de daling van de koopkracht is het de vakbonden er overduidelijk niet om te doen tot strijd aan te sporen, maar om het voortouw te nemen, om het sociaal terrein te bezetten en iedere mogelijkheid van ontwikkeling of uitbreiding in te kapselen en te ontmoedigen." (2).
Het duurde niet lang of de arbeidersklasse liet zien dat ze de strijdbijl nog lang niet had begraven zoals de vakbonden en met hen de hele bourgeoisie gehoopt hadden.

De druk op de ketel ligt te hoog


Wat midden januari spontaan begon als een lokaal sociaal conflict bij een toeleverancier van Ford Genk voor "1 euro meer" is in de kortste keren uitgegroeid tot een ware stakingsgolf voor meer koopkracht die tot op heden nog niet is uitgeraasd. Dezelfde arbeiders die zo onder druk stonden bij de herstructureringen bij Ford, Opel  of VW staken het vuur aan de lont. Eerst sloeg de spontane eisenbeweging over naar Ford Genk zelf en zowat alle bedrijven in de nabije omgeving en vervolgens naar heel de provincie Limburg en de metaalsector. De golf van wilde stakingen dijde zich stilaan uit naar de andere bedrijfstakken en  provincies vooral in het Vlaamse landsgedeelte en Brussel. Begin maart tellen we reeds "honderden andere bedrijven, en sinds enkele dagen ook de ambtenaren van de Vlaamse overheid" (De Standaard (DS), 07.03.2008) die geconfronteerd worden met eisenbundels bovenop de lopende overeenkomsten. Vakbonden en werkgevers kanaliseren telkens de eisen in de richting van eenmalige premies en resultaatsgebonden loonbonussen om de brandhaarden te blussen. In de meeste gevallen is het zelfs zo dat de werkgevers de sociale vrede proberen af te kopen om de stakingsgolf te stoppen vooraleer de arbeiders effectief tot actie overgaan. "Omdat ze zelf af te rekenen hebben met plots oplaaiend protest, maar meer nog omdat ze te allen prijze een wilde staking willen vermijden en mogelijke onrust dus liever vooraf afkopen" (Interview met H. Jorissen, voorzitter van de Vlaamse metaalbond van het ABVV in De Morgen (DM), 02.02.2008) Want als een rode draad door heel de beweging "is dat het niet gaat om stakingen die door de vakbonden georganiseerd werden, maar om wilde stakingen. Het is de basis die in opstand komt, en het zijn de vakbonden die proberen om te bemiddelen." (Eén van de getuigenissen op het discussieforum van DS over de stakingsgolf).
Dagelijks duiken nieuwe looneisen op. Maar reeds van bij het begin schoven de stakers zowat overal naast de looneisen ook andere eisen naar voren zoals de klachten over een te hoge werkdruk en de eis tijdelijke contracten om te zetten in vaste banen. Deze verbreding van de eisenbundel werkte duidelijk de uitbreiding van de beweging in de hand. Vooral in de eerste weken verrast door de spontane uitbarsting was dit het geval omdat de vakbondsapparaten nog onvoldoende vat hadden op de eisen.
Bovendien versterkte deze spontane stakingsgolf op zijn beurt het vertrouwen bij de arbeiders om ook voor 'andere' directe eisen spontaan in actie te gaan, nog uitgesprokener dan dit het geval was in de periode voor de hoger genoemde vakbondsmanifestatie van 15 december. Zo zagen we, naast een resem belangrijke stakingsbewegingen in het vakbondskader (zoals bij Electrabel, Sonaca en de brandweer), onder meer wilde stakingsacties op gang komen  bij de petrochemiereus BP rond herstructurering en arbeidsvoorwaarden en waar het patronaat opriep de "ongecontroleerde akties te stoppen en het sociaal overlegmodel te volgen", bij de 240 werknemers bij het logistieke bedrijf Ceva tegen afdankingen en bij De Post in Mortsel tegen de onderbezetting en de tijdelijke contracten, "als het in Mortsel tot harde acties komt, vrees ik dat [...] De andere kantoren zullen dan wellicht volgen. We willen dat uiteraard vermijden" (Ludo Gauwloos sectorafgevaardigde van de ambtenarenvakbond ACOD Antwerpen in DS).  Verder zijn er nog onvoorziene werkonderbrekingen bij de bus- en trambestuurders van De Lijn rond arbeidsvoorwaarden en pauzes en de NMBS…
De staking bij de kippenslachterij Lintor tenslotte is een ander voorbeeld van de groeiende solidariteit in de arbeidersklasse, onmiskenbaar gestimuleerd door de strijdbaarheid, de vastberadenheid en het groeiend vertrouwen in eigen kracht van de arbeiders in de andere strijdhaarden. Dit bedrijf dat uitsluitend met arbeiders van vreemde oorsprong werkt en met veel interims uit China en Polen, ging als een blok in staking en toonde hiermee in de praktijk dat contractuele verdelingen, taal, origine of ras geen onoverkoombare barrières vormen voor de arbeidersklasse. Zij eisten een correcte toepassing, net zoals voor alle arbeiders, van beloning en vergoedingen.

Dalende koopkracht: Mythe, perceptie of realiteit?


"De Belgische consument moet zich de komende maanden aan de grootste algemene prijsstijging sinds begin de jaren 1990 verwachten. Zegt het Federaal planbureau" (DS, 01.03.2008). Toch durft een deel van de bourgeoisie beweren dat het verlies van koopkracht 'slechts een mythe of beter gezegd een perceptie is en geen realiteit'. Ze benadrukt dat de ‘reële koopkracht van alle Belgen samen nog gestegen is’. De ondernemersorganisatie Unizo gewaagt van 'koopkrachthysterie'. Gouverneur Guy Quaden van de Nationale Bank waarschuwt voor ongecontroleerde loonsstijgingen die de inflatie zullen aanwakkeren en waarbij banen zullen verloren gaan, hierin bijgesprongen door veel directies van bedrijven. De Ford directie stuurde in een niet mis te verstane bedreigende toon een brief aan al zijn werknemers. Ook de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka noemt de stakingsacties een avontuur die de economie in gevaar brengt. Verschillende kranten-editorialen titelen "stakingen voor meer loon zijn geen goed idee". Deze reacties dateren vooral uit de eerste weken van januari.
Maar de dagelijkse realiteit toont de druk waaronder de meeste arbeidersgezinnen leven: "De gemiddelde Belg werkt zichzelf steeds dieper in de schulden" ( jaarrapport van de kredietcentrale van de nationale bank), 4,7 miljoen Belgen lenen of kopen op krediet, aankopen op afbetaling stegen met 75% over de laatste 5 jaar. "Belg zit op tandvlees als factuur binnenkomt" bevestigt de directeur van Datassur (centrale databank van de verzekeraars). Want het aantal Belgen die werden opgezegd voor hun auto- of brandverzekering wegens wanbetaling is opnieuw fors gestegen tot bijna 40.000.
Na energieproducten zijn het vooral de voedingprijzen, gas en elektriciteit die pijlsnel de hoogte ingaan. Stroom en gas worden in 2008 gemiddeld 300 euro duurder per gezin. De roep naar een bijkomende, netto loonsverhoging, bovenop de automatische indexering in de stakingsbeweging laat duidelijk verstaan dat de loonindexering niet volstaat om deze dalende koopkracht op te vangen. Veel voedselprijzen, basisproducten en petroleumproducten zijn zelfs niet meer opgenomen in de prijzenindex, maar wel prijzen van Porches en andere luxeproducten, die dan weer lichtjes in prijs gedaald zijn en de index drukken en zo een vertekend beeld geven. Het is veelzeggend te horen dat "OCMW's ons melden dat mensen ook meer en meer dagelijkse goederen, zoals eten en kledij, op krediet kopen" (Koen Steel, voorzitter van de Kristelijke Werknemersbeweging, DM, 18.01.2008). Trouwens "Pensioen-spaarders nu al 600 euro armer", "Historisch verlies op de beurs " (DS, 01.02 en 22.01.2008) waren niet toevallig andere titels op de eerste pagina van de kranten in dezelfde periode van sociale onrust die naast het verlies aan koopkracht, het verlies onderlijnden van de zuurverdiende spaarcenten (3).
"'t Is perceptie, mijnheer" zo wordt herhaaldelijk in de media gezegd. En intussen blijft de druk op de werknemers en het sociaal klimaat aanhouden: De onzekerheid en precariteit van vele tijdelijke en interim-contracten; de toenemende willekeur, de stress en vermoeidheid door het slopende karakter van de druk voor meer productiviteit en efficiëntie, in kaart gebracht in vernuftige tabellen van processen en getimed per taak of zelfs geteld in fracties van seconden; de strijd tegen het zogenaamde absenteïsme; de toenemende armoede bij steeds grotere lagen van de bevolking; doe daar nu bovenop de prijsstijgingen van basisproducten en dan begrijpt men maar al te goed waarom het algemeen gebrek aan toekomstperspectief versterkt wordt. Dat is de prangende realiteit! En dan spreken we nog niet over de gevolgen van de 3,5 miljard nieuwe bezuinigingen die de nieuwe regering van Leterme moet vinden voor zijn federale begroting 2007 en 2008 uit het rood te halen.
Naast de verwijten, waarschuwingen en intimidaties probeert de bourgeoisie ook zand in de ogen te strooien: het dienstencheque-veld zou uitgebreid worden, de uitkering van 400.000 werklozen zou stijgen met ongeveer 7% (2% index + 5% aanpassing wegens verlies aan welvaartsvastheid, wat uiteindelijk nog lager uitkomt dan de uitkeringen in de jaren negentig), ook de laagste pensioenen, die onder de armoedegrens liggen worden wat opgetrokken en er komen wat subsidies uit het stookoliefonds om voor enkelen de verwarmingfactuur te helpen betalen. Kruimels!
Dus, mijne heren, u hebt wel gelijk dat de prijsstijgingen van dagelijkse basisproducten de druppel is die de emmer doet overlopen, als u dat bedoelt met perceptie dan is het antwoord volmondig ja. Dat is de grens van wat nog aanvaard wordt en wat niet.

De smerige rol van de vakbonden


Wanneer de bourgeoisie verplicht werd in honderden bedrijven concessies te doen, is dat tenslotte omdat de arbeiders in vele tientallen bedrijven zich niet laten intimideren of sussen en de strijd aangaan. Ook de klassieke methodes van verdeling, per bedrijf, corporatie, sector, statuut, privé of publiek, werkloos of actief of gepensioneerd, jong of oud, regio … of wat er nog allemaal in het arsenaal van de verdeel- en heers-tactieken zit schenen minder vat te hebben. Alle arbeiders, werkenden, werklozen, gepensioneerden, studenten kunnen zich immers terugvinden in deze bewegingen tegen de uitholling van de koopkracht, de werkdruk en de instabiliteit van aangeboden contracten.
Om een verdere uitbreiding en vooral een eenmaking te vermijden schakelde de bourgeoisie zeer snel haar vakbonden in en moest de schade ingedijkt worden: verdere uitbreiding vooral naar de strijdbare Waalse industriebekkens vermijden door mediastilte vooral in de Franstalige pers, de strijdbaarheid als het moet tijdelijk afkopen en door vakbondsinkadering de eisen kanaliseren en de controle uit handen van de arbeiders halen.
Enkele staaltjes, die geen verdere commentaar behoeven, van de smerige rol die de vakbonden hierbij spelen: Toen de staking bij de toeleverancier van Ford spontaan uitbrak: "Onze man ter plaatse haaste zich om snel te onderhandelen, want iedereen wil altijd vermijden dat ook het groot fabriek, Ford dus, plat gaat. Na een uur krijg ik telefoon: Herwig, dit loopt fout." (H. Jorissen, voorzitter van de Vlaamse metaalbond van het ABVV in DM 2/2). De directie bij Ford roept de vakbond op snel te reageren om de controle over te nemen en dat zij desnoods wel betalen. "Achter de schermen lieten de délégués bij Ford Genk bij herhaling verstaan de spontane roep naar meer loon 'te begrijpen', maar tegelijk 'geen goede zaak voor het bedrijf te vinden'." (DS 22/01) "Geloof mij, wij hebben alles geprobeerd om de schade te beperken. Onze afgevaardigden in Genk weten welke inspanningen er zijn geleverd om Ford te redden, vijf jaar geleden. En vorig jaar in april heb ik iedereen over mij heen gekregen toen ik als enige, (nadrukkelijk) als énige, tegengas heb gegeven tijdens een gelijkaardige staking over lonen en werkdruk bij de toeleveranciers van Ford. Toen heb ik de stakers gezegd dat ze de verkeerde keuze maakten. Ook nu lopen we als vakbond niet voorop en organiseren we geen stakingen." (Herwig Jorissen, in DS, 02.02.2008) "Bij de staking bij de Fordtoeleveraars heeft ABVV'er Tony Castermans, als enige hardop gezegd: 'hier ben ik niet gelukkig mee.' Bij de staking bij Sabca heeft ABVV'er Johnny Fransen het voorstel van de sociale bemiddelaar zelf aanvaard en de tekst niet ter stemming voorgelegd aan de arbeiders. Net om de situatie onder controle te houden." (H. Jorissen, in DM, 02.02.2008)
Het is door de vakbondsinkadering tenslotte dat de eis voor '1 euro meer per uur' kon omgebogen worden. Agoria, de werkgeversfederatie van de metaalsector, adviseerde onmiddellijk zijn leden-bedrijven om de looneisen snel af te kopen door de toekenning van een eenmalige premie, als toepassing van de loonbonus. Deze onlangs ingevoerde loonbonus, als dank voor de behaalde of nog te behalen productieverhoging (sic!) is immers fiscaal aantrekkelijk en wordt later terug gecompenseerd in de centrale loononderhandelingen. Ook de clausules van de loonnorm blijven van kracht om de extra maatregelen af te zwakken zoals deze verklaring van vakbondsman Jorissen bevestigen: "Om te bewijzen dat de vakbonden heel redelijk zijn: in de metaalsector bestaat er een saldomechanisme. Concreet: als er dit jaar een niet-geplande extra loonindexering zou komen, verdwijnt het laatste deel van de nettoloonsverhoging uit de cao. Wij kunnen boven de loonnorm gaan door de index, maar niet met andere vormen van loonsverhoging. We pleiten dus niet zomaar voor een cumulatie van alle mogelijke loonsverhogingen."  (H. Jorissen, in DS, 02.02.2008).

De controle over de strijd in eigen handen houden


"Om massaal en verenigd met alle arbeiders in strijd te gaan, onmisbaar door het onvermijdelijke verder zetten van de aanvallen, moet er lering worden getrokken uit de sabotage door de vakbonden. En één van de belangrijkste lessen bestaat er uit dat om doelmatig strijd te leveren, om verenigd en solidair de handschoen op te nemen door steeds meer te proberen de strijd  uit te breiden, de arbeiders alleen op eigen kracht kunnen rekenen. Zij hebben geen andere keus dan de strijd in eigen hand te nemen en alle valkuilen te ontwijken, al de manoeuvres ter verdeling en sabotage door de vakbonden" (2).
De stakingsbeweging toont aan dat de arbeiders niet langer op de vakbondsspecialisten van het geheime ‘onderhandelen’ mogen vertrouwen om hun strijd te leiden. Allemaal samen moeten de arbeiders die in beweging zijn beslissen over hoe de strijd te voeren. De Algemene Vergaderingen (AV) die door de vakbonden geleid worden mogen zich er niet langer mee tevreden stellen voor of tegen het voortzetten van de staking te stemmen zonder dat daar een reëel debat aan voorafgaat en een simpele registratiekamer te zijn.
 - De AV is het soevereine orgaan van de strijd. In die zin moeten de stakingscomités die tot taak hebben de beslissingen van de AV in praktijk te brengen verkozen worden door de algemene vergadering op basis van een mandaat en onder haar controle blijven. Ze moeten garant staan tegen alle gekonkel door de vakbonden.
- De AV’s moeten discussiëren over het uitsturen van massale delegaties naar andere ondernemingen om er de betekenis van hun strijd uit te leggen en de arbeiders van andere sectoren op te roepen tot actieve solidariteit en niet enkel rekenen op een 'spontane', automatische, passieve uitbreiding van hun strijd.
- De uitbreiding van de strijd moet onmiddellijk ondernomen worden, vanaf de eerste dagen van de beweging, om te verhinderen dat de vakbonden met hun manoeuvres de beweging binnen een sector of regio opsluiten in een apart onderhandelingsmechanisme en aparte eisen. Om de strijd uit te breiden moeten de arbeiders verenigende eisen centraal stellen, die gemeenschappelijk zijn voor iedereen en dat was waar vandaag de bourgeoisie juist zo bevreesd voor was. De algemene vergadering moeten dus onmiddellijk een eisenplatform uitwerken dat leidt tot de grootst mogelijke eenheid en solidariteit.

Het perspectief ligt in de ontwikkeling van de arbeidersstrijd


De kruimels die de bourgeoisie vandaag uitdeelt worden later teruggenomen. Maar de ergste nederlaag zou erin bestaan niet in beweging te komen. Hoe meer de arbeidersklasse haar rug kromt en toegeeft aan intimidatie, hoe meer de bourgeoisie de handen vrij heeft om aan te vallen en te onderdrukken. "bijna 40 jaar openlijke crisis en aanvallen op de levensvoorwaarden van de arbeidersklasse, met name de groei van de werkloosheid en van de onstabiele, onzekere jobs, hebben de illusies over 'morgen wordt het beter' weggeveegd : de oudere generaties zowel als de nieuwe zijn zich steeds meer bewust van het feit dat 'morgen de dingen nog erger zullen zijn'" (4).
Wat ook de beperkingen mogen zijn in deze stakingsgolf, de lessen die hieruit kunnen worden getrokken zijn uiterst belangrijk voor de toekomst: om de strijd tegen de steeds driestere aanvallen van patronaat en regering met succes te kunnen voeren, moet de arbeidersklasse voor alles verder gaan met het opbouwen van haar zelfvertrouwen en haar solidariteit, haar strijd niet enkel gelijktijdig voeren, zoals ze dat vandaag doet, maar vooral deze strijd eenmaken, doen aaneensluiten en als een geheel beschouwen, het vertrouwen terugwinnen in haar eigen krachten en haar zeer reële vermogen (dat al zo vaak in het verleden bewezen werd) om haar strijd en haar lot in eigen handen te nemen. De ware kracht van de arbeiders ligt in hun solidariteit tegenover alle pogingen om hen te verdelen, en in de ontwikkeling van hun strijd, in de weigering de wet van het kapitaal te aanvaarden. De gebeurtenissen in België zijn bemoedigend en liggen volledig in het kader van de internationale heropleving van de arbeidersstrijd: Van Egypte tot Dubai, van Peru tot Venezuela, van Turkije tot Rusland, van Spanje tot Finland en van Duitsland tot Frankrijk tegenover dezelfde aanhoudende aanvallen door het kapitaal op hun arbeids- en levensvoorwaarden.

Lac / 10.03.08

(1) zie Internationalisme, nr. 334 over armoede
(2) Internationalisme, nr. 335, 14.12.2007
(3) zie artikels over de crisis in dit blad
(4) Resolutie over de Internationale situatie van het zeventiende internationale congres van de IKS, Mei 2007, Internationale Revue (Nederlandstalige uitgave), nr. 20 (verschijnt mei 2008)

Territoriale situatie: