De oorlog tussen de Verenigde Staten en Iran raakt vastgelopen, gekenmerkt door een dagelijks ballet van tegenstrijdige verklaringen: de ene dag wordt met veel tamtam het einde van de vijandelijkheden en de vrijgave van de Straat van Hormuz aangekondigd, de volgende dag wordt beloofd dat de aanvallen zullen worden voortgezet. De schijnbare wapenstilstanden veranderen daar niets aan: zoals altijd blijven Teheran en Washington dodelijke schoten uitwisselen rond de Straat van Hormuz, de zeeblokkade duurt voort en schepen die het aandurven deze te trotseren, worden tot zinken gebracht. Er heerst algemene chaos in de hele regio, waarin bijna twintig landen zijn meegesleurd in een oorlog zonder echt duidelijk doel, en waarvan zelfs de Verenigde Staten niet meer weten hoe ze eruit moeten komen. Tegen deze achtergrond werd aan het begin van de zomer een akkoord ondertekend tussen drie regionale mogendheden die indirect bij deze oorlog betrokken zijn: Pakistan, Saoedi-Arabië en Turkije. Een akkoord dat geen krantenkoppen haalt, maar daarom niet minder veelbetekenend is.
In dit kruitvat dat het Midden-Oosten is, betekent dit pact een fatale klap voor de Abraham-akkoorden van 2020, die onder toezicht van Washington werden ondertekend door Israël, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein, en die bedoeld waren om de samenwerking en vrede tussen de Joodse staat en de Arabische landen te bezegelen in het licht van de vermeende sjiitische dreiging vanuit Iran. De terroristische aanslagen van Hamas tegen Israël op 7 oktober 2023 hebben uiteraard het failliet van deze zoveelste poging tot “pacificatie” van de regio onder Amerikaanse en Israëlische leiding bezegeld, net als de impasse waarin deze laatste landen ten opzichte van Iran zijn beland. Het Amerikaanse woord is niet veel meer waard: de geloofwaardigheid ervan is ernstig aangetast, zowel wat betreft de overtuigingskracht als de waarborg voor de belangen van hun regionale “bondgenoten”.
Op weg naar meer bloedbaden en instabiliteit
Dit pact, ook wel het Pact van Mekka genoemd, dat begin augustus werd ondertekend, bevestigt de opkomst van een bondgenootschap tussen landen die nu openlijk hun wantrouwen tonen ten opzichte van de traditionele veiligheidspartnerschappen met de grootmachten, en in de eerste plaats met de Verenigde Staten – een wantrouwen dat al bijna tien jaar toeneemt en dat door de oorlog tegen Iran in 2026 naar een hoger niveau is getild. Dit pact onderstreept ook dat deze landen hebben besloten openlijk hun eigen imperialistische kaart uit te spelen. Want achter de gezamenlijke verklaringen over hun goede bedoelingen betreffende “collectieve afschrikking” tegen de regionale chaos, leggen de drie ondertekenaars zwart op wit vast dat “elke daad van agressie, elke gewapende aanval tegen één van de drie staten zal worden beschouwd als een aanval tegen alle drie”.
Aangezien Pakistan een kernmacht is, Turkije beschikt over een van de machtigste en meest doorgewinterde legers in de regio en Saoedi-Arabië daar zijn financiële slagkracht aan toevoegt, wordt duidelijk hoe zwaar de vredesbeloften werkelijk wegen. De drie ondertekenaars zweren natuurlijk dat hun pact louter defensief is, een diplomatieke formaliteit die bij elk ontluikend bondgenootschap hoort. Maar de toezegging zelf is ondubbelzinnig: door hun militaire middelen te bundelen zorgen deze drie staten ervoor dat het minste grensconflict, de minst geïsoleerde aanval, het minste incident op zee niet langer een lokale aangelegenheid is, maar onmiddellijk een zaak van alle drie wordt. Dit pact luidt niet het einde van de oorlog in: het vergroot bij voorbaat de reikwijdte van toekomstige oorlogen!
Ieder reageert van geval tot geval om zijn onmiddellijke imperialistische belangen te verdedigen, zelfs als dat betekent dat hij zonder scrupules de bondgenootschappen van gisteren moet verloochenen. Pakistan, dat gisteren nog een directe bondgenoot was van China, heeft zich aangeboden als bemiddelaar tussen Washington en Teheran, en nu speelt het zijn eigen kaart uit aan de zijde van Saoedi-Arabië en Turkije. Turkije, tot voor kort het zwarte schaap van de NAVO, is van plan zijn streven naar ontvoogding op te leggen aan Europa, Israël en de Verenigde Staten, terwijl het Rusland ontziet.
Achter dergelijke overeenkomsten schuilt geen solide geostrategische herstructurering, maar de verdediging van imperialistische belangen op korte termijn. En dat is geen toeval: het is eigen aan de historische situatie van alle imperialistische mogendheden, zonder uitzondering. Vandaag de dag, net als morgen, is er geen sprake van een versterking van duurzame bondgenootschappen, noch van een blok dat zich schaart achter een Amerikaanse, Russische, Chinese of Europese leider. De gelegenheid maakt de dief, in een imperialistisch spel dat zich dag na dag steeds opnieuw vormt en dat elke dag chaos aan chaos toevoegt.
Waar is vandaag de dag de Amerikaanse controle over het Midden-Oosten gebleven? Stel je even een oorlog voor tussen Israël, de zogenaamde onwankelbare bondgenoot, en Turkije, lid van de NAVO (waarbij de Verenigde Staten in theorie verplicht zijn in te grijpen): dat zou de meest totale, onvoorspelbare chaos opleveren! Het Midden-Oosten is hiervan het perfecte toonbeeld en bevestigt punt voor punt de analyse die de IKS al jarenlang ontwikkelt over de ontwikkeling van imperialistische oorlogen en confrontaties.
Geen blokken, geen verslagen proletariaat
De feiten bevestigen deze elke dag meer: de vorming van stabiele imperialistische bondgenootschappen of blokken, gedomineerd door een onbetwiste leider en op weg naar een nieuwe wereldoorlog, staat niet op de agenda. Zeker, er is een grote rivaliteit tussen de Verenigde Staten en hun Chinese uitdager. Maar deze dynamiek wordt voortdurend belemmerd door de toename van militaire confrontaties tussen imperialistische staten van tweede rang, of zelfs tussen de grootmachten onderling.
Toch wordt het vooruitzicht van een derde wereldoorlog bij elke gelegenheid breed uitgemeten, zodra de oorlogssituatie in Oekraïne, het Midden-Oosten of de Chinese Zee escaleert. De burgerlijke media aarzelen niet om vals alarm te slaan om zo het idee te versterken dat het ‘kamp van de democratie’ boven alles verdedigd moet worden. Dit alles heeft maar één doel: de torenhoge uitgaven voor bewapening en de verwoede aanvallen op de arbeidersklasse rechtvaardigen, in naam van de ‘noodzakelijke offers’.
De uiterst linksen doen er nog een schepje bovenop, op een nog sluwer manier: als je hen mag geloven, zouden autocratische leiders van allerlei pluimage (Trump, Netanyahu, Poetin, Milei…) stuk voor stuk springplanken zijn voor de terugkeer van het fascisme en de wereldoorlog, waartegen de arbeidersklasse het hoofd zou moeten bieden. Een gemeenschappelijk front met wie, als het niet met de burgerlijke democratie is? Dit is de klassenstrijd puur en simpelweg doen opgegaan in de verdediging van de bestaande wanorde en de kapitalistische barbarij!
Nog betreurenswaardiger is dat groepen uit revolutionaire kringen deze analyse overnemen en, net als de Internationalist Communist Tendency (ICT), oordelen dat: “de toenemende anarchie van naties die op zoek zijn naar voordelen, doet vrezen voor een grootschalige wereldoorlog”. Door te beweren dat de wereld afstevent op de Derde Wereldoorlog, brengen deze groeperingen de klasse niet alleen in verwarring: ze verbergen haar eigen kracht, demoraliseren haar en dragen op geen enkele manier bij aan de ontwikkeling van haar strijd.
Betekent dit dat er op wereldvlak geen toename van het oorlogsgevaar zou zijn? Natuurlijk niet. De chaos is er al, neemt toe, is irrationeel en sleept de hele planeet mee in een moorddadige ‘ieder voor zich’-situatie. Of de Verenigde Staten nu hun omsingeling van China intensiveren, of China daarop reageert door Taiwan binnen te vallen, of Washington militair terugslaat: de risico’s van een ongecontroleerde nucleaire escalatie staan nu al op de agenda. Hetzelfde geldt voor Rusland, dat zich in Oekraïne steeds meer in de verdediging bevindt en absoluut niet in staat is om zijn nederlaag toe te geven in een conflict dat maandelijks duizenden doden en gewonden kost. De honderdduizenden doden in Oekraïne sinds meer dan vier jaar en het bloedbad in Gaza of in Iran, zijn geen vooruitzichten voor morgen: het is dagelijkse werkelijkheid! Deze oorlogsrampen zijn diep verankerd in het proces zelf van ‘ieder voor zich’ en de toenemende imperialistische chaos, zonder dat we hoeven te wachten op het verwoestende vuur van een wereldoorlog.
Het zou dan ook onverantwoord zijn om de ernst van de wereldsituatie te onderschatten. Maar zoals we in januari 1990 schreven: “Daarom is het van fundamenteel belang te benadrukken dat, hoewel de oplossing van het proletariaat (de kommunistische revolutie) de enige is die zich kan verzetten tegen de vernietiging van de mensheid (het enige ‘antwoord’ dat de bourgeoisie op haar crisis kan geven). Deze vernietiging zou niet noodzakelijkerwijs het gevolg zijn van een derde wereldoorlog. Zij zou eveneens het gevolg kunnen zijn van de voortzetting, tot in de uiterste consequenties (ecologische rampen, epidemieën, hongersnoden, losbarstende lokale oorlogen, enz.), van deze ontbinding”.
Weigeren om onmiddellijk het perspectief van een derde wereldoorlog in overweging te nemen en beweren dat de algemene chaos toeneemt en kan leiden tot de vernietiging van de mensheid, is geen kwestie van woorden, noch een scholastisch (wereldvreemd) debat over de ontwikkeling van de barbarij en de dynamiek van conflicten. Er ontbreken twee doorslaggevende voorwaarden in dit perspectief.
Een noodzakelijk debat voor de toekomst
Een wereldoorlog vereist stabiele blokken. Het veronderstelt dat de bourgeoisieën op wereldschaal in staat zijn om een minimum aan samenhang en organisatie te tonen in het spel van imperialistische overheersing, onder de vleugels van leidende mogendheden. Elk blok dat met het oog op een wereldoorlog wordt gevormd, moet voldoende machtig zijn, zowel op economisch en militair vlak als op het gebied van strategische coördinatie. Van dat alles is vandaag de dag geen sprake, in een context waarin middelpuntvliedende krachten de overhand hebben en iedereen op zichzelf is aangewezen: de huidige bondgenootschappen, die wisselvallig en voortdurend aan verandering onderhevig zijn, voldoen in geen enkel opzicht aan de voorwaarden van stabiliteit en betrouwbaarheid die de voorbereiding van een meedogenloze wereldoorlog zou vereisen. We kunnen ons niet veroorloven dat de bondgenoten van vandaag de tegenstanders van morgen worden, en omgekeerd. Het over het hoofd zien van deze moeilijkheid van de bourgeoisie om de logica van de blokken op te leggen, is geen toevallig detail: het betekent dat men veroordeeld is tot het niet begrijpen van de historische dynamiek, van de toenemende irrationaliteit van de bourgeoisie op alle vlakken (militair, economisch, politiek…), en van de gevolgen ervan voor de arbeidersklasse.
Een wereldoorlog vereist ook een verslagen proletariaat. Dit houdt in dat de bourgeoisie in staat moet zijn geweest het grootste deel van de arbeidersklasse in de centrale landen te mobiliseren, in te zetten voor de oorlogsinspanning en op gedisciplineerde wijze naar het massale bloedbad te sturen. Dat is vandaag de dag niet het geval. De arbeidersklasse blijft zeer kwetsbaar in haar vermogen om direct te reageren op de oorlog in Oekraïne of het Midden-Oosten, maar in veel landen weigert zij nu al de verslechtering van haar levensomstandigheden onder het juk van de oorlogseconomie te ondergaan. Dat zien we sinds 2022 in Groot-Brittannië, Frankrijk, België en de Verenigde Staten. We zien het vandaag zelfs in Spanje en Nederland, waar duizenden arbeiders zich verzetten tegen de gevolgen van een oorlogseconomie die bedrijven als Airbus dwingt het tempo op te voeren en te bezuinigen op de arbeidsomstandigheden.
Aannemen dat de Derde Wereldoorlog voor de deur staat en dat deze het grootste risico voor de arbeidersklasse vormt, komt neer op het begaan van een dubbele fout. Ten eerste worden daarmee de ernst van de huidige oorlogschaos en de onmiddellijke gevolgen ervan onderschat. Ten tweede worden daarmee de reacties en het potentieel van het proletariaat tegenover de economische aanvallen, en de rijping van het bewustzijn in zijn gelederen, onderschat. Deze werkelijkheid zo duidelijk mogelijk onder ogen zien, is geen theoretische oefening: het betekent zich in gevechtsformatie opstellen voor de revolutionaire strijd. Op dit terrein is het niet de taak van revolutionairen om aan de zijlijn te blijven staan, maar om bij te dragen aan het verduidelijken van het perspectief van de revolutionaire strijd.
Stopio / 10.09.2026