Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 210.51 KB |
Moordenaars. Het kapitalisme, zijn staten, zijn bourgeoisie zijn niet anders dan moordenaars. Tienduizenden mensen stierven zojuist als gevolg van dit onmenselijke systeem. Dinsdag om 16.53 uur, locale tijd, heeft een aardbeving met een kracht van 7 op de schaal van Richter Haïti verwoest. De hoofdstad Port-au-Prince, een sloppenwijk met tentakels die bijna twee miljoen inwoners herbergt, is eenvoudigweg weggevaagd. De balans is verschrikkelijk. En zij wordt met het uur erger. Vier dagen na de ramp, op vrijdag 15 januari, telde het Rode Kruis 40.000 tot 50.000 doden en "een enorme hoeveelheid ernstige gewonden". Volgens de Franse liefdadigheidsinstelling zijn minstens drie miljoen personen direct door de aardbeving getroffen 1). In enkele seconden zijn 200.000 families hun ‘huis’ kwijtgeraakt, dat vaak met kunst- en vliegwerk in elkaar geknutseld was. Grote gebouwen zijn ook als kaartenhuizen in elkaar gezakt. Wegen, die al vervallen zijn, de luchthaven, de oude spoorlijnen, ... niets was er tegen bestand.
De achtergrond van deze slachting is weerzinwekkend. Haïti is een van de armste landen ter wereld, 75% van de inwoners overleven er van minder dan 2 dollar per dag en 56% van hen van minder dan 1 dollar! Op dit stuk eiland, dat getroffen wordt door de gesel van de ellende, is er natuurlijk geen gebouw neergezet dat tegen een aardbeving bestand is. En toch is Haïti is een bekende seismografische zone. Iedereen die nu doet alsof deze schok van een buitengewone en onvoorziene kracht was, liegt. Professor Eric Calais wees er, in een voordracht over geologie, gegeven in Haïti in 2002, op dat het eiland doortrokken wordt door "breuklijnen die een kracht van 7.5 tot 8 kunnen ontwikkelen". 2) De politieke autoriteiten van Haïti waren zelf ook officieel geïnformeerd over dit risico, zoals duidelijk wordt uit de volgende passage welke ontleend is aan de site van het Bureau van de Mijnen en de Energie (dat valt onder het Ministerie van Openbare Werken): “alle voorbije eeuwen zijn gekenmerkt door minstens één hevige aardbeving in Hispaniola (de Spaanse naam van dit eiland dat momenteel bestaat uit twee landen: Haïti en de Dominicaanse Republiek): de vernietiging van Port-au-Prince in 1751 en in 1771, de vernietiging van Cap Haïtien in 1842, aardbevingen in 1887 en in 1904 in het noorden van het land met grote schade in Port de Paix en in Cap Haïtien, de aardbeving in 1946 in het noordoosten van de Dominicaanse Republiek vergezeld van een tsunami in de regio Nagua. Er hebben zich altijd grote aardbevingen voorgedaan in Haïti, er zullen zich dus in de toekomst alle tientallen of honderden jaren hevige aardbevingen voordoen: dat is een wetenschappelijk feit.” 3) (onderstreept door ons). En geconfronteerd met dit wetenschappelijk gegeven, welke maatregelen zijn er dan getroffen? Niets! In maart 2008 nog, heeft een groep geologen gewaarschuwd voor het risico van een aardbeving van grote omvang in de twee komende jaren en bepaalde wetenschappers hebben, in mei van datzelfde jaar, zelfs een aantal bijeenkomsten belegd over dat onderwerp met de Haïtiaanse regering. 4) Noch de Haïtiaanse staat, noch een andere staat, die nu krokodillentranen plengen en oproepen doen tot ‘internationale solidariteit’, de Verenigde Staten en Frankrijk voorop, hebben ook maar de minste voorzorgsmaatregelen genomen om dit voorspelde drama te voorkomen. De neergezette gebouwen in het land zijn zo teer dat ze zelfs geen aardbeving nodig hebben om in elkaar te storten: “in 2008 heeft een school in Pétonville al bijna 90 kinderen begraven, zonder dat er een geologische reden voor was”. 6) Nu het te laat is kunnen Obama en Sarkozy best een ‘grote internationale conferentie’ aankondigen voor ‘de heropbouw en de ontwikkeling’, China, Engeland, Duitsland of Spanje kunnen best al hun voedselpakketten sturen en hun NGO’s, het blijven criminelen met bloed aan hun handen.
Indien Haïti vandaag zo arm is, indien het de bevolking aan alles ontbreekt en de infrastructuur nagenoeg niet bestaat, dan heeft dit alles te maken met het feit dat sinds meer dan 200 jaar de locale bourgeoisie en die van de grote landen zoals Spanje, Frankrijk en de Verenigde Staten elkaar de delfstoffen en de controle over dit kleine stukje eiland betwisten. Via haar dagblad The Guardian, laat de Britse bourgeoisie trouwens niet na om de overduidelijke verantwoordelijkheid te onderstrepen van zijn imperialistische rivalen: “Deze nobele ‘internationale gemeenschap’, die men nu zich ziet verdringen om haar ‘humanitaire hulp’ naar Haïti te sturen, is voor een groot deel verantwoordelijk voor het verschrikkelijke lijden dat ze nu probeert te verzachten. Vanaf het moment dat de Verenigde Staten dit land in 1915 zijn binnengetrokken en hebben bezet, zijn alle pogingen […] ernstig en opzettelijk gesaboteerd door de Amerikaanse regering en haar bondgenoten. De regering van Aristide […] was het laatste slachtoffer van zo’n tussenkomst, toen deze in 2004 omvergeworpen werd middels een internationaal gesteunde staatsgreep, waarbij duizenden personen het leven lieten […] Eerlijk gezegd, sinds de staatsgreep van 2004, is het de internationale gemeenschap die Haïti regeert. Deze landen, die zich nu haasten om het voortouw te nemen, hebben zich de laatste vijf jaar echter systematisch verzet tegen een uitbreiding van het mandaat van de VN-missie buiten zijn hoofdzakelijk militaire missie. De projecten die erin moesten voorzien om een gedeelte van deze ‘investering’ te gebruiken teneinde de ellende te verminderen of de ontwikkeling van de landbouw te bevorderen, zijn geblokkeerd, wat typerend is voor de lange termijn tendensen bij de verdeling van de internationale hulp”.6)
En dit is slechts een klein deel van de waarheid. De Verenigde Staten en Frankrijk strijden al decennia om de controle over dit eiland via staatsgrepen, manoeuvres en locale corruptie. Zo zorgen ze voor een verergering van de ellende, het geweld en het ontstaan van gewapende milities die permanent mannen, vrouwen en kinderen terroriseren.
Het huidige mediacircus rondom ‘internationale solidariteit’ is daarmee onverdraaglijk en weerzinwekkend. Elke staat probeert nu de beste publiciteit te maken over ‘hun’ NGO’s, over ‘hun’ voedselpakketten. Elke staat probeert nu de mooiste beelden te maken van de levens die ‘hun’ reddingwerkers hebben gered uit de puinhopen. Erger nog, over de puinhopen en de lijken heen, blijven Frankrijk en de Verenigde Staten een genadeloze oorlog voeren om invloed. In naam van de humanitaire hulp, sturen zij een militaire vloot ter plaatse en proberen ze controle te krijgen over de operaties, onder het voorwendsel van ‘de noodzaak van een coördinatie van de hulp door een orkestleider’.
Net als bij iedere ramp zullen de verklaringen van hulp op lange termijn, alle beloften tot heropbouw en ontwikkeling, zonder vervolg blijven Sinds tien jaar, als gevolg van aardbevingen, waren er:
- 15.000 doden in Turkije in 1999
- 14.000 doden in India en 2001
- 26.2000 doden in Iran in 2003
- 210.000 doden in Indonesië in 2004 (de ondergrondse aardbeving had een enorme tsunami teweeggebracht, die slachtoffer veroorzaakte tot aan de kusten van Afrika)
- 88.000 doden in Pakistan in 2005
- 70.000 doden in China in 2008
Iedere keer is de ‘internationale gemeenschap’ ontroerd geraakt en miserabele hulp gezonden, maar nooit zijn daadwerkelijke investeringen gedaan om de situatie duurzaam te verbeteren, bijvoorbeeld door het neerzetten van gebouwen die een aardbeving kunnen doorstaan. De humanitaire hulp, de werkelijke hulp aan de slachtoffers, preventieve maatregelen zijn geen rendabele activiteiten voor het kapitalisme. De humanitaire hulp, als ze gegeven wordt, dient er alleen maar toe een ideologisch rookgordijn op te trekken, om te doen geloven dat het systeem van uitbuiting humaan kan zijn, als het niet gewoonweg een alibi is om een militaire troepenzending te rechtvaardigen en invloed te winnen in een regio van de wereld.
Eén enkel feit dat de huichelarij van de bourgeoisie ten aanzien van de humanitaire hulp en de internationale solidariteit van de staten duidelijk maakt is het zojuist genomen besluit van de Franse Minister van Immigratie, Eric Besson, om de deportatie van illegale immigranten uit Haïti ‘tijdelijk’ op te schorten. Daarmee is alles gezegd.
De verschrikkingen die de bevolking in Haïti treffen, kunnen slechts een reusachtig gevoel van verdriet oproepen. De arbeidersklasse zal, zoals bij iedere catastrofe, positief reageren op de verschillende oproepen tot financiële steun. Ze zal opnieuw laten zien dat haar hart vecht voor de mensheid, dat haar solidariteit geen grenzen kent.
Maar bovenal moet zo’n afgrijselijk gebeuren haar woede en strijdwil voeden. De werkelijke verantwoordelijke voor de 50.000 of meer doden in Haïti is niet de natuur of het noodlot, maar het kapitalisme en zijn staten, die allemaal imperialistische aasgieren zijn.
Pawel, 15 januari 2010.
1) Libération (Frans dagblad), https://www.liberation.fr/monde/0101613901-pres-de-50-000-morts-en-haiti... [2]
2) Libération (https://sciences.blogs.liberation.fr/home/2010/01/s%C3%A9isme-en-ha%C3%A... [3]).
3) https://www.bme.gouv.ht/alea%20sismique/Al%E9a%20et%20risque%20sismique%... [4]
4) Científicos alertaron en 2008 sobre peligro de terremoto en Haiti op de site Yahoo mexico (Assiociated Press van 15/01/2010)
5) Courrier International (https://www.courrierinternational.com/article/2010/01/14/requiem-pour-po... [5]).
6) PressEurop (www.presseurop.eu/fr/content/article/169931-bien-plus-quune-catastrophe-... [6]).
Wij willen op één van die boeken antwoorden : la Crise – Pourquoi en est-on arrivé là ?, Comment en sortir ?, van Michel Aglietta. Dit boek is het resultaat van ernstig werk, toegegeven, en heeft de prijs gekregen voor 'Economische excellentie'. Het illustreert op volmaakte wijze de oplossingen die voorgesteld worden door de intelligentste fractie van de bourgeoisie, en ook haar hoop, en –vooral– haar illusies !
In zijn werk analyseert Michel Aglietta eerst, en zeer uitvoerig, de financiële en monetaire mechanismen die volgens hem geleid hebben tot de financiële krach en de bankbreuken in de zomer van 2007. Dit eerste deel van zijn analyse is zonder twijfel het pertinentste.
Volgens hem heeft Amerika zich na het uiteenspatten van de internetballon in 2001 “in een expansieve politiek gestort om de conjunctuur overeind te houden (...). We zagen de verschulding van de ondernemingen en de verschulding van de huishoudens.” Inderdaad, om kost wat kost de vraag –en dus de groei– hoog te houden, om een zware recessie te ontlopen, heeft de Amerikaanse overheid de deregulering van de kredietmarkt toegelaten, heeft ze die zonder controle laten opzwellen. Ze heeft dat zelfs aangemoedigd !
En deze gekte heeft zich van alle geledingen meester gemaakt : “eenieder profiteerde van dit systeem. En elkeen, bankier, toezichter, investeerder, politieker, bezeten door de ideologie van de doeltreffendheid van de markt (...) zag enkel het voordeel van deze vlucht vooruit in de kredietkosten, de verspreiding van de risico's, de diversifiëring van het patrimonium, de toegenomen rentabiliteit van activa.”
Die 'vlucht vooruit' in de algemene verschulding, die niet op een reële ontwikkeling van de productie berustte, moest onvermijdelijk slecht aflopen. De groeiende insolvabiliteit van alle 'actoren' (in het bijzonder de Amerikaanse huishoudens die niet in staat waren af te betalen) kon slechts tot het failliet leiden !
Na deze correcte en gedetailleerde beschrijving somt Michel Aglietta op een lucide wijze op hoe deze financiële crisis zich overgezet heeft naar de 'reële economie' en faillieten aan de lopende band veroorzaakt heeft, fabriekssluitingen, massale werkloosheid... kortom, dat alles wat de arbeidersklasse maar al te goed kent.
Tot hier kunnen we sereen de analyse volgen van deze briljante burgerlijke economist. Tot hier... maar geen stap verder ! Want nooit vraagt hij zich af :
-wat de reële oorzaken zijn van de algemene schuldencrisis ?
-waarom het financieel systeem en al de politieke instellingen (staten, centrale banken, internationaal muntfonds,...) aangestoken werden door deze krankzinnige 'vlucht vooruit' ?
-en vooral : of de financiële crisis oorzaak of symptoom is van een nog diepere crisis ?
Omdat hij niet de juiste vragen stelt, houdt het begrip van deze eminente specialist op slag op bij de oppervlakte der dingen. Zijn analyse blijft oppervlakkig. Hij kan –of wil– niet zien dat de dolle 'vlucht vooruit' van heel het economisch wereldsysteem, dat het gemakkelijk krediet, losgeslagen en zonder regulering, dat dit alles geen oorzaak is, maar juist een gevolg. Hij kan –of wil– niet zien dat het kapitalisme aangetast is door een dodelijke ziekte, dat zijn economie getroffen wordt door het gif van de overproductie. Hij kan –of wil– niet zien dat de enige tijdelijke 'oplossing' voor het kapitaal om niet verlamd te raken er juist in bestaat de vraag kunstmatig hoog te houden, toe te laten dat waren... op krediet gekocht worden. En tenslotte kan –of wil– Michel Aglietta niet zien dat deze overproductiecrisis het kapitalisme niet pas treft sinds 2007, of zelf sinds 2001, maar al tientallen jaren lang. Daarom is het dat de schuldenlast van de wereld sinds zo lange tijd enkel blijft aangroeien en dat de recessies en de financiële krachs elkaar opvolgen en steeds erger worden.
Deze visie op korte termijn verhindert een burgerlijk economist de waarheid onder ogen te zien wanneer hij zich afvraagt 'hoe zijn we zover geraakt ?', maar ze slaat om in complete blindheid wanneer hij toekomt aan de fatale vraag 'hoe komen we eruit ?'.
Eerst herhaalt deze notoire analist dezelfde lachwekkende 'oplossingen' die we al duizend keer gehoord hebben. Tegenover de crisis “is het van belang (...) regelgeving in te voeren waardoor deze cyclische schokken opgevangen kunnen worden. Daarom moeten we om te beginnen de hefboom van de verschulding beter beheersen binnen het banksysteem zelf. Het gaat erom een waakzamer controle uit te oefenen over de toename van het kredietvolume.” De lijst voorstellen voor dwingende regulering spreidt zich over vele pagina's uit. En zoals sommige staatsleiders (in het bijzonder N. Sarkozy) al op theatrale wijze gezegd hebben op de tribune van de G20, gaat Michel Aglietta zover te verklaren : “Het belangrijkste nochtans blijft het bereiken van een normalisering van de offshore paradijzen.” Het geldwezen moet hervormd worden, er moet belet worden dat het doldraait ! Dat is natuurlijk allemaal loze praat.
Na die schitterende en moraliserende (en vooral holle) voorstellen, vuurt Michel Aglietta zijn persoonlijke centrale en originele oplossing af : “De publieke overheden moet dus op een gecoördineerde wijze optreden om te verhinderen dat de recessie omslaat in depressie... maar dat zal niet volstaan, omdat het kanaal van de banken die normaal de impulsen van de centrale bank doorgeven verstopt zit... En verder zullen de ondernemingen en huishoudens hun schuldenlast niet doen aanzwellen om meer uit te gaan geven. Daarom is een gecoördineerde toename van de begrotingsuitgaven onmisbaar. Het gaat erom dat de openbare schuld de privé-schulden vervangt zodat het afschrijven van de privé-schulden niet heel de economie de afgrond in trekt. In alle gevallen ontsnappen we zo aan een inkrimping van de privé-schuld en, als tegenwicht, aan een belangrijke, maar gerechtvaardigde en noodzakelijke aangroei van de openbare schuld.”
Nu, dat is iets waar Michel Aglietta trots op mag zijn, bravo ! De regeringen van alle grote landen zijn, zonder het te weten, al ingegaan op de 'originele' raadgevingen van professor Aglietta. Goed, 't is waar, er zijn enkele kleine verschillen : er bestaat steeds minder coördinatie en steeds meer economische oorlog. Hoe erger de toestand wordt en hoe minder de kapitalistische staten geneigd zijn elkaar de hand te reiken, want, zie, ze zijn allemaal concurrenten. Maar buiten dit 'detail', in uiterst ernstige omstandigheden van een algemene crisis van insolventie, zijn de staten inderdaad de enigen die effectief de algemene ineenstorting van de economie kunnen tegenhouden. Hoe ? Door de openbare tekorten groter te maken enerzijds en door de geldpers te laten draaien (dus door geld bij te maken) anderzijds, op een grotere schaal dan ooit in de geschiedenis !
In november 2009 bereikte de Amerikaanse openbare schuld op haar eentje de 12.000 miljard dollar (Romandie news, 19-11-09). Voor hetzelfde jaar hebben de Eurozone, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten samen 14.000 miljard dollar, of 25% van het mondiaal BIP geïnjecteerd (Contre-info, 21-11-09). Volgens Michel Aglietta : “Wanneer de huishoudens niet langer consumeren en het onmogelijk is op het buitenland te rekenen, omdat de opkomende landen op hun beurt getroffen worden door de crisis, is er alleen nog de staat die kan uitgeven.” En wanneer de staat uitgeeft, dan is dit het resultaat ! De schuld die verwacht wordt in 2011 zal in het beste geval 105% van het BBP (bruto binnenlands product) bedragen in Groot-Brittannië, 125% in de Verenigde Staten, 125% in de Europese Unie en 270% in Japan (Ambrose Evans Pritchard, 'le Télégraphe', 18-11-09 in Contre-info). Op dit punt heeft Michel Aglietta gelijk : de staten ondersteunen de economie door haar permanent onder infuus te plaatsen. Om die reden zijn de wereldeconomie, de groei en het financieel systeem niet letterlijk ineengestort sinds 2007. Mijnheer de professor kan er bij zijn studenten in Nanterre prat op gaan dat zijn voorschriften gevolgd worden door alle regeringen ! Maar laat hij zich haasten, want zijn 'remedie' zal spoedig erger blijken dan de kwaal. Want nu is er op het punt waar we ons bevinden een nieuwe vraag die we ons moeten stellen : wie zal er zich de komende maanden en jaren aanbieden aan het ziekbed van deze met schulden bedolven staten die zich op de rand van het bankroet bevinden ?
Michel Aglietta gaat deze vraag zelf niet uit de weg, zo evident is het dat de staten recht op de muur afstevenen. Ze zullen niet veel langer de economie kunnen ondersteunen door de tekorten uit te diepen.
Bewust van dit 'kleine' probleem probeert onze economist zijn lezers gerust te stellen door opnieuw met zijn 'oplossingen' aan te draven. Zo verdedigt hij het idee dat de staat de groei voldoende lang zal kunnen ondersteunen tot de privésector, en met name de banken en de particulieren, zich grotendeels uit de schulden zouden kunnen werken. Nog volgens hem zou het privé-krediet dat opnieuw moeten aantrekken en de rol van de staat overnemen op de groei te ondersteunen. Maar vooral voorziet hij dat het zwaartepunt van de economische en financiële wereld zich zal verplaatsen van het Westen naar de opkomende landen in het Oosten. “Om die operaties van massale steun aan het financieel systeem te financieren, garanties voor leningen tussen banken en rekapitalisaties van de banken, zullen de staten hun toevlucht nemen tot de openbare schuld. Ze zullen titels uitschrijven die gekocht worden door investeerders over de hele wereld : de Aziatische landen, de olieproducenten.” Hier duikt het fabeltje weer op, de hersenschim van 'Wanneer China zal opstaan...' Hoe, als we even ernstig zijn, zouden China of India kunnen verhinderen dat de Westerse staten, en dan vooral het machtigste land ter wereld, de Verenigde Staten niet meer in staat zijn hun schulden af te betalen ? Waar zouden die landen voldoende financiële capaciteit kunnen vinden terwijl de Chinese uitvoer bijvoorbeeld op één jaar tijd met een kwart gedaald is ? In werkelijkheid is de crisis vandaag een wereldcrisis en geen enkel land kan eraan ontsnappen. In China zijn de speculatieve ballons en de algemene overproductie ook volop aan 't werk.
In zijn boek op het punt gekomen waar hij op de levenskwestie moet antwoorden die op de omslag prijkt, 'Hoe eruit geraken ?', kan Aglietta dus enkel een waanbeeld vooropstellen dat geen enkele fundering heeft in de werkelijkheid van vandaag, zoals we dat kunnen verwachten van gelijk welk bourgeois economist.
We kunnen ons dan natuurlijk een eenvoudige vraag stellen. Hoe komt het dat Michel Aglietta zich zo goed uit de slag trekt om de geheimen van de financiële wereld te ontsluieren, maar dat hij compleet irrealistisch wordt wanneer het erom gaat middelen voor te stellen waarmee het kapitalisme aan de depressie kan ontsnappen ? In feite weten noch hij, noch de rest van de bourgeoisie 'hoe uit de crisis te geraken'. Om te verhinderen dat de kapitalistische economie al te snel in de depressie wegzakt, heeft de bourgeoisie geen andere keuze dan voort te gaan met het drukken en injecteren van geld en met het vergroten van de overheids- en begrotingstekorten, net alsof ze geld in een bodemloze put gooit. De onvermijdelijke en al zichtbare gevolgen van dit beleid zijn het oprukken van de staten naar situaties waarin ze niet langer kunnen betalen. Natuurlijk verklaart een kapitalistische staat zich niet failliet en doet de deur op slot, zoals dat bij een bedrijf gaat. Een situatie van 'failliet' van een staat betekent concreet nieuwe 'offers', nieuwe aanvallen en een brutale aftakeling van de levensvoorwaarden voor de arbeidersklasse. Alle staten moeten in het zicht van de afgrond van hun deficit :
-een grote fiscale druk ontwikkelen (de belastingen verhogen);
-hun uitgaven nog drastischer inkrimpen door tienduizenden of honderdduizenden ambtenarenjobs te schrappen, door zwaar het mes te zetten in de pensioenen, de werkloosheidsuitkeringen, de sociale en familiale bijstand, de terugbetaling van gezondheidszorg, enz.;
-de waarde van hun munt laten dalen door een verhoging van de inflatie die ze mogelijk niet onder controle kunnen houden ! Dat is trouwens de betekenis van het beleid dat vandaag gevoerd wordt door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Dat heeft op heden geleid tot een verlies met 20% van de waarde van de dollar ten opzichte van de euro en tot een voortdurende daling van het pond sterling. Voor de arbeiders betekent dat concreet de terugkeer van de inflatie die een aanzienlijke verhoging van de prijzen zal meebrengen, natuurlijk zonder dat hun lonen daarmee gelijke tred houden !
Het gaat hier niet om fictie, maar om een realiteit die vandaag onder onze ogen begint te groeien. Eind 2008-begin 2009 werden IJsland, Bulgarije, Litouwen en Estland bestempeld als 'failliete staten'. Eind november-begin december werd de lijst aangevuld met Dubai en Griekenland, zoals Libération schreef op 27-11-09 en 9-12-09. Voor het ogenblik wordt elk van deze landen uit de nood geholpen (door andere staten of door het IMF). maar wat zal er gebeuren wanneer de belangrijkste landen, die het zwaarst wegen in de economische balans, op hun beurt zullen verzakken ? Wie zal hen opkrikken ? Niemand ! In die landen zal de economie natuurlijk niet verlamd raken, maar de werk- en levensvoorwaarden van de arbeidersklasse zullen een nog dramatischer aftakeling ondergaan. Spanje en Portugal tonen al duidelijke tekenen van verzwakking. In maart 2009 stelde Crédit suisse een lijst op van de 10 meest door failliet bedreigde landen op, door een vergelijking tussen de omvang van hun tekorten en de rijkdommen van het land (het BBP). Voor het ogenblik hebben ze de nagel op de kop geslagen, want hun 'top 10' bestaat uit IJsland, Bulgarije, Litouwen, Estland, Griekenland... Spanje, Letland, Roemenië... Groot-Brittannië, De Verenigde Staten, Ierland en Hongarije.
Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zijn er inderdaad zelf slecht aan toe, maar een eventuele sterke aftakeling van hun economie zal ook een enorme versnelling betekenen van de crisis op planetaire schaal.
Wanneer Mijnheer Aglietta de staat oproept de economie te redden, doet hij hetzelfde als heel de bourgeoisie. Ze stellen ons een overtocht voor aan boord van de Titanic ! Geen enkele staat kan verhinderen dat de wereldeconomie verder wegzakt in de diepste depressie uit de geschiedenis van het kapitalisme.
Tino / 18.12.09
Hij heeft dat niet in zijn eentje gedaan: naast en met hem stonden nog vele anderen die gelijkaardige ervaringen hebben beleefd vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Rondom die gemeenschap ontwikkelde zich een levendige discussiekring in de jaren na de WO II. Er waren de politieke en filosofische discussies onmiddellijk na de oorlog in het Emiel Vandervelde Instituut met professor Flam, die kwam uit het verzet in de kampen van de holocaust. Ook de aanvaringen met de sociaal democratische bureaucratie van Hoboken (een 'rode' randgemeente van Antwerpen), en de integratie van de verzetsgroepen van de KPB (Kommunistische Partij van België) in de regering, vormden mede de achtergrond voor de definitieve politieke breuk met het stalinisme. In het begin van de jaren 1950 leidde dit tot contact met de linkskommunistische Spartacusbond uit Nederland. Die organiseerde toen druk bijgewoonde debatten in Antwerpen. Daarop volgde een samenwerking met de Spartacusbond. Anton werd een trouwe medewerker van hun krant, met vertalingen die hij maakte van artikels uit de linkskommunistische en anarchistische internationale pers (waaronder na 1973 uit 'Révolution internationale').
In het conflict tussen de Spartacusbond en de afgescheurde radenistische groep Daad & Gedachte, rond 1964, koos hij heel bewust de zijde van de Spartacusbond. Hij vond immers dat de politieke opvattingen van D&G zouden leiden tot het ontkennen van elke politieke activiteit als proletarische groep, wat zich in de praktijk bevestigt heeft. De radenistische invloed van D&G heeft inderdaad dikwijls een negatieve invloed gehad op het ontstaan van proletarische groepen in Nederland en België. Ook onze directe voorlopers: de Revolutionaire Raden Socialisten (Antwerpen) en de Vrije Raden Socialisten (Gent) uit België en Radencommunisme, uit Nederland ontwikkelden zich via een kritiek op het radenistische gedachtegoed van Daad & Gedachte ten voordele van de verdediging van de actieve tussenkomst van de revolutionaire organisatie in de klassenstrijd.
In die zin was het Anton die onze jongerengroep van Revolutionaire Raden Socialisten, die gegroeid was uit de politieke balans van Mei 68, in contact gebracht heeft met Révolution Internationale in 1972-73. Hij heeft toen een beslissende bijdrage geleverd tot onze politieke oriëntatie van 1972 tot 1975, door ons te wijzen op het belang van de politieke analyses van Révolution Internationale (één van de voorlopers van de IKS), wat in 1975 leidde tot onze aansluiting bij de pas opgerichte IKS. Al heel vroeg wees hij ons op het belang om het ecologisch vraagstuk vanuit een marxistisch perspectief uit te diepen. Sinds die tijd is hij altijd een echte sympathisant van onze organisatie gebleven.
In zijn woonst trof je regelmatig bezoekers aan die discussieerden over de meest uiteenlopende onderwerpen. De laatste jaren leefde hij wat teruggetrokken in het gezelschap van de
scherpe tekeningen en schilderijen van Rik Schevernels ( †1972), zijn beste vriend en proletarische kunstenaar (die kerk, militarisme, stalinisme en vakbonden hekelde) en zijn politieke en filosofische boeken en tijdschriften. Wij blijven hem dankbaar voor zijn bijdrage aan onze politieke evolutie.
De bisschop van Chicago kwam de arbeiders bezoeken en vertelde hen dat hij zelf de zoon is van een staalarbeider en begreep dat hun strijd juist was. Toen zegende hij hen en gaf hen de communie. Er waren zeer aangrijpende beelden van andere arbeiders die als individu of met hun familie de arbeiders eten kwamen brengen om hun solidariteit te tonen.
Er waren ook pakkende beelden van een groep van 20-30 mensen uit een gemeenschap in Miami die verklaarden dat de uitwijzingsbevelen nietig waren en de uitgewezen familie terug in hun huis hielpen. Een man van de bank komt en zegt dat ze daar onwettig binnen gegaan zijn, en dan komen er negen politieauto's. Er wordt een hoop geroepen en geargumenteerd en dan gaan de agenten en de man van de bank weg en de familie blijft in het huis. (Aan het eind van de film lezen we in de aftiteling dat de familie toelating gekregen heeft om in het huis te blijven wonen.)
De film zit vol met de standaard Michael-Moore-is-de-kern-van-het-verhaal scènes. Bij die capriolen zit Michael Moores poging de voorzitter van GM te ontmoeten, zijn poging om heel de raad van bestuur van AIG of iedereen bij de New York Stock Exchange onder burgerarrest te plaatsen, of om gele 'crime scene' plakband rond de Stock Exchange aan te brengen, of zijn poging om met een gepantserde vrachtwagen de Bank of America binnen te rijden met de melding dat hij $ 10 miljoen uitkoopgelden komt ophalen.
Het grote probleem is Moores politieke standpunt. Zijn aanval op het kapitalisme is provocatief, niet substantieel. Het lijkt alsof hij besloten heeft alle hysterische beschuldigingen van de rechterzijde tegen Obama's 'socialisme' op hun kop te zetten. De wereldwijde kredietcrisis van 2008 wordt toegeschreven aan het dereguleringsbeleid van Reagan dat begon in de jaren 1980 en voortduurde tot in de jaren van Bush I, Clinton en Bush II, en aan de zogezegde feitelijke overname van de VS-regering door Goldman Sachs die een beleid doordrukte dat zijn firma ten goede kwam op kosten van de belastingbetalers en zijn concurrenten. In andere woorden, het grote probleem is niet de algemene kapitalistische economische crisis, maar wel de hebzucht van enkele figuren uit de politieke- en zakenelite. Het is waar, Moore zegt dat kapitalisme slecht is, en interviewt zelfs drie of vier katholieke priesters die verklaren dat Jezus tegen kapitalisme zou geweest zijn, maar in wezen is zijn oppositie tegen het kapitalisme eigenlijk enkel oppositie tegen een ontregeld kapitalisme. Hij laat beelden zien van betogingen van een paar dozijn mensen van gauchistische groepen zoals de Answer Coalition die tegen het uitkopen van bedrijfsschulden en tegen hypothecaire uitzettingen zijn, en stelt dat voor als de opkomst van een massale antikapitalistische beweging in de VS.
Hij weet niet hoe hij Obama moet aanpakken. Enerzijds ziet hij hoe die Wall Street op zijn grondvesten doet daveren wanneer hij roept om verandering en wijst hij erop hoe zij in antwoord daarop financieel bijdroegen aan zijn kiescampagne. Hij stelt alle economische raadgevers van Obama aan de kaak als handlangers van Goldman Sachs, maar hij blijft verliefd op Obama.
In Moores opvatting is het alternatief voor kapitalisme 'democratie'. Hij interviewt de onafhankelijke senator van Vermont, Bernie Sanders, die zegt op te komen voor 'democratisch socialisme', wat hij omschrijft als de regering die de belangen dient van de werkende en de middenklasse, om hun rechten te verdedigen. Moore heeft historische beelden teruggevonden van Franklin Delano Roosevelts State of the Union redevoering in 1944, zowat een maand voor hij stierf, en waarin FDR oproept na de oorlog een tweede Bill of Rights voor de Amerikanen op te stellen, die niet opkomt voor socialisme of de vernietiging van het kapitalisme, maar voor een welvaartsstaat van het type staatskapitalisme:
-het recht op een nuttige en betalende job in de industrie, de winkels, de boerderijen of de mijnen van het land,
-het recht genoeg te verdienen om voor gepaste voeding, kleding en ontspanning te kunnen zorgen,
-het recht voor elke landbouwer producten te kweken en te verkopen waarmee hij zichzelf en zijn familie goed in leven kan houden,
-het recht voor elke zakenman, klein en groot, om handel te drijven in omstandigheden die vrij zijn van oneerlijke concurrentie en overheersing van monopolies in binnen- en buitenland,
-het recht voor elke familie op een behoorlijke thuis,
-het recht op gepaste medische bijstand en de kans een goede gezondheid te bereiken en behouden,
-het recht op gepaste bescherming tegen de economische kwellingen van ouderdom, ziekte, ongevallen of werkloosheid,
-het recht op een goede opvoeding.
Moore beklaagt zich erover dat FDR stierf voor hij deze prachtige samenleving kon creëren in de VS, maar zegt dat in de naoorlogse periode de Verenigde Staten FDR's mensen naar Europa en Japan gestuurd hebben, waar gedurende de heropbouw van Italië, Duitsland en Japan alsook van andere landen in Europa, zijn visie op de maatschappij in praktijk gebracht werd. Net als hij in Sicko deed, idealiseert Moore het Europees staatskapitalistisch maatschappelijk loon tot glorieuze doelstelling voor de Amerikanen. Moores antikapitalisme zou geenszins de kapitalistische staat vernietigen, of de controle door de arbeidersklasse instellen over de productiemiddelen; in plaats daarvan zou het Amerika omvormen tot een soort Frankrijk, Duitsland, Japan of Noorwegen – wat allemaal kapitalistische maatschappijen zijn, waar de arbeidersklasse moet vechten om zichzelf tegen uitbuiting te verdedigen. Moore beëindigt zijn film met een oproep tot iedereen om zich bij hem aan te sluiten in de strijd voor dit soort maatschappij met een gepopulariseerde versie van de Internationale, die eerder klinkt als Bobby Darin die Mack the Knife zingt dan als een revolutionair lied.
Jerry Grevin/20.9.2009
Tijdens de ontvangst voor zijn Nobelprijs voor de Vrede op 10 december heeft Barack Obama een speech afgestoken die oorlogszuchtiger was dan ooit tevoren. Hij die zichzelf graag voorstelt als “de opperbevelhebber van een natie die in twee oorlogen betrokken is”, heeft niet zuinig gedaan toen hij 30.000 extra GI's en 500 extra Britse soldaten aankondigde. Si vis pacem, para bellum (1) is zijn credo. Te midden van mooie frasen over de 'wet van de liefde' en de niet te doven 'goddelijke vlam', die hem leidt als rechtvaardige brenger van vrede in de wereld, heeft Obama nog duidelijk gemaakt “dat het geloof dat vrede wenselijk is zelden volstaat om haar te kunnen realiseren. Vrede vergt verantwoordelijkheid. Vrede vraagt offers”... in mensenlevens natuurlijk ! Want “het gebruik van geweld is niet alleen noodzakelijk, maar ook moreel gerechtvaardigd”. En om zijn idee er goed in te hameren, sloeg de oorlogsheer van de eerste militaire wereldmacht zelfs een toon aan die Bush en zijn fundamentalistische kliek waardig is: “Oorlog (...) is begonnen bij de eerste menselijke wezens (...) het Kwaad bestaat in de wereld.” Brrr!!! En om zijn ware bedoelingen goed duidelijk te maken heeft hij niet geaarzeld dat zijn hoofddoel in die 11 maanden presidentschap niet de vrede was, evenmin het welzijn van de bevolking van deze aarde, maar dat “het doel erin bestond de belangen van Amerika vooruit te helpen”. Dat is tenminste duidelijke taal.
Wat is de balans sinds de Taliban militair verdreven werden in 2001? Een land in complete ontreddering dat slachtoffers en doden uitstrooit, zonder enig zicht op verbetering. Obama mag dan wel herhalen dat de Westerse strijdkrachten zich in 2011 zullen moeten terugtrekken, na de 'stabilisering' van het land, maar niets wijst erop dat zo'n perspectief ook haalbaar is. Volgens cijfers van de VN is het aantal burgerslachtoffers in de eerste helft van 2009 met 24% gestegen in vergelijking met de eerste helft van 2008. Sinds januari 2009 vielen er meer dan 1000 doden, voornamelijk personen die het slachtoffer werden van de buitenlandse legers, met name bij luchtbombardementen.
In de maand mei verloren tientallen burgers, waaronder 65 vrouwen en kinderen, het leven toen de Amerikaanse troepen het dorp Bala Bulok bombardeerden, in de provincie Farah. Bovenop de doden en gewonden zijn er al de vernielingen tengevolge van de oorlog, die de ellende en het lijden nog vergroten van een bevolking die de bedreigingen en intimidaties ondergaat van alle partijen in het conflict, de Taliban evengoed als de troepen van de NAVO.
De oorlog veroorzaakt ook de verplaatsing van tienduizenden mensen die zelfs geen toegang meer hebben tot de meest elementaire voorzieningen.
Als Afghanistan officieel het centrum is van de Amerikaanse militaire activiteit, dan wordt Pakistan steeds duidelijker van cruciaal belang in de Amerikaanse strategie. Zo voert Obama sinds het voorjaar een waar offensief – en geen charme-offensief, maar één van druk op de Pakistaanse staat – waarbij hij van het militair apparaat zijn belangrijkste gesprekspartner wil maken en de regering van de weduwnaar van Benazir Bhutto, onbetrouwbaar geacht, eenvoudigweg aan de kant laat staan. De Pakistaanse bevolking ‘profiteert’ trouwens volop van die bijzondere aandacht van de Verenigde Staten en hun bondgenoten, en dus van de uitbreiding van de oorlogsbemoeienissen in de zogezegde strijd tegen het terrorisme: minstens 10.000 slachtoffers, waarvan 3.300 doden alleen al in 2009, voor het grootste deel burgerslachtoffers, zonder de twee miljoen vluchtelingen te tellen die vandaag zonder hoop ronddolen. Bovendien heeft het systematisch gebruik van onbemande vliegtuigjes, die zogezegd Talibanrebellen en Al Qaida-aanhangers moeten treffen, het aantal burgerslachtoffers nog doen toenemen, net zoals de bomaanslagen, 500 in 2009, die alleen al tussen 1 en 13 december bijvoorbeeld 300 personen gedood hebben!
En als Pakistan steeds meer het epicentrum wordt van de militaire gebeurtenissen in dit deel van Azië, dan heeft India zich met het geluid van marcherende laarzen steeds dreigender uitgenodigd op dit imperialistisch festijn. Deze staat, traditionele en geboren rivaal van Pakistan, kan enkel maar profijt trekken uit de spanningen en moeilijkheden van vandaag in het gebied om de wanorde op te drijven in Kasjmier, de voornaamste twistappel tussen beide staten, en om Karzai te lokken (die door Islamabad als pro-Indiaas beschouwd wordt), in naam van de 'steun aan zijn strijd tegen de Taliban'.
Onder het mom van het perspectief op vrede zijn dus eens te meer alle ingrediënten verenigd voor een zware krachtmeting, te meer daar de Verenigde Staten allerlei koehandels bedrijven om de Taliban een aantal gebieden van Afghanistan toe te wijzen in ruil voor hun 'pacificatie' en hun integratie in de Afghaanse regering. Al deze agitatie zet per slot van rekening enkel de deur wagenwijd open voor een onbeschrijflijke chaos, die mijlenver af ligt van de aankondiging van een stabilisering van het gebied en nog verder van de zogezegde strijd tegen het terrorisme.
Wilma / 18-12-09
1) Als je vrede wil, bereidt oorlog voor.
Op zondagavond 18 oktober 2009, hebben arbeiders van RICO Auto in Gurgaon (in strijd sinds 3 oktober), geprobeerd om stakingsbrekers tegen te houden. Veiligheidsagenten van het bedrijf en stakingsbrekers, meestal criminele elementen aangevoerd om de arbeiders te intimideren, hebben daarop geantwoord door hen gewelddadig aan te vallen. De politie heeft zelfs het vuur geopend. Eén arbeider werd gedood en veertig anderen gewond.
Deze gewelddadige repressie heeft een golf van woede verwekt in de industriegordel van Gurgaon-Manesar, 30.000 arbeiders gingen in strijd. De activiteit van de tweelingstad werd totaal lamgelegd op 20 oktober, de eerste werkdag na de moord op een arbeider van RICO Auto. Alhoewel de vakbonden tot staken hadden opgeroepen, hebben arbeiders van bedrijven die tegen hun directie streden, massaal de ronde gedaan van de fabrieken om de andere arbeiders uit te nodigen het werk neer te leggen. Heel vroeg in de morgen zijn de arbeiders van RICO Auto en die van Sunbeam Casting hun beweging gestart en hebben de nationale weg nummer 8 geblokkeerd. Zij werden vervoegd door arbeiders van andere maatschappijen zoals Sona Koyo Steering Systems, TI Metals, Lumax Industries, Bajaj en Hero Honda Motors Ltd. Volgens de officiële verklaringen van de locale administratie, hebben bijna 100.000 arbeiders van 70 bedrijven van auto-onderdelen in Gurgaon-Manesar hen vervoegd op de stakingsdag.
Hoewel de arbeiders van de meeste bedrijven het werk hervat hebben op 21 oktober 2009 en de strijd zich niet heeft uitgebreid, betekenen deze elementen een veelbetekenende stap vooruit bij de arbeidersstrijd in India.. Dit is het resultaat van de uitbreiding van de klassenstrijd in verschillende regio's in India, Gurgaon-Manesar inbegrepen, waarbij de arbeiders de staat confronteerden in 2005 tijdens de staking van de arbeiders van Honda Motorcycles. Sindsdien hebben de arbeiders, via talrijke stakingen, hun vastbeslotenheid versterkt om de patroons te bestrijden en ze doen dat steeds meer gelijktijdig.
Tijdens alle jaren van de 'Indische boom', zijn de levensomstandigheden van de arbeidersklasse in werkelijkheid altijd maar verslechterd. De meeste belangrijke uiting van deze verslechtering was het verlies van werkzekerheid. Ondanks de expansie van de economie, hebben de patroons een massale vernietiging van permanente werkgelegenheid doorgevoerd en hun vervanging door contractuele arbeidskrachten met veel lagere lonen en zonder enig sociaal loon. Dat is het geval voor bedrijven als Hero Honda, Maruti en Hyundai, wiens productie de laatste jaren verschillende keren pijlsnel de hoogte inschoten. Bij Hero Honda bijvoorbeeld is de productie gestegen van 2 lakhs naar 36 lakhs (1 lakh =100.000) en de permanente jobs zijn verminderd en daarna verdwenen, vervangen door het aanwerven van tijdelijke arbeiders. Hetzelfde is gebeurd in alle Indiase bedrijven. De automobielfabrieken en die van de onderdelen stonden, gezien de bikkelharde concurrentie in deze industrietak, in de voorhoede van deze aanvallen op de arbeiders. Ondanks deze aanvallen tijdens het grootste deel van deze periode, hadden de arbeiders het moeilijk om hun strijd te ontwikkelen. Ongenadige aanvallen en het onvermogen om ze te bestrijden was de bittere werkelijkheid voor de arbeidersklasse overal ter wereld.
Met de komst van de economische ineenstorting in 2007, is de toestand alleen maar verslechterd. Alle sectoren hebben massaal banenverlies meegemaakt en bezuinigingen op de lonen en uitkeringen. Bovendien is er een enorme stijging van de prijzen van levensnoodzakelijke goederen. De prijs van de wezenlijke waren zoals groenten, peulvruchten en andere waren zijn meer dan verdubbeld. Deze tendens is geen seizoensgebonden piek maar is al twee jaar bezig. Met de stijging van de prijzen en de bevriezing van de lonen, zijn de levensomstandigheden van de arbeiders steeds precairder en hopelozer geworden.
Tegenover de crisis en de aanvallen van de patroons, probeert de arbeidersklasse terug te vechten. Er zijn belangrijke stakingen geweest in de Openbare sector – de staking van de bankbedienden, de nationale staking in de petroleumsector in januari 2009, van de piloten bij Air India, de staking van de staatsbedienden in West-Bengalen, de staking van het overheidspersoneel in januari 2009, in de staat Bihar. Sommige ervan zijn bittere conflicten geweest waarbij de staat probeerde om de arbeiders zware slagen toe te brengen en hen te verpletteren. Dat was het geval bij de staking van de petroleumarbeiders in januari 2009, toen de staat ESMA 2 en andere wetten heeft gebruikt om de bedienden te verpletteren en repressieve maatregelen nam. Dat was eveneens het geval met de staking van het overheidspersoneel in de staat Bihar waar de regering de bedienden een lesje wou leren. Wat de petroleumarbeiders betreft, daar is de regering niet repressief opgetreden, omdat er een dreiging bestond tot uitbreiding van de staking naar andere bedrijven van de openbare sector.
Ook in de privé-sector hebben de arbeiders gestreden. Eén van deze massale en radicale strijden was die van de diamantarbeiders van de Gujarat in 2008. De meerderheid van de honderdduizenden diamantarbeiders zijn tewerkgesteld in kleine ondernemingen waar de vakbonden geen controle uitoefenen. De staking is er begonnen en heeft zich als een massale revolte uitgebreid die meerdere steden heeft overspoeld: Surat, Ahmedabad, Rajkot, Maerli, enz... De staat heeft systematisch zijn toevlucht genomen tot geweld om de orde te handhaven in al die steden.
Bovendien zijn alle belangrijkste automobieleenheden in India - Tamilnadu, Maharashtra en Gurgaon-Manesar getuigen geweest van herhaalde en vasthoudende inspanningen van de arbeiders om te strijden voor hun werk en hun levensomstandigheden. De arbeiders van de tweede grootste automobielfabriek van personenwagens in India, Hyundai Motor in Chennai, zijn verschillende keren in staking gegaan in april, mei en juli 2009, voor betere lonen.
De patroons proberen al lang om de strijd van de arbeiders te onderdrukken en dreigen dikwijls met het sluiten van de bedrijven. Dichtbij Coïmbatore, hebben de arbeiders van de fabrikant van auto-onderdelen Pricol India al twee jaar de patroons bestreden tegen de geplande en herhaalde ontslagen van permanente arbeiders en hun vervanging door tijdelijke arbeiders. De arbeidersstrijd is gewelddadig geworden toen de directie 52 bijkomende permanente arbeiders ontsloeg en besliste om ze te vervangen door precaire arbeiders in september 2009. In de loop van een gewelddadige botsing werd een hoger kaderlid gedood op 22 september. De arbeiders van de bandenfabriek van MRF en van de Nokia fabrieken in Tamilnadu waren ook verwikkeld in strijd tegen hun patroons op ongeveer hetzelfde tijdstip. In de staat Maharasthra, waren de arbeiders van Mahindra in staking gegaan voor betere lonen in mei 2009. De arbeiders van de fabriek Cummins India en die van de fabriek voor auto-onderdelen Bosch, in Pune, zijn in staking gegaan van 15 tot 25 september, voor betere lonen en tegen de precarisering.
Wat wij vandaag zien is dat er meer en meer arbeiders bereid zijn om de strijd aan te gaan tegen de aanvallen van de patroons. De strijd, die steeds talrijker wordt, vertoont ook een tendens om meer gelijktijdig te worden, ook in eenzelfde geografische sector. Dat hebben wij kunnen zien bij de massale staking van de diamantarbeiders van Gujarat waarbij zich gelijktijdig wilde stakingen hebben ontwikkeld in verschillende steden en bij de stakingen van de arbeiders van de automobiel in Tamilnadu,Pune en Nasik. Deze gelijktijdigheid is het resultaat van identieke aanvallen waaraan alle sectoren van de arbeiders het hoofd moeten bieden.
Vóór de laatste gebeurtenissen hadden de arbeiders van een aantal bedrijven uit Gurgaon-Manesar al strijd gevoerd tegen hun patroons. Bij Honda Motorcycles, is er al sinds een paar maanden agitatie voor betere lonen en tegen het contractwerk. 2500 arbeiders van Rico Auto zijn in strijd gegaan sinds eind september tegen het wegsturen van zestien arbeiders en voor betere lonen. Duizenden arbeiders van Sunbeam Casting zijn in staking gegaan voor betere lonen vanaf 3 oktober. Alhoewel zij niet in staking gegaan zijn hebben 25.000 arbeiders van de TI Metals, Microtech, FCC rico, Satyam Auto en meerdere andere bedrijven sinds september agitatie gevoerd voor betere lonen.
Het feit dat de arbeiders van meerdere bedrijven in staking zijn gegaan en dat verschillende duizenden van andere fabrieken actief geageerd hebben heeft de mogelijkheid geschapen voor de uitbreiding en de eenmaking van de strijd, de enige manier voor de arbeiders, om de aanvallen van de patroons te bestrijden en terug te dringen. Dat is een mogelijkheid die gevreesd wordt door de bourgeoisie en die de vakbonden willen vermijden. In de strijd van Gurgaon, en tegenover het geweld dat begaan werd door de arbeidersklasse ten gevolge van de dood van een arbeider van Rico, was het de rol van de vakbonden om deze tendens tot uitbreiding en eenmaking te voorkomen. Door op te roepen tot een actiedag, hebben de vakbonden geprobeerd om de drang van de arbeiders om samen te komen en voor solidariteit te steriliseren. Maar ondanks dat is de staking van 20 oktober een demonstratie van klassesolidariteit geweest door bijna 100.000 arbeiders. Ze heeft ook hun vastberadenheid en hun strijdwil om de bourgeoisie het hoofd te bieden tot uitdrukking gebracht. Anderzijds hebben de vakbonden in de strijd van Gurgaon, tijdens de strijd bij Hyundai, Pricol, M & M en andere strijd voor de verbetering van de lonen en tegen het verlies van tewerkstelling, duidelijk geprobeerd om ze te doen ontsporen en ze om te vormen tot een strijd voor de verdediging van de vakbondsrechten.
Zonder enige twijfel is er een krachtige dynamiek voor de ontwikkeling van de klassenstrijd, voor haar uitbreiding en voor de ontwikkeling van de solidariteit. Maar voor de verwezenlijking van deze dynamiek, is het belangrijk dat de arbeiders de machinaties van de vakbonden begrijpen en dat zij hun strijd in eigen handen nemen.
AM / 27. 10. 2009
Het lijken twee tegenstrijdige situaties: de brouwersonderneming Anheuser-Bush InBev schorst op aandringen van de vakbonden de procedure van aangekondigde ontslagen (ongeveer 300 in België en 800 in Europa op 8.000 tewerkgestelden) en verzekert de uitbetaling van de bedreigde arbeiders, terwijl de automobielfabriek Opel Antwerpen gaat sluiten? Zou de vakbondsactie bij InBev beter gevoerd zijn dan bij Opel Antwerpen? Is de terugtrekking van de ontslagen bij AB InBev slechts een bewuste tactiek van de bourgeoisie om niet op eenzelfde moment herstructureringsplannen op te stapelen, die het risico kunnen lopen woede en strijdbaarheid op te wekken die de vakbonden zou kunnen ontglippen? In werkelijkheid geven de twee conflicten complementaire aanwijzingen over eenzelfde sociale realiteit: zowel voor de arbeidersklasse, voor wie het van kapitaal belang is om te vatten hoe men strijd kan voeren in deze periode van open crisis, als voor de bourgeoisie, die er wil over waken dat haar rechterarm, de vakbonden, de behoeders van de se sociale rust, zo lang mogelijk geloofwaardig blijven in de ogen van de uitgebuite klasse.
De herstructureringsmaatregelen bij AB InBev opdringen op hetzelfde moment als de sluiting van Opel Antwerpen zou hard geknaagd hebben aan het imago van en het vertrouwen in de vakbonden, die in deze twee gevallen het voortouw namen van de acties voor de 'redding' van het bedrijf. De syndicale “overwinning” bij AB InBev maakt het mogelijk om tegengewicht te bieden tegen het idee van de syndicale “nederlaag” bij Opel Antwerpen, en versterkt de illusie dat de strijd enkel maar achter de vakbonden kan gevoerd worden. De nationale betoging van 30.000 vakbondsleden in Brussel op 29 januari 2010 voor de verdediging van de tewerkstelling, georganiseerd door de vakbonden in gemeenschappelijk vakbondsfront, had eveneens tot doel om de arbeiders in het hoofd te hameren dat die vakbonden de werkelijke verdedigers zijn van de arbeidersklasse en dat er zonder hen niets mogelijk is.
Zal de tewerkstelling bij AB InBev behouden blijven? Niets is minder zeker. Alles doet er aan denken dat bij deze tijdelijke opschorting van de ontslagen de regel zal gelden: “Terugtrekken om beter te kunnen toeslaan”. Reeds bij het begin van het conflict, werd het idee van het opschorten van het plan geuit door de directie: “... de directie... had ook voorgesteld om het plan tijdelijk op te schorten om op diepgaande wijze te kunnen discussiëren over de reden ervan tijdens het weekeinde met de vakbonden...” (Le Soir 15.01.2010). Gelijkaardige illusies over een positieve uitkomst voor de arbeiders werden verspreid bij Opel. De aangekondigde verkoop van Opel door GM aan een consortium van bedrijven, met de steun van verschillende Europese regeringen zou een nieuwe toekomst bieden aan Opel Antwerpen en zijn arbeiders. Sindsdien weet men wat er van de luchtspiegeling is terechtgekomen !
Fundamenteel heeft AB InBev geen andere keuze dan te antwoorden op de ongenadige kapitalistische marktwetten: de productiekosten verminderen en rationaliseren door middel van herstructureringsplannen om het hoofd te bieden aan de daling van haar verkoop (in België zijn de door AB InBev verkochte volumes met 1,7% gedaald over de eerste 9 maanden van 2009) en om zich te verweren tegen de concurrentie van andere grote bierproducenten. De lancering van de 'Renault-procedure' door AB InBev spreekt boekdelen over de toekomst van het bedrijf. Deze wet, die werd uitgevaardigd een jaar na de sociale ramp van de sluiting van de fabriek Renault Vilvoorde in februari 1997, “moet de verplichting afdwingen tot het voeren van een ernstige sociale dialoog voorafgaand aan elke beslissing tot collectief ontslag”. Maar in werkelijkheid, “is de verplichting tot sociale consultatie in de praktijk eerder formeel terwijl alles al op voorhand bedisseld is...”, verklaart Pieter De Koster, een advocaat die verbonden is aan Allen & Overy...” (Le Soir on line, 20.11.2006,)“ Kortom, net zoals bij Opel Antwerpen, zijn de teerlingen al geworpen voor de toekomst van AB InBev. Op korte of lange termijn, zullen er nieuwe herstructureringen met ontslagen worden aangekondigd. En opnieuw zullen de vakbonden verzocht worden om de woede en de strijdbaarheid, die tot uiting zal komen in de arbeidersrangen, in de kiem te smoren. Opnieuw zullen zij door hun manoeuvres er toe bijdragen om de arbeiders een nieuwe oplawaai te verkopen, die zal uitdraaien op ontmoediging en berusting, zoals de reacties laten zien bij de arbeiders van Opel vandaag.
Zijn de vakbondsstrategieën verschillend? Wat was de krachtlijn van de vakbondspolitiek bij de aankondiging van het bankroet van Opel?: “Toen GM bankroet verklaard werd en er een drastische herstructurering aangekondigd werd voor Opel Europe, gingen de vakbonden vooraan staan in de strijd en verklaarden zij te willen strijden tot het bittere einde voor het behoud van de fabriek. Hun actie bestond er in feite in te gaan lobbyen met het patronaat, de Vlaamse Gemeenschap en de federale staat bij GM en de Duitse staat om aan tonen dat de Antwerpse fabriek “ten minste even goede prestaties levert als haar Duitse concurrenten”, om de “Europese concurrentieregels” te doen naleven. Hierbij aarzelen ze niet om de kwaliteit van hun 'acties' als voorbeeld te stellen tegenover de “ongecontroleerde” strijdbewegingen bij Ford van vorig jaar : “wij zijn verantwoordelijk en hebben een lange termijn visie”, “in België gijzelen wij geen patroons zoals in Frankrijk””, schreven wij in november 2009” (Internationalisme n°344: “Moeten de protestacties van de vakbonden ondersteund worden?”).
In welke mate verschilt deze strategie van die welke door de vakbonden van AB InBev gevoerd werd? In niets behalve in het feit dat de vakbonden deze keer wel degelijk de locale leiding van het bedrijf gedurende een paar uren gegijzeld hebben in de Luikse vestiging, deze keer naar het voorbeeld van de tactieken van hun Franse collega's. Net zoals bij Opel hebben zij het voortouw genomen om, hand in hand met de regionale regeringen en de federale staat, het bedrijf op zijn verantwoordelijkheden te wijzen door te herinneren aan de uitstekende rendabiliteit van de brouwerijgroep AB InBev, nummer 1 op wereldvlak: “Het gaat goed met de groep. Zij rijven hoge winsten binnen. En bovendien groeit ons marktaandeel in België. Vanwaar de noodzaak tot herstructureren?”, verklaart Marc Sparmont, vakbondsman van de (socialistische) Secta ( Le Soir.be, 8.1.2010). Deze verklaring wordt enkele dagen later gevolgd door die van de minister van Tewerkstelling, Joëlle Milquet, die gebelgd was dat dit bedrijf: “voorziet om met zoveel gemak een aantal mensen te ontslaan terwijl het winst maakt … de aankondiging is niet gemaakt om redenen die verbonden zijn aan de crisis maar gewoon omwille van het verminderen van de arbeidskosten” (Le Soir, 15.01.2010), en wordt versterkt door de uitspraken van de Waalse minister van Economie, Jean-Claude Marcourt (PS): “InBev heeft de tafel afgeruimd en vermindert de tewerkstelling op Europees niveau met 10% … de multinational heeft hele delen van de markt veroverd en dit, op het lokale vlak, dank zijn de goede prestaties van Jupiler” (Le Soir ,15.01.2010).
Het idee van een ethisch kapitalisme dat zich zou opstellen tegenover een vraatzuchtig kapitalisme is een gevaarlijke illusie die de arbeiders wil doen geloven dat er een rechtvaardig kapitalisme kan bestaan. Het kenmerkende voor elk kapitalistisch bedrijf is immers het waarborgen van zijn winst, het opdrijven van zijn productiviteit door de lonen te verlagen, de flexibiliteit te vermeerderen, de minst rendabele afdelingen te sluiten en werknemers te ontslaan. Deze politiek wordt volop ondersteund door de staat en zijn politieke fracties. Door te proberen om de arbeiders te binden aan de nationale en regionale regeringen, de aandeelhouders of de locale directies, duwen de vakbonden hen bewust in het hol van de leeuw.
Wat betreft hun acties op het terrein, mikken zij vooral op het onschadelijk maken van de woede van de arbeiders, om hun verzet op te sluiten in ongevaarlijke en demoraliserende acties. Inderdaad, net zoals bij Opel, worden de vakbondsacties geconcentreerd op:
– het totaal in handen nemen van de strijd en het afleiden van de gerechtvaardigde woede van de arbeiders naar doodlopende straatjes zoals het gijzelen van de directie in de Luikse vestiging, de wegblokkades, de blokkering van de drie brouwerijen waarop de maatregelen betrekking hebben (Jupille, Leuven, Hoegaarden);
– het opsluiten van de strijd in de fabriek en in de sector: acties enkel in de vestigingen en uitbreiding op het vlak van de depots en van de distributie;
– het opzetten van een valse solidariteit zonder perspectief onder de vorm van symbolische acties die zich beroepen op de sympathie van het publiek: gratis uitdelen van bier voor de afsluitingen van het bedrijf, aan de studenten van Luik en aan de voorbijgangers, oproep tot het boycotten van Jupiler, verdeling van pamfletten die oproepen tot solidariteit en tot ondersteuningsacties bij de supporters van de twee kampen van een voetbalmatch tussen Standard en Anderlecht in Luik. Men kan zich indenken in welke staat van dronkenschap deze supporters, studenten en anderen, hun solidariteit hebben kunnen betuigen !
– niet op het verwerpen van de ontslagen, maar op de eis om de vakbonden te betrekken bij de koehandel over de tewerkstelling.
En als de locale strijd in een doodlopend straatje geraakt, doen de vakbonden de arbeiders geloven dat zij hun hoop moeten richten op 'het gemeenschappelijk front van de Europese vakverenigingen', zowel bij Opel als bij InBev. Zo verspreiden zij de misleiding onder de arbeiders dat internationale solidariteit niets anders is dan een koehandel tussen nationale afvaardigingen om een 'rechtvaardig' evenwicht te vinden in de opofferingen op Europees vlak.
Wij besloten ons artikel in Internationalisme n°344 aangaande Opel als volgt: “In werkelijkheid is deze “voorbeeldige” strijd niets anders dan een corporatistisch doodlopend straatje : “Wir sind Opel”. Het komt enkel neer op een smerige koehandel om op een 'eerlijke wijze' de offers, de slachtoffers, de ontslagen te verdelen ten dienste van de logica van de kapitalistische rationalisering”. Vandaag kunnen wij net hetzelfde zeggen over de strijd bij AB InBev. De zogenaamde 'overwinning' bij InBev, net zoals de strijd bij Opel Antwerpen komen in werkelijkheid neer op een nederlaag voor de arbeidersklasse. De terugtrekking van het herstructureringsplan van AB InBev is niet het resultaat van een echte strijd van de arbeiders. Het is een strategie die, in onderlinge afspraak tussen patronaat en vakbonden, gevoerd wordt om af te wenden wat voor hen het grootste gevaar vertegenwoordigt: dat de arbeidersklasse, de vijandige klasse, haar strijd in eigen handen zou nemen, haar eigen Algemene Vergaderingen zou houden om dáár beslissingen te nemen over het verloop van de strijd, een echte uitbreiding van de strijd naar andere fabrieken zou organiseren, naar andere sectoren, door het belang uit te leggen van een gemeenschappelijke actie. Zo zou zij een klasse-solidariteit kunnen ontwikkelen die in staat zou zijn om een echte krachtsverhouding te ontwikkelen om de patroons in het nauw te drijven en om de staat te doen wijken.
Voor het ogenblik is de arbeidersklasse nog vertwijfeld (zie hiervoor het artikel in deze krant: 'Waarom zijn er zoveel aanvallen en is er zo weinig strijd?') en zij vertrouwt nog op de vakbonden wanneer de woede tot uitbarsting komt. Maar de verergering van de economische crisis zal de heersende klasse er toe aanzetten om terug in de aanval te gaan en nog meer wanhopige gelijktijdige aanvallen in te zetten op de levens- en werkomstandigheden. Daarom moet de arbeidersklasse van nu af aan alle lessen trekken m.b.t. de rol van de vakbonden (1) en zich de strijdmiddelen opnieuw toe te eigenen, die haar woede kunnen omzetten in een strijdbaarheid die lonend is en die haar vijandige klasse, de bourgeoisie, schrik kan aanjagen. De revolutionairen en de strijdbare minderheden staan aan haar zijde om haar te helpen bij deze trage en moeizame ontwikkeling van de strijd.
H / 29.01.2010.
(1) Lees onze pers op onze website: www.Internationalism.org [29] : 'Tot welk kamp behoren de vakbonden?', in n°340.
“In Kopenhagen, de koude douche”, “Het ergste akkoord uit de geschiedenis”, “Kopenhagen loopt uit op een mislukking”, “Ontgoocheling in Kopenhagen”... de pers is unaniem, deze top die aangekondigd was als 'historisch' is een echte flop geworden.
Gedurende verschillende weken hebben de media en de politici een reeks grootsprakerige verklaringen afgelegd waarin zij in hoofdzaak beweerden: “De toekomst van de mensheid staat op spel in Kopenhagen”. De stichting Nicolas Hulot had het volgende ultimatum gelanceerd: “De toekomst van de planeet en met haar het lot van één miljard hongerlijders […] staat op spel in Kopenhagen. Kiezen voor de solidariteit of ondergaan in de chaos, de mensheid heeft een afspraak met zichzelf”. Er stak een halve waarheid in. De tv-documentaires, de films (zoals Home van Yann Arthus Bertrand) en de resultaten van de wetenschappelijke onderzoekingen tonen aan dat men de planeet aan het verwoesten is. De opwarming van het klimaat wordt erger en met haar, de woestijnvorming, de branden, de cyclonen... De vervuiling en de intensieve exploitatie van de grondstoffen leiden tot de massale verdwijning van soorten. 15 tot 37% van de biodiversiteit zou verdwijnen tegen 2050. Vandaag lopen één zoogdier op vier, één vogel op acht, één derde van de amfibieën en 70% van de planten gevaar op uitsterven. Volgens het humanitair wereldforum, zou de 'klimaatverandering' de dood teweeg brengen van 300.000 mensen per jaar (waarvan de helft door ondervoeding) ! In 2050 zouden er 250 miljoen 'klimaatvluchtelingen' zijn. Ja, er is een hoge urgentie. Ja, de mensheid wordt geconfronteerd met een levensbelangrijke en historische inzet !
Maar wij mogen ons geen enkele illusie maken, er kon niets goeds voortkomen uit de top van Kopenhagen waar 193 staten vertegenwoordigd waren. Het kapitalisme vernietigt het leefmilieu al vanaf zijn ontstaan. In de 19e eeuw was Londen één grote fabriek die rook uitbraakte en haar afval in de Thames stortte. Dit systeem produceert alleen om winst te maken en kapitaal te accumuleren, met alle middelen. Het is dan weinig in tel als het daarom wouden moeten rooien, oceanen plunderen, rivieren vervuilen, het klimaat ontregelen... Kapitalisme en ecologie zijn onverzoenbaar.
Alle internationale bijeenkomsten, comités (zoals die van Rio de Janeiro in 1992 of die van Kyoto in 1997), zijn slechts vijgenbladeren, toneelopvoeringen om te doen geloven dat de 'groten der aarde' zich bekommeren om de toekomst van de planeet. De Hulots, Yann Arthur Bertrands, en andere Al Gores hebben ons doen geloven dat het er deze keer anders zou aan toegaan, dat tegenover de hoogdringendheid van de toestand, de hooggeplaatste leiders zich zouden 'herpakken'. Beter nog dat zij zelfs moesten begrijpen dat het ging om een historische kans om de aard van het kapitalisme ten gronde te veranderen, door zich te gaan richten op een 'green economy', die in staat zou zijn om de wereld uit de recessie te halen via een duurzame en ecologische groei !
Terwijl al die ideologen gebakken lucht verkochten, scherpten diezelfde 'hooggeplaatsten' hun eco...nomische wapens ! Want dat is de werkelijkheid: het kapitalisme is verdeeld in naties, die allemaal concurrenten zijn van elkaar, die zich genadeloos overgeven aan een handelsoorlog en, als het moet, soms aan een militaire. Eén enkel voorbeeld: de Noordpool is aan het smelten. De wetenschappers beschouwen dat als een echte ecologische ramp. De staten, van hun kant, zien daarin een kans om grondstoffen uit te baten die tot dan toe nog onbereikbaar waren en om nieuwe ijsvrije zeewegen te openen. Rusland, Canada, de Verenigde staten, Denemarken (via Groenland) vechten op dit ogenblik een genadeloze diplomatieke oorlog uit. Canada is er zelfs mee begonnen om aan zijn grens wapens te stationeren die gericht staan in die richting ! Kapitalisme en ecologie zijn duidelijk niet te verzoenen.
En men wilde ons doen geloven dat, in deze context, de Verenigde Staten en China gingen aanvaarden om 'hun 'CO² uitstoot te verminderen', 't te zeggen de productie ervan te verminderen. Dit begrip van het 'beperken van de uitstoot van CO²', is trouwens op zichzelf verhelderend voor wat de opwarming van het klimaat betekent voor het kapitalisme, een ideologisch wapen om concurrentie te voeren. Ieder land wil de doelstellingen vastleggen die hen het beste uitkomen: de landen van Afrika willen zeer lage cijfers, die overeenstemmen met hun productie, om stokken in de wielen te steken van andere naties, de landen van Zuid-Amerika wensen cijfers die een beetje hoger zijn, en zo gaat het verder voor India, de Europese staten, die zelf onder elkaar verdeeld zijn, China, de Verenigde Staten...
Het enige element dat misschien verrassend is aan deze mislukking van Kopenhagen is dat alle staatshoofden er zelfs niet in geslaagd zijn om de schijn op te houden. Gewoonlijk wordt er met veel gedoe een slotakkoord getekend met enkele vage doelstellingen die ooit moeten bereikt worden en daar gaat iedereen dan prat op. Deze keer gaat het officieel om een 'historische mislukking'. De spanningen en de koehandel zijn vanachter de schermen te voorschijn gekomen en geëtaleerd. Zelfs de traditionele foto van de staatshoofden die elkaar hand in hand gelukwensen en breeduit lachen voor de camera, kon niet gerealiseerd worden. Dat zegt genoeg !
In feite dwingt de recessie de staatshoofden niet tot het grijpen van de 'formidabele kans' van een green economy op wereldvlak, maar ze kan enkel nog de internationale spanningen en concurrentie aanwakkeren. De top van Kopenhagen heeft ons een demonstratie laten zien van de verwoede oorlog die de grootmachten onder elkaar voeren. Voor hen is het niet meer het moment om nog de schijn op te houden van elkaar te begrijpen en (schijn) akkoorden uit te bazuinen. Zij halen hun messen boven, jammer voor de foto !
Het kapitalisme zal nooit 'groen' worden. Morgen, zal de economische crisis nog harder toeslaan. Het lot van de planeet zal dan de laatste zorg wezen van de bourgeoisie. Zij zal slechts op één zaak belust zijn: haar nationale economie ondersteunen, door steeds harder te botsen met andere naties, door de niet rendabele fabrieken te sluiten, ook al moeten zij die ter plekke laten roesten, door de productiekosten te drukken, door te hakken in de budgetten van het onderhoud, wat ook zal neerkomen op meer vervuiling en industriële ongevallen. Dat is net wat er gebeurd is in 1990 in Rusland, met de kernonderzeeërs die aan hun lot werden overgelaten en met Siberië dat zo vervuild is dat het een groot deel van zijn bevolking eraan gestorven is.
Tenslotte zal een steeds groter deel van de mensheid in ellende gestort worden, straatarm, zonder voedsel noch woonst. Ze zal nog kwetsbaarder worden voor de gevolgen van de klimaatverandering, de cyclonen, de woestijnvorming.
Het wordt tijd om het kapitalisme te vernietigen voor het de planeet verwoest en de mensheid uitroeit.
Pavel / 19.12.2009
Wij publiceren hieronder de brief van Al, een lezer van onze pers. Hierin antwoordt hij voor het grootste deel op deze hamvraag.
Op deze hamvraag wordt door de brief, die we hieronder publiceren, grotendeels geantwoord. Hij is van AL, een lezer van onze pers.
“Zonder in detail te treden, ziet men dat het kapitalisme een zoveelste economische crisis doormaakt […]. In alle landen, zijn de bedrijven en de staat overgegaan tot massale ontslagen. Op wereldvlak is de werkloosheid eenvoudigweg uitgebarsten. Aanslagen en belastingen van allerlei aard zijn sterk toegenomen en de sociale hulp van haar kant is drastisch verminderd. Al deze acties veroorzaken natuurlijk een belangrijke maar vooral snelle verslechtering van de levensomstandigheden van de arbeiders, en dat op wereldschaal […].
Vandaag vraag ik mezelf, en net mij zeker een groot aantal arbeiders, zich af waarom er geen massaal antwoord komt van de arbeidersklasse wereldwijd op de ernst en de diepte van de huidige crisis en de gevolgen ervan op hun sociale levensomstandigheden. Wat belet de arbeiders vandaag om in strijd te gaan? Behalve de opstand van december 2008 en januari 2009 in Griekenland, heeft de arbeidersklasse paradoxaal genoeg geen antwoord gegeven dat van hetzelfde niveau is als de vloedgolf van slagen die haar werden toegebracht.
Het dient gezegd dat de staten, geruggensteund door de journalisten en financiële analisten van allerlei slag, alle middelen inzetten om te doen geloven dat er sedert maart 2009 een heropleving van de economie is. Voornamelijk bij de laatste G20, hebben de vertegenwoordigers van alle landen zichzelf nog in de bloemen gezet voor het slagen van hun respectievelijke plannen voor de wereldeconomie en de financiële markten. Het moet gezegd dat deze opklaring slechts tijdelijk is en enkel de beursnoteringen betreft. En die wordt voornamelijk aangevoerd door de grote Amerikaanse banken, zoals Goldman Sachs, die zo bijdragen tot een nieuwe 'bubbel' op de beurs welke op zeer korte termijn uiteen zal spatten. De 'werkelijke' economie gaat daarentegen verder steil bergafwaarts. Deze zegeroes, gekoppeld aan een media-tamtam houdt zeker de verwarring in stand in de hoofden van de arbeiders en draagt ook bij tot het gebrek aan vooruitzicht. De tweede reden gaat een twintigtal jaren terug tot de val van de Muur van Berlijn, van het stalinisme, van het 'Oostblok' en de beruchte 'dood van het kommunisme'. En inderdaad, als men vandaag discussieert met heel wat mensen, merkt men dat volgens hen het systeem dat heerste in de USSR, in de Oostbloklanden en in de DDR, kommunisme was, terwijl het er niets mee te maken had. Ik er denk zelf over na en ik realiseer mij dat de valse informatie en de leugens over het kommunisme, die door de heersende klasse verkondigd worden, hun sporen hebben nagelaten en ongelukkig genoeg blijven hangen zijn in de geesten van de arbeiders. Vandaag denken heel veel arbeiders objectief dat dit economisch systeem aan zijn einde is gekomen en wegkwijnt, maar ze weten eenvoudigweg niet door wat het vervangen moet worden. Want men heeft hen tientallen jaren lang ingehamerd, via de media, de geschreven pers, hun boeken maar vooral via het onderwijs, dat het kommunisme een economisch systeem was dat niet werkte en dat leidde tot dictatoriale regimes of dat het, in het beste geval, een illusie is. Het is natuurlijk onjuist, want het gaat om een van de grootste leugens uit de geschiedenis van de mensheid. De derde en laatste reden is dat de crisis niet alle loontrekkers tegelijk treft met dezelfde intensiteit en op hetzelfde moment. Dat kan een verklaring zijn waarom een beperkt aantal arbeiders wanhopig de strijd aangaan omdat ze geïsoleerd zijn, en dat de anderen nog in de fase zitten van overdenking en van de rijping van hun bewustwording.
Zo, dat is misschien een begin van antwoord, dat natuurlijk geldt voor mijzelf en dat, naar ik hoop, enkele elementen zal bijdragen aan het collectieve overdenkingsproces”.
AL.
Wij zijn het eens met elk punt van de brief. Inderdaad heeft het geweld waarmee de economische crisis vandaag toeslaat tijdelijk een beangstigend en verlammend effect.
Zoals wordt onderstreept door AL, vond de laatste strijd van enige omvang in 2009 plaats in Griekenland en op de Antillen. Het is geen toeval dat de sociale situatie kalmeerde juist op het moment, dat de crisis harder begon toe te slaan. Over het algemeen, en dat kan men natrekken in de loop van de laatste veertig jaar, waren de momenten van forse stijging van de werkloosheid niet het toneel van de meest belangrijke strijd. De arbeidersklasse wordt inderdaad onderworpen aan een schandelijke maar doeltreffende chantage: “Indien jullie niet tevreden zijn, zijn er veel andere arbeiders bereid om jullie te vervangen”. Bovendien verschuilen patroons en regeringen zich achter een 'doorslaggevend' argument: “Wij hebben er part noch deel aan als de werkloosheid stijgt of als jullie worden ontslagen: het is de schuld van de crisis”. Zo ontwikkelt zich een bepaald soort onmacht. De arbeiders worden niet alleen geconfronteerd met een boosaardige patroon maar met een internationaal kapitalisme in verval. Elke strijd is een in-vraag-stelling van het hele systeem. Iedere strijd stelt fundamenteel de kwestie van een andere wereld. Om vandaag in staking te gaan moet men niet alleen de moed hebben om op te boksen tegen de dreigingen met ontslag en ondernemerschantage, maar men moet er ook en vooral van overtuigd zijn dat de arbeidersklasse een kracht is die in staat is om iets anders aan te bieden. Het volstaat niet om in te zien dat het kapitalisme in het slop zit om de arbeidersklasse in staat te doen zijn om de weg in te slaan van een revolutionair perspectief. Zij moet er ook nog van overtuigd zijn dat een dergelijk perspectief mogelijk is. En het is juist op dit terrein dat de bourgeoisie er in geslaagd is om punten te scoren als gevolg van de ineenstorting van de USSR, het zogenaamde 'vaderland van het socialisme'. De heersende klasse heeft het idee in de hoofden van de arbeiders weten in te prenten dat de proletarische revolutie gebakken lucht is, dat de oude droom van het kommunisme met de USSR ten onder gegaan is. De jaren 1990 waren heel sterk getekend door de inslag van deze propaganda. Een decennium lang kende de strijd een sterke terugval. Maar zelfs al is het effect van de 'dood van het kommunisme' aan het begin van de jaren 2000 lichtelijk beginnen te vervagen omdat onze klasse er in geslaagd is om langzamerhand weer de weg van de strijd op te gaan, toch zijn er vandaag nog resten van te bespeuren. De vereenzelviging van stalinisme en kommunisme, het gebrek aan vertrouwen binnen de arbeidersklasse om met eigen handen een andere wereld op te bouwen, werken als grendels.
Zitten wij dan in het slop? Zeker niet. Zonder enige twijfel is het perspectief steeds talrijkere en belangrijkere strijd. Voor het ogenblik heeft onze klasse een klap op haar hoofd gekregen en is ze als het ware verdoofd. Maar de crisis blijft het vruchtbaarste terrein voor de ontwikkeling van de strijd. In de komende maanden en jaren zal de regerende klasse proberen om alle werkenden te doen opdraaien voor de enorme begrotingstekorten die zich ophopen, voor de reddingsplannen van de banken en voor de 'heropleving' van de economie. Op dit ogenblik worden in het bijzonder de ambtenaren volop getroffen en allen tegelijk. Doordat de dreiging met ontslag minder zwaar op hun schouders weegt, dragen zij de verantwoordelijkheid om als eersten in het offensief te gaan en de arbeiders uit de privé, die met een onzekere baan, de werklozen, de gepensioneerden aan hun zijde te krijgen... Zo zal zich het idee ingang doen vinden dat er enkel eenmaking van de strijd komt als hij massaal en solidair is, vanuit alle sectoren, om de wreedheid van de aanvallen af te remmen. Door deze strijd zal de arbeidersklasse het vertrouwen smeden in haar eigen krachten en haar bekwaamheid om op een dag de kommunistische revolutie, de voorwaarde voor het omverwerpen van de uitbuiting, tot een goed einde te brengen.
Pavel / 21.11.2009
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 190.42 KB |
Hieronder publiceren wij de vertaling van een artikel dat verschenen is op onze Internet-site in het Spaans. Het betreft nieuws over de strijd in Vigo, in Galicië (een gewest in Noordwest Spanje) (1).
Wij verkregen nieuwe informatie over een gezamenlijke strijd van werkloze en actieve arbeiders van de sector van de scheepswerven van de stad Vigo.
Wij bedanken hiervoor een van onze lezers die zijn commentaar doorstuurde. Wij bevestigen ook onmiddellijk dat wij het eens zijn met de conclusie die hij trekt uit deze strijd: “Enkel de eenheid en de solidariteit van alle werklozen en van alle arbeiders, in algemene vergaderingen en op gemeenschappelijke betogingen kunnen ons naar de overwinning voeren. Wij begroeten de arbeiders en de werklozen van de scheepswerven in Vigo. De werklozen en de arbeiders uit heel de wereld zouden het voorbeeld moeten volgen van de [arbeiders van] de scheepswerven in Vigo, hun eenheid en hun solidariteit, want het is enkel allemaal samen dat wij er in zullen slagen om het te winnen van het wereldkapitalisme”. In diezelfde zin hebben wij op ons Forum ook nog een andere boodschap ontvangen: “Het artikel over de strijd die gevoerd werd door de werklozen en de actieven van de scheepswerven in Vigo werd gepubliceerd zonder de minste reactie en nochtans kan men er een van de lessen uit trekken, die wij altijd in het achterhoofd moeten houden: die van de eenheid van de klasse. Er is zich iets zeer belangrijk aan het afspelen in Vigo, want het zijn actieve en werkloze arbeiders die samen de straat opgaan en daarbij andere arbeiders meetrekken tot een werkstaking van de hele scheepssector. Neemt de tijd om het te lezen en men zal er veel dingen uit leren. Groeten”.
In Vigo zijn er meer dan 60.000 werklozen. Alleen al voor 2009 en enkel in de metaalsector, zijn er 8.000 banen verdwenen. De verontwaardiging samen met de bezorgdheid over een steeds moeilijkere toekomst, verspreidt zich onder de arbeiders. In het bijzonder op de scheepswerven waren de werklozen bij een akkoord tussen vakbonden en patronaat ingeschreven in een soort 'werkbeurs', waar ze elke keer zouden opgeroepen worden als er werk was.
De werklozen die ingeschreven waren -rond de 700- merkten tot hun woede dat ze in plaats van opgeroepen te worden, men voor tijdelijke taken buitenlandse arbeiders aanwierf aan veel lagere lonen en onder veel ergere omstandigheden. Zo bijvoorbeeld volgens een van de woordvoerders van de werklozen: “zijn er arbeiders die slapen in de parkings en slechts één broodje per dag te eten hebben”.
Dit was het startschot tot de strijd. De arbeiders hielden er aan om te beklemtonen dat zij geenszins tegen de aangeworven vreemde arbeiders zijn. Een van hun woordvoerders benadrukte: “Wij hebben er niet de minste moeite mee dat er mensen zijn die van elders worden aangeworven, maar op voorwaarde dat het patronaat dit niet doet over de hoofden van de collectieve overeenkomst met het gewest, want voor het loon van één enkele onder ons, betalen zij twee tot drie vreemde arbeidskrachten.”. Ondanks dit alles hebben de media, de specialisten van de 'communicatie', er hun 'uitleg' aangegeven, door de arbeiders te beschuldigen va vreemdelingenhaat. De krant, El Faro de Vigo bijvoorbeeld, had als titel bij het verslag over de strijd: “De werklozen van de metaal verzetten zich tegen de aanwerving van vreemdelingen”, wat neerkomt op een schandalige leugen. Het zijn immers de werkloze arbeiders zelfs die het manoeuvre hebben aangeklaagd van het patronaat dat: “goedkope werkkrachten laat komen onder voorwaarden die dichtbij slavernij staan”.
De bourgeoisie is een cynische en machiavellistische klasse. Zij werft vreemde arbeiders aan en onderwerpt ze aan loonvoorwaarden die ver beneden die van de arbeiders van het land zelf liggen. Als deze zich dan verzetten tegen dergelijke aanwervingen, beschuldigt zij hen onmiddellijk van racisme, van vreemdelingenhaat, van verdediging van 'ideeën van uiterst rechts, van nationalisme, enz.., terwijl het antwoord van deze arbeiders helemaal niet ingaat tegen hun klassebroeders, maar tegen het feit van het scheppen van een precedent bij de aanwerving onder lagere loonvoorwaarden, wat neerkomt op een neerwaartse druk op de loonvoorwaarden van allen. Dat hebben wij ook kunnen zien in Groot-Brittannië tijdens de strijd van de bouwvakkers (2) en ook tijdens de strijd van de arbeiders van Sestao (3).
Op 3 februari trokken de werklozen naar de poorten van de Astilleros Barreras (het belangrijkste bedrijf in deze sector van de scheepswerven) met de bedoeling om een gemeenschappelijk algemene vergadering te houden met de arbeiders van dit bedrijf. Aangezien de poorten gesloten waren, begonnen zij slogans te roepen door de megafoon en begonnen zij hun eisen uit te leggen tot uiteindelijk de grote meerderheid van de werkenden de installaties verlieten en zich bij de werklozen voegden. Volgens een verslag van Europa-Press “vijf anti-rellen combi's van de politie verschenen op het terrein. De politiemacht werd over het hele terrein ontplooid voorzien van geweren met rubberkogels en schilden, maar tenslotte werden de 'ordestrijdkrachten' teruggetrokken op het rond punt van Beiramar ”. De info van Europa-Press ging verder als volgt: “Tenslotte vertrok een groep samengesteld uit werklozen en arbeiders in een betoging in de richting van Bauzas, en op dit traject sloten arbeiders van andere scheepswerven van de zone (zoals Cardam, Armon en Freire Así), zich bij hen aan, zodat alle activiteit stilviel in de hele scheepswerfindustrie”.
Wij zien hoe in deze ervaring de solidariteit en de eenheid concreet tot uiting komt onder de kameraden die werkloos zijn en diegenen die nog aan het werk zijn: de gezamenlijke algemene vergaderingen, de straatbetogingen om de strijd aan andere arbeiders bekend te maken, de communicatie en de directe band met de arbeiders van andere bedrijven om hen te winnen voor de gemeenschappelijke strijd. Anders gezegd, hetzelfde van wat er gebeurde in Vigo in 2006. (4): de arbeiders namen weer de proletarische strijdmethodes op, die niets te maken hebben met de verdeling, het corporatisme en de passiviteit, die zo typisch zijn voor de vakbondsmethodes. (5)
Op 4 februari vonden er opnieuw acties plaats. Rond tien uur 's morgens trokken de werklozen opnieuw naar de poorten van Astilleros Barreras. En nogmaals kwamen hun kameraden van het bedrijf naar buiten om hen te vervoegen in de strijd. Ondanks de ontplooiing van de politie, vertrokken allen weer samen in een betoging. Volgens El Faro de Vigo, “Het protest werd gisteren in het oog gehouden door een sterke ontplooiing van de politie. Er zijn momenten van spanning geweest, maar tenslotte waren er geen schermutselingen. De werklozen betoogden in de zones van Beiramar en Bouzas de Vigo, vergezeld door de arbeiders van de sector, en zij kondigden aan dat zij zouden verder gaan met de mobiliseringen zolang de patroons het niet aanvaardden om met hen de problemen te regelen die er bestaan bij de aanwerving van het personeel, en die zij aanklagen”.
Wij beschikken over geen verdere informatie. Maar wij denken dat deze feiten veelbetekenend zijn voor de strijdbaarheid en de bewustwording van de arbeiders, voor het zoeken naar eenheid en solidariteit tegenover de gemene streken die het kapitaal ons levert.
Wij drukken onze solidariteit uit met onze kameraden in strijd. Wij moedigen iedereen aan de lessen te trekken en een actieve solidariteit te ontwikkelen. Het ontbreekt niet aan motieven: wij hebben net de kaap van 4 miljoen werklozen overschreden, de regering kondigt de verlenging aan van de pensioenleeftijd tot 67 jaar, de verhoging van het aantal jaren afdracht, enz....
IKS / 5.2.2010
1. Deze bijdrage konden wij schrijven dank zij een boodschap van 3 februari 2010 door een lezer via onze 'commentaren' op onze site: https://es.internationalism.org/node/2765#comment-636 [35]
Om deze beweging beter te begrijpen, verwijzen we onze lezers ook naar de artikels over de strijd in deze stad in 2009:'A Vigo, en Espagne; les méthodes syndicales mènent tout droit à la défaite' https://fr.internationalism.org/icconline/2009/a_vigo_en_espagne_les_met... [36]ènent_tout_droit_à_la_défaite.html
En over de beweging van 2006: 'Grève de la métallurgie à Vigo en Espagne: Une avancée dans la lutte prolétarienne' https://fr.internationalism.org/ri369/espagne.htm [37]
2, Zie: 'Strijd van de bouwvakarbeiders in Groot-Brittannië,
3. “
4. “
5. Over de vakbondssabotage, lees ons artikel van september 2009: “Vigo (Espagne)
Griekenland, Portugal, Spanje, Ierland, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië... overal dezelfde crisis, overal dezelfde aanvallen. De bourgeoisie kondigt openlijk de kleur aan. Haar koude en onmenselijke opvatting valt in enkele woorden samen te vatten: “Als jullie het ergste willen vermijden, de economische catastrofe en het bankroet, dan moeten jullie de broeksriem aanhalen zoals nog nooit tevoren !” Natuurlijk verkeren niet alle kapitalistische staten meteen in dezelfde situatie van oncontroleerbaar tekort en onvermogen te betalen, maar ze weten allen dat ze onherroepelijk in die richting gedreven worden. En ze gebruiken allemaal die werkelijkheid om hun platte belangen te verdedigen. Waar kunnen ze het geld vinden dat nodig is om hun monsterachtige tekorten een beetje aan te zuiveren ? Ver hoeven ze niet te zoeken. Terwijl sommigen onder hen al overgegaan zijn tot het offensief tegen de arbeidersklasse, bereiden allen ideologisch het terrein voor.
Het Grieks soberheidsplan dat bedoeld is om de openbare tekorten te verminderen is uiterst brutaal en ongehoord cynisch. De Griekse minister van financiën heeft zonder verpinken verklaard dat “de ambtenaren zullen moeten getuigen van patriottisme... en het voorbeeld geven” (in La Tribune, 10-2-2010). Ze zouden zonder morren en zonder verzet moeten aanvaarden dat hun lonen verlaagd worden, hun premies geschrapt, dat degenen die met pensioen gaan maar mondjesmaat vervangen worden, dat de pensioenleeftijd omhoog gaat tot boven de 65 en dat ze tenslotte zonder veel gedoe kunnen ontslagen worden. Dat alles om de nationale economie te verdedigen, die van de staat die hen uitbuit, van de bazen en andere bloedzuigers. Alle Europese nationale bourgeoisieën namen actief deel aan het uitwerken en doorvoeren van dit drastisch soberheidsplan. Duitsland, Frankrijk en zelfs Spanje besteden zeer bijzondere aandacht aan het beleid en de aanvallen die door de Griekse staat gevoerd worden. Ze willen het proletariaat over heel de wereld volgende boodschap toezenden: “Kijk naar Griekenland, de bewoners van dat land moeten offers brengen om de economie te redden. Jullie zullen straks hetzelfde moeten doen.”
Na de Amerikaanse huishoudens, de banken, de ondernemingen, is nu de tijd gekomen waarin het de staten zelf zijn die volop de klappen krijgen van de economische crisis en die met bankroet bedreigd worden. Resultaat: ze moeten op hun beurt genadeloze aanvallen organiseren. Ze zullen in de komende maanden een drastische vermindering organiseren van het aantal ambtenaren, van de 'productiekosten' in het algemeen en dus van het levenspeil van ons allemaal. De bourgeoisie beschouwt de arbeiders als vee dat ze naar de slachtbank kan drijven als haar lage belangen daarom vragen. De situatie is identiek in Portugal, Ierland en Spanje: dezelfde brutale plannen, dezelfde cataloog van maatregelen tegen de arbeiders. In Frankrijk en in Nederland maakt heel de bourgeoisie zich klaar om dezelfde weg op te gaan. Maar dit is niets typisch voor de eurozone alleen. In de Verenigde Staten, het machtigste land ter wereld, telt men na twee jaartjes crisis 17% werklozen, 20 miljoen nieuwe armen en 35 miljoen personen die overleven dankzij voedselbonnen. En elk jaar komt er een pak miserie bij.
Hoe is het zover gekomen? Voor heel de bourgeoisie, in het bijzonder voor haar uiterst-linkse fractie, is het antwoord heel eenvoudig. Het zou enkel de fout zijn van de bankiers en de mastodonten zoals Goldman Sachs en andere J.P. Morgans. Het klopt dat het financieel systeem dolgedraaid is. Niets anders is meer van tel dan het onmiddellijk belang, volgens het oude motto “na mij de zondvloed”. Ondertussen weet iedereen dat het die grote banken zijn die om steeds meer geld te verdienen het onvermogen om te betalen van Griekenland bespoedigd hebben door op dat failliet te rekenen en aan te sturen. Ze zullen morgen ongetwijfeld hetzelfde proberen met Portugal of Spanje. De grote wereldbanken en de financiële instellingen zijn niets dan aasgieren. Maar dat beleid van de financiële wereld, dat uiteindelijk suïcidaal is, is niet de oorzaak van de crisis van het kapitalisme. Het is integendeel een gevolg ervan (dat op een zeker moment in zijn ontwikkeling, er zelf een verergerende factor van wordt).
Zoals gewoonlijk liegt de bourgeoisie van alle slag ons iets voor. Ze trekt voor de ogen van de arbeidersklasse een waar rookgordijn op. Voor haar is de inzet groot. Het gaat erom alles in 't werk te stellen om te beletten dat de arbeiders het verband zouden leggen tussen de groeiende insolvabiliteit van de staten en het failliet van het gehele kapitalistische systeem. Want dat is precies de waarheid: het kapitalisme is dodelijk ziek en de dolgedraaide financiële wereld is daar één van de zichtbare gevolgen van.
Toen deze crisis halfweg 2007 met volle kracht uitbrak, kwam overal, met name in de Verenigde Staten het failliet van het banksysteem aan het licht. Die situatie was enkel het resultaat van tientallen jaren algemene schuldenmake-rij, aangemoedigd door de staten zelf teneinde compleet uit het niets de nodige markten te creëren waarop de waren verkocht konden worden. Maar toen tenslotte particulieren en bedrijven, gewurgd door die leningen, niet meer in staat bleken ze terug te betalen, bevonden de banken zich aan de rand van de ineenstorting, en in hun kielzog heel de economie. Op dat moment moesten de staten een heel pak schulden uit de privésector op zich nemen en dure en reusachtige relanceplannen in gang zetten om te proberen de recessie binnen de perken te houden.
Nu zijn het dus de staten zelf die tot over hun oren in de schulden steken en niet in staat zijn hun eigen schulden te beheren (terwijl de privésector ondertussen verre van gered is) en in een situatie terechtkomen van potentieel bankroet. Natuurlijk is een staat geen onderneming, en als hij niet meer kan betalen kan hij niet gewoon de sleutel onder de mat leggen. Hij kan er nog op hopen zich verder in de schulden te steken door steeds meer intresten te betalen, onze spaarcenten in te pikken, nog meer papiergeld bij te drukken. Maar toch komt het moment waarop de schulden, of minstens de intresten daarop, moeten betaald worden, ook door de staat. Om dat te begrijpen volstaat het te kijken naar wat vandaag gebeurt met de Griekse, de Portugese en zelfs de Spaanse staat. In Griekenland heeft de staat geprobeerd dat te financieren met een lening op de internationale markt. Het resultaat liet niet op zich wachten. Iedereen kwam op de proppen met kortlopende rekeningen, wetend dat de Griekse staat in geldnood zat, tegen intrestvoeten van meer dan 8%. Onnodig te zeggen dat dergelijke financiële situatie onhoudbaar is. Welke oplossing blijft er dan over? Andere kortlopende leningen vanwege andere staten, zoals Duitsland of Frankrijk. Maar opgelet : die mogendheden kunnen vandaag de Griekse put vullen, maar zullen morgen niet meer in staat zijn Portugal, Spanje of nog minder Groot-Brittannië te hulp te snellen... Ze zullen daar nooit genoeg middelen voor hebben. En in ieder geval kan zo'n politiek al snel enkel leiden tot hun eigen financiële verzwakking. Zelfs een land als de Verenigde Staten, dat nochtans kan steunen op de internationale heerschappij van zijn dollar, ziet zijn openbaar deficit van jaar tot jaar toenemen. De helft van de Amerikaanse staten zijn failliet. In Californië betaalt de regering haar ambtenaren niet langer in dollars, maar wel in een 'lokale munt', bons die enkel gebruikt kunnen worden in Californië zelf!
Kortom, geen enkele economische politiek kan tenslotte de staten redden uit hun insolvabiliteit. Om de deadlines wat uit te stellen bestaat er geen andere keus dan hun 'uitgaven' drastisch te snoeien. Dat is precies de zin van de plannen die in Griekenland, Portugal, Spanje, en morgen onvermijdelijk in de andere landen, doorgevoerd worden. Het gaat niet langer om soberheidsplannen zoals de arbeidersklasse er regelmatig gekend heeft sinds het einde van de jaren 1960. Wat nu aan de orde is, is de arbeidersklasse zwaar te laten betalen voor het voortbestaan van het kapitalisme. Het beeld dat we voor ogen moeten houden, zijn de eindeloze rijen wachtenden van arbeidersfamilies die aanschuiven bij de bakkerijen in de jaren 1930 voor een stuk brood. Dat is de enige toekomst die de crisis zonder uitkomst van het kapitalisme belooft. Tegenover de groeiende ellende kan alleen de massale strijd van de internationale arbeidersklasse het vooruitzicht openen op een nieuwe samenleving door dit systeem omver te werpen dat gebaseerd is op uitbuiting, warenproductie en winst.
Tino / 26.02.10
Bij de spoorwegen
Op 15 februari 2010 kwamen in België 19 mensen om het leven (waaronder een treinbestuurder) en werden er 170 reizigers gewond toen twee passagierstreinen frontaal op elkaar botsten. Met één klap kwamen opnieuw de veiligheidsmankementen aan het licht bij de spoorwegen. Alhoewel er in het verleden reeds meerdere dodelijke ongevallen met een gelijkaardige achtergrond plaatsvonden moesten de Belgische spoorwegen, die onder druk van de EU sedert 2005 een modernere veiligheidsnorm moesten invoeren, naar aanleiding van het ongeval toegeven dat slechts een derde van de lokale treinstellen is uitgerust met de overeenkomstige beveiligingssystemen. Terwijl de Belgische spoorwegen tot de oudste van het Europese continent behoren, de eerste spoorlijn werd geopend in 1835, en dit oude industrieland nog steeds beschikt over het dichtste spoornet ter wereld, zijn nu 175 jaar later nog niet alle treinstellen uitgerust volgens de modernste veiligheidsnormen, die het treinstel tot stilstand brengen wanneer een stoplicht genegeerd wordt. Deze om wraak roepende afgrond, die gaapt tussen wat er vandaag technisch mogelijk is en de alledaagse werkelijkheid, bestaat niet in een derde wereld land, maar in een van de oudste industrielanden, waar de zetel is van de EU-bureaucratie. Ook in de leidende industriële natie van Europa, Duitsland, dat lange tijd wereldwijd het uitvoerland bij uitstek was, dankzij zijn hoogtechnologische producten, leidt de druk van de crisis en het grenzeloze winstbejag steeds meer tot het aantasten van de veiligheid. Na het ontsporen van een ICE-3 trein in de zomer van 2008, moesten de Duitse spoorwegen bij het grootste deel van de beschikbare 250 ICE-3 treinstellen de wielassen veranderen voor een bedrag van meerdere honderden miljoenen Euro's. Ondertussen leven de bewoners van Berlijn nu al maandenlang met de gevaren van de besparingspolitiek en het winstbejag van de Duitse spoorwegen. De breuk bij een wielschijf, die in mei 2009 leidde tot de ontsporing van een S-Bahn trein, dwong tot de herkeuring van het gehele S-Bahn park in Berlijn. (...) Ook hier gaar het om een kostenplaatje van minstens 350 miljoen Euro's. Dat er de laatste weken ontsporingen waren van zware goederentreinen wijst er alleen op hoe groot het gevaar is voor nog meer ongevallen. (…)
De Belgische treinbestuurders toonden hierop de enige juiste reactie door de dag na het ongeval in grote delen van het land het werk neer te leggen uit protest tegen de arbeids- en veiligheidsomstandigheden.
Nadat in maart 2009 in Keulen het historische stadsarchief en de belendende woningen instortten, waarbij twee bewoners omkwamen, hebben eerste vaststellingen toestanden blootgelegd die totnogtoe hoofdzakelijk gangbare praktijken waren in derde wereld landen. Het is nu al duidelijk dat bij de bouw van de metro slechts 17% van de vereiste staalbeugels aangebracht werden, wat betekent dat 83% niet ingebouwd werd. Een deel ervan werd bij een geplande stopplaats door de arbeiders doorverkocht aan een schroothandelaar. Dit duidt zeker op het feit dat de lonen laag zijn en de werktijden en arbeidsomstandigheden ellendig. Wanneer het waar zou blijken dat relevante beveiligingsdelen door de arbeiders op massale wijze niet werden ingebouwd en in plaats daarvan verpatst werden, zou dit een gedrag zijn dat de ethische maatstaven van de arbeidersklasse aantast. Zij staan in tegenstelling tot de houding van de spoorarbeiders in België.
Tot nu toe gold in de hoog geïndustrialiseerde het respecteren van bepaalde veiligheidsnormen als algemeen aanvaard, omdat het onmisbaar was voor het enigszins rimpelloos laten functioneren van het productieproces. Wat nu, zoals bij de meest recente onderzoekingen bij de bouw van de metro in Keulen, aan het licht gekomen is betekent dat men een drempel heeft overschreden. “Massaal vervalste verslagen, gestolen en niet ingebouwde beveiligingsbeugels, illegale bronnen, teveel afgepompt bronwater, steeds terugkerende scheuren in de zijwanden, vooral door gebrek aan controle” kwamen aan het licht, kortom, “geklungel, verduistering, zaken die in de doofpot gestopt en systematisch vervalst werden” (Kölner Stadtanzeiger, 19.02.2010). (…) Vanaf nu dreigt ook het gevaar dat zulke gedragingen ingang vinden in de hoog ontwikkelde industriestaten, wier structuren tot nu toe niet zo erg geplaagd waren van een alles doordringende corruptie. (…)
Het neerstorten van een Airbus toestel in juni 2009 (met 228 mensen aan boord) bracht volgens de informatie van 'Der Spiegel' een gevaarlijke beveiligingslacune aan het licht, bij alle toestellen die toen werden goedgekeurd: de snelheidssensoren berusten op specificaties van 1947 – nog vóór het begin van het tijdperk van de straalvliegtuigen. De verdachte sensoren, wier bevriezing zeer waarschijnlijk geleid heeft tot het neerstorten van de Airbus A330, hoeven maar te werken tot een temperatuur van min 40 graden Celsius. Maar de huidige passagiersvliegtuigen vliegen bijna altijd op hoogtes waar beduidend lagere temperaturen bestaan. Een andere techniek kan al enige jaren als bijzondere uitrusting voor de Airbus toestellen besteld worden. Maar Air France weigert nog altijd om het 300.000 Euro's kostende systeem met de naam 'Buss' aan te schaffen.
(https://www.spiegel.de/wissenschaft/technik/0,1518,679180,html [40])
EB / 26.02.2010
Dit is een ingekorte versie van een artikel dat wij volledig gepubliceerd hebben op het Duitstalige deel van de website www.internationalism.org [41].
Met de verergering van de economische crisis en de sociale ontbinding overal in de wereld worden de levensomstandigheden steeds ondraaglijker, in het bijzonder in de landen van de Derde Wereld. In de komende jaren zullen de gevolgen van de ontbinding,en van de oorlog, maar ook van de klimaatverandering maken dat het vraagstuk van de immigratie waarschijnlijk nog belangrijker zal worden in de toekomst. In dit artikel zullen wij de historische rol onderzoeken van de immigratie van bevolkingen in de geschiedenis van het kapitalisme. De geschiedenis van het vraagstuk van de immigratie in de schoot van de arbeidersbeweging, de immigratiepolitiek van de bourgeoisie en een oriëntering voor de tussenkomst van de revolutionairen zullen aangesneden worden in een tweede artikel.
De Verenigde Naties schatten dat 200 miljoen immigranten -ongeveer 3% van de wereldbevolking- buiten hun land leven, het dubbele van in 1980. In de VS werden 33 miljoen inwoners geboren in het buitenland, ongeveer 11,7% van de bevolking; in Duitsland 10,1 miljoen, 12,3%; in Frankrijk 6,4 miljoen, 10,7%; in het Verenigd koninkrijk 5,8 miljoen, enz.(1) De bronnen van regeringen en de media schatten dat er meer dan 12 miljoen clandestiene immigranten zijn in de Verenigde staten en meer dan 8 miljoen in de Europese Unie. In deze context is de immigratie een brandend politiek vraagstuk geworden in alle kapitalistische metropolen en zelfs in de Derde Wereld.
Alhoewel er variaties bestaan volgens de landen en hun specificiteiten, volgt de houding van de bourgeoisie tegenover deze immigratie over het algemeen het zelfde patroon in drie luiken: 1) de immigratie aanmoedigen omwille van economische en politieke motieven 2) ze gelijktijdig beperken en proberen onder controle te houden 3) ideologische campagnes orkestreren om racisme en vreemdelingenhaat aan te wakkeren tegen de immigranten om de arbeidersklasse te verdelen.
De immigratie aanmoedigen: De heersende klasse rekent op gastarbeiders, legale of illegale, om slecht betaald werk te doen dat weinig aantrekkelijk is voor de arbeiders van het land zelf, en om te dienen als een reserveleger van werklozen en onderbetaalde werkkrachten om de lonen van de hele arbeidersklasse te drukken en te verhelpen aan de vermindering van de arbeidskrachten als gevolg van de veroudering van de bevolking en de daling van het geboortecijfer. In de Verenigde Staten is de heersende klasse zich er erg goed van bewust dat gehele industrietakken, zoals de kleinhandel, de bouw, de vlees- en pluimveebehandeling, de schoonmaakdiensten, de hotels, de horeca, de gezondheidszorgen aan huis en de kinderoppas voor het grootste deel gastarbeiderswerk zijn, legaal of illegaal. Om die reden zijn de eisen van uiterst rechts, om 12 miljoen illegale immigranten terug te sturen en de legale immigratie te verminderen, helemaal geen rationeel politiek alternatief voor de heersende fracties van de bourgeoisie en werden ze verworpen als irrationeel, onwerkbaar en schadelijk.
Beperken en controleren: Tezelfdertijd erkent de heersende fractie de noodzaak om het vraagstuk van het statuut van de immigranten zonder papieren op te lossen. Om een controle te behouden over een veelheid van sociale, economische en politieke problemen en daarbij inbegrepen het bestaan en toekennen van medische en sociale zorgen en onderwijs... Om die reden werden er de laatste jaren verschillende hervormingen doorgevoerd in de Verenigde Staten en in in Europa (Schengen) met de min of meer openlijke steun van de verschillende fracties van de bourgeoisie die de immigratie proberen te controleren.
De ideologische campagnes: De propagandacampagnes tegen de immigranten variëren al naar gelang de landen, maar de kern van de boodschap is merkwaardig gelijkaardig. Ze mikken in de eerste plaats op de 'latino's' in de Verenigde staten en op de moslims in Europa, onder het voorwendsel dat de laatste immigranten, in het bijzonder die zonder papieren, de verantwoordelijken zouden zijn van de verergering van de economische crisis en de sociale omstandigheden waaraan de arbeidersklasse van 'het land' zelf mee geconfronteerd wordt. Want zij zouden met de jobs gaan lopen, zouden de lonen doen dalen, zouden de scholen overbevolken met hun kinderen, zouden de sociale bijstandsorganisaties leegzuigen, zouden de criminaliteit en de sociale ellende doen toenemen. Het is een klassiek voorbeeld van de verdeel en heers strategie van de bourgeoisie , de arbeiders zodanig te verdelen dat zij elkaar er wederzijds van beschuldigen verantwoordelijk te zijn voor hun problemen, dat zij elkaar bevechten om de kruimels, eerder dan te in te zien dat het kapitalistische systeem verantwoordelijk is voor hun leed. Het dient om de capaciteit te ondermijnen van de arbeidersklasse om zich bewust te worden van haar identiteit als klasse en van haar eenheid, waarvoor de bourgeoisie vooral beducht is. De werkverdeling in de schoot van de bourgeoisie kent aan haar rechtervleugel de taak toe om het anti-immigranten sentiment, met een min of meer groot succes, aan te wakkeren en uit te buiten in alle grote kapitalistische metropolen, en het vindt een echo in sommige sectoren van het proletariaat.
In zijn bloeiperiode kende het kapitalisme een enorm belang toe aan de mobiliteit van de arbeidersklasse als een factor in de ontwikkeling van zijn productiewijze. Onder het feodalisme, zat de arbeidende bevolking vastgekluisterd aan de grond, en verplaatste zich bijna niet tijdens haar hele leven. Door de landbouwers te onteigenen heeft het kapitalisme brede lagen van de bevolking gedwongen om het platteland te verlaten voor de stad, om daar hun arbeidskracht te verkopen, en een onmisbare reserve aan arbeidskracht te worden.(2) “Bij het begin van het kapitalisme, tijdens zijn periode van 'primitieve accumulatie', werden de banden van de eerste loonarbeiders met hun feodale heren verbroken” en de “de revoluties... beroofden de grote massa's van hun productiemiddelen en traditionele bestaansmiddelen, ze wierpen hen lukraak op de arbeidsmarkt, proletariërs zonder hebben noch houden. Maar de basis van deze evolutie was de onteigening van de landbouwers” (3). Met het voortschrijden van de bloeiperiode van het kapitalisme, werd de massale immigratie van doorslaggevend belang voor de ontwikkeling van het kapitalisme in zijn periode van industrialisering. De beweging en het verplaatsen van massa's arbeiders naar die plaatsen waar het kapitaal er behoefte aan had waren essentieel. Van 1848 tot 1914, verlieten 50 miljoen mensen Europa en de grote meerderheid ging in de Verenigde Staten wonen. In 1900 bedroeg de Amerikaanse bevolking bij benadering 75 miljoen mensen; in 1914 ongeveer 94 miljoen. Tijdens deze periode voerde de Amerikaanse bourgeoisie wezenlijk een politiek van volledige openheid van de immigratie. Wat de gastarbeiders motiveerde om zich te ontwortelen was de belofte van hun lotsverbetering, het wegvluchten uit de armoede en de honger, voor de onderdrukking en het tekort an vooruitzichten.
Gepaard gaand met haar politiek van aanmoediging van de immigratie aarzelde de bourgeoisie niet om, tegelijkertijd, campagnes te voeren van vreemdelingenhaat en racisme om de arbeidersklasse te verdelen. Men, zette diegenen die men 'inheemse' arbeiders noemde – en waarvan sommigen zelf afstamden van de tweede of derde generatie van immigranten – op tegen de nieuw aangekomenen, die men aankloeg omwille van hun taalkundige, culturele en religieuze verschillen. Zelfs onder de nieuw aangekomenen werden de etnische verschillen gebruikt als voedsel voor de strategie van verdeling. De bourgeoisie gebruikte deze tactiek van 'verdeel en heers' om in te gaan tegen de historische tendens naar eenheid van de arbeidersklasse en om het proletariaat te onderwerpen. In een brief aan Hermann Schlüter, in 1892, noteerde Engels: “Uw bourgeoisie weet veel beter dan de Oostenrijkse regering hoe de ene nationaliteit tegen de andere uit te spelen: Joden, Italianen, Bohemen, enz.. tegen Duitsers en Ieren, en ieder van hen tegen de anderen”.(4) Dit is een klassiek wapen van de klassevijand.
Terwijl de immigratie in de bloeiperiode van het kapitalisme voor het grootste deel gevoed werd door de nood aan arbeidskracht van een historisch progressieve productiewijze,werden de motieven van de immigratie veel negatiever met het vertragen van de exponentiële groeivoeten in de vervalperiode. De nood om te vluchten voor vervolging, honger en armoede, die vele miljoenen arbeiders in de bloeiperiode dwong om te emigreren om werk en een beter leven te vinden, werd in de vervalperiode onvermijdelijk verscherpt. De nieuwe kenmerken van de oorlog in het verval gaven namelijk nog een nieuwe impuls aan de massale emigratie en de stroom van vluchtelingen. Met het begin van het verval, veranderde de aard van de oorlog op beslissende wijze, doordat hij heel de bevolking er bij betrok en heel het economisch apparaat van het nationaal kapitaal. Dit veroorzaakte massale migraties van geterroriseerde en gedemoraliseerde vluchtelingen in de 20e en ook nu in de 21e eeuw.
De emigranten die hun land ontvluchten worden onderweg nog eens vervolgd door de corrupte politie en militairen, door de maffia en de criminelen... Velen onder hen komen om of verdwijnen onderweg naar 'een beter leven'. Er dient opgemerkt te worden dat de kapitalistische gerechts- en ordediensten onbekwaam lijken of niets aan willen doen.
In de Verenigde Staten werd het verval vergezeld door een abrupte verandering: van een politiek van brede openheid voor de immigratie naar een regeringspolitiek van uiterst restrictieve immigratie. Met de verandering van de economische periode, was er globaal minder nood aan een voortdurende en massale stroom van arbeidskracht. Maar dat was niet de enige reden van een meer gecontroleerde immigratie, racistische en 'anti-communistische' factoren speelden ook mee. In de Verenigde Staten tijdens de 'Rode Schrik', die volgde op de revolutie in Rusland, werd van de arbeidsmigranten uit Oost-Europa gedacht dat ze een disproportioneel hoog aantal 'bolsjewieken' telden en van die van Zuid-Europa 'anarchisten'. Buiten het inperken van de immigratiestroom schiep de wet van 1924, voor het eerst in de Verenigde staten, het concept van de 'niet immigrante' buitenlandse arbeider, die wel naar de VS mocht komen maar niet het recht kreeg om er te blijven.
In 1950 werd er een wet aangenomen die erg beïnvloed was door het MacCarthyisme en de anti-communistische hysterie van de Koude Oorlog, die nieuwe beperkingen oplegde aan de immigratie onder de dekmantel van de strijd tegen het Russisch imperialisme. Op het einde van de jaren 1960, met het begin van de open crisis van het wereldkapitalisme, werd de Amerikaanse immigratie geliberaliseerd. De deur werd opengezet voor een stroom van immigranten, niet alleen uit Europa maar ook uit Azië en Latijns-Amerika. Dit weerspiegelde gedeeltelijk het verlangen van het Amerikaans kapitalisme om gelijke tred te houden met de Europese grootmachten die uit hun oude koloniale landen gekwalificeerde en getalenteerde arbeidskrachten zogen, dit noemde men de 'braindrain' van de onderontwikkelde landen, maar ook voor het leveren van slecht betaalde landarbeiders.Het niet verwachte gevolg van de liberalisering was een spectaculaire verhoging van de immigratie, legaal zowel als illegaal, in het bijzonder komende uit Latijns-Amerika.
In 1986werd een nieuwe wet uitgevaardigd om de toestroom van immigranten, vanuit Latijns-Amerika, proberen in te dijken en ze legde, voor het eerst in de geschiedenis van Amerika, sancties (boetes en zelfs gevangenisstraf) op aan de bazen die welbewust mensen zonder papieren aanwierven. De toestroom van illegale immigranten nam toe met de economische ineenstorting van de landen van de Derde Wereld tijdens de jaren 1970 en het bracht een emigratiegolf op gang van verarmde massa's die de nooddruft ontvluchtten. De enorme omvang van deze golf die aan de controle ontsnapte werd weerspiegeld in het recordaantal van 1,6 miljoen aanhoudingen van clandestiene immigranten door de Amerikaanse politie in 1986.
Op het vlak van de ideologische campagnes werd altijd de strategie van 'verdeel en heers' gebruikt tegenover de immigratie. De immigranten werden er van beschuldigd de metropolen te overrompelen, de lonen te doen dalen en ze te ontwaarden, de oorzaak te zijn van de epidemie van de misdadigheid en de 'culturele' vervuiling, de scholen te overspoelen, de sociale programma's te belasten – kortom van alle denkbare sociale problemen. Deze tactiek werd overal gebruikt in de Verenigde Staten en in gans Europa.
Sterk op elkaar lijkende ideologische campagnes tonen aan dat de massale immigratie een uiting is van de globale economische crisis en de de sociale ontbinding die in alle landen verergeren. Dit heeft allemaal tot doel om hindernissen op te werpen en de ontwikkeling te beletten van het klassebewustzijn bij de arbeidersklasse en te proberen hen te beduvelen zodat zij niet inzien dat het kapitalisme de oorzaak is van de oorlogen,de economische crisis en alle sociale problemen die kenmerkend zijn voor zijn sociale ontbinding.
De sociale weerslag van de verergering van de ontbinding en van de crises die daarmee gepaard gaan, evenals de ontwikkeling van de ecologische crisis, zullen in de komende jaren ongetwijfeld miljoenen vluchtelingen doen toestromen naar de ontwikkelde landen. Ook al worden deze plotse massale bevolkingsbewegingen anders behandeld dan de gewone immigratie, toch weerspiegelen ze altijd de fundamenteel onmenselijke aard van de kapitalistische maatschappij. De vluchtelingen worden dikwijls bijeengedreven in kampen, gescheiden van de maatschappij rondom hen en slechts druppelsgewijs losgelaten, soms na ettelijke jaren. Zij worden meer behandeld als gevangenen en ongewensten dan als leden van de menselijke gemeenschap. Een dergelijke houding staat volkomen in tegenstrijd met de internationalistische solidariteit van het proletarisch perspectief.
Jerry Grevin / Verkorte versie uit International Review nr.140, 1e kwartaal 2010.
Noten:
1. Bron: Muenz Rainer: 'Population and Migration in 2005' Retrieved September 2009 from: https://www.migrationinformation.org/USFocus/display [42]. [43] https://www.migrationinformation.org/USFocus/displayCfm?ID=402 [44]
2. Zie Internationalisme nr., World Revolution nr.300 & Révolution Internationale nr.253, februari 1996.
3. Marx, Het kapitaal , vol I, hfst 26
4. In 'Marx and Engels on the Irish Question', Progress Publishers, 1971, p.354.
Wij hebben op 3 maart op onze website in het Spaans, een commentaar ontvangen omtrent de toestand van de inwoners van de arbeiders- en volkswijken van de agglomeratie van Concepción, als gevolg van de aardbeving van eind februari 2010. In tegenstelling tot de propaganda van de media op internationale schaal, die het gedrag van de lokale bevolking belasterden door hen te beschrijven als daders van 'schandalige plunderingen', zet deze tekst de werkelijke feiten recht door het aanstippen van de waarachtige proletarische geest van solidariteit en onderlinge hulp die de arbeiders bezielden bij het herverdelen van de goederen. Dit in tegenstelling tot de roofzuchtige acties van de gewapende bendes waartegen de arbeidersbevolking heeft geprobeerd om haar eigen verdediging in handen te nemen en te organiseren.
(vanwege een anonieme kameraad)
Het zou wenselijk zijn dat in de mate dat jullie [de IKS] die dit verspreidingsmiddel [onze website] hebben, verslag geven van wat er aan de hand is in Concepción en zijn omgeving (1), net zoals in andere regio's van Chili die zwaar getroffen werden door de aardbeving. Het is geweten dat vanaf de eerste momenten de mensen blijk hebben gegeven van het meest evidente gezond verstand door naar de warenhuizen te gaan waar voedsel opgeslagen lag om er te nemen wat zij nodig hadden. Dit is zo logisch, zo rationeel, zo noodzakelijk en onvermijdelijk dat het als absurd overkomt om daar kritiek op te leveren. De mensen hebben een spontane organisatie opgezet (vooral in Concepción) om melk te verdelen, babyluiers en water, naargelang de noden van iedereen, en rekening houdend met, onder andere, het aantal kinderen per familie. De noodzaak om de producten te nemen die ter beschikking waren was zo evident en de vastbeslotenheid van het volk om in leven te blijven zo krachtig dat zelfs de politieagenten uiteindelijk de mensen hielpen bij het naar buiten halen van de levensmiddelen van de supermarkt Leader in Concepción, bijvoorbeeld. En toen men probeerde om de mensen dit enige redelijke handelen te beletten, werden de installaties in kwestie eenvoudigweg in brand gestoken, om de eenvoudige en logische reden dat wanneer tonnen etenswaren uiteindelijk ter plekke gaan rotten in plaats van logisch gezien te worden geconsumeerd, het beter is om ze te verbranden om zo bijkomende besmettingshaarden te voorkomen. Deze 'plunderingen' hebben het voor duizenden personen mogelijk gemaakt om gedurende enige tijd te overleven, in het duister, zonder drinkbaar water en zonder de minste hoop op enige hulp van waar dan ook.
Maar na een paar uur is de situatie compleet veranderd. Over de hele agglomeratie van Groot Concepción begonnen goed bewapende bendes, die zich verplaatsten in kwaliteitswagens, met het plunderen niet alleen van de kleinhandel, maar ook van de privé-woningen en van hele huizenblokken. Hun doel was om zich meester te maken van het beetje goederen die de mensen hadden kunnen recupereren in de supermarkten, evenals huishoudapparatuur, geld en alles wat deze bendes konden meegraaien. In bepaalde zones van Concepción hebben deze bendes de huizen beroofd, ze in brand gestoken en daarna onmiddellijk de vlucht genomen. De bewoners die in het begin zonder enige verdediging waren, begonnen zich te organiseren om zich te verdedigen, door bewakingsrondes te doen, door barricades op te werpen om de toegang tot de woonwijken te beschermen, en in enkele wijken door de de levensmiddelen in gemeenschap te beheren om de voeding van de inwoners te verzekeren.
Met dit korte overzicht van de ontwikkelingen in de afgelopen dagen, , beweer ik niet dat ik de informatie die geleverd wordt door de andere middelen wil 'vervolledigen'. Ik wil enkel de aandacht vestigen op alles wat deze kritieke situatie bevat vanuit een antikapitalistisch oogpunt. De spontane drang van de mensen om alles te nemen wat nodig is voor hun levensonderhoud, hun tendens tot dialoog, tot delen, tot het zoeken naar akkoorden en samen handelen, waren aanwezig van bij het begin van deze ramp. In onze omgeving hebben wij allemaal deze natuurlijke gemeenschapsdrang kunnen vaststellen onder verschillende vormen. Te midden van de verschrikkingen, die duizenden arbeiders en hun families beleefden,dook deze drang tot gemeenschapsleven op als een sprankje hoop in de duisternis, en herinnerde er ons aan dat het nooit te laat is om weer onszelf te worden.
Tegenover deze organische, natuurlijke, communistische tendens die het volk bezielde tijdens deze verschrikkelijke uren, verbleekte de staat en toonde hij wat hij is: een koud en machteloos monster. Ook heeft de brutale onderbreking van de helse cyclus van productie en consumptie, het patronaat overgeleverd aan de gebeurtenissen, op de loer wachtend tot de orde is hersteld. Zo heeft de toestand een echte bres geslagen in de maatschappij, waaruit de bron van een nieuwe wereld zou kunnen ontspringen die al leeft in de harten van de gewone mensen. Het werd dus dringend en noodzakelijk om ten koste van alles de oude orde van plundering, misbruik en diefstal te herstellen. Maar dit ging niet uit van de hoge sferen, maar van de bodem van de klassenmaatschappij: diegenen die tot taak hebben om de zaken terug op hun plaats te brengen, anders gezegd, met geweld de verhoudingen van terreur opdringen die de kapitalistische privé toe-eigening mogelijk maken. Het waren de maffia's van drugdealers die ingekapseld zitten in de volkswijken, de arrivisten onder de grootste arrivisten, de kinderen van de arbeidersklasse die zich aansluiten bij de bourgeois ten koste van de vergiftiging van hun broeders, van de sekshandel van hun zusters, van de consumptiedrift van hun eigen kinderen. Gangsters, anders gezegd kapitalisten in natuurlijke staat, plunderaars van het volk, veilig in hun 4x4 en bewapend met geweren, bereid tot intimideren en het pluimen van hun eigen buren of inwoners van anderen wijken om de zwarte markt proberen te monopoliseren en makkelijk geld te maken, anders gezegd : macht. Het feit dat deze individuen de natuurlijke bondgenoten zijn van de staat en de patroonsklasse blijkt uit het feit dat hun wansmakelijke misdaden door de media in de verf zijn gezet om paniek te zaaien in de hoofden van een al gedemoraliseerde bevolking en zo de militarisering van het land rechtvaardigt. Welk ander scenario had gunstiger kunnen zijn voor onze politieke en patronale heersers, die in deze rampzalige crisis niets anders zien dan een goede gelegenheid om goede zaken te doen en winsten verdubbelen door druk uit te oefenen op een arbeidskracht die overheerst wordt door schrik en wanhoop?
Van de kant van de tegenstanders van deze sociale orde is het zinloos om de lof te bezingen van de plunderingen, zonder de sociale inhoud van dergelijke acties te preciseren. Het is helemaal niet hetzelfde als een massa min of meer georganiseerde mensen, maar met een gemeenschappelijk doel voor ogen, de verdeling in handen neemt van de levensnoodzakelijke dingen om te overleven... en bewapende bendes die de bevolking bestelen om zichzelf te verrijken. De aardbeving van zaterdag de 27e heeft niet alleen de arbeidersklasse heel hard getroffen en bestaande infrastructuur vernietigd. Maar ze heeft ook ernstig de sociale verhoudingen overhoop gegooid in dit land. In een paar uur tijd, is de klassenstrijd met al haar kracht voor onze ogen opgedoken, ook al zijn ze misschien te gewend aan de televisiebeelden om het wezen van deze gebeurtenissen te vatten. De klassenstrijd is hier, in onze wijken die verworden zijn tot ruïnes in de duisternis, krakend en knarsend onder onze stappen, op de bodem zelf van de maatschappij, waar bij een dodelijke botsing twee soorten mensen eindelijk tegenover elkaar staan: aan de ene kant de vrouwen en mannen met een collectieve geest, die proberen elkaar te helpen en te delen ; aan de andere kant de anti-socialen die plunderen en op hen schieten om zo hun eigen primitieve accumulatie van kapitaal te kunnen beginnen. Hier, bij ons de onzichtbare en anonieme wezens van altijd, gedwongen in onze levens van uitgebuiten, van onze buren en onze ouders, maar bereid tot banden met allen die dezelfde bezitloosheid delen, Daar, bij hen, weinig talrijk, maar bereid om ons met geweld te beroven van het weinige of bijna niets dat wij onder elkaar kunnen delen. Aan de ene kant het proletariaat, aan de andere het kapitaal. Zo eenvoudig is dat. In vele wijken van dit verwoeste territorium, beginnen de mensen in deze vroege ochtenduren hun verdediging te organiseren tegen de bewapende horden. Op dit uur begint er een materiële vorm te ontstaan van klassebewustzijn van diegenen die zich verplicht zien om brutaal en in een oogwenk, te begrijpen dat hun levens aan henzelf toebehoren en dat niemand hen zal ter hulp komen.
Boodschap ontvangen op 3 maart 2010.
(1) De aardbeving had plaats op 27 februari 2010 in volle nacht, met een magnitude van 8,8. Ze veroorzaakte de dood van ongeveer 500 mensen, maar de tsunami die er op volgde voegde daar nog meer doden aan toe. Ze trof veel Chileense steden, waaronder de hoofdstad Santiago. Maar het was in de tweede agglomeratie van het land, die van Concepción (900.000 inwoners), waar de doden en de schade het ergste waren [nvdv].
Regering en media bazuinen het rond : België zou zonder te grote kleerscheuren de crisis doorstaan hebben dank zij haar sociale zekerheid. En ondertussen kleurt de economische hemel weer op zodat soberheid en besparingen binnenkort nog slechts een nare droom zouden zijn voor ons “rijk” landje. De voorbije wintermaanden trokken alle caritatieve verenigingen nochtans aan de alarmbel want door de groeiende armoede werden velen het slachtoffer van de bittere kou. Sneeuw en vorst zijn intussen verdwenen maar de thuis- en daklozen, de armoede in steeds grotere delen van de bevolking, die zijn niet verdwenen. De winterbeelden lieten trouwens maar het topje van de ijsberg zien want de armoede neemt wereldwijd toe. De tijd dat armoede in verband werd gebracht met Afrika, Azië of Latijns Amerika is lang vervlogen. Vandaag worden ook in Europa miljoenen mensen ermee geconfronteerd. Een Europeaan op de vijf wordt met armoede bedreigd, volgens recente cijfers van Eurostat en EU-SILC (Europese Unie/ Study on Income and Living Conditions). Volgens de gehanteerde definitie kent elkeen die onder de 60% grens valt van het inkomen van een mediaan gezin een verhoogd risico op armoede. In Spanje en Griekenland leeft reeds 20 % van de bevolking onder de relatieve armoedegrens en 4,5 % van de bevolking leeft in extreme armoede. In het Verenigd Koninkrijk groeit een derde van de kinderen op in armoede. Voor België gaat het over een goede 15% (1 op 7 gezinnen) en dit aantal stijgt (meer dan 1.500.000 personen). Dit cijfer ligt trouwens hoger dan in de andere ‘rijkere’ West Europese landen.
Bestaansonzekerheid wordt de regel voor een steeds groeiend deel van de arbeiders. En als deze bestaansonzekerheid blijft duren hebben ze ook geen middelen om voor zichzelf en voor hun kinderen een toekomst uit te bouwen in dit maatschappelijk systeem. Armoede in onze samenleving is niet enkel een financieel drama maar het strekt zich uit naar alle domeinen van de levenssfeer. Huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, maar ook sociale uitsluiting, isolement, perspectiefloosheid en extreme druk treffen daarom een steeds breder gamma van de bevolking. Dit alles vormt als het ware een vicieuze cirkel waardoor ganse gezinnen steeds dieper in de armoede wegzakken. Individuele drama’s en uitzichtloze revoltes als gevolg van deze situatie zijn dan ook bijna dagelijkse rubrieken in de media.
Inkomen door werk is uiteraard de hoeksteen in het kapitalistische systeem. Een slinkende afzetmarkt leidt voor de bourgeoisie tot problemen met beschikbaar kapitaal en dalende winsten en dit wordt vertaald in een aanval op de loon- en werkvoorwaarden. Winsten en kapitaal zijn immers onbetaald werk. Ofwel wordt het werk productiever ofwel moet het aandeel loon zakken: minder arbeiders per product of minder loon.
- de impact van de huidige economische crisis op de inkrimping van de arbeidsmarkt is groot : Vorig jaar groeide het ‘klantenbestand' van de RVA met ruim 10 % tot 1,3 miljoen en in 2010 wordt het nog erger (reeds 1,4 miljoen in maart). Nooit eerder in de RVA-geschiedenis waren er dat zoveel (en dit ondanks een agressief “controlebeleid” dat leidde in 2009 tot 90.000 (tijdelijke) schorsingen van de uitkering. (Agentschap Belga, 10.03.2010)). In Vlaanderen alleen was er een recordstijging op jaarbasis van 23,8 %. In landen als Ierland of Denemarken was er sprake in 2009 van een verdubbeling. In Nederland ging de werkloosheid met de helft omhoog, in Frankrijk met een kwart. De relatief lagere score van België heeft alles te maken met het bestaan van het systeem van tijdelijke werkloosheid, waarbij bedrijven hun overtollige arbeiders – en sinds kort (onder voorwaarden) ook bedienden – een tijdlang bij de RVA kunnen ‘parkeren', zonder ze te moeten ontslaan. In de maanden maart en april 2009 bereikten we ongeziene toppen van 25% van de totale arbeidersbevolking die tijdelijk economisch werkloos waren!
- Maar ook een groeiende proportie van de werkenden loopt een armoederisico. Door een precaire werksituatie of een ontoereikend loon komen vooral alleenstaande ouders (van 32 % in 2005 naar 40% in 2008 volgens EU-SILC), huishoudens met meerdere kinderen en personen met een niet-EU25 nationaliteit eerst in de armoedezone terecht. Ook de vele deeltijdse- en tijdelijke contracten, de precaire jobs leiden tot een verhoogd armoederisico. In 2006 had 14% van de personen onder de armoedegrens werk als voornaamste activiteit.
De tewerkstellingskansen worden kleiner en het feit werk te hebben is op zich geen garantie meer om niet in de armoedekringloop terecht te komen. Deze absolute verarming blijkt reeds duidelijk uit de daling van het aandeel loon in het nationale inkomen : dit is de laatste paar jaren gezakt van 60% naar 50%, volgens de nationale bank.
Maar onze democratieën gaan toch prat op een sterke sociale zekerheid die armoede verhindert door de behoeftigen op te vangen met sociale uitkeringen ? Universitaire instituten die observatiewerk verrichten voor de bourgeoisie ontkrachten zelf dit sprookje : “De sociale minima zijn ruim onvoldoende. Zelfs als gezinnen met een laag inkomen geen gezondheidsproblemen hebben en zij hun inkomen op de ideale wijze budgetteren, kunnen zij de materiële voorwaarden voor goede gezondheid en autonomie niet realiseren. (...). Wie enkel van een uitkering leeft, zit in ons land bijna automatisch rond of onder de armoedegrens” (B. Cantillon, hoofd van het Centrum voor Sociaal Beleid, U. Antwerpen, De Standaard 16.05.09 en 24.03.10). Nochtans hebben de beleidsmakers in het Generatiepact (2005) en in de Programmawet (2006) met groot vertoon een structureel welvaartsaanpassingsmechanisme voor de sociale uitkeringen opgenomen. Op papier oogt het mooi, maar in realiteit werd er – ondanks de mooie beloftes van de opeenvolgende regeringen - nog helemaal niks ‘ingevoerd’. Onlangs nog zei Vlaamse minister van Armoedebestrijding, Ingrid Lieten (SP.A) dat de (federale) minimumuitkeringen, zoals het leefloon en de minimumuitkering bij langdurige ziekte, ‘niet meer fatsoenlijk zijn'. Ze wil dat ze met 150 euro per maand opgetrokken worden. Zij voegt er wel cynisch aan toe: ‘Natuurlijk is die verhoging moeilijk te realiseren in crisistijd. Dat weten wij ook wel.'. De volgende “harde” gegevens vatten de meedogenloze realiteit samen :
- De minimumuitkeringen – het leefloon, de minima in de pensioenen, in de invaliditeitsuitkeringen, enzovoort – liggen in België meer dan 100 euro lager dan de Europese armoedegrens!
- In België staan de minimumwerkloosheidsuitkeringen in verhouding tot de gemiddelde lonen zowat 40 % lager dan in het midden van de jaren zeventig.
- Vergeleken met de minieme stijging van de (laagste) lonen verloren de bijstandsuitkeringen in de loop van de jaren negentig terrein, met 10 % (België) tot 20 % (Zweden) en meer (Nederland).
Enerzijds wil de bourgeoisie de onproductieve kosten afbouwen : alle kosten die niet rechtstreeks tot haar productieproces behoren moeten tot het minimum herleid worden. Anderzijds gaat het ook om wat de burgerlijke sociologen de “zweepfunctie” noemen : de sociale uitkeringen moeten duidelijk lager blijven dan de arbeidsvergoedingen. Want om de lonen te verlagen mogen ze niet te dicht in de buurt van de uitkeringen komen om zogezegd “werk niet te ontmoedigen” (sic). Onder het mom van “sociale inclusie” wordt zo de uitsluiting van al wie niet geactiveerd kan worden gegarandeerd.
Het Belgisch pensioenstelsel is al enige tijd aan het aftakelen en is totaal ontoereikend. De forfaitaire tussenkomsten van de zorgverzekering zijn ontoereikend voor wie een laag pensioen heeft en een rusthuis betalen zit er voor deze mensen niet in. Het gemiddeld brutopensioen per werknemer is 925 euro (studie van Assuralia 10/02/2010). België heeft daarmee zowat de laagste pensioenen van West-Europa.
Aanvullende pensioensystemen worden alsmaar onvermijdelijk. Zij creëren echter niet alleen meer ongelijkheid, maar zijn ook mechanismen van structurele uitsluiting. Honderdduizenden niet-actieve mensen hebben geen toegang tot deze aanvullende stelsels. Voor de werklozen, meer dan 200.000 invaliden, arbeidsgehandicapte mensen of leefloners is er geen aanvullend systeem, want daarvoor heb je werk nodig. En wat met de interimwerknemers of de dienstencheque-poetsvrouw?
Nagenoeg alle Europese landen hebben de voorbije jaren hun pensioenstelsel al meerdere malen hervormd. In de jaren negentig werden ze 'in evenwicht gebracht' en werd het vervroegde pensioen afgeschaft. De hervormingen van de jaren 2000 moesten de zogenaamde stijgende levensverwachting opvangen en ook het feit dat er te weinig werkenden zijn die afdragen en te veel uitkeringstrekkers. Zoals reeds aangetoond wordt een steeds groter deel van de arbeidersklasse uitgesloten en slaagt de bourgeoisie er wereldwijd steeds minder in de nieuwe generaties in het arbeidscircuit in te schakelen; het inkomen uit loon zakt en dus komen de pensioenkassen in moeilijkheden. Door de pensioenleeftijd op te trekken verlaagt men in feite nogmaals de uitkering. Dit kondigt nog meer armoede aan!
De combinatie van werkloosheid, slechtbetaalde jobs en dalende uitkeringen leiden tot een concentratie van problemen die de levensomstandigheden van de arbeidersklasse steeds zwaarder aantasten.
- De schuldenlast van de gezinnen neemt toe. Steeds meer Belgen leven op krediet en hebben problemen om hun schuldenlast tijdig af te betalen. De kredietcentrale van de Nationale Bank van België noteerde eind 2009 4,9 miljoen mensen (op populatie van ±10,5 miljoen) die minstens één krediet hadden lopen. Welgeteld 356.611 van hen hadden een betalingsachterstand, een stijging van 3,6 %. Het totale achterstallige bedrag steeg in 2009 met liefst 16,1 % tot 2,16 miljard euro. In 2007 waren er 338.933 personen geregistreerd met een schuldoverlast. Dit cijfer heeft enkel betrekking op consumentenkredieten en hypothecaire leningen. Schulden die verband houden met huur, gezondheidszorgen, telecommunicatie, energie... zijn hierin niet opgenomen.
- De kwaliteit van de huisvesting gaat sterk achteruit. Een groeiend deel van de arbeidersbevolking heeft weinig geld, zij zoekt naar een goedkopere woning, moet huren in het laagste segment van de privé huurmarkt (want het aantal sociale woningen is ontoereikend). Arbeidersgezinnen komen daardoor terecht in vochtige, kleine, onveilige huizen met onvoldoende sanitaire voorzieningen. Of ze worden helemaal dakloos. Nochtans, vormt een betaalbare en kwaliteitsvolle huisvesting een cruciaal gegeven in de spiraal van armoede en sociale uitsluiting.
Ongeveer 3 miljoen Europeanen zouden dakloos zijn, waarvan volgens officiële tellingen zo'n 20.000 in België (federale dienst Maatschappelijke Integratie). Volgens ramingen van onderzoeksgroepen van de Universiteit Antwerpen en de universiteit Luik zijn er in Vlaanderen 12 dak- en thuislozen per 10.000 inwoners (7.000), in Wallonië 25 per 10.000 inwoners (8.000) en in Brussel 30 per 10.000 inwoners (3.000).
Een aantal groepen ontsnappen wellicht aan de tellingen. Velen zijn maar even dakloos, anderen zijn ‘chronisch dakloos', nog anderen willen helemaal niet in het vizier komen, niet zelden omdat ze illegaal hier zijn. De groep thuis- en daklozen groeit en wordt ook jonger en vrouwelijker. Een snel groeiende groep zijn de uit hun woning gezette huurders. De ½ van de mensen die beneden de armoegrens leven vandaag heeft nog een huis door erfenis of verworven toen ze nog voldoende inkomen hadden. Maar 1 op 6 kan het niet verwarmen of onderhouden. (EU-SILC studie). Ook dit is een zoveelste indicatie over het verpauperingsproces dat aan de gang is !
- Het groeiende aantal geheel of gedeeltelijk afsluitingen van de energievoorzieningen is ook een aanduiding van de steeds erbarmelijk wordende levensvoorwaarden waarin mensen wonen. Aardgas is tussen begin 2003 en december 2009 50% tot 70% duurder geworden voor de grote meerderheid van de gezinnen, volgens een studie van de Belgische energieregulator. Voor een gezin met een gemiddeld verbruik dat zich met aardgas verwarmt, lag de eindprijs in december 2009 tussen de 35 en 40% hoger dan zes jaar geleden. Wat elektriciteit betreft toont de studie aan dat gezinnen met een klein verbruik bijna 40 % meer betaalden dan zes jaar geleden. In oktober 2009 zou Eandis, de grootste netbeheerder in Vlaanderen, meer dan 88.000 toegangspunten (elektriciteit en aardgas samen) op het distributienet hebben als sociale leverancier. Deze klanten werden dus allemaal gedropt door een commerciële leverancier, wegens het niet (kunnen) betalen van energiefacturen. In het Waalse Gewest genoten 37.991 afnemers van het sociaal tarief voor gas en 81.677 voor elektriciteit. (Commission Wallonne pour l’Energie – CwaPE, 2009).
- De gezondheidszorg neemt af. Ongezonde woonsituatie, opgedreven werkomstandigheden en goedkope onevenwichtige voeding leiden dikwijls tot gezondheidsproblemen. Omwille van de financiële situatie worden gezondheidszorgen vaak uitgesteld. De gezondheid wordt slechter en bemoeilijkt de tewerkstellingsomsvoorwaarden.
Uit cijfers blijkt dat de daling van het inkomensniveau vaak leidt tot slechtere gezondheid, een verminderde toegang tot de gezondheidszorg en tot vroeger sterven. De levensverwachting van de Belgen blijft stijgen en de kindersterfte blijft dalen, maar de gezondheidsindicatoren bevestigen het bestaan van belangrijke ongelijkheden op het vlak van de gezondheidstoestand en de toegang tot de gezondheidszorg, en dit op het vlak van de subjectieve inschatting van de gezondheid, de mate van belemmeringen in de dagelijkse bezigheden ten gevolge van ziekte, de depressies, het overgewicht, het alcohol en rookgedrag, de participatie in screening van baarmoederhals- en borstkanker.
De eerste bekommernis van de overheid is immers “wie betaalt de gezondheidszorg?” en niet “hoe zorgen we dat iedereen aan zijn trekken komt?”. En in tijden van draconische besparingen in de staatsuitgaven voor sociale zekerheid zal de bourgeoisie niet aarzelen de de kosten door te rekenen op de kap van de arbeidersklasse. En dit terwijl in 8 % van de gezinnen het afgelopen jaar reeds iemand een medische behandeling stopzette wegens geldproblemen, in 26 % werd een behandeling uitgesteld en in 9 % zag iemand helemaal af van een behandeling om die reden (enquête van Test–Gezondheid/Test–Aankoop).
Inzake goedkope voeding stellen we ook vast dat voor het 14e jaar op rij het klantenbestand voor de voedselbedeling groeit. In 1994 klopten 59.461 personen aan en in 2007 deden 108.100 personen een beroep op één van de negen voedselbanken, die verenigd zijn in de Belgische Federatie van Voedselbanken [46]. Het zijn hoe langer hoe meer mensen uit verschillende milieus: werklozen, leefloontrekkenden, mensen die failliet zijn gegaan, arbeiders en bedienden met een laag loon. Wat nogmaals de tendens bevestigd dat de armoede steeds groter delen van de arbeidersklasse raakt.
Ook de bourgeoisie en haar regeringen kunnen niet meer naast deze realiteit zien. Zij stelt dan ook alles in het werk om de ganse arbeidersklasse te misleiden over de essentiële reden voor de uitbreiding van de armoede. Eerst en vooral wil ze doen geloven dat de democratische regeringen werk willen maken van de strijd tegen de armoede : zo verklaarde Europa met veel trompetgeschal dat 2010 het Europese jaar van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting zou worden. Bedoeling was hier duidelijk om bij de arbeidersklasse de indruk te wekken dat de democratische regeringen het probleem aanpakken om zo de aandacht van de arbeiders van de werkelijke oorzaak van hun ellende af te leiden. Op hun traditionele lentetop maakten de premiers en de presidenten van de Europese Unie echter reeds duidelijk dat hun plannen om het aantal mensen in armoede tegen 2020 met 20 miljoen te verminderen loutere bluf zijn. Deze optie werd gewoon geschrapt uit de eindverklaring. Verschillende lidstaten vonden dat armoedereductie geen doel op zich moet zijn, maar het gevolg van economische groei (sic!). Met sint-juttemis dus.
Anderzijds proberen de bourgeoisie en haar media ook de bevolking en meer bepaald de arbeiders te doen geloven dat de armen zich in die situatie bevinden door hun eigen fout of omdat ze niet hard genoeg werken – wat inhoudt dat ze lui en onverantwoordelijk zijn. Dat is een manier om een steeds groter deel van de arbeidersklasse een schuldgevoel aan te praten en volledig met de verantwoordelijkheid voor hun ellendige situatie op te zadelen. Het laat vermoeden dat de kapitalistische maatschappij geen verantwoordelijkheid draagt en dat er dus niets fundamenteel hoeft gewijzigd te worden aan de sociale verhoudingen. De onvermijdelijke gevolgen van armoede in deze kapitalistische maatschappij worden geïndividualiseerd en geïsoleerd bekeken en aangekaart zodat de basisoorzaken buiten schot blijven. “Sociale problemen (werkloosheid, armoede, enzovoort) worden als individuele problemen gezien die met een strenger repressief beleid moet worden aangepakt. Dit leidt tot simplistische beleidsmaatregelen, die zich vooral richten op symptoombestrijding: daklozen worden uit de metrostations verjaagd, en spijbelende jongeren (en hun ouders) worden harder aangepakt. En de maatschappij blijft netjes buiten schot.” stelden Nadia Fadil (KULeuven), Sarah Bracke (KULeuven), Pascal Debruyne (UGent) en Ico Maly (KifKif)) in een discussie naar aanleiding van de aanhoudende opstootjes in Anderlecht dit voorjaar. Deze wetenschappers “vergeten” wel even die maatschappij die buiten schot blijft een naam te geven : het kapitalisme, een systeem dat al decennia lang de grenzen van zijn kunnen heeft bereikt en in zijn historisch verval terecht gekomen is.
Om de armoede uit te roeien moeten we haar wortels aanpakken verstrengeld in de winstlogica van de kapitalistische marktwetten, die drooggelegd werd door de historische crisis waarin het systeem terecht kwam. De campagnes die de bourgeoisie opzet zijn inderdaad vooral gericht om de schuldvraag van zich af te schuiven. De realiteit achter al de cijfers die we opgesomd hebben en de fundamentele dynamiek die vervat zit in de sociale realiteit toont de onomkeerbaarheid aan van de armoedespiraal binnen de grenzen van het huidig systeem. Door de verdieping van de economische crisis wordt de ganse arbeidersklasse steeds harder getroffen en een steeds ruimer deel van haar leden zal in de armoede terecht komen.
Het inzicht in de juiste maatschappelijke- en klasse verhoudingen verdoezelen komt neer op het belemmeren van de bewustwording van de arbeidersklasse en het ontnemen van haar enige perspectief op een uitweg uit de armoede. In de jaren 1930 riepen de revolutionairen de arbeidersklasse reeds op zich niet te laten vangen : “ Een kapitalisme, dat gedwongen is de arbeiders te voeden in plaats van door hen gevoed te worden, heeft geen toekomst. (…) Als het kapitaal werk te geven had, wees maar niet bang, dan kregen we dit meer dan ons lief was. (…) Vraag niet om werk; vecht eenvoudig voor voedsel, kleding, onderdak! Verenig je stem met andere! Daar zijn de stempellokalen, daar zijn de straten en daar zijn ook de fabriekspoorten!” (Living Marxism, USA)
De bourgeoisie tracht van de huidige “sociale malaise” gebruik te maken om de arbeidersklasse te ontmoedigen : zij wil haar doen geloven dat wanhoop en concurrentie deel uitmaken van de « menselijke natuur » en dat de arbeidersklasse niets anders kan doen dan deze situatie te aanvaarden als een fataliteit. De revolutionairen daarentegen wijzen erop dat het de barbarij van het kapitalisme is die verantwoordelijk is voor de armoede en de zelfmoordspiraal. De situatie van uitbuiting en concurrentie die het proletariaat vandaag wereldwijd kent leidt niet noodzakelijkerwijze naar individuele wanhoop, zelfmoorden of depressies. De duizelingwekkende verwording van de levensvoorwaarden van de arbeiders houdt ook het perspectief in zich van de collectieve opstand en van de ontwikkeling van de solidariteit binnen de uitgebuite klasse. Niet de concurrentie tussen de arbeiders is de toekomst maar hun groeiende eenheid tegen de armoede en de uitbuiting, een steeds meer open massale en solidaire arbeidersstrijd.
In het kielzog van Marx herhalen we dus dat de realiteit van de kapitalistische crisis en van de armoedespiraal meer onthult dan enkel de armoede: “Zoals de economen de wetenschappelijke vertegenwoordigers van de bourgeoisklasse zijn, zo zijn de socialisten en communisten de theoretici van de proletarische klasse. Zolang het proletariaat nog niet voldoende ontwikkeld is om werkelijk een klasse te vormen en daardoor de strijd met de bourgeoisie nog geen politiek karakter draagt, zolang de productiekrachten in de schoot van de bourgeoisie zelf nog niet genoeg ontwikkeld zijn om de materiële voorwaarden vaag zichtbaar te laten worden die nodig zijn voor de bevrijding van het proletariaat en het vormen van een nieuwe maatschappij, zolang zijn deze theoretici slechts utopisten die, om aan de behoeften van de onderdrukte klasse tegemoet te komen, stelsels bedenken en op zoek zijn naar een regenererende wetenschap.
Maar naarmate de geschiedenis voortschrijdt en zich tegelijk de strijd van het proletariaat scherper aftekent, hoeven ze de wetenschap niet meer in hun eigen hoofd te zoeken. Ze hoeven zich alleen maar rekenschap te geven van wat zich voor hun eigen ogen afspeelt om zichzelf tot orgaan daarvan te maken. Zolang ze wetenschap zoeken en alleen stelsels creëren, zolang ze aan het begin van de strijd staan, zien ze in de armoede alleen maar armoede, zonder de revolutionaire, tot een omwenteling leidende kant daarin te ontwaren die de oude maatschappij omver zal gooien. Vanaf dit ogenblik wordt de wetenschap een bewust product van de historische beweging en heeft ze opgehouden doctrinair te zijn. Ze is revolutionair geworden.” (Karl Marx, De armoede van de filosofie, Tweede hoofdstuk: De metafysica van de politieke economie)
Lac / 06.04.2010
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 193.96 KB |
Internationalisme nr 347 - 3de kwartaal 2010 Internationalisme nr 347 - 3e kwartaal 2010
Al wie de burgerlijke media gevolgd heeft tussen juni en september moet de overtuiging toegedaan zijn dat België voorwaar de enige plek ter wereld is die de gevolgen van de economische wereldcrisis niet ondergaat. Sedert de federale verkiezingen van juli, m.a.w. sedert meer dan 90 dagen, zijn de schijnwerpers van de pers gericht op de voortdurende verwikkelingen in de eindeloze communautaire soap: onderhandelingen, compromissen, breuken, verraad; de "burger" wordt heen en weer geslingerd tussen de hoop op een nationale verzoening en de wanhoop van het uiteenspatten van het land.
Is België dan de enige Staat ter wereld die zich kan veroorloven om geen rekening te houden met de instabiliteit van het financiële systeem, de achteruitgang van het B(ruto)N(ationaal)P(roduct), de geloofwaardigheid van de Staat? Uiteraard niet, en dit wordt duidelijk in de verf gezet door de recente economische gegevens: haar banken (Fortis, KBC, Dexia) hebben zwaar te lijden gehad onder de bankencrisis en blijven bijzonder kwetsbaar door twijfelachtige schuldvorderingen, vooral t.o.v. landen uit Oost en Zuid Europa; het Belgische BBP verloor 4,3% in 2008-2009, de openbare schuld overstijgt de 100% van het B(ruto)B(innelands)P(roduct) en het budgettaire tekort voor 2010 bedraagt 5,2%, in plaats van de 4,8% die een jaar geleden voorzien waren (+1,3 miljard euro). Daarenboven, na de PIIGS (Portugal, Ierland, Italië, Griekenland, Spanje) staan België en Groot-Brittannië op de tweede rij van de landen die economisch kwetsbaar zijn en ook met het failliet bedreigd worden.
Algemeen kan dus gesteld worden dat globale aanvallen even onafwendbaar zijn in België als in de overige Europese landen. Waarom dan deze focus op de communautaire en taalkundige spanningen? Zeker, de Belgische bourgeoisie is verre van homogeen: interne spanningen bestaan sedert lang in haar midden, vooral tussen regionale fracties, en zij werden nog aangewakkerd door de crisis sedert 2008. Een uitvloeisel hiervan is de spectaculaire opkomst tijdens de laatste verkiezingen van een Vlaamse autonomistische partij, de NVA (Nieuwe Vlaamse Alliantie). Toch zou het van een grote naïviteit getuigen te geloven dat deze burgerlijke fracties niet in staat zouden zijn één front te vormen om hun fundamentele gemeenschappelijke belangen te verdedigen - het veilig stellen van hun winsten, van hun marktaandeel dat bedreigd wordt door de verschepte concurrentie - en om hun wet op te leggen aan de uitgebuitenen. De geschiedenis van de laatste 50 jaar leert ons dat ze handig hun interne verdeeldheid gebruiken om een dubbele slag te slaan: enerzijds de bewustwording afremmen m.b.t. de omvang van de aanvallen en de centrale rol die de Staat hierin speelt, anderzijds elke eendrachtige reactie van de arbeiders en elke uitbreiding van hun strijd verhinderen.
Geconfronteerd met het risico van het financieel in gebreke blijven, hebben alle Europese landen gigantische besparingsplannen op stapel gezet om te trachten hun financiële sector en de overheidsfinanciën te saneren: Duitsland, 82 miljard euro gespreid over een paar jaren, Groot-Brittannië 7,2 miljard in 2010, Italië 13 miljard in 2011, Spanje 15 miljard extra dit jaar. Deze indrukwekkende besparingen leiden naar een massale schrapping van jobs in de publieke sector, naar loondalingen (-5% in de overheidssector in Spanje bvb.), het verlaten van de pensioenleeftijd, het verminderen van de pensioenen (In Nederland dalen nu reeds de uitkeringen van bepaalde pensioenfondsen) of van de uitkeringen voor de gezondheidszorg. Met andere woorden, het betekent een significante daling van het levenspeil van de arbeidersklasse, die vergelijkbaar is met deze die plaatsvond in de jaren 1930. Anderzijds echter, maken deze maatregelen ook steeds meer de rol van de Staat duidelijk, de zogenaamde "sociale staat", in het opleggen van de kapitalistische inleveringen, waardoor de woede van de arbeiders zich steeds vaker tegen hem dreigt te keren. Inderdaad, de "democratische Staat" is helemaal geen scheidsrechter die boven het gewoel staat en borg staat voor sociale rechtvaardigheid; vandaag blijkt steeds duidelijker wat hij in werkelijkheid is: een instrument van de uitbuitende klasse om haar steeds meedogenlozere voorwaarden aan de arbeiders op te leggen.
Maar de verschillende nationale bourgeoisieën zetten alle beschikbare misleidingmiddelen in om deze realiteit zolang mogelijk te versluieren voor de ogen van de arbeiders, om hen integendeel te bedwelmen met de democratische illusies. Het is precies in deze context dat het aanwakkeren door de Belgische bourgeoisie en haar fracties van de tegenstellingen tussen de gemeenschappen en de gewesten gezien moet worden. Bedoeling is de aanvallen en de fundamentele rol van de "democratische staat" hierin te doen verdwijnen in een institutionele wirwar.
Kenschetsend voor de bekwaamheid van de Belgische bourgeoisie om de regionale misleiding doeltreffend aan te wenden is het feit dat de jaren 1970, de jaren waarin de eerste uitdrukkingen van de historische crisis van het kapitalisme tot uiting kwamen, in België ook het begin inluidden van een omvangrijke reeks van institutionele hervormingen, die leidden tot het regionaliseren van de Staat, tot het opsplitsen van de beslissingsverantwoordelijkheid naar de verschillende communautaire, regionale en gemeentelijke machtechelons. Een hele rits van federale, communautaire en regionale regeringen zag het daglicht (zeven in totaal), samensmeltingen van gemeenten en stedelijke agglomeraties werden doorgevoerd samen met de volledige of gedeeltelijke privatisering van een aantal overheidsbedrijven (Post, NMBS, telefoon, gas, elektriciteit, bepaalde gezondheidsdiensten, ...). Dit leidde tot de meest waanzinnige verdeling van verantwoordelijkheden, een herverdeling van de ambtenaren over de verschillende bestuursechelons en het in het leven roepen van een hele reeks gemengde personeelsstatuten. Concreet gesproken, kan de doelstelling van deze "Staatshervorming" als volgt samengevat worden:
- het opdrijven van de doeltreffendheid van de uitbuiting: de "responsabilisering" van autonome eenheden schept in de praktijk een kader voor de interne concurrentie tussen regio's. Vlaamse arbeiders worden opgeroepen om "performanter" te werken dan hun Waalse "concurrenten" en omgekeerd; de gewesten, de gemeenten worden als concurrenten uitgespeeld om op de meest doeltreffende wijze de sociale budgetten te beheren, de flexibiliteit onder hun ambtenaren te implementeren, enz.;
- het versnellen van de herstructureringen, van de aanvallen tegen de personeelsstatuten, de lonen en de werkvoorwaarden van de ambtenaren onder het mom van de reorganisatie van de Staatsstructuur;
- het verdoezelen van de omvang van de aanvallen door ze te spreiden over de verschillende bestuursniveaus of door elk niveau te belasten met verschillende soorten maatregelen.
De huidige communautaire campagne (waar de "overwinning" van de NVA deel van uitmaakt) en de "grote staatshervorming" die als "onafwendbaar" aangekondigd wordt, hebben precies hetzelfde doel. Immers, achter de schermen hebben de economische denktanks van de bourgeoisie reeds de krijtlijnen uitgetekend van een te duchten besparingsplan 2010-2015 dat stoelt op twee hoofdlijnen:
- de drastische vermindering van de begrotingsuitgaven om de groei van de schuldenlast om te buigen (volgens sommigen gaat het om 25 miljard euro op 5 jaar tijd; volgens het Planbureau om 42 miljard in 4 jaar (zie De Morgen 20.05 en 28.07));
- een belangrijke beperking van de lonen (globaal geschat op 10% (De Standaard, 03.09)) om de concurrentiepositie van België t.o.v. Duitsland te herstellen (+23,4% loonstijging op 10 jaar tijd in België, tegen +8,8% in Duitsland), om marktaandeelverlies goed te maken en om buitenlandse investeringen opnieuw aan te trekken (-70%, waardoor België van de 2de naar de 10de plaats terugvalt onder de landen die de meeste buitenlandse investeringen aantrekt (De Morgen, 23.07.10)).
De "staatshervorming" moet eens te meer de omvang van de aanvallen en de cruciale rol van de "democratische Staat" in het opleggen van deze maatregelen ten dele verdoezelen. Zo staat het reeds vast dat de inspanning verdeeld zal worden over de verschillend bestuursechelons: de federale regering maar ook de regio's en de lokale besturen (bvb. 17 miljard besparingen op de begrotingen 2011-2015 zullen gedragen worden door de gewesten en de gemeenschappen), en het zal gerechtvaardigd worden door de nieuwe "regionale bevoegdheden", die bekomen werden dank zij de Staatshervorming, waartegenover uiteraard ook een toegenomen "responsabilisering" moet staan. Op deze wijze hoopt de bourgeoisie eens te meer de staatsverantwoordelijkheid in het opleggen van de inleveringen te verdoezelen en de ontevredenheid af te leiden naar specifieke zondebokken: " de Brusselse regio die een bodemloos vat is voor de openbare financiën", "de Walen die niet willen werken en die miljarden aan sociale budgetten verslinden", "de egoïstische Vlamingen die elke vorm van solidariteit weigeren en die aanzetten tot concurrentie tussen regio's".
Wanneer de arbeiders zich verzetten tegen de aanvallen waarvan zij het slachtoffer zijn, maakt de bourgeoisie - vooral door middel van haar vakbonden - eens te meer gebruik van de ranzige (sub)nationalistische en regionalistische campagnes om elke vorm van ééngemaakt arbeidersverzet tegen de agressie op hun levensvoorwaarden, om elke uitbreiding van de strijd te beletten. Ook dit is een constante in de verhouding tussen de klassen in België.
Sedert de jaren 1960 vooral, gebruikt de bourgeoisie de regionalistische misleiding om het bewustzijn binnen de arbeidersklasse af te remmen m.b.t. de noodzaak van een eendrachtig verzet en van de uitbreiding van de strijd als antwoord op de aanvallen. Tijdens de algemene staking van 1960 reeds leidt het radicaal syndicalisme, onder leiding van André Renard, de strijdbaarheid van de arbeiders uit de grote industriële bekkens van Luik en van Henegouwen af naar het Waalse subnationalisme, met de bewering dat een Waalse regionale staat onder leiding van de PS weerwerk zou bieden tegen het nationaal kapitaal en de industriële sectoren uit de regio van het verval zou redden. De arbeiders zullen zwaar betalen voor deze illusie, want het zijn net de regionale regeringen die in de jaren 1970 en 1980 geleidelijk de Waalse mijnen en staalfabrieken zullen sluiten. Sedert het einde van de jaren 1980, kent Vlaanderen op haar beurt dezelfde problemen met de Limburgse mijnen, de scheepswerven (Boel Temse) en de automobielsector (Renault en onlangs nog Opel). Eens te meer wordt dezelfde misleiding gebruikt: "Wat we zelf doen, doen we beter" luidt de slogan van de Vlaamse nationalisten. En inderdaad, de sluiting van de mijnen en van de scheepswerven werd met bekwame spoed afgehandeld. Ook de arbeiders van Opel werden gerold met allerlei beloftes van de Vlaamse regering over de "strijd van Vlaanderen om Opel te redden".
Ook vandaag, nu de arbeiders beginnen weerstand te bieden aan de aanvallen, worden de regionalisering van een hele reeks beslissingsniveaus en de (sub)nationalistische propaganda gebruikt door de bourgeoisie en haar vakorganisaties eerst en vooral om de strijdbewegingen te verdelen, te isoleren en op te sluiten in oriëntaties die geen enkel perspectief bieden voor de arbeidersklasse. Zo worden ambtenaren die betogen tegen aanvallen op hun lonen en hun werkvoorwaarden, opgeroepen te betogen, elke groep voor de gebouwen van de eigen voogdijoverheid (federale, communautaire, gewestelijke, provinciale, gemeentelijke, ...). In het verleden werden zelfs betogers aangetroffen die niet precies wisten voor welk ministerie te betogen ! Vervolgens aarzelen de bonden niet om de arbeiders mee te sleuren op het verrotte terrein van de regionale verdeling, ja zelfs van de nationalistische belangen. Zo worden Vlaamse en Waalse leerkrachten opgeroepen om te strijden voor aparte eisen, elk in hun regio. En onlangs riepen de vakbondsorganisaties de arbeiders op om te betogen voor een Belgische unitaire sociale zekerheid, tegen de pogingen van de Vlaamse nationalisten om deze te regionaliseren. Op deze manier trachten ze de arbeiders voor de kar te spannen van het Belgische, Vlaamse of Waalse nationalisme.
Het regionalisme en het (sub)nationalisme zijn fundamentele wapens van de bourgeoisie in haar strijd tegen de arbeidersklasse en zij bezit een grote expertise m.b.t. hun aanwending. Tijdens het arbeidersverzet tegen de drastische inleveringpolitiek in de jaren 1980, was reeds de verdeling tussen de Waalse "heethoofden" en de "gematigde" Vlaamse arbeiders haar centrale wapen om de massale strijdbeweging van 1983 en 1986 te fnuiken. En vandaag staan we voor een onophoudelijke intense communautaire hetze vanwege de burgerlijke partijen, die eigenlijk bijna permanent aanhoudt sedert 2008, en die moeilijke voorwaarden schept voor een mobilisatie van de arbeiders, voor hun strijd en vooral voor de uitbreiding ervan. Dit verklaart waarom de reacties van de arbeidersklasse voor het ogenblik minder uitgesproken zijn dan in naburige landen, zoals Frankrijk of Duitsland. Anderzijds is het ook zo dat de intensiteit van de campagnes en de uiterste voorzichtigheid waarmee de bourgeoisie haar maatregelen naar voren schuift kenmerkend is voor haar angst t.o.v. een arbeidersklasse die in de jaren '70 en '80 haar strijdbaarheid getoond heeft. In de huidige omstandigheden moeten de revolutionairen meer dan ooit beklemtonen dat de arbeiders, vanwaar ze ook zijn, vanwaar ze ook komen, strijd leveren tegen dezelfde aanvallen, voor de verdediging van dezelfde belangen; zij moeten met kracht stellen dat de arbeidersklasse geen vaderland heeft, noch een Vlaams, noch een Waals, noch een Belgisch.
Jos / 15.09.10
Men denkt gewoonlijk dat de Chinese economie ontsnapt aan de globale crisis van het kapitalisme, maar men zou dat moeten zeggen tegen de duizenden Chinese arbeiders, die gedurende de laatste weken deelnamen aan de golf van stakingen die veel regio's van het land beroerden!
De strijd, waarover het meeste werd gemeld, is de strijd die plaats hadden in de Honda-fabrieken, die tot nu toe drie stakingsgolven kenden; tijdens de eerste daarvan slaagden de arbeiders er zelfs in een loonsverhoging tot 24% te verkrijgen.
Bij Foxconn (Ipod fabrikant), waar recentelijk veel zelfmoorden gebeurden, hebben de stakers een loonsverhoging van 70% gekregen. In de KOK-fabriek (fabrikant van onderdelen), zijn er confrontaties geweest tussen de arbeiders en de ordediensten, naar aanleiding van de poging van deze laatsten om de arbeiders te verhinderen de straat op te trekken om hun strijd kenbaar te maken.
De Chinese media heeft geen black-out gelegd over deze strijd, omdat het allemaal buitenlandse bedrijven betrof en ze deze conflicten hebben gebruikt om een regeringspropaganda op poten te zetten tegen hun regionale Japanse en Zuid-Koreaanse rivalen. In werkelijkheid hebben veel arbeiders van Chinese bedrijven deelgenomen aan stakingsbewegingen in meerdere steden. Politie en andere veiligheidsdiensten werden geregeld tegen hen ingezet.
De media buiten China hadden snel door dat er iets belangrijks bezig was. Met titels als « De opgang van een Chinese arbeidersbeweging » (Businessweek.com), « De nieuwe generatie schudt het arbeidsmilieu door elkaar in China » (Reuters) en « Stakingen brengen China in moeilijkheden door sociale beroering » (Associated Press), erkent de bourgeoisie en haar media dat de actuele beweging verder gaat dan de groeiende ontevredenheid van de Chinese arbeidersklasse die ze kende van de voorbije periode.
Het artikel van Associated Press (11 juni 2010), meldt dat « de autoriteiten lang de lokale en beperkte protestbewegingen hebben getolereerd van de arbeiders, ontevreden met hun loon of andere kwesties, en zodoende erkenden dat er misschien een noodzaak was tot uitweg voor deze frustraties », maar de Financial Times (11 juni 2010) voegt daarbij dat « er tekenen zijn dat de sociale protestbewegingen veel uitgebreider en gecoördineerd waren dan men dacht, daarmede schrik veroorzakend, dat, geconfronteerd met de mogelijkheid van gelijkaardige eisen, de kosten van de multinationals zou kunnen verhogen. »
Een econoom die in Hong Kong verblijft en die wordt aangehaald door de Daily Telegraph (10 juni 2010) herhaald dit door volgende te schrijven: « één enkele vonk is al wat er nu nodig is om elk nieuws doorheen gans China te laten verspreiden, hetgeen zou kunnen leiden tot gelijkaardige stakingsacties in andere fabrieken ». (Sociale bewegingen)
De « experts » trachten de redenen van deze strijd en hun tendens om andere arbeiders te inspireren en zich verder uit te breiden, te minimaliseren: « De arbeiders houden zich onderling op de hoogte dank zij draagbare telefoons en Sms-berichten. Zij vergelijken hun lonen en hun arbeidsomstandigheden, dikwijls met deze van arbeiders uit hun oorspronkelijke provincie. Zij gebruiken deze informaties om te onderhandelen met hun bazen, legt Joseph Cheng, professor aan de stadsuniversiteit van Hong Kong uit. Deze (Sociale bewegingen) hebben sinds het begin van het jaar plaats in de Delta's van de Pearl River en de Yangtsé wegens tekort aan arbeidskrachten. » (Financial Times, 11 juni 2010)
En zoals een andere « expert » samenvat: « een van de stakingen had plaats omdat de arbeiders uiteindelijk enkel nog berichtjes naar elkaar stuurden » vermeldt Dong Baohua, universiteitsprofessor recht van de universiteit van Politiek en West-Chinees recht. De moderne technologie bevordert het uitbreken van stakingen » (Financial Times, 11 juni 2010)
De technologische innovaties worden wel degelijk gebruikt door de arbeiders, maar dit legt niet uit waarom ze staken, waarom ze zich hergroeperen om te strijden. Wat het wel uitlegt zijn de werkomstandigheden in dewelke zij werken en leven. Volgens de officiële statistieken bestond het Chinees B(ruto)B(innenlands)P(roduct) in 1983, voor 56% uit lonen; zij zijn gezakt tot 36% in 2005. Gedurende de laatste 5 jaren, heeft bijna een op vier Chinese arbeiders geen loonsverhoging gekregen. Indien iemand zich verrijkt heeft dank zij het Chinese economisch wonder, dan is het niet de arbeidersklasse. De recente verhogingen van het minimumloon in de grote geïndustrialiseerde provincies zoals Guangdong, Shandong, Ningxia en Hubei werden uitgelegd als een poging om tegemoet te komen aan de inflatie-effecten, maar zelfs de Staatsmedia hebben soms toegegeven dat ze ook tot doel hadden de sociale onvrede te voorkomen.
In het dagblad dat de officiële lijn weergeeft, het Dagblad van het Volk ( 9 juni 2010), kan men in een artikel, op het voorste blad, met de titel: « De experts voorzien een verhoging van werkconflicten », lezen, dat « de in meridiaal China ontstane stijgende sociale conflicten aanleiding zullen geven tot een tendens van loonsverhoging in een nabije toekomst ».
Dit wordt voorgesteld als een « opportuniteit », maar er wordt geen enkele uitleg verschaft voor de « conflicten ». Nochtans kan men, zoals een functionaris uitlegt naar aanleiding van investeringsprojecten van ondernemingen in Hong Kong, zoals de kapitalisten, overal de rekening maken: « Indien de arbeidskost verhoogt, zullen de winsten verlagen en is het mogelijk dat de fabrieken worden verplaatst naar landen waar de arbeidskost goedkoper is ».
Het is reeds lang, dat het ongeduld en de frustratie ten opzichte van de vakbonden zich verder ontwikkelen in China. Deze organen, duidelijke staatsorganismen, proberen niet alleen de stakingen te ontmoedigen of te verhinderen, maar hebben bovendien fysisch geweld gebruikt (zoals bij Honda) tegen de arbeiders die als reactie de syndicale afgevaardigden bevochten hebben. Het is geen toeval dat de arbeiders andere wegen hebben gezocht.
Bijvoorbeeld wordt in een artikel van de New York Times (10 juni 2010), aangehaald dat « de hier en daar ontstane stakingen, de Chinese provincies beginnen te bereiken, die tot nu toe gespaard gebleven waren van sociale onlusten », eveneens vermeldt wat er is gebeurd bij Honda tijdens een van die stakingen: « hier hebben de arbeiders een democratische organisatie ontwikkeld met gekozenen vanuit hun basis, om hen te vertegenwoordigen bij de collectieve onderhandelingen met het patronaat. Zij vragen ook het recht om een syndicaat op te richten dat los staat van de nationale federatie van syndicaten dat gecontroleerd wordt door de regering, die zich reeds lang hoofdzakelijk bezig houdt met de sociale vrede te bewaren voor de buitenlandse investeerders. »
Het is hier noodzakelijk te herinneren aan de experimenten van de Poolse arbeiders in 1980-81, waarbij het ganse land getroffen werd door stakingen en tijdens welke arbeidersvergaderingen hun eigen comités en andere organisatievormen hebben opgericht. De hele macht van deze beweging is verzwakt geworden, door het idee om een « vrije vakbond » op te richten in tegenstelling tot de vakbonden, die door de staat werden geleid.
Dat idee heeft zich gematerialiseerd in de oprichting van Solidarnosc, een vakbond dat de beweging vanaf het begin van de jaren 1980 begon te ondermijnen en eindigde met een regering van bezuinigingen met Lech Walesa als president in het begin van de jaren 1990.
De pogingen van de arbeiders om hun strijd zelf in hand te nemen kan verschillende vormen aannemen, of het nu basisafgevaardigden zijn, verkozen comités, delegaties naar andere arbeiders of massale vergaderingen waarin de arbeiders de organisatie van hun strijd zelf beslissen.Wat belangrijk is, is de dynamiek van de beweging te begrijpen.
Tijdens de eerste staking bij Honda, heeft een delegatie een verklaring gegeven dat duidelijk de bestaande illusies aantoonde i.v.m. de mogelijkheden van vakbonden, maar waarin ook heel goede ideeën zaten. Bijvoorbeeld: « wij strijden niet enkel voor de rechten van 1800 arbeiders, maar voor de rechten van de arbeiders van het ganse land », duidelijk aantonend dat de bezorgdheid van de arbeiders verder ging dan hun eigen fabriek.
Er is ook een fragment, dat, deeluitmakend van één document, bevestigt: « Het is de plicht van de vakbond om de collectieve belangen van de arbeiders te verdedigen en de arbeidersopstanden te leiden » en dat aantoont dat andere ideeën zich ook ontwikkelen: « Wij allen, arbeiders van Honda Auto Parts Manufacturing Cy, Ltd, moeten één blijven en ons niet laten verdelen door de directie(....). Wij roepen al onze arbeiders kameraden op om hun standpunt te uiten bij hun arbeidersafgevaardigden. Alhoewel deze vertegenwoordigers niet alle arbeiders van alle afdelingen omvatten, toch verzamelen zij nauwgezet en gelijkwaardig alle opinies van alle fabrieksarbeiders. De arbeiders van de productielijn die gemotiveerd zijn en willen deelnemen aan de directieonderhandelingen, kunnen zich aansluiten bij de delegatie via verkiezingen...Zonder de goedkeuring van de algemene arbeidersvergadering, zullen de afgevaardigden geen enkel eenzijdig akkoord geven voor een voorstel dat niet tegemoet komt aan bovenvermeldde eisen. » (Libcom.org) Men kon tevens lezen op Businessweek.com: « Wij roepen alle arbeiders op om een hoge mate van eenheid te bewaren en om niet toe te laten dat de kapitalisten ons verdelen. »
De materiële omstandigheden in China, die de strijd en de vraag hoe zich te organiseren stimuleren, zijn dezelfde die arbeiders overal ter wereld tegenkomen.
Car / 11.06.10
Geconfronteerd met het bestaan van verschillen in etniciteit, ras en taal onder de arbeiders, wordt de arbeidersbeweging, historisch geleid door het principe: ‘de arbeiders hebben geen vaderland'. Een principe dat zowel het interne leven van de revolutionaire arbeidersbeweging als de tussenkomst van deze beweging in de klassenstrijd heeft beïnvloed. Elke toegeving ten opzichte van dit principe, betekent een capitulatie voor de burgerlijke ideologie.
De burgerlijke ideologen verdedigen het standpunt dat het karakter van de huidige massale emigratie naar Europa en de Verenigde Staten fundamenteel verschilt van die van voorafgaande periodes in de geschiedenis. Hierachter schuilt het idee dat de immigranten momenteel de gemeenschap, die hen opneemt, verzwakken en zelfs vernietigen, weigeren om zich te integreren in hun nieuwe maatschappij en haar politieke en culturele instellingen verwerpen. In Europa verdedigt het boek van Walter Laqueur, The Last Days of Europe: Epitaph for an Old Continent, verschenen in 2007, het standpunt dat de immigratie van moslims verantwoordelijk is voor de achteruitgang van Europa.
Samuel P. Huningue, professor in de politieke wetenschappen, verdedigt in zijn boek, Who Are We: The Challenges to America's National Identity, gepubliceerd in 2004, de visie dat de reeds generatielange ‘opsplitsing' en de verdeling van de Amerikaanse maatschappij volgens de raciale scheidslijnen van blank/zwart, nu dreigt te worden vervangen door een culturele ‘opsplitsing'. Er dreigt volgens hem nu een verdeling tussen de Spaanssprekende immigranten en de gewortelde Engelssprekende Amerikanen, waardoor de nationale Amerikaanse cultuur op het spel gezet wordt.
Aan het einde van de jaren 1970 was hij, onder de Carter-regering, politieke coördinator voor de Raad van Nationale Veiligheid. In 1993 schreef hij een artikel in Foreign Affairs, dat nadien omgezet werd in een boek, getiteld: The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. Hierin ontwikkelde hij de stelling dat, na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, de ideologie niet langer de belangrijkste basis zou worden voor conflicten in de wereld, maar de cultuur. Hij voorzag dat een naderende civilisatie-schok tussen de Islam en het Westen een internationaal conflict zou veroorzaken. Alhoewel Huntington's visie van 2004 op de kwestie van de immigratie door de intellectuelen, gespecialiseerd in de studie van volkeren en de kwesties van immigratie en assimilatie, grotendeels terzijde werd geschoven, werden zijn visies ruim verspreid door de media en de politieke deskundigen rondom Washington.
De protesten van Huntington tegen het feit dat de anderstalige immigranten zouden weigeren om Engels te leren, de assimilatie zouden tegenwerken en zouden bijdragen aan de politieke vervuiling, zijn niets nieuws in de Verenigde Staten. Op het einde van de jaren 1700 vreesde Benjamin Franklin dat Pennsylvanië zou worden overspoeld door een golf van Duitse immigranten. "Waarom moet Pennsylvanië" vroeg Franklin, "gesticht door de Engelsen, waarom moet zij een kolonie van vreemdelingen worden die weldra zo talrijk zullen zijn, dat zij ons zullen germaniseren eerder dan dat wij hen anglicaniseren?" In 1896 waarschuwde de invloedrijke economist Francis Walker, president van het Massachusetts Institute of Technology (MIT), ervoor dat het Amerikaanse staatsburgerschap omlaag gehaald zou kunnen worden door "de tumultueuze toegang van scharen onwetende en mishandelde boeren uit Oost- en West Europa". President Théodore Roosevelt was zo geërgerd door de toevloed van anderstalige immigranten, dat hij voorstelde dat: "aan alle immigranten die hier komen, moet worden geëist dat ze binnen de vijf jaar Engels leren, of ze verlaten het land". Arthur Schlesinger Senior, historicus aan de Harvard Universiteit, betreurde op dezelfde wijze de sociale, culturele en intellectuele ‘minderwaardigheid' van de Zuid- en Oost-Europese immigranten. Al de klachten en angstreacties van gisteren zijn, merkwaardig genoeg, gelijk aan die van Huntington vandaag.
De historische realiteit heeft deze xenofobe angst nooit gelijk gegeven. Zelfs indien er altijd in elke groep van immigranten, een gedeelte heeft bestaan die ten koste van alles Engels wilde leren, om zich snel te assimileren en om economisch te slagen, is die assimilatie steeds gradueel verlopen - in het algemeen over een periode van drie generaties. De volwassen immigranten behielden in de Verenigde Staten over het algemeen hun moedertaal en hun culturele tradities. Ze woonden in immigrantenwijken waar ze hun moedertaal spraken in hun gemeenschap, in winkels, in de religieuze bijeenkomsten, enzovoort. Ze lazen boeken en dagbladen in hun eigen moedertaal. Hun kinderen, jong geïmmigreerd of geboren in de Verenigde Staten, waren meestal tweetalig. Zij leerden Engels op school en in de 20e eeuw waren ze wel omgeven door de Engelse massacultuur, maar spraken thuis nog de taal van hun ouders en trouwden meestal binnen hun etnische gemeenschap. Bij de derde generatie verloren de kleinkinderen van de immigranten meestal de gewoonte om de taal van hun grootouders te spreken en neigden ertoe enkel nog Engels te spreken. Hun culturele assimilatie werd gekenmerkt door een groeiende tendens om buiten hun oorspronkelijke, etnische gemeenschap te trouwen. Volgens een recente studie Pew Hispanic Centre van de Princeton University (1), lijken de assimilatieontwikkelingen in de huidige periode in de Verenigde Staten zich op dezelfde wijze voort te zetten, ondanks de belangrijke invloed van Spaanstaligen op de immigratie van de laatste jaren.
Maar zelfs als de huidige immigratiegolf kwalitatief anders is dan de vorige, wat is daar nu zo belangrijk aan? Als de arbeiders geen vaderland hebben, waarom zouden wij dan bezorgd zijn over het vraagstuk van assimilatie? Engels heeft in de jaren 1880 de Amerikanisering verdedigd, niet als doel op zich, als een soort tijdloos principe van de arbeidersbeweging, maar als een middel om een socialistische massabeweging op te bouwen. Het idee dat de Amerikanisering een noodzakelijke eerste voorwaarde zou zijn om de eenheid van de arbeidersklasse te ontwikkelen, is in het begin van de 20e eeuw door de praktijk van de arbeidersbeweging zelf weerlegd: zij heeft ondubbelzinnig aangetoond dat de arbeidersbeweging de diversiteit en het internationale karakter van het proletariaat kan omvatten en een verenigde beweging kan opbouwen tegen de heersende klasse.
De recente opstanden in de Zuid-Afrikaanse krottenwijken zijn een alarmsignaal dat de anti-immigratiecampagnes van de bourgeoisie tot barbarij leiden in het sociale leven. Het is vanzelfsprekend dat de kapitalistische propaganda de anti-immigratiewoede in de arbeidersklasse van de metropolen buitensporig aanwakkert. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, is de overheersende houding onder de bevolking in het algemeen, de arbeiders inbegrepen, dat men de arbeiders-immigranten beschouwt als degene die hun brood willen verdienen om hun families te onderhouden, dat ze het werk doen dat voor de arbeiders van ‘het land zelf' te lastig is en te weinig betaald wordt en dat het dus onzinnig zou zijn hen terug te sturen (2). En dit ondanks de grote inspanningen van de burgerlijke media en de extreemrechtse propaganda om de haat tegen de immigranten aan te wakkeren in verband met de taal- en cultuurkwesties. In de klassenstrijd zelf zijn er steeds meer uitingen van solidariteit tussen arbeiders-immigranten en autochtone arbeiders. Bijvoorbeeld in de strijdbewegingen in 2008, zoals de opstand in Griekenland, waar de arbeiders-immigranten zich bij de strijd hebben aangesloten; of in de staking in 2009 bij de Lindsey-raffinaderij in Groot-Brittannië, waar de immigranten duidelijk hun solidariteit hebben betuigd; of in de Verenigde Staten waar, bij de bezetting van de fabriek Window and Door Republic door de Spaanstalige arbeiders-immigranten, de ‘inheemse', autochtone arbeiders zich voor de poorten verzamelden om hun steun te betuigen, onder meer door hen voedsel te brengen.
Volgens hetgeen de media rapporteren, denken 80% van de Britten dat het Verenigd Koninkrijk een bevolkingscrisis doormaakt door de immigratie: meer dan 50% is bang dat de Britse cultuur zal verdwijnen; 60% denkt dat Groot-Brittannië veel gevaarlijker is geworden door de immigratie; en 85% wil dat men de immigratie vermindert of stopgezet wordt (3). Het feit dat er een voedingsbodem is voor de irrationele angst onder bepaalde elementen van de arbeidersklasse voor het door de burgerlijke ideologie gepropageerde racisme en xenofobie, verwondert ons niet omdat de ideologie van de heersende klasse, in een klassenmaatschappij, een immense druk uitoefent op de arbeidersklasse, tot er zich openlijk een revolutionaire situatie ontwikkelt. Maar met hoeveel succes de bourgeoisie met haar ideologie ook binnendringt in de arbeidersklasse, het principe dat de arbeidersklasse over de hele wereld een eenheid vormt en dat de arbeiders geen vaderland hebben, is voor de revolutionaire beweging het basisprincipe van de internationale proletarische solidariteit en van het bewustzijn van de arbeidersklasse. Alles wat de nationale bijzonderheden benadrukt, wat aan de ‘verdeeldheid' binnen de arbeidersklasse bijdraagt, deze verergert of manipuleert, is tegennatuurlijk aan de internationalistische aard van het proletariaat als klasse en is een uiting van de burgerlijke ideologie die de revolutionairen bevechten. Onze verantwoordelijkheid is de historische werkelijkheid te verdedigen: ‘de arbeiders hebben geen vaderland'.
Hoe het ook zij, zoals gewoonlijk zijn de beschuldigingen van de burgerlijke ideologie tegen de immigratie meer een mythe dan een realiteit. De kans is veel groter dat de immigranten het slachtoffer worden van criminelen dan dat ze zelf crimineel zijn. In het algemeen zijn de immigranten eerlijke arbeiders die hard werken, grenzeloos uitgebuit worden om te overleven, en geld op te sturen naar hun achtergebleven familie ‘thuis'. Ze worden dikwijls bedrogen door bazen met weinig scrupules die minder dan het minimumloon betalen, geen overuren uitbetalen, door huiseigenaars met al even weinig scrupules, die overdreven hoge huren vragen voor echte krotten en door tal van dieven en agressors: allemaal rekenen ze erop dat de angst van de immigranten voor de autoriteiten zo groot is, dat ze geen aanklacht durven in te dienen. De statistieken tonen aan dat de criminaliteit de neiging heeft om toe te nemen onder de tweede en derde generatie immigranten-families, niet vanwege het feit dat ze van immigranten afstammen, maar wel venwege hun voortdurende en verdrukkende armoede, de discriminatie en het gemis aan vooruitzicht als kansarme (4).
Het is belangrijk helder te zijn over het huidige bestaande verschil tussen het standpunt van de Kommunistische Linkerzijde en dat van alle antiracistische ideologieën (hoezeer zij ook beweren revolutionair te zijn). In plaats van de fundamentele eenheid van de arbeidersklasse te benadrukken, stellen zij verdeeldheid voor: zij berispen met moralistische argumenten de arbeiders die wantrouwend staan ten opzichte van de immigranten en niet het kapitalisme met zijn anti-immigratieracisme; ze gaan zelfs zover de arbeiders-immigranten te verheerlijken als helden die meer puur zijn dan de autochtone arbeiders. De ‘antiracisten' steunen de arbeiders-immigranten tegen de autochtone arbeiders in plaats van de eenheid van de arbeidersklasse voorop te stellen. Zij leiden het klassebewustzijn van de arbeiders, op het vlak van haar ‘politieke identiteit', af naar een nationale taal- of etnische ‘identiteit' die doorslaggevend is, en niet het behoren tot dezelfde klasse. Deze giftige ideologie verkondigt dat arbeiders van een of ander land meer gemeen hebben met de bourgeoisie van hun land van afkomst, dan met andere arbeiders. Tegenover het ongenoegen van de arbeiders-immigranten, die blootgesteld worden aan de vervolgingen die ze moeten ondergaan, ketent het antiracisme hen aan de staat. De oplossing die wordt voorgesteld ten aanzien van de kwestie van de arbeiders-immigranten is onveranderlijk een beroep te doen op de burgerlijke legaliteit, of door hen te rekruteren voor de vakbonden, of door de wet op de immigratie te hervormen, of door hen te werven voor de verkiezingspolitiek of door de formele erkenning van de legale ‘rechten'. Alles, behalve de klassenstrijd van een verenigd proletariaat.
De aanklacht door de Kommunistische Linkerzijde van de xenofobie en het racisme tegen de immigranten onderscheidt zich radicaal van deze antiracistische ideologie. Onze stellingname staat in directe, ononderbroken continuiteit met diegenen die de revolutionaire beweging verdedigd hebben sinds de Bond van Kommunisten en het Kommunistisch Manifest, de Eerste Internationale, de Linkerzijde van de Tweede Internationale, de IWW en de Kommunistische Partijen in hun beginfase. Onze tussenkomst benadrukt de fundamentele eenheid van het proletariaat, brengt de pogingen aan het licht van de bourgeoisie om de arbeiders onderling te verdelen, en verzet zich tegen het burgerlijk gezag, tegen soorgelijke politiek en ‘interklassisme'. De IKS heeft deze internationalistische zienswijze bijvoorbeeld verdedigd in de Verenigde Staten door de kapitalistische manipulatie naar aanleiding van de betogingen in 2006 aan te klagen. Deze betogingen waren "in grote mate een kapitalistische manipulatie" zij "heeft de betogingen uitgelokt, gemanipuleerd, gecontroleerd en openlijk gedirigeerd". Zij was doorspekt van nationalisme, "hetzij het latino-nationalisme dat opkwam aan het begin van de betogingen of de misselijkmakende rij van betogers die hun recent amerikanisme kwamen betuigen" die "als doel had elke mogelijkheid voor de immigranten en de autochtone arbeiders om hun essentiële eenheid te erkennen volledig uit te sluiten".(5)
Wij moeten vooral de internationale eenheid van de arbeidersklasse verdedigen. Als internationale proletariërs dienen wij de internationale eenheid te verdedigen van de arbeidersklasse. Als internationale proletariërs verwerpen wij de burgerlijke ideologie et zijn constructies over ‘culturele vervuiling', over ‘vervuiling van taal', over ‘nationale identiteit', over het ‘wantrouwen ten opzichte van de vreemdelingen' of over de ‘verdediging van de eigen gemeenschap of buurt'. Integendeel, onze interventie dient de historische verworvenheden van de arbeidersbeweging te verdedigen: arbeiders hebben geen vaderland; de rode draad in de geschiedenis van de arbeidersbeweging is de solidariteit en eenheid van de internationalistische klasse. Het proletariaat komt uit veel landen, spreekt veel talen, maar is één en dezelfde mondiale klasse die de historische verantwoordelijkheid heeft om het kapitalistisch systeem van uitbuiting en onderdrukking te bestrijden.
Jerry Grevin / naar Internationale Revue nr. 140
(1) Zie "2003-2004 Pew Hispanic Centre the Kaiser Family Foundation Survey of Latinos: Education" en Rabat, reuben G., Massy, Douglas, S. and Bean, Frank D. "Linguistic Life Expectancies: Immigrant Language Retention in Southern California. Population and Development", 32 (3): 4.7-460, september 2006.
(2) Problems and Priorities, PollingReport.com.
(3) Sunday Express, 6 april 2008.
(4) States News Service, Immigration Fact Check: "Responding to Key Myths", 22 juni 2007.
(5) Internationalism, nr.139, zomer 2006: "Immigrant demonstration: YES to the unity with the working class! No to the exploiters!".
Wij publiceren hieronder een artikel over de ramp bij het boorplatform Deepwater Horizon, dat door onze sectie in de VS op de site van de IKS geplaatst werd in de maand mei. Deze laatste ramp heeft de waarheid blootgelegd over het kapitalistisch systeem: zijn drang naar winst walst elke menselijke of milieubezorgdheid plat. Dat is de reden waarom wij alleen maar kunnen verwachten dat dergelijke rampen nog meer zullen plaatsvinden in de nabije toekomst en zolang als het kapitalisme zijn bestaan rekt.
Op dinsdag 20 april 2010 rond 10 uur trof een ontploffing het drijvende boorplatform van Deepwater Horizon ongeveer 50 mijl buiten de kust van Louisiana. Het platform zonk op donderdag 22 april en veroorzaakte daarbij de grootste olielek in de geschiedenis en de weggeblazen pijp spoot dagelijks miljoenen liters olie en methaangas in de oceaan. Dit is al bijna een maand aan de gang op het moment dat wij dit schrijven en het zal nog voor een onvoorziene tijd doorgaan. De niet te schatten schade voor het leefmilieu zijn de minste van de zorgen van de bourgeoisie. Zij schotelt ons dagelijks een walgelijk spektakel voor waarbij de verschillend partijen, BP Oil, Halliburton, Transocean, de kustwacht, de federale regering, elkaar de bal toespelen om hun toegetakelde reputatie te redden. Deze olielek vervoegt de lange lijst van ecologische rampen die veroorzaakt worden door de blinde roofbouw op de planeet door het kapitalisme, gedreven door zijn zoektocht om altijd maar goedkopere manieren te vinden om competitief voordeel te behalen. Deze ramp haalt opnieuw het beeld boven voor wat het systeem in petto heeft voor de toekomstige veiligheidsvoorwaarden voor de arbeiders. De ontploffing heeft 11 arbeiders gedood, en kwam vlak na een recente ontploffing in een koolmijn in West Virginia waarbij 24 arbeiders de dood vonden.
Als wij een blik werpen op wat de kapitalistisch hel vandaag betekent - verlies aan mensenlevens, ecologische roofbouw, hebzucht van de handel, opdrijving van de handelsoorlogen - kan men enkel tot de conclusie komen dat het kapitalisme verschrikkelijke schokken doormaakt die getuigen van zijn historisch bankroet. Op het vlak van de weerslag op het leefmilieu en de levensomstandigheden van de locale bevolking, is de schade die door deze ramp werd veroorzaakt, onmetelijk en zal ze nog jaren voortduren. Het agentschap dat belast was met de 'rampenpreventie', opgezet door de kapitalistische staat onder de vorm van de Minerals Management Service, is ontmaskerd als totaal corrupt en volkomen onbekwaam. Terwijl het zijn functie was om er officieel over te waken dat de booroperaties veilig zouden zijn voor het milieu en dat het aangewende materiaal zonder gevaar zou zijn voor het menselijk leven, incasseerde het gelijktijdig forse royalties van de oliemaatschappijen. Deze praktijk werd welbewust ingevoerd om voorrang te geven aan goedkope productiekosten boven de aandacht voor milieu of mensenlevens. In feite vulde de federale regering haar koffers met de royalties van de oliemaatschappijen, kocht zij de olie aan een goedkope prijs, terwijl de oliemaatschappijen de economische last schuiven op de rug van hun arbeiders door meer en meer op de kosten te besparen en de meest elementaire veiligheidsmaatregelen te verwaarlozen. Dit doet ons onvermijdelijk denken aan een van de andere catastrofes van het kapitalisme: de vernielingen die werden veroorzaakt door de orkaan Katrina en de rol van het staatsagentschap, FEMA (federaal agentschap van urgentiesituaties, nvdv), ook al verrot tot op het bot. De totale corruptie van deze beleidsorganen die opgezet worden door de kapitalistische staat springt zo in het oog dat president Obama besloten heeft om de MMS in tweeën te splitsen. Eén deel ervan zal voortaan de fondsen verzamelen en het andere deel zal toezien op de operaties. Dit is de manier waarop kapitalisme probeert zijn gezicht te redden en proper huis te maken. Zoals altijd liegen zij dat ze er zwart van zien betreffende hun eigen verantwoordelijkheid en de loze beloften van ‘dit komt nooit meer voor'.
De andere onbeschaamde oplichters zoals de oliereus BP zelf, en Halliburton en Transocean, de onderaannemers voor de installaties en bepaalde boorprocedures en materiaal, slingeren elkaar elk dag verwijten toe voor de ramp, in een dagelijks partijtje moddergooien. BP heeft zo'n vertrouwen in de macht van zijn economische status, dat het er zelfs voor gepleit heeft om de normale verantwoordelijkheid, waarvoor in zulke gevallen de Federale regering moet opdraaien nog te verhogen. Alhoewel de maximum straf die opgelegd wordt, 75 miljoen $ bedraagt, pleit BP voor 89 miljoen $. Zij zeggen er evenwel niet bij dat hun inkomsten voor het eerste kwartaal van 2010 in de miljarden liepen. BP heeft er aan toegevoegd dat deze zelfopgelegde schuldbekentenis neerkomt op het verhoging van de factuur voor de kabelaansluiting met 5$ per maand gedurende twee à drie maanden. Halliburton dan weer, lacht zich een bult bij de veronderstelde 'strenge' straffen die de kapitalistische staat tegen haar wil nemen omdat zij weten dat de verzekering driemaal meer zal uitkeren dan wat zij aan inkomsten verloren hebben. En wat met het 'opruimen van het puin' van het leefmilieu? Wel daarvoor gebruikt de Kustwacht vlottende olieopslorpers! Dat komt neer op het gebruik van enkele kleenex doekjes om het water proberen op de slorpen in een overstroomd huis!
Deze operaties zijn zo totaal onaangepast dat de inwoners van New Orleans voorspellen dat de olielek zal gedumpt worden op het strand tijdens het orkaanseizoen dat gestart is. Dit komt neer op een verdere vernieling van een regio die al verarmd en vervuild was. Wat het respect betreft voor het menselijk leven, leidde de ontploffing tot een nacht van terreur voor de mannen die werkten op het platform en een beklemmende nacht voor hun wachtende families. Tijdens de reddingsoperaties die plaatsvonden onder het toezicht van de Kustwacht, werden verschillende oliearbeiders die onder contract stonden bij Transocean, de in Zwitserland gevestigde maatschappij die eigenaar was van het platform, vastgehouden in een reddingsboot en zagen zij het Horizonplatform 12 uur branden vooraleer het schip uiteindelijk naar de kust voer, een tocht waar zij nog eens 12 uur over deden. Een van de arbeiders zei: "Zij hielden ons vast tot ongeveer 11u30 van de volgende morgen, en lieten ons toekijken hoe onze makkers verkoolden. Wij telden daar meer dan 25 schepen. Er was geen reden om ons daar vast te houden". Bij aankomst werden zij apart genomen en moesten zij eerst op band opgenomen interviews afleggen, vooraleer zij de toestemming kregen om hun families te zien. Zij mochten op geen enkele manier met hen in verbinding komen. Deze ramp volgt op een recente ontploffing in de koolmijn van West-Virginia en het is overduidelijk dat de autoriteiten de oliearbeiders wilden ondervragen vooraleer zij er met iemand konden over spreken, om iedere twijfel over de ware toedracht van het 'ongeval' te kunnen opvangen.
Dit volstaat ruimschoots om het wegkwijnende systeem waarin wij leven aan te klagen. Maar daar houdt het niet mee op. De hoeveelheid weggutsende olie zou wel eens 10 keer hoger kunnen zijn dan de officiële schattingen. Bevindingen van experten doen vermoeden dat de BP olielek reeds veel groter is dan het ongeval met de Exxon Valdez in Alaska, in 1989, waarbij 250.000 vaten olie verspild werden en waar, 21 jaar later, vandaag nog altijd resten van gevonden worden. Wetenschappelijke schattingen, die juister zijn dan de leugens die door BP verspreid worden in een poging om hun verantwoordelijkheid te beperken en hun imago op te poetsen van een 'milieuverantwoordelijke' oliereus, stellen dat de hoeveelheid aan olie en gas die vrijgekomen is tussen 56.000 en 100.000 vaten per dag bedraagt. Terwijl BP nog altijd beweert dat er maar 5.000 vaten per dag zouden vrijkomen!
Natuurlijk heeft BP reeds een waslijst van inbreuken, maar zij hebben vele medeplichtigen, waaronder de VS-staat de grootste is. Een van de grootste olierafinaderijen van BP in de VS ontplofte in maart 2005 en veroorzaakte daarbij 15 doden, verwonde 180 mensen en dwong duizenden bewoners om zich schuil te houden in hun woningen. Het incident was het toppunt van een serie van minder ernstige ongevallen in de raffinaderij, en de technische problemen werden door het management terzijde geschoven. Onderhoud en veiligheid op het bedrijf waren afgevoerd als een kostenbesparende maatregel, en de verantwoordelijkheid berustte uiteindelijk bij de managers in Londen. Er zijn verschillende onderzoeken geweest over de ramp en tenslotte pleitte de maatschappij schuldig voor een misdadige schending van de Clean Air Act. Ze werden beboet met 50 miljoen $ en veroordeeld tot 3 jaar op proef. Op 30 oktober 2009, beboette de US Ocupational Safety en Hazards Administration (OSHA), BP voor een bijkomende 87 miljoen $ - de grootste boete in de geschiedenis van de OSHA - omdat zij geen gevolg hadden gegeven aan de verbetering van de veiligheidsmankementen die aan het licht waren gekomen bij de ontploffing van 2005. Inspecteurs stootten op 270 veiligheidsovertredingen die voordien waren gesignaleerd en 439 nieuwe overtredingen. Het ongebreidelde cynisme van de kapitalisten maakt dat BP natuurlijk in beroep ging tegen deze boete!
De lijst van overtredingen door BP is eindeloos, en de lijst van geschillen tussen BP en de VS regering is indrukwekkend lang. Men zou zich er over kunnen verwonderen waarom zo een milieu-charlatan als BP door de VS nog toegelaten wordt om 40% van haar markt in handen te hebben in dit land. In feite komt het er op neer dat de VS, door uiterst laks op te treden omtrent milieu- en veiligheidsnormen, de allereerste medeplichtige is in de rampen die worden veroorzaakt door BP. Het komt de VS economisch zeker 'gunstiger' uit om zijn eigen olie te kunnen kopen van een maatschappij die deze produceert aan een lage kostprijs. De VS staat hen ook toe om delen van haar arbeid in onderaanneming te verlenen - zoals BP dat deed in het geval van Transocean en Halliburton - en BP opereert in de territoriale wateren van de VS. Hun faam van kwalijke praktijken, het schrappen van noodzakelijke kosten, gebruik van oude of slecht werkende installaties, en hun minachting voor de veiligheid van de arbeiders maken het BP inderdaad mogelijk om te produceren aan lage kostprijs! De weerslag is desalniettemin heel ernstig: het betekent dat de VS een technologische achterstand oploopt in de modernisering van zijn eigen productie-apparaat voor olieboring en dit in de context van een wereld waar de nood aan de goedkoopste bronnen van beschikbare energie, namelijk olie nog nooit zo hoog was.
Dit ligt aan de basis van de huidige hervormingswet omtrent energie, die door de Obama-administratie voorgesteld wordt. In de context van een toenemende economische crisis, heeft de VS een schrijnende nood om zijn competitieve snedigheid op de wereldmarkt te herwinnen. De meningsgeschillen zijn niet vreemd aan de betrokkenheid van de VS en Groot-Brittannië bij de Baku-Tiblisi-Cheyhan pijpleiding bijvoorbeeld. Dit is een doorn in de oog van de VS, nu deze proberen de controle te verwerven over de grondstoffen, waar de Europese staten en China nood aan hebben. Dit is de reden waarom het verkeerd zou zijn te geloven dat de acties die worden ondernomen door de VS agentschappen die er op gericht zijn om het Engelse BP's ergste slechte gedrag te beboeten, een weerspiegeling zouden zijn van de bekommernis van de staat over de veiligheid van het leefmilieu en de mensenlevens. De VS heeft in tegendeel van deze ecologische ramp gebruik gemaakt om zijn eigen imago op te vijzelen als 'kampioen van de milieubescherming' en hun gezag te vestigen in een industrie die van levensbelang is voor haar competitiviteit op de wereldmarkt. Zij zijn inderdaad dergelijke rampen aan het omvormen tot wapens van hun handelsoorlog tegen andere landen, in het geval van BP, tegen Groot-Brittannië.
Net als andere kapitalistische landen weten de VS perfect dat de afhankelijkheid van olie, niet zo vlug zal verdwijnen onder de huidige kapitalistische omstandigheden, en nog minder op een moment van zijn meest acute economische crisis. Olie is de enige energiebron die hen een competitief voordeel kan geven, ongeacht de kost voor het leefmilieu en de mensen. Om die reden is het onmiddellijke antwoord van de Obama-administratie een moratorium op het verbod van boren op zee, dat hij pas een maand tevoren had toegestaan. Tijdens zijn presidentscampagne liet Obama de kiezers geloven dat hij er gekant was tegen de verhoging van de kernenergie, de olie- en gaswinning, het delven van kolen als energiebronnen, de drijfriemen van de Amerikaanse economie. Bovendien had hij beloofd te investeren in hernieuwbare energiebronnen en een expansie van de ‘groene' technologie. Maar van zodra hij verkozen was, heeft hij ‘toegegeven' dat de VS een dergelijke hervorming van hun economie niet konden doorvoeren zonder aan competitiviteit in te boeten op wereldvlak.
Het kapitalisme zal nooit 'groen' worden. Zijn veronachtzaming van mens en natuur spat elke dag meer uit elkaar spatten. Deze gebeurtenis legt eens te meer het bankroet en het irrationele karakter van het kapitalisme bloot voor de ogen van de arbeidersklasse. Het zet ons aan om na te denken over de toekomst van het kapitalisme en de mensheid. Het is hoog tijd dat wij het kapitalisme vernietigen, voor het ons vernietigt.
Ana / 19.5.2010
30 jaar geleden, gedurende de zomer van 1980, hield de arbeidersklasse in Polen de wereld in spanning. Een reusachtige stakingsbeweging verbreidde zich over het land: verschillende honderdduizenden arbeiders gingen in verschillende steden in wilde staking, ze deden daarmee de heersende klasse beven, in Polen zowel als in andere landen.
De arbeiders in verschillende fabrieken reageren met spontane stakingen op de aankondiging van een stijging van de vleesprijzen. Op 1 juli gaan de arbeiders van Tczew bij Gdansk en van Ursus in een voorstad van Warschau in staking. Bij Ursus worden algemene vergaderingen gehouden, een stakingscomité wordt gekozen en gemeenschappelijke eisen worden voorop gesteld. Gedurende de volgende dagen blijven de stakingen uitbreiden: Warschau, Lodz, Gdansk enz. De regering probeert verdere uitbreiding tegen te houden door snel toegevingen te doen, zoals loonsverhogingen. Half juli gaan de arbeiders van Lublin, een belangrijk spoorknooppunt, in staking. Lublin ligt op de spoorlijn die Rusland verbindt met Oost-Duitsland. In 1980 was dat een vitale verbinding voor de bevoorrading van de Russische troepen in Oost-Duitsland. De eisen van de arbeiders waren: geen repressie tegen de stakende arbeiders, terugtrekking van de politie uit de fabrieken, loonsverhoging en vrije verkiezingen voor de vakbonden.
De arbeiders hadden de lessen getrokken uit de strijd in 1970 en 1976 (1). Ze zagen duidelijk dat, telkens zij eisen stelden, het officieel vakbondsapparaat aan de kant stond van de stalinistische staat en de regering. Daarom namen ze in de zomer van 1980 direct zelf het initiatief tot de strijd. Ze wachtten niet op instructies van hogerhand, ze stapten samen op, hielden algemene vergaderingen om zelf te beslissen over plaats en ogenblik van hun strijd.
Gemeenschappelijke eisen werden voorop gesteld op massavergaderingen. Een stakingscomité werd gevormd. In het begin stonden economische eisen centraal.
De arbeiders zijn vastbesloten. Ze willen geen herhaling van de bloedige onderdrukking van de strijd zoals in 1970 en 1976. In het industriecentrum Gdansk-Gdynia-Sopot wordt een interbedrijfs-stakingcomité (MKS) gevormd: het bestaat uit 400 leden (twee afgevaardigden per bedrijf). Gedurende de tweede helft van augustus komen telkens 800 tot 1000 afgevaardigden samen. Elke dag worden algemene vergaderingen gehouden op de Lenin scheepswerven. Luidsprekers zijn geïnstalleerd om iedereen toe te laten de discussies van de stakingscomités te volgen, en ook de onderhandelingen met vertegenwoordigers van de regering. Daarna worden ook microfoons geïnstalleerd buiten de zaal waar het MKS samenkomt, zodat de arbeiders die aanwezig zijn op de algemene vergaderingen rechtstreeks kunnen tussenkomen in de MKS-discussies. 's Avonds keren de afgevaardigden, vaak voorzien van cassettes met opnames van de debatten, terug naar hun werkplaats om de discussies en de situatie daar voor te stellen aan 'hun' algemene vergadering in hun bedrijf, waarmee ze hun mandaat verantwoorden voor die vergadering.
Dat zijn de middelen die ervoor zorgen dat zoveel mogelijk arbeiders kunnen deelnemen aan de strijd. De afgevaardigden leggen verantwoording af over het mandaat dat ze gekregen hebben, zijn op elk moment afzetbaar en de algemene vergaderingen beslissen steeds soeverein. Al deze praktijken staan compleet vierkant tegenover de vakbondspraktijk.
Op dat ogenblik, nadat de arbeiders van Gdansk-Gdynia-Sopot zich verenigd hebben, breidt de beweging uit naar andere steden. Om de communicatie tussen de arbeiders te saboteren, verbreekt de regering op 16 augustus de telefoonverbindingen. Onmiddellijk dreigen de arbeiders ermee hun beweging nog verder uit te breiden als de regering de lijnen niet direct weer openstelt. Die geeft toe.
De algemene vergadering beslist dan een arbeidersmilitie op de been te brengen. Terwijl het alcoholverbruik algemeen verbreid is, wordt collectief besloten alcohol te verbieden. De arbeiders beseffen dat ze een klaar hoofd moeten hebben in hun confrontatie met de regering.
Wanneer de regering met repressie dreigt in Gdansk, verklaren de spoorlui van Lublin: "Als de arbeiders van Gdansk lijfelijk aangevallen worden, en als een enkele arbeider een haar gekrenkt wordt, zullen we de strategisch meest belangrijke spoorlijn tussen Rusland en Oost-Duitsland lamleggen."
In bijna alle belangrijke steden zijn de arbeiders in beweging. Meer dan een half miljoen van hen begrijpen dat ze de enige kracht in het land zijn die in staat is zich tegen de regering te verzetten. Ze voelen wat hen die macht geeft:
- de snelle uitbreiding van de beweging in plaats van het uitputten ervan in gewelddadige botsingen zoals in 1970 en 1976;
- hun zelforganisatie, dat wil zeggen hun vermogen om zelf het initiatief te nemen in plaats van op de vakbonden te rekenen;
- het houden van algemene vergaderingen waarin ze hun krachten kunnen verenigen, controle uitoefenen over de beweging, ervoor zorgen dat de grootst mogelijke massa deelneemt en dat allen getuige zijn van de onderhandelingen met de regering.
En de uitbreiding van de beweging was inderdaad het beste wapen van solidariteit; de arbeiders beperkten er zich niet toe steunverklaringen af te leggen, ze namen zelf het initiatief tot strijd. Die dynamiek maakte het mogelijk een andere krachtsverhouding te ontwikkelen. Zolang de arbeiders op zo massale en eengemaakte wijze strijd voerden, kon de regering niet tot repressie overgaan. Gedurende de zomerstakingen, toen de arbeiders op eensgezinde wijze de regering confronteerden, werd geen enkele onder hen getroffen of gedood. De Poolse bourgeoisie begreep dat ze zich een dergelijke fout niet kon veroorloven, maar dat ze de arbeidersklasse van binnenuit moest verzwakken.
Het gevaar dat de strijd in Polen vertegenwoordigde, kan afgewogen worden aan de reacties van de buurlanden. De grenzen tussen Polen en Oost-Duitsland, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie werden onmiddellijk gesloten. En de bourgeoisie had goede redenen om tot die maatregel over te gaan! In het steenkoolbekken bij Ostrava in Tsjechoslowakije waren de mijnwerkers, het voorbeeld van Polen volgend, ook in staking gegaan. In de Roemeense mijnregio's, in Togliattigrad in Rusland, gingen de arbeiders dezelfde weg op. Ook al zijn er in West-Europa geen stakingen uit directe solidariteit met de strijd van de arbeiders in Polen, dan nemen de arbeiders in verschillende landen wel de ordewoorden over van hun klassebroeders in Polen. In Turijn kon men in september 1980 de arbeiders horen scanderen: "Gdansk toont ons de weg".
Terwijl er in het begin geen syndicale invloed was, zetten de leden van de 'vrije vakbonden' )(2) zich in om de strijd tegen te werken. In het begin werden de onderhandelingen op openlijke wijze gevoerd, maar na verloop van tijd werd beweerd dat 'deskundigen' nodig waren om de details uit te werken van de onderhandelingen met de regering. Het werd de arbeiders steeds moeilijker gemaakt de onderhandelingen te volgen, laat staan eraan deel te nemen. De luidsprekers die de discussies weergaven werkten niet meer tengevolge van 'technische' problemen. Lech Walesa, lid van de 'vrije vakbonden', werd tot leider van de beweging gekroond dankzij het feit dat hij door de directie van de scheepswerven van Gdansk ontslagen werd. De nieuwe vijand van de arbeidersklasse, de 'vrije vakbond', had zijn best gedaan om de beweging te infiltreren en begon nu zijn sabotagewerk. Zo zette hij zich in om de arbeiderseisen helemaal te verdraaien. Terwijl economische en politieke eisen eerst bovenaan de lijst stonden, drongen de 'vrije vakbond' en Walesa nu aan op de erkenning van de 'onafhankelijke' vakbonden, waarmee ze de economische en politiek eisen naar het tweede plan verschoven. Ze volgden de oude 'democratische' tactiek: verdediging van de vakbonden in plaats van de arbeidersbelangen.
De ondertekening van de akkoorden van Gdansk op 31 augustus markeerde de uitputting van de beweging (ook al bleven de stakingen op andere plaatsen nog enkele dagen duren). Het eerste punt van die akkoorden keurde de oprichting goed van een 'onafhankelijke en zelfbeheerde' vakbond die de naam Solidarnosc kreeg. De 15 leden van het MKS-presidium (interbedrijfs-stakingscomité) vormen de leiding van de nieuwe vakbond. Omdat het voor de arbeiders duidelijk was dat de officiële vakbonden aan de kant stonden van de staat, dachten de meesten onder hen nu dat de pas opgerichte vakbond Solidarnosc, 10 miljoen arbeiders sterk, niet corrupt was en hun belangen zou verdedigen. Ze hadden de ervaring niet opgedaan die de arbeiders in het Westen hadden , geconfronteerd met tientallen jaren van 'vrije' vakbonden. Terwijl Walesa toen al beloofde: "We willen een tweede Japan bouwen en voorspoed voor allen creëren" en vele arbeiders, door hun gebrek aan ervaring met de werkelijkheid van het kapitalisme in het Westen, grote illusies konden koesteren, vervulden Solidarnosc met Walesa aan het hoofd de rol van pompiers voor het kapitalisme om de strijdwil van de arbeiders te blussen. Die illusies binnen de arbeidersklasse in Polen waren niets anders dan het gewicht en impact van de democratische ideologie op dit deel van het wereldproletariaat. Het vergif van de democratie dat al zo sterk was in de westerse landen, kon enkel nog sterker zijn in Polen, na vijftig jaar stalinisme. Dat hadden de Poolse en de wereldbourgeoisie zeer goed begrepen. Deze democratische illusies waren de voedingsbodem waarop de bourgeoisie en haar vakbond Solidarnosc hun arbeidersvijandige politiek hebben kunnen ontwikkelen en de repressie ontketenen.
In de herfst van 1980, toen de arbeiders opnieuw in staking gingen om te protesteren tegen de akkoorden van Gdansk, nadat ze vaststelden dat zelfs met een 'vrije' vakbond aan hun zijde hun situatie erop verslechterd was, begon Solidarnosc zijn ware gelaat al te tonen. Net na het einde van de massastaking vloog Walesa van her naar der in een legerhelikopter om de arbeiders op te roepen hun stakingen dringend stop te zetten. "Wij hebben geen behoefte meer aan andere stakingen want die kunnen ons land in de afgrond storten, men moet zich bedaren."
Sinds zijn ontstaan is Solidarnosc begonnen de beweging te saboteren. Telkens het mogelijk is, ontneemt hij de arbeiders het initiatief, en verhindert hen nieuwe stakingen te ontketenen.
In december 1981 kan de Poolse bourgeoisie eindelijk de repressie ontketenen tegen de arbeiders. Solidarnosc heeft zijn best gedaan om de arbeiders politiek te ontwapenen. Terwijl gedurende de zomer van 1980 geen enkele arbeider getroffen of gedood werd dankzij de zelforganisatie en de uitbreiding van de strijd, en omdat er toen geen vakbond was om de arbeiders in te kaderen, werden in december 1981 meer dan 1200 arbeiders vermoord, honderdduizenden werden in de gevangenis geworpen of tot ballingschap gedreven.
Als Lech Walesa, de voormalige leider van Solidarnosc, later aan het hoofd gekozen wordt van de Poolse regering, is dat juist omdat hij getoond heeft een voorbeeldig verdediger te zijn van de belangen van de Poolse staat in zijn functie van vakbondsleider.
Ook als er ondertussen 30 jaar verlopen zijn, en hoewel veel arbeiders die deelgenomen hebben aan de stakingsbeweging destijds nu werkloos geworden zijn of tot emigratie gedwongen, blijft hun ervaring van onschatbare waarde voor heel de arbeidersklasse. Zoals de IKS al in 1980 schreef, "vertegenwoordigt de strijd in Polen op alle punten een grote stap voorwaarts in de strijd van het proletariaat op wereldvlak, daarom zijn deze gevechten de belangrijkste sinds een halve eeuw"(Resolutie over de klassestrijd, IVe Congres van de IKS, 1980, International Review nr. 26). Ze waren het hoogtepunt van een internationale strijdgolf. Zoals we stelden in ons rapport over de klassestrijd in 1999 op ons XIIIe Congres: "De historische gebeurtenissen op dit niveau hebben gevolgen op lange termijn. De massastaking in Polen leverde het definitieve bewijs dat de klassestrijd de enige kracht is die de bourgeoisie ertoe kan brengen haar imperialistische rivaliteit opzij te zetten. Ze heeft in het bijzonder aangetoond dat het Russisch blok - door zijn positie van zwakheid historisch gedwongen de 'agressor' te zijn in elke oorlog - niet in staat was zijn groeiende economische crisis te beantwoorden met een politiek van militaire expansie. Duidelijk gezegd konden de arbeiders van het Oostblok (en van Rusland zelf) niet compleet als kanonnenvlees dienen in wat voor toekomstige oorlog dan ook voor de glorie van het 'socialisme'. In die zin was de massastaking in Polen een machtige factor in de implosie die het Russisch imperialistisch blok trof"(International Review nr. 99, 1999).
IKS
(1) Gedurende de winter 1970-71 gingen de arbeiders van de scheepswerven aan de Baltische zee in staking tegen de verhoging van prijzen van basisproducten. Eerst reageerde het stalinistisch regime met felle repressie tegen de betogingen, waarbij honderden doden vielen, met name in Gdansk. De stakingen hielden echter nog niet op. Tenslotte werd partijleider Gomulka afgezet en vervangen door een 'sympathieker' personage, Gierek. Deze laatste discussieerde 8 uur met de arbeiders van de scheepswerven in Szczecin voor hij hen ervan kon overtuigen het werk te hervatten. Natuurlijk duurde het niet lang voor hij de beloften vergat die hij daarbij gedaan had. In 1976 lokten nieuwe brutale economische aanvallen in verschillende stakingen uit, met name in Radom en Ursus. De repressie maakte opnieuw tientallen doden.
(2) Het ging niet echt om een vakbond, maar om een kleine groep arbeiders die, in samenwerking met het KOR (comité ter verdediging van de arbeiders) dat door intellectuelen van de democratische oppositie gevormd werd na de repressie van 1976, ijverden voor de legalisering van een onafhankelijk syndicalisme.
Wij publiceren hieronder de stellingname van de IKS in Spanje over de metrostaking in Madrid en voegen daarbij een solidariteitsverklaring toe van een groep postmannen uit de Spaanse hoofdstad.
Deze paar lijnen om onze warme en hartelijke solidariteit te betuigen met de metro-arbeiders van Madrid.
In de eerste plaats omdat zij toonden dat massale en vastbesloten strijd het enige antwoord is dat de uitgebuiten in handen hebben tegen de brutale aanvallen die de uitbuiters ons willen opdringen. In dit geval tegen een loondaling van 5%. Een mokerslag voor de arbeiders, die volkomen illegaal is zelfs vanuit het oogpunt van de burgerlijke wette-lijkheid, aangezien het een eenzijdige schending is van de CAO die werd ondertekend door de overheid. En nog durven ze de metro-arbeiders te behandelen als ‘criminelen'!
Solidariteit ook tegen de lastercampagne en de pogingen tot ‘morele lynching' van deze kameraden. Rechtse politiekers en media lanceerden een ranzige campagne die de stakers voorstelt als pionnen in de campagne van de Partido Socialista Obrero Español (PSOE) tegen de ‘leidster' van de Partido Popular (PP) in Madrid (Esperanza Aguirre) die de meest razende eisen stelde voor sancties en ontslagen! (1) We mogen echter niet de krachtige steun van links vergeten aan die campagne van isolering en minachting van de arbeiders. Aguirre en Rajoy eisten krachtdadigheid en de zweep tegen deze "vandalen", maar de minister van Industrie mobiliseerde op massale wijze andere transportmiddelen om de staking te breken en de socialistische minister van Binnenlandse Zaken stelde Aguirre tot 4.500 bijkomende politieagenten ter beschikking! De linkse media klonken minder hatelijk, maar was des te schijnheiliger. Ze droegen enkel bij tot het versterken van de idee van "eestaking met gijzelneming" zoals El País op 30 juni blokletterde. Deze ‘rode' lakeien van het kapitalistisch systeem weten heel goed wie te kiezen tussen Esperanza Aguirre en stakende arbeiders.
Wat de bourgeoisie het meest heeft verontwaardigd zijn niet de ‘ongemakken' voor de reizigers. Het volstaat om de omstandigheden vast te stellen die de reizigers op ‘normale' dagen moeten verdragen: de groeiende nalatigheid met betrekking tot de infrastructuur, in het bijzonder bij het openbaar vervoer, zorgt voor een toenemende chaos bij het transport. Ondanks hun beweringen, stoort de bourgeoisie zich evenmin aan de verliezen die veroorzaakt worden aan de bedrijven door de vertragingen en de afwezigheden van de werknemers. Wat een pretentie om de stakers van de metro te beschuldigen van een aanslag op het 'recht op werk', terwijl het Spaanse kapitaal niet minder dan vijf miljoen proletariërs (werklozen) van dat ‘recht' heeft beroofd!
Neen. Wat de bourgeoisie in werkelijkheid dwars zit in de strijd van de metro-arbeiders te Madrid is dat de arbeiders hebben geweigerd de offers en aanvallen te slikken.
De arbeiders stelden zich niet tevreden met een steriele begrafenisstoet, zoals bij de staking van de ambtenaren van 8 juni (2), maar gaven een voorbeeld van eenheid en vastbeslotenheid. Dat is wat El País erkende in het hierboven vermelde editoriaal: "Het bedrijfscomité beweert dat er een overeenkomst van kracht is die loopt tot 2012 en dat de Gemeenschap van Madrid die eenzijdig heeft opgezegd. Maar de ambtenaren hadden ook een dergelijke overeenkomst ["en die stelden zich tevreden met de klucht van 8 juni", voegt El País er impliciet aan toe]. Het is mogelijk dat een meer pedagogische uitleg nodig is omtrent de ernst van de toestand die verplicht tot opofferingen in ruil voor werkzekerheid [en vervolgens beschuldigen ze de stakers van chantage!] en een grotere helderheid om uit te leggen hoe de loonvermindering kan gepaard gaan met een latere waarborg van de koopkracht..."
De strijd van de kameraden van de Madrileense metro is een klassenantwoord vol van lessen voor alle arbeiders. Vandaag zit deze strijd in een soort tussenfase en is het moeilijk te weten hoe hij gaat evolueren. Het is dus te vroeg om een uitvoerige balans op te maken van alle lessen. We bespreken hier alvast de meest treffende.
Eén van de kenmerken van de strijd van de metro-arbeiders was dat hij steunde op werkelijk massale vergaderingen. Reeds op 29 juni, het ogenblik dat er beslist werd om geen minimale dienstverlening te aanvaarden, kon er veel volk de zaal niet in. Ondanks de campagne van leugens over de strijd, was het aantal aanwezigen op de 30ste nog hoger dan de dag ervoor. Waarom? Zoals de arbeiders het zelf zeiden: "Wij moeten tonen dat wij één zijn, als de vingers van een hand."
Tijdens deze vergaderingen heeft men geprobeerd de vele typische streken van de vakbonden te ontwijken. Bijvoorbeeld, de versplintering en verwarring met betrekking tot de stakingsoproepen. Zo werd op de vergadering van 30 juni beslist om over te gaan tot een minimale dienstverlening op de 1ste en de 2de juni. Dit om te vermijden van gekneld te geraken tussen de vakbond die voor de totale staking was en zij die dat niet waren. De vergadering deed afstand van het verbaal radicalisme van een oud woordvoerder van het Comité, wiens verklaring in de aard van"Wij zullen Madrid doen ontploffen" eerder de vijanden van de strijd van pas komt in hun campagne van laster en isolering van de metro-arbeiders.
De Algemene Vergaderingen dienden echter niet alleen om onnodige uitwassen te temperen of te vermijden in provocaties te trappen. Zij hebben vooral alle kameraden moed en vastberadenheid gegeven en de strijdbaarheid ondersteund. En zo kwam het ook dat in de plaats van de ge-woonlijke, geheime, individuele vakbondsstemming, de metrostaking beslist en georganiseerd werd door te stemmen bij handopsteking, een stemming waarbij de vastbeslotenheid van andere kameraden de meer onbeslisten kan aanmoedigen. De media kan zwaaien met het spook van de ‘druk' op bepaalde arbeiders door de stakings-piketten, maar wat de arbeiders heeft aangemoedigd om de werkonderbreking te vervoegen was net dat het een bewuste en gewilde beslissing was die volgde uit een open en franke discussie, waarbij men zowel zijn vrees kon uiten, als de redenen om te strijden. Op één van de sites waar men zijn solidariteit kon uiten met de strijd (3) schrijft een jonge metro-arbeidster openlijk dat zij naar de Algemene Vergadering van 29 juni was gegaan "om geen angst meer te hebben van strijd."
In het geval van de metrostaking werd het decreet van de minimale dienstverlening gebruikt als platform om de stakers te bombarderen en te intimideren, opdat zij de strijd zouden opgeven.
Mevrouw Esperanza Aguirre kan zich vanuit haar presidentieel paleis mooi presenteren als een weerloze jonkvrouw ten prooi van de verbittering van de stakers. De waarheid is dat de wet aan de autoriteiten (de patroon van de openbare werknemers) toestaat om een minimale dienstverlening op te leggen. De presidente van de regio Madrid, die uit ervaring de wettelijke manoeuvreerruimte kent en zich vooral gesteund voelde door het mediakoor van tv-kanalen, deed een provocatieve zet door een minimale dienstverlening op te leggen aan 50 % van het personeel.
Deze valstrik brengt de metro-arbeiders met de rug tegen de muur. Als zij de minimale dienstverlening aanvaarden, dan wordt hun wil om niet te plooien voor de dictaten van het management aangetast. Als zij hem niet aanvaarden, dan draaien ze op voor alle tegenspoed van hun klassenbroeders, die de grote meerderheid van metrogebruikers uitmaken... Bovendien verleent deze wet (die volgens de verdedigers van de burgerlijke orde strenger moet) aan de regering (de uiteindelijk baas) de mogelijkheid om sancties op te leggen als deze minimale dienstverlening niet wordt gerealiseerd, wat de bourgeoisie nog een bijkomende troef biedt bij de onderhandelingen. Twee dagen nadat de metro-arbeiders hun weigering van de minimale dienstverlening terugtrokken, deed de leiding van de maatschappij het aantal gesanctioneerde arbeiders stijgen van 900 naar 2800.
De enige weg uit een dergelijke valstrik is de solidariteit van andere arbeiders op te zoeken.
De kracht van de arbeidersstrijd wordt niet afgemeten aan hun capaciteit om de kapitalistische bedrijven verliezen toe te brengen. Daar zijn de leiders van deze bedrijven zelf wel toe in staat, zoals het geval van de metro te Madrid aantoont. Deze kracht kan evenmin worden afgemeten aan de capaciteit om een stad of sector lam te leggen. Ook op dat vlak is het moeilijk wedijveren met de burgerlijke staat zelf.
De kracht van de arbeidersstrijd is dat hij, al dan niet expliciet, terugvalt op universele waarden voor alle uitgebuiten: menselijke noden mogen niet worden opgeofferd op het kapitalistisch altaar van winst en concurrentie.
Ongeacht de radicaliteit van de botsing tussen één of andere sector van de arbeiders met hun bazen, als de bourgeoisie er in slaagt om die voor te stellen als iets specifiek of bijzonder, zal het haar altijd lukken de strijd te ontkrachten en heel de arbeidersklasse een demoraliserende steek toe te brengen. Als daarentegen de arbeiders er in slagen om de solidariteit van andere arbeiders te winnen, als zij hen kunnen overtuigen dat hun eisen geen bedreiging zijn voor de andere uitgebuiten, maar een uitdrukking van dezelfde klassenbelangen, als zij Algemene Vergaderingen en bijeenkomsten houden waarbij andere arbeiders zich kunnen aansluiten, dan versterken zij zichzelf en de gehele arbeidersklasse.
Voor de strijd van de kameraden van de Madrileense metro, was het belangrijkste niet het sturen van stakingspiketten om het uitrijden van treinstellen te beletten (zelfs al moet de Algemene Vergadering weten of haar beslissingen worden opgevolgd), maar de redenen van hun strijd uit te leggen aan hun kameraden van EMT (gemeentelijk transportbedrijf), Telemadrid (regionale tv-zender) of andere ambtenaren. Voor de toekomst van de strijd is het niet essentieel dat een bepaald percentage minimale dienstverlening wordt gehaald (zelfs indien de meerderheid van de arbeiders van de werkverplichtingen moet worden opgehaald, opdat de Algemene Vergadering, de piketten en de bijeenkomsten zouden doorgaan en worden bijgewoond). Het belangrijkste blijft het winnen van het vertrouwen en de solidariteit van de andere arbeiderssectoren en naar de arbeiderswijken te gaan om uit te leggen waarom de eisen van de metro-arbeiders geen voorrecht noch bedreiging zijn voor de andere arbeiders, maar een antwoord op de aanvallen veroorzaakt door de crisis.
Deze aanvallen zullen alle arbeiders raken, van alle landen, omstandigheden, categorieën... Als het kapitaal in staat is de arbeiders tegen elkaar op te zetten of de strijd te isoleren, zelfs al is die radicaal maar gevangen in zijn eigen hoekje, dan zal het er in slagen de noden van zijn uitbuitingssysteem op te leggen. Maar als de arbeidersstrijd daarentegen begint met eenheid en massieve strijd te verspreiden tegen deze misdadige aanvallen, dan zullen wij in staat zijn nieuwe en brutalere offers te beletten. Dat zou een belangrijke stap zijn voor de ontwikkeling van het proletarisch alternatief tegenover de kapitalistische ellende en barbarij.
AP / 12.06.2010
(1) De Spaanse regering is in handen van de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE), terwijl de regio en stad Madrid, waarvan Esperanza Aguirre de president is, onder het bewind vallen van de rechtse Volkspartij (PP), waarvan Mariano Rajoy de voorzitter is. Het beheer van de metro valt onder het bestuur van Madrid. En zo komt het dat de twee partijen aan politiek opbod gedaan hebben, elkaar voor rotte vis hebben uitgescholden, maar wel akkoord gingen op de kap van de metro-arbeiders [nvdv].
(2) Lees in het Spaans onze balans van 8 juni op www.es.internationalism.org [52].
(3) www.usuariossolidarios.wordpress.com [53]
Een aantal strijdbare arbeiders uit recente stakingsbewegingen in Turkije van het Nationaal Tabak en Alcohol Monopoly (TEKEL), die van de Dienst van Waters en Rioleringen van Istanbul (ISKI), de brandweer, de arbeiders van Sinter Metal, het gemeentepersoneel van Esenyurt, de bouwvakkers van Marmaray, de vuilnisophalers, het personeel van de Turkse Raad voor Wetenschappelijk en Technologisch Onderzoek (TUBITAK) en arbeiders van ATV-Sabah News Corporation, zijn bijeengekomen en hebben een arbeidersgroep opgericht met de naam Platform van Strijdende Arbeiders. Een groep van arbeiders van TEKEL heeft gewerkt aan de oprichting van een comité om de lessen te trekken uit de strijd waarin zij verwikkeld waren en het Platform van Strijdende Arbeiders is een belangrijke etappe bij het scheppen van banden met andere arbeiders. In het bijzonder met diegenen die strijden tegen de bepalingen en voorwaarden die recent werden ingevoerd door de 4-C (1), die in wezen neerkomt op een veralgemeende aanval op alle arbeiders van de openbare sector, met een loonvermindering, het toestaan van overplaatsing van arbeiders, de verplichting tot niet betaalde overuren, het recht voor de directie om arbeiders tijdelijk te ontslaan en het toelaten van willekeurige ontslagen.
De arbeiders van dit platform lanceren een oproep voor geldelijke steun om te kunnen bijdragen tot deze strijd. Wij houden er aan te onderstrepen dat zij geen geld vragen om zich te voeden tijdens een staking. Ook al kan dit type van solidariteit heel belangrijk zijn, zeer dikwijls komt het nooit terecht bij de stakers die in strijd zijn, en zelfs als dat toch het geval is, kan het nauwelijks het lijden verlichten van tienduizenden families die door deze grote staking getroffen zijn. Wat zij verwachten is dat het geld het hen mogelijk zal maken om de activiteiten te organiseren die noodzakelijk zijn voor de strijd. Turkije is een zeer groot land (reizen door Turkije is zoals het reizen van Londen naar Warschau), en TEKEL bijvoorbeeld, is een bedrijf met arbeiders over heel het land. Reizen om vergaderingen te kunnen bijwonen kost geld, net zoals het organiseren van de verspreiding van pamfletten, afficheren, of het houden van openbare bijeenkomsten. Na een lange strijd in een van de armste landen van Europa beschikken de arbeiders over weinig geld.
Wees niet ontmoedigd als u niet veel kan missen. Denk er aan dat Turkije een van de armste landen is van Europa en dat zelfs een klein beetje geld veel kan bewerkstelligen. De prijs bijvoorbeeld van een pakje sigaretten en een biertje in Europa kan voldoende zijn om een werknemer naar een vergadering te kunnen sturen in een andere stad.
Om direct geld op te sturen naar het Platform van Strijdende Arbeiders, ga daarvoor naar de het Engelstalige deel van onze website, in het kader rechts 'Support Tekel Workers' Group'n
IKS / 13.05.2010
(1)Administratieve naam van de recente hervorming van het ambtenarenregime.
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 202.91 KB |
Internationalisme nr. 348 - 4e kwartaal 2010 Internationalisme nr. 348
Terwijl in Frankrijk en andere landen van Europa (Spanje, Groot-Brittannië, Griekenland, ...) een toenemende weerstand waar te nemen is tegen de besparingstsunami van de regeringen en een strijd die steeds massalere omvang aanneemt, blijven de reacties van de arbeiders in België vooralsnog vrij beperkt, Zeker, er komen hier en daar bescheiden manifestaties van strijdwil tot uiting - Duferco in La Louvrière en Charleroi, personeel van de SNCB, buschauffeurs in Wallonië (TEC) en in Vlaanderen (De Lijn), geldtransporteurs van het bedrijft Brinks -, maar de ontwikkeling van de strijd wordt in België ernstig belemmerd door de omvang van een voortdurende nationalistische tamtam.
Terwijl de politieke impasse al 150 dagen duurt, herhalen de media tot vervelens toe de eisen en de grieven van zowel de Nederlandstaligen als de Franstaligen. Aan de ene kant laat het Vlaams-nationalistische discours met meer of minder nuances het volgende idee doorsijpelen: ‘De Franstaligen, die ons altijd uitgebuit en geminacht hebben, zijn een last voor Vlaanderen. In plaats van te werken en belasting te betalen om de schuld van de Franstalige regio’s in te lossen en hun werklozen uit te betalen, zou een onafhankelijk Vlaanderen deze middelen beter kunnen gebruiken om de eigen welvaart te garanderen.’ Een min of meer beschaafde variatie van het ‘eigen volk eerst’ van het rechts-extremistische Vlaams Belang. Aan de andere kant neemt een gelijktijdige campagne in omvang toe aan Franstalige kant, die erop gericht is de een anti-Vlaamse vijandigheid aan te wakkeren onder de Franstaligen: ‘Die ondankbare en niet te vertrouwen Vlamingen hebben in het verleden geprofiteerd van de Waalse solidariteit om hun regio te ontwikkelen en nu laten ze ons vallen. Dat ze maar opstappen : laten we een plan B voorbereiden voor een Franstalig België zonder deze Vlaamse verraders.”
Wat kunnen de Belgische, Vlaamse en Waalse arbeiders verwachten van zulke nationalistische perspectieven, van aanspraken op nationale zelfstandigheid, gebaseerd op taalverschillen ? Gaat het hierbij – zoals sommige “linkse” intellectuelen beweren – om democratische eisen die ook de arbeidersklasse aangaan?
Vanaf het midden van de 19e eeuw stonden de nationale aanspraken op de voorgrond (ze vormden het hart van de revoluties van 1848, die in Europa plaatsvonden). Ze vormden een onlosmakelijk onderdeel van de ‘democratische eisen’, vooral daar waar de oude rijken (het Russische en Oostenrijkse rijk) samenvielen met de overheersing van de aristocratie. De steun van de arbeidersklasse voor sommige van die nationale aanspraken verzwakte dan ook deze machten, en dus ook de feodale reactie, en openden de weg naar de vorming van levensvatbare nationale staten, naar de ontwikkeling van de kapitalistische economie en vorming van een modern proletariaat. Toch was deze steun aan de nationale aanspraken nooit vanzelfsprekend. Want terwijl de arbeidersbeweging zich sterk maakte om de onafhankelijkheid van Polen te steunen, heeft ze nooit aan alle nationale aanspraken haar steun gegeven. Zo veroordeelden Marx en Engels de nationale aanspraken van de kleine Slavische volkeren (Serven, Kroaten, Slovenen, Tsjechen, Moraviers, Slowaken, …) want die konden niet leiden tot de vorming van een levensvatbare nationale staat. In die zin vormden ze een hindernis voor de vooruitgang van het moderne kapitalisme door een speeltje te worden van het Russische rijk en door de ontwikkeling van de Duitse bourgeoisie tegen te werken. Eveneens hebben zij de politiek van de Amerikaanse president Lincoln ter voorkoming van de afscheiding van de Zuidelijke Staten ondersteund (in dat geval hebben Marx en Engels zich, met de grootste stelligheid, dus gekeerd tegen de aanspraak op nationale onafhankelijkheid!). België beschouwden zij als een kunstmatige staat die door Groot-Brittannië in het leven geroepen werd om de industriële ontwikkeling van Frankrijk te dwarsbomen (en over de bijdrage van een ‘Vlaamse Staat’ aan de ontwikkeling van het kapitalisme wordt beter zedig gezwegen...)
De steun van de arbeidersbeweging aan de democratische eisen van toen was dus in essentie gebaseerd op een historische situatie waarin het kapitalisme nog progressief was. In die omstandigheden konden bepaalde sectoren van de bourgeoisie nog ‘revolutionair’ of ‘progressief’ optreden. Maar de situatie verandert radicaal aan het begin van de 20e eeuw en in het bijzonder met de Eerste Wereldoorlog. Vanaf dat moment zijn alle sectoren van de bourgeoisie reactionair geworden, daar het kapitalisme haar fundamenteel historische taak heeft vervuld door de hele planeet te onderwerpen aan haar economische wetten en door op een nooit vertoonde schaal de maatschappelijke productiekrachten te ontwikkelen (te beginnen met de belangrijkste onder hen: de arbeidersklasse). Dit systeem vormt vanaf dat moment niet langer een voorwaarde voor vooruitgang van de mensheid, maar integendeel een hindernis ervoor. We zijn, zoals de Communistische Internationale in 1919 verklaarde, in “een tijdperk van oorlogen en revoluties” aangeland. Vanaf dat moment hebben nationale aanspraken, gebaseerd op taal, godsdienst, ras of welke andere bijzonderheid dan ook, niets progressiefs meer en dienen niet meer door de arbeidersklasse gesteund te worden. Integendeel, zij worden een element in de imperialistische strijd tussen de machten, zoals de twee wereldoorlogen en de talloze bloedige lokale oorlogen (van het Midden-Oosten tot de Balkan bijvoorbeeld) hebben laten zien, en vormen een hinderpaal voor de internationale ontwikkeling van de strijd van de arbeidersklasse tegen haar uitbuiters. Zo werd het Vlaamse nationalisme vanaf wereldoorlog 1 uitgebuit door het Duitse imperialisme en werd het na de tweede wereldoorlog stelselmatig ingezet om de arbeidersstrijd te verdelen (zie de stakingsbeweging van 1960-61)
Maar verzwakken deze sub-nationalistische eisen dan niet de bourgeoisie ? Ze kunnen zeker een rol spelen in de wijziging van de krachtsverhoudingen tussen de fracties van de bourgeoisie, maar ze verzwakken geenszins de bourgeoisie in haar totaliteit, integendeel. Deze heeft geen enkele scrupule om de structuur van de staat aan te passen, als dat haar toelaat de geloofwaardigheid van zijn staat te versterken en haar uitbuiting doelmatiger op te leggen. Het voorbeeld van de evolutie van de recente politieke situatie in België is bijzonder instructief op dit punt.
Volgens het beeld, dat door de media wordt verspreid, gaan de Belgische politieke krachten van mislukking naar mislukking: informateurs, pré-informateurs, verhelderaars, verzoeners hebben elkaar in de afgelopen vijf maanden opgevolgd, zonder ook maar het minste resultaat te bereiken. Maar als men het complexe politieke spel van naderbij bekijkt, constateert men dat er via achtereenvolgende zetten niettemin een reorganisatie van de staat uitgedokterd wordt, waar alle fracties zich in zouden kunnen vinden. Zo heeft de pré-formateur, de Franstalige socialist Di Rupo, de basisprincipes laten goedkeuren waarbinnen de hervorming van de staat moet plaatsvinden. Een groep van deskundigen onder leiding van bemiddelaars heeft vervolgens voorstellen geformuleerd voor de herverdeling van de financiële middelen tussen de federale overheid en de regio’s, waarmee aangegeven werd in hoeverre de Franstalige partijen bereid waren concessies te doen. De bemiddelaar De Wever, voorzitter van de Vlaams Nationalistische Partij, heeft daarna een schets van een overeenkomst voorgesteld, waarin werd bekend gemaakt welke concessies de Vlaamse nationalisten overwogen. Tenslotte hebben voor het ogenblik de verschillende partijen arbitrage aanvaard van de Nationale Bank en het Planbureau om de consequenties van de verschillende reorganisatiemodellen, die op tafel zijn gelegd, door te rekenen en te evalueren. Dus, door middel van opeenvolgende voorstellen en tegenvoorstellen, achter een rookgordijn van ruzies en twisten, zoekt de bourgeoisie wel degelijk naar de best mogelijke oplossing, die kan beantwoorden aan de belangen van de alle fracties.
En waar alle fracties van de bourgeoisie zich vinden, dat is in de wil de crisis te laten betalen door de arbeiders. In die zin zal het ordewoord van de Staatshervorming zijn: de “respon-sabilisering” van de verschillende niveaus van de macht. De federale overheid, maar ook de verschillende regio’s en gemeenschappen zullen meer dan ooit verantwoordelijk zijn voor hun eigen inkomsten en hun uitgaven, en dus ook voor een evenwicht in hun begroting. Meer nog dan in de regionalisering van het verleden, zou dat kunnen inhouden dat er verschillen bestaan in belasting en salarissen van de ene regio ten opzichte van de andere, variaties in het stelsel en de uitkeringen voor werklozen, verschillende statuten voor de ambtenaren, enzovoort. De begrotingsbeperkingen en de aanvallen op de salarissen en de leefomstandigheden zullen gecamoufleerd worden door de regionalisering van de budgetten en door de eigen ‘responsabilisering’ van de regio’s. In zekere zin opereert de Belgische staat als een multinational, die een aantal van haar activiteiten onderbrengt in een filiaal van dezelfde industriële groep, maar wat haar in staat stelt om verschillende werkomstandigheden en salarissen op te leggen en de arbeiders als concurrenten tegen elkaar op te zetten.
De arbeidersklasse heeft dus absoluut niets te winnen door het naar voren schuiven van nationalistische eisen, in de schepping van nieuwe nationale eenheden. Vroeger werd België gedomineerd door de Franstalige bourgeoisie en de Vlaamse arbeiders hadden vaak te maken met een baas die Frans sprak. Dat kon voeding geven aan de illusie, dat als men weigerde om Frans te spreken, men zich teweer stelden tegen de baas en tegen de bourgeoisie. Tegenwoordig spreken de Vlaamse arbeiders Vlaams tegen hun superieuren en hun bazen en dat heeft absoluut niets veranderd aan hun uitbuiting. Tegenwoordig kunnen ze zich richten tot de Vlaamse overheid die, zoals bij Opel-Antwerpen duidelijk te zien was, hen net zo min verdedigt als de Belgische regering. Tegenwoordig moeten zowel de Vlaamse als de Waalse arbeiders hun leefomstandigheden verdedigen tegen Waalse, Vlaamse, maar ook Amerikaanse, Duitse, Chinese ondernemers …., en de nationalistische campagnes vormen hierbij een belangrijke hinderpaal in de ontwikkeling voor een brede en verenigde reactie
- in de mate waarin ze oproepen tot de vereniging van de arbeiders en de ondernemers van dezelfde nationaliteit, die dezelfde taal spreken, enzovoort, tegen de arbeiders van een andere nationaliteit, die een andere taal spreken, en die beschouwd worden als concurrenten, of zelfs vijanden;
- in de mate waarin ze de verdelingen tussen de arbeiders doen toenemen en de arbeiders zelfs aanmoedigen om zich tegen elkaar te keren.
De “Belgische scheiding” staat vandaag in het volle licht van de schijnwerpers van de media, maar het uitbuiten van het sub-nationalisme en van het regionalisme is geenszins een puur Belgisch fenomeen, verre van dat. Zulke centrifugale tendensen bestaan in talloze landen en de crisis en de verrotting van het systeem verergeren deze tendensen nog meer: we vinden ze van Turkije tot in Canada, van Bolivia tot in China, en West-Europa vormt daarop zeker geen uitzondering. Er is een ontwikkeling van Catalaans, Baskisch, Galicisch nationalisme in Spanje, er bestaan autonomistische tendensen in Noord-Italië , autonomistische neigingen in Schotland en in Zwitserland … Het ontwikkelen van specifieke nationalistische aanspraken – naast de algemene verergering van het nationalisme en van het xenofobische gedrag in alle landen – is niet anders dan de uitdrukking van de toename van het ieder-voor-zich, dat het gevolg is van de maatschappelijke ontbinding van een kapitalistisch systeem dat totaal in een impasse verkeert.
Vandaag is het failliet van het kapitalisme dagelijks waarneembaar en elke vorm van strijd zal steeds meer de neiging hebben om een aantal fundamentele vragen te stellen over het perspectief dat het kapitalisme ons nog te bieden heeft. De bourgeoisie beseft dat maar al te goed en weet dat de bezuinigingen een radicale beweging van de kant van de arbeidersklasse kan uitlokken. Dit verklaart dan ook de hevigheid van de campagnes om de arbeiders te misleiden en tegen elkaar op te zetten.
De arbeiders mogen dan ook het vergif dat door deze toename van de (sub-)nationalistische aanspraken niet onderschatten. Ze brengen niet alleen hele belangrijke aanvallen met zich mee tegen de leef- en werkomstandigheden van de arbeidersklasse, zij beperken ook haar capaciteit om zich tegen maatregelen te verenigen en een alternatief te ontwikkelen. Zij is immers de enige klasse in de maatschappij in de periode van de ontbinding die een dynamiek kan ontwikkelen die ingaat tegen de tendens naar het verbrokkelen van Staten en de versnippering van de kapitalistische productieverhoudingen, en die streeft naar een wereldwijde eenheid middels een ‘regeringsvorm’ die overeenkomt met en beantwoord aan de reeds wereldwijd ontwikkelde productiekrachten n
Jos / 17.11.2010.
Links
[1] https://nl.internationalism.org/files/nl/N_isme345.pdf
[2] https://www.liberation.fr/monde/0101613901-pres-de-50-000-morts-en-haiti-selon-la-croix-rouge
[3] https://sciences.blogs.liberation.fr/home/2010/01/s%C3%A9isme-en-ha%C3%AFti-les-causes.html
[4] https://www.bme.gouv.ht/alea%20sismique/Al%E9a%20et%20risque%20sismique%20en%20Ha%EFti%20VF.pdf
[5] https://www.courrierinternational.com/article/2010/01/14/requiem-pour-port-au-prince
[6] http://www.presseurop.eu/fr/content/article/169931-bien-plus-quune-catastrophe-naturelle
[7] https://nl.internationalism.org/tag/4/83/midden-en-zuid-amerika
[8] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/haiti
[9] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/milieurampen
[10] https://nl.internationalism.org/tag/2/25/verval-van-het-kapitalisme
[11] https://nl.internationalism.org/tag/2/27/staatskapitalisme
[12] https://nl.internationalism.org/tag/3/42/economie
[13] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/crisis
[14] https://nl.internationalism.org/tag/people/anton-brenders
[15] https://nl.internationalism.org/tag/2/39/revolutionaire-organisatie
[16] https://nl.internationalism.org/tag/7/109/kommunistische-linkerzijde
[17] https://nl.internationalism.org/tag/7/114/radenkommunisme
[18] https://nl.internationalism.org/tag/7/118/radenisme
[19] https://nl.internationalism.org/tag/8/139/internationale-kommunistische-stroming
[20] https://nl.internationalism.org/tag/people/michael-moore
[21] https://nl.internationalism.org/tag/4/94/verenigde-staten
[22] https://nl.internationalism.org/tag/3/41/cultuur
[23] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/filmrecensie
[24] https://nl.internationalism.org/tag/people/obama
[25] https://nl.internationalism.org/tag/4/96/afghanistan
[26] https://nl.internationalism.org/tag/3/44/imperialisme
[27] https://nl.internationalism.org/tag/4/63/india
[28] https://nl.internationalism.org/tag/2/29/proletarische-strijd
[29] https://world.internationalism.org
[30] https://nl.internationalism.org/tag/4/68/belgie
[31] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/sociale-situatie-belgie
[32] https://nl.internationalism.org/tag/3/48/milieu
[33] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/klimaatconferenties
[34] https://nl.internationalism.org/files/nl/N_isme346.pdf
[35] https://es.internationalism.org/node/2765#comment-636
[36] https://fr.internationalism.org/icconline/2009/a_vigo_en_espagne_les_methodes_syndicales_m
[37] https://fr.internationalism.org/ri369/espagne.htm
[38] https://nl.internationalism.org/tag/4/80/spanje
[39] https://nl.internationalism.org/tag/4/72/griekenland
[40] https://www.spiegel.de/wissenschaft/technik/0,1518,679180,html
[41] http://www.internationalism.org
[42] https://www.migrationinformation.org/USFocus/display
[43] https://www.migrationpolicy.org/programs/migration-information-source
[44] https://www.migrationinformation.org/USFocus/displayCfm?ID=402
[45] https://nl.internationalism.org/tag/18/310/immigratie-vluchtelingen-en-de-arbeidersbeweging
[46] https://www.foodbanks.be/nl/welkom
[47] https://nl.internationalism.org/files/nl/N_ISME347.pdf
[48] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/situatie-belgie
[49] https://nl.internationalism.org/tag/4/62/china
[50] https://nl.internationalism.org/tag/4/85/mexico
[51] https://nl.internationalism.org/tag/9/147/1980-massastaking-polen
[52] http://www.es.internationalism.org
[53] http://www.usuariossolidarios.wordpress.com
[54] https://nl.internationalism.org/files/nl/N_Isme348.pdf
[55] https://nl.internationalism.org/tag/recent-en-lopend/nationalistische-campagnes