Karstadt, Opel, VW: De noodzaak van arbeiderssolidariteittegen de logica van het bankroete kapitalisme

Printvriendelijke versieSend by email

Hoe te strijden tegen massale ontslagen? Hoe kunnen we ons
daartegen doelmatig verzetten, als de ‘eigen’ arbeidsplaats of
‘vestiging’ niet langer als winstgevend geldt? Verliest de
staking als wapen aan doeltreffendheid wanneer de kapitalist er
aan denkt het bedrijf te sluiten, of als hele bedrijven hun
financiële verplichtingen niet meer kunnen nakomen? Deze
vragen worden momenteel niet alleen concreet bij Opel, bij
Karstadt en VW gesteld, maar overal waar door de kapitalistische
economische crisis bedrijven en hele concerns ‘gesaneerd’
worden of meteen maar worden gesloten. En dat gebeurd tegenwoordig
haast overal. Niet alleen in Duitsland, maar in Amerika en ook in
China. Niet alleen de industrie maar ook in de ziekenhuizen en bij
de openbare diensten.

De noodzaak om strijd te leveren maar hoe?

In het midden van de jaren 1980 was er nog veel strijd tegen
massaontslagen: bij Krupp Rheinhausen bijvoorbeeld of de strijd
van de Britse mijnwerkers. Toen werden hele industrietakken als
mijnbouw en scheepsbouw ontmanteld.

Maar nu zijn werkloosheid en bedrijfssluitingen
alomtegenwoordig. Dit leidde aanvankelijk tot een wijd verbreid
gevoel geïntimideerd te zijn. Het laten verdwijnen van
arbeidsplaatsen werd meestal zonder protest doorgevoerd. Toch
vormde de strijd bij Daimler-Chrysler deze zomer een belangrijk
signaal. Daar verdedigden de werknemers zich voor het eerst weer
spectaculair tegen de afpersingen door de bedrijfsdirectie. Door
solidariteitsacties bij vooral Werk Bremen met de direct
betrokkenen in Sindelfingen lieten ze zien dat de arbeiders van de
verschillende vestigingen zich niet tegen elkaar lieten uitspelen.

En nu hebben de stakingsacties bij vooral Opel in Bochum als
een eerste antwoord op de aangekondigde afvloeiingen opnieuw weer
benadrukt dat we massaontslagen niet zomaar hoeven te aanvaarden.

Toch moet de vraag naar de mogelijkheden en de doelstelling van
de strijd onder zulke omstandigheden worden gesteld. Want het is
bekend dat de strijd bij Daimler-Chrysler net als indertijd bij
Krupp en die van de Britse mijnwerkers telkens in een nederlaag
eindigde. Want telkens, en ook nu, zien we hoe de vakbonden en de
bedrijfsraden - daar waar de betrokken arbeiders verzet plegen
- het ook over strijd hebben, maar tegelijk ook meteen beweren
dat er geen andere keuze is dan zich aan de logica van het
kapitaal te onderwerpen. Ze beweren dat het er uiteindelijk om
gaat het ergste te voorkomen, om de voor de ‘sanering’ van het
bedrijf onvermijdelijke ontslagen zo ‘sociaal’ mogelijk te
laten plaatsvinden. Zo werd de beëindiging bij
Karstadt-Quelle, waar het onmiddellijke schrappen van 5.500 banen,
het ‘afstoten’ van 77 winkels en omvangrijke nominale
loonsdalingen (‘bezuinigingen’, 760 miljoen tot 2007) werden
overeengekomen, door ver.di (Vereinte Dienstleistungsgewerkschaft)
als een overwinning van de arbeiders gevierd.

Al minstens twee eeuwen leveren loonarbeid en kapitaal strijd
over lonen en arbeidsomstandigheden, dat wil zeggen over de
uitbuitingsgraad van de loonarbeid door het kapitaal. Als de
uitgebuiten zich niet telkens opnieuw verdedigd hadden, van de ene
generatie tot de andere, dan waren de mannelijke en vrouwelijke
arbeiders van nu niet veel meer geweest dan willoze slaven die men
naar believen kon uitpersen en ook tot hun dood kon laten werken.
Maar naast dit vraagstuk van de uitbuitingsgraad, die ook werd
gesteld voor de slaven en lijfeigenen in eerdere tijden, bestaat
er in de moderne productiewijze een tweede probleem dat alleen
bestaat als markteconomie en loonarbeid overheersen. Dat vraagstuk
luidt: Wat te doen, hoe zich te verzetten, als de bezitter van de
productiemiddelen de arbeidskracht van de arbeiders niet langer
winstgevend kan uitbuiten? Deze vraag hebben de werklozen zich
telkens weer, in de hele geschiedenis van het kapitalisme, moeten
stellen. Maar nu, terwijl de chronische overproductiecrisis op de
wereldmarkt en het bankroet van de kapitalistische productiewijze
steeds meer zichtbaar is geworden, wordt dit tot een vraag van
leven en dood van alle loonafhankelijken.

Het vooruitzicht van de arbeidersklassetegenover het
vooruitzicht van het kapitaal

De ondernemers, de politici, maar ook de vakbonden en de
bedrijfsraden - al degenen dus die deel hebben in het bestuur
van afzonderlijke bedrijven, van concerns of het staatsapparaat -
beschouwen de arbeiders en het kantoorpersoneel als onderdelen van
de verschillende ondernemingen, die in lief en leed aan de
belangen van de ‘werkgevers’ verbonden zijn. Vanuit dat
gezichtspunt is het natuurlijk altijd nadelig wanneer de
‘medewerkers’ zich tegen de winstbelangen van de ondernemingen
keren. Want het ondernemen bestaat alleen om winst te maken. En
uit deze logica volgt, zoals de voorzitter van de algemene
bedrijfsraad van Opel, Klaus Franz, het onmiddellijk op niet mis
te verstane wijze duidelijk maakte: “Wij weten dat we niet om de
door het bedrijf vastgestelde ontslagen heen kunnen.” Dat is dus
de logica van het kapitaal. Maar dat is niet het enig mogelijke
vooruitzicht van waaruit het probleem kan worden bezien. Als het
niet langer als een probleem van Opel of van Karstadt, of als een
probleem van de BV Duitsland wordt gezien, maar als een probleem
van de samenleving als geheel, dan openen zich heel andere
perspectieven. Als men de wereld niet langer beziet vanuit het
gezichtspunt van een afzonderlijk bedrijf of concern, maar vanuit
het gezichtspunt van de samenleving, van het welzijn van de
mensen, dan zien we de betrokkenen niet langer als mensen die deel
uitmaken van Opel of Karstadt, maar als behorend tot een
maatschappelijke klasse van loonarbeiders, die de belangrijkste
slachtoffers van de kapitalistische crisis zijn. Vanuit deze
invalshoek wordt het duidelijk dat de verkoopster van Karstadt in
Herne, de assemblage-arbeider bij Opel in Bochum, maar ook de
werkloze uit Oost-Duitsland of de rechteloze, al haast tot
slavernij gebrachte illegale mijnwerker uit de Oekraïne, een
gemeenschappelijk lot en gemeenschappelijke belangen hebben -
niet met hun uitbuiters maar met elkaar.

De kant van het kapitaal weet dat dit andere vooruitzicht
bestaat. En het is juist dit andere gezichtspunt dat het angst
aanjaagt. De machthebbers weten: zolang de arbeiders bij Opel het
probleem alleen maar zien vanuit het gezichtspunt van VW of Opel
dan komen ze wel ‘tot rede’. Maar wanneer de arbeiders
daarentegen hun eigen vooruitzicht ontdekken en de
gemeenschappelijkheid van hun belangen inzien, dan volgen daaruit
heel andere perspectieven voor de strijd.

Uitgaan van de invalshoek van de samenleving als geheel

Daarom vertellen de vertegenwoordigers van het kapitaal ons
voortdurend dat de door hun economisch systeem veroorzaakte rampen
het gevolg zijn van ‘nalatigheden’ of van de ‘bijzonderheden’
van het afzonderlijke concern of van de vestiging. Zo wordt er
beweerd dat de problemen bij Karstadt het gevolg zouden zijn van
een gebrekkige verkoopstrategie. Opel daarentegen zou het verzuimd
hebben om het voorbeeld van concurrenten als Daimler-Chrysler of
Toyota te volgen, die met nieuwe, aantrekkelijke, vaak
dieselgedreven motoren resultaten boeken. Daarnaast zou het feit
dat 10.000 van de 12.000 door General Motors aangekondigde
ontslagen in Duitsland vallen een afstraffing zijn van de
Amerikaanse machthebbers voor de Irak-politiek van Duitsland!
Alsof de Duitse bedrijven, net als Karstadt-Quelle, niet net zo
goed genadeloos arbeidsplaatsen afbouwen in Duitsland! Alsof
Daimler-Chrysler nog maar een paar maanden geleden niet net zo
goed haar werkenden het pistool op de borst zette! De
werkelijkheid logenstraft die verklaringen. Op 14 oktober werd
niet alleen bij Karstadt besloten tot het verdwijnen van vele
arbeidsplaatsen, maar als ‘bezuinigingsmaatregel’ werd ook bij
‘Spar’ het verdwijnen van vele arbeidsplaatsen in het
vooruitzicht gesteld. En op dezelfde dag liet het Nederlandse
Philips-concern doorschemeren dat ook daar een volgende ‘sanering’
zijn opwachting maakt.

Toen op ‘zwarte donderdag’, de 14de oktober, bekend werd
gemaakt dat in de komende drie jaar in totaal 15.000 banen bij
Karstadt-Quelle en bij Opel zouden verdwijnen, haasten de
‘onderhandelingspartners’, de politici en de ‘verslaggevers’
zich om een haarschep onderscheid te maken tussen deze beide
gevallen. Eigenlijk zou men verwachten dat waar de werkenden van
twee grote concerns hetzelfde erge lot treft, de gelijkenis van de
toestand en de belangen van de betroffen loonafhankelijken op de
voorgrond zou staan. Maar precies het tegenovergestelde gebeurde.
Nadat de bevoegde onderhandelingsleidster van de vakbond Wiethold,
op donderdagnamiddag haast glunderend de ‘redding’ van het
Karstadt-concern bekend maakte werd onmiddellijk door de media
verspreidt: omdat de toekomst van Karstadt nu verzekerd is, blijft
Opel als enige zorgenkind over. Terwijl het personeel van de
warenhuisketen dus ‘gerustgesteld’ weer aan het werk kon gaan,
hoefden alleen de mensen bij Opel zich nog zorgen om hun toekomst
te maken.

Maar het enige verschil in de toestand van de werkenden bij de
beide firma’s bestond alleen daaruit, dat wat bij Karstadt al
een treurige zekerheid is - massa-ontslagen, gedeeltelijke
sluitingen, uitgebreide afpersing van het hele personeel - voor
de mensen bij Opel nog komen moet. Het personeel van beide
bedrijven moet ingrepen met een omvang van totaal 1,2 miljard euro
slikken, wordt deels het brood uit de mond gestoten, om de winsten
(niet de arbeidsplaatsen!) te redden.

De bewering dat de toestand van het personeel bij Karstadt zich
fundamenteel zou onderscheiden van die bij Opel mist iedere
grondslag. Voor de loonafhankelijken bij Karstadt is er in het
geheel niets ‘gered’. De vakbond heeft het over een ‘sanering
die zijn naam waard is’ en over ‘resultaten voor de
werknemers’ omdat er een ‘arbeidsplaatsengarantie’ is
afgegeven en omdat er een collectieve arbeidsovereenkomst kon
worden afgesloten. Zo klinkt het als nederlagen van de
arbeidersklasse als overwinningen worden verkocht. Wat betekenen
arbeidsplaatsengaranties en collectieve arbeidsovereenkomsten en
andere beloften nog als zelfs wereldconcerns voor hun leven
vechten? In waarheid bevinden de slachtoffers van de ‘sanering’
bij Karstadt, toen en nu, zich in precies dezelfde omstandigheden
als de arbeiders bij Opel, maar ook bij VW, Daimler-Chrysler,
Siemens en zelfs de openbare diensten.

Bij Karstadt-Quelle werden de onderhandelingen ook al zo snel
mogelijk ‘met succes’ afgesloten omdat bekend was dat op 14
oktober General Motors haar ‘saneringsplan’ voor Europa zou
publiceren. Nog altijd behoort het namelijk tot de ongeschreven
regels van de heersenden om nooit tegelijkertijd meerdere grote
delen van de arbeidersklasse aan te pakken, om het gevoel van
arbeiderssolidariteit niet ongewild te bevorderen. Maar nu laat de
verscherping van de crisis van het wereldkapitalisme het
achtereenvolgens uitvoeren van deze aanvallen steeds mindert toe.
Vandaar dat er, toen de Jobs-tijding uit Detroit begon door te
dringen, bij Karstadt in ieder geval gesproken moest kunnen worden
van ‘succes’.

De middelen van de solidaire strijd

Massaontslagen en ook dreigende bankroeten betekenen niet dat
het stakingswapen onbruikbaar wordt. Zo vormden de
werkonderbrekingen bij Mercedes en Opel een krachtig signaal om de
slachtoffers van de kapitalistische crisis tot strijd op te
roepen.

Maar jammer genoeg raakt in dergelijke omstandigheden de
staking als middel om de tegenstander terug te drijven veel van
zijn werkzaamheid kwijt. Werklozenstrijd bijvoorbeeld moet het
zonder stakingsmogelijkheden stellen. Maar ook als de uitbuiter
van plan is om zich van de diensten van de door hem uitgebuiten te
ontdoen, boezemt de stakingsdreiging veel minder angst in.

Het middel dat we tegenover de huidige niveau van de aanvallen
van het kapitaal moeten inzetten in dat van de massa-staking van
alle betrokkenen. Zo’n zelfverdedigingsactie van de hele
arbeidersklasse zou in staat zijn om de loonafhankelijken het
zelfvertrouwen te geven om de arrogantie van de heersenden het
hoofd te bieden. Bovendien kunnen massale mobiliseringen er toe
bijdragen om het maatschappelijke klimaat te veranderen om de
noodzaak duidelijk wordt om de behoeften van de mensen tot
leidsnoer van de maatschappelijke activiteit te maken. Een
dergelijk ter discussie stellen van het kapitalisme zou de
vastbeslotenheid doen toenemen van werkenden en werklozen om nu al
hun belangen te verdedigen.

Natuurlijk zijn zulke massale, gemeenschappelijke, solidaire
acties nu nog niet ten uitvoer worden gebracht. Maar dat betekent
niet in het minst dan nu niets gedaan en bereikt kan worden. Wel
is het noodzakelijk in te zien dat de staking niet het enige wapen
van de klassenstrijd is. Alles wat nu al vereist dat de
gemeenschappelijkheid van de belangen van alle loonafhankelijken
wordt ingezien, en alles wat de traditie van arbeiderssolidariteit
in de herinnering roept jaagt de heersende klasse angst aan,
verzwakt haar aanvallen en maakt haar minder zeker van haar zaak,
vergroot de bereidheid van de tegenstander om hier en daar
daadwerkelijke toegevingen, minstens tijdelijk, te doen.

In 1987 stelde het door sluiting bedreigde personeel van Krupp
in Rheinhausen hun dagelijkse algemene vergaderingen open voor de
bevolking, voor her personeel van andere bedrijven net als voor de
werklozen. Juist nu valt het helemaal niet in te zien waarom de
betrokkenen bij Opel en Karstadt, bij ‘Spar’ en bij Siemens,
niet bijeen zouden komen om gezamenlijk over hun situatie te
discussiëren. Tijdens de massastakingen in Polen in 1980
kwamen de arbeiders van een hele stad telkens bijeen op het gebied
van het plaatselijk grootste bedrijf. Daar stelden ze gezamenlijke
eisen op en werd de strijd in eigen hand genomen.

De strijd bij Mercedes maakte al duidelijk wat nu in de
aanvallen bij Opel en Karstadt wordt bevestigd - het grote
solidariteitsgevoel van de werkende bevolking met de betrokkenen.
In zulke omstandigheden stellen demonstraties in steden op een
centrale plek de bevolking, en dan vooral het personeel van andere
bedrijven en werklozen, in de gelegenheid zich daarbij aan te
sluiten en hun solidariteit te betuigen.

De strijd bij Mercedes liet bovendien zien dat de arbeiders
steeds beter begrijpen dat ze zich bij massa-ontslagen niet tussen
de verschillende vestigingen tegen elkaar mogen laten uitspelen.
Ook aan de kant van het kapitaal wordt nu ingezien dat men niet
meer zo grof als in de zomer tussen Bremen en Stuttgart kan
proberen om verdeeldheid te zaaien. Het was veelbetekenend dat op
de avond van 14 oktober minister-president Steinbrí¼ck van
Nordrhein-Westfalen op de televisie ten beste gaf dat hij er voor
zou zorgen dat ‘men’ niet (zoals de boze Amerikanen van
General Motors) de Duitse Opel-vestigingen van Rí¼sselsheim,
Bochum, Eisenach en Kaizerslautern tegen elkaar kon uitspelen. En
als het belangrijkste resultaat van de zitting van de algemene
bedrijfsraad van Opel op dezelfde avond werd eveneens aangekondigd
dat het elkaar onderling bijstaan van de verschillende delen van
het personeel voorop zou staan. Maar wat betekent het als
sociaal-democraten en vakbondsvertegenwoordigers van solidariteit
spreken? Omdat die instellingen bestanddelen en verdedigers van de
kapitalistische maatschappij zijn betekent ‘onderling bijstaan’
uit hun mond hoogstens dat elkaar beconcurrerende vestigingen
zullen proberen om prijsafspraken te maken. Zo maakte de
voorzitter van de algemene bedrijfsraad bekend dat hij ook met de
Zweedse collega’s wilde overleggen welke offertes de
verschillende fabrieken voor de nieuw te bouwen modellen konden
uitbrengen. In gewone taal: de bedrijfsraden net als de vakbonden
maken zelf deel uit van de kapitalistische concurrentiestrijd die
de arbeidersklasse verdeelt en haar klassensolidariteit
ondermijnt.

De gezamenlijke strijd van de arbeiders kan dus alleen door de
arbeiders zelf op gang worden gebracht en geleid worden.

De noodzaak om het kapitalisme politiek ter discussie te
stellen

Voor wat betreft de omvang van de crisis van het huidige
kapitalisme moeten de arbeiders eindelijk hun schroom verliezen om
zich met politieke vraagstukken bezig te gaan houden. Daarmee
bedoelen we niet de burgerlijke politiek maar dat de arbeiders de
problemen van de maatschappij als geheel aansnijden.

Door de huidige massa-ontslagen worden we geconfronteerd met de
werkelijkheid van deze maatschappij, dat we helemaal geen
‘medewerkers’ van deze of gene firma zijn, maar
uitbuitingsobjecten en kostenfactoren die men naar believen
genadeloos opruimt. Deze aanvallen maken duidelijk wat het
betekent dat de productiemiddelen niet aan de samenleving als
geheel toebehoren en helemaal niet de belangen van de maatschappij
dienen. In plaats daarvan zijn ze eigendom van een kleine
minderheid. Op de eerste plaats zijn ze onderworpen aan de blinde,
steeds vernietigender wetten van de concurrentie en de markt,
waardoor steeds grotere delen van de mensheid in ellende en
onverdraaglijke onzekerheid worden gestort. Wetten, die de
elementaire menselijke solidariteit ondergraven, zonder welke er
op de langere termijn helemaal geen maatschappij meer kan bestaan.
En de loonafhankelijke arbeiders, die nu haast alle goederen en
‘diensten’ voortbrengen die de mensheid nodig heeft, beginnen
zich er langzaam van bewust te worden dat zij in deze
maatschappelijke ordening in het geheel niets, maar dan ook niets
te vertellen hebben.

De crisis bij Karstadt en Opel is niet gevolg van slecht beheer
maar uitdrukking van een al tientallen jaren durende, chronische,
vernietigende overproductiecrisis. Door deze crisis verdwijnt
steeds meer de koopkracht van de massa van de werkende bevolking.
Dat raakt omgekeerd weer de kleinhandel, de afzet van auto’s,
kortom, het raakt de hele economie steeds harder. De verscherpte
concurrentiestrijd dwingt de kapitalisten ertoe om de kosten te
verminderen, wat de massa-koopkracht nog verder doet slinken en de
crisis verder verscherpt. Binnen het kapitalisme bestaat er geen
ontsnappen aan deze vicieuze cirkel.

Internationale Kommunistische Stroming.

Geografisch: 

Aktiviteiten van de IKS: