Scholierenstrijd versus crisibeleid: Een nieuwe generatie komt in beweging

Printvriendelijke versieSend by email

Scholieren en studenten beginnen zich te roeren, niet alleen in Nederland, maar ook in België, Frankrijk en bijvoorbeeld Griekenland. Het gaat niet meer om een ‘studentenbeweging’ zoals we die gekend hebben in de jaren 1960 en 1970; nu zijn het arbeiderskinderen die de boventoon voeren omdat ze hun toekomst bedreigd zien. Dat geeft een heel ander vooruitzicht aan de beweging, die dan ook niet is afgelopen, maar die enkel een eerste slag heeft geleverd. Scholieren en studenten beginnen zich te roeren, niet alleen in Nederland, maar ook in België, Frankrijk en bijvoorbeeld Griekenland. Het gaat niet meer om een ‘studentenbeweging’ zoals we die gekend hebben in de jaren 1960 en 1970; nu zijn het arbeiderskinderen die de boventoon voeren omdat ze hun toekomst bedreigd zien. Dat geeft een heel ander vooruitzicht aan de beweging, die dan ook niet is afgelopen, maar die enkel een eerste slag heeft geleverd.

In de loop van november 2007 ontstaat door heel Nederland spontaan scholierenverzet zoals het niet meer was gezien sinds de jaren 1970. Het begint geheel spontaan, met discussie onder leerlingen waarbij allerlei ideeën worden geopperd en tegen elkaar afgewogen. De achtergrond ervan bestaat uit de algemene onvrede over de kwaliteit van het onderwijs en het uitzicht op werk dat er met de behaalde diploma’s wordt geboden.

Er is een lerarentekort door onderbetaling in het onderwijs, met de al legendarische gymleraar die uren wiskunde geeft als voorbeeld; de regering denkt dat op te lossen door de BAPO-regeling af te bouwen, zodat die voor leraren pas begint bij 60 in plaats van bij 52 jaar. Basisscholen dreigen ook hun conciërges kwijt te raken waartegen schoolleiders in Amsterdam op 8 november al wordt gedemonstreerd. Veel leerlingen eindigen niet meer een volledig diploma, maar alleen met deelcertificaten, en de scholen leiden welbewust steeds meer op voor een arbeidsmarkt die liefst laag-geschoolde, deeltijdse en onderbetaalde werkenden in dienst neemt met losse contracten. In het onderwijs is het fusies en rationalisaties alom. Ook ontstaat er steeds meer onderwijs op twee snelheden: kwaliteitsonderwijs voor wie ouders heeft die het kunnen betalen, en vuilnisbakkenonderwijs voor de rest. De onmiddellijke aanleiding voor de bredere beweging wordt uiteindelijk gevormd door het handhaven van 1040-lesurennorm, die door geen school wordt gehaald en die leidt tot de ‘ophokplicht’ van leerlingen in zinloze uren waarin er geen les wordt gegeven maar de leerlingen wél aanwezig dienen te zijn om spijbel-boetes te ontlopen.

Op vrijdag 23 november komen er naar schatting 20.000 leerlingen door heel het land op de been; de oproep daartoe wordt verspreid via msn-messenger, e-mail en sms-berichten. Op dinsdag 26 november herhaalt dit zich in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Lelystad, Leiden, Breda, Alkmaar, Bussum, Arnhem, Ede en Zwolle en andere plaatsen. Daarbij wordt er volop door de leerlingen gedebatteerd, ook met docenten, ouders en schoolleidingen, waarvan er velen steun betuigen.

De eerste reactie van de media bestaat er uit de scholieren met gewelddadigheden in verband te brengen: hier en daar was er met eieren, tomaten en vuurwerk gegooid; er zou ook ‘straatmeubilair’ zijn vernield. De politie treedt hard op in onder andere Middelburg, Amsterdam, Arnhem en Ede. Natuurlijk zijn er wat ‘relschoppers’, maar deze nieuwe generatie wordt er juist door gekenmerkt instinctief een directe confrontatie met de politie uit de weg gaat; het is veeleer de politie die de confrontatie provoceert. Het CDA steekt een beschuldigende vinger uit naar het LAKS (Landelijk Actie Komitee Scholieren) en naar Dwars, de jongerenorganisatie van Groen Links.
Maar het LAKS (Landelijk Actie Komitee Scholieren) wees al deze acties af en ook Dwars was meer dan gematigd. Er werd vooral opgeroepen het spoeddebat in de Tweede Kamer van woensdag 28 november af te wachten, terwijl alleen ‘ludieke’ acties steun zouden verdienen, zoals... het op school verschijnen in carnavalspakken.

Het LAKS wierp zichzelf steeds meer op als enige ‘erkende leiding’ hoewel het nauwelijks zeventig leerlingen bij elkaar kon brengen toen er al duizenden in actie waren en op verreweg de meeste scholen is het LAKS niet eens vertegenwoordigd. Tenslotte probeerde het LAKS ook een alleenrecht op de communicatie tussen de leerlingen te verwerven via haar website en waarschuwde het tegen msn- en sms-oproepen die niet van haar afkomstig waren. Leerplichtambtenaren gaven te kennen dat de afwezigheid van leerlingen op de scholen tijdens de demonstratie alleen door de vingers zou worden gezien als het LAKS de demonstratie organiseerde terwijl de onderwijsbonden van CNV en FNV het LAKS ‘goede raad’ gaven en logistieke steun verleenden om alles ‘in goede banen’ te leiden en vooral onder controle te houden.

Voor 30 november organiseerde het LAKS een demonstratie die eerst was aangekondigd voor het Malieveld in Den Haag en vervolgens werd verplaatst naar het Museumplein in Amsterdam. Sommige schoolleidingen steunden door bussen in te zetten, andere verboden deelname door afwezigheid van school als spijbelen aan te merken. Zo werd de beweging al opgebroken. Er zouden ook identiteitscontroles plaatsvinden en in de pers werd veel geweld aangekondigd, zowel van de kant van scholieren als van die van de politie. Zo werd het net zo oninteressant gemaakt als afschrikwekkend. Desondanks waren er volgens de politie zo’n 15.000 demonstranten.

En zelfs op weg naar de LAKS-demonstratie werd er in treinen en bussen nog volop gedebatteerd; het was zeker géén makke bedoening van leerlingen die niet eens wisten waarvoor ze demonstreerden zoals in de pers is beweerd. Maar aangekomen op het Museumplein werden de leerlingen zoetgehouden met nietszeggende toespraken, met harde muziek die massale discussie onmogelijk maakte. De intimiderende aanwezigheid van politie, met waterkanon en een aanzienlijk aantal arrestaties van scholieren wegens het gooien van wat vuurwerk, gesecondeerd door een eigen ordedienst van het LAKS, maakten gedachtenuitwisseling tussen alle aanwezigen nog verder tot een illusie. Minister Ronald Plasterk noch staatssecretaris Marja van Bijsterveld van OCW vonden het niet eens nodig om op te dagen en de meeste leerlingen wisten vervolgens niet goed meer wat ze op het Museumplein waren komen doen. Maar op de internet discussie-site van het LAKS  (http://www.laks.nl) betoonden leerlingen zich heel kritisch:

“Wachten, wachten, wachten... Dat is het enige dat de Nederlandse scholier tegenwoordig nog doet. Wachten tot er weer een ‘zinnig’ lesuur komt, wachten tot er weer een staking komt, wachten tot de les voorbij is en wachten op resultaten! Zoals we allemaal wel weten was het ‘spoeddebat’ maar een manier om de leerlingen rustig te houden...” “Het LAKS laat zich voor het karretje van de regering spannen door niet meer op te roepen tot acties [...] zo vermoord je het hele momentum, de hele beweging die is opgebouwd. Na de veel te laat aangekondigde demonstratie in Den Haag (specifiek erop gericht om niet te veel mensen naar Den Haag te laten komen), het verplaatsen van de demonstratie van Den Haag (specifiek erop gericht een daadwerkelijke confrontatie met de regering aangegaan [bedoeld: te voorkomen]) tekent dit het LAKS.” “De scholieren moeten zichzelf organiseren, van het LAKS valt niets meer te verwachten.” “Waarom geen staking met alle docenten, leerlingen en misschien ouders die het er niet mee eens zijn?”

Wat kunnen we concluderen? Dat het vaststellen van de plaats en het moment van de actie niet kan worden overlaten aan als het LAK die beweren de belangen van bepaalde afzonderlijke bevolkingsgroepen te verdedigen maar die actie juist uitstellen tot het gunstigste moment voorbij is, als tentamens en examens naderen; en die actie organiseren op een plaats en in omstandigheden die massale gedachtenuitwisseling hoegenaamd onmogelijk maken en verdere uitbreiding van de beweging naar bijvoorbeeld leraren, ander schoolpersoneel, ouders, en meer in het algemeen naar werkenden en werkzoekenden die met precies dezelfde problemen kampen: toenemende bestaansonzekerheid. In de strijd worden diezelfde belangen juist duidelijk.

Dat is wel degelijk mogelijk, zoals bleek uit de beweging tegen de startbaancontracten in Frankrijk, waarin precies dezelfde spontaniteit aan de dag werd gelegd ten opzichte van eenzelfde onvrede. Er werden algemene vergaderingen georganiseerd op campussen en schoolpleinen, er werden delegaties naar elkaars vergaderingen gestuurd, er werden pamfletten verspreid bij het openbaar vervoer om op te roepen tot solidariteit. Het waren de scholieren en studenten die zo hun eigen beweging organiseerden en uitbreidden. Het Franse decreet werd ingetrokken, en een vergelijkbaar decreet in Duitsland werd van de tafel gehaald uit angst voor eenzelfde beweging nog voordat er ook maar iets was gebeurd.

Ondertussen blijft het nodig te debatteren, van gedachten te wisselen, de oorzaken van de problemen en onvrede te begrijpen. Dat kan een grondslag leggen voor een nog breder en krachtiger beweging. Door lering te trekken uit de voorbije beweging wordt de volgende voorbereid.

Manus / 08.01.2007

 

Voetnoten

Zie ook ons artikel in Internationalisme, nr. 335 over de studentenbetoging in Brussel; de talrijke artikelen over de anti-CPE (startbaancontract) beweging in Frankrijk op onze website en de bijlage over de strijd van de studenten in Frankrijk bij Wereldrevolutie, nr. 112.

Territoriale situatie: