Orkaan Katrina: Een crisis veroorzaakt door het kapitalisme

Printvriendelijke versieSend by email

Iedereen heeft de beelden van de ramp gezien. Opgezwollen lijken die in stinkend water drijven in New Orleans. Een oudere man voorovergebogen in een tuinstoel, dood als gevolg van de hitte en gebrek aan voedsel en water, terwijl eromheen andere overlevenden wegkwijnen. Moeders met jonge kinderen die in de val zitten met drie dagen niets te eten of te drinken. Chaos bij de vluchtelingencentra waar de autoriteiten de slachtoffers heen hadden gestuurd omwille van de veiligheid. Deze tragedie zonder weerga heeft zich niet afgespeeld in de een of andere armoedige uithoek van de ‘Derde Wereld’, maar in het hart van de grootste imperialistische en kapitalistische macht ter wereld.

Toen afgelopen december Azië door de tsunami werd getroffen, betichtten de bourgeoisieën van de rijke landen de arme landen van politieke incompetentie omdat ze niet tijdig hadden gereageerd op de waarschuwingen. Deze keer zijn dergelijke uitvluchten er niet. Vandaag staan er geen rijke landen tegenover arme landen, maar rijken tegenover armen. Toen het bevel werd gegeven om New Orleans en de rest van de Golfkust te evacueren, was het een typisch kapitalistische kwestie van ‘ieder voor zich’. Wie een auto bezat en de plotseling omhoog vliegende benzineprijzen kon betalen week uit naar het noorden en westen, en zocht een heenkomen in hotels, motels of bij vrienden en familie. Maar de armen, de ouderen en de zieken zaten meestal klem in de storm en konden niet vluchten. In New Orleans stelden de plaatselijke autoriteiten het Superdome stadion en het congrescentrum open als schuilplaats tegen de storm, maar voorzagen niet in hulpverlening, voedsel, water of opzicht, toen duizenden, voor het overgrote deel zwarte mensen naar binnen drongen en aan hun lot werden overgelaten. Voor de rijken die in New Orleans achterbleven was de situatie heel anders. Gestrande toeristen en VIPs die in vijfsterrenhotels naast de Superdome verbleven, hingen rond in weelde en genoten de bescherming van gewapende politieagenten die het gepeupel op afstand hielden.

In plaats van de distributie van voedsel- en watervoorraden te organiseren die in de winkels en opslagplaatsen van de stad voorradig waren, zag de politie werkloos toe toen arme mensen begonnen te ‘plunderen’ en eerste levensbehoeften begonnen uit te delen. Ongetwijfeld probeerden lompenelementen een slagje te slaan en elektronica, geld en wapens te stelen, maar dit verschijnsel begon als een poging om te overleven onder de meest ontmenselijkende condities. Tegelijkertijd beveiligden politieagenten met geweren in de aanslag employees die door een luxe hotel naar een nabijgelegen apotheek waren gestuurd om water, voedsel en medicijnen bij elkaar te scharrelen voor de rijke hotelgasten. Een politieagent verklaarde dat dit geen plunderen was, maar een inbeslagname door de politie, wat in noodgevallen is toegestaan! Het verschil tussen ‘plunderen’ en ‘in beslag nemen’ is het verschil tussen arm zijn en rijk zijn in de Verenigde Staten van vandaag.

Het systeem draagt de schuld

Het falen van het kapitalisme om deze crisis te beantwoorden met ook maar een schijn van menselijke solidariteit toont aan dat de kapitalistische klasse niet langer geschikt is om te heersen, dat haar productiewijze vastzit in een proces van sociale ontbinding – letterlijk levend wegrot – dat het voor de mensheid slechts een toekomst van dood en vernietiging in het verschiet heeft. De chaos die in de afgelopen jaren land na land heeft verzwolgen in Afrika en Azië is een voorproefje van de toekomst die het kapitalisme zelfs voor de geïndustrialiseerde landen in voorraad heeft, en New Orleans toont ons vandaag een glimp van deze sombere toekomst.

Als altijd is de bourgeoisie er als de kippen bij om met alle mogelijke alibi’s aan te komen om haar misdaden en eigen falen te verontschuldigen. Er wordt gejengeld dat ze doen wat ze kunnen, dat het om een natuurramp gaat en niet om een ramp door mensenhand veroorzaakt; dat niemand de ergste natuurcatastrofe in de geschiedenis van de natie had kunnen voorzien; dat niemand voorzag dat de dijken zouden breken. Critici van de regering, zowel in de Verenigde Staten als daarbuiten, schuiven de schuld voor het omvormen van een natuurramp in een sociale onheil op de incompetentie van het Bush-regime. Niets van dit geklets doet er toe. Het probeert alleen de aandacht af te leiden van de waarheid dat het kapitalistische systeem zelf verantwoordelijk is.

‘We doen alles wat we kunnen’ wordt zienderogen de meest gebruikte dooddoener uit de burgerlijke propagandavoorraad. Ze doen ‘alles wat ze kunnen’ om de oorlog in Irak te beëindigen, de economie te verbeteren, het onderwijs te verbeteren, om een einde te maken aan de misdaad, om de Space Shuttle veilig te maken, om de drugs te stoppen, en ga zo maar door. Er bestaat niets anders en er is ook niet meer dat ze zouden kunnen ondernemen. Je zou bijna gaan denken dat de regering nooit beleidskeuzen gemaakt heeft, nooit de mogelijkheid heeft gehad om alternatieven uit te proberen. Wat een nonsens. Ze voeren een beleid dat ze bewust kiezen – met duidelijk rampzalige gevolgen voor de maatschappij.

Voor wat betreft het argument van natuurcatastrofe versus een door mensen veroorzaakte ramp: zeker, de orkaan Katrina was een natuurkracht, maar de omvang van de natuurramp en van de sociale catastrofe was niet onvermijdelijk. Het was in ieder opzicht veroorzaakt en mogelijk gemaakt door het kapitalisme en zijn staat. De huidige toenemende destructiviteit van natuurrampen is wereldwijd aantoonbaar een gevolg van het roekeloze economische- en milieubeleid dat het kapitalisme voert in zijn onophoudelijke jacht naar winst. Of het nu gaat om het achterwege blijven van het toepassen van beschikbare technologie om de mogelijkheid van tsunamis in de gaten te houden en bedreigde bevolkingen tijdig te waarschuwen, of het nu gaat om het rooien van moerasbossen in ‘derde wereldlanden’ waardoor de vernietiging door moesson-overstromingen verergert, of dat het nu gaat om de onverantwoordelijke vervuiling van de aardatmosfeer door de uitstoot van ‘broeikas’-gassen, die de globale opwarming versterkt en mogelijk bijdraagt aan globale klimaatontwrichtingen. Voor wat betreft het laatste bestaat er aanzienlijk bewijs dat de globale opwarming heeft geleid tot stijgingen van de watertemperatuur en tot een toename van het aantal tropische depressies, stormen en orkanen in de afgelopen jaren. Toen Katrina Florida trof was het slechts een orkaan van de eerste categorie, maar na een week lang boven de Golf van Mexico te hebben gehangen, die een watertemperatuur van bijna 33°C heeft, bouwde zij zich op tot een storm van categorie vijf, met windsnelheden tot 280 kilometer per uur voordat zij de golfkust trof.

De ultra-linksen zijn alvast begonnen om op de banden van Bush met de energiesector te wijzen en zijn oppositie tegen de Kyoto-protocollen verantwoordelijk te maken voor de Katrina-catastrofe. Maar deze kritiek aanvaardt de uitgangspunten van het ‘debat’ binnen de kapitalistische klasse; alsof de toepassing van de Kyoto-overeenkomst werkelijk de effecten van de globale opwarming zou kunnen omkeren, en alsof de bourgeoisieën die vóór de Kyoto-protocollen zijn daadwerkelijk geïnteresseerd zijn in een vernieuwing van kapitalistische productiemethoden. Erger nog, zij vergeten dat het de regering Clinton was die, hoewel zij zich als milieuvriendelijk voordeed, als eerste de Kyoto-overeenkomst afwees. De weigering om de globale opwarming aan te pakken is het standpunt van de Amerikaanse bourgeoisie, en niet alleen van de regering Bush.

New Orleans, met een bevolking van bijna 600.000 mensen, en met voorsteden met nog meer inwoners, is grotendeels onder zeeniveau gebouwd; daardoor is het kwetsbaar voor vloedwater van de Mississippi-Rivier, van het Pontchartrain Meer en van de Golf van Mexico. De genietroepen van het leger van de Verenigde Staten ontwikkelden en onderhielden sinds 1927 een dijkensysteem om de jaarlijkse overstromingen van de Mississippi tegen te gaan. Dit maakte het mogelijk om industrie en landbouw naast de rivier te laten gedijen, en New Orleans kon groeien, maar het stopte de toevoer van natuurlijke sedimenten en grond die de wadden en moerassen van de Mississippi-delta aan de riviermonding vulden. Dit betekent dat deze wadden, die een natuurlijke bescherming vormden, gevaarlijk erodeerden, wat de stad kwetsbaarder maakte voor overstromingen vanuit zee. Dit was geen ‘natuurverschijnsel’, maar is door mensen in de hand gewerkt.

Het was ook geen natuurkracht die de Nationale Garde van Louisiana uitputte, die voor een groot deel voor de oorlog in Irak is gemobiliseerd. In de eerste drie dagen na de dijkdoorbraken waren er slechts 250 man beschikbaar voor hulp aan politie en brandweer in reddingsoperaties. Uit de staat Mississippi is een nog groter deel van de gardisten in Irak gelegerd.

Het argument dat deze ramp onvoorzien was, is ook al onzinnig. Wetenschappers, ingenieurs en politici hebben nu al bijna honderd jaar lang gedebatteerd over hoe de kwetsbaarheid van New Orleans voor orkanen en overstromingen aan te pakken. Halverwege de jaren 1990 ontwikkelden verschillende groepen wetenschappers en ingenieurs rivaliserende plannen, die tenslotte in 1998, tijdens de regering Clinton, tot een voorstel ‘Kust 2050’ leidden. Dit plan vroeg om een versterking en herbouw van de bestaande dijken, het aanleggen van een sluizensysteem en van nieuwe kanalen om de sedimentatie van de wadden in de delta te herstellen. Het had een prijskaartje van 14 miljard dollar aan investeringen voor een periode van tien jaar. Het plan haalde het niet in Washington tijdens Clinton’s ambtsperiode, en niet tijdens die van Bush. Verleden jaar vroeg het geniekorps om 105 miljoen dollar voor orkaan- en overstromingsmaatregelen in New Orleans, maar de regering keurde slechts 42 miljoen goed. Tezelfdertijd keurde het Congres de uitgave van 231 miljoen dollar goed voor de bouw van een brug naar een klein, onbewoond eiland in Alaska.

Een andere weerlegging voor het alibi dat ‘niemand voorzag’ is dat op de vooravond van de nadering van de orkaan de directeur van de FEMA (Federal Emergency Management Administration; het Federaal Beheer van Noodmaatregelen), Michael D. Brown in televisie-interviews opschepte dat hij na de tsunami in Zuid-Azië een noodplan had laten ontwerpen voor een rampenscenario in New Orleans, en dat de FEMA erop vertrouwde dat zij iedere eventualiteit aankon. Berichten uit New Orleans geven aan dat dit FEMA plan een beslissing bevatte om vrachtwagens met gratis aangeboden flessenwater terug te sturen, de aflevering van een paar duizend liter dieselbrandstof door de kustwacht te weigeren, en om noodcommunicatielijnen van de plaatselijke politieautoriteiten in de voorsteden van New Orleans te verbreken. Brown bestond het zelfs om inactiviteit bij het redden van de 25.000 mensen in het congrescentrum te excuseren door te zeggen dat de federale autoriteiten zich pas laat in de week van deze mensen bewust werden, alhoewel de nieuwsmedia al drie of vier dagen lang op televisie verslag deden van de situatie.

Terwijl burgemeester Ray Nagin, een democraat, de federale inactiviteit scherp aanklaagde, deden zijn plaatselijke ambtenaren geen enkele poging om voor een veilige evacuatie van de armen en ouderen te zorgen, namen zij geen verantwoordelijkheid op zich voor de distributie van voedsel en water, voorzagen zij niet in de bevoorrading of de beveiliging van de evacuatiecentra, en gaven de stad over aan chaos en geweld.

Alleen de arbeidersklasse kan een alternatief bieden

Miljoenen arbeiders zijn bewogen door het gruwelijke lijden aan de Golfkust en zijn hevig verontwaardigd over de gevoelloosheid van de officiële respons. In het bijzonder bij de arbeidersklasse bestaat er een geweldig gevoel voor werkelijke menselijke solidariteit met de slachtoffers van deze calamiteit. Terwijl de bourgeoisie haar medeleven betuigt al naar gelang het ras of de economische status van de slachtoffers, bestaat voor de meeste Amerikaanse arbeiders een dergelijk onderscheid niet. Zelfs wanneer de bourgeoisie vaak het racisme gebruikt om witte en zwarte arbeiders onderling te verdelen, en verschillende zwarte nationalistische leiders het kapitalisme een dienst proberen te bewijzen door erop te hameren dat de crisis in New Orleans een probleem is van zwart tegen blank, is het lijden van arme arbeiders en van de onderklasse in New Orleans een verschrikking voor de arbeidersklasse. Voor de bourgeoisie is de regering-Bush ongetwijfeld een armzalige ploeg, geneigd tot dwaasheid, loze gebaren en een trage respons in de huidige crisis. Dit zal haar toenemende impopulariteit versterken. Toch is de regering-Bush geen bedrijfsongeval. Zij weerspiegelt de grimmige werkelijkheid van een neergaande supermacht die de leiding heeft over een ‘wereldorde’ die in chaos verzinkt. Oorlog, hongersnoden en ecologische rampen, dat is de toekomst die het kapitalisme voor ons in petto heeft. Wanneer er enige hoop bestaat voor de toekomst van de mensheid, schuilt die in de ontwikkeling van het bewustzijn en het begrip van de werkelijke aard van de klassenmaatschappij door de wereldarbeidersklasse, die haar historische verantwoordelijkheid zal opnemen. Zij zal dit anachronistische, destructieve systeem aan de kant zetten om het te vervangen door een revolutionaire maatschappij onder haar controle, waarin werkelijke menselijke solidariteit en de bevrediging van menselijke behoeften het leidende beginsel zijn.

Internationalism (USA) / 04.09.2005

Geografisch: 

Theoretische vraagstukken: