Skip to header Ga naar hoofdnavigatie Overslaan en naar de inhoud gaan Skip to footer
englishfrançaisdeutschitalianosvenskaespañoltürkçenederlandsportuguêsΕλληνικά
русскийहिन्दीفارسی한국어日本語filipino中文বাংলাmagyarsuomi
Home
Internationale Kommunistische Stroming
Arbeiders aller landen, verenigt u!

Hoofdnavigatie

    • Nederland
    • België
    • Inleiding
    • Basisstandpunten
    • Wat is de Communistiche Linkerzijde?
    • Platform van de IKS
    • Manifest van de IKS (1975)
    • Manifest van de IKS (1991)
    • Manifest over de werkloosheid (2004)
    • Twintig jaar IKS (1995)
      • IKS online - jaren 2000
      • IKS online - jaren 2010
      • IKS online - jaren 2020
      • Internationale Revue - jaren 1970
      • Internationale Revue - jaren 1980
      • Internationale Revue - jaren 1990
      • Internationale Revue - jaren 2000
      • Internationale Revue - jaren 2010
      • Internationale Revue - jaren 2020
      • Artikels uit de Internationale Revue enkel verschenen in Wereldrevolutie / Internationalisme
      • Internationalisme - jaren 2000
      • Internationalisme - jaren 2010
      • Internationalisme - jaren 2020
      • Wereldrevolutie - jaren 2000
      • Wereldrevolutie - jaren 2010
      • Wereldrevolutie - jaren 2020
    • Crisis en Verval van het Kapitalisme
    • Het kommunisme is geen mooi ideaal, maar ...
    • Manifest over de Oktoberrevolutie 1917
    • Natie of Klasse?
    • Boeken - Brochures
    • Prijzen en jaarabonnementen
    • Boekhandels
  • Agenda

De jonge generatie van de arbeidersklasse wijst een toekomst vol armoede en oorlog af 

Kruimelpad

  • Home
  • IKSonline
  • IKS online - jaren 2020
  • IKS online 2026

De beweging van middelbare scholieren en studenten in Frankrijk is uitgegroeid tot een spectaculaire omvang. Zij verspreidt zich in hoog tempo over het hele land. Sinds half september worden honderden middelbare scholen geblokkeerd. Studenten sloten zich al snel aan bij de protesten, kort daarna gevolgd door honderdduizenden demonstranten van alle leeftijden, allemaal verontwaardigd over de repressie tegen de tieners. Deze beweging maakt deel uit van een indrukwekkende reeks protesten over de hele wereld en luidt een ingrijpende verandering in het maatschappelijk klimaat in, als voorbode van toekomstige massale strijd.

Woede die geen grenzen kent

De woede van middelbare scholieren en studenten is geenszins een ‘Franse uitzondering’, zoals media over de hele wereld luidkeels blijven herhalen. Integendeel, ze is een uiting van de strijd van de internationale arbeidersklasse en een manifestatie van de groeiende weigering onder de jongere generaties om een toekomst vol ellende en oorlog te aanvaarden die het kapitalisme voor hen in petto heeft:

Op 1 oktober gingen middelbare scholieren in Luik de straat op, geïnspireerd door de gebeurtenissen in Frankrijk. De protesten verspreidden zich vervolgens naar Bergen, Charleroi en Brussel. Op 9 oktober bracht een grote demonstratie tegen de bezuinigingen mensen van alle leeftijden samen in Brussel.

In Turijn bezetten middelbare scholieren op 5 oktober twee scholen met de leuzen “tegen schoolkazernes, racisme en oorlog”, en “doen zoals ze in Frankrijk doen”. Middelbare scholieren in Rome volgden dit voorbeeld uit “solidariteit met de Franse scholieren”.

In Madrid beginnen leraren en scholieren tegen de achtergrond van massale onvrede over de wooncrisis, op 14 oktober een staking voor onbepaalde tijd in het openbaar onderwijs. Andalusië bereidt een onderwijsstaking voor op 11 november.

In Duitsland zijn op 25 september opnieuw meer dan 45.000 middelbare scholieren in ongeveer honderd steden en dorpen in staking gegaan tegen de nieuwe dienstplicht. Er circuleert een oproep voor een internationale jongerenstaking tegen oorlog en militarisme op 20 november.

Deze strijd staat niet los van die van de rest van de arbeidersklasse: in Duitsland hebben dit jaar 175.000 arbeiders in de automobielindustrie gedemonstreerd tegen banenverlies; Britse spoorwegarbeiders voeren hun stakingen op; Airbus-arbeiders in Spanje hebben drie maanden lang middels algemene vergaderingen gestreden voor betere lonen; Chileense kopermijnwerkers bij Centinela legden op 7 oktober het werk neer, gelijktijdig met de studentenmobilisatie; Boliviaanse mijnwerkers en leraren legden in het voorjaar een deel van het land plat; in Argentinië volgen de demonstraties tegen bezuinigingen elkaar in rap tempo op. En de lijst blijft groeien.

Al deze strijd is divers en raakt soms zelfs verstrikt in actievormen en leuzen die in een doodlopend straatje leiden. Maar ze laat zien dat overal een nieuwe generatie weigert de rekening te betalen voor de crisis en de offers die de oorlogseconomie eist. 

Het is een generatie die zich begint te realiseren dat het kapitalisme hen geen toekomst biedt. Hun strijdbaarheid is die van de hele arbeidersklasse.

Na decennia van passiviteit recht de arbeidersklasse op internationale schaal weer haar rug. Sinds de ‘ ‘Zomer van Ontevredenheid’ in 2022 in het Verenigd Koninkrijk zijn de mobilisaties in tal van landen sterk toegenomen. De acties in het VK zijn opgevolgd door de massale strijd tegen de pensioenhervormingen in Frankrijk in 2023 en de stakingen in de auto-industrie in de VS. De hele wereld heeft haar ogen gericht op de middelbare scholieren en studenten die ons vandaag de weg wijzen.

Van repressie tot algemene vergaderingen

Het begon allemaal half september op een middelbare school in Créteil, waar met name een tekort was aan leraren, een maatschappelijk werker en een schoolpsycholoog. Binnen twee weken werd er op meer dan duizend middelbare scholen actiegevoerd. Leerlingen veroordelen het tekort aan leraren, de overvolle klassen en de overvolle lesroosters, de vervallen gebouwen en het willekeurige karakter van het Parcoursup- [1]. Achter deze nog steeds wat verwarde eisen, die ook solidariteit betuigen met de tot het uiterste belaste leraren, schuilt een veel diepere angst: voor een toekomst die gekenmerkt wordt door werkloosheid, onzekerheid en onrechtvaardigheid…

De reactie van de staat was van een ongekende wreedheid: rubberkogels, flitsgranaten, waterkanonnen…[2] Het volledige arsenaal aan repressiemiddelen werd ingezet tegen de jongeren die terugvochten. Sinds eind september waren er 6.500 aanhoudingen waarvan er 5060 in voorlopige hechtenis zijn genomen en waarvan 87 procent minderjarig was. Volgens advocaten zijn ze beledigd, geslagen en geterroriseerd. In Tours verloor een 16-jarige scholier een oog. In Saint-Ouen-l’Aumône brak een 14-jarige jongen zijn kaak. In Lens werd de hand van een 15-jarige tiener door een granaat afgerukt. In Duinkerken reed een politievoertuig als een gek door een groep scholieren. De regering dreigt ouders te laten opdraaien voor de schade en werkt aan een ‘relschopperswet’ die demonstranten aansprakelijk kan stellen voor bedragen tot 10.000 euro, zonder dat hoeft te worden bewezen dat zij verantwoordelijk zijn. Dit zijn geen ‘uitwassen’: dit is de politiek van een staat die een hele generatie wil terroriseren om haar in het gareel te houden.

Geconfronteerd met de omvang van de repressie stroomde op 6 oktober een ware mensenmassa de straten op: volgens de vakbonden 450.000 demonstranten, waarvan 100.000 in Parijs. [3] Middelbare scholieren, studenten, stakende leraren, ouders, werkers uit alle sectoren. Mensen van alle generaties gingen de straat op uit solidariteit met de mishandelde middelbare scholieren en om hun verontwaardiging te uiten. Uit angst voor een grootschalige brand, deed de regering een aantal kleine tactische toegevingen: het schrappen van de geplande inschrijfgelden voor BTS-opleidingen en voorbereidende klassen [4] het opschorten van het gebruik van flitsgranaten (alleen voor middelbare scholieren); een ‘verzoenende’ toespraak van de premier; en, als enige reactie op de eisen, de belachelijke aankondiging van 3.024 invaldocenten (met onzekere contracten!). 

De daaropvolgende dagen brachten zowel de moeilijkheden als de rijping van de beweging aan het licht. Op 7 oktober, na drie weken van blokkades, wisten veel middelbare scholieren niet meer wat ze nog moesten doen. Al waren ze nog steeds zeer enthousiast en strijdbaar ze waren ook onvermijdelijk onervaren. Op enkele uitzonderingen na, zoals in Nantes of Rennes, hadden studenten moeite om bijeen te komen: universiteitsbesturen sloten de campussen en de politie joeg bijeenkomsten en algemene vergaderingen uiteen, zoals aan de Sorbonne.

Op 8 oktober, terwijl tienduizenden jongeren nog steeds spontaan demonstreerden, werden er algemene vergaderingen gehouden in de open lucht op de Place du Panthéon, vervolgens op talrijke campussen in Parijs, in de voorsteden en de provincies.

De strijd wil is enorm en de radicale taal overtreft die van de beweging tegen de CPE in 2006: er wordt gesproken over oorlog, over de verrotte maatschappij die ons te wachten staat, en over revolutie. De vakbonden worden bekritiseerd omdat ze achter de rug van de beweging om onderhandelen. Bovenal nemen de algemene vergaderingen resoluties aan om overal solidariteit te zoeken: op middelbare scholen, andere universiteiten en bij de arbeiders. Er waait een wind van strijdbaarheid en overdenking door de algemene vergaderingen. Zelfs Assas, een rechtenfaculteit met een conservatieve reputatie, wordt geblokkeerd door de eigen studenten, en duizenden zingen ‘De Internationale’.

Er zijn twee belangrijke trends die in deze algemene vergaderingen naar voren komen: De ene is de activistische vleugel die de blokkades wil opvoeren, de confrontatie met de politie wil aangaan en het ‘Matignon innemen’ [5] De andere streeft naar uitbreiding van de strijd.

Op 9 oktober werd de motie om de strijd uit te breiden naar de arbeiders, die de dag ervoor was aangenomen, rondgestuurd naar de andere algemene vergaderingen.

De algemene vergadering van Jussieu nam de motie over, nam een pamflet in die zin aan en schrapte elke verwijzing naar de ‘inname van Matignon’. Er werd zelfs gestemd om de blokkade van de universiteit te beëindigen, vanuit het besef dat deze als voorwendsel werd gebruikt om de universiteit te sluiten: het is beter dat de universiteit weer opengaat, zodat studenten van collegezaal naar collegezaal kunnen gaan om anderen te overtuigen en in grotere getale op te kunnen treden.

Op het moment van schrijven van dit artikel staat de beweging op een kruispunt: of ze raakt verstrikt in confrontaties en zogenaamde radicale acties, of ze verenigt ze zich rond gemeenschappelijke eisen en neemt het heft in eigen hand om deze middels de algemene vergaderingen verder uit te breiden.

Een strijd van de arbeidersklasse

Dit is geen beweging van ‘jongeren’ in het algemeen. De scholieren en studenten die aan de strijd deelnemen, behoren voor het grootste deel tot de arbeidersklasse van morgen – of zelfs van die van vandaag, aangezien veel studenten al met één been in de arbeidswereld staan en zware, onzekere en slecht betaalde bijbaantjes hebben. Velen in de algemene vergaderingen omschrijven zichzelf als arbeiders.

Het klassenkarakter van deze beweging komt in de eerste plaats tot uiting in de solidariteit: solidariteit tussen scholen in stadscentra en de buitenwijken; tussen grote steden en kleine plaatsen; en in de demonstraties waar middelbare scholieren, universiteitsstudenten, arbeiders en ouders die zich zorgen maken over de toekomst van hun kinderen massaal zijn samengekomen. Het staat op de kartonnen spandoeken geschreven: “Wie ellende zaait, zal woede oogsten!”, “Vandaag middelbare scholieren, morgen onzekere arbeiders: nee bedankt!” Overvolle klaslokalen, personeelstekorten, moordende concurrentie: dit zijn dezelfde aanvallen, in een andere vorm, waarmee arbeiders geconfronteerd worden. Arbeiders die werken in ziekenhuizen, bij het postkantoor, in winkels, in de distributie of in fabrieken. 

Het komt tot uiting in de afwijzing van oorlog in een tijd waarin militaire uitgaven de pan uit rijzen en uitgaven voor sociale voorzieningen drastisch worden teruggeschroefd: “Miljarden voor scholen en gezondheidszorg, niet voor bommen!”, “Internationale jeugd tegen oorlog”. Ten slotte blijkt het uit het protest tegen het systeem zelf: “Laten we het systeem veranderen, niet het klimaat!”, “Het kapitalisme is kapot, de toekomst van de jongeren is kapot”. Deze generatie heeft het gevoel niets te kunnen verwachten van een kapitalistische maatschappij zonder toekomst.

In deze mobilisatie getuigen verwijzingen naar de Commune van Parijs en Mei ’68, internationalistische leuzen en de alomtegenwoordigheid van het idee van revolutie in de algemene vergaderingen en betogingen, van een ingrijpende mentaliteitsverandering.

De strijd in eigen hand nemen en uitbreiden

De bourgeoisie heeft lering getrokken uit het verleden. In Mei ’68 werd ze, onvoorbereid als ze was, overrompeld. In 2006 trok de regering – die zelf ook enigszins verrast was – de CPE in toen de beweging, die haar algemene vergaderingen had opengesteld voor arbeiders, zich dreigde uit te breiden naar de bedrijven. [6] Vandaag sluit de heersende klasse universiteiten om te voorkomen dat studenten bijeenkomen, laat ze blokkades verkommeren, provoceert en gebruikt ze wapenstokken. De bourgeoisie probeert jongeren het terrein op te drijven waar zijzelf het sterkst is: de confrontatie met de politie, die beschikt over de wapens, de mankracht en de rechtbanken.

„Jongeren haten de politie”, stond op veel spandoeken te lezen: de verontwaardiging van de demonstranten is gerechtvaardigd. Tegenover repressie is solidariteit noodzakelijk. Massaal en solidair mobiliseren tegen politiegeweld is essentieel. Maar het beperken van de strijd tot een confrontatie met de politie laat geen ruimte om te hergroeperen, te discussiëren of te overtuigen. Dit geeft de staat de vrije hand om te onderdrukken, te verdelen en te isoleren.

Blokkades zijn een andere valkuil: ze ontruimen de plaatsen waar we zouden kunnen samenkomen (zoals collegezalen), versnipperen onze krachten in plaats van ze te bundelen, en zetten degenen die we voor ons zouden moeten winnen tegen de beweging op. Een geïsoleerde beweging is gedoemd te mislukken. Een gesloten universiteit betekent één algemene vergadering minder, één manier minder om ons te verenigen, om sterk te staan tegenover de staat, zijn politie, en zijn media die zich naar de macht voegen.

Isolement komt ook voort uit politieke valkuilen. Matignon veroordeelt een “manoeuvre georganiseerd door LFI en haar extreemlinkse handlangers.” Maar als LFI-leider Mélenchon de ‘opstandige’ parlementsleden oproept om zich tegen de politie ‘teweer te stellen’, dan is dat alleen maar om de beweging nog verder op te sluiten in de impasse van de confrontatie met de politie. Met nog zes maanden te gaan tot de presidentsverkiezingen positioneert de LFI zich als de ‘beschermer’ van de jongeren en stuurt haar volksvertegenwoordigers, met hun driekleurige sjerpen om, naar de geblokkeerde middelbare scholen. 

Louis Boyard, voormalig voorzitter van de middelbare scholierenvereniging UNL die al in 2023 een “blocus challenge” lanceerde [7], roept op om de blokkades ‘uit te breiden’… de blokkades, niet de strijd naar de arbeiders! En wanneer LFI oproept tot het “verbieden van oorlogswapens” bij demonstraties, roept zij op tot gematigdere repressie, niet tot een protest tegen het repressieve apparaat van de staat waarvan zij de leiding hoopt te gaan nemen.

De regering en de linkse krachten van het kapitaal zijn het eens over de essentie: de strijd te beperken tot een confrontatie tussen ‘jongeren’ en de politie, het klassenkarakter ervan te verhullen en voorbereidingen te treffen om deze naar de stembus te kanaliseren. In Spanje heeft Pedro Sánchez overigens zojuist vervroegde verkiezingen uitgeschreven voor 29 november om munt te slaan uit de dynamiek van de woonstrijd.

Twintig jaar geleden heeft een andere generatie, ondanks de valkuilen die op haar weg lagen, de weg gewezen. In 2006 dwong de strijd tegen het CPE – dat waardeloze contract dat bedoeld was om het leven van jongeren nog onzekerder te maken – de regering tot toegeven. De studenten hadden hun strijd in eigen hand genomen: hun algemene vergaderingen, soeverein en voor iedereen toegankelijk, lieten de vakbonden niet in hun plaats beslissen. Ze hadden ingezien dat isolement hun ondergang zou betekenen. De algemene vergaderingen stuurden daarom massale delegaties naar de bedrijven. Ze riepen op tot demonstraties op zaterdag, zodat arbeiders zich erbij konden aansluiten: miljoenen mensen gingen de straat op. En ondanks provocaties van de politie weigerden de algemene vergaderingen te reageren met zinloos geweld. Geweld wat de beweging zou hebben verdeeld en solidariteit en kritisch denken zou hebben belemmerd. Het waren niet een paar vernielde bushokjes die de regering deden terugkrabbelen: het was de actieve uitbreiding van de strijd naar de gehele arbeidersklasse, waarbij de debatten en beslissingen in de algemene vergaderingen het kloppende hart vormden.

De kracht van middelbare scholieren en studenten ligt dan ook in het contact zoeken met andere sectoren van de arbeidersklasse. De algemene vergaderingen doen er goed aan de vakbonden te wantrouwen: het is aan hen, en aan hen alleen, om de strijd en de controle erover in eigen hand te houden. Soeverein en open voor iedereen (middelbare scholieren, studenten, schoolpersoneel, arbeiders, werklozen, gepensioneerden) vormen ze de plaats waar we samen discussiëren en beslissen, bij handopsteken. Ze kunnen afgevaardigden kiezen die verantwoording aan hen afleggen en op elk moment kunnen worden teruggeroepen; oproepen tot solidariteit uit te vaardigen en deze via massale delegaties te sturen naar andere middelbare scholen en universiteiten, ziekenhuizen en bedrijven. Met eisen die alle uitgebuitenen aangaan: een afwijzing van onzeker werk, een afwijzing van stagnerende lonen, een afwijzing van banenverlies in zowel de publieke als de privésector, en een afwijzing van een bezuinigingspolitiek die de hele arbeidersklasse treft…

Solidariteit over generaties en grenzen heen is van onschatbare waarde, maar het is niet genoeg: in de strijd (en daarna) moeten we ons ook voorbereiden op de toekomst. We moeten begrijpen waarom onze toekomst geblokkeerd wordt: de crisis, de oorlog en de vernietiging van de planeet zijn niet de schuld van een bepaalde regering, maar het product van het kapitalistisch systeem dat op zijn laatste benen loopt. De revolutie waarover we in de algemene vergaderingen spreken, kan niet worden afgekondigd door ‘Matignon in te nemen’. Het vooruitzicht op een revolutionaire golf is nog ver weg, gehinderd door reusachtige obstakels. Maar het kan alleen de bewuste en massale werk zijn van de wereldwijde arbeidersklasse, die zich hierop voorbereidt door middel van strijd, door de uitbreiding daarvan, door debatten en collectieve overdenking. De algemene vergaderingen die ervoor hebben gestemd solidariteit te zoeken bij de arbeiders, hebben de weg gewezen. Het is aan het proletariaat van alle generaties om deze weg in te slaan!

WH en EG /10.10.2026

[1] Landelijke platform voor voorinschrijving voor het eerste jaar van het hoger onderwijs in Frankrijk.

[2] Zie Repression of high school students: the true face of the capitalist state is one of terror! ICConline (oktober 2026).

[3] Gezien de enorme menigten in veel steden en dorpen zijn deze cijfers hoogstwaarschijnlijk een onderschatting.

[4] Beroepsgericht hoger onderwijs

[5] Het Hôtel Matignon is de officiële residentie van de premier van Frankrijk 

[6] Zie ‘ Stellingen over de studentenbeweging van lente 2006 in Frankrijk Internationale Revue nr. 19

[7] Middelbare scholieren en studenten worden opgeroepen om hun onderwijsinstelling te blokkeren als vorm van protest en hier beelden van te delen op sociale media

De strijd van de scholieren en studenten in Frankrijk

Boeknavigatie-links voor De jonge generatie van de arbeidersklasse wijst een toekomst vol armoede en oorlog af 

  • ‹ Bloedbad in Iran: Een meedogenloze strijd tussen burgerlijke facties waarvan het proletariaat het eerste slachtoffer is!
  • Omhoog
  • De strijd van de studenten in Frankrijk: Het topje van de ijsberg van de strijd van de internationale arbeidersklasse ›
Home
Internationale Kommunistische Stroming
Arbeiders aller landen, verenigt u!

Footer-menu

  • Basisstandpunten
  • Contact