Nederland Van het antinationalisme van de AAGU tot Het proletarisch internationalisme van de ASB

Printvriendelijke versieSend by email

Sinds enkele jaren komt de arbeidersklasse, al of niet ‘vergezeld’ van niet-uitbuitende lagen van de bevolking, steeds openlijker in opstand en steeds massaler in verzet tegen een systeem dat ons niets meer te bieden heeft dan meer armoede, volksverhuizingen, meer ‘precariteit’, meer repressie, meer oorlogsellende, een onzekere toekomst, enz. Een en ander is niet alleen tot uitdrukking gekomen in de revoltes van de bevolking in de Arabische landen en in die van Noord-Afrika, maar ook in demonstraties, stakingen, bezettingen en sit-ins in de centrale landen zoals Portugal en Groot-Brittannië.

Deze nieuwe gebeurtenissen, die vaak een massaal karakter hebben, leiden niet alleen tot meer vertrouwen van de arbeidersklasse in haar eigen kracht, maar ook in het ontstaan van minderheden binnen de klasse die zich steeds meer politieke vragen beginnen te stellen. Wat is dat eigenlijk voor systeem waarin we leven, dat alleen maar overleeft ten koste van meer vernietiging, meer mensen die van de honger sterven, de helft van de wereldbevolking in een permanente staat van complete uitzichtloosheid dompelt en alleen maar bezig met haar eigen overleven.

De onvolkomen breuk met het nationalisme door AAGU

Ook in Nederland is dit het geval.  Enkele maanden geleden hebben we, naar aanleiding van een openbare bijeenkomst van de IKS in Amsterdam, waar enkele medestanders van de AAGU (Anarchistische Antideportatie Groep Utrecht) aan deelnamen, onze gedachten naar voren gebracht over deze groep (1). Hoewel deze groep vooral als een soort van strijdcomité functioneert, probeert ze haar solidariteit met de immigranten toch vorm te geven op basis van enkele heldere principes. Principes die we grotendeels kunnen onderschrijven. Zo verklaart ze in haar tekst: “Uitgangspunten van de AAGU”:

"De vrije samenleving, die wij nastreven, kan alleen bestaan als die vrijheid voor iedereen geldt: een mens kan alleen echt vrij zijn als alle andere mensen ook vrij zijn. Het streven naar vrijheid betekent daarom automatisch een strijd tegen staat en kapitaal wereldwijd. Wat in Nederland 'recht' en 'democratie' wordt genoemd, is in werkelijkheid het onrecht en de dictatuur van de bezittende en heersende klasse. Dit onrecht kan niet beter worden aangetoond dan aan de hand van de algehele rechteloosheid van mensen die uit het maatschappelijke leven verbannen zijn, zoals geïllegaliseerden. De strijd tegen staatsrepressie beginnen wij daarom bij het bestrijden van nationalisme, wat alleen mogelijk is als dat antinationalisme vergezeld gaat van een streven naar economische gelijkheid wereldwijd.(…) We zijn voor open grenzen en een solidaire wereld waarin er genoeg is voor iedereen."(2)

Hoewel ze streeft naar open grenzen en anti-nationalistisch zegt te zijn, stelt de groep zich niet definitief en ondubbelzinnig op het standpunt van het internationalisme. Ze is slechts tegen het nationalisme voor zover die ervoor zorgt dat er grenzen bestaan. De groep wenst dat grenzen tussen die landen opengaan, maar laat daarbij buiten beschouwing dat die grenzen binnen Europa eigenlijk al zijn opengegaan en dat er desondanks in de grond toch niets veranderd is.

Ondanks dat grenzen nauwelijks nog bestaan, kunnen we binnen Europa onmogelijk spreken van internationalisme. De nationale staten, als hoogste vorm van eenheid en organisatie die het kapitalisme kan realiseren, bestaan ook in Europa nog steeds en ieder nationaal kapitaal probeert nog steeds zijn belangen met alle middelen te verdedigen ten koste van ieder ander kapitaal.

Het proletarische internationalisme van de ASB

Anders is het standpunt van een andere  groep in Nederland die zich, naast de IKS op een openlijk internationalistisch standpunt stelt, met name de ASB (Anarcho Syndicalistische Bond) (3). Dit blijkt sowieso uit het pamflet van KRAS, een internationalistisch anarchistische groep uit Moskou waarvan we eerder al verklaringen van gepubliceerd hebben (4), dat ze onlangs op haar website heeft geplaatst “Weg met de nieuwe oorlog in Noord-Afrika”. Het pamflet eindigt haar oproep niet alleen met een ondubbelzinnig standpunt tegen de oorlog, maar ook tegen de staat, welke regering dan ook en (niet onbelangrijk) zelfs tegen de democratie: "Weg met de oorlog! Weg met alle staten en legers! Geen enkel druppel bloed voor dictatuur of democratie! Nee tegen alle regeringen en “opposities”!"

De ASB, die zich presenteert als een anarcho-syndicalistische bond naar het voorbeeld wellicht van de CNT, zoals dat in de jaren twintig en dertig bestond in Spanje, heeft niettemin hele duidelijke politieke gedachten. Ze noemen hun anarchistische beginselen “ons gezamenlijke vertrekpunt”, maar staan daarmee heel dicht bij die van andere politieke stromingen die het proletarisch internationalisme verdedigen. In het boekje, dat ze op hun website hebben gepubliceerd, komt het begrip proletarisch internationalisme nergens voor, maar het hele boekje is doortrokken van de gedachte dat er maar één enkele klasse bestaat in de hele wereld die een einde kan maken aan het kapitalisme: de internationale arbeidersklasse

“De groep mensen, het gros van de wereldbevolking, dat echter onderworpen is aan de condities die deze maatschappij hen oplegt, heeft baat bij de afschaffing van staat en kapitaal. Dit is het fundament van klasse: een gedeelde positie binnen de kapitalistische maatschappij die om haar eigen opheffing schreeuwt. (….) De arbeidersklasse heeft niet zo'n gezamenlijk project binnen de klassenmaatschappij. Ze wordt immers niet gedefinieerd door wat ze doet, maar door wat ze aangedaan wordt. De enige gemeenschap die ze kennen is de gemeenschap vormgegeven door staat en kapitaal, door de klassenmaatschappij. Valse identiteiten als 'het volk', 'de burgers' of 'wij Nederlanders' bestaan dan ook niet.”

Maar het “gezamenlijk vertrekpunt” van de ASB houdt het daar niet bij. Als het gaat om vluchtelingen en immigranten, dan heeft ze ook een duidelijke mening: “In de 'Derde Wereld' waar land en natuurlijke bronnen letterlijk door de machines van staat en kapitaal weggeroofd worden, worden mensen gedwongen naar de steden te trekken om onder miserabele toestanden werk te vinden of in sloppenwijken te eindigen. Dat of een wanhopige poging te migreren naar de 'Eerste Wereld', op zoek naar een beter bestaan. Dus, naast hun onteigende bestaan, zijn onzekerheid en vervangbaarheid ook meer en meer de gedeelde eigenschappen van de uitgebuitenen.”

Als reactie op de verdelingen van de arbeiders in bijvoorbeeld ‘illegalen en niet-illegalen’, in ‘allochtonen en autochtonen’, of in ‘precariaat en witte arbeiders’, die door bepaalde groepen als Doorbraak gepropageerd worden, zegt het “gezamenlijk vertrekpunt” van de ASB ons het volgende:

“Het kanaliseren van onze activiteit in het algemeen en woede in het specifiek verloopt altijd via vastgelegde sociale 'rollen'. Ras, geslacht, religie, seksuele voorkeur, subcultuur, al deze dingen kunnen zaken aangeven die wel degelijk verschillen, maar de sociale 'rol' die daarbij hoort, is een heel andere zaak. Zo verschillen mannen en vrouwen wel degelijk biologisch, maar is de traditionele rolverdeling die daarbij hoort, slechts een sociale 'rol'. Sociale rollen, het product van de klassenmaatschappij door de geschiedenis heen, dwingen ons in een keurslijf wat slechts de heersende klassen dient, wat ons niet alleen verdeelt maar ook ons van onszelf vervreemdt. Het is daarom ook belangrijk voor revolutionairen om deze sociale rollen te analyseren, te ontmantelen en ons niet te laten verdelen”.

Uit het boekje van de ASB blijkt dat ze zich op een terrein plaatst, dat de IKS volledig met haar deelt: het terrein van de arbeidersklasse. Ook al spreekt de IKS over het kommunisme en de ASB over libertair-kommunisme, dat verandert niets aan de zaak. Neem bijvoorbeeld iemand als Erich Mühsam, die ook streefde naar een anarcho-kommunistische maatschappij. Dat belette hem niet om in de revolutie van 1918 in Duitsland samen op te trekken met de kameraden van de Duitse Kommunistische Partij, zoals Rosa Luxemburg, Anton Pannekoek, en Johan Knief, in een poging de burgerlijke staat te vernietigen en een nieuwe vrije maatschappij op te bouwen.

Ondanks de vele overeenkomsten tussen de ASB en de IKS, zou het vreemd zijn als er toch geen meningsverschillen bestaan. En volgens de IKS zijn die er ook,. Het belangrijkste verschil van mening, dat er tussen beide groepen bestaat, is dat met betrekking tot directe actie. Om te beginnen zijn we volledig akkoord met de volgende zinsneden, die de ASB naar voren brengt in relatie tot directe actie.

- “Directe actie heeft niks te maken met stemmen, partijpolitiek of publiciteitsstunts gericht op media-aandacht. Het heeft niks te maken met individuele activisten die hopen dat de heersende klassen naar hen luisteren door een 'ludieke actie'”

- “100,000 proletariërs, tot de tanden bewapend, zijn niks als ze hun vertrouwen in iets anders plaatsen dan hun eigen macht om de wereld te veranderen”.

- Directe actie “betekent dat de arbeidersklasse, in constant verzet tegen de bestaande orde, geen hulp van 'buiten' verwacht maar haar eigen condities van de strijd bepaalt en naar zichzelf kijkt voor haar actiemiddelen”.

“Het proces van onze strijd is zowel de confrontatie met de heersende klassen als de opbouw van onze eigen nieuwe orde. Dit kan echter alleen als we de strijd zelf in de hand houden en niet delegeren aan functionarissen van staat en kapitaal.”

Wellicht zijn we het ook eens over vele vormen van actie die ASB in dit kader naar voren brengt. De ASB spreekt over directe acties als “walkouts, prikacties, stakingen en bezettingen tot economische blokkades, sabotage en autonome productie en alles daar tussen in”.

Als de IKS denkt aan vormen van strijd dan denkt ze vooral aan demonstraties, blokkades, stakingen, bezettingen, sit-ins, enzovoort. De IKS verwacht hierbij echter niet dat één ‘directe actie’ de heersende klasse zal doen sidderen, de staat op de knieën zal krijgen en de eisen onmiddellijk ingewilligd zullen doen worden. De arbeidersklasse zal onder omstandigheden van een nog nimmer vertoonde economische crisis van het kapitalisme de aanvallen van de bourgeoisie op haar levensomstandigheden in de veel gevallen alleen maar tijdelijk een halt kunnen toeroepen. Zij zal op het materiële vlak ook nog vele nederlagen moeten slikken en zelfs ‘directe actie’ zal daar niets aan kunnen veranderen. Zoals Rosa Luxemburg in “Orde heerst in Berlijn” stelt

".... de [proletarische] revolutie de enige vorm van ‘oorlog’ is (...) waar de eindoverwinning slechts door een reeks van ‘nederlagen’ kan worden voorbereid!” En als “de bourgeoisie (vakbonden en/of ondernemers) zich wel terugtrekt, zal het moment van de aanval alleen maar uitgesteld worden. De aanvallen tegen de levensomstandigheden kennen geen uitstel”.

Maar de grote winst voor de arbeidersklasse is gelegen in het feit, niet dat ze alle aanvallen op onmiddellijke vlak weet af te slaan, maar in het gegeven dat “de arbeidersklasse, dankzij de strijd, beetje bij beetje weer meer vertrouwen in zichzelf krijgt. De arbeiders (aan het werk of werkloos, met pensioen of in de collegezalen) herkennen zich opnieuw als behorend tot een klasse, die gemeenschappelijke belangen heeft en de mogelijkheid bezit om zich collectief te verdedigen". (“De beweging tegen de CPE in 2006. Een voorbeeldige strijd voor de arbeidersklasse” Wereldrevolutie nr. 124)

Wat we in en via de strijd wel kunnen bereiken is het vergroten van de eenheid binnen de klasse en een solidariteit tussen steeds grotere delen van de klasse. Een voorwaarde hierbij is echter wel dat de strijd plaatsvindt onder controle van de arbeiders zelf, verenigd in algemene vergaderingen en gekozen afgevaardigden, die ieder moment afgezet kunnen worden.

In de uitgangspunten van de ASB lezen we verder, dat “Directe actie is het uitbouwen van ons eigen project, (….) waarbij we onszelf onder staat en kapitaal uitvechten en daarmee de klassenmaatschappij doen afbrokkelen vormt de basis van de nieuwe maatschappij: de libertair communistische maatschappij”. Maar de grote vraag hierbij is: hoe kan het “afbrokkelen van de klassenmaatschappij” de grondslag vormen van “ons eigen project” (…) “van de nieuwe maatschappij”?

Want hieraan ten grondslag ligt de veronderstelling dat de libertair-kommunistische opvattingen en ideeën al in de hoofden van de arbeiders zitten en de materiële omstandigheden, waaronder we gebukt gaan, alleen nog maar bevrijd hoeven te worden van hun repressieve omhulsel, opdat deze ideeën de volle ‘vrijheid’ krijgen om zich vanzelf in libertair-kommunistische richting te ontwikkelen en te uiten? Gaat dit in de ogen van ASB vanzelf of moeten daarvoor ook niet bijvoorbeeld geslaagde voorbeelden uit het verleden naar voren worden gebracht, de opvattingen van bekende anarcho-syndicalisten (-kommunisten) worden uiteengezet en de principes van de zelforganisatie van de klasse onder de arbeiders worden uiteengezet en in de strijd worden verdedigd

Dixoff / 25.04.2011

 

Voetnoten

1)Zie ook “Levendig debat over de kwestie van de vluchtelingen”, Wereldrevolutie nr.124

2)Zie de website van AAGU: http://www.aagu.nl/

3)Zie de website van ASB: http://anarcho-syndicalisme.nl/wp/?p=591, en ook de IKS website: “Weg met de nieuwe oorlog in Noord-Afrika!” http://nl.internationalism.org/node/854

4)Zie o.m.over de KRAS onze website: http://nl.internatiolism.org