Achter de verkiezingsmisleiding ‘liever Cohen dan Wilders?’ schuilen enorme bezuinigingen!

Printvriendelijke versieSend by email

Langzaam maar zeker beginnen de speculaties toe te nemen. Het aantal peilingen neemt ook hand over hand toe. In de media wordt al druk gedebatteerd over de meest geschikte kandidaat voor het premierschap: Balkenende, Cohen, Rutte of, als complete buitenstaander, Opstelten.

Om de gunst van de kiezer te winnen proberen de verschillende partijen elkaar te overtroeven in ... bezuinigingsmaatregelen.

Cohen of Wilders? Deze keuze wordt ons voorgeschoteld met rferentie aan allerlei schrikbeelden uit het naziverleden. Maar is er wel een keuze? Cohen, zal zich, tegen de propaganda van criminalisering van de immigranten door de PVV, proberen op te werpen als de echte verdediger van een sociaal immigratiebeleid, een sociaal minderhedenbeleid en een sociaal emancipatiebeleid. En dit ondanks het feit dat hij onder Kok II staatssecretaris voor vreemdelingenzaken was en toen de meeste strenge maatregelen tegen de immigranten heeft doorgevoerd die dus in wezen geen ander beleid voorstaat dan Wilders.

We moeten ons niet laten meevoeren in welke burgerlijke campagne dan ook: of ze parlementair of buitenparlementair is.

Langzaam maar zeker beginnen de speculaties toe te nemen. Het aantal peilingen neemt ook hand over hand toe. In de media wordt al druk gedebatteerd over de meest geschikte kandidaat voor het premierschap: Balkenende, Cohen, Rutte of, als complete buitenstaander, Opstelten. Om de gunst van de kiezer te winnen proberen de verschillende partijen elkaar te overtroeven in bezuinigingsmaatregelen. Op 9 juni moet de klap vallen: dan wordt duidelijk welke partij aan het langste eind trekt.

Een totaal vastgelopen economie

Alom in de wereld woekert de economische crisis voort. Nergens is er nog een lichtpuntje te bespeuren: noch in Giekenland, noch in Portugal en noch in Spanje (zie artikel elders in dit blad). Nederland vormt daarop geen uitzondering. Ook hier is de crisis dieper dan ooit en staan de groeicijfers op een ongekend dieptepunt.

Nog steeds staan de groeicijfers in de min, neemt de koopkracht af en neemt de werkloosheid hand over hand toe. Het jaarlijkse tekort op de begroting is verdubbeld, de staatsschuld is anderhalf keer zo groot geworden en de rentebetalingen op de uitstaande schulden zijn met 25% gegroeid.

Nog steeds niet geheel en al bekomen van de schrik, toen in het najaar van 2008 de hele boel dreigde vast te lopen, is de bourgeoisie naarstig op zoek naar mogelijkheden om het zaakje weer aan de gang te krijgen, zonder overigens de inflatie aan te wakkeren. Maar alle maatregelen ten spijt, maakt de economie weinig kans om weer goed op gang te komen.

Zo schrijven economen van de ING op 12-04-2010 in hun kwartaalbericht van de economie bijvoorbeeld “Geen duurzaam herstel van de vraag. Er is echter geen sprake van een duurzaam herstel van de vraag, omdat de bedrijfsinvesteringen traag op gang komen en er onzekerheid heerst over de bestedingen van de overheid en de consumenten.”

Maar natuurlijk moet de bourgeoisie aan haar geloof in de kracht van de Nederlandse economie vasthouden. Daarom beweren allerlei politici tegelijkertijd dat het alweer beter gaat met de economie. Op 1 april jongstleden beweerde minister-president Balkenende zelfs nog dat “Nederland er na de internationale financiële crisis In Europa relatief gezien niet slecht voorstaat.” (…) “We doen het internationaal helemaal niet slecht.” De bourgeoisie kan ook onmogelijk haar vertrouwen in zijn eigen systeem opgeven en heeft geen andere keus dan krampachtig te zoeken naar een uitweg uit de crisis.

Maar de enige oplossing die de bourgeoisie ons te bieden heeft is die van meer uitbuiting, meer werkloosheid en meer armoede. De massale bezuinigingen, welke nu doorgevoerd moeten gaan worden, maken dit meer dan ooit duidelijk. Want wie er ook aan de regering komt, wat voor soort bezuinigingen er ook doorgevoerd gaan worden, het is de arbeidersklasse die er de rekening voor moeten betalen.

Ook Nederland leeft boven zijn stand en moet de tering naar de nering zetten. Het gevaar van een hollende inflatie ligt om de hoek. Bezuinigingen, van een omvang ongekend in de Nederlandse politieke geschiedenis, moeten (net als in Griekenland) dan ook doorgevoerd worden om de staatsschuld, het begrotingstekort en de rente op de staatsschulden drastisch terug te brengen.

Langzaam maar zeker bleek dat de zittende regeringsploeg (Balkenende IV), met de PvdA in haar gelederen, niet klaar was om de voor 2011 geplande bezuinigingen van ca. 30 miljard door te voeren. Vooral de PvdA had in het laatste jaar veel van haar geloofwaardigheid verloren en stond in de peilingen op een fors verlies. Het historisch dieptepunt werd daarbij wel bereikt in februari jongstleden, toen niet meer dan 14% van de stemgerechtigden nog haar vertrouwen in de PvdA uitsprak.

Het bleek onvermijdelijk om een einde te maken aan haar deelname aan de regering. Iedere aanleiding was goed genoeg om de stekker er uit te trekken, als deze maar niet te lang op zich liet wachten. Uiteindelijk was het de Uruzgan-kwestie die de PvdA de gelegenheid bood om op een geloofwaardige wijze de samenwerking met de CDA te beëindigen.

De politieke zet van de PvdA

De huidige onrust in Griekenland en in verschillende andere landen laat zien dat de arbeidersklasse zo’n reusachtige bezuinigingsoperatie waarschijnlijk niet onbewogen over zich heen zal laten gaan en deze zonder slag of stoot zal slikken. Daarom heeft de bourgeoisie, om de bezuinigingen te kunnen door voeren, niet alleen een solide regeringsploeg maar zeer zeker ook een geloofwaardige linkse oppositie nodig. Een optimale opstelling van het politieke apparaat van de bourgeoisie is onontbeerlijk om de reacties van de arbeidersklasse het hoofd te kunnen bieden.

Wat de rol van de PvdA daarin precies zal zijn, laat zich nu moeilijk voorspellen. Of ze nu in de regering komt of in de oppositie, de ruimte om een sociaal alternatief te formuleren (de ‘verdediging’ van wat er nog over is van wat eens de verzorgingsstaat genoemd werd) is met de enorme diepte van de economische crisis geheel en al verdwenen.

De vervanging van Bos door Cohen was, zoals algemeen bekend, lang voor de val van de regering Balkenende IV al bekokstoofd. Nog eens een aanwijzing dat de PvdA al lang geleden had besloten om haar deelname aan de regering te beëindigen en alleen nog maar een aanleiding zocht om zich met minimaal gezichtsverlies eruit terug te trekken. Om de daling in de peilingen een halt toe te roepen, was het niet alleen noodzakelijk om de PvdA uit de regering terug te trekken, maar ook om de leiding te vervangen en Bos af te lossen door Cohen.

De enige manier waarop de PvdA haar electorale aanhang weer enigszins aan zich kan binden is door een onverzoenlijke opstelling ten opzichte van het extreem-rechtse racistische gevaar van de PVV van Wilders.  Het was duidelijk dat Bos deze turn niet kon maken omdat hij inmiddels teveel geassocieerd wordt met de staat en teveel geïdentificeerd wordt met het “financiële grootkapitaal’.

Iemand als Cohen is wel geschikt om de nieuwe rol van leider van de PvdA op zich te nemen: hij is inmiddels lang genoeg weggeweest uit het Haagse politieke circuit en is hij nooit zo heel erg direct geassocieerd met het beheer van de burgerlijke staat. Anno 2010 heeft hij voldoende ‘schone handen’, en is zijn imago voldoende opgepoetst om de PvdA te leiden in haar strijd voor een ‘sociaal’ alternatief voor het anti-sociale gevaar van Wilders.

Een peiling, gehouden op 14 april jongstleden, laat zien dat Job Cohen inderdaad aanslaat bij de aanhang van PvdA, want inmiddels zou de partij alweer op meer dan 30 zetels staan en daarmee de grootste partij van Nederland worden. De sterke voorkeur voor Cohen als premier  zou volgens opiniepeiler Maurice de Hond bepalend zijn voor wie er op 9 juni het sterkste uit de bus komt.

Cohen, zal zich, tegen de propaganda van criminalisering van de immigranten door de PVV, proberen op te werpen als de echte verdediger van een sociaal immigratiebeleid, een sociaal minderhedenbeleid en een sociaal emancipatiebeleid. En dit ondanks het feit dat hij onder Kok II staatssecretaris voor vreemdelingenzaken was en toen de meeste strenge maatregelen tegen de immigranten heeft doorgevoerd die dus in wezen geen ander beleid voorstaat dan Wilders.

De invloed van de ontbinding op de verkiezingen

Of de bourgeoisie er werkelijk in slaagt om een solide politieke opstelling te bewerkstelligen die het mogelijk maakt om de kolossale bezuinigingen door te voeren valt nog te bezien. Ze beschikt traditioneel over verschillende instrumenten om de loop van de verkiezingen te manipuleren en de uitslag een bepaalde richting op te sturen, zoals verkiezingpeilingen, stemmingmakerij, media, enzovoort.

Maar de periode van de ontbinding, waarin we nu verkeren, ontaarden onderlinge meningsverschillen binnen de bourgeoisie snel tot allerlei afsplitsingen en tot het ontstaan van zogeheten populistische partijen, die heel erg spelen op de onderbuikgevoelens onder de kiezers. Het gevolg hiervan is dat het spectrum van politieke partijen de laatste jaren nogal instabiel is geworden: bestaande partijen die het ene moment nog bijna 40 zetels binnenhalen, worden twee jaar later tot de helft gereduceerd. Nieuw gevormde partijen verwerven binnen de kortste keren een aanhang die hen tot één na de grootste partij van het land maken.

Met name de nieuw gevormde partijen, zoals de LPF in 2002 en door de PVV in 2010, weten zo goed in te spelen op de angst onder de bevolking voor de onbeheersbare stroom van immigranten, welke ons land dreigt te overspoelen, dat ze binnen de kortste keren hun aanhang zien vervijfvoudigen. Het is gevolg is dat het politieke toneel in Nederland volkomen dreigt te versplinteren, en de samenstelling van welke regeringsploeg dan ook een steeds onmogelijkere opgave dreigt te worden voor de bourgeoisie in Nederland.

Als de PvdA (en de kleine linkse partijen in haar voetspoor) zich afzetten tegen Wilders, deze proberen in het verdomhoekje te zetten en af te schilderen als een mogelijke bedreiging voor de democratische rechten van de minderheden, dan betekent dat nog niet dat links minder gevaarlijk zou zijn. Voor de arbeidersklasse vormt links net zo’n groot gevaar als rechts, al is dat om hele andere redenen. Want als de rechterfracties de arbeidersklasse zo hard mogelijk aanvallen vanuit de regering is het de taak van de linkse partijen van de bourgeoisie om zich voor te doen als de werkelijke verdedigers van de belangen van de arbei-dersklasse en haar verschillende fracties, zoals de immigranten.

De rol van de ‘arbeiderspartijen’

De PvdA en de SP doen zich voor als arbeiderspartijen, voortgekomen uit de arbeidersklasse, met een lange arbeiderstraditie en met als taak om de verdediging van de levensomstandigheden van de arbeiders (inclusief de immigranten) op zich te nemen. Maar niets is wat het lijkt te zijn. De linkse partijen zijn burgerlijke partijen, die zich genesteld hebben in de rangen van de arbeidersklasse, hebben als belangrijkste taak de arbeidersklasse te binden aan de burgerlijke staat door ze in haar - vaak ook ‘buitenparlementaire’ – campagnes mee te lokken teneinde ze iedere  vier jaar hun stem te doen uitbrengen op hen.

Nu de PvdA, vanwege de diepe economische crisis, geen echt sociaal alternatief meer kan bieden voor de bezuinigingsplannen van rechts, is de enige partij die de rol van radicale oppositie – van geloofwaardige linkse oppositie – nog kan spelen is de SP. Want deze partij zal, net als de PVV van Wilders en bijna net zo populistisch – wel allerlei ‘sociale’ aspecten in haar verkiezingsprogramma kunnen opnemen in de wetenschap dat ze op landelijk niveau toch nooit aan enige regering zal deelnemen. Omdat ze niet voorbestemd is regeringsverantwoordelijkheid te dragen, zal ze zichzelf niet gemakkelijk ontmaskeren en haar geloofwaardigheid niet snel verliezen.

Hoe de SP haar ‘sociaal’ alternatief momenteel, niet alleen in het parlement, maar ook ‘buitenparlementair’ voor het voetlicht brengt, kunnen we zien aan de acties van de schoonmakers. De SP is, in en naast de FNV, met in haar kielzog de verschillende kleine linkse groeperingen, al een aantal maanden bezig zich op te werpen als de belangrijkste verdediger van de belangen van de schoonmakers. Deze fractie van de arbeiders, voor het overgrote deel immigranten en daardoor relatief veel illusies in de vakbonden en links, voeren nu al enkele maanden actie voor een salarisverhoging van 2% en reiskostenvergoeding. Door de schoonmakers vooral voor te stellen als een gediscrimineerde groep, die niet het respect krijgen dat ze verdienen, worden deze gemakkelijk geïsoleerd gehouden van hun klassebroeders.

Zo houdt de SP, tezamen met de FNV, de schoonmakers aan ’t lijntje en voert ze in een doodlopend straatje van ‘radicale’ en spectaculaire acties. Iedereen die de acties van de schoonmakers goed gevolgd heeft, kan echter zien dat de SP op geen enkele manier opkomt voor de belangen deze arbeiders. De strijd van de schoonmakers is voor haar slechts een middel om arbeidersklasse te doen verstaan niet alleen dat je de strijd slechts met en achter de FNV met succes vol kunt houden, maar ook dat de SP de enige partij is die in het parlement werkelijk tegenwicht kan bieden aan de komende bezuinigingen.

We moeten ons echter niet laten meevoeren in welke burgerlijke campagne dan ook: parlementair of buitenparlementair dan ook. De arbeidersklasse kan zich niet verlaten op de burgerlijke partijen, hoe radicaal ze zich ook voordoen in de huidige verkiezingscampagne, ook niet als ze zich arbeiderspartijen of links noemen. Ze moet op haar eigen kracht vertrouwen, zelfstandig de strijd aangaan en de strijd zelf in handen houden, tegenover alle manipulaties van links en de vakbonden in. Dat is de enige manier waarop ze haar belangen werkelijk kan verdedigen tegen de reusachtige bezuinigingen die op haar afkomen.

Dixoff / 20.04.2010

Geografisch: 

Erfenis van de Kommunistische Linkerzijde: 

Territoriale situatie: