Nederland. Klem tussen bezuinigings- en stimuleringspolitiek.

Printvriendelijke versieSend by email

Wat is gemakkelijker dan mee te zingen in het koor van de burgerlijke ideologen, nu de bezuinigingen geen effect sorteren en steeds meer oppositie ontstaat tegen ‘het op orde brengen van de staatsbegroting’. Links heeft de wind in de zeilen en kan daardoor nog harder dan een jaar geleden roepen dat er niet bezuinigd maar gestimuleerd moet worden. Dat ze daarmee de VS in de kaart spelen, neemt ze dan maar even voor lief. Maar is het wel een werkelijke andere politiek die links voorstaat?

In de loop van het afgelopen jaar werd wel duidelijk dat de wereldbourgeoisie zich gewaar wordt dat de politiek van bezuinigingen catastrofaal begint te worden en dat ze er, behalve in de Eurozone, steeds meer toe neigt een stimuleringspolitiek te omarmen. In weerwil van de politiek van Brussel, de ECB en Merkel begint diezelfde tendens zich ook in Nederland af te tekenen. Nooit eerder werd er onder de ondernemers en de ideologen van de klasse die aan de touwtjes trekt in Nederland zoveel en zo hardnekkig gepleit voor een ‘verruiming van de begrotingspolitiek’.

De Rabobank noemt de voortdurende bezuinigingspolitiek ‘fnuikend’ en stelt: “Door te blijven vasthouden aan extra bezuinigingen blijft de negatieve spiraal van lage economische groei, afnemende koopkracht en bezuinigingen in stand. De extra bezuinigingen om het begrotingssaldo weer in lijn met de Europese richtlijnen te brengen, gijzelen de Nederlandse groei.” Voormalig PvdA-minister Willem Vermeend sluit zich daarbij aan: “We hebben groei nodig om er uit te komen, maar we remmen die groei zelf”, zegt hij.

Dick Boer, de topman van supermarktconcern Ahold, is de eerste topondernemer die een direct verband legt tussen het regeringsbeleid en de crisis in Nederland. Dat Nederland nog steeds in een economische recessie zit, is volgens Boerde schuld van het kabinet-Rutte.Volgens de Ahold-topman biedt de regering de consument geen enkel perspectief, omdat ze de lasten steeds maar verzwaart. Daardoor verdwijnt het vertrouwen en houden consumenten de hand op de knip.

En de deskundigen en ondernemers krijgen gelijk van internationale instituten die de financieel-economische situatie in alle landen op de voet volgen. Dat de bezuinigingspolitiek allesbehalve een oplossing in zicht brengt, wordt bevestigd door een op 1 juli jongstleden gepubliceerd rapport van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s. S&P schat in dat de groei van de Nederlandse economie de komende jaren ‘zeer matig’ blijft. De hoge schuldenlast van huishoudens, dalende huizenprijzen, bezuinigingen en de terughoudendheid van banken blijven een rem zetten op de binnenlandse vraag.

De kredietbeoordelaar Moody’s bevestigt dit feit: in maart van het afgelopen jaar heeft de kredietbeoordelaar Moody’s de vooruitzichten van drie Nederlandse banken bijgesteld van ‘stabiel’ naar ‘negatief’. Het gaat om de Rabobank, de ABN-Amro Bank en de NIBC Bank. De banken beschikken op dit moment over voldoende kapitaal, maar de operationele omgeving van de banken is ‘onzeker en fragiel’, aldus de kredietbeoordelaar. De vooruitzichten van de ING Bank had Moody’s al eerder als negatief beoordeeld.

De slechte resultaten van de bezuiningspolitiek blijkt ook uit het feit dat Nederland is inmiddels verdwenen uit de top-5 van meest concurrerende economieën. In de lijst van 148 landen van het World Economic Forum, is ons land gezakt van de 5e naar 8e  plaats. “Het kabinetsbeleid is niet succesvol”, is de conclusie van de samenstellers. Het afglijden van Nederland wordt volgens de economen van het WEF veroorzaakt door het verzwakken van de financiële markten. Door instabiele banken wordt het steeds lastiger voor bedrijven en ondernemers om geld te lenen in Nederland.

De schijn van stimulering ter maskering van de harde bezuinigingen

De wereldwijde heersende klasse weet ook niet meer zo goed wat te doen tegenover de oprukkende economische crisis.(1) In oktober 2012, toen de IMF zich uitsprak over de bezuinigingspolitiek, verklaarde ze dat men “geen maatregelen moet nemen die de situatie verergeren”. Tegelijkertijd verklaarde ze dat, voor wat betreft de aanpassing van de begrotingspolitiek men deze “langzaam maar zeker moet verruimen”. Deze citaten komen uit één en het zelfde document. De manoeuvreerruimte tegenover de oprukkende economische crisis, van welke nationale bourgeoisie dan ook, is zo langzamerhand aanzienlijk beperkt geworden.

Het is niet verwonderlijk dat de regering Rutte heel erg twijfelt en eigenlijk ook niet zo goed weet waar ze de nadruk op moet leggen: bezuinigen of stimuleren. Dat valt af te leiden uit het feit dat er nauwelijks een economische politieke op lange termijn meer gevoerd wordt. In de praktijk bestaat er eigenlijk niet eens meer zoiets als en regeerakkoord. De regering maakt plannen, maar voor niet meer dan één jaar vooruit. En dat is voor haar al een hele lange tijd vooruit.

Daarnaast heeft de regering ook nog geen concrete stimuleringsmaatregelen kunnen bedenken.Het enige stimuleringsplan dat ze heeft bedacht, is het voorstel aan de pensioenfondsen hun kapitaal beleggen in Nederlandse woningcorporaties en niet langer via buitenlandse (vooral Amerikaanse) hedgefunds. Hiermee hoopt ze de vastgelopen woningmarkt weer in beweging te krijgen, een structureel probleem dat jarenlang door de bourgeoisie is verwaarloosd. “Met name de problemen op de woningmarkt duren veel langer dan we hadden gehoopt,” aldus Minister van Financiën, Dijsselbloem.

Ook al gaan ze nog net niet rollebollend over straat, de spanning tussen de politiek van bezuinigingen en stimulering veroorzaakt wel voortdurend spanningen tussen de regeringspartijen VVD en PvdA. Zo valt het voorstel van de regering om de belasting voor hogere inkomens te verhogen slecht bij de VVD. Tegelijkertijd wekt de onwilligheid van de VVD om stimuleringsmaatregelen te nemen in de bouwsector, waar in het afgelopen jaar tienduizenden werkers zijn ontslagen, steeds meer irritatie bij de PvdA.

Desondanks hebben Fractievoorzitters Samsom en Zijlstra van de PvdA en VVD verklaard dat zij zich willen houden aan de afspraken in het Europese Stabiliteits- en Groeipact. Ze hebben hun zich uitgesproken voor een voortzetting van de politiek van bezuinigingen en zijn dus toch van plan om volgend jaar (2014) zes miljard euro extra te bezuinigen. Stimuleringsplannen zijn voorlopig niet in deze afspraken opgenomen.

Links, op haar beurt, draait hier ogenschijnlijk haar hand niet voor om. Zij weet wel maatregelen te bedenken die de economie stimuleren en hoe die kunnen worden betaald. Zo wil de SP een stimuleringsplan voor de bouw. Ze wil dit echter toch laten betalen, en wel ….. de ene keer door de ondernemers te laten meebetalen aan de kosten van de werkloosheidswet, de andere keer door ziektekostenpremie afhankelijk te maken van het inkomen en weer een andere keer door de miljarden van de telecomveiling (G4) te gebruiken.

Maar ondanks de grote woorden van Roemer dat het tekort van 3% op de begroting niet heilig is, is het plan van de SP geen vorm van stimuleringspolitiek.Het is slechts een politiek van ombuiging (‘hervorming’) en dus niets anders dan een variatie op de bezuinigingspolitiek die wordt voorgeschreven door Europa. Want bij een ‘echte’ stimuleringspolitiek wordt er een hoeveelheid geld gepompt in de kringloop van kapitaal. Deze ‘verruimde’ geldhoeveelheid is een schuldvordering op een koopwaar dat niet bestaat. Deze ‘injectie’ kan dus ze tot niets anders leiden dan een verlaging van de waarde van de munt. Het is als een een hond die in zijn eigen staart bijt.

De SP is een partij die inmiddels veel aanhang heeft verworven onder vakbondsleden in Nederland. In de huidige periode is ze het meest geëigend om op het voorplan te staan van de sociale situatie tegen de arbeidersklasse. Zij kan die sectoren van de klasse, die geconfronteerd worden met massale ontslagen, zoals de Thuiszorg, met ‘populistische’ stimuleringsvoorstellen een schijn van perspectief voorhouden. Terwijl de FNV de landelijke inkadering voor haar rekening neemt, sluit de SP de weerstand tegen de tienduizenden ontslagen in de Thuiszorg op binnen de grenzen van de talloze gemeenten.

Effectief verzet kan alleen tot stand komen als alle getroffen werkers (Thuiszorg, Aldel, Rabobank, enzovoort) breken uit de beperkte kaders van de sector, de instelling, het bedrijf, het beroep. Want de beste manier om de niet-aflatende aanvallen op ieders levensomstandigheden te doen terugwijken, is de ontwikkeling van een beweging die de gemeenschappelijke weerstand van alle delen van werkende klasse (werkloos, nog werkend, half-werkend, flexibel) op voorop stelt. Een benadering, die alle getroffen niet-uitbuitende delen van de bevolking samenbrengt in een gemeenschappelijk verzet, biedt vooruitzicht op resultaat.

Feyzet / 2013.09.13

 

Voetnoten

(1) Voor een analyse van de economische crisis, zie: Discussiecyclus over de crisis; deel I, II en III)

Territoriale situatie: