Briefwisseling: Che Guevara: mythe en werkelijkheid

Printvriendelijke versieSend by email

Enkele maanden geleden ontvingen we via internet (1) twee berichten over Che Guevara van een kameraad die E.K. tekent. Wij drukken hier de brief af die we hem begin april stuurden, maar maken van de gelegenheid gebruik om ons antwoord te verbreden en te vervolledigen over kwesties die toen niet werden uitgewerkt. We publiceren deze correspondentie omdat, zoals EK zelf opmerkt, we middenin “de herdenkingen zitten van veertig jaar sinds zijn dood in de strijd”. Voor ons, de IKS, gaat het er niet om mee te doen aan deze herdenkingsronde, maar integendeel, om te proberen te begrijpen of Che Guevara inderdaad een revolutionair was en of de arbeidersklasse en de jonge generaties zich al dan niet moeten beroepen op zijn actie.

 

Enkele uittreksels uit de bericht van EK


Voor kameraad EK is Che een authentieke strijder voor de zaak van de onderdrukte volkeren. Voor hem staat inderdaad “het internationalisme van Che buiten kijf. Hij staat model voor de internationale strijder en voor de solidariteit tussen de volkeren.” Hij zou bijvoorbeeld een van de weinige revolutionairen zijn geweest die het regime van de Sovjet-Unie bekritiseerd heeft: “Tijdens het tweede studiedag van de Afro-Aziatische solidariteit bekritiseert Che zonder omwegen de conservatieve en uitbuitersstandpunten van de Sovjet-Unie.” En tenslotte zet EK in zijn eerste bericht zijn visie op het proletariaat en op de rol van de revolutionairen uiteen: “Wat betreft de historische uitvoerder van de sociale omvorming is er naar mijn oordeel geen reden om het begrip van het proletariaat te beperken tot enkel de arbeiders als absolute negatie van de menselijke conditie. [...] Het is de taak van de intellectuelen om, met uitermate politieke middelen, het bewustzijn van zijn omstandigheden bij het proletariaat binnen te brengen.”
Na ons eerste antwoord stuurde EK ons zeer snel een tweede bericht waarin hij zich sterk afzet tegen al degenen die Che in een icoon veranderen, met een massa T-shirts en allerlei posters met zijn beeltenis: “De verheffing van Che tot een mythe via de vermenigvuldiging van zijn beeld neigt ertoe zijn leven en werk te verdoezelen.” Maar vooral benadrukt hij dat “Che, door duidelijk afgelijnde doelen na te streven, er heel logisch toe afstand neemt van het sociaalimperialistisch model van de Sovjet-Unie. De CIA en de KGB werken zelfs samen om zich van hem te ontdoen tijdens zijn revolutionaire poging in Bolivia.” En de kameraad besluit: “Ernesto Che Guevara heeft zijn intellectuele oprechtheid met de dood betaald. Hem eer betonen betekent zijn teksten lezen; de herinnering aan hem te doen voortleven betekent zijn strijd voort te zetten; hem recht doen betekent zijn waarden overnemen. Aan de vooravond van de herdenking van veertig jaar sinds zijn dood in de strijd, is het hoog tijd zijn gedachten kracht bij te zetten en zijn ideeën leven in te blazen.”

Ons antwoord aan EK


We bedanken je voor je bericht van begin april. Gelieve ons te verontschuldigen voor deze late aanvulling op ons antwoord. Wij willen hier kritiek leveren op wat je ons schreef. Deze kritiek betekent voor ons geen complete afwijzing, integendeel. Wij zijn steeds bereid je vragen en standpunten te beantwoorden. We willen antwoorden op wat je schreef over Che Guevara door, zoals je vraagt, zo oprecht en serieus mogelijk te onderzoeken waaruit “zijn waarden”, “zijn ideeën” en “zijn strijd” werkelijk bestonden.

Is Che Guevara een voorbeeld voor de revolutionaire jeugd van vandaag?

In oktober dit jaar is het veertig jaar geleden dat Che Guevara stierf, gedood door het Boliviaanse leger, in dienst van de Amerikaanse CIA.
Sinds 1967 is ‘El Che’ een symbool geworden voor de eeuwige ‘romantische revolutionaire jeugd’: jong gestorven, met de wapens in de hand, in de strijd tegen het Amerikaans imperialisme, grote “verdediger van de arme massa’s van Latijns Amerika”. Heel de wereld kent dat beeld van Che met de baret met de ster op zijn hoofd, de trieste blik op oneindig.
Zijn beroemde ‘reisdagboeken’ hebben er veel toe bijgedragen de geschiedenis van deze gerevolteerde bekend te maken. Hij kwam uit een gegoede, een beetje ‘bohémien’ familie uit Argentinië, en stort zich in een avontuurlijke reis op de motor door Zuid Amerika, waarbij hij zijn medische kennis in dienst stelt van de armen... Hij leeft in Guatemala op een moment (1956) dat de Verenigde Staten daar de zoveelste staatsgreep beramen tegen een regering die hen niet aanstaat. Die voortdurende greep op de landen van Latijns Amerika door de Verenigde Staten zal bij hem heel zijn leven een gloeiende haat daartegen voeden. Later sluit hij zich aan bij de Cubaanse groep van Castro, die naar Mexico is gevlucht na een mislukte poging de Cubaanse dictator Batista, die lang door de Amerikanen gesteund werd (2),  omver te werpen. Na een reeks avonturen nestelt de groep zich in de bergen op Cuba, tot aan de nederlaag van Batista begin januari 1959. De ideologische kern van deze groep is het nationalisme, ‘marxisme’ is maar een bijkomstig omhulsel voor een heftig ‘verzet’ tegen de yankees, ook al noemen enkele elementen, waaronder Guevara, zichzelf ‘marxist’. De Cubaanse Communistische Partij, die op een bepaald moment Batista trouwens steunde, stuurt in 1958 Carlos Rafael Rodríguez, een van haar leiders, om slechts enkele maanden voor deze overwint, met Castro te praten.
Die guerrilla is geenszins de uitdrukking van enige boerenrevolte, en nog minder van de arbeidersklasse. Ze is de militaire uitdrukking van één fractie van de Cubaanse bourgeoisie die een andere fractie wil omverwerpen om haar plaats in te nemen. Aan de machtsgreep door de guerrilla van Castro komt geen ‘volksopstand’ te pas. Zoals wel vaker in Latijns Amerika neemt het de vorm aan van de vervanging van de ene militaire kliek door een andere militaire formatie waarin de uitgebuite en verarmde lagen van de bevolking van het eiland, al of niet opgetrommeld door de putschistische strijders van de guerrilla, geen belangrijker rol spelen dan die van het toejuichen van de nieuwe machthebbers. Geconfronteerd met het tamelijk zwakke verzet van de soldaten van Batista lijkt Guevara een onverschrokken guerrillero wiens vastberadenheid en groeiend charisma zijn meester Fidel in de schaduw dreigt te stellen. Na de overwinning op Batista belast Fidel Castro Che met het installeren van ‘revolutionaire rechtbanken’, een bloedig schimmenspel in de beste traditie van de afrekeningen tussen fracties zoals die gebruikelijk is bij verschillende nationale bourgeoisieën, vooral in Latijns Amerika. Che Guevara neemt zijn nieuwe rol ter harte, met overtuiging en ijver, door een ‘volksgerecht’ in te stellen waarin men om de massa’s stoom te laten afblazen niet alleen de voormalige beulen van het Batistaregime veroordeelt, maar ook om het even wie die het ongeluk heeft ‘aangegeven’ te worden. Guevara gaat daar later trouwens prat op, wanneer hij voor de Verenigde Naties in antwoord op Latijns Amerikaanse vertegenwoordigers die zich als brave ‘democratische’ zielen verontwaardigen over zijn methodes, verklaart: “Wij hebben gefusilleerd, wij fusilleren en zullen blijven fusilleren zolang dat nodig is.” Die praktijken hebben niets te maken met een of andere onhandige uitvoering van wat voor revolutionaire rechtvaardigheid dan ook. We herhalen het: het zijn de typische methodes van een fractie van de bourgeoisie die met wapengekletter de overhand behaald heeft over een andere fractie.
Men kan zich in zijn dromen dan nog vereenzelvigen met de sobere ‘held’ van de Sierra Maestra, met de ‘heldhaftige guerrillero’ die enkele jaren later sneuvelt in de Boliviaanse bergen, maar in de werkelijke wereld heeft hij alleen de rol gespeeld van uitvoerder van smerige werkjes bij de vestiging van een regime dat alleen in naam kommunistisch is.

Che Guevara, internationalist?


Je schrijft dat “het internationalisme van Che buiten kijf staat” en dat “tijdens het tweede studiedag van de Afro-Aziatische solidariteit Che zonder omwegen de conservatieve en uitbuiters standpunten van de Sovjet-Unie” bekritiseerde.
Het nationalistisch regime van Castro drapeerde zich al snel in een mantel van ‘kommunisme’, anders gezegd: het regime koos partij voor... het imperialistisch kamp dat door de Sovjet-Unie werd beheerst. Omdat Cuba maar op enkele zeemijlen van de Amerikaanse kust ligt, moest dat de leider van het Westers blok natuurlijk verontrusten. Het proces van stalinisering van het eiland, met een ruime aanwezigheid van burgerpersoneel, militairen en geheime agenten uit het Oostblok, groeit naar een hoogtepunt tijdens de ‘rakettencrisis’ van 1962.
In de loop van dat proces wordt Che Guevara, nu minister van industrie (1960-1961) door Castro naar de landen van het Oostblok gestuurd om het nieuwe verbond met het ‘socialistische kamp’ te versterken. Che zingt daar de lof van de Sovjet-Unie: “dit land dat zo diep van de vrede houdt”, “waar gedachtenvrijheid heerst”, “de moeder van de vrijheid”... Hij bezingt evenzeer het “buitengewone” Noord Korea, en het China van Mao waar “iedereen vol enthousiasme is, iedereen overuren maakt”, en ga zo maar verder voor het geheel van de Oostbloklanden: “de prestaties van de socialistische landen zijn buitengewoon. Er is geen vergelijk mogelijk tussen hun levenswijze, hun ontwikkelingsmodel, en dat van de kapitalistische landen.” Een ware verheerlijker van het stalinistisch model! We komen straks nog terug op de ‘liefdesbreuk’ van Guevara met de Sovjet-Unie. Maar in tegenstelling tot wat je zegt heeft Che nooit enige principiële twijfel geuit over het stalinistisch systeem. Voor hem waren de Sovjet-Unie en haar blok het “socialistisch, vooruitstrevende” kamp en zijn eigen strijd maakte volop deel uit van het Russische blok tegen het Westerse. De slogan die Che aanhief was: “Twee, drie, vele Vietnams”. Dat was geen ‘internationalistische’ slogan, maar klip en klaar nationalistisch en in het voordeel van het Russische blok! Het criterium waar hij vanuit gaat is niet de sociale verandering, maar de haat tegen het andere blokhoofd, de Verenigde Staten.
Inderdaad werd de wereld na de Tweede Wereldoorlog verdeeld in twee tegengestelde blokken, het ene onder de knoet van de Amerikaanse mogendheid, het andere onder dat van de Sovjet-Unie. De ‘nationale bevrijding’ blijkt dan een perfect ideologisch bedrog om de bevolking telkens weer militair te mobiliseren. In die oorlogen hadden noch de arbeidersklasse, noch de andere uitgebuite klassen iets te winnen, ze dienden enkel als massa’s waarmee de verschillende fracties van de heersende klasse en hun imperialistische peetvaders konden manoeuvreren. De verdeling van de wereld in twee imperialistische blokken na de akkoorden van Yalta betekende dat wanneer een land van het ene blok afscheurde, het onvermijdelijk in het andere blok terechtkwam. En daarvan bestaat geen beter voorbeeld dan dat van Cuba: dat land stapte over van de corrupte dictatuur van Batista, onder de directe controle van Washington, zijn geheime diensten en allerlei soorten maffia, over naar de greep van het stalinistisch blok. De geschiedenis van Cuba is in een notendop de tragische geschiedenis van de ‘nationale bevrijdingsstrijd’ gedurende bijna een halve eeuw!
Dus, fundamenteel, voordat we kunnen vaststellen wanneer en hoe Guevara zich min of meer zou hebben ‘afgekeerd’ van de Sovjet-Unie, moeten we duidelijk scheppen over de aard van de Sovjet-Unie en haar blok. Achter de verdediging van een ‘revolutionaire’ Che Guevara schuilt het idee dat de Sovjet-Unie, min of meer, of men wil of niet, ondanks al haar gebreken... toch het “socialistisch, vooruitstrevende blok” was. Dat is de grootste leugen van de twintigste eeuw. Zeker, er is een proletarische revolutie geweest in Rusland, maar ze werd verslagen. De stalinistische vorm van de contrarevolutie hief de slogan “opbouw van het socialisme in één land” aan, een slogan die lijnrecht tegenover de natuurlijke en fundamentele basis van het marxisme staat. Voor het marxisme geldt: “de proletariërs hebben geen vaderland” (3)! Dit internationalisme, een zeer tastbaar internationalisme, was het kompas van de internationale revolutionaire golf die begon in 1917, het kompas van alle revolutionairen van die tijd, van Lenin en de bolsjewieken tot aan Rosa Luxemburg en de Spartakisten (4). De absurde aanname van de ‘theorie’ van een ‘socialistisch vaderland’ dat verdedigd zou moeten worden ging samen met het systematisch gebruik van een burgerlijke methode: die van terreur en staatskapitalisme, van het laarzengestamp, van de meest totalitaire en wrede vorm van kapitalistische uitbuiting!

Keerde Che zich af van het sociaalimperialistisch model van de Sovjet-Unie?


Aan de kritieken van Che op de Sovjet-Unie ligt de ‘rakettencrisis’ van 1962 ten grondslag. Voor de Sovjet-Unie vormde het een buitenkansje dat ze de hand kon leggen op Cuba. Zo kon ze de Verenigde Staten met gelijke munt betalen, die de Sovjet-Unie vanuit haar buurlanden, zoals Turkije, kon bedreigen. De Sovjet-Unie begon op enkele zeemijlen van de Amerikaanse kust lanceerinstallaties voor raketten met atoomkoppen te plaatsen. De Verenigde Staten reageerden onmiddellijk door een algeheel embargo af te kondigen voor het hele eiland, waardoor de Russische schepen rechtsomkeer moesten maken. Chroesjtsjov, toen meester van het Kremlin, wordt uiteindelijk gedwongen zijn raketten terug te trekken. In oktober 1962 bracht de imperialistische confrontatie tussen degenen die zich ‘de vrije wereld’ noemden en degenen die zich voorstelden als de ‘vooruitstrevende socialistische wereld’ de mensheid enkele dagen lang op de rand van de afgrond. Chroesjtsjov wordt dan door de Castristische leiders beschouwd als een ‘slappeling’, te laf was om de Verenigde Staten aan te vallen. In een aanval van patriottische hysterie, waarin de Castristische slogan ‘vaderland of dood’ zijn meest sinistere betekenis krijgt, waren ze bereid het volk te offeren op het altaar van de nucleaire oorlog (zij zouden gezegd hebben dat het volk bereid was zich op te offeren). In dat perverse delirium moest Guevara wel de spits afbijten. Hij schreef: “Zij hebben gelijk [de landen van de OEA (5), die de ‘Cubaanse subversie’ vrezen], want dit is het afschrikwekkende voorbeeld van een volk dat bereid is zichzelf met atoomwapens te laten vernietigen opdat zijn as dient als cement voor nieuwe maatschappijen, en dat, wanneer een akkoord gesloten wordt over de terugtrekking van de atoomraketten zonder daarbij geraadpleegd te zijn, geen zucht van verlichting slaakt of erkentelijk is voor het bestand. Het werpt zich in de arena [...] om zijn beslissing kracht bij te zetten de strijd voort te zetten, desnoods geheel alleen, tegen alle gevaren in, en zelfs tegen de atoomdreiging van het yankee imperialisme.” (6). Deze ‘held’ heeft besloten dat het Cubaanse volk bereid was zichzelf te laten vernietigen voor het vaderland... Blijkt dus dat de grond voor de ‘teleurstelling’, van de kritiek op de Sovjet-Unie niet was gelegen in het verlies van geloof in de deugden van het ‘sovjetkommunisme’ (in werkelijkheid het stalinistisch kapitalisme), maar integendeel in het feit dat dit systeem haar oorlogslogica niet tot het eind wil volgen, tot aan de confrontatie op het hoogtepunt van de periode van de ‘koude oorlog’. En de rede die Che Guevara in Algiers afstak en waarop jij je beroept om te kunnen beweren dat Che zich afkeerde van het sociaalimperialistisch model van de Sovjet-Unie verandert niets aan het feit dat Guevara bleef vasthouden aan de stalinistische standpunten. Integendeel! In die fameuze redevoering stelt hij wel de ‘koopmansgeest’ in de verhoudingen tussen de landen van het blok van de Sovjet-Unie ter discussie, maar hij blijft hen socialistisch en “bevriende volkeren” noemen: “De socialistische landen zijn, in zekere mate, medeplichtig aan de imperialistische uitbuiting [...]. [Ze] hebben de morele plicht hun stilzwijgende medeplichtigheid te beëindigen met de uitbuitende landen van het Westen.” Een dergelijke kritiek mag dan radicaal lijken, maar het is de kritiek van iemand van binnenin het stalinistisch systeem. Erger nog, het is de kritiek van een verantwoordelijke die met al zijn krachten heeft deelgenomen aan het invoeren van een dergelijk staatskapitalistisch systeem op Cuba! Later zal Guevara officieel trouwens nooit meer enige kritiek uitbrengen op de Sovjet-Unie.
Toen Che Guevara in 1967 door de CIA en het Boliviaanse leger vermoord werd, was hij niet alleen het slachtoffer van het Amerikaans imperialisme, maar ook van de nieuwe politieke oriëntatie van het Kremlin, namelijk de “vreedzame coëxistentie” met het Westerse Blok. We gaan hier niet uiteenzetten hoe de leiding van de Sovjet-Unie en haar blok tot die ‘ommezwaai’ kwam. Die ‘ommezwaai’ heeft echter niets te maken met enig ‘verraad’ aan de volkeren die ‘zich wilden bevrijden’ van het imperialisme, noch aan het proletariaat. Het beleid van de stalinistische heersende klasse veranderde wel vaker naar gelang haar belangen als heersende klasse, en juist de rakettencrisis bewees de leiders van het stalinistisch imperialisme dat ze niet de middelen hadden om het hoofd van het andere blok net aan zijn voordeur uit te dagen, en dat ze voorzichtig moesten zijn in Latijns Amerika. Dat wilden Guevara en een fractie van de Cubaanse leiders niet begrijpen, tot op het punt dat ze hinderlijk werden, niet alleen voor de Sovjet-Unie, maar ook voor hun eigen Cubaanse vrienden. Van dat moment af was het lot van Guevara bezegeld: na het rampzalige avontuur in Kongo (7) bevindt hij zich helemaal alleen in Bolivia, met een handvol wapenmakkers, in de steek gelaten door de Boliviaanse Communistische Partij die zich uiteindelijk tot de lijn van Moskou bekeerde. Voor de meest Moskougezinde fracties waren de voorstanders van de ‘foco’-tactiek (guerrillahaard) kleinburgers op zoek naar avontuur, “afgesneden van de massa’s”. En voor de fracties van de Communistische Partij die voor de gewapende strijd waren, met hun kritische steun van allerlei slag, waren de ‘officiëlen’ van de KP enkel “salon-revolutionairen”, verburgerlijkte bureaucraten... en eveneens “afgesneden van de massa’s”. Voor ons, die ons beroepen op de Kommunistische Linkerzijde, gaat het hier om twee vormen van dezelfde contrarevolutie, twee varianten van de grootste leugen van de eeuw, die eruit bestaat de stalinistische contrarevolutie te laten doorgaan voor voortzetter van de Oktoberrevolutie, en de Sovjet-Unie voor kommunistisch.

Hoe zag Che Guevara de arbeidersklasse?


Voor jou bestaat de taak van de intellectuelen er uit “het bewustzijn van zijn omstandigheden bij het proletariaat binnen te brengen...”. Je lijkt hier de visie over te nemen van Che over de “revolutionaire elite”. Maar verbergt het standpunt van Che in feite geen diep misprijzen voor de arbeidersklasse? Waarover gaan zijn lyrische uithalen over “de nieuwe mens in de Cubaanse revolutie” eigenlijk?
De proletarische revolutionaire eenheid heeft een zeer concrete praktische basis: de klassensolidariteit. Die spontane solidariteit in de organisatie van de strijd, die bestaat uit onderlinge hulp en broederlijkheid, voedt de kwaliteiten van proletarische revolutionaire toewijding. Maar die ‘toewijding’ klinkt uit de mond van Guevara, in het beste geval, als een haast mystieke oproep tot het hoogste offer (men moet hem nageven dat hij altijd klaarstond om dat offer te brengen, en waarschijnlijk was hij bereid een ‘martelaar’ te worden van de imperialistische zaak die hij verdedigde, samen met het ‘vrijwillige’ Cubaanse volk, tijdens de rakettencrisis)... Maar belangrijker dan zijn eigen ‘voorbeeldige’ gedrag blijft er de visie van ‘offer’ of ‘heldendom’ (van hetzelfde allooi als het patriottisch idealisme dat verheerlijkt en verspreid werd door de stalinisten van het ‘Verzet’ tijdens de Tweede Wereldoorlog) dat van bovenuit moest worden opgelegd, al naar gelang de behoeften van de staat en onder de knoet van een líder maxímo (opperste leider). Deze visie berust op het misprijzen van een kleinburgerlijk intellectueel voor de ‘proletarische massa’ die van bovenuit bekeken wordt, die men zegt te willen ‘opvoeden’ zodat ze de ‘weldaden van de revolutie’ zouden kunnen begrijpen. “De massa”, verklaarde Guevara neerbuigend, “handelt niet als een gedweeë kudde. Het is waar dat ze zonder aarzelen haar leiders volgt, vooral Fidel Castro...” “Als men de zaken oppervlakkig bekijkt, dan kan men denken dat zij die spreken van onderwerping van het individu aan de staat gelijk hebben, maar de massa’s realiseren met ongeëvenaard enthousiasme en discipline de taken die de regering vooropstelt, of die nu economisch, cultureel, inzake verdediging of sportief zijn... Het initiatief komt meestal van Fidel of van het oppercommando van de Revolutie en wordt aan de bevolking uitgelegd die het tot het hare maakt” (Socialisme en de mens op Cuba, 1965).
In feite put jouw redenering, wanneer je ons zegt “dat er geen redenen zijn om het begrip proletariaat te herleiden tot alleen de arbeiders”, zonder twijfel en ongewild haar wortels uit deze misprijzende visie op de arbeidersklasse. Een van de kenmerken van de incarnaties die het stalinisme aanneemt (van Maoïsme tot Castrisme) is het wantrouwen en misprijzen voor de arbeidersklasse, waarbij van een mythische arme boerenstand de ‘drijfkracht van de revolutie’ wordt gemaakt, geleid door intellectuelen die, zij wel, het bewustzijn bezitten en dat in de hersens van de massa’s ‘binnenbrengen’. In het beste geval is de arbeidersklasse voor die neostalinisten een massa waarmee gemanoeuvreerd kan worden en die als historische referentie dient, een figurant in hun revolutie. In de geschriften van deze pseudo-revolutionairen vindt men nooit enige verwijzing naar een georganiseerde arbeidersklasse als dusdanig en naar de machtsorganen van de klasse, de sovjets. Deze klonen van het stalinisme hebben er geen behoefte meer aan hun staatskapitalistische ideologie te verbergen en te spreken van arbeidersraden of andere uitdrukkingen van het proletarische leven in de Russische Revolutie. Er is alleen nog een staat die geleid wordt door enkele ‘verlichte’ geesten en daaronder de massa, die men soms nog ‘initiatief’ laat nemen, georganiseerd in de ‘comités ter verdediging van de revolutie’ en andere organismen van sociale controle.
En op Cuba liepen de vakbonden eens te meer voorop bij de organisatie van, en leiding over de arbeidersklasse, en dat hoeft ons geenszins te verbazen. De Cubaanse vakbonden (CTC) waren al vakbonden op z’n Amerikaans, perfect geïntegreerd in het ‘liberale kapitalisme’ en in zijn corruptie. In 1960 worden ze door de Cubaanse leiding zeer snel omgevormd tot vakbonden met een stalinistisch sausje, op een bureaucratische en staatsgebonden leest. De eerste beslissingen van het Castristisch regime belastten de vakbonden met het organiseren van de gelijkschakeling van de lonen naar beneden toe en het laten respecteren van het stakingsverbod in de bedrijven, als gepatenteerde politiemannen! Eens te meer zal die aanval op de arbeidersklasse worden gerechtvaardigd met de anti-Amerikaanse ideologie en de “verdediging van het Cubaanse volk”. Toen in die periode arbeiders van bedrijven die afhingen van Amerikaanse kapitalen in staking gingen tegen de loonsdaling, maakten de Castristische leiders van de gelegenheid gebruik om deze staking van ‘bevoorrechten’, bij monde van de nieuwe Castristische leider van de CTC, te veroordelen, en een “staking tegen de staking” uit te roepen.
In de voorbije weken kregen we controverses voorgeschoteld over leven en werk van Che. Enerzijds, in de lijn van de apostelen van de ‘dood van het kommunisme’, warmden de rechtse fracties van de bourgeoisie, braaf geholpen door enkele historici die altijd bereid zijn de ‘anti-democratische’ rol van Che op te kloppen, zijn rol van beulschef als verantwoordelijke voor de ‘revolutionaire’ rechtbanken in het begin van de Castristische periode, waarbij ze elkaar de mantel uitveegden over de kwesties of die executies nu al of niet buitensporig waren, of er een ‘bloedbad’ had plaatsgevonden of niet, of de rechtspraak ‘gematigd’ dan wel ‘willekeurig’ was. Voor ons, zoals we hierboven al zeiden, speelde hij gewoonweg zijn rol die nodig was voor het invoeren van een nieuw regime dat even burgerlijk en onderdrukkend was als het vorige. Aan de andere kant worden we platgeslagen met leugens en halve waarheden om hem te vereren. We hoeven maar te zien hoe de Ligue Communiste Révolutionnaire, met haar ambitie de Franse Communistische Partij te vervangen als eerste ‘anti-kapitalistische’ partij van Frankrijk, ‘El Che’ ophemelt en zijn ‘jong en rebels’ imago uitbuit.
Beste kameraad EK, de realiteit is deze: bij al die jongeren die T-shirts dragen met de beeltenis van Che zijn er zeker met een groot en eerlijk hart, die het onrecht en de verschrikkingen van deze wereld willen bestrijden. Bovendien, als Che naar voren wordt geschoven, dan is het vooral om het enthousiasme te steriliseren dat de revolutionaire passie voedt. Maar Che is zelf slechts één figuur uit de lange lijst nationalistische en stalinistische leiders, misschien wat innemender dan de anderen, maar evengoed een vertegenwoordiger van die tropische incarnatie van de stalinistische contrarevolutie, het Castrisme.
Ondanks onze meningsverschillen, kameraad EK, blijft de discussie natuurlijk open... Meer nog: we nodigen je er hartelijk toe uit.


IKS

Noten

(1) http://fr.internationalism.org/contact.
(2) De onderneming werd feitelijk met het succes van de omverwerping van Batista door Castro en Guevara bekroond door de steun van de Verenigde Staten en de welwillendheid van een rechtse partij die de corruptie van het regime veroordeelde. Door het wapenembargo waartoe de Amerikaanse regering voor Cuba besloot ontbrak het Batista aan doorslaggevende middelen om tegen de guerrilla op te treden. Het is pas na enkele maanden dat de betrekkingen tussen de nieuw macht en de Verenigde Staten verslechteren en het is onder dreiging van een militaire interventie dat Castro zich tot het Russische Blok wendt.
(3) Beroemd citaat uit Het communistisch manifest, geschreven door Marx en Engels.
(4) Zie onze artikelen over Oktober 1917, met name: De arbeidersmassa’s nemen hun lot in handen (Internationale Revue, Frans-, Engels- en Spaanstalige uitgave, nr. 131) en: Het stalinisme is de doodgraver van de Russische revolutie (Révolution Internationale, nr. 383).
(5) Organisatie van Amerikaanse Staten, continentaal orgaan om de belangen van ‘Uncle Sam’ en zijn heerschappij veilig te stellen over de andere Latijns-Amerikaanse staten, waarvan Castristisch Cuba was uitgesloten.
(6) Geschreven tijdens de ‘rakettencrisis’, pas in 1968 uitgegeven door een Cubaans legertijdschrift. Hier overgenomen uit de lijvige biografie Ernesto Che Guevara, een legende uit onze eeuw, door Pierre Kalfon, verschenen in het Spaans en Frans, 1997.
(7) In 1965, wellicht om de leuze “Twee, drie, vele Vietnams” in praktijk te brengen, strijken enkele tientallen Cubanen neer in het oosten van de Kongolese Republiek (voormalig Zaïre) om een “anti-imperialistische foco” (guerrillahaard) te organiseren, het geheel onder auspiciën van de Cubaanse geheime dienst en met goedkeuring van de Sovjet-Unie (misschien ook om zich van Che te ontdoen...). Het is onmiddellijk een voorzienbare ramp: Guevara staat onder politieke leiding van een bende Kongolese leiders (waaronder Kabilla, toekomstig bloedig president-dictator van Zaïre in de jaren 1990), avonturiers die dankzij Russische en Chinese financiële steun op grote voet leven. Wat de bevolking aangaat, die geacht werd deze bevrijders met open armen te ontvangen, die was verbijsterd bij het zien van deze lui die uit het niets opdoken. Dat liep vooruit op wat zich het volgende jaar in Bolivië zou afspelen. Daaraan moet worden toegevoegd dat duizenden Cubanen, nog altijd voor rekening van het Russische imperialisme, bleven dienen als ‘militair raadgever’ in de talrijke ‘nationale bevrijdingsoorlogen’ op Afrikaanse bodem (Guinee Bissau, Mozambique, Angola, ...) tot aan de ineenstorting van de Sovjet-Unie en haar blok in de jaren 1990.
(8) We gaan hier niet in op de vraag wat de arbeidersklasse of het proletariaat is, wat voor ons hetzelfde is. Maar onze opvatting heeft niets te maken met de sociologie of met het verheerlijkende beeld van de arbeider in blauwe werkplunje.
(9) De grote man van de Franse LCR, Olivier Besancenot, verklaart momenteel dat zijn partij zich heel wat meer met Che Guevara vereenzelvigt dan met Trotski, hoewel deze organisatie vanaf haar geboorte haar toebehoren tot de arbeidersklasse valselijk legitimeerde door zich te beroepen op deze grote militant van de Bolsjewieken.

Geografisch: 

Erfenis van de Kommunistische Linkerzijde: 

Aktiviteiten van de IKS: