Egypte, Tunesië: Onze kracht is de massale strijd!

Printvriendelijke versieSend by email

Wat is er deze afgelopen weken gebeurd in Tunesië en Egypte en wat gebeurt er op dit moment in Libië? Een massale opstand van de bevolking en van de uitgebuite klassen tegen de terreurregimes, tegen de verschrikkelijke levensomstandigheden, tegen een werkloosheid en een ellende die ondraaglijk geworden is door de druk van een economische crisis. Deze vloedgolf laat aan de hele wereld zien dat de regeringen, zelfs de meest bloedigste, niet almachtig zijn. Het is mogelijk om ze omver te werpen. Net zoals er na het vertrek van Moebarak in Egypte en Ben Ali in Tunesië niets opgelost is. In Egypte, net als in Tunesië, behoren de nieuwe´vertegenwoordigers´ van de macht, of ze nu civiel of militair zijn, tot dezelfde kliek, tot hetzelfde kamp, tot dezelfde klasse als de oude machthebbers. Zij bewaken hetzelfde doel: ons uit te buiten!

Nadat ze decennialang vriendschap hadden gesloten met al deze dictators, bewierookt de westerse bourgeoisie, zowel links als rechts, nu op een hypocriete manier de ‘moedige volkeren die vechten voor de democratie’. Maar de ellende en de onderdrukking, die de revolte hebben uitgelokt, zijn nog altijd aanwezig. Zoals ze aanwezig blijft in de hele wereld in dienst van het kapitalisme en de heersende klasse.

Wat is de betekenis van de revolte?

 

Het ‘domino’-effect, dat op dit moment leidt tot de omverwerping of het rechtstreeks in vraag stellen van de tirannieke regimes in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, roept bij velen de gedachte op aan de kettingreactie, die de ineenstorting van de regimes van het Oostblok in het begin van de jaren 1990 kenmerkte. Ze gaat bovendien gepaard met eenzelfde illusie: de diverse volkeren, bevrijd van tientallen jaren van terreur, te doen vastklampen aan de valse democratische hoop. Maar er bestaat een enorm verschil tussen de twee gebeurtenissen en twee periodes. In 1989-´90 was het de bourgeoisie die er alleen profiteerde door haar leugenachtige ideologie te verspreiden over de dood van het kommunisme (door dit gelijk te stellen aan de ontbindende stalinistische regimes). De proletariërs waren zich er dus niet bewust van dat er in werkelijkheid een heel deel van het kapitalistische systeem, dat bankroet was, ineenstortte. Deze omvangrijke propaganda had een zeer belangrijke slag toegebracht aan het moreel en de strijdbaarheid van onze klasse. Concreet gezien waren er in de hele jaren 1990, in de hele wereld, zeer weinig momenten van strijd. Maar op dit moment vormt de bevrijding van hele volkeren van het juk van het enorme gewicht dat deze gehate dictaturen oplegden, integendeel een aanmoediging tot strijd overal in de wereld, zelfs als deze opstanden gevangen blijven in de verderfelijke nationalistische ideologieën en in sterke illusies omtrent mogelijke verkiezingen. De aanwezigheid van de arbeiders in de beweging, die zich bevestigen op hun klasseterrein, rondom hun eigen eisen, vormt daarin bovendien het meest positieve element. En het is precies dat aspect dat bij de bourgeoisie, overal in de wereld, de vrees doet toenemen. De arbeidersstrijd, die in het begin verdronken werd in de uitbarsting van algemene woede, heeft vooral in Egypte een rol gespeeld die de gebeurtenissen zeker versneld hebben. Het is veelbetekenend dat, slechts 48 uur na de uitbreiding van de stakingen in de industriële regio van heg Suezkanaal, Obama het leger ervan heeft overtuigd dat het vertrek van Moebarak onmiddellijk moest plaatsvinden. En het is nog verhelderender te zien dat de stakingsbeweging zich daarna verder uitbreidde. Daardoor werd het leger, de nieuwe nationale heerser, ertoe gedwongen om een ondubbelzinnige boodschap te lanceren waarbij op  intimiderende wijze te kennen werd gegeven aan de stakers om te stoppen en aan de arbeiders en ambtenaren het werk weer op te nemen!

 

Een bevestiging van de arbeidersstrijd .....

 

Hossam el-Hamalawy (1) beschrijft, in een artikel in De Guardian van 14 februari, deze opleving van de strijd van de arbeiders als volgt: "Alle klassen in Egypte namen deel aan de opstand. Moebarak slaagde erin om alle sociale klasse van zich te vervreemden. Op het Tahrirplein vond je zoons en dochters van de Egyptische elite, samen met arbeiders, mensen uit de middenklasse en armen uit de stad. Maar bedenk wel dat pas toen de massastakingen begonnen, op woensdag, de macht van het regime begon af te brokkelen en het leger Moebarak moest dwingen om zich terug te trekken, omdat het systeem op het punt stond ineen te storten. (....) Vanaf de eerste dag van de opstand, op 25 januari, heeft de arbeidersklasse deelgenomen aan de protesten. Maar de arbeiders namen in eerste instantie deel als ‘protesterenden’ en niet zozeer als ‘arbeiders’, wat wil zeggen dat ze niet onafhankelijk handelden in de beweging . Het waren niet de protesterenden die de economie hadden stopgezet, maar de regering met zijn avondklok en door de banken en de zakencentra te sluiten. Het was een kapitalistische staking, bedoeld om de Egyptische bevolking te terroriseren.

In een artikel op www.pmpress.org geeft David McNally(2) een idee van de omvang van de arbeidersstrijd: “In de week van 7 februari, in de loop van een paar dagen,  gingen tienduizenden van hen plotseling over tot actie. Duizenden spoorwegarbeiders staakten en blokkeerden hierbij de spoorlijn. Zesduizend arbeiders bij de Suezkanaal dienst liepen weg van hun werk, en hielden een sit-in in Suez en in twee andere steden. In Mahalla gingen 1500 arbeiders van de Abul Sebae Textielfabriek in staking en blokkeerden de autosnelweg. In het Kafr al-Zayyat-ziekenhuis organiseerden honderden verplegers een sit-in en werden daarbij vergezeld door honderden werknemers van andere ziekenhuizen. Door heel Egypte heen sloten zich duizenden anderen - buschauffeurs in Cairo, werknemers bij Telecom Egypte, journalisten van een aantal kranten, arbeiders van de farmaceutische bedrijven en bij de staalbedrijven - bij de strijdgolf aan . Ze eisten hogere lonen, het ontslag van wrede managers, uitbetaling van achterstallig loon, betere werkomstandigheden en onafhankelijke vakbonden. In vele gevallen eisten ze ook de terugtrekking van President Moebarak. En in sommige gevallen, zoals dat van de 2000 arbeiders bij de Helwan Zijdefabriek, eisten ze de verwijdering van de raad van directeuren van hun onderneming. Tenslotte waren er ook nog duizenden leden van het college van professoren van de Universiteit van Cairo, die zich bij de protesten aansloten, de confrontatie met de veiligheidstroepen aangingen, en de Eerste Minister, Ahmed Shariq, verhinderden zijn regeringskantoor binnen te gaan.”

We zouden er talrijke andere voorbeelden aan toe kunnen voegen: ongeveer 20.000 arbeiders van Al-Mahalla Al-Kobra, de grootste spin- en weeffabriek van Egypte, meer dan 100 kilometer ten noorden van Cairo, die een staking uitriepen na een pauze van drie dagen, de bankbedienden die de afzetting eisten van hun corrupte bazen, de ambulanciers die, uit protest tegen de lonen, hun voertuigen gebruikten om wegen te blokkeren, de arbeiders die voor het kantoor van de Federatie van Egyptische vakbonden manifesteerden, om ze daarbij aan te klagen als een ‘bende dieven’ en een ‘groep gangsters’ en haar opheffing vroegen (de sterke arm van de ordedienst van de vakbonden beantwoordde het protest van deze arbeiders natuurlijk met .... slagen en kogels). Er zouden hier, zonder twijfel, nog vele andere voorbeelden aan toegevoegd kunnen worden.

 

.... ondanks de democratische illusies

 

Nu de massale manifestaties versnipperd zijn, doet het gerucht de ronde dat arbeidersvergaderingen verboden zouden zijn. We weten al dat in de hele periode, waarin het leger zich er op voorstond de mensen te beschermen, honderden militanten werden gearresteerd en gemarteld door ditzelfde instituut van het ‘volk’, en er is geen enkele reden om te verwachten dat dit soort van ‘normale’ repressie niet voortgezet zou worden, zelfs als frontale botsingen worden vermeden.

Eveneens bestaan er illusies dat het leger tot het volk behoort. Deze illusies zijn gevaarlijk, want ze verhinderen de onderdrukten om te zien wie hun vijand is en waar de volgende slag vandaan zal komen. Maar deze illusies over het leger maken deel uit van de meer algemene illusies over de ‘democratie’, namelijk dat een verandering in de vorm van de kapitalistische staat de functie van deze staat zal veranderen en haar in dienst zal stellen van de behoeften van de meerderheid van de bevolking. De oproep om onafhankelijke vakbonden te vormen, die vele stakingen kenmerkt, vindt haar oorsprong in het bijzonder in een variant op deze ‘democratische’ mythe. Zij is gebaseerd op het idee dat de kapitalistische staat, waarvan de rol is om een systeem te beschermen, dat noch aan de arbeiders noch aan de mensheid als geheel iets te bieden heeft, de uitgebuite klasse haar eigen onafhankelijke permanente organisaties kan waarborgen.

 

Wat zijn de perspectieven voor de klassestrijd?

 

We zijn nog ver af van de revolutie in de enige betekenis zoals die momenteel kan plaatsvinden: de internationale proletarische revolutie. Het authentieke revolutionaire bewustzijn, dat nodig is om zo’n revolutie naar de overwinning te voeren, kan zich alleen maar op wereldschaal ontwikkelen. Ze kan zich niet concreet ontwikkelen zonder de beslissende bijdrage van de meest ervaren arbeiders van de oudste kapitalistische landen, die van Europa. Maar de proletariërs (en de andere onderdrukte lagen) van het Midden-Oosten en van Noord-Afrika hebben, door hun strijd, reeds de essentiële lessen voor het wereldproletariaat voor het voetlicht geplaatst: over de manier waarop hun eigen strijd in handen genomen moet worden, over de organisatie van de bezetting van de straat, over de solidariteit en de wederzijdse hulp ... Op het Tahrirplein heeft deze creativiteit op het gebied van zelforganisatie van de arbeidersstrijd zich al uitgedrukt, zoals McNally dat beschrijft: “Op het Tahrirplein, het zenuwcentrum van de ‘revolutie’, was de menigte, soms met honderdduizenden protesterenden, rechtstreeks betrokken in de beslissingen. Georganiseerd in kleinere groepen, discussiëren en debatteren de mensen, en zenden dan verkozen delegaties naar de plaatsen waar overlegd wordt over de eisen van de beweging. (...) delegaties van de mini-vergaderingen komen dan samen om te discussiëren over de heersende stemming, voordat de mogelijke eisen, via het geïmproviseerde luidsprekersysteem van het plein, worden voorgelezen. De aanvaarding van ieder voorstel gebeurt op basis op de omvang van het boegeroep of gejuich, die het ontvangt van menigte als geheel.” Eveneens lessen over de manier waarop men zich collectief kan verdedigen tegen de aanvallen van de politie en de plunderaars, over manier waarop de sektarische verdelingen tussen de soennieten en de shi’iten,  moslims en de christenen, religieuzen en niet-religieuzen overwonnen kunnen worden. Lessen over de verspreiding, over de grenzen van alle landen heen, van de revolte die zich uitbreidt van land tot land, met dezelfde eisen en methodes, en en het feit dat overal de proletariërs gaan ontdekken dat ze aanlopen tegen dezelfde aanvallen op hun levensniveau, tegen dezelfde repressie, tegen hetzelfde systeem van uitbuiting. Toen ze in de loop van de laatste dagen werden geïnterviewd door de pers, hebben de arbeiders in Egypte de eenvoudige waarheid verteld over wat hen ertoe aanzet om te staken en te demonstreren: ze kunnen hun gezin niet voeden, want hun lonen zijn te laag, want de prijzen zijn teveel gestegen, want de werkloosheid grijpt om zich heen....

De arbeidersklasse van alle landen zal steeds meer te maken krijgen met de verslechtering van haar levensomstandigheden en geen enkele ‘democratische hervorming’ zal hen verlichting brengen. De arbeidersklasse heeft alleen haar strijd om zich te verdedigen, en het vooruitzicht van een nieuwe maatschappij als oplossing n

 

Am/W / 26.02.2011

 

(1) Een Egyptische journalist die een blog heeft op arabawy.org.

(2) Professor in de politieke wetenschap aan de universiteit York in Toronto.

 

Geografisch: 

Recent en lopend: