Griekenland : De opstand van de jeugd bevestigt de ontwikkeling van de klassenstrijd

Printvriendelijke versieSend by email
 

Eind 2008 werden verschillende landen in Europa tegelijkertijd getroffen door massale bewegingen van schoolgaande jongeren (studenten en scholieren). In Griekenland hebben de massale algemene vergaderingen van studenten een nieuw ‘Mei 68’ opgeroepen. Het waren inderdaad niet enkel de jongeren die in beweging kwamen tegen de aanvallen van de regering en tegen de onderdrukking van de politiestaat, maar ook verschillende sectoren van de arbeidersklasse uit solidariteit met de jongere generaties. De verergering van de economische wereldcrisis onthult steeds meer het bankroet van een systeem dat geen toekomst meer te bieden heeft aan de kinderen van de arbeidersklasse. Maar deze sociale bewegingen zijn niet louter jongerenbewegingen. Ze maken deel uit van de arbeidersstrijd die zich ontwikkelt op wereldschaal. De huidige dynamiek van de internationale klassenstrijd, gekenmerkt door het aantreden van de jonge generaties op het sociaal toneel, bevestigt dat de toekomst wel degelijk berust in de handen van de arbeidersklasse. Tegenover de werkloosheid, de precariteit, de ellende en de uitbuiting is het oude ordewoord van de arbeidersbeweging ‘Proletariërs aller landen, verenigt U’ meer dan ooit actueel.

De uitbarsting van woede en de oproer van de geproletariseerde jonge generaties in Griekenland zijn geen geïsoleerd of bijzonder verschijnsel. Ze komen voort uit de wereldcrisis van het kapitalisme. Hun botsing met de gewelddadige onderdrukking legt de ware aard bloot van de bourgeoisie en haar staatsterreur. Ze staan rechtstreeks in verband met de mobilisering op een klassenterrein van de jonge generaties in Frankrijk tegen de CPE (Startbanencontract) in 2006 en tegen de LRU (Hervormingswet van de Universiteiten) van 2007, waarbij studenten en scholieren zichzelf vóór alles herkenden als opstandige proletariërs tegen hun toekomstige uitbuitingsomstandigheden. Het geheel van de bourgeoisie van de belangrijkste Europese landen heeft dat trouwens goed begrepen door toe te geven dat zij vreest voor het besmettingsgevaar van dergelijke sociale uitbarstingen tegenover de verergering van de crisis. Zo is op veelzeggende wijze de bourgeoisie in Frankrijk teruggekrabbeld door razendsnel haar hervormingsprogramma voor de middelbare scholen op te schorten. Het internationale karakter van het verzet en de strijdvaardigheid van de studenten en vooral van de scholieren komt trouwens reeds krachtig tot uiting.

In Italië werden twee maanden van studentenmobilisering benadrukt in massale betogingen die plaatsvonden op 25 oktober en 14 november 2008. Achter de slagzin ‘Wij willen niet opdraaien voor de crisis’ werd tegen het decreet Gelmini geprotesteerd, vanwege de budgetverminderingen in de Nationale Opvoeding en de gevolgen ervan: voornamelijk het niet hernieuwen van de contracten van 87.000 precaire lesgevers en van 45.000 arbeiders van de ABA (technisch personeel in dienst van de Nationale Opvoeding), evenals het verminderen van de openbare fondsen voor de universiteiten. 1

In Duitsland kwamen op 12 november 120.000 scholieren op straat in de voornaamste steden van het land (met slogans als: ‘Het kapitalisme betekent crisis’ in Berlijn of door het bezetten van het provinciaal parlement in Hannover).

In Spanje betoogden op 13 november in meer dan 70 steden van het land honderdduizenden studenten tegen de nieuwe richtlijnen op Europees vlak (de Bologna-richtlijnen) en de hervorming van het hoger en universitair onderwijs die neerkomen op het veralgemenen van de privatisering van de faculteiten en het vermeerderen van de stages in de ondernemingen.

De revolte van de voornamelijk jonge generatie proletariërs tegenover de crisis en de verslechtering van hun levensstandaard breidt zich uit naar andere landen: enkel al in januari 2009 hebben er oproerbewegingen plaatsgevonden in Vilnius (Litouwen), Riga (Letland) en Sofia (Bulgarije) die door de politie hardhandig werden onderdrukt. In Senegal waren er in december 2008 gewelddadige botsingen tegen de groeiende ellende, waarbij de betogers een aandeel opeisten van de mijnfondsen die worden uitgebaat door Arcelor Mittal. Daarbij vielen twee doden in Kégoedoe, op 700 km ten zuidoosten van Dakar. Begin mei waren er al 4.000 studenten in Marakech in opstand gekomen tegen een voedselvergiftiging in een universiteitsrestaurant, waardoor 22 onder hen waren getroffen. Volgend op de gewelddadige repressie en de aanhoudingen werden zware gevangenisstraffen uitgesproken en zijn de folteringen verveelvoudigd.

Velen hebben zich erkend in de strijd van de studenten in Griekenland.

De omvang van de mobilisering tegenover dezelfde maatregelen van de staat is niet verbazingwekkend. De hervorming van het onderwijssysteem die ondernomen wordt op Europese schaal ligt aan de basis van een conditionering van de jonge generatie van arbeiders aan een vergrendelde toekomst en de veralgemening van de onbestendigheid en de werkloosheid.

Het verweer en de oproer van de nieuwe generaties geschoolde proletariërs tegen deze muur van werkloosheid en deze oceaan van precariteit die het kapitalistische systeem in crisis voor hen in petto heeft, roepen overal de sympathie op van de proletariërs van alle generaties samen.

Geweld van een minderheid of massale strijd tegen uitbuiting en staatsterreur?

De media in dienst van de bedrieglijke campagne van het kapitaal heeft niet afgelaten om de waarheid te verdraaien over wat er in Griekenland is gebeurd na de dood op 6 december jongstleden van de jonge vijftienjarige Alexis Andreas Grigoropoulos door een kogel. Ze hebben de botsingen met de politie voorgesteld als een feit, ofwel van een handvol autonome anarchisten en uiterst linkse studenten afkomstig uit gegoede middens, ofwel van gemarginaliseerde relschoppers. Zij hebben voortdurend via de televisie beelden verspreid van gewelddadige botsingen met de politie, waarbij ze vooral focusten op scènes van gemaskerde jongeren die auto’s in brand staken, uitstalramen van winkels of van banken kapotsloegen, en zelfs scènes van plundering van winkels.

Het is net dezelfde methode van verdraaiing van de werkelijkheid die wij zagen toen de mobilisering tegen de CPE in 2006 in Frankrijk werden gelijkgesteld aan de rellen in de buitenwijken van het jaar daarvoor. Het was alweer diezelfde grove methode die wij aan het werk zagen toen de studenten in 2007 de strijd aangingen tegen de LRU in Frankrijk, waarbij zij vereenzelvigd werden met ‘terroristen’ en zelfs met ‘Rode Khmers’!

Maar ook al klopte het hart van de troebelen in de Griekse universiteitswijk Exarchia, toch is het vandaag moeilijk om zo’n pil te doen slikken: hoe konden deze oproerbewegingen enkel het werk zijn van bendes van relschoppers of activistische anarchisten als zij zich als een lopend vuurtje verspreidden over het geheel van de voornaamste steden van het land en zelfs tot op de eilanden (Cios, Samos) en de meest toeristische steden zoals Corfu, of op Kreta zoals in Heraklion?

In feite heeft het oproer zich verspreid over 42 districten van Griekenland, zelfs tot in steden die voordien nog nooit een betoging hadden gekend. Meer dan 700 lycea en een honderdtal universiteiten werden bezet.

De redenen van de woede

Alle voorwaarden waren vervuld opdat het balen van een groot deel van de jongere arbeidersgeneraties, in het nauw zitten en beroofd van enige toekomst, tot uitbarsting zou komen in Griekenland. Het was in een notendop de impasse die het kapitalisme in petto heeft voor de jonge arbeidersgeneraties: wanneer diegenen die ‘de 600 Euro-generatie’ worden genoemd op de arbeidsmarkt terechtkomen, hebben zij de indruk dat ze worden afgezet. Het merendeel van de studenten moet twee bezigheden per dag cumuleren om te overleven en hun studies te kunnen verder zetten: zij worden gedwongen om onderbetaalde klusjes in het zwart aan te nemen. Zelfs in het geval ze beter worden betaald, wordt een deel van hun loon niet aangegeven, en dat vreet aan hun sociale rechten en bijgevolg worden ze beroofd van de sociale zekerheid. Hun overuren worden niet betaald en ze zijn niet in staat om de ouderlijke woning te verlaten soms tot op de leeftijd van 35 jaar, wegens onvoldoende inkomsten om zich een dak boven het hoofd te kunnen betalen. 23% van de werklozen in Griekenland zijn jongeren (de werkloosheidgraad bij de 15-24 jarigen bedraagt officieel 25,2%). Zoals een Frans persartikel vermeldt: “Deze studenten voelen zich op geen enkele wijze meer beschermd: de politie ramt hen in elkaar, de opvoeding zet hen klem, er is geen werk, de regering liegt”. 2 De jongerenwerkloosheid en hun moeilijkheden op de arbeidsmarkt hebben aldus een klimaat geschapen van onrust, woede en veralgemeende ongerustheid. De wereldcrisis brengt daarbij nog nieuwe golven massale ontslagen teweeg. In 2009 wordt er een nieuw verlies van 100.000 arbeidsplaatsen voorzien in Griekenland. Dit komt overeen met een bijkomende stijging van de werkloosheid met 5%. Tezelfdertijd verdienen 40% van de arbeiders minder dan 1.100 Euro’s bruto en kent Griekenland onder de 27 lidstaten van de EU het hoogste aantal arme arbeiders: 14%.

Het zijn niet enkel de studenten die op straat gekomen zijn. Ook de armzalig betaalde leerkrachten en vele andere loontrekkers worden met dezelfde problemen geconfronteerd, met dezelfde armoede en worden bezield door dezelfde opstandige geest. De brutale onderdrukking tegen de beweging, waarvan de meest dramatische episode het vermoorden van de 15-jarige was, heeft de gevoelens van solidariteit, die gepaard gaan met een veralgemeend sociaal ongenoegen, alleen maar uitgebreid. Vele ouders van scholieren waren diep geschokt en geërgerd. Zo stelde een student: "Onze ouders hebben moeten ervaren dat hun kinderen zomaar op straat kunnen omkomen door een politiekogel". 3 Zij worden er zich van bewust dat ze in een wegrottende maatschappij leven waar hun kinderen niet dezelfde levensstandaard zullen hebben als zijzelf. Tijdens de talrijke betogingen waren zij getuigen van gewelddadige afranselingen, hardhandige aanhoudingen, het vuren met echte kogels en het hardhandig optreden van de rellenpolitie (de MAT).

De bezetters van de Polytechnische School, het zenuwcentrum van het studentenprotest, hebben de staatsterreur aangeklaagd, maar wij vinden diezelfde woede tegen de brutaliteit van de repressie ook terug in slogans als "kogels voor de jongeren, geld voor de banken". Een deelnemer van de beweging verklaarde het nog duidelijker: "Wij hebben geen werk, geen geld, een staat die bankroet is door de crisis, en het enige antwoord op dat alles is wapens geven aan de politie." 4

Deze woede is niet nieuw: de Griekse studenten waren in juni 2006 al gemobiliseerd tegen de hervorming aan de universiteiten, waar de privatisering zal uitmonden in het uitsluiten van de studenten die het financieel moeilijk hebben. De bevolking heeft eveneens haar ergernis tot uiting gebracht tegenover de onbekwaamheid van de regering  ten tijde van de bosbranden van 2007, waarbij 67 mensen omkwamen: de regering heeft nog steeds geen enkele compensatie toegekend aan velen onder de slachtoffers die have en goed verloren hebben. Maar het waren vooral de loontrekkers die zich begin 2008 massaal mobiliseerden tegen de hervorming van het pensioensysteem, met twee dagen van ruim opgevolgde algemene stakingen op twee maand tijd en betogingen van telkens meer dan een miljoen mensen tegen het afschaffen van de pensioenen voor de zwaarste beroepen en het in-vraag-stellen van het recht op pensioen voor arbeidsters vanaf 50 jaar.

Geconfronteerd met de arbeiderswoede was de algemene staking van 10 december, die onder controle van de vakbonden stond, er op gericht om tegenvuur te geven en te proberen een domper te zetten op de beweging. De PS en PC (socialistische en communistische partijen) op kop riepen op tot het ontslag van de huidige regering en tot het houden van vervroegde wetgevende verkiezingen. Het lukte haar niet om de woede te kanaliseren en de beweging te doen stoppen, ondanks de veelvuldige manoeuvres van de linkse politieke partijen en de vakbonden om de dynamiek in de richting van een uitbreiding van de strijd te blokkeren. Noch slaagde zij er in de jongeren te isoleren van de oudere generaties van de arbeidersklasse als geheel door hen aan te zetten tot vruchteloze botsingen met de politie, ondanks de inspanningen van de hele bourgeoisie. Dagen en nachten lang gingen de botsingen onverminderd door: gewelddadige charges door de politie, die er op insloeg met de wapenstok en traangas gebruikte, liepen uit op tientallen aanhoudingen en afranselingen.

De jonge generatie arbeiders geeft het duidelijkst het gevoel aan van ontgoocheling en afkeer tegenover het tot op het bot corrupte politiek apparaat. Sinds het einde van de wereldoorlog, hebben maar drie families de macht gedeeld, met de Karamanlis dynastie voor rechts en de Papandreoe dynastie voor links, die elkaar afwisselden in de regering over het land, en die verwikkeld zitten in allerlei soorten gesjoemel en schandalen. De conservatieven kwamen aan de macht in 2004, na een periode waarin de socialisten tot aan hun nek verzopen in intriges in de jaren 2000. Vele protesteerders beschouwen het politieke en het vakbondsapparaat als totaal ongeloofwaardig: "het fetisjisme van het geld heeft de maatschappij overgenomen. De jongeren willen een breuk met deze maatschappij zonder ziel noch visie.5 Met de huidige ontwikkeling van de crisis heeft deze generatie niet alleen een bewustwording ontwikkeld over de kapitalistische uitbuiting die ze aan den lijve ondervinden, maar ook een bewustzijn omtrent de noodzaak van een collectieve strijd, door het spontaan vooropstellen van methodes van de [arbeiders]klasse en KLASSEN-solidariteit. In plaats van weg te zinken in wanhoop haalt ze haar zelfvertrouwen uit het besef de draagster te zijn van een andere toekomst, en steekt ze al haar energie in de opstand tegen de wegrottende maatschappij om hen heen. De betogers zeggen trots over hun beweging: "Wij zijn het beeld van de toekomst tegenover het donkere schaduwbeeld van het verleden". Ook al kan de toestand heel erg lijken op die van ‘Mei 1968', het besef van wat er op het spel staat reikt veel verder.

De radicalisering van de beweging

Op 16 december slaagden de studenten er in om de TV-zender van de regering, NET, gedeeltelijk over te nemen en ontrolden ze spandoeken op het scherm die zegden: "Stop met tv kijken. Iedereen de straat op!" en lanceerden een oproep: "De staat moordt. Jullie stilte bewapent hen. Bezetting van alle openbare gebouwen!" Het hoofdkwartier van de anti-rellen politie in Athene werd aangevallen en een van hun patrouillewagens werd in brand gestoken. Deze acties werden door de regering snel afgedaan als "een poging tot het omverwerpen van de democratie" en werden eveneens veroordeeld door de Griekse Communistische Partij, de KEE. In Thessaloniki probeerden de lokale afdelingen van de GSEE en de ADEMY, de federatie van ambtenaren, de staking in te perken tot een bijeenkomst voor de werkbeurs. Daarop toonden scholieren en studenten zich vastbesloten om de stakers mee aan de betoging te doen deelnemen en ze slaagden er in: 4000 studenten en arbeiders trokken door de straten van de stad. Reeds op 11 december probeerden militanten van de studentenorganisatie van de communistische partij (PKS) de algemene vergaderingen te blokkeren om de bezettingen te beletten (Universiteit van Pantheon, Filosofische school van de Universiteit van Athene). Hun initiatieven mislukten terwijl de bezettingen zich ontwikkelden in Athene en in de rest van Griekenland. In de wijk Ayios Dimitros werd het gemeentehuis bezet door een algemene vergadering, waaraan 300 personen deelnamen van alle generaties. Op de 17de werd het gebouw dat de belangrijkste vakbondsfederatie van het land huisvest, de GSEE, in Athene bezet door arbeiders die verklaarden in opstand te zijn gekomen en die alle proletariërs uitnodigden om deze plaats te gebruiken voor algemene vergaderingen (AV) die openstaan voor alle loontrekkers, studenten en werklozen.

Een identiek scenario, met bezetting en AV die voor iedereen openstonden, heeft ook plaatsgevonden in de Economische Universiteit van Athene en in de Polytechnische school.

Wij publiceren hieronder de verklaring van deze strijdende arbeiders om het ‘cordon sanitair’ te doorbreken van de leugenachtige media die deze strijd omcirkelt en hem voorstelt als simpele gewelddadige rellen, aangevuurd door jonge anarchistische relschoppers die de bevolking zouden terroriseren. Deze tekst toont in tegendeel aan dat het duidelijk de kracht van het solidariteitsgevoel onder de arbeiders was die deze beweging animeerde en de band smeedde tussen de verschillende generaties van proletariërs!

Wij zullen zelf over onze toekomst beslissen of zij zal beslist worden zonder ons. Wij handarbeiders, bedienden, werklozen, uitzendarbeiders en precairen, lokalen of migranten, zijn geen passieve televisiekijkers. Sinds de dood van Alexandros Grigoropoulos op de avond van de 6de, nemen wij deel aan de betogingen, aan de botsingen met de politie, aan de bezettingen van het stadscentrum en omstreken. Wij hebben ontelbare keren het werk en onze dagelijkse bezigheden moeten verlaten om de straat op te gaan met de scholieren, de studenten en de andere strijdende proletariërs.

WIJ HEBBEN BESLIST OM HET GEBOUW TE BEZETTEN VAN DE ALGEMENE CONFEDERATIE VAN DE ARBEIDERS IN GRIEKENLAND (GSEE)

Om die om te vormen tot een ruimte van vrije meningsuiting en een ontmoetingspunt voor de arbeiders.

Om de mythes te ontkrachten die door de media worden aangemoedigd ontrent de afwezigheid van arbeiders bij de botsingen, over de woede van de laatste dagen die slechts het werk zou zijn van een 500tal ‘gemaskerden’, ‘hooligans’, of andere opgediste verhalen, over het voorstellen van de arbeiders door de tv-journaals als slachtoffers van deze botsingen, en dan over het feit dat de kapitalistische crisis in Griekenland en in de wereld leidt tot ontelbare ontslagen, die door de media en hun leiders worden voorgesteld als een ‘natuurverschijnsel’.

Om de schandelijke rol aan te klagen van de vakbondsbureaucratie in haar ondermijning van de opstand, maar ook in het algemeen. De Algemene Confederatie van Arbeiders in Griekenland (GSEE), en heel de santenboetiek van de vakbondsmachinerie die haar al tientallen en tientallen jaren ondersteunt, strijd ondermijnt, onderhandelt over onze arbeidskracht in ruil voor kruimels, het uitbuitingssysteem en de loonarbeid mee in stand houdt. De houding van de GSEE woensdag jongstleden spreekt voor zich: de GSEE heeft de betoging van de stakers, die nochtans gepland was, afgelast door zich te beperken tot een korte bijeenkomst op het Syntagmaplein en door er zich van te verzekeren dat de deelnemers zich zo snel mogelijk zouden verspreiden, uit schrik dat ook zij zouden besmet worden met het virus van de opstand.

Om deze ruimte voor de allereerste keer te gebruiken als een voorzetting van de sociale openheid gecreëerd door de opstand zelf, een ruimte die gebouwd is met onze medewerking maar waarvan wij tot nu toe waren uitgesloten. Tijdens al deze jaren hebben wij ons lot in handen gegeven van redders van allerlei allooi, en het is er op uitgedraaid dat wij onze waardigheid zijn kwijtgespeeld. Als arbeiders moeten wij beginnen met het opnemen van onze verantwoordelijkheden en er mee ophouden onze hoop te stellen in ‘wijze’ leiders of ‘competente’ vertegenwoordigers. Wij moeten met een eigen stem beginnen spreken, elkaar ontmoeten, discussiëren, beslissen en zelf handelen. Tegen de veralgemeende aanvallen die wij te verduren krijgen is het scheppen van verzetcollectieven ‘aan de basis’ de enige oplossing.

Voor het verspreiden van het idee van zelforganisatie en solidariteit op de werkvloer, van de methodes van de strijdcomités en basiscollectieven, en het afschaffen van de vakbondsbureaucratie.

Al die jaren hebben wij ellende, berusting en geweld op het werk geslikt. Wij zijn er aan gewend geraakt onze gewonden en doden te tellen - de zogenaamde ‘werkongevallen’. Wij zijn het gewoon geworden dat gastarbeiders, onze klassenbroeders, werden gedood. Wij zijn het moe om te leven met de beklemming van toe te kunnen komen met ons loon, onze belastingen te kunnen betalen en ons een pensioen te kunnen waarborgen dat nu al op een veraf liggend droom lijkt.

Bovendien strijden wij ervoor om onze levens niet in handen te leggen van de patroons en de vakbondsvertegenwoordigers, net zoals wij de aangehouden opstandelingen niet aan hun lot zullen overlaten in de handen van de staat en haar gerechtelijke mechanismen!

 

[Op de spandoek die aan het bezette gebouw hing, stond te lezen:]

 

ONMIDDELLIJKE VRIJLATING VAN DE AANGEHOUDENEN!

TERUGTREKKING VAN DE AANKLACHTEN TEGEN DE IN BESCHULDIGING GESTELDEN!

ZELFORGANISATIE VAN DE ARBEIDERS!

ALGEMENE STAKING!

ALGEMENE VERGADERING VAN DE ARBEIDERS IN DE BEVRIJDE GEBOUWEN VAN DE GSEE6

De avond van 17 december probeerden vijftig vakbondsbonzen met wat potige aanhangers om het hoofdkwartier terug onder hun controle te krijgen, maar ze moesten vluchten voor de versterking van studenten die luid ‘Solidariteit’ zongen. Die bestond voor het merendeel uit anarchisten afkomstig van de Economische Universiteit, die ook bezet was en omgevormd tot een plaats voor meetings en discussies die openstonden voor alle arbeiders.

De vereniging van o.a. Albanese immigranten deelde een tekst uit als titel "Deze dagen zijn ook de onze!" waarin zij hun solidariteit verklaarden met de beweging.

Veelbetekenend was dat een kleine minderheid van de bezetters de volgende boodschap verspreidde:

Panagopoulos, de algemene secretaris van de GSEE, heeft verklaard dat wij geen arbeiders zijn, want dat de arbeiders aan het werk zijn. Dit, samen met veel andere zaken brengt de werkelijkheid aan het licht van de ‘job’ van Panagopoulos. Het is zijn ‘job’ om te verzekeren dat de arbeiders op hun werk zijn, om alles in het werk te stelle opdat de arbeiders zouden gaan werken.

Maar sinds een tiental dagen zijn de arbeiders niet alleen op het werk, zij komen ook buiten, op straat. En dit is een werkelijkheid die geen enkele Panagopoulos waar ook ter wereld kan verdoezelen (…) Wij zijn werkende mensen, maar ook werklozen, die voor onze deelname aan de stakingen, waartoe was opgeroepen door de GSEE, ontslagen zijn, terwijl zij, de vakbondsleden, beloond werden met promoties. Wij moesten onder precaire contracten werken, van de ene rotjob naar de andere, wij werkten zonder sociale zekerheid, op formele of informele manier in programma’s van stages of in gesubsidieerde tewerkstelling om de werkloosheidsgraad te doen dalen. Wij maken deel uit van deze wereld en hier staan wij.

Wij zijn opstandige arbeiders, punt uit.

Elk van onze loonbriefjes is betaald met ons bloed, ons zweet, door het geweld op het werk, met gekwetste hoofden, knieën, polsen, handen en benen [door de arbeidsongevallen].

Heel de wereld is door ons arbeiders gemaakt. (…)

De proletariërs van het bevrijde gebouw van de GSEE

Er waren herhaalde oproepen tot een algemene staking vanaf 18de december. De vakbonden werden er die dag toe gedwongen om een staking van drie uur uit te roepen in de openbare diensten.

In de ochtend van de 18de werd een andere scholier van 16, die deelnam aan een sit-in in de buurt van zijn school in een voorstad van Athene, verwond door een kogel. Op dezelfde dag werden verschillende radio en tv-zenders bezet door betogers, namelijk in Tripoli, Chania en Thessaloniki. Het gebouw van de kamer van koophandel werd bezet in Patras en er waren nieuwe botsingen met de politie. De reuzenbetoging in Athene werd gewelddadig onderdrukt: voor het eerst werden er nieuwe wapens gebruikt door de anti-rellen troepen: verlammend gas en doof makende granaten. Een pamflet tegen de staatsterreur was getekend ‘Meisjes in revolte' en circuleerde vanuit de Economische Universiteit. De beweging begon, op een verwarde wijze, haar eigen geografische grenzen aan te voelen: om die reden werden de betogingen van internationale solidariteit die plaatsgrepen in Frankrijk, Berlijn, Rome, Moskou, Montréal of New York enthousiast verwelkomd en verklaarde men: "deze steun is zeer belangrijk voor ons". De bezetters van de Polytechnische School riepen op tot een "internationale solidariteitsdag tegen de staatsmoorden" voor 20 december. Maar de enige weg die openligt om het isolement te doorbreken van de proletarische opstand in Griekenland, is die van de ontwikkeling van de solidariteit en klassenstrijd op een internationale schaal, die steeds duidelijker tot uiting komt als reactie op de wereldcrisis.

Een rijping vervuld van toekomst

Vanaf 20 december vonden er straatgevechten plaats en werd de bankschroef aangedraaid, vooral rond de Polytechnische School, belegerd door politietroepen die dreigden met een bestorming. Het bezette vakbondsgebouw van de GSEE werd op 21/12 terug overgelaten aan de GSEE als gevolg van een beslissing van het bezettingscomité, gestemd in de Algemene Vergadering. Het bezettingscomité van de Polytechnische school van Athene publiceerde op 22 december een communiqué dat verklaarde: “Wij zijn voor de ontvoogding, de menselijke waardigheid en de vrijheid. Het is niet nodig om jullie traangasgranaten op ons af te vuren, wij wenen zo al genoeg.

Met veel rijpheid en overeenkomstig de beslissing die werd genomen in de Algemene Vergadering aan de universiteit van Economische Wetenschappen, maakten de bezetters van deze universiteit gebruik van de oproep tot betoging op de 24ste tegen de politierepressie en uit solidariteit met de aangehoudenen, als het geschikte moment om het gebouw massaal en veilig te ontruimen: “het lijkt alsof er aan de universiteiten een consensus gegroeid was rond de noodzaak om de universiteit te verlaten en de geest van opstand uit te zaaien in de maatschappij in het algemeen.” Dit voorbeeld zal in de daaropvolgende uren gevolgd worden door de AV’s van de andere bezette universiteiten, en ontkrachtte op die manier de valstrik van de opsluiting en een directe botsing met de politie. Op die manier werden het bloedbad en een nog gewelddadiger repressie vermeden. Ook hadden de AV’s het vuren op een politiewagen, dat werd opgeëist als een ‘volksactie’, veroordeeld als een politieprovocatie.

Het bezettingscomité van de Polytechnische School ontruimde het laatste bolwerk van Athene symbolisch op 24 december om middernacht. “De Algemene Vergadering en zij alleen zal beslissen of (en wanneer) wij de universiteit zullen verlaten (…) De beslissing tot bezetting uitgaande van de Algemene Vergadering gebeurt ter plekke: het cruciale punt ligt hier en het komt toe aan diegenen die het gebouw bezetten, en niet aan de politie, om te beslissen over het moment om de plaats te verlaten”.

Voordien publiceerde het bezettingscomité een verklaring: “Met het beëindigen van de bezetting van de Polytechnische School na 18 dagen, sturen wij onze warme solidariteit naar alle mensen die op verschillende manieren hebben deelgenomen aan deze opstand, niet alleen in Griekenland maar ook in talrijke landen van Europa, Amerika, Azië en Oceanië. Voor allen die wij ontmoet hebben en met wie wij willen blijven strijden voor de bevrijding van de gevangenen van deze opstand, maar ook voor het verder zetten ervan tot de bevrijding op wereldvlak”.

In bepaalde wijken hadden de bewoners zich meester gemaakt van de geluidsinstallatie die door de stad was aangebracht om kerstliederen af te spelen, voor het aflezen voor de micro van communiqués die onder andere de in vrijheidstelling eisten van de aangehoudenen, de ontwapening van de politie, de ontbinding van de anti-rellen brigades en de afschaffing van de anti-terroristen wetten. In Volos werden het gemeentelijk radiostation en het bureau van de lokale krant bezet om te spreken over de gebeurtenissen en hun eisen. In Lesvos hadden de betogers een geluidsinstallatie geplaatst in het stadscentrum en zonden ze berichten uit. In Ptolomaida of in Ioannina, werd de kerstboom versierd met foto’s van de gedode jonge scholier, de betogingen en de eisen van de beweging.

Het gevoel van solidariteit uitte zich opnieuw spontaan en krachtig op 23 december, na de agressie op een bediende door een Oikonet-poetsbedrijf, een onderaannemer van het metrobedrijf in Athene (Athens Pireus Electric Railway -ISAP-). Ze kreeg zwavelzuur in het gezicht toen ze terugkeerde van het werk. Solidariteitsbetuigingen ontrolden zich aan de zetel van de metro van Athene, die op 27 december 2008 werd bezet terwijl in Saloniki de zetel van de GSEE op zijn beurt werd bezet. De twee bezettersgroepen organiseerden een reeks betogingen, solidariteitsconcerten en acties van ‘tegen-informatie’ (door bijvoorbeeld het systeem van luidsprekers van de metrostation te bezetten voor het voorlezen van communiqués).

De Algemene Vergadering van Athene verklaarde in haar tekst:

Wanneer ze één van ons aanvallen, vallen ze ons allemaal aan!

Vandaag bezetten wij de centrale bureaus van de ISAP (metro van Athene) als een eerste antwoord op de moorddadige aanval met vitriool in het aangezicht van Konstantina Koeneva op 23 december, toen ze terugkeerde van het werk. Konstantina ligt op de intensieve zorgen in het ziekenhuis. Vorige week had ze een meningsverschil met de maatschappij omdat zij voor haar en haar collega’s heel de kerstpremie eiste en de onwettelijke daden van de bazen aankloeg. Voordien was haar moeder al afgedankt in dezelfde maatschappij. Zij werd overgeplaatst ver van haar eerste arbeidsplaats. Dit zijn praktijken die wijd verbreid zijn in de sector van de schoonmaakmaatschappijen die precaire arbeiders aanwerven. (…) Oikomet (…) heeft als eigenaar een lid van de PASOK (de Griekse Socialistische Partij). Ze stelt officieel 800 arbeiders te werk (de arbeiders hebben het over het dubbele, terwijl er in de voorbije jaren meer dan 3.000 gewerkt hebben), waar het onwettelijke maffiagedrag van de bazen een dagelijks verschijnsel is. De arbeiders worden bijvoorbeeld verplicht tot het tekenen van blanco contracten (waarin de werkvoorwaarden later door de patroons worden ingevuld), die nooit voor herziening vatbaar zijn. Ze werken 6 uur en worden slechts voor 4,5 uur betaald (bruto loon) om de 30 uur niet te overschrijden (anders zouden ze moeten ingeschreven worden in de categorie van arbeiders met hoge risico’s). De patroons terroriseren hen, plaatsen hen over, ontslaan hen en bedreigen hen met gedwongen ontslagen. Konstantina is één van ons. De strijd voor de WAARDIGHEID en de SOLIDARITEIT is ONZE strijd”.

Parallel daarmee publiceerde de bezetting van Thessaloniki een tekst waaruit wij uittreksels overnemen: “Wij bezetten de zetel van de Vakbonden van Thessaloniki om ons te weer te stellen tegen de onderdrukking die tot uiting komt in de moorden en het terrorisme tegen de arbeiders; (…) wij doen een oproep aan alle arbeiders om deze gemeenschappelijke strijd te vervoegen. (…) De openbare Vergadering van diegenen die de vakbondscentrale bezetten komen uit verschillende politieke middens, vakbondsmilitanten, studenten, gastarbeiders en kameraden uit het buitenland die het volgende gemeenschappelijk besluit hebben genomen:

- de bezetting verder zetten;

- een solidariteitsbijeenkomst organiseren voor K. Koeneva; (…)

- informatie en bewustmakingsactiviteiten organiseren in de omgeving van de stad ;

- een benefietconcert organiseren ten voordele van Konstantina.

Verder verklaarde deze vergadering:

Nergens wordt er in het platform [van de vakbonden] verwezen naar de oorzaken van de ongelijkheid en ellende en van de hiërarchische structuren in de maatschappij. (…) De Algemene Confederaties en de Centra van Vakbonden in Griekenland maken wezenlijk deel uit van het regime dat aan de macht is: hun basisleden en de arbeiders moeten hen de rug toedraaien en (…) kiezen voor het oprichten van een zelfstandige strijdpool die door henzelf wordt geleid. (…) Als de arbeiders hun strijd in eigen handen nemen en breken met de logica van hun vertegenwoordiging door handlangers van de patroons, zullen zij hun zelfvertrouwen terugwinnen en zullen duizenden onder hen de straten vullen in de komende stakingen. De staat en haar handlangers vermoorden mensen.

Zelforganisatie! Strijd voor sociale zelfverdediging! Solidariteit met de gastarbeiders en Konstantina Koeneva!

Begin januari 2009 hebben er in heel het land nog betogingen plaatsgevonden uit solidariteit met de gevangenen. 246 mensen werden aangehouden, waarvan er 66 nog steeds in voorlopige hechtenis zitten. In Athene werden 50 gastarbeiders aangehouden in de eerste drie dagen van de opstandige beweging, met straffen die gaan tot 18 maand gevangenisstraf in rechtszaken zonder tolken, en onder de bedreiging van te worden uitgewezen.

Op 9 januari was er een nieuwe botsing tussen de jongeren en de politie in Athene, na afloop van een betoging in het stadscentrum van bijna 3.000 leerkrachten, studenten en scholieren. Op hun spandoeken stonden slagzinnen als: “Geld voor de opvoeding en niet voor de bankiers”, “Weg met de moordenaarsregering en de armoede.” Belangrijke anti-rellen politie-eenheden hebben verschillen keren gechargeerd om hen uiteen te drijven, wat uitliep op talloze nieuwe aanmaningen.

Net zoals in Griekenland, met de precariteit, werkloosheid en ellendige lonen, opgedrongen door haar wereldcrisis, kan de kapitalistische staat niets anders bieden dan steeds meer politie en repressie. Enkel de internationale ontwikkeling van de klassensolidariteit onder de arbeiders, bedienden, scholieren, studenten, werklozen, precaire arbeiders, gepensioneerden, van alle generaties samen, kan de weg openen naar een toekomstperspectief om dit uitbuitingssysteem af te schaffen.

 

W / 18.01.2009


1 Zie het artikel op onze website: Mobilisation massive contre la réforme de l’ enseignement en Italie; http://fr.internationalism.org/icconline/2008/mobilisation_massive_en_italie_nous_ne_voulons_pas_payer_pour_leur_crise.html

2 Marianne nr. 608, 13/12/2008 : « Grèce : les leçons d’une émeute »

3 Libération, 12/12/2008

4 Le Monde, 10/12/2008

5 Marianne, 13/12/2008

6 Het merendeel van de gereproduceerde teksten of informatie van de lokale pers is vertaald van anarchistische sites, zoals Indymedia, cnt-ait.info, dndf.org, emeutes.wordpress.com in het Frans of van libcom.org in het Engels.

Geografisch: 

Recent en lopend: