Strijd tegen uitbuiting en onderdrukking is ook strijden voor respect!

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

“De mars van respect”

Respect voor de schoonmakers, respect voor het werk dat ze doen, respect voor hun inzet, respect voor hen die het minderwaardigste werk doen voor het laagste loon …. De schoonmakers hebben gelijk om respect te vragen: er wordt ook op hen neergekeken, ze worden behandeld als het ‘uitschot’ van de maatschappij en hun werk wordt op geen enkele manier gewaardeerd. Maar nu stelt zich de vraag:

- zijn zij het enige deel van de arbeidersklasse, wier werk niet gewaardeerd wordt, en is het niet zo dat het langzamerhand de algemene tendens is binnen het kapitalisme om alle arbeiders als een citroen uit te knijpen en ze, als er geen productief leven meer in zit, als oud vuil aan de kant te smijten?

- dat het ritme, de vorm en de plaats van de acties voornamelijk wordt overgelaten aan de vakbond, is dat echt de beste manier om respect af te dwingen? De vakbond heeft immers nooit uitgeblonken in de verdediging van de belangen van de arbeiders, daarentegen wel een behoorlijke reputatie opgebouwd om ieder vorm van de arbeidersstrijd in een impasse te leiden.

De ‘eis’ om respect is een eis, die een werkelijk bestaande behoefte in de klasse tot uitdrukking brengt. Maar de manier waarop die onder de schoonmakers vorm gegeven wordt, beantwoordt niet echt aan de natuur van een arbeidersklasse, die strijd voor het behoud van haar waardigheid tegen de toenemende opdrijving van het werktempo, tegen de verlaging van hun lonen, en tegen de precariteit, waar een steeds groter deel van de klasse in ondergedompeld wordt. Waarom, zo stelt zich de vraag? Omdat de arbeidersklasse niet klasse is die om respect vraagt, maar één is die respect afdwingt: óf ze werkt om, hoe dan ook, op een waardige manier haar bijdrage te leveren aan het maatschappelijke productieproces óf ze neemt onverbiddelijk de strijd op omdat de werkomstandigheden te mensonwaardig zijn geworden.

Vormloze acties, die worden voorgesteld als strijd van de onderklasse

Hoe moeten we de ‘acties’ van de schoonmakers in januari en februari dan inschatten? Is dat een vorm van strijd, die werkelijk tot uitdrukking brengt hoe de klasse haar strijd voert en haar eigen identiteit in de strijd vorm geeft of zijn dit vormloze acties, die gekneed zijn op de manier die vakbonden en de rest van de burgerlijk fracties in Nederland dat graag zien?

Wat de arbeidersstrijd kenmerkt en wat haar strijd vooruitzicht geeft, is de massale, verenigde strijd, waarin ze haar solidariteit tot uitdrukking brengt. Haar strijd kenmerkt zich door gevechten, die overal tegelijkertijd plaatsvinden en waarbij politieke en economische vormen van strijd voortdurend door elkaar heenlopen en zich met elkaar vermengen. Ze kenmerkt zich tevens door de tendens om de strijd zelf in handen te nemen en, in algemene vergaderingen, zelf te beslissen over de richting van de strijd.

De regionale acties, die in de zomer van het afgelopen jaar, bij de bedrijfspoorten van de sociale werkvoorzieningen plaatsvonden, zijn daar verre van gebleven. Integendeel de linkse partijen hebben er goede sier mee kunnen maken door in de diverse gemeenteraden, waar deze sociale werkvoorzieningen onder vielen, luid en potsierlijk te protesteren en voorstellen te doen om de ergste gevolgen voor de betrokkenen af te zwakken

In het kader van de onderhandelingen over een nieuw akkoord tussen de vakbonden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) protesteerden de gemeenteambtenaren in de week van 2 tot 10 november tegen voorgenomen bezuinigingen, ontslagen en verhoogde werkdruk in de publieke sector. Maar de acties werden door de vakbond plaatselijk afgezonderd en in allerlei verschillende vormen gegoten, zodat de protesterende werkers geen enkele kans kregen hun solidariteit met elkaar tot uitdrukking te brengen en hun strijd een meer algemeen karakter te geven.

De huidige acties onder de schoonmakers zijn, na de zoveelste “mars van respect”, ook niet in staat om de werkelijke strijdwil van de klasse tot uitdrukking brengen. Eveneens gaat het idee van het ‘recht op respect’ ervan uit dat er voor ons nog rechten bestaan. In het kapitalisme bestaat echter maar één recht: dat van de ondernemers om de arbeiders uit te buiten en over onze ruggen winst te genereren. De schoonmakersacties zijn grotendeels een manoeuvre van de bourgeoisie om, met de vakbond voorop, de aandacht af te leiden van situatie van de ‘gewone’ werkers, die zo langzamerhand allemaal geconfronteerd worden met dezelfde precaire levensomstandigheden (1)

Acties, zoals hierboven geschetst, lijken heel radicaal, maar zijn het alleen maar in schijn. Daartegenover dragen ze zelfs het gevaar in zich de verdeling en machteloosheid in de klasse alleen maar te doen toenemen. En dat niet alleen omdat ze geen werkelijke klassemacht tot uitdrukking brengen, maar ook omdat ze worden voorgesteld als een strijd van een specifieke onderklasse, en niet als een uitdrukking van de arbeidersklasse. Hiermee worden ze worden zorgvuldig gescheiden gehouden van strijd van de werkers in het onderwijs, de mensen van het openbaar vervoer, de werkers in de zorg, de arbeiders bij NedCar en Wegener, enzovoort

Dit geldt eveneens voor de komende actie-tiendaagse tegen bezuinigingen op de bijstand, de sociale werkvoorziening – waar 60.000 banen moeten verdwijnen - en de Wajong (de uitkering voor jonggehandicapten) die waarschijnlijk net zo weinig zoden aan de dijk zetten. Of de FNV de acties nu voert onder de leuze: ‘Armoede werkt niet’ of ‘Laat kwetsbaar Nederland niet vallen’ …

Beide bovengenoemde groepen laten de overdenking van de strijd nagenoeg geheel over aan de vakbond en worden zodoende meestal door de voorstellen van deze laatste ingepakt. Hun acties zijn dan ook niet in staat het systeem werkelijk in vraag te stellen en relatief gemakkelijk in een ‘democratisch’ vaarwater gevangen te houden. Daarbij sluiten, wat betreft de schoonmakers, alle linkse fracties van de bourgeoisie zich aan bij de campagne om er een graantje van mee te pikken.

- Voor de FNV (met zijn organising) is natuurlijk het belangrijkste dat ze haar geloofwaardigheid weer wat kan opkrikken onder een deel van de werkers, dat tot nog toe niet of nauwelijks ‘georganiseerd’ was en weer een aantal nieuwe leden kan inschrijven;

- Voor parlementair links (SP, GroenLinks) gelden er ander belangen, die overigens niet tegengesteld zijn aan die van de vakbond. Zij ondersteunt de manoeuvres van de vakbonden vooral op propagandistisch vlak door nog eens extra te onderstrepen dat de schoonmakers net zozeer respect verdienen

Er waren ook pogingen van minderheden van de klasse om de solidariteit met de schoonmakers in concrete activiteiten tot uitdrukking te brengen. Maar dat ging nog gepaard met de nodige illusies. Er werd niet goed begrepen dat, als de schoonmakers wordt voorgehouden dat er een fundamenteel verschil is tussen hun strijd en die van de klasse als geheel, je de daaruit voortvloeiende verdeling niet oplost door ze als een soort van katalysator van de strijd te bombarderen.

Toch bestonden er tegelijkertijd ook geluiden, die er geen enkele misverstand over lieten bestaan dat: “We achter de eisen staan van de schoonmakers, dat we solidair zijn met hun strijd, en dat we bereid zijn om (nu en in de toekomst) zij aan zij te staan met wie opkomt voor onze rechten als mensen, als werknemers, rechten die juist nu in deze onnodige crisistijd extra onder druk komen te staan, voor schoonmakers, andere arbeiders en studenten wereldwijd.” (Kritische Studenten Utrecht)

De natuur van de arbeidersstrijd

Natuurlijk hebben zowel de schoonmakers, de jonggehandicapten, evenals de scholieren en de leraren, groot gelijk hebben om zich verzetten tegen de verslechtering van hun werk- en levensomstandigheden. Hetzelfde geldt voor acties die op stapel staan onder de werkers van het (aangepast) onderwijs, de gemeente-ambtenaren, enzovoort. Ze maken deel uit van dezelfde klasse en de gelijktijdigheid van hun strijd kan de voorwaarden scheppen voor een nieuwe periode van gemeenschappelijk verzet. Maar dat zal niet gemakkelijk zijn, omdat de klasse nog in verwarring is over haar eigen identiteit en nog onvoldoende vertrouwen heeft in eigen kracht. En om die moeilijkheid te boven te komen, moet ze eerst een zekere vorm van angst zien te overwinnen en de strijd een massaal karakter geven.

De werkers van ‘Viva Zorggroep’ in de zomer van 2011 hebben daartoe een eerste aanzet gegeven. In hun strijd kwam het wezen van de arbeidersstrijd duidelijker tot uitdrukking, door hun pogingen, niet alleen om hun strijd zelfstandig te voeren, maar ook om solidariteit te zoeken bij andere delen van de klasse, ook al gebeurde dat hoofdzakelijk bij dezelfde categorie van thuiszorgmedewerkers.

De strijd van de klasse kwam, aan het einde van het afgelopen jaar, ook duidelijker tot uitdrukking bij de schoonmakers bij een tweetal Ministeries. Bij beide Ministeries wil de bourgeoisie 25% aan bezuinigen doorvoeren door hetzelfde werk met minder mensen te doen en de werkdruk tot op een onmenselijke manier op te voeren. Maar de schoonmakers hebben vijftig dagen lang geen millimeter toegegeven en met hun actie - die zelfs de nodige sympathie ondervond onder een deel van de ambtenaren - voorlopig toch een werkgarantie en een onafhankelijke werkdrukmeting afgedwongen.

Bij de zorginstelling Amsta zijn in de week van 25 januari 100 medewerkers naar de voorzitter van de Raad van Bestuur gestapt met de duidelijke boodschap: "Wij willen goede kwaliteit van zorg geven, dat betekent dat er meer personeel bij moet en dat de flexibele inzet minder moet". Zich realiserend dat ze na hun actie, flink onder druk zouden kunnen worden gezet, brengt hun actie toch de moed tot uitdrukking die er op dit moment in de klasse bestaat.

Op woensdag 1 februari heeft er een actievergadering plaatsgevonden van de studenten ter voorbereiding van de strijd tegen de komende afschaffing van de studiefinanciering in de masterfase. De vergadering heeft unaniem besloten om de strijd aan te gaan onder de leus: “Goed en toegankelijk onderwijs”, zowel voor de universiteiten, als de hogescholen, de vmbo’s, het aangepast onderwijs als het basisonderwijs. Net zoals de schoonmakers, de arbeiders in de havens, de scholieren, de transportarbeiders, de leraren, de mensen van het openbaar vervoer, waarmee ze zich verwant voelen en solidair zijn, eisen studenten ook een vooruitzicht op een fatsoenlijke opleiding.

Bovengenoemde voorbeelden laten zien dat er nog veel potentieel aan strijdwil bestaat in de klasse. In de komende periode bestaat er daarom een reëel perspectief tot versterking van de strijd. Daarbij is het essentieel dat de arbeiders zich niet blijven blindstaren op de bijzondere strijd van de speciale categorieën, zoals die van een zogeheten ‘precariaat’, maar haar zicht verbreedt, de solidariteit ontwikkelt door eisen formuleren waar een groter deel van de klasse zich in herkent. Alleen zo kan het potentieel van de situatie werkelijk tot uitdrukking gebracht worden in een strijd met vooruitzicht: een steeds massalere beweging met uitzicht op een alternatief voor het kapitalisme.

Dellix / 15.12.2012

1) Een werkgroep van ambtenaren heeft laten doorschemeren dat er, bovenop de geplande 18 miljard, nog eens 15 miljard bezuinigd moet gaan worden in de publieke sector. Daarnaast kondigen de bedrijven in de privé-sector in Nederland (Philips, KLM en TataSteel, de bouwsector) de ene reorganisatie na de andere aan. Dit maakt duidelijk dat werkelijk de hele arbeidersklasse, geen enkele categorie meer uitgezonderd, wordt aangevallen middels ontslagen en een meer dan gemiddelde verlaging van hun inkomens.