Zuid-Afrika: De arbeidersklasse biedt weerstand aan de aanvallen

See also :

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail In juni vond in Zuid-Afrika een staking van vier weken plaats. Tussen 600.000 en 1 miljoen arbeiders hebben het werk neergelegd. Dat had de sluiting van het merendeel van de scholen en talrijke kantoren, het stilvallen van een deel van openbaar vervoer en de vervanging van het personeel van de ziekenhuizen door militair personeel tot gevolg. Deze beweging van de arbeidersklasse is de belangrijkste sinds het eind van de apartheid in 1994. Tijdens deze stakingen hebben de vakbond COSATU en de SACP (Communistische Partij van Zuid-Afrika), die deel uitmaken van de regeringscoalitie met het ANC, geprobeerd om de kracht van de arbeiders te breken en de aanvallen op de koopkracht te laten doorgaan.

Het einde van de apartheid heeft niets veranderd


De arbeids- en levensomstandigheden in Zuid-Afrika zijn voor de meerderheid van de bevolking veel slechter geworden. De levensverwachting, de graad van alfabetisering, de toegang tot gezondheidszorg zijn erop achteruitgegaan. Er zijn in Zuid-Afrika nu 5,5 miljoen aids-patiënten, het hoogste cijfer ter wereld. De vakbonden, de commentatoren van links en ultra-links klagen regelmatig het hebzuchtige ‘pro-business’ beleid van president Thabo Mbeki aan. Maar het is niet wegens de hebzucht of wegens bijzondere economische beleidsmaatregelen dat de regering ANC/SACP/COSATU de levensvoorwaarden van de arbeiders en de andere niet-uitbuitende lagen in Zuid-Afrika aanvalt. Een kapitalistische regering kan alleen maar ‘pro-business’ en dus tegen de arbeidersklasse zijn. De enige ‘bevrijding’ die in 1994 plaatsvond is die van een klein aantal zwarte politieke activisten geweest opdat die een belangrijker positie in het politiek apparaat van de heersende klasse zouden kunnen bezetten en de arbeidersklasse beter te bedriegen. De verkiezingen die sindsdien hebben plaatsgevonden moesten vervolgens het idee versterken dat er iets fundamenteels veranderd was in de Zuid Afrikaanse maatschappij met de komst van een bredere democratie. Socialist Worker (09.05.2007) citeert een arbeider bij een manifestatie in Pretoria: “Wij geloofden dat de regering ons als arbeiders zou ondersteunen omdat wij haar aan de macht hebben gebracht, maar het is alsof zij ons vergeten is.” Dit soort illusies wordt voortdurend door de vakbonden en ultra-links gestimuleerd, die wel graag over de concessies van het ANC aan het neo-liberalisme spreken, maar die het nooit openlijk als een volwaardig deel van de bourgeoisie aanwijzen.

Vooruitzichten voor de komende strijd


Enkele commentatoren in Zuid-Afrika zagen de recente staking als een teken van het feit dat de vakbonden een onafhankelijker rol zouden gaan spelen en dat dit de arbeiders ertoe zou aansporen om in de toekomst in actie te komen. In werkelijkheid is het wegens de ontevredenheid die in de arbeidersklasse toeneemt dat de vakbonden proberen meer afstand te nemen van de regering. In Socialist Worker (23.06.2007) oppert een lid van de ultra-linkse organisatie South Africa’s Keep het idee dat deze “sfeer de deur opent voor een heropleving van de zelfactiviteit tijdens de stakingen.” Wat zeker is, is dat alle zelfverklaarde verdedigers van de arbeidersklasse (vakbonden en anderen) zich uit alle macht tegen het ontstaan van een daadwerkelijke zelfactiviteit van de arbeiders zullen verzetten. Een werkelijke zelfstandige strijd zou betekenen dat de arbeiders erin geslaagd zouden zijn om de strijd voor eigen rekening te nemen, buiten de vakbonden om. Daarvan is geen sprake geweest.
De strijd van nu betekent, hoewel hij belangrijk is, geenszins een nieuw feit sinds 1994. In augustus 2005 staakten 100.000 arbeiders uit de goudmijnen voor looneisen. In september 2004 was er wat de aantallen stakers de belangrijkste dag uit de geschiedenis van Zuid-Afrika, met tussen 800.000 tot 250.000 arbeiders afhankelijk van of het om cijfers ging van de vakbonden of van de regering. De onderwijzers en leraren waren toen bijzonder woedend omdat hun lonen niet meer waren gestegen sinds 1996. In juli 2001 was er een golf van stakingen in de mijn- en energie-industrieën. In augustus 2001 was er een staking van drie weken waarin 20.000 arbeiders van de auto-industrie betrokken waren. In mei 2000 sloegen de stakingen in de mijnindustrie over naar de staatssector. Tijdens de zomer van 1999 waren er stakingsgolven van de arbeiders van de post, de goudmijnen en de staatssector met onderwijzers en leraren, personeel van de ziekenhuizen en andere openbare diensten.
In al deze gevechten hebben de arbeiders zich impliciet tegen het ANC en de Zuid-Afrikaanse regering opgesteld. Maar de laatste golf van stakingen wijst de arbeidersklasse op de noodzaak zich bewust te worden van de ware aard van burgerlijke aard van haar valse vrienden en inzicht in de globale betekenis van haar eigen strijd te ontwikkelen.