Op zaterdag 28 februari 2026 vond in Keulen een bijeenkomst plaats van het Transnational Social Strike Platform, waarbij twee hoofdvragen op de voorgrond zouden staan:
- de realiteit en effecten van de snel toenemende militarisering in Europa (Europa in oorlog – Europa is in oorlog was de kernboodschap), hoe wordt dit ervaren?
- en natuurlijk de vraag: wat te doen?
Na een korte inleiding door de organisator, waarin naar onze mening terecht benadrukt werd dat men geen van de strijdende partijen in oorlogen mag steunen (het sleutelwoord van de organisatoren was ‘kampisme’), stelden wij, de IKS, de vraag of de focus op ‘Europa in oorlog’ de blik op de oorlogsdynamiek niet te veel zou beperken tot Europa. Natuurlijk zijn er in Europa enorme stappen gezet in de richting van de militarisering, vooral na het begin van de oorlog in Oekraïne (in Duitsland sprak de toenmalige bondskanselier Scholz over het ‘keerpunt’ en zorgde hij ervoor dat de defensie-uitgaven in een mum van tijd werden verdubbeld). Kort na het begin van Trump 2.0 in januari 2025 besloot de EU tot een wapenpakket ter waarde van 800 miljard euro om een eigen oorlogseconomie op te bouwen die veel onafhankelijker is van de VS. En met de herinvoering van de militaire dienstplicht in veel landen (zoals in Frankrijk en Duitsland, geleidelijk of direct), worden nieuwe niveaus van herbewapening bereikt. Terecht werd ook opgemerkt dat deze hele ontwikkeling gepaard gaat met een militarisering aan de grenzen, de deportaties van vluchtelingen en repressieve maatregelen in het land zelf.
Wereldwijde oorlogsspiraal of beperkt tot Europa?
De IKS riep de vraag op of we onze zienswijze moeten verbreden naar de confrontatie tussen de VS en China, die in veel conflicten een grote rol speelt, zoals de Amerikaanse interventie in Venezuela onder meer om de Chinese invloed daar terug te dringen, of in Iran, waar China onder andere ook van een bondgenoot zou worden ‘beroofd’. Tegelijkertijd is er een reeks van oorlogen in Afrika, het Midden-Oosten, de herbewapening in Japan en Oost-Azië. Kortom, onderschat men door het prisma van “Europa in Oorlog” niet de ware omvang van het militarisme, dat met zijn vernietigende kracht over de hele wereld te zien is? De bijeenkomst vond plaats slechts een paar uur nadat de VS en Israël hun offensief tegen Iran waren begonnen, en slechts een paar dagen nadat Pakistan de Afghaanse hoofdstad en het vluchtelingenbolwerk Kaboel had gebombardeerd. We benadrukten dat het militarisme en zijn spiraal van vernietiging zich overal ter wereld verergert – en dit gaat gepaard met een steeds grotere vernietiging van het milieu. Door je blik hoofdzakelijk op Europa in de oorlog te richten, onderschat je dan niet het gevaar voor de hele mensheid?
Het doel van de IKS met zijn tussenkomst was om duidelijk te maken dat je niet alleen naar één regio kunt kijken (de rol van de Amerikaanse destructieve machine, de politiek van het Russische imperialisme, de Chinese bewapening, de militaire ambities van India, enz.laten het tegenovergestelde zien), maar dat het een mondiaal, historisch fenomeen is en dus roept het de vraag op van het systeem van het kapitalisme, dat in een impasse verkeert en alleen kan overleven door middel van vernietiging en terreur – wat het noodzakelijk maakt om te erkennen dat dit systeem wereldwijd moet worden overwonnen.
De kwestie van de beoordeling van de krachtsverhouding werd niet gesteld
Bij de behandeling van de vraag naar de gevolgen en welke perceptie bij de deelnemers bestaat, die uit vele Europese landen waren gekomen, werd terechtgewezen op de hele campagne van intimidatie van de bevolking en de pogingen om soldaten te rekruteren met volstrekt misleidende reclameleuzen, en dat dit in werkelijkheid zal leiden tot bezuinigingen en besparingen. Maar gezien het feit dat de EU-landen het bovengenoemde oorlogspakket van 800 miljard euro hebben goedgekeurd, de onbeperkte financiering van de Bundeswehr in Duitsland, de verhoging van de oorlogsuitgaven tot 5% volgens de NAVO-richtlijnen, de stijging van de oorlogsuitgaven in de VS van de huidige 900 miljard dollar naar 1,5 biljoen dollar, was het moeilijk om duidelijk de vraag te stellen: wie betaalt de rekening voor dit alles?
In een interventie onderstreepten we dat het in de eerste plaats de arbeidersklasse is die hiervoor zal betalen – of het nu gaat om de vraag naar een verlenging van de werkuren (hetzij wekelijkse werkuren of levenslange werkuren), bezuinigingen op de gezondheidszorg en het onderwijs, verhoging van de energiekosten, de huren, enz. – en dit alles naast de andere verslechteringen als gevolg van de economische crisis met het verlies van banen, ontslagen, verhoging van het werkritme, loonsverlagingen, enz. De centrale vraag of de heersende klasse al deze kosten kunnen afwentelen op de arbeidersklasse, en of deze bereid zijn de broekriem aan te halen en uiteindelijk zelfs hun leven te geven voor de oorlogsmachine, is niet voldoende besproken. Maar door deze vraag niet te stellen, werd de cruciale vraag van het beoordelen van de krachtsverhouding tussen kapitaal en arbeid vermeden. Hiermee bedoelen we bijvoorbeeld dat er sinds 2022 in verschillende Europese landen, maar ook in de VS, een reeks van gevechten van de arbeidersklasse heeft plaatsgevonden tegen de steeds onzekerder wordende levensomstandigheden, die grotendeels worden veroorzaakt door permanente militarisering. Deze strijd is – ook al is het uiteraard nog steeds onvoldoende – een uitdrukking van het feit dat de arbeidersklasse nog steeds in staat is een kracht te vormen die zich tegen de heersende klasseverzet. Dit is een teken dat, als het gaat om de krachtsverhouding tussen de bourgeoisie en de arbeidersklasse, de slinger niet volledig doorslaat in het voordeel van de bourgeoisie.
Er werd weliswaar vermeld hoe listig en onhandig de pogingen zijn om via reclamecampagnes voor de Bundeswehr of de legers in andere landen kanonnenvoer en verblinde soldaten te rekruteren, maar dat het merendeel van de jongeren en ook van de andere generaties tegen oorlog is. Dit alles werd niet echt diepgaand beoordeeld.
Maar omdat de behoeften van de oorlogseconomie en de daarmee gepaard gaande bezuinigingsmaatregelen de arbeidersklasse voor nieuwe uitdagingen zullen stellen, waarbij in de defensieve strijd tegen deze besluiten het verband tussen oorlog en crisis aan de orde gesteld moet worden, en we ons op deze noodzaak moeten voorbereiden en ons daartegen moeten positioneren, vertoonde de bijeenkomst een groot gevaar zich niet op de werkelijke behoeften van de strijd voor te bereiden.
Eén deelnemer betreurde het bijvoorbeeld dat de vakbond IG-Metall de wapenorders in de metaalindustrie verwelkomt en volledig steunt en dat men niet echt op de vakbonden kon vertrouwen. Maar het kwam niet ter sprake dat de vakbonden – vooral in Duitsland waren ze pioniers – hartstochtelijk de hele oorlogsmachine van het Duitse kapitaal steunden toen deze in augustus 1914 de ‘sociale vrede’ afkondigden en vier jaar later, tijdens de opstand van de arbeidersklasse in Duitsland, zij aan zij met het leger en de SPD, zorgden voor de bloedige onderdrukking ervan.
Activisme of waar moet de hefboom worden ingezet?
In het laatste deel van de bijeenkomst, toen het om de vraag ging “wat te doen?”, werd het hele dilemma van de aanpak duidelijk. Het is juist en onvermijdelijk om in beweging te komen, de stilte te doorbreken en collectieve eenheid te zoeken. Maar op welke basis en met welke verwachtingen? Vanuit ons standpunt gaat het erom jezelf te beschermen tegen de illusie dat je ‘hier en nu’ onmiddellijk iets kunt bereiken.
Nadat verschillende deelnemers hadden verteld over 'actie na actie', over talrijke initiatieven – de ene na het andere – en hoewel daarbij de indruk doorschemerde dat men op het gebied van effectiviteit eigenlijk geen 'successen' kon boeken, behalve dat men een netwerk van activisten had kunnen opzetten, schrok men er in zekere zin voor terug om de vraag te stellen: Wie kan er eigenlijk druk uitoefenen om de regeringen en het kapitaal te dwingen toe te geven? Hoe kan een krachtsverhouding worden opgebouwd die de oorlogszuchtige arm van de heersers, ja zelfs de hele machinerie, lamlegt? Is dit eigenlijk mogelijk zonder het systeem als zodanig te overwinnen? Met andere woorden, kan oorlog uit de wereld worden geholpen zonder het systeem te overwinnen?
oewel veel mensen zich - zoals hierboven vermeld - met veel energie in talloze initiatieven hadden gestort, kwam de zoektocht naar de werkelijk centrale kracht, de arbeidersklasse, niet op gang. De arbeidersklasse heeft – zoals we in dit deel van de discussie vermeldden – in de geschiedenis bewezen dat alleen zij, en niet het pacifisme, enz., de oorlog kan beëindigen, maar dat uiteindelijk het systeem in zijn geheel overwonnen moet worden. Kortom, hiervoor is niets minder nodig dan een revolutie, een wereldrevolutie.
Hoewel de initiatiefnemers van het evenement terecht ‘kampisme’ (Duits: Campismus) vermeldden in de uitnodiging (waarbij ze stellingname voor de ene of de andere oorlogvoerende partij afwezen), werd tijdens het hele evenement zelfs het woord ‘internationalisme’ niet genoemd. Maar hoe kunnen we de uitdagingen van de strijd tegen het kapitalistische systeem aangaan als we er niet in slagen om deze noodzaak van een gezamenlijke strijd van de arbeidersklasse over alle grenzen heen centraal te stellen?
In die trant eindigde onze interventie met het verzoek dat we ons niet hals over kop in het activisme kunnen storten, maar de vraag moeten stellen welke kracht in staat is het kapitalisme te overwinnen, zelfs al lijkt dit op het eerste gezicht onwaarschijnlijk gezien de huidige onmiskenbare problemen van de arbeidersklasse. Maar als je deze vraag niet eens stelt en niet inziet waar en hoe de hefboom moet worden toegepast en hoe lang en moeilijk de weg zal zijn naar het overwinnen van het systeem, dan loop je het risico weg te zakken en uiteindelijk gedemoraliseerd te raken... en natuurlijk blijft het systeem verder onaangetast. Zolang we niet onbevreesd de valkuilen van het activisme onder ogen komen, zal de grootste dadendrang om weerstand te bieden aan het kapitalistische systeem opdrogen zonder enig perspectief. Als je je in rusteloze acties stort – de ene na de andere – loop je weg voor politieke verheldering. Maar is het niet onze taak om aan te tonen hoe de arbeidersklasse moet strijden, ook al kan men niet verwachten dat de ze zich nu rechtstreeks mobiliseert tegen de oorlog, maar dat deze bewuste strijd tegen de oorlog de ontplooiing van het verzet van de arbeidersklasse vereist en daarbij het verband tussen oorlog en crisis en onze verarming centraal moet staan in de bewustwording? Er valt niet aan te ontkomen om deze vragen op te helderen.
IKS / 5.03.202