Anarchisme en imperialistische oorlog: nationalisme of internationalisme?

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

“Maar de Duitse sociaaldemocratie was niet alleen de sterkste voorhoede, zij was het denkende brein van de Internationale. Daarom moet de analyse, het proces van bezinning, beginnen bij haar val. Zij heeft de plicht vooraan te gaan met de redding van het Internationale socialisme, dat wil zeggen met nietsontziende zelfkritiek. Geen andere partij, geen andere klasse der burgerlijke maatschappij kan de eigen fouten, de eigen zwakheden in de klare spiegel der kritiek van de gehele wereld tonen, want de spiegel weerkaatst tegelijk de voor haar staande historische grens en het achter haar staande historische noodlot. De arbeidersklasse kan steeds onbeschroomd de waarheid, ook de bitterste zelfbeschadiging in het gezicht zien, want haar zwakte is slechts een afdwaling en de strenge wet van de geschiedenis geeft haar de kracht terug, waarborgt haar uiteindelijke overwinning. De nietsontziende zelfkritiek is niet alleen noodzakelijk voor haar bestaan, zij is ook de hoogste plicht van de arbeidersklasse.”

Dit schreef aldus Rosa Luxemburg in 1915, in de Crisis van de Sociaaldemocratie, beter bekend als het Junius Pamflet, in haar onderzoek naar het verraad van de meerderheid van de Duitse SPD, en de meerderheden van de andere socialistische partijen, toen deze partijen geconfronteerd werden met de opperste test van wereldimperialistische oorlog. In deze passage maakt zij een centraal element duidelijk van de marxistische methode: het principe van de voortdurende, ”nietsontziende zelfkritiek“, die zowel noodzakelijk als mogelijk is voor marxisme, omdat het marxisme het theoretische product is van de eerste klasse in geschiedenis die de “waarheid rechtstreeks in de ogen kan kijken”. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog was deze poging, om te gaan tot de wortels van de ineenstorting van Tweede Internationale, een onderscheidende eigenschap van de linkse stromingen die uit de sociaal-democratische partijen waren voortgekomen die nu een nieuwe en uitdrukkelijke Kommunistische Internationale gingen vormen. En aangezien met de neergang van de naoorlogs revolutionaire golf de nieuwe Internationale op haar beurt ook in het opportunisme was gegleden - een regressie die zich het duidelijkst symboliseerde in de eenheidsfrontpolitiek met de sociaal-democratische verraders – werd dezelfde kritiek uitgeoefend door de linkskommunistische fracties binnen de Derde Internationale, in het bijzonder de Duitse, Italiaanse en Russische Linkerzijde.

In 1914 raakte de anarchistische beweging ook in crisis na het besluit van de veel gerespecteerde anarchist Peter Kropotkin, en de groep rond hem, om steun te verlenen aan het imperialisme van de Entente tegen het imperialistische blok dat door Duitsland werd geleid, en de goedkeuring van datzelfde beleid door de Franse ‘revolutionaire syndicalistische’ vakbond, CGT. (1) In de rijen van de anarchistische beweging waren er velen die loyaal bleven aan internationalisme en die de houding van Kropotkin en andere ‘loopgraafanarchisten’aan de kaak stelden. Waarschijnlijk weigerde een meerderheid van de anarchisten om aan de imperialistische oorlogsinspanning deel te nemen. Maar in tegenstelling tot de marxistische linkerzijde, waren er weinig pogingen om een theoretische analyse te maken van de capitulatie van een betekenisvolle vleugel van de anarchistenbeweging in 1914. En terwijl de marxistische linkerzijde de achterliggende methode en de praktijk van de sociale democratische partijen tijdens de gehele periode vóór de oorlog in vraag kon stellen, toonden de anarchisten niet die dergelijke capaciteit van de “niets ontziende zelfkritiek”, omdat de anarchisten niet de historische materialistische methode aanhangen, maar zich op min of meer tijdloze en abstracte principes baseren die doorspekt is van de conceptie van een soort familie, verenigd rond de strijd voor vrijheid tegen autoriteit. Er kunnen uitzonderingen, ernstige pogingen voorkomen die dieper ingaan op de kwestie, maar over het algemeen komen zij voort uit de anarchisten die in staat zijn geweest bepaalde elementen van de theoretische methode van marxisme te integreren.

Dit onvermogen om in zichzelf diepgaand in vraag te stellen komt voort uit de originele klassenaard van het anarchisme, d.w.z. uit de weerstand van de kleine bourgeoisie, vooral van de zelfstandige ambachtslieden, tegen het proces van verproletarisering die de klassenstructuur van de oude feodale maatschappijen van 19de eeuw Europa deed desintegreren. Van deze stroming was de Franse anarchist Pierre-Joseph Proudhon de duidelijkste belichaming, met zijn verwerping van kommunisme ten gunste van de maatschappij van zelfstandige producenten, verbonden door de ruil van gelijke waarden. Het is zeker waar dat de Proudhonisten ook de uitdrukking waren van een beweging die ‘overging’ naar het proletariaat door zich bij Eerste Internationaal aan te sluiten. Maar zelfs de meest uitgesproken anarchistische proletarische stromingen, zoals het anarcho-syndicalisme dat zich tegen het eind van de 19e eeuw ontwikkelde, kon de onsamenhangende, idealistische en a-historische politieke concepties nooit volledig overwinnen die zo kenmerkend waren voor de kleinburgerlijke kijk op de wereld.

De prijs voor dit falen om echte lessen te trekken van 1914 werd betaald in de nieuwe crisis die de anarchistische beweging trof in reactie op de gebeurtenissen in Spanje in 1936-37. De belangrijke elementen van de anarchistische beweging die in 1914 - vooral de Spaanse CNT – geen verraad hadden gepleegd, storten zich nu op de steun voor een nieuwe imperialistische oorlog. In dat conflict tussen twee kapitalistische facties, de Republikeinse regering die door de linkse fracties van de bourgeoisie werd overheerst, en de rechtse krachten die door Franco werden geleid, maakte deel uit van een bredere inter-imperialistisch gevecht, dat het meest openlijk werd gevoerd tussen de fascistische staten van Duitsland en Italië en het nieuwe imperialisme van de USSR. Onder het vaandel van de anti-fascistische eenheid integreerde de CNT zich snel op alle niveaus in de Republikeinse staat, met inbegrip van deelname aan de Catalaanse en Madrileense regering.  Het belangrijkste was de centrale rol van CNT in het afleiden van wat aanvankelijk een authentieke proletarische reactie was op de Franco’s staatsgreep, een reactie die de methodes van de klassenstrijd - algemene staking, verbroedering met de troepen, fabrieksbezettingen en de bewapening van de arbeiders - had gebruikt voor de militaire defensie van de kapitalistische Republiek.

Gezien de sterkte van deze aanvankelijk proletarische reactie werden niet alleen de anarchisten maar ook talrijke marxistische stromingen niet gelieerd aan het Stalinisme op één of andere manier meegesleurd in een steun voor het anti-fascistische front; en dit omvatte niet alleen de opportunistische tendens rond Trotsky maar ook belangrijke elementen binnen de Kommunistische Linkerzijde, met inbegrip van een minderheid in de Italiaanse Linkerzijde. Aan de andere kant waren er zeker ook binnen het anarchisme klassenreacties op het verraad van CNT, zoals de Vrienden van Durruti en Camillo Berneri’s Guerra Di Classe. Maar de echte duidelijkheid over de aard van de oorlog kwam alleen voort uit een kleine minderheid van de marxistische linkerzijde, vooral de Italiaanse Fractie, die Bilan publiceerde. De laatstgenoemde stond bijna alleen in de afwijzing van de claim dat de oorlog in Spanje een conflict was in het belang van het proletariaat: in feite was voor Bilan de oorlog een soort generale repetitie voor de de naderende wereld-imperialistische slachting. Voor Bilan was Spanje een nieuwe 1914, voor de anarchistische beweging in het bijzonder. (2)

En in 1939, geconfronteerd met de nieuwe wereldoorlog, die Bilan had voorspeld, was het nu een meerderheid van de anarchisten die werd bedwelmd door anti-fascisme, die het pad volgde van de capitulatie voor de Geallieerde oorlogsinspanning. Hetzij als deel van ‘Het Verzet’ of direct als deel van de officiële geallieerde legers: aan het hoofd van de van de ‘Bevrijdingsparade’ in Parijs in 1944 reed een pantserwagen, versierd met de vlaggen van de CNT, die had gevochten in een divisie van het Vrije Franse leger dat geleid werd door generaal Leclerc.

Opnieuw waren er tussen 1939-45 anarchistische groepen en individuen die trouw bleven aan internationalistische principes, maar nogmaals: er is nagenoeg geen bewijsmateriaal dat zij een systematisch onderzoek hebben gedaan naar het historische verraad van de meerderheid van de anarchistische stroming, waarvan zij zich desondanks als een deel bleven beschouwen. Het gevolg was dat zij, net zoals na het verraad van 1914, faalde ook maar enige klassengrens te trekken tussen internationalisten en de anarcho-patriotten: in veel gevallen werden de laatstgenoemden eenvoudig gereïntegreerd in de ‘affiniteitgroep’, die de anarchistische beweging feitelijk is zodra de zaken weer naar ‘normaal’ worden, zoals na de oorlog. Achter dit onvermogen om op een onverzettelijke manier de principes van de klasse te verdedigen is niet alleen een diepgaande intellectuele zwakte, maar ook een gebrek aan morele verontwaardiging: alles wordt vergeven zolang het binnen de familie blijft.

Vandaag wordt het wereldproletariaat nog een keer geconfronteerd met de kwestie van oorlog. Niet een wereldoorlog rond reeds gevormde blokken, maar een meer algemene, chaotischere neergang in militair barbarij over de hele planeet, zoals de voorbeelden van de oorlogen in Afrika, het Midden-Oosten en de Oekraïne ons laten zien. Deze oorlogen zijn opnieuw imperialistische oorlogen, waarin de grotere kapitalistische staten tegen hun rivalen vechten middels de diverse lokale of nationale facties, en zij zijn allemaal uitdrukkingen van de versnelde val van het zelfvernietigende kapitalisme. En nog een keer neemt een deel van de anarchistische beweging openlijk aan deze imperialistische conflicten deel:

  • In Rusland en de Oekraïne is er de groei geweest van anarcho-nationalistische of ‘ethno-anarchistische’ groepen die openlijk functioneren als een ‘libertaire’ vleugel van de oorlogdrang in elk van de landen. Maar een ‘meer respectabele’ anarchistische groep, zoals de Autonome Arbeiders Unie, die materiaal op libcom publiceert en een bijeenkomst organiseerde op de Anarchistische Bookfair van afgelopen jaar, heeft ook haar diepgaande tweeslachtigheid tegenover de huidige oorlog geopenbaard: in sommige officiële verklaringen schijnt ze een standpunt in te nemen zowel tegen zowel het regime van de Oekraïne als tegen de pro-Russische separatisten, zowel tegen de NAVO als tegen de Russische Federatie, maar verklaringen op Facebook van sommige van haar belangrijkste leden vertellen een heel ander verhaal, waarin ze blijkbaar de regering van Kiev verdedigt in haar oorlog tegen Russische inval en zelfs de NAVO oproept steun te geven; (3)
  • In Rojava of Syrisch Koerdistan zijn het Koerdische Anarchistisch Forum en de Turkse DAF (Devrimci Anarşist Faaliyet) die zowel steun geven en deelnemen aan alsook globale propaganda voeren voor de zogenaamde ‘revolutie in Rojava’. Want, zo beweren ze, in haar strijd tegen de Syrische overheid en vooral tegen wrede jihadisten van Islamitische Staat, organiseert de lokale bevolking zich in onafhankelijke communes. DAF biedt zijn diensten aan ter deelname aan de gevechten rond de belegerde stad Kobane, dichtbij de Turkse grens. In werkelijkheid, worden deze ‘communes' strak gecontroleerd door Koerdische nationalistische PKK, die in de laatste jaren een ‘draai’ heeft gemaakt weg van het Maoïsme naar het ‘libertair municipalisme' van Murray Bookchin (4). En in haar conflict met IS heeft de PKK min of meer openlijk de grondtroepen geleverd voor van de ‘westerse’ coalitie die door de V.S. geleid wordt;
  • De anarchistische elementen in het westen worden ook meegetrokken in de campagne over ‘solidariteit met Kobane', die effectief een solidariteitscampagne is met de PKK. De anarchistische beroemdheid David Graeber heeft een artikel in The Guardian gepubliceerd Waarom negeert de wereld de revolutionaire Koerden in Syrië? (5) wat het experiment van de PKK beschrijft in termen van ‘directe democratie' en ‘sociale revolutie’, vergelijkt met de anarchistische collectieven in Spanje in 1936 en de ‘internationale linkerzijde’ verzoekt om een herhaling van dezelfde tragische nederlaag te voorkomen. Een gelijkaardige zienswijze wordt vertoond door het bericht dat geplaatst is op Libcom en ondertekend is met Ocelot. Hoewel Ocelot argumenteert ten gunste van het anti-fascisme en de ‘revolutionaire Koerden’, biedt hij een meer geavanceerde versie van hetzelfde standpunt: hij is zich goed bewust van wat hij het ‘Bordigistische’ standpunt noemt betreffende de kwestie van fascisme (6), en is daar een felle tegenstander van. (7) Maar misschien belangrijker is de reactie van enkele van de gevestigde anarchistische organisaties. In Frankrijk bijvoorbeeld, neemt CNT-AIT (8), achter een spandoek dat zegt: “Wapens voor het Koerdische verzet, Rojava is hoop, anarchisten in solidariteit“ (zie foto). De vlaggen van de Franse Federatie van Anarchisten (FA) stellen zich ook op achter hetzelfde spandoek. De Internationale Federaties van Anarchisten (IFA), waar zowel de Frans AF als de Engelse FA lid van zijn, waarbij ook de DAF en de KAF als vriendschappelijke organisaties zijn aangesloten, heeft de meeste DAF- artikelen over de situatie in Rojava zonder kritisch commentaar gepubliceerd.

Er zijn natuurlijk elementen binnen het anarchisme die zeer consistent zijn geweest in hun afwijzing van deze steun aan nationalisme. Wij hebben reeds de internationalistische verklaring gepubliceerd van de KRAS, de Russische afdeling van de anarcho-syndicalistische Internationale Arbeiders Associatie (IAA), tegen de oorlog tussen Rusland en de Oekraïne (9). Wij hebben bovendien gewezen op een lid van de KRAS, die ondertekent met foristaruso, die enkele zeer stevige kritieken op de standpunten van Autonomous Workers Union (AWU) heeft gepubliceerd op libcom (zie voetnoot 3). Op een van de belangrijkste forumtopics op Libcom over de situatie in het Midden-Oosten hebben enkele individuele kameraden, met name een lid van de Britse tak van IWA (Solidarity Federation) die zich AES noemt, krachtig gedebatteerd tegen de pro-PKK lijn. Het Collectief dat de website Libcom beheert, heeft twee artikelen geplaatst over de PKK en Rojava, geschreven vanuit een linkskommunistisch perspectief: de waarschuwing van IKS tegen de nieuwe libertaire facelift van de PKK (zie voetnoot 4), en het artikel The Bloodbath in Syria: Class war or Ethnic war (10) geschreven door Devrim en dat al eerder was gepubliceerd op de website van de Internationalistische Communistische Tendens. Onder de commentaren, die op het laatstgenoemde artikel volgen, zijn woedende en lasterlijke reacties door inzenders, die lid of verdedigers van Turkse DAF schijnen te zijn.

Op het moment van schrijven heeft de Anarchist Federation in Groot-Brittannië (AF) een verklaring gepubliceerd dat ze geen illusies heeft in de linkse, nationalistische aard van PKK en aantoont dat de draai naar ‘federatieve democratie’ van Bookchin van bovenaf is ingevoerd door zijn grote leider Ocalan, die ook gelijksoortige toenaderingen heeft gedaan naar het regime van Assad, de Turkse staat en de Islam (11). De AF heeft de moed om toe te geven dat het standpunt dat ze heeft ingenomen, gezien het grote aantal anarchisten dat steun verleent aan de ‘revolutie in Rojava', niet populair zal zijn. Maar hier zien wij opnieuw een totaal gebrek aan coherentie binnen dezelfde ‘internationale’ tendens. De verklaring van de AF bevat helemaal geen kritiek op DAF of op IAF en in haar lijst van concrete ‘acties’ die aan het eind van de verklaring is opgesteld, wordt het verzoek gedaan om “via de IFA, die in direct contact staat met DAF, humanitaire hulp te verlenen aan Rojava”. Dit schijnt een concessie te zijn aan de druk van “het iets moeten doen”, dat in het anarchistische milieu zeer sterk is, zelfs als de hulp (hetzij militair of humanitair) die door een kleine groep in Turkije wordt georganiseerd, onvermijdelijk ten voordele zou zijn van grotere organisaties, zoals de PKK.

En dit is in werkelijkheid wat de DAF voorstelt, aangezien het vrijwilligers aanbood aan de door de PKK gecontroleerde ‘Volksbeschermingseenheden’ of YPG. De AF schrijft ook dat het probeert “iedere onafhankelijke actie van arbeiders en boeren in de Rojava regio aan te moedigen en te steunen. Het spreekt zich uit tegen iedere nationalistische agitatie en de eenheid van Koerdische, Arabische, Moslim, Christelijke en Yezidi arbeiders en boeren. Dergelijke onafhankelijke initiatieven moeten zich losmaken van de controle van de PKK/PYD, eveneens van de hulp door de Westerse bondgenoten, van hun volgers zoals het Vrije Syrische Leger, de Democratische Partij van Koerdistan van Barzani, en de Turkse staat”. Maar ze kan dit nauwelijks doen zonder ook een standpunt in te nemen tegen de pro-PKK standpunten van DAF zelf.

Het is zeker opmerkelijk dat de meest consistente reacties op de situatie in Rojava zijn geschreven vanuit de traditie van het linkskommunisme. Wat de meer algemene reactie van de anarchisten kenmerkt is hun totaal gebrek aan coherentie. Wanneer u de websites van IAA bekijkt, CNT-AIT, of de Solidarity Federation, dan ziet u dat ze dwangmatig gericht blijven op directe en lokale arbeidersstrijd waarin ze zijn betrokken (12), nogal in de stijl van de economistische stroming die Lenin honderd jaar geleden al bekritiseerde. De grote economische, politieke en sociale gebeurtenissen in de wereld worden nauwelijks vermeld, en er is geen teken van enig debat over dergelijke fundamentele kwesties als internationalisme en imperialistische oorlog, zelfs wanneer er toch duidelijk diepgaande verschillen van mening bestaan binnen deze stroming, gaande van internationalisme tot nationalisme. Dit gebrek aan debat, dit vermijden van de confrontatie van standpunten - die wij in IAF kunnen ook waarnemen - is veel gevaarlijker dan de crises die de anarchistische beweging in 1914 en 1936 troffen, toen er in de rijen van deze beweging nog veel grotere reacties ontstonden op het verraad van principes.

Het anarchisme blijft een soort familie, die de posities van de bourgeoisie en het proletariaat gemakkelijk in elkaar kan passen en in dit kader nog de vaagheid, de aarzelingen reflecteert van de sociale lagen, die gevangen zitten tussen de twee belangrijkste klassen van de maatschappij. Deze atmosfeer is een echte hindernis voor verduidelijking, die zelfs de helderste, meest vatberaden internationalistische individuen of groeperingen verhindert om naar de wortels te gaan van dit meest recente voorbeeld van anarchistische samenwerking met de bourgeoisie. Het doortrekken van haar standpunten tot hun logische conclusie vereist een nieuw grondig onderzoek van afgelopen crises in het anarchistisch milieu, vooral die van 1936 waar, zoals wij in onze recente artikelen in de Internationale Revue  aangetoond hebben, de fatale tekortkomingen van anarchisme op de meest spraakmakende wijze werden geopenbaard. In laatste instantie zou dit een fundamentele kritiek van anarchisme zelf en een echte assimilatie van de marxistische methode vereisen.

Amos; 3/12/14

(1) Zie het artikel over de CGT in onze serie over het anarcho-syndicalisme: http://en.internationalism.org/ir/120_cgt.html. De link voor de hele reeks is: http://en.internationalism.org/series/271

(2) Zie in het bijzonder de artikels: http://en.internationalism.org/ir/2008/132/spain_1934; http://en.internationalism.org/ir/133/spain_cnt_1936; http://en.internationalism.org/internationalreview/201409/10367/war-spain-exposes-anarchism-s-fatal-flaws. Een vervolg op het laatste artikel, dat gaat over de dissidente anarchisten in Spanje en elders, zal spoedig verschijnen.

Zie ook bijvoorbeeld: http://nl.internationalism.org/wereldrevolutie/200609/346; Spanje 1936: links misleidt het proletariaat en onderwerpt het aan de burgerlijke staat.

(3) Zie de bijdragen van foristaruso, een lid van de Russische anarcho-syndicalistische groep KRAS, afdeling van de IAA: http://libcom.org/news/about-declaration-awu-confrontation-ukraine-23062014; http://libcom.org/news/when-patriotic-anarchists-tell-verity-02072014; http://libcom.org/forums/news/ukrainian-crisis-left-necessary-clarification-28092014

(4) http://nl.internationalism.org/node/1045: Internationalisme als antwoord op de Koerdische kwestie - Nationalisme ligt nooit aan de basis van een klasseloze samenleving

(5) http://www.theguardian.com/commentisfree/2014/oct/08/why-world-ignoring-revolutionary-kurds-syria-isis. Een reactie door ICT kan hier worden gevonden: http://www.leftcom.org/en/articles/2014-10-30/in-rojava-people%E2%80%99s-war-is-not-class-war.

Deze tekst verdedigt duidelijk een internationalistisch standpunt tegen de linkse ideologie van Graeber, maar het doet ook een concessie aan anarchisme: het idee dat er een “sociale revolutie” was in Spanje in 1936. De “militaire staatsgreep van 18 juli 1936 tegen de Tweede Spaanse Republiek kwam na jaren van klassestrijd. Het Volksfront van socialisten en liberalen wist niet het hoe te antwoorden, maar de arbeiders wisten dat wel. Toen de liberale ministers weigerden om de arbeiders te bewapenen, vielen zij de barakken van het regime aan en bewapenden zich. Dit ontketende een sociale revolutie die in diverse delen van Spanje die bijna de vorm aannam zoals Graeber het beschrijft. Nochtans raakte het niet de politieke macht van de burgerlijke Spaanse Republiek. De staat werd niet vernietigd”.

Het laatste punt is correct, maar het idee van een ‘sociale revolutie’ werd toentertijd niet gedeeld door de Italiaanse Fractie van de Kommunistische Linkerzijde (die Bilan publiceerde en waar zowel IKS als de ICT zich op beroepen) – het lijkt eerder bij het standpunt te staan van de minderheid van de Fractie, die vertrok om te vechten in de milities van POUM ‘ter verdediging van de Spaanse revolutie’. Bilan beschouwde Juli 1936 en Mei 1937 als arbeidersopstanden, maar gebruikte nooit de term sociale revolutie om de gebeurtenissen in Spanje precies te beschrijven, omdat de burgerlijke staat niet was vernietigd en de arbeiders niet de macht hadden gegrepen of zelfs geen dubbelmacht had gevestigd. Het gevolg was dat alle ‘sociale maatregelen’ (collectivisaties van landbouwbedrijven en fabrieken, enz.), door de arbeiders en de boeren zeer snel werden geïntegreerd in een nieuwe vorm van oorlogseconomie, erop gericht om een imperialistisch conflict te dienen met de anarcho-syndicalistische CNT als het belangrijkste instrument, zowel voor de omvorming van de aanvankelijke proletarische reactie in een anti-fascistische front als voor het beheer van de oorlogseconomie ‘onder arbeiderscontrole’. De ‘Stellingname over Spanje' van de minderheid - die door Eiffel in de V.S. wordt voorgesteld en in 1937 de Revolutionary Workers League (RWL) groepeert - heeft hetzelfde uitgangspunt als dat van Bilan.

Deze kwestie is belangrijk omdat er veel internationalisten in de anarchistische beweging zijn die een duidelijk standpunt over de huidige oorlog in het Midden-Oosten hebben ingenomen, linkskommunisten deze kameraden moeten aanmoedigen om een grondige analyse van te maken hoe het mogelijk is het anarchisme zo vaak de test van imperialistische oorlog niet heeft doorstaan, en dan vooral in 1936. Het idee van een ‘Spaanse revolutie’ in 1936 vertegenwoordigt een soort heilig icoon voor bijna alle anarchisten. Maar zolang ze niet bereid zijn om tot de wortel te gaan om een antwoord te vinden op de vraag waarom een zo significant deel van de anarchistische beweging de klassengrens op dat ogenblik doorkruiste, zullen zij noch vandaag noch de toekomst, in staat zijn samenhangende internationalistische standpunten te verdedigen.

(6) De anarchistische goeroe in Nederland, Peter Storm, verdedigt intussen ook dat ‘het doel de middelen heiligt’. Op zijn weblog “Ravotr” heeft hij, zonder enige vorm van commentaar, een reactie geplaatst waarin, tegen het fascisme van de IS in Kobane, de noodzaak van een soort libertair ‘counterfascisme’ wordt gepropageerd.

(7) http://www.libcom.org/forums/news/isis-17062014

(8) De AIT ‘Association International des Travailleurs’ is Frans voor de Internationale Arbeiders Associatie

(9) http://nl.internationalism.org/node/1088; Verklaring van Internationalisten over het Russisch-Oekraïens conflict

(10) https://libcom.org/blog/bloodbath-syria-class-war-or-ethnic-war-03112014

(11) http://www.libcom.org/news/anarchist-federation-statement-rojava-december-2014-02122014

(12) De foto van de vlag van de CNT-AIT, die bij dit artikel wordt getoond, is typisch voor de stijl van veel van deze artikels die, als het maar even mogelijk is, een beeld laten zien van een picket van de IAA. Daarmee wil men laten zien welke cruciale rol ze heeft gespeeld in de strijd – een benadering die overeenkomt met hun visie op de organisatie van de klasse in revolutionaire vakbonden.