Oezbekistan: Een bloedbad met goedkeuring van de ‘democratische’ grootmachten

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Minstens duizend doden en ongeveer tweeduizend gewonden, duizenden vluchtelingen die gevlucht zijn naar het buurland Kirghizstan, dat is de verschrikkelijke balans, die we tot nog toe opmaken van de wrede repressie die het Oezbeekse leger uitvoerde tegen het volksoproer (1) dat op 13 mei plaatsvond in meerdere Oezbeekse steden van de Ferghana-vallei, met name in Andijan, Pakhtabad en Kara Su. Het leger aarzelde niet om pantservoertuigen te gebruiken, helikopters in te zetten en met de zware mitrailleurs te schieten op een betoging die tienduizenden mensen op de been had gebracht waaronder veel vrouwen en kinderen. Het leger heeft de schoot de gewonden dood met een kogel in het hoofd en de politieke politie is overgegaan tot honderden lukrake arrestaties en aanhoudingen. Geheel in de traditie van het Russische stalinisme deed de regering van de despoot Karimov er alles aan om de feiten te vervalsen. Vanaf het begin van het oproer werden de media gemuilkorfd om vervolgens het bloedbad voor te stellen als het antwoord op een islamistische gewapende opstand. Deze versie werd aanvankelijk door de Amerikaanse, Russische, Chinese en Europese regeringen overgenomen om daarna wat ‘kritischer’ te worden toen getuigenissen van sommige overlevenden van deze tragedie begonnen te circuleren. Om hun belangen van imperialistische schurken te verdedigen ondersteunen de grote democratieën met het meest abjecte cynisme het machtsmisbruik van Karimov, begaan in naam van de strijd tegen het terrorisme, terwijl ze hem ondertussen vriendelijk verzoeken toch enkele democratische hervormingen door te voeren (2). Verontwaardiging veinzend, zoals na elke moordpartij die voortvloeit uit de barbarij van het kapitalisme, eisen de internationale organisaties zoals de Verenigde Naties, de OSCE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) en meerdere niet-gouvernementele organisaties een onderzoek. Tegenover dergelijke leugens en tegenover de burgerlijke propaganda die deze gebeurtenissen afdoet als ‘gevaar van het terrorisme’ of ‘bloeddorstigheid van de tiran Karimov’, is het nodig te begrijpen dat deze bloedige repressie alleen kan worden verklaard als uitvloeisel van de erfenis van het stalinisme, van de tendens tot ontbinding van de kapitalistische maatschappij, en van de chaos die dit wordt veroorzaakt door de oplopende militaire spanningen tussen de verschillende staten op wereldschaal en met name ook in Centraal-Azië, dat hierin een strategische zone vormt.

Historisch werden de republieken van Centraal-Azië in 1924 door Stalin in het leven geroepen. De ‘opdeling’ vond feitelijk plaats op dezelfde wijze waarop Frankrijk te werk ging met zijn bezittingen in zwart Afrika toen het in de negentiende eeuw zijn koloniale veroveringen maakte. Dit ambachtelijke mozaïek hield stand door de stalinistische terreur die over de bevolking werd uitgeoefend tot aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de onafhankelijkheid van de Centraal-Aziatische republieken in 1991. Met het verdwijnen van dit ijzeren korset ging er een ware doos van Pandora open. De absurde geografische indeling die achterbleef na het uiteenspatten van de Sovjet-Unie maakte van de rijkste en meest bevolkte regio, de vallei van Ferghana, een betwiste plek: opgedeeld tussen Oezbekistan, Kirghizistan en Tadjikistan, versneden in ontelbare enclaves voorbestemd voor grensconflicten, vormt het een permanente haard van etnische en religieuze conflicten. Deze verwikkelingen kunnen enkel uitlopen op conflicten zoals in de Kaukasus. In 1990 bijvoorbeeld vielen er honderden doden bij het geweld tussen Oezbeken en Kirghizen in Zuid-Kirghizistan en in de burgeroorlog in Tadjikistan vielen tussen 1992 en 1997 50.000 doden. Het risico van etnische botsingen is voortdurend aanwezig, des te meer omdat er tussen de drie republieken van de Ferghana-vallei getwist wordt om de verdeling van de grond, het water en over van de controle over smokkel van wapens en drugs afkomstig uit het naburige Afghanistan. In deze chaotische context heeft de oorlog in Afghanistan, waarin de noordelijke Alliantie tegenover de Taliban stond, een belangrijke weerslag gehad op Centraal-Azië, voornamelijk door de ontwikkeling van een veelheid van islamistische groepen die de rivaliteiten en spanningen tussen de verschillende republieken nog versterken en een deel van de bevolking meesleuren in nieuwe slachtpartijen. Deze toestand is bijzonder dramatisch voor de gewone bevolking en werd nog verergerd door het autoritaire beheer van deze staten omdat het merendeel van deze leiders oude stalinistische apparatschiks zijn. In Oezbekistan is het de familieclan van Karimov en zijn getrouwen die zich meester maakten van de sectoren die de rijkdom voortbrengen, voornamelijk grondstoffen, en de corruptie is er heer en meester. De bevolking leeft van 10 tot 20 dollar per maand, en het Bruto Intern Product per inwoner is sinds 1998 met meer dan 40% gedaald. De bevolking zit bijgevolg klem, kan nog kiezen tussen pest en cholera, de oude stalinistische peetvaders steunen of één van de talrijke nieuwe islamistische mantelorganisaties achterna lopen. Deze verpaupering van de bevolking, met op de achtergrond het uiteenvallen van de republieken van Centraal-Azië, zelf een uitvloeisel van de ontbinding van het kapitalisme, maakt van deze regio een waar kruitvat.

De Amerikaanse interventie in 2001 in Afghanistan, in naam van de oorlog tegen het terrorisme, versnelt deze destabilisering nog aanzienlijk. Des te meer omdat Uncle Sam zich er niet om bekommert vrede in deze regio te brengen, maar er zijn leiderschap verdedigt. “De Verenigde Staten installeren zich in Centraal-Azië met de bedoeling daar ook te blijven, niet alleen in Afghanistan maar ook in de twee naburige voormalige sovjetrepublieken (Tadjikistan en Oezbekistan). Dit betekent een duidelijke dreiging richting China, Rusland, India en Iran. Maar de draagwijdte van de gebeurtenis is nog diepgaander: het is een stap in de richting van een omcirkeling van de Europese grootmachten een herhaling van de oude politiek van ‘indijking’ die ook al op de Sovjet-Unie werd toegepast. De hoge bergen van Centraal-Azië maken een strategische controle mogelijk over het Midden-Oosten en over de oliebevoorrading, een belangrijk element voor de economie en de militaire actie van de Europese naties”. (Internationale Revue, Engels, Frans en Spaanstalige uitgave, nr. 108, november 2001).

Zo kwam Eurazië de laatste jaren in de vuurlinie te liggen van de imperialistische schurken. De Amerikanen gaven vele miljoenen dollars uit voor de installatie van militaire bases voor hun interventie in Afghanistan en voor de controle over de regio. (Volgens de Amerikaanse pers maakt de CIA zelfs gebruik van de Oezbeekse kennis van zaken in het martelen want ze brengt er met speciale vliegtuigen aangehouden ‘terroristen’ uit Irak en Afghanistan naar toe om deze te laten ondervragen). Tegenover dit offensief in zijn achtertuin heeft Rusland zijn eigen bases in de regio versterkt, voornamelijk in Kirghizistan en in Tadjikistan, en China heeft nieuwe militaire uitrustingen voor het Kirghizisch leger betaald, in de hoop binnenkort in deze strategische zone militaire voet aan de grond te kunnen zetten. Dit militaire opbod brengt alles behalve stabiliteit, zoals te zien aan de huidige chaos in Irak en Afghanistan en het anti-Amerikaanse verzet dat blijft toenemen. In plaats van zich terug te trekken kunnen de Verenigde Staten niet anders dan hun militaire aanwezigheid nog opvoeren. Deze vlucht vooruit wordt nog gevoed door de rivaliserende mogendheden. Voor de bevolking van Centraal-Azië dragen al deze uitingen van de ontbinding van het kapitalisme de kiemen in zich van nog meer barbarij en chaos, van nieuwe slachtpartijen, hetzij in etnische of militaire conflicten, hetzij via de bloedige onderdrukking van sociale oproer, zoals we die onlangs zagen in Oezbekistan.

Donald / 24.5.2005

(1) Het lijkt waarschijnlijk dat het uitbarsten van het oproer enerzijds het gevolg is van een omvangrijke economische aanval door de regering (instelling in april van nieuwe dwangmaatregelen voor kleinhandelaars op straat terwijl de zwarte markt de enige economische long blijft, gezien de massale werkloosheid de enige mogelijke activiteit voor miljoenen Oezbeken die proberen te overleven) en anderzijds het proces tegen 23 kleine ondernemers die beschuldigd werden van islamisme. De bevolking kwam toen op straat om ‘recht’ en ‘vrijheid’ te eisen, met daartussen politieke oppositiegroepen tegen de regering, waaronder bepaalde islamistische groepen.

(2) Hoewel de Amerikaanse regering voorlopig Karimov steunt kan het niet worden uitgesloten deze, zodra ze in staat zijn om een politieke oppositie tegen hem van de grond te krijgen, zich van deze stalinistische marionet zullen ontdoen net als ze dat eerder deden in Georgië, Oekraïne en Kirghizistan, wat beter overeen zou stemmen met de rechtvaardiging van hun huidige militaire interventies gebaseerd op vrijheid en democratie voor de nog onderdrukte volkeren.