Moordaanslag op Benazir Bhutto: Pakistan midden in de imperialistische rivaliteiten

Printvriendelijke versieSend by email
Op 27 december 2007 werd Benazir Bhutto vermoord. Haar terugkeer uit Dubai in oktober 2007 was al aanleiding tot een aanslag op haar leven waarbij 139 doden vielen. Natuurlijk werd het overleden boegbeeld van de ‘democratie’ overladen met loftuitingen van de internationale burgerlijke pers. Haar ‘charisma’ en ‘uitzonderlijke moed’, haar ‘verzet tegen de militaire hegemonie’ werden breed uitgesmeerd op de voorpagina’s van de pers in de westerse en gematigde Arabische landen. Maar de reacties van de journalistieke editorialen en van de politici worden ook gekenmerkt door ongerustheid zoals: ‘een gapende afgrond’, ‘op weg naar politieke chaos’ en ‘implosie van Pakistan’. De Verenigde Naties is in spoedzitting bijeen gekomen om zich meteen weer in onmacht terug te trekken. En de Verenigde Staten, bij monde van het Staatsdepartement, veroordeelt “de mensen die ginds [...] proberen de opbouw van de democratie te onderbreken”, terwijl Bush “Pakistan oproept de gedachtenis van Benazir Bhutto te eren door het democratisch proces voort te zetten waarvoor ze zo moedig haar leven heeft gegeven.” Kortom, volgens de bourgeoisie belichaamde Benazir Bhutto in haar eentje het heil van Pakistan dat af te rekenen heeft met groeiende instabiliteit. Haar terugkeer had een golf van hoop teweeggebracht over de mogelijkheid een rem te zetten op de anarchie die de staat ondermijnt, waarvan leger steeds meer geïnfiltreerd wordt door radicale islamieten en die over het atoomwapen beschikt.
In 2007 werden er 800 doden geteld, de meeste als gevolg van zelfmoordaanslagen. De Taliban dringt geregeld binnen op Pakistaans grondgebied, vooral in het Noordwesten waar soldaten met honderden gedood of ontvoerd worden. De 90.000 manschappen die de grens bewaken hebben evenmin als de 10 miljard dollar die de Pakistaanse staat kreeg toegewezen ervoor kunnen zorgen dat de toestand onder controle werd gebracht. De religieuze conflicten tussen sjiieten en soennieten, waarbij in vijftien jaar al 4.000 doden gevallen zijn, vormen elke dag de bron van steeds openlijker geweld, terwijl ook de steeds hoger oplopende spanningen tussen etnische groepen binnen van Pakistan een kruitvat vormen. De moord op Benazir Bhutto komt nog eens een nieuwe dosis haat gooien op het vuur van de tegenstellingen tussen Sindis (de bevolkingsgroep van de Bhuttofamilie) en de Pundjabis (op wier grondgebied de aanslag tegen de ex-premier werd uitgevoerd).
Bovendien leven in Pakistan miljoenen vluchtelingen uit Afghanistan, wat nog bijdraagt tot de instabiliteit van het land, en zelfs als er al ongeveer 2,3 miljoen gerepatrieerd werden in 2005 blijven er nog meer dan een miljoen over.
Het klimaat van wantrouwen en sluimerende oorlog dat zich veralgemeent over de gehele politieke klasse drukt op bijzonder scherpe wijze de gangsterpraktijken uit die eigen zijn aan de bourgeoisie: onmiddellijk na de aanslag werd bijvoorbeeld Al Qaïda als mogelijke aanstichter aangewezen, maar tegelijk werden ook militairen die dicht bij de macht staan beschouwd als mogelijke organisatoren van de aanslag.

Een nieuwe mislukking voor de Verenigde Staten


Duidelijk gezegd is Pakistan een land dat aan de rand staat van een politieke, militaire en sociaal-etnische uitbarstingen. Het regime van Musharraf is daar voor een deel verantwoordelijk voor: veralgemeende corruptie, onderonsjes met de Taliban, dubbele taal tegenover de Verenigde Staten. Musharraf wordt door niemand nog graag gezien: steeds minder door de islamisten na de slachtpartij bij de Rode Moskee vorig jaar, maar evenmin door steeds grotere delen van het leger dat verdeeld wordt in partizanen en de islamisten en anti-Amerikaanse clans, noch bij het Westen sinds de instelling van de noodtoestand in het najaar van 2006, waarmee hij zich beter wou voorbereiden op zijn herverkiezing tot president, en zelfs niet bij de Amerikanen voor wie hij de betrouwbaarheid als ‘geallieerde’ volledig heeft verloren. En toch is hij de enige politicus waarop zij noodgedwongen steunen in het conflict in Afghanistan.
Toen de Amerikanen in 2003 hun invasie van Afghanistan begonnen, met als voorwendsel de vernietiging van het World Trade Center en de goede zaak van de ‘oorlog tegen het terrorisme, hadden ze de steun van Pakistan nodig. Amerika had beloofd dat het de stammen zou steunen die vijandig staan tegen het Verbond van het Noorden, traditionele vijand en barrière tegen de Pakistaanse invloed in Afghanistan, maar die belofte is al lang vervlogen tengevolge van de invloed die het Verbond van het Noorden verkregen heeft in de toestand die ontstond na de nederlaag van de Taliban. Toch verkreeg de Verenigde Staten de hulp van Pakistan pas nadat Bush gedreigd had het land terug naar het ‘stenen tijdperk’ te bombarderen als het niet ‘vrijwillig’ zijn steun zou verlenen aan de oorlog in Afghanistan. Dat dreigement werd trouwens onlangs min of meer in herinnering gebracht door de democraat Barack Obama in de huidige presidentscampagne, toen hij liet verstaan dat de Verenigde Staten nog altijd zonder toestemming te vragen de bastions van Al Qaïda in Pakistan zouden kunnen bombarderen; waarop president Musharraf antwoordde dat hij dergelijke aanvallen als vijandelijke aanvallen zou beschouwen!
Om meer betrouwbare steun te vinden in het staatsapparaat, en daarbij wat ‘democratisch’ vernis te geven aan het verbond met Pakistan, en tegelijk de middelpuntvliedende krachten wat af te remmen die er onheil aanrichten, deden de Amerikanen een beroep op Benazir Bhutto. Zij komt uit een lange familietraditie van Pakistaanse politici, is zelf een geroutineerde politica die twee keer eerste minister was, en ze geniet internationale faam als gepokte en gemazelde verdedigster van de ‘democratie’. De leidster van de Pakistan People’s Party staat bovendien bekend als ‘trouw aan de Verenigde Staten’ (1).
Om die redenen werd haar terugkeer in het land door de Amerikaanse regering georganiseerd en opgelegd aan Musharraf met de bedoeling een coalitie van ‘gematigden’ te vormen die beter in staat zou zijn de politiek van de Verenigde Staten in Afghanistan en Pakistan te steunen.
Wie ook opdracht tot de aanslag heeft gegeven, de verdwijning van Benazir Bhutto is dus een klinkende mislukking voor het Witte Huis in zijn kruistocht tegen het terrorisme. De Verenigde Staten, die al verzinken in de Iraakse chaos en nog lang niet verlost zijn van het Afghaanse probleem, staan voor een verdere verzwakking op het internationaal strijdtoneel.

Pakistan, een hoeksteen van het Amerikaans imperialisme


Dat Amerika geconfronteerd wordt met nog meer problemen wat betreft Pakistan betekent geenszins dat dit land enig voordeel zal kunnen halen uit deze situatie. Die situatie zal enkel nog sneller verergeren. Het fundamenteel probleem is trouwens niet Musharraf. Het gaat om een bredere kwestie die teruggaat op de basis zelf van de oprichting in 1947 van de Pakistaanse staat, die in alle richtingen getrokken wordt en ten prooi is aan talrijke oorlogsspanningen en druk van binnenuit en van buitenaf.
Het aangeboren conflict tussen India en Pakistan komt op het voorplan. Dit conflict heeft de Pakistaanse staat ertoe gedreven (onder impuls van vader Bhutto) zich van atoomwapens te voorzien. Herinneren we ons de Indo-Pakistaanse tegenstellingen over Kasjmier en de nucleaire wapenwedloop tussen beide landen die in 2002 tot oorlog dreigde te leiden, en het reële gevaar van het gebruik van de atoombom daarin. Enkel door de machtige druk van de Verenigde Staten werd het oorlogsgevaar toen afgewend, omdat de Verenigde Staten vreesden dat het conflict hun eigen militaire perspectieven zou dwarsbomen. Maar geen enkel van de problemen tussen Islamabad en Delhi is opgelost. De wapenwedloop tussen beide staten heeft dergelijke proporties aangenomen dat beide landen in 2006 de voornaamste transferkanalen geworden zijn voor de wapensmokkel naar de derde wereld, terwijl elk van zijn kant blinde terroristische aanslagen in het buurland aanwakkert, tot het meest walgelijke nationalisme ophitst, met het grootste misprijzen voor de bevolkingsgroepen die het elk beweert te willen ‘bevrijden’ van het juk van de tegenstrever.
Maar het was al in het kader van de confrontatie tussen de blokken van Oost en West, ten tijde van de Koude Oorlog, dat Pakistan een belangrijke rol speelde in de imperialistische oorlog. Gedurende de jaren 1980 was Pakistan van strategisch belang omwille van de hulp die het westers blok verleende aan de Moudjahidin die de Sovjet-Unie bevochten in Afghanistan. In die tijd hadden deze islamisten niet alleen Allah aan hun zijde, maar ook Amerikaanse Stingerraketten van de CIA.
Globaal gezien speelt de strategische situatie van Pakistan niet in zijn voordeel en maakt het zijn posities heel ingewikkeld. Het land heeft inderdaad belangrijke grenzen met Afghanistan, maar ook met Iran, China en India.
Onder zware druk de Verenigde Staten te steunen bij hun ‘oorlog tegen het terrorisme’ kan het toch weinig voordeel halen uit die loyauteit, want het wordt in de schaar genomen door de samenlopende belangen van India, zijn ‘persoonlijke’ vijand, en de Verenigde Staten, de Big Boss die het zijn wetten oplegt. Anderzijds heeft zijn andere ‘beschermheer’ China zijn eigen imperialistische streven dat het tot conflict drijft met India, maar ook met de Verenigde Staten, waardoor Pakistan weer in een slecht blaadje komt bij Washington. Dat alles tegen de achtergrond van de oorlog in Afghanistan die het land letterlijk langs alle kanten aanvreet en van de onuitgesproken maar voortdurende oorlog met India.
Wat ook de uitslag mag worden van de verkiezingen in februari, Pakistan zal niet ontsnappen aan toenemende instabiliteit en chaos die een extra dreiging inhouden voor het evenwicht in heel dat gedeelte van de wereld.

Wilma / 21.01.2008

(1) Twee keer wegens corruptie afgezet, betrokken bij de moord op haar eigen broer die in 1992 een mogelijke rivaal werd, om maar wat voorbeelden te geven, spreekt het voor zich dat haar politieke loopbaan duidelijk maakt dat zij in niets onderdoet voor de smerige streken van Nawaz Sharif of Pervez Musharraf.

Geografisch: 

Recent en lopend: