De politieke crisis belet geen eendrachtige aanval op de arbeidersklasse

Printvriendelijke versieSend by email

Na meer dan zes maanden (192 dagen om precies te zijn) van
onderhandelingen, twisten, breuken, na een verkenner en twee informateurs is de
Belgische bourgeoisie er nog altijd niet in geslaagd om een definitieve
regering te vormen en heeft ze een interim regering van drie maanden op de been
moeten helpen onder leiding van de ex-eerste minister Verhofstadt voor het
nemen van dringende maatregelen. Een ze geeft zichzelf tot Pasen de tijd om de
spanningen tussen de verschillende fracties uit te vlakken.

Gedurende deze laatste maanden is de toestand in België regelmatig
heet van de naald geweest in de Europese media. Het heeft de buurlanden
verontrust en zelfs de Belgische burgerlijke media geërgerd. Vandaar de
noodzaak om de betekenis van de feiten te begrijpen, en te verklaren waarom één
van de meest ontwikkelde landen van Europa in een dergelijke toestand terecht
kon komen. Maar men moet ook de gevolgen zien die deze politieke knoeiboel
teweeg heeft gebracht voor de toestand van de arbeidersklasse.

De
spanningen binnen de bourgeoisie zijn de uiting van de wegrotting van het
systeem

Met de verdwijning van het Russische en het Amerikaanse blok kregen de
middelpuntvliedende krachten in de kapitalistische maatschappij in verval, die
tot dan toe met grote inspanning onder controle werden gehouden door de
hiërarchie van de twee blokken, de vrije loop, zelfs in de politieke systemen
van de grote ontwikkelde landen. Zo is het feit dat de machtigste bourgeoisie
ter wereld, de Amerikaanse bourgeoisie, het land twee ambtstermijnen heeft
laten regeren door de bende onbekwame knoeiers, waaruit de regering Bush
bestaat, onthullend voor de diepgaande crisis van de heersende klassen. En dat
heeft op zijn beurt bijgedragen tot de versterking van het ‘ieder voor zich’,
en een uitbarsting van chaos en barbarendom over heel de planeet. Vandaar dat
de gevolgen van de ontbinding van de burgerlijke maatschappij en de noodzaak om
die het hoofd aan te bieden een zaak van het grootste belang wordt voor de
politiek van de bourgeoisie.

De problemen van de bourgeoisie om regeringsploegen samen te stellen
zijn bijzondere uitingen van dit ‘ieder voor zich’, van de ontwikkeling van de
ontbinding, en ze worden beslissende factoren in de politiek van de bourgeoisie
(1). De Belgische bourgeoisie ontsnapt niet aan die algemene tendens van het
kapitalistische systeem in crisis, dat alle landen meesleurt in sociale
ontbinding. Vandaar dat de ‘Belgische politieke crisis’ geen puur Belgische,
een beetje folkloristisch gebeuren is. Het laat de toenemende druk zien van de
wegrotting van het systeem, van de politieke structuren van de bourgeoisie in
de ontwikkelde landen. Dat bleek de laatste jaren eveneens uit het
verkiezingssucces van de populistische partijen in Oostenrijk en onlangs nog in
Zwitserland en uit de proteststemmen tijdens het referendum over de grondwet
van de Europese Unie in Frankrijk en Nederland.

Zo groeide de laatste jaren bij de Nederlandse buren het ‘ieder voor
zich’ net als de proteststemmen: na de ontwrichting van het partijensysteem van
de bourgeoisie door het rechtse populisme van Pim Fortuyn en zijn partij volgde
er een vloedgolf van ‘links populisme’ van de voorheen maoïstische
Socialistische Partij die bij de laatste verkiezingen in Nederland de derde
partij werd. Ondertussen komt er een nieuw rechts populisme op met de verwoed
anti-islamitische PVV van Geert Wilders en de beweging van de ex-minister van
Binnenlandse Zaken, Rita Verdonk, alom bekend door haar halsstarrige politiek
in verband met het asielrecht. Dat gaat zo ver dat er, bij gebrek aan stabiele
traditionele partijen, er een integristische religieuze partij (de ‘Christen
Unie’) nodig was om de huidige meerderheidsregering te vormen.

 In België, vooral in Vlaanderen,
hebben deze irrationele en middelpunt vliedende krachten zich geuit door de
spectaculaire ontwikkeling van een populistische en ultra nationalistische
partij, het "Vlaamsblok/belang", 
die de tweede politieke partij geworden is in Vlannderen, en meer recent
door de opkomst van een andere populistische en poujadistische rechtse  partij, de "Lijst De Decker".

 De
blokkering na de verkiezingen: toenemende druk van de ontbinding op het
Belgisch politiek systeem

 Deze algemene tendens tot ontbinding wordt in België versterkt door de
spanningen tussen de ‘regionale’ fracties van de Belgische bourgeoisie,
spanningen die al sinds de kunstmatige oprichting van de Belgische staat
sluimeren. De draagwijdte van de ontbinding en van het ‘ieder voor zich’ in de
wereld op het einde van de twintigste eeuw maakt het vinden en opleggen van een
broos evenwicht tussen de regionale fracties steeds moeilijker en onzekerder,
de spanningen en tegenstellingen worden steeds explosiever. En dat geldt vooral
voor de Vlaamse bourgeoisie, die zich wil ontdoen van “de miljoenenput van
de onrendabele Waalse industrie”
.

Deze regelmatige spanningen brachten een reeks verschijnselen voort
die de politiek van de Belgische bourgeoisie moeilijk beheersbaar maken:

– Er is eerst en vooral de fragmentering van het partijlandschap met,
sinds het einde van de jaren 1960, de ‘communautarisering’ van de grote
traditionele politieke families (de verdubbeling van de socialistische,
liberale en christen-democratische partijen in een Waalse en een Vlaamse
partij), het geleidelijke afkalven van de grote socialistische en
christen-democratische volkspartijen die het politieke leven beheersten en de
opkomst van regionalistische partijen.

– De bourgeoisie heeft geprobeerd om de regionalistische partijen uit
te schakelen door ze te laten opslorpen door de traditionele partijen, maar dat
is als een boemerang in haar gezicht teruggeslagen. In feite heeft deze
politiek enkel een destabilisering van diezelfde traditionele partijen als
gevolg gehad. Dat hebben we de laatste jaren kunnen zien bij de liberale partij
van voormalig eerste minister Verhofstadt, de Vlaamse socialistische partij en
nu zelfs bij de ‘winnaar’ van de verkiezingen, de christen-democratische
CD&V van voormalig formateur Yves Leterme, slachtoffer van het kartel met
een kleine separatistische Vlaamse formatie, de NVA.

De huidige politieke crisis is het gevolg van de verscherping van de
spanningen tussen de ‘regionale’ fracties van de Belgische bourgeoisie
tegenover de verdieping van de kapitalistische wereldcrisis. Om het hoofd te
kunnen bieden aan de mondialisering, vertegenwoordigen zij inderdaad
uiteenlopende richtingen voor de Belgische staatspolitiek:

– De Vlaamse bourgeoisie, als vertegenwoordigster van de economisch
sterkere regio en één van de meest presterende van Europa, eist een zelfstandige
politiek en economische flexibiliteit om voorin het peloton te blijven door de
ballast van de minder presterende regio’s tot een minimum terug te brengen. Het
toekennen van belangrijkere bevoegdheden en economische hefbomen aan de regio’s
zou het moeten mogelijk maken om de ‘solidariteit’ met de zwakkere regio te
beperken en de financiële middelen in te zetten voor haar eigen beter
presterende sectoren;

– De Franstalige bourgeoisie, die de regio vertegenwoordigt met meer
economische problemen, houdt er in tegendeel aan vast om de vloed van subsidies
van de centrale staat in stand te houden en om de mechanismen van de
economische ‘solidariteit’ tussen de regio’s maximaal te behouden.

Zowel de verklaringen van bedrijfsleiders als gepubliceerde economische
studies wijzen er evenwel op dat de belangrijkste delen van de bourgeoisie de
mogelijkheid van een simpele splitsing van het land niet bekijken vanuit een
rationeel standpunt. De beschikbare cijfers benadrukken dat de kosten van een
dergelijke operatie voor beide partijen erg duur zou uitkomen:

– Voor Wallonië zou de splitsing rampzalig zijn: het stopzetten van
subsidies en overhevelingen vanuit Vlaanderen (5,6 miljard euro) zou een
onmiddellijke vermindering van 15% tot 20% van de sociale uitkeringen betekenen
en een terugval van 4% van de algemene levensstandaard van de bevolking.

– Maar ook voor Vlaanderen zou de weerslag uiteindelijk negatief zijn.
Zo zou het de belastingsinkomsten verliezen van 200.000 Vlamingen die momenteel
in Brussel werken; het zou ook zijn belangrijkste ‘buitenlandse’ afzetmarkt
verliezen voor de verbruikssector (Brussel en Wallonië), terwijl het Brussel
zou moeten opgeven dat in meerderheid Franstalig is, en het zou meerdere
gemeenten rond de hoofdstad moeten opgeven aan de Franstaligen. Vooral het
verlies van Brussel, ‘de motor van economische groei’, zou Vlaanderen duur
komen te staan.

Kortom, ook al lijkt het perspectief van een splitsing voor het
ogenblik van de baan te zijn, toch gaat de krachtmeting tussen de twee fracties
door en het maakt de onderhandelingen bijzonder ingewikkeld en de politieke
toestand steeds verwarrender.

Nationalistische
campagnes: de bourgeoisie speelt haar zwakheden uitgebreid uit tegen de arbeidersklasse

De IKS heeft in lengte geargumenteerd dat de ontwikkeling van de
ontbinding in geen geval gunstig is voor de ontwikkeling van de klassenstrijd.
De recente politieke toestand in België laat zien dat de bourgeoisie haar
tegenstellingen gebruikt om de ‘publieke opnie’ te mobiliseren achter alternatieven,
die allemaal even nationalistisch en patriottisch zijn. Vooral de zwakste
fractie, de Franstalige bourgeoisie, voerde intensieve campagnes. Eind 2006 was
er de beruchte ‘politieke fictie’ uitzending op de Franstalige televisie (RTBF)
over de splitsing van België. Onlangs werd massaal de driekleurige Belgische
vlag uitgehangen en was er een betoging van 35.000 mensen in Brussel ‘voor de
eenheid van het land’. De belangrijkste fracties van de Vlaamse bourgeoisie
daarentegen (vooral de CD&V van voormalig formateur Leterme) voeren
propaganda dat onder druk een verdergaande regionalisering zou kunnen
worden opgelegd voor financieel en sociaal beheer. En de meest radicale
marginale groepen (rond NVA en Vlaams belang) hebben zelfs laten verstaan dat
het uur geslagen had voor de ‘eenheid van alle Vlamingen voor een onafhankelijk
Vlaanderen’.

Deze campagnes in België, van ongekende hevigheid sedert de jaren
1960, laat zien hoezeer we gelijk hadden toen we vaststelden dat het
proletariaat geen voordeel haalt uit de ontbinding maar dat de bourgeoisie haar
problemen handig verhaalt op de arbeidersklasse. Inderdaad:

– Deze campagnes zijn verderfelijk in de mate dat ze zich specifiek
richten op een centrale thematiek voor de ontwikkeling van de arbeidersstrijd,
de solidariteit, door die om te buigen in nationalistische en regionalistische
richting: de solidariteit tussen alle Belgen, de solidariteit tussen alle
Vlamingen of alle Franstaligen.

- Bovendien wordt zo de aandacht van de arbeidersklasse afgeleid van
de aanvallen die over haar blijven neerdalen. Die bestaan momenteel vooral uit
een ongekende verhoging van de prijzen voor benzine en stookolie, van gas en
elektriciteit, net als van vele basisvoedingsproducten.

 Ondanks
de interne twisten verliest de bourgeoisie haar belangen niet uit het oog

 De verlengde afwezigheid van een kapitein aan het roer van de staat
neigt er uiteindelijk toe om de geloofwaardigheid van de Belgische staat en de
slagvaardigheid van de nationale economie aan te vreten (de winsten van de
bourgeoisie) in de bikkelharde strijd om de markten op internationaal vlak. Het
eindeloos rekken van de politieke crisis wekt trouwens de indruk van chaos en
het opgeven van de verantwoordelijkheden om de staat te beheren op een moment
dat de berichten over de stijging van de bestaanskosten (verwarming, benzine,
voeding) en de daling van de levensstandaard zich opstapelen, wat de laatste
tijd in de arbeidersklasse sterk bijdroeg tot een gevoel van onvrede. Het is
dus allerminst verrassend om juist deze drie punten terug te vinden in de opdracht
die de interim regering tot Pasen kreeg, met een ‘beperkt programma’:

– Ter verdediging van het nationaal belang, van de positie die de
Belgische bourgeoisie inneemt tegenover de rivaliserende grootmachten, kreeg de
regering de opdracht om het imago en de geloofwaardigheid van België in het
buitenland op te krikken (ten minste tegenover de twijfel die in talrijke
artikelen in de internationale pers is geuit), door het versterken van haar
aanwezigheid op Europees vlak en in de internationale missies.

– Voortdurend bedreigd door de scherpe concurrentie tussen de
nationale economieën op een verzadigde wereldmarkt, zal de slagvaardigheid van
de bedrijven gewaarborgd moeten worden door een versterkte controle op de
staatsbegroting, een grotere flexibilisering van de arbeidsvoorwaarden op de
arbeidsmarkt;

– Tenslotte, ook al belooft de regering enkele marginale maatregelen
voor het ‘behoud van de koopkracht van de burgers’, zoals daling van accijnzen
op energieverbruik en afspraken met de energie- en distributiesectoren om de
prijsstijgingen in te tomen, zal het programma vooral dienen om het ‘sociaal
overleg’ met de vakbondsorganisaties aan te gaan en er zo voor te zorgen dat
deze volop hun rol gaan spelen van het ontmijnen van de toenemende sociale
onvrede en om de arbeiders te betrekken bij ‘de inspanning van de burger ter
verdediging van het nationaal belang’.

Het is duidelijk dat dit met betrekking tot de levensstandaard van de
arbeiders helemaal geen ‘interim’ politiek is, dat dit helemaal geen ‘beperkte’
maatregelen zijn. De golven van aanvallen die sinds enkele jaren op ons afkomen
beantwoorden eenvoudigweg aan de overlevingsbelangen van de nationale
bourgeoisie om haar aandeel in de wereldmarkt en haar winsten te waarborgen.
Wat ook de regering is die het tot Pasen moet rooien, wat ook haar programma
moge zijn, watuit ook de communautaire twisten bestaan die ondertussen blijven
opduiken, de arbeidersklasse heeft niets te verwachten van de strubbelingen
binnen de burgerlijke fracties. In tegendeel, het is door haar strijd, door het
versterken van algemene solidariteit in de strijd, dat alleen zij een
perspectief zal kunnen ontvouwen tegenover dit wegrottende systeem
n

Jos / 29.12.07

(1)  zie ook de "Resolutie over de
internationale situatie " in de Internationale Revue nr. 130 (in
het Engels, Frans en Spaans)

Territoriale situatie: