Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 504.25 KB |
“De versnelling van de historische situatie, ongezien in de geschiedenis van de arbeidersbeweging, wordt gekenmerkt door het samenvloeien van de volgende twee dimensies:
- de uitbreiding van de ernstigste open economische crisis in het bestaan van het kapitalisme, gecombineerd met de verscherping van de inter-imperialistische spanningen en gepaard gaande met een trage maar geleidelijke opkomst in diepgang en in de breedte van de rijping in de schoot van de arbeidersklasse, sinds 2003.- en de ontwikkeling van een internationalistisch milieu, die bijzonder merkbaar is in de landen van de periferie van het kapitalisme.
Deze versnelling verhoogt nog de politieke verantwoordelijkheid van de IKS, stelt haar hogere eisen in termen van theoretische en politieke analyses en van tussenkomst in de klassenstrijd en naar de zoekende elementen (…)”.De balans die wij kunnen opmaken uit het 18e internationaal congres van onze organisatie moet zich baseren op het feit of deze laatste in staat is om haar verantwoordelijkheden op te nemen.
Voor een waarlijk ernstige communistische organisatie is het altijd erg netelig om luidkeels te gaan verkondigen dat de ene of andere van haar acties een succes is geweest. En dat om meerdere redenen.In de eerste plaats omdat de capaciteit van een organisatie, die strijdt voor de communistische revolutie, om haar verantwoordelijkheden op te nemen, niet op korte maar op lange termijn wordt afgemeten. Want al zit haar rol permanent verankerd in de historische werkelijkheid van haar tijdperk, toch bestaat deze voor het merendeel niet in het beïnvloeden van de onmiddellijke realiteit, ten minste op grote schaal, maar in het voorbereiden van de toekomstige gebeurtenissen.
Op de tweede plaats, omdat er voor de leden van een organisatie altijd het gevaar bestaat om de ‘zaken mooier voor te stellen dan ze zijn’, om blijk te geven van overdreven toegeeflijkheid aan de zwakheden van een collectief waaraan zij hun toewijding en hun inspanningen wijden en dat zij voortdurend verplicht zijn te verdedigen tegen de aanvallen van de openlijke of bedekte verdedigers van de kapitalistische maatschappij.Bewust van het gevaar om onszelf illusies te maken en met de nodige voorzichtigheid die daar uit voortvloeit, stellen we niettemin zonder aarzelen dat het 18e congres van de IKS opgewassen is geweest tegenover de hoger vermelde vereisten en de voorwaarden heeft geschapen opdat wij onze activiteit in die richting zouden kunnen verder zetten.
Wij kunnen hier geen verslag maken van alle elementen die deze bewering kunnen onderbouwen. Wij onderstrepen er slechts de belangrijkste:- het feit dat het congres zijn werkzaamheden begon met de bekrachtiging van de integratie van twee nieuwe territoriale secties, in de Filippijnen en in Turkije;
- de aanwezigheid van vier groepen uit het proletarisch milieu;- de houding van openheid naar buiten van onze organisatie die o.a. geïllustreerd wordt door deze aanwezigheid;
- zijn wil om zich scherpzinnig te buigen over moeilijkheden en zwakheden die onze organisatie moet te boven komen;
- de broederlijke en enthousiaste sfeer die er heerste bij de werkzaamheden van het congres. (1)
Onze pers heeft reeds verslag uitgebracht van de integratie van nieuwe secties van de IKS in de Filippijnen en in Turkije (het was de verantwoordelijkheid van het congres om deze beslissing tot integratie te bekrachtigen die was aangenomen door het centraal orgaan van onze organisatie begin 2009)(2). Bij deze gelegenheid schreven wij: “De integratie van deze twee nieuwe secties in de schoot van onze organisatie verruimt in een belangrijke mate haar geografische uitbreiding”. Wij preciseren ook nog twee feiten betreffende deze integraties: - zij zijn niet het gevolg van een haastige ‘rekrutering’ (zoals dat de gewoonte is bij de troskisten en jammer genoeg zelfs bij sommige groepen uit het proletarische kamp) maar vloeien voort, zoals dat de praktijk is bij de IKS, uit een heel werk van diepgaande discussies gedurende vele jaren met de kameraden van de EKS in Turkije en met die van Internasyonalismo in de Filippijnen, waarvan verslag werd uitgebracht in onze pers;
- zij ontkrachten de beschuldigingen van ‘eurocentrisme’, die onze organisatie dikwijls werden aangewreven.
De integratie van de twee nieuwe secties is geen frequent feit voor onze organisatie. De laatste integratie gaat terug tot 1995 met de sectie in Zwitserland. Onnodig dus te stellen dat de toetreding van deze twee nieuwe secties (die volgde op de oprichting van een kern in Brazilië in 2007) door het geheel van de militanten van de IKS aangevoeld werd als een zeer belangrijk en positief element. Zij bevestigt tegelijkertijd de analyse die onze organisatie al jarenlang heeft gemaakt over de nieuwe mogelijkheden van de ontwikkeling van het klassebewustzijn die vervat zitten in de huidige historische situatie en de geldigheid van de gevoerde politiek ten overstaan van groepen en elementen die zich richten naar revolutionaire standpunten. En dat des te meer gezien er op het congres afvaardigingen aanwezig waren van vier groepen uit het internationalistische milieu.De aanwezigheid van internationalistische groepen
In de balans die wij opgemaakt hebben van het vorige congres van de IKS, hebben wij het belang onderstreept dat dit congres verleend had aan de aanwezigheid, voor het eerst in tientallen jaren, van vier groepen van het internationalistische milieu komende uit Brazilië, Korea, de Filippijnen en Turkije. Ditmaal waren er ook vier groepen uit dit milieu. Maar dit betekent helemaal geen ‘stilstand’, aangezien twee van de groepen die de vorige keer aanwezig waren, inmiddels secties van de IKS zijn geworden en dat wij het genoegen hadden om twee nieuwe groepen te verwelkomen: een tweede groep komende uit Korea en een groep gebaseerd in Centraal-Amerika (Nicaragua en Costa Rica), LECO (Liga voor de Emancipatie van de Arbeidersklasse), die had deelgenomen aan de ‘Ontmoeting van internationalistische kommunisten’ (3) die deze lente werd gehouden op initiatief van de IKS en OPOP, de internationalistische groep waarmee onze organisatie sedert verschillende jaren broederlijke en zeer positieve relaties onderhoudt. Andere groepen die deelgenomen hadden aan deze ontmoeting waren eveneens uitgenodigd, maar konden geen delegatie sturen, omdat Europa steeds meer een onbereikbaar fort wordt voor mensen die niet geboren zijn in het selecte kringetje van de “rijke landen”.De aanwezigheid van groepen van het internationalistische milieu vormde een zeer belangrijk element in het succes van het congres en voornamelijk in de sfeer die er heerste bij de discussies. Deze kameraden betoonden zich zeer hartelijk tegenover de militanten van onze organisatie, brachten vragen aan, voornamelijk over de economische crisis en de klassenstrijd, in termen waaraan wij niet gewoon zijn in onze interne debatten, wat alleen maar kon leiden tot het stimuleren van het nadenken van het geheel van onze organisatie.
Tenslotte vormde de aanwezigheid van deze kameraden een bijkomend element in de houding van openheid die de IKS zich tot doel heeft gesteld sedert enkele jaren, een openheid naar andere proletarische groepen maar ook naar elementen die toenadering zoeken tot communistische standpunten. Een openheid ook in onze bekommernissen en overdenkingen, vooral op het gebied van onderzoek en ontdekkingen op wetenschappelijk vlak (4), en dat werd geconcretiseerd door de uitnodiging van een lid uit de wetenschappelijke wereld op een zitting van het congres.
Om op onze manier het ‘Darwin-jaar’ te vieren en in de schoot van onze organisatie de ontwikkeling te tonen van de belangstelling voor wetenschappelijke vraagstukken, hebben wij aan een onderzoeker, die gespecialiseerd is in het vraagstuk van de evolutie van de taal (de schrijver van een werk getiteld ‘Naar de oorsprong van de taal’), om voor het congres een voorstelling te geven van zijn werkzaamheden, die natuurlijk gebaseerd zijn op een darwinistische benadering. De originele overdenkingen van Jean-Louis Desalles (5) over de taal, de rol ervan in de ontwikkeling van de sociale verhoudingen en de solidariteit bij de menselijke soort hebben een band met de overdenkingen en discussies die gevoerd werden, en worden verder gezet in onze organisatie met betrekking tot de ethiek en de debatcultuur. De uiteenzetting van deze onderzoeker werd gevolgd door een debat dat wij moesten inperken in de tijd, rekening houdend met de eisen van de dagorde, maar dat zich nog uren had kunnen verder zetten, omdat de aangeboorde vraagstukken het merendeel van de deelnemers aan het congres zo hebben aangegrepen. Wij houden er aan om Jean-Louis Desalles te bedanken die, ook al deelt hij onze politieke ideeën niet, aanvaard heeft om op een zeer hartelijke wijze een deel van zijn tijd te wijden aan het verrijken van de overdenking in de schoot van onze organisatie. Wij houden er ook aan om het zeer hartelijke en meelevende karakter te begroeten van de antwoorden die hij bracht op de vragen en tegenwerpingen van de militanten van de IKS.
De discussies van het congres
De werkzaamheden van het congres hebben ook de klassieke punten behandeld die tot de taken behoren van een internationaal congres:- de analyse van de internationale situatie ;
- de activiteiten en het leven van onze organisatie.De resolutie over de internationale situatie vormt een soort synthese van de discussies van het congres betreffende de analyse van de huidige wereldtrends. Natuurlijk kan ze geen verslag uitbrengen van alle aspecten in deze discussies (noch van deze van de voorbereidende rapporten). Ze heeft drie belangrijke doelstellingen:
- begrijpen wat de werkelijke oorzaken zijn en wat er op het spel staat bij de huidige en ongeziene verergering van de economische crisis van het kapitalistische systeem tegenover alle misleidingen, die de verdedigers van dit systeem niet zullen aarzelen op te rakelen;- begrijpen welke de weerslag zal kunnen zijn op de imperialistische conflicten van het aan de macht komen, in de eerste wereldmacht, van de democraat Barak Obama, die voorgesteld wordt als de aanbrenger van een nieuwe situatie in de conflicten en als een hoop voor hun verzachting ;
- perspectieven ontwikkelen voor de klassenstrijd, voornamelijk in de voorwaarden die geschapen zijn door de brutale aanvallen die het proletariaat begint te ondergaan als gevolg van het geweld van de economische crisis.Over het eerste aspect, het begrijpen van wat er bij de huidige crisis van het kapitalisme op het spel staat, is het van belang om de volgende aspecten te onderstrepen:
“de huidige crisis is de ernstigste die het systeem heeft gekend sinds de grote depressie die begon in 1929. (…) Zelfs als het kapitalistisch systeem niet als een kaartenhuis gaat ineenstorten (…) dan heeft het, gezien het historisch in het slop zit, geen ander perspectief dan het toenemende wegzinken in steeds op grotere schaal terugkerende stuiptrekkingen waardoor het vandaag wordt aangetast ”. (‘Resolutie over de internationale situatie’ in International Review nr.138).Wat betreft de ‘nieuwe situatie’ die gevormd wordt door de verkiezing van Obama, verwoordt de resolutie heel duidelijk dat:
“… het perspectief dat zich voor de planeet ontvouwt na de verkiezing van Obama aan het hoofd van de eerste wereldmacht, niet fundamenteel verschillend is van de toestand die er tot op heden heerste: verder zetten van de botsingen tussen de eersterangs of tweederangs wereldmachten, een verder duren van de oorlogsbarbarij met steeds tragischere gevolgen (hongersnoden, epidemieën, massale verplaatsingen) voor volkeren die wonen in de betwiste zones”. (Ibidem).Tenslotte wat betreft het perspectief van de klassenstrijd, probeert de resolutie, net zoals de debatten tijdens het congres, de weerslag in te schatten die deze ondervindt als gevolg van de brutale verergering van de kapitalistische crisis.
“De aanzienlijke verslechtering van de huidige crisis van het kapitalisme betekent natuurlijk een eerste rangselement in de ontwikkeling van de arbeidersstrijd (…) Zo rijpen de omstandigheden voor de ontwikkeling van het idee van de noodzaak aan het omverwerpen van dit systeem op een aanzienlijke wijze in de schoot van het proletariaat. Voor de arbeidersklasse volstaat het echter niet om in te zien dat het systeem in een doodlopend straatje zit, dat het zou moeten plaats maken voor een andere maatschappij, opdat zij in staat zou zijn om zich te richten naar een revolutionair perspectief. Zij moet daarbij ook nog de overtuiging hebben dat een dergelijk perspectief mogelijk is en ook dat zij de kracht heeft om dat te verwezenlijken (…) Opdat de mogelijkheid van de communistische revolutie betekenisvol aan terrein kan winnen bij de arbeidersklasse, is het nodig dat het vertrouwen in eigen kracht groeit. En dat gaat alleen via de ontwikkeling van massale strijd. De enorme aanval die de arbeidersklasse vandaag ondergaat op wereldvlak, zou een objectieve grondslag moeten vormen voor dergelijke strijd”. (Ibidem).Het congres heeft een positieve balans opgemaakt wat betreft de activiteiten en het leven van de IKS voor de voorbije periode, zelfs al blijven er zwakheden voortleven die moeten overstegen worden:
“De balans van de activiteiten van de twee laatste jaren toont de politieke vitaliteit van de IKS aan, haar capaciteit om aan te sluiten bij de historisch context, om zich open te stellen, om een actieve factor te zijn in de ontwikkeling van het klassebewustzijn, haar wil om zich te investeren in initiatieven van samenwerking met andere revolutionaire krachten. (…) Op het vlak van het interne leven de organisatie is de balans ook positief, ondanks de werkelijke moeilijkheden die er blijven bestaan in de eerste plaats op het vlak van het organisatorisch weefsel en, in mindere mate, op het vlak van de centralisering” (Activiteitenresolutie van de IKS)
Om deze moeilijkheden te overstijgen heeft het congres eveneens de discussie op de dagorde geplaatst van een meer algemene tekst over het vraagstuk van de centralisering. Deze discussie, die zeer nuttig was voor het bevestigen en verfijnen van de communistische opvattingen over dit vraagstuk bij de ‘oude garde’ van onze organisatie, bleek vooral bijzonder belangrijk voor de nieuwe kameraden en de nieuwe secties die onlangs in de IKS geïntegreerd zijn. Inderdaad, een opvallend kenmerk van het 18e congres en door alle ‘oudere’ kameraden met een zekere verrassing waargenomen, was de aanwezigheid van een groot aantal ‘nieuwe gezichten’, waarbij de jongere generatie in belangrijke mate vertegenwoordigd was.
Deze belangrijke aanwezigheid van jonge deelnemers op het congres is een belangrijke factor geweest voor het dynamisme en het enthousiasme dat zijn werkzaamheden heeft doordrongen. In tegenstelling tot de burgerlijke media, cultiveert de IKS niet de ‘jongerencultuur’, maar de komst van een nieuwe generatie militanten in de schoot van onze organisatie is van het grootste belang voor het perspectief van de proletarische revolutie. Enerzijds zijn zij, net zoals voor ijsbergen, de ‘zichtbare spits’ van een proces van diepgaande bewustwording die aan de gang is in de schoot van de arbeidersklasse op wereldvlak. Anderzijds schept het de voorwaarden voor een aflossing van de communistische krachten. Zelfs al behouden de ‘oude’ militanten van de IKS al hun overtuiging en hun inzet, dan is het aan de nieuwe generatie om een beslissende bijdrage te leveren aan de komende revolutionaire strijd van het proletariaat n IKS / 05.07.2009
1) Er bestaat een meer gedetailleerde versie van dit artikel, dat dieper ingaat over de positieve punten maar ook over de moeilijkheden die we gekend hebben. Zie Internationale Revue.
2) Zie ‘Groet aan de nieuwe secties van de IKS!’ op onze website
3) In verband met deze ontmoeting, zie ons artikel Een Ontmoeting van internationalistische kommunisten in Latijns-Amerika in dit blad
4) Zoals wij dat al geïllustreerd hebben in verschillende artikels die wij recentelijk gepubliceerd hebben over Darwin en het darwinisme.
5) De lezer die zich een idee wil vormen van deze overdenkingen verwijzen wij naar de website van J-L Desalles.
Het bestaan van die strijd is weinig of niet bekend in de rest van de wereld. De media, die ten dienste staan van de bourgeoisie, zwijgen hem compleet dood. Niets of weinig sijpelt door, noch van de enorme stakingen, noch van de vreselijke repressie die stelselmatig neerkomt op de strijdbare arbeiders.
Zo laten de kranten een loden stilte hangen over de massale strijd die recent Bangladesh en China getroffen heeft.De textielarbeiders in dit landen bezitten een treurig wereldrecord, dat van de laagste lonen : 0,22 $ per uur ! In India, waar de bevolking in grote ontbering leeft, zijn de lonen nog dubbel zo hoog (dus 0,44 $ per uur). En toch is de toestand onlangs nog erger geworden : in een aantal fabrieken werden die hongerlonen niet meer uitbetaald ! Na maanden lijden en ontbering was het massale karakter en het geweld van de reactie van de arbeiders op het niveau van die onmenselijke behandeling. Op 10 mei ll., in een fabriek waar Rupashi pullovers gemaakt worden in Narayanganj (havenstad en centrum van de textielindustrie van het land), lieten de arbeiders hun woede botvieren en gebruikten ze fysiek geweld tegen hun baas. “De volgende morgen vonden de arbeiders van Rupashi die naar het werk gingen hun fabriek gesloten en van hangsloten voorzien. De arbeiders besloten toen allen samen in groep naar andere bedrijven van de stad te trekken, slogans scanderend tegen de uitbuiting. Duizenden andere arbeiders verlieten hun arbeidspost om zich bij hen aan te sluiten. Er waren botsingen met de veiligheidsagenten van de bedrijven. Het geweld verspreidde zich als een lopend vuurtje : 20.000 arbeiders in opstand begonnen tientallen textielfabrieken en katoenspinnerijen te plunderen en in brand te steken.” (1)
In 2006 hadden duizenden gerevolteerde arbeiders al verschillende industriële centra verwoest. Maar dit keer gingen de stakers nog massaler en gewelddadiger te werk. Ze aarzelden niet alle veiligheidsbarrières te doorbreken die hun fabrieken omringen om zich te kunnen groeperen en de confrontatie aan te gaan met het leger, wat aanleiding gegeven heeft tot zeer bloedige straatgevechten.
Deze centra zijn echte industriële gevangenissen, een soort kampen die omringd zijn met prikkeldraad en die constant bewaakt worden door gewapende gardes. Door zich in de strijd te gooien tegen de fabrieken en tegen het leger wilden de 20.000 arbeiders zowel de machines vernietigen, echte marteltuigen die hen water en bloed doen zweten, dag en nacht, als hun gevangenbewaarders, en dit op gevaar van hun eigen leven.China wordt de laatste 15 jaar voorgesteld als het nieuwe kapitalistische Eldorado. Als we de gepatenteerde goedpraters van de economie zouden moeten geloven, dan zou het Rijk van het Midden vandaag gespaard blijven van de economische crisis. Beter nog, China zou de wereldeconomie morgen uit de recessie helpen! Natuurlijk is de werkelijkheid heel anders. Dit land wordt ook volop en brutaal getroffen door de crisis, en daar net als elders is de arbeidersklasse er het eerste slachtoffer van. Bijvoorbeeld alleen al in Daqing (2) kondigt men sinds 2 jaar het ontslag aan van 88.000 bedienden (3). In heel het land hebben de afgelopen zomer ongeveer 30 miljoen migrerende arbeiders (seizoenarbeiders) hun werk verloren. Maar beetje bij beetje ontwikkelt zich de strijdwil. Ondanks de genadeloze repressie vanwege de Chinese Kommunistische Partij aanvaarden de arbeiders het steeds minder als werkpaarden behandeld te worden. Sinds begin maart “uiten duizenden arbeiders in Noordoost-China hun onvrede op straat, om de betaling te eisen van hun uitkeringen en de vrijlating van hun vertegenwoordigers (4). De betogingen hebben plaats in de steden van Daqing en Liaoyang, in het hart van het industriebekken van Mandsjoerije, dat zwaar getroffen wordt door de economische crisis. Rond deze steden doen de staatsindustrieën rechtstreeks of onrechtstreeks negen op de tien personen leven. Maar het rendement van deze zware industrieën is dalende en de sociale plannen volgen elkaar op. Sinds men hen aangekondigd heeft dat ze geen toelage voor chauffage meer zouden krijgen en dat hun sociale zekerheid zou wegvallen in geval van ontslag, gaan de arbeiders van Daqing, met duizenden, soms tot 30.000, elke dag de straat op sinds de 1e maart. Verenigd op het plein van de IJzeren Man, naam van een legendarische held van het proletariaat in de jaren 1960, trekken ze de wacht op voor de lokale zetel van PetroChina, het overheidsbedrijf dat hen tewerkstelt. “De IJzeren mannen, dat zijn wij” roepen ze onder de ramen van hun werkgever. In Liaoyang hebben gelijkaardige redenen de arbeiders ertoe gebracht de koude en de zandwinden te trotseren om met tienduizenden te protesteren voor de zetel van de plaatselijke regering” (5).
Deze strijdgolf is representatief voor de algemene opkomst van de strijdwil van het proletariaat in China tegenover de ravages die de economische crisis aanricht. “Gedurende de eerste drie maanden van dit jaar, terwijl het ritme van de jobs die verloren gaan en van de terugkeer van migrerende arbeiders naar hun streek van oorsprong pijlsnel toeneemt, waren er in China 58.000 'massale incidenten'. De regering zelf spreekt van stakingen, betogingen, wegblokkeringen en andere vormen van strijd van de bevolking. Die cijfers worden gegeven door in Hong Kong gevestigde agentschappen die belast zijn met het waken over de politieke stabiliteit in continentaal China. Als deze tendens zich het geheel jaar doorzet, dan zal 2009 alle voorgaande records breken met meer dan 230.000 van die 'massale incidenten', in vergelijking met de 120.000 uit 2008 en de 90.000 uit 2006” (6).
Van Vietnam tot Dubai, van China tot Bangladesh breken steeds belangrijker en gewelddadiger stakingen uit. De vraag die zich dan stelt is wat de toekomst is van deze gevechten? Om daarop te antwoorden moeten we ze beschouwen als deel uitmakend van een internationaal proces, namelijk de geleidelijke terugkeer van het proletariaat, zowat overal ter wereld naar het terrein van de klassestrijd.In de 'opkomende' landen zijn de strijdwil van de arbeiders, het massale karakter van de stakingen en ook de grote moed tegenover de wrede repressie, een kracht die de proletariërs in alle landen kan en moet inspireren.
Maar de wanhoop die hen drijft, zoals in Bangladesh, tot het vernietigen van fabrieken als uitlaatklep voor hun woede of de confrontaties met de repressiekrachten zonder ander vooruitzicht dan te sterven in een bloedbad, legt anderzijds bloot hoezeer die proletariërs nood hebben aan de strijd van de arbeiders in de centrale landen, in Europa of de Verenigde Staten, om zich de lange ervaring van de oudste bataljons van het wereldproletariaat eigen te maken.Opdat al die strijd weerklank zou krijgen, dat de strijdwil van de enen de anderen zou aanmoedigen en de ervaring van de ene van nut zou zijn voor de anderen, moet het loden gewicht afgegooid worden van de black-out in de media die door de bourgeoisie georganiseerd wordt, moeten op de breedst mogelijke schaal nieuws verspreid worden en gediscussieerd, op internationale schaal, over elke nieuwe belangrijke strijd n
Map / 1.7.2009
1) Bron: “Des nouvelles du front”.
2) Stad met een miljoen arbeiders in de provincie Heilongjiang.
3) Bron: “Des nouvelles du front”.
4) Deze vertegenwoordigers zijn a priori elementen die de Chinese staat opgemerkt heeft als meest strijdbare arbeiders sinds het begin van de beweging en waarop ze haar pijlen gericht heeft door hen in de gevangenis te werpen. Nochtans weten we op basis van de informatie waarover we beschikken niet onder welke voorwaarden en tot op welke hoogte deze 'vertegenwoordigers' erkend worden door het geheel van de arbeiders in strijd.
5) Bron: “Des nouvelles du front”.
6) Bron: “Des nouvelles du front”.
Wij publiceren hieronder de stellingname die gemeenschappelijk werd aangenomen door groepen of organisaties uit 8 verschillende landen van Latijns-Amerika (1). Daarin wordt ook verslag gedaan van de werkzaamheden van die internationalistische bijeenkomst die onlangs gehouden werd (2).
Deze bijeenkomst, waarvoor het voorstel al een jaar geleden gedaan was, werd op de eerste plaats mogelijk door de opkomst van groepen die voor het merendeel (behalve OPOP en de IKS) 3 jaar geleden nog niet eens bestonden. Bovendien zou deze gebeurtenis nooit hebben kunnen plaatshebben zonder de gemeenschappelijke wil van de groepen in kwestie om het isolement te doorbreken en een gemeenschappelijke politieke arbeid te verrichten (3). De grondslag voor een dergelijk werk was de aanvaarding door de deelnemers van toetredingscriteria waarmee het proletarische kamp afgegrensd werd van dat van de bourgeoisie en die uiteengezet worden in de hiernavolgende stellingname.
De eerste activiteit van deze bijeenkomst was noodzakelijkerwijze de politieke discussie die moest toestaan helderheid te scheppen omtrent de bestaande overeenkomsten en verschillen onder de deelnemers, opdat er een kader kon worden uitgewerkt om de meningsverschillen op te helderen.
Wij begroeten in het bijzonder het feit dat deze bijeenkomst plaats heeft kunnen vinden en in staat is geweest om belangrijke discussies ter hand te nemen, zoals over de huidige toestand van de internationale klassenstrijd evenals over de aard van de crisis die het kapitalisme vandaag teistert. Wij hebben het volste vertrouwen in de vruchtbare voorzetting van het debat (4).
Wij zijn ons ervan bewust dat deze bijeenkomst nog maar een heel kleine stap is op de weg naar de vorming van een internationale referentiepool; een referentiepool wiens bestaan, wiens publieke debatten en wiens tussenkomst in staat zouden moeten zijn oriëntaties te bieden aan elementen, collectieven en groepen uit de hele wereld die op zoek zijn naar een proletarisch internationalistisch antwoord op de steeds ernstigere toestand waarin het kapitalisme de mensheid meesleurt.
Niettemin is deze bijeenkomst in vergelijking met de ervaringen uit het verleden – zoals bijvoorbeeld de Internationale Conferenties van het Kommunistische Linkerzijde, die dertig jaar geleden werden gehouden - wel in staat gebleken om een aantal zwakheden te overstijgen die zich toentertijd manifesteerden (5). Terwijl de Conferenties er niet toe gekomen waren een gemeenschappelijke verklaring aan te nemen tegenover de oorlog in Afghanistan, die toen een grote bedreiging vormde, verdedigt de stellingname die nu in unanimiteit door de deelnemers is aangenomen op een zeer heldere wijze de proletarische standpunten tegenover de crisis van het kapitalisme.
Wij willen in het bijzonder de nadruk leggen de felle aanklacht die de stellingname doet tegen de huidige kapitalistische alternatieven van ‘links’ welke in zwang zijn op het hele Amerikaanse continent en die in de hele wereld niet te verwaarlozen illusies wekken. Van de Verenigde Staten, met het verschijnsel Obama, tot in het Argentijnse Patagonië, wordt het continent ‘door elkaar geschud’ door de opkomst van regeringen die beweren de armen, de arbeiders, de uitgeslotenen te verdedigen en die zich voordoen als de dragers van een ‘sociaal’, ‘humaan’ kapitalisme, of in een nog ‘radicalere versie’ (zoals Chavez in Venezuela, Morles in Bolivia en Correa in Ecuador), beweren niet minder dan het ‘socialisme van de XXIe eeuw’ te belichamen.
Wij denken dat het van het grootste belang is dat er zich, tegenover deze misleidingen, een eensgezinde, broederlijke en collectieve pool van internationalistische minderheden opricht. Dit kan de weg openen voor de discussie en het formuleren van standpunten van internationale solidariteit, van onverzoenlijke klassenstrijd, van een strijd voor de wereldrevolutie, tegenover het staatskapitalisme, het nationalisme en de uitbuiting die deze ‘nieuwe’ profeten proberen te laten voortduren.
IKS / 26.4.2009
Gemeenschappelijk stellingname
De strijd voor het echte kommunisme, dat wil zeggen een klasseloze maatschappij, zonder ellende en zonder oorlog, wekt opnieuw een groeiende belangstelling op bij minderheden in de hele wereld. In maart 2009 werd op initiatief van de Internationale Kommunistische Stroming en de Arbeiders Oppositie (Oposição Operaria, OPOP), in Latijns-Amerika een bijeenkomst voor internationalistische discussie gehouden, waaraan verscheidene groepen, kringen en individuele kameraden van dit continent hebben deelgenomen die zich duidelijk op internationalistische en proletarische standpunten stellen.
Buiten de IKS en OPOP waren de volgende groepen aanwezig:
- Grupo de Lucha Proletaria (Peru),
- Anarres (Brazilië),
- Liga por la Emancipación de la Clase Obrera (Costa Rica en Nicaragua),
- Núcleo de Discussión Internacionalista (Dominicaanse Republiek) en
- Grupo de Discusión Internacionalista (Ecuador).
Bovendien hebben ook kameraden uit Peru en Brazilië deelgenomen aan de werken van de bijeenkomst. Andere kameraden uit andere landen hadden eveneens hun verlangen geuit om deel te nemen, maar hebben dat, om materiële of administratieve redenen, niet kunnen realiseren.
Het geheel van de deelnemers kon zich vinden in de beginselen die hieronder afgedrukt staan. Het waren globaal dezelfde als die welke gediend hadden voor het houden van de Conferenties van de Kommunistische Linkerzijde op het einde van de jaren 1970 en begin jaren 1980:
1. Een beroep op het proletarische karakter van de Oktoberrevolutie van 1917 en de Kommunistische Internationale door deze ervaringen te onderwerpen aan een kritische balans die het mogelijk moet maken om nieuwe revolutionaire pogingen van het proletariaat richting te geven.
2. De verwerping zonder reserve van elk idee volgens welke er in de wereld landen zouden bestaan met een socialistisch regime of met een arbeidersregering; al dan niet ‘gedegenereerd’; evenals de verwerping van elke vorm van staatskapitalistische regering, zoals degene die zich baseren op de ideologie van ‘het socialisme van de XXIe eeuw’.
3. Het aanklagen van de socialistische en communistische partijen, evenals hun handlangers, als partijen van het kapitaal.
4. De categorische verwerping van de burgerlijke democratie, het parlementarisme en de verkiezingen, wapens waarmee de bourgeoisie er talloze keren in geslaagd is om de arbeidersstrijd in te kapselen en af te leiden, door de arbeidersklasse te plaatsen voor de valse keuze: democratie of dictatuur, fascisme of anti-fascisme.
5. De verdediging van de noodzaak voor de internationalistische revolutionairen om te werken aan de vorming van een internationale organisatie van de proletarische voorhoede, een onmisbaar wapen voor de proletarische revolutie.
6. De verdediging van de rol van de arbeidersraden als organen van de proletarische macht, evenals de zelfstandigheid van de arbeidersklasse met betrekking tot andere klassen en lagen van de maatschappij.
De agenda van de discussies was als volgt:
1. De rol van het proletariaat en zijn huidige toestand, de krachtsverhouding tussen de klassen;
2. De situatie van het kapitalisme (in wiens schoot zich de huidige strijd afspeelt) en, als meer globale overdenking, het begrip van het verval en/of de structurele crisis van het kapitalisme;
3. De toenemende ecologische crisis waarin het systeem ons stort. Alhoewel dit punt, wegens tijdsgebrek, niet is bediscussieerd, werd er overeengekomen om deze discussie uit te diepen via Internet.
Wat betreft punt 1 werden voorbeelden uit Latijns-Amerika gebruikt om de analyses over het huidige niveau van de klassenstrijd te illustreren, maar de bekommernis van het merendeel van de tussenkomsten was om deze te beschouwen als een onderdeel van de algemene situatie van de proletarische strijd op internationaal vlak. Toch heeft de bijeenkomst besloten om in het bijzonder de verschillende regeringen van links - die op dit moment het merendeel van de landen van Latijns-Amerika regeren – aan te klagen als doodsvijanden van het proletariaat en zijn strijd. De aanklacht betreft eveneens diegenen die aan deze regeringen, ook al is het kritisch, steun verlenen. De bijeenkomst heeft ook het criminaliseren door deze regeringen van de arbeidersstrijd aangeklaagd. Hij heeft tenslotte benadrukt dat de arbeidersklasse zich geen illusies moet maken over de wettige en democratische middelen, maar enkel kan rekenen op haar eigen zelfstandige strijd. Deze aanklacht geldt voor de volgende regeringen:
- Kirchner in Argentinië
- Morales in Bolivië
- Lula in Brazilië
- Correa in Ecuador
En in het bijzonder het regime, dat geleid wordt door Chávez in Venezuela, wiens ‘Socialisme van de XXIe eeuw’ niets anders is dan een enorme leugen, die er op gericht is om de strijd van het proletariaat in dit land te onderdrukken en de arbeiders in andere landen te misleiden.
Wat betreft punt 2 kwamen de deelnemers tot een akkoord over de ernst van de huidige crisis van het kapitalisme, evenals over de noodzaak om er een grondiger inzicht in te krijgen, vertrekkend van een theoretisch en historisch perspectief.
Als conclusie van de discussies kwamen de deelnemers tot een akkoord over de volgende punten:
- het plaatsvinden van de bijeenkomst is een manifestatie van de huidige tendens van de ontwikkeling van de strijd en van de bewustwording van het proletariaat op internationaal vlak;
- de verscherping van de crisis van het kapitalisme vandaag kan, op termijn, deze tendens tot de ontwikkeling van de arbeidersstrijd enkel versterken en maakt de verdediging van revolutionaire standpunten in de schoot van het proletariaat steeds noodzakelijker;
- in die zin vinden alle deelnemers het nodig om de inspanning, die begonnen is met de organisatie van deze bijeenkomst, verder te zetten om actieve deelnemer te zijn in de internationale proletarische strijd.
Meer concreet werd er als eerste stap van deze inspanning het volgende besloten:
1. het opstarten van een internetsite in het Spaans (eventueel in het Portugees) onder de collectieve verantwoordelijkheid van de groepen die deelgenomen hebben aan de bijeenkomst. Ook werd de mogelijkheid overwogen om in het Spaans een bulletin te publiceren, gebaseerd op de inhoud van de internetsite;
2. de publicatie op die site van
- de stellingname (die ook zal gepubliceerd worden op de sites van de deelnemende groepen);
- de bijdragen die voorbereid werden voor deze bijeenkomst;
- het samenvattend verslag van de verschillende discussies die tijdens deze bijeenkomst zijn gevoerd;
- elke andere bijdrage van de aanwezige groepen en elementen, evenals van elke andere groep of kameraad die zichzelf herkent in de beginselen en bekommernissen die de ontmoeting hebben bezield.
Een van de bekommernissen die de ontmoeting heel in het bijzonder onderstreept is de noodzaak van een open en broederlijk debat tussen revolutionairen en de verwerping van elk sektarisme en kapelletjesgeest n
1) Mexico, Dominicaanse Republiek, Costa Rica, Nicaragua, Ecuador, Peru, Venezuela, Brazilië.
2) De deelnemers waren de volgende: Oposição Operária –OPOP (Brésil), IKS, LECO (Liga por la Emancipación de la Clase Obrera, Costa Rica – Nicaragua), Anarres (Brésil), GLP (Grupo de Lucha Proletaria, Pérou), Grupo de Discusión Internacionalista de Ecuador, Núcleo de Discusión Internacionalista de la República Dominicana, evenals kameraden uit dezelfde landen die hebben deelgenomen op individuele titel.
3) Wij hebben verslag uitgebracht van deze opbloei in Latijns-Amerika in ons artikel Twee nieuwe secties van de IKS (in Internationaliusme n°342 en Wereldrevolutie n°117).
4) Een van de beslissingen van de bijeenkomst ging over het openen van een Internet site waarop de gemeenschappelijk stellingname en de debatten gepubliceerd zullen worden. Zie encuentro.internationalist-forum.org
5) Lees bijvoorbeeld in de Internationale Revue n 16 (frans-, engels-, en spaanstalig), het artikel 2eme conférence internationale des groupes de la Gauche communiste
Deze dag bracht deelnemers van alle leeftijden bijeen en kenmerkte zich vooral door een actieve deelname van alle aanwezigen, door geanimeerde discussies die ieder’s wil liet zien om de aangesneden vraagstukken te begrijpen en te verdiepen. En dit alles in een hartelijke en warme sfeer, niet alleen tijdens de discussies maar ook tijdens de pauzes, in het bijzonder tijdens de BBQ die deze dag afsloot en voor velen een gelegenheid was om de discussies verder te zetten, of om beter met elkaar kennis te maken en ideeën uit te wisselen.
Deze dag was helemaal geen geïsoleerd evenement maar kadert volledig in een internationale dynamiek:
- gelijkaardige ontmoetingen vonden plaats in Frankrijk (Marseille, Parijs), Italië (Napels), Groot-Brittannië (Londen), de Verenigde Staten (New York), enz…
- overal ter wereld ontstaan discussiekringen en groepen die op zoek zijn naar politieke verheldering (van Duitsland tot Brazilië, van Nicaragua tot Zuid-Korea of Japan);
-er was een conferentie van internationalistische groepen in Latijns-Amerika.
Hoe kan men een dergelijke internationale dynamiek verklaren?
Deze komt vooral voort uit twee fundamentele noden:
- een nood om te begrijpen: de evolutie van de wereld leidt tot het nadenken over de oorzaken van zijn achteruitgang (ecologische rampen, economische crisis, werkloosheid, ellende, afwezigheid van economische en sociale perspectieven, oorlogen, slachtpartijen, hongersnoden,…) want zonder diagnose kan er geen afdoende remedie gevonden worden…;
- een nood om iets te doen: hoe te werk gaan om de ramp die zich aankondigt te beletten, om een alternatief voor te stellen voor deze wegkwijnende maatschappij? Welke zijn de krachten die dit alternatief kunnen verwezenlijken? Hoe zich organiseren en een krachtsverhouding uitbouwen die in ons voordeel uitdraait.
Moeilijke vraagstukken maar die van kapitaal belang zijn om steriele acties te vermijden, die enkel kunnen uitlopen op uitputting en ontmoediging.
De antwoorden op die vragen kunnen wij enkel samen vinden en niet ieder in zijn hoekje via het individualisme, het ‘ieder voor zich’ dat deze maatschappij ons wil opdringen. Collectief nadenken en lessen trekken uit ervaringen in het verleden, uit talrijke inspanningen en theoretische bijdragen die er geleverd werden (want wij zijn bijlange niet de eersten die deze antwoorden zoeken). En dit is slechts mogelijk wanneer er ruimte geschapen wordt voor deze politieke overdenking. Een dergelijke ruimte scheppen betekent:
- zo veel mogelijk op zoek gaan naar vraagstukken die leven door een zo groot mogelijke waaier van onderwerpen aan te snijden;
- iedereen kan zonder verplichting deelnemen en bijdragen volgens eigen kunnen en belangstelling;
- alle deelnemers moeten volop de kans krijgen om samen vrijelijk te discuteren, in een open en broederlijke sfeer waarbij iedereen zonder vrees zijn/haar vragen moet kunnen op tafel gooien, maar ook zijn/haar twijfels en zo bijdragen tot het debat op een bewuste en collectieve manier;
- bovendien is die ruimte slechts een schakel in een ketting, een moment in het proces van de overdenking en moet ze opgevat worden als een continuïteit zowel historisch als internationaal.
Om die reden neemt de IKS het initiatief om deze ontmoetings- en discussiedagen actief te organiseren en er aan deel te nemen, zoals dat nu het geval was in Antwerpen. In een volgend nummer van Internationalisme zullen wij de gelegenheid hebben om terug te komen op de bijdragen aan deze dag.
Natuurlijk volstaat één enkele discussiedag niet om alle gestelde vragen te beantwoorden. Omdat nog vele andere vragen, die door de uitgenodigden werden opgeworpen, niet aan bod kwamen. Omdat de wereldsituatie het vraagstuk stelt van de toekomst van de kapitalistische maatschappij, is het nodig om het debat verder te zetten.
Met dit doel voor ogen, en naast onze regelmatige discussiebijeenkomsten en publieke bijeenkomsten, wordt er nog een ander ontmoetingsmoment georganiseerd door de IKS, dat zal doorgaan in Rijsel (Frankrijk) in de maand oktober, De discussies en vragen van de zomerdag in Antwerpen kunnen dan terug opgenomen worden n
DM / 08.09.09
Maar in de eerste weken van juni gebeurde er iets dat duidelijk aantoonde dat het gewicht van de passiviteit en de angst geen fataliteit is. De arbeiders van de Londense metro hebben gestaakt om 1000 bedreigde banen te verdedigen. De arbeiders van de Post in Londen en in Schotland hebben strijd aangevat tegen ontslagen, verbroken contracten en het schrappen van jobs. En vooral, en op hetzelfde ogenblik, legden 900 bouwarbeiders van de raffinaderij in Lindsey het werk neer uit solidariteit met 51 van hun makkers die ontslagen waren. Die strijd stak de lont aan een reeks wilde stakingen uit solidariteit in de grootste bouwplaatsen van de energiesector in Groot-Brittannië, toen Total op 19 juni 640 stakers ontsloeg. Deze strijd toont dat we ons 'lot' niet zomaar moeten slikken.
Begin dit jaar stonden de arbeiders van de Lindsey-raffinaderij midden in een gelijkaardige golf wilde stakingen, naar aanleiding van het ontslag van arbeiders op de site. Die strijd werd in het begin afgeremd door het gewicht van het nationalisme, gesymboliseerd door de slogan 'Engelse jobs voor Engelse arbeiders!', en door het verschijnen van de Union Jack (Britse vlag) aan de stakingspiketten. Enkele van de stakende arbeiders zeiden dat men geen buitenlandse arbeiders moest aanwerven terwijl er Engelse arbeiders ontslagen werden. De heersende klasse gebruikte die nationalistische ideeën volop, overdreef hun invloed en stelde het voor alsof deze staking gericht was tegen de Italiaanse en Poolse arbeiders die op de site tewerkgesteld waren. Maar plots, en zeer voorspelbaar, werd er abrupt een einde gemaakt aan de staking, toen spandoeken begonnen te verschijnen die de Portugese en Italiaanse arbeiders opriepen zich bij de strijd aan te sluiten, met de slogan 'Arbeiders van de hele wereld, verenigt u!', terwijl de Poolse bouwvakkers zich bij de wilde stakingen in Plymouth aansloten. In plaats van een langdurig voorbereide nederlaag voor de arbeiders, met groeiende spanningen tussen de arbeiders uit verschillende landen, behaalden de arbeiders van Lindsey 101 extra arbeidsplaatsen, de Portugese en Italiaanse arbeiders behielden hun job, ze kregen de verzekering dat niemand ontslagen zou worden en gingen verenigd terug aan het werk.
De nieuwe strijdgolf, die steunde op deze goede dynamiek, brak uit op een basis die van meetaf aan veel duidelijker was : solidariteit met de 51 ontslagen arbeiders. Op hetzelfde ogenblik wierf een andere baas arbeiders aan. De ontslagen arbeiders vernamen via een post-it op hun stempelkaart dat men hen niet meer nodig had! Dat lokte een onmiddellijke reactie uit bij honderden arbeiders, die uit solidariteit het werk neerlegden. De indruk bestond dat deze arbeiders aangepakt werden vanwege de rol die ze gespeeld hadden in de vorige staking. Op 19 juni nam Total, eigenaar van de site, de onverwachte maatregel 640 stakers te ontslaan. Er waren al solidariteitsstakingen geweest in andere fabrieken, maar bij de aankondiging van de nieuwe ontslagen braken over het hele land stakingen uit. “Ongeveer 1200 woedende arbeiders verzamelden gisteren aan de belangrijkste ingangen en droegen borden waarop de hebzuchtige patroons aangeklaagd werden. Arbeiders van de elektriciteitscentrales, de raffinaderijen, de fabrieken in Cheshire, Yorkshire, Nottinghamshire, Oxfordshire, Zuid-Wales en de Teeside legden het werk neer om hun solidariteit te tonen.” (The Independent, 20-6-09) The Times rapporteerde “dat er tekenen waren dat de staking zich uitbreidde naar de nucleaire industrie, want EDF Energy zei dat contractuele arbeiders van de reactor in Hickley Point in Somerset het werk hadden neergelegd.”
De rechtse kranten The Times en The Daily Telegraph die meestal volop dergelijke nationalistische gevoelens uitspelen, maakten er dit keer geen melding van en concentreerden zich veeleer op de actie die Total opgestart had en het gevaar dat de strijd zich zou uitbreiden. De heersende klasse maakt zich bijzonder bezorgd over deze strijd, juist omdat ze die niet zo gemakkelijk kan afleiden in een nationalistische campagne. Zij vreest dat de strijd zou kunnen uitbreiden naar de gehele bouwsector en zelfs daarbuiten. De arbeiders kunnen zien dat als Total erin slaagt stakende arbeiders te ontslaan, zij daarin door andere patroons gevolgd zullen worden. De kwestie van de staking is duidelijk gesteld als een klassekwestie, die alle arbeiders aanbelangt.
De visie op solidariteit met buitenlandse arbeiders bevestigt het evidente klassekarakter van deze strijd. Zoals een ontslagen arbeider het duidelijk zegt : “Total zal zich binnenkort rekenschap geven van het feit dat ze een monster losgelaten hebben. Schandalig dat zoiets gebeurt zonder enig overleg. Het is onwettelijk en ik word er ziek van. Als ze (Total) hier mee wegraken, dan zal de rest van de industrie ineenzakken en moeten afslanken. De arbeiders zullen uitgedund worden en de ongeschoolde buitenlandse arbeiders zullen aan lagere lonen aangeworven worden, als vuil behandeld en weggestuurd zodra het werk klaar is. Er bestaat een grote kans dat de elektriciteit tengevolge hiervan afgesloten zal worden. We kunnen niet passief blijven toezien hoe arbeiders als vuile kleren weggegooid worden” (The Independent, 20-6-09).
De verontwaardiging van de arbeiders is die van heel de arbeidersklasse. Niet allen omwille van wat Total doet, maar omwille van alle aanvallen die ze ondergaan of zien gebeuren. Miljoenen arbeiders worden vandaag weggeworpen als waren ze afval van de heersende klasse. De bazen verwachten dat de arbeiders de loondalingen aanvaarden, dat ze zelfs gratis zouden werken en nog tevreden blijven! Het misprijzen dat Total tentoonspreidt is dat van de hele bourgeoisie.
Wat er ook gebeurt in de komende dagen, deze strijd heeft al aangetoond dat de arbeiders de aanvallen zomaar moeten slikken, dat ze verzet kunnen bieden. Meer dan dat: ze hebben gezien dat de enige manier om zichzelf te verdedigen erin bestaat elkaar te verdedigen. Voor de tweede keer dit jaar hebben we wilde solidariteitsstakingen gezien. Sommige verslagen zeggen dat de stakers in Lindsey vliegende piketten naar Wales en Schotland gestuurd hebben. Er zijn bouwwerven over het hele land, en vooral in Londen waar de bouwwerven van de Olympische Spelen talloze arbeiders van vele nationaliteiten bijeenbrengen. Delegaties naar die werven sturen om tot solidaire actie op te roepen zou een nog duidelijker boodschap brengen dat het om een kwestie gaat die de toekomst van alle arbeiders aangaat, waar ze ook vandaan komen. De arbeiders van de post en de metro in Londen proberen zich ook tegen gelijkaardige aanvallen te verdedigen en hebben er belang bij een gemeenschappelijk front te vormen.
De oude slogan van de arbeidersbeweging – arbeiders van de hele wereld, verenigt u! - wordt door de bazen vaak in het belachelijke getrokken omdat zij niet verder kunnen zien dan hun nationale belangen. Maar de wereldcrisis van hun systeem maakt steeds duidelijker dat de arbeiders overal dezelfde belangen hebben: ze moeten proberen zich te verenigen om hun levensvoorwaarden te verdedigen en het perspectief voorop te stellen van een ander soort maatschappij, gebaseerd op wereldwijde solidariteit en samenwerking n
Phil/ 21.06.2009
“Voor 20 september moeten wij een stabiliseringplan indienen bij de Europese Commissie, en daarna gaan wij over tot het budget 2010-2011. (…) Om onze sociale verworvenheden te vrijwaren moet er absoluut een solidere en meer dynamische economische infrastructuur komen dan vandaag. Europa moet aan het werk en België ook. (…) Wij zijn weer vertrokken voor een lange periode van aanpassing. Dat is trouwens allemaal doenbaar hé [sic, bedankt voor de aanmoediging] … in 1992 vertegenwoordigde het plan Dehaene een inspanning die gelijkstaat met de helft van die van vandaag … Dus vandaag moet men … het dubbele doen van wat men moest doen in 1992. Men zal zich moeten aanpassen. Vooral de bevolking [sic] zal zich moeten aanpassen. Men zal van discours moeten veranderen”. (Le Soir, 1.8.2009).
Dat was een bijzonder direct discours in volle zomerreces. De redding van de banken en de steun aan de kwakkelende economie hebben in de eerste plaats 15 jaar van budgettaire inleveringen en loonmatiging geannuleerd. Bovendien is het gat dat moet gevuld worden twee maal dieper en zal de inkrimping van de uitgaven twee maal forser zijn dan in de laatste 15 jaar. Via de verklaringen van de Eerste Minister belooft de regering ons nog meer bloed en tranen dan tijdens de jaren 1980 en dat voor minstens 10 jaar.
Aarzelingen
Geconfronteerd met de bedreigingen van haar levensomstandigheden, blijft de Belgische arbeidersklasse voor het ogenblik heel schuchter in haar antwoord en dat kan verrassend lijken. De meerderheid van de arbeiders kiest voor een afwachtende houding en is ontredderd, zoals wij merken bij Opel Antwerpen of bij Sonaca in Charleroi. Een kleine minderheid van de arbeiders reageert gewelddadig, omdat zij zich verplicht voelen om ‘iets te doen vooraleer het te laat is’ tegenover de druk van de ontslagen die zij ondergaan in hun bedrijf of hun streek, maar zij staan dan geïsoleerd (zoals bijvoorbeeld met de bezetting bij Bridgestone). Hoe kan men deze relatieve passiviteit uitleggen van een arbeidersklasse die, op andere momenten (zoals nog tijdens de golf van wilde stakingen begin 2008), haar strijdbaarheid wist tot uiting te brengen tegenover de aanvallen die ze onderging?
- Vooreerst door de voorzichtigheid waarmee de bourgeoisie zelf tewerk gaat bij het ten uitvoer brengen van haar aanvalsplannen. In tegenstelling tot de jaren 1970 of 1980, beschikt de bourgeoisie niet meer over zogenaamde politieke alternatieven om de crisis te lijf te gaan. Ze zijn allemaal al toegepast en hebben het allemaal al laten afweten: de belofte van tienduizenden nieuwe jobs in de openbare sector, de vermindering van de arbeidstijd (36u), de inperking van het juk van de staat, de beperking van de toevloed van vreemdelingen,… Vandaar dat zij, bewust van haar verminderde manoeuvreerruimte in een context van algeheel ongenoegen, handelt met omzichtigheid. Ze probeert elke provocatie te vermijden. Daarom vermijdt zij voor het ogenblik frontale maatregelen tegen de lonen en mikt zij eerder op ‘ecologische’ belastingen of op de vermindering van de uitgaven van de sociale zekerheid, op de vermindering van de toegekende fiscale voordelen aan het bijkomend pensioensparen, maatregelen die in wezen evengoed een aanval zijn op de lonen, maar op een indirecte manier. Bovendien probeert zij de evenredigheid en de wettelijkheid van de aangekondigde aanvallen te rechtvaardigen door zelf de trom te roeren over de noodzaak van “diegenen te laten betalen die de crisis veroorzaakt hebben” : de voorstellen voor een crisisbelasting voor de banken, de beperking van de bonussen voor de hogere kaders of zelfs de belasting op de financiële speculatie (Tobin tax) moeten de bevolking, en vooral de loontrekkers, er van overtuigen dat de opofferingen evenredig zullen gespreid worden.
- Vervolgens en vooral natuurlijk door de omvang en de brutaliteit van de crisis die breed uitgemeten wordt in de media in dienst van de bourgeoisie. In het begin is het normaal dat de arbeiders terugschrikken voor de omvang van de aanvallen en voor het niveau van antwoord dat deze vereisen: Hoe kan Opel Antwerpen het hoofd bieden aan een wereldwijd bankroet dat GM bedreigt en aan het schimmengevecht dat geleverd wordt door de directie van GM, de US regering en de Duitse regering? Hoe kan men de ontslagen bij Sonaca bestrijden als de vliegtuigbestellingen in de wereld in elkaar storten? Natuurlijk dringt zich de noodzaak elke dag meer op om zijn bedreigde levensomstandigheden te verdedigen, om een alternatief te bieden aan het kapitalisme dat niet in staat blijkt om de mensheid een deftig perspectief te bieden. Maar opdat de mogelijkheid om dat te doen op haar beurt algemeen gedeeld zou worden door de arbeidersklasse, moeten en nog belangrijke hindernissen opgeruimd worden.
Misleidingen
Een van de belangrijke stappen die de arbeiders moeten zetten is zonder twijfel de ontwikkeling van hun bekwaamheid om de valstrikken en de misleidingen te ontrafelen die de bourgeoisie naar voor schuift om hun opmars naar eenheid en ontwikkeling van hun bewustzijn te belemmeren. Al heeft de bourgeoisie het belang van de crisis niet verdoezeld, toch heeft zij haar campagnes opgedreven met het oog op het vertroebelen van het overdenkingsproces onder de arbeiders ontrent het soort antwoord en alternatief dat er moet aan gegeven worden. In het centrum van deze campagnes staat het behoud van de geloofwaardigheid van de burgerlijke democratie. Op internationale schaal mikte de intense campagne rond de verkiezing van Obama reeds op het terug geloofwaardig maken van het democratisch alternatief. In België is bij het verkiezingscircus van juni dezelfde doelstelling met groot meesterschap uitgebuit door de bourgeoisie.
Wat betreft de recente verkiezingen van juni 2009, valt het vooral op, en dat wordt in de pers breed uitgesmeerd, dat de winnaars en verliezers in het noorden en in het zuiden niet dezelfden zijn. In het Franstalige deel zijn het vooral de groenen (Ecolo) die gescoord hebben, terwijl in Vlaanderen de ‘gematigde’ en ‘salonfähige’ Vlaams-nationalisten van het NVA, die fors vooruit gingen ten koste van het de uiterst rechtse en vreemdelinghatende Vlaams-nationalisten van het Vlaams Belang. Die verliezen een derde van hun aanhang. Deze uitslag wordt door de burgerlijke politieke wereld voorgesteld als de grote overwinning van de democratie. In feite hebben deze resultaten de bourgeoisie in staat gesteld om de democratische misleiding uit te buiten tegen de ontwikkeling van het verzet van de arbeidersklasse op twee vlakken:
- door de nadruk te leggen op de tegengestelde oriënteringen in de twee regio’s (“de resultaten tonen dat wij in twee verschillende landen leven”) en de verschillende samenstelling van de deelregeringen (‘olijf’ en ‘links’ aan Franstalige zijde, centrum rechts aan Vlaamse zijde) versterkt zij de regionalistische verdelingen en bijgevolg ook de hindernissen bij de ontwikkeling van de eenmaking van de strijd;
- door het onderstrepen van de consolidering van de ‘democratische consensus’ via een zware nederlaag van uiterst rechts, verstevigt zij de democratische illusies en belet zij het overdenkingsproces ontrent alternatieven voor het zieltogende kapitalisme.
Een internationaal kader
De Belgische bourgeoisie heeft een enorme ervaring in het inkapselen van de ontevredenheid van de arbeidersklasse en zij beschikt over een vakbondsapparaat dat bijzonder doeltreffend is om te vermijden dat de woede zou omslaan in een in-vraag-stelling van het systeem. Enerzijds ondersteunen de vakbonden soms harde strijd (zoals de acties van de Waalse staalarbeiders of de lange bezetting van de fabriek van Bridgestone), maar altijd zo ingeperkt mogelijk tot het bedrijf, tot een sector of tot de streek, en die over het algemeen ondoeltreffend blijken te zijn en leiden tot ontmoediging. Anderzijds staan zij voorop voor een evenredige soberheid: het is inderdaad de socialistische vakbond die de noodzaak heeft vooropgesteld om aan de banken een crisisbijdrage op te leggen, niet om de arbeiders te verdedigen maar om het discours te doen slikken van “de collectieve opofferingen” en ongecontroleerde sociale uitbarstingen te vermijden: “Wij willen de bedrijven zeker helpen maar op een gerichte en liefst doeltreffende manier. (...). Het gevoel van te balen is niet te onderschatten. We maken hier gelukkig nog geen toestanden mee zoals in Frankrijk, waar boze werknemers zelfs dreigden met het opblazen van het eigen bedrijf, maar onderschat de groeiende woede niet. Ik zeg dat niet als dreigement, maar uit oprechte bezorgdheid”. (R. De Leeuw, voorzitter van de socialistische vakbond, De Morgen, 02.09.2009).
De arbeidersklasse in België wordt volop geconfronteerd met de vakbondssabotage van haar verzet. Dit maakt deel uit van de strijd van de internationale arbeidersklasse op langere termijn, die haar juist moet in staat stellen om de lessen te trekken uit haar huidige en voorbije ervaringen met de inkapselingsmethodes van de strijd door de vakbond en haar sociale verzoeningspolitiek in de schoot van het burgerlijk democratisch systeem. Het stelt haar ook in staat de organisatie van haar strijd zelf in handen te nemen, de uitbreiding en eenmaking van haar strijd te ontwikkelen en alternatieven voorop te stellen.
Het is ook op wereldvlak dat de eerste vooruitgang op deze weg tot uiting komt. Ondanks de media black-out, heeft de burgerlijke pers van de laatste maanden toch nog gewag gemaakt van massale strijd in Zuid-Afrika, in Bangla Desh en vooral in Egypte, waar de officiële vakbonden overspoeld zijn en waar de arbeiders op zoek zijn gegaan naar alternatieve strijdmethodes. In China zijn er bijna dagelijks gewelddadige botsingen tussen de arbeiders en de ordestrijdkrachten als gevolg van ontslagen en loonsdalingen. In Europa zelf hebben belangrijke bewegingen bij delen van de uitgebuite klasse de groeiende bewustwording onderstreept over wat er op het spel staat. Dat kwam begin 2009 tot uiting in de rellen van de studentenjongeren in Griekenland tegen de afwezigheid van perspectief en tegen het geweld van de staat. Ze werden hierbij gesteund door een groot deel van de arbeidersbevolking. In Spanje en in Groot-Brittannië, duiken de eerste uitingen op van het in handen nemen van de strijd en het zoeken naar solidariteit en uitbreiding van de strijd. Zo werd in de raffinaderij in Lindsey een schandelijke campagne, die ‘British jobs for British workers’ eiste, door de arbeiders zelf gecounterd, wat het mogelijk maakte om enkele maanden later de strijd opnieuw op te nemen op een hoger niveau van eenheid, met solidariteitsbetogingen tussen Britse arbeiders en gastarbeiders, Poolse en Italiaanse (zie hiervoor het artikel in dit blad).
De aanzienlijke verdieping van de huidige crisis van het kapitalisme vormt een element van eerste orde in de ontwikkeling van de arbeidersstrijd. Nochtans volstaat het voor de arbeidersklasse niet om vast te stellen dat het kapitalisme in een doodlopend straatje zit, dat het zou moeten wijken voor een andere maatschappij, opdat zij de weg zou inslaan naar een revolutionair perspectief. De weg die leidt naar revolutionaire botsingen en naar het in-vraag-stellen van het kapitalisme zal nog lang en moeilijk zijn. Enkel door de situatie van de arbeidersklasse in België in dit wereldkader van pogingen van de internationale arbeidersklasse om weerwerk te bieden aan de campagnes van de bourgeoisie en om haar strijd en bewustzijn te ontwikkelen in te schatten, zijn we in staat te vermijden in momenten van scepticisme of euforie te vervallen. Het is ook de enige houding die het de elementen, die bewust zijn van wat er op het spel staat, mogelijk maakt om politiek bij te dragen tot het opkrikken van de bekwaamheid van de arbeidersklasse om de democratische valstrikken en misleidingen, die de bourgeoisie hen voor de voeten werpt, te ontmijnen, om het vakbondskeurslijf te verbreken en om de strijd in eigen handen te nemen. Dat zijn fundamentele stappen voor een eensgezinde strijd tegen de verschrikkingen van het kapitalisme in crisis n
J / 05.09.2009
Het ‘Sociaal-Darwinisme’, een reactionaire ideologie van het kapitaal
De feiten en oorzaken die het voor de menselijke soort hebben mogelijk gemaakt om tot beschaving te komen vormen een van de onderwerpen die filosofen en denkers het meest hebben beziggehouden in de loop der eeuwen. Het gaat om niets minder dan het ontdekken van de motor van de geschiedenis. In 1848 bood de verschijning van het ‘Kommunistisch Manifest’ een revolutionaire visie van het vraagstuk, dat de mens en zijn activiteit, op het sociaal vlak, in het centrum plaatst van de historische vooruitgang. Deze visie kon vanzelfsprekend geen voldoening schenken aan de nieuwe heersende klasse, de bourgeoisie, die op enthousiaste wijze de volle opbloei van het kapitalistisch systeem beleefde. Enerzijds is deze opboei gebaseerd op een ideologie die in het bijzonder gericht is op het individualisme, en anderzijds was het voor de bourgeoisie veel te vroeg om, zelfs op louter intellectueel vlak, de mogelijkheid te vatten dat het kapitalisme ooit kon worden voorbijgestreefd.
Wanneer Charles Darwin elf jaar later het resultaat publiceerde van zijn werkzaamheden over de evolutie van de organismes ten gevolge van de natuurlijke selectie, was het voor de bourgeoisie zeer aanlokkelijk om er een onderzoeksspoor in te vinden van de ontwikkeling van de menselijke maatschappijen, die juist zou gebaseerd zijn op de selectiemechanismen van de meest aangepaste individuen. Deze denkrichting die men groepeert rond de term ‘sociaal-darwinisme’, is vandaag nog steeds actief, zelfs al moeten zijn vooronderstellingen nog ruimschoots worden bewezen en ook al werd zijn beginpostulaat, de ‘wedijver voor het bestaan’, vlug terzijde geschoven door Dawin zelf voor wat betreft de evolutie van de mens ([1]).
“Het Sociaal-Darwinisme is een vorm van sociologie waarvan de postulaten de volgende zijn: a) vermits de Mens deel uitmaakt van de natuur, zijn de wetten van de menselijke maatschappijen, direct of bijna indirect, natuurwetten;
b) haar natuurwetten zijn die van het overleven van de meest geschikte, de strijd voor het bestaan en de wetten van de erfelijkheid;
c) voor het welzijn van de mensheid is het nodig om te waken over het goed functioneren van deze wetten in de maatschappij.
Zo begrepen kan het sociaal-darwinisme historisch gedefinieerd worden als een tak van de evolutieleer (evolutionnisme) die postuleert dat er een minimale of nulafwijking is tussen de natuurwetten en de sociale wetten, allebei onderworpen aan de overleving van de meest geschikte, en het beweert dat deze natuurwetten direct een moraal en een politiek verschaffen.
Men gaat twee vormen onderscheiden van sociaal-darwinisme. De ene van individualistische inspiratie, beweert dat het individu het sociaal organisme is dat aan de basis ligt, en dat, naar het model van de strijd tussen individuen van dezelfde soort, de fundamentele wetten van de maatschappij voortkomen uit de strijd tussen individuen van éénzelfde soort, waarvan de strijd tussen etnische groepen (of rassen) slechts een uitvloeisel is. De andere, in tegendeel, vanuit holistische inspiratie, beweert dat de maatschappij het sociale organisme is dat aan de basis ligt, dat de motor van de geschiedenis de strijd is tussen rassen, en dat de strijd tussen individuen, van éénzelfde groep secundair is, ja zelfs een schadelijk feit voor de overleving van het ras (…).
Het individualistisch sociaal-darwinisme komt tot ontwikkeling vanaf de jaren 1850 (dus zelfs vóór de verschijning van ‘Over het Ontstaan van Soorten’) en vormt een belangrijke ideologie tot 1880. (…) Het is overwegend verbonden met het economische laissez-faire, en staat voor de non-interventie van de staat. (…) Het holistische sociaal-darwinisme, dat dikwijls racistisch is, ontwikkelt zich vooral na 1880. Het hangt voor het merendeel een staatstussenkomst aan in de maatschappij en een protectionistische praktijk (economische bescherming maar ook bescherming van het ras (…) de raszuiverheid verkeert in gevaar” ([2])
De meest gekende vertegenwoordiger van deze ideologie is een Engelsman uit de tijd van Darwin, Herbert Spencer. Als Ingenieur, filosoof en socioloog, ziet hij in ‘Over het Ontstaan van Soorten’ de sleutel die het hem mogelijk maakte om de ontwikkeling van de beschaving te begrijpen, vertrekkend van het postulaat volgens hetwelk de menselijke maatschappij zou evolueren volgens hetzelfde beginsel als de levende organismes.
Van daaruit vertrekkend zou het selectiemechanisme zoals beschreven door Darwin wel totaal toepasselijk zijn op het sociale weefsel. Spencer was een burgerlijk ideoloog die vast verankerd zat in zijn tijd. Sterk gemarkeerd door het individualisme en het optimisme eigen aan de heersende klasse van die tijd toen het kapitalisme in volle opbloei was, zou hij zich in grote mate laten beïnvloeden door de ‘in zwang zijnde’ theorieën, zoals het utilitarisme van Bentham (zie Internationale revue nr.21, Oriëntatietekst over Marxisme en ethiek deel II). Plechanov zou van hem zeggen dat hij een “conservatieve anarchist was, een burgerlijk filosoof” ([3]). Voor Spencer produceert en vormt de maatschappij briljante elementen die zullen geselecteerd worden om deze maatschappij in staat te stellen om verder vooruitgang te boeken. Afwijkend van de theorie van Darwin, wordt de opvatting van Spencer, toegepast op de maatschappij, “de selectie van de meest geschikten”.
Het sociaal-darwinisme, zoals het veel later na zijn uiteenzetting door Spencer zou genoemd worden, stelt als beginsel de superioriteit van de erfelijkheid op de opvoeding, dit wil zeggen het overwicht van de aangeboren karakters op de verworven karakters. Als er werkelijk natuurlijke selectieprincipes aan het werk zijn in de maatschappij, dan komt het er eenvoudigweg op aan om ze niet te dwarsbomen om de sociale vooruitgang te verzekeren en op termijn het verdwijnen van de ‘afwijkingen’, zoals de armoede of het niet aangepast zijn.
In zijn latere ontwikkelingen, zou het sociaal-darwinisme terug opgepikt worden als een hoeksteen voor heel wat standpunten en politieke rechtvaardigingen die gedicteerd werden door de noden van de kapitalistische ontwikkeling.
Ook vandaag wordt de theorie van Herbert Spencer nog altijd aangewend als pseudo-wetenschappelijke borg voor de reactionaire ideologie van de ‘winner’ en van de ‘wet van de sterkste’.
Vanuit strikt wetenschappelijk gezichtspunt zouden de werken van Spencer min of meer gevarieerde studies inspireren, zoals de schedelleer (studie van de vorm en omvang van de schedel, waarvan de resultaten uiteindelijk zouden blijken aangepast te zijn), pogingen om de intelligentie te meten of nog criminele antropologie met de theorie van de ‘geboren misdadiger’ van Lambroso, waarvan de echo’s vandaag nog waarneembaar zijn in de burgerlijke politieke sferen wanneer het er om gaat de toekomstige misdadiger zo snel mogelijk op te sporen.
Het overwicht van het aangeborene leidt bij Spencer ook tot het uittekenen van de krijtlijnen van een opvoedingspolitiek waarvan de weerslag nog merkbaar is in het Britse schoolsysteem van de lagere school, dat probeert aan het kind een omgeving te verschaffen die eigen is aan zijn persoonlijke ontwikkeling, aan zijn eigen onderzoekingen en ontdekkingen, eerder dan hem een onderwijs te verschaffen dat hem in staat stelt om nieuwe bekwaamheden te ontwikkelen. Het vormt bovendien de theoretische grondslag voor het begrip ‘gelijkheid van kansen’.
Maar de meest beroemde uitloper van het sociaal-darwinisme berust vooral in het eugenisme. Het was Francis Galton, neef van Charles Darwin, die de eerste begrippen van het eugenisme opstelt door de onderliggende intuïtie van Herbert Spencer te volgen. Als de natuurlijke selectie op een mechanische wijze zou leiden tot sociale vooruitgang zou volgens die theorie alles wat hem in de weg staat, alleen maar de opgang van de mensheid naar het geluk beletten. Eenvoudiger gezegd, Galton vreesde dat de sociale maatregelen waartoe de bourgeoisie verplicht werd, voor het merendeel onder druk van de klassestrijd, op termijn zouden leiden tot een globale ontaarding van de beschaving.
Terwijl Spencer eerder een aanhanger was van het ‘laissez-faire’, van de non-interventie van de staat (één van zijn werken in 1850 droeg de titel ‘Het recht om de staat te negeren’), zou Galton actieve maatregelen voorstellen om het verloop van de natuurlijke selectie te vergemakkelijken. Hij inspireerde lange tijd en min of meer direct de politiek van sterilisatie van geesteszieken, de praktijk van de doodsstraf voor misdadigers, enz. Het eugenisme wordt altijd al beschouwd als een centrale wetenschappelijke borg bij fascistische en nazi-ideologieën, zelfs al waren er bij Spencer al elementen aanwezig om racistische visies uit te werken die leidden tot de hiërarchiesering van de rassen. Vanaf de 19e eeuw werden de werken van Spencer gebruikt voor het aantonen van de biologische gronden van de technologische en culturele achterstand van de zogenaamde ‘wilde’ volkeren. Zo werd op wetenschappelijke wijze de koloniale politiek gerechtvaardigd door haar een morele karakteristiek te verlenen van beschaving, terwijl deze fundamenteel noodzakelijk was geworden door het samentrekken van de locale markten.
Nochtans maakte het eugenisme het mogelijk om een bijkomende stap te zetten in het in overweging nemen van het elimineren van massa’s individuen die ongeschikt geacht werden en dus potentieel de vooruitgang van de maatschappij zouden kunnen vertragen. Alexis Carrel zou in 1935 zelfs overwegen, en zelfs tot in de details het inrichten van instellingen beschrijven waar men de veralgemeende euthanasie zou uitvoeren.
Om die reden mag men het Sociaal-darwinisme niet louter zien vanuit de theoretische en wetenschappelijke hoek. Deze gedachtestroming moet eerst en vooral geplaatst worden in een historische context, die moet ingeschat worden en die het probeerde te begeleiden en te rechtvaardigen. De invloed van de periode is fundamenteel om te begrijpen hoe deze stroming zich heeft ontwikkeld net zoals het belangrijk is om, ook al zijn de antwoorden die het aanbrengt globaal fout, dan vormen de vragen die het stelt nog altijd de kern van wat de mens moet begrijpen over zijn eigen sociale ontwikkeling.
Wanneer Darwin ‘Over het Ontstaan van Soorten’ publiceerde, bevond Engeland zich in de Victoriaanse periode en had de Europese bourgeoisie zich in de macht geïnstalleerd, bereid om de wereld te veroveren. De maatschappij wemelde van voorbeelden van ‘self-made men’, mensen die van niks vertrokken waren en die, gedreven door de opkomst van het industriële kapitalisme, aan het hoofd stonden van welvarende bedrijven. Toentertijd werd de heersende klasse doorkruist door radicale stromingen die de erfelijke voorrechten in twijfel trokken, omdat die een rem waren op de nieuwe vormen van ontwikkeling, aangedragen door het kapitalisme. Spencer frequenteerde dit milieu van ‘dissidenten’, die stevig verankerd zaten in het anti-socialisme. ([4]) Hij ziet in de bittere ellende van de Engelse arbeidersklasse, slechts de voorlopige stigma’s van een maatschappij in wording, die zich onder het effect van de bevolkingsexplosie, uiteindelijk zou reorganiseren, en zo een factor vormen van vooruitgang. Voor hem is de vooruitgang onvermijdelijk, aangezien de mensen zich zouden aanpassen aan de evolutie van de maatschappij als gevolg van het feit dat men ze vrij laat.
Deze euforie werd door bijna de ganse bourgeoisie gedeeld. Daarbij voegde zich nog een sterk gevoel van te behoren tot een natie die haar opbouw voltooide en die misschien versterkt werd door de militaire gebeurtenissen zoals in Frankrijk als gevolg van de nederlaag tegen Pruisen. De ontwikkeling van de klassenstrijd die gepaard ging met ontwikkeling van het kapitalisme, zette de bourgeoisie er toe aan om een ander begrip te ontwikkelen van de sociale solidariteit, gegrond op de gegevens waarvan zij hoopte dat ze onloochenbaar waren.
Dit alles vormde de vruchtbare grond voor de theoretisering van de opbloei van het kapitalisme en zijn onmiddellijke gevolgen: de proletarisering in het zweet, de kolonialisering in het bloed, de concurrentie in de modder.
Dat was de fundamentele karaktertrek van het sociaal-darwinisme want vanuit het wetenschappelijk gezichtspunt bracht het geen enkel correct antwoord op de fundamentele vragen die het behandelde.
Nooit is de wetenschap er in geslaagd, om zelfs met de beste wil, de basishypothesen van het sociaal-darwinisme te bewijzen.
De naam alleen al van deze beweging klopt niet. Darwin is niet de vader van het eugenisme, noch van het economisch liberalisme, noch van de koloniale expansie, noch van het wetenschappelijk racisme. Darwin is evenmin een Malthusiaan. Meer nog, hij is het, die als één van de eersten de meest ontwikkelde tegenargumenten ontwikkelt tegen de theorieën van Spencer en Galton.
Nadat hij zijn visie op de ontwikkeling en de evolutie van de organismes had uiteengezet in ‘Over het Ontstaan van Soorten’, boog Darwin zich twaalf jaar later over de mechanismen die aan het werk zijn bij zijn eigen soort, de mens. Bij het publiceren van ‘De afstamming van de mens’ in 1871, gaat hij parallel alles tegenspreken van wat het sociaal-darwinimse aan het opbouwen was. Voor Darwin is de mens wel degelijk het product van de evolutie en situeert zich dus wel in het kader van de natuurlijke selectie. Maar bij de mens gaat dit proces van de strijd voor het overleven niet via de eliminatie van de zwakken: “Wij beschaafde mensen in tegendeel, doen al het mogelijke om het proces van eliminatie af te remmen; wij bouwen asielen voor idioten, de gebrekkigen en de zieken; wij maken wetten voor de armen; en onze dokters ontwikkelen hun bekwaamheid om het leven van iedereen te behouden tot op het laatste moment. Er is alle reden toe om te geloven dat de vaccinatie het leven gered heeft van duizenden individuen die, omwille van hun zwakke gestel, vroeger zouden bezweken zijn aan de mazelen. Zo planten de zwakke leden van de beschaafde maatschappijen hun aard voort” ([5]).
Door het beginsel van de evolutie ontrekt de mens zich zo aan het mechanisme van de natuurlijke selectie door zich te plaatsen boven de concurrentiestrijd voor het bestaan. Alles wat bijdraagt tot het begunstigen van het bschavingsproces, te weten de morele kwaliteiten, de opvoeding, de cultuur, de religie… wat Darwin de ‘sociale instincten’ noemt. Op die manier stelt hij de visie van Spencer in vraag van het overwicht van het aangeborene op het verworvene, van de aard op de cultuur. Voor de beschaving, op het sociale vlak dus, werkt de natuurlijke selectie niet meer op het vlak van de organismen. Ze leidt in tegendeel wel tot het selecteren van sociale gedragingen die zich opwerpen tegen de natuurlijke selectie. Dit wordt duidelijk aangetoond door Patrick Tort in zijn theorie over het ‘omgekeerde effect van de evolutie’ ([6]).
Terwijl het sociaal-dawinisme in de evolutie van de menselijke maatschappij niets anders ziet dan het resultaat van een selectie van de meest geschikte individuen, ziet Darwin daarentegen daarin de groeiende reproductie van sociale instincten zoals het altruïsme, de solidariteit, de sympathie, enz. De eerste opvatting stelt het kapitalisme als het meest geschikte kader voor de ‘sociale vooruitgang’, terwijl de tweede met kracht aantoont dat de economische wetten van het kapitalisme, gebaseerd op de concurrentie, de menselijke soort beletten om volop haar sociale instincten te ontwikkelen.
Door deze laatste historische hindernis op te ruimen, met het elimineren van het kapitalisme, zal de mensheid een maatschappij kunnen opbouwen waar haar sociale instincten zich volop kunnen ontplooien en de mensheid op hun beurt zullen leiden tot haar vervulling.
GD
[1] Dit artikel maakt gebruik van citaten en pistes uit verschillende artikels en teksten, waarvan het een hele klus zou worden om er systematisch naar te verwijzen. Ze worden hier door elkaar vermeld:
- Wikipedia (FR, voornamelijk de artikelen gewijd aan het sociaal-darwinisme, Herbert Spencer en Francis Galton).
- Dictionnaire de Sociologie, Le Robert / Seuil, 1999 (article ‘Darwinisme social’); - Brian Holmes, ‘Herbert Spencer’, Perspectives, vol XXIV, n°3/4, 1994;- Patrick Tort, ‘Darwin et le darwinisme’, Que sais-je?,PUF;
- Pierre-Henri Gouyon, Jacques Arnould, Jean-Pierre Henry, ‘Les avatars du gène, la théorie néo-darwinienne de l’évolution’, Belin, 1997 (partiellement disponible au téléchargement en anglais sur cette page)
[2] Dictionnaire du darwinisme et de l’évolution, PUF, pages 1008-1009.
[3] In ‘Anarchisme en Socialisme’.
[4] “Hoe erg ik ook de oorlog haat, ik haat het socialisme even erg, onder al zijn vormen”, geciteerd door Duncan, ‘Het leven en de brieven van Herbert Spencer’, 1908.
[5] Charles Darwin, ‘De afstamming van de mens’, 1871.
[6] Zie ons artikel over het laatste boek van Patrick Tort : ‘Het Darwin effect’.
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 242.19 KB |
Deze gebeurtenis liet de bourgeoisie toen toe een ideologisch wapen te gebruiken van massale vernietiging: de dood van het stalinisme zou zogezegd definitief bewijzen dat het kommunisme een gevaarlijke droom is die onherroepelijk leidt tot totalitarisme en bankroet! Door op frauduleuze wijze stalinisme gelijk te stellen aan kommunisme, door de economische teloorgang en de barbaarsheid van de stalinistische regimes voor te stellen als het onafwendbaar gevolg van de proletarische revolutie, wilde de bourgeoisie de arbeiders elk revolutionair perspectief de rug doen toekeren.
Meteen profiteerde de bourgeoisie ook van de gelegenheid om een tweede enorme leugen door te drukken van het soort waar zij een patent op heeft, namelijk dat met het verdwijnen van het stalinisme het kapitalisme zich finaal volop zou kunnen ontplooien. De toekomst, voorspelde zij, straalde. Zo verklaarde de Amerikaanse president George Bush senior op 16 maart 1991, gesterkt door zijn kersverse overwinning op het leger van Saddam Hussein, dat een 'nieuwe wereldorde' ontstaan was en de creatie van “een wereld waarin de Verenigde Naties, bevrijd van de impasse van de koude oorlog, in staat zouden zijn de historische visie van hun oprichters te verwezenlijken. Een wereld waarin vrijheid en mensenrechten door alle naties geëerbiedigd worden”. Deze tweede bluf zou niet lang standhouden. De jaren 1990 en 2000 werden getekend door een opeenvolging van oorlogen (van Joegoslavië tot Afghanistan, via een tweede keer Irak) en door een toenemende verarming van de wereldbevolking. Vandaag, terwijl we volop in een economische rampspoed zonder weerga verkeren, wordt de herdenking van de val van de muur veel discreter, bescheidener gehouden, in de mate dat de beloftes van 'vrijheid', 'vrede' en 'voorspoed' zich in de ogen van elkeen voordoen voor wat ze zijn: oplichterij.
De arbeidersklasse maakt zich geen illusies meer over dit uitbuitingssysteem. Ze weet vandaag dat de toekomst die het kapitalisme haar belooft enkel kan bestaan uit werkloosheid, ellende, oorlog en lijden. Waaraan het haar echter ontbreekt om de moed te vinden om de strijd aan te gaan, is een hoop, een perspectief, een mogelijke andere wereld waarvoor zij kan vechten. De leugens die kommunisme gelijkstellen aan stalinisme, die immense propaganda die losbarstte bij de val van de muur en de ineenstorting van het Oostblok, die weegt vandaag nog op de hoofden van de arbeiders, ook van de meest strijdbare.
Daarom publiceren we hieronder grote stukken uit een document dat we in januari 1990 publiceerden als bijlage bij onze territoriale pers en dat er juist op gericht was die weerzinwekkende campagne te bestrijden.
Het wereldproletariaat tov de ineenstorting van het Oostblok en het bankroet van het stalinisme(1)
Het stervend stalinisme bewijst vandaag nog een laatste dienst aan het kapitalisme. (…)
De dood van het stalinisme betekent vandaag voor de westerse bourgeoisie een ideologische overwinning. Het proletariaat krijgt een harde klap te verduren. Maar het zal moeten inzien dat het stalinisme nooit iets anders geweest is dan de meest karikaturale vorm van kapitalistische overheersing. (…) Het zal moeten begrijpen dat het kapitalisme, in oost en west, de uitgebuite massa's niets anders te bieden heeft dan steeds meer ellende en onmenselijkheid, met aan 't eind de vernietiging van de planeet. Het zal tenslotte moeten begrijpen dat er voor de mensheid geen uitkomst bestaat buiten de klassestrijd van het wereldproletariaat. Een strijd op leven en dood, die, door het kapitalisme omver te werpen, de opbouw zal mogelijk maken van een echte kommunistische wereldgemeenschap, een maatschappij bevrijd van crisis, oorlog, onmenselijkheid en onderdrukking onder al hun vormen.
Er bestaat geen continuïteit, maar een radicale breuk tussen het stalinisme en de revolutie van oktober '17
De bourgeoisie liegt wanneer ze luidkeels roept dat de stalinistische barbarij de rechtstreekse erfgenaam is van de Oktoberrevolutie van 1917, wanneer ze beweert dat Stalin niets anders gedaan heeft dan het systeem dat Lenin uitwerkte tot in zijn uiterste consequenties door te zetten. Alle journalisten, alle historici en andere ideologen die voor het kapitalisme werken weten maar al te goed dat er niet de minste continuïteit bestaat tussen de proletarische Oktober en het stalinisme. Zij weten allemaal dat de invoering van dit regime van terreur niets anders was dan de contrarevolutie die zich, met de nederlaag van de eerste internationale revolutionaire golf van 1917-23, installeerde op de ruïnes van de Russische revolutie. Want het was wel degelijk het isolement van het Russisch proletariaat, na de bloedige onderdrukking van de revolutie in Duitsland, dat de doodsteek gaf aan de macht van de arbeidersraden in Rusland.
De geschiedenis heeft enkel op tragische wijze bevestigd wat het marxisme sinds het ontstaan van de arbeidersbeweging steeds verdedigd heeft. De kommunistische revolutie kan alleen internationaal zijn. "De kommunistische revolutie (..) zal geen zuiver nationale revolutie zijn; ze zal zich tegelijkertijd voordoen in alle geciviliseerde landen (..). Ze zal ook een aanzienlijke weerslag hebben op alle andere landen van de aardhol en de gang van hun ontwikkeling compleet veranderen en versnellen. Zij is een universele revolutie; haar terrein zal bijgevolg universeel zijn" (F. Engels, Principes van het Communisme, 1847).
Dezelfde trouw aan de beginselen van het kommunisme en van het proletarische internationalisme drukte Lenin, wachtend op een aflossing door de revolutie in Europa, zo uit: "De Russische revolutie is maar één afdeling van het socialistisch wereldleger, en het succes, de zege van de revolutie die wij volbracht hebben hangt af van de actie van dat leger. Dat feit vergeet niemand van ons (..). Het Russisch proletariaat is zich bewust van zijn revolutionair isolement, en het ziet duidelijk dat zijn overwinning de eensgezinde tussenkomst van de arbeiders van heel de wereld als onmisbare voorwaarde en fundamenteel uitgangspunt heeft." (Lenin, Rapport aan de Conferentie van fabriekscomités van de provincie Moskou, 23 juli 1918).
Zo is het internationalisme altijd al de hoeksteen geweest van de gevechten van de arbeidersklasse en van het programma van haar revolutionaire organisaties. Dat programma hebben Lenin en de bolsjewieken voortdurend verdedigd. Gewapend met dat programma heeft het proletariaat, door de macht te grijpen in Rusland, de bourgeoisie kunnen dwingen een eind te maken aan de eerste wereldoorlog en zo zijn eigen perspectief voorop kunnen stellen: tegen de veralgemeende barbaarsheid van het kapitalisme, de omvorming van de imperialistische oorlog in klassenoorlog.
Elk in vraag stellen van dat essentieel beginsel van het proletarisch internationalisme is altijd synoniem geweest van breuk met het proletarisch kamp, overgang naar het kamp van het kapitaal. Toen de Russische revolutie van binnenuit ineenstortte betekende het stalinisme juist zo'n breuk. In 1925 stelde Stalin zijn stelling voorop van de 'opbouw van het socialisme in één land', waarop zich de verschrikkelijkste contrarevolutie ontwikkelde die de mensheid ooit gekend heeft. Van toen af had de USSR alleen in naam nog iets met 'sovjets' te maken. De dictatuur van het proletariaat via de macht van de 'arbeidersraden' of 'sovjets' werd omgevormd tot een onverbiddelijke dictatuur van de partij-staat over de arbeidersklasse.
Het afzweren van het internationalisme door Stalin, waardig vertegenwoordiger van de staatsbureaucratie, tekende het definitief doodvonnis van de revolutie. De politiek van de IIIe Internationale in volle ontaarding, wordt overal, onder de knoet van Stalin, een contrarevolutionaire politiek ter verdediging van de kapitalistische belangen. Zo gaat in China in 1927 de KP volgens de orders van Stalin op in de Kwomintang (Chinese nationalistische partij) en ontwapent ze het proletariaat dat in Shanghai in opstand komt, en ook haar eigen revolutionaire militanten. Aan handen en voeten gebonden worden ze overgeleverd aan de bloedige repressie van Tsjang Kai Tsjek, tot 'erelid' benoemd van de gestaliniseerde Internationale.
En tegen de Linkse Oppositie die zich dan tegen die nationalistische politiek begint te ontwikkelen, ontketent de stalinistische contrarevolutie al haar bloeddorstige haat. Alle bolsjewieken die tegen het tij in de beginselen van Oktober nog probeerden te verdedigen werden uit de KPSU gestoten, met duizenden gedeporteerd, opgejaagd en vervolgd door de GPOe en tenslotte beestachtig afgemaakt in de grote processen van Moskou (en dat met de steun en zegen van al de 'democratische' landen!).
Het stalinisme is een bijzonder brutale vorm
Zo heeft dat regime van terreur zich kunnen installeren, op de resten van de Oktoberrevolutie van 1917 heeft het stalinisme zijn heerschappij gegrondvest. Dankzij die ontkenning van het kommunisme, vervat in de theorie van het 'socialisme in één land', werd de USSR terug een compleet kapitalistische staat. Een staat waarin het proletariaat met het geweer in de rug onderworpen werd aan de belangen van het nationaal kapitaal, in naam van de verdediging van het 'socialistisch vaderland'.
Net zoals de proletarische Oktober, dankzij de macht van de arbeidersraden, het einde betekende van de imperialistische oorlog, zo kondigde de stalinistische contrarevolutie de deelname aan van de USSR aan de tweede imperialistische slachting, door elke revolutionaire idee te vernietigen, door elke mogelijkheid van klassestrijd te muilkorven en door terreur en militarisering van heel het maatschappelijk leven in te stellen.
Heel de evolutie van het stalinisme op het wereldtoneel in die jaren werd inderdaad gekenmerkt door zijn imperialistische koehandel met de voornaamste kapitalistische mogendheden die zich opnieuw voorbereidden om Europa te vuur en te zwaard te verwoesten. Eerst gokte Stalin op een verbond met het Duitse imperialisme om elke uitbreidingspoging van Duitsland naar het oosten tegen te gaan. In het midden van de jaren 30 liep hij over naar het 'democratische' kamp (toetreding van de USSR in 1934 tot het "trefpunt van bandieten", de Volkenbond, het pact Laval-Stalin van 1935, deelname van de KPen aan de 'volksfronten' en aan de Spaanse burgeroorlog, waarin de stalinisten er niet voor terugschrikten dezelfde bloeddorstige methodes te gebruiken om arbeiders en revolutionairen die hun politiek afwezen af te slachten). Aan de vooravond van W.O.II draaide Stalin weer om en verruilde met Hitler de neutraliteit van de USSR voor de controle over een aantal gebieden. Tenslotte sloot hij zich toch aan bij het kamp van de 'geallieerden' en stortte zich in de imperialistische slachting, waarin de stalinistische staat alleen al 20 miljoen mensenlevens offerde. Dat was het resultaat van de smerige intriges van het stalinisme met de imperialistische haaien van West-Europa. Op die lijkenhopen heeft de stalinistische USSR haar rijk opgebouwd, haar terreur opgelegd aan al de staten die met het verdrag van Yalta onder haar exclusieve heerschappij kwamen. Dankzij haar deelname aan W.O.II aan de kant van de overwinnende imperialistische mogendheden heeft de USSR zich, ten koste van het bloed van 20 miljoen slachtoffers, kunnen opwerken tot de rang van internationale supermacht.
Maar al was Stalin de 'man van de voorzienigheid' waardoor het wereldkapitalisme het bolsjewisme kon overwinnen, dan was het toch niet de tirannie van één individu -hoe paranoïde hij ook was- die op haar eentje die verschrikkelijke contrarevolutie doorgezet heeft. Zoals iedere kapitalistische staat wordt de stalinistische staat geleid door dezelfde heersende klasse als overal elders, de nationale bourgeoisie. Die bourgeoisie werd, toen de revolutie van binnenuit ontaardde, niet gevormd op basis van de oude tsaristische bourgeoisie, want die was in 1917 door het proletariaat uitgeschakeld. Ze werd gevormd uit de parasitaire bureaucratie van het staatsapparaat, waarmee de partij zich onder Stalin steeds meer vereenzelvigd had. Het is die bureaucratie van de partij-staat die, nadat ze eind jaren 20 alle sectoren uitgeschakeld had waaruit een privé-bourgeoisie had kunnen ontstaan, sectoren waarmee ze zich voordien verbonden had om het beheer van de nationale economie te verzekeren (grondbezitters en speculanten van de Nieuwe Economische Politiek), de controle over die economie naar zich toe trok.
Dat zijn de historische omstandigheden die verklaren waarom, anders dan in andere landen, het staatskapitalisme in de USSR zo'n totalitaire, karikaturale vorm aangenomen heeft. Het staatskapitalisme is de universele overheersingsvorm van het kapitalisme in zijn vervalperiode. De staat verzekert zich daarbij van de controle over heel het maatschappelijk leven en doet daarbij overal parasitaire lagen ontstaan. Maar in de andere landen van de kapitalistische wereld is die staatscontrole over heel de maatschappij niet tegenstrijdig met het voortbestaan van concurrerende privé-sectoren die een totale heerschappij van die parasitaire sectoren verhinderen. In de USSR daarentegen kenmerkt de bijzondere vorm die het staatskapitalisme er aanneemt zich door de extreme ontwikkeling van die parasitaire lagen die voortkomen uit de staatsbureaucratie en die zich niet tot doel stellen het kapitaal te ontwikkelen, rekening houdend met de marktwetten, maar die 't er enkel om te doen is hun eigen zakken te vullen ten koste van de belangen van de nationale economie. Vanuit het standpunt van de werking van het kapitalisme is die vorm van staatskapitalisme dus een wangedrocht dat noodzakelijkerwijs moest ineenstorten met de versnelling van de economische wereldcrisis. Precies die ineenstorting van het Russisch staatskapitalisme, voortgekomen uit de contrarevolutie, betekent het onherroepelijk bankroet van die beestachtige ideologie die meer dan een halve eeuw het stalinistisch regime aaneengehouden heeft en die loodzwaar doorgewogen heeft op miljoenen mensen.
Ziedaar hoe het stalinisme ontstaan is en waarom het nu afsterft. In slijk en bloed van de contrarevolutie heeft het zich opgedrongen op het toneel van de geschiedenis, in slijk en bloed gaat het nu ten onder, zoals in alle verschrikking blijkt uit de recente gebeurtenissen in Roemenië die enkel nog moordender slachtingen aankondigen in het hart zelf van het regime, in de USSR.
Wat de bourgeoisie en haar media ook mogen beweren, dit monsterlijk gedrocht heeft niets te maken met de vorm of de inhoud van de Oktoberrevolutie van 1917. De revolutie moest eerst ineenstorten voor het stalinisme zich kon opdringen. Die radicale breuk, die tegenstelling tussen Oktober en het stalinisme, moet door het proletariaat ten volle begrepen worden wil het niet ten prooi vallen aan een andere vorm van dictatuur van de bourgeoisie, die van de 'democratische' staat n
IKS, 8 januari 1990
1) Dit artikel is in zijn integrale versie beschikbaar op de website van de IKS
2) Tussentitel aan deze versie toegevoegd om de lectuur te vergemakkelijken.
De berg heeft een muis gebaard! Dat is de teneur van de perscommentaren na de aankondigingen van de plannen en de budgettaire bezuinigingsmaatregelen voor 2010, die genomen zijn door de federale regering en de regionale deelregeringen tijdens de maand oktober. Volgens de mededelingen van de regering zouden de verzekeringspremie die gevraagd wordt aan de banken, de bijdrage van Electrabel voor het langer in dienst houden van de kerncentrales, gecombineerd met enkele budgettaire besnoeiingen in de gezondheidszorg, het onderwijs, het openbaar vervoer en de openbare radio en televisie, moeten volstaan om een gat van 1,6 miljard te dichten in het voorziene budget. Wat de rest van de openbare schuld betreft, verzekert de regering ons dat die geleidelijk zal ingelost worden in de komende jaren via inkomsten uit de heropleving van de economie. Men zou gaan geloven dat de kwellingen van de economische wereldcrisis België ruimschoots gespaard hebben!
De terugval van de Belgische economie in 2009 bedraagt 3%, het slechtste resultaat sinds... 1939 ! En de weerslag op lange termijn van de huidige recessie op de NV België, net zoals op het geheel van de geïndustrialiseerde landen heeft nog lang niet al haar gevolgen getoond : “Ik vrees dat het ergste nog moet komen” (De Morgen, 03.11.09), erkent de Vlaamse minister-president Peeters. De financiële inspanning van de staat om de kwakkelende economie recht te houden is trouwens reusachtig geweest. Om dat globale financiële gat van 25 miljard Euro te dichten, kondigt men voor ettelijke jaren een soberheid aan die erger is dan die van de jaren 1990. Het opstellen van de budgetten is trouwens geen dilettantenwerk geweest, niet omdat de bourgeoisie voor de keuze stond om de soberheid wel of niet op te leggen – daar kan men vanuit het standpunt van de logica van het kapitalisme niet omheen – maar omdat zij haar zorgvuldig gepland heeft. De Belgische bourgeoisie heeft inderdaad langdurig overleg gepleegd over de maatregelen, door de maatregelen van de federale en de gewestregeringen op elkaar af te stemmen en complementair te maken en door een progressief aanzwellende soberheid door te voeren die loopt tot in... 2015!
Vandaag de bevolking via directe en massale regeringsmaatregelen aanvallen zou ongetwijfeld de recessie nog aanscherpen door de binnenlandse vraag te kelderen. Met betrekking tot de arbeidersklasse in het bijzonder, die natuurlijk in de eerste plaats getroffen wordt door dergelijke plannen, komt het er op aan om haar niet onhandig uit te dagen, op een moment dat zij volop getroffen wordt door de herstructureringen en de werkloosheid. Het is die vrees voor de arbeidersklasse die verklaart waarom de bourgeoisie eerst en vooral indirecte maatregelen naar voren schuift, door ze daarbij voor te stellen als “rechtvaardige” maatregelen, die er op gericht zijn om “diegenen die de crisis hebben uitgelokt” (de banken) of diegenen die “van de crisis profiteren” (Electrabel, die haar oude kerncentrales 10 jaar langer mag uitbaten), te doen betalen.
De aangekondigde heropleving is enkel toe te schrijven aan de financiële inspuitingen van de overheid en het aanvullen van de stocks. De arbeiders mogen zich dus geen enkele illusie maken : in de strijd op leven en dood om te produceren tegen concurrerende prijzen om competitief te blijven op de wereldmarkt, ziet de bourgeoisie zich verplicht om druk uit te oefenen op de prijs van de arbeidskracht. En als de Belgische bourgeoisie het noodzakelijk geacht heeft om een dergelijk overleg te voeren omtrent de manier om haar maatregelen te plannen en te verdraaien, dan is dat zeker niet omdat de gevolgen ervan onbetekenend zouden zijn!
De indirecte maatregelen zijn misschien geen frontale aanval, maar gaan steeds zwaarder doorwegen op de levensomstandigheden van de loontrekkers : zo hebben Eletrabel, de banken en de verzekeringen (+ 10%) reeds aangekondigd dat zij de bijdrage die de staat van hen eist, denken door te rekenen aan de 'burgers', dus eigenlijk aan de loontrekkers. Het zullen ook zij zijn die de ongemakken zullen voelen van de beperkingen bij de volksgezondheid, het onderwijs en bij de andere openbare diensten. De toevlucht tot volkskeukens en voedselbonnen, de aanvragen bij het OCMW nemen toe, want 15% van de bevolking leeft op dit ogenblik reeds onder de armoedegrens. Bij de werknemers stelt men een verveelvoudiging vast van de depressies, van de gevallen van 'burn out'.
Ondertussen blijft de verslechtering van de Belgische openbare financiën maar verder toenemen : volgens de Europese Commissie, zou het begrotingstekort 5,8% bedragen in 2010 en 2011 en zou de openbare schuld stijgen van 85% in 2007 tot 104% van het BNP in 2011 (DM, 04.11.09).Het is overduidelijk dat deze maatregelen slechts de voorhoede zijn die het terrein moeten voorbereiden voor radicalere maatregelen. De soberheid “wordt zwaarder dan het Globaal Plan van Dehaene in de jaren negentig. Toen bedroeg de inspanning minder dan 1 procent van het BBP. De nieuwe besparingsronde vergt meer dan 1 procent en de voorwaarden zijn minder gunstig” (L. Coene, vice-gouverneur van de Nationale Bank, DM 29.09.09). Het zou gaan om meer dan 3 miljard besparingen in 2011 en nog meer van 2012 tot 2015. De geleidelijke opvoering van de soberheid is dus duidelijk geprogrammeerd en verschillende ideeën om ze in praktijk om te zetten werden tijdens de laatste weken gelanceerd. Al zijn ze enerzijds provocaties die het mogelijk maken om de huidige maatregelen door te voeren als een 'mindere kwaal', toch zijn ze anderzijds verhelderend voor de denkpistes die de bourgeoisie voor het ogenblik bewandelt.
a) De lineaire vermindering van de lonen is een veelvuldig voorkomend proefballon (en wordt trouwens in sommige bedrijven al in praktijk gebracht, zoals bij HP) : 1% loonsvermindering voor de leerkrachten was een idee van de Vlaamse minister van Onderwijs. Een gelijkaardige maatregel voor het geheel van het Belgische ambtenarenkorps werd gesuggereerd door een oud-rector van de universiteit van Leuven, Oosterlinck (DM, 30.10.09).b) De drastische vermindering van het aantal ambtenaren is een andere piste die werd geprospecteerd. Verschillende recente studies hebben aangestipt dat met 2% van het Intern Bruto product en 18,5% van het totale nationale tewerkstelling, België veruit 'de duurste staat van Europa is' (DM, 30.10.09).
c) De versnelde precarisering van de openbare tewerkstelling wordt al in de praktijk gebracht : zo wil de Post een bepaald aantal van zijn postbodes vervangen door gepensioneerden en huisvrouwen, die aangeworven worden in tijdelijke dienst met precaire contracten.d) En tenslotte, naast de inperking van bepaalde uitkeringen, wordt het afschaffen van de mogelijkheid van vervroegde pensionering steeds openlijker vermeld en aangeraden door panels van 'experts' van de bourgeoisie.
De tendens naar een precaire tewerkstelling, naar loonsverlaging en het in vraag stellen van de pensioenvoorwaarden en -regelingen, is een algemene tendens in de landen van Europa (zie de plannen voor de verhoging van de pensioenleeftijd in Nederland en in Duitsland). Deze laatste maatregel betekent in het bijzonder een schok voor een generatie die een verhoging van de flexibiliteit en het werkritme heeft aanvaard met het perspectief op een pensioen waarvan zij zouden kunnen genieten. Getuigen van deze ongerustheid waren onlangs de massale protesten van luisteraars van een radio-uitzending waarin gediscuteerd werd over de noodzaak om het vervroegd pensioen af te schaffen!
Dat de bourgeoisie zich zo zorgvuldig heeft voorbereid blijkt uit de wijze waarop de aanvallen gepland zijn en georganiseerd worden, door ze op te splitsen, bedrijf per bedrijf, sector per sector, regio per regio. Men kan het ook vaststellen aan de manier waarop zij de vakbonden, haar controleorganen op het sociaal terrein, in stelling heeft gebracht. Hun initiatieven betekenen in feite een van de belangrijkste hindernissen bij de ontwikkeling van de tegenaanval van de arbeiders.
Wanneer er toch een sociale spanning opduikt, nemen de bonden een radicaal standpunt in om de voorgrond van het toneel te bezetten en te vermijden dat de arbeiderswoede tot uiting zou komen onder vormen die het referentiekader van de burgerlijke economische logica in vraag zouden stellen. Vervolgens leiden zij de werknemers die gevangen zitten in het web van de overleglogica naar het 'onvermijdelijk compromis'. Het voorbeeld van Opel Antwerpen is een tragische illustratie van deze tactiek : Wanneer GM bankroet verklaard werd en er een drastische herstructurering aangekondigd werd voor Opel Europe, gingen de vakbonden vooraan staan in de strijd en verklaarden zij te willen strijden tot het bittere einde voor het behoud van de fabriek. Hun actie bestond er in feite in te gaan lobbyen met het patronaat, de Vlaamse Gemeenschap en de federale staat bij GM en de Duitse staat om aan tonen dat de Antwerpse fabriek “ten minste even goede prestaties levert als haar Duitse concurrenten”, om de “Europese concurrentieregels” te doen naleven. Hierbij aarzelen ze niet om de kwaliteit van hun 'acties' als voorbeeld te stellen tegenover de “ongecontroleerde” strijdbewegingen bij Ford van vorig jaar : “wij zijn verantwoordelijk en hebben een lange termijn visie”, “in België gijzelen wij geen patroons zoals in Frankrijk”. In werkelijkheid is deze “voorbeeldige” strijd niets anders dan een corporatistisch doodlopend straatje : “Wir sind Opel”. Het komt enkel neer op een smerige koehandel om op een 'eerlijke wijze' de offers, de slachtoffers, de ontslagen te verdelen ten dienste van de logica van de kapitalistische rationalisering ; het leidt tot het verstikken van de strijdbaarheid et ontmoediging bij de arbeiders : niet te verwonderen dat er tijdens de internationale solidariteitsactie met Opel Antwerpen op 24 september zo weinig arbeiders van Antwerpen zelf aanwezig waren!
In de huidige toestand is het duidelijk dat de context voor het ontwikkelen van de tegenaanval zeer moeilijk is. Geconfronteerd met de aanvallen, en om hun klasse-identiteit terug te vinden tegenover de heisa omtrent “de solidariteit van alle burgers tegenover de crisis”, is het van belang dat de werknemers reageren. En verschillende acties breken inderdaad uit, die de werkelijke ontevredenheid en de wil om weerstand te bieden bevestigen : bij Sonaca en De Post, in de Luikse staalnijverheid en metaalbewerking, bij de NMBS. In Charleroi, hebben onlangs 10.000 arbeiders betoogd tegen de crisis. Tegelijkertijd hebben de arbeiders de grootste moeite om een gepast antwoord te vinden op de situatie, een antwoord dat vertrekt van hun klasse-identiteit, dat steunt op de solidariteit en rekening houdt met de intersectoriële en internationale dimensies van de problemen. Het is enkel door de uitbreiding van de strijd na te streven, door hem in eigen handen te houden via Algemene Vergaderingen, dat de arbeiders zich bewust zullen worden van hun kracht, dat zij steeds meer de vakbondsmanoeuvres zullen doorbreken en op die manier ook de frustraties en de ontmoediging die ermee gepaard gaan.Jos / 05.11.2009
Op de internetsites zijn talrijke vreemdsoortige, geheimzinnige, en overdreven “argumenten” naar voren gebracht om de pandemie van de varkensgriep uit te leggen. Deze argumenten en veronderstellingen drukken slechts het wantrouwen en de ontevredenheid uit van de bevolking ten aanzien van de officiële verklaringen, die beweren dat het gaat om een “natuurlijk risico”, dat verband houdt met de levenscycli van de virussen en met het toeval …, iets wat natuurlijk geenszins helpt om te begrijpen wat er gebeurd is. Het is ook geenszins verwonderlijk dat het linkse apparaat van het kapitaal en de vakbonden alles doen om het werkelijke probleem te verbergen door de oorsprong van de epidemie te zoeken in de perverse handelingen van een individu of van een land. Ze beweren dan ook dat de epidemie in Mexico met voorbedachten rade geschapen is door de Verenigde Staten, of dat het gaat om een publiciteitscampagne bedoeld om de geheime handelingen van de regering te verbergen met het oog op de financiële en handelsovereenkomsten.
Dit soort verklaringen, die zeer radicaal kunnen lijken, doen niet anders dan het idee verdedigen dat er een nationaal kapitaal met een “menselijk gezicht”zou kunnen zijn. Het zou voldoende om grenzen te stellen aan de handelingen van bepaalde “gangsterstaten”, een betere politiek te voeren of zich laten regeren door “eerlijke mensen” en “mensen van goede wil”…
Maar de oorsprong van deze epidemie ligt niet in een “complot”. Het is het resultaat van een ontwikkeling zelf van het kapitalisme dat vandaag een destructief systeem is geworden.
De ongebreidelde zucht naar winst en de steeds erger wordende kapitalistische concurrentie leiden tot een steeds meer verstikkende uitbuiting, waarbij de arbeidsvoorwaarden en de gezondheid van de loonarbeiders ernstig aangetast worden. Bovendien gebruikt de heersende klasse, in deze ongebreidelde race om de productiekosten te verminderen, steeds meer vervuilende en schadelijke methoden. En dat gebeurt zowel in de sfeer van de industriële productie als in die van de landbouw en de veeteelt, zowel in de hooggeïndustrialiseerde landen als in de landen weinig geïndustrialiseerd zijn (zelfs als de situatie in de laatste nog veel dramatischer is).
Bijvoorbeeld, als men de omstandigheden onder de loep neemt van de pluimvee en van de veeteelt, constateert men een misbruik van anabolen en van antibiotica (om de groei te doen versnellen), een opeenstapeling van dieren met een zeer hoog niveau van afval, dat vervolgens worden weggegooid zonder de minste voorzorg te nemen, waardoor er haarden van hoge besmetting en gevaar ontstaan. Door deze vorm van productie worden er pandemieën veroorzaakt zoals die van de “gekke koeien” en de verschillende varianten van de dodelijke griep. Noch de opwarming van de aarde, noch ontstaan van epidemieën zijn “ongelukken van de natuur”. Hun herhaling en hun verergering geven aan dat ze het gevolg zijn van een productiewijze, die van het kapitalisme in verval.
Daar moet nog de aanvallen op het stelsel van de gezondheidszorg en het gebrek aan voorzorg aan toegevoegd worden, die de verspreiding van virussen begunstigen. Men ziet dat heel goed in Mexico als men de onophoudelijke ontmanteling vaststelt van de ISSSTE en van de IMSS 1) en hun gezondheidscentra, die ongeveer de enige zijn waartoe de arbeiders toegang hebben. Sinds 2006 maken bepaalde verslagen gewag van studies door de Mexicaanse regering over het gevaar van een epidemie in het land. Er is zelfs al het feit ter sprake gebracht dat het gekende virus, genaamd de “griep type A”, de pluimveevogels en de zoogdieren zou kunnen infecteren, een mutatie zou ondergaan en de mensen zou aanvallen, wat het probleem nog zou vergroten. Er zijn rapporten gemaakt, er zijn projecten opgezet, maar alles bleef een dode letter, zonder dat er een cent voor beschikbaar komt.
De opkomst van deze griepepidemie in Mexico heeft nog eens een keer de hachelijke omstandigheden blootgelegd waarin de arbeidersklasse leeft: de verergering van het niveau van uitbuiting en de ondragelijke ellende vormen een gunstig terrein voor de ontwikkeling van ziektes en voortijdig overlijden.
Volgens de inlichtingen, die de journalisten naar buiten hebben gebracht, wist men vanaf 16 april al wat de gevolgen waren van het virus en toch heeft de regering zeven dagen gewacht om alarm te slaan. Ondanks de verwarrende en opgesmukte cijfers, die door de Minister van Gezondheid werden verstrekt over het aantal zieken en doden, kan men heel gemakkelijk de rekening opmaken: de enige slachtoffers van deze epidemie zijn de arbeiders en hun gezinnen. Het zijn de loonarbeiders en hun gezinnen die door dit kwaad dodelijk worden getroffen. Ze zijn gedwongen zich voort te slepen van het ene ziekenhuis naar het andere in een poging medische behandeling te ondergaan in overvolle gangen zonder antivirussen te vinden en zo kostbare tijd verliezen, die hen had kunnen redden. Terwijl de officiële verklaringen de epidemie presenteren als een affaire die “onder controle” is, ondergaat de arbeidende bevolking wreed het gebrek aan medische verzorging, aan medicijnen en aan voorzorgsmaatregelen. Het zijn ook de werkers in de gezondheidszorg (artsen en verpleegsters) die onder uiterst moeilijke en gevaarlijke omstandigheden uitputtende dagen hebben moeten maken. Om die reden hebben de interne artsen van het INER (Nationaal Instituut voor Ademhalingsziektes) op 27 april gedemonstreerd waarbij ze deze situatie aan de kaak te stelden.
De manier waarop deze epidemie werd beleefd tijdens de eerste weken is heel betekenisvol: de heersende klasse en haar staat stelden dat het een “veiligheidkwestie” was, die “nationale eenheid” vereiste.
Er kan geen twijfel over bestaan dat de heersende klasse, in het midden van april, verrast was en in paniek raakte toen het muterende virus ontstond, waarvoor geen vaccin beschikbaar was. Dit heeft haar ertoe gebracht overhaastige beslissingen te nemen, waardoor ze onder de hele bevolking een paniek verspreidde. In het begin was de heersende klasse dus overmand door de paniek, maar al zeer snel is ze begonnen om deze paniek tegen de arbeiders te gebruiken. Ze heeft deze campagne aan de ene kant gebruikt als een middel om aan haar regering een imago van efficiëntie en beschermende kracht te geven, en op die manier dus aan geloofwaardigheid te winnen. Aan de andere kant heeft ze hem gebruikt om angst te verspreiden, ze heeft iedereen aangemoedigd om zich op zijn eentje terug te trekken, door de bevolking aan te sporen niet naar buiten te gaan, zich te verstoppen, opgesloten in haar eigen woning. Zo heeft ze een algemene sfeer van wantrouwen geschapen, waarbij iedereen in de ander een mogelijke bron van besmetting zag. Dat is iets dat ingaat tegen de solidariteit die zich moet ontwikkelen in de schoot van de uitgebuite klasse. Men kan dan ook begrijpen waarom de Staatssecretaris van Gezondheid, Córdoba Villalobos, de agressie rechtvaardigt (en bijgevolg aanmoedigt) waarvan de inwoners van Mexico City (die ervan beschuldigd werd “geïnfecteerd” te zijn) het slachtoffer werden in de andere delen van het land. Deze hoge functionaris beweerde dat deze agressie slechts een natuurlijke uitdrukking is, eigen aan het “mens zijn”. De bourgeoisie is beducht voor de ontwikkeling van de solidariteit onder de arbeiders en zij is in staat geweest deze gebeurtenis te gebruiken om haar af te remmen door het chauvinisme en het localisme aan te moedigen. Het is deze zelfde nationalistische en xenofobische ideologie die het kapitaal overal (zowel in China, in Argentinië als in Cuba) gebruikt om de controles aan de in- en uitgang van de grenzen te rechtvaardigen.
De heersende klasse tracht, door de ontketening van haar campagne van verspreiding van de angst, de arbeidersklasse een gevoel van onmacht te injecteren; ze wil haar de boodschap overbrengen volgens welke men zich moet opstellen achter de “grote redder”, dat wil zeggen de staat.
Het enige tegengif tegen deze campagnes van verspreiding van de angst kan gevonden worden in de verheldering van het bewustzijn van de arbeiders, in een werk van overdenking die hen op termijn in staat zal stellen te begrijpen dat men van het kapitalisme niets anders kan verwachten dan steeds meer uitbuiting, ellende, epidemieën en voortijdige dood.Vandaag de dag, meer dan ooit, moeten we begrijpen dat het kapitalisme een maatschappelijke catastrofe voor de mensheid is geworden en dat men een einde moet maken aan dit systeem in verval.
Naar Revolución mundial, publicatie van de IKS in Mexico Juni 20091) Het Mexicaanse sociaal zekerheidsstelsel, het ene voor de ambtenaren en het andere voor de rest van de bevolking.
De zelfmoorden bij France Telecom: de uitdrukking van de onmenselijkheid van de kapitalistische uitbuiting
Drieëntwintig zelfmoorden (plus dertien zelfmoordpogingen) in achttien maanden tijd bij France Telecom! Ziedaar een nieuwe tragische getuigenis van het feit dat de proletariërs steeds meer geconfronteerd worden met een klimaat van terreur op het werk en met ondraaglijke druk. Voor de hoofdmanager van het bedrijf Didier Lombard, die de schuld legt bij de slachtoffers van de opgedreven uitbuiting, zou het daar eigenlijk enkel gaan om een simpel 'mode' verschijnsel dat alleen maar 'fragiele personen' zou treffen (1). Wat een cynisme!
Voor deze kapitalistische leider zonder scrupules, wiens mea culpa, op een ongepast moment uitgesproken, gewoon tot het communicatiebeleid behoort, berust de tragedie niet in het feit dat menselijke wezens vermalen worden door de ongenadige logica van de rendabiliteit van het kapitaal, maar in het diskrediet dat het marktimago van zijn onderneming aantast!
Tegenover een gedrag dat noodzakelijkerwijs gedicteerd wordt door de wetten van de 'geldla', doen een aantal politici, voornamelijk van links, alsof zij ontroerd zijn. Het zijn nochtans die schijnheiligen die de laatste twintig jaar de massale ontslagen begunstigd hebben in dit bedrijf, net zoals in vele andere. Zo hebben zij bijgedragen tot het opschroeven van de helse werkritmes die geleid hebben tot de drama's van vandaag. Het zijn diezelfde socialisten die de stress verhoogd hebben door de invoering van de 35 uren, waaraan een flexibiliteit verbonden werd waardoor de arbeider uitgeknepen werd als een citroen! Het zijn zij die o.a. France Telecom op de Beurs gebracht hebben in 1997 met de 'management' methodes die men kent! Het was niemand anders dan Jospin die in die tijd met een hoge borst verklaarde dat “de mutatie van het bedrijf een mooi succes was!”. Een manager van France Telecom geeft ons trouwens een idee van dit “mooie succes”: “Het is mijn werk om 5% besparingen te maken van semester tot semester. Om u maar te zeggen dat men al op het bot zit en dat nu de vraag rijst of men zich nu een arm of een been gaat afhakken!”(2). Om dit soort doelstellingen te bereiken, na deze golf van zelfmoorden, is het niet verwonderlijk dat men op zoek moet naar 'subtielere' wegen om het de loontrekkers te 'doen volhouden': dat is de zin van het ter beschikking stellen van een 'groen nummer' voor een bijkomende controle van de loontrekkers en het doorlichten van het management van dit bedrijf. Maar de grond van het probleem zal niet veranderen: het is heel duidelijk dat het doel van het kapitaal altijd zal zijn om winst te maken en steeds meer druk te leggen op de proletariër, tot voorbij zijn psychologische grenzen en tot aan de rand van de zenuwinzinking! Want overgeleverd aan zijn eigen dynamiek kan het kapitalistische systeem slechts uitmonden op de uitputting van de arbeidskracht. Vandaag zijn het niet enkel meer de arbeiders die worden uitgeperst als citroenen en het gelag moeten betalen maar ook de ingenieurs, de administratieve kaders, die door de crisis en de uiterste concurrentie geproletariseerd werden en wier arbeidsvoorwaarden fiks gedegradeerd zijn. Om zijn winsten te verzekeren reeds bij de dageraad van zijn ontwikkeling drong “de kapitalistische productie, die in wezen productie is van de meerwaarde, van opslorping van de meerarbeid (...) de verslechtering van de arbeidskracht van de mens op, door hem te beroven van de normale omstandigheden waarin hij functioneert, hetzij fysiek, hetzij moreel – en veroorzaakt de voortijdige dood van deze [arbeids]kracht”(3). Vandaag zijn het de intensivering van de arbeid en de arbeidsomstandigheden die deze uitputting opdringen,
Het verschijnsel van de zelfmoorden is jammer genoeg niet nieuw en ook niet beperkt tot Frankrijk. De golf van zelfmoorden op het werk kende een groeiende en voortdurend verhoging, zelfs al werden er niet echt cijfers opgeplakt (4). Sinds de jaren 1990, is het aantal zelfmoorden verergerd door het geweld en de brutaliteit van de economische crisis. Het is de vertaling van het feit dat de kapitalistische wereld geen toekomst heeft, geen ander perspectief heeft dan dat van het veroorzaken van de sociale ellende, van de barbarij en de dood. Overal in Europa en in de wereld richt de stress op het werk voortdurend ravages aan. In de Verenigde Staten kondigt het ministerie van Arbeid aan dat het “aantal zelfmoorden, die gepleegd werden, met 28% verhoogd is voor het jaar 2008. In het totaal werden 251 zelfmoorden geregistreerd, het hoogste aantal sinds 1992”(5). In China hebben de zelfmoorden zich de laatste tijd verveelvoudigd als gevolg van de bankroeten van bedrijven. Denken wij maar even terug aan het jaar 2007, toen wij reeds golven van zelfmoorden moesten betreuren in Frankrijk bij Technicentre van Renault Guyancourt, bij PSA, bij EDF-GDF (Chinon), bij de banken, bij de horeca (Sodexho)(6).
Er is niets veranderd, het is alleen maar erger geworden! De druk en het gepest door de chefs, de schrik voor de werkloosheid en het systematisch chanteren met ontslag, de groeiende werkoverlast worden steeds weer aangehaald. Het verschijnsel van uitputting op het werk of de 'burn out' vertoont de tendens om zich te ontwikkelen op een nog niet geziene schaal (7). Wat men 'moreel pesten' noemt wordt de regel, als een 'strategisch' middel bestemd om mensen onder dwang aan te passen of om zich bij hoogdringendheid, en tegen een lage kost, te ontdoen van loontrekkers die ongewenst zijn geworden of niet voldoende productief zijn. Er bestaan daarvoor trouwens pest 'specialisten' die men in dat verrotte milieu 'schoonmakers' noemt of 'overgangsmanagers'. Zij worden betaald voor dat vuile werk: dit wil zeggen om de persoonlijkheid te vernietigen van diegenen die deel uitmaken van de 'overtollige effectieven' of van de 'onaangepasten', de strijdvaardige arbeiders isoleren, hen in de fout doen gaan en diegenen aan de deur zetten die het meest anciënniteit hebben en die teveel kosten! Het doel is dubbel:
- maken dat diegenen die men buiten wil, uit zichzelf vertrekken zonder hiervoor een vergoeding te krijgen;
- het demoraliseren en intimideren van de andere loontrekkers die overblijven om ze makker te maken en over te leveren aan willekeur.
Nochtans kunnen de omstandigheden van de uitbuiting en het opdrijven van de aanvallen, verbonden aan de economische crisis zonder uitweg, niet anders dan er toe leiden dat op termijn de woede uitbarst, dat ze leidt tot collectieve strijd, tot een solidariteit en een bewustwording in de diepte, De toekomst ligt niet in de concurrentie onder de proletariërs, maar in hun groeiende eenheid in de strijd tegen de uitbuiting. Het is die toekomst die terug hoop kan geven, massale en solidaire strijd kan voorbereiden, en op termijn de weg openen naar een revolutionair perspectief n
WH / 18.09.2009
1) http ://info.france2.fr
2) http ://www.marianne2.fr [22]
3) Marx, 'Het Kapitaal', deel I hfst X
4) Bepaalde journalisten voelen zich gebelgd over het ontbreken van statistieken daaromtrent. Men moet er niet aan twijfelen dat ze bestaat. Maar voor de bourgeoisie moeten ze, om klaarblijkelijke redenen vertrouwelijk blijven.
5) Bron: courrierinternational.com/article
6) Zie Révolution Internationale n°379 (van mei 2007), op onze website.
7) Ernstig depressief verschijnsel gedefinieerd als een professionele uitputting die “deel uitmaakt van professionele psychosociale risico's, als gevolg van de blootstellng aan permanente en langdurige stress” en die door de psychoanalist Herbert Freundeberger in 1979 als volgt werd gedefiniëerd: “staat van chronische vermoeidheid, van depressie, en van frustratie aangebracht door toewijding aan een zaak, een levenswijze, of een relatie, die niet beantwoordt aan de verwachtingen en die uiteindelijk leidt tot het verminderen van de inzet en de verwezenlijking van het werk”.
Tijdens de maand oktober hebben de IKS-afdelingen van Frankrijk en België en Nederland, een ontmoetings- en discussiedag georganiseerd in Rijsel waarvan een van de discussiethema’s handelde over het ecologisch vraagstuk, met als titel “Kan de huidige politiek van duurzame ontwikkeling de aangekondigde ecologische ramp voorkomen?”. Wij publiceren hieronder de tekst van de inleiding op het debat die geschreven werd door een sympathisant. De uiteenzetting toont op een methodische wijze de illusoire en leugenachtige aard aan van de argumenten die de arbeidersklasse en de wereldbevolking een politiek van de staten willen ‘verkopen’ die voorgesteld wordt als ‘duurzame ontwikkeling’ of als ‘de strijd voor het beschermen van de planeet tegen rampen’. Om de onvermijdelijke mislukking van de burgerlijke politiek op dit gebied te verklaren, onderstreept hij de tegenstrijdigheden die de behoeders van het kapitalisme doorkruisen voornamelijk dan de concurrentie, de winsthonger en de belangenconflicten tussen de staten onderling. De bedenkingen van de tekstschrijver hebben het mogelijk gemaakt om belangrijke vraagstukken aan te kaarten, die van cruciaal belang zijn voor de arbeidersklasse. Deze bijdrage was een bron die uitwisseling, uitdieping en bedenkingen omtrent het onderwerp met ernstige argumenten mogelijk maakte. Het resultaat was des te positiever door de kritische en open geest, en de heel broederlijke sfeer die onder alle deelnemers heerste. De IKS begroet deze bijdrage hartelijk. Voor het debat in het internationalistisch milieu betekende dit onmiskenbaar een flinke opsteker.
In december 2009 zullen de Verenigde Naties in Kopenhagen een internationale klimaatconferentie houden die moet leiden tot een nieuw verdrag, als vervolg op het Kyotoprotocol, dat alle landen ertoe moet aanzetten om de uitstoot van broeikasgas drastisch te verlagen. Zulke conferenties zijn niet nieuw: sinds de jaren ’60 is er al een resem bijeenkomsten geweest met als doelstelling de bescherming van milieu en mens. (1) Telkens blinken deze conferenties uit in beloften, maar steeds opnieuw blijken ze niet in staat de toename van sociale en ecologische rampen te stoppen.
Dit falen blijkt duidelijk uit volgende feiten die de wereldsituatie op sociaal en ecologisch vlak schetsen.
· De atmosferische niveaus in koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH4) zijn op hun hoogste niveau sinds 650 000 jaar geleden, waardoor de gemiddelde temperatuur op aarde in de komende honderd jaar tussen 1,1 en 6,4 graden Celsius zou stijgen met de rampzalige gevolgen van dien. (2) Momenteel heerst er in zeven Oost-Afrikaanse landen, waaronder Kenia, Somalië en Ethiopië, de meest ernstige droogte van de afgelopen 10 jaren. Tienduizenden dieren bezweken aan het gebrek aan water. 23 miljoen mensen lopen gevaar, ondermeer omdat de bevolking door herhaalde mislukte oogsten door haar voedselreserves heen is.(3) Ter vergelijking: de droogte van 1984 in Ethiopië leidde tot 250 000 à 1 miljoen doden.(4) In de toekomst zal door de klimaatopwarming dit soort fenomenen almaar toenemen.
· Bijna één op de zes Europese zoogdiersoorten is bedreigd met uitsterven en alle beviste mariene soorten zouden kunnen ineenstorten tegen 2050. De afname van bijen, vleermuizen en andere vitale bestuivers brengt de landbouwgewassen en ecosystemen in Noord-Amerika in gevaar. Het is dan ook niet toevallig dat 2010 in het teken staat van de biodiversiteit – of moet ik zeggen: “biohomogeniteit”?
· De vervuiling heeft ook een heel rechtstreekse impact. Zo veroorzaakt de stedelijke luchtvervuiling 2 miljoen vroegtijdige doden per jaar.
· Dan heb je nog de armoede en de oorlog: 2,5 miljard mensen van de totale wereldbevolking (bijna 7 miljard mensen) leven op minder dan 2 dollar per dag (5) en we kunnen stellen dat er sinds WOII geen moment voorbij ging zonder een oorlog op de wereld, oorlogen die trouwens een gigantische impact hebben op de ecologie van de aarde.
Al deze problemen bestonden al voor de laatste brutale uiting van de crisis, de meest hevige sinds die van ’29, en het is vrijwel zeker dat de aanhoudende crisis al deze fenomenen zal versterken. De titel van deze discussie is in feite slecht gekozen: de ramp kondigt zich niet meer aan, we zitten er middenin.
Om de mensheid en haar planeet te redden stellen de wereldleiders ons vandaag ‘duurzame ontwikkeling’ als oplossing voor. Wat is deze ‘duurzame ontwikkeling’? “Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheid voor toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in gevaar te brengen” zegt het Brundtland-rapport (6) ons. Tegen deze vage definitie kan niemand gekant zijn. De bourgeoisie blinkt dan ook uit in wazige stellingen als het om menselijke behoeften gaat.
Het wordt heikel wanneer we naar de concrete invulling van het begrip kijken. Duurzame ontwikkeling gaat volgens Brundtland om een ontwikkeling die erin slaagt de ecologische, economische en sociale noden en behoeften tegelijkertijd te voldoen door ze op elkaar af te stemmen. Zo heb je bedrijven als Ecover die schoolvoorbeelden zijn wat betreft duurzaamheid, omdat zij ‘groene’ afwasmiddelen produceren, zorgen voor werkgelegenheid en tegelijkertijd winst maken (ook tijdens de laatste heropleving van de crisis). Ze komen dus respectievelijk tegemoet aan “ecologische, sociale en economische behoeften”.
Maar globale problemen, vragen om globale oplossingen. Niet enkele bedrijven, maar de volledige wereldeconomie moet omgevormd worden tot een ‘groene economie’. Dat kan alleen als alle staten zich achter deze duurzame ontwikkeling scharen. De 50 miljoen nieuwe werklozen van het afgelopen jaar, plus de oude werklozen, plus de huidige loontrekkers, plus de miljoenen werkers die rottige deeltijdse baantjes doen, moeten immers worden opgevangen in een ecologisch verantwoorde economie. Hoe wil de bourgeoisie de huidige kapitalistische economie echter tot een ‘groene’ maken?
De geplande conferentie van Kopenhagen zou moeten leiden tot een betere samenwerking tussen staten tegen het ecologisch verval. Maar kunnen ze wel coöpereren? Zijn ze in staat gezamenlijk de wereldmarkt in een duurzame richting te stuwen? Laten we even redeneren binnen de grenzen van het systeem. Stel dat het kapitalisme op een ecologisch verantwoorde wijze kapitaal accumuleert, dan hebben we te maken met een ecologisch duurzaam kapitalisme. Om deze maatschappij tot een ‘groene’ om te bouwen zijn er echter diepgaande veranderingen nodig in industrie, infrastructuur, ruimtelijke ordening… die enorme investeringen vereisen in onderzoek, technologie, arbeidskrachten... Als die investeringen niet rendabel zijn op een voldoende korte termijn, zal de economie in haar geheel deze stap naar duurzaamheid niet wagen. In een oververzadigde markt heerst immers steeds de dreiging van failliet, vanwege de bikkelhard concurrentie. De staat moet bijgevolg interveniëren met premies, verboden en andere instrumenten om de markt in een ‘groene’ richting te sleuren.
Deze logica vergeet echter dat het kapitalisme verdeeld is in nationale economieën die onderling concurreren voor een zo groot mogelijk deel van de wereldmarkt. De staat bevindt zich daarbij niet boven de ‘vrije’ markt, maar maakt integraal deel uit van het syteem. Er heersen bijgevolg voortdurend belangenconflicten tussen staten op zowel economisch als strategisch vlak. Het is deze concurrentie die het ontstaan van een duurzame wereld onmogelijk maken. Dat werd ondermeer duidelijk toen G. W. Bush in een toespraak (juni 2001) het Kyotoverdrag verwierp om 2 redenen: 1) het zou een negatieve impact hebben op de economie van de VS met ontslagen voor werkers en prijsverhogingen voor consumenten als gevolg, 2) het verdrag zou niet gelden voor India en China, twee van de grootste bijdragers inzake klimaatopwarming.(7) We kunnen ons zelfs afvragen of het Kyotoprotocol werkelijk tot doel heeft de uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen of eerder een manier van oorlogvoering is door via verboden en geboden andere landen te remmen in hun economische ontwikkeling, opdat bepaalde imperialistische verhoudingen zouden blijven of verschuiven.
Naast de kapitalistische concurrentie, is er volgens mij een andere reden waarom duurzame ontwikkeling in het kapitalisme onmogelijk is die te maken heeft met de privatisering van de natuur.
De sleutel tot duurzame ontwikkeling ligt volgens sommige burgerlijke theoretici ( de ‘neoklassieke’ economen) in het beter integreren van het milieu in het marktmechanisme. Een voorbeeld ter verduidelijking: de uitstoot van vervuilende gassen door een fabriek brengt bepaalde indirecte financiële kosten met zich mee, zoals de ziekenhuiskosten van mensen die door de verontreiniging zijn aangetast of zoals de schade aan landbouwgewassen in de omgeving. Die kosten zouden dan als ‘prijs’ moeten dienen voor de uitstoot van zulke gassen. Door deze ‘internalisering’ van milieuverontreinigingkosten in de markt zou elke ongewenste impact op mens en natuur worden verminderd door de dynamiek van het marktsysteem zelf. Het komt er dan enkel op aan de planetaire ecosystemen hun goederen en diensten (8) te definiëren om ze vervolgens tot een waar te maken, dat dan net als alle andere waren aan de marktwetten van vraag en aanbod onderhevig is. Eventueel kunnen er nog bijzondere marktmechanismen en ‘beleidsinstrumenten’ tussenkomen om de prijzen van de ‘milieuwaren’ te beïnvloeden om een gewenst niveau van natuurbescherming te bekomen. M.a.w. de staat kan bepaalde regels opleggen om de markt te sturen. Dat is de theorie.
Is de natuur echter een waar? Is de natuur een nog te ontdekken markt? En is die ‘internalisering’, die in feite een soort privatisering van de natuur inhoudt, zo heilig als economen beweren? Bossen bestemd voor de houtindustrie maken zonder twijfel al deel uit van de kapitalistische economie. De meeste van dit soort bossen worden gekenmerkt door een extreme verdeling en simplificering van wat het woud vroeger was. Zo ook in de moderne landbouw waar gigantische velden van maïs, rijst, suikerriet tegenwoordig de norm zijn. Hoewel er gewassen op groeien, zijn deze monoculturen in feite woestijnen: geen ander dier of plant kan hierop leven. Zijn de landbouwgewassen ook geen voorbeeld van ‘internalisering’ van natuur in de markt?
Zal de markt daarenboven de juiste prioriteiten inzien? Zal zij een bedreigde (en geprijsde) vogelsoort kunnen beschermen tegen het verlies aan habitat dat zelf een gevolg is van de uitbreiding van de landbouwsector? De vele wetten en regels die de staat oplegt aan de markt, al dan niet ter bescherming van mens en milieu, geven weer hoe kunstmatig en geforceerde die “ecologische, economische en sociale noden en behoeften” op elkaar moeten worden afgestemd. Er lijkt een voortdurende druk tegen deze noden en behoeften te bestaan.
Neen, de verdere privatisering en integratie van natuur in de wereldmarkt zal haar volgens mij niet ten goede komen, maar haar enkel nog meer onderwerpen aan de werkelijke drijfkracht van het kapitalisme: de accumulatie van kapitaal. Het is dit winstbejag die het kapitalisme over de wereld heeft gedreven en een permanente druk uitoefent op elk ecosysteem. De dorst naar steeds meer winst in een wereld met eindige hulpbronnen is een fundamentele tegenstelling van het kapitalisme, die vooral in de vervalfase van de maatschappij tot uiting komt. Het is ook deze tegenstelling die duurzame ontwikkeling binnen de grenzen van het kapitalisme onmogelijk maakt. (9) n
F. / 09.2009
1) 1968: Biosphere, Intergovernmental Conference for rational Use and Conservation of the Biosphere (UNESCO). 1972: UN Conference on the Human Environment/UNEP. 1977: UN Conference on Desertification. 1984: International Conference on Environment and Economics (OECD). 1992: Earth Summit, UN Conference on Environment and Development (UNCED). 1995: World Summit for Social Development. 2000: UN Millenium Summit and the Millenium Development Goals. 2002: World Summit on Sustainable Development. Etc.
2) IPCC Fourth Assessment Report, Working Group I Report "The Physical Science Basis", 2007
3) De Standaard, 30 september
4) International Institute for Sustainable Development, The sustainable development timeline, 2007
5) State of the World, chapter 1, Worldwatch Institute, 2008
6) Brundtland Rapport: Rapport van de World Commission on Environment and Development dat sociale, economische, culturele en milieukwesties en globale oplossingen samenweeft. Het is dit rapport dat de term ‘duurzame ontwikkeling’ populariseerde.
7) Foster, Ecology against capitalism, 2002
8) Ecosystemen leveren ‘goederen en diensten’ (goods and services) aan de mens, bijvoorbeeld: een bos levert ons hout, een mangrovewoud buffert tsunami’s en biedt daarmee bescherming aan de kustbewoners…
9) Aanbevolen lectuur: International Communist Current, Capitalism is poisoning the earth, International Revue nr. 63, 1990 (https://en.internationalism.org/ir/63_pollution [23]) ; International Communist Current, The myth of the “green economy”, International Revue nr. 138, 2009 (https://en.internationalism.org/2009/ir/138/green-economy [24]) ; John Bellamy Foster, Ecology against capitalism, 2002; John Bellamy Foster, Marx’s Ecology, 2000
De nederlaag bij Ssangyong toont de noodzaak van uitbreiding van de strijd
Een van de meest betekenisvolle uitingen sinds vele jaren van de klassestrijd in Zuid-Korea was de bezetting van het autoconstructiebedrijf Ssangyong in Pyeongtaek bij Seoel, die begin augustus ten einde liep.
Nadat de fabriek gedurende 77 dagen bezet was geweest in omstandigheden waarin de arbeiders voedsel, water, gas en elektriciteit ontzegd was en waarin ze weerstand geboden hadden aan herhaalde aanvallen van de politie ondersteund door een eenheid rangers, door bandieten en stakingsbrekers, zagen de arbeiders zich gedwongen hun bezetting op te geven terwijl veel van hun voornaamste eisen niet ingewilligd waren, en ze werden onmiddellijk onderworpen aan een golf van repressie onder de vorm van aanhoudingen, ondervragingen en in sommige gevallen torenhoge boetes.
De Zuid-Koreaanse economie heeft zich nog niet echt hersteld van de rampzalige landing van de 'tijgers en draken' in 1997, een voorloper van de huidige kredietkrach. Sindsdien verkeert de hele autoindustrie er in een diepe crisis. Ssangyong Motor Company, dat nu onder controle staat van een Chinees conglomeraat van autobouwers, heeft zijn arbeidskracht geleidelijk aan verminderd en een plan voorgesteld om de fabriek als onderpand te geven om zich van leningen te verzekeren die het nodig hand om aan het faillissement te ontsnappen. Dit plan impliceerde nog veel meer ontslagen : 1700 arbeiders zouden gedwongen worden vervroegd op pensioen te gaan en 300 tijdelijke arbeiders zouden aan de deur gezet worden. Verder zou technologie naar China getransfereerd worden met de uiteindelijke bedoeling zich op de ruime markt van de machtige buur van Zuid-Korea te bevoorraden, waar mankracht aan lage prijs beschikbaar is.
De staking en bezetting van het bedrijf, die begon op de ochtend van 22 mei, gingen samen met de vraag niemand te ontslaan, niemand in een onzekere positie te brengen en het bedrijf niet in het buitenland te bevoorraden. Gedurende de bezetting heeft het duizendtal arbeiders dat het bedrijf bezette blijk gegeven van een voorbeeldige moed en vindingrijkheid om zich te verdedigen tegen de politiemacht die uitgerust was met helikopters, traangas, verlammende pistolen en ander militair materieel. Die weerstand vereiste niet enkel het fabriceren van geïmproviseerde wapens (metalen buizen, molotovcocktails, katapulten), maar ook een strategische zin en een verdedigingstactiek – zo hebben ze op de verpletterende overmacht van de repressiekrachten geantwoord door zich terug te trekken in de schilderafdeling, erop rekenend (terecht) dat de daar aanwezige ontvlambare materialen er de politie van zouden weerhouden traangas te gebruiken, vooral nadat er zich in Seoel onlangs een tragedie afspeelde waarbij vijf personen de dood vonden in een brand die aangestoken was tijdens een confrontatie met de politie.
Dergelijke acties vragen een uitgesproken zin aan initiatief en zelforganisatie. Het schijnt dat de arbeiders zich in 50 of 60 groepen van elk tien leden georganiseerd hadden, waarbij elke groep een afgevaardigde koos om de actie te coördineren.
De bezetting heeft ook solidariteitsacties uitgelokt vanwege andere arbeiders, waarvan er velen even onzeker zijn over hun toekomst. De arbeiders van de nabijgelegen autofabriek van Kia-Hyundai waren bijzonder actief, met honderden arbeiders die de fabriek kwamen verdedigen tegen de aanvallen van de politie. Pogingen om de bedrijfspoorten te bereiken en voedsel en andere voorraden naar de bezetters te brengen, stootten op geweld dat even brutaal was als het geweld dat gebruikt werd tegen de bezetters zelf. Het lijdt geen twijfel dat de bezetting ruime steun genoot van de hele Zuid-Koreaanse arbeidersklasse, een feit dat zich weerspiegelt in de houding van de nationale vakbondsfederatie KCTU, die een algemene staking uitriep van twee dagen en een nationale solidariteitsmeeting einde juli.
Welke lessen trekken uit deze nederlaag?
Maar hoewel sommige maatregelen die de bazen eerst hadden voorgesteld bij het einde van de staking geschrapt werden, is de bezetting toch op een nederlaag uitgedraaid. De arbeiders zijn verslagen en gekwetst uit de bezetting gekomen, sommigen ernstig verwond, en met een toename van het aantal zelfmoorden bij de arbeiders en hun families.
“Bij de slotonderhandelingen ging de plaatselijke vakbondssecretaris akkoord met het voorgesteld vervroegd pensioen (dat wil zeggen het ontslag met een ontslagvergoeding) voor 52% van de arbeiders, en met een verlof van één jaar zonder loon voor 48%, waarna die weer aangeworven zouden worden als de economische voorwaarden dat zouden toelaten. De maatschappij zou ook gedurende één jaar een maandelijkse vergoeding van 550.000 won betalen aan enkele arbeiders die naar commerciële posten verplaatst werden.
In de dagen volgend op deze beledigingen volgden ook de klappen tijdens de periode van voorhechtenis voor vele aangehouden arbeiders, in afwachting van het opstellen van aktes van beschuldiging en processen die door het bedrijf aangespannen werden tegen de vakbond KMWU waarvan ze 500 miljoen won eisen (45 miljoen VS $). Zoals al aangegeven staat de Koreaanse arbeidswetgeving in dit geval individuele processen toe en vervolgingen die in het verleden al arbeiders zonder enig bestaansmiddel gezet hebben. Het bedrijf eist een schadevergoeding van 316 miljard won (258,6 miljoen $), wat overeenstemt met een productieverlies van 14.600 voertuigen tengevolge van de staking.” (1)
Wat deze nederlaag vooral aantoont, is dat zelfs als men op de best mogelijke wijze de verdediging en bezetting van een fabriek organiseert, de strijd, wanneer hij niet uitgebreid wordt, in de grote meerderheid van de gevallen zal mislukken. De centrale noodzaak voor elke groep arbeiders die te maken krijgt met ontslagen, is andere arbeiders te gaan opzoeken, zich naar andere bedrijven en kantoren te begeven, en daar de noodzaak uit te leggen van een gemeenschappelijke actie teneinde een krachtsverhouding op te bouwen die in staat is bazen en staat terug te dringen. De actieve solidariteit die getoond werd door de arbeiders van Kia-Hyundai en andere bedrijven buiten de fabriekspoorten, bewijst dat dit geen utopie is, maar dat de beweging voorrang moet geven aan uitbreiding, eerder dan enkel weerstand te bieden aan de aanvallen van de politie tegen een bezet bedrijf, hoe noodzakelijk dat laatste ook mag zijn. De arbeiders die over deze nederlaag nadenken moeten zich de volgende vraag stellen: waarom vertaalden die authentieke uitdrukkingen van solidariteit zich niet in een directe uitbreiding van de strijd, naar Kia of naar andere arbeidsplaatsen? En verder: die militante minderheden die bezig zijn de strategie van de vakbonden in vraag te stellen, moeten zich verenigen in groepen en comités om aan te zetten tot uitbreiding van de strijd en tot de onafhankelijke organisatie ervan.
Voor ons ligt de sleutel van het probleem bij de kwestie dat de uitbreiding in handen gelaten werd van de vakbonden, voor wie het ontketenen van de staking deel uitmaakt van een vast ritueel, met symbolische acties die geenszins de bedoeling hebben een groot aantal arbeiders op de been te brengen, inclusief met hun steun aan de bezetting bij Ssangyong, waarbij ze uitbreiding van de strijd buiten beschouwing laten om hun eigen eisen voorop te stellen. Binnen de fabriek lijkt de vakbond KMWU de situatie globaal onder controle gehad te hebben. Loren Goldner, die in Korea was toen de strijd uitbrak en die in het bedrijf binnen geraakte, geeft de discussie weer die hij had met een arbeiders die aan de bezetting deelnam : “Ik praatte met een arbeider die actief aan de bezetting deelnam en de rol van de vakbond bekritiseerde. Volgens hem behield de KMWU de controle over de staking. Maar in tegenstelling tot de rol van de vakbonden in de strijd bij Visteon in het Verenigd Koninkrijk en in de ontmanteling van de autoindustrie in de Verenigde Staten, heeft de KMWU de illegale acties van bezetting van de fabriek en voorbereiding van haar gewapende verdediging gesteund. Anderzijds, in de onderhandelingen met het bedrijf, heeft hij zich geconcentreerd op de eis niemand te ontslaan en heeft hij zich toegevend opgesteld wat betreft de eisen van werkzekerheid voor allen en tegen de outsourcing.”
De uitbreiding van de strijd mag niet aan de vakbonden overgelaten worden. Ze kan enkel doeltreffend in handen genomen worden door de arbeiders zelf. Wanneer de vakbonden illegale acties steunen en wanneer hun plaatselijke vertegenwoordigers deelnemen aan een strijd, bewijst dat geenszins dat de vakbonden soms aan de kant van de strijd staan. Het bewijst in het beste geval dat de lagere vakbondsleiders, zoals in dit geval de plaatselijke KMWU-secretaris, vaak zelf arbeiders zijn en nog als arbeiders kunnen handelen. In het beste geval ook dient dit enkel om de illusie overeind te houden dat de vakbonden, ten minste op lokaal vlak, nog strijdorganen van het proletariaat zijn.
Goldner trekt volgende conclusies uit de nederlaag: “De nederlaag bij Ssangyong kan niet enkel toegeschreven worden aan de destabiliserende rol van de nationale organisatie van de KWMU die van bij het begin toeliet dat de onderhandelingen gekanaliseerd werden naar het nauw omlijnde doel van 'geen ontslag'... De nederlaag kan ook niet volledig verklaard worden uit het klimaat van economische crisis. Beide factoren speelden zeker een grote rol. Maar torenhoog boven hun onmiskenbaar impact is het de terugval, jaar na jaar, van de Koreaanse arbeidersklasse, vooral tengevolge van de werkonzekerheid, die nu meer dan de helft van de arbeidskracht treft. Duizenden arbeiders uit naburige fabrieken hebben herhaaldelijk hulp geboden aan de staking bij Ssangyong, maar dat was niet voldoende. De nederlaag van de stakers bij Ssangyong, ondanks hun heldenmoed en hun vasthoudendheid, zal de heersende ontmoediging nog vergroten tot een strategie ontwikkeld wordt die een bredere steun op de been kan brengen, niet om gewoonweg defensieve gevechten te leveren, maar om tot het offensief over te gaan.”
Wij gaan zeker akkoord over het feit dat de atmosfeer van economische crisis zeker een verlammend effect heeft op talrijke arbeiders, die enkel kunnen vaststellen dat het wapen van de staking dikwijls niet doeltreffend genoeg is wanneer de fabriek in elk geval toch gaat sluiten, en die zovele bezettingen tegen sluiting door een lange belegering hebben zien wurgen. De ontwikkeling van de werkonzekerheid speelt ook een rol door de arbeidskracht te versnipperen, hoewel we niet denken dat dit een doorslaggevende factor is en dat dit zeker niet enkel telt in het geval van Zuid-Korea. In elk geval is ze een aspect van de crisis zelf, één van de talrijke maatregelen die de bazen nemen om de kost van de arbeidskracht te verlagen en de weerstand te versnipperen.
En tenslotte heeft Goldner gelijk te zeggen dat de arbeiders tot het offensief moeten overgaan, dat wil zeggen dat ze de massastaking moeten aangaan die op termijn tot doel heeft het kapitalisme omver te werpen. Maar juist de ontluikende bewustwording van de omvang van die taak kan in een eerste tijd de arbeiders ook doen aarzelen de strijd aan te gaan.
Eén feit is zeker: de kwestie van de overgang van defensieve naar offensieve strijd kan niet enkel in Korea gesteld worden. Ze zal het resultaat zijn van een internationale rijping van de klassestrijd, en in die zin kunnen de nederlaag bij Ssangyong en de lessen die eruit getrokken kunnen worden een echte bijdrage zijn tot die ontwikkeling n
Amos / 1-09-2009
(1) Dit citaat is afkomstig van Loren Goldner, een geëngageerde intellectueel van Amerikaanse origine die lange tijd in Zuid-Korea gewoond heeft. Hij publiceerde talrijke artikels die vaak op een zeer pertinente manier de crisis van het kapitalisme en de klassenstrijd behandelen, in het bijzonder in Zuid-Korea. Hij heeft met name een gedetailleerde balans opgemaakt van de strijd in de fabriek van Ssangyong, te vinden op libcom.org, en waaruit dit en volgend citaat vandaan komen.
De laatste maanden stonden de boekenrekken vol met inslaande titels van boeken waarop grote portretten van Marx stonden. Er waren er van alle smaken. De bijbelse: 'Marx leeft nog steeds'. De klassieke: 'Marx is terug'. De hoogdravende: 'Marx, de reden van zijn wedergeboorte', Het afgezaagde bij gebrek aan verbeelding: 'De grote terugkeer van Marx'. Of het sobere maar in hoofdletters: 'Marx'(1). Op hun eigen manier, soms gekruid met enkele kritieken, bewierookten alle tijdschriften het genie van de 'grote denker'!
Deze plotse liefde kan ons verassen. Nog maar enkele jaren geleden werd Marx vergruisd als een duivel! Françoise Giroud heeft zelfs een biografie geschreven van Jenny Marx, de vrouw van Karl, met als titel: 'Jenny, de vrouw van de duivel'! Aan hem zouden we de verschrikkingen van het stalinisme, de werkkampen in Siberië en in China, de bloeddorstige dictaturen van Ceausescu of Pol Pot te danken hebben.
Vanwaar deze ommezwaai? Door de economische crisis. De huidige toestand verontrust de arbeidersklasse diep. En een gedeelte onder hen, een klein deel, probeert te begrijpen waarom het kapitalisme aan het wegkwijnen is, hoe verzet te bieden aan de verloedering van de levensomstandigheden, hoe terug te vechten en vooral – wat vandaag het moeilijkste is – uit te zoeken of een andere wereld mogelijk is... En natuurlijk wenden enkelen zich tot Marx. De verkoop van 'Het Kapitaal' heeft trouwens de laatste tijd een zekere opleving gekend. Het gaat niet om een massaal verschijnsel dat heel de arbeidersklasse aangaat, maar het begin van overdenking bij de minderheid, dat soms onderhuids werkt, verontrust de bourgeoisie. De heersende klasse huivert bij de gedachte dat de arbeiders zelf beginnen na te denken! Ze haast zich altijd om ze te overstelpen met haar propaganda, met haar leugens en vandaag met haar visie op Marx, haar visie op het marxisme.Marx voorstellen als de duivel volstaat vandaag niet meer om de meest nieuwsgierigen af te stoten van zijn werk en daarom was de bourgeoisie verplicht om van tactiek te veranderen. Zij is zachtaardig, vriendelijk en eerbiedig en zelfs vol lof geworden tegenover de oude baardige man... om hem meer te van zijn aard te ontdoen en hem te herleiden tot een ongevaarlijk icoon zoals de mummie van Lenin!
Als wij alle tijdschriften moeten geloven was Marx een genie op het economisch vlak (had hij niet lang voor Benedictus XVI de verderfelijke rol van het geld aangeklaagd als belangrijkste overbrenger van het onrecht?), een groot filosoof, een groot socioloog en zelfs een voorloper van de ecologie! De bourgeoisie is er vandaag toe bereid om alle talenten van Marx te erkennen, behalve één, dat hij een groot revolutionair was, een strijder van de arbeidersklasse! En dat het marxisme een theoretisch wapen is dat voor de arbeidersklasse werd gesmeed om het kapitalisme omver te werpen! Of om een uitdrukking van Lenin te hernemen: “Het marxisme is de theorie van de bevrijdingsbeweging van het proletariaat”(2).
De arbeidersklasse wint Marx voor het marxisme!
Marx werd niet geboren als kommunist, Hij is het geworden, en het is de arbeidersklasse die hem 'bekeerd' heeft. Als jongeling stond Marx zelfs zeer kritisch tegenover de kommunistische theorieën. Ziehier wat hij toen beweerde:
- Men “zou de kommunistische theorieën, onder hun huidige vorm zelfs niet kunnen opvatten als een theoretische realiteit, en dus nog minder hun praktische verwezenlijking wensen, of ze eenvoudigweg voor mogelijk houden”(3).
- Of nog, het kommunisme is “een dogmatische abstractie”(4).
In het begin beoordeelde Marx de 'kommunistische ideeën' dus als idealistisch en dogmatisch. Waarom? Sinds er onderdrukten waren op aarde, dromen de mensen van een betere wereld, van een soort paradijs op aarde, van een gemeenschap waar alle mensen gelijk zouden zijn en waar sociale rechtvaardigheid zou heersen. Dat was waar voor de slaven. Dat was waar voor de lijfeigenen (de boeren). Bij de grote Spartacusopstand tegen het Romeinse Rijk hebben de slaven geprobeerd om gemeenschappen op te richten. De eerste christelijke gemeenschappen predikten de universele menselijke broederschap en hebben geprobeerd om een communisme van goederen in te voeren. John Ball, één van de leiders van de grote boerenopstand in Engeland in 1381 (en er zijn talloze boerenopstanden geweest tegen het feodalisme) zei: “Niets zal in Engeland goed kunnen gaan zolang als alles niet gemeenschappelijk wordt beheerd ; wanneer er geen lords noch vazallen meer zullen zijn”. Jammer genoeg kon het slechts beperkt blijven tot een mooie droom. In het oude Griekenland of in Rome, in de Middeleeuwen, was de opbouw van een kommunistische wereld onmogelijk. Eerst en vooral produceerde de maatschappij niet genoeg om te voldoen aan het geheel van de behoeften. Er was slechts een minderheid die 'comfortabel' kon leven, door de meerderheid uit te buiten. Vervolgens bestond er geen sociale kracht die machtig genoeg was om een wereld van gelijken op te bouwen: de slaven of de boeren konden zich enkel laten afslachten bij elke opstand. Kortom, de 'kommunistische ideeën' konden allen maar utopisch zijn.
En de arbeidersklasse, die als klasse zelf wordt uitgebuit, nam deze oude droom voor haar rekening. In de 18e en in het begin van de 19e eeuw heeft zij in Engeland, en vooral in Frankrijk, geprobeerd om hier en daar gemeenschappen op te richten. Denkers hebben geprobeerd om, vertrekkend van verbeelding, een perfecte wereld uit te werken. Het was trouwens om die reden dat Marx aan 'utopisch' ook het bijvoeglijk naamwoord 'dogmatisch' toevoegde. Deze 'kommunistische ideeën' waren dogmatisch, omdat zij lukraak werden uitgedacht, vertrekkend van eeuwige en onveranderlijke idealen zoals Rechtvaardigheid, het Goede, de Gelijkheid... Ze werden niet geleidelijk opgebouwd, met een voortdurende wisselwerking tussen de materiële werkelijkheid en de hersenen van de mensen, maar de werkelijkheid moest zich plooien naar de eisen van de gedachten en hun verlangens naar Rechtvaardigheid, naar Gelijkheid...
Maar waarom zal Marx dan uiteindelijk zijn leven gaan wijden aan de strijd voor het kommunisme? In feite zal het zien van wat de arbeidersklasse is en het beleven van haar stakingen, hem totaal overrompelen. Via de strijd van de Silezische wevers van 1844 of even later die van het proletariaat in Frankrijk in 1848, gaat Marx ontdekken wat de arbeidersklasse is en wat haar strijd is. En hij gaat in de werkelijkheid van deze strijd de onmisbare motor ontdekken van de omvorming van de wereld, een levende belofte voor de toekomst, een mogelijkheid om voor het eerst in de geschiedenis de stap te zetten naar het kommunisme. Hieronder volgen enkele lijnen die aantonen hoezeer Marx werd getroffen door wat hij beleefde: “Wanneer de kommunistische arbeiders bijeenkomen, dan gaat hun intentie allereerst naar de theorie, naar de propaganda, enz. Maar tegelijk maken zij zich op die manier een nieuwe noodzaak eigen, de noodzaak van de maatschappij als geheel. (...) De gemeenschap, de vereniging, de conversatie die gericht is op het geheel van de maatschappij maakt hen gelukkig ; voor hen is de menselijke broederlijkheid geen holle frase, maar een waarheid, en uit hun door het werk geharde figuren, straalt de adel van menselijkheid op ons af”(5).
Het is een beetje lyrisch, maar wat Marx hier ziet is dat het proletariaat, in tegenstelling tot de uitgebuite klassen van het verleden een klasse is die werkt op een geassocieerde manier. Om te beginnen wil dit zeggen dat zij haar onmiddellijke belangen slechts kan verdedigen door middel van een geassocieerde strijd die haar krachten bundelt, Maar dat wil ook zeggen dat het uiteindelijke antwoord op haar levensvoorwaarden als uitgebuite klasse enkel kan liggen in het scheppen van een werkelijke menselijke gemeenschap, van een maatschappij die gegrondvest is op de vrije samenwerking, En vooral dat deze 'associatie' voor het eerst 'de middelen voor haar ambities' heeft, omdat ze kan steunen op de enorme vooruitgang die verwezenlijkt werd door de kapitalistische industrie. Technisch gezien is de overvloed mogelijk. Met de vooruitgang die geleverd werd door het kapitalisme, is het mogelijk om te voldoen aan de noden van heel de mensheid. Dat alles heeft Marx ingezien dank zij [de strijd van] de arbeidersklasse.
Het marxisme is een theoretisch wapen dat enkel kon gesmeed worden door de arbeidersklasse
Wij kunnen het als volgt samenvatten: vertrekkend van het standpunt van de arbeidersklasse en door zich aan te sluiten bij haar revolutionaire strijd, voortvloeiend uit de vergelijking van enerzijds het revolutionaire potentieel van het proletariaat en anderzijds van de tegenstrijdigheden die het kapitalisme treffen, zijn Marx, maar natuurlijk ook Engels, er stilaan toe gekomen te begrijpen dat het communisme tegelijk mogelijk en noodzakelijk werd. Mogelijk en noodzakelijk dank zij:
1. de ontwikkeling van de productiekrachten op wereldschaal; zonder die is er geen overvloed noch volledige voldoening mogelijk van de menselijke behoeften;
2. het ontstaan van het proletariaat, de eerste uitgebuite klasse, die door haar botsing met dit wereldkapitaal ertoe gebracht wordt om de grafdelver te worden van de oude wereld;
3. de uiteraard voorbijgaande aard van het kapitalisme.
Marx en Engels zouden dat alles nooit begrepen hebben als zij niet, voor alles, strijders geweest waren van de arbeidersklasse! Inderdaad, enkel een klasse wier ontvoogding noodzakelijkerwijze gepaard gaat met die van de hele mensheid, wier heerschappij geen nieuwe uitbuiting inluidt maar de afschaffing van alle uitbuiting, kon een marxistische benadering hebben van de menselijke geschiedenis en de sociale verhoudingen. Alle andere klasse waren, en zijn daartoe steeds onmogelijk in staat. Zoals eerder gezegd, kon voor de slaven en de lijfeigenen een andere wereld slechts in de verbeelding bestaan. Hun optreden, hun denken, kon dus om deze reden enkel utopisch, idealistisch zijn. Wat de heersende klassen betreft, de meesters, de adel en de bourgeois, voor hen was en is het onmogelijk om de werkelijkheid onder ogen te nemen, om objectief de evolutie van de menselijke geschiedenis en van hun eigen wereld te bestuderen, want dan zouden zij er onvermijdelijk toe gedwongen worden om te onderkennen dat hun klasse, hun wereld, hun voorrechten gedoemd zijn of waren om te verdwijnen.
De adel dacht dat zij bekleed was met een goddelijk en dus eeuwig gezag. Hoe had hij dan ook maar een sikkepit kunnen begrijpen van de evolutie van de menselijke maatschappijen ?
Ziehier nog een ander meer concreet voorbeeld uit de actualiteit. Marx wordt vandaag door alle economisten begroet die in zijn beroemd werk 'Het Kapitaal' de oplossingen gaan zoeken om het hoofd te bieden aan de huidige crisis. Dat lijkt heel erg op het zoeken naar de Graal, ijdel en irrationeel. Deze economisten kunnen massa's bladzijden van 'Het Kapitaal' lezen en herlezen, ze in alle richtingen verdraaien, maar ze zullen er geen drup levenselixir kunnen uitwringen om het bestaan van het kapitalisme eeuwig te rekken. Wel integendeel! Als Marx zich verdiept heeft in de economie, was het juist om te begrijpen via welke mechanismen het kapitalisme van binnenuit aangevreten wordt en dus veroordeeld is om ten onder te gaan. Het ging er niet om redmiddelen te ontdekken voor de ziekten van het kapitalisme maar om het te bestrijden en zijn omverwerping voor te bereiden. Al deze doktoren in de wetenschappen en andere specialisten van het ideologisch rookgordijn zullen nooit iets snappen van de economische werken van Marx, want zijn conclusies zijn voor hen uiteraard onaanvaardbaar en onverdraaglijk!
Een wetenschappelijke en objectieve houding aannemen over het vraagstuk van de menselijke maatschappijen, over het sociale vraagstuk, betekent inzien dat er een primitief kommunisme bestaan heeft, vervolgens de slavenmaatschappij, daarop de feodaliteit, dan het kapitalisme (en misschien daarna het communisme) omdat onze productiecapaciteiten evolueerden, omdat de wijze waarop de maatschappij zich moest organiseren om te produceren – onze productieverhoudingen – gelijke tred moesten houden en dat alles tenslotte belichaamd werd via de geschiedenis van de klassenstrijd. Men begrijpt waarom het marxisme – deze 'wetenschappelijke en objectieve benadering van het vraagstuk van de geschiedenis van de menselijke maatschappijen en van het sociale vraagstuk' – voor de bourgeoisie noodgedwongen ontoegankelijk is... Doodeenvoudig omdat de logische gevolgtrekking uit deze benadering is dat het kapitalisme moet verdwijnen en daarbij alle voorrechten van de bourgeoisie!
Het marxisme: een revolutionaire en levende wetenschappelijke methode
Door ons vandaag lukraak met Marx en het marxisme om de oren te slaan, probeert de bourgeoisie dat alles te verbergen achter haar leugens en vervalsingen, Zoals Lenin zei: “De grote revolutionairen zijn altijd vervolgd geweest tijdens hun leven: hun doctrine is altijd ten prooi gevallen aan de meest wrede haat, aan leugencampagnes en de allerlaagste laster vanwege de heersende klassen. Na hun dood probeert men hen te veranderen in onschadelijke iconen, hen als het ware heilig te verklaren, hun naam te versieren met een aureool van glorie als troost voor de onderdrukte klassen en om ze te bedriegen en tegelijkertijd verminkt men het wezen van hun revolutionaire boodschap, waarvan men de scherpe kant afstompt, die men in diskrediet brengt”(6). Dit einde van de zin is bijzonder van toepassing op de huidige propaganda: “ men verminkt het wezen van hun revolutionaire boodschap, waarvan men de scherpe kant afstompt, die men in diskrediet brengt”. Wij moeten in tegendeel onderstrepen dat Marx een revolutionaire strijder was, Meer zelfs: enkel een revolutionaire militant kan een marxist zijn. Deze eenheid tussen gedachte en daad vormt juist de grondslag van het marxisme. Dat is ook wat Marx zei: “Tot nu toe hebben de filosofen niets anders gedaan dan de wereld op verschillende manieren te interpreteren, het komt er nu op aan hem te veranderen”(7), of nog: “De theoretische opvattingen van de kommunisten berusten geenszins op ideeën, op beginselen uitgevonden door de een of andere wereldhervormer. Zij zijn de algemene uitdrukking van werkelijke omstandigheden van de bestaande klassenstrijd, van een historische beweging die zich voor onze ogen afspeelt”(8).
Het marxisme is noch een universitaire discipline noch de zoveelste wijze en ongevaarlijke theorie, noch een utopie, noch een ideologie, noch een dogma. Wel in tegendeel! Wij hernemen hier de vlammende stijl van Rosa Luxemburg en sluiten af met dit laatste citaat: “Het marxisme is geen kapel waar men brevetten aflevert van 'expertise' en waarvoor de massa van gelovigen haar blind vertrouwen moet uiten, Het marxisme is een revolutionaire opvatting van de wereld, die onafgebroken vecht voor het verwerven van nieuwe resultaten, een opvatting die vastgeroeste en definitieve formules verwerpt en die haar levenskracht slechts kan bewijzen via het gekletter van de wapens van de zelfkritiek onder de donderslagen van de geschiedenis”(9) n
Pavel / 08.10.2009
1) Respectievelijk: Challenges (decembver 2007), Courrier International (juli 2008), Magazine Littéaire (oktober 2008), Le Nouvel Observateur (augustus 2009), Le Point (speciale buiten serie van juni/juli 2009),
2) Het bankroet van de Tweede Internationale, 1915
3) Het kommunisme en de Allgemeine Zeitung van Augsburg
4) Brief aan A. Ruge
5) Filosofische en Economische Manuscripten, 1844,
6) Lenin, 'Staat en Revolutie',
7) Stellingen over Feuerbach
8) Het Kommunistisch Manifest
9) Rosa Luxemburg, 'De accumulatie van het Kapitaal'
De bourgeoisie en de pers die haar ter beschikking staat, maken zich ongerust over de ‘terugkeer van het marxistisch gedachtegoed' of over de ‘actualiteit van Marx en van het marxisme' en dit minder dan twintig jaar nadat zij zo triomfantelijk de ‘dood van het marxisme en van het communisme' hadden uitgeroepen, dat zij met veel tamtam hadden proberen te begraven na het ineenstorten van het Oostblok en de stalinistische regimes. Dat zij nu weer sidderen is niet verwonderlijk. We bevinden ons op een moment waarop, tegenover de ontketening van de crisis en de monsterachtige verschrikkingen die dit rottend systeem begaat, de internationale heropleving van de arbeidersstrijd de proletariërs aanzet tot een bewustwording van het feit dat er een perspectief bestaat dat aan de mensheid een uitweg kan bieden uit de impasse waarin het kapitalisme haar gestort heeft.
Sommigen spuwen hun gif uit door hun voorouderlijke haat en hun ziekelijke afkeer voor Marx en de revolutionairen uit te roepen en doen gewoon voort met hen door de modder te sleuren en te belasteren. De grootste leugen van de geschiedenis, die de hele 20e eeuw door werd gepropageerd, passen zij aan de smaak van de dag aan: de identificatie van Marx, het marxisme, het communisme en van de arbeidersklasse, aan één van de ergste vormen van de contrarevolutie, de stalinistische terreur. Net als ratelslangen, blijven ze met hun ideologische aanhangsels heftig te keer gaan. Ze beklagen zich over de ‘gevaarlijke terugkeer van de totalitaire ideologie', die volgens hen gekoppeld is aan de ‘uitspattingen van het liberalisme' en aan de duidelijke toename van de sociale ongelijkheid. Dezelfde angst voor de proletarische revolutie vinden we in feite terug bij al diegenen die Marx bewieroken om hem zo te bestrijden door zich hem toe te eigenen. Zo ziet men steeds meer journalisten en universitairen die er niet voor terugschrikken hem te bewieroken om hem vervolgens tot de profetische leermeester van de ‘alter-mondialisten' te maken, of nog tot de voorloper van de groenen. Dat illustreert eens te meer de noodzakelijke waakzaamheid, die Lenin met zoveel scherpzinnigheid formuleerde:
"De grote revolutionairen werden bij hun leven voortdurend vervolgd door de onderdrukkende klassen, die hun leer met de ruwste kwaadaardigheid, de woedendste haat en een teugelloze leugen- en lastercampagne bejegenden. Na hun dood worden pogingen gedaan hen in onschadelijke afgodsbeeldjes te veranderen, hen als het ware heilig te verklaren en hun naam een zekere wijding te verlenen tot ‘vertroosting' van de onderdrukte klassen en om hen daarmee beet te nemen, terwijl hun revolutionaire leer van haar inhoud en van haar revolutionaire scherpte wordt ontdaan en wordt gevulgariseerd.". (‘Staat en Revolutie', hoofdstuk 1).
Dit bijna profetische citaat bleek heel steekhoudend in de voortdurende leugens die alle stalinistische regimes van de wereld, die vijftig jaar lang heersten, gebruikten om de wrede uitbuiting van de proletariërs te rechtvaardigen door de lof te zingen over de grote revolutionairen. Door misbruik te maken van Marx en Engels, door ze te balsemen zoals Stalin heeft gedaan met Lenin, door voor hen standbeelden op te richten, legden zij zich er systematisch op toe om de revolutionaire inhoud van hun ideeën en activiteiten af te stompen, leeg te zuigen of te vervormen. Ze werden daarbij geholpen en aangevuld door de ‘democratische' bourgeoisie die het absolutisme en de ‘marxistische' onderdrukking van de landen onder de stalinistische knoet maximaal en openlijk in de verf zetten.
En als de bourgeoisie vandaag nog probeert om van Marx een ‘ongevaarlijk' icoon te maken, is dat omdat hij wel degelijk een waarachtig revolutionair was die zijn leven lang de meest hardnekkige strijd leverde tegen het kapitalisme. In die mate zelfs dat zijn werk en methode een zodanige revolutionaire kracht blijken te omvatten dat ze tot op vandaag nog altijd als het meest wezenlijke wapen voor de proletarische strijd worden beschouwd voor de omverwerping van het kapitalisme. Voor heel de bourgeoisie geldt, meer dan ooit, de eerste zin van het Communistisch Manifest "Een spook waart door Europa [en vandaag de hele wereld]: het spook van het communisme".
W / 20.09.2008
1 Zie Révolution Internationale nr. 366, maart 2006, ‘In verband met het boek van Attali: Was Marx een democraat of een revolutionair?'
Tussen 1998 en 2003 heeft de RDC, met de hulp van Angola, Namibië en Zimbabwe, de aanvallen uit Rwanda en Oeganda afgeslagen, en de vijandelijkheden zijn sindsdien blijven voortduren, vooral in Kivu. Ze bereikten het punt waarop in januari 2008 een vredesakkoord getekend werd met een complete wapenstilstand tussen de gewapende groepen.
Dat hield niet lang stand: in augustus waren opnieuw gevechten uitgebroken tengevolge van de aanvallen die het Nationaal Congres van de verdediging van het volk van Laurent Nkunda, een militie met 5500 manschappen, uitvoerde op steden, militaire kampen en vluchtelingenkampen. De verplaatsing van grote delen van de bevolking werd daardoor nog erger. 850.000 mensen waren hun woonplaats al ontvlucht gedurende de vorige twee jaren van conflict. Sinds augustus gingen nog eens 250.000 op de vlucht voor de gevechten, voor velen onder hen al voor de tweede of derde keer. In heel de RDC zijn er 1,5 miljoen vluchtelingen en 300.000 mensen zijn het land ontvlucht.
Nu Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu, belegerd wordt door de troepen van Nkunda, en ook voor een stuk geterroriseerd door de Congolese soldaten die plunderen en verwoesten tijdens hun aftocht, bestaat er groot gevaar op een heroplaaien van de totale oorlog. Sinds 1998 vielen er al 5,4 miljoen doden, door de oorlog en door het geweld dat ermee samenhangt, door hongersnood en ziekten. De directeur van het Internationaal hulpcomité stelt dat "Congo het meest moordende conflict ter wereld is van de laatste 60 jaar" (Reuters).
Om de misdadige verantwoordelijkheid van de grootmachten te verbergen, stellen de burgerlijke media het bloedig conflict systematisch voor als een 'etnische oorlog' (anders gezegd een 'oorlog tussen wilden'). Het conflict lijkt inderdaad op confrontaties tussen etnieën die weerwraak op elkaar nemen. Laurent Nkunda schreeuwt luid en duidelijk dat zijn troepen in Noord- en Zuid-Kivu optreden omdat de RDC nagelaten heeft een aantal hutu-fracties voor het gerecht te brengen. De rol van groepen zoals de Democratische bevrijdingstroepen van Rwanda, waarvan het aandeel in de genocide van 800.000 Tutsi's voldoende gekend is, is echter dezelfde als die van de eigen troepen van Nkunda, die systematisch plunderen, verkrachten en moorden op hun weg door het land . Het zou niet de eerste keer zijn dat een oproep om 'het volk te verdedigen' in werkelijkheid enkel dient om de bevolking te terroriseren. Zowel in Rwanda als in de RDC blijft het aanzetten tot etnische haat en het verlangen naar wraak de situatie vergiftigen.
Want in werkelijkheid zijn het niet de bevolkingsgroepen van deze streek, arm, overuitgebuit en onderdrukt door hun regeerders en door gewapende bendes, die oorlog voeren. Zij worden integendeel als instrumenten gebruikt, door de imperialistische grootmachten die de plaatselijke Afrikaanse regimes en hun tegenstanders ondersteunen. Duidelijk gezegd: het zijn de grootmachten die openlijk of onderhands de criminele regimes en hun tegenstanders van op afstand leiden en die vandaag op massaschaal de bevolking blijven uitmoorden.
We moeten in het bijzonder op het misdadig cynisme wijzen van de Franse en Belgische overheden. In een echo van president Sarkozy, die in stilte Angola aanzet militair in te grijpen aan de kant van het Congolese regime (dat door Parijs gesteund wordt), onderscheidde Bernard Kouchner, Frans minister van buitenlandse zaken, zich weer eens door zich te gedragen als de cynische oorlogspoliticus. Van bij het heruitbreken van de moordpartijen op 29 oktober, riep hij als eerste publiekelijk op militaire versterkingen (1500 man) naar Kivu te sturen met als reden dat "dit een moordpartij is zoals er waarschijnlijk nooit een geweest is in Afrika".
De RDC is een territorium dat 90 keer zo groot is als Rwanda, met een bevolking die 6 keer zo talrijk is, maar ze beschikt over een betrekkelijk kleine militaire macht, zelfs met de bijstand van 17.000 UNO troepen. De snelle terugtrekking van haar leger voor het nieuwe offensief laat weinig twijfel bestaan. De staat van dit leger in ontbinding weerspiegelt de toestand waarin de heersende klasse zich bevindt die de grenzen van het land, of wie haar oversteekt, niet meer controleert. De realiteit van dozijnen zwaarbewapende groepen, waarvan de meeste gesteund worden door landen als Rwanda en Oeganda, en waarvan sommige zich meer toeleggen op de etnische conflicten, en andere eerder op de winst die ze kunnen slaan uit de exploitatie van natuurlijke rijkdommen, is een uitdrukking van het feit dat de kapitalistische maatschappij steeds meer kenmerken van gangsterisme aanneemt. In een wereld die beheerst wordt door het 'elk voor zich', kan de regering van de RDC de situatie niet langer onder controle houden, en kunnen de gewapende bendes geen andere ambitie hebben dan nog machtiger te worden, willen ze overleven.
Onder toezicht van de UNO sinds 1994 (jaar van de 'Rwandese genocide'), volgen
de oorlogen en 'vredesakkoorden' elkaar op in het gebied van de Grote Meren,
ondanks de resoluties en tussenkomsten van die UNO. Het is duidelijk dat zijn
voornaamste rol erin bestaat de ware reden van de tussenkomst van de grote
mogendheden in dit gebied te verbergen en de gewetens te sussen die door haar
eigen misdaden geschandaliseerd zijn. De aanwezigheid van de UNO-troepen in de
RDC kan zo samengevat worden: "de meest ambi-tieuze UNO-missie ter
handhaving van de vrede, waarbij 17.000 manschappen ontplooid worden in het
land. Anderzijds zijn de resultaten die deze missie bereikt heeft misschien nog
verontrustender. Niet alleen hebben de blauwhelmen getoond dat ze niet in staat
zijn het oprukken van de rebellen te stoppen, ze zijn er evenmin in geslaagd de
burgerbevolking te beschermen, wat nochtans hun opdracht was." (Courrier
international, 7 november 2008)
De UNO is niet enkel nutteloos, ze is ronduit misdadig. In feite zijn de 17.000
man niet ter plaatse om de bevolking te beschermen, zoals dat 'instituut'
beweert, maar om 'legaal' de misdaden toe te dekken van de verschillende
promotoren die schuil gaan achter de 'humanitaire hulp', onder het valse
voorwendsel dat de blauwhelmen niet het mandaat hebben de confrontatie aan te
gaan met gewapende groepen. Dat was ook al het geval aan de vooravond van de
monsterachtige moordpartijen in Rwanda, waar de UNO-soldaten (met de Belgische
blauwhelmen aan het hoofd) zich door hun regeringen lieten evacueren zodra de
fameuze 'machettes' op het toneel verschenen. Recenter, in 2004, was het onder
de ogen van de blauwhelmen dat de bevolking afgemaakt werd tijdens de gevechten
om de controle over de stad Bukavu.
Zo begrijpt men beter waarom zoveel inwoners openlijk hun ware 'valse beschermers' van de UNO verwerpen en hen met stenen en andere projectielen bekogelen wanneer ze voorbijkomen, uit protest tegen hun misdadige passiviteit.
Maar alles bij elkaar genomen zijn de bevolking van de RDC en met haar de arbeidersklasse, nog niet aan het einde van hun beproevingen. Inderdaad, hoewel ze compleet geruïneerd en in totale ontbinding ligt na 12 jaar massale verwoestingen, zal de RDC nog steeds, en meer dan ooit, aasgieren blijven lokken die op bloed uit zijn. Aan de ene kant omdat de grond er vol zit met grondstoffen, de meest gegeerde op de wereldmarkt (vooral diamant, kobalt, koper, goud en coltan - een metaalerts dat gebruikt wordt in gevorderde elektronica), aan de andere omdat het met zijn immens territorium (4 keer zo groot als Frankrijk) van groot strategisch belang is. Congo-Kinshasa, en heel de regio, blijft een bevoorrecht doelwit van alle imperialistische mogendheden die elkaar met hand en tand bestrijden. Het kapitalisme is niet enkel in economische crisis, het is ook de dodenakker die invreet op de oppervlakte van de planeet.
Caramina / 21.11.2008
Op 4 november 1918 sloegen duizenden matrozen aan het muiten in Kiel, een Duitse haven aan de Baltische zee, tegen het militair bevel scheep te gaan voor een zoveelste zeeslag.
Zo werd een hoogtepunt bereikt in de ontevredenheid en de verwerping van de oorlog. Na vier jaar van moorden met meer dan 20 miljoen doden, ontelbare gewonden, de uitputtende loopgravenoorlog waarin de verliezen groot waren, met de mosterdgasaanvallen in Noord-Frankrijk en België, het uithongeren van de arbeidersbevolking; na die eindeloze slachting was de arbeidersklasse de oorlog hartsgrondig beu en wilde ze zichzelf niet langer opofferen voor de imperialistische oorlog. De legerleiding wilde de voortzetting van de oorlog nochtans afdwingen met brutale repressie en stond klaar om de muitende matrozen genadeloos af te straffen.
In reactie daarop ontplooide zich een brede golf van solidariteit, die vanuit Kiel snel uitbreidde naar andere steden in Duitsland. Arbeiders legden hun werktuigen neer, soldaten weigerden bevelen op te volgen, en ze vormden arbeiders- en soldatenraden, zoals ze in januari 1918 al gedaan hadden in Berlijn, die ook snel in andere steden opdoken. Op 5-6 november kwamen Hamburg, Bremen en Lübeck in beweging; Dresden, Leipzig, Magdeburg, Frankfurt, Keulen, Hannover, Stuttgart, Nüremberg en München werden op 7-8 november overgenomen door arbeiders- en soldatenraden. Binnen een week was er geen grote Duitse stad meer zonder arbeiders- en soldatenraad.
Tijdens deze beginfase werd Berlijn al snel het centrum van de opstand : "Op 9 november kwamen duizenden arbeiders en soldaten de straat op in massale betogingen. Slechts even tevoren had de regering 'betrouwbare' bataljons bevel gegeven snel naar de hoofdstad op te rukken om de regering te beschermen. Maar op de ochtend van 9 november liepen de fabrieken aan hoog tempo leeg. De straten vulden zich met grote mensenmassa's. Aan de rand van de stad, waar de grootste fabrieken lagen, werden grote betogingen gevormd die op weg naar het centrum met elkaar versmolten. Waar er soldaten bijeenkwamen, was het meestal niet nodig een speciale oproep te lanceren : ze sloten zich vanzelf bij de marsen van de arbeiders aan. Mannen, vrouwen, soldaten, gewapende mensen, vloeiden door de straten naar de nabijgelegen kazernes." (R. Müller, November Revolution, Vol. 2, p.11) Onder invloed van de overvloedige massa's die bijeen waren in de straten veranderden de laatste resten van troepen die nog regeringsgetrouw waren van kamp; ze sloten zich bij de muiters aan en droegen hun wapens aan hen over. Het politiehoofdkwartier, de drukkerijen van de grote kranten, de telegraafkantoren, de gebouwen van parlement en regering werden allemaal op diezelfde dag bezet door bewapende arbeiders en soldaten; gevangenen werden bevrijd. Veel regeringspersoneel liep weg. Enkele uren volstonden om deze posten van burgerlijke macht te bezetten. In Berlijn werd een centrale raad van arbeiders- en soldatenraden gevormd - de Vollzugsrat (uitvoerende raad).
Zo volgden de arbeiders in Duitsland in de voetstappen van hun klassebroeders en -zusters in Rusland, die in 1917 ook arbeiders- en soldatenraden gevormd hadden en in Oktober 1917 met succes de macht gegrepen hadden. De arbeiders in Duitsland stapten bijna dezelfde weg op als de arbeiders in Rusland : het kapitalistisch systeem overwinnen door de macht te grijpen doorheen de arbeiders- en soldatenraden, nadat de arbeiders in Rusland de eerste stap gezet hadden in die richting.
Met deze opstandige beweging begonnen de arbeiders in Duitsland de grootste massastrijd ooit in Duitsland. Alle akkoorden inzake 'sociale vrede' die de vakbonden gedurende de oorlog aanvaard hadden werden door de arbeidersstrijd kapotgeslagen. Door op deze wijze in opstand te komen, schudden de arbeiders in Duitsland de gevolgen van zich af van de nederlaag van augustus 1914. Het fabeltje dat de arbeidersklasse in Duitsland volledig verlamd was door het reformisme vloog aan stukken. De arbeiders in Duitsland gebruikten dezelfde strijdmethodes die de vervalperiode gingen kenmerken en die eerder al getest waren door de arbeiders in Rusland in 1905 en 1917 : massastakingen, algemene vergaderingen, vorming van arbeidersraden, kortom het zelfinitiatief van de arbeidersklasse. Naast de arbeiders in Rusland vormden de arbeiders in Duitsland de speerpunt van de eerste grote internationale golf van revolutionaire strijd die opdook uit de oorlog. In Hongarije en Oostenrijk kwamen de arbeiders ook in opstand in 1918 en begonnen ze arbeidersraden te vormen.
Terwijl de proletarische initiatieven uitbreiding namen, bleef de heersende klasse niet passief toekijken. De uitbuiters en het leger hadden een kracht nodig die in staat was de beweging te saboteren en om te buigen. Ze hadden geleerd uit de ervaring in Rusland, en de Duitse bourgeoisie nam de touwtjes in handen via de leiders van de militaire staf. Generaal Groener, opperbevelhebber van het leger, stelde het later zo : "In Duitsland was er geen partij die genoeg invloed had op de massa's om de regeringsmacht te herstellen met het militair opperbevel. De rechtse partijen waren in elkaar gezakt en natuurlijk was het ondenkbaar een verbond te sluiten met uiterst links. Het militair opperbevel had geen andere keuze dan een verbond aan te gaan met de Sociaal-Democratie. We verenigden ons in onze gemeenschappelijke strijd tegen de revolutie, in onze strijd tegen het Bolsjewisme. Het was ondenkbaar te streven naar het herstellen van de monarchie. Het doel van ons verbond dat we in de avond van 10 november vormden was : totale strijd tegen de revolutie, herinstellen van een regering van orde, ondersteunen van de regering door de macht van de troepen en het zo spoedig mogelijk vormen van een nationale assemblee." (W. Groener over het akkoord tussen het Militair Opperbevel en F. Ebert op 10 november 1918)
Om te fout te vermijden die de heersende klasse in Rusland gemaakt had na de Februari-opstand, toen de Voorlopige Regering de imperialistische oorlog voortzette en zo het verzet van arbeiders, boeren en soldaten tegen het regime nog aanscherpte en zo de weg voorbereidde voor een succesvolle opstand in Oktober 1917, reageerde de kapitalistische klasse in Duitsland snel en op een meer doortrapte wijze. Op 9 november werd de Keizer gedwongen af te treden en werd hij het land uit gestuurd. Op 11 november werd de Wapenstilstand getekend, wat hielp om de doorn van de oorlog uit het vlees van de arbeidersklasse te verwijderen, de eerste factor die de arbeiders en soldaten er toe gebracht had de strijd aan te gaan. Zo slaagde de heersende klasse in Duitsland erin in dit vroege stadium de revolutie de wind uit de zeilen te halen. Maar naast de gedwongen troonsafstand van de Keizer en het tekenen van de wapenstilstand, was het overhandigen van de regeringsmacht aan de Sociaal-Democratie een beslissende stap in het saboteren van de strijd.
Op 9 november vormden drie leiders van de SPD (Ebert, Scheidemann, Landsberg), samen met drie leiders van de USPD (Onafhankelijke Sociaal-Democratische Partij (1), de Raad van Volkscommissarissen, in werkelijkheid een bourgeoisregering die het kapitalisme loyaal diende. Terwijl Karl Liebknecht, de bekendste Spartakistenleider, voor duizenden arbeiders de Socialistische Republiek uitriep en opriep tot eenmaking van de arbeiders in Duitsland met de arbeiders in Rusland, proclameerde SPD-leider Ebert een 'vrije Duitse Republiek' met de Raad van Volkscommissarissen aan het hoofd ervan. Deze zelfverklaarde (bourgeois) regering was in het leven geroepen om de beweging te saboteren. "Door in de regering te stappen snelt de Sociaal-Democratie het kapitalisme ter hulp en gaat ze de confrontatie aan met de opkomende proletarische revolutie. De proletarische revolutie zal over haar kadaver heen moeten stappen", zo had Rosa Luxemburg al in oktober gewaarschuwd in de Spartakusbrieven. En op 10 november waarschuwde de Rote Fahne (Rode Vlag), het blad van de Spartakisten : "Gedurende vier jaar hebben de Scheidemannen, de regeringssocialisten, jullie de verschrikkingen van de oorlog ingeduwd; ze zeiden jullie dat het nodig was het 'vaderland' te verdedigen, terwijl het niets anders was dan een strijd voor puur kapitalistische belangen. Nu het Duits imperialisme in elkaar stuikt, proberen ze voor de bourgeoisie te redden wat er te redden valt en doen ze hun best om de revolutionaire energie van de massa's te verpletteren. Geen eenheid met hen die jullie al vier jaar lang verraadden. Weg met het kapitalisme en zijn vertegenwoordigers."
Maar de SPD probeerde de reële klassenscheiding nu te verbergen. De SPD kwam aanzetten met de slogan 'geen broedermoord'. Ze schreef : "als één groep vecht tegen een andere groep, als één sekte vecht tegen een andere sekte, dan krijgen we een Russische chaos, algemene neergang, ellende in plaats van geluk. Zal de wereld, na de fantastische zege van de troonsafstand van de Keizer, nu getuige zijn van het spektakel van zelfverminking van de arbeidersklasse in een zinloze broedermoord ? Gisteren toonde de noodzaak aan van interne eenheid van de arbeidersklasse. Uit bijna alle steden horen we de roep tot herstel van de eenheid tussen de oude SPD en de pas opgerichte USPD." (Vorwärts, 10-11-1918) Voortbouwend op deze illusies van eenheid tussen SPD en USPD, drong de SPD er bij de Berlijnse Arbeiders- en Soldatenraad op aan dat, omdat de Raad van Volkscommissarissen samengesteld was uit drie leden van SPD en USPD elk, de afgevaardigden naar de Berlijnse arbeidersraad ook volgens die verhouding tussen de partijen samengesteld zouden worden. Het schopte het zelfs zo ver een mandaat te krijgen van de Berlijnse Arbeiders- en Soldatenraad om "de voorlopige regering te leiden" die in werkelijkheid de kracht was die zich rechtstreeks opstelde tegen de arbeidersraden. Rosa Luxemburg maakte later de balans op van de strijd in deze fase : "We konden moeilijk verwachten dat in het Duitsland dat het vreselijk spektakel gekend had van 4 augustus, en dat gedurende meer dan vier jaar de oogst binnenhaalde die op die dag gezaaid werd, er plots op 9 november 1918 een glorieuze revolutie kon opduiken, geïnspireerd op klaar klassebewustzijn, en gericht op een duidelijk omschreven doel. Wat op 9 november gebeurde was in kleine mate de zege van nieuwe principes; het was weinig meer dan een ineenstorting van het bestaande systeem van imperialisme. De tijd was rijp voor de ineenstorting van het imperialisme, een reus op lemen voeten, die van binnenuit verbrokkelde. Het gevolg van die ineenstorting was een min of meer chaotische beweging, die zogoed als niet over een beredeneerd plan beschikte. De enige bron van eenheid, het enige persistente en reddende principe was het wachtwoord 'Van arbeiders- en soldatenraden'." (Stichtingscongres van de KAPD, 1918/19)
In november en december, toen het revolutionair elan van de soldaten begon weg te ebben, begonnen zich meer stakingen te ontwikkelen in de fabrieken. Maar deze dynamiek stond pas bij zijn begin. En op dat moment was de radenbeweging onvermijdelijk nog versnipperd. De SPD greep haar kans en nam het initiatief tot het bijeenroepen van een nationaal congres van arbeiders- en soldatenraden, dat zou doorgaan in Berlijn op 16 december. Dus op het moment dat de beweging in de fabrieken nog niet op volle kracht was en de centralisatie van de raden nog voorbarig, wilde de SPD de gelegenheid van zo'n nationaal congres gebruiken om de raden politiek te ontwapenen. Bovendien bouwde de SPD op de illusie, toen nog wijdverbreid, dat de raden moesten functioneren volgens dezelfde principes als het burgerlijk parlementarisme. Bij de opening van het congres vormden de delegaties fracties (van de 490 afgevaardigden waren er 298 leden van de SPD, 101 van de USPD, waaronder 10 Spartakisten, en 100 behoorden tot andere groepen). Dus kreeg de arbeidersklasse te maken met een zelfuitgeroepen radencongres dat beweerde te spreken in naam van de arbeidersklasse, maar dat onmiddellijk alle macht in handen legde van de nieuwe zelfuitgeroepen 'voorlopige regering'. Een voorbeeld : een delegatie van Russische arbeiders die het congres kwam bijwonen, werd op bevel van de SPD aan de grens tegengehouden. Het presidium gebruikte tactische spelletjes om te verhinderen dat de leidende Spartakisten Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg aan de werkzaamheden van het congres zouden deelnemen en hen zelfs te beletten het congres toe te spreken, onder het voorwendsel dat zij geen arbeiders uit Berlijnse fabrieken zijn. Het congres sprak zijn eigen doodvonnis uit toen het besloot de oproep te steunen tot vorming van een nationale assemblee. Dit weggeven van de macht aan een burgerlijk parlement nam de raden hun wapens uit handen.
De Spartakisten, die druk wilden uitoefenen op het congres, organiseerden een massale straatbetoging met 250.000 arbeiders in Berlijn op 16 december. Het nationaal congres liet de heersende klasse een belangrijk punt scoren tegen het proletariaat. De Spartakisten concludeerden : "Het eerste congres vernietigde tenslotte het enige wat de arbeiders bereikt hadden - de vorming van arbeiders- en soldatenraden - beroofde zo de arbeidersklasse van haar macht en gooide het proces van de revolutie een eind achteruit. Door de arbeiders- en soldatenraden tot onmacht te veroordelen (door zijn beslissing de macht over te dragen aan de nationale assemblee) verkrachtte en verried het congres het mandaat dat het gekregen had. De arbeiders- en soldatenraden moeten de resultaten van dit congres nietig verklaren." (Rosa Luxemburg, 20-12-1918) In sommige steden protesteerden de arbeiders- en soldatenraden tegen de beslissingen van het nationaal congres.
Aangemoedigd en gesterkt door de resultaten van het congres begon de voorlopige regering militaire provocaties in gang te zetten. Op 24 december werden bij een aanval door het Freikorps (contrarevolutionaire troepen die in het leven geroepen werden door de SPD) in Berlijn enkele tientallen arbeiders gedood. Op 25 december gingen duizenden arbeiders de straat op om te protesteren. Omwille van deze openlijk contrarevolutionaire daden van de SPD trokken de USPD-commissarissen zich uit de Raad van Commissarissen terug op 29 december. Van 30 december tot 1 januari richten de Spartakisten, samen met de Internationale Kommunisten van Duitsland (IKD) in volle strijd de Duitse Kommunistische Partij (KPD) op. Op 3 januari 1919 maakte Rosa Luxemburg een eerste balans op waarin ze benadrukte : "de overgang van de revolutie van 9 november, die overwegend een 'soldatenrevolutie' was, naar een duidelijke arbeidersrevolutie, de overgang van een oppervlakkige, puur politieke verandering van regime naar een lang uitgesponnen proces van economische en algemene confrontatie tussen kapitaal en arbeid, vereist van de arbeidersklasse een totaal ander niveau van politieke rijpheid, training, en vasthoudendheid dan wat we in deze eerste fase van de strijd gezien hebben" (Rote Fahne, 3.01.1919).
De beweging ging toen, in januari 1919, een cruciale fase in, die we in het volgend artikel zullen behandelen.
Dino / 2.11.08
(1) De USPD was een centristische partij, bestaande uit op z'n minst twee vleugels die elkaar bekampten : een rechtervleugel, die tot doel had terug aan te sluiten bij de oude partij die overgestapt was naar de bourgeoisie, en een andere vleugel die aansluiting bij het revolutionair kamp nastreefde. De Spartakisten sloten zich bij de USPD aan om meer arbeiders te kunnen bereiken en hen voorwaarts te stuwen. In december 1918 splitsten de Spartakisten af van de USPD om de KPD op te richten.
2009 is gestart onder dezelfde sombere vooruitzichten als de tweede helft van 2008. Oktober 2008: « Zwaarste beurskrach sinds 1970 » (De Morgen, 11.10.2008), terwijl in België de aandelen van Fortis en Dexia ¾ van hun beurswaarden verloren. Januari 2009: « Obama erft een crisis van historische proporties en waarschuwt zelf voor een jarenlange recessie » (DM, 20.01.2009), terwijl de derde Belgische bank, de KBC, zijn beurswaarde ziet ineenzijgen onder het gewicht van de rommelkredieten. En het einde van de crisis van het banksysteem, dat nochtans de hartslag vormt van het functioneren van de kapitalistische productiewijze, ligt ongetwijfeld nog ver af: « Het is dus best mogelijk dat de kredieten waarvan bankiers vandaag beweren dat er geen vuiltje meer aan de lucht is, straks ook bij de rommel belanden en dat de hele kredietportefeuille onder de noemer van rommelkredieten terechtkomt (...) "Wees maar zeker dat er nog verliezen op de kredietportefeuilles worden geboekt. Door de crisis kunnen bedrijven hun schulden nog moeilijk afbetalen of ze gaan failliet. Particulieren worden werkloos en komen in betalingsmoeilijkheden" (I. Van de Cloot, hoofdeconoom van het Itinera Institute) » (DM, 24.01.09).
De onmacht van de
bourgeoisie
tegenover de economische crisis
De moeilijkheden van het banksysteem leiden tot zware liquiditeitsproblemen voor de bedrijven en bemoeilijken hun investeringscapaciteiten. Bijgevolg gaat de bankcrisis steeds duidelijker gepaard met een ineenstorting van de productie (terugval van de industriële productie in de Eurozone met 5,7% in één jaar tijd) en met de explosie van de werkloosheid (mogelijks 51 miljoen werklozen meer in 2009 t.o.v. 2007 volgens de Internationale arbeidsorganisatie) . Op één en dezelfde dag kondigden de multinationals wereldwijd aan 62.000 banen te schrappen (Corus, Caterpillar, Sprint Nextel, Philips, General Motors, Home Depot, DM 27.01.2009).
In een dergelijke internationale context, geconfronteerd met de noodzaak om haar bedreigde vitale belangen te verdedigen in de economische draaikolk (cf. Fortis en KBC, bijvoorbeeld), ziet de Belgische bourgeoisie zich verplicht om haar politieke stammentwisten tussen de regionale fracties opzij te zetten. Na 18 maanden van politiek immobilisme en crisis van de instellingen, en ondanks het voor haar verlammende perspectief van een nieuwe verkiezingsronde in juni (regionale en Europese verkiezingen), heeft zij een nieuwe regering op poten gezet onder leiding van de vroegere kamervoorzitter, Herman Van Rompuy. Als zij deze eindeloopbaan politicus er kunnen toe bewegen heeft om ‘met tegenzin' de post van eerste minister te aanvaarden, dan is het omdat zij er zich rekenschap van geeft dat ze niet kan wachten op het resultaat van de verkiezingsmanoeuvres om op de best mogelijke wijze de economische tsunami te beteugelen die het wereldkapitalisme overhoop haalt: de nieuwe eerste minister heeft trouwens gesproken van "de ergste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog".
Dat maatregelen zich opdringen om de belangen te vrijwaren van de Belgische bourgeoisie blijkt duidelijk uit de meest recente economische gegevens: rommelkredieten van de banken die nog 62 miljard Euros vertegenwoordigen in België (!!!) en die de regering zou moeten overnemen via bijvoorbeeld het in het leven roepen van een ‘bad bank'; een budgettekort van 10 miljard in 2009 (hetzij 3% van het Bruto Binnenlands Product) en tegen de 15 miljard in 2010 (hetzij 4,3% van het BBP, DM, 20.01.2009); een terugval van de uitvoer en een negatieve groei van het BNP van - 1,9% (een maand geleden voorzag de Nationale Bank nog een terugval van - 0,2%), massale technische werkloosheid die zich dreigt om te vormen tot 100.000 bijkomende werklozen voor 2009 (DM, 12.01.2009). Met een beperkte interne markt en een economie die massaal gericht is op uitvoer, met de belangrijkste schuldenberg in de EU, na Italië, die het niet mogelijk maken om het budgettekort te laten aanzwellen, heeft de Belgische bourgeoisie echter weinig middelen ter beschikking om een relanceplan op te zetten. Het verdedigen van haar belangen is bijgevolg wezenlijk gericht op twee krachtlijnen: het redden van haar eigen banksysteem en de verbetering van de concurrentiepositie van de nationale economie door de lasten van de bedrijven te verlagen. Om dit te doen moet zij toch de schulden laten oplopen (de inspanning van 10 jaar soberheid die aan de arbeiders werd opgedrongen is in 6 maanden tijd volkomen weggesmolten !). Verder bereidt ze plannen voor tot het verminderen van de sociale uitgaven van de staat en wil ze een loonmatiging doorvoeren. Kortom, of het op een directe of indirecte manier is, het zal eens te meer de arbeidersklasse zijn die voor het wezenlijk deel zal opdraaien voor de reddingspoging van de Belgische bourgeoisie, die meegezogen wordt in de wervelwinden van het kapitalisme in neergang.
Hoe kan men de bevolking, en vooral de arbeidersklasse deze zoveelste periode van een ‘onontkoombare' soberheid doen slikken? Hoe de offers doen aanvaarden voor het welzijn van de ‘nationale gemeenschap'? Voor de bourgeoisie is dat de prangende vraag. Ze is des te hachelijker omdat het vandaag moeilijk is om nog een perspectief aan te wijzen voor een heropleving van het kapitalisme: inderdaad, sinds de jaren 1970 hebben zowel het ‘reaganistisch' liberalisme, dat opriep tot minder staat, als de neo-keynesiaanse politiek die meer staatstussenkomst voorstond, hun beperkingen getoond. Bijgevolg streefde de burgerlijke mediacampagne er integendeel naar om de omvang van de catastrofe ruimschoots uit te stallen, met de bedoeling de arbeiders af te schrikken en hun de ‘onmisbare opofferingen' te doen aanvaarden als het minste kwaad. Verre van het verbergen van de omvang van de ramp die zich aankondigt, stouwen zij ellenlange bladzijden vol met onrustwekkende informatie en rampzalige scenario's om de arbeiders te terroriseren. Het doel van deze politiek is dubbel: eerst en vooral is het ontwikkelen van angst bij de bevolking een traditioneel middel om hen er toe te drijven om beschutting te gaan zoeken bij de staat en hem hun vertrouwen te schenken. Vervolgens mikt men er op om de arbeiders te overtuigen van de zinloosheid van hun verweer tegen de aanvallen en dus om hun woede te kanaliseren naar onmacht.
Om verweer te organiseren mag men niet rekenen op de vakbonden
De aanvallen van de regering en de patroons stapelen zich als donderwolken op aan de horizon: verlaging van de sociale budgetten; massale technische werkloosheid die dreigt permanent te worden, een steeds zwaarder drukkende schuldenlast. Tegenover de omvang van de bedreiging, manifesteert er zich een aarzeling, een zekere ontreddering bij de arbeiders over de manier waarop men het verweer kan organiseren. Dat is het moment dat de vakbonden kiezen om zich in december op te werpen als de belangrijkste advocaten van een interprofessioneel akkoord dat twee jaar ‘sociale vrede' moet waarborgen tegen een aalmoes van ongeveer 10 Euro aan loonsverhoging onder de vorm van maaltijdcheques (DM, 09.12.2008). Maar ze roepen vooral hun gesprekspartners op om "hun verantwoordelijkheden op te nemen voor het behoud van het model van sociaal overleg op zijn Belgisch". Voor de redding van de concurrentiepositie van de Belgische economie en de winsten van het nationaal kapitaal, zijn de vakbonden er toe bereid om mee te werken aan het opdringen van een drastische soberheid aan de arbeidersklasse.
Vanuit historisch oogpunt gezien is het niet voor het eerst dat zij zich aan het hoofd stellen van het heilig verbond ter verdediging van het kapitalisme. Reeds bij de uitbarsting van de Eerste Wereldoorlog bijna een eeuw geleden, hebben ze niet geaarzeld om zij aan zij te gaan staan met de kapitalisten voor de verdediging van het ‘vaderland' en om in de fabrieken alle verzet tegen de oorlog te breken als een daad van ‘hoogverraad'. En het ging er niet anders aan toe in de jaren 1930, tijdens de Tweede Wereldoorlog of tijdens de heropbouwperiode die er op volgde. Vandaag gaan ze niet anders tewerk: in december 2007 hadden alle vakbonden, broederlijk verenigd, een nationale betoging georganiseerd in Brussel, ter verdediging van het behoud van de koopkracht en vóór de solidariteit (‘redt de koopkracht en de solidariteit'); in de voorbije herfst zetten ze een stoere borst op en kondigden ze grote mobilisaties aan tegen de aanvallen. Vandaag echter ondersteunen ze de noodzaak van opofferingen wanneer de tijden hard zijn. Zo begroeten ze bijvoorbeeld de massale uitbreiding van de technische werkloosheid als een minste kwaad en smoren ze elke poging tot verweer in de bedrijven in de kiem. Zo hebben ze geweigerd om de wilde staking te erkennen van verschillende depots van het openbaar vervoer in Brussel. En toen ze merkten dat er een ‘interbedrijven' solidariteitscomité was opgericht door arbeiders uit verschillende sectoren rond Bekaert Hemiksem, dat met sluiting bedreigd wordt, wat deden ze toen ? Ze hebben het omgevormd tot een comité ter bescherming van de rechten van de vakbondenafgevaardigden in de bedreigde bedrijven ! Kortom, deze manifestatie van strijdwil en het zoeken naar solidariteit buiten het bedrijf en de sector en buiten de vakbondskanalen is omgevormd tot een instrument van de vakbondsstrijd. Streven naar het in de kiem smoren van elke uitdrukking van strijdbaarheid en het omvormen ervan tot een instrument van solidariteit met de burgerlijke democratie, dat is de manier waarop de vakbonden meesterlijk hun rol invullen binnen het geheel van de burgerlijk apparaat om de arbeidersstrijdbaarheid te neutraliseren, haar te ontkrachten en haar geen andere keuze voor te schotelen dan zich gedwee op te stellen achter de burgerlijke staat.
De schrik voor de economische recessie kan in een eerste fase belemmerend werken, een zekere ontreddering teweeg- brengen onder de arbeiders en het gevoel versterken van atomisering en onmacht tegenover de ravages van de crisis. Maar op termijn zal ze ook de vragen aanwakkeren omtrent de middelen en de doelstellingen van de strijd tegen de aanvallen op hun levensomstandigheden. Om een massale en ééngemaakte strijd van het geheel van de arbeiders te ontwikkelen die absoluut noodzakelijk is tegenover de onvermijdelijke aanvallen, is het immers onmisbaar om de lessen te trekken uit de sabotage door de vakbonden. En één van de centrale lessen is dat de arbeiders, om doeltreffend te strijden, om een ééngemaakt en solidair antwoord te geven door steeds meer op zoek te gaan naar de uitbreiding van hun strijd, enkel kunnen rekenen op eigen kracht. Zij zullen geen andere keuze hebben dan hun strijd in eigen handen te nemen en alle valstrikken, alle verdelingsmanoeuvres, elke sabotage van de vakbonden te verijdelen n
Jos / 30.01.2009
Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op de Israëlische site van Indymedia en op Libcom.org. Het werd geschreven door een kameraad in Israël die, ook al behoort hij tot een extreme minderheid, de noodzaak aanvoelde om te antwoorden op de vaderlandslievende oorlogskoorts die woedt in Israël/Palestina naar aanleiding van de aanval op Gaza. Zijn beslissing om een standpunt in the nemen was voor een deel het gevolg van de aanmoediging die betoond werd door een aantal inzendingen op de site van Libcom (zowel vanwege het Libcom collectief, de IKS en de Turkse Links Kommunistische Groep EKS). Het is een bescheiden maar betekenisvolle bijdrage tot het opduiken van een werkelijke oppositie tegen het verraderlijke nationalisme dat op dit ogenblik overheerst in het Midden-Oosten.
WR / 10.01.2009.
Wat zit er achter een vlag? Een poging tot het aanduiden van een internationalistisch perspectief naar aanleiding van de huidige situatie op de Westelijke Jordaanoever, na de aanval van Israël tegen de Gazastrook.
De meeste mensen in Israël zullen zich later één zaak herinneren over het protest van zaterdag 3.1.2009 (1): dat de organisatoren naar het Hoger Gerechtshof gegaan zijn om er zeker van te zijn dat het hen toegestaan was om een Palestijnse vlag te tonen. Nu ben ik zelf voorstander van om het even welke vlag op om het even welk moment te mogen tonen. Maar men kan zich afvragen welk doel een Palestijnse (de vroegere PLO) vlag zou kunnen dienen ?
Het protest had blijkbaar tot doel de aanval op Gaza te stoppen. Wat heeft een Palestijnse vlag daar mee te maken ? Men zou kunnen antwoorden: "Wel, het betekent een steun aan het Palestijnse verzet". Daarop zou ik graag antwoorden met een volgende vraag: welk Palestijnse verzet ? De meeste gevoelige Palestijnen in Gaza zouden verdomd graag uit de hel van de bombardementen wegvluchten, in plaats van "verzet" te bieden onder de bommenregen. Wat betekent het trouwens om verzet te bieden tegen de overscherende gevechtsvliegtuigen ? Een vuist maken tegen de veroveraar ?
De vlag vertegenwoordigt het Palestijns nationalisme, op dezelfde wijze als de Israëlische vlag het Israëlische nationalisme verdedigt. Nu zullen de meeste lezers van deze website het Israëlisch nationalisme wel associëren met geweld en onderdrukking, die de kapitalistische heerschappij over ons land als een sluier bedekt. Waarom zou hetzelfde niet van toepassing zijn voor het Palestijnse nationalisme ? Op dit ogenblik worden de Palestijnen op de Westelijke oever brutaal onderdrukt en ingeperkt, Palestijnen die willen protesteren tegen diezelfde oorlog. Waarom ? Omdat de Palestijnse Autoriteit geen kritiek wil horen en geen stap opzij wil doen voor zijn reden van bestaan, de rol van onderaannemer van de controle van Israël over de Bezette Gebieden.
Juist één maand geleden weigerden diezelfde Hamasleiders, die zich nu verschuilen in bunkers en beveiligde huizen en boodschappen van verzet uitzenden naar ‘hun' volk, de leerkrachten te betalen, ze kraakten de Palestijnse vakbonden (2), doodden onschuldige Palestijnen op straat toen zij hun Fatah tegenstanders bevochten, en schoten lukraak raketten af op burgerdoelen, in plaats van te pogen om de levens te verbeteren voor de hardwerkende en werkloze bevolking van Palestina. Terwijl wij protesteren tegen de brutale bombardementen op Gaza door het Israëlisch nationalisme, moeten wij in gedachten houden dat het Palestijnse nationalisme alleen maar minder machtig is, maar niet minder brutaal. Jammer genoeg geeft dit incident met de vlag een ideologische aanleiding aan het nationalisme om het tegenstand tegen de regering af te leiden naar een automatische steun aan ‘de vijand'.
Natuurlijk, om cynisch te zijn, er is een goede reden om dit fiasco te verklaren. Het protest, georganiseerd door het Hadash Front (3) van de Israëlische Communistische Partij, kwam op gang één dag voor de officiële lancering van de verkiezingscampagne van de partij. En Hadash moet zijn Palestijnse nationalistische basis binnen de Groene Lijn (4) paaien om haar verkiezingskracht te behouden bij de volgende verkiezingen tegenover de Seculiere Nationalisten (Al-Tajimua) en de Moslimbeweging. En dat speelt in de kaart van het nationalisme, en uiteindelijk ook in die van de kapitalisten.
Dit kan enkel uitlopen in een helse cyclus van geweld, waar geen einde zal aan komen totdat men zich realiseert dat deze nationalismen gebruikt worden om ons oordeelsvermogen te benevelen en te verhinderen dat men zich toespitst op wat er werkelijk aan de hand is: wij worden uitgestuurd om te doden, en gedood te worden, om te wedijveren in dienst van mensen die niet onze maar hun eigen belangen nastreven. En dat geldt zowel voor Israëli's als voor Palestijnen. Laat ons de Gordiaanse knoop van het nationalisme doorhakken, en dan zullen wij de weg opgaan van een beter leven voor iedereen n
(De Indymedia versie eindigde met een link naar het IKS artikel over Gaza).
(1) Op 3 januari vond er een betoging plaats in Tel Aviv, Israël tegen de inval in Gaza, opgeroepen door Gush Shalom, de voornaamste Israëlische pacifistische organisatie, en twintig andere gauchistische, anarchistische organisaties en ook de Israëlische Communistische Partij. Er waren 10.000 aanwezigen, wat een significant teken is van een sterk opkomende anti-oorlogsgevoelens binnen de Israëlische bevolking. Om deze gevoelens beter te kunnen afleiden naar het verheerlijken van het nationalisme, hadden de organisatoren aan het Hoger Gerechtshof gevraagd om de Palestijnse vlag wettelijk toelaatbaar te maken zodat hij in de betoging kon getoond worden. (nota van de vertaler)
(2) Zonder iets af te doen van de waarde van de internationalistische stellingname van de kameraad, moet verduidelijkt worden dat wij stellen dat de bonden overal organen van de bourgeoisie geworden zijn en dat hun repressie binnen de Palestijnse micro-staat slechts het gevolg is van de bloederige strijd tussen burgerlijke fracties. Hamas is trouwens een bijzonder achterlijke en enge burgerlijke fractie, die niet in staat is om de meer verfijnde en doeltreffende wapens van de heersende klasse tegen het proletariaat te gebruiken : de democratie, het parlementarisme, de schijnvrijheid van de pers en ... de vakbonden. Dat is de reden waarom Hamas de bonden onderdrukt en gekraakt heeft.
(3) De Hadash, het Democratisch Front voor Vrede en Gelijkheid, vroeger Rakah genaamd, is een mantelorganisatie van de Israëlische KP, die haar actie voornamelijk richt naar de Israëlische Arabische bevolking, vooral arbeiders. Het drijft hen naar het pro-Palestijnse nationalisme en de verdediging van een Palestijnse Staat.
(4) De ‘Groene Lijn' verwijst naar de grenzen van Israël met een aantal van zijn buren (Syrië, Jordanië, Egypte) die bepaald werden bij de wapenstilstand van 1949, op het einde van het Israëlisch-Arabisch conflict van 1948
Wij publiceren hier de vertaling van het standpunt over de slachtingen in het Midden-Oosten en de Gaza-strook dat op onze internetsite in het Engels is verschenen vanaf 31/12/2008. Sedertdien hebben de gebeurtenissen zich in de richting ontwikkeld van onze aanklacht: het systematisch gebruiken van de brute terreur tegen de bevolking dat met bommen wordt bestookt van op het land, de zee en vanuit de lucht, alsook het binnenvallen van Gaza door de Israëlische troepen sedert 3 januari 's avonds. Anderzijds hebben wij ook de toenemende verontwaardiging van de wereldbevolking kunnen zien tegenover het losbarsten van deze gruweldaden en de hypocrisie van de grootmachten. Ook is er een gevoel van solidariteit opgetreden met de Palestijnse bevolking, dat als gijzelaar dient in dit conflict tussen fracties van de uitbuitende klasse. Als revolutionairen ontmaskeren wij al wie deze klassesolidariteit wil ombuigen op het verrotte terrein van het nationalisme, van de verdediging van één vaderland tegen een ander. Het enig middel dat de mensheid kan bevrijden van het imperialisme, oorlog en barbarij, is integendeel het ontwikkelen van het revolutionair internationalisme dat leidt naar het afschaffen van alle naties en grenzen en de oprichting van een werkelijke mensengemeen-schap: het communisme.
Na twee jaar economische verstikking van Gaza - geen benzine en geen medicijnen, waarbij de export wordt geblokkeerd en de arbeiders worden verhinderd om Gaza te verlaten om werk te vinden aan de andere kant van de Israëlische grens -, nadat de gehele Gazastrook tot een immens gevangenenkamp werd omgevormd, van waaruit radeloze Palestijnen zonder succes hebben geprobeerd te vluchten door de grens met Egypte over te steken, is de Israëlische militaire machine bezig deze dichtbevolkte, verarmde regio aan de waanzin van zijn luchtbombardementen te onderwerpen. Er zijn al honderden doden en de al overvolle ziekenhuizen kunnen de onophoudelijke stroom gewonden niet aan. De Israëlische verklaringen dat de staat het aantal burgerlijke slachtoffers probeert te beperken is een sinistere farce daar ieder "militair" doelwit zich vlakbij woonwijken bevindt, terwijl de moskeeën en de islamitische universiteit openlijk als doelwit werden uitgekozen, wat blijft er dan over van het onderscheid tussen burgers en militairen? Het resultaat is duidelijk: burgerlijke doelwitten, vele kinderen gedood of verminkt en een nog groter aantal levenslang geterroriseerd en getraumatiseerd door de onophoudelijke bombardementen. Op het ogenblik dat dit artikel werd geschreven, omschreef de Israëlische Eerste Minister Ehud Olmert dit offensief als een eerste fase. De tanks wachtten aan de grens en een totale invasie van de Gaza-strook was dus niet uitgesloten
De vergoelijking van Israël voor deze gruweldaad, gesteund door de Bush-administratie in de Verenigde Staten, is dat Hamas niet ophoudt raketten af te vuren op Israëlische burgers, een schending van een zogenaamd staakt-het-vuren. Hetzelfde argument werd aangewend om de invasie van Libanon te steunen twee jaar geleden. Het is inderdaad wel zo dat zowel Hezbollah als Hamas zich verschuilen achter de Palestijnse en Libanese bevolking en deze op een cynische wijze blootstellen aan de Israëlische wraak. Zij stellen abusievelijk de moord op een handvol Israëlische burgers voor als een voorbeeld van "weerstand" aan de Israëlische militaire bezetting. Maar het antwoord van Israël is helemaal typisch voor elke bezettingsmacht: de gehele bevolking straffen voor de activiteiten van een minderheid van gewapende strijders. De Israëlische Staat doet het met de economische blokkade, die werd opgelegd nadat Hamas de Fatah had verdreven van de controle over de administratie over Gaza. Israël deed het in Libanon en doet het met de bombardementen op Gaza. Dit is de barbaarse logica van de imperialistische oorlogen, waarin de burgers voor beide kanten als schild en doelwit dienen en uiteindelijk bijna altijd in grotere aantallen sterven dan de soldaten in uniform.
Net als in alle imperialistische oorlogen heeft het toebrengen van alle leed aan de bevolking, het vernietigen van huizen, ziekenhuizen en scholen, als enig resultaat het voorbereiden van toekomstige episodes van vernieling. Het uitgesproken doel van Israël is Hamas te verpletteren en de voorwaarden te scheppen voor een meer 'gematigd' leiderschap in Gaza. Maar zelfs ex-officieren van de Israëlische geheime diensten (op z'n minste de meest... intelligente) kunnen de lichtzinnigheid van zo'n argument inzien. Omtrent de economische blokkade van Gaza, verklaarde de ex-officier van de Mossad Yossi Alpher : "De economische belegering van Gaza heeft geen enkel van de verwachte politieke resultaten opgeleverd. Het heeft bij de Palestijnen niet geleid tot anti-Hamas haatgevoelens maar is waarschijnlijk contra-productief geweest. Het is dan ook alleen maar een nutteloze collectieve straf." Dit is nog meer het geval voor de luchtaanvallen. Zoals de Israëlische historicus Tom Segev het stelt: "Israël heeft altijd gedacht dat het doen lijden van de Palestijnse burgers hen zou doen rebelleren tegen hun nationale leiders. Het is gebleken dat die stelling opnieuw en altijd verkeerd is." (de twee citaten komen uit de Guardian van 30 december 2008). De Hezbollah in Libanon is sterker geworden na de Israëlische aanvallen in 2006; het offensief tegen Gaza zal waarschijnlijk hetzelfde resultaat opleveren voor Hamas. Maar of het nu versterkt of verzwakt is, Hamas kan alleen maar antwoorden met nieuwe aanvallen tegen de Israëlische bevolking en is het niet met raketten, dan zal het met menselijke bommen zijn.
De "betrokken" wereldleiders, zoals de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-Moon, of de paus, hebben ons ettelijke keren herhaald dat zo'n acties van Israël alleen maar de nationalistische haat aanwakkeren en de "geweldspiraal" in het Midden-Oosten voeden. Niks is minder waar: de cyclus van terrorisme en staatsgeweld in Israël/Palestina brutaliseert de bevolkingen en de strijders aan weerszijden en brengt nieuwe generaties fanatiekelingen en "martelaren" voort. Maar wat het Vaticaan en de Verenigd Naties ons niet vertellen is dat deze helse spiraal van nationalistische haat het product is van een sociaal systeem dat overal in verval is. De geschiedenis is niet anders in Irak waar Sjiieten en Soennieten elkaar kelen, in de Balkan waar de Serviërs hetzelfde doen met de Albanezen en de Kroaten en in India en Pakistan met het conflict tussen Hindoes en Moslims, of nog in Afrika waar de lijst oorlogen met gewelddadige etnische conflicten te lang is om hier op te sommen. De uitbarsting van die oorlogen overal ter wereld is de uitdrukking van een maatschappij dat geen toekomst meer te bieden heeft aan de mensheid.
Wat men ons ook niet verteld is de implicatie van de democratische en humanitaire wereldmachten in die conflicten. Men spreekt zelfs amper over hun onderlinge verdeeldheid. De Britse pers heeft niet gezwegen over de steun van Frankrijk aan de moorddadige hutu-bendes in Rwanda in 1994. Ze is minder welsprekend als het gaat over de rol die Groot-Brittannië en de Amerikaanse geheime diensten hebben gespeeld in de tegenstellingen tussen Sjiieten en Soennieten in Irak. In het Midden-Oosten is de steun van Amerika aan Israël en dat van Iran en Syrië aan Hezbollah en Hamas overduidelijk, maar de "verdoken" steun van Frankrijk, Duitsland, Rusland en andere mogendheden om hun eigen belangen te dienen is niet minder reëel.
Het conflict in het Midden-Oosten heeft zijn eigen kenmerken en specifieke historische oorzaken, maar het kan alleen worden begrepen in de globale context van een kapitalistische machine die gevaarlijk 'out of controle' is. De woekering van oorlogen over de gehele planeet, de onbedwingbare economische crisis, en de versnelde milieuramp maken ongetwijfeld deel uit van deze werkelijkheid. Maar hoewel het kapitalisme ons geen enkele hoop kan bieden op vrede en welzijn bestaat er in de wereld wel degelijk een bron van hoop: de revolte van de uitgebuite klasse tegen de brutaliteit van het systeem. Een revolte die in Europa de jongste weken tot uitdrukking kwam in de beweging van jonge proletariërs in Italië, Frankrijk, Duitsland en vooral in Griekenland. Dit zijn bewegingen die, door hun eigen aard, de noodzaak van klassesolidariteit en van het overstijgen van iedere etnische of nationale verdeling hebben vooropgesteld. Zij zijn een voorbeeld geweest dat kan worden gevolgd in de andere regio's van de planeet, waar de uitgebuite klasse wordt geteisterd door verdeling. Dit is geen utopie: de laatste jaren reeds staakten de arbeiders van de openbare sector in Gaza tegen het niet uitbetalen van hun lonen bijna op hetzelfde moment dat de arbeiders van de openbare sector in Israël streden tegen de gevolgen van de soberheid, een soberheid die zelf het rechtstreekse gevolg is van de tot het uiterste doorgedreven oorlogseconomie van Israël. Beide stakingsbewegingen waren zich niet bewust van elkaars bestaan maar zij tonen het objectieve gemeenschappelijke belang in de arbeidersrangen, aan weerszijde van de imperialistische opdeling.
Solidariteit met de bevolking die in de oorlogszones van het kapitalisme lijdt betekent geenszins kiezen voor "het minste kwaad" of "de zwakste" kapitalistische kliek steunen, zoals Hezbollah of Hamas, tegen de agressievere mogendheden zoals de Verenigde Staten of Israël. Hamas heeft al aangetoond dat het een burgerlijke onderdrukkings-macht was tegen de Palestijnse arbeiders, in het bijzonder wanneer het de stakingen in de openbare sector veroordeelde, als ingaande tegen de 'nationale belangen' en ook wanneer het, hand in hand met Fatah, de bevolking van Gaza heeft onderworpen aan de gevechten van de éne moorddadige factie tegen de andere voor de controle van de regio. Solidariteit met diegenen die meegesleurd worden in een imperialistische oorlog betekent het verwerpen van beide oorlogvoerende kampen en het ontwikkelen van de klassestrijd tegen alle heersers en uitbuiters in de wereld.
World Revolution , orgaan van de IKS in Groot-Brittannië / 31.12.2008
- In Italië, waren er massale betogingen op 25 oktober en op 14 november achter de slogan ‘Wij betalen niet voor de crisis !' tegen het Gelmini decreet, waartegen geageerd wordt omdat het budgetbesparingen inhoudt in de onderwijssector, hetgeen uitloopt op niet verlengen van de contracten van 87.000 tijdelijke leerkrachten en van 45.000 schoolpersoneel in het ABA en op een verminderde inbreng van openbare subsidiëring voor de universiteiten.
- In Duitsland kwamen er op 12 november 120.000 scholieren op straat in de belangrijkste steden van het land, met slogans als ‘Kapitalisme is crisis' in Berlijn, of met een bezetting van het provinciaal parlement zoals in Hannover.
- In Spanje betoogden op 13 november honderdduizenden studenten in meer dan 70 steden tegen de nieuwe Europese richtlijnen (de Bologna-richtlijnen) voor de hervorming van het hoger onderwijs en de universiteiten, waarbij de privatisering van de faculteiten wordt uitgebreid en het aantal trainingscursussen in de bedrijven wordt opgedreven.
Velen onder hen spiegelen zich aan de strijd van de Griekse studenten. Er zijn solidariteitsbetogingen en bijeenkomsten geweest in een aantal landen, volgend op de onderdrukking van de Griekse studenten - en deze solidariteitsbetogingen werden eveneens geconfronteerd met een min of meer brutale repressie.
De schaal van deze mobilisering tegen hetzelfde soort maatregelen van de staat is helemaal niet verrassend. De hervorming van het onderwijssysteem, die wordt ondernomen op Europees vlak, maakt deel uit van een poging om de jonge arbeidersgeneraties te doen wennen aan een beperkte toekomst en aan de veralgemening van de precaire tewerkstelling en de werkloosheid.
Het steigeren en de revolte van de nieuwe opgevoede proletarische generatie die geconfronteerd wordt met deze muur van werkloosheid, deze oceaan van onzekerheid die het kapitalisme in crisis voor hen in petto heeft, kan ook rekenen op sympathie van alle generaties van proletariërs.
De media, die de lakeien zijn van de leugenpropaganda van het kapitaal, hebben voortdurend geprobeerd om de werkelijkheid te vervormen van wat er aan de hand is in Griekenland sinds het vermoorden door politiekogels van de 15 jarige Alexis Andreas Grogoropoulos op 6 december. Zij hebben de botsingen met de politie voorgesteld als acties van een handvol anarchistische autonomisten en uiterst linkse studenten, die afkomstige waren uit gegoede middens, of van gemarginaliseerde vernielers. Zij hebben eindeloos beelden uitgezonden over gewelddadige botsingen met de politie en het beeld overgebracht van jonge heethoofden en gemaskerde relschoppers die auto's in brand staken, de etalages van boetieks en banken in elkaar ramden of winkels plunderden.
Dit is dezelfde methode van het vervalsen van de werkelijkheid die wij hebben gezien tijdens de anti-CPE mobilisering in 2006 in Frankrijk, die werd vereenzelvigd met de rellen in de buitenwijken van het jaar daarvoor. Wij zagen diezelfde grove methode gebruiken tegen de studenten die streden tegen de LRU in 2007 in Frankrijk - zij werden er van beschuldigd 'terroristen' en ‘rode khmers' te zijn!
Maar ook al bevond het hart van de onlusten zich in de Griekse studentenwijk van Exarchia, toch is het moeilijk om vandaag nog deze leugen overeind te houden: hoe kan deze opstand het werk zijn van enkele vernielers of anarchisten wanneer het zich als een lopende vuurtje heeft uitgebreid naar alle belangrijke steden van het land en naar de Griekse eilanden van Chios en Samos en zelfs naar de meest toeristische steden zoals Korfoe of Heraklion in Kreta?
Al de voorwaarden waren in Griekenland aanwezig voor het uitbarsten van de ontevredenheid van een hele generatie jonge proletariërs, die heel ongerust zijn over hun toekomst. Men vindt er immers een geconcentreerde uitdrukking van het doodlopend straatje waarin het kapitalisme de jonge arbeidersgeneraties instuurt: wanneer diegenen die gerekend worden tot de ‘600 euro generatie' beginnen te werken, hebben zij het gevoel bedrogen te zijn. De meeste van de studenten moeten twee jobs cumuleren om te overleven en hun studies te kunnen blijven betalen, meestal zwartwerk en onderbetaald. Zelfs als de jobs een beetje beter betaald worden, blijft een deel van hun werk in het zwart en dat vermindert hun toegang tot sociale tegemoetkomingen. Zij zijn over het algemeen verstoken van sociale zekerheid; overuren worden niet betaald en dikwijls kunnen zij de ouderlijke woning niet verlaten voor zij 35 zijn, aangezien zij niet genoeg verdienen om zich een dak boven het hoofd te kunnen permitteren. 23% van de werklozen in Griekenland zijn jongeren (het officiële werkloosheidscijfer voor de 15-24 jarigen is 25,2%) zoals een artikel aanwijst dat in Frankrijk geschreven is (1): "deze studenten voelen zich op geen enkele wijze beschermd; de politie schiet op hen, het onderwijs lokt hen in de val, het werk gaat aan hen voorbij en de regering liegt tegen hen". De werkloosheid van de jongeren en hun moeilijkheden om op de arbeidmarkt binnen te geraken heeft dus een klimaat van ongenoegen geschapen, van woede en veralgemeende onzekerheid. De economische wereldcrisis zal daar nog een golf van ontslagen bijbrengen. In 2009 voorziet men dat 100.000 banen geschrapt worden in Griekenland, wat een stijging met 5% zou teweegbrengen van de werkloosheid. Tegelijkertijd verdienen 40% van de arbeiders minder dan 1.100 euro's netto en heeft Griekenland de hoogste graad van arbeiders onder de armoedegrens van de 27 EU staten: 14%.
Het zijn niet enkel de studenten die op straat gekomen zijn, maar ook de armzalig betaalde leerkrachten en vele andere loontrekkers die met dezelfde problemen worden geconfronteerd, dezelfde armoede en bezield worden door dezelfde opstandige geest. De brutale onderdrukking tegen de beweging, waarvan de meest dramatische episode het vermoorden van de 15 jarige was, heeft de gevoelens van solidariteit, dat gepaard gaat met een veralgemeend sociaal ongenoegen, alleen maar uitgebreid. Zoals een student het stelde, waren vele ouders van scholieren eveneens diep geschokt en geërgerd: "Onze ouders hebben moeten ervaren dat hun kinderen zomaar op straat kunnen omkomen, door een politiekogel" (2). Zij worden er zich van bewust dat ze in een ondergaande maatschappij leven waar hun kinderen niet dezelfde levensstandaard zullen hebben als zijzelf. Tijdens de talrijke betogingen waren zij getuigen van gewelddadige slagen, hardhandige aanhoudingen, het vuren met echte kogels naar de menigte toe door leden van de rellenpolitie (de MAT) met hun dienstwapens.
De bezetters van de Polytechnische School,het zenuwcentrum van het studentenprotest, hebben de staatsterreur aangeklaagd, maar wij vinden diezelfde woede tegen de brutaliteit van de repressie ook terug in al de betogingen met slogans als "kogels voor jongeren, geld voor de banken". Een deelnemer aan de beweging verklaarde het nog duidelijker : "Wij hebben geen werk, geen geld, een staat die bankroet is door de crisis, en het enige antwoord op dat alles is wapens geven aan de politie" (3).
Deze woede is niet nieuw: de Griekse studenten waren in juni 2006 al gemobiliseerd tegen de hervorming aan de universiteiten, waarbij de privatisering ervan uitmondde in het uitsluiten van de studenten die het financieel moeilijk hebben. De bevolking had eveneens haar ergernis tot uiting gebracht tegenover de onbekwaamheid van de regering ten tijde van de bosbranden van 2007, waarbij 67 mensen omkwamen: de regering heeft nog steeds geen enkele compensatie toegekend aan velen onder de slachtoffers die have en goed verloren hebben. Maar het waren vooral de loontrekkers die zich massaal mobiliseerden tegen de hervorming van het pensioensysteem begin 2008, met twee dagen van ruim opgevolgde algemene stakingen op twee maand tijd, en betogingen van meer dan één miljoen mensen tegen het afschaffen van het prepensioen voor de zwaarste beroepen en de in vraagstelling van het recht van arbeidsters om op pensioen te gaan vanaf 50 jaar.
Geconfronteerd met de arbeiderswoede, was de algemene staking van 10 december die onder controle van de vakbonden stond, er op gericht om een domper te zetten op de beweging. Ondertussen riep de oppositie, met de socialistische en communistische partijen op kop, op tot het ontslag van de huidige regering en tot het houden van vervroegde verkiezingen. Het lukte haar niet in om de woede te kanaliseren en de beweging te doen stoppen, ondanks de veelvuldige manoeuvres van de linkse politieke partijen en de vakbonden om de dynamiek te blokkeren in de richting van een uitbreiding van de strijd, en ondanks de inspanningen van de hele bourgeoisie en haar media om de jongeren te isoleren van de andere generaties en van de arbeidersklasse als geheel door hen aan te zetten tot vruchteloze botsingen met de politie. Dagen en nachtenlang gingen de botsingen onverminderd door: gewelddadige charges door de politie die er op insloeg met de wapenstok, traangas gebruikte, en overging tot afranselingen en grote aantallen aanhoudingen.
De jonge generatie van arbeiders geeft het duidelijkst het gevoel aan van ontgoocheling en afkeer tegenover het tot op het bot corrupte politiek apparaat. Sinds het einde van de wereldoorlog, delen drie families de macht, sedert meer dan dertig jaar regeren de Karamanlis dynastie voor rechts en de Papandreoe dynastie voor links afwisselend over het land, als absolute machthebbers, met steekpenningen en verwikkeld in allerlei soorten schandalen. De conservatieven kwamen aan de macht in 2004 na de jaren 2000 waarin de socialisten tot aan hun nek verzopen in intriges en manoeuvres. Vele beschouwen het politiek en het vakbondsapparaat als totaal ongeloofwaardig : "het fetisjisme van het geld heeft de maatschappij overgenomen. De jongeren willen een breuk met deze maatschappij zonder ziel noch visie" (4). Met de ontwikkeling van de crisis vandaag, heeft deze generatie niet alleen een bewustwording ontwikkeld over de kapitalistische uitbuiting, die ze aan den lijve ondervinden, maar ook een bewustzijn omtrent de noodzaak van een collectieve strijd, door het spontaan vooropstellen van methodes van de [arbeiders]klasse en klasse-solidariteit. In plaats van weg te zinken in wanhoop, haalt ze haar zelfvertrouwen en zelfzekerheid uit het besef van de draagster te zijn van een andere toekomst, en steekt ze al haar energie in de opstand tegen de wegrottende maatschappij om haar heen. De betogers zeggen trots over hun beweging: "Wij zijn het beeld van de toekomst in het licht van het schaduwbeeld van het verleden". Ook al kan de toestand heel erg lijken op die van ‘Mei 1968', het besef van wat er op het spel staat, reikt veel verder.
Op 16 december slaagden de studenten er in om de TV-zender van de regering, NET, gedeeltelijk over te nemen en ontrolden spandoeken op het scherm die zegden: "stop met tv kijken - iedereen de straat op", en lanceerden een oproep: "de staat moordt. Jullie stilte wapent hen. Bezet alle openbare gebouwen!". Het hoofdkwartier van de anti-rellen politie in Athene werd aangevallen en een van hun patrouillewagens werd in brand gestoken. Deze acties werden door de regering snel afgedaan als "een poging tot het omverwerpen van de democratie" en het werd eveneens veroordeeld door de Griekse Communistische Partij, de KKE. Op 17 december werd het gebouw dat de belangrijkste vakbondsfederatie van het land huisvest, de GEEE, in Athene bezet door proletariërs die zichzelf ‘opstandige arbeiders' noemden en die alle proletariërs uitnodigden om deze plaats te gebruiken voor algemene vergaderingen die openstaan voor alle loontrekkers, studenten en werklozen (zie hun verklaring op onze Engelstalige website). Zij hingen een reuzengrote spandoek tegenover het Akropolis en riepen op tot een massabetoging de daarop volgende dag. Die avond probeerden vijftig vakbondsbonzen met wat potige aanhangers om het hoofdkwartier terug onder hun controle te krijgen maar ze moesten wegvluchten toen er versterking van studenten opdaagde die ‘solidariteit' zongen. Deze bestonden voor het merendeel uit anarchisten afkomstig van de Economische Universiteit, die bezet was en omgevormd tot een plaats voor meetings en discussies die openstonden voor alle arbeiders. De vereniging van Albanese immigranten, onder andere, deelde ook een tekst uit waarin zij hun solidariteit verklaarden met de beweging en had als titel "Deze dagen zijn ook de onze!". Er waren herhaalde oproepen tot een algemene onbeperkte staking vanaf 18 december. De vakbonden werden er toe gedwongen om die dag een staking van drie uur uit te roepen in de openbare diensten.
In de ochtend van de 18e werd een andere scholier van 16, die deelnam aan een sit-in in de buurt van zijn school in een voorstad van Athene, verwond door een kogel. Op dezelfde dag werden verschillende radio en tv-zenders bezet door betogers, namelijk in Tripoli, Chania en Tessaloniki. Het gebouw van de kamer van koophandel werd bezet in Patras, waar er nieuwe botsingen met de politie plaatsvonden. De reuzenbetoging in Athene werd gewelddadig onderdrukt: voor het eerst werden er nieuwe wapens gebruikt door de anti-rellen troepen: verlammend gas en doof makende granaten. Een pamflet tegen de staatsterreur, getekend ‘Meisjes in revolte', circuleerde vanuit de Economische Universiteit. De beweging begon, op een verwarde wijze, haar eigen geografische grenzen aan te voelen: om die reden verwelkomde men enthousiast de betogingen van internationale solidariteit die plaatsgrepen in Frankrijk, Berlijn, Rome, Moskou, Montreal of New York en men verklaarde: "deze steun is zeer belangrijk voor ons". De bezetters van de Polytechnische School riepen op tot een "internationale solidariteitsdag tegen de staatsmoorden" op 20 december. Maar om het isolement te doorbreken van deze proletarische opstand in Griekenland, is de enige weg die openligt die van de ontwikkeling van de solidariteit en klassenstrijd op een internationale schaal die steeds duidelijker tot uiting komt tegenover de internationale crisis.
Iannis / 20.12.2008
1 Marianne nr 608 van 13 december : « Grèce : les leçons d'une émeute »
2 Libération van 12/12/2008
3 Le Monde van 10/12/2008
4 Marianne, zie boven.
De propagandablitz van de verkiezingscampagne is na bijna twee jaar geëindigd. De mediawoordvoerders van de heersende klasse vertellen ons dat dit de belangrijkste verkiezing is geweest in de Amerikaanse geschiedenis, en eens te meer een demonstratie van de kracht van de ‘democratie'. Deze propaganda beweert niet alleen dat wij voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis een Afro-Amerikaan als president hebben, maar ook en vooral dat de overwinning van Obama het verlangen belichaamt naar verandering.
Men vertelt ons dat ‘het volk heeft gesproken' en dat ‘Washington heeft geluisterd' dank zij de ‘wonderbaarlijke' werking van de verkiezingen. Men maakt ons wijs dat Amerika het racisme nu heeft overwonnen en een land is geworden van ware broederschap.
Nu is Obama president. Maar wat houdt dat in? Obama beloofde verandering te brengen, maar deze belofte was een ideologisch sofisme. De hele campagne was een schijnheilige leugen die de hoop van de bevolking begeesterde, en vooral van de werkende klasse die in toenemende mate de ellende en de oorlog beu wordt, maar die nog altijd niet duidelijk haar eigen rol inziet in de maatschappij en tot nog toe niet in staat is om de misleidingen van de heersende klasse te verdrijven.
De ware winnaar in deze verkiezing is niet de fictieve ‘Joe de Loodgieter' van de Amerikaanse middenklasse, niet de Afro-Amerikanen die deel uitmaken van de arbeidersklasse, maar eerder de heersende klasse. Het is duidelijk dat er meer van hetzelfde op komst is en dat men de arbeiders nog erger gaat opdissen en de last van de ellende zal opvoeren. Obama was geen ‘vredeskandidaat'. Zijn kritiek op Bush was dat deze laatste zichzelf klem heeft gereden in Irak, de troepen te dun heeft gespreid, en het Amerikaanse imperialisme niet in staat heeft gesteld om gepast te reageren op de toekomstige uitdagingen tegenover zijn heerschappij. Obama wil nog meer troepen sturen naar Afghanistan en zich klaar maken om de bedreigingen van de Amerikaanse imperialistische belangen af te wentelen. Hij was een verwoede criticus van de regering-Bush die niet in staat was om de Russische invasie van Georgië deze zomer te beantwoorden. Dat soort vredesactivist is hij!
Tijdens de presidentiële debatten heeft Obama uitgelegd dat hij het onderwijs in Amerika wil versterken, omdat een opgevoede arbeidskracht van levensbelang is voor een sterke economie en geen enkel land kan een overheersende militaire macht blijven zonder sterke economie. Met andere woorden, hij ziet de uitgaven voor onderwijs als een voorwaarde voor imperialistische overheersing. Welk een idealisme! Er is dus niets te winnen voor de arbeidersklasse bij deze overwinning van Obama.Voor de heersende klasse daarentegen is deze verkiezing een succes dat haar stoutste dromen overstijgt.
Ze is er in geslaagd om de verkiezingsmisleiding en de democratische mythe een verjongingskuur te geven, die zo hard getroffen waren sinds 2000, vooral onder de jongere generatie, en die zoveel mensen misnoegd gemaakt hadden over het ‘systeem'.
De roes na de verkiezingen - het daadwerkelijk dansen in de straten waarmee de overwinning van Obama werd toegejuigd - getuigt van de omvang van deze politieke overwinning. De impact van de verkiezing is te vergelijken met de ideologische overwinning die plaatsvond onmiddellijk na 11 september 2001. Toen kon de bourgeoisie profiteren van een opstoot van nationale hysterie, die de werkende klasse bond aan de burgerlijke staat. Vandaag bindt de hoop in de democratie en het geloof in een charismatische leider brede sectoren van de bevolking aan de staat.
Binnen de
zwarte bevolking is het gewicht van deze roes bijzonder sterk ; het is een
wijdverspreid geloof geworden dat de onderdrukte minderheid nu aan macht heeft
gewonnen. De burgerlijke media vieren zelfs het feit dat Amerika het racisme te
boven zou zijn gekomen, een van de meest belachelijke beweringen ooit. Bijna
van de ene dag op de andere zou de zwarte bevolking in de Verenigde Staten zijn
omgetoverd tot een van de meest vervreemde, ontgoochelde sectoren van de
bevolking, naar één die pal achter de staat gaat staan, via de persoon van de
net verkozen president.
Op internationaal
vlak heeft de bourgeoisie bijna onmiddellijk kunnen profiteren van een
succesrijk afstand nemen door de nieuwe regering van de blunders van het
Bush-regime in de imperialistische politiek en het openen van nieuwe
mogelijkheden voor het herstel van het Amerikaanse politiek gezag,
geloofwaardigheid en leiderschap in de internationale arena.
Op het gebied van economische politiek zal de bekwaamheid van de Obama-administratie om noodzakelijke staatskapitalistische maatregelen te nemen voor het opkrikken van het onderdrukkings- en uitbuitingssysteem onovertroffen zijn. Zijn retoriek gaat over ‘herstel', terwijl het zal neerkomen op de grootste schuldenberg uit de geschiedenis van de Verenigde Staten, een tekort van een triljoen dollar, waarmee de toekomstige generaties van de arbeidersklasse zullen worden opgezadeld. Lokale en staatsregeringen zijn al bezig met het plannen voor het opheffen van sociale diensten en programma's vanwege de crisis, en dat op hetzelfde moment dat Obama opkomt voor nog meer ‘reddingsoperaties' van grote bedrijven, banken en verzekeringsmaatschappijen, die allen gefinancierd moeten worden door het zweet van de werkende klasse.
Bijna verbaasd door haar eigen succes, bewust dat zij aan de beloofde veranderingen tijdens de campagne niet wil en kan tegemoet komen, begint de heersende klasse al een retoriek te ontvouwen dat het ‘enthousiasme moet temperen'. Wij horen al zaken als ‘Obama kan alleen de gewetenloze politiek van Bush uitvlakken'. ‘Er was een hele bestuurstermijn van blunders', ‘Verandering kan er niet onmiddellijk komen', ‘Opofferingen zullen nodig zijn'.
Tegenover dit alles, verdedigen wij de historische standpunten van onze klasse:
- democratie is de dictatuur van de heersende klasse;
- de arbeidersklasse moet zich organiseren en strijden voor haar eigen belangen;
- alleen een wereldwijde kommunistische revolutie kan een einde maken aan kapitalistische uitbuiting en onderdrukking.
De roes kan niet lang aanhouden. De komende soberheidsprogramma's, die op gang gebracht zijn op een gedecentraliseerde manier via lokale en staatsregeringen, zullen dienen als een onontkoombare stimulans tot klassenstrijd. Het falen van de regering-Obama om de beloofde ‘verandering' en verbetering waar te maken zal onvermijdelijk leiden tot ontgoocheling en ziedende ontevredenheid.
Internationalism (US) / 11.11.2008
Dit jaar herdenken wij de 200e verjaardag van de geboorte van Charles Darwin (en de 150e sinds het verschijnen van het boek: ‘Het Ontstaan van Soorten'). De marxistische vleugel van de arbeidersbeweging heeft Darwins buitengewone bijdragen tot het begrijpen van de mensheid zelf en de natuur altijd toegejuicht.
In vele opzichten was Darwin typisch voor zijn tijd, geïnteresseerd in het waarnemen van de natuur en blij om experimenten te doen met dierlijk en plantaardig leven. Zijn empirisch werk met, onder meer, bijen, kevers, wormen, duiven en eendenmossels, was nauwgezet en gedetailleerd. Darwins koppige belangstelling voor deze laatste was zo groot dat zijn jongere kinderen "begonnen te denken dat alle volwassenen er op een gelijkaardige manier mee bezig waren, één van hen vroeg zelfs over een buurman vroeg: ‘Waar houdt hij zijn eendenmossels?' " (‘Darwin', Desmond & Moore).
Wat Darwin onderscheidde was dat hij in staat was om verder te gaan dan de details, om theorieën op te stellen en op zoek te gaan naar een historisch proces, waar anderen zich tevreden stelden met het catalogeren van de verschijnselen of het aanvaarden van de bestaande uitleg. Een typisch voorbeeld hiervan was zijn antwoord op het ontdekken van zeefossielen duizenden meters hoog in de Andes. Gewapend met de ervaring van een aardbeving en Lyells ‘Beginselen van de Geologie', was hij er toe in staat om te speculeren over de schaal van de aardkorstbewegingen die ervoor gezorgd hadden dat een zeebedding terecht gekomen was in de bergen, zonder dat hij hierbij zijn toevlucht moest nemen tot het bijbelse verhaal over de Zondvloed. "Ik hecht er een sterk geloof aan dat men zonder speculatie geen goede en originele waarnemingen kan doen" (zoals hij schreef in een brief aan AR Wallace, 22.12.1857).
Hij was evenmin bang om waarnemingen van een gebied te gebruiken in andere gebieden. Terwijl Marx de meeste geschriften van Thomas Malthus verachte, heeft Darwin diens ideeën over de menselijke bevolkingsaangroei gebruikt bij de ontwikkeling van zijn evolutietheorie. "In oktober 1838 las ik voor mijn ontspanning Malthus omtrent de bevolkingsaangroei, en er goed op voorberied om de strijd om het bestaan te aanvaarden die overal aan de gang is bij lang volgehouden waarnemingen van gewoontes van dieren en planten, trof het mij dat onder deze omstandigheden gunstige variaties de tendens hadden om bewaard te blijven, en de ongunstige om vernietigd te worden. Het resultaat daarvan zou het ontstaan zijn van nieuwe soorten. Hier had ik dan uiteindelijk een theorie gevonden waarmee ik kon werken" (Darwin's ‘Recollections of the Development of my mind and character', in het Nederlands ‘De Autobiografie van Darwin', uitg. Nieuwezijds, 2000).
Dit gebeurde 20 jaar vóór hij zijn theorie publiek bekend maakte met het ‘Ontstaan van Soorten', maar het wezenlijke was toen al aanwezig. In de ‘Oorsprong' legt Darwin uit dat hij de term ‘Strijd om het bestaan gebruikt in een brede en metaforische zin' en ‘voor het gemak van het gebruik' en dat hij met Natuurlijke Selectie bedoelt : "het bewaren van gunstige variaties en het verwerpen van nadelige variaties". De idee van evolutie was niet nieuw, maar reeds in 1838, was Darwin een verklaring aan het ontwikkelen over hoe de soorten evolueerden. Hij vergeleek de technieken van de hazewindkwekers en de duivenmelkers (kunstmatige selectie), met natuurlijke selectie en dacht dat dit ‘het mooiste deel was van mijn theorie' (Darwin, geciteerd in Desmond & Moore).
De methode van het historisch materialisme
Binnen de drie weken na de publicatie van ‘Het Ontstaan van Soorten', schreef Engels naar Marx: "Darwin die ik net gelezen heb, is prachtig. De teleologie was nog niet met de grond gelijk gemaakt in één opzicht, maar dat is nu gebeurd. Bovendien was er tot op heden nooit zo een schitterende poging gedaan om de historische ontwikkeling in de natuur te bewijzen, ten minste met zoveel succes". De ‘vernietiging van de teleologie' verwijst naar de opduvel die ‘Het Ontstaan' verkocht aan alle religieuze, idealistische of metafysische ideeën die de verschijnselen veeleer proberen ‘te verklaren' vanuit hun doel dan vanuit hun oorzaak. Dit is fundamenteel voor een materialistische visie op de wereld. Zoals Engels schreef in ‘Anti-Dühring' (hfst 1), "deelde (Darwin) de metafysische opvatting over de natuur de zwaarste slag toe door zijn bewijsvoering dat alle organische wezens, planten, dieren en de mens zelf, producten zijn van een evolutie die al miljoenen jaren aan de gang is".
In zijn voorbereidend materiaal voor ‘Dialectiek van de Natuur' zette Engels de betekenis uiteen van ‘Het Ontstaan van Soorten'. "Darwin ging in zijn baanbrekend werk uit van de breedst bestaande basis van het toeval. Juist de oneindig kleine, toevallige verschillen tussen individuen van dezelfde soort, verschillen die versterkt worden tot ze de kenmerken van de soort doorbreken, (...) dwongen hem tot het in-vraag-stellen van de vroegere basis van alle regelmaat in biologie, namelijk de vroegere opvatting van de soorten in hun metafysische starheid en onveranderlijkheid".
Marx las ‘Het Ontstaan' een jaar nadat het gepubliceerd was, en schreef meteen aan Engels (19.12.1860): "dit is het boek dat de basis bevat van onze ideeën in de natuurlijke geschiedenis". Hij schreef later dat het boek "als natuurwetenschappelijke basis diende voor de klassenstrijd in de geschiedenis" (brief aan Lasalle, 16.1.1862).
Ondanks hun enthousiasme voor Darwin, waren Marx en Engels niet kritiekloos. Zij waren zich wel degelijk bewust van de invloed van Malthus, en ook van het feit dat de inzichten van Darwin gebruikt werden door het ‘Sociaal Darwinisme' om de status-quo te rechtvaardigen van de Victoriaanse maatschappij met grote weelde voor enkelen en gevangenis, werkhuizen, ziektes, hongersnood en emigratie voor de armen. In zijn inleiding tot de ‘Dialectiek van de Natuur' schetst Engels enkele gevolgen ervan. "Darwin wist niet wat voor bittere satire hij schreef over de mensheid, (...) toen hij aantoonde dat de vrije concurrentie, de strijd om het bestaan, die door de economisten gevierd wordt als de hoogste historische prestatie, de normale toestand is in het dierenrijk". Het is enkel de "bewuste organisatie van de maatschappelijke productie" die de mensheid kan weghalen uit de overlevingsstrijd naar de expansie van de productiemiddelen als basis van het leven, het genot en de ontwikkeling, en dat de ‘bewuste organisatie' een revolutie vereist van de producenten, de arbeidersklasse.
Engels zag ook waar de strijd van de mensheid (en het marxistische begrip ervan) Darwins kader oversteeg: "Het begrip van de geschiedenis als een opeenvolging van klassenstrijd is reeds veel rijper in inhoud en dieper dan de visie die haar louter herleidt tot fasen van strijd om het bestaan" (Dialectiek van de Natuur, nota's en fragmenten).
Hoe dan ook, dergelijke kritiek ondermijnt de status niet van Darwin in de geschiedenis van het wetenschappelijke denken. In een speech aan het graf van Marx benadrukte Engels dat "Net zoals Darwin de wet van de ontwikkeling van de organische materie ontdekte, ontdekte Marx de wet van de ontwikkeling van de menselijke geschiedenis".
Marxisme na Darwinisme
Terwijl Darwin in en uit de mode is geweest in het burgerlijk denken (maar niet bij de ernstige wetenschappers), is de marxistische vleugel van de arbeidersbeweging hem nooit afgevallen.
Plechanov beschrijft in een voetnoot bij ‘De Ontwikkeling van de monistische visie van de geschiedenis' (hfst 5), de verhouding tussen het denken van Darwin en Marx: "Darwin slaagde er in het probleem op te lossen van hoe plantaardige en dierlijke soorten ontstonden in de strijd voor het bestaan. Marx slaagde er in om het probleem op te lossen van hoe verschillende types van sociale organisatie opkwamen in de strijd van de mensheid voor zijn bestaan. Het is logisch dat het onderzoek van Marx begint daar waar het onderzoek van Darwin eindigt [...] De geest van hun onderzoek is absoluut dezelfde bij beide denkers. Om die reden kunnen wij zeggen dat marxisme darwinisme is dat toegepast is op de sociale wetenschap".
Een voorbeeld van de onderlinge relatie tussen marxisme en de bijdragen van Darwin komt terug in Kautsky's ‘Ethiek en de Materialistische Opvatting van de Geschiedenis'. Hoewel Kautsky het belang van Darwin overschat, gaat hij te rade bij de ‘Afstamming van de Mens', om het belang te schetsen van altruïstische gevoelens, van sociale instincten in de ontwikkeling van de moraal. In hoofdstuk 5 van de ‘Afstamming', beschrijft Darwin hoe de ‘oermens' sociaal werd en hoe zij "elkaar moeten gewaarschuwd hebben bij gevaar, en wederzijdse steun verleend bij aanvallen. Dit houdt een zekere graad in van sympathie, trouw en moed". Hij schetst "Wanneer twee stammen van oermensen ... met elkaar wedijverden, en wanner de ene bestond uit ... een groter aantal moedige, sympathieke, en trouwe leden, altijd bereid elkaar te waarschuwen bij gevaar, elkaar te helpen en te verdedigen, dan zou deze stam er ongetwijfeld het best in slagen om de andere te verslaan. Laat het duidelijk zijn hoe allerbelangrijkst, in de nooit eindigende oorlogen van de wilden, de trouw en moed moeten zijn. Het voordeel dat gedisciplineerde soldaten hebben over ongedisciplineerde horden volgt hoofdzakelijk uit het vertrouwen dat elkmens heeft in zijn kameraden. (...) Zelfzuchtige en twistzieke volkeren hangen niet aaneen, en zonder eendracht kan niets doeltreffend worden bereikt" . Darwin overdrijft ongetwijfeld de graad waarin primitieve maatschappijen verwikkeld waren in constante oorlogvoering onder elkaar, maar de noodzaak tot samenwerking als basis voor het overleven was niet minder belangrijk in activiteiten als de jacht en bij de verdeling van het sociaal product. Dit is de andere zijde van de ‘strijd om het bestaan', waarin wij de triomf zien van de wederzijdse solidariteit en het vertrouwen over de verdeeldheid en het egoïsme.
Van Darwin naar een kommunistische toekomst
Anton Pannekoek was niet alleen een groot marxist, maar ook een vermaard sterrenkundige (een krater aan de verre kant van de maan en een asteroïde zijn naar hem genoemd). Geen enkele discussie over ‘Marxisme en Darwinisme' kan compleet zijn zonder te verwijzen naar zijn tekst met die naam uit 1909 (die we in de International Review gaan publiceren).
Om te beginnen verfijnt Pannekoek ons begrip van de verhouding tussen Marxisme en Darwinisme. "Hier zien wij dus hoe datzelfde principe van de strijd om het bestaan, dat Darwin formuleerde en waar Spencer de nadruk op legde, bij mens en dier verschillend werkt. Het principe dat de strijd tot een volmaking van de wapens leidt waarmee gestreden wordt, bewerkt bij mens en dier verschillende resultaten. Bij het dier leidt deze strijd tot een voortdurende ontwikkeling van de natuurlijke lichaamsorganen. Dit is de grondslag van de afstammingsleer, de kern van het darwinisme. Bij de mens leidt hij tot een voortdurende ontwikkeling van de werktuigen, van de techniek, van de productiekrachten. Dit is echter de grondslag van het marxisme. Hier blijkt dus dat marxisme en darwinisme niet twee onafhankelijke theorieën zijn, waarvan elk op haar gebied geldt en die niets met elkaar gemeen hebben. In werkelijkheid komen zij op hetzelfde grondprincipe neer. Zij vormen een eenheid. De nieuwe richting die met het ontstaan van de mens ingeslagen wordt, de vervanging van de natuurlijke organen door kunstmatige werktuigen bewerkt dat dit grondprincipe zich in de mensenwereld op geheel andere wijze uit dan in de dierenwereld, dat in de laatste het darwinisme, in de eerste het marxisme de ontwikkelingswet weergeeft". [Dierorgaan en mensenwerktuig]
Pannekoek weidde ook uit over het idee van het sociaal instinct op basis van de bijdragen van Kautsky en Darwin: "Nu echter zullen diegenen zich het beste staande kunnen houden, [deze zijn] waarin de sociale driften het sterkst ontwikkeld zijn. Waar deze zwak zijn, worden de dieren gemakkelijk een prooi van de vijanden of vinden zij minder goede weideplaatsen. Deze driften worden de gewichtigste en beslissende kenmerken, die de doorslag geven voor het in leven blijven in de strijd om het bestaan. Daardoor worden de sociale driften door de strijd om het bestaan tot de allerhoogste graad aangekweekt.
"(...) De diergroepen waarin het wederzijdse hulpbetoon het sterkst ontwikkeld is, houden zich het beste in de strijd om het bestaan staande." [Het maatschappelijk samenleven]
Dit onderscheid tussen sociale dieren en de homo sapiens ligt, onder andere, in hun bewustzijn.
"Voor de mensen geldt nu ook alles wat voor de sociale dieren geldt. Onze aapachtige voorouders en de oermensen die zich hieruit ontwikkeld hebben, waren weerloze zwakke dieren die, zoals bijna alle apensoorten, oorspronkelijk in troepen samenleefden. Hier moesten dus dezelfde sociale driften en gevoelens ontstaan die zich later bij de mensen tot zedelijke gevoelens ontwikkeld hebben. Dat onze zedelijkheid en moraal niets anders zijn dan de sociale gevoelens van de dierenwereld is overbekend. Ook Darwin sprak al van de met hun sociale instellingen in verband staande eigenschappen van de dieren, "die men bij de mensen zedelijke eigenschappen zou noemen". Het verschil ligt alleen in de mate van het bewustzijn. Zodra de sociale gevoelens aan de mensen zelf klaar bewust worden, krijgen zij het karakter van zedelijke gevoelens." [Het maatschappelijk samenleven].
Het ‘Sociaal Darwinisme' wordt ook onder vuur genomen door Pannekoek wanneer hij beschrijft hoe het ‘burgerlijk darwinisme' in een vicieuze cirkel terechtkwam waarbij de wereld die werd beschreven door Malthus en Hobbes zonder enige verrassing lijkt op de wereld die wordt beschreven door Hobbes en Malthus ! "Daardoor komt het dat onder het kapitalisme de mensenwereld het meest op de wereld van de roofdieren gelijkt. Daardoor komt het dat de bourgeois-darwinisten hun voorbeelden voor de mensenmaatschappij bij de eenzaam strijdende dieren zochten. Hun uitgangspunt was daarbij inderdaad de ervaring, en hun fout bestond slechts daarin dat zij de kapitalistische verhoudingen voor de eeuwig menselijke aanzagen. De overeenkomst van de bijzondere kapitalistische strijdmethoden met die van de alleen levende dieren heeft Engels in het historische gedeelte van zijn Anti-Dühring op deze wijze beschreven (blz. 293):
"De grote industrie tenslotte en het ontstaan van de wereldmarkt hebben de strijd universeel en tegelijkertijd van een ongehoorde heftigheid gemaakt. In een strijd tussen de afzonderlijke kapitalisten zowel als tussen gehele industrieën en gehele landen beslist de gunst van de natuurlijke of kunstmatige productievoorwaarden. De overwonnene wordt zonder genade uit de weg geruimd. Het is de darwinistische strijd om het bestaan, man tegen man, uit de natuur met verdubbelde woede op de maatschappij overgebracht. Het natuur standpunt van het dier verschijnt hier als hoogtepunt van de menselijke maatschappij". [Kapitalisme en Socialisme].
Maar de kapitalistische levensomstandigheden zijn niet eeuwigdurend, en de werkende klasse is in staat om ze omver te werpen te werpen en een eind te maken aan de verdeling van de maatschappij in klassen met tegenstrijdige belangen.
"Met het verdwijnen van de klassen wordt de gehele beschaafde mensheid een grote solidaire productiegemeenschap. Daarvoor geldt hetzelfde wat voor elke gemeenschappelijke groep geldt. Binnen de groep houdt de wederzijdse strijd om het bestaan op. Deze wordt alleen nog maar naar buiten gevoerd. Maar in plaats van de vroegere kleine groepen is nu de hele mensheid gekomen. Dat wil dus zeggen dat de strijd om het bestaan in de mensenwereld ophoudt. Hij wordt alleen nog naar buiten gevoerd, niet meer als een wedstrijd tegen soortgenoten, maar als strijd om het levensonderhoud tegen de natuur. Maar de ontwikkeling van de techniek en van de daarmee gepaard gaande wetenschap bewerkt dat deze strijd nauwelijks meer een strijd genoemd kan worden. De natuur is aan de mensen onderworpen en biedt hun, met geringe moeite van hun kant, een zeker en overvloedig levensonderhoud. Daarmee slaat de ontwikkeling van de mensheid nieuwe banen in. Het tijdvak waarin zij zich geleidelijk uit de dierenwereld verhief en de strijd om het bestaan in eigen, door het werktuiggebruik bepaalde vormen voerde, neemt een einde. De menselijke vorm van de strijd om het bestaan houdt op, een nieuw hoofdstuk van de menselijke geschiedenis begint."[Kapitalisme en Socialisme].
Car 28.1.2009
Het eerste artikel in deze reeks (Internationalisme 341) handelde over het begin van de revolutie in Duitsland in november 1918. In dit tweede deel zullen we bekijken hoe de heersende klasse haar machtigste wapens gebruikte - niet alleen de gewapende repressie, maar ook de ideologische campagnes van de voormalige arbeiderspartij, de SPD, om de revolutionaire beweging een grote nederlaag toe te brengen.
Met haar opstand in november 1918 had de arbeidersklasse de bourgeoisie in Duitsland gedwongen een einde te maken aan de oorlog. Om de radicalisering van de beweging te saboteren en een herhaling van de 'gebeurtenissen in Rusland' te verhinderen, gebruikte de kapitalistische klasse de SPD als oorlogsmachine in de strijd tegen de arbeidersklasse. Dankzij een bijzonder doeltreffende sabotagepolitiek deed de SPD, met behulp van de vakbonden, al wat ze kon om de macht van de arbeidersraden te ondermijnen.
Tegenover de explosieve ontwikkeling van de beweging, met soldaten die overal aan het muiten sloegen en zich aansloten bij het kamp van de opstandige arbeiders, kon de bourgeoisie niet onmiddellijke overgaan tot repressie. Ze moest eerst politiek tegen de arbeidersklasse optreden en op die weg volgen teneinde een militaire overwinning te kunnen behalen. Toch begon de voorbereiding van de militaire actie vanaf het allereerste begin. Het waren niet de rechtse partijen van de bourgeoisie die deze repressie organiseerden, maar de partij die nog werd gezien als 'de grote Partij van het proletariaat', de SPD, en ze deed dat in nauwe samenwerking met het leger. Het waren deze fameuze democraten die zich inzetten om de laatste verdedigingslinie van het kapitalisme te vormen. Zij waren het die de meest doeltreffende borstwering van het kapitaal vormden. De SPD begon met het op de been brengen van commando-eenheden, daar het reguliere leger, besmet met het 'virus van de arbeidersstrijd', steeds minder aan de burgerlijke regering gehoorzaamde. Deze compagnies van vrijwilligers, die een speciaal soldij ontvangden, zouden dienen als hulptroepen van de repressie.
De militaire provocaties van 6 en 24 december
Precies één maand na het uitbreken van de strijd gaf de SPD de politie het bevel met geweld binnen te dringen in de kantoren van Die Rote Fahne, de krant van Spartakus. Karl Liebknecht, Rosa Luxemburg en andere spartakisten, maar ook leden van De Uitvoerende Raad van Berlijn, werden gearresteerd. Op hetzelfde moment vielen troepen, die trouw waren gebleven aan de regering, een betoging aan van soldaten die gedemobiliseerd of gedeserteerd waren; 14 betogers werden gedood. In antwoord daarop gingen op 7 december verschillende fabrieken in staking. In alle fabrieken vonden algemene vergaderingen plaats. Voor het eerst was er, op 8 december, een betoging van gewapende soldaten en arbeiders waaraan 150.000 personen deelnemen. In steden in de Ruhr, zoals Mülheim, arresteerden arbeiders en soldaten enkele fabrieksbazen.
Tegenover die provocaties van de regering stuurden de revolutionairen niet aan op een onmiddellijke opstand, maar riepen ze de arbeiders op massaal in beweging te komen. De Spartakisten hadden de situatie ingeschat als nog niet rijp genoeg om de burgerlijke regering omver te werpen, in het bijzonder gezien de capaciteiten van de arbeidersklasse.
Het Nationale Radencongres, dat half december 1918 plaatsvond, liet zien dat dit inderdaad het geval was en de bourgeoisie zou gebruik maken van deze situatie. De afgevaardigden op dit Congres besloten hun beslissing te onderwerpen aan een Nationale Vergadering, die verkozen moest worden. Tegelijkertijd wordt een Centrale Raad (Zentralrat) gevormd, uitsluitend bestaande uit SPD-leden, die beweerde te spreken uit naam van de arbeiders- en soldatenraden in Duitsland. De bourgeoisie heeft deze zwakte van de arbeidersklasse uitgebuit door meteen na het Congres een andere militaire provocatie te ontketenen: op 24 december gingen commando-eenheden en regeringstroepen over tot de aanval. Elf mariniers en verschillende soldaten werden gewond. Eens te meer wekte dit grote verontwaardiging op bij de arbeiders. De arbeiders van het autobedrijf Daimler en verschillende andere fabrieken in Berlijn richtten een Rode Garde op. Op 25 december vonden er, in antwoord op de aanval, machtige betogingen plaats. De regering moest een stap terugdoen. De regeringsploeg verloor steeds meer aan krediet, en de USPD, die tot dan toe met de SPD in de regering zat, trok zich eruit terug.
Maar de bourgeoisie gaf niet op. Ze bleef ijveren voor de ontwapening van het proletariaat dat in Berlijn nog wapens bezat, en bereidde zich erop voor om het een beslissende klap toe te brengen.
De SPD roept op de kommunisten te vermoorden
Om de bevolking op te zetten tegen de klassebeweging, wordt de SPD de spreekbuis van een enorme lastercampagne tegen de revolutionairen; een campagne die er zelfs toe overgaat te eisen dat met name de Spartakisten ter dood gebracht worden.
Eind december trad de Spartakusgroep uit de USPD om met de IKD de KPD op te richten. De arbeidersklasse had nu dus een klassepartij die geboren was in het vuur van de beweging en die het doelwit werd van de aanvallen van de SPD, de voornaamste verdediger van het kapitaal.
Voor de KPD was de grootst mogelijke massa-activiteit van de arbeiders onmisbaar om zich te kunnen verzetten tegen die tactiek van het kapitaal. "Na de aanvankelijke fase van de revolutie, die van de voornamelijk politieke strijd, opent zich nu een fase van versterkte, intensievere en voornamelijk economische strijd" (Rosa Luxemburg op het Stichtingscongres van de KPD). De SPD-regering "zal de vlammen van de economische klassestrijd niet overleven" (ibid.) Daarom doet het kapitaal, met de SPD op kop, al wat het kan om iedere uitbreiding van de strijd naar dat terrein te verhinderen door voortijdig gewapende arbeidersopstanden uit te lokken en die dan vervolgens neer te slaan. Het moest eerst de beweging in haar centrum, Berlijn, verzwakken, om vervolgens de rest van de arbeidersklasse te kunnen aanvallen.
De valstrik van de voortijdige machtsgreep in Berlijn
In januari reorganiseerde de bourgeoisie haar troepen die in Berlijn gestationeerd waren. In totaal beschikte ze over meer dan 80.000 soldaten, verspreid over de stad, waarvan 10.000 stoottroepen. Aan het begin van de maand lanceerde ze een nieuwe provocatie tegen de arbeiders om hen militair te verdelen. Op 4 januari werd de politieprefect van Berlijn, Eichhorn, die in november door de arbeiders was aangesteld, door de burgerlijke regering uit zijn functie ontheven. De arbeidersklasse beschouwde dat als een aanval. Op de avond van 4 januari hielden de Vertrouwensmannen (Obleute) een meeting, waaraan Liebknecht en Pieck, namens de pas opgerichte KPD, deelnemen.
De KPD, de revolutionaire Obleute en de USPD riepen op tot een protestbijeenkomst op zaterdag 5 januari. Als gevolg van die bijeenkomst namen ongeveer 150.000 arbeiders deel aan de betoging voor de politieprefectuur. Op de avond van 5 januari bezetten een aantal betogers de kantoren van de SPD-krant, Vorwärts, en andere uitgeverijen. Die acties vonden waarschijnlijk plaats op aansporing van provocateurs en kwamen in ieder geval op gang zonder dat het Comité ervan op de hoogte was of er zijn goedkeuring aan had gegeven.
De voorwaarden waren inderdaad niet rijp voor een omverwerping van de regering en de KPD legde dat duidelijk uit in een pamflet dat begin januari uitgegeven werd:
"Als de arbeiders van Berlijn vandaag de Nationale Vergadering ontbinden, als ze de Eberts en de Scheidemannen in de gevangenis gooien, terwijl de arbeiders in de Ruhr, in Opper-Silezië en aan de Elbe rustig blijven, dan zal het kapitalisme morgen Berlijn kunnen uithongeren. Het offensief van de arbeidersklasse tegen de bourgeoisie, de strijd om de macht van de arbeiders- en soldatenraden moet het werk zijn van alle arbeiders van het Rijk. Alleen de strijd van de arbeiders in de steden en op het platteland, overal en op permanente wijze, die door te versnellen en toe te nemen tot hij een machtige golf wordt die met geweld neerkomt op heel Duitsland, enkel één enkele golf, die gevormd wordt door de slachtoffers van de uitbuiting en onderdrukking en die zich over het hele land uitbreidt, kan de kapitalistische regering doen uiteenspatten, de Nationale Vergadering ontbinden, en op de ruïnes de macht van de arbeidersklasse opbouwen die het proletariaat naar de complete overwinning zal leiden in de verdere strijd tegen de bourgeoisie. (...)
Arbeiders, mannen en vrouwen, soldaten en mariniers! Roep overal vergaderingen samen en leg duidelijk uit aan de massa's dat de Nationale Vergadering enkel bluf is. In elke werkplaats, in elke troepeneenheid, in elke stad, moet gij kijken en nagaan of uw arbeiders- en soldatenraad inderdaad verkozen is, of er geen vertegenwoordigers van het kapitalistisch systeem in zitten, geen verraders van de arbeidersklasse zoals de mannen van Scheidemann, of onstandvastige en aarzelende elementen zoals de Onafhankelijken."
Deze analyse laat zien dat de KPD duidelijk inzag dat de omverwerping van de kapitalistische klasse nog niet meteen mogelijk was en dat een greep naar de machts nog niet aan de orde was.
Na de enorme massabetoging van 5 januari kwamen de Vertrouwensmannen 's avonds in vergadering bijeen, met deelname van afgevaardigden van de KPD en vertegenwoordigers van de garnizoenstroepen. Onder de indruk van de machtige betoging van die dag, verkozen de aanwezigen een Revolutionair Comité van 52 leden, met Ledebourg als voorzitter, Scholze voor de revolutionaire Vertrouwensmannen en Karl Liebknecht voor de KPD. Ze besloten tot een algemene staking en nog een betoging voor de volgende dag, 6 januari.
Het Revolutionaire Comité verspreidde een pamflet dat opriep tot de opstand: "Laten we vechten voor de macht van het revolutionair proletariaat! Weg met de regering Ebert-Scheidemann!"
Soldaten verklaarden zich solidair met het Revolutionaire Comité. Een afvaardiging van soldaten verzekerde dat ze zich aan de kant van de revolutie zou scharen zodra de afzetting van de regering Ebert-Scheidemann aangekondigd zou worden. In antwoord daarop tekenden Liebknecht voor de KPD en Scholze voor de Vertrouwensmannen een decreet waarin verklaard werd dat de afzetting een feit was en dat de regeringszaken overgenomen werden door het Revolutionaire Comité. Op 6 januari manifesteerden ongeveer 500.000 personen door de straten. Betogingen en bijeenkomsten hadden plaats in elke wijk van de stad; de arbeiders van Groot Berlijn eisten dat men hen hun wapens zou teruggeven. De KPD eiste de bewapening van het proletariaat en de ontwapening van de contrarevolutionairen. Hoewel het Revolutionaire Comité het ordewoord "Weg met de regering !" gegeven had, nam het geen enkel ernstig initiatief om die oriëntatie tot een goed einde te brengen. In de bedrijven werd geen enkele strijdgroep georganiseerd, er werd geen enkele poging ondernomen om de staatszaken in handen te nemen en de oude regering te verlammen. Niet alleen had het Revolutionaire Comité geen enkel actieplan, maar bovendien werd het de 6e januari door de marine gedwongen zijn hoofdkwartier te verlaten.
De arbeidersmassa, die betoogde, verwachtte op straat richtlijnen te krijgen terwijl haar leiders hulpeloos bleven. Terwijl de proletarische leiding aarzelde en terugdeinsde, geen enkel actieplan had, kwam de regering, geleid door de SPD, op haar beurt al snel de schok te boven die vanaf het begin veroorzaakt was door dit offensief van de arbeiders. Van alle zijden kreeg ze steun. De SPD riep op tot stakingen en betogingen om de regering te ondersteunen. Er werd een nog meer verbeten en doortrapte campagne ontketend tegen de kommunisten.
De SPD en haar medeplichtigen waren dus bezig om, in naam van de revolutie en de belangen van het proletariaat, de afslachting van de revolutionairen van de KPD voor te bereiden. Met de meest verachtelijke dubbelhartigheid riep zij de raden op de regering te steunen tegen wat zij 'de gewapende bendes' noemde. De SPD bevoorraadde zelfs een militaire afdeling, die wapens verkreeg uit de kazernes, en Noske werd aan het hoofd geplaatst van de repressiekrachten met de woorden: "We hebben een bloedhond nodig en ik zal me niet onttrekken aan die verantwoordelijkheid."
Op 6 januari vonden de eerste schermutselingen plaats. Terwijl de regering troepen verzamelde rond Berlijn, kwam De Uitvoerende Raad van Berlijn 's avonds de 6e bijeen. Overheerst door SPD en USPD, stelde ze voor dat er onderhandelingen zouden komen tussen de revolutionaire Vertrouwensmannen en de regering, terwijl De Uitvoerende Raad had opgeroepen deze laatste omver te werpen. De Uitvoerende Raad speelde de 'verzoener' door voor te stellen het onverenigbare te verenigen. Die houding zaaide verwarring onder de arbeiders, vooral onder de soldaten die toch al aarzelden. De mariniers besloten dus een politiek van 'neutraliteit' te voeren. In een situatie van rechtstreekse confrontatie tussen de klassen kan elke besluiteloosheid ertoe leiden dat de arbeidersklasse al snel het vertrouwen in haar eigen capaciteiten verliest en dat er een wantrouwende houding ten opzichte van haar eigen politieke organisaties wordt ingenomen. Door deze kaart te trekken zorgde de SPD voor een dramatische verzwakking van het proletariaat. Tegelijkertijd gebruikte ze provocateurs (zoals later bewezen werd) om de arbeiders tot een confrontatie aan te zetten.
In het licht van deze situatie had de leiding van de KPD, in tegenstelling tot het Revolutionaire Comité, een zeer duidelijk standpunt, dat steunde op een analyse van de situatie die ze gemaakt had op haar oprichtingscongres et die oordeelde dat het nog te vroeg was voor een greep naar de macht.
De KPD riep de arbeiders dus op eerst en vooral de raden te versterken, door de strijd te ontwikkelen op hun klasseterrein, in de bedrijven, en door zich te ontdoen van de Eberts, de Scheidemannen en co. Door de druk via de raden op te drijven, zouden ze een nieuw elan aan de beweging kunnen geven om zich dan te werpen in de strijd voor een greep naar de politieke macht.
Dezelfde dag oefenden Luxemburg en Jogiches zware kritiek uit op het ordewoord van de onmiddellijke omverwerping van de regering dat door het Revolutionaire Comité gegeven was, maar vooral op het feit dat het Comité zich door zijn aarzelende en capitulerende houding getoond had niet in staat te zijn de klassebeweging te leiden. Ze verweten in het bijzonder Liebknecht dat hij op eigen houtje gehandeld had, en zich had laten meeslepen door enthousiasme en ongeduld, in plaats van de Partijleiding te consulteren en zich te steunen op het programma en de analyses van de KPD.
Deze situatie toont duidelijk aan dat het noch aan programma, noch aan analyses ontbrak, maar dat de Partij als organisatie niet in staat was haar rol te vervullen als politieke leiding van het proletariaat. Slechts enkele dagen eerder opgericht, had de KPD nog geen invloed op de klasse, en nog minder de organisatorische stevigheid en samenhang die de Bolsjewistische Partij in Rusland een jaar eerder wel had. De onrijpheid van de Kommunistische Partij van Duitsland lag ten grondslag aan de versnippering in haar rijen, iets dat nog grote en dramatische gevolgen zou hebben in de komende gebeurtenissen.
In de nacht van 8 op 9 januari gingen de regeringstroepen tot de aanval over. Het Revolutionaire Comité, dat de krachtsverhouding nog steeds niet goed geanalyseerd had, riep op tot actie tegen de regering: "Algemene staking! Te wapen!: Er is geen andere keus! We moeten vechten tot de laatste man!" Veel arbeiders gaven gehoor aan deze oproep, maar opnieuw wachtten ze tevergeefs op duidelijke instructies van het Comité. In feite was er niets gedaan om de massa's te organiseren, om aan te sturen op verbroedering tussen de revolutionaire arbeiders en de troepen... De troepen van de regering trokken Berlijn binnen en leverden gedurende verschillende dagen zware straatgevechten tegen de gewapende arbeiders. Velen raakten gewond of werden gedood in de versnipperde gevechten in vele delen van de stad. Op 13 januari besloot de USPD tot het einde van de algemene staking en op 15 januari werden Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht vermoord door de bloedhonden van het sociaal-democratisch regering. De misdadige campagne van de SPD, "Doodt Liebknecht!" werd voor de bourgeoisie dus met succes bekroond. De KPD werd beroofd van haar belangrijkste leiders.
De KPD had niet de kracht om de beweging in toom te houden, zoals de bolsjewiki dat gedaan hadden in juli 1917. Volgens Ernst, de nieuwe sociaal-democratische politiechef die de afgezette Eichhorn verving: "Elk succes voor de mensen van Spartakus was vanaf het begin uitgesloten omdat wij hen met onze voorbereidingen gedwongen hebben vroegtijdig toe te slaan. We konden in hun kaarten kijken zodra ze deze begonnen uit te spelen en daarom waren wij in staat hen te verslaan."
Na dit militaire succes begreep de bourgeoisie onmiddellijk dat ze haar voordeel gebruik moest maken. Ze ontketende een bloedige golf van geweld waarin duizenden Berlijnse arbeiders en kommunisten vermoord werden, gemarteld en in de gevangenis gegooid. De moorden op Liebknecht en Luxemburg waren geen uitzondering, maar verrieden de beestachtige vastberadenheid waarmee de bourgeoisie haar doodsvijanden,de revolutionairen, wilde uitschakelen.
Op 19 januari triomfeerde ‘de democratie': er vonden verkiezingen plaats voor de Nationale Vergadering. Onder druk van de arbeidersstrijd besloot de regering op hetzelfde moment naar Weimar te verhuizen. De Weimarrepubliek werd ingesteld op de dode lichamen van duizenden arbeiders.
(Naar een artikel uit International Review 83, 4e kwartaal 1995).
"Economen weten het ook niet meer en zijn het spoor bijster" titelen de media op zoek naar antwoorden en uitwegen voor de huidige economische crisis die als een verwoestende vloedgolf over de wereldbol raast. Enkel de massale kredietinjecties in de geldmarkten en de even omvangrijke begrotingstekorten hebben de bourgeoisie toegelaten om een totale implosie van het financiële systeem in de meeste centrale landen tijdelijk te voorkomen. Maar dit lost uiteindelijk de onderliggende historische crisis van haar systeem niet op.
Ze kan niet anders meer dan internationaal toegeven dat de wereld tegen zijn brutaalste ineenstorting sinds de Depressie van de jaren '30 aankijkt. Japan en Duitsland torsen op tegen adembenemende dalingen in export en industriële productie. In een groot deel van Oost-Europa dreigt een ramp op de schaal van wat in IJsland gebeurde en Griekenland, Ierland, Italië, Spanje, Oostenrijk en ook België staan in de rij aan te schuiven. De "nieuw opduikende markten" tonen ook tekenen van spanning - alleen al in China loopt het aantal ontslagen in de tientallen miljoenen - vermits deze economieën door de zelfde vloedgolf worden ingehaald. De OESO en het IMF voorspellen nu dat de wereldeconomie als een geheel dit jaar zal samentrekken - ongezien sinds Wereldoorlog II.
40 jaar na het einde van de naoorlogse economische boom lijkt het dat alle vormen van beleid die de bourgeoisie voerde om de crisis te beheren mislukt zijn. Decennia van staatsinterventie (d.w.z. staatskapitalisme) hebben de bourgeoisie enkel naar de afgrond gedreven. Het belangrijkste mechanisme om de vraag te handhaven - steeds meer krediet - tegenover de massale overproductie heeft nu een economie achtergelaten die het best te vergelijken is met een patiënt die te veel antibiotica heeft gebruikt: de doeltreffendheid van de tegenmaatregel is herleidt tot nul. Erger nog, het krediet is een deel van het probleem geworden: het geheel van het systeem is nu, letterlijk, failliet.
Allen roepen echter in koor dat het om een "tijdelijke" en "cyclische" crisis gaat. Allen focussen op een herstel dat er, naargelang de inspanningen die "we met zijn allen" leveren, in een paar maand of jaar moet komen. Ook de G20 top in Londen van 2 april werd in dezelfde woorden gezien als een tussenstap naar herstel. "De dag dat de wereld samenkwam om terug te vechten tegen de globale recessie, niet met woorden, maar met een plan voor een globaal herstel." (verklaring van de Engelse premier Gordon Brown). Maar de huidige crisis van overproductie heeft zijn wortels niet, zoals de economische deskundigen beweren, in een soort van tijdelijke "oneven-wichtigheid" van de wereldeconomie, maar in de fundamentele sociale relaties van het kapitalisme, waar de grote massa van de bevolking per definitie de producent is van de " meerwaarde" die enkel door een constante uitbreiding van de markt kan worden gerealiseerd. Niet langer bekwaam om zich uit te breiden en nieuwe markten te veroveren, heeft het kapitalisme gedurende decennia lang dit probleem voor zich uit geschoven door de echte markt te vervangen met de kunstmatige markt van het krediet.
De wereld is gebaseerd op een concurrentie voor markten. Vandaag kan een kapitalist slechts ten koste van een andere bloeien, en hetzelfde geldt voor kapitalistische naties. Natuurlijk hebben zij gemeenschappelijke belangen als uitbuitende klasse: zij werken samen als het erop aankomt de loonslaven in lijn te houden, en deinzen ook terug als gehele natiestaten de muur ingaan, zelfs wanneer zij hun concurrenten zijn, vooral omdat zij ook afzetmarkten voor hun goederen vertegenwoordigen of schuldenaars zijn. Maar zij kunnen niet eindeloos met zijn allen winsten blijven realiseren in een cirkel van onderlinge verkopen, en daarom worden zij getroffen door de vloek van de overproductie - de markt loopt vast en leidt tot een golf van faillissementen, ineenstorting van de industrie en een pandemie van werkloosheid. Voor de arbeidersklasse betekent dit duidelijk: een ongeziene aanval op banen, op lonen en levensomstandigheden waarbij de laatste 40 jaar wel een oase van welvaart lijken te zijn.
Wij worden allen getroffen
Sinds het begin van deze recessie verliezen iedere dag een stijgend aantal arbeiders hun banen en, in veel gevallen, alle middelen van bestaan. De officiële werkloosheidscijfers waren al volledig vertekend en geven nu helemaal geen reëel beeld meer. Zo wordt het aantal onvrijwillig deeltijdsen flink opgedreven (ook via collectieve beslissingen om iedereen deeltijds te doen werken). Een kwart van alle arbeiders in België is bovendien tijdelijk, economisch werkloos. Meer en meer gezinnen komen steeds dieper in de schulden terecht waar ze niet gemakkelijk meer vanaf komen. De leefloners bij OCMW stegen in 5 maanden met 10%. De toename van de werkloosheid gaat immers duidelijk gepaard met een toename van het aantal daklozen en de soepkeukens in alle industriële centra van de wereld. Zij die nog een baan hebben tenslotte, vrezen constant het slachtoffer te worden in de volgende ronde van "herstructureringen".
Zelfs de mythe over de "welvarende" naoorlogse baby-boomers, eens op pensioengerechtigde leeftijd gekomen, is meer en meer een fictie. De ouderdomspensioenfondsen van vele arbeiders zijn tenietgedaan en de dromen op een zorgeloze oude dag zijn in rook opgegaan. België kent reeds de laagste pensioenen in Europa en tot nu toe was het dank zij de zeer hoge spaarquota dat er nog een zekere welvaart was, hoewel de armoedegrens voor een steeds groter aantal ouderen werd overschreden. Deze spaarquota smelten nu met de financiële crisis als sneeuw onder de zon.
Ondertussen volgt de ene vraag om besnoeiingen goed te keuren de andere op. De Hoge Raad voor Financiën, de Nationale bank, de regeringscoalitie en nog zoveel andere tenoren van de nationale bourgeoisie zijn het erover eens dat: "de moeder aller besparingsplannen op ons afkomt en dat gedurende vijf tot tien jaar.". Salarissen en voordelen moeten omlaag, de werkbelasting omhoog. De pensioenen, sociale uitkeringen, studie-uitgaven en gezondheidszorg komen onder druk te staan. Vakanties en andere soorten van vergoed "absenteïsme" moeten naar beneden of vervangen door onbetaalde afwezigheid, alles gaat onder de bijl. En dit tracht men de arbeidersklasse te verkopen als "noodzakelijke solidariteit", waar de ellende moet verdeeld worden. In wezen gaat het over solidariteit met het kapitalistische systeem en niet over onderlinge solidariteit van de arbeidersklasse tegen de maatregelen van de bourgeoisie die haar crisis wil afwentelen op de schouders van de arbeidersklasse.
De staat kan ons niet redden
Natuurlijk, zo zegt men ons, kunnen wij de dingen hun beloop niet laten gaan zoals dit het geval was in de laatste decennia. De „vrije markt" zal leiden tot een verwoestende ineenstorting zoals in de jaren '30. Wat wij nodig hebben is meer staatsinterventie: de hebzucht van bankiers en speculanten moet onder controle komen en banken en andere zeer belangrijke economische sectoren moeten genationaliseerd worden wanneer andere middelen ontbreken. Dit is het nieuwe "Keynesianisme" die als de oplossing voor de mislukkingen van het "neoliberalisme" wordt voorgesteld. (zie artikel in dit blad: De staat is steeds de vijand van de arbeiders)
Maar denken dat het kapitalisme democratischer kan worden gemaakt, menselijker, groener, dankzij de interventie van de staat is een illusie. De kapitalistische sociale relaties zijn van nature onmenselijk. Zij zijn onafscheidelijk verbonden met de drift om winst te accumuleren en dan "komen de mensen nooit eerst". Dit is de duidelijkste les van de huidige crisis: 40 jaar van staatsinterventie is er niet in geslaagd om de problemen op te lossen inherent aan dit systeem. De oorlog, de massale werkloosheid, de armoede en de vernietiging van het milieu zijn niet het resultaat van "slechte regeringen". Zij zijn een rechtstreeks product van een seniel systeem, een sociale orde die zijn nut voor de mensheid al lang heeft overleefd.
Er is een echt alternatief : de klassenstrijd
"Harder en langer werken voor minder. Hoe sneller we dat accepteren, hoe beter" (De Standaard 15/3). Dat is de boodschap die in alle media wordt verkondigd voor de arbeidersklasse in België.
Neen! Weerstand is niet vergeefs! Weerstaan aan de economische aanvallen en de politieke repressie van het kapitalisme, weerstaan aan zijn vergiftigde ideologische campagnes, is het enige startpunt voor een beweging om de wereld echt te veranderen.
En deze weerstand is mogelijk: - De recente golf van opstanden door studenten, leerkrachten, werklozen en andere delen van de arbeidersklasse die de laatste maanden Europa overspoelden, en die culmineerde in de Griekse december; - De wilde stakingen in de olieraffinaderijen in Groot-Brittannië die het nationalisme aan de kaak stellen (zie verder in dit blad); - De fabrieksbezettingen tegen afslankingen in Frankrijk, Groot-Brittannië en Ierland; - De massastakingen in Egypte, Bangladesh, of de Antillen; - De hongerrellen in tal van landen. Allemaal tekens van echte en massale sociale onrust op een steeds ruimere internationale schaal. Dezelfde tekens zijn te herkennen in het groeiend aantal jongeren die revolutionaire ideeën via internet bespreken, discussiekringen vormen, de valse oplossingen in vraag stellen die door de heersende media en de gauchisten worden aangeboden.
Voor revolutionairen is er slechts één oplossing voor de crisis en dat is voor eens en voor altijd het kapitalisme naar de vuilnisbak van de geschiedenis verbannen. Maar dit zal niet automatisch gebeuren. Een sociale revolutie die de uitbuiting van de mens door de mens, de verdeling van de maatschappij in klassen, het bestaan van naties wil overwinnen ... kan slechts het product van een bewuste en collectief georganiseerde inspanning van het wereldproletariaat zijn. Geconfronteerd met meedogenloze aanvallen moeten de arbeiders consequent en keer op keer antwoorden door de logica van het kapitalisme te weigeren en de klassenstrijd tot zijn uiterste grenzen te ontwikkelen. Ze moeten een krachtsverhouding opbouwen gebaseerd op echte klassensolidariteit en eenheid, onder eigen controle.
Lac / 13.04.2009
De jongste weken hebben allerlei berichten omtrent gouden parachutes, stock-options, premies, bonussen of salarissen die aan grote bazen werden uitgekeerd ophef gemaakt. Er is echter niets nieuws onder de zon. Het kapitalisme is een systeem waar een minderheid de meerderheid uitbuit.
In deze tijden van crisis, is het zeker nog meer aanstotelijk dan gewoonlijk om te zien hoe aan de ene kant, de arbeiders de broeksriem moeten aantrekken, ontslagen worden en als een papieren zakdoek worden weggegooid en aan de andere kant, hoe grote bazen hun zakken vullen. De berichten dat miljoenen euros aan CEO's worden toegekend hebben, met recht, een diep gevoel van afkeer veroorzaakt.
Zo'n schandelijke en provocerende situatie zou de arbeiders wel eens tot strijd kunnen aanzetten. De bourgeoisie moest dan ook wel iets doen. Zij heeft zich getooid met haar meest hypocriete masker om op tafel te slaan, om deze «schofterige bazen » te hekelen. Met de code-Lippens wil ze de gouden parachutes inperken en de opzegvergoedingen van de topmanagers aan banden leggen. "Verontwaardiging over bonussen is geen populisme maar een beetje elementair maatschappelijk fatsoen en moreel normbesef." heet het dan.
Kortom de staat snelt de arbeiders ter hulp!
De staat is de ergste baas
"Verscheidene landen hebben al maatregelen genomen om paal en perk te stellen aan de premies en hoge bonussen die toplui van noodlijdende financiële instellingen zichzelf nog steeds toe-eigenen" (edito in De Standaard, 31/3/09). Dit refrein wordt inderdaad in koor overgenomen door alle wereldleiders. Van Obama tot Merkel, van Zapatero tot Brown, allen beloven ze dat de staten zullen ingrijpen om de economie te 'moraliseren'. Het werd zelfs voorgesteld als één van de hoofddoelen van de G20.
Het is dus noodzakelijk een heel eenvoudige waarheid in herinnering te brengen: voor de proletariërs is de staat altijd de ergste baas geweest ! Wie voert er voortdurend algemene aanvallen uit op de levensvoorwaarden van de arbeidersklasse ? Wie heeft de toegang tot de zorgverstrekking bemoeilijkt, de pensioenleeftijd opgetrokken en de uitkeringen verminderd ? Wie heeft de werklozen het leven zuur gemaakt door ze een schuldgevoel aan te wrijven, door ze massaal uit de officiële statistieken te schrappen en hun rechten in te perken ? Wie heeft er steeds meer precaire nepcontracten ingevoerd? De staat, nog eens de staat, altijd de staat!
Nochtans, bestaan er vandaag in de arbeidersrangen nog vele illusies over de aard van dit burgerlijk orgaan. Dit is te verklaren door het geloof dat werd bijgebracht en onderhouden door links, de vakbonden en alle gauchisten. En de plotse belangstelling van de bourgeoisie voor Marx dient alleen om deze illusie in stand te houden: "Karl Marx zei het al : De staat is helemaal terug. Zelfs geharde neoliberalen pleiten nu voor nationalisering." (De Standaard 1/3/09). Zo zou de staat na Wereldoorlog II, allerlei maatregelen hebben genomen ter verbetering van het algemeen welzijn van de arbeidersklasse (zoals bv. de oprichting van de Sociale Zekerheid). Zo wordt de illusie in stand gehouden dat massale nationaliseringen de arbeidersvoorwaarden zouden kunnen verbeteren. Deze eis staat trouwens voorop in het huidige programma van geheel uiterst-links. Ziehier een aantal voorbeelden: "Een staatsbank is een eerste haalbare zet om de crisis op korte termijn te counteren. Je kunt niet meteen de hele financiële sector nationaliseren -hoewel dat op termijn zeker een optie is." (De Standaard, 1/3/09, E. DeBruyn, voorzitter Sp.a Rood); "Daarom zeggen wij dat er een volledige nationalisering moet komen van de financiële sector." (Alternative Socialiste, april 09 PSL); "de PvdA wil een openbare bank" (Solidair, 26 maart 09 PvdA). In tegenstelling tot die traditionele leugens van links en uiterst-links, zijn nationaliseringen nooit een goede economische maatregel geweest voor het proletariaat. Na Wereldoorlog II stelde de omvangrijke golf van nationaliseringen zich tot doel het vernietigde productieapparaat opnieuw op te bouwen door het arbeidsritme te verhogen. Laten we de woorden van Thorez, secretaris-generaal van de Franse 'communistische' partij en toenmalig vice-president van de door De Gaulle geleidde regering niet vergeten, woorden die hij in het gezicht slingerde van de arbeidersklasse en in het bijzonder van de arbeiders in de openbare diensten: « Indien er mijnwerkers zich dood werken, dan zullen hun vrouwen hen vervangen», of «Stroop uw mouwen op voor de nationale heropbouw! » of nog « Staking is een wapen van de trusts » Welkom in de wondere wereld van de genationaliseerde ondernemingen!
Revolutionaire communisten hebben, sedert de ervaring van de Commune van Parijs in 1871, steeds de wezenlijk anti-proletarische rol van de staat onderstreept: « De moderne staat, onder welke vorm ook, is een in wezen kapitalistisch werktuig, de staat van de kapitalisten , de ideale universele kapitalist. Hoe meer productiekrachten hij als eigendom overneemt, des te meer wordt hij werkelijk universeel kapitalist, des te meer staatsburgers buit hij uit. De arbeiders blijven loonarbeiders, proletariërs. De kapitaalverhouding wordt niet opgeheven , zij wordt veleer op de spits gedreven » (F. Engels in 1878) (1).
De staat kan de kapitalistische economie niet redden
De nieuwe golf van nationaliseringen die effectief is begonnen in de bank- en automobielsector in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië zal niets goeds met zich meebrengen voor de arbeidersklasse. Hij zal de bourgeoisie ook niet toelaten om aan te knopen met een echte duurzame groei. Wel integendeel! Deze nationaliseringen kondigen toekomstige, nog zwaardere economische wervelwinden aan.
Inderdaad, in 1929 zijn de banken die failliet gingen de dieperik ingegaan met de spaargelden van een groot deel van de Amerikaanse bevolking, waardoor miljoenen arbeiders in de ellende terechtkwamen. Sedertdien, om een gelijkaardige ineenstorting te vermijden, werd het banksysteem in twee delen opgesplitst. Enerzijds, de zakenbanken die de ondernemingen financieren en die werken aan allerlei financiële operaties en anderzijds de spaarbanken die geld ontvangen van spaarders en die dit geld gebruiken voor relatief veilige beleggingen. Vandaag bestaan de Amerikaanse zakenbanken echter niet meer als gevolg van de golf van faillissementen in 2008. Het Amerikaans financieel systeem heeft zich heringericht zoals het vóór 24 oktober 1924 bestond ! Bij de volgende windstoot lopen alle, dankzij een gedeeltelijke of volledige nationalisering, 'overlevende' banken, op hun beurt het risico te verdwijnen maar dan wel met de karige spaarcenten en de lonen van de arbeidersgezinnen. Indien de bourgeoisie vandaag nationaliseert is het niet om een of ander nieuw relanceplan in te voeren maar om een onmiddellijke insolvabiliteit te vermijden van financiële of industriële mastodonten. Het ergste moet vermeden worden, de meubelen moeten worden gered (2).
Al is het dan niet met zijn relanceplannen, kan de staat toch niet DE redder zijn door miljarden dollars in de economie te pompen om deze opnieuw op te starten? Wel,nee! Deze hoop steunt op het idee dat een staat niet failliet kan gaan, dat het eindeloos geld uit zijn zakken kan halen (of beter dat het onbeperkt geld kan drukken). Ben Bernanke, de huidige voorzitter van de Fed (de Amerikaanse centrale bank) heeft ooit op 21 november 2002 een toespraak gehouden die beroemd is gebleven : hij beweerde dat in geval van crisis in de Verenigde Staten het zou volstaan om «eindeloos geld te drukken en het met helikopters rond te strooien».
Wanneer een particulier failliet gaat, verliest hij alles en komt hij op straat te staan. Een onderneming sluit haar deuren. Maar een staat ? Kan een staat failliet gaan ? Al bij al heeft men nog nooit een staat 'de zaak zien sluiten'. Niet echt, inderdaad. Maar een staking van betalingen, dat hebben we wel meegemaakt ! In 1982 zagen veertien met schulden overladen Afrikaanse landen zich genoodzaakt een staking van betalingen aan te kondigen. In de jaren 1990 zijn ook een aantal Zuid-Amerikaanse landen en Rusland in gebreke gebleven. Onlangs nog, in 2001, stortte Argentinië op zijn beurt in. Concreet gezien hielden die landen niet op te bestaan, de nationale economie is ook niet stil gevallen. Er was daarentegen wel telkens een soort economische aardbeving : de waarde van de nationale munt viel sterk terug, de geldschieters (meestal andere staten) verloren alles of een deel van hun investering en vooral, de staat verminderde zijn uitgaven drastisch door een groot aantal ambtenaren te ontslaan en diegenen die nog aan het werk bleven voor een tijdje niet uit te betalen.
Vandaag staan vele landen op de rand van deze afgrond: Ecuador, IJsland, Oekraïne, Serbië, Estland, enz... Dichterbij bij huis, heeft de Europese Gemeenschap onlangs een hulpplan ontwikkeld voor de zware financiële crisis die vier van zijn lidstaten teistert : Ierland, Griekenland, Oostenrijk en... België. J.L. Dehaene bevestigd dat "Indien wij het (de Europese munteenheid) niet zouden hebben, wij vandaag, net als IJsland, een failliet land zouden zijn." (Le Vif/l'Express 27/3/09). Maar hoe staat het met de grote mogendheden? A. Schwartzenegger, gouverneur van Californië, verklaarde eind december dat zijn staat zich in een «fiscale noodtoestand » bevond. De rijkste Amerikaanse staat, de « Golden State », staat op het punt om een omvangrijk deel van zijn 235 000 ambtenaren te ontslaan! Bij de voorstelling van het nieuwe budget, waarschuwde de ex-Hollywoodster dat « iedereen offers zal moeten brengen ». Dit is een duidelijk symbool van de zware economische moeilijkheden waarmee de eerste wereldmacht kampt. Het betreft hier natuurlijk geen staking van betalingen vanwege de Amerikaanse staat maar dit voorbeeld geeft duidelijk aan dat de financiële maneuvreerruimte vandaag heel beperkt is. De schuldenlast op wereldvlak lijkt het niveau van verzadiging te hebben bereikt (60 000 miljard dollars in 2007 en hij is sedertdien met nog meerdere duizenden miljarden dollars toegenomen). Aangezien de bourgeoisie gedwongen wordt om in dezelfde richting door te gaan zal dit vernietigende economische schokken veroorzaken. Alle economen op deze planeet vragen om een nieuwe New Deal en dromen dat Obama zich ontpopt tot een nieuwe Roosevelt, die de economie kan aanzwengelen, zoals in 1933, door middel van een grootschalig plan dat grote openbare werken financiert... op krediet. Maar het plan Obama, dat begin 2009 wereldkundig werd gemaakt, zou volgens de economisten zelf « ontgoochelend zijn »: 775 miljard dollars zullen worden vrijgemaakt om enerzijds een « fiscaal cadeau » van 1000 dollars per Amerikaans gezin (95% van de gezinnen zijn erbij betrokken) mogelijk te maken, dit om ze aan te sporen « opnieuw geld uit te geven ». Anderzijds wordt er een programma opgestart van grote openbare werken mbt energie, infrastructuur en onderwijs. Dit plan, belooft Obama, zou « in de komende jaren » drie miljoen jobs voortbrengen. De Amerikaanse economie vernietigt op dit ogenblik meer dan 500 000 jobs per maand. Deze nieuwe New Deal (ook al overtreft hij de beste verwachtingen, wat weinig waarschijnlijk is) heeft dus nog heel wat weg af te leggen.
Plannen om de schuldenlast van de staat, zoals bij de New Deal, doen toenemen heeft de bourgeoisie sedert 1967 al regelmatig uitgevoerd zonder werkelijk succes. De verschulding van de gezinnen, de ondernemingen of de staten is een lapmiddel, het geneest het kapitalisme niet van de overproductieziekte (3); het laat hoogstens toe de economie tijdelijk uit het moeras te halen maar enkel door nog zwaardere crisissen in de toekomst voor te bereiden. En toch zal de bourgeoisie deze wanhoopspolitiek verder zetten omdat zij geen andere keus heeft, zoals de verklaring van Angela Merkel van 8 november 2008 op de Internationale Conferentie in Parijs, voor de zoveelste keer aantoont: "Er bestaat geen andere mogelijkheid om de crisis te bestrijden dan bergen schulden op te stapelen »; de laatste tussenkomst van de hoofdeconomist van het IMF, Olivier Blanchard stelt hetzelfde : « wij staan voor een crisis van buitengewone omvang, waarvan het belangrijkste onderdeel een ineenstorting van de vraag is [...] Het is absoluut noodzakelijk om [...] de privé-vraag opnieuw aan te zwengelen, wil men voorkomen dat de recessie zich omvormt tot een Grote Depressie » Hoe? « door de openbare uitgaven te verhogen".
De schuldenberg die vier decennia lang werd geaccumuleerd heeft zich omgevormd tot een ware Everest, en vandaag kan niets nog voorkomen dat het kapitaal van deze helling aftuimelt. De toestand van de economie is werkelijk rampzalig. Maar dit betekent niet dat het kapitalisme in één klap vanzelf zal ineenstorten. De bourgeoisie zal HAAR systeem niet laten verdwijnen, zij zal hardnekkig, en met alle middelen, proberen de doodstrijd van haar systeem te rekken, zonder zich zorgen te maken om de schade die het de mensheid toebrengt. Wat echter wel vaststaat is dat de historische crisis van het kapitalisme van ritme is veranderd. Na veertig jaren van trage afdaling in de hel, staat we voor een toekomst van hevige schokken, van opeenvolgende economische stuiptrekkingen die niet alleen Derdewereldlanden of ex-Oostbloklanden zullen treffen maar ook de Verenigde Staten, Europa en de opkomende economieën in Azië...
De bourgeoisie kan dan wel proberen ons met zoete illusies in slaap te wiegen door ons te doen geloven dat de staten de economie onder controle hebben en dat zij vanaf nu het kapitalisme zullen 'moraliseren'. De werkelijkheid is dat in alle landen, de staten, zowel van links als van rechts, het speerpunt zullen zijn van de toekomstige aanvallen tegen de arbeidersklasse! n
Jennifer&Lac /13.04
1) In l'Anti-Duhring, Uitg. Progres 1978, p.329
2) Op die manier schept zij een terrein dat gunstiger is voor de ontwikkeling van de klassenstrijd. Door hun officiële baas te worden, zullen alle arbeiders nu rechtstreeks de staat tegenover hen vinden in hun strijd. In de jaren 1980 en 1990 vormde de omvangrijke golf van privatiseringen van grote bedrijven een extra moeilijkheid, die de klassenstrijd afleidde naar een dood spoor. De arbeiders werden niet allen door de vakbonden opgeroepen om de openbare bedrijven te redden, of m.a.w. om eerder door die ene baas te worden uitgebuit (de staat) dan door die andere (privé). Maar ook bevochten ze niet meer dezelfde baas (de staat) maar een reeks verschillende private patroons. Hun strijd was dikwijls versnipperd en dus zwak. In de toekomst daarentegen zal er meer vruchtbare bodem bestaan voor eensgezinde arbeidersstrijd tegen de staat.
3) Om diepgaander de economische crisis te begrijpen, lees ons artikel "La plus grave crise économique de l'histoire du capitalisme".
De wilde stakingsgolf die op gang gebracht werd door de bouwvakkers en de onderhoudsarbeiders op de raffinaderij van de groep Total van Lindsey is mee van de belangrijkste strijd geweest van de laatste twintig jaar.
Duizenden bouwvakarbeiders van andere raffinaderijen en elektrische centrales stopten het werk uit solidariteit. Massameetings werden georganiseerd en regelmatig gehouden. Andere arbeiders uit de bouw, het staal, de dokken of werklozen, hebben zich aangesloten bij de stakingspiketten en betogingen die plaatsvonden voor verschillende werven. De arbeiders trokken zich geen barst aan van het feit dat de acties onwettelijk waren omdat zij hun solidariteit uitdrukten tegenover hun kameraden die in strijd waren, hun woede tot uiting brachten over de aangroeiende golf van ontslagen en de onmacht van de regering om daaraan te verhelpen. Toen een 200tal Poolse bouwvakarbeiders de strijd vervoegden, bereikte deze zijn hoogtepunt doordat hiermee het nationalisme in vraag werd gesteld, dat de strijd had gekenmerkt van bij het begin.
Het ontslag van 300 arbeiders in onderaanneming bij de raffinaderij in Lindsey, het voorstel om een andere onderaannemer aan te werven die 300 Italiaanse en Portugese arbeiders zou tewerk stellen (wier loon lager is omdat het geïndexeerd is naar het loon van hun land van oorsprong), en de aankondiging dat er geen enkele Britse arbeider zou aangenomen worden bij dit nieuwe contract heeft de woede als een lopend vuurtje doen verspreiden bij de bouwvakkers. Al jarenlang neemt men steeds meer zijn toevlucht tot de uitbuiting van buitenlandse arbeiders onder contract, en over het algemeen met lonen die veel lager zijn en werkomstandigheden die veel slechter zijn, met als onmiddellijk resultaat een verscherping van de concurrentie onder de arbeiders om aan werk te geraken, en een druk die uitgeoefend wordt op alle arbeiders met loonsverlagingen en een sterkere verslechtering van de arbeidsomstandigheden. Dat alles gaat gepaard met een golf van ontslagen in de bouwindustrie en elders als gevolg van de recessie en heeft een diepgaande strijdbaarheid veroorzaakt die tot uitdrukking kwam in de recente strijd.
Van bij het begin werd de beweging geconfronteerd met een fundamenteel vraagstuk, niet alleen voor de stakers die er vandaag bij betrokken waren maar voor heel de arbeidersklasse vandaag en morgen: is het mogelijk om te vechten tegen de werkloosheid en alle andere aanvallen door zichzelf te beschouwen als ‘Britse arbeiders' en door in conflict te gaan met ‘buitenlandse arbeiders', of moeten wij onszelf beschouwen als arbeiders, met gemeenschappelijke belangen met alle andere arbeiders, waar ze ook vandaan komen? Het was een diepgaand politiek vraagstuk, dat deze beweging grondig moest aanpakken.
De leugens van de media
Van bij de start leek de strijd beheerst te worden door het nationalisme. Op de nieuwsberichten kon men beelden zien van arbeiders met eigengemaakte slogans waarop de eis stond ‘Britse jobs voor Britse arbeiders' en de spandoeken van de vakbonden van elke industrietak hadden dezelfde slogan. De officiële vakbonden verdedigden dezelfde ordewoorden en namen ze over ; de media spraken van een strijd tegen de buitenlandse arbeiders en hebben de arbeiders opgespoord die deze mening deelden. Deze wilde stakingsbeweging had kunnen uitmonden in de gifpoel van nationalisme en kunnen afstevenen op een smadelijke nederlaag voor de arbeidersklasse, waarbij arbeiders tegen elkaar op kwamen, met arbeiders die massaal achter de nationalistische kreten stonden en opriepen tot een tewerkstelling enkel voor de ‘Britse' arbeiders terwijl de Italiaanse en Portugese arbeiders hun werk zouden verliezen. Daardoor zou de capaciteit van heel de arbeidersklasse verzwakt zijn om te strijden en zou de heersende klasse beter in staat zijn geweest om de arbeiders aan te vallen en te verdelen.
De mediaheisa (en wat bepaalde arbeiders ook mogen gezegd hebben) heeft het mogelijk gemaakt om te laten geloven dat de eisen van de arbeiders van Lindsey ‘Britse jobs voor Britse arbeiders' waren. Maar dat was niet het geval. Zo heeft de BBC bijvoorbeeld schaamteloos het interview met een staker verknipt en vervalst, en het vervolgens ruim verspreid, verbonden aan de steun van de stelling van de ‘vreemdelingenhaat van de beweging', door hem in de mond te leggen: "Men kan niet werken met de Portugezen en de Italianen", terwijl op een andere zender met minder publiek, het werkelijke interview een heel andere betekenis kreeg: "Men kan niet werken met de Portugezen en Italianen; wij worden compleet van hen gescheiden, zij komen met hun eigen bedrijf", wat er op neerkomt dat het onmogelijk was om met hen contact te hebben aangezien zij bewust afgeschermd worden van de lokale arbeidskrachten. Bij deze gelegenheid heeft de BBC gediend als trouwe woordvoerder van een regering en een bourgeoisie die beducht zijn voor een heropleving van de strijdbaarheid en de solidariteit van de arbeiders en voor het gevaar van de uitbreiding van de strijd. De eisen die bediscussieerd en gestemd werden op de massale meetings hebben geen ordewoorden noch enige vijandigheid getoond tegenover de buitenlandse arbeiders, in tegenstelling tot de propagandabeelden die ruim werden verspreid en overgebracht in de media op internationaal vlak...! Deze eisen drukten vooral de illusies uit omtrent de bekwaamheid van de vakbonden om de patroons te beletten de arbeiders tegen elkaar op te zetten, maar zonder een openlijk nationalisme.
De arbeiders reageren tegen het gif van het nationalisme
Het nationalisme maakt volkomen deel uit van de kapitalistische ideologie. Elke nationale bourgeoisie kan slechts overleven door economisch en militair te wedijveren met haar rivalen. De cultuur, de media, het onderwijs, de sportindustrie, al deze burgerlijke ideologieën verspreiden onophoudelijk hun gif om de arbeidersklasse te lijmen aan de natie. De arbeiders kunnen niet ontsnappen aan de besmetting van deze ideologie. Maar wat van cruciaal belang is in deze beweging is dat het gewicht van het nationalisme in vraag gesteld werd toen de arbeiders het vraagstuk aanpakten van de elementaire verdediging van hun levens- en werkomstandigheden, van de materiële klassebelangen.
Het nationalistische ordewoord ‘Britse jobs voor Britse arbeiders', gestolen van de British National Party [equivalent van het Vlaams Belang en de partij van Wilders] door sociaal-democraat Gordon Brown, heeft in tegendeel veel ongenoegen en nadenken teweeggebracht bij de arbeiders en in de arbeidersklasse. Talrijke stakers hebben verklaard niet racistisch te zijn, dat hun strijd niets van doen had met het vraagstuk van de immigratie, of dat zij niet achter de BNP stonden, die zelfs door de arbeiders werd weggejaagd, toen ze probeerde zich in hun staking te infiltreren.
Terwijl zij de BNP verworpen, probeerden vele geïnterviewde arbeiders duidelijk na te denken over de betekenis van hun strijd. Zij waren niet tegen de buitenlandse arbeiders, zij moesten ook in het buitenland werken, maar ze waren werkloos of wilden dat hun kinderen ook aan de slag zouden kunnen en zij voelden het dus als een noodzaak aan dat het werk eerst zou gaan naar ‘Britse' arbeiders. Deze giftige woorden werden Gordon Brown in het gezicht geslingerd met de bedoeling om ironisch te onderstrepen hoe zijn beloften zuiver demagogisch en leugenachtig van aard waren. Maar dergelijke visies lopen er altijd op uit dat zij zich tegen de arbeiders zelf keren en dat ze hen opsluiten in een visie als ‘Britten' of als ‘buitenlanders', waarbij hun gemeenschappelijk klassebelang ontkend wordt, en ze gekneveld worden in de valstrik van het nationalisme.
Desalniettemin hebben de arbeiders bij deze gelegenheid de gemeenschappelijke belangen onderstreept van alle arbeiders, een teken dat er een proces van nadenken het licht begint te zien en ze hebben gezegd dat alle arbeiders, van welke afkomst ook, een job zouden moeten hebben. "Ik ben twee weken geleden ontslagen van mijn werk als dokwerker. Ik heb gedurende 11 jaar in Cardiff aan de Barry Dokken gewerkt en ik ben vandaag hierheen gekomen in de hoop de regering wakker te schudden. Ik denk dat het hele land in staking zou moeten gaan want heel de Britse industrie gaat naar de haaien. Ik heb niets tegen de vreemde arbeiders. Ik wil hen niet blameren omdat ze hier naar werk komen zoeken". (Guardian - Online, 20 januari 2009). Er zijn ook arbeiders geweest die verdedigden dat het nationalisme een werkelijk gevaar is. Een arbeider die in het buitenland werkt is tussengekomen op het Internetforum van de bouw over de nationale verdelingen die door de patroons worden uitgespeeld: "De media hebben de nationalistische elementen aangewakkerd en keren ze nu tegen jullie, door de betogers op de slechtst mogelijk manier te belichten. Het spel is uit. Het laatste wat de patroons en de regering willen is dat de Britse arbeiders zich zouden verenigen met de arbeiders van overzee. Ze denken dat ze idioten van ons kunnen maken en ons kunnen tegen elkaar opzetten. Zij krijgen er koude rillingen van als wij dat niet doen". In een andere e-mail verbond hij de strijd aan die van Frankrijk en Griekenland en aan de noodzaak tot internationale banden: "De massale betogingen in Frankrijk en Griekenland zijn slechts voorafspiegelingen van wat er op komst is. Heeft men er ooit aan gedacht om deze arbeiders te contacteren en banden te smeden en in Europa een brede protestbeweging op gang te brengen tegen het feit dat de arbeiders bij de neus genomen worden ? Dat klinkt als een betere optie dan het zoeken naar de partijen die werkelijk schuldig zijn, die kliek van patroons, verkochte vakbondsleiders en New Labour, die profiteren van de arbeidersklasse". (Thebearfacts.org) Andere arbeiders van andere sectoren zijn ook tussengekomen op dit forum in verzet tegen de nationalistische ordewoorden.
De discussie onder de stakende arbeiders, en in de arbeidersklasse in het algemeen, over het vraagstuk van de nationalistische ordewoorden bereikte een nieuwe fase op 3 februari toen 200 Poolse arbeiders zich bij de 400 andere voegden in een wilde staking ter ondersteuning van die van Lindsey, bij de centrale die in opbouw is in Langage, in Plymouth. De media deden al het mogelijke om deze daad van internationale solidariteit weg te moffelen: het lokale tv-station van de BBC maakte er geen enkele melding van en op nationaal vlak was het nog minder. De black-out was totaal.
De solidariteit van de Poolse arbeiders was bijzonder belangrijk want zij waren vorig jaar bij een gelijkaardige staking betrokken geweest. 18 arbeiders werden toen ontslagen en andere arbeiders hadden het werk neergelegd uit solidariteit, de Poolse arbeiders inbegrepen. De vakbond had geprobeerd om er een staking van te maken tegen de gastarbeiders, maar de vastberadenheid van de Poolse arbeiders boorde deze poging volkomen de grond in. De arbeiders van Langage hebben deze nieuwe strijd gestart toen ze ervan verwittigd werden hoe de vakbonden zich van het nationalisme bediend hadden om de arbeidersklasse te verdelen. De dag nadat zij in staking waren gegaan dook er een spandoek op bij de massameeting in Lindsey met de woorden: "Elektrische Centrale van Langage - de Poolse arbeiders hebben zich bij de staking aangesloten: Solidariteit". Dit betekende dat enkele Poolse arbeiders de reis van 7 uur moesten gemaakt hebben om daar te kunnen zijn, of dat er ten minste een arbeider van Lindsey was die hun actie in de verf wilde zetten.
Tegelijkertijd zag men een spandoek aan het piket van Lindsey met een oproep aan de Italiaanse arbeiders om de stakingsbeweging te vervoegen - hij was geschreven in het Engels en in het Italiaans - en wij weten ook dat sommige arbeiders bordjes droegen waarop stond: "Arbeiders aller landen, verenigt U!". (The Guardian, 5 februari 2009). Kortom wij hebben een begin kunnen merken van een bewuste inspanning van bepaalde arbeiders om, in tegenspraak tot de nationalistische, racistische en xenofobe reacties die hen aangewreven werden, een werkelijk arbeidersinternationalisme te ontwikkelen en naar voren te brengen, een stap die alleen maar kan leiden tot nog meer nadenken en discussie binnen de arbeidersklasse.
Dit alles heeft het noodzaak opgeworpen om de strijd op een ander niveau te brengen, dat rechtstreeks moest indruisen tegen de campagne om hem af te schilderen als een nationalistische reactie. Het voorbeeld van de Poolse arbeiders heeft een perspectief gegeven aan duizenden andere gastarbeiders om de strijd te versterken op de grootste bouwwerven van Groot-Brittannië, zoals die ten oosten van Londen voor de Olympische Spelen. Er bestond ook het gevaar dat de media de internationalistische slogans niet langer konden wegmoffelen. Dat zou de nationalistische dam doorbroken hebben die de bourgeoisie zo ijverig had opgeworpen tegen de stakende arbeiders en de rest van de klasse. Het is niet verwonderlijk dat de strijd zo vlug beklonken werd. Op 24 uur tijd kwamen vakbonden, patroons en regering tot een akkoord terwijl zij voordien hadden aangekondigd dat het conflict nog dagen kon aanslepen, ja zelfs weken. En zij hebben niet alleen met de aanwerving van 102 ‘Britse arbeiders' ingestemd maar ook hun voorafgaande beslissing ingetrokken van het wegsturen van de Portugese en Italiaanse arbeiders naar hun land van oorsprong. Zoals een staker het berichtte: "Waarom zouden wij nu al moeten strijden om werk te hebben?".
Op een week tijd hebben wij de belangrijkste wilde stakingen sinds tientallen jaren gezien, arbeiders die massale meetings hielden en zonder aarzelen overgingen tot onwettelijke solidariteitsacties. Een strijd die had kunnen uitmonden in het nationalisme, is begonnen met het in vraag stellen van dit gif. Dat wil niet zeggen dat het gevaar geweken is: het is een voortdurend gevaar, maar deze beweging heeft aan de toekomstige strijd de mogelijkheid verschaft om belangrijke lessen te trekken. Het feit van spandoeken te zien met "Arbeiders aller landen, Verenigt U!" voor een zogenaamd nationalistische stakerspost kan de heersende klasse alleen maar verontrusten omtrent wat haar te wachten staat in de toekomst.
Phil / 7.2.2009
Tijdens het laatste IKS-Congres stipten wij een internationale trend aan van opkomst van nieuwe groepen en individuen die evolueerden naar de standpunten van de Kommunistische Linkerzijde, en wij haalden vooral het belang aan van dit proces en de verantwoordelijkheid die het legde op de schouders van onze organisatie:
"De werkzaamheden van het 16e Internationaal Congres [had als] belangrijkste taak (...) het onderzoeken van de heropleving van de klassenstrijd en de verantwoordelijkheden die deze oplegde aan onze organisatie, in het bijzonder nu wij geconfronteerd worden met de ontwikkeling van een nieuwe generatie van elementen die op zoek zijn naar een revolutionair politiek perspectief".(1)
"Het is de verantwoordelijkheid van revolutionaire organisaties, en van de IKS in het bijzonder, om een actieve rol te spelen in het denkproces dat reeds aan de gang is in de klasse, niet alleen door op actieve wijze tussen te komen in de strijd, wanneer die zich begint te ontwikkelen, maar ook door het stimuleren van groepen en elementen die proberen de strijd te vervoegen".(2)
"Het Congres (...) maakte een zeer positieve balans op van onze politiek naar de groepen en elementen die streven naar de verdediging van de standpunten van de Kommunistische Linkerzijde (...). Het meest positieve aspect van deze politiek is ongetwijfeld dat wij in staat waren om banden met andere groepen aan te gaan en te verstevigen, gebaseerd op revolutionaire standpunten, zoals wordt geïllustreerd door de deelname van deze groepen aan ons Congres".(3)
Het was dus op ons laatste internationaal congres dat wij voor het eerst in een kwart eeuw, afvaardigingen mochten verwelkomen van verschillende groepen die uitgingen van duidelijke internationalistische klassestandpunten (OPOP uit Brazilië, de SPA uit Korea, de EKS uit Turkije en de groep Internasyonalismo uit de Filippijnen (4), alhoewel deze laatste niet in staat was om deel te nemen). Contacten en discussies werden sedertdien verder gezet met andere groepen en elementen uit andere delen van de wereld, voornamelijk in Latijns Amerika waar wij Publieke Bijeenkomsten hebben kunnen houden in Peru, Ecuador en in de Dominicaanse Republiek [Santo Domingo] (5). De discussies met de kameraden van de EKS en Internasyonalismo heeft voor hen geleid tot hun kandidatuur van toetreding tot de IKS, aangezien zij in groeiende mate akkoord gingen met onze standpunten. Een tijdlang hebben deze discussies plaatsgevonden in het kader van een integratieproces wiens algemene lijnen uitgetekend zijn in de tekst die op onze website gepubliceerd is: ‘Hoe aansluiten bij de IKS?'(6).
Tijdens deze periode hebben de kameraden dus diepgaande discussies gevoerd over ons Platform en ons op de hoogte gehouden van de verslagen van hun discussies. Verschillende afvaardigingen van de IKS hebben hen ter plaatse bezocht om met hen te discussiëren en konden zichzelf overtuigen van hun diepgaande kommunistische betrokkenheid en van de helderheid van hun overeenstemming met onze internationalistische beginselen. Als besluit van deze discussies heeft de jongste voltallige sessie van het centraal orgaan van de IKS beslist om beide groepen te integreren als nieuwe secties van onze organisatie.
De meeste van de IKS-secties zijn gebaseerd in Europa (7) of in Amerika (8), en totnogtoe was de enige sectie buiten deze twee continenten, de sectie in India. De integratie van deze twee nieuwe secties in onze organisatie verbreedt dus aanzienlijk de geografische uitbreiding van de IKS.
De Filippijnen zijn een uitgestrekt land in een regio van de wereld die recentelijk een snelle industriële groei heeft gekend, met als resultaat een toename in het aantal arbeiders - om niet te spreken van de diaspora van 8 miljoen Filippijnse gastarbeiders over de hele wereld. In de recente jaren heeft deze aangroei veel illusies in het leven geroepen over een ‘tweede wind' voor het kapitaal; vandaag daarentegen is het duidelijk dat de ‘opkomende' landen geen kans meer hebben om te ontsnappen aan de vernietiging van de om zich heen grijpende crisis in de ‘oude' kapitalistische landen. De kapitalistische tegenstrijdigheden zullen dus in de komende periode hard aangescherpt worden in de gehele regio, en dit zal onvermijdelijk sociale bewegingen uitlokken, die niet zullen beperkt blijven tot hongerrellen, zoals wij hebben meegemaakt in de lente van 2007, maar die de strijd van arbeidersklasse zal bevatten.
De vorming van een sectie in Turkije versterkt de aanwezigheid van de IKS op het Aziatisch continent, meer speciaal in een regio die behoort tot één van de brandhaarden van de imperialistische spanningen van vandaag: het Midden-Oosten. Inderdaad de kameraden van de EKS kwamen vorig jaar al tussen met een pamflet om de militaire manoeuvres van de Turkse bourgeoisie aan te klagen in het noorden van Irak (zie hiervoor ‘EKS - pamflet: ‘Tegen de jongste ‘Operatie' van het Turkse leger' op onze website https://www.internationalism.org [40]).
De IKS is er meer dan eens van beschuldigd een ‘Euro-centristische' visie te hebben omtrent de ontwikkeling van de arbeidersstrijd en het revolutionaire perspectief, omdat het de nadruk legt op de beslissende rol van het proletariaat uit de landen van West-Europa: "Pas als de strijd van het proletariaat het economische en politieke hart van het kapitaal raakt: is het niet langer mogelijk een economisch veiligheidscordon te leggen omdat de rijkste economie· daardoor getroffen zouden worden; zal het leggen van een politiek veiligheidscordon geen effect meer hebben omdat het meest ontwikkelde proletariaat tegenover de machtigste bourgeoisie staat; pas dan zal deze strijd het sein geven voor de revolutionaire wereldbrand (·)
Alleen door het hart en het hoofd te raken zal het proletariaat in staat zijn het kapitalistische monster te verslaan.
Al eeuwenlang heeft de geschiedenis het hart en het hoofd van de kapitalistische wereld in West-Europa geplaatst. De wereldrevolutie zal haar eerste stappen zetten waar ook het kapitaal haar eerste stappen zette. Hier zijn de voorwaarden van de revolutie, zoals hiervoor opgesomd, in hun hoogste vorm aanwezig (...)
Alleen in West-Europa, waar het proletariaat de langste strijdervaring heeft, waar het al tientallen jaren geconfronteerd wordt met het meest geraffineerde ‘arbeiders'-bedrog, kan het politieke bewustzijn, dat onontbeerlijk is in zijn strijd voor de revolutie, volledig tot ontwikkeling komen". (9)
Onze organisatie heeft geantwoord op deze beschuldiging van ‘Eurocentrisme': "Dit is geenszins een ‘eurocentristische' zienswijze. Het is de burgerlijke wereld zèlf die in Europa begon en die er het oudste proletariaat met de meeste ervaring voortbracht" (Idem).
Wij hebben er vooral altijd de nadruk op gelegd dat revolutionairen een levensbelangrijke rol te spelen hebben in de perifere landen van het kapitalisme:
"Dit betekent niet dat klassenstrijd en revolutionaire activiteit geen zin heeft in andere delen van de wereld. De arbeidersklasse vormt één geheel. De klassenstrijd bestaat overal waar arbeid en kapitaal de degens kruisen. De lessen van de verschillende uitingen van deze strijd gelden voor de hele klasse, ongeacht de vraag waaruit ze werden getrokken: in het bijzonder zal de ervaring van de strijd in de perifere landen de strijd in de centrale beïnvloeden. De revolutie zal wereldwijd zijn en zal alle landen omvatten. De revolutionaire stromingen van de klasse zijn kostbaar overal waar het proletariaat het opneemt tegen de bourgeoisie, dat wil zeggen overal ter wereld" (Idem).
Dit is overduidelijk van toepassing op landen zoals Turkije en de Filippijnen.
In deze landen is de strijd voor kommunistische ideeën inderdaad moeilijk. Hij moet er het hoofd bieden aan de klassieke misleidingen die de heersende klasse gebruikt om de ontwikkeling van de strijd en de bewustwording van de arbeidersklasse te blokkeren (illusies in de democratie en de verkiezingen, de sabotage van arbeidersstrijd door het vakbondsapparaat, en het vergif van het nationalisme). Maar bovendien krijgt de strijd van de arbeidersklasse en van de revolutionairen direct en onmiddellijk af te rekenen, niet alleen met de officiële repressiekrachten van de regering, maar ook met gewapende oppositiekrachten die zich opstellen tegen de regering. Zoals de PKK in Turkije of de verschillende guerrillabewegingen in de Filippijnen, wier brutaliteit en gebrek aan scrupules volledig die van de regering evenaren, om de eenvoudige reden dat ook zij het kapitalisme verdedigen, al is het dan onder een andere vermomming. Deze toestand maakt de activiteit van de twee nieuwe secties van de IKS gevaarlijker dan zij is in de landen van Europa en Noord-Amerika.
Vóór haar integratie in de IKS publiceerde de sectie in de Filippijnen reeds op haar eigen website zowel in het Tagalog (de officiële taal van dit land) als in het Engels (dat veel gebruikt wordt in de Filippijnen). De huidige omstandigheden maken het voor de kameraden onmogelijk om een regelmatige gedrukt pers uit te brengen (buiten de occasionele pamfletten) en onze website zal dus voor hen het voornaamste middel worden om onze standpunten daar te verspreiden.
De sectie in Turkije zal verder gaan met het publiceren van het tijdschrift ‘Dunya Devrimi' [Wereldrevolutie], dat voortaan de IKS-publicatie zal worden in dat land.
Zoals wij schreven in de International Review n°122: "Wij begroeten deze kameraden die nu toe groeien naar kommunistische standpunten en naar onze organisatie. Wij zeggen tot hen: ‘Jullie hebben een goede keuze gemaakt, de enig mogelijke als jullie willen aansluiten bij de strijd voor de proletarische revolutie. Maar dit is geen gemakkelijke beslissing: jullie zullen niet onmiddellijk veel succes hebben, jullie zullen geduld en vastberadenheid nodig hebben en moeten leren om niet op te geven als de resultaten die jullie bereiken maar mager zijn ten opzichte van waar jullie op hopen. Maar jullie zullen niet alleen staan: de militanten van de IKS staan aan jullie kant en zijn zich bewust van de verantwoordelijkheid die jullie aanpak aan hen toevertrouwt. Het is hun wil, die tot uitdrukking kwam op het 16e Congres, om die verantwoordelijkheden te vervullen" (IKS, 16e Congres, opt.cit.) Deze woorden werden gericht tot alle elementen en groepen die de keuze gemaakt hadden om de verdediging op te nemen van de standpunten van de Kommunistische Linkerzijde. Dit is eerst en vooral van toepassing op de twee nieuwe secties die pas onze organisatie vervoegd hebben.
De ganse IKS heet de twee nieuwe secties, en aan de kameraden die er deel van uitmaken, hartelijk en broederlijk welkom n
De IKS
(1) International Review n°122
(2) International Review n°130, ‘Resolution on the international situation'
(3) International Review n°130, ‘The proletarian camp reinforced worldwide'
(4) OPOP: Oposição Opéraria (Arbeiders Oppositie); SPA: Socialist Polical Alliance; EKS: Internasyonalist Kommunist Sol (Internationaal Kommunistisch Links); Internasyonalismo (Internationalisme)
(5) Zie hiervoor op onze website ‘Internationalist Debate in the Dominican Republic', ‘Reunión Pública de la CCI en Perú': Hacia la construcción de un medio de debate y clarficación' en (‘Reunión Pública de la CCI en Ecuador: un momento del debate internacionalista').
(6) "De IKS heeft altijd op enthousiaste wijze de nieuwe elementen die ons wensen te vervoegen, begroet (...)Dit betekent nochtans niet dat dit enthousiasme omslaat in een op zichzelf staande rekruteringspolitiek, zoals bij de trotskistische organisaties (...). Onze politiek is niet gericht op voortijdige integraties op een onheldere, opportunistische grondslag (...). De IKS is geen ‘bed & breakfast' halte en is niet geïnteresseerd in het vissen naar leden.
Wij verspreiden evenmin illusies. Dat is de reden waarom lezers die zichzelf de vraag stellen: ‘Hoe kan je aansluiten bij de IKS?', moeten begrijpen dat deel worden van de IKS een tijdje duurt. Iedere kameraad die zijn/haar kandidatuur stelt moet daarom bereid zijn even geduld te oefenen. Het integratieproces is een middel waarbij de kandidaat voor zichzelf de grondigheid van zijn/haar overtuiging uitdiept, zodat de beslissing om en militant te worden niet lichtvaardig genomen wordt of in een bevlieging van een moment. Het is tevens de beste waarborg die wij kunnen bieden opdat zijn/haar wil tot een militant engagement niet zou uitlopen op een mislukking en demoralisering ".
(7) België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Spanje, Nederland, Zweden, Zwitserland.
(8) Brazilië, Mexico, Verenigde Staten, Venezuela.
(9) Internationale Revue n°17 (NL), ‘Het proletariaat van West-Europa in het centrum van de veralgemening van de klassenstrijd'.
Links
[1] https://nl.internationalism.org/files/nl/n_isme343.pdf
[2] https://nl.internationalism.org/tag/11/151/congres-resoluties
[3] https://nl.internationalism.org/tag/8/139/internationale-kommunistische-stroming
[4] https://nl.internationalism.org/tag/4/62/china
[5] https://nl.internationalism.org/tag/2/29/proletarische-strijd
[6] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/klassenstrijd-sosiale-beroering
[7] https://nl.internationalism.org/tag/4/83/midden-en-zuid-amerika
[8] https://nl.internationalism.org/tag/2/39/revolutionaire-organisatie
[9] https://nl.internationalism.org/tag/11/152/correspondentie-met-andere-groepen
[10] https://nl.internationalism.org/tag/7/109/kommunistische-linkerzijde
[11] https://nl.internationalism.org/tag/aktiviteiten-van-de-iks/openbare-discussiebijeenkomsten-permanenties
[12] https://nl.internationalism.org/tag/4/73/groot-brittannie
[13] https://nl.internationalism.org/tag/historische-gebeurtenissen/2009-darwinjaar
[14] https://nl.internationalism.org/tag/3/41/cultuur
[15] https://nl.internationalism.org/files/nl/n_isme344.pdf
[16] https://nl.internationalism.org/tag/5/101/ineenstorting-van-het-oostblok
[17] https://nl.internationalism.org/tag/2/28/stalinisme-het-oostblok
[18] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/situatie-belgie
[19] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/sociale-situatie-belgie
[20] https://nl.internationalism.org/tag/3/48/milieu
[21] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/mexicaanse-griep
[22] http://www.marianne2.fr
[23] https://en.internationalism.org/ir/63_pollution
[24] https://en.internationalism.org/2009/ir/138/green-economy
[25] https://nl.internationalism.org/tag/4/61/azie
[26] https://nl.internationalism.org/tag/9/140/1848
[27] https://nl.internationalism.org/tag/4/55/afrika
[28] https://nl.internationalism.org/tag/3/47/maatschappelijke-ontbinding
[29] https://nl.internationalism.org/tag/18/294/duitsland-1919
[30] https://nl.internationalism.org/tag/14/221/themas-verdiepen
[31] https://nl.internationalism.org/tag/9/145/1919-de-revolutie-duitsland
[32] https://nl.internationalism.org/tag/4/90/israel
[33] https://nl.internationalism.org/tag/3/45/internationalisme
[34] https://nl.internationalism.org/tag/4/87/midden-oosten
[35] https://nl.internationalism.org/tag/3/44/imperialisme
[36] https://nl.internationalism.org/tag/4/72/griekenland
[37] https://nl.internationalism.org/tag/4/94/verenigde-staten
[38] https://nl.internationalism.org/tag/people/darwin
[39] https://nl.internationalism.org/tag/2/27/staatskapitalisme
[40] https://www.internationalism.org