Sociale beweging in Turkije. Democratie is geen remedie tegen staatsterreur.

Printvriendelijke versieVerstuur per e-mail

Wij publiceren hieronder enkele passages van de vertaling van een artikel dat door onze afdeling in Turkije geschreven werd – een jonge afdeling, zowel in de geschiedenis van de IKS als op het vlak van de leeftijd van haar leden. Als revolutionairen en als deel van de generatie die de revolte ontketend heeft, waren deze kameraden actief betrokken in deze beweging. We raden onze lezers aan onze website te bezoeken voor een volledige versie van dit artikel. Want deze versie is tegelijkertijd een eerste verslag van wat er precies gebeurde, wemelt bovendien van de concrete details over het leven van die beweging, en is een eerste poging tot analyse van de betekenis ervan. Juist dit laatste aspect willen we, door onze keuze van de passages, in het bijzonder onder de aandacht brengen. Wat is de aard van deze beweging? Van welke internationale dynamiek maakt ze deel uit? Wat zijn haar sterke en zwakke kanten? Welke perspectieven zijn eraan verbonden? Allemaal vragen die centraal staan in wat er vandaag en in de komende periode op het spel staat.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

De beweging, die begon als protest tegen het omhakken van bomen dat plaatsvond in het kader van de vernietiging van het Gezipark aan het Taksimplein in Istanboel, nam een omvang aan die tot nu toe ongekend was in de geschiedenis van Turkije. (…) We kunnen het ware karakter van deze beweging enkel begrijpen wanneer we haar plaatsen in het internationale kader. Vanuit dat gezichtspunt wordt meteen duidelijk dat de beweging in Turkije in het directe verlengde ligt van de revoltes van 2011 in het Midden-Oosten, waarvan de belangrijkste (Tunesië, Egypte, Israël) sterk gekenmerkt werden door de inbreng van arbeidersklasse. De beweging in Turkije lag in het bijzonder in het verlengde van de beweging van de Indignados in Spanje en van Occupy in de Verenigde Staten, waarin de arbeidersklasse niet alleen de meerderheid van het geheel van de bevolking vertegenwoordigt, maar ook kwa deelnemers aan de beweging zelf. Hetzelfde geldt voor de revolte vandaag in Brazilië en ook voor de beweging in Turkije, waarvan de overgrote meerderheid van de deelnemers tot de arbeidersklasse behoort, en in het bijzonder tot de proletarische jeugd.

(…) De sector die in grootste getale aan de beweging heeft deelgenomen, is de zogenaamde ‘generatie van de jaren 1990’. Apolitisme was de label dat op de betogers van deze generatie geplakt werd. Velen van hen kunnen zich de periode niet herinneren, die voorafging aan het AKP regering (de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, een ‘gematigde’ islamitische partij die aan de macht is sinds 2002 – NvdR). Deze generatie, waarvan men zei dat ze niet geïnvesteerd had in de gebeurtenissen en waarvan de leden er alleen op uit zouden zijn zichzelf te redden, heeft begrepen dat het geen heil brengt alleen te blijven staan en ze was de praatjes beu van de regering, die zei hoe ze moest zijn en hoe ze moest leven. De studenten, in het bijzonder de middelbare scholieren, hebben op grote schaal aan de betogingen deelgenomen. Jonge arbeiders en jonge werklozen waren ook talrijk aanwezig in de beweging. Arbeiders en geschoolde werklozen waren ook present.

In bepaalde sectoren van de economie, waar vooral jongeren in precaire omstandigheden werken en waar het meestal moeilijk is strijd te voeren – vooral in de dienstensector – hebben de loontrekkers zich op vanuit hun arbeidsplaats georganiseerd en hebben ze samen aan de betogingen deelgenomen. We vinden voorbeelden van dergelijke deelnames onder de bezorgers van kebabwinkels, onder het barpersoneel, onder de werkers in call centers en kantoren. Het feit dat dit soort deelnames niet opwoog tegen de tendens van de arbeiders om individueel naar de betogingen te gaan, vormt tegelijkertijd één van de belangrijkste zwakheden van de beweging. Maar dit was ook typerend voor bewegingen in de andere landen, waar het overwicht van de straatrevolte een praktische uitdrukking was van de behoefte de sociale versnippering te overstijgen die geschapen wordt door de bestaande voorwaarden van de kapitalistische productie en crisis – in het bijzonder het gewicht van de werkloosheid en de precaire arbeid. Maar diezelfde omstandigheden, gekoppeld aan de enorme ideologische aanvallen van de heersende klasse, hebben het voor de arbeidersklasse moeilijk gemaakt zichzelf als een klasse te zien en hebben ertoe bijgedragen onder de betogers het idee te versterken dat ze in wezen een massa individuele burgers zijn, legitieme leden van de 'nationale' gemeenschap. Dat is de tegenstrijdige weg van de reconstructie van het proletariaat als klasse, maar er bestaat geen twijfel dat deze bewegingen een stap zijn in deze richting.

Een van de belangrijkste redenen waarom een groot deel van de proletariërs, ontevreden met hun levensomstandigheden, de betogingen met een dergelijke vastberadenheid georganiseerd heeft, komt voort uit de verontwaardiging en het gevoel van solidariteit tegen het politiegeweld en de staatsterreur. Desondanks waren er verschillende burgerlijke politieke tendensen actief in een poging de beweging van binnenuit te beïnvloeden om die binnen de grenzen van de bestaande orde te houden. Ze probeerden te verhinderen dat de revolte zich zou radicaliseren en te beletten dat de proletarische massa’s, die de straten bezet hadden, tegen de staatsterreur klasse-eisen zouden formuleren met betrekking tot hun eigen levensvoorwaarden.

Dus, terwijl we geen eis kunnen aanhalen die volkomen unanimiteit behaalde in de beweging, werd die over het algemeen gedomineerd door democratische eisen. De lijn die opriep tot ‘meer democratie’, die zich voordeed als anti-AKP - in feite tegen Erdogan - drukte in wezen niets anders uit dan een reorganisatie van het Turkse staatsapparaat op een meer democratische manier. De impact van de democratische eisen op de beweging vormde haar grootste ideologische zwakheid. Want Erdogan zelf heeft al zijn ideologische aanvallen op de beweging opgebouwd rond deze krachtlijn van de democratie en van verkiezingen: de regeringsverantwoordelijken hebben tot vervelens toe, zij het met veel leugens en manipulaties, het argument herhaald dat zelfs in de meest democratisch geachte landen de politie geweld gebruik tegen illegale betogingen – waarin ze gelijk hebben. Bovendien bond de lijn voor democratische rechten de massa's, geconfronteerd met de aanvallen van de politie en de staatsterreur, aan handen en voeten en kalmeerde ze hun verzet. (…)

Verder waren de linkse vakbondsfederaties, zoals KSEK en DISK, de actiefste elementen in die democratische tendens, die de controle schijnt te hebben genomen over het Solidariteitsplatform van Taksim. (…) Het Solidariteitsplatform van Taksim en de democratische tendens dus heeft, vanwege het feit dat het bestond uit vertegenwoordigers van allerlei verenigingen en organisaties, zijn kracht niet geput uit een organische band met de betogers, maar wel uit de burgerlijke legitimiteit, de gemobiliseerde krachten en de steun van de delen waaruit ze samengesteld is. (...)

De linkerzijde van de bourgeoisie is een andere tendens die vermeld moet worden. De basis van de linkse partijen, die we ook kunnen omschrijven als de wettelijke burgerlijke linkerzijde, is voor het grootste deel afgesneden van de massa's. Over het algemeen liep ze de democratische tendens achterna. De stalinistische en trotskistische groeperingen, of de radicale burgerlijke linkerzijde, waren ook voor het grootste deel afgesneden van de massa's. Zij waren invloedrijk in de wijken waarin ze van oudsher een zekere kracht vertegenwoordigen. Hoewel ze zich hebben verzet tegen de democratische tendens op het moment dat die de beweging probeerde uiteen te drijven, hebben ze die over het algemeen ondersteund. De analyses van de linkerzijde van de bourgeoisie beperkten zich er voor het grootste deel toe zich te verheugen over de ‘volksopstand’ en te proberen hun woordvoerders voor te stellen als de leiders van de beweging. Zelfs de oproepen tot een algemene staking, een lijn die meestal naar voor geschoven wordt door links, hebben niet echt weerklank gevonden door de sfeer van tomeloze vreugde. De leuze van links die het meeste gehoor vond bij de massa's was “schouder aan schouder tegen het fascisme”.

(…) Buiten de tendensen waarover we hierover spraken, is er nog een proletarische tendens, of meerdere proletarische tendensen binnen de beweging. (…) In het algemeen verdedigde een aanzienlijk deel van de betogers het idee dat de beweging een zelforganisatie moest scheppen, die haar in staat moest stellen haar eigen toekomst te bepalen.

Het deel van de betogers dat wilde dat de beweging zich zou verenigen met de arbeidersklasse was samengesteld uit elementen die, ook al ontbrak het hen aan een duidelijke politieke visie, zich bewust zijn van het belang en de kracht van de klasse, die tegen het nationalisme zijn. (…)

De gemeenschappelijke zwakte van de betogers in heel Turkije was echter de moeilijkheid massale discussies te voeren en de controle over de beweging te verwerven, door op basis van die discussies, zelforganisaties te vormen. Vooral de eerste dagen waren deze massadiscussies, vergelijkbaar met wat zich ontwikkeld heeft in bewegingen elders in de wereld, afwezig. Een beperkte ervaring met massale discussies, met bijeenkomsten, algemene vergaderingen enzovoort, en de zwakte van de debatcultuur in Turkije hebben zonder twijfel bijgedragen tot deze zwakheid. Tegelijkertijd voelde de beweging toch een behoefte aan discussie en de middelen om die te organiseren begonnen dan ook tevoorschijn te komen.

De eerste uitdrukking van de bewustwording van de noodzaak van discussie was een open forum in het Gezipark. Dit trok niet veel aandacht en duurde ook niet lang, maar had toch een zekere impact. (…) Als we de beweging in het hele land bekijken, was de meest cruciale ervaring die van de betogers in Eskişehir. In een algemene vergadering op het Plein van het Verzet in Eskişehir werden comités gevormd om de betogingen te organiseren en te coördineren. (…) Tenslotte hebben vanaf 17 juni massa’s mensen, geïnspireerd door de forums van het Gezipark, in parken in verschillende wijken van Istanbul massavergaderingen gehouden die ook wel ‘forums’ genoemd werden. Tot de wijken waar forums georganiseerd werden behoren Beşiktaş, Elmadağ, Harbiye, Nişantaşı, Kadıköy, Cihangir, Ümraniye, Okmeydanı, Göztepe, Rumelihisarüstü, Etiler, Akatlar, Maslak, Bakırköy, Fatih, Bahçelievler, Sarıyer, Yeniköy, Sarıgazi, Ataköy en Alibeyköy. De volgende dagen werden er forums gehouden in Ankara en andere steden. Onmiddellijk, uit angst de controle over die initiatieven te verliezen, begon het Solidariteitsplatform van Taksim zelf oproepen te lanceren om forums te houden. (…)

Hoewel het verzet van Gezipark op vele aspecten in het verlengde ligt van de Occupy-beweging in de Verenigde Staten, van de Indignados in Spanje en de protestbewegingen, die Moebarak in Egypte en Ben Ali in Tunesië omvergeworpen hebben, heeft ze ook zijn eigen kenmerken: net zoals in al deze bewegingen vormde het jonge proletariaat het vitale gewicht. Egypte, Tunesië en het verzet in het Gezipark hebben gemeen de wens zich te ontdoen van een regime dat wordt beschouwd als een ‘dictatuur’. (…) Maar in tegenstelling tot de beweging in Tunesië, die plaatselijke comités organiseerde, en in Spanje of in de Verenigde Staten, waar de massa’s via algemene vergaderingen over het algemeen de verantwoordelijkheid voor de beweging droegen, bleef deze dynamiek in Turkije in eerste instantie zeer beperkt.

(…) De meest bediscussieerde vragen gingen ook over de praktische en technische problemen in verband met de botsingen met de politie. (…) De overeenkomst met Occupy in de VS was dat het om een effectieve bezetting [van de straat] ging, ook al werden de bezettingen in de VS, vanwege de massale deelname, in aantal door die in Turkije overtroffen. Ook was er in Turkije, net als in de VS, een tendens onder de betogers om het belang te begrijpen om het werkende proletariaat bij de strijd te betrekken.

(…) Hoewel de beweging in Turkije er niet in geslaagd is een duidelijke band te leggen met het geheel van de arbeidersklasse, hebben de oproepen tot staking via de sociale media toch een zekere weerklank gehad, die tot uiting kwam in meer werkonderbrekingen dan het geval was in de VS.

Ondanks haar bijzonderheden lijdt het geen twijfel dat de beweging van dit ‘uitschot’ een integraal onderdeel uitmaakt van de reeks van internationale sociale bewegingen. (…) Een van de beste graadmeters, die aantonen dat deze beweging onderdeel is van de internationale golf, wordt gevormd door de inspiratie die ze opdeed door de betogingen in Brazilië. De Turkse betogers hebben het antwoord, dat van de andere kant van de wereld kwam, begroet met ordewoorden: “Wij zijn samen, Brazilië + Turkije!” en “Brazilië, verzet!” (in het Turks). En omdat de beweging de betogingen in Brazilië, waarin klasse-eisen gesteld werden, geïnspireerd heeft, kan ze in de toekomst de geboorte van klasse-eisen bevorderen in Turkije.

(…) Ondanks alle tekortkomingen en gevaren die deze beweging bedreigen, als de massa’s in Turkije er niet in geslaagd waren een schakel te vormen in de keten van sociale revoltes die de kapitalistische wereld dooreenschudden, dan zou het uiteindelijk geleid hebben tot een veel sterker gevoel van machteloosheid. Het ontstaan van een sociale beweging, op een schaal die sinds 1908 niet meer gezien was in dit land, is dus van historische betekenis. (…) n

Dünya Devrimi / 2013.06.21

 

Voetnoten

(1) De 'gematigde' Islamistische Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling is sinds 2002 aan de macht in Turkije.