Tegen de aanvallen op ons levenspeil en het democratisch bedrog: Onze enige verdediging: klassensolidariteit

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Voor Prinsjesdag worden gewoontegetrouw verdere bezuinigingen aangekondigd. In het midden van de jaren 1980 beloofde minister-president Ruud Lubbers: “Dit zal de laatste bezuinigingsronde van deze omvang zijn.” Sindsdien zijn de maatregelen elk jaar voortgezet, zowel onder de rechtse Lubbers als onder de linkse Kok. In 2003 durfde de regering Balkenende II zelfs de grootste bezuinigingsronde ooit te presenteren: 17 miljard euro. Wordt het dit jaar een herhaling van de gebeurtenissen van het vorig jaar, uitlopend op de massale demonstratie in Amsterdam van 2 oktober of blijft het voorlopig stil aan het klassenfront? Voor de arbeiders stelt zich de vraag hoe te reageren op de nieuwe maatregelen terwijl de bourgeoisie er alles aan zal doen om te voorkomen dat er opnieuw onvrede ontstaat die uitingen van strijdbaarheid tot gevolg kan hebben.

Want de bourgeoisie heeft het heft nog altijd stevig in handen. Ook al werd er in het najaar van 2004 in meerdere landen strijd geleverd, en ook al is de politiek van nationale consensus van de kabinetten Kok allang dood en begraven, toch kan de groeiende ongerustheid over de toekomst nog worden opgevangen. Het begin van strijdbaarheid bleek na 2 oktober 2004 snel te verdwijnen toen de bourgeoisie dankzij de sluipmoord op Theo Van Gogh een enorme campagne kon voeren over de gevaren van het terrorisme, de zo noodzakelijke verdediging van de democratie en vooral over de behoefte aan nationale saamhorigheid achter de staat, die ons als enige zou kunnen beschermen. Toch is het diezelfde staat die ons het meest belaagd:

  • de achteruitgang in inkomen voor iedereen door de stijging van de premies voor de gezondheidszorg, de stijging van de energiekosten (als gevolg van de hoge olieprijzen), en de verhoging van gemeentelijke belastingen;
  • het ontslag en dus achteruitgang in inkomen voor tienduizenden arbeiders, waarbij de schuld wordt gegeven aan de liberalisering van de arbeidsmarkt binnen het Europese kader en bedrijfsverplaatsingen naar Oost-Europa en het overbrengen van de productie naar Zuid-Oost Azië. De werkloosheid leunt alweer tegen het half miljoen aan.

Natuurlijk probeert de regering goede sier te maken met de ‘cadeautjes’ die ze beschikbaar stelt voor onderwijs en kinderopvang, voor gezondheidszorg en milieu. Toch staan die in geen verhouding tot de groeiende behoeften en nemen ze nog minder iets weg van de jarenlang opgelopen achterstanden. Omdat de winkelverkopen in de laatste twee jaar met 6% zijn gedaald, en er zelfs wordt gesproken van een ‘consumentenstaking’, wil de bourgeoisie vals vertrouwen van de consument opwekken om die meer geld uit de zak te kloppen en zich verder in de schulden te steken. De maatregelen op dit vlak zijn namelijk niet gebaseerd op reële groeiverwachtingen voor de economie. Die presteert onverminderd slecht, en in Nederland neemt de welvaart zelfs af: -0,5% in het eerste kwartaal van dit jaar volgens Eurostat, alleen vergezeld van Italië (-0,2%) en Malta (-0,1%). De schulden van de huishoudens hebben in 2004 met een stijging van 44 miljard de recordhoogte bereikt van 536 miljard euro, en het aantal gezinnen dat onder de armoedegrens leeft is gestegen tot ongeveer 11% van de huishoudens. Het aantal daklozen in Nederland wordt geschat op ruim 100.000; het aantal aanvragen van bijstand en schuldhulpverlening stijgt.

De meeste werkloosheid gaat echter verborgen achter vervroegde pensioenen en invaliditeit waarvan de uitkeringen steeds verder onder druk komen te staan. Na de WAO-maatregelen, waarvan het einde nog niet in zicht is, zijn er mega-aanslagen op komst op de vervroegde pensioneringen, die door werkgevers worden gebruikt om personeel af te laten vloeien zonder te hoeven ontslaan. De ‘vergrijzing’ is ook een gevolg van het feit dat mensen zich steeds jonger niet meer in het arbeidersproces kunnen handhaven, het tempo niet meer kunnen bijhouden en de werkdruk en de stress niet meer aankunnen, en van het feit dat het voor jongeren steeds moeilijker wordt werk te vinden en dus ook om sociale lasten af te dragen. In dat verband heeft de bourgeoisie het voortdurend over ‘solidariteit’ met de ouderen die zich na de Tweede Wereldoorlog hebben ingezet voor de ‘wederopbouw’ van het land. Wat ze bedoelt is dat ze de inkomens onder vuur wil nemen van allen die niet direct productief zijn voor het kapitaal. We hebben dus alle reden om ons zorgen over de toekomst te maken voor onszelf en onze kinderen.
Natuurlijk zal de bourgeoisie de overige maatregelen voorstellen als een ‘noodzakelijk kwaad’, waar ‘we’ niet omheen kunnen om haar staatsfinanciën op orde te brengen. Hebben we dat niet al dertig jaar gehoord en gaat dat niet al dertig jaar ten koste van onze gezinsbegrotingen? Toch heeft de bourgeoisie niet de illusie dat ze met zulke praatjes de onvrede en groeiende ongerustheid binnen de arbeidersklasse over de komende aanvallen weg kan nemen. Daarvoor zijn nog andere middelen nodig.

Achter de ‘verdediging van de democratie’ gaan de belangen van de kapitalistische staat schuil

Sinds het najaar van 2004 slagen de vakbonden er in om de dreiging van strijdbaarheid op te vangen binnen de afzonderlijke bedrijfstakken. Die dreiging kan zo gemakkelijker worden weggeleid naar afmattende  onderhandelingen per bedrijf, terwijl ze, waar nodig, in machteloze vakbondsacties van haar kracht wordt ontdaan. De rechtstreekse aanval van minister De Geus had niet het gewenste effect en riep teveel weerstand op bij de arbeidersklasse. Daarom staan de vakbonden nu op het voorplan; met ‘kritische kanttekeningen’ en ‘aanpassingen’ zijn zij het die proberen maatregelen zoals de afschaffing van de vervroegde pensioenen er alsnog door te drukken.

Deze politiek van de vakbonden is alleen mogelijk omdat het de arbeidersklasse nog aan zelfvertrouwen ontbreekt, omdat er nog illusies bestaan over de mogelijkheden om het kapitalisme te ‘hervormen’, omdat er verwarring heerst over de eigen kracht en mogelijkheden.

Dat is nog versterkt door de campagnes over de overwinning van het ‘liberale kapitalisme’ en de ‘democratie’ (1). Dit vertrouwen in de ‘democratische staat’ is in Nederland van oudsher groot en het heeft een rampzalige invloed binnen de arbeidersklasse. De staatsorganen, van vakbonden en wijkraden tot politie en leger, kunnen zo worden voorgesteld als een verlengstuk van de ‘wil van het volk’. De kapitalistische staat zou ons, als burgers, kunnen beschermen en we zouden voor onze welvaart en voor ons welzijn afhankelijk zijn van diezelfde burgerlijke staat. Zo wordt de ontwikkeling van het bewustzijn van de eigen identiteit van de arbeidersklasse tegenover de bourgeoisie ondergraven: telkens weer wordt benadrukt dat we allemaal ‘verantwoordelijke burgers’ moeten zijn, die op voet van gelijkheid met elkaar omgaan en uiteindelijk, uitbuiters en uitgebuiten tezamen, dezelfde belangen hebben. Zo wordt de ontwikkeling van het eigen strijdvermogen afgeremd en het bewustzijn beneveld.

Sinds de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh zijn die campagnes in Nederland nog versterkt door de schijntegenstelling tussen de nette, gematigde partijen aan de ene kant, en aan de andere het populistische geschreeuw om ‘harde maatregelen’ tegen de verloedering van de maatschappij en de gevaren van het terrorisme, compleet met haat- en wraak-campagnes en het opkloppen van xenofobie. Wanneer de bourgeoisie grote moeite heeft om de sociale ontbinding binnen haar eigen gelederen onder controle te houden, dan slaagt ze er toch uitstekend in om die tegen de arbeidersklasse uit te spelen en de ‘democratische staat’ voor de stellen als de enige instelling die ons voor chaos kan behoeden.

Tegenover de crisis: verenigde klassenstrijd!

De aanvallen van de bourgeoisie hebben ook in Nederland in het najaar van 2004 het begin van een brede arbeidersmobilisatie uitgelokt. De terugkeer van het proletariaat op het sociale toneel brengt onvermijdelijk een overdenking in de diepte met zich mee over de betekenis van de massale werkloosheid, de aanvallen op zijn arbeids- en levensvoorwaarden, de ontmanteling van de sociale verzekering en de pensioensystemen. Uiteindelijk kunnen de arbeidersvijandige burgerlijke politiek, en het antwoord dat dit uitlokt, slechts leiden tot een toenemend bewustzijn binnen de arbeidersklasse over het historische bankroet van het kapitalisme en de noodzaak van een maatschappelijk alternatief.

En het is precies om deze geleidelijke bewustwording te vertragen werken de verdedigers van een ‘sociaal Europa’ samen met de coryfeeën van het ‘nee’-kamp. Gezamenlijk eisen ze dat de kapitalistische staat bemiddelt en arbitreert in de conflicten tussen de maatschappelijke klassen, tégen het ‘doorgeschoten liberalisme’ en vóór een ‘welvaartsstaat’ die allang dood en begraven is, maar waarvan vooral de ‘anti-globaliseringsbeweging’ beweert dat die in nieuwe vorm leven kan worden ingeblazen (2). De arbeiders kunnen zulke pogingen om de geloofwaardigheid en ideologische macht van de kapitalistische staat te versterken alleen beantwoorden door strijd te leveren op hun eigen klassenterrein, door ‘nee’ te zeggen tegen de aanvallen op haar arbeids- en levensomstandigheden, door in staking te gaan, door klassensolidariteit te ontwikkelen voor de toekomst van de hele mensheid.

Wereldrevolutie / 10.09.2005

(1) Deze campagnes konden een enorme omvang aannemen met de ineenstorting van het stalinistische Oostblok dat echter niet meer was dan een karikatuur van staatskapitalisme, en al de campagnes die daar bij hoorden over het ‘verdwijnen van de arbeidersklasse’, het  ‘bankroet van het kommunisme’ en de ‘dood van het marxisme’. Zie daarover vooral Kommunistische revolutie of vernietiging van de mensheid. Manifest van het Negende Congres van de Internationale Kommunistische Stroming, 1991.

(2) Zie over de anti-globaliseringsbeweging de artikelen Het anders-globalisme: een valstrik voor de arbeidersklasse, en Tegen het bedrog van het Europees Sociaal Forum: Er is maar één andere wereld mogelijk, het kommunisme, in Internationale Revue nr. 17, 2005.

Eerdere artikelen: Terrorisme, xenofobie en de verdediging van de ‘democratie’: Een aanslag op het bewustzijn van de arbeidersklasse, in Wereldrevolutie, nr. 104, januari 2005; Balans van 2 oktober 2004: samen strijden, de enige keuze!, bijlage bij Wereldrevolutie, nr.103, oktober 2003; Ongekende aanvallen onder democratische voorwendsels, in Wereldrevolutie, nr. 97, september 2002; De democratische campagnes maken nog meer aanvallen op de arbeidersklasse mogelijk, in: Internationalisme, nr. 286, 15 juni 2002; Kiezen voor Paars of voor Pim, in Wereldrevolutie, nr. 96, mei 2002.