In de afgelopen anderhalf jaar hebben de Anarcho-Syndicalistische Bond (ASB) en de Internationale Kommunistische Stroming in Nederland (IKS) verschillende keren gelijksoortige of gedeelde initiatieven genomen met betrekking tot kwesties als de arbeidersstrijd en de oorlog. Zo hebben beiden het pamflet van de KRAS over de oorlog in Libië "Weg met de nieuwe oorlog in Noord-Afrika", gepubliceerd. Tesamen hebben ze ook een solidariteitsverklaring onderschreven met de strijd van de werkers van de VIVA!-Zorggroep. Verder hebben we in Wereldrevolutie nr. 125 onder de titel "Het Internationalisme van de ASB" de brochure "Klasse en revolte", waarin de ASB haar beginselen heeft uiteengezet, kritisch onder de loep genomen maar vooral ook begroet.
Nu is er op de site van de ASB en in Buiten de Orde jaargang 23 nr. 1 een artikel verschenen van K. Fotia van de ASB over "Perspectieven in klassenstrijd en zelforganisatie".(1) Het artikel vertrekt vanuit de vraag: "Wat betekent alles (de strijd van de afgelopen anderhalf jaar) voor de perspectieven van de klassenstrijd in Nederland en wat betekent dat voor de perspectieven van revolutionairen?" Volgens de schrijver: "biedt dit alles de mogelijkheid op het ontwikkelen van zelforganisaties met slagkracht en een hoger niveau van militantie door de hele klassenstrijd heen."
Dit artikel verdient aller aandacht: van anarchisten, van communisten, maar vooral van internationalisten, omdat het een aantal elementen bevat, die niet alleen gaan over de noodzaal tot strijd, maar ook en vooral over de manier waarop de werkers hun strijd moeten organiseren. Dit is een cruciale kwestie, omdat de klasse als geheel daar in de huidige periode door een gebrek aan zelfvertrouwen en door de moeilijkheden die ze heeft om haar eigen identiteit als klasse te bevestigen, niet echt een antwoord op weet te vinden. Hier ligt een grote verantwoordelijkheid voor de meer ‘gepolitiseerde’ kameraden, want zij kunnen er op een georganiseerde wijze toe bijdragen de valse praatjes van de heersende klasse over de onoverwinnelijkheid van het kapitalisme door te prikken en de illusies onder de werkers over het eeuwigdurende karakter van dit verrotte systeem, af te breken.
Als uitdrukking van ons respect voor dit artikel publiceren we hier een eerste reactie in de hoop de discussie over dit onderwerp hiermee een impuls te geven onder iedereen die oprecht begaan is met de strijd van de arbeidersklasse.
In deze eerste wil ik niet op alle punten en komma’s van de tekst van K Fotia ingaan – dat zou de discussie vooraf teveel bestempelen en mogelijke richtingen, waarin de ‘oplossing’ te vinden is, afsluiten. Verder is het ook nagenoeg onmogelijk, omdat mijn reactie dan net zo lang, en misschien wel langer zal worden dan de tekst waarop ik wil reageren. Maar het artikel van K. Fotia bevat mijn inziens diverse interessante elementen en als zodanig zou ik hem ook ten zeerste willen begroeten.
Een allereerste voorbeeld van een passage, die ik kan nagenoeg geheel kan onderschrijven: "In een dergelijke situatie, waar een grote groep militante arbeiders tegen het limiet van de vakbondsstructuren aan loopt, bestaat de mogelijkheid om uit deze structuren te breken en de strijd zelf voort te zetten. De rol van revolutionairen hierin is het bevorderen van dergelijke initiatieven, het ondersteunen van pogingen om los te komen van de vakbondsstructuren en het ondersteunen van acties en initiatieven die de zelforganisatie en militantie van de betrokken arbeiders bevorderen en de grip van de bureaucraten verzwakt. Onderlinge steun tussen diverse groepen arbeiders versterkt elkaars zelfvertrouwen en kan een conflict meer slagkracht geven. Het voorkomt isolatie en biedt daarbij een breder perspectief dan alleen een specifiek werkvloer conflict, het overstijgt de hokjes waarin het kapitalisme ons opdeelt".
Naar mijn inzicht - en die van Internationalisme/Wereldrevolutie - bestaat de strijd van de arbeidersklasse (die van de precairen inbegrepen) globaal genomen uit twee dimensies: aan de ene kant de strijd voor de zelfstandige eenheidsorganisatie (strijdcomités, algemene vergaderingen, massale delegaties naar andere bedrijven, stakersbijeenkomsten met deelname van de werklozen, enzovoort); aan de andere kant de organisaties waarin de kameraden die zich, op grond van eerdere ervaringen in de strijd tegen de ondernemers, de democratie, de staat en het kapitalisme en haar verschillende onderdrukkings- en misleidingsinstrumenten (vakbonden, politie, media, politici, enzovoort), aaneengesloten hebben om de algemene vooruitzichten van de strijd van de klasse te verdedigen en te propageren. Dat is volgens mij de meest natuurlijke wijze waarop de klasse haar strijd ontwikkelt, versterkt en vooruithelpt. In dat kader lijkt het organisatiemodel van de FAI-CNT nog het meest op de natuurlijke organisatie van de arbeiders en de overige (delen van de) uitgebuite klassen. Er is echter één maar: een permanente eenheidsorganisatie kan tegenwoordig niet meer bestaan, omdat de strijd van de klasse in de huidige periode gekenmerkt wordt door een voortdurende op- en neergang, door een situatie van verhevigde, intensieve, massale strijd gevolgd door relatieve perioden van terugval en kalmte, waarin de overdenking binnen de klasse haar werk doet. Vanwege de ongekende historische crisis van het kapitalisme bestaan in de huidige periode niet langer de omstandigheden waarin de arbeidersklasse stukje voor stukje stappen vooruit kan doen in het verwerven van blijvende verbeteringen van haar levensomstandigheden.
In dit kader heeft de kameraden groot gelijk als hij zegt dat het nodig is dat de arbeiders (de schoonmakers bijvoorbeeld) uit de vakbondskaders moeten breken. Deze houden hen "stevig ingemetseld in de verstikkende structuren van de traditionele vakbonden."Verder schrijft hij: "Hoeveel concessies de traditionele vakbonden ook winnen (als dat al het geval is), ze uiteindelijk geen enkel perspectief bieden. Alle concessies die door de vakbeweging zijn afgedwongen over een periode van decennia worden nu in enkele jaren tijd afgebroken en diezelfde vakbeweging is niet in staat dat te stoppen." Vervolgens bevestigt zijn bijdrage wat ik hierboven ook al heb aangegeven: "Het langzaam opbouwen van kleine overwinningen via conflict en onderhandeling, zoals de sociaaldemocraten en vakbonden al eeuwen nastreven, biedt geen revolutionair perspectief en heeft dat ook nooit geboden. Belangrijk hierbij is het besef dat de kleine, tijdelijke overwinningen die we wel of niet boeken precies dat zijn, tijdelijk. Zolang kapitalisme in stand blijft, zullen alle concessies vroeg of laat worden afgebroken."
"Een belangrijk verschil tussen reformistische- en revolutionaire organisaties is de bereidheid tot compromis. De reden waarom de arbeidersklasse in zo’n historisch zwakke positie zit is voor een deel te wijten aan het poldermodel, wat vertegenwoordigers en bureaucraten concessie na concessie laat maken, arbeiders passieve toeschouwers maakt in hun eigen ‘strijd’.(…) Zodra een rustpauze of eind van de strijd gepaard gaat met de belofte om de ‘sociale vrede’ te handhaven, verwordt elke organisatie, hoe basisdemocratisch en radicaal ze ook is, tot een disciplinerend instituut en een verlengstuk van de bazen."
Escalatie - of volgens mij beter gezegd: het op de spits drijven van de confrontatie met de ondernemers en de staat - biedt volgens de schrijver "perspectieven op iets dat buiten de door hen gebouwde hekwerken kan treden." Want "Op het moment dat arbeiders weigeren de knie te buigen, zullen ze zoeken naar methodes die ze gezamenlijk kunnen ondernemen en die daadwerkelijk druk op de bazen zetten, door hen te raken waar ze het voelen: de winsten. Dit soort acties kunnen variëren van wilde stakingen, picketlines en sabotage tot blokkades".(….) Door middel van actie kunnen we de arbeiders inspireren "aangezien het ondernemen van actie altijd een zeker zelfvertrouwen vereist, iets wat (nog) niet grootschalig aanwezig is. Belangrijk is echter dat het hier niet bij blijft en dat men haar acties zo snel mogelijk, zo breed mogelijk probeert te laten verspreiden."
De citaten uit de tekst van K. Fotia heb ik niet integraal overgenomen. Om eerlijk te zijn: sommige gedeelten, waarover ik het niet voor honderd procent mee eens ben met de kameraad heb ik eruit weggelaten. Bijvoorbeeld over het punt van sabotage en blokkades. Het is mij niet duidelijk wat daar precies mee bedoeld wordt, maar als het de bedoeling is het bedrijf economisch te treffen, dan betreft dat een punt waar we al eens eerder een discussie over hebben gehad. Tegen de achtergrond van de wereldomvattende economische crisis, waarbij de hele kapitalistisch wereld zich in de staat verenigd om haar bestaande orde te verdedigen is de sabotage of blokkade van een enkel bedrijf een vorm van strijd die van geen doorslaggevend belang meer kan zijn
Naast de hierboven geciteerde en andere delen c.q. zinsneden van het artikel kan ik nog veel meer delen uit het artikel citeren, die ik voor het grootste gedeelte kan onderschrijven. Onder het kopje ‘Tot slot’ staan echter een aantal punten, die naar mijn idee een beetje te ver gaan in het voorschrijven van een soort van "recept tot actie". Het gevaar van dat laatste – "recepten tot actie" - is dat het de discussie over de organisatiekwestie al op voorhand steriel dreigt maken, terwijl het juist de bedoeling zou moeten zijn om, aan de hand van de bijdrage van K. Fotia, de discussie open te gooien voor het hele internationalistische milieu. Desondanks vormt deze bijdrage van K. Fotia voor de eerste keer sinds lange tijd een kans en uitstekende gelegenheid een open en gemeenschappelijke discussie te doen plaatsvinden onder anarchisten, kommunuisten, anarcho-kommunisten, etc. die zich, niet alleen op een anti-kapitalistisch, maar vooral ook op een internationalistisch standpunt stellen.
2012-07-02, AdG
Deze oproep tot solidariteit is overgenomen uit Weltrevlolution; de publiatie in Duitsland van de IKS.
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 91.5 KB |
In het zomernummer van 2011 Buiten de Orde is een artikel verschenen van de hand van Jan Bervoets, getiteld: ”Over Bolsjewisme en anarchisme. Een individueel antwoord op een uitnodiging tot een collectieve uitnodiging van de IKS.” In dit zomernummer reageert Jan Bervoets op de driedelige reeks, verschenen in Wereldrevolutie: “Kommunistische linkerzijde en internationalistisch anarchisme”.
Allereerst willen we onze excuses maken voor de wat late reactie onzerzijds op het artikel. Dat de reactie pas nu verschijnt, moet geenszins opgevat worden als een teken van onderschatting of misprijzen van de bijdrage in Buiten de Orde. De verschijning van het artikel in Buiten de Orde kan alleen maar onze waardering wegdragen. En we hopen dat de rest van deze reactie dit ook kan aantonen.
In het artikel van Buiten de Orde verwijst de schrijver naar een aantal andere artikels, die de belangstelling van de anarchisten zou moeten opwekken: “Ook andere artikels lezen die in het blad lezen die in het blad voorkomen, waarin de arbeidersklasse langs allerlei wegen wordt opgeroepen te vechten tegen de staat en voor de massastaking. Karakteristieke titels zijn “De beweging tegen de CPE in 2006 is een voorbeeldige strijd voor de arbeidersklasse.” “Algemene vergaderingen en zelfgekozen stakingscomités bieden uitzicht op uitbreiding.” “Strijden achter de vakbonden is recht op de nederlaag afgaan”.
“Wanneer men mij vraagt hoe een anarchist zou kunnen reageren op het voorstel van de IKS om een gesprek aan te gaan, dan zal ik mijn kameraden voorstellen in ieder geval bladen als Wereldrevolutie te lezen omdat men daarin tal van oproepen vindt aan de arbeidersklasse om zichzelf te organiseren tegen het kapitalisme, de staat en de vakbondsbureaucratie.”
Wij kunnen de reactie van de schrijver van het artikel enkel begroeten, net zoals we in Internationalisme 351 hebben gedaan in reactie op een artikel “Linkse communisten over het internationalistische anarchisme”,
dat verschenen was in De Vrij Communist nr 8.(1) We beschouwen de reactie in Buiten de Orde als een serieuze poging om te beantwoorden aan de oproep dat “de Linkskommunisten en de internationalistische anarchisten de plicht hebben om het debat aan te gaan en zelfs om samen te werken.”
Zoals het artikel in Buiten de Orde duidelijk aantoont, zijn echter ook een aantal kwesties waar anarchisten en kommunisten elkaar moeilijk kunnen vinden. En die punten liggen niet alleen op het theoretische vlak, maar ook en met name op het vlak van de moeite die de kommunisten hebben (gehad) om toe te geven dat er door hen tragische fouten gemaakt zijn, en dat vele oprechte, revolutionaire klassebroeders, anarchistische kameraden daar het slachtoffer van geworden zijn. In die zin is het heel begrijpelijk dat de kommunisten nog een pedanterie wordt verweten door de anarchisten:
“Soms kijken we wat vreemd aan tegen de uitspraken zoals het is de plicht van het proletariaat en reageren wij op zin zachts gezegd geërgerd op (…) de claim van de IKS alsof zij de enige wijsheid in pacht heeft ten aanzien van de verbanden tussen van het precariaat met de gehele arbeidersklasse.” Voor de anarchisten waren de kommunisten (Trotsky b. v.) lange tijd onbereikbaar als het ging om een discussie aan te gaan over de wijze waarop er leiding is gegeven aan de Ie Internationale en over de pijnlijke gebeurtenissen die ten tijde van de revolutie van October 1917 in Rusland hebben plaatsgevonden.
Dat we op het punt van het toegeven van de fouten, die door onze klassebroeders in het verleden zijn begaan, stappen vooruit aan het maken zijn, mag blijken uit de volgende passages uit de reeks: “Wij respecteren de diepgaande revolutionaire aard van de internationalistische anarchisten, wij weten dat wij zij aan zij zullen strijden als er bewegingen van massale strijd zich zullen voordoen. (…) “De houding van de meerderheid van de Bolsjewistische Partij in de jaren 1918-1924 (het verbod zonder onderscheid van iedere anarchistische publicatie, de botsing met het leger van Machhno, het bloedig neerslaan van de opstandige matrozen van Kronstadt...) heeft een kloof geslagen tussen de revolutionaire marxisten en de anarchisten. Maar vooral de afslachting van duizenden anarchisten in naam van 'kommunisme', heeft tientallen jaren lang een waar trauma veroorzaakt.” (Wereldrevolutie 124)
De stappen vooruit mogen ook blijken uit de toegeving die gedaan wordt in de volgende passage: “De vervelendste fout die door dit artikel begaan wordt, betreft de opstand in Barcelona in mei 1937. We schreven inderdaad: “De anarchisten werden medeplichtigen van de repressie door het Volksfront en de regering van Catalonië”. In werkelijkheid vormden de militanten van de CNT en de FAI daarentegen de grote meerderheid van de opstandige arbeiders van Barcelona en waren zij de voornaamste slachtoffers van de repressie, die georganiseerd werd door de stalinistische horden! Het was veel juister geweest de collaboratie van de leiding van de CNT aan de slachting aan te klagen dan die van ‘de anarchisten’. (Wereldrevolutie 122)
Betekent deze houding dat we onszelf dus nog steeds beschouwen “als een verlichte minderheid die anderen de waarheid, het goede geweten en bewustzijn moet influisteren?” (…) “Een dergelijke opvatting zou totaal in tegenspraak zijn met de eigenlijke traditie van het Linkskommunisme. En nog diepgaander toont zij die tegenspraak in de band die de kommunistische revolutionairen verbindt met hun klasse. (Wereldrevolutie 124).
Nee, we beschouwen ons verre van een verlichte minderheid:“Reeds de Socratische Dialoog begreep dat de ontwikkeling van debat niet enkel een kwestie is van denken; het is een ethische kwestie. Vandaag dient het streven naar verheldering de zaak van het proletariaat, terwijl de sabotage van verheldering het schade toebrengt. In die zin zou de arbeidersklasse het motto kunnen aannemen van de Duitse verlichte Lessing, die zei dat er één zaak was die hij nog meer liefhad dan de waarheid, namelijk het op zoek gaan naar de waarheid” (De Debatcultuur: Een wapen in de klassenstrijd)
Dat de schrijver nog niet helemaal overtuigd is en dat het oude gevoel ten opzichte van de kommunisten nog doorwerkt in zijn bijdrage, blijkt wel uit zijn reactie op een artikel in Wereldrevolutie: “De solidariteit met het precariaat kan alleen door de solidariteit met en in de hele arbeidersklasse te versterken”. Refererend aan het artikel krijgen de negatieve gevoelens van de schrijver ten opzichtige van de linkskommunisten, ondanks alle pogingen op een positieve manier te antwoorden op onze oproep, toch weer even de overhand:
De kameraad van Buiten de Orde stelt dat dit een titel zou “kunnen zijn van een artikel uit de anarchistische of anarcho-syndicalistische pers” (…) “ware het niet dat Wereldrevolutie deze leuze “solidariteit met het precariaat kan enkel door solidariteit met de hele arbeidersklasse te versterken” voor zichzelf claimt en met name de kameraden van Doorbraak en de AAGU verwijt, dat die zich exclusief zouden beperken tot het precariaat.” Is dit ook weer een vorm van ”pedanterie, die geen onderscheid weet te maken tussen het werkelijk zoeken naar kennis en het vervormen van kennis tot ideologie.”?
We kunnen de kameraad misschien niet overtuigen met een citaat van Marx, maar we willen hem deze toch niet onthouden. In zijn Frans-Duitse Annalen beweerde hij namelijk het tegendeel: “Wij stellen ons niet voor aan de wereld als doctrinairen, gewapend met een nieuw beginsel: hier is de waarheid, op de knieën ervoor! Wij vertegenwoordigen voor de wereld nieuwe beginselen die wij halen uit de beginselen van de wereld zelf. Wij zeggen hem niet: “Stop met je strijd, het zijn kinderachtigheden; het is aan ons om de werkelijke raadgevingen voor de strijd te geven”. “Al wat wij doen is aan de wereld laten zien waarom hij in werkelijkheid strijdt ”. (Wereldrevolutie 124)
Onze oproep tot een discussie tussen de internationalistische anarchisten en de linkskommunisten in Wereldrevolutie is welgemeend. En we hopen in het bovengenoemde gedeelte een bijdrage te hebben geleverd om de internationalistische anarchisten, die zich oprecht en uit solidariteit inzetten voor de strijd van de klasse ervan te overtuigen dat, zonder de meningsverschillen, misverstanden en/of onbegrip te verdoezelen en een kunstmatig front te vormen, samenwerking in de strijd tegen het kapitalisme, de staat en de vijandige burgerlijke partijen op dit moment niet mag leiden onder feit dat er nog belangrijke, ernstige meningsverschillen bestaan over bepaalde episodes in de geschiedenis.
Allereerst over hoe de IKS wordt karakteriseert. In de titel wordt gesproken: “Over Bolsjewisme en anarchisme….”. Verderop in het artikel zelf schrijft men: “De IKS (…) beschouwt zichzelf als erfgenaam van het bolsjewisme, maar beschouwt zich niet expliciet als een stroming van de IVe Internationale.”
Wat dat laatste betreft heeft de schrijver helemaal gelijk, alhoewel er nog de suggestie in zit dat Wereldrevolutie toch nog zo half en half trotskistische standpunten verdedigt. De IKS is echter noch trotskistisch noch bolsjewistisch. De IKS is kommunistisch of, noch beter gezegd, links-kommunistisch. Het baseert haar uitgangspunten op politiek van de kommunisten die in de loop van de jaren 1920 uit de Kommunistische Internaionale zijn gezet of zijn gegaan: met name de Duits-Hollandse en Italiaanse Linkerzijde
We zijn geen bolsjewisten, want bolsjewisme is het proces dat gekenmerkt wordt door “Het stalinistische offensief om de controle te verwerven over de verschillende nationale kommunistische partijen, rond de ‘bolsjewisering’ van deze partijen en de uitsluiting van militanten, die weigerden om deze nieuwe politiek te accepteren”. (Have we become "Leninists? - part 1, International Review 96). We hebben ons altijd gedistantieerd van de politiek van het socialisme in één land, zoals is die werd aangenomen op het Vde Congres van de Kommunistische Internationale. Kommunisme is internationalistisch of het is niets.
Alhoewel we Trotsky tot aan zijn dood zijn blijven beschouwen als deel uitmakend van de arbeidersklasse, zijn we ook geen trotskisten. Voor ons is Trotsky’s kritiek van het bolsjewisme altijd halfslachtig gebleven omdat hij de Sovjetmaatschappij in de grond beschouwde als een arbeidersmaatschappij. Zijn kritiek op het proces van staatskapitalistische ontwikkeling, dat in de Sovjet-Unie vanaf het begin van de jaren 1920 plaatsvond, op het neerslaan van de opstand van Kronstad,.op de politiek van het socialisme in één land, enzovoort, zijn altijd dualistische geweest.
Als de kameraad dan ook Mao Ze Dong en Lin Piao Rode Khmer aanhaalt als voorbeelden van het Bolsjewisme, suggerend dat de IKS daar dus ook politieke verwantschap mee zou hebben, dan is hij volledig de verkeerde weg ingeslagen. Het Stalinisme en de bolsjewisering van de respectievelijke kommunistische partijen (dat wil zeggen: hun onderwerping aan de buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie) is door de voorlopers van de IKS altijd grondig afgewezen. En het Chinese en Cambodjaans staatskapitalisme zijn nooit een uitdrukking geweest van het kommunisme en door de Wereldrevolutie nooit en te nimmer als zodanig beschouwd.
Dan over de kwestie van het precariaat. Er is geen sprake van dat Wereldrevolutie de leuze“solidariteit met het precariaat kan enkel door solidariteit met de hele arbeidersklasse te versterken” voor zichzelf claimt. De vraag die zich alleen stelt is de volgende: “omdat een deel van de arbeidersklasse hierin (het precariaat) terechtkomt, moet deze dan ook als aparte klasse, als onderklasse beschouwd worden? Moeten we onze solidariteit tot haar beperken, zoals Doorbraak en verschillende anarchistische groepen doen? Kan zoiets een perspectief bieden aan de gezamenlijke strijd voor hun en onze belangen en de strijd tegen het kapitalisme?” (Wereldrevolutie 123)
De IKS is van mening dat dit geen perspectief biedt: want de onderdompeling in de totale armoede is niet iets dat alleen de ‘preciaren’ van nù treft: ‘de opperste ellende’ is een verschijnsel dat ons in de toekomst allemaal te wachten staat, als we niet een bewust en eendrachtig verzet organiseren tegen de staat en de ondernemers, tegen links en de vakbonden. (Wereldrevolutie 123)
“Het anarchisme heeft altijd de leus hoog gehouden ‘de bevrijding van de arbeider, zal het werk van de arbeiders zelf zijn’. Desalniettemin hebben ze daarbij vaak hun verwachtingen gericht op de het revolutionaire potentieel van de ‘marginalen’ in de maatschappij, zoals de lompenproletariërs, en anderen die op de een of andere manier op de onderste ladder van de maatschappij vertoeven. Nu er zich daadwerkelijk een materiële grondslag ontwikkelt, waarbij steeds grotere delen van de arbeidersklasse in absolute armoede geworpen worden, gaan ze steeds meer hun aandacht op deze groepen richten. (Wereldrevolutie 123)
Je kunt er inderdaad van mening zijn dat de precairen de katalysator zijn voor een radicale strijd tegen het kapitalisme, en dat zij dus het subject van de revolutie zijn. Maar de volgende vraag die zich dan stelt is: hoe breng je uiteindelijke een eenheid tot stand met andere delen van de arbeidersklasse, en de niet-uitbuitende bevolking als je als basis voor de mobilisatie bent uitgegaan van een fundamenteel onderscheid tussen de onderklasse en de rest? Als je dus andere delen van de arbeidersklasse van de bevolking daarvan dus bij voorbaat uitsluit?. Een zo groot mogelijke eenheid in de strijd is dan nog moeilijk te bewerkstelligen, als het ene deel als bijzonder naar voren geschoven wordt en als fundamenteel (Ravachol; ASB) anders gekarakteriseerd wordt en de andere delen vol schaamte genegeerd worden, alsof ze behoren tot een arbeidersaristocratie, die alleen maar profiteert van de ellende van de onderklasse.
Een tweede kwestie die in dit standpunt van de precairen over het hoofd gezien wordt, is dat iedere uitgebuite klasse nog geen revolutionaire klasse is. En in het verlengde daarvan kan je ook niet stellen dat hoe harder een klasse uitgebuit, en hoe lager zij op de ladder van de maatschappij staat, des te revolutionairder zij kan of zal optreden. Om een revolutionaire klasse te zijn binnen het kapitalisme komt er wel meer voor kijken dan alleen tot op het bot uitgebuit te worden. Een voorwaarde om als een revolutionaire klasse aangemerkt te worden, is niet alleen dat je binnen het kapitalisme niets te verliezen hebt, maar ook dat je een centrale positie inneemt in het productieproces.
De arbeidersklasse is revolutionair, niet als gevolg van het feit dat ze het meestal (maar niet altijd: sommige delen van de wereldbevolking hebben nog meer te lijden) het hardst onderdrukt wordt en vaak het meest te lijden heeft onder barbaarse levensomstandigheden, maar vanwege haar plaats in het produktieproces: door te beseffen dat zij de voortbrengster is van de meerwaarde en door tot begrip te komen van haar eigen wezen. Namelijk die van een klasse met een collectief karakter, georganiseerd, gedisciplineerd, methodisch, eensgezind, en vóór alles bewust, een kenmerk dat zowel merkbaar is in het arbeidsproces zelf als in de collectieve strijd.
Burgerlijke ideologen, met hun moderne sociologische theorieën proberen een meer verfijnde onderverdeling aan te brengen binnen de arbeidersklasse en ons wijs te maken dat er niet langer één ondeelbare arbeiderklasse bestaat. Maar “Kommunisten gaan niet uit van de een of andere bijzondere situatie van de arbeidersklasse. Ook al beweren sociologen honderd keer dat ze wel bestaan, voor kommunisten bestaan er geen zwarte, witte of gele arbeidersklasse. Voor kommunisten maakt het geen enkel verschil of een arbeider toevallig wel een eigen huis of geen eigen huis bezit. Kommunisten beseffen maar al te goed dat de nog-werkenden van vandaag de werklozen van morgen kunnen zijn. Waar de arbeiders ook hun leven proberen op te bouwen, in China of in Peru, in Roemenië of in Holland, overal heeft ze te maken met dezelfde aanval op haar leefomstandigheden. Daarom kan ze alleen in haar eenheid tegenover het kapitalisme de basis kan leggen voor een maatschappij zonder uitbuiting en armoede”. (Wereldrevolutie 123)
Een derde kwestie waar het anarchisme en het kommunisme behoorlijk van elkaar verschillen is die betreffende de revolutionaire aard van de boeren. De anarchisten proberen de kommunisten ervan te overtuigen dat de boeren een zelfstandige revolutionaire klasse vormen: “… ook een zelfde vorm van uitbuiting bestaat in de agrarische sector ( …) De bezielde revolutionaire adem bestaat daar ook en daarin vindt men dezelfde potentiëlen als die van de arbeidersklasse…”
Volgens de kommunisten bestaat de ‘revolutionaire’ aard van de boeren slechts daarin dat ze zich, naar Lenin’s overtuiging, uiteindelijk ongetwijfeld aan de zijde van de soldaten en arbeiders zullen scharen: “Kameraden, de revolutie van de arbeiders en boeren, waarover de bolsjewieken steeds gesproken hebben, is nu een feit”. (“Rapport over de taken van de Sovjetmacht”) Lenin, de bewonderaar van de creatieve kracht van de massa’s, ging ervan uit dat de boeren zouden inzien dat ze beter af waren met de dictatuur van het proletariaat dan met de dictatuur van de bourgeoisie en dus het zegevierende revolutionaire proletariaat zouden vervoegen.
Dellix / 2012.01.15
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 858.85 KB |
In tal van discussies en acties blijven velen met een pak vragen zitten die maar zelden op een open en ernstige manier worden opgeklaard. De Internationale Kommunistische Stroming wil met deze dag tegemoet komen aan deze vragen en een moment creëren waar belangrijke kwesties kunnen uitgediept worden.
Wars van doctrinaire "waarheden". Het is immers niet omdat Marx of een ander historisch of hedendaags figuur iets gezegd heeft dat dit als contant geld moet aanvaard worden. Het is niet omdat een stelling het etiket "progressief" opgeplakt krijgt dat dit iets aan de oorzaken van de ellende en crisis van het kapitalistisch systeem wijzigt. Het is niet omdat men anders consumeert of in eigen beheer produceert dat het winstbejag automatisch -vervalt.
Maar het is volgens ons even belangrijk om voorbij de loutere feiten de mechanismen te begrijpen achter de gebeurtenissen.
Stel vrij je vragen, kom argumenten uitdiepen of gewoonweg luisteren naar elkaars visies. Het is vooral ook een geschikte gelegenheid om de IKS beter te leren kennen. Blijf vooral niet alleen, geïsoleerd zitten met je vragen, stel ze!
Wil je aan deze samenkomst deelnemen (een volledige dag of slechts een gedeelte ervan), stuur ons een mail of een briefje, en wil je zelf het onderwerp inleiden, laat het ons weten.
Voor uitgebreide informatie zie BIJLAGE in PDF.
9.00 - 10.00 Korte intro
10.00 - 12.30 Van verontwaardiging tot hoop: Lessen uit de Indignados en de Occupy bewegingen
Met inleiding door Spaanse kameraden
12.30 - 14.00 Broodjesmaaltijd
14.00 - 16.30 2e Discussie
Onderwerp naarkeuze te bepalen voor 1 augustus.
16.30 - 17.00 Pauze
17.00 - 18.00 Synthese en evaluatie van de dag
18.00 - 19.00 Samen de BBQ voorbereiden
19.00 - 23.30 Gezellig samenzijn
De schoonmakers hebben al met al drie en een halve maand actie gevoerd. Na de acties bij schoonmaakbedrijven als ISS, Hago en bij opdrachtgevers als Philips, de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit in Amsterdam, werden op 27 februari eerst de Universiteit in Utrecht en op 5 maart daarna de Universiteit in Amsterdam door de schoonmakers bezet. Op 28 maart bezetten de schoonmakers opnieuw het Centraal Station in Utrecht. Honderden schoonmakers hielden die middag een zit-actie in de hal van het station.
Het is niet meer dan terecht dat de schoonmakers zich verzetten tegen de verslechtering van hun werkomstandigheden. Zeker is dat de schoonmakers op een manier worden uitgebuit, die tegen ‘onmenselijke’ af is. Zo worden ze niet doorbetaald bij ziekte; moeten ze twee keer zoveel doen voor hetzelfde loon; mogen ze tijdens hun werk niet praten; krijgen ze geen handschoenen bij het schoonmaken van de wc’s en worden ze geïntimideerd als ze voor hun rechten proberen op te komen.
De schoonmakers maken, net als de leraren, de jonggehandicapten en de werkers in de gezondheidzorg, deel uit van de arbeidersklasse. Hun acties vinden plaats tegen de achtergrond van een klasse, die niet geheel en al met stomheid geslagen is.
- Zo heeft het gedwongen ontslag van het kantinepersoneel op het BEL-kantoor in Eemnes een ruime meerderheid van de daar werkenden beambten ertoe aangezet om in de week van 25 maart het initiatief te nemen tot een handtekeningactie. Ze vinden dat het besluit teruggedraaid moet worden.
- Zo boden ruim 600 werkers van sociale werkplaats Soweco in Almelo, uit protest tegen aangekondigde bezuinigingsplannen, en het bestuur op 4 april een petitie aan, ondertekend door 1500 medewerkers.
- Zo zijn de arbeiders bij Cargill in de haven van Amsterdam op 18 april in staking gegaan tegen de aangekondigde sluiting van het bedrijf en het ontslag van 30 arbeiders die daar werkzaam zijn;
- Zo organiseerde op 25 april de Abvakabo FNV een landelijke bijeenkomst voor de werkers uit verpleeg- en verzorgingshuizen en de thuiszorg, nadat hier en daar al korte prikacties hadden plaatsgevonden tegen de toenemende flexibilisering van het werk, tegen het tekort aan personeel en tegen de onderhand onfatsoenlijke verzorging van de cliënten. (Zie Wereldrevolutie 128 over de actie van de werkers bij Amsta in de week van 25 januri)
Maar of ze nu meer of minder onmenselijk uitgebuit worden: dat op zich is geen criterium om de acties zelf ook te steunen. De essentiële vraag die zich hier stelt is: wie trekt er in werkelijkheid aan de touwtjes, en wat zijn de mogelijkheden voor de schoonmakers om zich los te maken uit het vakbondsnet waarin ze verstrikt zitten, zodat ze zelf in alle vrijheid de vorm en de richting van de strijd kunnen bepalen?
De schoonmakers zijn er, ondanks hun grote strijdwil, vanaf het allereerste begin niet in geslaagd de valstrik te ontlopen die, met behulp van ultralinks, is opgezet door FNV-Bondgenoten. Deze manoeuvre van de organen van de burgerlijke staat heeft vooral tot doel een strijdbaar deel van de arbeidersklasse naar de nederlaag te voeren en daarmee een voorbeeld te stellen. De boodschap die ze aan de arbeidersklasse in Nederland daarmee afgeeft, is: ‘strijd loont niet’, hoe lang je hem ook doorzet.. Zelfs niet als je hem zogenaamd zelfstandig (met een eigen schoonmakersparlement) voert, of bezettingen organiseert (zoals de studenten).
De machteloosheid van de strijdenden werd onder meer onderstreept toen de televisie liet zien hoe de ‘presidente’ van het ‘parlement van de schoonmakers’ stond toe te kijken hoe het werk op de stations van de NS, ondanks de staking, met behulp van extra ingehuurde schoonmakers, toch gewoon doorging.
De economische crisis heeft zijn weerslag op het hele Nederlandse bedrijfsleven, en het is genoodzaakt om de loonkosten drastisch te verlagen. Een van de speerpunten daarbij zijn de schoonmaakkosten. Steph Feijen, topman bij Hago geeft toe dat er in de schoonmaakbranche inderdaad een moordende concurrentiestrijd gaande is.
De NS is met 1200 schoonmakers een van de grootste opdrachtgevers in de schoonmaakbranche, waarvan zo’n tweederde meedoet aan de acties. In ruil voor zogenaamd goed ondernemersschap en steun voor de schoonmakers (sic) heeft de FNV Bondgenoten de besloten de NS tijdens de acties te ontzien. Tijdens de actieweken mocht ‘de hoogst noodzakelijke schoonmaak’ op de stations toch plaatsvinden. De NS maakte onmiddellijk gebruik van deze afspraak door schoonmaakkrachten van elders in te huren.
In de tussentijd heeft de NS tevens een nieuw schoonmaakcontract afgesloten met Hago, één van de meest beruchte schoonmaakbedrijven. Hago is bereid om 1 miljoen op het schoonmaken bij de NS te bezuinigen. Dat zijn ongeveer 120.000 werkuren, waardoor de werkdruk voor de schoonmakers bij de NS ongemeen zal toenemen.
Er was tussen de NS en de FNV ook afgesproken dat de laatste betrokken zou worden in de keus voor het schoonmaakbedrijf dat bij de NS aan de slag zou gaan. Dat het contract met Hago werd afgesloten terwijl de acties nog gaande waren, werd door de schoonmakers als een enorme klap in het gezicht ervaren. Waar de schoonmakers zich aan de afspraak hielden, ervaarden de schoonmakers de schending van de belofte van de kant van de NS als een klap in het gezicht.
Deze politiek door de schoonmakers duidelijk als een provocatie ervaren en zette zoveel kwaad bloed dat ze besloten om op 28 maart hun pijlen richtten op de NS en actie voerden op het Centraal Station van Utrecht. De ongerichte, machteloze woede, die zich tijdens die sit-in uitte, was natuurlijk een korreltje naar de hand van ultralinks en werd door haar volop uitgebuit. Zelfs de kameraden van groepen, die hadden kunnen weten dat ze voor een karretje gespannen werden, lieten zich erin meeslepen.
In de schoonmaakbranche werken in totaal zo’n 150.000 schoonmakers. En er doen in al die weken over het algemeen maar een paar duizend schoonmakers mee aan de acties. En elke keer zijn het de schoonmakers van een andere regio, wonende in een andere stad of werkzaam bij een ander bedrijf. En sinds 3 januari is slechts enkele keren het werk werkelijk neergelegd. In die zin is het een sprookje om deze versnipperde acties van de schoonmakers, opgesloten in hun eigen sector en regio, als ‘de langste staking sinds de jaren dertig’ te betitelen.
Alle politieke groepen hebben, zonder uitzondering, de acties van de schoonmakers gesteund, terwijl deze, net als de vorige keer, van ‘a tot z’, door FNV-Bondgenoten gemanipuleerd werden. Van ultralinks weten we dat: van de GIS, de SP, GroenLinks, de SP en zelfs van Doorbraak. Maar van de andere groepen mocht wel een beetje meer zelfkritiek en een beetje meer inzicht verwacht worden: zoals van de Vrije Bond en de ASB en van groepen als de KSU.
Zo verklaarde de Vrije Bond onder meer: "Daarom roepen wij iedereen op om de schoonmakers te ondersteunen. Sympathisanten, vrienden, kameraden, familie of kennissen kunnen de schoonmakers in hun strijd steunen door bijvoorbeeld het imago van opdrachtgevers te schaden, schoonmaakbedrijven te achtervolgen met acties waardoor potentiële schoonmakers met deze bedrijven niet met ze in zee willen gaan en schoonmakers praktisch en actieve solidariteit te verlenen.
Terwijl de Anarcho-Syndicalistische Bond geen ongelijk hebben als ze stelt: "Juist in deze tijd van crisis, met niks dan meer bezuinigingen, meer ontslagen, meer loonsverlagingen en algehele malaise in het vooruitzicht is het van belang om te strijden voor onze eigen belangen", heeft ze tegelijkertijd te hoge verwachtingen van de mogelijkheden van de strijd van de schoonmakers als ze zich solidair verklaart met hun acties: …de strijd van de schoonmakers is van groot belang voor de strijd van de hele arbeidersklasse in Nederland (en) een succesvolle uitkomst van dit conflict kan de toon zetten voor toekomstige conflicten die er onvermijdelijk gaan komen."
Ondanks het feit dat de verklaring van de KSU ook redelijk kritiekloos is ten opzichte van de vorm van de acties, bevat zij toch een positief aspect. Ze refereert in ieder geval aan de arbeidersklasse als geheel: "De KSU staat achter de eisen van de schoonmakers, is solidair met hun strijd, en is bereid om (nu en in de toekomst) zij aan zij te staan met wie opkomt voor onze rechten als mensen, als werknemers, rechten die juist nu in deze onnodige crisistijd extra onder druk komen te staan, voor schoonmakers, andere arbeiders en studenten wereldwijd."
Maar dat het hele politieke milieu de weg een beetje kwijt is, blijkt ook wel uit een reactie van een kameraad van de Vrije Bond: "Aangezien we geen glazen bol hebben, betekent dat dat we er, wanneer mogelijk, altijd moeten zijn.". Met andere woorden: als de vakbond de schijn wekt dat de schoonmakers de acties zelf organiseren (via hun ‘parlement’ of middels de organizers), dan slagen de bovengenoemde groepen er niet in die ‘truc’ te doorzien.
Voor een maximale doeltreffendheid van de ‘actie’ is het belangrijk om te leren wanneer en hoe het initiatief te nemen, maar ook te weten wanneer rustig te blijven en de ontwikkelingen van een zekere afstand prolberen te overzien en te analyseren. Maar de Vrije Bond is net als de ASB en de KSU niet in staat om in te schatten wat, de huidige periode, de verhouding is op het vlak van de krachten tussen de heersende en de uitgebuite klasse. Daarom blijft hen geen andere keuze dan blind te varen op het uitgangspunt dat zegt: "Als er tendensen ontstaan die buiten de kaders van de vakbond kijken, dan moeten we er juist zijn". (idem)
Toch bestaan er ook nog tendensen binnen het politieke milieu, die de betekenis van de werkelijk uitdrukkingen van solidariteit binnen de klasse enigszins kunnen inschatten: "Hoopgevend was ook de actie van het kantinepersoneel. (…) hun werk nu overgeheveld naar een cateringbedrijf en dreigen hun arbeidsvoorwaarden ondergebracht te worden in de horeca-cao. Dit betekent in de praktijk dat zij van vaste contracten over zullen gaan tot flexwerk contracten en er veel slechter voor komen te staan. Hierdoor besloot het kantinepersoneel om zich bij de staking aan te sluiten en werden hun eisen opgenomen in de lijst van de eisen van de schoonmakers. Na anderhalve dag bezetting en de groeiende solidariteit (…) wist het College van Bestuur niet hoe snel zij aan de eisen van de bezetters moest voldoen. En dit geeft aan hoe belangrijk een gezamenlijke strijd is." (Een kameraad van de KSU)
Maar de vakbond, die zich als orgaan van de staat de meeste feeling heeft met en het meest bewust is van de dreiging die uitgaat van ieder vorm van werkelijke solidariteit binnen de arbeidersklasse, draaide deze hoopvolle tendens zo snel mogelijk de nek om. De ABVAKABO-leiding voorkwam een 2-uur durende staking van het kantinepersoneel op de tweede dag door de ‘actie’ van de schoonmakers direct af te blazen. Tevens besloot ze om maar direct geheel en al een einde te maken aan de staking, want van mogelijke solidariteit van de werkers van andere sectoren (de kantinewerkers nu, de zorgwerkers misschien straks) wel eens een ‘aanstekelijke’ werking zou kunnen hebben.
Ook al sluiten we ons deze keer niet aan bij de acties van de schoonmakers, dan betekent dat nog niet dat we onze solidariteit met de strijd van de arbeidersklasse praktisch geen vorm geven. We hoeven hiervoor alleen maar te refereren aan de solidariteitsverklaring met het actiecomité van Viva! Zorggroep; aan het pamflet van de IKS, verspreid tesamen met twee anarchistische groepen, uit solidariteit met de arbeiders van de fabriek Luz y Fuerza del Centro in Mexico, aan de solidariteitsacties van de afdeling van de IKS in Turkije met de stakende arbeiders van Tekel, enzovoort. En dat waren niet slechts loze verklaringen, maar activiteiten waarin concrete oproepen gedaan werden en het engagement praktisch vorm werd gegeven.
De acties van de schoonmakers zijn inmiddels beëindigd zijn door de vakbonden. Dat moet geen groep ertoe aanzetten om zich maar onmiddellijk in andere acties storten, zodat er niet nagedacht hoeft worden over ieders specifieke rol met betrekking tot de acties van de schoonmakers. Het is nu de tijd om openheid te betonen en een zo breed mogelijke discussie te voeren over de steun aan hun acties: is er goed of niet goed aan gedaan solidariteit te betonen met de acties van de schoonmakers.
In dit artikel brengen de IKS haar opvatting naar voren over de strijdperspectieven in de afgelopen periode en met name die ten aanzien van de vorm van de strijd, die door de schoonmakers ter hand is genomen. We willen onze opvatting echter graag met die van andere groepen van de werkende klasse confronteren. Want alleen door een open debat te voeren en ieders inzicht te verhelderen over de omstandigheden waarin de acties plaatsvonden, kunnen we beter voorbereid zijn op komende perioden van strijd. We hoeven ons dan wellicht niet te langer verontschuldigen dat we geen glazen bol hebben om in te schatten wat de vooruitzichten voor de toekomstige strijd zal zijn.
Dixoff / 2012.04.25
Kameraden,
De komende maand maart zal er een worden van serieuze mobilisatie van allerlei – al of niet preciare - delen van de klasse.
- Op 6 maart is er, uit protest tegen de maatregelen voor het aangepast onderwijs, een grote manifestatie in Amsterdam waar de werkers van het vmbo het aangepast-, basis- en voortgezet onderwijs aan deelnemen.
- Op 22 maart is er voor de mensen in de Wajong een manifestatie op het Malieveld in Den Haag tegen de nieuwe Wet Werken naar Vermogen.
- Van 17 tot 23 maart is er een week van studentenprotest aangekondigd door de LSVB om een duidelijke afwijzing te tonen tegen de afschaffing van de studietoelage voor de masterfase.
- Verder zijn de schoonmakers officieel nog steeds in actie en is er bijvoorbeeld in de zorg (Amsta Amsterdam), maar ook in de privé-bedrijven (APM Terminals in de Rotterdamse haven) een onrust die regelmatig tot acties leiden.
De studenten en scholieren van het hoger onderwijs zijn al begonnen zich voor te bereiden op een serieus verzet tegen de regeringsmaatregelen. In dat kader heeft de werkgroep ‘Ons Kritisch Alternatief’ in Amsterdam het initiatief genomen tot een open actievergadering (open voor werkenden en werklozen, studenten en scholieren, migranten en niet-migranten) om de discussie aan te zwengelen wat te doen tegen de afschaffing van de studietoelage voor de masterfase. Op de open vergadering, waar studenten en scholieren aanwezig waren uit Rotterdam, Arnhem-Nijmegen; Utrecht, Amsterdam en enkele geïnteresseerde individuen, is uiteindelijk besloten om onder de leus “Goed en Toegankelijk Onderwijs” in eerste instantie een zo breed mogelijke reeks van activiteiten te organiseren.
Bijna alle delen worden in steeds grotere armoede geduwd, ontmoeten steeds minder respect voor hun bijdrage en worden steeds meer opgejaagd en onder druk gezet: preciaren en nog-niet precairen, werkers in de pivé-sector en die in de publieke sector, jongeren en ouderen, werkende en werklozen, enzovoort.
Nu lijkt het ons van het allergrootste belang dat iedereen die zich betrokken voelt – in dit geval - bij de strijd van de studenten en scholieren van het hoger op de tweede open vergadering van “Het Platform Goed en Toegankelijk Onderwijs”aanwezig is om daar actief deel te nemen aan de discussie.
Wat kunnen we daar doen? Hoe kunnen we bijdragen aan de versterking van de strijd van de studenten en scholieren zodat dat de maatregelen niet doorgezet worden. Laten we duidelijk zijn: een garantie is er nooit. Enkele groepen hebben al wat acties gevoerd. Maar we weten nagenoeg zeker dat, als het daar bij blijft, de maatregelen zo goed als zeker doorgezet gaan worden. Daarom, om meer effectief verzet te ontwikkelen is het noodzakelijk dat aan de strijd een breder en radicaler vervolg gegeven gaat wordt.
Op de eerste plaats is het belangrijk dat er meer kritische studentengroepen door het hele land zich bij het initiatief aansluiten.
Op de tweede plaats is het essentieel om zowel solidariteit betonen als solidariteit te zoeken bij andere werkers in actie en –- wat ligt er dan meer voor de hand dan dit te doen bij de werkers in het onderwijs - overigens zonder andere mogelijkheden uit te sluiten!
In dat kader is het belangrijk om al onze krachten in te zetten en iedereen te mobiliseren om naar de tweede vergadering van “Het Platform Goed en Toegankelijk Onderwijs”te komen en de vergadering het belang voor te leggen van de aanwezigheid bij de manifestatie van het onderwijs in de ArenA in Amsterdam teneinde om contacten te leggen met andere militante werkers uit het vmbo, het basis-, voortgezet- en aangepast onderwijs. En indien mogelijk op roepen om na afloop van de manifestatie bijvoorbeeld tesamen een bijeenkomst te beleggen om verdere gezamenlijke (met de een aantal daar aanwezige werkers) acties te bespreken.
21 februari 2012,
Wereldrevolutie/Internationalisme (Publicaties van de IKS)
Bijlage | Grootte |
---|---|
![]() | 742.59 KB |
Op dit moment vormt de economische crisis de kern van de bezorgdheid in de maatschappij. Iedereen maakt zich bezorgd over zijn toekomst, die van zijn kinderen, die van zijn gepensioneerde ouders, goede buren, vrienden, collega’s,... Bestaat er nog een menswaardige toekomst voor ons of komen we allemaal in de grootste armoede en precariteit terecht?
Is deze situatie te wijten aan inhalige, hebzuchtige bankiers en ratingbureaus? Of aan de onverantwoordelijke regeringen en centrale banken? Indien het antwoord positief is zou het uitbuitingssysteem hervormd kunnen worden. In het andere geval begrijp je dat het kapitalisme geen toekomst heeft en totaal vernietigd moet worden en vervangen door een andere maatschappij. Daarom is deze discussie zo belangrijk om de perspectieven en doelen van de strijd tegen de effecten van de crisis te bepalen.
1e avond : Vrijdag
27 april :
Is de crisis tijdelijk en dus te
wijten aan een ontsporing, een onevenwicht in het economisch bestel?
Wat voor soort crisis is
het eigenlijk waarmee we geconfronteerd worden?
(schuldencrisis, bankencrisis, huizencrisis, eurocrisis, historische crisis van
het kapitalistische productiesysteem?)
De vastgoedcrisis is uitgelopen op een open crisis van wereldomvang, een terugval van de economische activiteit die men niet meer meegemaakt had sinds 1929. In Griekenland, Spanje, Italië en Portugal worden ongeziene bezuinigingen opgelegd. Ook in tal van andere Europese landen worden nieuwe aanvallen gepland. Is deze situatie te wijten aan inhalige, hebzuchtige bankiers en ratingbureaus? Of aan de onverantwoordelijke regeringen en centrale banken? Of een zwak Europa?
Marx stelde: “laten we in de armoede niet slechts de ellende zien”. De economische crisis is geen fataliteit. Het is geen natuurlijke wetmatigheid. Het is geen lot wat ons overkomt. Het is het gevolg van een systeem dat verstrikt is geraakt in haar eigen tegenspraken: zoals die tussen de productiekrachten en de productieverhoudingen, of anders gezegd: tussen het maatschappelijk karakter van het productieproces en de private toe-eigening van de producten ervan door de kapitalistische eigenaars.
2e avond : Vrijdag
11 mei
Is de crisis plaatselijk en zijn er
dus landen of beleidsvormen die er aan ontsnappen?
Zijn er landen of systemen
die ontsnappen aan de crisis?
(het "socialistische" China, Korea, Cuba? of de fameuze BRICS landen?)
Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika (de BRICS) hebben in de laatste jaren een opmerkelijk economisch succes laten zien. China in het bijzonder wordt nu beschouwd als de tweede economische macht in de wereld en velen denken dat het de VS spoedig zal onttronen. Deze flamboyante prestatie bracht de economen ertoe hun hoop te stellen op deze groep landen als de nieuwe locomotief voor de wereldeconomie. De opkomst van de BRICS zou leiden tot een meer evenwichtige eerlijkere wereld. Er is een vleugje déjà-vu wat betreft dit ‘economische wonder’ gedoe. Argentinië en de Aziatische tijgers in de jaren 1980 en 1990, of meer recent Ierland, Spanje, IJsland werden allen op verschillende momenten voorgesteld als ‘economische wonderen’. Al deze landen dankten deze snelle groei aan de ongebreidelde toename van de schulden. Ze kwamen daarom allemaal aan hetzelfde hachelijke einde: recessie en faillissement.
3e avond : Vrijdag
25 mei
Is de
crisis structureel en dus op te
vangen door een aantal hervormingen en regularisaties?
Bieden hervormingen zoals
meer staatsinmenging, nationalisaties, financiële regularisatie of coöperatieven
en zelfbeheer een soelaas of oplossing?
Zijn dit eisen waar de arbeidersklasse moet achterstaan?
Zij die strijden tegen het neo-liberalisme zijn het er ook mee eens dat de werkelijke economie in diepe moeilijkheden verkeert. Maar tegen de graaicultuur van de financiële sector moet een sterke staat staan.. Zij zetten zich in voor meer staat, meer legale kaders, meer sociale politiek. “Met meer staatscontrole over de financiën, kunnen we een nieuwe economie opbouwen, socialer en meer welvarend”. Maakt meer staatsinmenging het mogelijk om de economische problemen van het kapitalisme op te lossen? Huishoudens, ondernemingen, banken en staten gaan gebukt onder een grote berg schulden. Wat hebben de staten, sinds de ineenstorting van Lehman Brothers nu gedaan via hun centrale banken? Ze hebben miljarden dollars in de economie gepompt om verdere faillissementen te voorkomen. En waar komen al die miljarden vandaan? Van nieuwe schulden! Hoe kan een hervorming van het financieel systeem hier dan een antwoord bieden?
Maar nationaliseringen dan? Sinds de ervaring van de Commune van Parijs in 1871 hebben de kommunisten altijd de nadruk gelegd op de onredelijke rol van de staat tegen de arbeiders. “De moderne staat is, hoe zijn vorm ook moge zijn, in wezen een kapitalistische machine, de staat van de kapitalisten, de ideële universele kapitalist. Hoe meer productiekrachten hij als eigendom overneemt, des te meer wordt hij werkelijk universeel kapitalist en des te meer staatsburgers buit hij uit. De arbeiders blijven loonarbeiders, proletariërs. De kapitaalsverhouding wordt niet opgeheven, zij wordt veeleer op de spits gedreven.” Engels schreef deze regels in 1878, die laten zien dat de staat toen al bezig was de hele economie over te nemen. Sinds die tijd is het staatskapitalisme alleen maar sterker geworden: elke nationale bourgeoisie is gerangschikt achter haar staat om de ongenadige internationale handelsoorlog te voeren.
In de jaren 1990 was het territorium van de voormalige Joegoslavische staat het toneel van een verschrikkelijke slachting, dat werd gerechtvaardigd door de ideologie van het etnische chauvinisme. De oorlog op de Balkan bracht de imperialistische slachtpartijen dichterbij de centrale landen van het kapitalisme dan het ooit gedaan had sinds 1945. De lokale bourgeoisieën deden alles wat ze konden om hun bevolking te geselen met de waanzin van ethische en nationalistische haat, de voorwaarde voor de steun of de deelname aan de bloedige slachtpartij in de Joegoslavische oorlog.
De haat is niet verdwenen door de ongemakkelijke vrede die nu heerst in de regio, dus het is des te bemoedigender om te zien dat er enkelen zijn in de regio die op zoek zijn naar een weg vooruit in de sociale beweging tegen het kapitalisme en niet in bepaalde dromen van nationale zelfverheerlijking. We hebben bijvoorbeeld een aantal strijdbewegingen gezien door de studenten van Servië en Kroatië, die beschouwd moeten worden als een zoveelste uitdrukking van dezelfde internationale tendens zoals we gezien hebben in West-Europa en in de VS met de beweging van de Indignados en de Occupy. En nu zijn we getuige van de ontwikkeling van een echte internationalistische gepolitiseerde minderheid in beide landen, die de nationale verdelingen openlijk verwerpen en samenwerking zoeken tussen alle internationalistische revolutionairen.
Een van de uitdrukkingen van de nieuwe beweging is de ‘Verklaring van het Birov-Collectief’ in Servie, een collectief dat onlangs is voortgekomen uit een zich uitbreidende kern daar (zie hun website, https://www.birov.net/ [17]). We publiceren het hier. Het belangrijkste aan de Verklaring, zo lijkt het ons, is de helderheid en de directheid waarmee ze een reeks van fundamentele klassestandpunten naar voren brengt
- de bevestiging van de revolutionaire aard van de arbeidersklasse tegenover alle ‘postmarxistische misleidingen’;
- de noodzaak van zelforganisatie van de arbeidersklasse tegenover de vakbonden, gedefinieerd als organen van de burgerlijke staat;
- de onderstreping dat de algemene arbeidersvergaderingen en arbeidersraden als de instrumenten voor de massale strijd tegen het kapitalisme
de verwerping van de nationale bevrijdingsstrijd en kapitalistische oorlogen, gezien als een fundamentele “scheidslijn tussen revolutionairen en de patriottische, sociaal-democratisch links”;
- de karakterisering van de zogenaamde ‘socialistische staten’ als kapitalistische regimes
De laatste twee punten zijn duidelijk bijzonder belangrijk, gegeven de recente conflicten in de regio en het toenemende gebruik van nationalistische retoriek door de heersende klasse. Aan deze revolutionaire standpunten ligt de erkenning ten grond slag dat het kapitalisme niet langer in haar progressieve periode verkeert en niet langer duurzame hervormingen kan realiseren: met andere woorden, dat het systeem in verval is. (1)
De Verklaring doet ook een interessante observatie met betrekking tot de overgangsperiode, daarmee het probleem erkennende van de conservatieve ‘rem’, die uitgeoefend wordt door bepaalde organen van de semi-staat. Duidelijk is dat er nog punten van discussie en verheldering blijven tussen internationalisten, bijvoorbeeld over de kwestie van de organisatie, de vooruitzichten voor de klassenstrijd en de betekenis van het anarchosyndicalisme vandaag de dag. Maar het allerminste dat we kunnen doen is het verwelkomen van het gezonde realisme in de vaststelling van de Verklaring dat “geen enkele revolutionaire organisatie groter of sterker kan zijn dan de bestaande algemene posities van de werkers voorschrijft”. Dit en andere kwestie kunnen ongetwijfeld alleen opgehelderd worden in een open en kameraadschappelijk debat.
IKS, februari 2012
“Als er hoop was, dan moet dat liggen in het prolest” – George Orwell
Ons bewust zijnde van de klasseverdelingen binnen het kapitalisme, de wrede uitbuiting waar we allemaal het slachtoffer van zijn, de onderdrukking door de staat, die de uitbuiting mogelijk maakt, en ook de ondraaglijke aard van huidige militaire orde, die onvermijdelijk tot een catastrofe leidt, organiseren we ons in ‘Birov’, een organisatie die tot doel heeft om deze sociale verschijnselen te bestrijden en hun uiteindelijke verdwijning te bereiken door de klassestrijd.
Door ons te realiseren dat de arbeiders, als klasse die het meeste getroffen wordt door de huidige sociale structuur, het grootste revolutionaire potentieel bevat, organiseert ‘Birov’ het klassebewustzijn, militante arbeiders met de intentie het klassebewustzijn te verbreiden in de arbeidersklasse en het te richten op de georganiseerde arbeidersstrijd, verwezenlijkt door middel van de arbeidersraden..We verwerpen alle ‘post-marxistische’ misleidingen, die het hebben over de dood of het niet-bestaan van de arbeidersklasse, daarom de klassenstrijd negeren en daarmee de cruciale rol van de arbeiders als agent van de revolutionaire verandering. Een lid van de arbeidersklasse is iemand die zijn arbeidskracht moet verkopen aan het kapitaal: of het nu een slachter is, een werkster in de sex-industrie of een vrouw die werkt in een printshop.
Emancipatorische acties moeten gebaseerd zijn op de zelfactiviteit van de onderdrukten en op zelfstandige arbeidersraden, die streven naar de schepping van een zelfbestuurde maatschappij, zonder een staat, zonder klassen en zonder de dwingende instituten van de burgerlijke maatschappij. Iedere nieuwe poging de oude maatschappij te overwinnen moet gericht zijn op de organisatie van een radensysteem op internationale vlak, want alleen een radicale verandering in de verhouding tussen de klassekrachten kan een progressieve verandering inzetten. De radenvorm, die opgezet wordt na de opheffing van de traditionele, hiërarchische kapitalistische staatsmachine is niet iets waar de revolutie naar moet streven – hier bestaat het slechts als een conservatief orgaan dat bestaat tijdens de revolutie en de uiteindelijke zelforganisatie en emancipatie van de arbeidersklasse zal onmiddellijk zowel haar macht, als het bestaan van die orde zelf bedreigen. In dit nakende conflict moeten de revolutionairen de autonoom georganiseerde arbeiders erkennen als de revolutionaire voorhoede in de laatste en beslissende strijd tegen de oude orde en voor de maatschappij van vrije producenten.
Alleen de open en onbeperkte oppositie tegen verdelingen, geschapen door deze maatschappij, zal een subversief potentieel losmaken, dat in de tegenwoordige arbeiderstrijd zit besloten. De arbeiderstrijd moet gegrond worden in de werkplaatsen, waar arbeiders zichzelf herkennen als producenten en waar de klasseverschillen zijn geprojecteerd en hun wezen wordt opgeheven. We verwerpen de partij als volkomen inadequaat voor de organisatie van de arbeidersklasse. Oude hervormingspartijen, die we ons herinneren van het realiseren van politieke vrijheid en een kortere arbeidsdag, waren dat in de eerste plaats niet: hun eerste doel was een strijd voor economische en politieke hervormingen, waarbij nog een anti-politiek bewustzijn bestond en waarbij ze nog streefde naar traditionele hiërarchische vormen van vertegenwoordiging.
We kunnen concluderen dat ‘Birov’ gekarakteriseerd kan worden als een anarcho-syndicalistische propaganda-organisatie. Ze richt zich tot te arbeiders in strijd en verzamelt anarcho-syndicalisten, die handelen door militante klassegroepen te formeren in de werkplaats. Deze groepen moeten niet worden verward met vakbonden omdat hun bedoeling niet is om te groeien in aantal maar om deel te nemen aan de vergaderingen van de beweging. Ze hebben geen formele structuur en politiek programma. Deze groepen worden gevormd in de werkplaatsen, waar al een traditie van zelfstandige arbeidersorganisatie bestaat en waar een netwerk van arbeiders er toe neigt om haar activiteiten voort te zetten en nieuwe manieren van strijd te ontwikkelen.
Onze opvatting is dat de huidige vakbonden geen politiek programma kunnen hebben, dat niet reactionair is en dus vormen de (algemene) vergaderingen de enige mogelijkheid voor de massa van de arbeiders om zichzelf te organiseren. Massaal organiseren in ‘permanente’ vormen van organisatie is niet mogelijk tot dat de revolutie een onmiddellijk doel wordt. Vakbonden hebben, als instrumenten van de hervormingsstrijd en een gescheiden economische organisatie, hun reden van bestaan verloren in omstandigheden waarin zij niet langer de aspiraties van de arbeidersklasse kunnen weerspiegelen. Momenteel zijn zij niet veel meer dan een instrument dat door de staat is opgeslokt, dat de arbeidersstrijd gedepolitiseerd houdt en in strikt beperkt kader. Ze vertegenwoordigen een soort van gevangenis voor de arbeidersklasse, zonder welke deze vrij zouden zijn in hun ontwikkeling naar zelforganisatie. Betaalde en vaak corrupte vakbondsbureaucraten zijn niet meer dan bewakers en hoeders van deze gevangenissen. Daarom zijn vakbonden gewoon de arm van een staat, die een andere vorm van onderdrukking van de arbeidersklasse oplegt.
Het kapitalisme kan permanente hervormingen niet langer toestaan: iedere strijd voor onmiddellijke en dagelijkse belangen van het proletariaat, waarbij ze niet wordt onderdrukt door de vakbonden en de partijen, evolueert noodzakelijkerwijs naar een revolutionaire begeestering van de massa’s en naar actie tegen de onderdrukkende en uitbuitende fundamenten van de kapitalistische maatschappij. Daarom is ieder verschijnsel, dat ertoe neigt de arbeidersstrijd te depolitiseren en haar vast te houden in het opgelegde kader, noodzakelijkerwijs reactionair. Claims over anarcho-syndicalistische organisaties die‘niet-ideologisch’ zouden zijn, vormen geen alternatief voor de valse verdeling opgelegd door het kapitalisme, maar alleen maar een heropleving van de oude (niet van buiten op te leggen) idee van de scheiding van de economische organisatie en in de praktijk meestal eindigt als een links activistisch netwerk dat de ideologie van de hoofdstroom, van nationalistisch ‘links’, reproduceert. In tegenstelling tot deze claims zijn anarcho-syndicalisten klassemilitanten en politieke organisaties: de enige beginselen van het anarcho-syndicalisme, die worden aanvaardt door alle leden, zijn kwa inhoud noodzakelijkerwijs politiek.
We beschouwen ons niet als een organisatie, die zo nodig in aantal zal groeien en zich dat tot doel stelt, een idee dat vaak leidt tot radicaal activisme. We beschouwen ons ook niet als een soort voorhoede van de arbeidersklasse die haar belangen oplegt. Ons doel is om een organisatie te ontwikkelen die in staat is in de arbeidersklasse tussen te komen. We delen onze opgedane ervaring met de arbeiders en daardoor kunnen we de bekwaamheid van de arbeidersstrijd doen toenemen, dus bij te dragen tot haar uitbreiding en haar verdere organisatie. Een dergelijke verhouding schept een wederzijdse afhankelijkheid en daarom kan geen revolutionaire organisatie groter of sterker zijn dan de bestaande algemene posities van de werkers voorschrijven. We zijn daarom niet bang van de zelforganisatie van de arbeiders en het ‘verlies van controle’, het is daarentegen ons doel. Bijgevolg zal de basis voor de éénwording van de onderdrukte groepen in het kapitalisme noch gelegd worden door een of andere partij of ‘front’, noch door een massale vakbond of een anarchistische groep die handelt in de fase van voorbereiding, die van de hergroepering van revolutionaire krachten, maar door een massale antikapitalistische strijd georganiseerd in arbeidersraden onder wier vleugels alleen de werkelijke emancipatorisch visie wordt uitgedrukt. Daarom is de ontwikkeling van onze strijd in de werkplaats en in voortdurende opvoeding over de vraagstukken van onderdrukking de beste manier om onze solidariteit tot uitdrukking te brengen met de onderdrukte groepen
We veroordelen als totaal reactionair iedere benadrukking van het revolutionaire karakter van de ‘nationale bevrijdingsstrijd’. Een vergelijking maken met de nationale burgerlijk-revolutionaire bewegingen is verkeerd en in deze periode is het antinationalisme een scheidslijn tussen revolutionairen en patriottische, sociaal-democratisch links. In de huidige kapitalistische maatschappij is iedere staat imperialistisch en de toename van het nationalistische bewustzijn kan alleen maar beschouwd worden als een middel om de kapitalistische orde te bewaren in omstandigheden van een permanente crisis en dreigende ondergang. Iedere aanvaarding van nationalistisch, populistische taalgebruik kan de arbeiders alleen meevoeren in een bloedige imperialistische oorlog; het is een voorbode van een historisch ogenblik, dat we al meegemaakt hebben aan het begin en het midden van de 20e eeuw.
Geheel in tegenstelling tot de ideeën van antioorlogsbeweging tijdens de Eerste Wereldoorlog, onderwerpt de contrarevolutionaire ideologie de arbeiders aan de noden van de bourgeoisie en dat allemaal in naam van het ‘anti-imperialisme’ en de ‘bevrijding van de volkeren’. De resultaten zijn historisch bekend en kunnen worden gezien in de ‘socialistische revoluties’ aan het einde van de revolutionaire Octoberperiode, welke de slachtoffers waren van de partij-instrumenten en onderdrukking van allerlei vormen van zelforganisatie en hebben geleid tot de totalitaire regimes van staatskapitalisme, het zogeheten ‘reëel bestaande socialisme’.
De bevrijding van de arbeidersklasse zal het werk van de arbeiders zelf zijn, of het zal er helemaal niet zijn.
Belgrado, Servie, October 2011
(1) Zie hun FAQ, die ook meer uitleg geeft van dit en andere aspecten van de politiek van de groep
Links
[1] https://nl.internationalism.org/tag/2/29/proletarische-strijd
[2] http://www.leftcom.org
[3] https://nl.internationalism.org/tag/4/72/griekenland
[4] https://nl.internationalism.org/files/nl/Vragenlijst%20over%20de%20pers.doc
[5] https://nl.internationalism.org/tag/18/281/linkskommunisme-en-internationalistisch-anarchisme
[6] https://nl.internationalism.org/tag/7/117/internationalistisch-anarchisme
[7] https://nl.internationalism.org/tag/3/46/kommunisme
[8] https://nl.internationalism.org/files/nl/25_08_12_uitn_2.pdf
[9] https://nl.internationalism.org/tag/aktiviteiten-van-de-iks/openbare-discussiebijeenkomsten-permanenties
[10] https://nl.internationalism.org/tag/4/76/nederland
[11] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/klassenstrijd-nederland
[12] https://nl.internationalism.org/tag/11/152/correspondentie-met-andere-groepen
[13] https://nl.internationalism.org/tag/territoriale-situatie/situatie-nederland
[14] https://nl.internationalism.org/tag/11/151/congres-resoluties
[15] https://nl.internationalism.org/files/nl/uitnodiging_discussiecyclus_crisis_2.pdf
[16] https://nl.internationalism.org/tag/3/42/economie
[17] https://www.birov.net/
[18] https://nl.internationalism.org/tag/4/67/balkan