Nationalistisch geroffel, sociaal overleg: De bourgeoisie wil verenigd verzet tegen afbraak levensomstandigheden voorkome

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mailAl vijftien maanden ondergaan de arbeiders in België een nationalistische en provincialistische campagne, van een in veertig jaar zelden geziene hevigheid. En al die tijd, ondanks de toenemende onvrede, hadden ze de grootste moeite om de drempel van dit bedrog te overschrijden, ondanks een steeds verdergaande, en zwaarder aangevoelde uitholling van hun levensomstandigheden. Toch lieten de ‘stortvloed van stakingen’ van de winter 2007-2008 en de mobilisaties van het afgelopen voorjaar duidelijk zien dat de arbeiders in Vlaanderen, Wallonië en Brussel hun strijdvermogen hadden behouden, dat ze geleidelijk aan hun klassenidentiteit herontdekten, en een aanvang maakten met het ontwikkeling van solidair verzet tegen de afbraak van hun levensomstandigheden. In onze pers benadrukten we in juni de mogelijkheden die in de situatie lagen opgesloten: “In een dergelijke situatie van stelselmatige aftakeling van de levensomstandigheden van de arbeidersklasse is het van belang de samenloop te benadrukken van twee verschijnselen die zich in België sinds het eind van 2007 voordoen. Enerzijds een flinke toename van de strijdbaarheid van de arbeiders en anderzijds een behoorlijke aftakeling van de nationale economische situatie volgend op de versnelling van de wereldcrisis.” (Internationalisme, nr. 338, juni-september 2008). Wat gebeurt er sindsdien? Hoe zijn de omstandigheden in de zomer gewijzigd?
De eerste belangrijke karakteristiek van die periode bestaat zonder twijfel uit het ware media-bombardement om te benadrukken dat de economische vooruitzichten, met de verdieping van de crisis op internationaal vlak, almaar slechter blijven worden. Een overzicht van de titels uit de laatste drie maanden van één enkele krant volstaat: “Echte crisis moet nog beginnen” (De Morgen, 19.06.2008), “Een op de vijf gezinnen kan huisvesting moeilijk betalen” (DM, 30.06.2008), “Kwakkelende Europese economie zet zich schrap voor hogere rente” (DM, 03.07.2008), “Motor sputtert maar valt nog niet stil” (DM, 31.07.2008), “Hypotheekcrisis in Amerika haalt beurzen onderuit” (DM, 02.08.2008), “Energieprijzen schieten alweer fors de hoogte in” (DM, 14.08.2008), “Economie in eurozone krimpt voor het eerst” (DM, 16.08.2008), “Kredietcrisis pas ten einde in 2010” (DM, 18.08.2008), “Loonkost ontspoort” (DM, 19.08.2008), “Groei Belgische economie verzwakt nog maar eens” (DM, 04.09.2008). In plaats van het dramatische karakter van de economische situatie en de zich aankondigende problemen te verbergen worden die door de media juist dik in de verf gezet: bankencrisis en bankroetdreigingen, inflatie en loonsdalingen, ontslagen en rationalisaties (UCB, Domo...).
En terwijl de media de zorgwekkendheid van de toestand benadrukken, is de tweede belangrijke karakteristiek momenteel de lamlendigheid van de federale regering. Het is net of de minister als enige een zorgeloze vakantie hielden! Terwijl de Nationale Bank aankondigt dat de uitgaven voor de begroting van 2008 en 2009 met drie tot vier miljard euro verlaagd dienen te worden om het evenwicht te bewaren, dat de belastinginkomsten 1,1 miljard euro lager uitvallen dan geraamd, beperkt de regering Leterme zich tot het opnemen van de schade.
Onverstoorbaar kondigt Leterme aan dat er maatregelen zullen worden genomen zodra dat nodig en mogelijk is, dat wil zeggen... tegen half oktober, terwijl alle waarnemers al aan het begin van het jaar hadden vastgesteld dat de begroting voor 2008 niet al te serieus was en de inkomsten schromelijk worden overdreven, kortom, het was niets dan bedotterij. “Je mag dus stellen dat er bewust, wetens en willens, een misleidende begroting werd opgesteld” (DM, 04.09.2008).
Het samenvallen van een stortvloed aan slecht nieuwe met een regering die geen vinger uitsteekt geeft de indruk van een noodlot, en het gevoel van machteloosheid wordt nog versterkt door de houding van de vakbeweging die beweert dat er geen acties kunnen worden gevoerd omdat er geen regeringsmaatregelen zijn, dat er niet onderhandeld kan worden als er geen onderhandelaars zijn. Net alsof er met de afwezigheid van regeringsmaatregelen geen groei van de inflatie zou zijn, geen daling van de koopkracht, geen vermenigvuldiging van herstructureringen en faillieten van bedrijven! En inderdaad, deze manoeuvre van de bourgeoisie draagt vrucht op sociaal vlak. Natuurlijk zijn er nog altijd velerlei acties, vaak spontaan, tegen de afbraak van de koopkracht en tegen herstructureringen: dat was het geval bij de ‘wilde’ staking bij de bagageafhandeling van Zaventem, zozeer verguisd in de media omdat daardoor de terugkeer van vakantie voor zovele burgers vergald zou zijn. Er waren ook de spontane acties onder de arbeiders van General Motors en in de haven van Antwerpen, acties die zelden het nieuws haalden. Toch werd de uitbreiding ervan belemmerd door de algemene omstandigheden, de heersende verwarring en uiteindelijk weet niemand erg goed of er maatregelen zijn genomen of wat de regering gaat doen.
Die verwarring op sociaal vlak wordt door de bourgeoisie dan ook duidelijk vergroot en uitgebaat om de woede van de arbeiders niet tot uitbarsting te laten komen hoewel die heel begrijpelijk is gezien de overduidelijke verslechtering van de levensomstandigheden. Begin juni snoefden de vakbondsleiders: “Wij eisen dat de regering vóór 15 juli maatregelen neemt om de koopkracht te verhogen. Anders mobiliseren we onmiddellijk na de vakantie”. Nu voorziet de socialistische vakbond niet meer dan een “actiedag met stakingen”... voor... de tweede week van oktober. En dan nog, er wordt niets gedaan om op nationaal vlak te mobiliseren, afgezien van “acties ter plekke, in de bedrijven” (De Standaard, 17.09.08). De Christelijke vakbond doet daar een schepje bovenop door te benadrukken dat acties ‘proportioneel’ moeten zijn om niet vooraf de onderhandelingen te belasten tussen bazen en regering die nog niet eens begonnen zijn.
“Wat levert het meeste resultaat op? Overleg of actie voeren?  We gaan een afweging moeten maken tussen de emoties bij de mensen, die hun ongenoegen kwijt willen, en de effectiviteit van een actiedag.” (DS, 17.09.08). Acties worden niet alleen uitgesteld bij gebrek aan een ‘onderhandelingspartner’ die onder druk kan worden gezet. Maar bovendien wordt het idee opgedrongen dat strijd slechts een aanvulling zou vormen op de onderhandeling, op het ‘sociaal overleg’ tussen de ‘sociale partners’ om te onderhandelen over een ‘eerbaar compromis’. En om die benadering van de werkelijkheid nog eens te versterken worden er beperkte en versplinterde acties georganiseerd van allerlei categorieën gemeentelijk personeel, vermengd met corporatistische acties van de brandweer en andere groepen die te maken hebben met ordehandhaving, zoals gevangenbewaarders of de politie. Kortom, er is alles aan gedaan om verwarring en ontreddering te zaaien, geïsoleerde en zelfmoordacties te begunstigen, om het gevoel op te leggen dat in de huidige omstandigheden er uiteindelijk niets anders gedaan kan worden dan de onherstelbare herstructureringen van het systeem willoos te ondergaan alsof het een noodlot was!
Regering, patronaat en vakbonden maken zo volop gebruik van de greep die ze op de arbeidersklasse hebben – en die in de jaren 1990 en het begin van het nieuwe millennium nog versterkt werden – met het democratische bedrog om ieder vooruitzicht van vereniging van verzetsstrijd tegen de aanvallen weg te nemen. De ineenstorting van de Stalinistische regimes in Oost-Europa die werd voorgesteld als het bankroet van het kommunisme en de definitieve overwinning van het kapitalisme had grote invloed binnen de arbeidersklasse door het idee dat er buiten het overlegmodel in het raamwerk van de democratische staat geen andere mogelijkheid bestond. En die hele zienswijze weegt nog altijd zwaar door op de ontwikkeling van het bewustzijn binnen het proletariaat.
Zo kan de bourgeoisie van de heersende verwarring gebruik maken om andermaal weerzinwekkende nationalistische propaganda te voeren (1). Onder ogenschijnlijk tegengestelde uiterlijkheden spelen de Waalse en Vlaamse bourgeoisieën hetzelfde huichelachtige spelletje, er op gericht om van de druk van de crisis gebruik te maken om onderling haat te zaaien: als de Vlaamse media de voorpagina’s gebruiken om de gevolgen van de crisis voor de Belgische economie volop in de schijnwerpers te plaatsen, dan leggen de noordelijke politici er de nadruk op dat het de Franstaligen zijn die door hun weigering de regionalisering verder te zetten de strijd tegen de recessie verzwakken. Franstalige politici daarentegen beweren dat ze de ware problemen van de mensen willen oplossen, de werkgelegenheid en de koopkracht, en dat ze hun tijd niet willen verspillen aan zinloze communautaire ruzies, terwijl het de media in het zuiden zijn die Walen en Brusselaars ophitsen om hun Franstalige identiteit te versterken tegenover de Vlaamse chantage.
De bourgeoisie weet heel goed dat ze in de huidige omstandigheden de woede van de arbeiders niet kan afwenden en dat het tot strijd zal komen. Maar door middel van democratische en nationalistische campagnes, door de versplintering van de strijdbaarheid en het omleiden daarvan naar steun voor een vakbondsfront om ‘sociaal overleg’ op gang te krijgen, richt zij alles er op om de strijd zo geïsoleerd, zo verdeeld en zo onschadelijk mogelijk te houden, om het geheel te kluisteren in de zelfvernietigende dwangbuis van het ‘democratisch overleg’ binnen een systeem in volle crisis. Wat ze met alle geweld wil voorkomen is precies dat de arbeiders ontwikkelden tijdens de bewegingen van het begin van 2008: de neiging tot uitbreiding van de solidariteit in de strijd, tot de vereniging van bewegingen, want het is juist in die dynamiek dat zich binnen de arbeidersklasse de bewustwording tot stand komt van de ware inzet, die volkomen duidelijk wordt uit het dramatische karakter van de huidige economische situatie: het onvermogen van de bourgeoisie om de fundamentele problemen op te lossen van een productiesysteem in doodsnood met een maatschappij in volle ontbinding; de onherroepelijke noodzaak om een alternatief te ontwikkelen van een maatschappij die daadwerkelijk in dienst staat van de mensheid.
Jos / 17.09.2008

(1) Onder druk van de ontbinding nemen de spanningen tussen de verschillende fracties, nationalistisch en provincialistisch, binnen de Belgische bourgeoisie toe. Maar deze is heel bedreven gebleken om dergelijke interne tegenstellingen in allerlei campagnes tegen de arbeidersklasse uit te baten (zie daarover Internationalisme, nr. 335, januari-maart 2008, De politieke crisis belet geen eendrachtige aanval op de arbeidersklasse.