Zeventiende Congres van de IKS: Een internationale versterking van het proletarische kamp

Printvriendelijke versieSend by email
Eind Mei 2007 hield de IKS zijn Zeventiende Internationale Congres. Omdat revolutionaire organisaties niet om eigen wille bestaan maar voortbrengselen zijn van het proletariaat en tegelijk actieve factoren in de ontwikkeling ervan zijn dienen ze aan hun hele klasse verantwoording af te leggen over het verloop van dat uitgelezen moment dat gevormd wordt door de samenkomst van hun belangrijkste orgaan: het congres. Daarover gaat dit artikel.

Natuurlijk zijn alle congressen van de IKS erg belangrijke momenten in de geschiedenis van onze organisatie, bakens die haar ontwikkeling markeren. Maar wat als eerste benadrukt moet worden over het congres van het voorbije voorjaar is dat het van nog groter belang was dan de eerdere, dat het een allerbelangrijkste stap was in haar nu meer dan dertigjarig bestaan (1).

De deelname van groepen uit het proletarisch milieu

De voornaamste illustratie daarvan bestond uit de aanwezigheid op ons congres van delegaties van drie groepen uit het internationale proletarische kamp: de OPOP uit Brazilië (2), de SPA uit Zuid-Korea (3) en de EKS uit Turkije (4). Een andere groep was ook voor het congres uitgenodigd, de groep Internasyonalismo uit de Filippijnen, maar die kon, ondanks al haar bereidheid om een afvaardiging te sturen, helaas niet deelnemen. Toch bracht deze groep een groet over aan het congres en stellingnamen over de voornaamste rapporten die werden voorgelegd.
De deelname van verschillende groepen uit het proletarische milieu op een congres van de IKS is niets nieuws. In het verleden, bij het prille begin van haar bestaan, ontving de IKS al delegaties van andere groepen. Zo was op het Stichtingscongres in januari 1975 de Revolutionary Workers Group uit de Verenigde Staten aanwezig. En op het Tweede Congres (1977) de Partito Comunista Internazionalista (Battaglia Comunista). Op het Derde Congres (1979) waren er delegaties van Communist Workers Organisation (Groot-Brittanië), van Nucleo Comunista Internazionalista en Il Leninista (Italië) en een niet-georganiseerde kameraad uit Scandinavië. Vervolgens kon deze gewoonte jammer genoeg niet worden voortgezet om redenen die onafhankelijk waren van de wens van onze organisatie: het verdwijnen van bepaalde groepen, de evolutie van andere groepen in de richting van ultra-linkse standpunten (zoals de NCI), sektarische houding van groepen (CWO en Battaglia Comunista) die de verantwoordelijkheid op zich hadden geladen om de internationale conferenties van de groepen van de Kommunistische Linkerzijde die aan het eind van de jaren 1970 (5) waren gehouden te kelderen. In feite is het meer dan een kwarteeuw geleden dat de IKS nog andere proletarische groepen op een van zijn congressen kon verwelkomen. De deelname van vier groepen aan ons Zeventiende Congres (6) is voor onze organisatie op zichzelf al een erg belangrijke gebeurtenis.

De betekenis van het Zeventiende Congres

Maar dit reikt veel verder dan het feit dat we weer hebben kunnen aanknopen bij een gewoonte van de IKS uit zijn beginperiode. Het belangrijkste punt is de betekenis en houding van deze groepen. Ze zijn ingebed in een historische situatie die we tijdens het voorgaande congres al omschreven: “Het verloop van het congres heeft het onderzoek van de heropleving van de klassengevechten en de verantwoordelijkheden die deze heropkomst meebrengt voor onze organisatie in het centrum geplaatst, vooral ten aanzien van de ontwikkeling van een nieuwe generatie van elementen die zich richten op een revolutionair politiek perspectief.” (Balans van het Zestiende congres van de IKS, in Internationalisme, nr. 319/320, en Wereldrevolutie, nr. 106).
Bij de ineenstorting van het Oostblok en de stalinistische regimes in 1989 was de situatie als volgt: “De oorverdovende campagnes van de bourgeoisie rond het ‘bankroet van het kommunisme’, de ‘definitieve overwinning van het liberale en democratische kapitalisme’, het ‘einde van de klassenstrijd’, ja zelfs van het bestaan van de arbeidersklasse, veroorzaakten een belangrijke terugval voor het proletariaat, zowel op het vlak van zijn bewustzijn als dat van zijn strijdbaarheid. Deze terugval was diepgaand en duurde meer dan tien jaar. Hij heeft een hele generatie van werkenden getekend en veroorzaakte diepe ontreddering en zelfs ontmoediging. [...] Het is pas vanaf 2003, met name via de grote mobilisaties tegen de aanvallen op de pensioenen in Frankrijk en Oostenrijk, dat het proletariaat aanving de terugval te boven te komen waaronder het sinds 1989 te lijden had. Sindsdien valt deze tendens tot heropleving van de strijd van de klasse en van ontwikkeling van het bewustzijn in haar midden niet meer te loochenen. De arbeidersstrijd raakte de meeste van de centrale landen, en daarbij inbegrepen de belangrijkste zoals de Verenigde Staten (Boeing en het openbaar vervoer van New York in 2005), Duitsland (Daimler en Opel in 2004, ziekenhuisartsen in het voorjaar van 2006, Deutsche Telekom in het voorjaar van 2007), Groot-Brittannië (de luchthaven van Londen in augustus 2005, de ambtenaren in het voorjaar van 2006), Frankrijk (de studenten- en scholierenbeweging tegen het startbaancontract (‘CPE’) in het voorjaar van 2006), maar ook een hele reeks van landen in de periferie zoals Dubaï (bouwvakkers in het voorjaar van 2006), Bangla Desh (textielarbeiders in het voorjaar van 2006), Egypte (textiel- en transportarbeiders in het voorjaar van 2007).” (Resolutie over de internationale situatie, aangenomen op het Zeventiende Congres) “Nu, net als in 1968 [tijdens de historische heropleving van de arbeidersstrijd die een eind maakte aan vier decennia van contra-revolutie], gaat de heropleving van de klassenstrijd gepaard met een diepzinnig nadenken waarvan het optreden van nieuwe mensen, die zich richten op de standpunten van de Kommunistische Linkerzijde, het topje van de ijsberg vormt.” (Ibid.).
Daarom is de deelname van meerdere groepen uit het proletarische milieu aan het congres, de open houding van deze groepen in de discussie (die afrekent met de sektarische houding van de ‘oude’ groepen van de Kommunistische Linkerzijde) helemaal geen toevalstreffer: het maakt deel uit van de nieuwe etappe in de ontwikkeling van de wereldwijde strijd van de arbeidersklasse tegen het kapitalisme.
De discussie op het congres, vooral aan de hand van de ervaringen van de verschillende afdelingen, bevestigde deze tendens, gaande van België tot India, in de centrale landen zowel als in de periferie, zowel wat betreft de heropleving van de arbeidersstrijd als de ontwikkeling van de gedachtegang onder de mensen die zich richten op de standpunten van de Kommunistische Linkerzijde. Een tendens die eveneens tot uiting kwam in het lidmaatschap van nieuwe militanten voor de organisatie, daarbij inbegrepen in landen waar er al tientallen jaren geen nieuwe leden meer waren bijgekomen, en ook door de oprichting van een kern van de IKS in Brazilië (zie het artikel elders in dit blad).

De discussies tijdens het congres

Rekening houdend met de bijzondere omstandigheden waarin dit congres plaatsvond, was het vraagstuk van de arbeidersstrijd het eerste punt op de agenda terwijl het tweede punt gewijd was aan de discussie over de revolutionaire krachten die momenteel opkomen en zich ontwikkelen. We kunnen in het bestek van dit korte artikel niet gedetailleerd ingaan op de discussies die plaatsvonden: de Resolutie over de internationale situatie  (gepubliceerd in de Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgave, nr. 130) is er een samenvatting van. Wat hier wel van belang is zijn de specifieke en nieuwe kenmerken van de huidige ontwikkeling van de klassenstrijd. Als factoren van politisering van de arbeidersstrijd werd vooral de aandacht gevestigd op de ernst van de crisis van het kapitalisme, het geweld waarmee de aanvallen momenteel worden uitgevoerd en dramatische inzet van de wereldsituatie, gekenmerkt door het wegzinken in de oorlogsbarbarij en de toenemende bedreiging die het systeem vormt voor het leefmilieu op aarde. Een situatie die enigszins anders is dan na de historische heropleving van de klassenstrijd in 1968 toen de nog bestaande manoeuvreermarge van het kapitalisme het mogelijk maakte om de illusie te voeden dat ‘het morgen beter zal gaan dan vandaag’. Nu is een dergelijke illusie nauwelijks nog mogelijk: de nieuwe generaties van arbeiders, evenals de oudere, is zich er van bewust dat ‘het morgen slechter zal zijn dan vandaag’. Vandaar dat zelfs wanneer dat vooruitzicht kan bijdragen tot ontmoediging en demobilisatie van de arbeiders, zal de strijd die zij voeren, en die onvermijdelijk zal leiden tot steeds meer reactie op de aanvallen, hen er toe brengen om zich steeds meer bewust te worden van het feit dat deze strijd een voorbereiding vormt op omvangrijker botsingen met een ten dode opgeschreven systeem. De strijd sinds 2003 “omvat steeds meer het vraagstuk van de solidariteit, een vraagstuk van eerste orde omdat dit het ‘tegengif’ bij uitstek is tegen ‘het ieder voor zich’, eigen aan de sociale ontbinding en die de kern vormt van het vermogen van het wereldproletariaat om niet alleen zijn huidige strijd te ontwikkelen maar ook het kapitalisme omver te werpen.” (Ibid.).
Ook al werd het congres vooral gewijd aan het vraagstuk van de klassenstrijd, andere aspecten van de internationale situatie kwamen eveneens in de discussies aan bod. Zo werd een belangrijk deel van het congres gewijd aan de economische crisis van het kapitalisme, vooral door zich te buigen over de huidige groei van bepaalde ‘opkomende’ landen, zoals India en China. Die lijken onze analyses tegen te spreken, en die van marxisten in het algemeen, over het definitieve bankroet van de kapitalistische productiewijze. In feite is het congres, op basis van een gedetailleerd rapport en diepgaande discussie tot de conclusie gekomen dat: “De buitengewone groeivoeten die sommige landen zoals India en vooral China op dit moment te zien geven betekenen op generlei wijze ‘frisse lucht’ voor de wereldeconomie, zelfs als zij aanzienlijk hebben bijdragen aan de toegenomen groei ervan in de loop van de laatste periode. [...] In plaats van ‘frisse lucht’ te bieden aan de kapitalistische economie, zijn het ‘Chinese mirakel’ en in zekere zin dat van een aantal andere economieën uit de Derde Wereld, niets anders dan de vleeswording van het verval van het kapitalisme. [...] Net zoals het ‘mirakel’ van de groeivoeten met twee cijfers van de Aziatische ‘tijgers’ en ‘draken’, die een jammerlijk einde kenden in 1997, zal het huidige Chinese ‘mirakel’, zelfs al heeft het niet dezelfde oorsprong en al beschikt het over sterke troeven, vroeg of laat in botsing komen met de harde werkelijkheid van de historische impasse van de kapitalistische productiewijze.” (Ibid.).
Tenslotte heeft de invloed binnen de bourgeoisie van de impasse waarin de kapitalistische productiewijze zich bevindt en de ontbinding van de maatschappij die deze voortbrengt, twee discussies op gang gebracht: de ene slaat terug op de gevolgen van deze situatie binnen elk land, de andere op de evolutie van de imperialistische tegenstellingen tussen de staten. Over het laatste punt heeft het congres nadrukkelijk het bankroet aangetoond van de politiek van de grootste wereldbourgeoisie, de Amerikaanse bourgeoisie, vooral als gevolg van het Iraakse avontuur en door het feit dat dit enkel de algemene impasse van het kapitalisme blootlegt:
“In feite is de komst van de tandem Cheney/Rumsfeld en consorten aan de teugels van de staat niet het loutere feit van een monumentale ‘blunder bij het verdelen van de rollen’ door deze klasse. Ook al heeft dit de situatie voor de Verenigde Staten op imperialistisch vlak aanzienlijk slechter gemaakt, dan was ze toch al een uiting van de doodlopende weg waarin dit land zich bevond, geconfronteerd met een groeiend verlies aan leiderschap, en meer in het algemeen ten opzichte van het ‘ieder voor zich’ in de internationale verhoudingen die zo kenmerkend is voor de fase van de ontbinding.” (Ibid.).
Meer in het algemeen legde het congres de nadruk op het volgende:
“De militaire chaos die zich overal ter wereld verspreidt, en waardoor uitgestrekte regio’s, voornamelijk in het Midden-Oosten maar ook in Afrika, in een ware hel worden gestort en aan verslagenheid overgeleverd, is niet de enige uiting van de historische impasse waarin het kapitalisme zich bevindt en op termijn niet eens het grootste gevaar voor de mensheid. Het is nu duidelijk geworden dat het voortbestaan van het kapitalistische systeem zoals het altijd functioneerde, het vooruitzicht biedt van de vernietiging van hetzelfde leefmilieu dat de opgang van de mensheid mogelijk maakte.” (Ibid.).
Dit deel van de discussie werd als volgt afgesloten:
“De keuze die door Engels aan het eind van de negentiende eeuw werd aangekondigd, dat van socialisme of barbarij, is tijdens de hele twintigste eeuw werkelijkheid geworden. Wat de éénentwintigste eeuw ons als perspectief biedt is niet minder dan socialisme of vernietiging van de mensheid. Dat is wat er werkelijk op spel staat voor de enige maatschappelijke kracht die in staat is om het kapitalisme omver te werpen, de wereldwijde arbeidersklasse.”
(Ibid.).

De verantwoordelijkheid van de revolutionairen

Dit vooruitzicht laat het beslissende belang zien van de strijd die de arbeidersklasse momenteel op wereldschaal ontwikkelt en waarover het congres zich in het bijzonder gebogen heeft. Het laat eveneens de fundamentele rol zien van de revolutionaire organisaties, en voornamelijk van de IKS, om tussen te komen in de strijd opdat de bewustwording over wat er op spel staat zich in de wereld verbreidt.
Op dit vlak heeft het congres een heel positieve balans opgemaakt van de tussenkomst van onze organisatie in de klassenstrijd en over de brandende vraagstukken die zich stellen. Het heeft met name het vermogen van de IKS laten zien om internationaal op de been te komen (artikels in de pers, op onze website, openbare bijeenkomsten, en ga zo maar door), om de lessen over te dragen van een van de belangrijkste episodes van de klassenstrijd uit de laatste tijd: de strijd van de studentenjeugd tegen het startbaancontract in het voorjaar van 2006 in Frankrijk. In dat verband werd opgemerkt dat onze website in deze periode een spectaculaire toename te zien gaf van het aantal bezoeken, een bewijs dat de revolutionairen niet alleen een verantwoordelijkheid hebben maar ook over de mogelijkheden beschikken om het stelselmatig doodzwijgen van de proletarische strijd door de burgerlijke media te doorbreken.
Het ingrijpen van revolutionairen betekent dat ze in staat zijn om zo helder en diepgaand mogelijk analyses te maken zodat ze deze analyses doeltreffend kunnen verdedigen binnen de klasse om zo bij te dragen tot haar bewustwording. Vandaar dat het congres van meet af aan een oriëntatietekst over debatcultuur heeft bediscussieerd die maanden daarvoor binnen de IKS in omloop was gebracht (en die binnenkort gepubliceerd zal worden in Internationale Revue). Het congres onderschreef volledig deze tekst, waarin er de nadruk op wordt gelegd dat het vermogen om binnen revolutionaire organisaties een werkelijke debatcultuur te ontwikkelen één van de belangrijkste kenmerken is van het feit dat zij deel uitmaken van de arbeidersklasse, van hun vermogen om actief te zijn en verbonden te blijven met de behoeften van de arbeidersklasse. Een dergelijke houding is niet alleen eigen aan kommunistische organisaties, zij behoort het proletariaat als geheel toe: het is ook door haar eigen discussies, met name in algemene vergaderingen, dat het geheel van de arbeidersklasse in staat is om lering te trekken uit haar ervaringen en in staat is om vooruitgang te boeken in haar bewustwording. Het sektarisme en de weigering tot debat, dat momenteel jammer genoeg een aantal organisaties van het proletarische kamp kenmerkt (waarvan een aantal zelfs het ‘monolithisme’ opeisen) is helemaal geen bewijs van hun ‘onverzettelijkheid’ tegenover de burgerlijke ideologie of tegenover de verwarring. Het is in tegendeel een uiting van hun angst om hun eigen standpunten te verdedigen, en uiteindelijk het bewijs van een gebrek aan overtuiging over de juistheid ervan.
Deze debatcultuur was de rode draad die door het hele congres liep. Het kwam onder andere tot uiting in talrijke tussenkomsten van de uitgenodigde groepen, die natuurlijk niet alle standpunten van de IKS delen. Dit werd benadrukt door de delegatie uit Zuid-Korea, waarvan een kameraad zei dat hij “getroffen was door de geest van broederlijkheid, van debat, van algemene kameraadschappelijke betrekkingen die hij niet kende uit eerdere ervaring en die hij ons benijdde”. Meer in het algemeen dient ook benadrukt te worden dat een van de belangrijkste factoren van het slagen van dit congres en het enthousiasme van alle delegaties bij de afsluiting nu juist de deelname was van de uitgenodigde groepen. We verwijzen vooral naar de interessante redevoering van de afvaardigingen van de OPOP en van de EKS over de imperialistische politiek van de Braziliaanse en Turkse bourgeoisie, redevoeringen die het denkproces van het hele congres verrijkten.
Met enkele dagen verschil vonden er twee internationale bijeenkomsten plaats: de top van de G8 en het congres van de IKS. Natuurlijk bestaan er verschillen voor wat betreft omvang en onmiddellijke invloed tussen de twee maar het loont de moeite het frappante contrast tussen beide te zien, zowel wat betreft de omstandigheden als de doelstellingen en de werkwijze. Enerzijds was er een bijeenkomst achter prikkeldraad, met een ongekende aanwezigheid van politie en repressie, een bijeenkomst waar de verklaringen over ‘eerlijkheid van de debatten’, over ‘vrede’ en over ‘de toekomst van de mensheid’ niet meer waren dan een rookgordijn om de tegenstellingen tussen de kapitalistische staten te verbergen, om nieuwe oorlogen voor te bereiden en een systeem overeind te houden dat geen enkele toekomst meer biedt aan de mensheid. Anderzijds was er een bijeenkomst van revolutionairen uit vijftien landen die alle rookgordijnen en valse schijn wegveegden, wat leidde tot broederlijke debatten, gedreven door een diepgaande internationalistische geest, om bij te dragen tot het enige perspectief dat de mensheid kan redden: de internationale en eensgezinde strijd van de arbeidersklasse om het kapitalisme omver te werpen en de kommunistische maatschappij in te voeren.
We weten dat de weg die daarheen leidt nog lang en moeilijk is maar de IKS is er van overtuigd dat zijn Zeventiende Congres een heel belangrijke stap in de goede richting was.

IKS                 

(1) Zie hiervoor het artikel: Dertig jaar IKS: Zich het verleden eigen maken om aan de toekomst te werken, verschenen in Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgaven, nr. 123).
(2) OPOP: Oposição Operária, ‘Arbeidersoppositie’. Het gaat om een groep met afdelingen in meerdere steden van Brazilië en die werd opgericht in het begin de jaren van de jaren 1990, voornamelijk door mensen die gebroken hadden met de CUT (Vakbondscentrale) en de Arbeiderspartij (PT) van Lula (de huidige president van dit land) om zich aan te sluiten bij de standpunten van het proletariaat, voornamelijk op het wezenlijke vraagstuk van het internationalisme, maar ook op dat van het vakbondsvraagstuk (het veroordelen van deze organen als instrumenten van de bourgeoisie) en het parlementaire vraagstuk (het veroordelen van de ‘democratische’ maskerade). Het is een groep die actief is in de arbeidersstrijd (voornamelijk in de banksector) en waarmee de IKS sinds een aantal jaren broederlijke discussies voert en waarmee we al verschillende openbare bijeenkomsten hebben georganiseerd in Brazilië (zie hiervoor Vier openbare bijeenkomsten van de IKS in Brazilië: een versterking van de proletarische standpunten in Brazilië, in Wereldrevolutie, webspecials februari 2006). Een afvaardiging van OPOP was al aanwezig op het Zeventiende Congres van onze afdeling in Frankrijk in het voorjaar van 2006 (zie hiervoor het artikel: Zeventiende Congres van Révolution Internationale: de revolutionaire organisatie op de proef gesteld in de klassenstrijd, in Révolution Internationale, nr. 370).
(3) SPA: Socialist Political Alliance, ‘Socialistische Politiek Verbond’. Het gaat om een groep die zich tot doel heeft gesteld om in Korea de standpunten van de Kommunistische Linkerzijde te verspreiden (voornamelijk via de vertaling van een aantal fundamentele teksten) en in dat land discussies te stimuleren tussen groepen en mensen rond deze standpunten. De SPA organiseerde in oktober 2006 een internationale conferentie waar de IKS, die al een jaar met deze organisatie discussieerde, een delegatie stuurde (zie hiervoor Rapport over de Conferentie in Korea van oktober 2006, in Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgave, nr. 129). We voegen daaraan toe dat de door deelnemers aan deze conferentie, die plaatsvond net na het nemen van kernproeven door Noord-Korea, een Internationale verklaring uit Korea tegen de oorlogsdreiging werd aangenomen (zie hiervoor Internationalisme, nr. 328).
(4) EKS: Enternasyonalist Kommünist Sol, ‘Internationaal Kommunistisch Links’: een groep opgericht in Turkije, die zich schaart achter de standpunten van de Kommunistische linkerzijde en waarvan we de standpunten al eerder publiceerden in Internationalisme, nr. 327.
(5) Toch heeft dat de IKS niet belet om het Internationale Bureau voor de Revolutionair Partij (IBRP) uit te nodigen op haar Dertiende Congres in 1999. Wij hadden daadwerkelijk gedacht dat de ernst van wat er imperialistisch op het pel stond in het hart van Europa (het was het moment van de bombardementen van Servië door de NAVO-legers) de moeite loonde opdat de revolutionaire groepen hun wrevels opzij zouden zetten om bijeen te komen op eenzelfde plaats om samen de implicaties van het conflict te onderzoeken en, eventueel een gemeenschappelijke verklaring te publiceren. Jammer genoeg heeft de IBRP deze uitnodiging afgewezen.
(6) Zelfs als de delegatie niet aanwezig kon zijn was Internasyonalismo toch politiek vertegenwoordigd.

Ontwikkeling van proletarisch bewustzijn en organisatie: