Onroerend goed crisis: Een symptoom van de crisis van het kapitalisme

Printvriendelijke versieSend by email

Als we de bourgeoisie mochten geloven ging alles opperbest in de beste der werelden. De beurzen sloegen records, de groei duurde voort, de prijzen waren onder controle. En dan, begin juli... klambang, steekt er een ware beursstorm op die al die mooie praatjes in één klap wegveegt! In enkele weken maken de voornaamste beurzen van de wereld een steile duik, in navolging van de Dow Jones, de index van New York die met meer dan 10% terugvalt.

Om die crisis tijdelijk onder controle te houden hebben de FED en de ECB (1) meer dan 330 miljard dollar op de markten gegooid! Die kolossale sommen die door de verschillende centrale banken geïnjecteerd werden zijn op zichzelf afdoende getuigen voor de omvang van de aardbeving en van de reële angst die deze opwekte bij alle bourgeoisieën.

Momenteel willen ‘experts’ en ander zoete-broodjes-bakkers ons opnieuw in slaap sussen met inderdaad slaapverwekkende ‘rekensommetjes’: de zomerse kramp zou maar tijdelijk zijn, of, nog beter, een ‘heilzame correctie’ ten opzichte van de speculatieve uitwassen van de laatste jaren! In werkelijkheid kondigen die schokken een nieuwe fase van versnelling aan van de crisis, de ergste en diepste sinds het einde van de jaren 1960. En opnieuw is het de arbeidersklasse die er de gruwelijke gevolgen van zal ondergaan.

Het monster van de schulden legt het historisch failliet van het kapitalisme bloot

In krantenkolommen en televisiestudio’s hadden de burgerlijke economen er deze zomer maar één woord voor over: het was ‘onvoorspelbaar’ dat er elke dag miljoenen dollar in rook opgingen. De crisis kwam als een donderslag bij heldere hemel. Leugens! De beursrecords, het prijsstijgingen in de onroerend goed sector, en zelfs de economische groei, dat alles was op zand gebouwd, en iedereen wist het. Onze organisatie, de Internationale Kommunistische Stroming, zei in het afgelopen voorjaar al dat de zogenaamde goede gezondheid van de wereldeconomie enkel steunde op schuldenmakerij en dus niets goeds voorspelde:

“In werkelijkheid gaat het om een echte vlucht voorwaarts, die geenszins een definitieve oplossing biedt voor de tegenstellingen van het kapitalisme, maar integendeel nog pijnlijker vervolgen voorbereidt, vooral door plotselinge vertragingen van de groei.” (2).

Dat steunde niet op een voorgevoel, maar op een analyse gegrondvest op de geschiedenis van het kapitalisme. De huidige financiële crisis is een grote crisis in de schuldenmakerij en het krediet. Maar die monsterachtige schuldenlast komt niet uit de hemel gevallen. Hij is het resultaat van veertig jaar trage en hortende ontwikkeling van de wereldcrisis.

Sinds het einde van de jaren 1960 overleeft het kapitalisme zichzelf inderdaad door steeds meer een beroep te doen op krediet. In 1967 begon de wereldeconomie te vertragen. En sindsdien, van decennium tot decennium, is de groei steeds verder afgenomen. Het enige antwoord van de bourgeoisie daarop is dat ze haar systeem altijd aan een infuus hield door steeds krankzinniger sommen te injecteren in de vorm van krediet en schulden. De economische geschiedenis van de laatste veertig jaar is een soort van helse spiraal van crisis... verschulding... meer crisis... meer verschulding... Na de olieschokken van 1973 en 1979 was er de open recessie van 1991-1993, de ‘Aziatische’ crisis van 1997-1998 en het uiteenspatten van de internet-zeepbel in 2000-2002. De stuiptrekkingen worden steeds heviger, de gevolgen steeds dramatischer.

Momenteel barst de crisis opnieuw open terwijl de schuldenlast onvoorstelbare hoogten heeft bereikt. De totale schuld van de Verenigde Staten, de grootste militaire en economische macht ter wereld, zwol aan van 630 miljard dollar in 1970 tot 36.850 miljard dollar in 2003. En sindsdien is de machine compleet op hol geslagen. De schuld neemt nu met niet minder dan 1,64 miljard dollar per dag toe! Die duizelingwekkende cijfers tonen duidelijk aan dat de huidige financiële crisis vele malen erger is dan alle andere die eraan voorafgingen.

De onroerend goed-crisis ontketent een grote financiële crisis

Sinds een tiental jaren is de speculatiegekte in alle economische sectoren binnengedrongen. Nooit eerder kon de overgrote meerderheid van de kapitalen nergens  met voldoende winst in het vooruitzicht geïnvesteerd worden in de reële economie (de bedrijven die goederen en waren produceren). Vanzelf richten die kapitalen zich dan op pure speculatie. Banken, geldschieters,  speculatieve ondernemingen die min of meer gespecialiseerd zijn in risicovolle investeringen (de fameuze hedge funds (3)), overal zagen we een ware jacht op dat veronderstelde nieuwe Eldorado. Geld en kredieten begonnen snel te stromen. Het leek of de bourgeoisie nog maar één obsessie had: zich steeds verder in de schulden te steken.

In deze compleet krankzinnige context werden de huishoudens in de Verenigde Staten, maar in mindere mate ook in Groot-Brittannië en Spanje, ertoe aangezet huizen en appartementen te kopen waarvoor ze eigenlijk de middelen niet hadden. Financiële instellingen leenden arbeidersgezinnen met zeer bescheiden inkomsten geld met hun onroerend goed als enige waarborg. Het basisbeginsel van die hypothecaire leningen (subprimes genaamd) is dat wanneer meneer X een huis van 100.000 dollar wil kopen, een kredietinstelling, een bank bijvoorbeeld, hem fondsen leent zonder reserve of andere garantie dan dat huis zelf. Als meneer X teveel schulden heeft en zijn lening niet kan terugbetalen, dan neemt de kredietinstelling het huis terug, verkoopt het en krijgt zijn fondsen terug, de 100.000 dollar. Dat is de enige garantie voor de bank. Daarom zijn het vooral de hedge-funds, gespecialiseerd in risicovolle investeringen, die aan die subprimes deelnamen. Omdat ze zo gemakkelijker konden lenen waren meer arbeiders erin geïnteresseerd een eigen huis te kopen. De onroerendgoedprijzen begonnen daardoor te stijgen (gemiddeld met zo’n 10% per jaar). Die arbeiders met uiterst lage lonen hebben uiteindelijk geen andere optie dan schulden te maken om te kunnen kopen. Ze blijven zich dus tegen beter weten in in de schulden steken door hun huis te hypothekeren dat aan waarde begint te winnen. Meneer X, die de waarde van zijn huis ziet stijgen tot 120.000 dollar kan bijvoorbeeld een nieuw verbruikerskrediet afsluiten  ter waarde van 20.000 dollar. Vervolgens stijgt de waarde van het huis tot 150.000 dollar, waardoor hij nog het nog eens voor 30.000 dollar kan hypothekeren. Enzovoort. Maar die cirkel blijft niet doordraaien.

Aan de ene kant wordt de arbeidersklasse steeds armer (ontslagen, loonstop,...). Aan de andere kant hadden de leningen in de Verenigde Staten variabele en stijgende rentevoeten, waardoor de afbetaling iedere maand moeilijker werd. Het resultaat is even onverbiddelijk als voorspelbaar. Toen te veel arbeiders hun astronomische maandbedragen niet meer konden aflossen, gingen de banken over tot het opeisen van steeds meer hypotheekwaarborgen, de crisis breekt uit, de zeepbel van het onroerend goed spat uiteen, zoals nu gebeurd is. Er staan inderdaad teveel woningen te koop, de huizenprijzen storten ineen (ze zouden met 15 tot 30% kunnen dalen).

Bijkomend nadelig gevolg: de koopkracht van miljoenen arbeidersgezinnen die juist steunde op de waarde van hun huis en dus hun ruimte om zich in de schulden te steken zorgt er nu voor dat ze met de onroerend goed-crisis bankroet gaan. De waarde van het huis van meneer X daalt (110.000 dollar) en de banken kunnen hun fondsen niet terugkrijgen. Niet alleen is meneer X zijn huis kwijt, niet alleen heeft hij jarenlang intresten betaald, nu moet hij ook nog het waardeverschil aan de kredietinstelling terugbetalen, oftewel 40.000 dollar, plus natuurlijk de rente daarop! Het resultaat van dat alles laat niet op zich wachten: meer dan drie miljoen huishoudens komen deze herfst op straat te staan.

Tegelijk hebben de hedge-funds, behalve leningen te verstrekken in de vorm van subprimes, ook niet geaarzeld zichzelf diep in de schulden te steken bij banken en andere kredietorganismen om met onroerend goed te speculeren. Het principe is heel eenvoudig een waar te kopen om die enige tijd later weer te verkopen, speculerend op een stijging van de onroerend goed-markt. Zo betekent het uiteenspatten van de zeepbel van het onroerend goed ook het failliet van al die fondsen. Inderdaad, zelfs als ze de gehypothekeerde goederen in beslag nemen en miljoenen mensen op straat zetten, dan blijven ze toch zitten met een massa huizen die niets meer waard zijn. Door een domino-effect worden de banken en andere kredietinstellingen ook getroffen. Stel het je maar eens voor. Die organismen lenen van elkaar tot niemand nog weet wie nog geld van wie krijgt! Telkens weer horen we dat deze bank of die kredietinstelling op de rand van het bankroet staat. Dat is bijvoorbeeld al het geval met de Countrywide bank in de Verenigde Staten en Sachen LB en de IKB in Duitsland. De schulden met betrekking tot hun investeringen in risicosectoren vertegenwoordigen meer dan 10.200 miljard dollar! De hele sector van speculatie en krediet is nu in open crisis.

Opnieuw is het de arbeidersklasse die voor de schade opdraait: in de loop van augustus was er een ware stormloop op de banken in de Verenigde Staten en Duitsland van de kleine spaarders. Hetzelfde kunnen we binnenkort verwachten in Groot-Brittannië, Spanje, Japan en China.

Achter de financiële crisis schuilt de crisis van de ‘reële’ economie

Zo’n financiële crisis draait altijd uit op een crisis van de reële economie. De enige vraag die vandaag gesteld wordt is hoe omvangrijk die crisis zal zijn. Al vóór de financiële crisis van afgelopen zomer begonnen de specialisten van de bourgeoisie in alle stilte hun groeivooruitzichten voor de wereldeconomie neerwaarts bij te stellen. In januari 2007 kondigde de Verenigde Naties aan dat de groei slechts 3,2% zou bedragen (terwijl ze voor 2006 van 3,8% en voor 2005 van 4,5% waren uitgegaan). Maar met het uitbreken van de beurscrisis moeten al die cijfers opnieuw herzien en verlaagd worden.

Een grote kredietcrisis betekent inderdaad onvermijdelijk een plotselinge daling van de activiteit van alle ondernemingen. Niemand wil of kan meer geld lenen aan de ondernemingen om te investeren. Maar de recordwinsten die ze soms meedelen steunen in werkelijkheid voor een groot gedeelte op een omvangrijke schuldenlast. Als de kredietkraan dichtgaat komen de meeste van die ondernemingen in een zeer slechte positie. Het meest frappante voorbeeld daarvan is wellicht de bouwsector. De zeepbel van het onroerend goed was enkel gebaseerd op risicovolle leningen en daarom zal de nieuwbouw ineenzakken. Deze activiteit zal fors dalen in de Verenigde Staten, maar ook in Groot-Brittannië, Duitsland, Spanje en nog een reeks van andere ontwikkelde landen, waardoor de totale groei zal worden aangetast en de gevolgen veel verder zullen strekken:

“Net als in de Verenigde Staten wordt minstens 80% van de consumptie gefinancierd met een onroerend goed-lening, daardoor wordt de hele vraag van de huishoudens getroffen. De Amerikaanse consumptie zal dus verzwakken en de groei voor het volgende jaar één tot anderhalf punt laten dalen, van de verwachte 3,5% naar niet meer dan 2%.” (Patrick Artuis, La Tribune de l’Economie, 27.08.2007).

En dat is nog het meest optimistische scenario. Sommige specialisten zijn het er over eens dat de Amerikaanse groei niet boven de 1% zal uitkomen! Die Amerikaanse recessie heeft natuurlijk een wereldwijd belang. De economie van Europa is sterk verbonden met die aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Bovendien zal de vertraging van die twee economieën die nu verwacht wordt ernstige gevolgen hebben voor China en de rest van Azië. Europa en de Verenigde Staten nemen 40% van de Chinese export voor hun rekening! Het is dus de gehele wereldgroei die plotseling zal afremmen.

Maar om het goed te begrijpen ontbreekt er nog een versterkende factor over wat zich afspeelt: de terugkeer van de inflatie. In China, het land dat zogenaamd gezegend wordt door de kapitalistische goden met groeivoeten van twee cijfers, staat de inflatie vandaag op 5,6% (het hoogste niveau sinds tien jaar) en blijft iedere maand stijgen. Het land vertegenwoordigt daarmee enkel een algemene tendens die zich nu internationaal doorzet. Het verschijnsel ontwikkelt zich overal ter wereld in de sector van de grondstoffen en in die van de voeding. De prijzen van basisvoeding zullen met zo’n 10% stijgen. Door een sneeuwbaleffect zal de consumptie van de arbeidersklasse en van het merendeel van de bevolking stilvallen, wat op zijn beurt de situatie van vele bedrijven zal verslechteren.

Sinds het einde van de jaren 1960 hebben zich vele beursschokken en recessies voorgedaan. Telkens werden ze ernstiger en diepgaander. Deze nieuwe episode zal dezelfde regel volgen en betekent een volgende kwalitatieve spring, een ongekende verheviging van de historische crisis van het kapitalisme. Voor het eerst staan alle economische indicatoren tegelijk in het rood: crisis van krediet en consumptie, onvoorstelbare schuldenlast, recessie en inflatie! We staan voor de ergste recessie sinds meer dan veertig jaar. De arbeidersklasse kan dus harde klappen verwachten; alleen de eensgezinde en solidaire strijd zal ons in staat stellen daar het hoofd aan te bieden!

Tino  / 30.08.2007
 

Voetnoten

(1) FED: Federal Reserve System of Federal Reserve; centrale bank van de Verenigde Staten; ECB: Europese Centrale Bank.

(2) Resolutie over de internationale situatie, aangenomen op ons laatste congres en gepubliceerd in onze Internationale Revue, Engels-, Frans- en Spaanstalige uitgave, nr. 130.

(3) De hedge funds beheren volgens officiële cijfers ongeveer 1.300 miljard dollar.