In de huidige periode. Bestaat er een fascistisch gevaar?

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

In de afgelopen tijd is de regering Rutte (met de gedoogsteun van de PVV) regelmatig betiteld als Bruin I. Niet alleen ultralinks gebruikte deze term regelmatig, maar ook linksgeoriënteerde autonomen en zelfs anarchisten: "Bruin I is verantwoordelijk voor explosieve toename mensenhandel" schrijft Doorbraak. De PVV gaat een kabinet gedogen dat (oktober 2010) al door velen als Bruin I wordt bestempeld. "Er zullen er honderden fascisten uit heel Europa naar Amsterdam komen om Wilders een hart onder de riem te steken", formuleert Socialisme Nu met de nodige zorgvuldigheid. "Studenten sluit je aan: Protest tegen huurbeleid van Bruin I groeit",  verklaren de Kritische Studenten Utrecht zonder omwegen. "Het beloven spannende tijden te worden door de wereldwijde crisis en de bezuinigingen van Bruin I", schrijven De Vrije Bond en Klasse in hun Krisiskrant

Voor iedereen die niet op de hoogte is van alle details van de geschiedenis is Bruin I een verwijzing naar de eerste periode van het nationaal-socialisme, waar de SA (SturmAbteilung) van Röhm fungeerde als de lijfwacht van Hitler en consorten. Het uniform van de SA bestond uit een bruin overhemd en een bruine broek De SA ging zich, tot het moment van haar uitschakeling door de SS in 1934, te buiten aan allerlei vormen van straatterreur tegen Joden, communisten, en andere minderheidsgroepen.

Het gebruik van de term Bruin I in de huidige periode doet veronderstellen dat we hier in Nederland ook te maken met een of meerdere groepen, gelieerd aan de regering, die zich ook overgeven aan of oproepen tot een dergelijke vorm van straatterreur. Wilders zou daarmee bedoeld worden. Maar in tegenstelling tot iemand als Janmaat, die in de jaren 1980 regelmatig meeliep in demonstraties van de NVU (Nederlandse Volksunie), heeft hij zich nooit ingelaten of gedentificeerd met dit soort activiteiten.

Er mag dan een keer een protest geweest zijn tegen een of andere lezing in het Provinciehuis van Noord-Holland,die gehouden zou worden door Thomas van de Dunk, en waarin er vergelijkingen gemaakt zouden worden tussen Hitler en Wilders. Maar deze lezing is niet afgelast vanwege een dreigend fysiek optreden van de volgelingen van Wilders, maar na een onderhoud van een statenlid van de PvdA en van de PVV.

Het hiernavolgende artikel heeft dan ook volkomen gelijk als het stelt dat "de wezenlijke voorwaarde voor de instelling van het fascisme, vandaag de dag, niet is vervuld (...)  In de huidige periode moet het proletariaat veel meer vrezen voor de democratische misleidingen en de actie van die voormalige arbeiderspartijen, die overgelopen zijn naar de klassevijand. (...) Die laatsten zullen de eerste zijn om zich druk te maken over een fascistische dreiging teneinde de arbeiders op te trommelen voor de verdediging van de democratie en van links. en zo met andere woorden de handen vrij krijgt om de meest onmenselijkste maatregelen door te drukken gedicteerd door een overjaars kapitalisme".

De uiteenzetting voor onze publieke bijeenkomst van 30 juni te Parijs

Al geruime tijd, van de ene verkiezing naar de volgende, voeden de verkiezingsresultaten van extreem-rechts de vrees voor een fascistisch gevaar. Het is waar dat deze minderheid van de politieke klasse zich onderscheidt door een bijzonder hatelijk, racistisch, xenofoob... discours.

Het is ook waar dat een dergelijke discours de herinnering oproept aan weerzinwekkende thema’s die door de fascistische partijen naar voor werden geschoven bij hun opkomst naar de macht in de jaren 1930, in het bijzonder in Duitsland en Italië.

Laat die gelijkenis ons er toe te besluiten dat er vandaag een gevaar bestaat op een opkomst naar de macht van het fascisme zoals in de jaren 1930?

Ons antwoord op deze vraag, en de discussie erover, zijn juist het onderwerp van deze publieke bijeenkomst.

Een aantal elementen lijken te wijzen in de richting van een bevestigend antwoord op deze vraag:

•  vandaag, net als in de jaren 1930, wordt de meerderheid van de bevolking bijzonder hard getroffen door de economische crisis;

•  vandaag, net als in de jaren 1930, wordt in het discours van uiterst rechts gezocht naar een zondebok voor de kwalen van de maatschappij. Gisteren waren dat de joden, die aangeduid werden als de vertegenwoordigers van het statenloos grootkapitaal of anders verbonden aan het bolsjewistisch gevaar; vandaag de moslims of de Arabieren die ons “onze jobs afpakken” of die “onruststokers” zijn overal ter wereld;

•  vandaag, net als in de jaren 1930, zijn de sociale categorieën die het meest ontvankelijk zijn voor de thema’s van uiterst-rechts meestal de kleine handwerklieden en handelaars, die geruïneerd worden door de crisis, maar ook een deel van de arbeidersklasse;

•  vandaag is uiterst-rechts in opkomst in vele landen, talrijker nog dan in de jaren 1930, en de tendens is dat ze een groeiend politiek belang heeft:

- sinds 2010 zorgde in Nederland de eurosceptische en islamofobe Partij Van de Vrijheid (PVV), geallieerd aan de Liberale partij (VVD) en de christen-democraten (CDA), voor een parlementaire meerderheid in de regering, geleid wordt door een liberale premier, tot ze zich daar in maart van dit jaar van distantieerde;

- in Hongarije installeerde de Eerste Minister (die uit de wetgevende verkiezingen van 2010 naar voor kwam),  V. Orban, een autoritaire regering die volgens zijn democratische opposanten “de democratie geliquideerd” heeft; het is alleszins waar dat hij behalve zeer zware aanvallen op de levensvoorwaarden van de arbeidersklasse, een aantal mechanismen van de democratie heeft uitgeschakeld;

- In Oostenrijk, bij de wetgevende verkiezingen van 2008, hebben de twee voornaamste partijen van uiterst-rechts, FPÖ en BZÖ, samen 29% van de stemmen behaald;

- In de Verenigde Staten vormt de Tea Party, die sommige van de meest reactionaire propagandathema’s ontwikkelt, zoals de eis dat het creationisme moet worden onderwezen op school, een zeer invloedrijke kracht in de rechterzijde.

• zelfs partijen die zich niet beroepen op uiterst-rechts nemen er toch openlijk thema’s van over. In Zwitserland bijvoorbeeld voerde de populistische Democratische Centrum Unie een publiciteitscampagne waarin een wit schaap een zwart schaap verjaagt, waarbij dat laatste symbool staat voor de Arabieren en de Roemenen, de twee nationaliteiten die in dit land aan de schandpaal worden genageld.

Al die voorbeelden en elementen voor de analyse lijken op het eerste zicht de stelling te bevestigen dat er een fascistisch gevaar bestaat in de huidige periode.

We mogen echter niet blijven steken op dat niveau van de analyse. Om twee historische periodes te vergelijken, in dit geval de jaren 1930 en de periode die we vandaag beleven, kunnen we ons er niet toe beperken enkele elementen uit de ene en de andere periode te halen, hoe belangrijk die ook zijn – zoals de crisis, de opkomst van uiterst-rechts, een zeker succes van xenofobe en racistische thema’s, enz. We moeten die elementen terugplaatsen in de context van de dynamiek van de maatschappij en in de krachtsverhouding, binnen die dynamiek, tussen bourgeoisie en proletariaat.

Dat is precies wat we voorstellen hier te doen.

Waarvan is het fascisme in de jaren 1930 het product?

Zoals we reeds zeiden: van de crisis. Maar om te begrijpen waarom in sommige landen deze bijzondere vorm van heerschappij van het kapitalisme over de maatschappij werd ingesteld, moet rekening worden gehouden met een andere, volgens ons essentiële, factor.

We bedoelen de zwaarste nederlaag die de arbeidersklasse in heel haar bestaan te verduren heeft gekregen, namelijk die van de internationale revolutionaire golf van 1917-23. We herinneren eraan dat deze de vorm heeft aangenomen van de ontaarding van de Russische revolutie en de fysieke en ideologische verplettering van het proletariaat door de bourgeoisie. En dat in het bijzonder in de landen waar het proletariaat het verst gegaan was, door zijn revolutionaire strijd, in het in vraag stellen van de kapitalistische orde. Alle communistische partijen veranderden in organen ter verdediging van het kapitalisme, onder een bijzondere vorm, die van het staatskapitalisme in de vorm waarin dat bestond in de USSR.

Die zware nederlaag gaf de aanleiding voor de langste en diepste periode van contra-revolutie over de hele wereld, de ergste die het proletariaat ooit gekend heeft. Het voornaamste onderscheidend kenmerk van die contra-revolutie is dat ze het proletariaat van de gehele wereld steeds meer onderworpen heeft aan de eisen van de bourgeoisie. Het toppunt van die onderwerping was de mobilisatie van het proletariaat als kanonnenvlees in de imperialistische Tweede Wereldoorlog.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vinden we bij de voornaamste oorlogvoerende landen van beide tegenover elkaar staande  blokken drie verschillende organisatiemodellen van de maatschappij, alle drie kapitalistisch en alle drie gebouwd rond de versterking van het staatskapitalisme, dat toen een algemene tendens was die inwerkte op alle landen ter wereld:

– de democratische kapitalistische staat,

– de stalinistische kapitalistische staat,

– de fascistische kapitalistische staat.

De verschillen die de democratische kapitalistische staat vertoont met beide andere zijn duidelijk. Met de afstand waarover we vandaag beschikken, is het ook evident dat hij efficiënter is dan beide andere staatsvormen, zowel wat betreft het beheer van het productie-apparaat als wat betreft de controle over de arbeidersklasse. Er bestaan natuurlijk vormverschillen tussen de fascistische en de stalinistische kapitalistische staat, waarbij deze laatste zich ontwikkeld heeft op basis van de staatsbureaucratie die geleidelijk aan de plaats innam van de vervallen oude bourgeoisie. Maar daar willen we nu niet over uitweiden.

Hoe het bestaan van de fascistische kapitalistische staat in die periode verklaren?

Het feit dat het de fascistische kapitalistische staat (net als de stalinistische) geheel ontbreekt aan enig democratisch mechanisme, dat in de eerste plaats bedoeld is om de arbeidersklasse te misleiden, vormt geen probleem op het moment waarop die regimes ingesteld worden, in de USSR, in Duitsland en in Italië. Het is dan inderdaad geenszins nodig het proletariaat te misleiden, gezien dit haast levenloos achterblijft na de nederlaag van de revolutionaire golf (in het bijzonder in de USSR en Duitsland). Het komt er dan op aan het levenloos te houden door het geweld van een wrede openlijke dictatuur.

In Duitsland en in Italië krijgen de fascistische partijen de opdracht, in het belang van het nationaal kapitaal, de politieke optie van het staatskapitalisme op zich te nemen in de context van een economie die gedesorganiseerd is door de oorlog, tegen de muur gezet door een diepe economische crisis: de bourgeoisie van die landen staat voor de noodzaak een nieuwe oorlog voor te bereiden. Die wordt in het teken geplaatst van de revanche voor de nederlaag en/of de vernedering die ondergaan werd bij de Eerste Wereldoorlog. En de fascisten waren sinds het begin van de jaren 1920 juist de kampioenen van een dergelijke optie.

We moeten aanstippen dat in beide landen de overgang van de democratie naar het fascisme zich op democratische wijze voltrokken heeft, met de steun van het grootkapitaal.

We hebben al gesproken van de diepe nederlaag van de arbeidersklasse als de wezenlijke voorwaarde voor de instelling van het fascisme in de landen waar het aan de macht gekomen is. Volgens een geloof dat op ruime schaal onderhouden wordt door de bourgeoisie, zou het fascisme het instrument geweest zijn van de nederlaag van de arbeidersklasse in de jaren 1920-1930. Dat is volledig onjuist. Het fascisme heeft enkel de laatste hand gelegd aan de nederlaag waarvan het voornaamste instrument de linkerzijde van het politiek apparaat van de bourgeoisie is geweest. Die linkerzijde werd tijdens de revolutionaire golf vertegenwoordigd door de partijen van de sociaal-democratie, die de arbeidersklasse en het proletarisch internationalisme verraden hadden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden ze het proletariaat inderdaad opgeroepen de oorlogsinspanning van de bourgeoisie in de verschillende landen te steunen, tegen de beginselen zelf in van het proletarisch internationalisme.

Hoe komt het dat ze die rol zijn gaan spelen? Lag het aan de omstandigheden of beantwoordde het integendeel aan een noodzaak? Tegenover een arbeidersklasse die niet verslagen is, en die bovendien haar revolutionaire strijd ontwikkelt, waardoor sommige repressiekrachten van de bourgeoisie ondoeltreffend worden, zou het gelijkstaan met zelfmoord als de bourgeoisie in de eerste plaats en vooral bruut geweld zou gebruiken. Bruut geweld kan enkel efficiënt zijn als het ten dienste gesteld wordt van een strategie die in staat is het proletariaat te misleiden om het tot het maken van fouten te drijven, het doodlopende straatjes in te sturen, het in valstrikken te lokken. En dat smerig werk kan enkel uitgevoerd worden door politieke partijen die, al hebben ze het proletariaat verraden, nog steeds vertrouwen genieten in belangrijke delen van de klasse.

Zo kwam in 1919 de taak toe aan de zeer democratische Duitse SPD, de laatste politieke pijler van de kapitalistische heerschappij die nog overeind bleef tijdens de revolutie in Duitsland, de beul te zijn van de revolutionaire arbeidersklasse. Daartoe rekende zij op de resten van het leger die de staat trouw gebleven waren en zette de vrijkorpsen op, repressieve korpsen die de voorlopers waren van de stoottroepen van het nazisme.

Een bijkomende verificatie van dit verschijnsel wordt geleverd door de gebeurtenissen in Spanje in de jaren 1930. De arbeidersklasse wordt eerst op bloedige wijze verzwakt door de Republiek voor ze, geïmmobiliseerd door het Volksfront, overgeleverd wordt aan de franquistische troepen. Dan wordt de fascistische dictatuur van Franco ingesteld.

Om die reden zijn, onder alle vijanden van de arbeidersklasse, democratisch rechts, democratisch links, uiterst-links, al of niet democratisch, populisten, al of niet bij het fascisme aanleunend, zijn van al die vijanden de gevaarlijkste zij die in staat zijn het proletariaat te misleiden, teneinde het te beletten voortgang te maken in de richting van zijn revolutionair project. Die fracties, dat wil in de eerste plaats zeggen de linkerzijde en uiterst-linkerzijde van het kapitaal, moeten absoluut ontmaskerd worden om te tonen wat ze zijn.

Hoe ziet de situatie er in de huidige periode uit?

Het grote verschil met de jaren 1930 is dat de arbeidersklasse in 1968 in Frankrijk en internationaal een nieuwe opgang van de klassenstrijd geopend heeft, een nieuwe dynamiek van die klassenstrijd die kan uitmonden op belangrijke confrontaties tussen de klassen en op de revolutie. Hoewel ze sindsdien op zeer belangrijke moeilijkheden gestuit is, heeft de arbeidersklasse geen grote nederlaag geleden, waardoor een periode van wereldwijde contra-revolutie zou geopend zijn vergelijkbaar met die van de jaren 1930.

Om deze reden is de wezenlijke voorwaarde voor de instelling van het fascisme, namelijk een proletariaat dat op wereldvlak verslagen is, ideologisch en fysiek verslagen in bepaalde centrale landen van jet kapitalisme, vandaag niet vervuld.

In de huidige periode moet het proletariaat veel meer vrezen voor de democratische misleidingen en de actie van die voormalige arbeiderspartijen die overgelopen zijn naar de klassenvijand, dan voor een direct gevaar verbonden aan de instelling van het fascisme. Inderdaad, de functie van die linkse partijen is de sabotage van elke inspanning van de arbeidersklasse om zich te verdedigen tegen het kapitalisme en haar revolutionaire aard te bevestigen. Het is geen toeval dat die partijen vandaag de eerste zijn om zich druk te maken over een fascistische dreiging teneinde de arbeiders op te trommelen voor de verdediging van de democratie en van links.

Hoe kunnen we in deze omstandigheden de opkomst verklaren van populistische partijen die thema’s aansnijden die eigen zijn aan het fascisme uit de jaren 1930?

Ze is een gevolg van de moeilijkheden die de arbeidersklasse ondervindt om haar eigen perspectief, dat van de proletarische revolutie, te ontwikkelen als alternatief voor het failliet van de kapitalistische productiewijze.

Ook al heeft de bourgeoisie de handen niet vrij om haar eigen logica te ontketenen tegenover de crisis van haar systeem, dat wil zeggen de algemene imperialistische oorlog, dan nog rot de maatschappij ter plekke, als gevolg van de economische crisis. Dat proces van ontbinding van de maatschappij brengt een geheel van obscurantistische, xenofobe ideologieën voort, gebaseerd op de haat voor de ander die als concurrent en vijand wordt beschouwd, enz. Een aanzienlijk deel van de bevolking, inclusief delen van de arbeidersklasse, wordt op verschillende niveau’s beïnvloed door deze stemming.

Daartegenover bestaat de oplossing er zeker niet in een specifieke strijd of mobilisatie tegen het fascisme te ontwikkelen, zoals Mélenchon voorstelt, noch de verdediging van de democratie, maar wel de ontwikkeling van de zelfstandige strijd van het proletariaat tegen het kapitalisme en al zijn componenten.

IKS/ 30.06.2012