Scholierenbetogingen in Frankrijk: De jeugd wijst een toekomst van ellende af

Printer-friendly version

Sinds midden januari betogen de scholieren in Frankrijk tegen een nieuwe hervorming van de Nationale Opvoeding, het plan Fillon. Iedere dag gaan er scholieren zowat overal in Frankrijk in staking en vormen ze optochten naar de centra van de steden. En de nationale actiedagen tonen werkelijk aan dat de beweging wint aan kracht. Eerst waren ze maar met enkele honderden, samen met de arbeiders tijdens de betogingen van 20 januari en 5 februari, op 10 februari waren ze al met 100.000 op straat in zowat heel Frankrijk en 40.000 alleen al in Parijs vijf dagen later. Begin maart is er een nieuwe betoging voorzien.

Wat is de betekenis van deze beweging? De jongeren, scholieren of studenten, zijn noch een klasse, noch een bepaalde laag van de maatschappij. Een studenten- of scholierenbeweging is dus interklassistisch van aard en er vermengen zich kinderen van arbeiders, van bourgeois, toekomstige proletariërs en uitgebuiten evenals leidende kaders van de natie van morgen. De arbeidersklasse wordt er eerder in opgelost en daarmee ook haar strijd, haar eisen, haar methodes, zoals we reeds konden zien tijdens de betogingen tegen verschillende hervormingsprojecten van scholen en universiteiten. Daarom heeft de bourgeoisie, sinds 1968, in haar media steeds een maximale echo gegeven aan dergelijke bewegingen met de bedoeling de strijd van het proletariaat op de achtergrond te kunnen schuiven. Maar een scholierenbeweging hoeft zich niet altijd daartoe te beperken. Er zijn ook momenten waarin de jongere generaties de manier uitdrukken waarop zij de staat zien, en vooral de evolutie van de maatschappij. Welk leven staat ons te wachten? In welke wereld zullen wij terechtkomen? En hier is er geen enkele twijfel, er heerst een werkelijke malaise. Het is bijzonder waar voor een scholierenbeweging, die nog meer dan een studentenbeweging, in meerderheid bestaat uit kinderen van de werkende klasse. Zo weigeren de scholieren de toekomst die hen beloofd wordt: werkloosheid of werk onder ondraaglijke omstandigheden en in elk geval steeds meer ellende. Dat komt niet alleen tot uiting in hun eisen, maar ook in de waas van gevoel die zweemt rond de talrijke getuigenissen. Sommige scholieren weten niet waarvoor ze daar zijn, in de beweging, maar ze delen de hoop en de gulheid die voortspruit uit de strijd tegen het systeem en zijn instellingen.

In het begin waren de eisen gericht op twee heel secundaire punten van de hervorming: de instelling van een voortdurende controle van de bac-test (eindexamen middelbaar onderwijs) en het stoppen van de TPE (ingekaderd personeelswerk) bij de eindexamens. Het kan vreemd klinken dat leerlingen een voortdurende evaluatie verwerpen terwijl deze er voor zou kunnen zorgen dat de druk op het einde van het jaar verminderd wordt, het beruchte ‘bachotage’. Maar het argument van de scholieren is interessant. Het gaat om “de vrees voor een onderwijs met twee snelheden, de rijken enerzijds en de anderen anderzijds” (Libération, 15.02.2005) waar de leerlingen van de ‘misdeelde zones’ diploma’s zouden verkrijgen die nog minder waard zouden zijn dan de huidige. Naast de illusie van enige mogelijke gelijkheid onder het kapitalisme vertolkt dat een diepgaande onrust over het leven na het eindexamen, met op de achtergrond het gevoel dat er voor de meerderheid geen uitkomst is. Ook de tegenstand tegen de TPE bij de eindproeven komt zich bij deze meer algemene ongerustheid voegen. Deze werken staan immers een zelfstandig onderzoek toe rond een thema door beroep te doen op een samenvloeiing van meerdere velden van disciplines evenals een collectieve overdenking.

Door deze af te schaffen, met de bedoeling om het aantal leerkrachten te verminderen, vermindert de regering op die manier bewust, voor de scholieren de mogelijkheid, die al heel beperkt en ingekaderd was, om een schijn van overdenking te kunnen uitvoeren om de wereld rondom zich te begrijpen. Dit luik van de hervorming is in de ogen van de scholieren dus het symbool geworden van de onophoudelijke druk van het kapitaal dat, in naam van de winst-gevendheid, de levensvoorwaarden van iedereen elke dag meer ontmenselijkt.

De bourgeoisie is zich volledig bewust van deze tendens tot ontwikkeling van overdenking en strijdbaarheid bij de komende generatie van arbeiders. Eerst en vooral staat de pers vol van getuigenissen. Bijvoorbeeld: “Wij vechten voor onze toekomst”; “Ik ben fier op onszelf want wij bewijzen dat wij willen beslissen over onze toekomst. Wij zijn geen schapen”. (Libération, 08.02.2005). Bovendien weet de heersende klasse dat dit overeenkomt met een algemene rijping in de schoot van de klasse: “Jongeren en jongvolwassenen leven in een wederzijdse verwachting. De scholierenbetogingen getuigen van een zweem van malaise van een generatie [...]. En de volwassenen hebben nood aan de energie van deze jeugd die getuigt van een potentieel aan activisme en contestatie” (Ibidem). Daarom heeft de regering geprobeerd om op zondag 13 februari de beweging te ontmijnen door het aspect van ‘voortdurende evaluatie’ terug te trekken. En het is juist omwille van het feit dat er achter de afwijzing van dit aspect van de aanval in het bijzonder, veel bredere bekommernissen schuilgaan dat de terugtrekking van de regering de beweging helemaal niet heeft kunnen stoppen. Nochtans hadden de ultra-linksen in het begin de schijnwerpers gericht op de bac-proef. De LCR (Trotskistische Communistische Bond, zusterorganisatie van de Belgische SAP) bijvoorbeeld, die heel erg op de voorgrond stond in de betogingen dank zij haar jongerentak de JCR, stelde: “Het voornaamste probleem is het in vraagstellen van de nationale en anonieme bac-proef door de hervorming Fillon, want hij wordt beetje bij beetje omgevormd tot een voortdurende evaluatie” (Rouge, 03.02.2005).

Maar verre van af te zwakken heeft de scholierenmobilisatie zich nog versterkt en veel meer cruciale eisen vooropgesteld voor scholieren en voor de leerkrachten: tegen de inkrimping van de budgetten, tegen het schrappen van banen. Nationale Opvoeding is een sector waar de arbeidersklasse in de laatste jaren bijzonder aangevallen is. Door het aantal opzichters over een periode van tien jaar door tien te delen, door geleidelijk aan de verplegers en sociale assistenten te laten verdwijnen, door het aantal leerkrachten te verminderen, door nepbaantjes te verveelvoudigen (hulppersoneel, tijdelijke contracten), schept de staat ondraaglijke voorwaarden voor iedereen. Iedereen moet het gelag betalen, personeel zowel als leerlingen!

Om aan het hoofd van de beweging te blijven, hebben de LCR en de scholierenvakbonden zoals de Fidl of de UNL hun geweer van schouder veranderd daags na de betoging van 15 februari. Gedaan met het focussen op de hervorming van het eindexamen, voortaan schalt de LCR: “Door het aanklagen van de vermindering van de uitgaven voor opvoeding, het afschaffen van middelen, banen, opties [...] wijzen de scholieren op de straat de structuur zelf van het voorstel van Fillon met de vinger [...]. Aan deze wet valt niet te sleutelen: wij moeten de globale intrekking ervan eisen, niet enkel rond het vraagstuk van de bac-proef, maar ook het geheel van het voorstel” (Rouge, 18.02.2005). Maar als de trotskisten, net zoals politiek en syndicaal links, de diepe bekommernissen van de scholieren overnemen, dan is dat enkel om ze beter te kunnen afleiden. Er is een poging om deze in vraagstelling vanuit klassenstandpunt af te leiden naar het verrotte terrein van de verdediging van de Openbare Diensten. De JCR titelt aldus: “Nee tegen de bazenschool”. Verder nog beweert de LCR dat “de verwerping van de hervormingen van Fillon voor het onderwijs, door de schooljeugd, de leerkrachten en de ouders van de leerlingen duidelijk een afwijzing uitdrukt van de hervormingen of eerder tegen de liberale hervormingen die door de regering voortgestuwd worden” (Red van 16 februari en een pamflet van de LCR van 14 februari). Er wordt niet gesproken over de crisis van het kapitalisme maar over een democratisch probleem betreffende de plaats en de opvatting van de school; de uitbuitende klasse wordt beperkt tot het patronaat met de bedoeling de kapitalistische staat uit de wind te houden. Zo verspreidt de LCR binnen de rangen van de scholieren de illusie van een mogelijkheid van een bevrijdende en humanistische nationale opvoeding binnen dit uitbuitingssysteem. De leerkrachten worden verzocht hun leerlingen te volgen in de verdediging van de republikeinse staat, dezelfde die de aanvallen bedisselt tegen de arbeidersklasse!

De verdediging van de gelijkheid, de strijd voor een sociaal kapitalisme tegenover een liberaal kapitalisme zijn allemaal valstrikken en doodlopende straatjes. Voorvoelend dat het kapitalisme niets anders meer te bieden heeft dan ellende, zoeken de nieuwe generaties van de arbeidersklasse een weg naar een betere toekomst. En hier is er slechts één oplossing. Strijden tegen de verloedering van de levensvoorwaarden, vechten voor hun toekomst en die van de mensheid betekent zich scharen achter de strijd van het proletariaat voor de communistische revolutie.

Pavel /23.02.2005

Geografisch: