Skip to header Ga naar hoofdnavigatie Overslaan en naar de inhoud gaan Skip to footer
englishfrançaisdeutschitalianosvenskaespañoltürkçenederlandsportuguêsΕλληνικά
русскийहिन्दीفارسی한국어日本語filipino中文বাংলাmagyarsuomi
Home
Internationale Kommunistische Stroming
Arbeiders aller landen, verenigt u!

Hoofdnavigatie

    • Nederland
    • België
    • Inleiding
    • Basisstandpunten
    • Wat is de Communistiche Linkerzijde?
    • Platform van de IKS
    • Manifest van de IKS (1975)
    • Manifest van de IKS (1991)
    • Manifest over de werkloosheid (2004)
    • Twintig jaar IKS (1995)
      • IKS online - jaren 2000
      • IKS online - jaren 2010
      • IKS online - jaren 2020
      • Internationale Revue - jaren 1970
      • Internationale Revue - jaren 1980
      • Internationale Revue - jaren 1990
      • Internationale Revue - jaren 2000
      • Internationale Revue - jaren 2010
      • Internationale Revue - jaren 2020
      • Artikels uit de Internationale Revue enkel verschenen in Wereldrevolutie / Internationalisme
      • Internationalisme - jaren 2000
      • Internationalisme - jaren 2010
      • Internationalisme - jaren 2020
      • Wereldrevolutie - jaren 2000
      • Wereldrevolutie - jaren 2010
      • Wereldrevolutie - jaren 2020
    • Crisis en Verval van het Kapitalisme
    • Het kommunisme is geen mooi ideaal, maar ...
    • Manifest over de Oktoberrevolutie 1917
    • Natie of Klasse?
    • Boeken - Brochures
    • Prijzen en jaarabonnementen
    • Boekhandels
  • Agenda

Moeten we de leus van het “revolutionair defaitisme” vooropstellen?

Kruimelpad

  • Home
  • Internationalisme
  • Internationalisme - jaren 2020
  • Internationalisme 2026
  • Internationalisme nr. 384 - 1e-2e kwartaal 2026

De ernst van de internationale situatie en de toenemende wreedheid van de oorlog, legt een verantwoordelijkheid op de schouders van de revolutionairen om de arbeidersklasse aan te zetten zich bewust te worden van wat er historisch op het spel staat, van de dynamiek van de machtsverhoudingen tussen de klassen en de gevolgen voor haar strijd, en na te denken over de doelstelling van haar strijd. Met het oog op de verdediging van de principes van de Communistische Linkerzijde rijst dan ook de vraag welke analyses en oriëntaties de verschillende groeperingen binnen het proletarische politieke milieu naar voren brengen om de strijd van de arbeiders richting te geven.

Het belang van het proletarische debat

Openbare bijeenkomsten, zoals die van de Internationalistische communistische Tendens (ICT) op 7 maart jongstleden en van de IKS op 21 maart, in Parijs en in andere steden in de wereld, bieden een plek voor proletarische debatten om de analyses en argumenten van de verschillende revolutionaire groeperingen met elkaar te confronteren. Wij zijn het dan ook eens met de nadruk op het volgende in de balans van de ICT: “Wij zijn van mening dat deze ruimtes voor discussie, reflectie en debat essentieel zijn in een voor de arbeidersklasse gevaarlijke periode, niet alleen om de standpunten en meningen van militanten en sympathisanten van de communistische linkerzijde met elkaar te confronteren, maar ook om een politieke perspectief te bieden aan mensen die zich recentelijk zijn gaan interesseren voor de voorstellen van de revolutionaire internationalistische minderheden”.1 In feite werd het debat in een broederlijke sfeer gevoerd  tussen proletarische groeperingen, maar ook met de andere deelnemers.2 Met name jongeren die geïnteresseerd waren in de standpunten van de Communistische Linkerzijde, in het bijzonder over de centrale kwestie van de oorlog en de manier waarop de revolutionairen en de klasse hierop moeten reageren. Want, zoals de ICT benadrukte, “er ontstond al snel consensus over het catastrofale en barbaarse perspectief waarnaar het kapitalisme ons leidt ".3

Tijdens het debat kwamen er belangrijke meningsverschillen naar voren over de te hanteren methode voor de analyse en de gevolgen daarvan voor de strijd van het proletariaat. Wat betreft de beoordeling van de oorlogsdynamiek stelde de meerderheid van de aanwezige groepen dat de wereld afstevende op “een derde wereldoorlog”, terwijl de IKS tegen de stroom in het standpunt verdedigde dat: “we afstevenen op een toename en veralgemening van conflicten in de wereld, tegen een achtergrond van toenemende chaos, die op termijn de mensheid dreigt te vernietigen”. Het debat spitste zich toe op de vraag of de leus van het „revolutionair defaitisme “vandaag de dag nog wel opportuun is. Dat wil zeggen de wens van het proletariaat uit elk land om de eigen bourgeoisie verslagen te zien worden, teneinde de strijd om haar omverwerping te bevorderen. In werkelijkheid onthult het promoten van deze slogan niet alleen dubbelzinnigheden ten opzichte van een waar internationalisme, maar vooral verkeerde visies op de implicaties van de huidige dynamiek van het kapitalisme en de huidige krachtsverhoudingen tussen de klassen.

Een leus die vanaf het begin al dubbelzinnig was...

De leus van het “revolutionair defaitisme” werd inderdaad door Lenin naar voren gebracht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij wilde toen echter “het getreuzel aan de kaak stellen van de ‘centristische’ elementen die, hoewel ze het ‘in principe’ eens waren met het afwijzen van elke deelname aan de imperialistische oorlog, toch voor pleitten te wachten tot de arbeiders van de ‘vijandige’ landen bereid waren de strijd tegen die oorlog aan te gaan, alvorens die van ‘hun’ eigen land op te roepen hetzelfde te doen. Ter ondersteuning van dit standpunt voerden zij het argument aan dat, als de proletariërs van een land die van de vijandelijke landen vóór zouden zijn, zij de overwinning van deze laatsten in de imperialistische oorlog zouden bevorderen. Tegenover dit voorwaardelijke ‘internationalisme’ antwoordde Lenin terecht dat de arbeidersklasse van een land geen enkel gemeenschappelijk belang had met “haar” bourgeoisie, waarbij hij in het bijzonder opmerkte dat de nederlaag van deze laatste haar strijd alleen maar kon bevorderen, zoals men al had gezien tijdens de Commune van Parijs (als gevolg van de nederlaag tegen Pruisen) en bij de revolutie van 1905 in Rusland (die verslagen was in de oorlog tegen Japan). Uit deze constatering concludeerde hij dat elk proletariaat de nederlaag van “zijn” eigen bourgeoisie moest “wensen”. Dit laatste standpunt was toen al onjuist, aangezien het de revolutionairen in elk land ertoe bracht om voor “hun” proletariaat de gunstigste voorwaarden voor de proletarische revolutie te eisen, terwijl de revolutie juist op mondiaal niveau en, in eerste instantie, in de grote ontwikkelde landen (die allemaal bij de oorlog betrokken waren) moest plaatsvinden”.4

Rosa Luxemburg had in die zin al kritiek op het onjuiste standpunt van Lenin, hoewel ook zij zich soms liet meeslepen door de logica van dit soort ‘omgekeerd patriottisme’. Het is echter geen toeval dat zij haar Junius-brochure afsluit met de veel duidelijkere leus uit het Communistisch Manifest van 1848: “Proletariërs aller landen, verenigt u”, en niet met de slogan van “revolutionair defaitisme”. Bovendien “heeft bij Lenin de zwakte van dit standpunt nooit geleid tot een heroverweging van het meest onverzettelijke internationalisme (het is zelfs deze onverzettelijkheid die hem tot een dergelijke ‘uitglijder’ had gebracht). Het zou bij Lenin met name nooit zijn opgekomen om de bourgeoisie van het “vijandige” land te steunen, ook al zou een dergelijke houding logischerwijs uit zijn “wensen” kunnen voortvloeien”.5

Echter, werd de nationale visie op de revolutie die vervat zat in de leus van het ‘revolutionair defaitisme’ vervolgens herhaaldelijk misbruikt ‘door burgerlijke partijen met een “communistisch” tintje om hun deelname aan de imperialistische oorlog te rechtvaardigen. Zo hebben de Franse stalinisten bijvoorbeeld, na de ondertekening van het Duits-Russische pact van 1939, plotseling de deugden van het ‘proletarisch internationalisme’ en het ‘revolutionair defaitisme’ herontdekt, deugden die ze al lang waren vergeten en die ze even snel weer hebben afgezworen zodra Duitsland in 1941 de oorlog verklaarde aan de USSR. Het is hetzelfde “revolutionaire defaitisme” dat de Italiaanse stalinisten na 1941 konden gebruiken om hun beleid aan het hoofd van het “verzet” tegen Mussolini te rechtvaardigen.6 De les die hieruit moet worden getrokken is: “elke leus die zich specifiek richt tot een bepaalde sector van het proletariaat en deze sector afzonderlijke taken toewijst, al dan niet verschillend van die van andere sectoren, is dubbelzinnig en kan gemakkelijker tegen de arbeidersklasse worden gekeerd”.7

Na februari 1917 zou Lenin deze leus vrijwel niet meer naar voren brengen, maar in plaats daarvan de leus „omvorming van de imperialistische oorlog tot een burgeroorlog “. Bovendien heeft de leus van het ‘revolutionair defaitisme’ nog een ander groot nadeel, dat na de Eerste Wereldoorlog duidelijk werd en dat aantoont hoezeer deze leus de neiging heeft het echte internationalisme de rug toe te keren: "Het oude schema van het revolutionaire defaitisme, volgens welke de nederlaag van de eigen regering gunstig is voor de ontwikkeling van de revolutie, is weerlegd door het feit dat de scheiding tussen overwinnende en verslagen naties diepe verdeeldheid zaait in het wereldproletariaat, zoals het duidelijk bleek in de periode na de oorlog van 1914-18".8

… een aberratie vandaag

De huidige dynamiek van het wereldkapitalisme komt in geen enkel opzicht overeen met die waarin de leus van het “revolutionair defaitisme” werd geïntroduceerd. Deze dynamiek neigt vandaag de dag geenszins naar de vorming van blokken met het oog op een derde wereldoorlog, of zelfs naar de mobilisatie van tientallen miljoenen arbeiders aan het front, maar integendeel tot de explosie van het imperialistische “ieder voor zich” en de toename van chaotische en barbaarse oorlogen, in het kader van een kapitalistische samenleving in verval. We bevinden ons evenmin in een situatie waarin de arbeidersklasse fysiek en ideologisch volledig verslagen is, maar in een context waarin de arbeiders, weliswaar niet zonder moeilijkheden, door middel van hun economische strijd proberen hun zelfstandigheid en klassenbewustzijn te ontwikkelen.

Het proletariaat gaat weer de strijd aan en lijkt inderdaad uit zijn lethargie te ontwaken, met name sinds de strijdbewegingen die in 2022 in Groot-Brittannië ontstonden tijdens de ‘zomer van de woede’, met als slogan ‘genoeg is genoeg!’. De in gang gezette dynamiek, die zich in 2023 voortzette in Frankrijk, de Verenigde Staten en overal ter wereld, markeert een “breuk”9 met de relatieve passiviteit van de afgelopen dertig jaar. Hiermee wordt een tendens ingezet om opnieuw strijdbaarheid te tonen en een bewuste inspanning te leveren die de geleidelijke herovering van een verloren klassenidentiteit mogelijk maakt. Dit langzame, hobbelige en moeilijke proces van heropname van de strijd gaat inderdaad gepaard met hindernissen, maar, om Trotski in zijn Geschiedenis van de Russische Revolutie te parafraseren, duidt het op "een moleculair proces". Dat wil zeggen een tendens die zich vooral nog in wording bevindt en die naar een noodzakelijke politisering en de bevestiging van een revolutionaire strijdperspectief op de lange termijn kan leiden. En in dat opzicht is het verzet tegen de economische aanvallen die voortvloeien uit de overproductiecrisis, tegen de oorlogseconomie, maar ook tegen de ideologische campagnes waarbij offers worden geëist, wel degelijk een echte stap vooruit, ook al is die nog kwetsbaar. Kortom, de inzet van de huidige dynamiek en de uitdagingen die deze voor de arbeidersklasse met zich meebrengt, zijn aanzienlijk, maar het zijn niet die van een wereldoorlog waarop de leus van het “revolutionair defaitisme” beweerde een antwoord te bieden.

In werkelijkheid is dit door de IKS verdedigde analysekader helemaal niet vreemd of origineel. Het verwijst naar de ‘klassieke’ analyse zoals die in hun tijd door Marx en Engels (en gedeeltelijk door Rosa Luxemburg) werd ontwikkeld, waarin werd aangenomen dat de revolutionaire strijd van het proletariaat zou voortkomen uit de economische ineenstorting van het kapitalisme en niet uit de oorlog tussen kapitalistische staten: ‘Nee, de oorlog schept niet de meest gunstige voorwaarden voor de veralgemening. In tegenstelling tot de stelling die inzet op oorlog en die de visie impliceert van een extreem snelle gang van zaken die de bourgeoisie verrast (het Russische model), presenteert de revolutie zich, zoals Rosa Luxemburg zei op het oprichtingscongres van de KP in Duitsland, als een lang en pijnlijk proces, vol valkuilen, vooruitgang en achteruitgang in de strijd. In dit proces rijpen de voorwaarden voor de veralgemening, het bewustwordingsproces en het vermogen van de klasse om zich te organiseren. Revolutionairen zouden moeten ophouden hun ongeduld als uitgangspunt te nemen en moeten leren om op lange termijn te werken, zoals de realiteit aangeeft […]. De voorwaarden voor de veralgemening liggen in de crisis zelf. Het onverbiddelijk wegzakken van het kapitalisme in een steeds diepere crisis maakt de veralgemening van de strijd onvermijdelijk, wat een voorwaarde is voor het wereldwijd uitbreiden van de revolutie en haar uiteindelijke overwinning.10

Vanuit dit perspectief is ‘revolutionair defaitisme’ niet langer alleen maar een verkeerde slogan die volledig de plank misslaat; het zet meteen de deur open voor ‘ultra-linkse’ standpunten. Deze leus stelt de bourgeoisie en haar ultralinkse aanhangers namelijk in staat om imperialistische doelstellingen te verwezenlijken, soms in combinatie met een andere leus, die van de ‘nationale bevrijdingsstrijd’, een dekmantel voor imperialistische ondernemingen en het afslachten van bevolkingsgroepen, zoals tijdens de Koude Oorlog en tijdens de eerste Golfoorlog in 1990. Deze slogan telde de trotskisten toen in staat het kamp van Saddam Hoesseins Irak te verdedigen tegen de ‘onderdrukking door de Verenigde Staten’. Het blijft ook een van de slogans waarmee de nationalistische steun voor het ‘onderdrukte Palestina’ wordt gerechtvaardigd in het conflict tussen de Palestijnse bourgeoisie en die van Israël.

De ICT gebruikt overigens, niet zonder dubbelzinnigheid, een vergelijkbare woordkeuze, hoewel dit is om een noodzakelijke ‘verbroedering tussen onderdrukten’ te verdedigen.11 Hoewel de ICT en de ICP geen burgerlijk kamp tegen een ander steunen, vervaagt het bepleiten van een ‘revolutionair defaitisme’ op basis van de onjuiste veronderstelling dat er verschillen bestaan in de nationale situaties tussen de landen, elk duidelijk onderscheid met de bedrogpraktijken van ultralinks en hun vals ‘internationalisme’. Voor deze organisaties illustreert het verkeerde gebruik van de slogan ‘revolutionair defaitisme’ het gevaar van een mechanische en blinde toepassing van oude schema’s uit het verleden. ICT en ICP zijn niet in staat om met hun analysekader rekening te houden met de huidige historische situatie, de daaruit voortvloeiende krachtsverhoudingen tussen de klassen en de werkelijke materiële situatie van de arbeidersklasse. De kameraden beschouwen die situatie met name in de centrale landen van het kapitalisme als ‘nog steeds zwaar getekend door het gewicht van de contrarevolutie’.12

Hoewel oorlog en militarisme inderdaad centraal staan in de huidige situatie en de verdediging van het proletarisch internationalisme onbetwistbaar een principe blijft, dat verdedigend moet worden, zal de volgende revolutionaire golf, in tegenstelling tot vroeger, niet voortkomen uit een wereldoorlog, en zeker niet uit een verbroedering tussen de fronten zoals in een recent artikel van de PCI wordt vooropgesteld.13 De revolutie vindt haar oorsprong in de verscherping van de economische crisis: “de eis van de bourgeoisie om offers te brengen teneinde de oorlogsmachine weer op gang brengen zal ongetwijfeld op hevig verzet stuiten  van een onverslagen arbeidersklasse. De klassenbewegingen die de breuk kenmerken, bevestigen opnieuw dat de economische crisis de belangrijkste drijfveer is achter de klassenstrijd. Maar tegelijkertijd zullen de verspreiding van de oorlog en de stijgende kosten van de oorlogseconomie, vooral in de belangrijkste Europese landen, een belangrijke factor zijn in de toekomstige politisering van de strijd. In die strijd zal de arbeidersklasse een duidelijk verband kunnen leggen tussen de offers die de oorlogseconomie eist en de toenemende aanvallen op haar levensstandaard, en uiteindelijk alle andere bedreigingen die voortkomen uit de ontbinding integreren in een strijd tegen het systeem als geheel”.14 In die zin blijft de meest consequente leus nog steeds die van het Communistisch Manifest van Marx: “Proletariërs aller landen, verenigt u!”

WH, 4 april 2026

 

 1) ‘Balans van de Openbare Bijeenkomst van 7 maart 2026”, gepubliceerd op Leftcom.org.

2) De aanwezige groepen van de Communistische Linkerzijdese: de ICT, de PCI-Le Prolétaire, de PCI-Cahiers Internationalistes en de IKS. Plus een militant van de CNT-SO.

3) ‘Balans van de Openbare Bijeenkomst van 7 maart 2026”, gepubliceerd op Leftcom.org.

4) Zie “Het proletarische politieke milieu en de Golfoorlog”, Revue internationale nr. 64 (1991).

5) Idem.

6) Idem.

7) Idem.

8) ’Verslag over de klassenstrijd voor het 25e congres van de IKS“ (mei 2025).

9) Zie „Waarom spreekt de IKS van een „breuk“ in de dynamiek van de klassenstrijd ?  [2]“.

10) “De historische voorwaarden voor de veralgemening van de strijd van de arbeidersklasse [3]”, Revue internationale nr. 26 (1981).

11) “Balans van de Openbare Bijeenkomst van 7 maart 2026”, gepubliceerd op Leftcom.org.

12) Inleidende opmerkingen bij de Openbare Bijeenkomst van de ICT van 7 maart.

13) « Oorlog in Oekraïne. De “Heldere Tendens” in het duistere moeras van de nationale defensie en de Realpolitik », Le Prolétaire nr. 550 (2023).

14) „Resolutie over de internationale situatie [4] van het 26e congres van de IKS”.

Openbare discussiebijeenkomsten /Permanenties
Openbare bijeenkomsten

Boeknavigatie-links voor Moeten we de leus van het “revolutionair defaitisme” vooropstellen?

  • ‹ Hoe kunnen we de wereld veranderen?
  • Omhoog
  • Verval en verrotting van de heersende klasse   ›
Home
Internationale Kommunistische Stroming
Arbeiders aller landen, verenigt u!

Footer-menu

  • Basisstandpunten
  • Contact