Resolutie over de internationale situatie

Printer-friendly version

Deze resolutie ligt in het verlengde van het rapport over de ontbindingvan het 22e Congres van de IKS, de resolutie over de internationale situatie van het 23e Congres, en het rapport over de pandemie en de ontbinding van het 24e Congres. Het is gebaseerd op de stelling dat het verval van het kapitalisme niet alleen verschillende stadia of fasen doorloopt, maar dat we sinds het einde van de jaren 1980 de laatste fase, de fase van de ontbinding, hebben bereikt; voorts dat de ontbinding zelf een geschiedenis heeft, en een centraal doel van deze teksten is het theoretische kader van de ontbinding te ‘toetsen’ aan de hand van de ontwikkeling van de situatie in de wereld. Zij hebben aangetoond dat de belangrijkste ontwikkelingen van de laatste drie decennia inderdaad de geldigheid van dit kader hebben bevestigd, zoals blijkt uit de verergering van het ‘ieder voor zich’ op internationaal niveau, de ‘terugslag’ van de verschijnselen van ontbinding naar de centrale landen van het wereldkapitalisme door de groei van het terrorisme en de vluchtelingencrisis, de opkomst van het populisme en het verlies van politieke controle door de heersende klasse, de voortschrijdende verrotting van de ideologie door de verspreiding van het zoeken naar zondebokken, het religieus fundamentalisme en samenzweringstheorieën. En zoals de fase van ontbinding de geconcentreerde uitdrukking is van alle tegenspraken van het kapitaal, vooral in het tijdperk van verval, zo is de huidige Covid-19 pandemie concentraat van alle belangrijke manifestaties van de ontbinding, en een actieve factor in de versnelling ervan.

De laatste fase van het verval van het kapitalisme en de versnelling van de chaos

1. De Covid-19 pandemie, de eerste van een dergelijke omvang sinds de uitbraak van de Spaanse griep in 1918, is het belangrijkste moment in de evolutie van de kapitalistische ontbinding sinds deze periode in 1989 definitief zijn intrede deed. Het onvermogen van de heersende klasse om het daaruit voortvloeiende dodental van tussen de 7 en 12 miljoen te voorkomen, bevestigt dat het kapitalistische wereldsysteem, aan zichzelf overgelaten, de mensheid meesleurt naar de afgrond van barbarij, naar zijn ondergang; en dat alleen de proletarische wereldrevolutie deze neerwaartse spiraal kan stoppen en de mensheid naar een andere toekomst kan leiden. 

2. De IKS staat min of meer alleen in de verdediging van de theorie van de ontbinding. Andere groepen van de Kommunistische Linkerzijde verwerpen deze volledig, hetzij, zoals in het geval van de bordigisten, omdat zij niet aanvaarden dat het kapitalisme een systeem in verval is (of in het beste geval inconsequent en dubbelzinnig zijn op dit punt); of, zoals in het geval van de Internationalistische Communistische Tendens, omdat het spreken over een ‘ laatste’ fase van het kapitalisme veel te apocalyptisch zou klinken, of nog omdat de definiëring van de ontbinding als een afglijden in chaos afwijkt van het materialisme, dat in hun ogen de wortels van elk verschijnsel zoekt in de economie en vooral in de tendens van de dalende winstvoet. Al deze stromingen lijken voorbij te gaan aan het feit dat onze analyse in continuïteit is met het platform van de Kommunistische Internationale in 1919, die niet alleen benadrukte dat de imperialistische wereldoorlog van 1914-18 de intrede van het kapitalisme aankondigde in het “tijdperk van de ontbinding van het kapitalisme, van zijn innerlijke aftakeling. Het tijdperk van de kommunistische revolutie van het proletariaat” maar ook benadrukte dat “de oude kapitalistische ‘orde’ heeft opgehouden te bestaan; haar verdere bestaan is uitgesloten. Het eindresultaat van de kapitalistische produktiewijze is chaos. Deze chaos kan alleen worden overwonnen door de productieve en meest talrijke klasse - de arbeidersklasse. Het proletariaat moet een echte orde scheppen  – de kommunistische orde”.

Het drama waarmee de mensheid geconfronteerd werd was dus inderdaad gesteld in termen van orde tegenover chaos. En de dreiging van een chaotische ineenstorting werd in verband gebracht met “de anarchie van de kapitalistische produktiewijze”, met andere woorden, met een essentieel aspect in het systeem zelf. Volgens het marxisme brengt het kapitalistische systeem, op een kwalitatief hoger niveau dan elke voorafgaande produktiewijze, met zich mee dat de produkten van menselijke arbeid een vreemde macht wordt die boven en tegenover zijn scheppers staat. Het verval van het systeem, met zijn onoplosbare tegenstellingen, wordt gekenmerkt door een nieuwe spiraal in dit verlies van controle. En zoals het Platform van de Comintern uitlegt, leidt de noodzaak om te proberen de kapitalistische anarchie binnen elke natiestaat te overwinnen - door monopolie en vooral door staatsinterventie - deze alleen maar naar nieuwe hoogten op wereldschaal, culminerend in de imperialistische wereldoorlog. Hoewel het kapitalisme dus op bepaalde niveaus en in bepaalde fasen zijn aangeboren neiging tot chaos kan beteugelen (bijvoorbeeld door de mobilisatie voor de oorlog in de jaren 1930 of de periode van economische bloei die op de oorlog volgde), is de meest fundamentele tendens die volgens de Comintern het nieuwe tijdperk kenmerkte deze naar de ‘interne desintegratie’.

3. Terwijl het Manifest van de Comintern sprak over het begin van een nieuw ‘tijdperk’, waren er binnen de Comintern tendensen om de catastrofale situatie van de na-oorlogse wereld te zien als een laatste crisis in onmiddellijke zin en niet als een heel tijdperk van catastrofes dat vele tientallen jaren zou kunnen duren. En dit is een fout waarin revolutionairen vele malen zijn vervallen - niet alleen door fouten in hun analyses, maar ook omdat het niet mogelijk is om met zekerheid het exacte moment te voorspellen waarop een grote verandering op historisch niveau zich voordoet. Dergelijke vergissingen deden zich bijvoorbeeld voor in 1848, toen het Kommunistisch Manifest al verkondigde dat het omhulsel van het kapitaal te eng was geworden om de productiekrachten te bevatten die het in beweging had gezet; in 1919-20 met de theorie van de op handen zijnde ineenstorting van het kapitaal, die met name door de Duitse Kommunistische Linkerzijde was ontwikkeld; of opnieuw, in 1938, met Trotski's opvatting dat de productiekrachten hadden opgehouden te groeien. De IKS zelf heeft ook het vermogen van het kapitalisme onderschat om zich op zijn eigen manier uit te breiden en te ontwikkelen, zelfs in een algemene context van voortschrijdend verval, met name in het geval van het stalinistische China na de ineenstorting van het Russische blok.

Deze fouten zijn echter het gevolg van een immediatitische (kortzichtige) interpretatie van de kapitalistische crisis, niet van een inherente fout in de theorie van het verval zelf, die het kapitalisme in deze periode eerder ziet als een toenemende belemmering op de ontwikkeling van de produktiekrachten dan als een absolute barrière voor deze ontwikkeling. Maar het kapitalisme is al meer dan een eeuw in verval, en de erkenning dat we de grenzen van het systeem bereiken is volkomen in overeenstemming met het inzicht dat de economische crisis, ondanks ups en downs, in wezen permanent is geworden; dat de middelen van vernietiging niet alleen een zodanig niveau hebben bereikt dat ze al het leven op de planeet kunnen vernietigen, maar ook in handen zijn van een steeds instabielere wereld ‘orde’; dat het kapitalisme een planetaire ecologische ramp heeft teweeg gebracht die zijn weerga niet kent in de geschiedenis van de mensheid. Kortom, de erkenning dat wij ons inderdaad in de latste fase van het verval van het kapitalistisme bevinden, is gebaseerd op een nuchtere beoordeling van de werkelijkheid. Nogmaals, dit moet worden gezien vanuit een historisch en niet vanuit een dagelijks perspectief. Maar het betekent wel dat deze laatste fase onomkeerbaar is en dat er geen andere uitweg is dan het kommunisme of de vernietiging van de mensheid. Dit is het historische alternatief van onze tijd.

4. De Covid-19 pandemie is, in tegenstelling tot de door de heersende klasse gepropageerde opvattingen, geen zuiver ‘natuurlijke’ gebeurtenis, maar het resultaat van een combinatie van natuurlijke, sociale en politieke factoren, die allemaal verband houden met de werking van het kapitalistische systeem in verval. Het ‘economische’ element is hier meer bepaald van cruciaal belang, en opnieuw op meer dan één vlak. Het is de economische crisis, de wanhopige jacht op winst, die het kapitaal ertoe heeft aangezet om elk deel van de wereldoppervlakte binnen te dringen, om zich meester te maken van wat Adam Smith de ‘vrije gift’ van de natuur noemde, waarbij de overblijvende toevluchtsoorden voor het wilde leven worden vernietigd en het risico van zoönosen enorm wordt verhoogd. De financiële crash van 2008 heeft op zijn beurt geleid tot een drastische vermindering van de investeringen in onderzoek naar nieuwe ziekten, in medische apparatuur en behandeling, waardoor de dodelijke impact van het Coronavirus exponentieel is toegenomen, een situatie die nog is verergerd door massale aanvallen op de gezondheidsstelsels (vermindering van het aantal bedden en ziekenhuispersoneel, enz.), die ten tijde van de pandemie overbelast waren.

En de intensivering van de ‘ieder voor zich’-concurrentie tussen bedrijven en naties op wereldvlak heeft de verstrekking van beschermingsmateriaal en vaccinaties ernstig vertraagd. En in tegenstelling tot de utopische hoop van bepaalde delen van de heersende klasse, zal de pandemie geen aanleiding vormen voor een meer harmonieuze wereldorde wanneer zij eenmaal weer onder controle is. Niet alleen omdat deze pandemie waarschijnlijk slechts een waarschuwingsignaal is voor nog ergere pandemieën die eraan komen, aangezien de fundamentele omstandigheden die haar hebben veroorzaakt niet door de bourgeoisie kunnen worden aangepakt, maar ook omdat de pandemie de economische recessie in de wereld, die al opdoemde voordat de pandemie toesloeg, aanzienlijk heeft verergerd. Het resultaat zal het tegendeel van harmonie zijn, aangezien nationale economieën elkaar de keel zullen doorsnijden in de strijd om slinkende markten en hulpbronnen. Deze verscherpte concurrentie zal zeker op militair niveau tot uiting komen. En de ‘terugkeer naar de normale situatie’ van de kapitalistische concurrentie zal een nieuwe last leggen op de schouders van de uitgebuitenen in de wereld, die het gelag zullen moeten betalen van de pogingen van het kapitalisme om een deel van de gigantische schulden terug te vorderen die het heeft opgebouwd in zijn pogingen om de crisis te beheersen.

5. Geen enkel land kan pretenderen een model te zijn voor de aanpak van de pandemie. Dat sommige Aziatische landen er aanvankelijk in slaagen de pandemie beter het hoofd te bieden (ook al hebben landen als China de cijfers en de ware omvang van de epidemie vervalst), is te danken aan hun ervaring met het omgaan van pandemieën op sociaal en cultureel vlak, aangezien dit continent historisch gezien de voedingsbodem is geweest voor het ontstaan van nieuwe ziekten, en vooral omdat deze landen de middelen, instellingen en coördinatieprocedures in stand hebben gehouden die tijdens de SARS-epidemie in 2003 in het leven waren geroepen,. De verspreiding van het virus op wereldvlak, de internationale voortbrenging van nieuwe varianten, stellen het probleem meteen op het vlak waar de onmacht van de bourgeoisie het duidelijkst aan het licht komt, met name haar onvermogen om een eensgezinde en gecoördineerde aanpak te volgen (zoals blijkt uit de recente mislukking van het voorstel om een verdrag ter bestrijding van pandemieën te ondertekenen) en om ervoor te zorgen dat de hele mensheid de bescherming van vaccins krijgt. 

6. De pandemie, een produkt van de ontbinding van het systeem, openbaart zich dus als een formidabele kracht in de verdere versnelling van deze ontbinding. Bovendien bevestigt de impact ervan op de machtigste natie ter wereld, de VS, wat reeds in het verslag van het 22e Congres werd opgemerkt: de tendens dat de effecten van de ontbinding met extra kracht terugslaan op het hart van het kapitalistische wereldsysteem. In feite bevinden de VS zich nu in het ‘centrum’ van het wereldwijde proces van ontbinding. De catastrofaal slechte aanpak van de Covid-crisis door de populistische regering Trump heeft er zeker in belangrijke mate toe bijgedragen dat de VS de hoogste sterftecijfers ter wereld hebben als gevolg van de ziekte. Tegelijkertijd werd de omvang van de verdeeldheid binnen de heersende klasse in de VS blootgelegd door de omstreden verkiezingen in november 2020 en vooral door de bestorming door Trump-aanhangers van het Capitool op 6 januari 2021, aangemoedigd door Trump en zijn entourage. Deze laatste gebeurtenis toont aan dat de interne verdeeldheid, die de VS in beroering brengt, de hele maatschappij doordringt. Hoewel Trump uit de regering is verdreven, blijft het Trumpisme een machtige, zwaarbewapende macht, die zich zowel op straat als via de stembus manifesteert. En nu de hele linkervleugel van het kapitaal zich achter het antifascisme schaart, is het gevaar reëel dat de arbeidersklasse in de VS verwikkeld raakt in gewelddadige conflicten tussen rivaliserende facties van de bourgeoisie.

7. De gebeurtenissen in de VS illustreren ook het toenemende verval van de ideologische structuren van het kapitalisme, waarbij de VS opnieuw ‘voorop lopen’. Het aantreden van de populistische regering Trump, de krachtige invloed van het religieus fundamentalisme, het groeiende wantrouwen tegenover de wetenschap, hebben hun wortels in bepaalde factoren in de geschiedenis van het Amerikaanse kapitalisme, maar de ontwikkeling van de ontbinding en in het bijzonder het uitbreken van de pandemie heeft allerlei irrationele ideeën in de mainstream van het politieke leven gebracht, die juist het totale gebrek aan toekomstperspectief weerspiegelen dat de huidige maatschappij biedt. In het bijzonder zijn de VS het knooppunt geworden voor de verspreiding van de ‘samenzweringstheorie’ in de hele geavanceerde kapitalistische wereld, met name via internet en de sociale media, die de technologische middelen hebben verschaft om de grondslagen van elk idee van objectieve waarheid verder te ondermijnen in een mate waarvan het stalinisme en het nazisme alleen maar hadden kunnen dromen. De samenzweringstheorie, die in verschillende vormen verschijnt, heeft bepaalde gemeenschappelijke kenmerken: de gepersonaliseerde visie van geheime elites die de maatschappij van achter de schermen besturen, een verwerping van de wetenschappelijke methode en een diep wantrouwen tegenover elk officieel discours.

In tegenstelling tot de heersende ideologie van de bourgeoisie, die de democratie en de bestaande staatsmacht voorstelt als de ware vertegenwoordigers van de maatschappij, ligt het zwaartepunt van de samenzweringstheorie in de haat tegen de gevestigde elites, een haat die gericht is tegen het financiële kapitaal en de klassieke democratische façade van het staatskapitalistische totalitarisme. Dit heeft vertegenwoordigers van de arbeidersbeweging er in het verleden toe gebracht deze benadering verkeerdelijk het ‘socialisme van de dwazen’ te noemen (August Bebel, met een verwijzing naar het antisemitisme) - een vergissing die vóór de Eerste Wereldoorlog nog begrijpelijk was, maar die vandaag de dag gevaarlijk zou zijn.

Het populisme van de samenzweringstheorie is geen verwrongen poging om het socialisme te benaderen of iets wat lijkt op proletarisch klassenbewustzijn. Een van de belangrijkste bronnen is de bourgeoisie zelf: het deel van de bourgeoisie dat zich juist voelt uitgesloten van de elitaire binnenkringen van haar eigen klasse, gesteund door andere delen van de bourgeoisie die hun vroegere centrale positie hebben verloren of bezig zijn te verliezen. De massa's die door dit soort populisme worden aangetrokken, worden niet gedreven door de wil om de heersende klasse uit te dagen, maar hopen, door zich te vereenzelvigen met de strijd om de macht van degenen die zij steunen, op de een of andere manier in die macht te delen, of er op zijn minst door bevoordeeld te worden ten koste van anderen.

8. Hoewel het voortschrijden van de kapitalistische ontbinding, naast de chaotische verscherping van de imperialistische rivaliteiten, in de eerste plaats de vorm aanneemt van politieke fragmentatie en een verlies van controle door de heersende klasse, betekent dit niet dat de bourgeoisie niet langer haar toevlucht kan nemen tot staatstotalitarisme in haar pogingen om de maatschappij bijeen te houden. Integendeel, hoe meer de maatschappij uit elkaar valt, des te wanhopiger wordt het vertrouwen van de bourgeoisie in de centraliserende staatsmacht, het belangrijkste instrument voor deze meest machiavellistische klasse van alle heersende klassen. De reactie op de opkomst van het populisme, van die facties van de heersende klasse die zich meer bewust zijn van de algemene belangen van het nationale kapitaal en zijn staat, is hier een voorbeeld van. De verkiezing van Biden, gesteund door een enorme mobilisatie van de media, delen van het politieke apparaat en zelfs het leger en de veiligheidsdiensten, vormt een uitdrukking van deze tegentendens op het gevaar van sociale en politieke desintegratie, dat het duidelijkst wordt belichaamd door het Trumpisme. Op korte termijn kunnen dergelijke ‘successen’ fungeren als een rem op de toenemende sociale chaos. Geconfronteerd met de Covid-19 crisis tonen de ongekende lock-downs, een laatste redmiddel om de ongebreidelde verspreiding van de ziekte tegen te houden, het massale beroep op staatsschulden om een minimum aan levensstandaard in de ontwikkelde landen te behouden, de mobilisatie van wetenschappelijke middelen om een vaccin te vinden, de behoefte van de bourgeoisie om het beeld van de staat als beschermer van de bevolking overeind te houden, haar onwil om haar geloofwaardigheid en autoriteit te verliezen in het aangezicht van de pandemie. Maar op langere termijn heeft deze toevlucht tot totalitarisme van de staat de neiging de tegenspraken van het systeem nog te verergeren. De gedeeltelijke verlamming van de economie en de opeenhoping van schulden kunnen geen ander gevolg hebben dan een versnelling van de wereldwijde economische crisis, terwijl op sociaal niveau de massale toename van politiebevoegdheden en het staatstoezicht, ingevoerd om de ‘lockdown’-wetten te handhaven - en onvermijdelijk gebruikt om alle vormen van protest en afwijkende meningen te fnuiken - het wantrouwen tegen het politieke establishment zichtbaar doen toenemen, wat zich vooral uit op het anti-proletarische terrein van de ‘rechten van de burger’.

9. De onmiskenbare politieke en ideologische ontbinding in de leidende macht van de wereld betekent niet dat de andere centra van het wereldkapitalisme in staat zijn alternatieve vestingen van stabiliteit te vormen. Nogmaals, dit is het duidelijkst in het geval van Groot-Brittannië, dat tegelijkertijd wordt getroffen door de hoogste Covid sterftecijfers in Europa en door de eerste symptomen van de zichzelf toegebrachte wonde van de Brexit, met de reële mogelijkheid dat het uiteenvalt in in ‘naties’ waaruit het samengesteld is. De huidige onbehoorlijke ruzies tussen Groot Brittannië en de EU over de bruikbaarheid en distributie van de vaccins zijn een verder bewijs dat de belangrijkste trend in de politiek van de huidige wereldbourgeoisie deze is naar toenemende fragmentatie, en niet naar eenheid tegenover een ‘gemeenschappelijke vijand’. Europa zelf is niet gespaard gebleven van deze centrifugale tendensen, niet alleen rond het beheer van de pandemie, maar ook rond de kwestie van de ‘mensenrechten’ en de democratie in landen als Polen en Hongarije.  Het is opmerkelijk dat zelfs centrale landen zoals Duitsland, dat vroeger als een relatief ‘veilige haven’ van politieke stabiliteit werd beschouwd en kon bouwen op zijn economische kracht, nu wordt getroffen door een groeiende politieke chaos. De versnelde ontbinding in het historische centrum van het kapitalisme wordt gekenmerkt door zowel een verlies van controle als door toenemende moeilijkheden om politieke homogeniteit tot stand te brengen.

Na het verlies van de op één na grootste economie (Groot-Brittannië), en ook al loopt de EU niet het onmiddellijke gevaar van grote splitsingen, blijven deze dreigingen de droom van een verenigd Europa boven het hoofd hangen. En terwijl de Chinese staatspropaganda de groeiende verdeeldheid en onsamenhangendheid van de ‘democratieën’ benadrukt en zichzelf voorstelt als een bolwerk van stabiliteit in de wereld, is Pekings toenemende toevlucht tot interne repressie, zoals tegen de ‘democratische beweging’ in Hong Kong en de Oeigoerse moslims, in feite het bewijs dat China een tikkende tijdbom is. De buitengewone groei van China is zelf een product van ontbinding. De economische openstelling tijdens de Deng-periode in de jaren 1980 heeft enorme investeringen losgemaakt, vooral uit de VS, Europa en Japan. Het bloedbad van Tiananmen in 1989 maakte duidelijk dat deze economische openstelling ten uitvoer werd gelegd door een onbuigzaam politiek apparaat dat er alleen in geslaagd is het lot van het stalinisme in het Russische blok te vermijden door een combinatie van staatsterreur, een meedogenloze uitbuiting van de arbeidskrachten waardoor honderden miljoenen arbeiders in een permanente staat van arbeidsmigrant zijn geplaatst, en een waanzinnige economische groei waarvan de fundamenten nu steeds meer lijken te wankelen. De totalitaire controle over het hele maatschappelijke lichaam, de repressieve verharding van de stalinistische factie van Xi Jinping, zijn geen uiting van kracht maar een manifestatie van de zwakte van de staat, waarvan de samenhang in gevaar wordt gebracht door het bestaan van middelpuntvliedende krachten binnen de maatschappij en belangrijke gevechten tussen klieken binnen de heersende klasse.

De gang van het kapitalisme naar de vernietiging van de mensheid

10. In tegenstelling tot een situatie waarin de bourgeoisie in staat is de maatschappij te mobiliseren voor oorlog, zoals in de jaren 1930, zijn het exacte ritme en de vormen waarin de dynamiek van het kapitalisme in ontbinding in de richting gaat van de vernietiging van de mensheid moeilijker te voorspellen, omdat zij het product zijn van een samenloop van verschillende factoren, waarvan sommige gedeeltelijk aan het zicht kunnen worden onttrokken. Het eindresultaat is, zoals de Stellingen over de Ontbinding benadrukken, hetzelfde: "Aan zijn lot overgelaten, zal (het kapitalisme) de mensheid naar hetzelfde lot leiden als de wereldoorlog. Uiteindelijk is het allemaal hetzelfde, of we nu worden weggevaagd door een regen van thermonucleaire bommen, of door vervuiling, radioactiviteit uit kerncentrales, hongersnood, epidemieën, en de slachtingen van ontelbare kleine oorlogen (waarbij ook kernwapens kunnen worden gebruikt). Het enige verschil tussen deze twee vormen van vernietiging is dat de ene snel is, terwijl de andere langzamer zou zijn, en bijgevolg nog meer leed zou veroorzaken". Vandaag worden de contouren van deze dynamiek naar vernietiging echter scherper. De gevolgen van de vernietiging van de natuur door het kapitalisme zijn steeds moeilijker te ontkennen, evenals het falen van de wereldbourgeoisie om, met al haar mondiale conferenties en beloftes, te gaan ‘in de richting van een ‘groene economie’, teneinde een halt tot te roepen aan een proces dat onlosmakelijk verbonden is met de behoefte van het kapitalisme om, in zijn concurrerende streven naar accumulatie, door te dringen tot in de laatste uithoeken van de planeet. De Covid-pandemie is waarschijnlijk de meest significante uiting tot dusver van dit diepgaande gebrek aan evenwicht tussen de mensheid en de natuur, maar er komen steeds meer andere waarschuwingssignalen, van het smelten van het poolijs tot de verwoestende branden in Australië en Californië en de vervuiling van de oceanen door het afval van de kapitalistische productie.

11. In de mate dat het kapitalisme zich in zijn eindfase in een steeds irrationeler imperialistische ‘ieder voor zichzelf’ stort, nemen ook de “slachtingen van ontelbare kleine oorlogen” toe. De tien jaar durende lijdensweg in Syrië, een land dat nu volledig geruïneerd is door een conflict waarbij ten minste vijf rivaliserende kampen betrokken zijn, is misschien wel de meest sprekende uitdrukking van deze angstaanjagende ‘krabbenmand’, maar we zien soortgelijke manifestaties in Libië, de Hoorn van Afrika en Jemen, oorlogen die worden opgepookt en verergerd door de opkomst van regionale machten zoals Iran, Turkije en Saudi-Arabië, die geen van alle de discipline van de belangrijkste wereldmachten geneigd zijn te aanvaarden: deze tweede- of derderangsmogendheden kunnen voorwaardelijke allianties sluiten met de machtigste staten, om in andere situaties als tegenstanders op te treden (zoals in het geval van Turkije en Rusland in de oorlog in Libië). De steeds terugkerende militaire confrontaties in Israël/Palestina getuigen eveneens van het hardnekkige karakter van veel van deze conflicten, en in dit geval is de slachting van burgers aangewakkerd door de ontwikkeling van een pogrom-sfeer in Israël zelf, waaruit het effect blijkt van ontbinding op zowel militair als sociale vlak.

Tegelijkertijd zien we een verscherping van het conflict tussen de wereldmachten. De verscherping van de rivaliteit tussen de VS en China was al duidelijk onder Trump, maar de regering Biden zal in dezelfde richting doorgaan, ook al is dat onder andere ideologische voorwendselen, zoals de schendingen van de mensenrechten door China; tegelijkertijd heeft de nieuwe regering aangekondigd dat zij niet langer zal ‘wegduiken’ voor Rusland, dat nu zijn steun in het Witte Huis kwijt is. En ook al heeft Biden beloofd de VS opnieuw te betrekken bij een aantal internationale instellingen en akkoorden (over klimaatverandering, het nucleaire programma van Iran, de NAVO...), dit betekent niet dat de VS zullen afzien van hun vermogen om alleen op te treden om hun belangen te verdedigen. De militaire aanval op pro-Iraanse milities in Syrië door de regering-Biden, slechts enkele weken na de verkiezingen, was een duidelijk teken in die richting. De neiging naar het ‘ieder voor zich’ zal het de Verenigde Staten steeds moeilijker, zo niet onmogelijk, maken hun leiderschap op te leggen, een illustratie van het ‘ieder tegen allen’ in de versnelling van de ontbinding.

12. Binnen dit chaotische beeld neemt de groeiende confrontatie tussen de VS en China ongetwijfeld een centrale plaats in. De nieuwe regering heeft aldus blijk gegeven van haar gehechtheid aan de ‘wending naar het oosten’ (welke thans gesteund wordt door de Tory-regering in Groot-Brittannië) en die reeds een centrale as was in de buitenlandse politiek van Obama. Dit heeft concreet gestalte gekregen in de ontwikkeling van de ‘Quad’, een expliciet anti-Chinese  alliantie tussen de VS, Japan, India en Australië. Dit betekent echter niet dat we afstevenen op de vorming van stabiele blokken en een algemene wereldoorlog: de gang naar een wereldoorlog wordt nog steeds belemmerd door de sterke tendens tot ongedisciplineerdheid, het ‘ieder voor zich’ en de chaos op imperialistisch vlak, terwijl het kapitalisme in de centrale kapitalistische landen nog niet beschikt over de politieke en ideologische elementen - waaronder met name een politieke nederlaag van het proletariaat - die de maatschappij zou kunnen verenigen en de weg naar een wereldoorlog zou kunnen effenen. Dat wij nog steeds in een in wezen multipolaire wereld leven, blijkt met name uit de betrekkingen tussen Rusland en China. Hoewel Rusland zich in bepaalde kwesties zeer bereidwillig heeft getoond om een bondgenootschap aan te gaan met China, meestal tegen de VS, is het zich niet minder bewust van het gevaar om zich ondergeschikt te maken aan zijn oosterbuur, en is het een van de voornaamste tegenstanders van China's ‘Nieuwe Zijderoute’ op weg naar imperialistische overheersing.

13. Dit betekent niet dat we in een tijdperk van grotere veiligheid leven dan in de periode van de Koude Oorlog, die gebukt ging onder de dreiging van een nucleair Armageddon. Integendeel, als de fase van ontbinding wordt gekenmerkt door een toenemend verlies van controle door de bourgeoisie, dan geldt dit ook voor de enorme vernietigingsmiddelen - nucleair, conventioneel, biologisch en chemisch - die door de heersende klasse zijn vergaard en nu over een veel groter aantal natiestaten zijn verspreid dan in de voorgaande periode.  Hoewel er geen sprake is van een gecontroleerde opmars naar oorlog onder leiding van gedisciplineerde militaire blokken, kunnen we het gevaar van eenzijdige militaire uitbarstingen of zelfs groteske ongelukken niet uitsluiten, die een verdere versnelling van het afglijden naar barbarij zouden betekenen.

Een ongekende economische crisis

14. Voor het eerst in de geschiedenis van het kapitalisme, buiten een situatie van wereldoorlog, wordt de economie rechtstreeks en diepgaand getroffen door een verschijnsel - de Covid-19 pandemie - dat niet rechtstreeks verband houdt met de tegenstellingen van de kapitalistische economie. De omvang en het belang van de impact van de pandemie, als het produkt van een volkomen verouderd systeem in volledige ontbinding, illustreert het ongekende feit dat het verschijnsel van de kapitalistische ontbinding nu ook de gehele kapitalistische economie, massaal en op wereldschaal, treft.

Dit binnendringen van de gevolgen van de ontbinding in de economische sfeer is rechtstreeks van invloed op de ontwikkeling van de nieuwe fase van open crisis, en luidt een situatie in die volkomen ongekend is in de geschiedenis van het kapitalisme. De gevolgen van de ontbinding die de mechanismen van het staatskapitalisme, die tot nu toe zijn ingesteld om de gevolgen van de crisis te ‘begeleiden’ en te beperken, ingrijpend wijzigen, brengen een factor van instabiliteit en kwetsbaarheid, van groeiende onzekerheid met zich mee.

De chaos die zich meester maakt van de kapitalistische economie bevestigt de opvatting van Rosa Luxemburg dat het kapitalisme geen zuiver economische ineenstorting zal meemaken. “Hoe gewelddadiger het kapitaal door middel van het militarisme het bestaan van de niet-kapitalistische lagen, zowel in de wereld als in eigen land, opruimt en de bestaansvoorwaarden van alle werkende lagen naar beneden haalt, des te meer verandert de dagelijkse geschiedenis van de kapitaalaccumulatie op het wereldtoneel in een voortdurende keten van politieke en sociale catastrofes en stuiptrekkingen, die, samen met de periodieke economische catastrofes in de vorm van crises, de voortzetting van de accumulatie onmogelijk zullen maken en de opstand van de internationale arbeidersklasse tegen de heerschappij van het kapitaal tot een noodzaak zullen maken, nog voordat zij economisch op haar natuurlijke, door haarzelf opgeworpen hindernis is gestuit” (Akkumulation des Kapitals, hoofdstuk 32).

15. Door een kapitalistisch systeem te treffen dat zich al sinds het begin van 2018 in een duidelijke neergaande spiraal bevond, concretiseerde de pandemie snel de voorspelling van het 23e Congres van de IKS dat we afstevenden op een nieuwe neerwaartse duik in de crisis.

De enorme versnelling van de economische crisis - en de angsten van de bourgeoisie - kunnen worden afgemeten aan de hoogte van de enorme schuldenmuur, die haastig werd opgetrokken om het productieapparaat voor een faillissement te behoeden en een minimum aan sociale cohesie in stand te houden.

Een van de belangrijkste uitingen van de ernst van de huidige crisis, in tegenstelling tot eerdere situaties van open economische crisis, en in tegenstelling tot de crisis van 2008, is dat de centrale landen (Duitsland, China en de VS) tegelijkertijd zijn getroffen en tot de landen behoren die het zwaarst door de recessie zijn getroffen. In China heeft dit geleid tot een scherpe daling van het groeitepercentage in 2020. De zwakste landen zien hun economie verstikken door inflatie, de waardedaling van hun munt en verarming.

Na vier decennia van vlucht in krediet- en schulden om de groeiende tendens tot overproductie tegen te gaan, onderbroken door steeds diepere recessies en steeds beperktere herstelperiodes, betekende de crisis van 2007-2009 reeds een volgende stap in de neergang van het kapitalisme in een onomkeerbare crisis. Hoewel de massale staatsinterventie het bankensysteem van de ondergang kon redden en de schuldenlast tot nog duizelingwekkender hoogten opdreef, werden de oorzaken van de crisis van 2007-2009 niet weggenomen. De tegenstellingen die aan de crisis ten grondslag lagen, werden verschoven naar een hoger niveau met een verpletterende schuldenlast voor de staten zelf. Pogingen om de economieën nieuw leven in te blazen leidden niet tot een echt herstel: een ongekend element sinds de Tweede Wereldoorlog was dat, afgezien van de VS, China en in mindere mate Duitsland, de productieniveaus in alle andere belangrijke landen tussen 2013 en 2018 stagneerden of zelfs daalden. De extreme broosheid van dit ‘herstel’, doordat het alle voorwaarden opstapelde voor een verdere aanzienlijke verslechtering van de wereldeconomie, vormde reeds een voorbode van de huidige situatie.

Ondanks de historische omvang van de herstelplannen, en omdat het herstel van de economie zich op zo'n chaotische wijze voltrekt, kan nog niet worden voorzien hoe - en in welke mate - de bourgeoisie erin zal slagen de situatie te stabiliseren, aangezien deze wordt gekenmerkt door allerlei onzekerheden, in de eerste plaats wat betreft de ontwikkeling van de pandemie zelf.

In tegenstelling tot wat de bourgeoisie in 2008 kon doen, toen zij de G7 en de G20 bijeenbracht, waarin de belangrijkste staten zich hadden verenigd, en het eens kon worden over een gecoördineerde reactie op de kredietcrisis, reageert elk nationaal kapitaal vandaag in verspreide slagorde, zonder enige andere bekommernis dan de eigen economische machinerie nieuw leven in te blazen en te overleven op de wereldmarkt, zonder overleg tussen de belangrijkste componenten van het kapitalistische systeem. Het ‘ieder voor zich’ heeft een beslissende overhand gekregen.

De ogenschijnlijke uitzondering hierop, het Europese herstelplan, dat de onderlinge verdeling van de schulden tussen de EU-landen behelst, is het resultaat van het besef bij de twee belangrijkste EU-landen dat een minimum aan onderlinge samenwerking noodzakelijk is om een ernstige destabilisering van de EU te voorkomen, om het hoofd te bieden aan hun belangrijkste rivalen China en de Verenigde Staten, op straffe van het risico van een versnelde achteruitgang van hun positie op het wereldtoneel.

De tegenstrijdigheid tussen de noodzaak om de pandemie in te dammen en het vermijden van een verlamming van de productie heeft geleid tot de ‘oorlog om de maskers’ en de ‘oorlog om de vaccins’. De huidige oorlog om de vaccins, de wijze waarop zij worden vervaardigd en gedistribueerd, is een weerspiegeling van de wanorde die de wereldeconomie teistert.

Na de ineenstorting van het Oostblok heeft de bourgeoisie alles in het werk gesteld om een zekere samenwerking tussen de staten in stand te houden, door met name een beroep te doen op de organen van internationale regulering die nog stamden uit de periode van de imperialistische blokken. Dit kader van ‘globalisering’ maakte het mogelijk de gevolgen van de fase van ontbinding op het vlak van de economie te beperken, door de mogelijkheid om de naties om op verschillende niveaus van de economie - financiën, productie, enz. - met elkaar te ‘associëren’, tot het uiterste op te drijven.

Met de verergering van de crisis en de imperialistische rivaliteiten werden deze multilaterale instellingen en mechanismen reeds op de proef gesteld door het feit dat de belangrijkste mogendheden steeds meer hun eigen politiek ontwikkelden, met name China, dat een uitgebreid parallel netwerk opbouwde, de Nieuwe Zijderoute, en de VS, die de neiging vertoonden deze instellingen de rug toe te keren omdat deze organismen steeds minder in staat waren hun dominante positie te handhaven. Het populisme was al in opkomst als een factor die de precaire economische situatie nog verergerde door, tegenover de kwellingen van de crisis, een element van onzekerheid toe te voegen. Het feit dat het in verschillende landen aan de macht kwam, versnelde de ontwrichting van de middelen die het kapitalisme sinds 1945 had aangewend om elke terugtrekking achter de nationale grenzen te voorkomen, wat alleen maar kan leiden tot een ongecontroleerde verspreiding van de economische crisis.

De ontketening van de dynamiek van het ‘ieder voor zich’ vloeit voort uit de tegenstelling in het kapitalisme tussen de steeds globaler wordende productieschaal en de nationale kapitaalstructuur, een tegens die door de crisis nog verergerd wordt. Deze volstrekt irrationele neiging van elke natie om zichzelf te redden ten koste van alle anderen, die een groeiende chaos in de wereldeconomie veroorzaakt (met de tendens tot versnippering van de produktieketens en opdeling van de wereldmarkt in regionale zones, tot versterking van het protectionisme en tot verveelvoudiging van unilaterale maatregelen), is contraproduktief voor elk nationaal kapitaal en een ramp op wereldvlak; het is een beslissende factor in de verslechtering van de gehele wereldeconomie.

Deze opmars van de meest ‘verantwoordelijke’ burgerlijke facties in de richting van een steeds irrationeler en chaotischer beheer van het systeem, en vooral de ongekende toename van deze tendens in de richting van het ‘ieder voor zich’, onthult een groeiend verlies van controle door de heersende klasse over het eigen systeem.

16. Als het enige land met een positief groeipercentage van 2%  in 2020 is China niet triomfantelijk of versterkt uit de pandemiecrisis tevoorschijn gekomen, ook al heeft het tijdelijk terrein gewonnen ten koste van zijn rivalen. Integendeel. De voortdurende verslechtering van de groei van zijn economie, die gebukt gaat onder de zwaarste schuldenlast ter wereld en ook een lage bezettingsgraad heeft en een percentage aan ‘zombiebedrijven’ van meer dan 30%, getuigt van het onvermogen van China om vanaf nu de rol te spelen die het in 2008-2011 speelde bij het weer op gang brengen van de wereldeconomie.

China wordt geconfronteerd met een inkrimping van de markten in de hele wereld, met de wens van tal van staten om zich te ontdoen van hun afhankelijkheid van de Chinese productie, en met het risico van betalingsproblemen waarmee een aantal landen worden geconfronteerd die betrokken zijn bij het project van de Zijderoute en die het zwaarst getroffen worden door de economische gevolgen van de pandemie. De Chinese regering richt zich daarom op de interne economische ontwikkeling met het plan ‘Made in China 2025’ en met het model van de ‘dubbele circulatie’, dat er ook tot doel heeft het verlies van de buitenlandse vraag te compenseren door de binnenlandse vraag te stimuleren. Deze verandering van politiek betekent echter geen ‘wending naar binnen’; het Chinese imperialisme zal en kan de wereld niet de rug toekeren. Integendeel, het doel van deze verandering is het verwerven van nationale autarkie op het niveau van sleuteltechnologieën om des te beter in staat te zijn buiten de eigen grenzen terrein te winnen.

Het vormt een nieuwe fase in de ontwikkeling van zijn oorlogseconomie.  Dit alles lokt krachtige conflicten uit binnen de heersende klasse, tussen aanhangers van de sturing van de economie door de Chinese Kommunistische Partij en de aanhangers van de markteconomie en de particuliere sector, tussen de ‘planners’ van het centrale gezag en de lokale overheden die zelf de investeringen willen sturen. Zowel in de Verenigde Staten (met betrekking tot de "GAFA" technologiereuzen uit Silicon Valley) als - nog resoluter - in China (met betrekking tot Ant International, Alibaba, enz.) is er een sterke beweging van het centrale staatsapparaat in de richting van het opbreken van bedrijven die te groot (en te machtig) worden om te controleren.

17. De gevolgen van de waanzinnige vernietiging van het milieu door het kapitalisme in ontbinding, de verschijnselen die voortvloeien uit de verstoring van het klimaat en de vernietiging van de biodiversiteit, leiden in de eerste plaats tot een verdere verarming van de armste delen van de wereldbevolking (Afrika bezuiden de Sahara en Zuid-Azië) of van diegenen die ten prooi vallen aan militaire conflicten. Maar zij treffen steeds meer alle economieën, de ontwikkelde landen voorop.

We zien momenteel een toename van extreme meteorologische verschijnselen, extreem hevige regenval en overstromingen, grote branden die in steden en op het platteland enorme financiële verliezen veroorzaken door de vernietiging van vitale infrastructuur (steden, wegen en rivieren). Deze verschijnselen verstoren de werking van het industriële productieapparaat en verzwakken ook de productiecapaciteit van de landbouw. De wereldwijde klimaatcrisis en de daaruit voortvloeiende toenemende desorganisatie van de wereldmarkt voor landbouwproducten vormen een bedreiging voor de voedselzekerheid van vele landen.

Het kapitalisme in ontbinding beschikt niet over de middelen om de opwarming van de aarde en de ecologische verwoesting werkelijk te bestrijden. Deze hebben nu al een steeds negatievere invloed op de reproductie van het kapitaal en kunnen de terugkeer naar economische groei alleen maar in de weg staan.

Gedreven door de noodzaak om verouderde zware industrieën en fossiele brandstoffen te vervangen, vertegenwoordigt de ‘groene economie’ geen uitweg voor het kapitaal, noch op ecologisch, noch op economisch vlak. Haar productienetwerken zijn niet groener en niet minder vervuilend. Het kapitalistische systeem is niet in staat een ‘groene revolutie’ te ontketenen. De activiteiten van de heersende klasse op dit gebied leiden onvermijdelijk ook tot een intensivering van de vernietigende economische concurrentie en imperialistische rivaliteiten. De opkomst van nieuwe en potentieel winstgevende sectoren, zoals de productie van elektrische voertuigen, kan in het gunstigste geval bepaalde delen van de sterkere economieën ten goede komen, maar gezien de beperkingen van koopkrachtige markten en de toenemende problemen die het steeds massalere gebruik van geldschepping en schulden met zich meebrengt, zullen zij niet als locomotief voor de economie als geheel kunnen fungeren. De ‘groene economie’ is ook een gepriviligeerd instrument voor krachtige ideologische misleidingen over de mogelijkheid van hervorming van het kapitalisme en een uitgelezen wapen tegen de arbeidersklasse, waarmee fabriekssluitingen en ontslagen worden gerechtvaardigd.

18.  Als reactie op de toenemende imperialistische spanningen voeren alle staten hun militaire inspanningen op, zowel in omvang als in duur. De militaire sfeer breidt zich uit tot steeds meer ‘conflictzones’, zoals cyberveiligheid en de toenemende militarisering van de ruimte. Alle kernmachten starten discreet hun atoomprogramma's weer op. Alle staten moderniseren en passen hun strijdkrachten aan.

Deze krankzinnige bewapeningswedloop, waartoe elke staat onherroepelijk is veroordeeld door de eisen van de inter-imperialistische concurrentie, is des te irrationeler omdat het toenemende gewicht van de oorlogseconomie en de wapenproductie een aanzienlijk deel van de nationale rijkdom opslokt: deze gigantische militaire uitgaven op wereldschaal, ook al vormen zij een bron van winst voor de wapenhandelaren, betekenen een sterilisatie en vernietiging van het wereldkapitaal. De investeringen in de productie en de verkoop van wapens en militair materieel vormen in geen geval een uitgangspunt of een bron van accumulatie van nieuwe winsten: eenmaal geproduceerd of aangeschaft dienen wapens slechts om dood en verderf te zaaien of om ongebruikt in arsenalen te blijven liggen totdat zij verouderd zijn en vervangen moeten worden. De economische gevolgen van deze volstrekt onproductieve uitgaven “zullen desastreus zijn voor het kapitaal. Met de toch al onbeheersbare begrotingstekorten vormt de enorme toename van de militaire uitgaven, die door de groei van de inter-imperialistische tegenstellingen noodzakelijk is geworden, een economische last die de neergang van het kapitalisme in de afgrond alleen maar zal versnellen" (Rapport over de Internationale Situatie, Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave nr. 35). 

19. Na tientallen jaren van gigantische schulden overtreffen de massale injecties van liquide middelen in de meest recente stimuleringspakketten ruimschoots de omvang van eerdere interventies. De miljarden dollars die door de Amerikaanse, Europese en Chinese plannen zijn vrijgemaakt, hebben de wereldschuld op een recordpercentage van 365% van het mondiale BBP gebracht.

De vlucht in de schulden, waar het kapitalisme in zijn vervalperiode steeds weer gebruikt van gemaakt heeft als een lapmiddel voor de crisis van de overproduktie, is een manier om de zaken naar de toekomst te verschuiven ten koste van nog ernstiger stuiptrekkingen. Het heeft nu een ongekende omvang aangenomen. Sinds de Grote Depressie heeft de bourgeoisie blijk gegeven van haar vastberadenheid om een systeem dat steeds meer bedreigd wordt door overproduktie, door de afnemende beschikbaarheid van markten, in leven te houden door middel van steeds geraffineerdere middelen van staatsinterventie, gericht op het uitoefenen van een alomvattende controle over haar economie. Maar zij heeft geen mogelijkheid om de werkelijke oorzaken van de crisis aan te pakken. Ook al is er geen vaste, vooraf bepaalde limiet aan de ongebreidelde vlucht in de schulden, een punt waarop die onmogelijk wordt, dan nog kan deze politiek niet oneindig doorgaan zonder ernstige gevolgen voor de stabiliteit van het systeem, zoals blijkt uit het steeds frequentere en wijdverbreidere karakter van de crises van het afgelopen decennium. Bovendien is gebleken dat een dergelijke politiek, althans in de afgelopen vier decennia, steeds minder doeltreffend is gebleken om de wereldeconomie nieuw leven in te blazen.

Niet alleen veroordeelt het gewicht van de schuldenlast het kapitalistische systeem tot steeds verwoestender stuiptrekkingen (faillissement van ondernemingen en zelfs van staten, financiële en monetaire crises, enzovoort), maar bovendien kan het, doordat het vermogen van de staten om de wetten van het kapitalisme te bedriegen steeds meer wordt ingeperkt, hun vermogen om hun respectieve nationale economieën weer op gang te brengen alleen maar belemmeren.

De crisis die zich nu al tientallen jaren ontvouwt, zal de ernstigste worden van de hele periode van het verval, en haar historische betekenis zal zelfs verder gaan dan de eerste crisis van dit tijdperk, de crisis die in 1929 begon. Na meer dan 100 jaar van verval van het kapitalisme, met een economie die is verwoest door de militaire sector, verzwakt door de impact van de aantasting van het milieu, diepgaand aangetast in haar reproductiemechanismen door schulden en staatsmanipulatie, ten prooi gevallen aan de pandemie, steeds meer lijdend onder alle andere effecten van de ontbinding, is het een illusie te denken dat in deze omstandigheden een gemakkelijk of duurzaam herstel van de wereldeconomie zal plaatsvinden.

20. Tegelijkertijd moeten revolutionairen zich niet laten verleiden tot een ‘catastrofistische’ visie van een wereldeconomie die op de rand van een definitieve ineenstorting staat. De bourgeoisie zal tot het uiterste blijven vechten om het voortbestaan van haar systeem, hetzij met rechtstreekse economische middelen (zoals de exploitatie van onaangeboorde hulpbronnen en potentiële nieuwe markten, zoals het project van China’s Nieuwe Zijderoute), hetzij met politieke middelen, vooral door de manipulatie van krediet en het bedriegen van de waardewet. Dit betekent dat er nog steeds fasen van stabilisatie kunnen zijn tussen economische stuiptrekkingen met steeds ingrijpender gevolgen.

21. De terugkeer van een soort ‘neo-Keynesianisme’, ingeluid door de enorme uitgaven waartoe de regering Biden zich heeft verplicht, en de initiatieven om de vennootschapsbelastingen te verhogen - hoewel ook ingegeven door de noodzaak de burgerlijke maatschappij bijeen te houden, en door de even dringende noodzaak om het hoofd te bieden aan de verscherping van de imperialistische spanningen - toont de bereidheid van de heersende klasse om te experimenteren met andere vormen van economisch beheer, niet in de laatste plaats omdat de tekortkomingen van de neoliberale politiek, die in de jaren Thatcher-Reagan werd gelanceerd, onder het schijnsel van de pandemische crisis ernstig aan het licht zijn gekomen. Dergelijke politieke veranderingen kunnen de wereldeconomie echter niet behoeden heen en weer geslingerd te worden tussen het dubbele gevaar van inflatie en deflatie, nieuwe krediet- en valutacrises, die alle tot meedogenloze recessies leiden.

22. De arbeidersklasse betaalt een zware tol voor de crisis. In de eerste plaats omdat zij het meest direct aan de pandemie is blootgesteld en het voornaamste slachtoffer is van de verspreiding van de infectie, en in de tweede plaats omdat de ineenstorting van de economie de zwaarste aanvallen sinds de Grote Depressie ontketent, op alle niveaus van de arbeids- en levensomstandigheden, hoewel niet alle sectoren van de klasse op dezelfde wijze zullen worden getroffen.

De vernietiging van banen was in 2020 vier keer zo groot als in 2009, maar de omvang van de enorme toename van de massale werkloosheid die in het verschiet ligt, is nog niet volledig duidelijk. Hoewel de overheidssubsidies die in sommige landen aan gedeeltelijk werklozen worden verstrekt, bedoeld zijn om de sociale schok te verzachten (in de Verenigde Staten bijvoorbeeld is het gemiddelde inkomen van loonarbeiders tijdens het eerste jaar van de pandemie volgens de officiële statistieken zelfs gestegen - voor de allereerste keer in de geschiedenis van het kapitalisme, tijdens een recessie), zullen er zeer binnenkort miljoenen banen verdwijnen.

De exponentiële toename van onzeker werk en de algemene verlaging van de lonen zullen leiden tot een gigantische toename van de verarming, die veel werkers nu al treft. Het aantal slachtoffers van hongersnood in de wereld is verdubbeld en de honger steekt opnieuw de kop op in de westerse landen. Degenen die hun baan behouden moeten rekening houden met een toenmende werkdruk en een verscherpte uitbuiting.

Van de pogingen van de bourgeoisie om de economische situatie te ‘normaliseren’ kan de arbeidersklasse niets anders verwachten dan ontslagen en loonsverlagingen, nog meer stress en angst, drastische opvoering van de bezuinigingsmaatregelen op alle vlakken, zowel in het onderwijs als in de gezondheidszorg, de pensioenen en de sociale uitkeringen. Kortom, we zullen een verslechtering zien van de levens- en arbeidsomstandigheden op een niveau dat geen van de generaties van na de Tweede Wereldoorlog tot nu toe heeft meegemaakt.

23. Sinds de kapitalistische produktiewijze haar periode van verval is ingegaan, is de druk om dit verval met staatskapitalistische maatregelen te bestrijden voortdurend toegenomen. De tendens tot versterking van de staatskapitalistische organen en vormen betekent echter allesbehalve een versterking van het kapitalisme; integendeel, zij geven uitdrukking aan de toenemende tegenstellingen op economisch en politiek terrein. Met de versnelling van de ontbinding in de nasleep van de pandemie zien we ook een sterke toename van de staatskapitalistische maatregelen. Deze zijn geen uiting van een grotere controle van de staat over de maatschappij, maar eerder een uiting van de groeiende moeilijkheden om de maatschappij in haar geheel te organiseren en haar toenemende tendens tot fragmentatie te voorkomen.

Het perspectief voor de klassestrijd

24. De IKS erkende aan het begin van de jaren 1990 dat de ineenstorting van het Oostblok en het definitieve begin van de fase van ontbinding het proletariaat voor grotere moeilijkheden zou stellen: het gebrek aan politiek perspectief, het onvermogen om greep te krijgen op zijn politieke en historische perspectief, dat reeds een centraal element was geweest in de moeilijkheden van de klassebeweging in de jaren 1980, zou ernstig worden verergerd door de oorverdovende campagnes over de dood van het kommunisme; in samenhang hiermee zou het gevoel van klasse-identiteit van het proletariaat in de nieuwe periode ernstig worden verzwakt, zowel door de atomiserende en splijtende effecten van de sociale ontbinding, als door de bewuste pogingen van de heersende klasse om deze effecten te verergeren door middel van ideologische campagnes (het ‘einde van de arbeidersklasse’) en de ‘materiële’ veranderingen die het gevolg zijn van de politiek van globalisering (uiteenvallen van de traditionele centra van klassestrijd, verplaatsing van industrieën naar gebieden in de wereld waar de arbeidersklasse niet dezelfde historische ervaring heeft, enz.)

25. De IKS heeft de neiging gehad om de diepte en de duur van deze teruggang in de klassestrijd te onderschatten, en zag vaak tekenen dat de teruggang op het punt stond overwonnen te worden en dat we binnen betrekkelijk korte tijd nieuwe internationale golven van strijd zouden zien, zoals in de periode na 1968. In 2003 voorspelde de IKS, op basis van nieuwe gevechten in Frankrijk, Oostenrijk en elders, een opleving van de strijd door een nieuwe generatie proletariërs die minder beïnvloed was door de antikommunistische campagnes en die een steeds onzekerder toekomst tegemoet zou gaan. Deze voorspellingen werden in belangrijke mate bevestigd door de gebeurtenissen van 2006-2007, met name de strijd tegen de CPE in Frankrijk, en van 2010-2011, in het bijzonder de Indignados-beweging in Spanje. Deze bewegingen gaven blijk van een belangrijke vooruitgang op het vlak van solidariteit tussen generaties, zelforganisatie door middel van vergaderingen, debatcultuur, reële bezorgdheid over de toekomst van de arbeidersklasse en de mensheid in haar geheel. In die zin toonden zij het potentieel voor een vereniging van de economische en politieke dimensies van de klassestrijd. Het heeft ons echter veel tijd gekost om de reusachtige  moeilijkheden te begrijpen waarmee deze nieuwe generatie, ‘opgegroeid’ in de omstandigheden van ontbinding, werd geconfronteerd, moeilijkheden die het proletariaat in deze periode zouden verhinderen de teruggang van na 1989 om te keren.

26. Een belangrijk element in deze moeilijkheden was de voortschrijdende erosie van de klasse-identiteit. Dit was al duidelijk in de strijd van 2010-2011, met name in de beweging in Spanje: ondanks de belangrijke vooruitgang die op het niveau van bewustzijn en organisatie was geboekt, zag de meerderheid van de Indignados zichzelf eerder als ‘burgers’ dan als deel van een klasse, waardoor ze kwetsbaar waren voor de democratische illusies die werden aangeprezen door mensen als Democratia Real Ya! (het latere Podemos), en later voor het gif van het Catalaanse en Spaanse nationalisme. In de daaropvolgende jaren werd de teruggang, die in het kielzog van deze bewegingen ontstond, verdiept door de snelle opkomst van het populisme, waardoor  nieuwe scheidslijnen in de internationale arbeidersklasse ontstonden - scheidslijnen die nationale en etnische verschillen uitbuitten, en gevoed werden door de pogromistische houding van populistisch rechts, maar ook politieke scheidslijnen tussen populisme en anti-populisme. 

Overal ter wereld groeide woede en ontevredenheid, gebaseerd op ernstige materiële deprivatie en reële bezorgdheid over de toekomst; maar bij gebrek aan een proletarisch antwoord werd een groot deel hiervan gekanaliseerd in inter-klassistische opstanden zoals de Gele Hesjes in Frankrijk, in ‘single issue’ campagnes op een burgerlijk terrein zoals de klimaatmarsen, in de bewegingen voor democratie tegen dictatuur (Hong Kong, Wit-Rusland, Myanmar, enz.) of in de onontwarbare kluwen van raciale en seksuele identiteitspolitiek die dienen om verder te verduisteren dat de cruciale kwestie van proletarische klasse-identiteit de enige basis vormt voor een authentiek antwoord op de crisis van de kapitalistische productiewijze.  De verspreiding van deze bewegingen - of ze zich nu voordoen als inter-klassistische opstanden of als openlijk burgerlijke mobilisaties - heeft de toch al aanzienlijke moeilijkheden vergroot, niet alleen voor de arbeidersklasse als geheel, maar ook voor de Kommunistische Linkerzijde zelf, voor de organisaties die de verantwoordelijkheid hebben om het klassenterrein te bepalen en te verdedigen. Een duidelijk voorbeeld hiervan was het onvermogen van de bordigisten en de ICT om in te zien dat de woede die werd opgewekt door de politiemoord op George Floyd in mei 2020 onmiddellijk werd afgeleid naar bugerlijk terrein. Maar de IKS is ook op belangrijke problemen gestuit in het licht van deze vaak verbijsterende veelheid van bewegingen, en zal, als onderdeel van haar kritische evaluatie van de afgelopen 20 jaar, de aard en de omvang van de fouten die ze heeft gemaakt in de periode vanaf de Arabische lente van 2011, via de zogenaamde kaarslichtprotesten in Zuid-Korea, tot de meer recente opstanden en mobilisaties, serieus moeten onderzoeken. 

27. Vooral de pandemie heeft de arbeidersklasse voor grote moeilijkheden geplaatst:

  • De meerderheid van de arbeiders erkent de realiteit van deze ziekte en de reële gevaren van het bijeenkomen in grote aantallen, waardoor de mogelijkheid van algemene vergaderingen en arbeidersdemonstraties wordt belemmerd; het proletariaat wordt niet alleen geconfronteerd met de bourgeoisie, maar ook, en in meer directe zin, met het virus. In het algemeen zijn situaties waarin natuurrampen een overheersende rol spelen, niet bevorderlijk voor de ontwikkeling van de klassenstrijd. De verontwaardiging van Voltaire tegen de natuur naar aanleiding van de aardbeving in Lissabon heeft zich niet veralgemeend. In tegenstelling tot de ‘sociale aardbeving’ van de massastaking van 1905 in Rusland, heeft de aardbeving van 1906 in San Francisco de zaak van het proletariaat niet meer vooruitgeholpen dan die van 1923 in Tokio;
  • Zoals altijd aarzelt de bourgeoisie niet om de gevolgen van de ontbinding tegen de arbeidersklasse te gebruiken. Hoewel de lockdowns in de eerste plaats zijn ingegeven door het inzicht van de bourgeoisie dat zij geen ander middel had om de verspreiding van de ziekte te voorkomen, zal zij zeker van de situatie gebruik maken om de atomisering en uitbuiting van de arbeidersklasse te versterken, met name door middel van het nieuwe model van ‘thuiswerken’. Deze nieuwe stap in de atomisering van de werkende bevolking is een bron van toenemend psychologisch leed, vooral onder jongeren, zelfs met een stijgend aantal gevallen van zelfmoord;
  • Evenzo heeft de heersende klasse de omstandigheden van de pandemie gebruikt om haar systemen van massatoezicht te versterken en nieuwe repressieve wetten in te voeren om protesten en demonstraties aan banden leggen, naast toenemend openlijk politiegeweld tegen alle uitingen van sociale onvrede,
  • De massale toename van de werkloosheid, als gevolg van de lockdowns, zal in deze situatie en op korte termijn geen factor zijn die bijdraagt tot de eenmaking van de arbeidersstrijd, maar de atomisering daarentegen nog versterkt;
  • De lockdown heeft weliswaar veel maatschappelijke onvrede teweeggebracht, maar wanneer deze openlijk tot uiting kwam, zoals in Spanje in februari en in Duitsland in april 2021, nam zij overwegend de vorm aan van protesten ‘voor individuele vrijheid’, die voor de arbeidersklasse een compleet doodlopende weg zijn;
  • Meer in het algemeen heeft de periode van de pandemie een verdere opleving van de ‘identiteitspolitiek’ laten zien, waarin de ontevredenheid over het leven onder het huidige systeem wordt versnipperd in een maalstroom van botsende identiteiten op grond van ras, geslacht, cultuur, enz., en die een grote bedreiging vormen voor het herstel van de enige identiteit die in staat is de hele mensheid achter zich te verenigen en te bevrijden: de proletarische klasse-identiteit. Bovendien schuilt achter deze chaos van rivaliserende identiteiten, die de hele bevolking doordringt, de concurrentie tussen verschillende burgerlijke facties van rechts tot links, die het gevaar met zich meebrengt dat de arbeidersklasse wordt meegesleept in nieuwe vormen van reactionaire ‘cultuuroorlogen’ en zelfs gewelddadige burgeroorlog.

28. Ondanks de enorme problemen waarmee het proletariaat te kampen heeft, verwerpen wij het idee dat de klasse al op wereldschaal verslagen is, of op het punt staat een dergelijke nederlaag te lijden, vergelijkbaar met die uit de periode van de contrarevolutie, een nederlaag van een soort waarvan het proletariaat zich mogelijk niet meer zou kunnen herstellen. Het proletariaat, als uitgebuite klasse, ontkomt er niet aan de leerschool van de nederlagen te doorlopen, maar de centrale vraag is of het proletariaat reeds zo overweldigd is door de meedogenloze opmars van de ontbinding, dat zijn revolutionaire potentieel daadwerkelijk ondermijnd is. Het beoordelen van zo'n nederlaag in de fase van de ontbinding is een veel ingewikkelder taak dan in de periode vóór de Tweede Wereldoorlog, toen het proletariaat openlijk tegen het kapitalisme in opstand was gekomen en verpletterd werd door een reeks zware nederlagen, of in de periode na 1968 toen de heropleving van de strijd door een nieuwe en onverslagen generatie proletariërs het voornaamste obstakel was voor de opmars van de bourgeoisie naar een nieuwe wereldoorlog. Zoals wij reeds in herinnering hebben gebracht, brengt de fase van ontbinding inderdaad het gevaar met zich mee dat het proletariaat eenvoudigweg niet reageert en gedurende een lange periode wordt platgewalst - een ‘dood door duizend steken’ in plaats van een frontale klassenconfrontatie. Niettemin stellen we dat er nog steeds voldoende aanwijzingen zijn dat, ondanks het onbetwistbare ‘voortschrijden’ van de ontbinding, ondanks het feit dat de tijd niet langer in het voordeeld is van de arbeidersklasse, het potentieel voor een diepgaande proletarische heropleving –die leidt tot een hereniging tussen de economische en de politieke dimensie van de klassestrijd - niet verdwenen is, zoals blijkt uit:

  • het voortbestaan van belangrijke proletarische bewegingen die zich in de fase van ontbinding zich hebben voorgedaan (2006-7, 2010-11, enz.);
  • het feit dat we, vlak voor de pandemie, verschillende embryonale en zeer broze tekenen van een heropleving van de klassestrijd hebben gezien, vooral in Frankrijk 2019.  En ook al werd deze dynamiek toen grotendeels geblokkeerd door de pandemie en de lockdowns, toch waren er zelfs tijdens de pandemie in verschillende landen arbeidersprotesten, met name rond thema's als gezondheid en veiligheid op de werkplek;
  • de kleine maar belangrijke tekenen van een onderaardse rijping van het bewustzijn, die tot uiting kwamen in pogingen tot een wereldwijde overdenking over het falen van het kapitalisme en de noodzaak van een andere maatschappij in sommige bewegingen (met name de Indignados in 2011), maar ook door de opkomst van jongeren die op zoek zijn naar klassenstandpunten en zich richten op het erfgoed van de Kommunistische Linkerzijde;
  • Nog belangrijker is het feit dat de situatie van de arbeidersklasse niet meer dezelfde is als na de ineenstorting van het Oostblok en aan het begin van de fase van ontbinding in 1989. Destijds kon men deze gebeurtenissen presenteren als het bewijs van de dood van het kommunisme en van de overwinning van het kapitalisme en het begin van een mooie toekomst voor de mensheid. Dertig jaar van ontbinding hebben dit ideologische bedrog van een betere toekomst ernstig ondermijnd, en in het bijzonder de pandemie heeft de onverantwoordelijkheid en nalatigheid van alle kapitalistische regeringen aan het licht gebracht, evenals de realiteit van een maatschappij die verscheurd wordt door diepe economische tegenstellingen, waarbij we geenszins ‘allemaal in hetzelfde schuitje zitten’. Integendeel, de pandemie en de lockdown hebben de toestand van de arbeidersklasse aan het licht gebracht, niet alleen als het voornaamste slachtoffer van de gezondheidscrisis, maar ook als de bron van alle ‘essentiële’ arbeid en alle materiële productie, in het bijzonder van de eerste levensbehoeften. Dit kan een van de grondslagen zijn voor een toekomstig herstel van de klasse-identiteit. Samen met het groeiende inzicht dat het kapitalisme een totaal achterhaalde produktiewijze is, was dit reeds een factor in het verschijnen van de gepolitiseerde minderheden wier drijfveer bovenal was de dramatische situatie te begrijpen waarin de mensheid zich bevindt;
  • Tenslotte, op een breder historisch vlak, heeft het proces van ontbinding het geassocieerde karakter van arbeid onder het kapitalisme niet weggenomen. Dit blijft het geval ondanks de sociale atomisering die het gevolg is van de ontbinding, ondanks doelbewuste pogingen om de beroepsbevolking te fragmenteren door middel van slimmigheden listen zoals de ‘gig economy’, ondanks ideologische campagnes die erop gericht zijn de hoger opgeleide sectoren van het proletariaat als ‘middenklasse’ voor te stellen. Het kapitaal mobiliseert wereldwijd steeds meer arbeiders, het proces van proletarisering en daarmee de uitbuiting van de levende arbeid gaat onverminderd door. De arbeidersklasse is tegenwoordig groter en meer onderling verbonden dan ooit, maar met het voortschrijden van de ontbinding worden de sociale atomisering en het isolement versterkt. Dit komt ook tot uiting in de moeilijkheden van de arbeidersklasse om haar eigen klasse-identiteit te ervaren. Alleen door de strijd van de arbeidersklasse op haar eigen klasseterrein is zij in staat haar ‘associatieve’ kracht te scheppen, die uitdrukking geeft aan een anticipatie op de geassocieerde arbeid van het kommunisme. De arbeiders worden door het kapitaal samengebracht in het produktieproces, waar de gemeenschappelijke arbeid tot stand komt onder dwang, maar het revolutionaire karakter van het proletariaat betekent het dialectisch omkeren van deze omstandigheden in een collectieve strijd. De uitbuiting van de gemeenschappelijke arbeid wordt omgezet in de strijd tegen de uitbuiting en voor de bevrijding van het sociale karakter van de arbeid, voor een maatschappij die het volledige potentieel van de geassocieerde arbeid bewust weet te benutten.

Zo herbergt de defensieve strijd van de arbeidersklasse de kiemen in zich van de kwalitatief hogere maatschappelijke verhoudingen die het uiteindelijke doel zijn van de klassestrijd - wat Marx de ‘vrij geassocieerde producenten’ noemde.  Door vereniging, door het samenbrengen van al zijn componenten, capaciteiten en ervaringen, kan het proletariaat machtig worden, kan het de steeds bewustere en meer eensgezinde strijder worden voor en de heraut van een bevrijde mensheid.

29. Ondanks de neiging van het proces van ontbinding om invloed uit te oefenen op de economische crisis, blijft deze in deze fase de ‘bondgenoot van het proletariaat’. Zoals in de “Stellingen over de Ontbinding” staat:

De onverbiddelijk ver­ergerende kapitalistische crisis (is) de be­langrijkste stimulans van de klassestrijd en van de ontwikkeling van het proletarisch bewustzijn, de voorwaarde voor de moge­lijkheid tot verzet tegen het ideologische vergif van de sociale verrotting. Terwijl zij zich niet als klasse kan verzamelen op het terrein van de gedeeltelijke strijd tegen de effecten van de ontbinding, vormt de strijd tegen de directe gevol­gen van de crisis de basis voor de ont­wikkeling van de kracht en de eenheid van de klasse. Dit is zo, omdat:

  • terwijl de gevolgen van de ontbinding (zoals milieuvervuiling, drugs, onveilig­heid) alle lagen in de maatschappij op vergelijkbare wijze raken, en dus een vruchtbare grond voor interklassistische campagnes en mystificaties vormen (eco­logie, anti-kernenergie beweging, antiracistische mobilisaties, enzovoort), zijn daarentegen de economische aanvallen (dalende reële lonen, ontslagen, stijgend arbeidstempo, enzovoort) een direct re­sultaat van de crisis, die het proletariaat (de klasse die de meerwaarde produceert en het kapitalisme op dit terrein be­strijdt) direct en specifiek raakt;
  • in tegenstelling tot de ontbinding, die de bovenbouw van de maatschappij aantast, raakt de economische crisis direct de fundamenten waarop deze bovenbouw rust; het legt de wortel bloot van het barbarendom, waardoor het proletariaat zich bewust kan worden van de noodzaak om radicaal van systeem te veranderen, in plaats van te proberen enkele onder­delen ervan te verbeteren” (Stellingen over de Ontbinding, Internationale Revue nr. 13).

30. Bijgevolg moeten wij elke neiging afwijzen om het belang van de ‘defensieve’, economische strijd van de klasse te bagatelliseren, iets wat een typische uiting is van de modernistische zienswijze die de klasse alleen ziet als een uitgebuite categorie en niet evenzeer als een historische, revolutionaire kracht. Het is natuurlijk waar dat de economische strijd alleen het tij van de ontbinding niet kan keren: zoals in de Stellingen over de Ontbinding staat: Het verzet van de arbeiders tegen de effecten van de crisis is niet langer vol­doende: alleen de kommunistische revolu­tie kan een eind aan deze dreiging maken. Maar het is een grote vergissing om de voortdurende dialectische wisselwerking tussen de economische en politieke aspecten van de strijd uit het oog te verliezen, zoals Rosa Luxemburg in haar werk over de massastaking van 1905 benadrukte; en opnieuw in het heetst van de Duitse revolutie van 1918-1919, op het moment dat de ‘politieke’ dimensie openlijk op de voorgrond trad, benadrukte zij dat het proletariaat nog steeds zijn economische strijd moet ontwikkelen als de enige basis om zich als klasse te organiseren en te verenigen. Het zal de combinatie zijn van een hernieuwde verdedigingsstrijd op een klasseterrein, stuitend op de objectieve grenzen van de burgerlijke maatschappij in ontbinding, en bevrucht door de tussenkomst van de revolutionaire minderheid, die de arbeidersklasse in staat zal stellen een volledige proletarische politisering te bereiken – om haar revolutionaire perspectief terug te vinden, de weg naar de volledige proletarische politisering die haar in staat zal stellen de mensheid uit de nachtmerrie van het ontbindende kapitalisme te leiden.

31. In een eerste periode zal de herontdekking van de klasse-identiteit en de strijdbaarheid van de klasse een vorm van verzet zijn tegen de corrosieve effecten van de kapitalistische ontbinding - een bolwerk tegen een verdere fragmentering en verdeeldheid van de arbeidersklasse tegen zichzelf. Zonder de ontwikkeling van de klassestrijd hebben verschijnselen als de vernietiging van het milieu en de verbreiding van de militaire chaos de neiging gevoelens van machteloosheid en de toevlucht tot schijnoplossingen als ecologisme en pacifisme te versterken. Maar in een meer ontwikkeld stadium van de strijd, in de context van een revolutionaire situatie, kan de realiteit van deze bedreigingen voor het voortbestaan van de soort een factor worden om te begrijpen dat het kapitalisme inderdaad het laatste stadium in zijn verval heeft bereikt en dat revolutie de enige uitweg is. Met name de oorlogszucht van het kapitalisme - zeker wanneer de grote mogendheden er direct of indirect bij betrokken zijn – kan een belangrijke factor zijn in de politisering van de klassestrijd, omdat hij zowel een zeer concrete toename van de uitbuiting en het fysieke gevaar met zich meebrengt, als een verdere bevestiging dat de maatschappij voor de gedenkwaardige keuze staat tussen socialisme en barbarendom. Van factoren van demobilisatie en wanhoop kunnen deze bedreigingen de vastberadenheid van het proletariaat versterken om een einde te maken aan dit stervende systeem.

“Het proletariaat mag niet verwachten en hopen te kunnen profiteren van de verzwakking die de ontbinding veroor­zaakt binnen de bourgeoisie zelf. Gedu­rende deze periode moet het de gevolgen van de ontbinding binnen de eigen ran­gen bestrijden, door alleen te vertrouwen op de eigen kracht, en op haar mogelijk­heden om als uitgebuite klasse collectief en solidair voor haar belangen te strij­den (hoewel de revolutionaire propaganda continu het belang van het gevaar van de sociale ontbinding moet benadrukken). Alleen in een voor-revolutionaire periode, als het proletariaat in het offensief is, als het direct en openlijk de strijd heeft opgenomen voor zijn eigen historische perspectief, zal het in staat zijn om som­mige gevolgen van de ontbinding, met name die van de ideologie van de bour­geoisie en van de krachten van de kapi­talistische macht, voor haar eigen doelen te ge­bruiken en ze tegen het kapitaal te ke­ren.” (Idem).

 

Aktiviteiten van de IKS: 

Ontwikkeling van proletarisch bewustzijn en organisatie: 

Rubric: 

24e Congres van de IKS