Het waanbeeld van een ‘investeringskabinet’

Printvriendelijke versie

Het vorige kabinet gold als een a-sociaal bezuinigingskabinet waarin Gerrit Zalm van de VVD de vinger op de knip hield. Het nieuwe kabinet wordt daarentegen optimistisch voorgesteld als een ‘investeringskabinet’ dat tien miljard euro kan gaan uitdelen. Bij de VVD leidt dat natuurlijk tot thema’s als ‘wat onze Gerrit Zalm voor het land heeft bespaard wordt nu door Wouter Bos van de PvdA weer over de balk gegooid’. Maar Wouter Bos was in de tijd van ‘Paars’ al staatssecretaris van Financiën en bij Gerrit Zalm in de leer, en in de verkiezingstijd deed hij veel moeite om het CDA ervan te overtuigen dat hij de ‘vergrijzingsproblematiek’ en nog wat andere dure aangelegenheden met harde hand wil aanpakken. Dat raakt op termijn iedereen.

Het vorige kabinet gold als een a-sociaal bezuinigingskabinet waarin Gerrit Zalm van de VVD de vinger op de knip hield. Het nieuwe kabinet wordt daarentegen optimistisch voorgesteld als een ‘investeringskabinet’ dat tien miljard euro kan gaan uitdelen. Bij de VVD leidt dat natuurlijk tot thema’s als ‘wat onze Gerrit Zalm voor het land heeft bespaard wordt nu door Wouter Bos van de PvdA weer over de balk gegooid’. Maar Wouter Bos was in de tijd van ‘Paars’ al staatssecretaris van Financiën en bij Gerrit Zalm in de leer, en in de verkiezingstijd deed hij veel moeite om het CDA ervan te overtuigen dat hij de ‘vergrijzingsproblematiek’ en nog wat andere dure aangelegenheden met harde hand wil aanpakken. Dat raakt op termijn iedereen.

Toch is de taakverdeling naar buiten toe wel duidelijk: het CDA vertegenwoordigt binnen het kabinet de bezuinigingslijn; de PvdA mag zichzelf het imago van de wat ‘socialer politiek’ aanmeten. Vandaar dat de PvdA de ‘breuk’ onderstreept met het beleid van de vorige regering terwijl het CDA juist de nadruk legt op de ‘continuïteit’ in dat beleid. Vandaar ook de vaagheid, weinig beleid zichtbaar en alleen een ‘hoofdlijnenakkoord’: per thema kan geprobeerd worden nieuwe maatregelen als ‘sociaal’ te verkopen. Als compromis tussen de ‘achterkamertjespolitiek’ van Paars en de ‘alles-op-straat-politiek’ van de eerdere kabinetten Balkenende wordt er gekozen voor een stijl van overleg ‘binnenkamers’.

Na de ‘magere jaren’ zouden nu de ‘vette jaren’ zijn aangebroken. In de regeringsverklaring van 1 maart 2007 houdt de nieuwe ploeg ons zelfs voor: “Samen leven is ook: samen veranderen. Dankzij die veranderingen leven we nu langer, gezonder en welvarender dan ooit.”

En in de laatste miljoenennota stond al: “Het kabinet geeft in de begroting 2007 prioriteit aan verdere verbetering van de economische structuur, de koopkracht, de veiligheid en het jeugdbeleid.”
Kortom, de economische crisis, die nu al veertig jaar om zich heen grijpt, zou min of meer bezworen zijn en we zouden de toekomst met vertrouwen tegemoet kunnen zien. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt zelfs dat Nederland op de rand staat van een hoogconjunctuur! De werkloosheid zou gaan dalen van 250.000 in 2006 tot 193.000 in 2007. Voor het eerst sinds 2001 is er ook een begrotingsoverschot: 0,2% van het Bruto Binnenlands Product (BBP).

We leven inderdaad langer. Dat we gezonder zouden leven wordt echter stellig tegengesproken door het CBS dat in een persbericht van 20 maart uitdrukkelijk meedeelt: “In 2006 zijn Nederlanders niet gezonder gaan leven.” Er komen steeds meer mensen met overgewicht (vooral gevolg van het eten van goedkoop voedsel met veel dierlijke vetten), roken en drinken neemt niet af, er wordt onvoldoende bewogen. Geestelijke gezondheid, stress, bestaansonzekerheid en welzijn worden niet genoemd. Ondertussen komen er jaarlijks tienduizenden mensen bij zonder zorgverzekering terwijl steeds meer middelen uit het basispakket verdwijnen.

En welvarender? De cijfers van het CBS schetsen een heel ander beeld. Het aantal uitgesproken faillissementen steeg bijvoorbeeld onophoudelijk van 4.498 in 2000 tot 10.082 in 2005. De groei van het BBP houdt ondanks de productiviteitsstijgingen nauwelijks de bevolkingsgroei bij; in 2000, het jaar van de internet-hype, steeg het nog met 3,9%; in de periode 2001-2005 met gemiddeld 1,2% en in 2006 met 2,0%. Dat wijst niet op een komende hoogconjunctuur; het betekent nauwelijks een verlichting van de malaise. Andere cijfers bevestigen dat beeld. De groei van de consumptie van de huishoudens ligt nog lager dan die van het BBP: in 2000 steeg het nog met 3,7%; voor de periode 2001-2005 met gemiddeld 0,8% en in 2006 daalde het zelfs met 1,2%.

Bij een inflatie van 1,5-2% die geleidelijk oploopt betekenen de zeer geringe nominale loonstijgingen zelfs reële inkomensdalingen.
Van de nieuwe regering met PvdA kan geen verandering worden verwacht. De sociaal-democratische partijen in Europa (Blair in Groot-Brittannië, Schröder in Duitsland, Mitterand in Frankrijk, Kok in Nederland) hebben in bezuinigingspolitiek gevoerd, juist om te kunnen investeren in de concurrentiekracht van het nationale kapitaal. Daartoe drukten ze de vanuit het standpunt van het kapitaal ‘onproductieve’ kosten, maakten ze de arbeidskracht zo goedkoop mogelijk en werden de ‘niet-actieven’ zo dicht mogelijk bij het sociaal minimum gebracht of mochten ze gratis dan wel tegen een fooi allerlei corveediensten verrichten onder het mom van de ‘zorgzame samenleving’. De werkenden en werklozen kregen onophoudelijk te horen dat hun belangen daarmee werden gediend.

De consumptie van de overheid steeg in 2000 met 1,9%; in 2001-2006 gemiddeld met 2,2%; maar in het verkiezingsjaar 2006, bij uitzondering, met 8,6%. De overheidsbestedingen zwengelen de economie allang niet meer aan; de bourgeoisie wil geen schulden meer maken en mag volgens de Europese normen niet meer ongelimiteerd geld bijdrukken.

Er is drie jaar gespaard om in het verkiezingsjaar via overheidsbestedingen de schijn te kunnen wekken dat ‘alles de goede kant op gaat’. Kijken we naar de landen om ons heen dan wordt duidelijk dat Nederland geen uitzondering is: Frankrijk, Groot-Brittannië, België en Duitsland scoren niet veel beter en voeren een heel vergelijkbaar beleid. Het is tenslotte de internationale economische crisis die bepalend is voor de nationale economie. De presentatie verandert, dezelfde staatspolitiek blijft.

Als er nu wat extra geld komt voor onderwijs en zorg, voor veertig ‘probleemwijken’, voor een ‘milieuparagraaf’, voor ‘jeugd en gezin’ en een ‘meer normatieve overheid’ dan is het minder om daadwerkelijk te investering in de sociale structuur dan wel om de ergste scheuren in het sociale netwerk wat te repareren in een situatie waarin dit juist steeds verder verscheurd raakt tot op het punt dat het de productiviteit begint te raken. Het zal bijvoorbeeld de afbraak van onderwijs en zorg nauwelijks afremmen, het aantal ‘kansarmen’ zal blijven groeien en de ‘niet-productieven’ zullen steeds meer aan hun lot worden overgelaten. De bourgeoisie weet dat ze af en toe, voor de democratische afwisseling, een ‘sociaal gezicht’ moet trekken om nog een minimum van maatschappelijke samenhang te kunnen handhaven achter de nationale staat en om iets van haar eigen tanende geloofwaardigheid te redden.

Tekenend voor het nieuwe beleid is het royale, maar weinig kostend gebaar rond een heikel thema: amnestie voor enkele categorieën asielzoekers wat vooral een steeds harder beleid moet verbergen: de immigratie is in 2006 immers gehalveerd ten opzichte van 2004. Maar wat het allemaal voor ons zal betekenen wordt nergens beter duidelijk dan uit de paradox die volgt uit ons langer leven: kapitalistisch gesproken is dat de ‘vergrijzingsproblematiek’. Toen in de wederopbouwperiode Vadertje Drees via de belastingen de netto-lonen verlaagde om de AOW te bekostigen lag de gemiddelde levensverwachting net onder de 65 jaar zodat iets meer dan de helft van de bevolking nooit van dat ‘recht’ gebruik hoefde te maken. Nu de levensverwachting aanzienlijk is gestegen worden de ‘morele beginselen’ van de ‘verzorgingsstaat’ aangepast aan de rentabiliteit van de nationale economie. Vandaar dat Wouter Bos al in verkiezingstijd met het voorstel kwam om AOW-ers ‘mee te laten betalen’ aan hun eigen uitkering, dat wil zeggen die direct te verlagen, vandaar ook dat na de WAO geleidelijk de vervroegde pensioenen worden ingeperkt terwijl er bovendien gepoogd zal worden om de ‘pensioengerechtigde leeftijd’ naar Duits voorbeeld met telkens één of twee jaar te verhogen.

Het doel is niet zozeer ouderen aan het werk te houden: vijftig-plussers vinden juist steeds moeilijker werk en omdat WAO en vervroegd pensioen worden afgebouwd zal vooral het aantal mensen dat van het bestaansminimum moet rondkomen dramatisch gaan stijgen. Het gaat niet om een langer en gezonder leven; het gaat om kostenbesparing op de ‘niet-productieven’.

In de statistieken wordt allang een steeds groter groep van ‘niet actieven’ uit de cijfers gehouden; want wie toch geen baan meer vindt telt natuurlijk niet als werkloos en wie vijftien uur vrijwilligerswerk doet ook niet. Er komen inderdaad steeds meer laagbetaalde deeltijdse baantjes waarvoor geen hoge opleidingskosten nodig zijn en de jongeren van nu zullen moeten wennen aan het idee dat ze hun carrière daarmee niet alleen beginnen maar die ook zullen afsluiten met ofwel een baantje van niets dan wel heel snel bij het bestaansminimum uit te komen.

Dat in de bevolking de onvrede groeit bleek in december andermaal uit het rapport van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WWR) getiteld Overheid moet zingeven: er is een grote groep van ‘wrokkige ontevredenen’ waarop de kerkelijke en andere instanties geen greep meer hebben en die geen perspectieven meer zien. De onvrede in de bevolking uit zich echter niet meer alleen in maatschappelijke ongeïnteresseerdheid, het zoeken van individuele oplossingen of het stemmen op populistische schreeuwers. In vervolg op de stakingen en protestacties in september-november 2006 waren er in januari-maart opnieuw acties in het openbaar vervoer in Noord-Oost Brabant; onrust was er ook bij sluiting van de papierfabriek Wapenveld, rond inkrimpingen zoals bij Casema en Multikable, rond reorganisaties zoals bij de privatiserende Post en in de thuiszorg, bij douaniers en in strafinrichtingen, bij het sleepbedrijf Smit, bij Zwanenburg, onder schoonmakers van het ziekenhuis MCRZ te Amsterdam; en meer algemeen onder ambtenaren met manifestaties in Rotterdam en Groningen en een landelijke demonstratie op 13 februari.

De acties zijn heel verspreid, beperkt in duur en van omvang en ze blijven over het algemeen onder vakbondscontrole; toch bevestigen ze dat er weer gereageerd wordt (1). Zelfs als we nog geen pogingen zien tot strijduitbreiding en algemene vergaderingen dan is het duidelijk dat de arbeiders hun eigen krachten weer beginnen af te tasten.

21.04.2007

 

Voetnoten

(1) Zie ook de lezersbrief elders in deze aflevering.

Territoriale situatie: