Manifest van het Negende Congres van de IKS (1991)

See also :

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Na de val van de Muur van Berlijn nam het Negende Congres van de IKS een manifest aan tegen de golf van leugencampagnes van de wereldbourgeoisie over de zogenaamde “dood van het kommunisme”.

Na de val van de Muur van Berlijn nam het Negende Congres van de IKS een manifest aan tegen de golf van leugencampagnes van de wereldbourgeoisie over de zogenaamde “dood van het kommunisme” (*).

KOMMUNISTISCHE REVOLUTIE OF VERNIETIGING VAN DE MENSHEID

Nooit in de geschiedenis zijn de keuzes zó dramatisch en beslissend geweest. Nog nooit heeft een sociale klasse een dergelijke verantwoordelijkheid gedragen zoals het proletariaat nu.

“Het Kommunisme is dood!” “Arbeiders, het gaat niet meer aan te hopen op de vernietiging van het kapitalisme, dit systeem heeft voor eens en voor altijd zijn doodsvijand gevloerd.” Dat verkondigt de bourgeoisie in alle toonaarden sinds het Oostblok ineen is gestort. De grootste leugen uit de geschiedenis, de vereenzelviging van kommunisme met stalinisme, met één van de meest barbaarse vormen van kapitalistische uitbuiting wordt ons zo nogmaals opgediend; op het moment waarop datzelfde Stalinisme verbrijzelt en in chaos afglijdt. De heersende klassen van alle landen zijn er op uit hun uitgebuiten te overtuigen dat strijd voor verandering van de wereld ijdel is. “We moet tevreden zijn met wat we hebben, want meer is er niet. En zie wat er gebeurde toen het kapitalisme omvergeworpen werd: de daaropvolgende maatschappij was nog slechter.” De weinig roemrijke capitulatie van het stalinisme sinds 1989, de smadelijke ineenstorting van het erdoor overheerste blok wordt ons voorgesteld als “grote overwinning van de Democratie en de Vrede”. Er wordt een ‘Nieuwe Wereldorde’ aangekondigd, met vrede en voorspoed, waarin de ‘Mensenrechten’ eindelijk geëerbiedigd zouden worden.

De zichzelf zo graag ‘beschaafd’ noemende landen ontketenden in 1990, toen de kwijl van deze redevoeringen nog niet eens was opgedroogd, een onnoemelijke oorlogsbarbarij in het Midden-Oosten, waarbij honderdduizenden mensenlevens werden weg gebombardeerd en Irak veranderde in een slagveld vol ruïnes en lijken. Zo werden de bevolkingen van dat land monsterlijk ‘afgestraft’, een straf die zogenaamd bedoeld was voor de leiders die diezelfde bevolkingen uitbuiten en onderdrukken.

“Maar nu is het afgelopen”, verzekert de bourgeoisie ons met de hand op het hart. “Deze oorlog was noodzakelijk”, zegt ze, “om nooit meer andere oorlogen te krijgen”, om het ‘Internationale Recht’ te laten respecteren. Daarmee zou eindelijk de deur worden geopend naar een solidaire wereld, waarin conflicten vredig worden bijgelegd onder bescherming van de ‘Internationale Gemeenschap’ en de ‘Verenigde Naties’.

Het wereldproletariaat had geen antwoord op al die verwoestingen, al die uitbarstingen van barbarendom en leugens. Heeft de heersende klasse de strijd definitief gewonnen? Heeft ze voor eeuwig de tegenstellingen beslecht die haar systeem vanaf de geboorte, maar vooral de laatste tientallen jaren bestookt hebben? Zou ze het spook van de kommunistische revolutie, dat haar al meer dan een eeuw slapeloze nachten bezorgt, hebben verjaagd? Dat wil ze de uitgebuiten maar al te graag wijsmaken. Laten we ons niet vergissen. De wereld zoals ze ons die voorstelt, en die we volgens haar moeten verdedigen, zal niet beter zijn dan de huidige, maar veel slechter. De arbeidersklasse heeft van haar kant het laatste woord nog niet gesproken. Zelfs wanneer ze voor het moment monddood is gemaakt, dan behoudt ze toch de kracht om een einde te maken aan het kapitalisme en het barbarendom dat het kapitalisme voortbrengt. Haar strijd vormt meer dan ooit de enige hoop voor de mensheid. Een mensheid die zich moet bevrijden uit de ketenen, uit de ellende, uit de oorlogen en alle rampen waaronder zij altijd gebukt is gegaan.

Dat is het wat de revolutionairen aan hun klasse te zeggen hebben. En dat benadrukt ook dit manifest.

De eerste plicht van de revolutionairen tegenover de weerzinwekkende campagnes van de burgerlijke propaganda is de waarheid in ere herstellen. Ze moeten bij het proletariaat in herinnering roepen wat de kommunistische revolutie werkelijk was en wat die zal zijn. Dezelfde revolutie die nu verantwoordelijk wordt gesteld voor al het leed waaronder de mensheid gebukt gaat. Het is vooral hun taak om de monsterlijke leugen te ontmaskeren waarmee regimes, die tientallen jaren een groot deel van de wereld overheersten, als ‘kommunistisch’ zijn gedoodverfd. Zij moeten laten zien dat die regimes geen kinderen, zelfs geen onwettige, van de proletarische revolutie waren, maar juist de grafdelvers ervan.

HET STALINISME IS GEEN KIND VAN DE REVOLUTIE, MAAR DE VERPERSOONLIJKING VAN DE CONTRAREVOLUTIE

Het proletariaat heeft aan het begin van de eeuw, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog, een titanenstrijd gevoerd die bijna een eind maakte aan het kapitalisme. In Rusland wierp het in 1917 de burgerlijke macht omver. In het belangrijkste Europese land, Duitsland, deed het tussen 1918 en 1923 verschillende aanvallen om datzelfde te bereiken. Van Italië tot Canada en van Hongarije tot China, overal ter wereld vond die revolutionaire golf weerklank, overal waar er een ontwikkelde arbeidersklasse bestond. Zo antwoordde het wereldproletariaat op het begin van de vervalperiode van het kapitalisme, waarvan de wereldoorlog de eerste grote manifestatie was. Het vormde een schitterende bevestiging van alle voorspellingen die de revolutionairen deden sinds halverwege de negentiende eeuw. Zoals al aangekondigd in het Kommunistisch Manifest van 1848 had voor het proletariaat het uur geslagen om het vonnis uit te voeren dat de geschiedenis over het kapitalisme had geveld, over een productiestelsel dat niet langer in staat was de vooruitgang van de mensheid te verzekeren.

De nederlaag van de arbeidersklasse en de kapitalistische kontrarevolutie

Deze gigantische beweging van de arbeidersklasse die de wereld deed wankelen kon door de wereldbourgeoisie echter in bedwang worden gehouden. Toen ze de angst voor haar eigen verdwijning overwonnen had, reageerde ze als een gewond roofdier. Ze wierp zich met volle gewicht in de strijd en schrok voor geen enkele misdaad terug.

Om als eenheidsfront tegen de revolutie op te treden maakte ze met een handomdraai een einde aan de imperialistische tegenstellingen waardoor ze vier lange oorlogsjaren verscheurd was. Ze overwon de opstandige arbeidersmassa’s met doortraptheid en onderdrukking, met leugens en bloedbaden. Ze legde een veiligheidscordon rond revolutionair Rusland, in de vorm van een blokkade waardoor tientallen miljoenen mensen werden overgeleverd aan de gruwelijkste hongersnood. En ze haastte zich natuurlijk om de schuld daarvan aan de revolutionaire beweging te geven. Door met man en macht massale steun aan de witte legers van het onttroonde tsarisme te geven ontketende ze een afgrijselijke burgeroorlog die miljoenen levens kostte en die de economie volledig verwoestte. Op dit slagveld vol ruïnes kon de arbeidersklasse van Rusland de legers van de contrarevolutie nog terugdringen en zelfs verslaan. Maar geïsoleerd door het mislukken van de wereldrevolutie en uitgedund door strijd en honger, kon ze de macht die ze in 1917 in handen nam niet behouden. En nog minder kon ze ‘het socialisme opbouwen’. De arbeidersklasse moest noodzakelijkerwijs, na verslagen te zijn in de andere landen, met name in de grote industriële metropolen van West-Europa en Noord-Amerika, ook in Rusland zelf het onderspit delven.

De overwinning van de contrarevolutie op wereldschaal leidde in Rusland niet tot de omverwerping van de staat die er na de revolutie was opgericht, maar wel tot zijn ontaarding. In een land dat zich door het voortbestaan van de burgerlijke macht op wereldschaal niet kon bevrijden van het kapitalisme, bracht het staatsapparaat een nieuwe vorm van de bourgeoisie voort die belast werd met het uitbuiten van de arbeidersklasse en het beheer van het nationale kapitaal. De partij van de bolsjewieken, eens de voorhoede van de revolutie van 1917, onderging op haar beurt dezelfde ontaarding door zich steeds meer met de staat te vereenzelvigen. De beste strijders voor de revolutie in haar gelederen werden geleidelijk uit hun verantwoordelijkheden gezet, ze werden uitgesloten, verbannen, gevangen gezet en uiteindelijk geëxecuteerd door een hele laag arrivisten en bureaukraten die in Stalin hun beste vertegenwoordiger vonden. Hun bestaansreden bestond niet uit het verdedigen van de belangen van de arbeidersklasse. Integendeel, met leugen en onderdrukking werd de meest onwaardige van alle diktaturen opgelegd om de nieuwe vorm van kapitalisme die in Rusland was ingevoerd, te behouden en te versterken.

De andere partijen van de Internationale, de ‘kommunistische’ partijen, volgden dezelfde weg. De mislukking van de wereldrevolutie en de ontreddering die er in de arbeidersrangen op volgde, stimuleerden de ontwikkeling in die partijen van het opportunisme, dat wil zeggen van een politiek die de revolutionaire beginselen en de historische vooruitzichten van de beweging van de arbeidersklasse opoffert aan illusoire onmiddellijke ‘successen’. Die ontwikkeling van de kommunistische partijen maakte het mogelijk dat figuren op de voorgrond traden die meer dachten aan het maken van een loopbaan in het raderwerk van de burgerlijke maatschappij, in het parlement of in de gemeenteraden, dan aan strijd aan de zijde van de arbeidersklasse en aan het verdedigen van haar belangen. Besmet met de opportunistische ziekte, in handen gevallen van bureaukratische arrivisten, onderworpen aan de druk van de Russische staat die door leugen en intimidatie deze bureaukraten in de leidende organen wist te benoemen, eindigden die partijen met verraad, en nadat ze de elementen die trouw bleven aan de revolutionaire strijd uit hun rangen hadden verdreven, liepen ze met hebben en houwen over naar het kamp van de bourgeoisie.

Net als de partij der bolsjewieken die overheerst werd door het stalinisme, werden zij elk in hun land omgevormd tot voorhoede van de contrarevolutie. Die rol konden ze des te beter spelen omdat ze zich bleven voordoen als partijen van de kommunistische revolutie, als erfgenamen van de rode Oktober. Om zijn macht op de ontaardende partij der bolsjewieken te grondvesten en de meest oprechte en aan de zaak van het proletariaat toegewijde militanten uit te schakelden, tooide Stalin zich met het hele prestige van Lenin. En om de arbeidersstrijd beter te saboteren matigden de stalinistische partijen zich op dezelfde manier het prestige aan dat de Russische Revolutie van 1917 en de strijders van de partij der bolsjewieken in de ogen van de arbeiders van de hele wereld verworven hadden.

De vereenzelviging van stalinisme met kommunisme, die ons nu opnieuw wordt opgediend, is zeker de grootste leugen uit de geschiedenis. In werkelijkheid is het stalinisme de ergste vijand van het kommunisme, het tegenovergestelde ervan.

Het kommunisme kan enkel internationalistisch zijn, het stalinisme is de overwinning van het chauvinisme

Het internationalisme, de internationale solidariteit tussen de arbeiders van de hele wereld, stond in de kommunistische theorie van meet af aan bovenaan de beginselen. “Proletariërs aller landen, verenigt U!”, dàt was de leuze van het Kommunistisch Manifest opgesteld door Marx en Engels, de twee belangrijkste grondleggers van deze theorie. Datzelfde manifest legt er de nadruk op dat “de arbeiders geen vaderland hebben”. Als het internationalisme altijd een zo grote betekenis had voor de arbeidersbeweging, dan is dat niet vanwege de utopische ideeën van enkele valse profeten, maar omdat de revolutie van het proletariaat, die als enige in staat is een eind te maken aan de kapitalistische uitbuiting en aan iedere vorm van uitbuiting van de ene mens door de andere, alleen maar mogelijk is op wereldschaal.

En dat werd luid en duidelijk verkondigd vanaf 1847: “De kommunistische revolutie zal [...] geen louter nationale revolutie zijn; zij zal er een zijn, die in alle beschaafde landen [...] gelijktijdig plaatsvindt. [...] Zij zal eveneens een belangrijke uitwerking hebben op de overige landen der wereld en een volledige verandering en grote versnelling betekenen van de wijze waarop ze zich tot dan toe hebben ontwikkeld. Ze is een universele revolutie en zal zich dan ook op universeel terrein afspelen” (F. Engels, Beginselen van het Kommunisme).

Datzelfde beginsel werd nogmaals ferm verdedigd door de bolsjewiki tijdens de revolutie in Rusland: “De Russische revolutie is slechts een voorpost van het socialistische wereldleger, en het succes en de overwinning van de revolutie die we hebben volbracht hangt af van de actie van dat leger. Dat feit vergeet niemand van ons. [...] Het Russisch proletariaat is zich bewust van zijn revolutionaire isolement en ziet helder dat zijn overwinning het gezamenlijke ingrijpen van alle arbeiders van de wereld tot absolute voorwaarde en fundamenteel uitgangspunt heeft.” (Lenin, 23 juli 1918).

Daarom was de stelling die Stalin in 1925, na de dood van Lenin, naar voren bracht over de “opbouw van het socialisme in één land” niets anders dan een schaamteloos verraad aan de basisbeginselen van de arbeidersbeweging. In plaats van het internationalisme te verdedigen, waarvoor de bolsjewiki en alle revolutionairen altijd gevochten hadden, vooral tijdens de Eerste Wereldoorlog die juist dankzij de actie van de proletariërs in Rusland en Duitsland beëindigd werd, werden Stalin en zijn handlangers de woordvoerders van het meest weerzinwekkende nationalisme.

In Rusland werden, onder het voorwendsel van de verdediging van het ‘socialistische vaderland’, de oude chauvinistische campagnes weer opgerakeld die enkele jaren daarvoor als vlag dienden voor de witte legers in hun strijd tegen de proletarische revolutie. En tijdens de Tweede Wereldoorlog klopte Stalin zich op de borst voor de deelname van zijn land aan de imperialistische slachtpartij, waarin twintig miljoen sovjetburgers omkwamen voor de ‘overwinning van het vaderland’. In de andere landen zien de stalinistische partijen het als hun plicht om de nationale volksliederen te vermengen met de Internationale, het universele lied van het proletariaat. De rode vlag, het vaandel van bijna een eeuw arbeidersstrijd, werd vastgenaaid aan al de nationale dweilen die door agenten en militairen werden gehesen wanneer ze de arbeiders afslachtten. En in de chauvinistische hysterie die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog losbarstte in de landen die door de Duitse legers bezet waren, stonden de stalinistische partijen vooraan en eisten ze het alleenrecht op om iedereen die probeerde een internationalistische stem te laten horen, te vermoorden als ‘volksverrader’.

Nationalisme tegen internationalisme: dat bewijst, voorzover dat nog nodig is, dat het stalinisme niets met kommunisme te maken heeft. Maar dat is niet alles. Het kommunisme is de opheffing van de uitbuiting dankzij de diktatuur van het proletariaat; het stalinisme is de diktatuur over het proletariaat om de uitbuiting te laten voortbestaan.

Het kommunisme kan alleen gevestigd worden door de diktatuur van het proletariaat, dat wil zeggen door de macht van de klasse van loonarbeiders over het geheel van de maatschappij. Die macht oefent de arbeidersklasse uit dankzij de arbeidersraden, dat wil zeggen de soevereine vergaderingen van de arbeiders. Die hebben de verantwoordelijkheid om de belangrijke beslissingen te nemen over de ontwikkeling van de maatschappij en ze oefenen een permanente kontrole uit op de vertegenwoordigers die ze aanduiden voor centralisatie- en coördinatietaken. Het is juist op basis van dit beginsel dat de macht van de ‘sovjets’ (‘raden’ in het Russisch) in 1917 werd ingevoerd. Het stalinisme vertegenwoordigt het tegenovergestelde van een dergelijke heerschappij. De enige diktatuur die het kent is niet die vàn het proletariaat, maar een in naam van het proletariaat uitgeoefende diktatuur óver het proletariaat. En wel door een kleine minderheid van bureaukraten, die steunen op de meest verschrikkelijke terreur, op agenten, verklikkers, concentratiekampen en bloedbaden onder de arbeiders die het wagen zich tegen hen te keren, zoals we nogmaals zagen in Hongarije in 1956 en in Polen in 1970 en 1981.

In laatste instantie betekent het kommunisme de opheffing van de uitbuiting van de ene mens door de andere, het einde van de verdeling van de maatschappij tussen bevoordeelde en uitgebuite klassen, waarbij het werk van de uitgebuiten vooral dient tot het vetmesten van de uitbuiters. Onder de stalinistische regimes ging de uitbuiting van de arbeiders gewoon door. Hun werk, hun zweet en ontberingen dienden er enkel toe dat de leidende leden van het partij-staatsapparaat van hun voorrechten konden genieten. Ze konden profiteren van hun luxe-residenties terwijl de arbeidersgezinnen werden opeengepakt in erbarmelijke woonruimten. Ze beschikten over speciale winkels waarin het aan niets ontbrak terwijl de winkels bestemd voor de arbeiders wanhopig leeg waren en men uren in de rij moest staan om met enig geluk nog een stukje vlees te vinden dat al half bedorven was. In de kommunistische maatschappij zal de productie voornamelijk worden gericht op de bevrediging van de menselijke behoeften. Dan zijn de Sovjet-Unie en andere landen van hetzelfde soort wel mooie voorbeelden van een ‘kommunistische’ maatschappij, of maatschappij ‘op weg naar het kommunisme’. Daar, meer nog meer dan in de landen die openlijk kapitalistisch worden genoemd, is het beste van de productie bestemd voor de bewapening, voor de meest geraffineerde en dodelijkste vernietigingsmiddelen.

Tenslotte vertonen de regimes die tientallen jaren een groot deel van de wereld beheersten in naam van het kommunisme, van het socialisme en van de arbeidersklasse, alle belangrijke kenmerken van het kapitalisme. En wel omdat die regimes volslagen kapitalistisch zijn, zelfs wanneer het om een heel kwetsbare vorm van kapitalisme gaat, zelfs wanneer de ‘privé’-bourgeoisie, zoals we die kennen in de westerse landen er vervangen is door een staatsbourgeoisie, en zelfs wanneer de algemene tendens naar staatskapitalisme, die het hele kapitalistische systeem in alle landen sinds het begin van haar vervalperiode kenmerkt, er de meest karikaturale en absurde vormen heeft aangenomen.

De ‘democratieën’: medeplichtigen van het stalinisme

Juist omdat het regime dat in Rusland aan de macht komt na de mislukking van de revolutie niets anders is dan een variant van het kapitalisme, en zelfs de speerpunt is van de contrarevolutie, ontvangt het de warme steun van alle bourgeoisieën die enkele jaren eerder meedogenloos de macht van de sovjets bestreden. In 1934 aanvaardden die bourgeoisieën de Sovjet-Unie zelfs als lid van de Volkenbond (voorganger van de Verenigde Naties). Die werd door revolutionairen als Lenin vanaf zijn oprichting omschreven als een ‘rovershol’. Dat is het teken dat Stalin ‘eerbiedwaardig’ is geworden in de ogen van de heersende klasse van alle landen, dezelfde heersende klasse die de bolsjewiki van 1917 voorstelden als barbaren met messen tussen de tanden. De imperialistische rovers erkenden huns gelijke. Wie nog vervolgd werd door de internationale bourgeoisie, dat waren de revolutionairen die zich verzetten tegen het stalinisme. Trotski bijvoorbeeld, een van de belangrijkste leiders van de revolutie van 1917, wordt in de hele wereld vogelvrij verklaard. Verjaagd uit de Sovjet-Unie in 1929, vervolgens uit het ene land na het andere verbannen, onderworpen aan een stelselmatige politiecontrole, moet hij ook nog opboksen tegen de smerigste lastercampagnes die de stalinisten tegen hem ontketenen en waaraan de westerse bourgeoisieën zich medeschuldig maken. Wanneer Stalin vanaf 1936 zijn laaghartige ‘Processen van Moskou’ organiseert, waar de makkers van Lenin, gemarteld en gebroken, zichzelf van de meest absurde misdaden beschuldigen en harde straffen tegen zichzelf eisen om een voorbeeld te stellen, dan zegt diezelfde bourgeoisie “dat er geen rook zonder vuur is”. De bourgeoisie van alle landen was dus medeplichtig toen Stalin die monsterlijke misdaden beging, toen hij in zijn gevangenissen en concentratiekampen tienduizenden kommunisten en meer dan tien miljoen arbeiders en boeren uitroeide. En de delen van de bourgeoisie die de meeste vlijt toonden in die medeplichtigheid, dat waren de ‘democratische’ delen, vooral de sociaal-democratie, dezelfde delen die nu om het hardst de stalinistische misdaden veroordelen en die zichzelf voordoen als voorbeelden van deugdzaamheid.

De medeplichtigheid van de ‘democratieën’ aan de laagheden van het stalinisme, een medeplichtigheid die nu zorgvuldig wordt verborgen, is niet hun enige misdaad. De burgerlijke democratieën zijn net zulke grote specialisten in wreedheden als de andere vormen van kapitalistische heerschappij, het stalinisme en het fascisme.

DE ‘DEMOCRATIE’ IS HET HUICHELACHTIGE MASKER VAN DE BLOEDDORSTIGE DIKTATUUR VAN DE BOURGEOISIE

De revolutionairen hebben altijd de leugen van de ‘democratie’ in de kapitalistische maatschappij ontmaskerd. Die regeringsvorm waarin officieel de macht bij het ‘volk’ ligt, bij alle burgers, is altijd het ongedeelde machtsinstrument van de bourgeoisie geweest over de klassen die ze uitbuit.

De burgerlijke democratie heeft van meet af aan haar adelsbrieven verworven met het verrichten van smerig werk. De grote Amerikaanse democratie, die van Washington, Jefferson & Co., die als voorbeeld geldt voor alle anderen, handhaafde de slavernij tot 1864. En toen ze besloot die af te schaffen omdat de uitbuiting van arbeiders voordeliger was dan die van slaven, was het een andere voorbeeldige democratie, die van Groot-Brittannië, die de zuidelijke staten van de Verenigde Staten ondersteunde die de slavernij wilden voortzetten. In diezelfde periode is het een andere grote vertegenwoordiger van de burgerlijke democratie, de republiek Frankrijk, erfgenaam van de revolutie van 1789 en van de ‘Verklaring van de Rechten van de Mens’, die zich eind mei 1871 onderscheid door het neerslaan van de Commune van Parijs, wat neerkwam op het uitmoorden van tienduizenden arbeiders in één week.

Toch zijn die misdaden van de democratische regimes niet meer dan kinderspel vergeleken met wat ze in de twintigste eeuw uitgericht hebben.

De misdaden van de ‘democratische’ bourgeoisie tijdens de twintigste eeuw

Het zijn inderdaad de zeer ‘democratische’ regeringen die, met de vlijtige steun van de meeste ‘socialistische’ partijen, de belangrijkste baanbrekers zijn voor de Eerste Wereldoorlog, waarin bijna twintig miljoen mensenlevens werden weggemaaid. Diezelfde regeringen, met medeplichtigheid of zelfs onder leiding van de ‘socialisten’, smoren de revolutionaire golf in bloed die een einde maakte aan de slachtpartij van de oorlog. In Berlijn, in januari 1919, is het onder voorwendsel van een vluchtpoging dat de soldateska in opdracht van de ‘socialist’ Noske overgaat tot standrecht tegen de twee belangrijkste leiders van de revolutie: Karl Liebknecht wordt met een nekschot afgemaakt, Rosa Luxemburg wordt doodgeknuppeld. Tegelijkertijd kon de sociaal-democratische regering duizenden arbeiders laten afslachten dankzij de 16.000 mitrailleurs die het overwinnende Frankrijk ijlings teruggaf aan het overwonnen Duitsland. Diezelfde ‘democratieën’, vooral de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk, geven vanaf 1918 onophoudelijk steun aan de tsaristische troepen, dus verbonden met een van de meest brute en achterlijkste regimes van dat ogenblik, om het revolutionaire proletariaat van Rusland te bestrijden.

In de periode tussen beide wereldoorlogen beging de ‘democratische’ bourgeoisie zeker niet minder misdaden. Het wemelde bijvoorbeeld van de koloniale bloedbaden. Het buitengewoon democratische Engeland zal als eerste één van de wreedheden begaan die later de ‘slager van Bagdad’, Saddam Hussein wordt aangewreven: het gebruik van verstikkingsgassen tegen de Koerdische bevolking. Toch kwamen de democratieën pas goed op dreef tijdens de Tweede Wereldoorlog toen ze voorgaven een kruistocht te houden tegen de dictatuur en de wreedheden van de nazi’s.

De ‘geallieerden’ hadden na die oorlog een onuitputtelijke propagandabron in de ‘oorlogsmisdaden’ die door de Duitse autoriteiten waren gepleegd. Dat was natuurlijk niet moeilijk: met een politiedictatuur en vernietigingskampen het stalinisme waardig, vertegenwoordigde het nazisme met het stalinisme het toppunt van het barbarendom dat het kapitalisme in verval voortbrengt. Het nazisme was op ‘democratische’ en parlementaire wijze in de regering binnengehaald door dezelfde Duitse bourgeoisie die de sociaal-democratie aan de macht bracht om de arbeidersrevolutie te verpletteren. Als kind van de contrarevolutie die de bourgeoisie tien jaar daarvoor ontketende, vertegenwoordigde het nazisme, met name door het uitroeien van zes miljoen joden, het zinnebeeld van de wreedheden waarin de heersende klasse zwelgt zodra ze zich bedreigd voelt. De verantwoordelijken voor de nazi-misdaden verschenen voor het Tribunaal van Neurenberg en sommigen ervan werden geëxecuteerd. Daarentegen is er nooit een tribunaal geweest om te oordelen over Churchill, Roosevelt, Truman, of de ‘geallieerde’ militairen die ondermeer verantwoordelijk waren voor stelselmatige bombardementen op Duitse steden, en dan vooral van de arbeiderswijken daarin, waarbij telkens tienduizenden burgerslachtoffers vielen. Geen tribunaal ook, want ze maakten deel uit van het overwinnende kamp, voor de degenen die opdracht gaven Dresden op 13 en 14 februari 1945 te veranderen in een gigantische vuurstorm. Daarbij kwamen in enkele uren 200.000 mensen om, en dat terwijl de oorlog al gewonnen was en deze stad geen enkele militaire installatie herbergde maar juist een toevluchtsoord vormde voor honderdduizenden vluchtelingen en gewonden. Evenzo was het de grote Amerikaanse democratie, die als eerste, en tot dusverre als enige in de geschiedenis, in augustus 1945 atoombommen gooide. En wel op de Japanse steden Hirosjima en Nagasaki, waarin in één ogenblik 75.000 en 40.000 doden vielen, en daarna, na gruwelijk lijden, nog veel meer.

Diezelfde ‘democraten’, de Churchill’s en de Roosevelt’s, waren heel goed op de hoogte van de uitroeiing van miljoenen joden door het Nazi-regime. Maar ze deden niets om die te redden, en ze gingen daarbij zelfs zover dat ze alle voorstellen afsloegen van de Duitse regering en haar bondgenoten om er enkele honderdduizenden te bevrijden. Cynischer konden die ‘humanisten’ hun daden niet rechtvaardigen: het vervoeren en opvangen van al die joden zou de oorlogsinspanningen vertragen.

Na de Tweede Wereldoorlog worden de ‘democratische’ misdaden voortgezet

Na de oorlog hesen de overwinnaars overal de vlag van de moraal, van de vrijheid, van het volkerenrecht en van de rechten van de mens. Dat was bedoeld als contrast met het barbarendom van de nazi’s. Maar diezelfde overwinnaars misten geen enkele gelegenheid om dezelfde methoden toe te passen. Massale wraakacties tegen burgerbevolkingen bijvoorbeeld zijn nooit het alleenrecht van de aangeklaagden van Neurenberg geweest. Ze maakten deel uit van het dagelijkse leven van de koloniale en neo-koloniale oorlogen die de verschillende ‘democratische’ landen voerden. Zoals de Verenigde Staten, lichtbaken van de ‘vrije wereld’, of Frankrijk, ‘vaderland van de mensenrechten’. De dag waarop het hitleriaans Duitsland kapituleert, 8 mei 1945, vermoordt de Franse regering, waarin christen-democraten, ‘socialisten’ en ‘kommunisten’ zijn opgenomen, met bommen 20.000 mensen in de Algerijnse steden Sétif en Constantine, waar een deel van de bevolking de regeringsslogans over ‘nationale bevrijding’ letterlijk nam. Twee jaar later herhaalt die regering dezelfde heldendaad in Madagascar waarbij dit keer 80.000 doden vielen.

De Gestapo paste martelingen toe en de ‘gorilla’s’ van Argentinië en Chili worden nu van ‘verdwijningen’ beschuldigd. Maar dezelfde Franse autoriteiten pasten die jarenlang toe in Indochina en Algerije, wat zover ging dat talrijke politie-agenten en militairen met walging ontslag namen. De weerzinwekkende bloedbaden die het Amerikaanse leger in Vietnam aanrichtte zijn ook nog niet vergeten: dorpen met napalm platgebrand, boeren neergemitrailleerd vanuit helikopters, het uitroeien van de hele bevolking van Mi Laï, vrouwen, kinderen en bejaarden daarbij inbegrepen, zie daar de gloriedaden van de legers van deze helden van de ‘democratie’. Kortom, de democratie onderscheidt zich fundamenteel in niets van de andere regeringsvormen van de bourgeoisie. Ze heeft die in niets te benijden als het gaat om het onderdrukken van de uitgebuiten, het uitmoorden van bevolkingen, het martelen van tegenstanders, en het voorliegen van onderdanen. En juist daarin ligt haar superioriteit ten opzichte van de openlijk dictatoriale regimes. Stalinisme en fascisme liegen stelselmatig om te regeren, maar de democratie gaat nog verder: ze bedrijft precies dezelfde misdaden, ze liegt op even grote schaal, maar ze pretendeert het tegenovergestelde en ze kleedt zich in het kostuum van de deugd, het recht en de waarheid, terwijl ze heel het spektakel organiseert van de ‘zelfkritiek’ door ‘mensen met verantwoordelijkheidsgevoel’, met andere woorden door haar beste verdedigers. Dat is het vijgeblad waarachter de meedogenloze en bloeddorstige dictatuur van de bourgeoisie voor de uitgebuiten verborgen wordt.

En juist daarom vertegenwoordigt zij een groot gevaar voor de arbeidersklasse. Daarom moeten de arbeiders nu weigeren zich te laten wiegen in de campagnes rond de zogenaamde ‘overwinning van de democratie over het kommunisme’ net als ze niet in de val moeten lopen van de leugens over de ‘nieuwe wereldorde’ die daardoor zou worden aangekondigd.

MEER DAN OOIT IS DE OORLOGSBARBARIJ HET ENIGE ‘VOORUITZICHT’ DAT HET KAPITALISME ONS BIEDT

De Golfoorlog tussen Irak en de ‘coalitie’ onder leiding van de Verenigde Staten liet nogmaals zien wat al die mooie democratische redevoeringen waard zijn. Nogmaals zagen we de grote ‘beschaafde’ landen aan het werk: honderdduizenden doden in Irak, het inzetten van de dodelijkste en meest barbaarse wapens zoals de bommen van zeven ton en de ‘fuel air combustible’ bommen die hun slachtoffers nog veel efficiënter verstikken dan de gassen die Saddam Hussein inzette. We konden zien hoe die ‘democratische’ en ‘ontwikkelde’ landen op grote schaal hongersnoden en epidemieën veroorzaakten voor de overlevenden en stelselmatig burgerdoelen vernietigden zoals graansilo’s, voedingsindustrie, waterzuiverings-installaties en ziekenhuizen.

Geleidelijk aan hoorden we hoe de beroemde beelden van de ‘schone oorlog’ die de media, in opdracht, wekenlang tot vervelens toe verspreiden, in werkelijkheid een oorlog verborgen die net zo ‘smerig’ was als alle andere. Soldaten die met tienduizenden tegelijk levend werden begraven, ‘bommentapijten’ die in driekwart van de gevallen hun doel mistten, maar die wel een ware slachtpartij aanrichtten onder de omwonende bevolking, de moord op 800 mensen in een schuilkelder in Bagdad, het enorme bloedbad onder vluchtende soldaten en zelfs burgers, zoals op de weg van Koeweit naar Basra tijdens de laatste oorlogsdag. Ook konden we vaststellen hoe ver de ‘democratische’ bourgeoisie in haar cynisme durft te gaan. Ze liet slager Saddam de Koerdische bevolking uitroeien. Maar ze had die daarvoor zelf opgeroepen om tegen hem in opstand te komen onder de vlag van nationalistische klieken. En ze getuigde van een ongelooflijke huichelarij door vervolgens, toen het bloedbad voorbij was, zogenaamde ‘humanitaire hulp’ te organiseren.

De leugens van de bourgeoisie

De Golfoorlog liet ten overvloede zien hoe leugenachtig alle redevoeringen zijn die de ‘democratische’ regeringen ophoesten over de ‘persvrijheid’ en het ‘recht op informatie’. De hele Golfoorlog lang bestond er maar één waarheid, die van de Verenigde Staten, en maar één soort van beelden, die van de belangrijkste militaire hoofdkwartieren. De zogenaamde ‘persvrijheid’ liet zien wat zij waard was: eenvoudig een huichelachtig ornament. Vanaf het moment dat de eerste bommen vielen gaven alle media, zoals in om het even welke dictatuur, vrij baan aan onderdanig en nauwgezet uitvoeren van de regeringsopdrachten. De ‘democratie’ toonde nogmaals haar ware gelaat: dat van instrument van de ongedeelde dictatuur van de heersende klasse over de uitgebuiten. Tussen de schofterigste leugens waarmee we werden overladen, gaat de hoofdprijs naar hen die deze slachtpartij voorstelden als ‘oorlog voor de vrede’, bedoeld om eindelijk een ‘nieuwe wereldorde van voorspoed en vrede’ in te stellen.

Dat is één van de meest afgezaagde en onuitstaanbare burgerlijke leugens. Telkens wanneer het kapitalisme in verval opnieuw zwelgt in een imperialistische slachtpartij zingt de bourgeoisie hetzelfde liedje. De Eerste Wereldoorlog, met z’n twintig miljoen doden, zou de oorlog zijn ‘die een einde aan alle oorlogen’ maakte. Twintig jaar later was de oorlog nóg afgrijselijker: vijftig miljoen doden. En de overwinnaars ervan noemden dat een ‘definitieve overwinning van de beschaving’. De daaropvolgende oorlogen hebben samen minstens zoveel slachtoffers geëist. En daarbij zijn dan nog niets eens de slachtoffers geteld van de andere rampen die ze teweegbrachten, zoals hongersnoden en epidemieën.

De arbeidersklasse mag niet in die val trappen: zolang het kapitalisme bestaat zal er nooit een einde aan de oorlog komen. Dat is geen kwestie van ‘goede’ of ‘slechte’ regeringspolitiek, het hangt niet af van de ‘wijsheid’ of ‘waanzin’ van staatsleiders. Oorlog in onverbrekelijk met het kapitalistisch systeem verstrengeld geraakt, met een systeem dat gegrondvest is op de concurrentie tussen de verschillende delen van het kapitaal. Een systeem dat door z’n economisch bankroet onherroepelijk in de richting gaat van groeiende rivaliteit tussen z’n verschillende sektoren. De handelsoorlog tussen alle naties kan daarin enkel uitlopen op de oorlog met het geweer in de hand. Laten we onszelf niets wijsmaken: de economische oorzaken van de Twee Wereldoorlogen zijn niet verdwenen. Integendeel, nooit eerder bevond de kapitalistische economie zich in een dergelijke impasse. Die impasse betekent dat het kapitalistische systeem zichzelf overleefd heeft en omvergeworpen moet worden. Net als de maatschappijvormen die eran vooraf gingen, de feodale en de slavenmaatschappij. Het voortbestaan van dit systeem is een  volslagen absurditeit voor de menselijke maatschappij. En absurditeit die haars gelijke alleen vindt in de imperialistische oorlog die alle rijkdom van wetenschap en menselijke arbeid niet gebruikt om de mensheid te dienen, maar enkel om al die rijkdom te vernietigen, om er ruïnes van te maken en lijken op te stapelen. Laten ze ons niet vertellen dat de ineenstorting van het Russische rijk, het einde van de verdeling van de wereld in twee vijandelijke blokken het einde van oorlog betekent. Een nieuwe wereldoorlog tussen twee grote machten en hun bondgenoten ligt voorlopig wel niet in het verschiet, maar toch heeft die situatie geen einde gemaakt aan de tegenstellingen binnen het kapitalisme. De crisis blijft onveranderlijk aanwezig. Wat verdwenen is, dat is de discipline die de grootmachten oplegden aan hun vazallen. En omdat de tegenstellingen tussen de naties enkel kunnen toenemen met de ongeneeslijke verdieping van de crisis, is het enige vooruitzicht zeker niet een ‘nieuwe wereldorde’, maar juist een steeds rampzaliger ‘wereldomvattende chaos’.

De toekomst van het kapitalisme: steeds meer oorlogsbarbarij

De toekomst van de maatschappij is dat alle landen, groot of klein, zich overgeven aan hun imperialistische honger. Dat is het ‘ieder voor zich’ van alle bourgeoisieën om met alle middelen, en dan vooral militaire, te proberen hun belangen te verdedigen ten koste van de anderen. Dat houdt in dat ze elkaar niet alleen ieder stukje van de markt betwisten, maar ook het kleinste stukje land, het geringste invloedsgebied. De toekomst die het kapitalisme aan de mensheid biedt is die van de grootste chaos uit de geschiedenis. Wanneer de grootste wereldmacht zich opwerpt als ‘politieagent’ om ‘de orde te handhaven’ is zij enkel in staat om nog meer wanorde te stichten en bloedig barbarendom voort te brengen, zoals we in het Midden-Oosten zagen in het begin van 1991. De kruistocht van de Verenigde Staten tegen Irak werd voorgesteld als die van de ‘internationale wet’, van het ‘recht’ en de ‘wereldorde’. Maar ze bleek niets anders te zijn dan een strafexpeditie van de machtigste gangster, de Verenigde Staten, die daarmee het recht opeiste om te doden ten koste van andere gangsters, zoals Saddam Hussein, om zijn eigen wet op te leggen, de wet van de sterkste, de wet van de onderwereld. Het enige verschil met de klassieke gangsters is dat die elkí¡í¡r vermoorden, en in niet te grote aantallen. De staatsleiders daarentegen vermoorden bij voorkeur de bevolkingen die door hun tegenstanders worden overheerst en ze doen dat op grote schaal. Wat betreft de ‘wereldorde’: sinds de Golfoorlog hebben we kunnen zien hoe die werd ‘gered’. In hetzelfde Midden-Oosten bracht de oorlog nog meer wanorde voort zoals de opstanden van de sjiieten en de Koerden, die de stabiliteit van de hele regio in gevaar brachten, van Iran, Turkije, Syrië, het zuiden van de Sovjet-Unie. Het gevaar kon slechts gekeerd worden door een bloedbad onder die bevolkingen aan te richten. In de rest van de wereld blijft de chaos groeien. Op het Afrikaans continent bijvoorbeeld zijn er alom etnische confrontaties en bloedbaden, zonder het nog te hebben over de hongersnoden en de epidemieën die dergelijke onlusten meebrengen. Een chaos waarvan Europa niet langer gespaard blijft. Joegoslavië wordt te vuur en te zwaard verscheurd. De mastodont die de Sovjet-Unie eens was, voert ondertussen stuiptrekkend zijn doodstrijd. Een staatsgreep zoals in een bananenrepubliek, de afscheiding van de meeste republieken, uitbarstingen van nationalisme, dat alles leidt tot botsingen op z’n Joegoslavisch, maar dan op de schaal van een heel werelddeel en bovendien met tienduizenden atoomkoppen die in handen kunnen vallen van de meest onverantwoordelijke delen van de bourgeoisie of in die van lokale maffia’s.

De verschillende machten van de voormalig Westers Blok zélf tenslotte beginnen elkaar ook al te verscheuren. Zo zagen we de Duitse bourgeoisie, met medeplichtigheid van de Oostenrijkse, olie op het vuur gooien in Joegoslavië door de Sloveense en Kroatische onafhankelijkheidsbewegingen te ondersteunen, terwijl de andere westerse bourgeoisieën gokten op het handhaven van de eenheid van dat land. Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de militaire macht ervan hoeven de voormalige westerse bondgenoten de rangen niet meer te sluiten. De imperialistische wedijver, de hebzuchtige strijd om elk economisch, politiek en militair invloedsgebied - groot of klein -, kan er enkel toe leiden dat iedereen verbeten probeert zoveel mogelijk naar zichzelf toe te trekken. En uiteindelijk is het juist om die reden dat de Verenigde Staten in Irak zoveel hebben vernietigd. Dit land was niet het enige mikpunt. Het tentoonspreiden van de Amerikaanse militaire macht, onvergelijkelijk met die van het overwonnen land, de obscene uitstalling van de meest geraffineerde en dodelijkste wapens was niet alleen bedoeld voor Irak of andere tweederangslanden die Irak proberen na te volgen. De boodschap van de Verenigde Staten was in laatste instantie gericht tot hun eigen ‘bondgenoten’ die ze in de oorlog meesleepten (zoals bijvoorbeeld Frankrijk, Italië en Spanje) of die voor de kosten ervan opdraaiden (zoals Japan en Duitsland): opgepast iedereen die de ‘wereldorde’ wil verstoren, die er van droomt de bestaande krachtsverhoudingen ter discussie te stellen, en die uiteindelijk de heerschappij van de eerste wereldmacht betwist!

De wereld ziet er uit als het groot domein van een stelletje geldhaaien waar, achter de redevoeringen over ‘wereldorde’, ‘vrede’ en ‘samenwerking’ tussen de naties, ‘solidariteit’ en ‘rechtvaardigheid’ voor de minst begunstigde bevolkingen, het ‘ieder voor zich’ tot ontwikkeling komt, de imperialistische wedijver oplaait, de oorlog van ieder tegen allen, de economische oorlog maar ook steeds meer de oorlog met de wapens. Tegenover die al bestaande bloedige chaos die nog veel erger zal worden, heeft het handhaven van de ‘wereldorde’ geen andere betekenis dan die van het steeds vaker en brutaler gebruik maken van de militaire macht, het aanrichten van bloedbaden door de grote imperialistische machten en dan vooral door het land dat zich opwerpt als ‘baken van de democratie’, als politieagent van de wereld: de Verenigde Staten.

De hele chaos die momenteel tot ontwikkeling komt, de ontketening van oorlogen, hele landen die afglijden in bloedige confrontaties tussen nationaliteiten, bloedbaden die net zo barbaars als absurd zijn, dat alles betekent dat de wereld nu in een nieuwe historische periode is terechtgekomen die beheerst wordt door tot op heden ongekende stuiptrekkingen. De ‘democratische’ bourgeoisie wil ons vooral wijsmaken dat de brutale ineenstorting van de stalinistische regimes, die ons als ‘kommunistisch’ worden voorgesteld, het uitsluitende resultaat was van de impasse waarin die regimes zich bevonden, van het definitieve bankroet van hun economie. Nog een leugen! Het is waar dat de stalinistische vorm van het kapitalisme wel heel erg absurd was, kwetsbaar en slecht gewapend tegen de economische wereldcrisis. Maar een historische gebeurtenis van dergelijke omvang, het opblazen van een heel imperialistisch blok in enkele weken tijd tijdens de herfst van 1989, en nu ook het net zo plotseling uiteenvallen van zijn opperhoofd, de Sovjet-Unie die twee jaar geleden nog de tweede wereldmacht was, laat de mate van verrotting zien, niet alleen van de stalinistische regimes, maar vooral van het geheel van het kapitalistisch systeem.

DE ONTBINDING, LAATSTE STADIUM VAN HET VERVAL VAN HET KAPITALISME

Het verval van het kapitalisme, zoals de wereld dat kent sinds het begin van de eeuw, blijkt nu de meest tragische periode uit de geschiedenis van de mensheid te zijn. Nooit heeft de menselijke maatschappij slachtpartijen gekend van een omvang als die van de beide wereldoorlogen. Nooit is de vooruitgang van de wetenschap op een dergelijke schaal gebruikt om vernietiging te zaaien, bloedbaden aan te richten en onheil te stichten. Nooit werden er naast zoveel opgehoopte rijkdom dergelijke hongersnoden veroorzaakt en een dergelijk lijden als al tientallen jaren in de ‘derde wereld’. Maar blijkbaar had de mensheid haar dieptepunt nog niet bereikt. Het verval van het kapitalisme betekent de doodstrijd van dit systeem. Maar die doodstrijd heeft een geschiedenis. Momenteel hebben we haar laatste stadium bereikt, dat van de algemene ontbinding van de maatschappij, van de openlijke verrotting.

Waarom het momenteel gaat is wel degelijk de verrotting van de maatschappij. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog slaagde het kapitalisme erin om de meest barbaarse en goorste uitingen van zijn verval af te schuiven naar de onderontwikkelde landen. Nu komt in het centrum van de meest ontwikkelde landen het barbarendom tot ontwikkeling. Ongerijmde etnische conflicten waarin hele bevolkingen elkaar afslachten omdat ze niet dezelfde religie aanhangen of dezelfde taal spreken, omdat ze vasthouden aan verschillende folkloristische tradities, dat was tientallen jaren voorbehouden aan de landen van de ‘derde wereld’, aan Afrika, India en het Midden-Oosten. Nu is het al in Joegoslavië, op enkele honderden kilometers van de industriële metropolen van Noord-Italië en Oostenrijk, waar dergelijke idioterieën losbarsten. En vertel ons niet dat zulke nationalistische bewegingen, zoals ze zich ook ontwikkelen in het voormalige Russische rijk, ‘gerechtvaardigde vrijheidseisen’ zouden vertegenwoordigen voor het totstandkomen van ‘vooruitstrevende’ nationale staten, om ze te bevrijden uit de ketenen die hun ontwikkeling kluisterden.

In de vorige eeuw bestond er nationale strijd die inderdaad zo’n vooruitstrevende aard had. Een strijd die de weg opende naar de vorming van levensvatbare territoriale eenheden die de verbrokkeling en de particularistische belemmeringen konden overstijgen die door het feodale regime waren achtergelaten. Dat gold met name voor de verschillende bewegingen die de oprichting van de nationale staten Duitsland en Italië mogelijk maakten. Maar sinds het begin van deze eeuw, toen het kapitalisme in zijn vervalperiode terechtkwam, heeft de ‘nationale bevrijdingsstrijd’ ieder vooruitstrevend karakter verloren. Die nationale bewegingen werden bovenal pionnen in de botsingen tussen de grote mogendheden, tussen de imperialistische blokken en hun pionnen daarin.

Momenteel vormt het geheel van dergelijke nationalistische bewegingen een nog veel grotere idioterie, ook als sommige ervan, in de Balkan of in Centraal-Europa, nog steeds in het geheim worden aangewakkerd door deze of gene mogendheid. De economie is nog nooit zo wereldomvattend geweest. De bourgeoisie van de meest ontwikkelde landen probeert zelfs, zonder resultaat, voor het beheer van haar ekonomie een ruimer kader te vinden dan dat van de natie, zoals de EEG. Dit bewijst overduidelijk de absurditeit, zelfs vanuit het oogpunt van de kapitalistische belangen, van het uiteenvallen van staten die de erfenis vormden van de Tweede Wereldoorlog in een veelheid van kleine staatjes. Het lot van de bevolkingen van die regio wordt er niet beter op maar juist veel slechter: toenemende economische wanorde, onderwerping aan chauvinistische en vreemdelingen hatende demagogen, afrekeningen en pogroms tussen gemeenschappen die tot op heden vredig samenleefden. En vooral: de tragische scheiding tussen de verschillende delen van de arbeidersklasse. Nog meer ellende, onderdrukking, terreur, vernietiging van de klassensolidariteit tussen proletariërs tegenover hun uitbuiters: dat is het wat het nationalisme nu vertegenwoordigt. De uitbarsting ervan levert vandaag het bewijs dat het kapitalisme in verval een nieuwe stap heeft gezet in het barbarendom en de verrotting.

Het ontketenen van nationalistische hysterie in sommige delen van Europa is niettemin verre van de enige uiting van deze ontbinding. Hetzelfde barbarendom dat het kapitalisme voorheen naar de periferie kon afschuiven verovert nu de ontwikkelde landen.

Het barbarendom verovert het hart van het kapitalisme

Vroeger gingen de media naar de buitenwijken van Bogota en naar de straten van Manilla om reportages te maken over criminaliteit en kinderprostitutie. Ze deden dat om de arbeiders in de ontwikkelde landen wijs te maken dat er voor hén geen reden was om in opstand te komen. Nu is het in het rijkste land ter wereld, in New York, Los Angeles, Washington, dat kinderen van twaalf jaar hun lichaam verkopen of moorden plegen voor een paar gram crack. In datzelfde land worden de daklozen vandaag met honderdduizenden geteld. Vlakbij Wall Street, de tempel van de financiële wereld, slapen, net als in Calcutta, hele mensenmassa’s in kartonnen dozen op straat. Vroeger leken de tot wet verheven omkoperij en corruptie specialiteiten van de leiders van de ‘derde wereld’. Nu gaat er geen maand voorbij of er barst een schandaal los dat de flessentrekkersmoraal blootlegt van alle politici in de ‘ontwikkelde landen’: herhaald aftreden van ministers in een land als Japan, waar het vinden van een ‘schone’ politicus voor een ministerspost een onmogelijke opgave is geworden; grootscheepse deelname door de CIA aan drugssmokkel; het doordringen van de maffia in Italië tot in de hoogste staatskringen; zelfamnestie door Franse parlementsleden om de gevangenis te ontlopen die ze verdienden voor hun schaamteloosheden... Zelfs in Zwitserland, het legendarische land van de zindelijkheid, was een minister van politie en justitie betrokken bij een witwasaffaire van drugsgeld. Corruptie heeft altijd deel uitgemaakt van de gang van zaken in de burgerlijke maatschappij. Maar nu heeft ze een dergelijk niveau en een dergelijke omvang bereikt, dat ook op dat vlak het verval van de maatschappij een nieuw stadium van verrotting is binnengetreden.

Het geheel van het sociale leven lijkt volslagen ontregeld, af te glijden in absurditeit, in slijk en wanhoop. Heel de menselijke maatschappij, op alle continenten, zweet uit al haar poriën in toenemende mate barbarendom. De hongersnoden ontwikkelen zich in de ‘derde wereld’ en bereiken binnenkort de landen die voor ‘socialistisch’ werden versleten. Ondertussen worden in West-Europa en Noord-Amerika hele voorraden landbouwproducten vernietigd, worden de boeren betaald als ze minder land bebouwen en bestraft als ze de voorgeschreven quota overschrijden. In Latijns-Amerika doden epidemieën als die van de cholera duizenden mensen terwijl die kwaal voordien uitgebannen was. Overstromingen en aardbevingen doden overal ter wereld in enkele uren tienduizenden mensen terwijl de maatschappij heel goed in staat is dijken aan te leggen en huizen te bouwen om dergelijke bloedbaden te voorkomen. Het ‘noodlot’ of de ‘spelingen van de natuur’ konden zelfs niet als verontschuldiging worden aangehaald toen in 1986 in Tsjernobyl de explosie van een atoomcentrale honderden (zo niet duizenden) mensenlevens kostte en verschillende provincies besmette. Of toen we in de meest ontwikkelde landen getuige waren van moorddadige rampen in grote stadscentra: 60 doden in een station van Parijs, meer dan 100 doden tijdens een brand in de Londense metro, nog niet lang geleden. Dit systeem is netzomin in staat wat te doen aan de afbraak van het milieu, de zure regen, allerlei soorten van vervuiling en dan vooral de nucleaire, het broeikaseffekt, de woestijnvorming, die het voortbestaan van de menselijke soort op het spel zetten.

Tegelijkertijd zijn we getuige van een onomkeerbare afbraak van het sociale leven: naast de immer toenemende criminaliteit en het geweld in de steden richten drugs steeds schrikwekkender ravages aan, vooral onder de nieuwe generaties, getuigen van de wanhoop, het isolement en de atomisering die de hele maatschappij doordringen.

De impasse van het kapitalisme kan enkel leiden tot de vernietiging van de mensheid

Als de maatschappij is aangeland bij een zo grote mate van verrotting, als de wanhoop, het ‘no future’ zodanig het heersende gevoel is geworden, dan is dat wel degelijk omdat het kapitalisme nog veel minder dan in het verleden in staat is om het minste vooruitzicht aan de mensheid te bieden. Al meer dan twintig jaar wordt de economie van dit systeem getroffen door een diepe en onoplosbare crisis. In de jaren 1930 liep de economische crisis uit op de wereldoorlog. Dat was geen ‘oplossing’ voor de crisis. Maar de arbeidersklasse, die net de ergste nederlaag uit haar geschiedenis had geleden, was niet in staat de plannen van de bourgeoisie te verijdelen. Daardoor kon de bourgeoisie het geheel van het sociale leven, al haar politieke en economische krachten, richten op de imperialistische slachtpartij. Nu beschikte het kapitalisme niet langer over een dergelijke mogelijkheid. Toen de crisis begon, aan het einde van de jaren 1960, lokte die onmiddellijk een geweldige tegenaanval uit van de wereldarbeidersklasse: de staking van negen miljoen arbeiders in Mei 1968 in Frankrijk, de ‘Hete Herfst’ van 1969 in Italië, de opstand van de arbeiders van Cordoba in Argentinië datzelfde jaar, de massale stakingen van de Poolse arbeiders aan de Baltische kusten in de winter van 1970-1971, en nog vele andere grootschalige gevechten in een hele serie van landen. Dat bewees dat de arbeidersklasse de contrarevolutie te boven was gekomen. Vanaf dat moment was ze in staat, door haar strijd en door haar weigering de soberheid te aanvaarden die de bourgeoisie van haar vroeg, de weg naar een nieuwe wereldoorlog af te sluiten. Want arbeiders die offers weigeren te brengen voor de nationale economie zijn nog minder bereid het uiterste offer, dat van hun leven, te brengen.

Het proletariaat had weliswaar de kracht om het ontketenen van een nieuwe veralgemeende slachtpartij te voorkomen. Maar het had nog niet de kracht om zijn eigen perspectief naar voren te brengen: dat van de omverwerping van het kapitalisme en de opbouw van de kommunistische maatschappij. Daardoor kon het niet voorkomen dat de gevolgen van het verval van het kapitalisme steeds zwaarder doorwogen op de hele maatschappij. De geschiedenis ging ondanks die tijdelijke blokkering van de wereldsituatie gewoon verder. Twintig jaar lang bleef de maatschappij de opeenstapeling van alle karaktertrekken ondergaan van het verscherpte verval door de verdieping van de economische crisis, terwijl de heersende klasse juist iedere dag meer haar onvermogen bewees om daaraan iets te verhelpen. Het enige dat die klasse de maatschappij kan voorhouden is het van dag tot dag en stukje bij beetje volhouden, zonder hoop de onontkoombare ineenstorting van de kapitalistische productiewijze af te wenden. Beroofd van ieder historisch project – zelfs van het meest suicidaire, een wereldoorlog – dat in staat zou zijn haar krachten te mobiliseren, kan de kapitalistische maatschappij niet anders dan ter plekke wegrotten, afzinken in een vergevorderde sociale ontbinding, in de veralgemeende wanhoop.

En die wanhoop kan alleen maar groeien omdat de wereld vandaag elke dag duidelijker toont dat er geen enkel ander vooruitzicht is voor het geheel van de mensheid dan dat van een  toenemend  barbarendom met uiteindelijk haar verdwijning. Want laten we ons geen illusies maken!

Als we het kapitalisme laten voortbestaan dan zal het, zelfs als het niet tot een wereldoorlog komt, tenslotte de mensheid vernietigen: door een opeenstapeling van lokale oorlogen, epidemieën, het bederven van het milieu, hongersnoden en andere rampen die ‘natuurlijk’ worden genoemd.

Proletariërs, nooit was de voorspelling van de revolutionairen uit de vorige eeuw aktueler dan vandaag. Zij zeiden: “Socialisme of barbarendom”. In afwezigheid van de wereldrevolutie van het proletariaat is het barbarendom nu algemeen geworden en bedreigt het ’t voortbestaan van de mensheid. Meer dan ooit bestaat de enige hoop, de enig mogelijke toekomst uit het omverwerpen van het kapitalistisch systeem, uit het instellen van nieuwe sociale betrekkingen die bevrijd zijn van alle tegenstellingen die de maatschappij wurgen.

Het kapitalisme zakt weg in een ongeneeslijke economische crisis die de laatste oorzaak is van de huidige uitbarstingen. Het levert groeiende mensenmassa’s over aan ellende en honger terwijl het geen afzet meer vindt voor z’n productie. Het sluit fabrieken, maakt akkers onvruchtbaar en ontslaat arbeiders omdat het niet produceert om behoeften te bevredigen, maar om te verkopen op de markt, om winst te maken. Die markt is nu verzadigd, niet omdat alle behoeften bevredigd worden, maar omdat de geproduceerde handelswaar niet meer gekocht kan worden. Het kapitalisme is niet in staat om daarvoor de middelen ter beschikking te stellen zonder zichzelf op te heffen. Een kapitalisme dat geld geeft aan z’n afnemers om de productie op te kopen, dat die productie dus weggeeft, dat is geen kapitalisme meer. En het krediet dat al jaren misbruikt wordt kan daaraan niets veranderen: het veroorzaakt een algemene schuldenlast, het schuift de tegenstellingen voor zich uit en maakt ze nog explosiever. De burgerlijke ideologische campagnes zingen nu de lofzang van de markt die alle problemen van de wereldeconomie zou oplossen. Wat een rampzalig valse voorstelling van de feiten! Juist omdàt het kapitalisme gestoeld is op de warenproductie, op de ruilwaarde en niet op de gebruikswaarde, stort de economie in de afgrond. Wanneer de stalinistische economieën op zo’n mislukking zijn uitgelopen komt dat niet doordat ze de markteconomie hadden opgeheven. Maar wel omdat ze grootschalig sjoemelden met de wetten ervan, terwijl ze aan die wetten net zo min ontsnapten als de rest. De enige wijze waarop de maatschappij de crisis van het kapitalisme te boven kan komen is niet het invoeren van ‘meer kapitalisme’ of ‘minder kapitalisme’, of de ‘hervorming’ van het systeem. De enige manier is het vernietigen van de wetten waardoor het geregeerd wordt. Dat wil zeggen: de opheffing van het kapitalisme zelf.

Alleen het proletariaat kan een einde aan het kapitalisme maken

Alleen de arbeidersklasse is in staat zo’n omwenteling door te voeren. Zij is de enige klasse in de maatschappij die er werkelijk belang bij heeft de fundamenten van het kapitalisme radikaal aan te tasten, en dan vooral de warenproductie die het hart vormt van de crisis van het systeem. Want het is juist de markt, de overheersing van de waren in de kapitalistische productie, die de grondslag vormt van haar uitbuiting. Kenmerkend voor de arbeidersklasse, in tegenstelling tot andere categorieën van producenten zoals zelfstandige landbouwers of ambachtslieden is dat ze beroofd is van productiemiddelen, en om te overleven haar arbeidskracht moeten verkopen aan de bezitters van die productiemiddelen: aan privé-kapitalisten of aan de staat. En omdat in het kapitalistische systeem de arbeidskracht zelf een waar is geworden, zelf de belangrijkste van alle waren, worden de proletariërs uitgebuit. Daarom draagt de strijd van het proletariaat tegen de kapitalistische uitbuiting de afschaffing van het loonstelsel in zich en daarmee de opheffing van alle warenhandel. Deze klasse produceert daarenboven nu reeds het overgrote deel van de maatschappelijke rijkdom. Ze doet dat in een collectief kader, dankzij de geassocieerde arbeid zoals die door het kapitalisme zélf ontwikkeld werd. Maar dit systeem kon de socialisatie van de productie, die het ontwikkelde ten koste van de kleine individuele productie, niet tot het einde doorvoeren.

En dat is nu juist één van de belangrijkste innerlijke tegenstellingen van het kapitalisme: onder zijn heerschappij heeft de productie een wereldkarakter verkregen, maar de productiemiddelen zijn versplinterd gebleven in de handen van vele eigenaars, privé-bazen of nationale staten, die de producten van elkaar kopen of aan elkaar verkopen. De opheffing van de markt verloopt dus via de onteigening van alle kapitalisten, door het collectief ter hand nemen door de maatschappij van het geheel van haar productiemiddelen. En die taak kan alleen de klasse volbrengen die geen productiemiddelen bezit, terwijl ze die wel op collectieve wijze in werking zet.

Dat idee is niet nieuw: al anderhalve eeuw staat het op het vaandel van de arbeidersstrijd tegen de uitbuiting. “De bevrijding van de arbeiders kan slechts het werk van de arbeiders zèlf zijn”: dat was de centrale leuze van de Internationale Werklieden Vereniging, de Eerste Internationale, opgericht in 1864. Sindsdien werd die leus met dezelfde kracht aangeheven door de andere internationales: de Socialistische Internationale die in 1889 werd opgericht en de Kommunistische Internationale die in 1919 geboren werd midden in de revolutionaire golf en die in 1928 de nek werd omgedraaid door het stalinisme. De huidige burgerlijke campagnes proberen ons wijs te maken dat het hier gaat om een eenvoudige utopie, een gevaarlijke utopie bovendien omdat die volgens de bourgeoisie uitdraait op de verschrikking van het stalinisme. Maar van de bourgeoisie en haar media kunnen we enkel leugens verwachten. In werkelijkheid blijft hetgeen de arbeidersbeweging vanaf haar begin beweerde volkomen juist. Door zichzelf om te vormen heeft het kapitalisme, in tegenstelling tot wat sommige sociologen beweren die voor de bourgeoisie werken, de arbeidersklasse niet laten verdwijnen. Dit systeem leeft, en dat is juist zijn wezen, van de uitbuiting van de loonarbeid. En de klasse van loonarbeiders, of die nu in fabrieken of in kantoren werken, in scholen of in ziekenhuizen, blijft de enige draagster van de toekomst van de mensheid.

En het bewijs dat de kommunistische revolutie van het proletariaat zijn volledige actualiteit behoudt wordt gevormd door de omvang van de door de bourgeoisie ontketende campagnes rond het thema van het ‘einde van het kommunisme’ en de ‘dood van het marxisme’, dat wil zeggen van de revolutionaire theorie van het proletariaat. Wanneer de burgerlijke klasse geen enkele dreiging meer voelde van de kant van de uitgebuiten, indien ze werkelijk geloofde dat de arbeidersklasse nooit meer een rol zou spelen op het historisch toneel, dan zou ze niet zoveel moeite doen om de proletariërs ervan te overtuigen dat ze niets van de revolutie te verwachten hebben, dan zou ze niet met alle middelen proberen om hen een dergelijk gevoel van onmacht op te leggen.

De huidige moeilijkheden hebben het proletariaat niet verslagen, het behoudt al zijn krachten om het kapitalisme omver te werpen

De gigantische campagne die rond de gebeurtenissen van de laatste twee jaar wordt gevoerd, rond het uiteenvallen van het voormalige ‘socialistische’ blok, de ineenstorting van het stalinistische regime in de Sovjet-Unie zélf, het verscheuren van een land dat driekwart eeuw geleden de proletarische revolutie meemaakte, heeft de arbeidersklasse zeker verzwakt. Het stalinisme vormde de speerpunt van de burgerlijke contrarevolutie. Met zijn dood verleent het een laatste dienst aan de bourgeoisie door de arbeidersklasse de stank van zijn lijk te laten inademen. En dat terwijl de arbeidersklasse al geconfronteerd werd met de problemen die de algemene ontbinding van het kapitalisme in haar gelederen teweegbrengt. Momenteel zijn veel arbeiders slachtoffer van de burgerlijke campagnes en verliezen zij de hoop om ooit de wereld te veranderen en de kapitalistische uitbuiting op te heffen. In de landen van het voormalige Oostblok, waar de arbeiders de meest extreme vormen van de contrarevolutie hebben ondergaan, hebben ze geen kracht om zich te verzetten tegen de ingepompte burgerlijke illusies, zelf de meest achterlijke. Als tegenwicht tegen het ‘proletarisch internationalisme’, waarachter het stalinisme zijn imperialistische politiek verborg, zijn ze ondergedompeld in nationalistische hysterie. In reactie op het gepreekte atheïsme, hebben ze zich in de armen van de kerk geworpen. Maar dat zijn niet de meest beslissende delen van het wereldproletariaat. Die delen bevinden zich in de meest ontwikkelde kapitalistische landen van het Westen. In dat deel van de wereld, vooral in West-Europa, leven en werken de meest ervaren en meest geconcentreerde bataljons van het wereldproletariaat. En dat deel van het proletariaat is niet verslagen. Wanneer het in de war is door de huidige leugens, dan is het toch niet geronseld achter de burgerlijke, nationalistische of democratische vlaggen. Tijdens de Golfoorlog gebruikte de bourgeoisie van de ontwikkelde landen uitsluitend beroepsmilitairen: dat bewees dat zij er zich bewust van is dat de dienstplichtigen (waar die bestaan), dat wil zeggen de arbeiders in uniform, niet bereid zijn hun leven te geven voor de ‘verdediging van het recht of de democratie’. En die oorlog droeg er toe bij om voor de arbeidersklasse duidelijker te ontmaskeren wat de democratie betekent met haar leugens over de ‘Nieuwe Wereldorde’.

Momenteel worden de verkiezingen, die hoogmissen van de democratie, steeds meer geboycot door de proletariërs. Hetzelfde geldt voor de vakbonden, die burgerlijke staatsorganen belast met het inkaderen van de uitgebuiten om hun strijd te saboteren. De onverbiddelijke verscherping van de economische crisis zal steeds meer van de illusies over de ‘superioriteit’ van de kapitalistische economie opruimen en de arbeidersklasse tegelijkertijd dwingen de weg van steeds breder en verenigder strijd op te gaan. Een weg die ze steeds vastberadener insloeg sinds het einde van de jaren 1960. En dan vooral in het midden van de jaren 1980. Momenteel hebben de gebeurtenissen van de laatste twee jaren haar van die weg afgebracht. Het marxisme, dat de bourgeoisie met een zucht van opluchting in allerijl wilde begraven, is niet failliet, in tegendeel. De huidige verscherping van de crisis, die het marxisme als enige voorspelde en verklaarde, toont duidelijk de levendigheid van deze theorie. De vitaliteit ervan kan met de heropleving van de arbeidersstrijd slechts versterken.

Bij die inspanningen van de arbeidersklasse om haar strijd en bewustzijn te ontwikkelen zal de rol van de meest voortgeschreden elementen, van de échte kommunisten van het grootste en meest doorslaggevende belang zijn. Nu, net als toen, hebben de kommunisten tot taak “op de verschillende trappen van ontwikkeling die de strijd tussen proletariaat en bourgeoisie doorloopt [...] de gemeenschappelijke, van de nationaliteit onafhankelijke belangen van het gehele proletariaat naar voren (te) brengen en tot hun recht (te) laten komen [...], steeds het belang van de gehele beweging (te) vertegenwoordigen” (Kommunistisch Manifest).

Tegenover wat er op het spel staat en de ernst van de huidige historische situatie, tegenover het ontketenen van de burgerlijke leugens en met als doel daadwerkelijk bij te dragen tot de rijping van het klassenbewustzijn van de arbeidersklasse, evenals tot de ontwikkeling van haar strijd, is het daarom de taak van de nog zwakke revolutionaire krachten die nu bestaan om hun oude verdeeldheid en kapelletjesgeest te overstijgen, om onderling een broederlijk debat te openen dat hen in staat stelt om hun analyses te verhelderen en op een steeds actiever wijze deel te nemen aan de verdediging van de kommunistische standpunten binnen het proletariaat.

Zoals het proletariaat behoefte heeft aan eenheid voor zijn strijd, moet dezelfde eenheidsgeest, die uitsluitend in helderheid gevonden wordt, de voorhoedekrachten, de kommunisten, bezielen.

Proletariërs,

Nooit eerder in de geschiedenis was de inzet zó dramatisch en beslissend als nu. Nooit heeft een sociale klasse een dergelijke verantwoordelijkheid gedragen als die nu op de schouders van het proletariaat rust. Indien het niet in staat is die verantwoordelijkheid op te nemen, zal het afgelopen zijn met de beschaving en zelfs met de mensheid. Duizenden jaren van vooruitgang, van werken en denken, zullen voor altijd worden vernietigd. Twee eeuwen van proletarische strijd, miljoenen arbeiders zullen vergeefs hun leven hebben gegeven. Om al de misdadige manoeuvres van de bourgeoisie terug te dringen, om haar schandalige leugens te ontmaskeren en de strijd te ontwikkelen in de richting van de kommunistische wereldrevolutie, om het rijk van de noodzakelijkheid op te heffen en het rijk van de vrijheid te betreden,

Proletariërs aller landen, verenigt u!

Juli-september 1991

(*) De redactie van dit manifest werd voltooid in september 1991. Beginsel en inhoud ervan werden aanvaard door het 9e kongres van de IKS in juli 1991 (Internationale Revue, nr. 67, oktober-december 1991).

(1) Trotski mag vooral niet worden verward met de verschillende politieke organisaties die zich momenteel beroepen op het ‘trotskisme’. Trotski was een belangrijk revolutionair zelfs wanneer zijn actie tegen het stalinisme bezoedeld werd door verkeerde politieke opvattingen en koncessies zoals die over de ‘verworvenheden van de arbeiders’ in de Sovjet-Unie en de noodzaak voor het proletariaat om die zogenaamde ‘verworvenheden’ te ‘verdedigen’. De stromingen die zich daarentegen na de moord op Trotski door een agent van Stalin in 1940 en na de Tweede Wereldoorlog nog steeds op hem en op zijn standpunten beroepen, in naam waarvan zij de arbeiders opriepen elkaar uit te moorden in imperialistische oorlog, hebben eens en voor altijd het kamp van de arbeidersklasse verlaten en zich bij het stalinisme gevoegd in het kapitalistisch kamp.